CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

20210910 Spoorzone A1 locatie 2021_vastgesteld_Toelichting.pdf

Commissie Fysieke leefomgeving 22 september 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: bestemmingsplan Spoorzone A1 locatie30.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

70 waterhuishoudkundige aspecten zijn beschreven. Deze waterparagraaf is hieronder opgenomen. 5.6.2

Relevant beleid

De afweging van de diverse waterbelangen is geborgd in diverse plannen, wetten en beleidsdocumenten. De belangrijkste plannen en wetten op Rijksniveau en Europees niveau zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet, het Nationaal Waterplan en de Wet gemeentelijke watertaken. Op provinciaal niveau zijn dit het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland, de Verordening Ruimte en het Actieprogramma Water. Voorts is relevant het beleid (Waterbeheerplan 2016-2021) en de Keur van het hoogheemraadschap. Op gemeentelijk niveau staan relevante regels in gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), het Waterplan Gouda en de nadere uitwerking hiervan in het Programma "Sterke Stad, Slappe bodem". Gelet op de aard van het bestemmingsplan (functieverbreding met behoud van bestaande bouwmogelijkheden) is niet nader ingegaan op al deze beleidsdocumenten. 5.6.3

Planbeschrijving en conclusie

Er is geen open water binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt een functieverbreding mogelijk ten opzichte van het huidige bestemmmingsplan en maakt hogere bouwhoogtes mogelijk. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en bijna volledig onverhard. Door de ontwikkeling neemt de hoeveelheid bebouwing en verharding toe ten opzichte van de feitelijke situatie. Er is een waterbalans opgesteld op basis van de huidige ontwerpen voor de beide deellocaties. In de waterbalans is de hoeveelheid verharding en bebouwing in de toekomstige situatie vergeleken met de huidige situatie. Hieruit volgt dat er sprake zal zijn van een toename van ca. 10.453 m2 verhard en bebouwd oppervlakte. Bij een compensatie van 15% is ca. 1.568 m2 aan watercompensatie nodig. Hieronder is dit in tabelvorm op een rij gezet. Tabel 5.x Waterbalans Spoorzone A1 locatie

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

71

In het verleden is voor de ontwikkeling van de locatie A1 al een berekening gemaakt van de compensatie aan oppervlaktewater die nodig is vanwege het realiseren van bebouwing en verharding in dit gebied. Het hoogheemraadschap beheert voor de polder Bloemendaal (WW-32B) een BergingsRekening Courant (BRC), waarbinnen al het nieuwe water dat wordt gerealiseerd en alle benodigde compensatie met elkaar kunnen worden verrekend over meerdere plannen heen (mits in hetzelfde peilgebied). Binnen het peilgebied van polder Boemendaal is op dit moment een positief saldo van ca. 2.609 m2 aan compensatiewateroppervlakte (1 maart 2021). De benodigde watercompensatie van ca. 1.568 m2 die voor het plan nodig is, wordt daar mee verrekend. Er blijft dan een positief saldo van beschikbaar van ca. 1.041 m2 beschikbaar. Deze berekening is gebaseerd op de laatste stand van de deelplannen. Voor de realisatie van de plannen is naast de omgevingsvergunning voor bouwen ook een watervergunning nodig. In het kader van de watervergunning wordt op basis van de definitieve versie van de beide deelplannen de exacte watercompensatie berekend en vindt de verrekening plaats. "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

72

Binnen het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen, kernzones van een waterkering, of grondwaterbeschermingsgebieden gelegen. Wel lopen langs het plangebied watergangen die onderdeel zijn van het hoofdwatersysteem en op de Legger van het hoogheemraadschap zijn aangeduid. De ontwikkeling leidt niet tot aanpassing van deze watergangen.

Afbeelding 5.11 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap Rijnland 5.6.4

Watertoets

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. Het hoogheemraadschap van Rijnland is het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft het hoogheemraadschap een adviserende rol. In het kader van het vooroverleg artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening wordt het bestemmingsplan aan het hoogheemraadschap voorgelegd voor advies. De reactie wordt in deze paragraaf verwerkt. Voor de realisatie van het plan zal een watervergunning nodig zijn. 5.6.5

Conclusie

Vanuit waterstaatkundig perspectief is er geen beperking voor het bestemmingsplan. Er zijn geen gevolgen voor de waterhuishouding.

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

73

5.7

Niet gesprongen explosieven

5.7.1

Onderzoek

Voor bepaalde gebieden geldt een hoge verwachtingswaarde voor het aantreffen van niet-gesprongen explosieven. Bij het ontwikkelen van een plan moet hier rekening worden gehouden. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van NGE's kunnen passende maatregelen worden getroffen. De gemeente Gouda heeft voor de hele gemeente onderzoek laten uitvoeren naar de verdenkingen op het voorkomen van conventionele explosieven (Vooronderzoek Revitalisering Gouda CE-bodembelastingkaart, Riel Explosive Advice & Services Europe, 2011). Het rapport is te vinden op de website http://gis.gouda.nl. Rond het plangebied zijn twee soorten gebieden aangeduid, te weten 'verdacht gebied voor afwerpmunitie' en 'verdacht gebied voor luchtgrondrakketten', zie afbeelding 5.12. Het grootste deel van het plangebied is al onderzocht. Hiervoor wordt verwezen naar het explosievenonderzoek uit 2011 (Riel Explosive Advice & Services Europe B.V., kenmerk RO-110052, versie 2.0, d.d. 21 september 2011). Er gelden voor de locatie beperkingen in verband met de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE).

Afbeelding 5.12: uitsnede kaart risicogebieden NGE (bron: gis.gouda.nl/gisviewer) 5.7.2

Conclusie

Bij een aanvraag voor omgevingsvergunning voor bouwen dient rekening te worden gehouden met de risicogebieden voor NGE en kan mogelijk onderzoek nodig zijn. Voor het bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen.

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

74

5.8

Bezonning en schaduweffecten

Het bestemmingsplan staat een bouwhoogte toe van maximaal 70 m. Om de schaduweffecten op de omgeving te beoordelen, is in de regels opgenomen dat het college bij de omgevingsvergunning nadere eisen kan stellen aan het ontwerp om eventuele schaduweffecten te verminderen (zie art. 3.3 Nadere eisen). Er dient een bezonningsstudie te worden uitgevoerd om dit te kunnen beoordelen. Op deze manier kan de gemeente hier sturing op houden. De gemeente concludeert dat vanuit het oogpunt van bezonning er voldoende mogelijkheden zijn om tot een inpasbare en acceptabele situatie te komen. Bij vergunningverlening wordt dit middels een bezonningsstudie definitief getoetst enb kan het college nadere eisen stellen aan het ontwerp.

5.9

Windhinder

In gebieden met hoge gebouwen kan windhinder optreden. Dan is sprake van verhoogde windsnelheden, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs onveilig is. Dit kan de aantrekkingskracht van verblijfsgebieden of looproutes verminderen en heeft daardoor sociale en economische effecten. Het bestemmingsplan maakt bebouwing mogelijk tot 70 meter hoog. Het voorkomen van windhinder is grotendeels afhankelijk van het ontwerp van het gebouw. Bij gebouwen hoger dan 30 meter is het uitvoeren van een windhinderonderzoek verplicht. Met behulp van een computeranimatie of windtunnelonderzoek kan worden vastgesteld of bij een bepaald ontwerp windhinder of windgevaar optreed. Ook maatregelen om windhinder te voorkomen of te beperken kunnen dan worden onderzocht. Zodoende is in de regels opgenomen dat het college bij de omgevingsvergunning nadere eisen kan stellen aan het ontwerp om eventuele windhinder te voorkomen (zie art. 3.3 Nadere eisen). Op deze manier kan de gemeente hier sturing op houden.

5.10

Trillingen

Vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening is het voor het bestemmingsplan van belang om aandacht te hebben voor eventuele trillingshinder, gelet op de nabijheid van het spoor. In juli 2019 is door het Rijk de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen gepubliceerd. Indien er onvoldoende rekening wordt gehouden met trillingen van het spoorverkeer kan dat in de toekomst gevolgen hebben voor de gezondheid van bewoners en gebruikers van bedrijfsruimten. In de handreiking wordt voor verschillende situaties aangegeven hoe er kan worden omgegaan met de trillingshinder, bijvoorbeeld door gebouwen zodanig te ontwikkelen dat de eindgebruiker er zo min mogelijk last van heeft. Voor het beoordelen van trillingen op het risico van gebouwschade, hinder voor personen in gebouwen of verstoring van apparatuur/processen, heeft de Stichting Bouwresearch de SBR-richtlijn 'Trillingen' uitgegeven. De richtlijn heeft geen wettelijke status, maar heeft mede door jurisprudentie een ruim draagvlak opgebouwd en wordt geïnterpreteerd als de meest recente stand der inzichten. Deze richtlijn bestaat uit de volgende drie delen: SBR-A: Schade aan gebouwen, uitgave 2017. SBR-B: Hinder voor personen in gebouwen, uitgave 2002. SBR-C: Storing aan apparatuur, uitgave 2002.

Het plangebied ligt naast het spoor en er is kans dat trillingshinder optreedt voor de toekomstige bewoners en gebruikers van het nieuwe gebouw dat het bestemmingsplan mogelijk maakt. De SBP-richtlijn hanteert streefwaardes die afhangen van de toekomstige gebouwfunctie. Bij de nieuwbouw zal rekening moeten worden gehouden met deze streefwaarden. Wanneer uit onderzoek blijkt dat de trillingsniveau hoger is dan de streefwaarde, zijn bouwkundige maatregelen of overdrachtsmaatregelen mogelijk, zoals het aanbrengen van een stijve(re) fundering, een trillingsarm gebouwontwerp of een ingreep in de bodem tussen het spoor en het gebouw. Deze zaken dienen in de vergunningsfase te worden beoordeeld. Zodoende is in de regels van het bestemmingsplan de verplichting opgenomen dat de nieuwbouw dient te voldoen aan de SBR-richtlijn (zie art. 3.3.4 Bescherming tegen trillingshinder). Om dit aan te tonen zal een trillingsonderzoek nodig zijn en daaruit volgend zijn eventueel bouwkundige maatregelen nodig. "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

75

Hoofdstuk 6

Planopzet

In dit hoofdstuk wordt in het kort ingegaan op de opbouw en inhoud van de regels van het bestemmingsplan Spoorzone A1 locatie 2021. In de voorgaande hoofdstukken is het beleid beschreven en zijn de ruimtelijke en functionele opzet van het plangebied toegelicht. De regels zijn een juridische vertaling van de gemaakte keuzes voor dit plangebied.

6.1

Feitelijke planopzet

Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een geografische plaatsbepaling (verbeelding), regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Het bestemmingsplan is opgesteld conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) versie 2012. Hierdoor is het plan geschikt voor interactieve uitwisseling via het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2012. De toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. Niettemin vormt zij een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Daarbij is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Methodiek Het bestemmingsplan maakt in het kader van de ambities voor de Spoorzone een hogere bouwhoogte mogelijk dan het voorgaande bestemmingsplan en maakt woningbouw mogelijk. De ambities zoals beschreven in paragraaf 3.2 zijn vertaald in een nieuwe verbeelding en nieuwe regels. Voor de opzet van het bestemmingsplan is het Handboek Digitale Bestemmingsplannen van de Gemeente Gouda aangehouden.

Zowel de verbeelding, de regels als de toelichting zijn opgezet aan de hand van dit handboek. Voor de regels is daarnaast gebruik gemaakt van de Standaardregeling van de gemeente. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plangebied gelegen gronden zijn toegekend. Een bestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak; lijn- en puntbestemmingen komen niet voor. Aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Aanduidingen hebben altijd juridische betekenis, die in de regels wordt gegeven.

6.2

Juridische planopzet

Bestemmingsvlakken In dit plan wordt gebruikgemaakt van een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeven en waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Aanduidingen Op de verbeelding is een onderscheid gemaakt in enkele verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen. Bestemmingsregelingen De regels bestaan uit verschillende hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat inleidende regels. Die bestaan uit omschrijvingen van enkele in de regels voorkomende begrippen en de wijze van meten, bijvoorbeeld hoe de oppervlakte van een bouwwerk gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 behelst de bestemmingsregels, die hierna uitgebreid aan de orde komen.

Hoofdstuk 3 bevat de anti-dubbeltelbepaling, voorgeschreven "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

76 op grond van het Besluit ruimtelijke ordening, en algemene bouw- en afwijkingsbevoegdheden. De antidubbeltelbepaling voorkomt dat grotere bouwmogelijkheden ontstaan door grond dubbel te tellen bij de toetsing aan het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 behelst het overgangsrecht. Ook van dit artikel staat de redactie vast. Het is gebaseerd op het Besluit ruimtelijke ordening. De slotregel is de titel van het bestemmingsplan. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 2.1, lid 1c) staat het algemene verbod om de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming te gebruiken. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit.

6.3

Toelichting op de regels

6.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In deze paragraaf is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. 6.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Artikel 3 Gemengd - 1 De bestemming Gemengd-1 bevat de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het plangebied. Er is ruimte voor een gemengd stedelijk programma, bestaande uit een woonprogramma van maximaal 450 woningen en aanvullend ruimte voor commerciële functies tot maximaal 1.000 m2 bvo op de begane grond en eerste verdieping. Onder commerciële voorzieningen wordt in het plan verstaan: kleinschalige detailhandel en dienstverlening; niet zijnde supermarkten. horeca van categorie I. ambachtelijke en/of kleinschalige bedrijven van maximaal milieucategorie 2. kantoren. maatschappelijke voorzieningen (niet zijnde kinderdagverblijven, kinderopvang en/of zorg). Van de 1.000 m2 bvo aan commerciële functies mag maximaal 250 m2 bvo worden ingevuld met horeca categorie I. Er wordt ingezet op kleinschalige commerciële voorzieningen die niet concurreren met het centrum van Gouda. Daarom is de omvang per vestiging gemaximeerd op 250 m2 bvo. Het college kan een grotere vestiging toestaan, mits is aangetoond dat dit niet leidt tot duurzame ontwrichting van de detailhandel en het voorzieningenniveau in het centrum.

Supermarkten zijn in het bestemmingsplan uitgesloten. Aanvullend is in het bestemmingsplan ruimte geboden aan onderwijs en ondersteunende voorzieningen zoals fietsenstallingen, parkeervoorzieningen, expeditieruimte, groenvoorzieningen en water en bijbehorende (ontsluitings)wegen, straten en paden. In het bouwvlak zijn gebieden aangeduid met een maximum bouwhoogte. Aan de westzijde is de hoogte maximaal 70 meter. Het middendeel is lager. Aan de oostzijde is een hoogte van 50 meter opgenomen. Het bouwvlak mag maximaal 70% bebouwd worden. Er is aan de oostzijde een klein deel waar de bebouwing over het maaiveld heen steekt. Hier is de aanduiding 'onderdoorgang' opgenomen, waarin is geregeld dat de eerste drie meter vanaf het maaiveld een vrije doorgang dient te bieden (behoudens eventuele draagconstructies). Ook is in de regels verplicht gesteld dat minimaal 15% wordt ingericht met groen. Vanwege de hoge geluidbelasting van het spoor en de Burgemeester Jamesssingel, gelden er aanvullende eisen voor de nieuwe woningen. Deze zijn geregeld middels de 'specifieke bouwaanduiding dove gevel'.

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

77

Artikel 5 Waarde - Archeologie Voor het hele plangebied is een dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen. Er is in de regels een koppeling gelegd met de verplichtingen die zijn opgenomen in artikel 3.12 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Indien uit de regels van de verordening volgt dat een 'omgevingsvergunning archeologische waarden en verwachtingen' noodzakelijk is, mag het bouwen op deze gronden ten dienste van de andere daar voorkomende bestemming uitsluitend geschieden nadat burgemeester en wethouders de betreffende omgevingsvergunning hebben verleend. 6.3.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het artikel "Antidubbeltelbepaling" bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwbepalingen geregeld die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Artikel 8 Algemene gebruiksregels Deze bepaling regelt het verbod om gronden te bebouwen of te gebruiken in strijd met de bestemming. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de enkelbestemming een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft een standaardregeling van de gemeente Gouda die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is geregeld dat voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernormen voor auto en fiets. 6.3.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

In de overgangsbepalingen is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotbepaling is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

78

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het is noodzakelijk om in bestemmingsplannen aan te geven in hoeverre de voorgestane plannen en bestemmingen financieel uitvoerbaar zijn en wie de risicodragende partij is. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuwe ontwikkeling mogelijk. De gemeente is eigenaar van de gronden. De kosten voor de ontwikkeling worden gefinancieerd via de grondexploitatie. De gronden worden verkocht tegen marktconforme grondwaardes. Op deze manier is kostenverhaal verzekerd. Een exploitatieplan (of verhaal van kosten op andere wijze) is dan ook niet vereist. De voorgenomen bouwplannen betreffen beiden een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. Er wordt met elke initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Hierdoor is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. De economische uitvoerbaarheid door de initiatiefnemers is voorts voldoende aangetoond. In de overeenkomsten wordt verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt.

7.2

Handhaving

De doelstellingen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in het bestemmingsplan kunnen slechts worden verwezenlijkt, indien de regels van het bestemmingplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en er vervolgens voor zorg te dragen dat anderen deze regels naleven. Hiertoe zullen regelmatig controles uitgevoerd moeten worden. In het plan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de regels. Bepalingen waarvan op voorhand bekend is dat de controle op de naleving een probleem vormt zijn vermeden. Tevens zijn vage formuleringen geweerd ter voorkoming van verschillende interpretaties. Duidelijke en inzichtelijke formulieren geven zowel de ambtenaren belast met handhaving als de burgers houvast. Wanneer het gebruik van een multi-interpretabel begrip niet kan worden voorkomen, is in de begripsomschrijving duidelijk gemaakt welke interpretatie of definitie in dit bestemmingsplan gehanteerd wordt.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1

Participatie

Op 16 februari 2021 is een digitale informatiebijeenkomst gehouden voor omwonenden en belangstellenden. Hieruit zijn geen opmerkingen naar voren gekomen die ragen om aanpassing van het bestemmingsplan. In de verdere planuitwerking wordt de omgeving op de hoogte gehouden. 7.3.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap Rijnland, de Veiligheidsregio Midden-Holland, ProRail en de GGD. De reacties op het voorontwerpbestemmingsplan zijn samengevat in de Nota Vooroverleg, welke als bijlage Bijlage 10 Nota Vooroverleg bij de toelichting is opgenomen. In de Nota Vooroverleg zijn de ingekomen reacties van een gemeentelijke beantwoording voorzien en is aangegeven of de vooroverlegreactie heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. 7.3.3

Zienswijzenprocedure

Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen voor een ieder om te reageren. De reacties op het ontwerpbestemmingsplan zijn beschreven in Bijlage 11 Nota Zienswijzen. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd naar aanleiding van de ingediende zienswijzen.

"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=27ddcaef-e74f-4c88-924c-bcd3f49f1613