CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-06-29 - 622.129.10 - KuiperCompagnons BV - Ruimtelijke Ordening.pdf

Raadsvergadering 30 november 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Wabo vergunning Achterwillenseweg naast 14627.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Stikstofdepositie-onderzoek “Uitgebreide WABO-procedure nieuwe woning naast Achterwillenseweg 146 622.108.70 / 15 maart 2022

1/3

Wet stikstofreductie en natuurverbetering De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, geldt per 1 juli een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aanwezig. De bouwlocatie ligt direct ten westen van het Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein. Omdat binnen dit natuurgebied geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, is dit natuurgebied niet van belang. Het meest nabij gelegen natuurgebied waar wel stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn betreft ‘Nieuwkoopse Plannen & De Haeck’ op een afstand van circa 10 km van de planlocatie. In de hierna opgenomen pagina is de locatie van de nieuwbouw aangeduid met een 1. Het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plannen & De Haeck’ ligt ten noorden van de planlocatie.

Afbeelding 1: Ligging van de nieuwbouwlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Uitgangspunten Zoals hierboven beschreven geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de aanlegfase. De aanlegfase is dan ook niet berekend. De gebruiksfase is aan de orde nadat de nieuwe woningen en de overige maatschappelijke functies zijn opgeleverd. De woningen worden gasloos gebouwd en veroorzaken zelf derhalve geen emissie tijdens het gebruik. De emissie wordt bepaald door de verkeersbewegingen van en naar het plangebied.

Stikstofdepositie-onderzoek “Uitgebreide WABO-procedure nieuwe woning naast Achterwillenseweg 146 622.108.70 / 15 maart 2022

2/3

Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig. Het onderzoek voor de gebruiksfase is gebaseerd op de toename van de verkeersintensiteit als gevolg van het gebruik van deze woning. De totale verkeersproductie van de nieuwe woning is ruim ingeschat als zijden 10 voertuigbewegingen per weekdag. 1 middelzware voertuigbeweging en 1 zware voertuigbeweging. Het verkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document ‘Werken met AERIUS Calculator’ Versie 2021 van 20 januari 2022 is dit als volgt omschreven: Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten (in casu 2,5 %) van het reeds aanwezige verkeer. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt ervan uitgegaan dat alle verkeersbewegingen via de Achterwillenseweg/Achterwillensebocht wordt afgewikkeld naar de Goverwellesingel. De Goverwellesingel is een gebiedsontsluitingsweg met een hoge verkeersintensiteit.

De toename van het verkeer door de nieuwe woning is veel lager dan 2,5% van het totale verkeer. Vanaf dit punt kan zeker worden verondersteld dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Gerekend is voor het beoordelingsjaar 2022. Dit kan ook worden gezien als worst case omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt.

Berekeningen De resultaten van de berekening van de gebruiksfase zijn in bijlage 1 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Conclusie Door KuiperCompagnons is een stikstofdepositie-berekening uitgevoerd voor de nieuwbouw van 1 woning op de locatie Naast Achterwillenseweg 146. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden in de gebruiksfase van deze nieuwe woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: Behandeld door: Ing. J. Kraaijeveld Telefoonnummer: 06-22012330 File: j:\622\108\70\3 projectresultaat\04 stikstofdepositie\02 notitie\stikstofdepositie-onderzoek uitgebreide waboprocedure woning naast achterwillenseweg 146.docx

Stikstofdepositie-onderzoek “Uitgebreide WABO-procedure nieuwe woning naast Achterwillenseweg 146 622.108.70 / 15 maart 2022

3/3

Bijlagen >>>

Bijlage 1 Aerius-berekening gebruiksfase - natuurgebieden

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

KuiperCompagnons naast Achterwillenseweg 146, 2805 KB Gouda Nieuwbouw woning naast Achterwillenseweg 146 1 nieuwe woning naast Achterwillenseweg 146 622.108.70

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rd14hMYaaPRk 14 maart 2022, 14:33 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 0,00 ha 0,00 ha 0,00 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rd14hMYaaPRk (14 maart 2022)

Emissie NH3 0,1 kg/j

Emissie NOx 2,3 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

Rd14hMYaaPRk (14 maart 2022)

Emissie NH3 0,1 kg/j

Emissie NOx 2,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rd14hMYaaPRk (14 maart 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

Rd14hMYaaPRk (14 maart 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rd14hMYaaPRk (14 maart 2022)

6/6

Bijlage 3 Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie, 19 april 2022

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)

Rapportnummer:

V2262

Projectnummer:

V22-5015

ISSN:

1573 - 9406

Status en versie:

Definitief, versie 2.0

In opdracht van:

KuiperCompagnons

Rapportage:

W.J. Weerheijm, F.P.J. van Puijenbroek

Plaats en datum:

Amersfoort, 19 april 2022

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Versie 1.0

Status Concept

Datum 29 maart 2022

1.1

Concept

30 maart 2022

2.0

Definitief

19 april 2022

Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever Contactpersoon Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden Huidig grondgebruik Zaakidentificatie (Archis3) Soort onderzoek RD-coördinaten van het plangebied Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder Datum veldonderzoek Toetser rapport Projectleider Projectmedewerkers

Beheer en documentatie

Bevoegd gezag

Contactpersoon namens het bevoegd gezag Archeologisch Depot gemeente Gouda

Documentbeheer Toelichting Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever en bevoegd gezag Tweede concept na aanpassing op verzoek opdrachtgever Definitief na verwerking opmerkingen bevoegd gezag

Autorisatie W.A.M. Hessing

W.A.M. Hessing W.A.M. Hessing

Projectgegevens Nieuwbouw Achterwillenseweg 146 Gouda Gouda Zuid-Holland KuiperCompagnons Mevr. F. van Avezaath ca. 1.100 m2 Plangebied + buffer 500 Onbekend (heipalen) Braakliggend/gras 5179257100 Inventariserend veldonderzoek 111.192 / 447.627 111.234 / 447.588 38W Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie 28 maart 2022 Drs. W.A.M. Hessing, Senior KNA Archeoloog / Senior KNA prospector (97049866) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) F.P.J. van Puijenbroek MSc, KNA Prospector MA (66852666) Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie E-depot Nederlandse Archeologie (EDNA) via DANS EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Archeologisch Depot Gouda Gemeente Gouda Postbus 1086 2800 BB Gouda drs. F. de Roode, Senior KNA Archeoloog/SKA en Senior KNA Bureauonderzoek SKBA (90578549) Marjolein Kal – van der Laan, Depotbeheerder Archeologie/actor depotbeheerder in beroepsregister gemeente Gouda, afdeling Ruimtelijk beleid en advies M: 06-433 85 383 E: marjolein.kal@gouda.nl / archeologischdepot@gouda.nl Bezoekadres: Burgemeester Jamesplein 1, 2803 PG Gouda Archeologisch depot: Kleine Esch 970, 2841 MK Moordrecht (aanwezig: Maandag en donderdag)

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

2

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Inhoudsopgave Samenvatting en advies..................................................................................................................................... 5 Onderbouwing advies........................................................................................................................................ 7 1 Projectomgeving ....................................................................................................................................... 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik ........................................................ 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .......................................................................................................... 7 2 Beleidskader ............................................................................................................................................ 10 2.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 10 2.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 10 2.3 Gemeentelijk erfgoedbeleid ...........................................................................................................

11 2.4 Bestemmingsplan ........................................................................................................................... 12 3 Verwachtingsmodel ................................................................................................................................ 13 3.1 Natuurlijk landschap ....................................................................................................................... 13 3.2 Historisch landschap ....................................................................................................................... 14 3.3 Archeologische waarden ................................................................................................................ 20 3.4 Landschappelijke waarden ............................................................................................................. 21 3.5 Architectuur-/bouwhistorische waarden ....................................................................................... 21 3.6 Tweede Wereldoorlog .................................................................................................................... 22 3.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................................................

23 3.8 Advies vervolgonderzoek ................................................................................................................ 24 4 Inventariserend veldonderzoek .............................................................................................................. 25 4.1 Doelstelling ..................................................................................................................................... 25 4.2 Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied ................................................................................. 25 4.3 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 25 4.4 Resultaten veldonderzoek .............................................................................................................. 25 4.5 Conclusies veldonderzoek .............................................................................................................. 26 5 Advies vervolgonderzoek (LS05) ............................................................................................................. 27 Literatuur .........................................................................................................................................................

28 Digitale bronnen .............................................................................................................................................. 28 Afbeeldingen ................................................................................................................................................... 29 Bijlagen en kaarten .......................................................................................................................................... 29

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

3

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25cm RGB, PDOK.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

4

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Samenvatting en advies Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van KuiperCompagnons een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda (kaart 1; afbeelding 1 en 2). Het plangebied bestaat uit de oostzijde van het perceel 8649, met aan de noordzijde de Achterwillenseweg, en aan de zuidzijde het spoor Gouda-Utrecht. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1.100 m 2. Het plangebied is momenteel braakliggend en begroeid met gras, met als enige bebouwing een opstal bestaande uit een recente houten schuur (oorspronkelijk bedoeld als schaapshok). De initiatiefnemer is voornemens hier een nieuwbouw woning te realiseren met een oppervlakte van ca. 111,8 m2 met garage van 35 m2 (afbeelding 3, 4 en 5). Voorafgaand aan de geplande ingrepen dient in kaart te worden gebracht of er mogelijk archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw) zullen deze mogelijk tot in de relevante archeologische niveaus reiken. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een zone met een hoge archeologische verwachting in verband met de ligging in het historisch bebouwingslint langs de Achterwillenseweg.

Er zijn geen cartografische aanwijzingen voor historische bebouwing uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Het plangebied heeft op basis van de bekende landschappelijke en archeologische gegevens verder een lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit het Neolithicum tot aan de ontginningen in de Late Middeleeuwen. Om deze verwachting te toetsen is op 28 maart 2022 een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende boringen uitgevoerd. Het bodemprofiel binnen het plangebied bestaat uit sterk kleiig veen tot 5 m -mv. het kleiige veen was in alle gevallen slap qua compactie. In het veen zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor een archeologische laag, of indicaties voor plaggen of andere vormen van ophoging. Het plangebied lag in een veengebied en was te nat voor permanente bewoning. Het onderliggende veen is vanwege de aanwezigheid van hout geïnterpreteerd als bosveen tot een diepte van 2,5 meter beneden maaiveld; daaronder zijn fragmenten riet in de boorkernen aangetroffen. Ook tijdens de diepe boring is enkel veen aangetroffen, dat weliswaar sterk kleiig was maar geen kleilagen of dergelijke bevatte. Voor de aanwezigheid van de Gouderak stroomgordel zijn geen aanwijzingen waargenomen binnen 5 m -mv.

Deze afzettingen kunnen dieper hebben gelegen, maar het is ook mogelijk dat de Gouderak niet in de nabijheid van het plangebied heeft gestroomd. Advies Het plangebied had op basis van het bureauonderzoek een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten van bewoning in het historisch bebouwingslint langs de Achterwillenseweg. Hiervoor zijn tijdens het veldonderzoek geen aanwijzingen aangetroffen zodat de hoge archeologische verwachting binnen het plangebied kan worden bijgesteld naar laag. Binnen het bereik van de boringen (5 m -mv) zijn tevens geen aanwijzingen aangetroffen voor dieper gelegen stroomgordels, wat betekent dat deze veel dieper zijn gelegen, of niet binnen het plangebied aanwezig zijn geweest. Verstoring van dergelijke lagen zal voor het plangebied neerkomen op verstoring door heipalen. Gezien het beperkte oppervlak van de woning en de gangbare dichtheid aan palen voor woningbouw, wordt de mogelijke impact van deze heipalen op een dieper gelegen archeologische vindplaats, voor zover al aanwezig, als zeer klein ingeschat. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) dan ook niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag, de gemeente Gouda, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen.

Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

5

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Gouda, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift Het bevoegd gezag, de stadsarcheoloog van Gouda drs. F. de Roode, heeft het conceptrapport beoordeeld.1 De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport.

1

E-mail mevr. F. de Roode (gemeente Gouda), d.d. 12 april 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

6

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Onderbouwing advies 1 1.1

Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van KuiperCompagnons een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda (kaart 1; afbeelding 1 en 2). Het plangebied bestaat uit de oostzijde van het perceel 8649, met aan de noordzijde de Achterwillenseweg, en aan de zuidzijde het spoor Gouda-Utrecht. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1.100 m2. Het plangebied is momenteel braakliggend en begroeid met gras, met als enige bebouwing een opstal bestaande uit een recente houten schuur (oorspronkelijk bedoeld als schaapshok). De initiatiefnemer is voornemens hier een nieuwbouw woning te realiseren met een oppervlakte van ca. 111,8 m2 met garage van 35 m2 (afbeelding 3, 4 en 5). Voorafgaand aan de geplande ingrepen dient in kaart te worden gebracht of er mogelijk archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw) zullen deze mogelijk tot in de relevante archeologische niveaus reiken. 1.2

Onderzoeksdoel en -methode

Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen. Op basis hiervan is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek en 4003 Inventariserend veldonderzoek.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

7

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 2 Bestaande situatie plangebied. Bron: Ronny Wolswijk Bouwkundig teken- & adviesbureau.

Afbeelding 3 Nieuwe situatie plangebied. Bron: Ronny Wolswijk Bouwkundig teken- & adviesbureau.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

8

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 4 Detailtekening nieuwbouw. Bron: Ronny Wolswijk Bouwkundig teken- & adviesbureau.

Afbeelding 5 Profieltekening nieuwbouw. Bron: Ronny Wolswijk Bouwkundig teken- & adviesbureau.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

9

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

2 2.1

Beleidskader Wettelijk kader

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingenwet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. Ook is de provincie op grond van de Wro bevoegd gezag wanneer sprake is van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Wanneer sprake is van een Rijksinpassingsplan (RIP) is het rijk bevoegd gezag. Verder is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Voor werkzaamheden die een wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument wijzigen of verstoren, is een vergunning nodig van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleent deze vergunning namens de minister.

Ten aanzien van het onderhavige plangebied bestaat ook nog een beleidsmatig verband met de voordracht van het kabinet en de betrokken provincies en gemeenten om het Nederlandse deel van de Romeinse grenszone (Limes) tot aanwijzing van UNESCO Werelderfgoed. Tot het voordrachtsgebied behoort tevens het noordelijk deel van het Kanaal van Corbulo tussen Leiden en Voorburg. De definitieve aanwijzing door UNESCO volgt waarschijnlijk eind 2020. Het huidige plangebied valt onder deze aanwijzing, zij het dat het buiten de kern- en bufferzones is geplaatst, waarvoor een extra beschermingsregime zal gaan gelden. 2 2.2

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit een Omgevingsvisie, -programma en een Omgevingsverordening, in werking per 1 augustus 2020. Deze verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en het zorgvuldig beheren,

2

Voor meer informatie wordt verwezen naar het nominatiedossier Nedergermaaanse Limes dat is terug te vinden op de website van de NLS. www.limeswerelderfgoed.nl.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

10

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Op de kaartlaag ‘cultureel erfgoed’ zijn voor het plangebied geen bijzondere aanduidingen aangegeven, zoals een landgoed-, kasteel-, of molenbiotoop. Dit geldt ook voor de kaartlaag ‘archeologische waarden’. Daarnaast beschikt de provincie over een digitale Cultuurhistorische Waardenkaart waarin zowel archeologische als cultuurhistorische/historische-geografische waarden zijn opgenomen. 3 Op deze kaart heeft het plangebied eveneens geen bijzondere aanduiding. 2.3

Gemeentelijk erfgoedbeleid

De gemeente Gouda beschikt sinds 2020 over de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFLO), waarin een aantal voorgaande verordeningen, zoals de Erfgoedverordening uit 2017 zijn gebundeld.4 De gemeente Gouda beschikt daarnaast over een webviewer met een gemeentelijke Cultuurhistorische Basiskaart. Volgens de Cultuurhistorische Basiskaart ligt het plangebied in Middenwillens, met een ontginning tussen 1000-1100. De weg Achterwillenseweg is volgens deze kaart ontstaan als kade tussen de ontginningen Middenwillens en Achterwillens, aangelegd tussen 1250-1350. Het gebied tussen de Achterwillenseweg en het spoor (de noord- en zuidzijde van het plangebied) ligt volgens deze kaart in een bestaande stadsuitbreiding Voor Willens en Achterwillenseweg (1850-1900). Het betreft een ‘oude structuur met lintbebouwing. De historische bebouwing is echter grotendeels verdwenen en vervangen.’ Volgens de kaart ligt het plangebied in een gebied waar volgens de richtlijnen van de gemeente Cultuur Historische Analyse wordt gevraagd bij art. 19 lid 1 en 2 afwijking bestemmingsplan.5 Deze rapportage is inmiddels uitgevoerd.6 Daarnaast beschikt de gemeente over een Archeologische Basiskaart (ABK 2011).7 De ABK 2011 is in 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De ABK bestaat uit een beleidstekst met een tweetal kaarten, waarvan er één als beleidskaart (toetsingskader) is vastgesteld.

De andere kaart is een waarden- en verwachtingenkaart die intern wordt gebruikt. Aan de ABK is een instandhoudingsbeleid gekoppeld (zorgen instandhoudingsplicht) en er gelden verbodsbepalingen, zie hiervoor de VFLO 2020 (NB. De VFLO 2020 zal worden herzien). Op de archeologische beleidskaart wordt aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend, een historisch bebouwingslint. Alle historische erven langs de Achterwillenseweg kunnen teruggaan op de Late Middeleeuwen. Bij bodemingrepen vanaf 100 m 2 en dieper dan 50 cm is hier een archeologisch onderzoek noodzakelijk (afbeelding 6). Volgens de toelichting is “de ligging van de laatmiddeleeuwse ontginningsassen gebaseerd op diverse oude kaarten en literatuur. Ontginningsassen hebben een hoge verwachting voor het aantreffen van sporen van ontginningsboerderijen. Het blijft echter lastig te bepalen wáár de boerderijen nu precies gelegen hebben. De aanname was altijd dat de boerderijen vlak langs de ontginningsweg lagen. In Gouda is echter één ontginningsboerderij opgegraven (Oostpolderboerderij) en zijn twee andere locaties van boerderijen bekend, en ze liggen alle drie meer dan 100 meter van de weg af. De hypothese dat ze alleen langs de weg liggen klopt dus niet, maar ook een uitgebreide studie van dit probleem levert geen duidelijk beeld op van de locaties van de boerderijen.

De normale aanpak, ook in andere gemeentes, is dat beleidstechnisch wordt uitgegaan van een zone met hoge archeologische verwachting van 50 meter links en rechts van de ontginningsas. De in Gouda bekende locaties vallen hier echter buiten. Maar als we zouden uitgaan van de bekende gevallen en een zone van 150 meter links en rechts van de weg als gebied met hoge verwachting zouden aangeven, zou door het grote aantal ontginningsassen in Gouda bijna de hele stad een hoge verwachting krijgen. Een situatie die veel te veel onnodig onderzoek en lastenverzwaring met zich mee zou brengen. Daarom is gekozen voor

3

http://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/landschap/cultuur-erfgoed/cultuurhistorische/.

4

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR650995#d2925961e1551.

5

https://gis.gouda.nl/viewer/app/Cultuurhistorie_open.

6

Weerheijm 2021. Na oplevering van het definitieve rapport van de CHA in het kader van het haalbaarheidsonderzoek door de opdrachtgever, is door de gemeente verzocht nog een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. 7 Groenendijk 2011.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

11

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

een tussenoplossing: zoals gebruikelijk wordt op de beleidskaart een zone van 50 meter links en rechts van de weg aangegeven als gebied met hoge verwachting.”8 Op de beleidskaart is ook te zien dat ten zuiden van het plangebied een dieper liggende afzetting wordt verwacht (op de kaart aangegeven als een hoge archeologische verwachting vanaf 2 m -mv).

Afbeelding 6 Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Gouda. Bron: Groenendijk 2011.

2.4

Bestemmingsplan

Volgens de plankaart bij het vigerende bestemmingsplan Middenwillens (onherroepelijk 08-07-2010) heeft het plangebied alleen een bestemming “Wonen I”.9 De gronden op de kaart aangewezen voor Wonen I (WI) zijn bestemd voor: a) het wonen met bijbehorende erven en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen; b) uitsluitend ter plaatse van de nadere aanwijzing (b) voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; en c) bijbehorende parkeervoorzieningen.

8

Groenendijk 2011, 15-16.

9

Ruimtelijkeplannen.nl; NL.IMRO.05130000Middenwillens-.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

12

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

3

Verwachtingsmodel

3.1

Natuurlijk landschap

Het plangebied ligt in het Holland-Utrechtse Veengebied. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, lag de zeespiegel veel lager dan tegenwoordig, waardoor de huidige Noordzee grotendeels droog lag. In het koude klimaat werden door de wind dekzanden afgezet (Formatie van Boxtel). Dit dekzand ligt binnen het plangebied volgens twee DINO-boringen direct naast het plangebied op grote diepte; op ca. 11,8 tot 11,6 m -NAP, met een maaiveld binnen het plangebied op ca. -1,7 m -NAP.10 Door een stijgende zeespiegel en grondwaterstand kon steeds meer veengroei kon ontstaan. Dit veenpakket wordt gerekend tot het Basisveen, onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. De veenvorming staakte tijdelijk omdat binnen het plangebied ergens tussen 6.900 en 6.000 voor Christus de Gouderak stroomgordel ging stromen. Na 6.000 voor Christus verlegde deze rivier zijn loop ten noorden van het plangebied en werd sindsdien de Zuidplas stroomgordel genoemd. Na 5.350 voor Christus verlegde deze rivier zijn loop nogmaals tot verder ten noorden van het plangebied. Deze stroomgordel werd de Waddinxveen stroomgordel genoemd. Alle stroomgordels deponeerden rivierafzettingen, alhoewel de twee latere stroomgordels enkel komafzettingen deponeerden. Archeologisch gezien zijn de oeverafzettingen en de beddingafzettingen potentieel waardevol aangezien deze hoger lagen in het natte veenlandschap.

Bijzonder is de vindplaats uit het Laat-Mesolithicum, of Vroeg-Midden-Neolithicum die in 2010 tijdens een proefsleuvenonderzoek op een crevasse van de Gouderak stroomgordel werd aangetroffen (Zaak ID 2256030100, Westergouwe). Nadat de stroomgordels het plangebied hadden verlaten nam het veen, geholpen door de hoge grondwaterstanden, het gebied weer over. Dit veenpakket wordt als het Hollandveen omschreven. In de top van het Hollandveen, aan het maaiveld, is het veen kleiig door de invloed van overstromingsafzettingen van de Hollandsche IJssel. In 1285 werd de IJssel afgesloten met de Dam bij het Klaphek. Op de hierboven genoemde DINO-boringen is te zien dat zich onder het veen een laag klei en/of zand bevindt, dat weer op veen ligt. In DINO-boring B38B1716, direct aan de noordzijde van de Achterwillenseweg ligt onder een kleiige bouwvoor van 20 cm een dik veenpakket, met een kleidek tussen 6 en 7 m -mv (-7,5 tot -8,5 m -NAP), weer op veen. In boring B38B0044 (direct ten oosten van het plangebied) is vanaf maaiveld veen gekarteerd, tot een laag klei op zand op klei van 4,0 tot 8,31 m -mv (-5,48 tot -9,79 m -NAP).

Een mogelijkheid is dat we hier te maken hebben met afzettingen van de Hollandsche IJssel, of de op de beleidskaart zuidwest/noordoostelijk gekarteerde Willensche Vloedrug, die langs het plangebied loopt, met beide een hoge archeologische verwachting vanaf de Romeinse tijd. Vondsten uit de Romeinse tijd in de omgeving van Gouda zijn schaars, maar wel degelijk aanwezig (Zaak ID 2051368100, Gouderaksedijk 75). Vanaf het begin van de Late Middeleeuwen werden de veengebieden ontgonnen voor de landbouw. Dit gebeurde door middel van cope ontginningen. Hierbij werden vanuit al bestaande waterwegen sloten gegraven om het grondwater te verlagen. Het water in de sloten werd vervolgens afgewaterd in de oorspronkelijke rivieren. Hierdoor was het mogelijk om de veengebieden te exploiteren voor agrarische doeleinden. De cope ontginningen hadden een verkavelingspatroon tot gevolg, met langgerekte percelen die zich vanuit de assen vertakken. Op de geomorfologische kaart (Kaart 2) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom, maar het gebied direct ten noorden van de Achterwillenseweg en ten oosten van de Vlietdijk/Willenskade zijn aangeduid als ‘Ontgonnen Veenvlakte’(M81).

Volgens de bodemkaart (Kaart 2b) ligt het plangebied op de rand van zones met koopveengronden op bosveen (of eutroof broekveen), code hVb, en weideveengronden op bosveen (of eutroof broekveen), code pVb. Koopveengronden hebben een maximaal 50 cm dikke veraarde bovengrond bestaande uit kleiig veen of venige klei; weideveengronden hebben een zavel- of kleidek en een vaak meer dan 20 cm dikke donker gekleurde humeusrijke bovengrond. Op de stroomgordelkaart van Cohen 2012 (Kaart 2c) is te zien dat het plangebied binnen de stroomgordel ligt van de Gouderak (53).

10

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens; boring B38B1716 en B38B0044, direct naast het plangebied.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

13

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

3.2

Historisch landschap

Historisch-geografische ontwikkeling Hoe de precieze geschiedenis van de ontginningen rond Gouda in detail heeft plaatsgevonden is nog onzeker. De ontginningen langs de IJssel schoven vanuit twee richtingen op in de richting van de plek waar Gouda zou ontstaan: vanuit het oosten gebeurde dat onder de eindverantwoordelijkheid van de bisschop, en aan de westzijde kan aanvankelijk een graaf van Lek-en-IJssel de regie hebben gehad. De ontginningen ten oosten van Gouda dateert men gewoonlijk op de 11e eeuw.11 Relicten van het oude cultuurlandschap zijn terug te vinden in stukjes cope-landschap aan de noordzijde van de Rijksweg, in de Oostpolder in Schieland, tussen de Achterwillenseweg en de Platteweg, en in Stein. Ook zijn middeleeuwse weteringen nog in de huidige structuur te herkennen. Deze mondden alle uit, direct of indirect, in de Hollandsche IJssel. Voorbeeld hiervan is de westelijk van het plangebied gelegen Breevaart, rond 1350 gegraven als de Reeuwijkse Wetering. Behalve de weteringen zijn ook de ontginningsbases en kaden nog steeds zichtbaar. Hiertoe behoren de vroegere tiendwegen, zoals de Voorwillenseweg en Karnemelksloot, de Eerste Moordsche Tiendweg, en de Achterwillenseweg, de Platteweg, de Omloopkade en de Winterdijk die in de gemeente Waddinxveen op de Brugweg uitkomt.

12 Vermeldingswaardig in dit verband is de 12e eeuwse boerderij die in de Oostpolder is opgegraven (Zaak ID 5130842100); deze lag meer dan 100 meter van de ontginningsweg af, in dit geval de Tweede Moordrechtse Tiendeweg. Dat maakt het lastig om te veronderstellen dat boerderijen in deze periode alleen dicht bij de ontginningsbases waren gelegen. Volgens de Cultuurhistorische Basiskaart van de gemeente Gouda ligt het plangebied in het gebied Middenwillens, met een ontginning tussen 1000-1100 na Chr. De toelichting geeft aan: “De percelen hadden een vaste breedtemaat (100 -150 meter), een bepaald oppervlakte (een cope) en een vrije opstrek (onbepaalde lengtemaat). Later werd de vaste lengtemaat van 1250 meter ingevoerd en volgde de achterkade de loop van de ontginningsbasis. De ontginningen van het Land van Stein en Willens (vóór 1050 vanuit het oosten ontgonnen) hadden percelen met vaste breedte (112 meter) en vrije opstrek. Ze waterden rechtstreeks af op de IJssel.” De weg Achterwillenseweg is volgens deze Basiskaart ontstaan als kade tussen de ontginningen Middenwillens en Achterwillens, aangelegd tussen 1250-1350.13

Afbeelding 7 Uitsnede van de kaart Bernard du Roy (1743). Het plangebied is globaal in blauw aangegeven Bron: RUG. 14

11

Abels et al. 2002, 17.

12

Denslagen 2001 ,64-65.

13

https://gis.gouda.nl/viewer/app/Cultuurhistorie_open.

14

Archief Hoogheemraadschap van Rijnland: Inventarisnr. 30A Kartografische documenten en technische tekeningen, toegang A-4493.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

14

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Op een kaart uit 1743 van Bernard du Roy (afbeelding 7) is de Achterwillenseweg afgebeeld. De kaart is erg schetsmatig, maar laat geen bebouwing zien. Op de kaart is te zien dat het plangebied in polder Willens ligt. De polder Willens ligt tussen de Platteweg bij de Reeuwijksche Plassen in het noorden, tot de Hollandsche IJssel in het zuiden. Het noordelijke deel tussen de Reeuwijksche Plassen en de Achterwillenseweg (soms ook Tiendweg genoemd) heet de Achter Willens; het gedeelte tussen de Achterwillenseweg en de Voorwillenseweg (ook wel Grintweg genoemd) heette de Midden Willens, met het zuidelijke deel de Voor Willens. Het plangebied ligt dus in wat vroeger de Midden Willens was.

Afbeelding 8 Uitsnede Kadasterkaart 1811-1832. Het plangebied in blauw aangegeven. Bron: RCE.

De eerste echt betrouwbare kaart is de Kadastrale Minuut van 1811-1832 (afbeelding 8). Op deze kaart (sectie B, blad 01) is de Achterwillenseweg eveneens met naam afgebeeld. Binnen het plangebied is geen bebouwing of bebouwingslint te zien aan beide zijden van de Achterwillenseweg, over de breedte van de kaart vanaf de Willensekade richting het westen over een lengte van meer dan 800 meter. De percelen op de Kadasterkaart die het plangebied vormen (percelen 662 en 667) zijn dan in gebruik als weiland. Vanaf 1855 werd de spoorlijn tussen Gouda en Utrecht aangelegd, die de polder Willens doormidden sneed, en daarmee een bres sloeg in de middeleeuwse ontginningsstructuur. Het bebouwingslint langs de Achterwillenseweg breidde zich pas vrij laat uit, zoals te zien is op de topografische kaarten van 1850, 1900, 1950 en 1990 (afbeeldingen 9 t/m 12).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

15

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 9 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1850. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 10 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1900. Bron: Topotijdreis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

16

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 11 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1950. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 12 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1990. Bron: Topotijdreis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

17

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Het uitbreidingsplan Achterwillens werd in 1957 aangeboden aan de raad. Deze wijk, ten westen van het huidige plangebied, werd ontworpen door het bureau Kuiper, Gouwetor, De Ranitz en Bleeker, in nauwe samenwerking met de dienst gemeentewerken, als onderdeel van een herziening uitbreidingsplan Vreewijk en Achterwillens.15 Het huidige plangebied ten oosten van de Breevaart aan de noordzijde van het spoor bleef echter nog lang dunbevolkt landelijk gebied. In 1992 werd als noordelijke ontsluitingsweg voor Gouda Goverwelle de Goudse Houtsingel aangelegd. De bebouwing langs de Achterwillenseweg in de omgeving van het plangebied is vrij recent van aard, op een enkele uitzondering betreft het bebouwing uit de tweede helft van de 20 e eeuw. De BAG viewer geeft voor de westzijde van het plangebied langs de Achterwillenseweg (tussen de Goverwellesingel en de Willenskade) als bouwjaar respectievelijk: - nummer 146 : 1965 - nummer 144 : 1971 - nummer 142 : 1970 - nummer 140 : 1927 - nummer 140a : 2004 - nummer 138 : 2000 - nummer 136 : 1999 - nummer 134 : 1974 - nummer 132 : 1964 Huidig gebruik (LS02) Het plangebied is momenteel braakliggend en begroeid met gras, met enkel een moderne houten schaapskooi. Langs de achterzijde en voorzijde van het perceel is sprake van bomen en beplanting.

Afbeelding 13 Impressie plangebied vanaf de zuidelijke grens richting het noorden. Bron: foto Vestigia 24-08-2021.

15

Bet/Broekhuizen 2005.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

18

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Afbeelding 14 Impressie plangebied vanaf de noordelijke grens richting het zuiden. Bron: foto Vestigia 24-08-2021.

Afbeelding 15 Zicht op de zuidoosthoek van het plangebied. Foto richting het noordwesten. Bron: foto Vestigia 24-08-2021.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

19

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Verstorende bodemingrepen in het verleden Binnen het plangebied zijn geen bodemverstoringen bekend. Voor informatie omtrent bekende verstoringen zoals saneringen en dergelijke is de website van het Bodemloket geraadpleegd.16 Verder is de digitale verstoringsbronnenkaart van de RCE geraadpleegd. 17 Op beide kaarten staan geen bijzonderheden vermeld.

3.3

Archeologische waarden

Voor de archeologische gegevens omtrent het onderhavige plangebied is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken en vondstlocaties bevat (kaart 3). Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. Vondstlocaties zijn locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied liggen geen archeologische monumenten/AMKterreinen (kaart 3). Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis ook geen vondstlocaties geregistreerd. Er zijn wel enkele onderzoeken in de omgeving uitgevoerd. • Ten oosten van het plangebied, direct langs de Willenskade aan de noordzijde van het spoor, staat in Archis het bureauonderzoek met Zaak ID 2373043100. Het betreft een grootschalig onderzoek ‘Hoofdwaterloop Oukoop” uit 2012. Vanwege het grootschalige karakter zullen we dit verder buiten beschouwing laten. • Ca. 150 m ten zuidoosten van het plangebied is een bureauonderzoek uit 2021 geregistreerd met Zaak ID 4934872100; het betreft een 10kV leiding tracé.

Het rapport staat nog niet in Archis/E-depot. • Ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied staat binnen dit kabel tracé een booronderzoek vermeld met Zaak ID 4988932100. In Archis zijn alleen de eerste bevindingen gedeponeerd. Deze vermelden kort en bondig: “Het veldwerk is uitgevoerd. Er is geen archeologie aangetroffen.” • Ca. 250 m ten zuidoosten van het plangebied is een booronderzoek uit 2020 geregistreerd, Zaak ID 4889318100 (Steinse Groen Haastrecht). In de diepere ondergrond zijn de verwachte rivierafzettingen van de Benschop stroomgordel niet (of mogelijk op ca. 5,8-6,3 m-NAP) aangetroffen. Er zijn in de boringen geen sporen van grote verstoringen of vergravingen gevonden. Ook zijn er geen archeologische niveaus (lagen met archeologische indicatoren) aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Geadviseerd is het plangebied vrij te geven. • Ca. 350 m ten zuidwesten van het plangebied staat tenslotte bij de Gershwinstraat een booronderzoek uit 2012 geregistreerd (Zaak ID 2361258100). Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor een archeologische vindplaats. Er is geen vervolg geadviseerd. In het kader van dit onderzoek is contact gezocht met de stadsarcheoloog van Gouda, mevr. F. de Roode. De verkregen informatie, waarvoor dank, is verwerkt in dit bureauonderzoek. 18

16

http://bodemloket.nl/.

17

https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart. De kaart is een selectie uit het bestand ‘Vergraven Gronden’, van WUR. In 2012 is er door Alterra een GIS-bestand samengesteld met een overzicht van grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, waarbij de opbouw van het bodemprofiel tot ten minste 40 cm diepte is gewijzigd. Hiervoor is informatie opgevraagd bij instanties en organisaties die werkzaamheden (laten) uitvoeren en/of administreren in verband met vergunningverlening en instanties die landgebruik in kaart brengen. 18 E-mail mevr. F. de Roode (gemeente Gouda), d.d. 1 maart 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

20

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

Ten slotte kan vermeld worden dat in het kader van deze inventarisatie de viewer van de atlas van de Omgevingsdienst Midden-Holland is geraadpleegd; dit leverde verder geen bijzonderheden op.19 3.4

Landschappelijke waarden

Er bevinden zich geen gewaardeerde of beschermde markante of behoudenswaardige landschappelijke waarden in het plangebied. De strook kavels aan de zuidzijde van de Achterwillenseweg kan wel worden gezien als een relict van het cope-landschap. Het gebied van de Achterwillenseweg is op de Gele Vlekkenkaart van 2004 aangegeven als een gebied waar een Cultuurhistorische Analyse (CHA) vereist is bij ontwikkelingen. In het Welstandsbeleid (2020) geldt voor delen van enkele belangrijke historische linten zoals de Achterwillenseweg het “volledig welstandstoezicht”. Recentelijk is de Historische Lintenvisie Gouda (26 oktober 2021) vastgesteld. Het beschermen en benoemen van de mate van bescherming en ontwikkelruimte volgt de methodiek van: • veiligstellen: behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten, waarbij weinig of geen ontwikkelmogelijkheden zijn (“nee, tenzij”) • inpassen: behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten waarbij ontwikkelingen onder voorwaarden mogelijk zijn (“ja, mits”) • transformeren: behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten waarbij grote mogelijkheden tot herontwikkeling en functieverandering. 20 De visie draait om de cultuurhistorische waarde van een lint en lintzones, niet om het benoemen en beschermen van individuele gebouwen of gebouwensembles.

De stedenbouwkundige en architectuurhistorische betekenis speelt een rol, maar alleen vanuit de kernkwaliteiten van het lint, niet vanuit de individuele, intrinsieke waarde van de architectuur.21 Het plangebied ligt binnen de lintzone voor de Achterwillenseweg. Voor de Achterwillenseweg (weg, watergangen weerszijden met bijbehorende bermen en beplanting; invloedssfeer: Goudse Hout)22 geldt dat water en groen dominante waarden zijn, niet de weg. Het lint omvat behalve de weg de watergangen en groene bermen. Ook de kernwaarden van Goudse Hout, zoals openheid en (middeleeuwse) strokenverkaveling, zijn bepalend voor de kwaliteit van het lint. Ontwikkelingen in Goudse Hout moeten daarom rekening houden met de kwaliteiten van het lint en vice versa.23 3.5

Architectuur-/bouwhistorische waarden

Voor de inventarisatie van mogelijke architectuur-/bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het rijksmonumentenregister;24 • de gemeentelijke monumentenlijst;25 • Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland.26 • de Cultuurhistorische Basiskaart van Gouda;27 • de kadastrale minuut 1811-1832; • de objecten uit de database van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP); 28

19

https://atlas.odmh.nl/html5viewer/index.html?viewer=Atlas.Atlas&layerTheme=Archeologie.

20

Historische Lintenvisie 2021, 9.

21

Historische Lintenvisie 2021, 31.

22

Historische Lintenvisie 2021, 54.

23

Historische Lintenvisie 2021, 41.

24

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/.

25

https://gis.gouda.nl/viewer/app/internet_monumenten; https://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Gemeentelijk_monument_in_Gouda. 26 https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas. 27

https://gis.gouda.nl/viewer/app/Cultuurhistorie_open.

28

https://cultureelerfgoed.nl/node/1423.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

21

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

• •

de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).29 Het Streekarchief Midden-Holland30

Binnen het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of MIPobjecten.31 Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie of op de Cultuurhistorische Basiskaart van de gemeente zijn binnen het plangebied geen aanvullende cultuurhistorische of bouwhistorische waarden geïnventariseerd. Ook de overige hierboven genoemde bronnen leverden geen bijzonderheden op omtrent het plangebied. Op de gemeentelijke Cultuurhistorische Basiskaart zijn de objecten die wel een waardering of omschrijving hebben op grote afstand gelegen. Het woonhuis van de Achterwillenseweg 112 is bijvoorbeeld aangeduid als ‘naoorlogse topper’ (ca. 930 m ten westen van het plangebied), en het woonhuis aan de Achterwillenseweg 102 als een voorbeeld van ‘Jongere Bouwkunst-C’ (ca. 1,2 km ten westen van het plangebied). In het bureauonderzoek voor de wijk Middenwillens uit 2006 is een inventarisatie uitgevoerd van de bouwhistorische waarden langs de Achterwillenseweg.32 Zo staat er bij de Achterwillenseweg 146: “Het pand dateert uit 1965 (architect Y.S. Dijkstra) en staat op een rechthoekig grondvlak, parallel aan de Achterwillenseweg. Links heeft het een aanbouw die iets terugligt en een lagere nokhoogte heeft. Zowel het hoofdpand als de uitbouw omvatten een begane grond en zolderverdieping onder een met betonpannen gedekt zadeldak waarvan de nok parallel aan de Achterwillense weg ligt.

De geveltoppen van de zijgevels zijn voorzien van een schroten betimmering. De entree ligt aan de Achterwillenseweg, iets links van de centrale as. Links hiervan is een licht uitkragend venster, rechts zijn twee liggende vensters.” De conclusie voor de bebouwing langs de Achterwillenseweg 31, 33 en dan 96 tot aan 146 is dat het panden van geringe ouderdom betreft, tussen 1928 en de jaren 90 van de 20e eeuw (met de meeste panden daterend tussen de jaren 50 en 80 van de 20e eeuw). Alleen de Achterwillenseweg 102 wordt als ‘positief afwijkend’ genoemd, met het oog op het zorgvuldig uitgevoerde metselwerk, typerend voor de jaren 20/30 van de vorige eeuw, voorzien van subtiele details, en de opvallende dakvorm.33 In de inventarisatie van naoorlogse architectuur en stedenbouw van Bet/Broekhuizen 2005 zijn geen bijzonderheden opgemerkt ten aanzien van het plangebied en/of het gebied ten oosten van het Gloriantplantsoen. 3.6

Tweede Wereldoorlog

In de gemeentelijke GIS viewer is een kaart opgenomen met betrekking tot het risico op niet gesprongen explosieven. Volgens deze kaart ligt het plangebied in een buffer aangemerkt als ‘verdacht gebied op afwerpmunitie’.34 Het onderliggende rapport maakt duidelijk dat het hier om een buffer gaat van 144 meter, gemeten vanuit het hart van het vermoedelijke doel, de kruising tussen het spoor en de Willemkade (ca. 70 m ten oosten van het plangebied; het middelpunt van de cirkel met de buffer ligt ca. 60 m ten zuiden van het plangebied).35 Het plangebied ligt op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) niet binnen een zone met een bijzondere verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog. Op de IKME staan binnen het plangebied geen resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Wel kunnen in deze zone in zijn algemeenheid resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Er zijn hiervoor achter geen aanwijzingen dat dit ook daadwerkelijk het

29

https://bagviewer.kadaster.nl/.

30

https://samh.nl/.

31

Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) was een landelijk project dat de Rijksdienst tussen 1986 en 1995 uitvoerde met als doel om per gemeente de waardevolle gebouwen en andere monumenten te beschrijven en waarderen. De documentatie van MIPobjecten is nog steeds relevant, maar niet meer actueel. Het is mogelijk dat objecten sinds de inventarisatie ingrijpend gewijzigd of zelfs gesloopt zijn. Sommige MIP-objecten zijn later aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. 32 Van Dam et al. 2006, 14-23. 33

Van Dam et al. 2006, 23.

34

https://gis.gouda.nl/viewer/app/Bouwen_open;

35

Van der Lee et al, 2011.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2262, definitief, versie 2.0, d.d. 19 april 2022

22

V22-5015: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Achterwillenseweg 146 te Gouda, gemeente Gouda

geval is.36 In het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 zijn voor Gouda en omgeving zes meldingen van crashes opgenomen. Van deze meldingen kan er geen in verband worden gebracht met de omgeving van het plangebied.37

3.7

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een zone met een hoge archeologische verwachting in verband met de ligging in het historisch bebouwingslint langs de Achterwillenseweg. Er zijn geen cartografische aanwijzingen voor historische bebouwing uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Het plangebied heeft op basis van de bekende landschappelijke en archeologische gegevens verder een lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit het Neolithicum tot aan de ontginningen in de Late Middeleeuwen. Op basis van het bureauonderzoek kan de gespecificeerde archeologische verwachting als volgt puntsgewijs worden samengevat: 1. Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Voor het plangebied geldt een lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit het Neolithicum t/m de Romeinse tijd/Vroege Middeleeuwen een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe tijd. 2. -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=02472882-cd6a-4618-9721-2dd1eb162e27