1. Rapportage besparingsopgave Gemeente Gouda (Berenschot)
Tekst van het document
Besparingspotentieel De gemeente Gouda biedt vanuit (bijvoorbeeld) het Sociaal Team al enige vormen van voorliggende ondersteuning aan op het gebied van jeugd en gezin, maar de inschatting is dat het aandeel hiervan kan worden vergroot. Naar onze inschatting kan 50 tot 75% van de cliënten die gebruikmaken van individuele begeleiding beschikkingsvrij geholpen worden vanuit bijvoorbeeld het Sociaal Team. De ervaring is dat de kosten van het voorliggend aanbieden van deze ondersteuning per saldo 25% lager liggen. Wanneer we ervan uitgaan dat 60% van de genoemde voorzieningen voorliggend kan worden uitgevoerd, levert dit een besparing op van € 915.000 per 2027. Hierin zijn de kosten van de personeelsinzet binnen het Sociaal Team verrekend. Hoewel het nodige georganiseerd moet worden, gaan we ervan uit dat deze activiteiten kunnen worden toegevoegd aan de bestaande infrastructuur. Wij gaan er daarom van uit dat deze besparing voor 70% kan worden doorgevoerd per 2026 en voor 100% in 2027.
Risico’s en randvoorwaarden •
Eén van de grootste risico’s is de mogelijke overbelasting van de sociale teams of in ieder geval de organisatie die deze vorm van ondersteuning gaat aanbieden. Dit kan leiden tot een toename van de werkdruk, wat de kwaliteit van de ondersteuning kan beïnvloeden. Daarnaast bestaat het gevaar dat sociaal werkers niet over de juiste expertise beschikken om complexe problematiek effectief te signaleren en aan te pakken. Zonder adequate ondersteuning kunnen jongeren met zwaardere problemen tussen wal en schip raken.
•
Een ander risico is de mogelijke fragmentatie van zorg. Hoewel deze maatregel bedoeld is om zorg te integreren, kunnen onduidelijke afspraken over verantwoordelijkheden leiden tot verwarring binnen teams en instanties uit het voorliggend veld, wat de effectiviteit van de samenwerking vermindert. Daarnaast zijn er risico’s verbonden aan onvoldoende middelen, zoals gebrek aan budget of tijd. Voor jongeren met complexe problematiek kan de overgang van ggz naar zorg verleend door het Sociaal Team ook als moeilijk worden ervaren, wat kan leiden tot onvolledige ondersteuning.
•
Om deze risico’s te mitigeren, is het van groot belang dat er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Allereerst is het essentieel dat sociaal werkers voldoende worden opgeleid en getraind om gerelateerde problematiek te herkennen en te hanteren. Structurele bijscholing is daarbij onmisbaar. Ook moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt over taakafbakening en verantwoordelijkheden tussen sociaal werkers, voorliggende instanties en ggz-professionals, om overlap of gaten in de zorg te voorkomen.
•
Daarnaast is toereikende financiering een cruciale randvoorwaarde. Zonder voldoende middelen voor extra personeel, trainingen en tijd, kan de kwaliteit van de zorg in gevaar komen. Monitoring en evaluatie zijn daarbij essentieel om te waarborgen dat de gewenste doelen worden behaald en waar nodig bij te sturen. Ook moet aandacht worden besteed aan privacy en gegevensdeling, zodat de samenwerking tussen het Sociaal Team, voorliggende instanties en ggz-aanbieders voldoet aan de geldende wetgeving en ethische normen.
•
Hierop aansluitend vraagt dit om een organisatorische verandering. Het vraagt om een fundamentele herziening van het huidige (tweedelijns) zorgaanbod, waarvan een groter deel voorliggend wordt georganiseerd. De organisatiewijziging vraagt een aanzienlijke investering in de implementatie waarmee de gemeente volgens ons wel de juiste randvoorwaarden creëert om de ondersteuning op de lange termijn toegankelijk en betaalbaar te houden. Het is belangrijk om te beseffen dat dit een ingrijpend proces is voor de organisatie en dat het in eerste instantie zowel financiële als organisatorische inspanningen vergt
•
Tot slot is het belangrijk dat de toegang tot gespecialiseerde zorg mogelijk blijft. Voor jongeren met complexe problematiek moet een soepele doorverwijzing naar gespecialiseerde ggz altijd mogelijk blijven.
Door deze risico’s tijdig te identificeren en in te spelen op de randvoorwaarden, kan de integratie van het zelf verlenen van individuele begeleiding met het voorliggende veld leiden tot een duurzame verbetering van de zorg voor jongeren en tot minder doorverwijzingen naar duurdere gecontracteerde zorg.
4.2
Overzicht van de financiële effecten
In de onderstaande tabel staan de financiële effecten weergegeven. We houden hierbij rekening met het moment waarop de maatregelen effect sorteren. Dit doen we met een ingroeimodel. In de berekeningen zijn de totale kosten en opbrengsten van een besparingsmaatregel opgenomen, maar de eenmalige frictie- en implementatiekosten niet. Voor sommige maatregelen geldt dat de financiële impact van de maatregel vanwege de opstart in de eerste jaren lager ligt; voor andere maatregelen geldt dat de financiële impact lager wordt naarmate de tijd vordert. Voor sommige maatregelen geldt dat de revenuen toenemen terwijl de kosten wel jaarlijks voor 100% gerealiseerd worden. De totale financiële impact is gebaseerd op de realisatiecijfers van 2023. Tabel 1. Ingroeipaden. Maatregel
2025
2026
2027
J1 Het verbeteren van de samenwerking met externe verwijzers (met name GI’s)
€ 117.210
€ 390.700
€ 390.700
(30%)
(100%)
(100%)
J2 Sturen op (en afschalen van) lopende indicaties
€ 313.736
€ 1.279.120
€ 1.279.120
(30%)
(100%)
(100%)
J3 Gerichter afbakenen van de jeugdzorg
€ 194.742
€ 454.398
€ 649.140
(30%)
(70%)
(100%)
€ 162.500
€ 325.000
€ 243.750
(50%)
(100%)
(75%)
€0
€ 640.710
€ 915.300
(0%)
(70%)
(100%)
€ 788.188
€ 3.089.928
€ 3.478.010
J4 Heronderzoek gerichtere aanpak voor 40 complexe casussen J5 Groter deel van de (nu) geïndiceerde zorg voorliggend laten uitvoeren Totaal
4.3
Alternatieve maatregelen
In de voorgaande paragraaf hebben we de besparingsmaatregelen uitgewerkt die een substantiële bijdrage leveren aan de betaalbaarheid en continuïteit binnen de jeugdzorg en die daarnaast voldoen aan de gestelde criteria. Tegelijkertijd zijn er ook op andere onderdelen resultaten te realiseren waarvan de bijbehorende ombuigingsmaatregelen wellicht niet direct voldoen aan de door ons gestelde criteria maar die wel bijdragen aan het realiseren van de financiële bewustwording. In deze paragraaf beschrijven wij daarom enkele alternatieve ombuigingsmaatregelen die door ons zijn onderzocht zijn en ambtelijk zijn getoetst. Wij adviseren om te overwegen of u deze maatregelen nader wenst uit te werken.
4.3.1
Werk intensiever samen met lokaal gecommitteerde aanbieders die aansluiten bij de werkwijze van gemeente Gouda
Omdat de regio een groot aantal zorgaanbieders heeft gecontracteerd, is het ingewikkeld om hier gerichte samenwerkingsafspraken mee te maken. Deze maatregel ziet toe op het intensiveren van de samenwerking met een selectie van aanbieders. Concreet betekent dit dat verwijzing naar deze aanbieders (door bijvoorbeeld huisartsen) wordt gestimuleerd, maar ook dat er actief wordt geïnvesteerd in accounthouderschap. Deze aanbieders kunnen actiever worden meegenomen in het gedachtegoed van de gemeente Gouda en worden uitgenodigd om actief mee te denken over de
wijze waarop kosten kunnen worden bespaard. Het advies is om deze beweging gezamenlijk binnen de gemeenschappelijke regeling vorm te geven.
4.3.2
Integrale benadering van de toegang
Op dit moment zijn er relatief veel verschillende manieren en loketten om in aanmerking te komen voor ondersteuning. Op het moment dat inwoners een aanvraag doen, weten ze in veel gevallen al wat ze willen waardoor afschalen minder gemakkelijk mogelijk is. Een voorstel is om vanuit de verschillende routes (huisartsen, KCC, etc.) alle inwoners eerst naar het Sociaal Team te sturen om daar te onderzoeken in welke mate voorliggende ondersteuning kan worden geboden. Wanneer daar blijkt dat er een maatwerkvoorziening nodig is, dan kan er vanaf dat moment verwezen worden naar de toegang. Deze maatregel sluit ook aan bij een observatie uit het rapport van Van Dam Datapartners8 waaruit blijkt dat ‘wanneer inwoners eenmaal in beeld zijn bij de gemeente, een verwijzing naar een voorliggende voorziening bijna niet meer mogelijk is’.
8
Data-analyse jeugdzorg 2019-2022 uitgevoerd door van Dam Datapartners in 2023 voor de gemeente Gouda.
HOOFDSTUK 5
Besparingsmaatregelen Wmo Hoewel het de gemeente Gouda redelijk goed lukt om voor de Wmo binnen de begroting te blijven, roepen de demografische ontwikkelingen op om kritisch te zijn op de inzet van Wmo-voorzieningen. Net als veel andere gemeenten wordt de gemeente Gouda geconfronteerd met een toenemende vergrijzing. Daarnaast leeft de indruk dat relatief veel inwoners uit andere regio’s een beroep doen op de ondersteuning in Gouda. Dit komt onder meer doordat het huisvestingsbeleid van Gouda de gemeente aantrekkelijk maakt, waardoor bepaalde doelgroepen worden aangetrokken en zich in Gouda vestigen. Tot slot gaat de krapte op de arbeidsmarkt in toenemende mate een rol spelen bij het verdelen van de beschikbare arbeidscapaciteit. In dit hoofdstuk staan de voorgestelde maatregelen binnen de Wmo uitgewerkt. Ook hierbij is rekening gehouden met het evenwichtsprincipe en is hoofdzakelijk gekeken naar maatregelen die in financiële zin voldoende bijdragen, uitvoerbaar zijn en daarnaast niet te zeer interen op de sociale basis. Bij de verkenning van de maatregelen viel ons op dat er afgelopen jaren veel inzet is gepleegd op het betaalbaar houden van de Wmo. Er zijn bijvoorbeeld diverse maatregelen uitgedacht, ontwikkeld en/of in de praktijk gebracht. Een deel van de voorgestelde maatregelen zijn daarom al in meer of mindere mate uitgewerkt door de gemeente Gouda.
5.1 5.1.1
Besparingsmaatregelen W1. Terugbrengactie hulpmiddelen
Deze maatregel gaat ervan uit dat een deel van de uitstaande hulpmiddelen niet of beperkt wordt gebruikt. In andere gemeenten hebben wij gezien dat het organiseren van een ophaalactie zorgt voor een verhoging van het kostenbewustzijn en het er daarnaast voor zorgt dat inwoners ongebruikte hulpmiddelen terugbrengen. Voor een deel van de gebruikers is het kennelijk niet duidelijk dat er aan een rolstoel voor de gemeente maandelijkse kosten verbonden zijn. De gemeente heeft het voornemen om in 2025 opnieuw een ophaalactie te organiseren. Dit biedt een kans om dit effectief en efficiënt te organiseren. Ons advies is om inwoners hierover niet alleen eenmalig aan te schrijven, maar hen ook telefonisch te benaderen en bij twijfel te laten aantonen dat het hulpmiddel nog in gebruik is. Bij andere gemeenten hebben wij gezien dat een deel van de hulpmiddelen waarvoor de gemeente betaalt, om welke reden dan ook niet meer in het bezit is van de inwoners. Deze maatregel is daarom ook bedoeld als een signaalactie: het roept vooral mensen op om bewuster om te gaan met de verkregen hulpmiddelen.
Inhoudelijke beweging Ook deze maatregel vraagt om een projectgerichte aanpak. Natuurlijk is het altijd de oproep aan inwoners om niet-gebruikte hulpmiddelen in te leveren, maar het voorstel is om deze oproep gedurende één afgebakende periode centraal te stellen. Om deze actie kracht bij te zetten, is het voorstel om ter voorbereiding hierop organisaties zoals huishoudelijke hulpen, vrijwilligers en de woningbouwvereniging te vragen om met hun cliënt de dialoog aan te gaan over het gebruik van het hulpmiddel. Laat duidelijk zijn dat inwoners die de hulpmiddelen gebruiken, deze vooral moeten behouden. Dit bevordert immers hun bewegingsvrijheid en hiermee hun zelfredzaamheid. In principe adviseren wij om gebruikers van alle soorten hulpmiddelen aan te schrijven en na te bellen. Wij kunnen ons echter voorstellen dat de inzet wordt vergroot bij hulpmiddelen waarvan de kans groter is dat ze na verloop van tijd niet meer gebruikt worden. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan kindervoorzieningen, eenvoudige rolstoelen en eventueel scootmobielen.
Financiële effecten Zoals benoemd, is deze maatregel niet primair bedoeld als besparing. Desondanks lijkt het ons nuttig om de financiële effecten van deze maatregel mee te nemen. Het is ingewikkeld om een goede inschatting te geven van het besparingspotentieel. Onze verwachting is dat met deze maatregel zo’n 5% van de totale kosten van de hulpmiddelen bespaard kan worden. De gemeente Gouda heeft een deel van de hulpmiddelen uitstaan op basis van huurovereenkomst met de leverancier, een ander deel is door de gemeente aangekocht. Hoewel de besparing op de huurmiddelen natuurlijk direct ingeboekt kan worden, hebben wij de besparing ook doorgevoerd op de hulpmiddelen die door de gemeente zijn gekocht. Deze hulpmiddelen kunnen immers mogelijk worden hergebruikt. Daarnaast achten wij het zinvol om een breed signaal af te geven richting inwoners. Op basis van een realisatie (2023) van € 1.316.409 resulteert dit in een potentiële besparing van € 65.820. In de berekening van de financiële effecten hebben wij 2026 als basisjaar genomen. Hoewel wij het zinvol achten om deze maatregel jaarlijks te herhalen, verwachten wij dat het effect (na 2026) jaarlijks met 30% afneemt. Wij veronderstellen dat de actie in 2025 voor het eerst wordt uitgevoerd en schatten de bijbehorende besparing voor 2025 op 50% (ten opzichte van 2026).
5.1.2
W2. Inzet toezichthouder (ook jeugdzorg)
De inzet van deze maatregel ziet toe op het (in regionaal verband) verhogen van de inzet van de toezichthouder Wmo en jeugdzorg. Momenteel worden er vanuit de Gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland 2024 | Lokale wet- en regelgeving vier toezichthouders ingezet. Opgemerkt wordt dat de regionale toezichthouders nog niet (lang) op volle sterkte zijn. Ook ontbreekt goed zicht op de resultaten van de rol van de toezichthouders. Daarnaast is er een behoefte om de capaciteit te verhogen om het toezicht op de gewenste manier vorm te geven. De veronderstelling is dat dit kan leiden tot een gerichtere inzet van zorgmiddelen en het realiseren van een aanvullende besparing, wanneer de regionale inzet hiervan verhoogd wordt. Wij realiseren ons dat de inzet van de toezichthouders een regionale taak is. De oproep binnen deze maatregel is daarom vooral om in de regio de dialoog aan te gaan over de uitbreiding van deze functie en om deze onderlinge samenwerking nog meer te versterken.
Inhoudelijke beweging De effecten van een toezichthouder zijn tweeledig. Er is sprake van direct rendement wanneer terugvorderingen succesvol worden gerealiseerd. Deze trajecten zijn doorgaans intensief, maar doordat de bedragen ook doorgaans fors zijn, loont dit de moeite. Daarnaast zorgt de toezichthouder voor de realisatie van rendement wanneer de geboden ondersteuning wordt voorkomen of kan worden afgeschaald. De rol van toezichthouder houdt hierbij nauw verband met het contractmanagement waarbij de kwaliteits- en integriteitscriteria moeten worden gewaarborgd. De oproep is om de toezichthouders actief te betrekken bij voorbereiding op aanbestedingen (inkoop). Daarnaast adviseren wij om de zichtbaarheid en samenwerking tussen de toezichthouders en de medewerkers van de gemeente Gouda te verhogen.
Besparingspotentieel De ervaring leert dat een toezichthouder ongeveer € 170.000 per jaar oplevert, waarop de integrale loonkosten in mindering moeten worden gebracht (namelijk € 85.000), wat resulteert in een nettoresultaat van € 85.000. Vanzelfsprekend is deze besparing niet eindeloos en zien we doorgaans een effectieve inzet van 1 fte per 35.000 inwoners voor Wmo en jeugdzorg. Voor de gemeente Gouda zou dit dus zo’n 2 fte betekenen. In regionaal verband worden momenteel vier toezichthouders ingezet die niet geheel op volle sterkte functioneren. Deze vier toezichthouders bedienen een regio met zo’n 245.000 inwoners. Wanneer we uitgaan van een verhouding van 1 toezichthouder per 35.000 inwoners dan betekent dit ongeveer 7 fte voor de regio. Wanneer we uitgaan van een regionale uitbreiding van 3 fte, dan vertegenwoordigt dit voor Gouda ongeveer de inzet en besparing van 1 fte voor Wmo en jeugdzorg. Dat betekent een netto besparing van € 85.000. Vanwege het besluitvormingsproces en de wervings- en inwerkperiode hebben wij de besparing voor 2025 gehalveerd, en voor 2026 doorberekend op 70%.
Risico’s en randvoorwaarden •
Wat betreft de uitbreiding is de regio afhankelijk van de krappe arbeidsmarkt, waarbij het advies is om de uitbreiding gefaseerd te laten plaatsvinden.
•
Op dit moment is het beleidskader mogelijk niet op alle onderdelen even concreet uitgewerkt, wat handhaving lastiger maakt. Bij grensgevallen moet dit volgens ons vooral aanleiding geven tot aanscherping.
•
Het moet voor de toezichthouder goed inzichtelijk zijn wat er contractueel is vastgelegd en wat de beoogde resultaten daarvan zijn.
•
De toezichthouder moet nauw betrokken zijn bij alle partijen in de keten. Hij/zij moet alle signalen vooraf en achteraf ontvangen om zijn/haar rol adequaat in te vullen.
•
De lokale zichtbaarheid en de samenwerking met de toezichthouder kan worden verbeterd.
5.1.3
W3. Individuele begeleiding voorliggend aanbieden
Net als voor de Jeugdwet adviseren wij ook voor de Wmo om een groter deel van de geïndiceerde maatwerkondersteuning voorliggend door het Sociaal Team te laten uitvoeren. Concreet verwachten wij dat voor 75% van de indicaties individuele begeleiding voorliggend kan worden uitgevoerd door het Sociaal Team (of een andere organisatie). Vanzelfsprekend moet hiervoor ook de nodige uitvoeringscapaciteit worden aangewend. De maatregel ziet met name op het anders organiseren van individuele begeleiding, waarbij wij adviseren om (wanneer besloten is om hierop in te zetten) te onderzoeken welke organisatie deze vorm van ondersteuning het beste kan aanbieden. Het advies is om hierin ook alle andere vormen van voorliggende ondersteuning te integreren.
Inhoudelijke beweging Ons advies is een groot deel van de geïndiceerde ‘individuele begeleiding’ als algemene voorziening aan te bieden in plaats van als maatwerkvoorziening. Concreet betekent dit dat professionals voorliggend worden ingezet om een deel van de ondersteuning aan te bieden die momenteel als individuele begeleiding wordt geïndiceerd. In diverse andere gemeenten hebben we gezien dat hiermee meer ondersteuningsvragen kunnen worden opgepakt tegen lagere kosten. Daarnaast adviseren wij om bij het vormgeven hiervan ook te kijken naar de verschillende subsidiepartners die in de basis een vorm van ondersteuning aanbieden aan kwetsbare inwoners. We denken hierbij aan maatschappelijk werk en onafhankelijke cliëntondersteuning. Wij kunnen ons voorstellen dat u deze vormen van ondersteuning samenbrengt in het Sociaal Team om zodoende één integraal ondersteuningsaanbod te kunnen bieden.
Besparingspotentieel De realisatie van deze besparingsmaatregel staat of valt met de inzet van een voorliggend aanbod als alternatief voor het geïndiceerde aanbod. Dit is dus een voorwaarde voor de haalbaarheid van deze maatregel. Wanneer deze maatregel wordt uitgevoerd, moet hierop worden gestuurd door bijvoorbeeld in principe geen indicaties meer af te geven voor lichte begeleiding. Naar verwachting kan ongeveer 65% van de begeleiding voorliggend aangeboden worden tegen 25% lagere kosten door een hogere efficiëntie, een kortere inzet en beschikbaarheidssturing (ook bij een gemiddeld hogere inschaling). Voor individuele begeleiding is voor 2023 in totaal € 8 miljoen besteed, waardoor we uitkomen op een besparingspotentieel van € 1,3 miljoen in 2027. In verband met de benodigde voorbereidingen houden wij rekening met een ingroeimodel waarbij we ervan uitgaan dat de financiële effecten pas in 2027 voor 100% worden gerealiseerd.
Risico’s en randvoorwaarden Het voorliggend aanbieden van individuele begeleiding brengt een organisatorisch vraagstuk met zich mee. Waar en hoe wilt u dit organiseren? Wij adviseren u om zich hierbij af te vragen hoe deze professionals zich verhouden tot het toegangsteam en of deze ondergebracht moeten worden binnen een gemeentelijke afdeling. Deze aanpak brengt ook een behoorlijke organisatiewijziging mee met het mogelijke frictie- en/of implementatiekosten voor zowel de gemeente als de zorgaanbieders. Deze maatregel vraag om een echt andere benadering van de ondersteuning. Deze is voor een deel van de ondersteuningsbehoefte niet langer uitsluitend gericht op individuele geïndiceerde maatwerkvoorzieningen, maar brengt meer focus op voorliggende ondersteuning en - daar waar mogelijk - het collectief aanbieden hiervan. Dit heeft ook consequenties voor de inwoners die geen rechten meer kunnen ontlenen aan individuele beschikkingen. Verder vraagt het om duidelijke sturingsmogelijkheden binnen het Sociaal Team om de effectiviteit van deze werkwijze te waarborgen Deze benadering werkt alleen als de professionals die voorliggende ondersteuning aanbieden ook daadwerkelijk ander gedrag laten zien en minder zorg inzetten. Wanneer ze dezelfde zorg leveren als uw zorgaanbieders, levert dit geen effect op.
Wij adviseren u in de gemeentelijke verordening Sociaal Domein op te nemen welke vormen van ondersteuning in de gemeente Gouda onder de algemene voorzieningen vallen, en welke geen deel meer uitmaken van de categorie ‘maatwerk’. De caseload van de professionals zal op een gegeven moment steeds hoger worden. De reflex is dan om meer medewerkers aan te nemen of vaker te verwijzen naar de tweede lijn. Wij adviseren om eerst kritisch te kijken hoe ondersteuningsvragen slimmer en gerichter kunnen worden opgelost. Schaarste aan tijd dwingt medewerkers om andere keuzes te maken. Hierbij is het echter wel van belang dat dit niet ten koste gaat van de veiligheid en de kwaliteit van de zorg.
5.2
Overzicht van de financiële effecten
In de onderstaande tabel staan de financiële effecten weergegeven. We houden hierbij (net als bij de Jeugdwet) rekening met het moment waarop de maatregelen effect sorteren. Dit doen we met een ingroeimodel. In de berekeningen zijn de totale kosten en opbrengsten van een besparingsmaatregel opgenomen, maar de eenmalige frictie- en implementatiekosten niet. Voor sommige maatregelen geldt dat de financiële impact van de maatregel vanwege de opstart in de eerste jaren lager ligt; voor andere maatregelen geldt dat de financiële impact lager wordt naarmate de tijd vordert. Voor sommige maatregelen geldt dat de revenuen toenemen terwijl de kosten wel jaarlijks voor 100% gerealiseerd worden. De totale financiële impact is gebaseerd op de realisatiecijfers van 2023. Tabel 2. Ingroeipaden. Maatregel
2025
2026
2027
W1. Terugbrengactie hulpmiddelen
€ 32.910
€ 65.820
€ 46.074
(50%)
(100%)
(70%)
W2 Inzet toezichthouder (ook jeugdzorg)
€ 42.500
€ 59.500
€ 85.000
(50%)
(70%)
(100%)
W3. Individuele begeleiding voorliggend aanbieden
€0
€ 909.659
€ 1.299.513
(0%)
(70%)
(100%)
Totaal
€ 75.410
€ 1.034.979
€ 1.430.587
5.3
Alternatieve maatregelen
Ook voor de Wmo hebben we enkele alternatieve maatregelen in beeld gebracht die wellicht niet direct voldoen aan de door ons gestelde criteria, maar wel bijdragen aan het realiseren van de financiële bewustwording. In deze paragraaf beschrijven wij daarom enkele alternatieve ombuigingsmaatregelen die door ons zijn onderzocht en ambtelijk zijn getoetst.
5.3.1
Vergroot het kostenbewustzijn
Hoewel de indruk is dat de gemeente Gouda gericht aan de slag is gegaan met het doorvoeren van besparingsmaatregelen binnen de Wmo (zoals op het gebied van HBH), kunnen wij ons voorstellen dat u breder wilt inzetten op het verhogen van het kostenbewustzijn onder inwoners en medewerkers. Wij adviseren om uw gehele communicatie minder dienstverlenend/uitnodigend te maken, en inwoners hierin meer te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden. Aan de inwoners wordt in het aanvraagproces wel gevraagd naar de (eigen) mogelijkheden en de mogelijkheden van hun netwerk om ondersteuningsvragen op te lossen. Hiermee wordt een beroep gedaan op het eigen oplossend vermogen van de inwoners. Een verdergaande stap is om inwoners die ondersteuning aanvragen ook actief te vragen naar de mogelijkheden om zich in te zetten voor andere inwoners. Dit gaat uit van een wederkerigheidsprincipe waardoor inwoners worden gestimuleerd om iets terug te doen voor het beroep dat ze doen op de draagkracht van de gemeente.
De oplossingen kunnen te vinden zijn in kleine activiteiten, zoals iets terugdoen voor een eenzame buurtbewoner, of door zich op een andere manier in te zetten voor de lokale gemeenschap. Deze denkwijze gaat ervan uit dat (bijna) iedereen kwaliteiten heeft en iets kan betekenen voor de gemeenschap. De boodschap die hiermee wordt afgegeven is dat ondersteuning van de gemeente niet (langer) vanzelfsprekend is en dat er gezamenlijk wordt gezocht naar mogelijkheden om het systeem in stand (en betaalbaar) te houden.
5.3.2
Herevaluatie complexe casussen
In andere gemeenten zien we dat het opnieuw en projectmatig in beeld brengen van relatief dure casussen leidt tot een kostenbesparing. Hoewel de gemeente Gouda hier al aandacht aan geeft en in investeert, verwachten dat het zinvol is om dertig complexe casussen te selecteren waarvan vooraf ingeschat wordt dat een herziening leidt tot een ander zorgaanbod en/of een zorgaanbod vanuit bijvoorbeeld de Wlz. Criteria kunnen betrekking hebben op de looptijd van de zorg die geboden is, de snelheid waarmee deze is opgeschaald en/of de progressie van het ziektebeeld. In andere gemeenten zien we dat het doorgaans bij de helft van de casussen lukt om zorg af te schalen en/of deze over te hevelen naar een andere wet (die beter aansluit bij de zorgbehoefte). De maatregel vraagt ook om de projectcapaciteit beschikbaar waarvan wij de omvang op 0,7 fte voor 6 maanden schatten, wat neerkomt op € 38.500. Daarnaast zal deze maatregel een beroep doen op de capaciteit van de consulenten en zal er mandaat en doorzettingsmacht georganiseerd moeten worden.
HOOFDSTUK 6
Besparingsmaatregelen Participatiewet Doorgaans zien we dat het grootste besparingspotentieel binnen het sociaal domein zich concentreert binnen de jeugdzorg en de Wmo. Dit komt hoofdzakelijk doordat de beïnvloeding van de kosten daar het grootste is zonder stevig in te teren op de sociale basis. Binnen dit onderzoek is ook gekeken naar besparingsmogelijkheden binnen de domeinen Participatiewet, inburgering en schuldhulpverlening. De besparingen binnen de Jeugdwet en Wmo zijn vooral gericht op het vergroten van de sturing en het bieden van passende zorg, zonder dat deze te veel interen op de sociale basis (de gemeente die Gouda wil zijn). Zoals eerder beschreven in het concept van evenwicht, benadrukt de donut van Raworth de noodzaak om een balans te vinden tussen twee uitersten, namelijk het waarborgen van een sterke sociale basis voor de inwoners en het handhaven van een financieel gezonde situatie. Daarom vinden wij het belangrijk te benadrukken dat hoewel deze maatregelen de meest kwetsbare inwoners kunnen raken, de maatregelen binnen dit hoofdstuk hoofdzakelijk politieke keuzes zijn, waar wij als onafhankelijk bureau geen standpunt over kunnen innemen. De uitwerking van de voorgestelde en alternatieve maatregelen zijn daarom vooral bedoeld om u inzicht te geven in de mogelijkheden om deze te versoberen zonder hier direct een advies aan te verbinden.
Wij adviseren hierbij om bij de afweging vooral te kiezen op basis van inhoudelijke argumenten (‘Wat past bij Gouda?’), en niet zozeer te kiezen op basis van (de hoogte van) het besparingspotentieel.
6.1 6.1.1
Besparingsmaatregelen P1. Versoberen collectieve zorgverzekering
Beschrijving van de maatregel Deze maatregel betreft het herzien van de voorwaarden voor het gebruik van de collectieve zorgverzekering en het gerichter adviseren over de inzet hiervan. Inwoners van wie het inkomen valt onder 130% van de bijstandsnorm kunnen kiezen voor i) het VGZ Gemeentepakket Compleet en voor ii) het VGZ Gemeentepakket Compleet zonder eigen risico. De gemeente betaalt per verzekerde ongeveer € 20 (inclusief eigen bijdrage) tot € 30 (zonder eigen bijdrage) per maand. Er bestaat een mogelijkheid om het pakket dat de gemeente aanbiedt te versoberen naar een bijdrage van bijvoorbeeld € 10 per maand. Een alternatieve beweging is om ook de bijzonderebijstandsgrens voor de collectieve zorgverzekering te verlagen van 130% naar bijvoorbeeld 120% of 110% van de bijstandsnorm. Eerder is namelijk gebleken dat er na het verhogen van de norm naar 130% nauwelijks nieuwe aanvragen zijn binnengekomen. Het wordt daarom verwacht dat het verlagen van de norm niet voor een grote financiële impact zorgt.
Inwoners kunnen mogelijk beter geadviseerd en gestuurd worden in de keuze voor hun zorgpakket. Omdat de polis doorlopend is, wordt verondersteld dat ongeveer 5% van deze verzekerden niet meer tot de doelgroep behoort. Hierbij moet worden opgemerkt dat hier onlangs een hercontrole op is uitgevoerd. Hierbij plaatsen wij ook de kanttekening dat het versoberen van de pakketten mogelijk zorgt voor een toename van de aanvragen vanuit de bijzondere bijstand. De druk op bijbehorende uitvoeringskosten neemt hierdoor toe.
Inhoudelijke beweging Het doel van de maatregelen is het versoberen van de collectieve zorgverzekering door (i) gerichter te sturen op het gebruik ervan, ii) beter te controleren of inwoners nog tot de doelgroep behoren en iii) te onderzoeken in welke mate het pakket, de bijstand of in ieder geval de bijdrage van de gemeente versoberd kan worden. Wij merken hierbij echter wel op dat de collectieve zorgverzekering bijdraagt aan goede zorg voor een groot deel van de kwetsbare inwoners van de gemeente Gouda. Het versoberen hiervan heeft mogelijk dan ook vrij grote gevolgen voor deze doelgroep. Daarnaast moet er kritisch gekeken worden naar de mogelijke (eerder benoemde) stijging van de bijzondere bijstand.
Besparingspotentieel Op dit moment maken ongeveer 2.000 verzekerden (exclusief kinderen) gebruik van de collectieve zorgverzekering. De jaarlijkse kosten bedragen ongeveer € 700.000 per jaar. Het is lastig om een eenduidige financiële impact te verbinden aan de verschillende maatregelen. In feite zou de gemeente de gehele voorziening kunnen afschaffen en hierdoor € 700.000 kunnen besparen. Wij vinden het echter verstandiger om in te zetten op het versoberen van de collectieve zorgverkering in plaats van het afschaffen ervan. We veronderstellen dat het aantal gebruikers met zo’n 100 gebruikers afneemt door het verlagen van de bijstandsnorm en een onderzoek naar rechtmatig gebruik door inwoners. Daarnaast verwachten wij dat er nog eens 10% bespaard kan worden door het versoberen van de voorziening en door minder inwoners gebruik te laten maken van het duurdere pakket (met afkoop eigen risico). De totale besparing bedraagt hiermee ongeveer 15%, wat neerkomt op € 105.000. We hebben de effectieve besparing voor 2025 op 50% ingeschat en voor de jaren 2026 en 2027 op 100%.
Risico’s en randvoorwaarden •
Deze maatregel vraagt om een gerichte aanpak en de daarvoor benodigde capaciteit. De verwachtte tijdsinvestering bedraagt zo’n 160 uur. Wij gaan ervan uit dat deze inzet kan worden opgevangen binnen de huidige formatie.
•
Daarnaast roepen wij op om deze maatregel niet eenmalig door te voeren, maar om jaarlijks te blijven kijken of er inwoners zijn die inmiddels buiten de gestelde inkomstennorm vallen en/of beter kunnen kiezen voor de polis met eigen risico. Wij verwachten dat wanneer deze inzet jaarlijks wordt herhaald, het netto effect jaarlijks 35% lager uitvalt ten opzichte van het eerste jaar.
•
Wij adviseren om niet alleen te kijken naar de besparingen op de collectieve zorgverzekering maar ook in beeld te blijven houden of dit zorgt voor een stijging van de aanvragen vanuit de bijzondere bijstand.
6.2
Overzicht van de financiële effecten
In de onderstaande tabel staan de financiële effecten weergegeven. Ook voor deze maatregelen is rekening gehouden met de opstartperiode en met de verwachting dat de financiële impact afneemt naarmate de tijd vordert. Tabel 3. Ingroeipaden. Maatregel
2025
2026
2027
€ 52.500
€ 105.000
€ 105.000
P1. Versoberen collectieve zorgverzekering
(50%)
(100%)
(100%)
Totaal
€ 70.000
€ 105.000
€ 105.000
6.3
Alternatieve maatregelen
In deze paragraaf sommen wij enkele alternatieve maatregelen op. Deze maatregelen passen volgens ons niet binnen de gehanteerde evenwichtsgedachte. Hiermee wordt bedoeld dat ze doorgaans onvoldoende aansluiten bij de gemeente die Gouda wil zijn en/of een te groot nadelig effect hebben op de meest kwetsbare inwoners. Desondanks bieden we u wel het inzicht in deze alternatieve besparingsmogelijkheden.
6.3.1
Versoberen subsidie huiswerkbegeleiding
De gemeente verstrekt een subsidie voor huiswerkbegeleiding voor inwoners die de kosten daarvoor zelf niet kunnen betalen. De jaarlijkse begrote kosten hiervoor bedragen € 150.000 waarvan blijkt dat jaarlijks minimaal zo’n € 50.000 niet besteed wordt oftewel blijft liggen. De gemeente kan ervoor kiezen om het budget voor huiswerkbegeleiding te verlagen met € 50.000 zonder dat dit invloed heeft op de bestedingen hiervan. Vanzelfsprekend moet opgemerkt worden dat dit met name een boekhoudkundige besparing betreft. De middelen worden momenteel niet besteed. De effectieve besparing is daarom buiten dit onderzoek gelaten.
6.3.2
Stoppen met projecten
Tijdens de zoektocht naar maatregelen zijn verschillende projecten genoemd waarmee de gemeente Gouda kan stoppen. Het onderzoek heeft zich niet gericht op de financiële en maatschappelijke effecten. Los van de inhoudelijke politieke en bestuurlijke argumenten om met deze projecten wel of niet door te gaan, stelt dit onderzoek niet in staat om hier een juiste financiële kosten-batenanalyse aan toe te voegen. Voor het overzicht treft u onderstaand een opsomming van de verschillende projecten waarmee de gemeente zou kunnen stoppen om kosten te besparen. Volgens ons vraagt een besluit om wel of niet door te gaan met deze initiatieven om nader onderzoek. Sociale Coöperatie (potentiële besparing € 80.000) De sociale coöperatie is bedoeld om inwoners vanuit de bijstand te helpen om een zelfstandige onderneming te starten. De gemeente biedt financiële zekerheid en behoud van uitkering. De impact en de maatschappelijke effecten zijn vooralsnog onbekend. Simpel Switchen (potentiële besparing € 200.000) Dit project verkleint de afstand tussen dagbesteding en beschut werk. Het is onduidelijk wat het in financiële zin oplevert.
Bovenwettelijke taken inburgering (potentiële besparing < € 50.000) Voor vluchtelingenwerk wordt op dit moment voor de periode van één jaar inzet gepleegd. Wettelijk kan dit worden bijgesteld naar een periode van 6 maanden. Omdat alleen de daadwerkelijk afgenomen cursussen worden vergoed is de verwachte besparing beperkt en wordt deze geschat op minder dan € 50.000.
6.3.3
Versoberen Rotterdampas
De gemeente Gouda biedt inwoners met een laag inkomen (tot 130% van de bijstandsnorm) diverse voorzieningen via de Rotterdampas. Kinderen tot en met 17 jaar krijgen de pas gratis als onderdeel van het kindpakket, inclusief een jeugdtegoed voor (sport)kleding en schoolspullen (€150 per jaar ), twee sport- en cultuurvouchers goed voor deelname aan een activiteit voor 6 maanden en, vanaf 7 jaar, twee huiswerkbegeleidingsvouchers. Volwassenen kunnen de pas voor € 5 per jaar aanschaffen, met een volwassentegoed van € 50, te besteden bij aangesloten winkels in Gouda. Het tegoed staat automatisch op de Rotterdampas van € 5. Een kind uit de doelgroep kan door middel van het kindpakket een eenmalige bijdrage krijgen voor aanschaf van een laptop op het voortgezet onderwijs. Hierbij kan eenmalig per vijf jaar maximaal € 400 aangevraagd worden voor de aanschaf van een laptop of tablet. Ook kan via het kindpakket een vergoeding voor schoolkosten aangevraagd worden. Kinderen op de basisschool krijgen per schooljaar € 100. Kinderen op het vervolgonderwijs (voortgezet onderwijs, mbo of hbo) krijgen per schooljaar € 200. Deze forfaitaire bedragen dienen om ouders te ondersteunen bij de kosten van schoolgaande kinderen, zoals kosten omtrent excursies en schoolkluisjes.
Inwoners met een inkomen tussen 130% en 150% van de bijstandsnorm krijgen korting op de aanschaf van de Rotterdampas en betalen €32,50 per persoon en €10 per kind. Op die passen staan geen vouchers en geen tegoeden, die passen zijn uitsluitend bedoeld als kortingspas op het activiteitenaanbod van de Rotterdampas . De gemeente kan ervoor kiezen om te versoberen wat betreft de Rotterdampas. Dit bleek niet reëel en de meest kwetsbare inwoners, namelijk kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen, te hard te raken. Aan het volwassentegoed, dat begroot is op € 60.000, kan eventueel wel getornd worden. Door dit volwassentegoed te schrappen kan je dit bedrag besparen. De infrastructuur van de pas kan behouden worden, omdat die infrastructuur ook gebruikt wordt voor andere voorzieningen. Naast de versobering op individuele voorzieningen kan de gemeente ervoor kiezen om de grens van 130% te verlagen naar bijvoorbeeld 120% of 110%. De impact naar 120% zal relatief beperkt zijn, aangezien het verhogen van de grens niet heeft geleid tot een forse verhoging van het gebruik en/of de kosten. Voor een verlaging naar 110% is dit anders. Dit betreft namelijk een relatief grote groep inwoners. Binnen dit onderzoek bleek het niet mogelijk om inzichtelijk te krijgen welk deel van de doelgroep tussen deze categorieën valt en wat de jaarlijkse kosten zijn.
Deze maatregel ziet toe op het schrappen en/of versoberen van een deel van de middelen die op de Rotterdampas worden gezet. Het geheel afschaffen van de Rotterdampas lijkt onwenselijk, omdat deze pas diverse regelingen ondersteunt. Het gedeeltelijk afschaffen van regelingen is een gevoelige en beladen keuze. Deze regelingen stellen namelijk vooral kinderen in kwetsbare posities in staat om mee te doen met sporten, culturele activiteiten en op school. Indien u besluit om de voorzieningen op de Rotterdampas te versoberen dan adviseren wij om het volwassentegoed eruit te halen. Dit levert een besparing op van €60.000,-.
Een andere optie is het besparen op de bijdragen voor de schoolkosten. De jaarlijkse besparing op schoolkosten bedraagt afgerond €190.000, waarvan ongeveer €40.000 bestemd is voor de bijdrage aan laptops. De resterende besparing komt voort uit de forfaitaire bijdrage aan ouders voor schoolkosten. Graag willen wij benadrukken dat deze versobering wellicht evenwichtig is, maar wel raakt aan belangrijke voorzieningen voor kwetsbare personen en gezinnen. We hebben de effectieve besparing voor 2025 op 50% ingeschat en voor 2026 op 100%.
HOOFDSTUK 7
Besparingsmaatregelen sociale basis De gemeente Gouda heeft afgelopen jaren geïnvesteerd in een stevige sociale basis. Deze basis ondersteunt toegankelijke, formele en informele activiteiten en voorzieningen. Deze voorzieningen zijn gericht op ontmoeten, ondersteunen, ontplooien en ontspannen. Op hun eigen manier dragen ze bij aan het kunnen samenleven met elkaar en mensen laten meedoen in de samenleving. De sociale basis is bedoeld om relatief dure maatwerkvoorzieningen te voorkomen, beperken of hiervoor een alternatief te bieden. Doorgaans is ons advies om de sociale basis niet te versoberen, maar om hierin te investeren. Volgens ons is dit een goede manier om de aanspraak op relatief dure maatwerkvoorzieningen te beperken. Met oog op de financiële opgaven is het volgens ons echter wel verstandig om te kijken naar mogelijkheden om de samenhang van de voorliggende voorzieningen te verbeteren en deze gerichter in te zetten. Los van de individuele subsidies viel ons op dat: 1. Het lijkt erop dat verschillende subsidiepartners voor verschillende losse deelopdrachten worden gesubsidieerd. Wij adviseren om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de verschillende opdrachten per subsidiepartners integraal te benaderen en hier ook als zodanig op te sturen. 2.
Verschillende opdrachten/taken zijn bij verschillende subsidiepartners belegd waarbij de samenhang en/of samenwerking mogelijk kan worden verbeterd. Wij adviseren om te onderzoeken welke activiteiten kunnen worden samengebracht tot één integrale opdracht die vervolgens kan worden belegd bij één, of in ieder geval minder verschillende organisaties.
7.1 7.1.1
Besparingsmaatregelen B1. Herzien van subsidies
Om besparingen te realiseren, lijkt het zinvol om alle subsidies binnen de sociale basis opnieuw te beoordelen. Hierbij moet gekeken worden naar de doelstellingen van elke subsidie en de vraag of de toegepaste middelen nog steeds effectief bijdragen aan het behalen van deze doelen. Uit het onderzoek bleek dat verschillende subsidies hetzelfde doel beogen en dat verschillende subsidiepartners verschillende afzonderlijke subsidies ontvangen, waarbij de integraliteit kan worden verbeterd. Het is relevant om te beoordelen of beoogde impact van de subsidies verhoogd kan worden en of er mogelijkheden zijn om de inzet van middelen te optimaliseren. Hiermee wordt ook bedoeld dat er gekeken kan worden of er onnodig sprake is van versnippering in het aanbod. Daarnaast adviseren wij om per subsidiepartners de samenhang en aansturing van de verschillende subsidies te vergroten, zodat de middelen efficiënter en effectiever kunnen worden ingezet. Dit kan
ook betekenen dat er meer integrale, gezamenlijke aanpakken gecreëerd moeten worden, zodat subsidies elkaar beter versterken.
7.2
Alternatieve maatregelen
In deze paragraaf treft u enkele alternatieve maatregelen die niet zozeer voor een herleidbare of berekenbare financiële impact zorgen maar volgens ons wel bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van dienstverlening en de continuïteit hiervan.
7.2.1
One size fits all-aanpak vervangen door aanbod op basis van data
Op dit moment is er onvoldoende zicht op de ondersteuningsbehoefte per wijk, het aanbod van voorliggende voorzieningen is er in ieder geval niet altijd goed op afgestemd. Deze maatregel richt zich op het vervangen van een uniforme aanpak door een gedifferentieerde aanpak per wijk, gebaseerd op data. Hiermee kan beter worden ingespeeld op de specifieke behoeften en uitdagingen van verschillende wijken. De verschillen tussen de wijken in stad vragen om gerichte inzet op gebieden en individuen met de grootste problemen. Door data te gebruiken die inzicht geven in de specifieke behoeften en uitdagingen van verschillende wijken, kunnen er gerichte interventies worden ontwikkeld per wijk of misschien zelfs per straat. Deze data-gedreven aanpak stelt in staat om middelen efficiënter in te zetten en de impact van de inspanningen te maximaliseren. Op die manier kan er maatwerk worden geleverd waar dat het meest nodig is en worden er geen onnodige, ineffectieve initiatieven opgezet. De voordelen van een data-gedreven aanpak liggen vooral in het adresseren en/of het voorkomen van zwaardere problematiek op de lange termijn. Dit kan op den duur indirect bijdragen aan lagere kosten, maar dit effect is vaak pas na verloop van tijd zichtbaar en lastig om exact te kwantificeren.
7.2.2 Investering in de werving van vrijwilligers Inhoudelijke beweging Er wordt niet specifiek gepleit voor directe investeringen in de ondersteuning van vrijwilligers, er wordt aangegeven dat deze ondersteuning er is maar soms niet goed gevonden wordt. Door de dubbele vergrijzing en de toenemende druk op het voorliggend veld zal er in de komende jaren een groter beroep worden gedaan op vrijwilligers. Daarnaast is het, in het kader van het normaliseren van de zorg, van belang om te onderzoeken welke rol vrijwilligers kunnen vervullen. Tegelijkertijd is er een dringende behoefte aan duidelijkheid en afbakening: wat mag men verwachten van een vrijwilliger, mantelzorger of het sociale netwerk van een cliënt? Deze kadering is essentieel om te voorkomen dat er te veel gevraagd wordt van deze groepen en om de grenzen van hun inzet helder te houden.
HOOFDSTUK 8
Domeinoverstijgende besparingsmaatregelen In voorgaande hoofdstukken hebben wij de voorgestelde en alternatieve maatregelen uitgewerkt voor de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en de sociale basis. In dit hoofdstuk lichten wij één domeinoverstijgende maatregel uit.
8.1
Besparingsmaatregelen
8.1.1
D1. Integrale herbeoordeling van dertig domeinoverstijgende casussen
De gemeente is aan de slag gegaan met de doorbraakmethode om zodoende te kijken naar interventies bij lopende casussen. Deze maatregel sluit daarop aan. Wij hebben geprobeerd inzichtelijk te maken wat de kosten zijn voor de duurste casussen. Hieruit bleek dat de dertig duurste gezinnen de gemeente ongeveer € 5,5 miljoen kostten in 2023. In 2022 kostten de dertig duurste gezinnen de gemeente nog circa € 4,7 miljoen; dit betekent een toename van 15,9%. Gekeken naar deze top 30, betekent dit dat er in 2022 gemiddeld € 158.000 per gezin wordt uitgegeven, waar dit in 2023 is gestegen naar € 183.000 per gezin. De bijbehorende voorzieningen hebben betrekking op ondersteuning vanuit de schillende wetten/domeinen. Deze maatregel heeft betrekking op de herbeoordeling van de dertig meest complexe en dure casussen. Het voornaamste doel van deze maatregel is om deze gezinnen actief te monitoren, om vervolgens te onderzoeken of de ondersteuning kan worden afgeschaald en/of gerichter kan worden ingezet. Betrek bijvoorbeeld ook de re-integratieconsulenten om mensen te bewegen naar werk wanneer dit nog niet is gebeurd. Samengevat ziet deze maatregel toe op de meest complexe casussen, waarbij gebruik wordt gemaakt van meerdere voorzieningen vanuit meerdere domeinen (dus casussen met problemen op meerdere leefgebieden).
Het doel is enerzijds om ondersteuning (en in de juiste volgorde) gerichter in te zetten en daarnaast om te leren van de inzichten uit deze interventie.
Inhoudelijke beweging Hier gaat het om domeinoverstijgende problematiek die wordt aangepakt vanuit de domeinen Jeugdwet, Wmo, schuldhulpverlening en/of Participatiewet. Dit vraagt om een projectmatige aanpak en om een andere kijk op welke ondersteuning een gezin echt verder helpt. Hierbij is het uitgangspunt: ‘één gezin, één plan’, het liefst met zo min mogelijk ondersteuners. Bij het bieden van hulp aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen moet integraal worden gewerkt. Dat betekent dat ook de schuldhulp, het inkomen, het werk, het onderwijs en de leerplicht worden meegenomen in de aanpak. Op onderdelen is er een grijs gebied van wat tot de Wlz behoort en wat bij de jeugdzorg en/of Wmo hoort.
Besparingspotentieel Uit het rapport ‘Naar realiseerbare plannen9’ blijkt dat gemeenten die werken volgens de doorbraakmethode een slaagkans hanteren van ongeveer 25% tot 50%. De slaagkans is hier dat een cliënt gerichter wordt geholpen tegen lagere kosten. Op basis van doorrekeningen voor andere gemeenten (Roosendaal, Wierden, Pijnacker-Nootdorp) schatten wij dat de gemiddelde potentiële besparing voor deze dertig gezinnen 12,50% op de totale kosten zal bedragen, wat neerkomt op een besparingspotentieel van € 686.250 per jaar. Naast dit effect wordt er ook een besparing gerealiseerd door middel van preventie van zwaardere zorg en door het voorkomen van het verergeren van de problemen. De financiële impact van de preventie is niet inzichtelijk gemaakt en zou vanuit het financiële perspectief als ‘bijvangst’ beschouwd kunnen worden. Het streven is om de coördinatie van deze maatregel zoveel uit te voeren binnen de bestaande formatie. Tijdens de werksessie werd aangegeven dat het realiseren van deze taakstelling omwille van de kennis en capaciteit op korte termijn beperkt mogelijk is. Wij rekenen daarom voor 6 maanden op 0,7 fte (ad € 100.000 per fte) beleidscapaciteit voor de realisatie van deze maatregel, de kosten hiervan bedragen € 35.000. De netto besparing bedraagt hierdoor € 554.000 wanneer 100% van de effecten worden gerealiseerd in 2026.
Voor 2025 zijn wij uitgegaan van een besparingspotentieel van 30% terwijl we wel 100% van de projectcapaciteit in mindering hebben gebracht. Wij adviseren om deze maatregel jaarlijks te herhalen waarbij wij ons voorstellen dat de financiële impact en de bijbehorende inspanningen jaarlijks met zo’n 25% afnemen ten opzicht van het eerste jaar.
Risico’s en randvoorwaarden Onze vraag naar inzicht en financieel overzicht van domeinoverstijgende casussen heeft ons geleerd dat het binnen de gemeente Gouda niet eenvoudig is om deze inzichten bij elkaar te brengen. Volgens ons in het raadzaam om de inzichten van het gebruik vanuit de verschillende wijzen beter met elkaar te integreren zodat het ondersteuningsaanbod beter op elkaar kan worden afgestemd. Er moet een gezamenlijk geschetst beeld zijn van de domeinoverstijgende casussen en men moet figuurlijk dezelfde taal spreken over wat complex is en wat een goede ondersteuning is; niet alleen op het gebied van de jeugdzorg en de Wmo, maar ook op het gebied van de andere gemeentelijke domeinen. Bij het bieden van hulp aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen moet dus integraal worden gewerkt. Daarbij is het van belang dat de informatie over de gezinnen ook integraal bij elkaar wordt gebracht. In veel andere gemeenten zien we dat dit vaak lastig is. Maak goede afspraken over het delen van informatie en de toestemming daarvoor. Een projectmatige aanpak en een georganiseerde doorzettingsmacht zijn nodig om inwoners echt op een andere manier te helpen. Met de herintroductie van de teamleiders is hier een belangrijke stap in gezet. De reflex binnen veel gemeenten is dat ze in de hulp aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen al integraal werken.
Het is hiervoor van belang om deze aanpak projectmatig aan te pakken, waarin op basis van de casussen integraal wordt beoordeeld hoe de ondersteuning
https://www.itspublic.nl/wp-content/uploads/2021/10/Naar-realiseerbare-plannen-voor-de-jeugdzorg-ItsPublic-20-oktober-2021.pdf. 9
gerichter kan worden ingezet en welke alternatieve en mogelijk onorthodoxe aanpakken hieraan bijdragen.
8.2
Overzicht van de financiële effecten
Tabel 4. Ingroeipaden. Maatregel
2025
2026
2027
€ 170.875
€ 651.250
€ 479.688
D1. Integrale herbeoordeling 30 domein overstijgende casussen
(30%)
(100%)
(75%)
Totaal
€ 170.875
€ 651.250
€ 479.688
HOOFDSTUK 9
Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste bevindingen, verbeter- en besparingsmaatregelen. Daarnaast geven wij enkele aanbevelingen voor de implementatie hiervan.
9.1
Balans tussen inhoud en financiën
Volgens ons is het fundament van de gemeente Gouda goed en nodigen de voorgestelde maatregelen vooral uit om daar, weliswaar in concretere vorm, invulling aan te geven. Het sociaal domein bevat immers geen keuzemenu waarin eenvoudig opties tegen elkaar kunnen worden afgewogen. De mate van invloed op de kosten binnen het sociaal domein is beperkt. Onze oproep is echter wel om de ruimte die er is, optimaal te benutten. Op voorhand is de ruimte geboden om alle denkbare maatregelen uit te werken. In onze afweging hebben wij gekeken naar de maatregelen die het best aansluiten bij de door ons voorgestelde evenwichtsgedachte en zodanig bijdragen aan het toekomstbestendig toegankelijk en betaalbaar houden van het sociaal domein.
Naar een toekomstbestendig sociaal domein Uit de interviews en werksessies blijkt dat de toekenning van ondersteuning op bepaalde onderdelen als ruimhartig wordt ervaren. Deze ruimhartigheid komt naar voren in de beleidsregels, de toekenning van zorg en het huisvestingsbeleid. Wij begrijpen dat de gemeente streeft naar een dienstverlenende en laagdrempelige aanpak, maar wij twijfelen of deze benadering in de huidige vorm houdbaar blijft. Wij adviseren om gerichtere keuzes te maken om de betaalbaarheid te waarborgen. Daarnaast adviseren wij om een groter beroep te doen op het organiserend vermogen van inwoners. Dit vraagt om een herijking van de gemeentelijke visie. Daarnaast lijkt er op het niveau van consulenten niet altijd goed zicht op de cliëntaantallen en de ontwikkeling van de cliëntpaden. Hierdoor is de sturing op de inzet en doelmatigheid van de zorg beperkt mogelijk. Dit rapport bevat verschillende aanknopingspunten om de zorg beter af te bakenen, om gericht te kunnen sturen op de cliëntaantallen en het afschalen van zorg en tot slot het gevoel van schaarste gerichter te kunnen overbrengen.
9.2
Relatie tussen prognose en besparingspotentieel
In het financiële hoofdstuk is het vooral opvallend dat de prognose van de lasten voor de periode 2025-2028 aanzienlijk hoger ligt dan de programmabegroting voor 2025. Voor 2025 worden € 4,5 miljoen aan hogere kosten verwacht en voor de jaren 2026-2028 ligt dit verschil op zo’n € 3,5 miljoen. Voor het jaar 2025 bedraagt het besparingspotentieel circa € 1,1 miljoen. De besparingsmaatregelen hangen echter met elkaar samen, waardoor de maatregelen niet bij elkaar opgeteld kunnen worden. De maatregelen hebben effect op elkaar, waardoor de gerealiseerde besparing niet gelijk zal zijn aan het besparingspotentieel.
Voor 2025 zou dit betekenen dat als 75% van het besparingspotentieel wordt benut (circa € 1,0 miljoen), er nog ongeveer € 3,5 miljoen extra bezuinigd moet worden om de lasten uit de programmabegroting voor 2025 te realiseren. Voor 2026 en 2027 bedraagt het besparingspotentieel respectievelijk € 4,9 miljoen en € 5,5 miljoen. Als we hierbij uitgaan van een gelijke benutting van het besparingspotentieel als in 2025, dan betekent dit voor 2026 een besparing van € 3,7 miljoen en voor 2027 een besparing van € 4,1 miljoen. Dit betekent dat met een benutting van 75% van het totale besparingspotentieel het voor 2026 en 2027 mogelijk moet zijn om de hogere lasten uit de prognose op te vangen en uit te komen op de lasten zoals begroot in de programmabegroting.
9.3
Zet krachtig in op de voorgestelde besparingsmaatregelen
De rode draad uit ons advies is dat wij u uitnodigen om kritischer te zijn op de ondersteuning die u verstrekt en te zoeken naar mogelijkheden om deze af te bouwen. Deze maatregelen stellen in staat om binnen de juridische ruimte die er is, strakker te sturen op het beschikkingsproces. Dit geldt bij het moment van eerste toekenning, maar zeker ook bij de evaluatie- en verlengingsmomenten. De voorgestelde maatregelen sluiten naar ons idee goed aan bij de gemeente die Gouda wil zijn en stellen in staat om de continuïteit van de ondersteuning op termijn te waarborgen. Met deze maatregelen zorgt u ervoor dat inwoners aanspraak kunnen blijven maken op de benodigde zorg en ondersteuning én dat het sociaal domein ook op termijn betaalbaar blijft. Wij adviseren u dan ook om deze maatregelen integraal door te voeren. Tevens adviseren wij u om de alternatieve maatregelen te overwegen. Graag willen wij opmerken dat de effecten van de verschillende maatregelen elkaar mogelijk beïnvloeden. Met andere woorden, mogelijk zit er een overlap in de financiële effecten. In het volgende overzicht is hiervoor geen cijfermatige correctie doorgevoerd. Tevens willen wij benadrukken dat structurele extra kosten zijn verwerkt in de financiële effecten. Voor (eenmalige) implementatiecapaciteit is geen financiële correctie doorgevoerd.
De omvang van de besparingen is in samenspraak tot stand gekomen waarbij de verwachtingen en inzichten binnen de gemeente Gouda zijn gecombineerd met de ervaringen en referentiecijfers van Berenschot. Het advies is om niet onnodig te discussiëren over de impact van de maatregelen maar vooral te kiezen op basis van de inhoudelijke beweging.
Tabel 4. Ingroeipaden voor alle besparingsmaatregelen. We houden rekening met het moment waarop de maatregelen effect sorteren. Dit doen we met een ingroeimodel. Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 3. Maatregel
2025
2026
2027
J1 Het verbeteren van de samenwerking met externe verwijzers (met name GI’s)
€ 117.210
€ 390.700
€ 390.700
J2 Sturen op (en afschalen van) lopende indicaties
€ 313.736
€ 1.279.120
€ 1.279.120
J3 Afbakening van jeugdzorg
€ 194.742
€ 454.398
€ 649.140
J4 Heronderzoek gerichtere aanpak voor 40 complexe gezinnen
€ 162.500
€ 325.000
€ 243.750
€-
€ 640.710
€ 915.300
€ 788.188
€ 3.089.928
€ 3.478.010
W1 Terugbrengactie hulpmiddelen
€ 32.910
€ 65.820
€ 46.074
W2 Inzet toezichthouder (ook jeugdzorg)
€ 42.500
€ 59.500
€ 85.000
€-
€ 909.659
€ 1.299.513
€ 75.410
€ 1.034.979
€ 1.430.587
€ 52.500
€ 105.000
€ 105.000
€ 52.500
€ 105.000
€ 105.000
€ 170.875
€ 651.250
€ 479.688
€ 170.875
€ 651.250
€ 479.688
€ 1.086.973
€ 4.881.157
€ 5.493.284
J5 Groter deel van de (nu) geïndiceerde zorg voorliggend laten uitvoeren Subtotaal jeugd
W3 Individuele begeleiding voorliggend aanbieden Subtotaal Wmo P1 Collectieve zorgverzekering Subtotaal Participatiewet, inburgering en schuldhulpverlening D1 Integrale herbeoordeling van 30 domeinoverstijgende casussen Subtotaal domeinoverstijgend Totale financiële impact besparingsmaatregelen*
*De maatregelen werken op elkaar in waardoor de totale effecten lager uitvallen. De effecten zijn hierdoor niet zomaar bij elkaar op te tellen.
Advies omtrent de implementatie De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan de waarborging van de betaalbaarheid. Op sommige punten is dit goed gelukt, op andere onderdelen bleek de vertaling naar de praktijk weerbarstig. Het doorvoeren van de besparingsmaatregelen is geen eenmalige exercitie maar vraagt ook om een structurele aanpassing in houding en gedrag. Wij adviseren daarom om de implementatie van de maatregelen niet alleen projectmatig te benaderen maar ook te onderzoeken welke structurele aanpassingen nodig zijn in uw organisatie. Verder adviseren wij u om met de volgende punten rekening te houden bij het opstellen van het implementatieplan. •
Geef een duidelijke prioritering aan betreffende de politieke keuzes, zodat de medewerkers in de uitvoering hun tijd gericht kunnen inzetten.
•
Draag consistent en consequent de nieuwe focus in het sociaal domein uit (of blijf dit doen) met een beroep op samenredzaamheid en wederkerigheid.
•
Beschrijf de heldere mijlpalen, inhoudelijk en financieel, voor de implementatie van de maatregelen.
•
Blijf de realisatie van de maatregelen goed monitoren en stuur waar nodig bij.
•
Zorg voor een gerichte integrale aansturing van de implementatie van de maatregelen. Wij adviseren om hiervoor één integrale projectleider aan te stellen die sturing geeft aan het geheel. De realisatie van de individuele maatregelen moet volgens ons zoveel mogelijk in de uitvoeringslijn worden belegd.
•
Betrek (waar nodig) partners bij de implementatie, zoals huisartsen, zorgaanbieders, verenigingen, etc.
•
Zorg voor draagvlak in de hele gemeentelijke (ambtelijke en politieke) organisatie.
Bijlage 1. Categorisering maatwerk en sociale basis Taakveld
Maatwerk, beperkt beïnvloedbaar (wettelijke verplichting)
Maatwerk, wel beïnvloedbaar (wettelijke verplichting, maar sturing op gebruik is mogelijk)
Sociale basis (bovenwettelijk)
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
X
6.2 Wijkteams
X
6.3 Inkomensregelingen
X
6.4 Begeleide participatie
X
6.5 Arbeidsparticipatie
X
6.6 Maatwerkvoorziening (Wmo)
X
6.71a Huishoudelijke hulp (Wmo)
X
6.71b Begeleiding (Wmo)
X
6.71c Dagbesteding (Wmo)
X
6.71d Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
X
6.72a Jeugdzorg begeleiding
X
6.72b Jeugdzorg behandeling
X
6.72c Jeugdzorg dagbesteding
X
6.72d Jeugdzorg zonder verblijf overig
X
6.73a Pleegzorg
X
6.73b Gezinsgericht
X
Taakveld
Maatwerk, beperkt beïnvloedbaar (wettelijke verplichting)
6.73c Jeugdzorg met verblijf overig
Maatwerk, wel beïnvloedbaar (wettelijke verplichting, maar sturing op gebruik is mogelijk) X
6.74a Jeugdbehandeling ggz zonder verblijf
X
6.74b Jeugdzorg crisis/LTA/ggz-verblijf
X
6.74c Gesloten plaatsing
X
6.81a Beschermd wonen (Wmo)
X
6.81b Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo)
X
6.82a Jeugdbescherming
X
6.82b Jeugdreclassering
X
Sociale basis (bovenwettelijk)
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: • Toekomst van werk en organisatie • Energietransitie • Transformatie van zorg • Transformatie van openbaar bestuur