3e versie Jaarstukken 2020 7 juli 2021.pdf
Tekst van het document
Precariobelasting De opbrengst precariobelasting is € 75.000 lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat er minder aanslagen zijn opgelegd voor standplaatsen, markt en bouwplaatsen. Hondenbelasting De hondenbelasting is een algemene heffing voor de houder van een hond. De opbrengst hondenbelasting is 2% hoger dan de raming. Jaarlijks vindt er een hondenbelastingcontrole plaats. Het aantal aanmeldingen in 2020 ligt hoger dan in 2019. Er zijn diverse inwoners die er als gevolg van corona voor hebben gekozen om een hond in huis te nemen.
84
Jaarstukken 2020
Havengelden Ook de havengelden laten een minder opbrengst zien als gevolg van de corona-maatregelen. Een groot aantal passagiersschepen die normaal gesproken de haven van Gouda betreden, is niet geweest en de recreatievaart was ook minimaal. Leges De opbrengsten van de burgerzakenleges zijn lager dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat er minder reisdocumenten, rijbewijzen en verklaring omtrengt gedrag zijn afgegeven. Er zijn meer bouwprojecten vergund dan begroot. Met name in Westergouwe. Daarnaast is door het toegenomen aantal verstrekte vergunningen, inclusief welstandstoets, ook een voordeel gerealiseerd op de inkomsten welstandsleges. Parkeerbelastingen Bij de 2e begrotingswijziging 2020 is rekening gehouden met achterblijvende parkeeropbrengsten als gevolg van de corona-maatregelen. De opbrengsten blijken eind 2020 echter minder achter te blijven. Hierdoor is de opbrengst € 559.000 (19%) hoger dan begroot. Kwijtschelding In Gouda komen de volgende heffingen in aanmerking voor kwijtschelding: onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffng. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm (=wettelijk maximum). Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75 mogelijk. In het kalenderjaar 2020 is een bedrag van € 1.621.000 kwijtgescholden. Dit is € 153.000 meer dan begroot.
Hiervan had € 1.560.000 betrekking op het belastingjaar 2020 en € 61.000 op voorliggende belastingjaren. In de drie daaraan voorafgaande kalenderjaren bedroeg de kwijtschelding als volgt: € 1.514.000 (2017); € 1.620.000 (2018); € 1.510.000 (2019). In het onderstaande overzicht zijn alle kwijtscheldingsverzoeken over 2020, die in 2020 zijn binnengekomen en eventueel al zijn afgehandeld, opgenomen. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Aantal 2020
Bedrag 2020
Aantal 2019
Bedrag 2019
(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen
2.808
1.584
2.912
1.469
Afgewezen
675
0
649
0
In behandeling
44
1
33
0
3.527
1.585
3.594
1.469
Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken
Bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen Per 1 januari 2020 waren er bij de BSGR met betrekking tot Gouda nog 124 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen in behandeling. In 2020 zijn er 1.056 nieuwe bezwaarschriften bijgekomen. Het aantal nog af te handelen bezwaarschriften per 31 december 2020 bedroeg 20.
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder; 2. Overzicht lokale heffingen. ad 1. Overzicht woonlasten (lokale lastendruk) eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel hieronder is de lastendruk in Gouda in het jaar 2020 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers 2019 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden. Voor de berekening van de OZB 2020 is uitgegaan van € 222.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda per 1 januari 2019 (bron: waarderingskamer)). De gemiddelde WOZ-waarde voor 2019 is € 206.000. Omschrijving
2020
2019
eigenaar/gebruiker huurder OZB eigenaar
223,11
Afvalstoffenheffing
302,00
Rioolheffing eigenaar
270,00
Rioolheffing gebruiker Totaal
eigenaar/gebruiker huurder 222,70 302,00
284,00
284,00
244,35
264,30
264,30
243,80
243,80
1.059,41
566,30
994,85
527,80
Jaarstukken 2020
85
ad 2. Overzicht lokale heffingen Belasting (bedragen * € 1.000)
Opbrengst 2019
Opbrengst Opbrengst 2020 2020 begroting rekening na wijziging
Kwijtschelding Kwijtschelding Tarieven begroot 2020 rekening 2020 2020
Belastingen en heffingen OZB-eigenaren woningen
7.086
7.154
7.412
7
2
0,1005%
OZB-eigenaren niet-woningen
4.643
4.442
4.730
3
0
0,3219%
OZB-gebruikers niet-woningen
3.087
3.132
3.048
0
0
0,2567%
Afvalstoffenheffing
8.151
9.195
9.547
775
857
302,00
Rioolheffing eigenaren
8.548
9.350
9.455
683
762
270,00
rioolheffing gebruikers
8.812
9.075
9.775
0
0
264,30
Totaal Belastingen en heffingen
40.327
42.348
43.967
1.468
1.621
Overige belastingen Hondenbelasting
248
246
251
0
0
76,70
Parkeerbelastingen
4.117
2.876
3.435
0
0
diverse
Toeristenbelasting
146
0
15
0
0
0
Precariobelasting
2.283
2.179
2.103
0
0
diverse
Totaal Overige belastingen
6.794
5.301
5.804
0
0
Overige rechten Leges burgerzaken
1.076
877
793
0
0
diverse
Leges bouwvergunningen
2.031
2.070
2.581
0
0
diverse
Marktgelden
128
127
117
0
0
diverse
Havengelden
94
105
74
0
0
diverse
Staangelden
48
69
50
0
0
diverse
Totaal Overige rechten
3.377
3.248
3.615
-
-
Totaal Lokale heffingen
50.498
50.897
53.386
1.468
1.621
NB: Het tarief voor afvalstoffenheffing is als volgt opgebouwd: Vast tarief (€ 257,00) + (Variabel tarief 140 liter container (€ 1,50) x Gemiddeld aantal inzamelingen (50) Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks brengt het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden van de Universteit van Groningen) de atlas van de lokale lasten uit. Deze atlas bevat een overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Hoewel het COELO rekent met andere waarden voor het bepalen van de woonlasten (bijv. afwijkende gemiddelde waarde van een woning en een gemiddelde OZB-aanslag), geeft deze atlas een inzicht in de positie van Gouda met de omliggende gemeenten. Gouda staat op plaats 8 van duurste gemeenten voor wat betreft de woonlasten van een eigenaar van een woning (Coelo 2020 P71). In vergelijking met Bodegraven-Reeuwijk betaalt een eigenaar € 11 minder aan woonlasten. Ten opzichte van Alphen aan den Rijn betaalt een eigenaar van een woning € 270 meer aan woonlasten. Voor wat betreft huurders van een woning staat Gouda op plaats 28 van duurste gemeenten. De netto woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bedragen in Gouda € 1.083 (COELO 2020 p. 75). Netto woonlasten zijn de woonlasten gecorrigeerd voor de lagere algemene uitkering (AU). Gemeenten met een hogere gemiddelde OZBwaarde ontvangen namelijk minder uit de AU.
Om dit te compenseren heffen zij doorgaans meer OZB. Deze extra OZB, die het directe gevolg is van een lagere AU, kan per gemeente berekend worden en kan worden afgetrokken van de OZB (COELO, 2020, p. 75). Voor de netto woonlasten is Gouda nummer 2 in Nederland. Alleen Bloemendaal is duurder. Voor de bruto woonlasten is Gouda zoals hierboven aangegeven nummer 8 in Nederland (COELO, 2020, p. 75).
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In deze paragraaf is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2020 inzichtelijk gemaakt. Leges Per titel en per hoofdstuk wordt onderstaand, gebaseerd op de realisatie 2020, de kostendekkendheid van de legesgerelateerde tarieven aangegeven. De afzonderlijke onderdelen van de legesverordening mogen per titel en per hoofdstuk een kostendekkendheid hebben van meer dan 100%. De legesverordening mag in zijn geheel op begrotingsbasis niet boven de 100% kostendekkendheid uit komen. In de realisatie treden afwijkingen op.
86
Jaarstukken 2020
Titel 1 Algemene dienstverlening - Realisatie 2020 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Lasten Overhead BCF BTW taakvelden
Totale lasten
Baten leges
Totale baten
Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand
270
17
3
290
124
124
42,6%
1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart
555
35
7
597
220
220
36,9%
1.3 Rijbewijzen
313
20
13
346
296
296
85,6%
1.4 Verstrekking Basisreg Personen
420
26
2
449
29
29
6,3%
1.5 Publiekszaken ov
215
14
1
230
130
130
56,5%
1.7 Gemeentearchief
1
0
0
2
0
0
16,8%
1.9 Geluidshinder
1
0
0
1
0
0
35,5%
1.11 Huisvestingswet
20
1
0
21
0
0
0,0%
1.13 Verkeer en Vervoer
89
6
19
113
39
39
34,7%
1.14 Leegstandswet
1
0
0
1
0
0
0,0%
1.16 Kansspelen
2
0
0
2
1
1
49,4%
1.17 Telecommunicatie
51
3
0
55
49
49
90,6%
1.18 Diversen
55
3
0
58
48
48
82,5%
Totaal titel 1
1.994
126
45
2.165
937
937
43,3%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving (FLO)/Omgevingsvergunning - Realisatie 2020 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Lasten Overhead BCF BTW Totale Baten leges Totale Kostentaakvelden lasten baten dekkendheid Totaal titel 2
1.633
1.633
1.633
1.633
1.633
1.633
111,5%
De lasten en baten binnen titel 2 (fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) worden niet op hoofdstukniveau begroot maar op titelniveau. Het totaal van titel 2 heeft daarom betrekking op de totalen van hoofdstuk 2.1 tot en met hoofdstuk 2.10. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn - Realisatie 2020 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Lasten Overhead BCF BTW Totale Baten leges taakvelden lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
3.1 Horeca
95
6
0
101
4
4
4,5%
3.2 Organiseren evenementen of markten
119
7
0
126
1
1
1,0%
3.3 Prostitutiebedrijven
2
0
0
3
1
1
31,5%
3.4 Winkeltijdenwet
2
0
0
3
0
0
10,5%
3.6 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
0
0
0
0
0
0
0,0%
218
14
0
232
7
7
3,0%
Lasten taakvelden
Overhead
BCF BTW
Totaal titel 3 Recapitulatie (bedragen * € 1.000) Titel
Totale lasten
Baten leges
Totale baten
Kostendekkendheid
Titel 1 - Algemene Dienstverlening
1.994
126
45
2.165
937
937
43,3%
Titel 2 - FLO - Omgevingsvergunning
1.633
1.633
1.633
1.633
1.633
1.633
111,5%
Titel 3 - Europese Dienstenrichtlijn
218
14
0
232
7
7
3,0%
Voor de berekening van de kostendekkendheid van de legestarieven uit de legesverordening worden aan de kostenkant alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan, betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, maar ook aan automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. Aan de batenkant worden de werkelijke inkomsten in 2020 in beeld gebracht. Wanneer de baten worden afgezet tegen de lasten, resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% impliceert dat de geraamde lasten de geraamde baten overschrijden.
Jaarstukken 2020
87
De afzonderlijke onderdelen van de legesverordening mogen per titel en per hoofdstuk een kostendekkendheid hebben van meer dan 100%. Titel 3 heeft een kostendekkendheid van meer dan 100%. De legesverordening mag echter in zijn geheel niet boven de 100% uitkomen. De kostendekkendheid van de totale legesverordening is 75%. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2020 Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2020 is 100% kostendekking. Uiteindelijk is in 2020 een dekking van 97,5% gerealiseerd. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Rekening 2020
Kosten taakveld afval
8.997
Inkomsten excl. heffingen
1.772
Netto kosten
7.225
Toe te rekenen kosten: Overhead Kwijtschelding
235 857
Compensabele btw
1.802
Totaal kosten
10.119
Opbrengst afvalstoffenheffing
9.869
Dekking
97,5%
Kostenonderbouwing rioolheffing 2020 Bij riolering realiseert de gemeente 100,0% kostendekking. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Kosten taakveld riolering inkomsten excl. heffingen Netto kosten
Rekening 2020 17.011 17 16.995
Toe te rekenen kosten: Overhead Kwijtschelding
263 762
Compensabele btw
1.219
Totaal kosten
19.239
Opbrengst rioolheffing
19.240
Dekking
100,0%
88
Jaarstukken 2020
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).
4.2.2 Belangrijkste conclusies De ratio van de weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2020 2,0. Dit betekent dat het weerstandsvermogen de kwalificatie “ruim voldoende” krijgt om de gevolgen van het optreden van risico’s financieel op te vangen. De Goudse schuldquote wordt door de VNG als neutraal (onder de norm van 130%) bestempeld. De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten meerjarig volledig worden gedekt door structurele baten. De woonlasten zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde aan de hoge kant. Dat geldt niet voor de OZB voor woningen: hier hanteert Gouda een relatief laag tarief.
4.2.3 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. De weerstandscapaciteit wordt doorgaans uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandsratio = beschikbaar weerstandsvermogen : benodigd weerstandsvermogen
4.2.3.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve, de reserve sociaal domein en het saldo van mutaties in de exploitatiesfeer, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve of de reserve sociaal domein. De ontwikkeling van het beschikbaar weerstandsvermogen fluctueert met de jaarlijkse inkomsten en uitgaven van de gemeente Gouda. Het traceren van het beschikbaar weerstandsvermogen is begin 2019 aangescherpt, opdat een beter beeld wordt verkregen van dit beschikbaar weerstandsvermogen. Dit beleid is ook in 2020 gecontinueerd. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare weerstandsvermogen in 2020 weergegeven. Aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2020
2019
Algemene reserve (31/12)
26.644
23.617
Reserve sociaal domein (31/12)
1.807
5.666
Verwacht resultaat na 3e begr.wijz. 2020
-694
750
27.758
30.033
Stand voor resultaatbestemming Wijziging vanuit resultaatbestemming
10.597
1.021
Beschikbaar weerstandsvermogen
38.355
31.054
De startpositie per 1 januari 2020 correspondeert met de jaarstukken 2019, na verwerking van de besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat 2019. Voor 2020 is nog geen rekening gehouden met de voorgestelde besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat, aangezien dit besluit pas genomen wordt bij de vaststelling van het rekeningresultaat. Uiteindelijk leidt dit tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 28.451.000 ultimo 2020.
Jaarstukken 2020
89
4.2.3.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaand tabel worden de risico’s met de grootste financiële impact toegelicht. Risico categorie
Sub aanduiding
Toelichting
Grondexploitaties Bouwplannen en projecten
Westergouwe
In september 2018 heeft de raad fase drie toegevoegd aan fase een en twee. Inmiddels is fase 1 gereed. In fase 2 is een aanzienlijk deel van de woningen opgeleverd en wordt het openbaar gebied ingericht. De risico’s voor fase twee nemen in hoog tempo af. Voor fase 3 is in 2020 het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan vastgesteld, waardoor de contouren van de planinhoud vaststaan. Met uitzondering van de grondverbetering en het bouwrijp maken moeten de meeste kosten voor WG-3 nog worden gerealiseerd. De voorbereidingen voor de verkoop van gronden aan ontwikkelde partijen is inmiddels gestart.
Spoorzone
Binnen de grondexploitatie is de laatste gemeentelijke kavel in optie uitgegeven. Met een Goudse woningcorporatie wordt een bouwplan uitgewerkt. De locatie kent beperkingen door de ligging aan het spoor (geluid), de beperkte kavelomvang in relatie tot de noodzakelijke ruimte voor een bouwplaats. Hiermee is het een relatief complex project met hoger risicoprofiel en zijn de investeringskosten hoog. De gemeente heeft een noodzakelijke aanpassing van het bestemmingsplan in procedure gebracht. Medio 2021 verwachten partijen een grondverkoopovereenkomst te sluiten, waarna startbouw medio 2022 mogelijk is.
MVA
Gouda bezit een voorraad potentiele bouwgronden langs de spoorzone en rondom Westergouwe die in de toekomst geschikt zijn voor bebouwing. Deze gronden worden gefaseerd in exploitatie genomen. De omvang van de ontwikkellocatie en daadwerkelijke bestemming volgt de actuele marktvraag. Daarmee worden de risico’s beperkt en is de gemeente voldoende flexibel om in te spelen op veranderende ambities en behoeften.↵ ↵ De percelen langs de spoorzone hebben een kantoorbestemming. De vraag naar bouwkavels voor kantoren is klein. Het aanbod aan beschikbare bestaande kantoorgebouwen is groot. De gemeente heeft de ambitie meer woningen in de omgeving van het intercitystation te bouwen. Voor de locatie A1 (Hamstergat – burgemeester Jamessingel) is een bestemmingsverbreding naar wonen in voorbereiding. Eerder is vooruitlopend op de bestemmingswijziging de boekwaarde van de gronden verlaagd. Hiermee is het afzetrisico van deze percelen verkleind. ↵ ↵ De vraag naar nieuwbouwwoningen in Westergouwe is momenteel groot. De VON prijzen van woningen stijgen – helaas stijgen ook de bouwkosten. Dit kan in combinatie met de beperkte bouwcapaciteit de grondwaardes onder druk zetten. De waarde van toekomstige bouwgronden hangt samen met het gekozen bouwprogramma. ↵ ↵ Ambities en aanvullende eisen bepalen de daadwerkelijke grondprijs. Dergelijke eisen zijn grotendeels gemeentelijke keuzes.
Marktrisico’s zijn moeilijker te beïnvloeden – wel kan door de gekozen fasering en kleinschalige deelgebieden snel worden ingespeeld op veranderingen in de vraag.
RZG Zuidplas
Voor de Grondbank heeft de gemeente Gouda een voorziening getroffen. De waardering van de Grondbankgronden in 2020 is net als de voorgaande jaren gebaseerd op de in provinciale plannen vastgelegde perspectieven voor ontwikkeling van de Zuidplaspolder. In 2019 is door de gemeente Zuidplas een concept Ontwikkelingsvisie vrijgegeven voor de inspraak. In 2020 is over deze Ontwikkelvisie in regionaal verband intensief overleg geweest, maar definitieve besluitvorming over deze plannen, voor realisatie voor 8.000 woningen met voorzieningen in het Middengebied van de Zuidplaspolder, heeft nog niet plaatsgevonden. De vooruitzichten zijn wel positief, waarbij de verwachting is dat dit ook een positief gevolg zal hebben voor de waarde van de Grondbankgronden. In de eerst helft van 2021 wordt hier een definitief besluit over verwacht.
Risico categorie
Toelichting
Risicogebied
Fraude is het bevoordelen van jezelf of een ander middels opzettelijk wederrechtelijk handelen. Bepalend voor fraude zijn dus de elementen bevoordeling en opzettelijke strijdigheid met wet- en regelgeving. Iedere organisatie loopt het risico om slachtoffer te worden van fraude. Om tegen dit risico te wapenen worden beheersmaatregelen getroffen. Desondanks is het risico op fraude niet uit te sluiten. Het frauderisico bestaat uit drie elementen: • incentive/druk: er is een druk ontstaan voor een individu of een organisatie om te gaan frauderen. • gelegenheid: onvoldoende beheersmaatregelen in de organisatie kunnen zorgen dat het voor een persoon of een organisatie(onderdeel) mogelijk is om te frauderen; • houding/rechtvaardiging: de frauderende persoon of organisatie moet het voor zichzelf kunnen rechtvaardigen dat het plaatsvindt Het risico op fraude is niet verzekerd en is daarom opgenomen in de weerstandsparagraaf. Door de ToZo-regeling is het risico op misbruik en fraude toegenomen.
Risk & Compliance / Control
Going Concern Frauderisico
90
Jaarstukken 2020
Risico categorie
Toelichting
Niet voldoen aan Privacy Wetgeving (AVG)
Gemeenten verwerken voor de uitvoering van hun taken persoonsgegevens. Op grond van AVG-Privacy de op 25 mei 2018 in werking getreden Europese Algemene Verordening Persoonsgegevens zijn gemeenten ertoe gehouden om zorgvuldige verwerking van deze gegevens aantoonbaar te waarborgen. De nieuwe wetgeving is stevig, onder andere door het stellen van hoge boetes. Daarnaast zijn de inhoudelijke eisen streng, zoals het aanstellen van een data protection officer, het uitvoeren van risico-analyses, zogenoemde privacy impact assessments (PIA’s) en het hebben van een actueel verwerkingenregister. Het risico blijft altijd aanwezig dat persoonsgegevens onzorgvuldig worden verwerkt, waaruit datalekken kunnen ontstaan. Dit kan leiden tot financiële schade, zoals opgelegde boetes. Ook kunnen datalekken of incidenten betrokkenen ernstig schaden en kan imagoschade ontstaan voor de organisatie als een lek of incident bijvoorbeeld in de media veel aandacht krijgt.
Risicogebied
Verzakkingen woonwagenlocaties
Risico is dat de gemeente extra kosten moet maken om verzakkingen van de woonwagenlocaties tegen te gaan. Aantal van de woonwagenlocaties in eigendom van de gemeente hebben te maken met verzakkingen. Als verhuurder zijn wij verantwoordelijk voor een goede woonplek en dus ook een goed ondergrond. Om verzakkingen tegen te gaan worden betonplaten geplaatst. Kosten hiervan zijn circa €100.000 per plek.
Beheer Openbare Ruimte
De gemeente heeft vier woonwagenlocaties in bezit. Met name de locaties aan de Tiendweg en de Goudkade zijn het meest urgent. De onderhoudsmiddelen zijn mogelijk niet toereikend. Einde economische levensduur civieltechnische kunstwerken
Een aantal van de civieltechnische kunstwerken (bruggen, viaducten, tunnels en walmuren) Beheer zijn bijna aan het einde van de economische levensduur. Deze bouwwerken worden normaal Openbare in 80 jaar afgeschreven. Dan moet besloten worden of deze worden vervangen of groot Ruimte onderhoud moet worden gepleegd. Het risico is dat de kosten groter zijn dan het budget wat daarvoor beschikbaar is. Op dit moment vinden de inspecties plaats.
Toegankelijheid openbare Door een lage droogzettingsnorm te hanteren kan het openbaar gebied verder zakken ruimte naar woningen en voordat er wordt opgehoogd. Op verschillende plekken leidt dit tot bedrijven toegankelijkheidsproblemen. Bij het oplossen van individuele situaties moeten aanzienlijke kosten worden gemaakt om de toegankelijkheid te waarborgen. Dit wordt alleen uitgevoerd als hier geen andere oplossingen (op eigen) terrein) mogelijk zijn.
Beheer Openbare Ruimte
Verbonden Partijen
Verbonden partij/subsidie
Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de verbonden partijen bedroeg in 2019 € 40,7 miljoen. De COVID-19-crisis raakt ook verbonden partijen. Hierdoor bestaat het risico op discontinuiteit van verbonden partijen en maatschappelijke instellingen.Waardoor extra financiele steun vanuit de gemeente nodig is.
Specifieke Uitkeringen (SiSa)
De gemeente ontvangt allerlei specifieke uitkeringen welke verantwoord dienen te worden via Control de systematiek van Single Information Single Audit (SISA). Indien de verantwoording niet of onvoldoende invulling krijgt, loopt de gemeente het risico dat de uitkering niet als een rechtmatige besteding wordt aangemerkt en terugbetaald moet worden. Naast het risico van terugbetaling, bestaat er een financieel risico als gevolg van extra werkzaamheden door de accountant en/of ambtelijke inzet. Het aantal SiSa regelingen is toegenomen van 9 naar 21. De totale omzet is toegenomen van € 29 miljoen naar € 43 miljoen.
Vorderingen op personen/ Het toepassen van bestuursdwang (artikel 5.3.1 Awb) is een van de Financiën bedrijven zijn niet te innen handhavingsinstrumenten die gemeenten hebben tegen overtredingen van de wet en illegale situaties. Het risico bestaat dat de dwangsom vervolgens niet geïnd kan worden. Dit geldt ook voor andere vorderingen die de gemeente heeft op personen of bedrijven. Aansprakelijkheid en nadeelcompensatie
Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en toezeggingen, onzorgvuldig Bestuur & handelen of onjuiste toepassing van regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente Management aansprakelijk wordt gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen etc.) of door handelen/nalaten gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan. De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit.
Rampen en crises
Dit risico is de verzameling van alle veiligheidsrisico´s: overstromingen, ordeverstoringen, treinongevallen, terrorisme. Hieronder worden per categorie de belangrijkste risicoś genoemd.
Openbare Orde en Veiligheid
Natuur& Milieu: - Overstromingen (omdat Gouda een laaggelegen gebied is en aan een grote rivier ligt) - Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag, windhozen) Voorzieningen: - Verstoring gasvoorziening - Verstoring elektriciteitsvoorziening - Verstoring drinkwatervoorziening
Jaarstukken 2020
91
Risico categorie
Toelichting
Risicogebied
Gebouwde omgeving: - Grote branden - Instorting Vervoer - Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen) - Wegvervoerincidenten Gezondheid: - Pandemie Publieke veiligheid: (dat veroorzaakt de hogere kans) - Extreem geweld (grotere kans door COVID-19) - Verstoring openbare orde (grotere kans door COVID-19) Geheugen van Gouda
Het Geheugen van Gouda is een groots opgezet programma waarbij een centraal organisatiegeheugen wordt opgezet met een focus op zaakgericht werken en centrale opslag van documenten.
ICT
Belangrijkste risico´s zijn: De capaciteit/ bemensing van het programma. Digivaardigheid van de organisatie, risico dat niet alle medewerkers mee kunnen of willen. Samenhang/ afhankelijkheden met andere programma's (bijv. omgevingswet, sociaal domein). Verantwoordelijkheid/ eigenaarschap van het management, bij overdracht van de taken naar de lijn. Afhankelijkheid van leveranciers met vertragingen als gevolg. Langdurige stroomuitval
Langdurige stroomuitval brengt de continuïteit van de dienstverlening in gevaar. De kans dat Faciltair de elektriciteit langdurig uitvalt, wordt klein geacht. Ook zijn de nodige waarborgen ingebouwd (bijvoorbeeld noodaggregaat; noodaggregaat ondersteunt overigens niet alles, alleen meldkamer bestuurscentrum en enkele andere voorzieningen). Het kan voor komen dat één of meerdere ict-voorzieningen (langdurig) niet beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen problemen ontstaan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat bepaalde producten of diensten niet kunnen worden afgegeven of dat beveiligingssystemen niet werken. Hoewel de kans op uitval klein wordt geschat, kan de impact groot zijn. Bijkomend risico is dat de ict ondersteuning van andere gemeenten mogelijk niet kunnen worden uitgevoerd. Dit kan weer leiden tot mogelijke schade claims. Daarnaast kan imagoschade optreden.Risico is dat je aansprakelijk gesteld wordt door burgers/ bedrijven die daardoor persoonlijke schade hebben opgelopen.
Bedrijfsvoering algemeen
De algemene risico´s inzake bedrijfsvoering (BDV) zijn de risico´s waardoor de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt zoals uitval, langdurige ziektes, grote uitstroom en problemen met invullen vacatures.
Bestuur & Management
Open einde regeling WMO De Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een open-einde regelingen en kent WMO daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. WMO doet de gemeente zelf. Voor de voorzieningen WMO is een abonnementstarief ingevoerd. Door het invoeren van een abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen worden minder eigen bijdragen ontvangen en extra kosten gemaakt door de mogelijke toenemende vraag naar Wmomaatwerkvoorzieningen. Invoering van het abonnementstarief kan een aanzuigende werking hebben. Informatieveiligheid en Cybercrime
Cybercrime is een vorm van digitale criminaliteit waarbij internetcriminelen inbreken op bijvoorbeeld een computer, telefoon of het complete netwerk van een organisatie. ICT is bij deze vorm van criminaliteit het doel én het middel. ‘Malware’, ‘ransomware’ en ‘phishing’ zijn de meest voorkomende vormen van cybercriminaliteit. Cybercriminelen gebruiken daarvoor onder meer computervirussen of kwaadaardige en schadelijke software. Bij ransomware worden bestanden ontoegankelijk gemaakt totdat het slachtoffer betaalt. Dit soort aanvallen worden steeds groter en vernuftiger, waarbij bedrijven en organisaties bewust worden aangevallen (in december 2019 de Universiteit van Maastricht). Dit kan leiden tot langere uitval van ICT systeem of zelfs financiële schade door het betalen van losgeld. Door het uitvoeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid wordt via 103 controls en bijbehorende verplichte maatregelen de gemeentelijke informatievoorziening beschermt. Hoe een maatregel wordt ingezet hangt af van risico-analyse en kosten/baten analyse waarbij de proceseigenaar nu kan kiezen uit 3 niveaus van beveiligen op basis van het onderkende belang. Ondanks dat gestreefd wordt naar optimale informatieveiligheid is 100% een illusie.
Ten aanzien van beschikbaarheid kan het voorkomen dat een kritieke enkelvoudige glasvezel verbinding wordt verbroken waardoor ICT voorzieningen niet of beperkt beschikbaar zijn totdat de verbinding is hersteld (backups en recovery). Continuïteit van de dienstverlening komt daardoor in gevaar (burgerservicezaken, handhaving, uitkeringen, vergunningen, enz). Gemeente Gouda verzorgt ook de ICT voor de gemeentes Waddinxveen en Zuidplas. Bij incidenten bestaat hierbij de kans op claims omdat wij de gevraagde dienstverlening niet kunnen leveren.
92
Jaarstukken 2020
ICT
Risico categorie
Toelichting
Risicogebied
Saldo financieringsfunctie Betreft het taakveld treasury: Treasury valt lager uit dan begroot Volumerisico is het risico dat er een mismatch is tussen de werkelijke en de begrote financieringsbehoefte. Als het werkelijk investeringsniveau lager uitvalt dan ingeschat leidt dit tot een intern rentenadeel, doordat er minder doorbelast kan worden aan het betreffende project. Voor het onttrekken van geld, betaalt de gemeente een vergoeding (rente). De rente wordt vervolgens intern doorbelast aan het betreffende project of dienstonderdeel. Voor het doorbelasten wordt een omslagrente gehanteerd en gefixeerd in de begroting. Dit brengt financiële- en beheerstechnische risico's met zich mee. Omslagrente is als gevolg van hetgeen het BBV voorschrijft aangepast van 4% vanaf 2017 naar 2,75% in 2019 en ingaande 2020 naar 2,25 %. Lagere uitkeringen vanuit het Rijk
Risico is dat de inkomsten uit het Rijk lager uitvallen dan in de begroting is geraamd.
Financiën
Algemene en specifieke uitkeringen bepalen voor 63% van onze inkomsten zijn we hiervan afhankelijk (bron: jaarrekening 2018). Lagere inkomsten leiden tot een tegenvaller in de begroting. Om structurele tegenvallers op te vangen moeten inkomsten worden verhoogd of kosten worden verlaagd. De Algemene Uitkering kan lager uitvallen door ontwikkelingen in het accres (het fonds is via de normeringssystematiek gekoppeld aan de ontwikkeling van de accres relevante uitgaven (ARU) van het rijk; ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven (bijvoorbeeld aantal inwoners / woonruimten); effecten van taakmutaties (bijvoorbeeld bij nieuwe taken voor gemeenten. Rampen en crises
Dit risico is de verzameling van alle veiligheidsrisico´s: overstromingen, ordeverstoringen, treinongevallen, terrorisme. Hieronder worden per categorie de belangrijkste risicoś genoemd.
Openbare Orde en Veiligheid
Natuur& Milieu: - Overstromingen (omdat Gouda een laaggelegen gebied is en aan een grote rivier ligt) - Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag, windhozen) Voorzieningen: - Verstoring gasvoorziening - Verstoring elektriciteitsvoorziening - Verstoring drinkwatervoorziening Gebouwde omgeving: - Grote branden - Instorting Vervoer - Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen) - Wegvervoerincidenten Gezondheid: - Pandemie Publieke veiligheid: (dat veroorzaakt de hogere kans) - Extreem geweld (grotere kans door COVID-19) - Verstoring openbare orde (grotere kans door COVID-19) Borgstelling via het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en WSW-borgstellingen voor woningcorporaties
Dit risico betreft aan particulieren en aan woningcorporaties verstrekte geldleningen waarvoor Treasury waarborgfondsen optreden als borg; de gemeente fungeert als achtervang (als secundaire of tertiaire zekerheid). De gemeente zal pas op deze borgstellingen worden aangesproken als het garantievermogen van de waarborgfondsen onvoldoende is om de betalingsverplichtingen voor rente en aflossing van de gewaarborgde geldleningen over te nemen van de in gebreke blijvende instelling. De kans dat de gemeente op deze achtervangpositie wordt aangesproken, wordt zeer klein geacht. Indien dat toch gebeurt, zal de aanspraak eerst op basis van 50/50 worden verdeeld tussen Rijk en gemeenten waarna het deel dat aan de gemeenten wordt toebedeeld op basis van een bepaalde verdeelsleutel wordt omgeslagen naar de deelnemende gemeenten. Het eventueel voor Gouda resterende deel zal nooit meer zijn dan globaal 5% van het garantiebedrag en bestaan uit het verstrekken van een renteloze lening aan het betreffende waarborgfonds. Het eventuele netto verlies voor de gemeente bestaat derhalve uit derving van rentevergoeding op de verstrekte renteloze geldlening.
Open einde regeling Jeugd
De Wet Jeugdzorg is een open-einde regelingen en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. Jeugd advisering wordt door de Sociaal Teams uitgevoerd. Er wordt met lokale en regionale partners samengewerkt, waarbij gemeente Gouda maatwerkvoorzieningen levert en optreedt op als financier.
Jeugdzorg
Extra groei , bovenop de geraamde groei, van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger ligt dan geraamd is de gemeente wettelijk verplicht deze te leveren.
Jaarstukken 2020
93
Risico categorie
Toelichting
Risicogebied
Open einde regeling Participatiewet (Pwbudget)
Het PW-budget (v/h WWB BUIG-budget) is voor de gemeente Gouda sinds 2011 onvoldoende gebleken om de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te betalen. Kenmerkend voor dit budget is dat deze een open einde regeling is. Vooraf is niet duidelijk hoe de bijstandsvraag zich zal ontwikkelen en in hoeverre het budget wordt overschreden. Gemeenten moeten een tekort op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen.
Werk en inkomen
Negatieve effecten objectief verdeelmodel (impact is groter agv cumulatie regelingen en niet beïnvloedbare indicatoren).Vangnetregeling: er blijft een eigen risico van 7,5% op het tekort; van 7,5%-12,5% is het risico 50% en bij een hoger tekort dan 12,5% wordt 100% gecompenseerd door het Rijk.Drie momenten van vaststelling budget door het Rijk: voorlopige budget, nader voorlopig budget en definitief budget. Integraal Huisvestingsplan De gemeente heeft de wettelijke taak scholen van adequate huisvesting te voorzien. Een deel Onderwijs (IHP) van de schoolgebouwen is aan het eind van hun levensduur en voldoet zowel functioneel als technisch niet meer aan de eisen van deze tijd. Samen met de schoolbesturen en een extern adviesbureau is een integraal huisvestingsplan (IHP) opgeleverd voor de komende vijftien jaar. Op basis van gezamenlijke uitgangspunten en een quickscan van gebouwen zijn verschillende scenario’s voor herschikking, nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen uitgewerkt. Het organiseren en bouwen van veel schoolgebouwen levert een aantal risico’s op. Belangrijkste zijn: - Het risico dat kredieten onderwijshuisvesting overschreden worden en dat als gevolg daarvan de kapitaallasten voor de gemeente toenemen, eventueel in combinatie met een stijging van de schuldquote.
• Het risico dat schoolbesturen (bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden) tijdens de rit uitstappen en zich niet meer committeren aan het IHP. • Het risico dat de implementatie van het IHP vertraging oploopt als gevolg van onvoorziene omstandigheden. • Het risico dat de sturing en governance tekort schiet, waardoor de gemeente zijn grip op het programma verliest en het college en de raad niet meer tijdig kunnen bijsturen. • Het risico van stijgende bouwkosten Onderhoud sportaccomodaties
Onderhoud van de sportaccomodaties is opgenomen in het meerjarig onderhoudsplan. Het Vastgoed risico is dat het budegt niet toereikend is. Terwijl het onderhoud wel uitgevoerd moet worden.
MO overig (geen kaart)
Overige risico´s in het sociaal domein.
Sociaal Domein
Covid19 Cultuurinstellingen die in financiële nood komen
Een groot deel van de culturele sector heeft in 2020 verliezen geleden als gevolg van de COVID-19 maatregelen rondom COVID-19. De financiële impact verschilt per organisatie. Gebleken is dat bijvoorbeeld de podia en tentoonstellingsorganisaties harder getroffen zijn, dan cultuureducatie. Door de sluiting, de beperkingen qua publieksaantallen en de extra kosten die de maatregelen met zich meebrengen, komen culturele organisaties, groot en klein, in de problemen door het wegvallen van en vermindering van inkomsten. Meerdere organisaties benaderen de gemeente voor (financiële) steun. Indien de effecten van COVID-19 meerjarig aanhouden, is de verwachting dat het verdienmodel van de cultuursector structureel onder druk komt te staan. Dit kan effecten hebben op het subsidiebeleid.
Toename bijstand
In de eerste maanden van de coronacrisis was er een flinke toename van het beroep op COVID-19 bijstand. Vanaf juli 2020 schommelt blijft het aantal dossiers net onder de 1.700 schommelen. De instroom vanuit de WW valt mee. Dit is een landelijk beeld wat je ook bij andere gemeenten ziet. Het risico is dat de toestroom in 2021 toe kan nemen, bijvoorbeeld na het beeindigen van de steunmaatregelen vanuit de overheid.
Lagere parkeerinkomsten Substantieel lagere inkomsten uit heffingen en leges. Minder bezoekers aan de stad, waardoor parkeeropbrengsten achter blijven.
COVID-19
Lagere inkomsten uit verhuur of exploitatie
COVID-19
Veel huurders van gemeentelijke gebouwen ondervinden nog altijd de negatieve (financiële) gevolgen van de coronacrisis. Bij besluit van 31 maart jl. heeft het college daarom besloten om de inning van de huren van gemeentelijke gebouwen tot nader order op te schorten. De gemeente wil een bijdrage leveren aan behoud van huurders van gemeentelijke accommodaties, waarbij de insteek is dat huurders zelf, voor zover mogelijk, een verantwoordelijkheid hebben. Daarnaast moet worden voorkomen dat maatschappelijke en culturele organisaties worden bedreigd in hun voortbestaan of failliet gaan, wanneer de gemeente geen steun zou verlenen Op 8 september jl. heeft het college besloten onder voorwaarden, huurkortingen te verlenen aan de huurders die een daartoe gemotiveerd verzoek hebben ingediend (1e fase: voor periode van 1 april tot 1 juli 2020). In deze periode zijn huurkortingen verleend aan huurders die een daartoe strekkend verzoek hebben ingediend. De 2e fase (juli 2020 - december 2020) kenmerkt zich door versoepelingen. Ondanks de versoepelingen ondervinden sommige huurders nog veel last van de coronamaatregelen waardoor nog altijd geen sprake is van een gezonde exploitatie. Daartoe is besloten om ook voor deze periode aanvullende kortingen te verlenen van 75%, 50% en 25%. Mits voldaan wordt aan de voorwaarden.
Extra uitgaven voor Voor de opvang van daklozen en voor de vrouwenomvang geldt dat deze zijn verplaatst naar COVID-19 opvang dak- en thuislozen een andere locatie. Dit om de de 1,5 meter regel te kunnen handhaven. Deze zijn verplaatst en vrouwenopvang naar andere locaties zoals hotel/ vakantieparken.
94
Jaarstukken 2020
Risico categorie
Toelichting
Risicogebied
Oninbaarheid opgeschorte Als gevolg van COVID-19 is het risico aanwezig van oninbaarheid van de opgeschorte huren COVID-19 huren, leges en als partijen niet meer aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Ook kan de belastingen oninbaarheid van leges en belastingen dan toenemen. Uitgaven om als gemeente Als gevolg van de coronacrisis moet het overgrote deel van het ambtelijk apparaat de te voldoen aan corona werkzaamheden vanuit huis verrichten. Dit brengt voor de gemeente kosten met zich mee. richtlijnen Om het thuiswerken te faciliteren zijn bureaustoelen geleverd bij medewerkers thuis (ongeveer 100). Diverse chromebooks verstrekt. Beeldschermen en laptop standaards. Alle medewerkers hebben een abonnement gekregen om te kunnen videobellen via Zoom. Daarnaast zijn diverse aanpassingen gedaan aan het Huis van de Stad zoals plaatsen plexiglas en aanschaf extra beschermingsmiddelen.
COVID-19
De meeste maatregelen zijn genomen. Continuatie kan leiden tot aanvullende investeringen. Toename inzet toezicht en Gemeente moet toezicht houden op naleving van alle regels. Dit leidt tot toename van de handhaving op alle kosten van handhaving, door extra inzet van medewerkers om de verschillende maatregelen regelingen en te handhaven en extra materiaal om dit uit te kunnen voeren. verordeningen
COVID-19
Maatregelen in de buitenruimte
In de startfase zijn diverse maatregelen getroffen om bezoekers en gebruikers van de buitenruimte te wijzen op de regels rondom social distance, afsluitingen en het het in goede banen leiden van voetgangersstromen. Er zijn parkeerterreinen afgesloten, diverse borden geplaatst, hekwerken ter afsluiting, bankjes verwijderd, trottoirstickers geplakt, inclusief alle daarmee samenhangende werkzaamheden en voorbereidingen.
COVID-19
Extra kosten afvalverwerking
Landelijk beeld is dat tussen de 20 en 25 procent meer afval ontstaat bij huishoudens. Extra COVID-19 verwerkingskosten zijn over het algemeen niet begroot. In Gouda zijn de voornaamste oorzaken van de extra kosten verschuiving van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval door het thuiswerken. Maatregelen om bezoekersstroom op het ABS reguleren en algemene meerkosten voor Cyclus, die in het regionale overleg zijn afgestemd met de gemeenten.
Haven- marktgelden en burgerserviceinkomsten
Lagere inkomsten uit leges door minder huwelijken, lagere ontvangen havengelden, lagere ontvangen marktgelden.
COVID-19
Maatregelen Reclame
Halverwege maart heeft de overheid maatregelen ingesteld om COVID-19 epidemie te beteugelen. Er kunnen sindsdien geen evenementen meer worden georganiseerd. Daardoor zijn de reclame inkomsten voor dit segment volledig opgedroogd. Vanwege deze sterk gewijzigde marktomstandigheden is voor het contract A0/Evenementenreclame een korting gegeven van 25% (€ 30.000). Op langere termijn bestaat het risico op discontinuiteit van EHS.
COVID-19
Extra uitgaven stimulering Door de crisis zullen meerdere ondernemers en winkels failliet gaan. Dit leidt tot meer lokale economie leegstand in het centrum, minder activiteiten, etc waardoor de gemeente extra beleid ontwikkeld met bijbehorende kosten om de lokale economie weer een zwengel te geven. Dit heeft echter nog geen impact voor 2020.
COVID-19
Uitgestelde zorgvraag
COVID-19
Risico van uitgestelde zorgvraag, Acute zorg krijgt voorrang. Door het lange thuis zitten vereenzamen ouderen, raakt jeugd in de problemen door toename huiselijk geweld, etc. Dit leidt tot een toename op de zorgvraag na de crisis. Heeft nog geen impact gehad in 2020.
Extra maatregelen omtrent Het volgen van de RIVM-maatregelen waaronder social distance betekent dat met betrekking COVID-19 stembureaus tot stembureaus, logistiek en ondersteuning (beschermings)maatregelen moeten worden genomen. Toename beroep op borgstellingen en garanties
Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Borgstellingen met het hoogste risicoprofiel zijn de Schouwburg en de Cheese Experience.
COVID-19
Er is een 80% borgstelling verstrekt aan de Stichting Schouwburgcomplex voor de bij de ABNAMRO opgenomen financiering van de Cinema. In beginsel zouden wij door de ABN aangesproken kunnen worden tot het voldoen van de 80% van de rente- en aflossingsverplichtingen. Indien dat gebeurt ontstaat een vordering van Gouda op de Schouwburg met daarbij de vraag of deze vordering ooit zal kunnen worden voldaan. De Cheese Experience is later geopend dan voorzien. De organisatie is sterk afhankelijk van het aantrekken van het (internationaal) toerisme dat door de corona vooralsnog vrijwel is weggevallen. Door de coronamaatregelen van het kabinet heeft de CE in 2020 enkele malen de horeca moeten sluiten dan wel geheel moeten sluiten.
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 6.547.655.
Jaarstukken 2020
95
Voor de going concern risico wordt een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. De resultaten kunnen als volgt worden weergegeven:
De simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 12.798.557. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd. Het benodigd weerstandsvermogen voor 2021 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze jaarrekening € 19.346.000.
4.2.3.3 Beoordeling weerstandsvermogen Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. Deze weerstandsratio fungeert als indicator voor de weerstandscapaciteit en kan voor Gouda ultimo 2020 als volgt worden berekend: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2020
2019
Beschikbaar weerstandsvermogen (zie par. 4.2.3.1)
38.355
31.054
Benodigd weerstandsvermogen (zie par. 4.2.3.2)
19.346
18.106
2,0
1,7
Weerstandsratio
De weerstandsratio kan als volgt van een kwalificatie worden voorzien: Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen. De weerstandsratio kan voor Gouda ultimo 2020 als volgt worden berekend: 38.355 / 19.346 = 2,0 en kwalificeert dan ook als ruim voldoende.
4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting en de jaarstukken past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld.
96
Jaarstukken 2020
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
GTK-richtlijn
Netto schuldquote
Kengetallen
97,3%
104,8%
84,2%
< 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
96,9%
104,2%
83,9%
< 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
17,1%
15,2%
17,6%
< 20% = meest risicovol
Grondexploitatie
7,0%
7,0%
5,6%
< 20% = minst risicovol
Structurele exploitatieruimte
8,7%
> 0%
6,2%
> 0,0% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
136,5%
144,5%
133,9%
> 105% = meest risicovol
4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen in de begroting. Hoge schulden brengen hoge rentelasten met zich mee. De rentelasten hebben effect op de flexibiliteit van de begroting en mogen niet een te groot deel van de begroting worden. De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform BBV te delen door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. De rentelasten en aflossingen van de schulden die hier tegen overstaan, drukken niet op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Het GTK van de provincie Zuid-Holland adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De VNG geeft aan dat er bij een schuldquote van 130% sprake is van een hoge schuld. De VNG geeft hierbij wel aan dat de hoogte van de rente van invloed is op de betaalbaarheid van de schuld. Bij een zeer lage rentestand zoals nu zijn de schuldverplichtingen die uit de schuld volgen veel lager.
In de begroting 2020 was een netto schuldquote van 104,8 per 31-12-2020 voorzien; de werkelijke schuldquote bedraagt per die datum 84,2. De afwijking wordt veroorzaakt door enerzijds een lagere netto schuld dan begroot (€ 28 miljoen) en anderzijds door hogere gerealiseerde baten dan begroot (€ 26 miljoen). Deze beide effecten versterken elkaar in de berekening van de schuldquote en leiden tot de forse daling van de netto schuldquote in 2020. Een hoge netto schuldquote moet niet alleen uit financieel perspectief worden bezien. Een schuldpositie is immers geen gevolg van onjuiste financiële keuzes, maar is een gevolg van een door de gemeente(raad) gewenst uitvoerings-, omgevings- en investeringsniveau in combinatie met het niet voor handen zijn van eigen financieringsmiddelen. Belangrijk is dat de rentelasten structureel in de begroting zijn gedekt. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hierbij is de netto schuld verminderd met aan derden verstrekte leningen. Een hoge schuld kan worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Deze correctie vindt plaats door de netto schuld te verminderen met verstrekte leningen aan derden.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen, hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Ten opzichte van 2019 valt het percentage van de solvabiliteit iets hoger uit, omdat het eigen vermogen in 2020 is toegenomen met het jaarresultaat. De eindstand van het eigen vermogen is met €77 miljoen relatief hoog. De uitkomst van circa 17,6% kan daarom als redelijk worden ervaren. Grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is dan ook van groot belang, omdat deze waarde bij de verkoop moet worden terugverdiend. Voor de berekening van dit kengetal wordt de balanswaarde (= boekwaarde grondexploitaties gecorrigeerd met de voorzieningen grondexploitaties) van de bouwgrond in exploitatie (onderhanden werken) gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het kengetal hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. De VNG adviseert dat maximaal 20% een acceptabele omvang van dit kengetal is.
De accountant zal jaarlijks moeten beoordelen in hoeverre de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie kan worden terugverdiend.
Jaarstukken 2020
97
De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie is ook van invloed op beide schuldquotes en op de solvabiliteitsratio, omdat de bouwgronden zijn gefinancierd met vreemd vermogen. De boekwaarde (exclusief voorziening) van de bouwgronden in exploitatie bedraagt € 19,4 miljoen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt, dat wil zeggen dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Ons positief percentage laat zien dat de structurele lasten volledig en incidentele lasten deels worden gedekt door structurele baten. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten (bestaande uit de afvalstoffen- en rioolheffing van een meerpersoonshuishouden en de OZB met een gemiddelde WOZ-waarde) te vergelijken met het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. Dit gebeurt op begrotingsbasis.
Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt zitten wij boven het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name door het tarief voor de rioolheffing veroorzaakt. Daar staat wel tegenover dat de OZB-woningen relatief laag is. Zie hiervoor ook de paragraaf lokale heffingen.
4.2.4.2 Conclusie De kengetallen laten een gemengd beeld zien. Of een gemeente een hoge schuld heeft, is voor een deel af te leiden uit de hoogte van de schuldpositie (zie daarvoor paragraaf 4.4.6.). Aanvullende signalen zijn er als één van de kengetallen, de nettoschuldquote of de solvabiliteitsratio, volgens de GTK-richtlijn tot risicovol gekwalificeerd worden. De schuldpositie van Gouda is gedaald ten opzichte van 2019. Zo ook is het schuldenplafond lager dan in 2019. In de paragraaf financiering (4.4.6) is ook te zien dat de schuldquote vanaf 2014 een dalende trend heeft. De financiering van de grondpositie met vreemd vermogen maakt onderdeel uit van deze schuldpositie. Het uitgangspunt is overigens dat deze investeringen op termijn worden terugverdiend uit de verkoop van de gronden. Tevens is onze gemeentelijke portefeuille grondexploitaties beperkt, wat ook tot uitdrukking komt in het lage percentage. De solvabiliteitsratio bedraagt daarentegen circa 18% en valt volgens de GTK-richtlijn in 'meest risicovol'. Ten opzichte van 2019 valt het percentage van de solvabiliteit wel iets hoger uit, omdat het eigen vermogen in 2019 is toegenomen met het jaarresultaat.
De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten (waaronder de lasten die samenhangen met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing) in 2020 volledig gedekt worden door structurele baten. De woonlasten liggen boven het landelijke gemiddelde. Dit geldt niet voor de OZB-woningen, die relatief laag zijn. Aan de andere kant is de belastingcapaciteit risicovol. Samenvattend kan gesteld worden dat de solvabiliteitsratio en de belastingcapaciteit risicovol zijn. Dit betekent dat de gemeente weinig ruimte heeft om grote tegenvallers op te vangen, zowel structureel als incidenteel. Het blijft dan van belang om deze ratio’s te monitoren en hierop te sturen gedurende het jaar 2021 en verder.
98
Jaarstukken 2020
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding Deze paragraaf geeft een dwarsdoorsnede van de jaarrekening. Kapitaalgoederen zijn nodig om de gemeentelijke diensten te kunnen leveren. Voorbeelden zijn wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken als bruggen, kademuren en viaducten, verkeersmaatregelen, watergangen en havens, openbaar groen, speelvoorzieningen, riolering en gemeentelijke gebouwen. In deze paragraaf is per groep kapitaalgoederen aangegeven waarop het onderhoudsbeleid is gebaseerd en wat het onderhoud heeft gekost. Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de volgende door de raad vastgestelde nota's: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020 - 2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Gouda 2020
Vastgesteld op 19-02-2020
Kadernota Vastgoed 2012
Vastgesteld op 12-12-2012
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota Lange Termijn Investeringen (LTI)
Vastgesteld op 25-05-2011
Nota beheerplan Groot- en Vervangingsonderhoud (GoVo)
Vastgesteld op 10-11-2012, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Klimaatadaptatiestrategie
Vastgesteld op 11-12-2019
Nota verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
Vastgesteld op 06-03-2019
Nota onderhoud sporthallen en zwembaden
Vastgesteld op 27-06-2005
In onderstaande tabel is het niveau aan lasten samengevat: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2020
Realisatie 2020
103
81
1.771
2.248
225
174
Onderwijsgebouwen Dagelijks onderhoud Gemeentelijke objecten en gebouwen Groot onderhoud via voorziening Dagelijks onderhoud Openbare ruimte Groot onderhoud via voorziening
4.722
4.219
Investeringen maatschappelijk nut
3.977
3.187
Dagelijks onderhoud (exploitatie)
8.670
7.935
Lasten exploitatie (na verrekening compensabele btw)
17.919
18.037
Investeringsuitgaven (verrekend met voorziening)
3.421
3.664
Rioleringen
Sportfaciliteiten Groot en dagelijks onderhoud loopt via Sport.Gouda TOTAAL
0
0
40.808
39.545
4.3.2 Onderwijsgebouwen Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in een zorgplicht voor de huisvesting. De uitvoering van deze zorgplicht is vastgelegd in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP. De bekostiging voor de onderhoudsreserve voor schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 geen taak meer voor de gemeente. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen Schoolbesturen ontvangen deze middelen vanaf 2015 rechtstreeks van het Rijk. De gemeente blijft nog wel verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, eerste inrichting, vandalismeschades en constructiefouten. De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda ondergebracht. Sport.Gouda voert hier het beheer en onderhoud uit. De gemeente stelt jaarlijks een programma Onderwijshuisvesting vast waarin de huisvesting- (en daaraan gerelateerde) aanvragen van de schoolbesturen zijn opgenomen.