CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-11-20 Toelichting en regels - Vast te stellen bestemmingsplan Graaf Florisweg 28.pdf

Raadsvergadering 27 januari 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Graaf Florisweg 2826.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Toelichting

Graaf Florisweg 28 Vastgesteld

Gouda, 20 november 2020

"Graaf Florisweg 28" [NL.IMRO.0513.GraafFlorisweg28-VA01]

2

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

3

Graaf Florisweg 28

Verantwoording Opdrachtgever

Brembel Beheer B.V. Graaf Florisweg 28 2805 AL Gouda

Opdrachtnemer

Vamero Woudstraat 33 2802 KK Gouda

Auteur

R. van Meeteren

E-mail adres

info@vamero.nl

Website

www.vamero.nl

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

4

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

5

Inhoudsopgave

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding planherziening 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied 1.3 Bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer

9 9 10 10 11

Hoofdstuk 2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur

12 12 12

Hoofdstuk 3

14

Planbeschrijving

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Ruimtelijk beleid 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Archeologie 4.4 Groen 4.5 Verkeer, infrastructuur en parkeren 4.6 Welstandsbeleid 4.7 Woonbeleid 4.8 Overige relevante beleidskaders

15 17 20 22 23 24 26 27 29

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden 5.1 Milieu 5.2 Milieu Effect Rapportage 5.3 Waterhuishouding 5.4 Trillingen

31 31 42 44 46

Hoofdstuk 6 Planopzet 6.1 Feitelijke planopzet 6.2 Juridische planopzet

47 47 47

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Handhaving 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49 49

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

50 Bodeminformatiekaart Akoestisch onderzoek Natuurtoets Stikstofonderzoek Nota van beantwoording zienswijzen

Regels

52

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

6 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Parkeernormen

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

7

Toelichting

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

8

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding planherziening

Op het perceel Graaf Florisweg 28 staat een woning met een riante groene tuin. Het groene beeld van het perceel past bij het karakter van de Graaf Florisweg. De huidige riante tuin staat echter niet in verhouding tot de andere percelen aan de Graaf Florisweg. Dit lint bestaat namelijk hoofdzakelijk uit diverse type (woon)bebouwing op kleinere percelen. Omdat de woning aan vervanging toe is, is onderzocht of het mogelijk is het perceel beter voor de woonfunctie te benutten. Deze locatie leent zich voor een iets andere invulling van de woonfunctie, waarmee enerzijds kan voorzien in de woningbehoefte en in een actuele behoefte aan woningen in het duurdere segment. Het blijkt mogelijk om daarbij het groene en historische karakter van het bestaande lint te behouden. Voor de locatie is daarom een plan opgesteld. Het plan voorziet in de sloop van de bestaande woning en het nieuw bouwen van drie woningen. Voor het plan zijn stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd, welke gericht zijn op enerzijds het behoud van het karakter van het bestaande lint en anderzijds op behoud van het groene karakter van het perceel. Hierdoor zijn de maat, schaal en verschijningsvorm van de nieuwe woningen afgestemd op de bestaande bebouwing aan de Graaf Florisweg. Het groene karakter van het perceel blijft behouden door dat in de nieuwe situatie sprake blijft van percelen met ruime groene tuinen.

De huidige inrit ontsluit de oostelijke woning, de twee andere woningen worden ontsloten door een nieuw inrit. Op de percelen is voldoende ruimte om te parkeren. Op grond van het geldende bestemmingsplan is op het perceel slechts één woning toegestaan. Om het plan mogelijk te maken moet een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. Onderhavig bestemmingsplan maakt de bouw van de nieuwe woningen mogelijk.

Afbeelding

1.2

perceel Graaf Florisweg 28

Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied

Het plangebied betreft het perceel Graaf Florisweg 28, dat ten noorden van het centrum van Gouda en het spoor ligt. Het plangebied wordt begrensd door de Graaf Florisweg, een kantoorperceel (Graaf Florisweg 30), een parkeerterrein en een woning (Graaf Florisweg 26). Het oppervlak van het plangebied bedraagt ca. 2.088 m². In de onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven. In de huidige situatie staat de woning redelijk centraal op het perceel met aan de oostzijde meerdere bijgebouwen en ruimte voor parkeren. Aan de voor-, west- en achterzijde zijn geen gebouwen aanwezig en is ingericht als groene tuin.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

10

Afbeelding

begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan 'Noord', dat is vastgesteld op 27 januari 2010. Hierin is aan de woning en de bijbehorende gronden tot de voorgevel en het verlengde daarvan de bestemming ‘Wonen’ toegekend. Aan de gronden voor de voorgevel is de bestemming ‘Tuin’ toegekend. Tevens heeft het grootste deel van het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan weergegeven. Op het perceel geldt tevens het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’, waarin parkeernormen zijn opgenomen.

uitsnede

Afbeelding verbeelding

bestemmingsplan 'Noord’

Het plan voor het realiseren van drie woningen is binnen de geldende bestemmingen niet mogelijk. De bestemming ‘Wonen’ staat immers één woning per bouwvlak toe. De ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden via een bestemmingsplanprocedure. Dit bestemmingsplan dient daartoe. "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

11

1.3

Bij het plan behorende stukken

Voorliggend bestemmingsplan ‘Graaf Florisweg 28’ bestaat uit een geografische plaatsbepaling (verbeelding), regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is opgebouwd conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) en de binnen de gemeente Gouda gehanteerde standaard. Hoofdstukken 2 en 3 bevatten een beschrijving van het gebied en het nieuwe plan. In hoofdstuk 4 is ingegaan op het bestaande relevante beleid. De ontwikkeling is aan de omgevingsrandvoorwaarden getoetst in hoofdstuk 5. Hoofdstukken 6 en 7 bevatten de opzet van dit bestemmingsplan en de beschrijving van de uitvoerbaarheid.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

12

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsbeschrijving

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur

2.1.1 Gouda algemeen Gouda is ontstaan op de plaats waar de rivier de Gouwe uitmondde in de Hollandsche IJssel. De Gouwe is van oorsprong een rivier die zorgde voor de afvoer van water uit het veengebied tussen de Hollandsche IJssel en de Oude Rijn. De huidige loop van de Hollandsche IJssel is in de Romeinse tijd gevormd, over de Gouwe is minder bekend. Ten tijde van het ontstaan van de stad Gouda zal de Gouwe ongeveer zijn huidige loop door de stad al hebben gehad. De Haven is niet de oorspronkelijke Gouwemond, maar een kunstmatige verbinding naast de oude Gouweloop (langs de huidige Spieringstraat). In 1272 kreeg Gouda stadsrechten. De stad groeide daarna binnen ongeveer 100 jaar uit naar de omvang van de huidige binnenstad (gebied binnen de singels). Deze grootte behield het lange tijd, totdat in de tweede helft van de negentiende eeuw een begin werd gemaakt met de uitbreiding van de stad buiten de singels. Vanaf de veertiende eeuw begon men met de grootschalige winning van turf als brandstof voor stedelingen en bedrijven. Hierdoor ontstonden plassen die later ten dele weer werden drooggelegd. In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt een begin gemaakt met de uitbreiding van de stad Gouda buiten de singels. De eerste grote stadsuitbreidingen dateren van na 1901.

Door de vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreiding van de bestaande bedrijven ontstaat een grote behoefte aan arbeiderswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Gouda zowel in zuidwestelijke richting als noordelijke richting verder uitgebreid, onder andere de buurt Nieuw en Ouwe Gouwe, waarin het plangebied is gelegen. Daarna volgt een uitbreiding richting het oosten. In de jaren zeventig en tachtig volgen uitbreidingen in het noorden en het noordoosten. In de jaren negentig volgt nog een uitbreiding in oostelijke richting. Vanaf 2015 is met de laatste uitbreiding in zuidwestelijke richting aangevangen, welke momenteel nog in uitvoering is. 2.1.2 Gebiedsspecifiek Het grootste deel van Ouwe Gouwe, waarin het plangebied is gelegen, is gebouwd vanaf 1955. De verkavelingsrichting in deze buurt volgt de oude slotenstructuur. Door zijn duidelijke begrenzingen is de wijk Ouwe Gouwe als een eenheid te beschouwen. De grenzen zijn alle relatief oude structuurlijnen, die in het ontstaan van het de wijk een bepalende rol hebben gespeeld. Vanouds zijn dat de Breevaart, de Ridder van Catsweg en de Omloopkade- en wetering. De Omloopkade- en wetering en de Breevaart waren in vroeger tijden van belang voor het turfvervoer naar de stad.

De bebouwing van het meest zuidelijke deel van de wijk Ouwe Gouwe, de noordelijke strook aan de Ridder van Catsweg en de bebouwing tussen Burgvlietkade en Bodegraafsestraatweg dateren van voor de oorlog. Het gebied tussen de spoorlijn en de Graaf Florisweg is vanaf het einde van de negentiende eeuw opgevuld geraakt met een veelheid aan functies. De Graaf Florisweg is een historische uitvalsweg (of historisch lint) vanuit Gouda richting Reeuwijk. Het lint kenmerkt zich door een aaneenrijging van historische, maar onderling samenhangende deelgebieden. Dit zorgt voor een afwisseling van bouwstijlen, volumes en dichtheden, met als continue en dragend element het groene en wat landelijke karakter van de weg. Dat wordt zichtbaar door de doorlopende groenstroken met bomen aan twee zijden van de weg en riante voortuinen. Het plangebied is een riant perceel met daarop een vrijstaande woning met bijgebouwen. Het perceel heeft een oppervlak van ca. 2.088 m². De woning is ca. 205 m² groot en er is ca. 120 m² aan bijgebouwen aanwezig. In de huidige situatie valt de riante tuin op, waarbij vooral de zijtuin aan de westkant uitzonderlijk groot is. Ook zijn er meerdere bomen en opgaand groen aanwezig, waardoor het perceel een groen karakter heeft.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

13

Afbeelding

foto van perceel

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

14

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

Uitgangspunten De Graaf Florisweg is een historisch lint door meerdere deelgebieden en met een veelheid aan functies en type bebouwing, zoals bouwstijlen, volumes en dichtheden, met als continue en dragend element het groene en wat landelijke karakter van de weg. Om het karakter van de Graaf Florisweg zo veel mogelijk te behouden is rekening gehouden met het inpassen van de volgende karakteristieken in het bouwplan: • Het groene karakter van het huidige kavels blijft behouden in het straatbeeld van de Graaf Florisweg. • De bebouwing heeft een kleine korrel, passend bij de bebouwing aan het historische lint. • Er is afwisseling tussen kleine en grote kavels aan de Graaf Florisweg. • De groenstrook aan de Graaf Florisweg dient zo min mogelijk doorsneden te worden. Nieuwe plan Het nieuwe plan voorziet in de sloop van de bestaande woning met bijgebouwen en de bouw van drie nieuwe woningen. De woningen staan in de voorgevelrooilijn van één van de naastgelegen bestaande gebouwen. Bij voorkeur verspringt één van de nieuwe woning iets naar achter. De achtergevels liggen niet te ver naar achteren, zodat de woningen nog gecentreerd op het perceel staan. Hierdoor blijven de woningen op ruime afstand van de rijbaan en hebben de woningen riante achtertuinen.

Om de nieuwe woningen in het historische lint in te passen en de kleine korrel en afwisseling in kavels te benadrukken verschillen bij voorkeur de volumes en de kapvormen van de nieuwe woningen en staan bijgebouwen overwegend los van de woningen achter op het kavel. Een dergelijke opzet benadruk tevens het losse karakter van de bebouwing. De goot- en nokhoogte van de nieuwe woningen bedragen ten hoogste 6 en 10 meter. Deze maatvoeringen sluiten aan op de bebouwing in de omgeving. Ook in het huidige bestemmingsplan voor de wijk gelden deze maatvoeringen voor nieuwe woningen aan de Graaf Florisweg en omgeving. De footprint van de nieuwe woningen kunnen onderling verschillen van ca. 70 tot ca. 90 m². Bij elke woning zal behoefte zijn aan een garage/berging van ca. 30 tot 50 m². Het totale bebouwingsoppervlak zal naar verwachting ca. 377 m² bedragen. In de huidige situatie bedraagt het bebouwingsoppervlak van de woning ca. 205 m² en is er ca. 120 m² aan bijgebouwen aanwezig. Er is in de nieuwe situatie slechts sprake van een beperkte toename (ca. 16%) van het bebouwingsoppervlak ten opzichte van de bestaande situatie. Door de woningen op onderlinge afstand van elkaar te bouwen zal nog steeds sprake zijn van een ontspannen situatie van woningen met een grote voor-, zij- en achtertuinen, dat past bij het karakter van de Graaf Florisweg.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

15

Afbeelding

impressies nieuwe situatie

Beeldkwaliteit Om het historische karakter van de Graaf Florisweg te versterken is het gewenst de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing aan te laten sluiten bij de omliggende bebouwing uit de vorige eeuw rondom 1910/1930. Kenmerkende details uit die bouwperiode kunnen op een hedendaagse wijze worden vertaald. Voor het na te streven architectuurbeeld is hieronder een aantal referentiefoto’s opgenomen. Bij uitstekende kwaliteit van architectuur kunnen ook andere keuzes worden gemaakt. Ook de inrichting van de tuinen is mede bepalend voor het uiteindelijke karakter van het perceel.

Afbeelding

referenties

voor architectuur

Woonprogramma Het nieuwe plan voorziet in het bouwen van drie (half)vrijstaande woningen, die tot het duurdere segment zullen behoren. Binnen de gemeente Gouda zijn woningen in het duurdere segment, zoals twee-onder-een kappers en vrijstaande woningen in beperkte mate aanwezig. Met dit bouwplan wordt derhalve voorzien in een actuele behoefte binnen de gemeente Gouda. Groen Door in de nieuwe situatie de tuinen slechts beperkt te verharden blijft het groene karakter van het perceel behouden. Het is wenselijk dat voortuinen maximaal 75 m² per woning en dat zij- en achtertuinen maximaal 50% te verharden. Hierdoor resteert voldoende ruimte voor een groene inrichting. Meerdere bestaande bomen zijn slecht en zijn aan vervanging toe. Verkeer en parkeren

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

16 De parkeernorm voor woningen in deze sterk stedelijke zone (C) bedraagt twee parkeerplaatsen per woning. In de nieuwe situatie is op de percelen voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien. Voor de toegang tot de percelen wordt gebruikt gemaakt van de bestaande (oostelijke) inrit en een noodzakelijk nieuw aan te leggen tweede inrit.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

17

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Ruimtelijk beleid

4.1.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Door het rijk is op 13 maart 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De ambities spelen voornamelijk in op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hoofdlijn in de structuurvisie vormt de decentralisatie. Het Rijk geeft ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, om zelf beslissingen te nemen en om ruimte te geven aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren.

Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten waardoor zuinig ruimtegebruik wordt bevorderd en overprogrammering en leegstand worden tegengegaan. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan overigens doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. De aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging (van de behoefte) moet worden gemaakt. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder het bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling ligt binnen bestaand bebouwd gebied en voorziet slechts een geringe toename (ca. 16%) aan bebouwing.

De ontwikkeling voorziet in een lokale en regionale behoefte aan extra woningen in een gewenst woonmilieu. Gezien de kleinschalige aard van de ontwikkeling is verder afstemming niet nodig. De ontwikkeling past derhalve binnen de doelstellingen voor de ladder. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met één van de nationale belangen. De ladder voor duurzame ontwikkeling is doorlopen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. 4.1.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsbeleid Op 20 februari 2019 is het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland vastgesteld. Dit Omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving en bestaat uit twee kaderstellende instrumenten, te weten de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening, welke op 1 april 2019 in werking zijn getreden. In de programma’s Ruimte en Mobiliteit is beschreven hoe de provincie haar beleid wilt realiseren.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

18 Met het omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft de provincie richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de maatschappelijke en provinciale opgaven. Provinciale Omgevingsvisie De Omgevingsvisie vervangt de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en de volgende (wettelijke verplichte) (beleids)visies: Duurzaamheid en Milieu, Cultureel Erfgoed en Basisvoorzieningen Cultuur, regionale economie en energie, Groen en het Programma Groen. Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • de introductie op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur; • de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing, dat een uitnodigend perspectief bevat en geen eindbeeld, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven; • een beschrijving van de omgevingskwaliteit, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving, die via de digitale raadpleegomgeving toegankelijk zijn.

Zuid-Holland is in meerdere opzichten strategisch gelegen en we leven in een tijd van grote ingrijpende veranderingen. Globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie zorgen voor een ongekende dynamiek. Zuid-Holland is extra kwetsbaar voor al deze veranderingen. De richting van de Omgevingsvisie is duidelijk: een sterk, slim en schoon Zuid-Holland. De provincie wil die stap samen andere partners zetten. De provincie wil meer ruimte en vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provinciale ambities zijn de kaders waarbinnen zij ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. De zes ambities van de Omgevingsvisie zijn: • Naar een klimaatbestendige delta • Naar een nieuwe economie: the next level • Naar een levendige meerkernige metropool • Energievernieuwing • Best bereikbare provincie • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.

Met het provinciaal omgevingsbeleid sluit zij aan op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De omgevingskwaliteit bestaat uit de volgende onderdelen: 1. een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland; 2. een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit; 3. een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie, energievoorziening. Het Omgevingsbeleid is gericht op het voortdurend werken aan een goede omgevingskwaliteit. In dat kader implementeert de provincie een beleidscyclus en ontwikkelt zij een monitoringssystematiek. "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

19 Provinciale Omgevingsverordening De provinciale Omgevingsverordening maakt deel uit van het provinciale omgevingsbeleid, dat op 20 februari 2019 is vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat regels ten aanzien van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze regels hebben elk een werkingsgebied, welke is weergegeven op de bijbehorende kaarten. Hieronder is in gegaan op de onderdelen uit de Omgevingsverordening die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. Op grond van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling indien de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, niet voorziet in een wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Om aan het vorenstaande te kunnen voldoen is in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan het karakter en de kwaliteiten van het gebied, waarin het plangebied is gelegen, beschreven. Het karakter en de kwaliteiten zijn als uitgangspunten bij de planvorming gehanteerd. Vervolgens is in hoofdstuk 3 is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met het waardevolle karakter en kwaliteiten van de Graaf Florisweg en dat is uitgewerkt in het nieuwe bouwplan.

Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling passend in is het karakter van de Graaf Florisweg en de gebiedskwaliteiten behouden blijven. Het plangebied ligt binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het BSD. Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. Deze ladder is van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Uit jurisprudentie (o.a. ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4720, ABRvS 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:653 en overzichtsuitspraak ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt voorts dat een plan voor niet meer dan 11 woningen niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Voor onderhavige ontwikkeling hoeft dus geen laddertoets te worden uitgevoerd. Onderhavige ontwikkeling levert echter wel een bijdrage aan de voorgestane strategie voor de bebouwde ruimte. Met het nieuwe plan worden namelijk twee extra woningen gerealiseerd binnen BSD, terwijl het bebouwingsoppervlak gering (ca. 16%) toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Deze ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De nieuwe woningen voorzien in een actuele woonbehoefte binnen BSD, zowel kwantitatief als kwalitatief gezien. Op regionaal niveau is een Regionale projectenlijst Woningbouw Midden-Holland opgesteld. Hoewel onderhavige ontwikkeling hierin niet is opgenomen passen de nieuwe woningen wel binnen de totale bandbreedte van de woningbehoefteraming voor Gouda. Conclusies Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling welke bijdraagt aan de provinciale ambities om te bouwen binnen de bestaande bebouwde ruimte en de ruimtelijke kwaliteit te vergroten. Het plan is te kleinschalig om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aanmerkt. Zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening vormen dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.1.3 Gemeentelijk beleid Ruimtelijke structuurvisie Gouda 2005 - 2030 De gemeente Gouda heeft een structuurvisie 2005-2030 (o.b.v. WRO) opgesteld om een kader te geven waar toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. De structuurvisie is opgesteld om richting te geven aan de plannen die in de komende periode aan de westzijde van Gouda zijn voorzien.

Als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen in de stad en de Zuidplaspolder, zal de functie van Gouda als regionale verzorgingskern binnen het Groene Hart afzwakken en zal de stad steeds meer onderdeel worden van de Zuidvleugel van de Randstad (we spreken tegenwoordig van Zuidelijke Randstad). Hierdoor zal het voorzieningenapparaat in Gouda veranderen. In de komende decennia zal Gouda meer moeten afstemmen op de regionale ontwikkelingen, wat dus zal betekenen dat er een verschuiving in het voorzieningenaanbod plaatsvindt. "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

20 4.1.4

Planbeschrijving en conclusie

Het plan voorziet in het slopen van een bestaande woningen en het bouwen van drie nieuwe woningen direct ten noorden van de historische binnenstad. Door rekening te houden met het waardevolle karakter en de kwaliteiten van het gebied, zoals de diverse bebouwing en het groene beeld, sluit het plan aan bij de ruimtelijke opbouw van de omgeving. Met het plan worden de nieuwe woningen in het gebied ingepast en wordt tegelijkertijd voorzien in de woningbehoefte. Daarmee sluit het plan aan op de doelen en ambities uit de structuurvisie om het gebied een kwaliteitsimpuls te geven en ruimte te bieden aan wonen en aantrekkelijke woonmilieus.

4.2

Cultuurhistorie

Nota Belvedère In 1999 verscheen op rijksniveau de Nota Belvedère en werd Gouda aangewezen als Belvederestad grenzend aan het Belvederegebied Krimpenerwaard. Doel van de nota is dat cultuurhistorie sterker richtinggevend moet zijn bij de inrichting van de ruimte. Cultuurhistorie wordt gezien als een ruimtelijke kwaliteit die een volwaardige plaats heeft in de ruimtelijke planvorming. Op provinciaal en met name op gemeentelijk niveau wordt dit beleid nader uitgewerkt. Erfgoedwet Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet inwerking getreden. De Erfgoedwet vervangt meerdere wetten en regelingen, waaronder de Monumentenwet 1988. Hoe het Nederlandse erfgoed behouden en beheerd moest worden, stond in verschillende weten en regelingen. Daarom is in de Erfgoedwet bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed gebundeld. Ook zijn een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd onder andere voor musea en beheerders van de rijkscollectie. Maar bijvoorbeeld ook op het gebied van archeologie, want daar voert de overheid een certificeringsstelsel in. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Besluit ruimtelijke ordening Op grond van artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. De handreiking Erfgoed en Ruimte is onderdeel vormt het centrale kennispunt op het gebied van cultuurhistorie en ruimtelijke ordening op gemeentelijk niveau. Wet op de Archeologische Monumentenzorg Het archeologisch bodemarchief is de grootste bron voor de geschiedenis van Nederland. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Vooronderzoek moet duidelijk maken welke archeologische waarden verwacht kunnen worden. Wie de bodem in wil, bijvoorbeeld om te bouwen, kan verplicht worden om een archeologisch vooronderzoek te (laten) uitvoeren. De onderzoeksresultaten bepalen het verdere vervolg; een aanpassing van de bouwplannen of het opgraven van archeologische vondsten.

Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de "verstoorder" betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Het is verplicht om in bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Beschermd Stadsgezicht De Goudse binnenstad en haar randen is op 20 februari 1979 aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht, wat inhoudt dat de bestemmingsplannen in dit gebied beschermend moeten zijn. Tot het Beschermd Stadsgezicht behoort de gehele oude binnenstad, inclusief de bebouwing aan de buitenzijde van de singels.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

21 Nota Cultuurhistorie De Nota Cultuurhistorie behandelt het cultuurhistorisch erfgoed zoveel mogelijk integraal (monumentenzorg, archeologie en landschapsbehoud). Centraal staat het streven het cultuurhistorisch erfgoed een bijdrage te laten leveren aan de eigen identiteit en herkenbaarheid van Gouda waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van haar bestaande kwaliteiten (belvedèrebeleid). Samen met de erfgoedvisie vormt de nota het cultuurhistorisch beleidskader voor de begeleiding van bouwinitiatieven. Erfgoedvisie Sinds het vaststellen van de nota Cultuurhistorie is de omgeving veranderd. Budgetten voor stedelijke vernieuwing zijn wegvallen en hervormingen en bezuinigingen als gevolg van de crisis hebben hun invloed op het erfgoed in Gouda. Dit vraagt om een vernieuwingsslag; het beleid zal worden herijkt. Gouda wil zich blijven profileren met haar erfgoed en moet daarom antwoorden geven op de gevolgen van de economische crisis en vorm geven aan nieuwe inzichten. Belangrijke verschuiving is dat lange tijd het monument belangrijk was. Nu is de context leidend. Ander belangrijk nieuw inzicht is dat voorheen de nadruk vooral lag op conservering van het object. Nu ligt de focus juist op de ontwikkeling van het aanwezige erfgoed. In de periode vanaf 2014 wordt de visie uitgewerkt middels een uitvoeringsprogramma.

Omdat dit bestemmingsplan niet beoogd om cultuurhistorisch belangrijke objecten of structuren te wijzigen, is de relevantie van de Erfgoedvisie beperkt. Het bepaalde in de visie staat niet in de weg aan vaststelling van dit plan. Cultuurhistorische Analyses In de Nota Cultuurhistorie is het beleid vastgelegd dat voor locaties waar zich nieuwe ontwikkelingen voordoen en een ontwikkelaar zich voorbereidt op een nieuw plan, een cultuurhistorische analyse (CHA) wordt opgesteld. De gebieden waar dit van toepassing is, zijn vastgelegd op de kaart 'Cultuurhistorische Analyse' (de zogenaamde "gelevlekkenkaart"). Met de Cultuurhistorische Analyses worden alle belangrijke waarden in kaart gebracht. Ze worden gebruikt om ontwikkelaars te attenderen op de aanwezige waarden en als objectieve basis voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen. De plannen dienen minimaal rekening te houden met de waarden die voor het betreffende gebied in kaart zijn gebracht. Het mooiste is als ontwikkelaars de gevonden waarden niet alleen respecteren en waar mogelijk behouden, maar ook dat ze zich er in hun plannen door laten inspireren.

Omdat ontwikkelaars zich primair laten leiden door wat het bestemmingsplan aan mogelijkheden biedt, is de kans groot dat door het ontbreken van voldoende cultuurhistorische informatie in het bestemmingsplan, er bij gebiedsontwikkeling onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Met de komst van het programma Modernisering Monumentenzorg (MoMo) komt daar verandering in.

Afbeelding

uitsnede kaart Cultuurhistorische Analyse en Waardevolle gebieden

Analyse plangebied Het plangebied bevindt zich ten noorden van de historische binnenstad en de spoorlijn en ligt binnen de gele arcering van het gebied waar bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden in kaart gebracht via een cultuurhistorische analyse (CHA). Op de kaart Waardevolle gebied is het plangebied aangeduid als een nederzetting, waarbij de relatie met het landschap een redelijke hoge waarde heeft en de structuur intact moet worden gehouden.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

22 In hoofdstuk 2 is het karakter en de kwaliteiten van het gebied beschreven. Bij het nieuwe plan zijn het karakter en de kwaliteiten als uitgangspunten gehanteerd. In hoofdstuk 3 is beschreven op welke wijze daar in het nieuwe plan mee om is gegaan. Relevant is dat in het nieuwe plan belangrijke structuren van de Graaf Florisweg niet wijzigen, de bebouwing vanuit stedenbouwkundig oogpunt past bij de bestaande bebouwing en het groene karakter van het perceel wordt behouden. Bij de architectuur van de nieuwe woningen wordt een relatie voorgestaan met die van de bestaande bebouwing uit de jaren ’10 en ’30. Op deze wijze is in het plan voldoende rekening gehouden met de doelstellingen in de Nota cultuurhistorie.

4.3

Archeologisch beleidskader

Wet op de Archeologische Monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz) in werking getreden. Deze wet, gebaseerd op het Verdrag van Malta/Valletta, regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden in Nederland. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Vooronderzoek moet duidelijk maken welke archeologische waarden verwacht kunnen worden. Wie de bodem in wil, bijvoorbeeld om te bouwen, kan verplicht worden om een archeologisch vooronderzoek te (laten) uitvoeren. De onderzoeksresultaten bepalen het verdere vervolg: een aanpassing van de bouwplannen of het opgraven van archeologische vondsten. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden.

Afbeelding

uitsnede archeologische beleidskaart

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (2011) In aanvulling op het rijks- en provinciaal archeologisch beleid heeft de gemeente Gouda in juni 2011 de geactualiseerde gemeentelijke archeologische beleidskaart (ABK) vastgesteld. Op de ABK is aangegeven in welke gebieden binnen de gemeente archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. In die gebieden is een omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie vereist bij bodemverstorende werkzaamheden. In het beleid is opgenomen in welke situaties vrijstelling geldt van deze verplichting: 1. Omvang • op een hoogwaardige locatie met bijzonder waarde (archeologisch monument): geen vrijstelling; • op een hoogwaardige locatie: vrijstelling voor projecten kleiner dan 50 m2; • in een zone met een hoge verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 100 m2; • in een zone met een lage verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 10.000 m2. "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

23 2. Diepte Alle onderzoeken in Gouda tonen aan dat de gemiddelde dikte van de verstoorde bovenlaag in Gouda meer dan 50 cm bedraagt. Zolang werkzaamheden niet dieper dan 50 cm -mv worden uitgevoerd, is er geen archeologisch onderzoek of een omgevingsvergunning activiteit archeologie vereist. Hiermee wordt afgeweken van de provinciale norm van 30 cm -mv. Op sommige plaatsten is bekend dat de archeologische waarden zich op grotere diepte bevinden, bijvoorbeeld onder recente ophogingspakketten. Hier geldt een dieptevrijstelling van 2 meter, pas bij diepere graafwerkzaamheden is onderzoek of een vergunning noodzakelijk. Archeologievriendelijk bouwen Bovenstaande verplichtingen en vrijstellingen gelden in situaties waar behoud in situ van de archeologische waarden geen optie is. Waar mogelijk probeert Gouda behoud in situ wel actief te stimuleren. Daarom is het archeologievriendelijk bouwen geïntroduceerd: wanneer een bouwplan voldoet aan een aantal richtlijnen, wordt het bodemarchief nog maar zo weinig verstoord dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. De richtlijnen voor archeologievriendelijk bouwen zijn opgenomen in het beleid en vastgelegd in de Verordening inzake monumenten en archeologie. Verbeelding De gebieden met hoge archeologische verwachting, inclusief hoogwaardige gebieden, zoals weergegeven op de ABK 2011, zijn opgenomen op de verbeelding.

Deze gebieden krijgen een dubbelbestemming, 'Waarde - Archeologie'. Gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde worden niet op de verbeelding opgenomen, hiervoor is ook geen omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie noodzakelijk. Alleen bij zeer grote projecten (groter dan 10.000 m2) is dan een booronderzoek noodzakelijk, ter controle van de lage verwachting. Het beleid is vastgelegd in de Nota Cultuurhistorie. Bescherming vindt plaats via de Verordening inzake monumenten en archeologie. Planbeschrijving en conclusie Voor het plangebied geldt een hoge verwachtingswaarde. Om die reden is in het geldende bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ aan het plangebied toegekend. De hoge verwachtingswaarde houdt in dat voor nieuwe projecten met een groter oppervlak dan 100 m² waarvan de bodemverstorende ingrepen dieper reiken dan 0,5 m –mv er vooraf archeologisch onderzoek moet plaatsvinden en/of omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie vereist is. Het totale plangebied is groter dan 100 m² en de verstoring zal o.a. bij het gebruik van heipalen dieper reiken dan 50 cm. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal worden bezien of archeologisch onderzoek nodig is.

4.4

Groen

Structuurvisie Groen 2018 Het doel van de Structuurvisie Groen is het vergroten van de leefbaarheid door een toename van openbaar groen; het doel vanuit klimaatadaptatie is het bevorderen van maatregelen om de capaciteit van waterberging te vergroten, en wateroverlast en hittestress te verminderen. Gouda vindt het daarom belangrijk dat er in het algemeen voldoende groen in de stad beschikbaar is. Uitgangspunt is dat bouwende partijen het aanwezige openbaar groen behouden en/of nieuw openbaar groen aanleggen. Om het stellen van randvoorwaarden bij planontwikkelingen mogelijk te maken, is een basis nodig in de vorm van een structuurvisie, die tevens in beleidsregels is uitgewerkt. Wanneer er een omgevingsvisie voor Gouda komt, zullen de beleidsregels daar onderdeel van uit gaan maken. Volgens de beleidsregels moet bij een planontwikkeling eerst gezocht worden naar ruimte om 15% openbaar groen te creëren. Als dat niet (geheel) mogelijk blijkt, zijn er compenserende maatregelen mogelijk. Als die ook niet haalbaar blijken, is een financiële afkoop van de groenopgave mogelijk.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

24 Planbeschrijving en conclusie Het plangebied betreft een particulier woonperceel van ca. 2.088m². Het is niet reëel te verwachten dat 15% van het plangebied voor openbaar groen wordt ingericht. Op basis van de derde beleidsregel kan binnen het plangebied compenserende maatregelen worden getroffen tot maximaal 50% van de voornoemde opgave voor openbaar groen. Voor deze ontwikkeling houdt dat een oppervlak in van 157 m². Als compenserende maatregelen zijn onder andere waterdoorlatende verharding en andere geschikte maatregelen (beiden 1/10 van x m²) toegestaan. In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat de zij- en achtertuinen maximaal 50% mogen worden verhard en de voortuinen maximaal met 75 m². Hiermee wordt ruim het benodigde compenserend oppervlak gehaald. Door tevens waterdoorlatende verharding te gebruiken kan een groter oppervlak worden bereikt. Bomenverordening De kapvergunning maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning (Wabo). Gekozen is voor een beperkt kapverbod voor houtopstand buiten de openbare ruimte ofwel de ‘private houtopstand’. Bomen in privaat eigendom met een doorsnede van minder dan 30 cm (uitgezonderd aangewezen monumentale bomen) zijn kapvergunningsvrij. Dit beperkte verbod geeft invulling aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te verminderen en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van burgers en samenleving te versterken.

In het plangebied zijn meerdere bomen op particulier eigendom aanwezig. Een aantal bestaande bomen is slecht en aan vervanging toe. Bij de nadere uitwerking van het nieuwe plan zal duidelijk worden welke bomen moeten worden gekapt en of hiervoor vergunning nodig is. Conclusie Het plan voldoet aan de Structuurvisie Groen en de Bomenverordening.

4.5

Verkeer, infrastructuur en parkeren

Mobiliteitsplan 2017-2026 In het Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026 'Stad in Beweging' (vastgesteld 2017) heeft de gemeente haar visie op de mobiliteit in de gemeente verwoord. In het Mobiliteitsplan is ingegaan op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van alle vormen van vervoer. De compacte structuur met de historische binnenstad geven Gouda haar charme en kwaliteiten. Anderzijds betekent het dat grote ingrepen om het gemotoriseerde verkeer anders af te wikkelen nauwelijks mogelijk zijn. Dat levert zelfs beperkingen op voor het fietsverkeer. Gouda moet het doen met de begrenzingen die deze stad oplegt. De gemeente streeft naar een goede verdeling tussen de (verkeers)ruimte voor het langzame en het gemotoriseerde verkeer. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is daarbij een belangrijke opgave, net als het voorkomen van verkeersoverlast. In onderstaande afbeelding is het wensbeeld van het wegennet opgenomen. De uitdaging zit er in om te voorkomen dat het wegennet volstroomt en hierdoor de bereikbaarheid afneemt. Daarom zal elke ontwikkeling die verkeersgeneratie met zich meebrengt zorgvuldig getoetst worden. In het mobiliteitsplan 2017-2026 is een herziening van de parkeernormen aangekondigd, teneinde deze te actualiseren en meer maatwerk en flexibiliteit te bieden.

Het is dus mogelijk dat binnen de looptijd van dit bestemmingsplan het gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ wijzigt. In dat geval geldt de nieuwe beleidsregel en dient getoetst te worden aan de inhoud van de dan geldende parkeernormen. Bij het zoeken en vinden van oplossingen voor parkeervraagstukken hanteert het mobiliteitsplan de volgende principes: • eerst benutten (onder andere private parkeerplaatsen, meer deelauto's), verdelen (parkeerregulering) • en beprijzen (differentiëren en betalen naar gebruik); • daarna pas bouwen (als dat past binnen een structureel sluitende parkeerexploitatie en meerwaarde • biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte); • zorgen voor een (door de jaren heen) structureel sluitende gemeentelijke parkeerexploitatie; • zorgen voor nieuwe parkeervoorzieningen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de • woonomgeving (minder overlast maar ook meer ruimte voor andere functies) en aan het versterken • van het historische stadsbeeld in de binnenstad. "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

25

Afbeelding

uitsnede kaart Mobiliteitsplan

Parapluherziening parkeren Op 21 november 2018 heeft de raad van de gemeente Gouda de Parapluherziening Parkeren vastgesteld. Aanleiding hiervoor was de Reparatiewet BZK 2014 die er toe leidde dat de parkeernormbepaling en andere stedenbouwkundige bepalingen uit de Bouwverordening zijn komen te vervallen. Als gevolg hiervan hebben deze bepalingen geen aanvullende werking meer op bestemmingsplannen. Dit zorgt ervoor dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening aan gemeentelijke parkeernormen kan worden getoetst. In de bestemmingsplannen die na 2014 zijn vastgesteld zijn daarom aanvullende regels ten aanzien van parkeren opgenomen. Dit zijn echter geen eenduidige regelingen. Bovendien zijn er ook nog bestemmingsplannen van voor 2014 waarin nog niets geregeld is ten aanzien van parkeren. Vandaar dat besloten is om voor het gehele gemeentelijk grondgebied de parkeernormen door middel van een parapluherziening vast te leggen. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van de aspecten parkeren en laden en lossen in Gouda. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. Deze parapluherziening is een bestemmingsplan dat als een paraplu over andere, al bestaande bestemmingsplannen (en wijzigings- en uitwerkingsplannen) van de gemeente Gouda heen hangt.

Het bepaalt dat de regels ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ die zijn opgenomen in alle vigerende plannen vervallen en worden vervangen door de regels die zijn opgenomen in deze parapluherziening. Voor de bestemmingsplannen waarin niets geregeld was inzake het aspect ‘parkeren’, gelden deze regels als aanvulling. Bij nieuwe bestemmingsplannen zullen de regels uit de Parapluherziening Parkeren worden overgenomen in de regels van het betreffende bestemmingsplan. Planbeschrijving en conclusie Het plan voorziet in de realisatie van 3 woningen op het perceel aan de Graaf Florisweg 28. Op de Graaf Florisweg geldt nog een maximum rijsnelheid van 50 km/h. De Graaf Florisweg vormt zowel een verbinding met andere gebiedsontsluitingswegen op wijk- en stadsniveau als een erftoegangsweg voor aangelegen woningen. In het Mobiliteitsplan is de Graaf Florisweg aangewezen als een wijkstraat met een maximum rijsnelheid van 30 km/h. De ambitie bestaat om de maximum rijsnelheid op de Graaf Florisweg dus omlaag te brengen. Met het bouwplan worden twee extra woningen gerealiseerd ten opzichte van de bestaande situatie en wordt een nieuwe in- en uitrit ten behoeve van de woningen aangelegd. Op basis van landelijke kengetallen kan bij de twee extra te bouwen woningen sprake zijn van een toename circa 16 voertuigbewegingen per dag.

De nieuwe situatie zal gezien de huidige (en beoogde) functie, inrichting van de weg en het verkeersbeeld, en ondanks het feit dat het huidige exacte aantal verkeersbewegingen niet bekend is, niet leiden tot onevenredige effecten voor het verkeer en de omgeving "Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

26

In het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Op basis hiervan is een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning van toepassing. De parkeernorm voor het plan met drie woningen bedraagt derhalve in totaal 6 parkeerplaatsen. Op de kavels is voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien. Naar verwachting zullen per kavel 3 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het plan past binnen de visie en doelstellingen van het gemeentelijk mobiliteitsplan en de rijks- en provinciale belangen komen niet in het geding. De toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen leidt niet tot onevenredige effecten voor het verkeer en de omgeving. Het plan voorziet tevens in voldoende parkeergelegenheid.

4.6

Welstandsbeleid

Welstandsnota In de gemeentelijke Welstandsnota (28 juni 2004) staan beoordelingskaders en toetsingscriteria waaraan bouwplannen op architectonische kwaliteit worden getoetst aan het welstandsbeleid als gereedschap voor de ruimtelijke kwaliteit. Veelal hebben deze eisen betrekking op vormgeving, kleurgebruik en materiaalgebruik. Voor een deel hebben welstandscriteria ook betrekking op de massa en het volume van bebouwing. Aangezien het bestemmingsplan hier ook eisen stelt, is het van belang beide regelingen op elkaar af te stemmen. In de formulering van haar Welstandbeleid door middel van toetsingscriteria kiest de gemeente Gouda voor een meervoudige aanpak. In de Welstandsnota is een kaart opgenomen waarin Gouda is verdeeld in verschillende gebieden. Per gebied zijn gedetailleerde toetsingscriteria beschreven waaraan bouwaanvragen en principeplannen getoetst kunnen worden. Hiervoor zijn algemene en gebiedsgerichte criteria opgenomen. De algemene criteria hebben betrekking op de inpassing van het (bouw)plan in de omgeving, de bijdrage aan kwaliteit, de helderheid van het plan, de functionaliteit en op het ontwerp (o.a. materiaalgebruik, kleur, massa en volume). De gebiedsgerichte criteria zijn gericht op vijf verschillende typen gebieden. Niet elk gebied heeft dezelfde zorg nodig.

Soms volstaat een set met eenvoudige bepalingen om de ergste uitwassen te voorkomen, soms is een gedetailleerde beschrijving en een intensieve planbegeleiding op zijn plaats. Hierin worden de volgende gebieden onderscheiden: 1. Gebieden met een reguliere welstandszorg; 2. gebieden met een bijzondere welstandszorg; 3. welstandsluwe gebieden; 4. welstandsvrije achterkanten; 5. ontwikkelingsgebieden. Door middel van een Welstandskaart en een zoeksleutel kan worden nagegaan welke criteria gelden voor het zoekgebied.

Afbeelding

uitsnede kaart Welstandsnota

Planbeschrijving en conclusie

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

27 In het plangebied is deels bijzonder welstandsbeleid van toepassing. Voor de Graaf Florisweg zijn specifieke criteria opgenomen. De bescherming ziet met name op het behoud van de bouwstijl uit de jaren ’30 en de afwisseling van de type woningen. In voorkomende gevallen zijn of specifieke of reguliere criteria van toepassing. Het voorgenomen bouwplan sluit gezien de beschrijving ervan in hoofdstuk 3 aan op de doelstellingen en criteria van de Welstandsnota. Bij de uitwerking van de woningen dient rekening te worden gehouden met de welstandsnota.

4.7

Woonbeleid

Verstedelijkingsstrategie Zuidvleugel 2010-2020 Rijk, provincie en regio's hebben gezamenlijk in het Samenwerkingsverband Zuidvleugel een Verstedelijkingsstrategie (2010) opgesteld in het kader van het Verstedelijkingsprogramma Zuidvleugel 2010-2020. Deze strategie bevat regionale programmatische uitwerkingen voor vijf regio's. De belangrijkste hoofdpunten van de strategie zijn: • Het in balans brengen van vraag en aanbod qua woonmilieus, dat wil zeggen zorgen voor meer écht centrumstedelijke en écht landelijke woonmilieus, het tekort aan groenstedelijke woonmilieus wegwerken en zeven locaties als iconen van bijzondere woonmilieus in de Zuidvleugel ontwikkelen; • Vooral binnenstedelijk bouwen, dat wil zeggen tot 80% van de opgave realiseren binnen het bestaand stedelijk en dorpsgebied opdat de schaarse open ruimte in de Zuidvleugel gespaard blijft en het draagvlak voor stedelijke voorzieningen wordt versterkt. Om ervoor te zorgen dat de verstedelijkingsstrategie slaagt, moet de bereikbaarheid van de binnenstedelijke locaties worden verbeterd vooral door StedenbaanPlus en moet er voldoende goede bereikbare en recreatief bruikbare buitenruimte zijn in de vorm van het Metropolitaan Landschap Zuidvleugel. Daarnaast moeten milieubelemmeringen voldoende worden verminderd. Deze woningbouwgerelateerde condities worden in de gebiedsagenda integraal uitgewerkt.

De verstedelijkingsstrategie is uitgewerkt in de verstedelijkingsopgave: een woningbouwprogramma voor de Zuidvleugel dat is gerelateerd aan mobiliteit en groen, uitgewerkt per regio. De opgave per regio is de basis voor regionale verstedelijkingsafspraken. Concept Regionale Agenda Wonen 2019 Momenteel is de nieuwe Regionale Agenda Wonen Midden-Holland in concept gereed. Deze zal in de komende tijd worden vastgesteld en gaat in op behoud en versterking van de diversiteit aan woonmilieus in de regio Midden-Holland. De regionale projectenlijst 2018 is in december 2018 aan de provincie Zuid-Holland aangeboden. Onderhavige ontwikkeling staat niet op die lijst, maar de twee extra woningen passen wel binnen de totale bandbreedte.

Woonvisie Gouda 2015-2020. De ‘Woonvisie Gouda 2015-2020; De kracht van Gouda: aangenaam stedelijk wonen voor iedereen’ (vastgesteld op 9 december 2015) vormt het kader voor het woonbeleid in Gouda. De woningmarkt is continu aan verandering onderhevig. Het gemeentelijke woonbeleid moet hierop inspelen en zorgen dat er voor iedere inwoner een passende woning is. Gouda wil een aangename woonstad voor iedereen, nu en in de toekomst, zijn door haar unieke woonkwaliteit -stedelijk en betaalbaar wonen rondom een historisch en levendig stadshart met een centrale ligging in de Randstad en de natuur binnen handbereik - te koesteren en waar mogelijk te versterken. In de nieuwe woonvisie staan vijf thema's centraal: 1. Woon- en leefkwaliteit in Gouda: wijken met toekomstwaarde; 2. Kwaliteit bestaande woningen: duurzaam-energetisch, veilig en levensloopgeschikt; 3. Wonen voor iedereen: betaalbaar, beschikbaar en toegankelijk; 4. Optimale voorraad: versnelling en vraagsturing woningproductie; 5. Wonen met zorg: een thuis voor kwetsbare groepen. Per thema zijn de ambities en doelen benoemd en is beschreven hoe de gemeente deze wil bereiken.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

28 Voor de kwaliteit en toekomstwaarde van wijken vindt de gemeente een gezonde balans en variëteit van woningen en inwoners belangrijk. Gemengd wonen is het uitgangspunt. Dit zorgt voor sociale cohesie en maakt een wooncarrière in de eigen wijk mogelijk. Het gaat om de aantrekkelijkheid en diversiteit van de woningvoorraad, een flexibele inrichting en gebruik van ruimtes en om een goede mix van steen en groen. De gemeente vindt dat er voldoende voorraad sociale huurwoningen beschikbaar en toegankelijk moeten zijn opdat lagere inkomensgroepen passend kunnen wonen. Daarnaast moeten er voor de middeninkomens voldoende geliberaliseerde huurwoningen in het middensegment beschikbaar zijn en voor de hogere inkomens geliberaliseerde huurwoningen in het duurdere segment en koopwoningen. De gemeente wil een woningproductie bewerkstelligen die voorziet in de geprognotiseerde 'uitbreidingsvraag' op basis van de actuele provinciale Woningbehoefteraming (WBR) en Bevolkingsprognose (BP) die de provincie eens in de drie jaar vooruit berekent. Op basis van de WBR 2013 en de BP 2013 betekent dit in de periode 2015-2024 2.100 - 3.200 extra woningen. De marktvraag is leidend voor het invullen van de bandbreedte. De (potentiële) effectieve vraag naar nieuwbouwwoningen is berekend op gemiddeld 305 woningen per jaar (bron: Fakton, 2015).

Het is belangrijk om de juiste woning op de juiste plek te bouwen. Vraaggestuurde woningbouw is uitgangspunt. Tot 2025 is er vraag naar de volgende segmenten in de nieuwbouw, waarbij rekening is gehouden met de dynamiek in de bestaande woningvoorraad en veranderingen als gevolg van bijvoorbeeld sloop (200 sociale huur) of verkoop van bestaande huurwoningen (350 - 620) (bron: ABF Research, 2014 en Fakton, 2015).

Afbeelding differentiatie nieuwbouw 2015-2024 naar eigendom en prijssegment (links) en eigendom en woningtype (rechts)

Er is vooral vraag naar het centrumstedelijk wonen in de historische binnenstad en de ring direct er omheen. Daarnaast is er vraag naar meer ontspannen groenstedelijke woonmilieus zoals de luxe stadswijk, rustige stadswijk en wonen aan de randen of in uitleggebieden. De focus ligt op zowel de bestaande stad als Westergouwe. De effectieve vraag naar nieuwbouw is voor de bestaande stad geraamd op gemiddeld 170 woningen per jaar en voor Westergouwe op gemiddeld 165 woningen per jaar, de eerste vijf jaar, en de daarop volgende vijf jaar gemiddeld 135 woningen. Het grootste deel van de vraag naar koopwoningen boven € 200.000 zou moeten komen in Westergouwe en Middenwillens. Binnenstedelijk is er relatief weinig vraag naar dit soort woningen. Hier ligt het accent op een mix van sociale huur, geliberaliseerde huur en koop tot € 200.000. In het centrum en de ring direct er omheen zijn ook marktkansen voor koop € 200.000-€ 350.000 en > € 350.000. Regelmatig monitoren en bijsturen is onmisbaar voor vraaggestuurd bouwen. Elke drie jaar onderzoekt de gemeente bij voorkeur met woningcorporaties, marktpartijen en buurgemeenten de vraag onder meer door deelname aan het Woon Onderzoek Nederland.

"Graaf Florisweg 28" (vastgesteld)

29 Uitgangspunt is om nieuwe woningen toekomstgericht te bouwen, dat wil zeggen in ieder geval zo duurzaam, energiezuinig, levensloopbestendig en veilig mogelijk. De gemeente vraagt van woningcorporaties en marktpartijen om bij de ontwikkeling van woningbouwplannen de aspecten van toekomstgericht bouwen in een zo vroeg mogelijk stadium mee te nemen. De gemeente hecht daarbij aan de inzet van het Instrument GPR-gebouw om de kwaliteit te beoordelen op 'duurzaamheidsaspecten'. Nieuwbouwwoningen zouden minimaal een score van 7,5 (onderscheidend duurzaam) moeten hebben. Daarbij is de afweging tussen betaalbaarheid van woningen en extra kwaliteit van woningen van belang: welke prijs-kwaliteitverhouding past bij de beoogde doelgroep en hoe zorgen we voor een goede mix van verschillende woningen in alle wijken. Planbeschrijving en conclusie Het plan voorziet in de behoefte aan woningen in het woonmilieu centrumstedelijk wonen en in het duurdere segment. De nieuwe woningen zullen gezien de huidige bouwwet- en regelgeving een meer duurzaam karakter hebben dan de oorspronkelijke woning. Bovendien passen de extra woningen in de totale bandbreedte van de woningbehoefte.

4.8

Overige relevante beleidskaders

4.8.1

Niet- gesprongen explosieven (NGE's)

Voor bepaalde gebieden geldt een hoge verwachtingswaarde voor het aantreffen van niet-gesprongen explosieven. Bij het ontwikkelen van een plan moet hier rekening worden gehouden. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van NGE's kunnen passende maatregelen worden getroffen.

Afbeelding

uitsnede CE-bodembelastingkaart (2011)

Beschrijving plangebied en conclusie Het plangebied ligt nabij de spoorlijn en is op de bodembelastingkaart (2011) aangeduid als gebied waar munitie (60 Lbs) is afgeworpen. Op basis hiervan is sprake van een hoge verwachting dat er nietgesprongen explosieven aanwezig zijn binnen het plangebied. Er is voorafgaand aan sloop- en/of bouwwerkzaamheden mogelijk nader onderzoek om NGE’s in de bodem te kunnen uitsluiten. 4.8.2

Duurzaamheid

De Rijksoverheid wil in 2050 geen uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. In het Energieakkoord staat hoe de overheid zorgt dat de hoeveelheid duurzame energie in Nederland 16% is in 2023. Hierover heeft het kabinet afspraken gemaakt met 40 partijen, waaronder werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties. In de Energieagenda staan de afspraken tot 2050. Een van deze afspraken is geen toepassing van aardgas meer vanaf 2050. Voor nieuwbouw betekent dit, dat er geen aardgas bij nieuwbouw wordt aangelegd. Een andere vorm van verwarmen is noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=8bcead6a-ce4d-4d44-af24-d3421d76f75f