4. Evaluatie IVB Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
Arjun Swami-Persaud, Nynke Piepers, Aline Petersen, Paul van Egmond
Contactgegevens Augustus 2022
Arjun Swami-Persaud aswamipersaud@dsp-groep.nl
Nynke Piepers npiepers@dsp-groep.nl
Aline Petersen apetersen@dsp-groep.nl
Met medewerking van: Paul van Egmond en Oberon Nauta
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
2
Inhoud
DSP-groep
1
Inleiding
5
1.1
Onderzoeksopzet
5
1.2
Onderzoeksvragen
5
1.3
Leeswijzer
6
Deel 1 – Evaluatie en veiligheidsanalyse
7
2
Evaluatie Kadernota 2019-2022
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Prioriteiten
8
2.3
Resultaten
8
2.4
Conclusie
24
3
Evaluatie maatregelen
28
3.1
TopX
28
3.2
Risicojongerenoverleg
32
3.3
Last onder dwangsom
35
3.4
Bibob-toets
39
4
Vergelijking referentiegemeenten
43
4.1
Prioriteit: Jeugdcriminaliteit en woninginbraken, drugsproblemen en radicalisering
43
4.2
Prioriteit: De stad en haar bestuur weerbaarder maken tegen ondermijning
46
4.3
Prioriteit: De woonoverlast en overlast door personen met verward gedrag aanpakken
47
4.4
Prioriteit: Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families
48
4.5
Conclusie
48
5
Veiligheidsanalyse Gemeente Gouda
51
5.1
Brede ontwikkelingen
51
5.2
Ontwikkelingen per veiligheidsveld
52
5.3
Veiligheidssituatie in Noord, Oost en West
57
5.4
Conclusie
58
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
3
6
DSP-groep
Conclusie Deel 1
60
Deel 2 – Advies prioriteiten
61
7
Aanbevelingen Kadernota IVB 2023-2026
62
7.1
Hoe werkt prioriteren?
62
7.2
Van longlist naar shortlist
63
7.3
Toelichting per thema
63
8
Conclusie deel 2
70
8.1
Integrale weging veiligheidsthema’s
70
8.2
Doelen, effectindicatoren en verantwoordingsmethodiek
74
Bijlage 1 Overzicht geïnterviewden
76
Bijlage 2 Onderzoeksmethoden
77
Bijlage 3 Overzicht pakketten aan maatregelen referentiegemeenten
79
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
4
1
Inleiding De Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid 2019 -2022 van de gemeente Gouda eindigt dit jaar. De gemeente Gouda treft voorbereidingen voor de periode 2023 – 2026. Op verzoek van gemeente Gouda, heeft DSP-groep een evaluatie van het huidig veiligheidsbeleid uitgevoerd. Daarnaast heeft DSP verschillende stappen doorlopen om te komen tot nieuwe prioriteiten voor de periode 2023-2026.
1.1
Onderzoeksopzet Het onderzoek bestond uit de volgende stappen: •
Een analyse van relevante documenten, zoals de kadernota en de jaarlijkse actieplannen.
•
Een vergelijking van pakketten aan maatregelen met referentiegemeenten.1
•
Een brede ronde interviews met professionals die betrokken zijn bij het veiligheidsbeleid van de gemeente; ook spraken we wethouders en de burgemeester.2
•
Input van inwoners van Gouda, via inzet van buurtvoorlichters én een digitale enquête.
•
Twee sessies: één met professionals en één met raadsleden.
Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in bijlage 2.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode van maart tot en met juli 2022.
1.2
Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen van deze evaluatie zijn verdeeld in drie onderdelen.
1. Evaluatie Kadernota IVB 2019-2022 1.
Wat zijn de cijfermatige resultaten van het gevoerde beleid (output)?
2.
Wat is de impact van het gevoerde beleid in cijfers (outcome)?
3.
Wat zijn de randvoorwaarden voor een effectieve veiligheidsaanpak?
4.
In hoeverre wordt aan deze randvoorwaarden voldaan? Waar ligt ruimte voor verbetering?
5.
Wat is de (verwachte) effectiviteit van de belangrijkste maatregel per prioriteit?
2. Veiligheidsanalyse 6.
Duiding van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de veiligheidsproblematiek over de afgelopen jaren.
1
De referentiegemeenten zijn: Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg, Utrecht, Delft, Tilburg, Helmond en Heerlen.
2 Zie bijlage 1 voor een overzicht van gesproken respondenten.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
5
7.
Wat zijn landelijke, regionale en lokale trends en ontwikkelingen op het gebied van veiligheid?
8.
Wat is de veiligheidssituatie in Gouda en in de gebieden Noord, Oost en West?
3. Aanbevelingen Kadernota IVB 2023-2026 9.
Wat zijn aanbevelingen voor de nieuwe Kadernota, met betrekking tot
•
de opzet;
•
selectie van prioriteiten, inclusief onderbouwing;
•
kwantificeerbare doelstellingen per prioriteit;
•
een rijkere verantwoordingssystematiek (indien mogelijk).
Onderdeel 1 en 2 hebben betrekking op het gevoerde beleid. Onderdeel 3 heeft betrekking op de nieuwe Kadernota.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 presenteren we de resultaten van de evaluatie van het Goudse veiligheidsbeleid. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op de werking en uitvoering van vier maatregelen: de TopX, het Risicojongerenoverleg, de Last onder Dwangsom en de Bibob-toets. In hoofdstuk 4 volgt een vergelijking van pakketten aan maatregelen in zeven referentiegemeenten. In hoofdstuk 5 presenteren we een analyse van de veiligheidsontwikkelingen in Gouda aan de hand van vijf veiligheidsvelden. Ook zijn in dit hoofdstuk de uitkomsten opgenomen van wat inwoners van Gouda zelf zeggen over hun wijk. In hoofdstuk 6 is een conclusie opgenomen van de voorgaande hoofdstukken. In hoofdstuk 7 gaan we in op het advies voor de prioriteiten voor de nieuwe Kadernota. We sluiten het rapport af met een conclusie van het advies en doen we aanbevelingen voor de verantwoordingsmethodiek.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
6
Deel 1 – Evaluatie en veiligheidsanalyse
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
7
2
Evaluatie Kadernota 2019-2022 In dit hoofdstuk beoordelen we in hoeverre de doelstellingen van de Kadernota Veiligheid 2019-2022 tot dusverre (medio 2022) zijn behaald. Dit doen we op basis van cijfermatige bronnen en kwalitatieve informatie uit interviews met professionals.
2.1
Uitgangspunten Het College heeft enkele uitgangspunten vastgesteld waaraan het veiligheidsbeleid in 2019-2022 moet voldoen. Deze uitgangspunten zijn als volgt:
2.2
•
Informatiegestuurd en datagedreven
•
De burger heeft een eigen verantwoordelijkheid
•
Bewonersparticipatie
•
Integrale samenwerking
•
Communicatie
Prioriteiten In de Kadernota 2019-2022 zijn drie prioriteiten vastgesteld. Deze zijn daar als volgt verwoord: 1.
Door de aanpak van jeugdcriminaliteit de woninginbraken verder omlaag brengen. De aanpak van jeugdcriminaliteit bestaat ook uit de aanpak van drugsproblemen en radicalisering.
2.
De stad en haar bestuur weerbaarder maken tegen ondermijning.
3.
De woonoverlast en overlast door personen met verward gedrag aanpakken.
In het Actieplan 2022 is daar een nieuwe prioriteit aan toegevoegd: 4.
2.3
Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families.
Resultaten Per prioriteit zijn in de Kadernota en de jaarlijkse Actieplannen doelstellingen geformuleerd. Sommige van deze doelstellingen zijn kwantitatief (SMART) geformuleerd en daarmee specifiek te beoordelen. Van deze kwantitatieve doelstellingen geven we aan of deze volgens de specifieke norm zijn behaald. Andere doelstellingen zijn kwalitatief geformuleerd en daardoor niet concreet te beoordelen. Om deze doelstellingen te beoordelen zijn deze in interviews uitgebreid besproken. Bij deze doelstellingen geven we weer of de resultaten zich ontwikkelen in de beoogde richting, dan wel of er signalen zijn die het beoogde resultaat wel of juist niet onderschrijven.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
8
Daarnaast voegen we per prioriteit toe welke opvallende verschillen we zien in zeven referentiegemeenten, namelijk Zoetermeer, Roosendaal, Utrecht, Delft, Tilburg, Helmond en Heerlen.
In paragraaf 2.4.2 volgt een schematische weergave van alle doelstellingen die in dit hoofdstuk worden behandeld.
Politiecijfers en beperkingen Om zicht te krijgen op het behalen van de kwantitatieve doelstellingen, is gebruik gemaakt van politiecijfers. Politiecijfers bestaan uit meldingen, aangiften en eigen registraties van de politie. Deze cijfers geven een systematisch beeld van de veiligheid in de gemeente, en bevatten daarmee waardevolle inzichten. Tegelijkertijd moeten we voorzichtig zijn met deze cijfers omdat niet alle delicten en aspecten van veiligheid kunnen worden geregistreerd (dark numbers), en omdat sprake kan zijn van registratie-effecten. De politiedata moet daarom altijd worden geduid met kennis van de lokale situatie. Dat hebben we gedaan middels interviews. We combineren zo inzichten uit data met inzichten van de straat.
2.3.1
Prioriteit: Jeugdcriminaliteit en woninginbraken; drugsproblemen en radicalisering De prioriteit Jeugdcriminaliteit bestaat uit vier subthema’s. In deze paragraaf zoomen we daarom in op in de volgende thema’s: •
Jeugdcriminaliteit- en overlast (algemeen)
•
Woninginbraken
•
Drugscriminaliteit
•
Radicalisering/polarisatie
Jeugdcriminaliteit en -overlast (algemeen) Op de prioriteit Jeugdcriminaliteit heeft de gemeente Gouda zowel specifiek meetbare als niet-concreet meetbare doelen opgesteld. In deze paragraaf tonen we eerst de resultaten van de specifiek meetbare doelen.
Doelstelling 1 Jaarlijkse afname van meldingen jeugdoverlast van 10%
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
9
Figuur 2.1 Toe- en afname meldingen jeugdoverlast
Meldingen jeugdoverlast 190% 170% 150% 130% 110% 90% 70% 50% 2018 Doelstelling Gouda
2019
2020 Gouda
Zuid-Holland
2021 Nederland
Het aantal meldingen van jeugdoverlast is tot 2020 toegenomen, waarna in 2021 sprake was van een scherpe afname. Het aantal meldingen is in 2019, ten opzichte van 2018, toegenomen met 22%. In 2020 volgde nog een toename van 20% ten opzichte van 2019. In 2021 daalde het aantal meldingen scherp met 42%.
Een deel van de toename van het aantal meldingen is waarschijnlijk terug te leiden naar de oproep van de gemeente Gouda aan haar bewoners om meer meldingen te doen. Daarmee beoogt de gemeente een beter beeld krijgen van wat er speelt in de stad en waar. Om de cijfers van Gouda te duiden hebben we ook de regionale en landelijke cijfers geraadpleegd. Daarin is te zien dat op regionaal en landelijk niveau het aantal meldingen aanzienlijk sneller steeg: landelijk tot wel 80% in 2020. De coronacrisis is waarschijnlijk mede debet aan deze toename van het aantal meldingen van overlast. Doordat het aantal meldingen in Gouda in 2021 bovendien scherp daalde, is de ambitielijn in het jaar 2021 gehaald, zij het niet voldoende om de totale ambitie voor de periode 2018-2022 te realiseren.
Resultaat: De doelstelling om het aantal meldingen jeugdoverlast met 10% te verminderen is niet gehaald. Wel heeft Gouda in tegenstelling tot de regionale en landelijke trend over de periode van vier jaar een daling van het aantal meldingen gerealiseerd.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
10
Doelstelling 2 Recidivisten binnen de TopX <50%
Halverwege 2020 ging de Top60 over in de TopX. De doelstelling van <50% recidivisten binnen de aanpak, is ongewijzigd gebleven. Cijfers van beide aanpakken zijn onderling beperkt vergelijkbaar.3 We kunnen daarom niet beoordelen of er sprake is van bepaalde trends.
Tabel 2.1 Recidivepercentage Top60 en TopX Recidivepercentage
2018
2019
2020
2021
Top60
58%
54%
44% (eerste halfjaar)
Bestond niet meer
TopX
Bestond nog niet
Bestond nog niet
Geen cijfers beschikbaar
59% (juli 2020 – juni 2021)
We zien dat in 2019, ten tijde van de Top60, het recidivecijfer 54% was. Van 2020 zijn geen cijfers bekend en in 2021 is de doelstelling gehaald: 42% van de TopX recidiveerde in dat jaar. In hoofdstuk 3.1 evalueren we de TopX-aanpak en gaan we nader in op dit resultaat.
Resultaat: Door de overgang van de Top60 naar de TopX en met enkel halfjaarcijfers voorhanden, is het te vroeg om te beoordelen of deze doelstelling is behaald.
Doelstelling 3 Preventieve inzet op risicojongeren door inzet Preventief Interventie Team (PIT)
Het PIT is een door de gemeente Amsterdam en Universiteit Leiden ontwikkelde interventie. Het doel van het PIT is om kinderen die een verhoogd risico lopen op problemen in de sociale ontwikkeling, snel en vroegtijdig hulp te bieden. Daarmee wordt beoogd het risico op ontwikkelen van ernstige gedragsproblemen te verkleinen en te zorgen dat kinderen hun schoolloopbaan succesvol doorlopen.4 De aanpak en ondersteuning wordt vormgegeven met PIT-medewerker, ouders, school en andere relevante betrokkenen bij kind en gezin. Het is preventief en er hoeft bijvoorbeeld geen sprake te zijn van betrokkenheid van politie.
In de afgelopen jaren is intensief verkend op welke wijze het PIT het beste in Gouda zou kunnen starten. Vanwege de kosten is er uiteindelijk niet voor gekozen om de gehele aanpak in Gouda vorm te geven. In Q2 2022 is duidelijk dat de gemeente Gouda ook losse trajecten kan inkopen. De gemeente verwacht deze in 2022 te kunnen inzetten.
3 Zie hoofdstuk 3.1 voor meer informatie over deze wijziging. 4
Bron: Gemeente Amsterdam, Preventief Interventie Team. Zie: https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/onderwijsleerplicht/preventief-interventie-team/. Laatst geraadpleegd 26 mei 2022.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
11
Resultaat: De doelstelling om preventief in te zetten op risicojongeren door het Preventief Interventie Team (PIT) is in Q2 2022 (nog) niet gehaald.
Doelstelling 4 en 5 Veiligheidsdomein en zorgdomein werken samen waar nodig volgens het principe 1g1p1r (1 gezin, 1 plan, 1 regisseur). Informatiedeling over signaleren risicogedrag jeugd is op orde.
Volgens professionals is er in de praktijk verbetering mogelijk in de samenwerking tussen het veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein. Geïnterviewde professionals geven aan dat de wil tot integraliteit er is en de noodzaak ervan wordt erkend, maar ook dat de praktijk weerbarstig is. Volgen hen kan dit komen door onvoldoende kennis van elkaars domein en door een gebrek aan heldere informatiedelingsconvenanten. Er wordt aangegeven dat inwoners met (niet-veiligheidsgerelateerde) complexe hulpvragen over bijvoorbeeld inkomen, armoede, opvoeding en start arbeidsmarkt, in Gouda terecht kunnen bij één loket. Daarbij is een veelheid aan partners betrokken (jeugdconsulenten en -regisseurs, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdzorg). Vooralsnog heeft het veiligheidsdomein in deze context geen actieve rol. Niettemin zijn alle geïnterviewden, ook die van het veiligheidsdomein, overtuigd van de meerwaarde van aansluiting van het veiligheidsdomein. Volgens de gesproken professionals is er in de praktijk verbeterruimte op het gebied van de frequentie en wijze waarop er onderling wordt afgestemd en gecommuniceerd. Volgens de professionals zelf zijn zij gebaat bij meer kennis van ‘elkaars’ domein.
Een voorbeeld is dat er bij overlast op straat vaak politie wordt ingeschakeld terwijl zorgprofessionals menen dat het om zorgvragen gaat, en dat vice versa zorgmedewerkers bij jongeren thuis signalen van crimineel gedrag niet waarnemen. Wanneer dergelijke signalen niet worden herkend, komt er geen samenwerking tot stand. Dit staat het principe 1g1p1r in de weg. Professionals uit het team Veiligheid en Wijken benadrukken dat er hard wordt gewerkt om de integraliteit met andere domeinen verder vorm te geven, en dat deze zich in de startfase bevindt, zowel beleidsmatig als operationeel. Het veiligheidsdomein schuift nog niet aan bij het Multidisciplinaire Aanpak (MDA++), dat in het Zorg- en Veiligheidshuis wordt ingezet – ook hier wordt de meerwaarde van betrokkenheid van het veiligheidsdomein benoemd.
Resultaat: De doelstellingen zijn niet concreet en meetbaar geformuleerd en kunnen daarom niet worden beoordeeld op doelbereik. Uit input van professionals blijkt dat de doelen, ondanks de gepleegde inzet, in de praktijk nog niet zijn behaald.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
12
Woninginbraken Op het thema woninginbraken zijn twee doelstellingen geformuleerd.
Doelstelling 1 Woninginbraken verminderen met 10% per jaar vanaf 2018
Figuur 2.2 Woninginbraken
Woninginbraken 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% 2018
2019
Doelstelling
Gouda
2020
Zuid-Holland
2021
Nederland
Het aantal woninginbraken is tussen 2018 en eind 2021 scherp gedaald met 63% (zie figuur 2.2). De dalende trend is reeds ingezet in 2017 en heeft zich tot eind 2019 verder voortgezet. In 2020 stagneerde die daling, waarna deze in 2021 een duikvlucht nam: het aantal woninginbraken halveerde in dit jaar ten opzichte van het jaar daarvoor. In haar jaarrapportage 2021 meldt de gemeente Gouda dat de daling van het aantal inbraken verklaard kan worden door het grote aantal daders dat begin 2021 gedetineerd was, en door de avondklok. We zien inderdaad een correlatie met de op dat moment geldende coronabeperkingen. In 2021 zat Nederland tijdens de wintermaanden grotendeels ‘op slot’. Juist in die wintermaanden ligt het aantal inbraken van oudsher relatief hoog en in deze maanden was het aantal woninginbraken lager dan in dezelfde maanden het jaar daarvoor. Om te duiden of de Goudse daling tevens (gedeeltelijk) voortkomt uit het Goudse veiligheidsbeleid, hebben we deze cijfers afgezet tegen die van Zuid-Holland en Nederland (zie ook voorgaande figuur 2.2). Daarin zien we dat de daling in Gouda zich sneller ontwikkelt dan regionale en landelijke gemiddelden. Daarbij moet worden aangetekend dat het Goudse gemiddelde per 1.000 inwoners ook hoger ligt dan regionale en landelijke gemiddelden, zie figuur 2.3.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
13
Figuur 2.3 Woninginbraken per 1.000 inwoners
Woninginbraken per 1.000 inwoners 6 5 4 3 2 1 2018
2019
2020
Gouda
Zuid-Holland
2021 Nederland
Met de huidige ontwikkelingen nadert Gouda steeds meer het regionale en landelijke gemiddelde.
Resultaat: De doelstelling om woninginbraken elk jaar te verminderen met 10% is gehaald. De gerealiseerde daling is zelfs sterker dan het regionale en landelijke gemiddelde. In 2020 stagneerde de vermindering, maar dit werd gecompenseerd door de dalingen in de andere jaren.
Doelstelling 2 Het aantal pogingen stijgt t.o.v. het aantal voltooide inbraken
Figuur 2.4 Verhoudingen pogingen tot - versus voltooide inbraak
Verhoudingen pogingen tot- versus voltooide inbraak 0%
10%
20%
30%
2018
40%
50%
60%
70%
80%
53%
90%
100%
47%
2019
45%
55%
2020
48%
52%
2021
50%
50%
Poging
Voltooid
In de doelstelling is geen specifieke indicator of cijfer opgenomen. We zien dat tussen eind 2018 en eind 2021 de verhouding van voltooide inbraken t.o.v. pogingen daartoe licht is verbeterd, met uitzondering van een
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
14
kleine negatieve uitschieter (45% poging-55% voltooid) in 2019. In 2021 ligt de verhouding op 50%/50%, een kleine verbetering ten opzichte van 2019 maar eveneens een lichte verslechtering ten opzichte van 2018. Resultaat: Over vier jaar is het percentage pogingen t.o.v. het percentage voltooide inbraken gedaald. Dit is met name te wijten aan een uitschieter in 2018. De laatste drie jaar zien we een positieve ontwikkeling.
Drugscriminaliteit Voor dit thema zijn in de Kadernota en actieplannen twee doelen geformuleerd. Vanaf 2022 is op het thema drugs een nieuwe prioriteit geformuleerd; zie daarvoor hoofdstuk 2.3.4.
Doelstelling 1 Ontwikkelen plan van aanpak op drugshandel
Het ontwikkelen van een plan van aanpak is op zichzelf meetbaar: dat plan is er wel, of dat plan is er niet. Er zijn echter geen specifieke eisen of voorwaarden geformuleerd waaraan het plan van aanpak moet voldoen. Daarmee kan met deze doelstelling geen uitspraak worden gedaan over de uitvoerbaarheid van het plan, de kwaliteit van het plan en het draagvlak voor het plan. Bij totstandkoming van de huidige Kadernota dateerde het meest recente onderzoek naar drugscriminaliteit in Gouda uit 2015. De gemeente heeft in 2019 opdracht gegeven dit onderzoek opnieuw te laten uitvoeren, uitgebreid met het in kaart brengen van de jonge aanwas en aandacht voor de vraagzijde van de drugsmarkt, toegespitst op het drugsgebruik door jongeren. Dit heeft geresulteerd in twee onderzoeksrapporten 5 die medio 2021 zijn gepubliceerd. Mede op basis van deze onderzoeken is Gouda gestart met een verstevigde aanpak van drugscriminaliteit. De inhoud van die aanpak wordt nader toegelicht in hoofdstuk 2.3.4. Resultaat: Deze doelstelling is behaald. We duiden daarmee de verstevigde aanpak van drugscriminaliteit als een plan van aanpak op drugshandel. Daarmee is nog geen specifiek oordeel geformuleerd over de effectiviteit van deze aanpak.
5
(1) J. van Esseveldt, A. van Wijk, H. de Boer en E. Bervoets, 2021. Van de grammen en de kilo’s. Een onderzoek naar de aanbodkant van de
drugsmarkt in Gouda. Bureau Beke en Bureau Bervoets; (2) E. Bervoets, K. vd Akker, A. Verweij en A. van Wijk, 2021. ‘Iedereen toch het toch?’ Drugsgebruik onder schoolgaande jeugd in Gouda. Bureau Beke en Bureau Bervoets.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
15
Doelstelling 2 Toename waarschuwingen en sluitingen op basis van art. 13b Opiumwet
Tabel 2.2 Waarschuwingen en sluitingen panden Jaar
Resultaten
2019
Sluiting horecabedrijven: 1
Opmerkingen
Sluiting woningen: 5 Bestuurlijke waarschuwingen: 11 2020
Sluiting horecabedrijven: 2 Sluiting woningen: 10 Bestuurlijke waarschuwingen: 2 Lasten onder dwangsom6: 2 (drugshandel op straat)
2021
Sluiting horecabedrijven: 0
Jaarrapportage 2021: “Waar in voorgaande jaren nog vaker
Sluiting woningen: 8
werd gewaarschuwd bij het aantreffen van hennep in
Bestuurlijke waarschuwingen: 0
woningen, zijn in 2021 de meeste woningen gesloten. In één
Last onder dwangsom:
casus was nog sprake van een waarschuwing in de vorm van
- 0x drugshandel op straat
een last onder dwangsom.”
- 1x hennepplantage in woning (niet verbeurd) - 1x harddrugs in woning (niet verbeurd) - 2x bezit lachgas (verbeurd indien herhaling <5 jaar)
Vanaf 2020 is de gemeente gestart met het opleggen van lasten onder dwangsom voor drugsdelicten. In de verantwoording van 2021 lezen we dat het aantal waarschuwingen afneemt omdat de gemeente in plaats daarvan overgaat tot sluiting van panden. Tegelijkertijd zien we dat het aantal daadwerkelijk gesloten panden in 2021 lager ligt dan in voorgaand jaar. De reden daarvan is niet bekend, maar kan volgens respondenten samenhangen met capaciteitstekorten bij zowel gemeente als politie, waardoor bestuurlijke rapportages niet of pas laat worden opgemaakt. Zonder bestuurlijke rapportage is er geen juridische basis voor bestuurlijke maatregelen, en kunnen drugspanden niet worden gesloten. Resultaat: De doelstelling is deels gehaald: we zien een afname van het aantal waarschuwingen, maar een toename in het aantal sluitingen en opgelegde lasten onder dwangsom.
Radicalisering In het brede thema radicalisering heeft de gemeente Gouda drie specifiek meetbare doelstellingen en drie kwalitatieve doelstellingen geformuleerd. Professionals geven aan het lastig te vinden om concrete doelen te stellen op radicalisering; de doelen zijn vrij algemeen geformuleerd. Ook in de jaarrapportages klinkt dit door: er wordt niet toegelicht hoe ondernomen activiteiten passen bij of bijdragen aan specifieke doelen of ambities.
6 De Last onder Dwangsom was in 2020 formeel nog geen doelstelling.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
16
Doelstelling 1 Het organiseren van minimaal 2 trainingen voor professionals; minimaal 1 stadsdebat; minimaal 2 netwerkbijeenkomsten.
In de actieplannen is niet aangegeven of deze activiteiten éénmalig, of jaarlijks terugkerend zouden worden georganiseerd. We houden bij de beoordeling met beide interpretaties rekening. Ook is niet duidelijk wat wordt verstaan onder ‘netwerkbijeenkomsten’. In onderstaande tabel 2.3 is te zien welke activiteiten de gemeente Gouda in de periode 2018-2021 heeft georganiseerd op deze doelstelling.
Tabel 2.3 Georganiseerde activiteiten in 2018-2021 Jaar
Activiteiten binnen deze doelstelling
2019
•
Vier trainingssessies, verzorgd door het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR).
•
Eén stadsdebat met thema Onverdraagbaar gedrag in een democratie. Sprekers waren o.a. NCTV, experts op gebied van radicalisering en extremisme, en bestuurders van scholengemeenschappen van zowel islamitische en christelijke signatuur.
•
Contact met de islamitische gemeenschap en diverse keren een overleg tussen moskeebesturen en gemeentebestuur.
2020
2021
•
Geen trainingen
•
Geen stadsdebat
•
Geen netwerkbijeenkomsten.
•
Vijf trainingssessies door het ROR
In 2019 hebben verschillende activiteiten plaatsgevonden. In 2020 is het vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk gebleken de gewenste activiteiten te organiseren. In 2021 is tenminste een deel van de doelstelling behaald.
Resultaat: De doelstelling om minimaal twee trainingen, één stadsdebat en twee netwerkbijeenkomsten te organiseren is in 2019 gehaald. Het is niet duidelijk in hoeverre de bedoeling was om deze activiteiten in opvolgende jaren te herhalen. In 2020 is het niet gebeurd; in 2021 vonden vijf trainingssessies plaats, waarmee het doel deels werd behaald.
Doelstelling 2 Voorbereid zijn op terugkeerders uit strijdgebieden
In de periode 2011-2015 zijn er vanuit Gouda meerdere personen uitgereisd. De gemeente heeft als doel gesteld voorbereid te zijn op hun terugkeer. In de afgelopen jaren zijn er twee personen daadwerkelijk teruggekeerd.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
17
De gemeente heeft een Plan van Aanpak Terugkeerders opgesteld, waarin volgens een geïnterviewde professional onder meer afspraken met politie en justitie zijn vastgelegd, evenals afspraken rond huisvesting, zorg voor kinderen, en re-integratie. Naast het Plan van Aanpak heeft de gemeente zich voorbereid door onder meer contact te onderhouden met achtergebleven familieleden en afspraken te maken met het OM. De twee keer dat er terugkeerders waren, is het plan uitgevoerd, en dit werkte naar behoren. Wij kunnen geen uitspraak doen over de inhoudelijke kwaliteit of compleetheid van de voorbereiding, omdat er geen specifieke eisen of voorwaarden geformuleerd zijn en er geen inzage is in het opgestelde Plan van Aanpak.
Resultaat: De gemeente heeft zich voorbereid op terugkeerders, en bij de uitvoering bleek dat met deze voorbereiding goed gewerkt kon worden. Daarmee is de doelstelling behaald.
Doelstelling 3 Monitoren extremistische netwerken middels persoonsgerichte aanpak
Bij deze doelstelling is niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘monitoren’ en om welke extremistische netwerken het gaat. Daarnaast is onvoldoende duidelijk op welke manier het instrument persoonsgerichte aanpak (pga) hieraan bijdraagt en waarom juist de pga hiervoor gekozen is. De pga is als werkwijze niet ontwikkeld om te monitoren en biedt met haar persoonsgerichte insteek geen grondslag voor inzet op netwerken.
In de jaarrapportage 2019 is vermeld dat in de pga van de gemeente Gouda dat jaar 32 casussen zijn besproken. Volgens geïnterviewde professionals betreffen dit allen pga’s waarin de casuïstiek is geduid als radicaal en/of extremistisch. Het is niet bekend welke vormen van radicalisering of extremisme dit betreft. In een interview is aangegeven dat de gemeente inmiddels zicht heeft op 40 personen in CTER-context. Niet bekend is om wat voor soort radicalisering of extremisme het gaat, wat de doelstellingen en de doorstroom binnen de pga zijn, en welke partners erbij betrokken zijn.
Resultaat: Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar geformuleerd. We zetten vraagtekens bij de haalbaarheid en de beleidslogica van deze doelstelling.
Doelstelling 4 Tegengaan van polarisatie tussen diverse bevolkingsgroepen en individuen
Professionals van de gemeente geven in dit kader aan te willen inzetten op verbreding van de problematiek rond radicalisering en extremisme. Waar dit voorheen voornamelijk jihadisme betrof, wordt ook het belang van aandacht voor links-, en rechtsextremisme en anti-overheidsextremisme benoemd. In de Kadernota is aangekondigd dat de gemeente in 2019 de hoeveelheid aanhangers van extreemlinks en -rechts in beeld zou brengen. Dit heeft de gemeente gedaan in overleg met de politie. Hieruit bleek dat de omvang zich beperkte
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
18
tot twee casussen. Het valt op dat dit een groot verschil vormt met de 32 tot 40 casussen die binnen de pga worden besproken (zie vorige doelstelling).
Resultaat: Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar geformuleerd. Wel heeft de gemeente de toegezegde inzet (het in beeld brengen) uitgevoerd. We kunnen niet beoordelen in hoeverre dit bijdraagt aan behalen van het doel, namelijk het tegengaan van polarisatie.
2.3.2
Prioriteit: De stad en haar bestuur weerbaarder maken tegen ondermijning In deze paragraaf gaan we in op de doelstellingen die zijn geformuleerd onder de prioriteit ondermijning.
Doelstelling 1 Meer barrières opwerpen ter voorkoming van ondermijning door aanpak van knooppunten en inzet Bibob
De gemeente heeft met versterkingsgelden van RIEC geïnvesteerd op criminele families en horeca. Met name op horeca heeft de gemeente veel tijd geïnvesteerd, doordat het afhaal- en bezorgzaken vergunningplichtig heeft gemaakt waardoor een Bibob-toets kon worden afgenomen. Professionals geven aan dat de vergunningsverplichting voor de horeca in de APV veel tijd kostte. Dit was voorzien; de afdeling die zich bezighoudt met ondermijning heeft daarom bewust tijdelijk de prioriteit gelegd op horeca. Professionals benadrukken dat dit een tijdelijke noodzaak was: het Bibob-beleid was verouderd en is nu grotendeels op orde gebracht.
De evaluatie van de inzet van de wet Bibob is een apart onderdeel van deze evaluatie die we toelichten in hoofdstuk 3.4.
Resultaat: Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar geformuleerd en daarom niet kwantitatief te beoordelen. Kwalitatief blijkt uit interviews dat de Bibob veel meer wordt ingezet en dat is positief.
Doelstelling 2 Het schakelteam duidt op effectieve wijze de binnenkomende signalen De gemeente heeft een lokaal signaaloverleg waarin signalen van ondermijning integraal worden geduid. In 2019 ging het om ca. 40 signalen, in 2020 om 30 ondermijningscasussen – weliswaar minder, maar met zwaardere casuïstiek waar een grotere dreiging van uitging. In 2021 was het aantal signalen gelijk. Deze duiding lijkt dus haar vruchten af te werpen. Duiding gebeurt onder het convenant van het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC). Ook zijn er nog verbetermogelijkheden. In de praktijk klinkt dat de integraliteit nog niet op volle kracht is, voornamelijk omdat het RIEC niet altijd aansluit bij de signaaloverleggen. Dit zegt niet direct iets over de
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
19
effectiviteit van de duiding, maar werkt wel beperkend op de integraliteit. Daarnaast geven professionals van de gemeente aan dat er behoefte is aan meer kennis, ervaring en toegewijde gemeentelijke capaciteit voor de aanpak van de ondermijning.
Resultaat: Het signaaloverleg levert elk jaar een constante hoeveelheid resultaten op. Uit interviews blijkt dat er meerwaarde wordt ervaren van het schakelteam, maar ook dat verbetering mogelijk is op capaciteit, kennis en ervaring, en dat de integraliteit in de praktijk niet is gewaarborgd. Op basis van deze signalen concluderen we dat het potentieel nog niet volledig wordt benut.
Doelstelling 3 Het beperken van instroom en het bevorderen van uitstroom van leden van criminele netwerken
De cijfermatige resultaten van de inzet op criminele netwerken zijn nog niet overal beschikbaar. Echter, ook als deze wel beschikbaar zijn, is het, met het oog op veiligheid, onwenselijk om deze publiekelijk te rapporteren. Op basis van gesprekken met professionals zien we dat ook bij deze doelstelling geldt dat de tijdsinvestering voor de verstevigde aanpak van de horeca andere aandachtsgebieden van ondermijning tijdelijk heeft verminderd. Er is voor deze doelstelling echter altijd capaciteit en inzet gereserveerd gebleven. De gemeentelijke capaciteit is inmiddels weer breder inzetbaar. Voor effectieve inzet op deze en andere doelen, zoals criminele families en Outlaw Motor Gangs (OMG’s), is naast gemeentelijke inzet, ook politiecapaciteit nodig, en deze is verminderd. De gemeente en politie werken goed samen; er zijn echter voorbeelden waarin de gemeente niet altijd voldoende informatie krijgt van de politie, of pas na een langere tijd. De gemeente heeft deze informatie nodig om bestuurlijke maatregelen in te zetten.
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar geformuleerd. Wel constateren we op basis van de beschikbare informatie dat het niet aannemelijk is dat de gemeente het volledige potentieel (kan) benut(ten).
Doelstelling 4 Weerbaarheid van bestuur en organisatie tegen ondermijning versterken door o.a. training.
Om de weerbaarheid te vergroten heeft de gemeente aangegeven te werken volgens drie sporen: 1) goede informatiepositie; 2) kunnen doorpakken en 3) veilig en integer werken. Deze sporen zijn niet specifiek uitgewerkt in doelen of indicatoren. Om de informatiepositie te verbeteren is in 2019 door het RIEC gestart met het opstellen van een Gouds Ondermijningsbeeld. Ook is in 2019 extra ingezet op malafide horeca in Gouda, waarna in 2020 de APV is aangepast zodat ook afhaal- en bezorgzaken vergunningplichtig zijn onder de Wet Bibob. Het is onduidelijk op welke manieren er is ingezet op het spoor 2) kunnen doorpakken. Wel hebben professionals eerder aangegeven dat de ondermijningsaanpak wordt beperkt door uitdagingen rond capaciteit, kennis en ervaring, waardoor ze niet altijd ‘kunnen doorpakken’ (zie doelstelling 2+3). Wat betreft
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
20
spoor 3) veilig en integer werken, onderzoekt de gemeente momenteel of er een periodieke VOG-uitvraag kan komen voor alle gemeentelijke medewerkers – in plaats van de eenmalige uitvraag bij indiensttreding.
Resultaat: Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar geformuleerd. Uitgaande van de drie sporen en op basis van beschikbare informatie, constateren we dat het niet aannemelijk is dat de doelstelling is behaald.
Jaardoelstellingen en -indicatoren In aanvulling op de vier overkoepelende doelstellingen zijn in de jaarlijkse Actieplannen verschillende specifiek geformuleerde indicatoren vastgesteld. Deze indicatoren zijn veelal een directe beschrijving van output. Daarom geven we deze in een samengevat overzicht weer. We merken op dat niet al deze indicatoren concreet en meetbaar zijn geformuleerd, en dus niet altijd kwantitatief meetbaar zijn.
Tabel 2.4 Overzicht indicatoren Doelstelling of indicator
Actieplan
Resultaat
Doelstelling behaald?
Start meldpunt
2019
ondermijningssignalen
In 2019 is er een meldpunt ondermijningssignalen
Ja
opgezet. Details over bijvoorbeeld de inkleding of bekendmaking van dit meldpunt zijn niet bekend.
Bibob-toetsing van alle horeca-
2019
Zowel in 2019 als in 2020 is voor alle nieuwe horeca-
Ja
aanvragen
2020
aanvragen een Bibob-toets uitgevoerd.
Aantal ondermijningssignalen in
2019
In 2019: 40
het schakelteam
2020
In 2020: 30
Aantal Bibob-toetsingen
2021
47
N.v.t.
Aantal ondermijningsmeldingen
2021
Niet gerapporteerd
N.v.t./ onbekend
Aantal hit/no hit-meldingen
2021
Niet gerapporteerd
N.v.t./ onbekend
Aantal integrale controles
2021
10 (2x horeca, 5x overlastpand, 3x ondermijning)
N.v.t.
N.v.t.
meldpunt
2.3.3
Prioriteit: De woonoverlast en overlast door personen met verward gedrag aanpakken De aanpak van woonoverlast is geprioriteerd omdat er, mede als gevolg van de ambulantisering van de zorg, meer kwetsbare personen in wijken wonen. Ook draagt de toename van Oost-Europese migranten en (ervaren) toegenomen woonoverlast bij aan het belang van deze prioriteit.
Doelstelling 1, 2 en 3 • Er is een door alle ketenpartners afgestemde aanpak bij alle voorkomende extreme woonoverlast situaties • Het verminderen van recidive van overlastgevers door het bieden van de juiste zorg en begeleiding • De gemeente benut de maatregelen ter handhaving van de openbare orde en de APV
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
21
In 2019 zijn 42 gevallen van extreme (woon)overlast onderzocht. Volgens de jaarrapportage van dat jaar is door de inzet van zorg en begeleiding de recidive verminderd. Van de opvolgende jaren zijn geen vergelijkbare cijfers voorhanden. Het aantal meldingen woonoverlast is in 2020 toegenomen, grotendeels herleidbaar aan de coronacrisis (zie figuur 2.5 op de volgende pagina). De gemeente zet zichtbaar en actief in op gebiedsgericht werken en die werkwijze werpt volgens respondenten vruchten af. Wijken en buurten hebben een gebiedsregisseur die zich onder meer inzet voor het terugdringen van overlast. Dat gebeurt door korte lijnen tussen de gebiedsregisseur en bijvoorbeeld politie, stadstoezicht, jongerenwerk, wijkteam, et cetera. Een concreet voorbeeld is een locatie in Gouda Oost waar stichting Exodus een doorstroomhuis opende voor ex-gedetineerden om te werken aan re-integratie. De gebiedsregisseur spreekt daar tweemaandelijks met een groep bewoners, medewerkers van Exodus en Mozaïek Wonen (woningcorporatie). Dit is bevorderlijk geweest voor de integratie van het Exodushuis en verminderde de ervaren woonoverlast.
Om overlast tegen te gaan, zijn over de afgelopen jaren ook andere maatregelen genomen. Met name in Oost is er veel inzet gepleegd, die varieert van preventie en wijkversterking – waarbij het sociaal team en het Sportpunt een rol spelen – tot aan fysieke maatregelen zoals het plaatsen van hekken en poorten of de inzet van cameratoezicht. Ook heeft de politie enkele locaties geprioriteerd, waarbij er samenscholingsverboden werden gehandhaafd en sommige parkeerplaatsen zijn afgesloten. Bewoners die melding hebben gedaan van overlast zijn gesproken en geïnformeerd. Ook is er naar aanleiding van klachten rond opvanglocatie het Kompas een klankbordgroep met bewoners opgericht onder leiding van het Kompas, de politie en de gebiedsregisseur, waarin de aanpak van de overlast en de resultaten maandelijks worden besproken. Signalen (o.a. minder meldingen) wijzen erop dat de inzet effectief is.
Tot slot biedt de Wet Woonoverlast de burgemeester de mogelijkheid om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen. Het vergroot de wettelijke mogelijkheden die gemeenten hebben in de aanpak van woonoverlast.7 Deze wet is in Gouda vooralsnog niet toegepast. Een reden is contra-indicatie vanuit psychische problematiek, of afwikkeling door middel van gesprek en bemiddeling.
Resultaat: Door de coronacrisis fluctueert het aantal meldingen van woonoverlast sterk, wat effectmeting bemoeilijkt. Ook zijn de doelstellingen onvoldoende specifiek om te kunnen beoordelen. Op basis van de beschikbare informatie lijkt het erop dat de gebiedsgerichte aanpak effectief is. Ook is het aannemelijk dat het bieden van de juiste zorg en begeleiding recidive vermindert, maar dit is niet cijfermatig te onderbouwen. De gemeente benut niet alle beschikbare maatregelen, in het bijzonder niet van de Wet Woonoverlast, maar kiest daar weloverwogen voor.
Jaardoelstellingen en -indicatoren
7
Zie: Het CCV. 2021 Factsheet Werking van de Wet Aanpak Woonoverlast (Artikel 151d Gemeentewet). https://www.hetccvwoonoverlast.nl/doc/Factsheet-Wet-aanpak-woonoverlast-maart-2021.pdf. Laatst geraadpleegd 12 juni 2022.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
22
Naast bovenstaande doelstellingen zijn in de actieplannen van 2019-2022 de volgende doelstellingen en indicatoren vastgesteld: •
Voor iedere casus woonoverlast bij gemeente een plan van aanpak
•
Toename % geslaagde gesprekken buurtbemiddeling
•
Meldingen overlast door personen -5%
•
Meldingen burenruzie en conflictbemiddeling -5%
Figuur 2.5 Buurtbemiddeling en meldingen overlast
Buurtbemiddeling en meldingen overlast/burenruzie 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
887
924
657
693
659
113
120
135
2018
2019
2020
774 637 671
Aanmelding buurtbemiddeling
78
2021
Melding overlast door personen
Melding burenruzie/conflictbem.
Het is niet te zeggen of er voor elke casus woonoverlast bij de gemeente een plan van aanpak is opgesteld; de casuïstiek waarvoor geen plan van aanpak is opgesteld wordt namelijk niet gerapporteerd en is daarmee onbekend. Wel kunnen we kijken naar het aantal aanmeldingen bij buurtbemiddeling en hoe dat zich verhoudt tot het totale aantal meldingen van overlast door personen en van burenruzie/conflictbemiddeling. We zien dat de meldingen van overlast door personen tussen 2018 en 2021 elk jaar is gestegen: een stijging van in totaal 45%. Het aantal meldingen burenruzie/conflictbemiddeling is min of meer gelijk gebleven. In 2021 daalde dit type meldingen weliswaar met 5% ten opzichte van voorgaand jaar, maar dat zou ook te wijten kunnen zijn aan de stijging in 2020 (eveneens 5%). De hoeveelheid door buurtbemiddeling in behandeling genomen aanmeldingen is, na een stijging in 2019 en 2020, met 43% scherp gedaald in 2021. Het oplossingspercentage (niet weergegeven in de figuur) blijft gelijk met elk jaar tussen de 77% en 79%. \ Resultaat: Het ontbreekt aan de vereiste data om te beoordelen of iedere casus woonoverlast een plan van aanpak heeft. De andere doelstellingen zijn niet gehaald. Daarbij moet worden aangetekend dat we hiermee niet concluderen dat de aanpak van de gemeente en buurtbemiddeling niet effectief is. Externe factoren (m.n.
de coronacrisis) hebben waarschijnlijk sterke invloed gehad op de sterke stijging van het aantal meldingen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
23
2.3.4
Prioriteit: Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families In het Actieplan 2022 is de prioriteit Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families toegevoegd aan de drie andere prioriteiten. Er zijn geen doelen geformuleerd op deze nieuwe prioriteit. Wel zijn in de actieplannen twee indicatoren opgesteld: het aantal sluitingen van drugspanden, en het aantal lasten onder dwangsom. Hiervan zijn ten tijde van schrijven van dit rapport in Q2 2022 nog geen resultaten bekend. Gouda zet in op het opstellen van samenwerkingsafspraken met de verschillende betrokken domeinen, het uitwerken van een bestuurlijk instrumentarium en het inzichtelijk maken van de toename van meldingen met betrekking tot overlast.
2.4
Conclusie De gemeente Gouda heeft een groot aantal beleidsdoelstellingen, jaardoelstellingen en indicatoren opgesteld. Een deel daarvan is te beoordelen aan de hand van een specifieke norm; andere zijn kwalitatief en/of richtinggevend.
2.4.1
Per prioriteit Prioriteit: Jeugdcriminaliteit en woninginbraken Op jeugdcriminaliteit- en overlast algemeen, woninginbraken en drugscriminaliteit zijn de (vroege) effecten van de aanpakken zichtbaar. Vooral op de overgang van de Top60 naar de TopX en de intensivering van de aanpak op drugscriminaliteit lijken de eerste successen te worden geboekt – in komende jaren zal blijken hoe dit zich verder ontwikkelt. De effectiviteit van de aanpak van woninginbraken is nog matig meetbaar door corona-effecten. Winst is er te behalen op de aanpak van radicalisering en extremisme. De pga dient te worden gebruikt op heldere grondslag en met concrete doelen, inclusief criteria voor afschaling. Het monitoren of in kaart brengen van extremistische netwerken past daar in beginsel niet bij. De aanpak is verder van belang om te actualiseren, nu Cter-casuïstiek verbreedt van jihadisme en terugkeerders naar andere vormen. Overkoepelend kan in de aanpak van jeugdcriminaliteit en -overlast de integrale samenwerking tussen veiligheid en het sociaal domein nog verder worden versterkt.
Prioriteit: De stad en haar bestuur weerbaarder maken De meest in het oog springende ontwikkeling in dit thema is de verbreding van de Bibob-toetsing binnen de horeca naar bezorg- en afhaalzaken. Met deze verbreding is een groot deel van de toegang tot de potentiële witwasmarkt bemoeilijkt. Het is van belang om, nu deze grote inhaalslag is gerealiseerd, oog te blijven hebben voor andere vormen en aandachtsgebieden van ondermijning.
Prioriteit: De woonoverlast en overlast door personen met verward gedrag aanpakken
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
24
Onder meer gebiedsregisseurs worden ingezet op vermindering van woonoverlast. Buurtbemiddeling is een ander belangrijk middel. Door de coronacrisis is het aantal meldingen van woonoverlast flink gestegen en zijn de effecten van de inzet nog niet goed meetbaar. Wel valt op dat het aantal aanmeldingen bij buurtbemiddeling achterblijft bij de stijging van het aantal meldingen van woonoverlast.
Prioriteit: Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families Deze prioriteit is toegevoegd in het Actieplan 2022, zonder jaardoelstellingen. Er zijn nog geen resultaten van bekend.
2.4.2
Schematische weergave doelstellingen Doelstelling Kadernota 2015-2018
Specifiek
Behaald
Behaald in
Behaald in
toetsbare
in 2019?
2020?
2021?
doelstelling? Prioriteit 1: Jeugdcriminaliteit en woninginbraken; drugsproblemen en radicalisering Jeugdcriminaliteit en -overlast (algemeen)
1.
Ja
Nee
Nee
Ja
Recidivisten binnen de TopX
Deels, wegens
Nee
-
-
<50%
tussentijdse overgang
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
De doelstellingen zijn niet concreet en meetbaar
Jaarlijkse afname van meldingen jeugdoverlast van 10%
2.
Top60 > TopX
3.
Preventieve inzet op risicojongeren door inzet Preventief Interventie Team (PIT)
4.
Veiligheidsdomein en zorgdomein werken samen waar
geformuleerd en kunnen daarom niet worden beoordeeld
nodig volgens het principe 1g1p1i
op doelbereik. Uit input van professionals blijkt dat de doelen, ondanks de gepleegde inzet, in de praktijk nog niet zijn behaald.
5.
Informatiedeling over signaleren
Nee
Op basis van input van professionals concluderen we dat dit doel niet is behaald.
risicogedrag jeugd is op orde Woninginbraken
1.
Woninginbraken verminderen
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Deels
Deze doelstelling is behaald. We duiden daarmee de
met 10% per jaar vanaf 2018
2.
Het aantal pogingen stijgt t.o.v. het aantal voltooide inbraken
Drugscriminaliteit
1.
Ontwikkelen plan van aanpak op drugshandel
verstevigde aanpak van drugscriminaliteit als een plan van aanpak op drugshandel. Daarmee is nog geen specifiek oordeel geformuleerd over de effectiviteit van deze aanpak.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
25
2.
Horeca: ja
Horeca: nee
sluitingen op basis van art. 13b
Woningen: ja
Woningen: nee
Opiumwet
Best. waarsch.: nee
Best. waarsch.: nee
LoD: ja
LoD: ja
Nee
Nee
Toename waarschuwingen en
Ja
-
Radicalisering
1.
Het organiseren van minimaal 2
Ja
Ja
Nee
Deze doelstelling is onvoldoende specifiek geformuleerd
trainingen voor professionals; minimaal 1 stadsdebat; minimaal 2 netwerkbijeenkomsten
2.
Voorbereid zijn op terugkeerders
om een uitspraak te doen over de mate waarin deze is
uit strijdgebieden
behaald.
3.
4.
Monitoren extremistische
Nee
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar
netwerken middels
geformuleerd. We zetten vraagtekens bij de haalbaarheid
persoonsgerichte aanpak
en de beleidslogica van deze doelstelling.
Tegengaan van polarisatie tussen
Nee
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar
diverse bevolkingsgroepen en
geformuleerd. Wel heeft de gemeente de toegezegde
individuen
inzet (het in beeld brengen) uitgevoerd. We kunnen niet beoordelen in hoeverre dit bijdraagt aan behalen van het doel, namelijk het tegengaan van polarisatie.
Prioriteit 2: de stad en haar bestuur weerbaarder maken tegen ondermijning 5.
6.
Meer barrières opwerpen ter
Nee
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar
voorkoming van ondermijning
geformuleerd en daarom niet kwantitatief te beoordelen.
door aanpak van knooppunten en
Kwalitatief blijkt uit interviews dat de Bibob veel meer
inzet Bibob
wordt ingezet en dat is positief.
Het schakelteam duidt op
Nee
Het signaaloverleg levert elk jaar een constante
effectieve wijze de
hoeveelheid resultaten op. Uit interviews blijkt dat er
binnenkomende signalen.
meerwaarde wordt ervaren van het schakelteam, maar ook dat verbetering mogelijk is op capaciteit, kennis en ervaring, en dat de integraliteit in de praktijk niet is gewaarborgd. Op basis van deze signalen concluderen we dat het potentieel nog niet volledig wordt benut.
7.
Het beperken van instroom en het
Nee
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar
bevorderen van uitstroom van
geformuleerd. Wel constateren we op basis van de
leden van criminele netwerken
beschikbare informatie dat het niet aannemelijk is dat de gemeente het volledige potentieel (kan) benut(ten).
8.
Weerbaarheid van bestuur en
Nee
Deze doelstelling is niet concreet en meetbaar
organisatie tegen ondermijning
geformuleerd. Uitgaande van de drie sporen en op basis
versterken door o.a. training
van beschikbare informatie, constateren we dat het niet aannemelijk is dat de doelstelling is behaald.
Diverse jaardoelstellingen en indicatoren: zie tabel 2.4.
Prioriteit 3: de woonoverlast en overlast door personen met verward gedrag aanpakken 9.
Er is een door alle ketenpartners afgestemde aanpak bij alle
DSP-groep
Nee
Door de coronacrisis fluctueert het aantal meldingen van woonoverlast sterk, wat effectmeting bemoeilijkt. Ook
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
26
voorkomende extreme
zijn de doelstellingen onvoldoende specifiek om te
woonoverlastsituaties
kunnen beoordelen. Op basis van de beschikbare
10. Het verminderen van recidive van
informatie lijkt het erop dat de gebiedsgerichte aanpak
overlastgeversdoor het bieden
effectief is. Ook is het aannemelijk dat het bieden van de
van de juiste zorg en begeleiding
juiste zorg en begeleiding recidive vermindert, maar dit is
11. De gemeente benut de maatregelen ter handhaving van de openbare orde en de APV
niet cijfermatig te onderbouwen. De gemeente benut niet alle beschikbare maatregelen, in het bijzonder niet van de Wet Woonoverlast, maar kiest daar weloverwogen voor.
Diverse jaardoelstellingen en -indicatoren: zie paragraaf 2.3.3 en figuur 2.5.
Prioriteit 4: Drugscriminaliteit: aanpak van netwerken en criminele families Geen doelen geformuleerd.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
27
3
Evaluatie maatregelen In overleg met de gemeente Gouda zijn vier maatregelen geselecteerd die we nader hebben geëvalueerd. Per maatregel hebben we een beknopte plan- en procesevaluatie uitgevoerd op basis van documentonderzoek en interviews.
Toetsen van beleidslogica Dit betekent dat we hebben gekeken naar de onderliggende beleidslogica en die hebben getoetst en beoordeeld: voldoet deze aan de (rand)voorwaarden voor een effectieve maatregel? Om te toetsen of de onderliggende logica van de vier maatregelen hout snijdt, raadplegen we literatuur. Uit literatuur kunnen we aangeven welk type maatregelen volgens de wetenschap effectief of veelbelovend is in de strijd tegen criminaliteit en overlast. Hiervoor gebruiken we drie gezaghebbende Nederlandse synthesestudies8. Deze studies richten zich op sociale veiligheid, leefbaarheid, en politie/justitie.
Uitvoeren volgens plan In een groepsinterview hebben we gevraagd in hoeverre de werkwijze in de praktijk worden uitgevoerd. Gebeurt dit volgens het plan? Waar wijkt dit af, waarom, en welke knelpunten worden in de praktijk ervaren? Op basis hiervan geven we aan in hoeverre verwacht kan worden dat de genoemde maatregel in de praktijk effectief is.
Vier maatregelen De vier geëvalueerde maatregelen zijn:
3.1
1.
De TopX-aanpak
2.
Het Risicojongerenoverleg
3.
De Last onder Dwangsom
4.
Bibob-toets
TopX De TopX-aanpak is een integrale persoonsgerichte aanpak (pga), gericht op jongeren van 17 tot 27 jaar die binnen een halfjaar (minimaal) 5x in beeld zijn geweest bij de politie. Doel van de aanpak is het verminderen van recidive. Het uitgangspunt is dat door integrale samenwerking met verschillende partners, er snel en gericht gepaste interventies kunnen worden ingezet in een combinatie van straf en zorg. Hiermee wordt beoogd de jongere meer grip en perspectief te bieden en daardoor de recidivekans te verkleinen.
8 Noije, L. V., & Wittebrood, K. (2008). Sociale veiligheid ontsleuteld.; Lub, V. (2013). Schoon, heel en werkzaam?: een wetenschappelijke
beoordeling van sociale interventies op het terrein van buurtleefbaarheid. Boom Lemma uitgevers.; B. de Koning (2013) De veiligheidsmythe: over politie, justitie en misdaad in Nederland, Uitgeverij Balans, Amsterdam.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
28
3.1.1
De TopX op papier De TopX-aanpak in Gouda bestaat vanaf 1 juli 2020. Daarvóór werkte Gouda met de Top-60 aanpak. De TopXaanpak bestaat niet uit een vast aantal jongeren. De Top60-lijst was vrij lang en er was weinig doorstroom. De gedachte was dat met een kortere lijst betere casusregie gevoerd kon worden, met meer resultaten. De nieuwe aanpak richt zich bovendien niet voornamelijk op plegers van specifiek HIC-feiten,9 maar op alle delicten, waaronder drugscriminaliteit en geweld.
Samenstelling en rollen De TopX-aanpak wordt uitgevoerd in het Zorg- en Veiligheidshuis. Vaste partners zijn gemeente, politie, reclassering en verschillende zorgaanbieders. Het Zorg- en Veiligheidshuis is verantwoordelijk voor de procesregie en per casus wordt één van de casuspartijen aangewezen als casusregisseur. De casusregisseur is tevens de primaire begeleider van de jongere. Het doel waaraan binnen de aanpak per jongere wordt gewerkt, wordt opgesteld door de procesregisseur in afstemming met voor die specifieke casus relevante casuspartijen, zoals de politie.
Criteria, selectie en aanmelding Voor de TopX worden twee selectiecriteria gehanteerd: •
Jongere is tussen de 17 en 27 jaar, en
•
Is in een half jaar tijd vijf keer in beeld geweest bij de politie.10
Instroom Halfjaarlijks draait de politie een lijst uit van personen die aan deze criteria voldoen. De politie deelt deze lijst met de procesregisseur. Selectie van jongeren gebeurt in de eerste plaats op basis van de harde criteria (leeftijd en gepleegde delicten in bepaald tijdsbestek), waarna wordt gewogen of de aanpak past en wat de aard van de delicten zijn. Per casus wordt dus een inschatting gemaakt of een persoon baat heeft bij een persoonsgerichte aanpak en wat de verwachte te bereiken doelen zijn. Dit criterium kan ook inhouden dat er zorgen zijn dat de persoon in kwestie niet onder een andere aanpak valt en, in combinatie met bepaalde risicofactoren, kwetsbaar is voor verder afglijden en/of escalatie.
Uitstroom Personen op de lijst stromen uit als sprake is van vermindering van recidive en als zij hoger scoren op de zelfredzaamheidsmatrix. Dit is een instrument dat wordt gebruikt om te meten hoe zelfredzaam iemand is, in hoeverre van iemand kan worden verwacht volledig te participeren in de samenleving, en hoe kwetsbaar deze
9 High Impact Crimes is een verzamelnaam voor delicten als woninginbraak, overvallen, straatroof en geweldsmisdrijven. 10
Hierbij wordt gekeken naar de context: als een persoon binnen één nacht al vijf keer met de politie in aanraking komt, wordt die persoon niet meteen als TopX aangemerkt.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
29
is wederom te vervallen in delictgedrag. Deze matrix is niet leidend, maatwerk wel: uitstroom gebeurt in overleg met andere casuspartners. Een jongere wordt na uitstroom nog een halfjaar gemonitord.
3.1.2
De TopX in de praktijk De TopX is een opvolger van de Top60 en daarin worden de lessen toegepast die men tijdens de Top60 heeft geleerd. De aanpak is vormgegeven vanuit die praktijklessen, waardoor het verschil tussen theorie en praktijk klein is. Proces- en casusregie worden ingevuld zoals beoogd, en ook de selectie van cliënten vindt plaats zoals beschreven. Respondenten benadrukken dat in de praktijk maatwerk voorop staat.
Wat gaat er goed? Zichtbare resultaten In de korte tijd dat de TopX draait, heeft men al meerdere doorbraken geforceerd en zichtbare resultaten gerealiseerd; denk hierbij aan het uitstromen van TopX’ers naar een eigen woning. In complexe casuïstiek is dat volgens de respondenten een direct resultaat van intensieve casusregie die de TopX-aanpak mogelijk maakt. Naast ‘grote’ resultaten geven respondenten aan dat in een casus de meest succesvolle resultaten soms ogenschijnlijk erg klein lijken, en daarom moeilijk te vatten zijn in cijfers of verantwoordingen, maar die voor de jongere zelf erg belangrijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn contactherstel met een positief familielid, het aanschaffen van een ID-kaart, of het voeren van een bepaald gesprek met een hulpverlener.
Samenwerking in de praktijk De TopX-aanpak kent een werkstructuur waarbinnen partijen zonder een overkoepelende hiërarchische aansturing verantwoordelijk zijn voor een gemeenschappelijk opgave. Een dergelijke projectstructuur brengt vanuit organisatorisch perspectief enkele uitdagingen op het terrein van samenwerking met zich mee. Op basis van wetenschappelijke literatuur 11 over samenwerking tussen organisaties in de publieke sector komt een aantal kwaliteitsaspecten naar voren die bepalend zijn voor het succes van de gemeenschappelijke opgave:
Tabel 3.1. Kwaliteitscriteria samenwerking Kwaliteitscriteria samenwerking Het samenwerkingsverband De juiste kernpartners werken samen om de doelen te bereiken. Er zijn goede samenwerkingsrelaties met de andere partners die betrokken zijn. Samenwerkingsafspraken Er is overeenstemming over de doelen, de doelgroep en de beoogde resultaten met de samenwerking. Er zijn heldere afspraken gemaakt over taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en overlegstructuur binnen de samenwerking.
11 Zie onder meer: Provan, K.G., Kenis, P. (2007). Journal of Public Administration and theory, 229-252. Van Delden, P. (2009).
Samenwerking in de publieke dienstverlening. Ontwikkelingsverloop en resultaten. Delft/Zutphen: Eburon. Luna-Reyes L.F & Andersen, D.F. (2007). Towards a Theory of Interorganizational Collaboration: Generic structures of Cross-Boundary Requirement Analysis. Gray, B. (1985). Conditions facilitating Interorganizational Collaboration. Human Relations, Vol 38 no 10, 911-936. Kenis (2011). Samenwerking in theorie. In: Van Leeuwen et al. Tussen institutioneel aanbod en organische vraag. Almere/Baambrugge: De Jeugdzaak.
DSP-groep
RAPPORT ─ Evaluatie Kadernota Integrale Veiligheid Gouda 2019-2022 en advies prioriteiten 2023-2026
30
Samenwerkingscultuur Samenwerkingspartners hebben een gevoel van urgentie. Samenwerkingspartners investeren duurzaam in de samenwerkingsrelatie. Samenwerkingspartners hebben vertrouwen in elkaar. Regie en continuïteit De sturing en coördinatie van de samenwerking is belegd en gewaarborgd. De sturing en coördinatie zijn gericht op het faciliteren en versterken van de samenwerking. Informatie-uitwisseling De informatie-uitwisseling tussen de samenwerkingspartners is praktisch geregeld en niet in strijd met privacywetgeving.12 Bij het inrichten van de werkprocessen is expliciet aandacht besteed aan het beperken van administratieve last en vergadertijd van professionals.
Gouda voldoet grotendeels aan deze genoemde criteria. Respondenten geven aan dat casuspartners en zorgaanbieders erg betrokken zijn en onder de professionals leeft het gevoel grip te hebben op de groep en te weten wie ze zijn, waar hun behoeften en kwetsbaarheden liggen, en hoe daarop te handelen. Partners geven aan in de casuïstiek goed samen te werken en gezamenlijk gedeelde prioriteiten te stellen op de doelgroep. Er zijn echter ook enkele aandachtspunten om rekening mee te houden.