CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rapportage besparingsopgave Gemeente Gouda (Berenschot)

Commissie Samenleving 19 maart 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Kaders sociaal domein (agenderingsverzoek)17.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT

Inzicht in het financieel kader en keuzemogelijkheden binnen het sociaal domein Onderzoek naar een evenwichtig sociaal domein 74185 – 24 februari 2025 Wouter Poels, Bart Vertegaal en Sara Nieman

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ............................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 6 Introductie ....................................................................................................................... 6 1.1

Aanleiding en onderzoeksvraag ...................................................................... 6

1.2

Onderzoeksaanpak ......................................................................................... 6

1.3

Op zoek naar evenwicht .................................................................................. 7

1.4

Afbakening ..................................................................................................... 7

Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 9 Inhoudelijk kader ............................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 11 Financiële achtergrond ................................................................................................... 11 3.1

Totaaloverzicht 2019-2028 ........................................................................... 11

3.2

Prognose 2025-2028 .................................................................................... 12

3.3

Vergelijking referentiegemeenten ................................................................ 15

3.4

Verhouding tussen de uitgaven voor de sociale basis en maatwerk .............. 18

Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 19 Besparingsmaatregelen Jeugd ....................................................................................... 19 4.1

Besparingsmaatregelen ................................................................................ 19

4.2

Overzicht van de financiële effecten ............................................................. 28

4.3

Alternatieve maatregelen ............................................................................. 28

Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 30 Besparingsmaatregelen Wmo ......................................................................................... 30 5.1

Besparingsmaatregelen ................................................................................ 30

5.2

Overzicht van de financiële effecten ............................................................. 34

5.3

Alternatieve maatregelen ............................................................................. 34

Hoofdstuk 6 .................................................................................................................... 36 Besparingsmaatregelen Participatiewet ......................................................................... 36 6.1

Besparingsmaatregelen ................................................................................ 36

6.2

Overzicht van de financiële effecten ............................................................. 38

6.3

Alternatieve maatregelen ............................................................................. 38

Hoofdstuk 7 .................................................................................................................... 41 Besparingsmaatregelen sociale basis ............................................................................. 41 7.1

Besparingsmaatregelen ................................................................................ 41

7.2

Alternatieve maatregelen ............................................................................. 42

Hoofdstuk 8 .................................................................................................................... 43

Domeinoverstijgende besparingsmaatregelen ............................................................... 43 8.1

Besparingsmaatregelen ................................................................................ 43

8.2

Overzicht van de financiële effecten ............................................................. 45

Hoofdstuk 9 .................................................................................................................... 46 Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 46 9.1

Balans tussen inhoud en financiën ................................................................ 46

9.2

Relatie tussen prognose en besparingspotentieel ......................................... 46

9.3

Zet krachtig in op de voorgestelde besparingsmaatregelen .......................... 47

Bijlage 1.

Categorisering maatwerk en sociale basis .................................................... 50

Managementsamenvatting De gemeente Gouda wordt geconfronteerd met stijgende kosten in het sociaal domein, met name in de jeugdzorg. Deze situatie vereist zowel kortetermijnbesparingen als een duurzame visie en strategie voor de lange termijn. Om inzicht te krijgen in het financieel kader en de keuzemogelijkheden binnen het sociaal domein, zijn diverse onderzoeksmethoden ingezet, waaronder het in beeld brengen van de financiële ontwikkelingen, interviews en thematische werksessies. Uit de financiële ontwikkelingen blijkt dat de nettolasten en rijksbijdragen voor het sociaal domein tussen 2019 en 2028 aanzienlijk stijgen, vooral in de jeugdzorg. Voor de periode 2025-2028 worden hogere uitgaven verwacht dan begroot, met een verwachte stijging van € 4,8 miljoen in de jeugdzorg in 2025. In vergelijking met referentiegemeenten komt Gouda gemiddeld of net boven het gemiddelde uit. Een deel van de maatregelen in dit rapport is aangedragen door Berenschot, maar een groot deel sluit ook aan bij de koers die de gemeente Gouda al heeft ingezet. Veel van de voorgestelde maatregelen bouwen voort op initiatieven en beleidsontwikkelingen die de gemeente in de afgelopen periode heeft gerealiseerd of momenteel implementeert. De insteek van Berenschot is hierbij geweest om bestaande maatregelen te concretiseren en aanvullende maatregelen bespreekbaar te maken.

De maatregelen en de impact hiervan zijn dan ook gezamenlijk met beleidsadviseurs van de gemeente Gouda tot stand gebracht. De voorgestelde maatregelen zijn getoetst aan de hand van de voorgestelde evenwichtsgedachte. Hierbij is gezocht naar maatregelen die enerzijds voldoende (aantoonbare) financiële impact realiseren om het sociaal domein betaalbaar te houden en anderzijds niet te veel interen op de sociale basis. Het doel is geweest om tot maatregelen te komen die structureel leiden tot een betere balans tussen de betaalbaarheid en de gemeente die Gouda wil zijn. Om de kosten te beheersen, adviseren wij om de voorgestelde besparingsmaatregelen te implementeren. In de jeugdzorg adviseren wij om de samenwerking met externe verwijzers te verbeteren, gericht op gecertificeerde instellingen (GI’s) om zorg doelmatiger in te zetten. Daarnaast adviseren wij om te sturen op lopende indicaties om zorgtrajecten gerichter af te schalen en de afbakening van jeugdzorg duidelijker te definiëren. Ook adviseren wij om complexe casussen systematisch te herbeoordelen en meer voorliggende zorg in te zetten om kosten te verlagen. Voor de Wmo adviseren wij om ongebruikte hulpmiddelen terug te halen en de inzet van toezichthouders te verhogen. Ook adviseren wij om een groter deel van de individuele begeleiding voorliggend aan te bieden.

Binnen de Participatiewet adviseren wij om eventueel de collectieve zorgverzekering te versoberen en de voorwaarden te herzien. Domeinoverstijgend adviseren wij om een integrale herbeoordeling van de duurste en meest complexe domeinoverstijgende casussen uit te voeren om gerichter ondersteuning in te zetten.

Binnen dit rapport is de financiële impact van de maatregelen in beeld gebracht. Hierbij wordt opgemerkt dat verschillende maatregelen betrekking hebben op dezelfde voorziening waardoor de maatregelen mogelijk op elkaar inwerken. De effecten van de maatregelen kunnen hierdoor niet zomaar bij elkaar worden opgeteld. Daarnaast merken wij op dat de impact is gebaseerd op de realisatiecijfers van 2023 en dat er rekening is gehouden met een ingroeimodel dat laat zien hoe de besparing zich over 2025, 2026 en 2027 ontwikkelt. De conclusies en aanbevelingen benadrukken het belang van een balans tussen noodzakelijke zorg en beheersbare kosten. Gouda heeft een solide basis, maar moet gerichter keuzes maken om de betaalbaarheid van het sociaal domein te waarborgen. De prognose van de lasten voor 2025-2028 ligt hoger dan de programmabegroting. Extra bezuinigingen zijn dus nodig. Ook roepen wij op om om de gemeentelijke visie te herijken en hierin een groter beroep te doen het organiserend vermogen van inwoners. De aanbevelingen richten zich op het krachtig inzetten op voorgestelde besparingsmaatregelen, zoals kritischer zijn op de verstrekte ondersteuning en zoeken naar mogelijkheden om deze af te bouwen.

Daarnaast wordt geadviseerd om een implementatieplan op te stellen met duidelijke prioriteiten voor politieke keuzes, een consistente nieuwe focus op samenredzaamheid en wederkerigheid, en heldere mijlpalen voor de implementatie van de maatregelen. Het is belangrijk om de realisatie van de maatregelen te monitoren en bij te sturen waar nodig, en om te zorgen voor integrale aansturing van de implementatie met een projectleider. Ook moeten partners worden betrokken bij de implementatie en moet er draagvlak worden gecreëerd in de hele organisatie.

HOOFDSTUK 1

Introductie Om de toekomstige betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het sociaal domein te waarborgen, heeft de gemeente Gouda behoefte aan inzicht in mogelijke verbeter- en besparingsmaatregelen. Deze maatregelen moeten helpen om de kosten beter te beheersen en moeten resulteren in concrete financiële besparingen.

1.1

Aanleiding en onderzoeksvraag

De gemeente Gouda wordt geconfronteerd met stijgende kosten binnen het sociaal domein, vooral in de jeugdzorg. Dit brengt financiële druk met zich mee, maar biedt tegelijkertijd de kans om na te denken over de visie van de toekomst: hoe blijft het sociaal domein betaalbaar terwijl de benodigde zorg gewaarborgd blijft? Deze financiële uitdaging vraagt niet alleen om kortetermijnbesparingen, maar ook om een duurzame strategie voor de lange termijn. Het is cruciaal om het sociaal domein zowel toegankelijk als financieel houdbaar te houden, nu en in de toekomst. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de betaalbaarheid van het sociaal domein te waarborgen, heeft de gemeente behoefte aan meer inzicht in de financiële situatie en daarnaast wenst de gemeente potentiële verbeter- en besparingsmaatregelen in beeld te krijgen. Vanuit de ambitie om het tekort op te lossen binnen ‘begrotingsprogramma 4 sociaal domein’ heeft de gemeente Gouda de volgende vraag geformuleerd: Hoe zien voor de gemeente Gouda de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein er voor de komende vier jaar (programma 4) uit en welke beleidsinhoudelijke keuzemogelijkheden (of scenario’s) met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening sociaal domein zijn er gegeven deze financiële context?

1.2

Onderzoeksaanpak

Om dit onderzoek te volbrengen werden er verschillende onderzoeksmethoden ingezet. Als eerste vond er een voorbereidende analyse plaats, waarin beschikbare beleidsstukken, financiële cijfers en eerdere analyses werden bestudeerd. Deze documenten vormden de basis om inzicht te krijgen in de organisatie, het financiële kader en reeds gemaakte keuzes. Een onderdeel van het onderzoek was de financiële analyse, die in samenwerking met financiële medewerkers van de gemeente Gouda is uitgevoerd met behulp van de tool Gemeentekas. Deze tool geeft inzicht in meerjarige prognoses, historische trends en vergelijkingen met andere gemeenten. Deze inzichten zijn gekoppeld aan de eigen gegevens van de organisatie om verschillen tussen de gemeente Gouda en soortgelijke gemeentes te duiden.

Om de besparingsmogelijkheden per domein in kaart te brengen, zijn interviews afgenomen met portefeuillehouders, managers, financiële medewerkers, beleidsadviseurs en medewerkers uit de uitvoering. Deze gesprekken boden inzicht in prioriteiten en verwachtingen. Aansluitend vonden vier thematische werksessies plaats, gericht op de jeugdzorg, de Wmo, de Participatiewet in combinatie met schuldhulpverlening en inburgering, en als laatste de sociale basis. Tijdens deze sessies werden potentiële besparingsmaatregelen verkend en zijn de inspanningen en potentiële impact tegen elkaar afgezet. Deze aanpak heeft geresulteerd in voorliggende rapportage met concrete en haalbare besparingsvoorstellen, gebaseerd op zowel data-analyse als input van betrokkenen. Hierbij merken wij op dat zowel de maatregelen als de potentiële impact in samenwerking met de betrokken beleidsadviseurs tot stand zijn gebracht en zijn getoetst.

1.3

Op zoek naar evenwicht De gemeente Gouda kenmerkt zich volgens ons als een sociale gemeente met een gastvrij en dienstverlenend karakter. Volgens ons is een zoektocht naar besparingspotentieel binnen het sociaal domein is er sprake van een zoektocht naar nieuw evenwicht. Enerzijds wilt u maatregelen treffen die voldoende financiële impact realiseren en anderzijds wenst u dat de besparingsmaatregelen niet te veel interen op uw sociale basis. Het is volgens ons zoeken naar een balans van de gemeente die u wilt zijn en de gemeente die u kunt zijn voor uw inwoners. Voor de omgang met dit dilemma heeft Berenschot een concept ontwikkeld dat als ijkpunt

kan dienen om tekorten op een verantwoorde manier te reduceren. Dit is ‘het concept van evenwicht’. We hebben het concept van evenwicht gevisualiseerd aan de hand van het bekende donutmodel van de econome Kate Raworth. De evenwichtsgedachte houdt in dat er een middenweg gevonden moet worden tussen twee uitersten die beide onwenselijk zijn, namelijk aantasting van de sociale basis en terechtkomen buiten het financieel kader (overschrijding van het budget). De redenering hierachter is dat de gemeente of regio haar taken in het sociaal domein verricht ten dienste van inwoners. Zonder een sterke sociale basis zal het beroep op de sociale voorzieningen van de gemeente Gouda in de toekomst alleen maar groter worden. Tegelijkertijd is een financieel gezonde uitgangssituatie een randvoorwaarde om inwoners te kunnen blijven ondersteunen. Dit model is toegepast bij de selectie en uitwerking van de maatregelen.

1.4

Afbakening

Dit onderzoek richt zich op het betaalbaar houden van het sociaal domein voor de gemeente Gouda. Door de stijgende kosten is het belangrijk om besparingsopties te verkennen. Hierbij wordt, zoals eerder genoemd, gestreefd naar een balans tussen betaalbaarheid en het blijven bieden van de benodigde zorg. Er is hierbij aandacht gegeven aan de financiële situatie van de gemeente Gouda en daarnaast is er gekeken naar passende besparingsmaatregelen om het sociaal domein beheersbaar te houden. Voor wat betreft de financiële analyse zijn openbare data gebruikt, verbonden aan referentiecijfers van Berenschot, en data die afkomstig zijn vanuit de gemeente Gouda. De financiële analyse moet u lezen als kader, oftewel vertrekpunt. De scope van de besparingsmaatregelen betreft de beleidsterreinen uit het brede sociaal domein inclusief de sociale basis. Dit onderzoek richt zich met name op de wijze waarop de verschillende voorzieningen binnen het sociaal domein zijn vormgegeven, waarbij er gezocht is naar mogelijkheden om bijbehorende

kosten om te buigen. Binnen dit onderzoek is in mindere mate gekeken naar de werkwijze binnen de gemeente en de mate waarin kosten door middel van een efficiëntere werkwijze met de bestaande formatie kunnen worden gerealiseerd.

Leeswijzer Volgens ons vormt de inhoudelijke beweging die de gemeente wil maken een belangrijke leidraad: cijfers kunnen immers niet zonder context. Wij starten hoofdstuk 1 daarom met een toelichting op de inhoudelijke context. In hoofdstuk 2 treft u een inhoudelijk kader in hoofdstuk 3 treft u de financiële analyse waarin antwoord wordt gegeven op de financiële onderzoeksvragen. In de achtereenvolgende hoofdstukken 4 tot en met 8 behandelen wij potentiële besparingsmaatregelen binnen respectievelijk de jeugdzorg, de Wmo, de Participatiewet en de sociale basis, en tot slot de domeinoverstijgende maatregelen. In hoofdstuk 9 zetten we de conclusies en aanbevelingen uiteen.

HOOFDSTUK 2

Inhoudelijk kader Hoewel dit onderzoek hoofdzakelijk financieel is ingestoken, ontkomen we niet aan het leggen van een inhoudelijke verbinding. Het sociaal domein betreft immers geen keuzemenu waarin eenvoudig opties tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Besparingsmaatregelen moeten volgens ons voortvloeien vanuit inhoudelijke keuzes die te maken hebben met de gemeente die Gouda wil zijn en waarbij de gemeente binnen het financiële kader blijft. De mate van invloed op de kosten binnen het sociaal domein is beperkt, onze oproep is echter om de ruimte die er is optimaal te benutten, waarbij gezocht moet worden naar evenwichtige keuzes om het sociaal domein in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. De gemeente Gouda heeft volgens ons een goed fundament: een solide basis, met eerder genomen maatregelen die al hebben bijgedragen aan een structurele aanpak van de stijgende kosten. De voorgestelde maatregelen bouwen hierop voort en bieden concrete mogelijkheden om deze basis verder te versterken en gerichter invulling te geven aan de ambities van de gemeente. Tot nu toe was de koers uitnodigend richting kwetsbare inwoners, zowel in het bieden van huisvesting aan kwetsbare inwoners van buiten de regio als in de brede toegankelijkheid van zorg en ondersteuning.

De huidige financiële situatie nodigt de gemeente Gouda uit om te besluiten of de huidige koers wordt gehandhaafd of dat er meer nadruk komt op de eigen kracht en het oplossend vermogen van inwoners. In dat laatste geval roepen wij de gemeente Gouda op om een brede toekomstvisie te ontwikkelen waaruit blijkt hoe de gemeente Gouda zich in de toekomst wil verhouden tot haar (kwetsbare) inwoners. Dit vraagt om een verschuiving waarbij een groter beroep wordt gedaan op het zelfoplossend vermogen van inwoners. Dit gaat niet vanzelf en vraagt om een stevige visie en bijpassende aanpak. Hiervoor is belangrijk om te investeren in het versterken van informele netwerken en gemeenschapsinitiatieven. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende financiële druk is deze beweging volgens ons noodzakelijk om het sociaal domein op de lange termijn uitvoerbaar en betaalbaar te houden.

Inhoudelijk kader voorgestelde maatregelen De maatregelen in dit rapport geven invulling aan deze beweging. Deze zien daarom niet zozeer op het stoppen van bepaalde activiteiten, maar zijn vooral bedoeld om de financiële middelen en capaciteit evenwichtiger te verdelen. Op deze manier proberen we de pijn van de maatregelen te verzachten. In veel gevallen zien de maatregelen op het minder intensief inzetten van ondersteuning, deze eerder af te schalen en/of de overlap te beperken. Daarnaast nodigen de maatregelen vooral uit om individuele en collectieve behoeften van inwoners nadrukkelijker te verbinden met alle voorzieningen die voorliggend (beschikkingsvrij) of vanuit subsidiepartners beschikbaar zijn, en verenigingen en informele netwerken vorm te geven.

Andere manier van benaderen De gemeente wordt uitgedaagd om zo efficiënt mogelijk om te gaan met de beschikbare middelen. In tijden van schaarste is het cruciaal dat de gemeente soms keuzes durft te maken en ondersteuning op de meest efficiënte manier inzet. Tegelijkertijd wordt er ook iets gevraagd van de inwoner zelf, die wordt uitgenodigd om zelfredzamer te worden. Hierbij hoort ook dat inwoners er niet langer van uitgaan dat zij bij een ondersteuningsbehoefte direct contact opnemen met de gemeente, maar dat zij eerst het eigen netwerk raadplegen. Uit verschillende studies blijkt zelfs dat het bieden van ondersteuning niet altijd een positief effect heeft op de afhankelijkheid en gezondheid van kwetsbare inwoners. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Nivel (2025) dat ondersteuning vanuit de eigen sociale omgeving doorgaans beter aansluit op de individuele ondersteuningsbehoefte dan het bieden van maatwerk door een gemeente.1 Dit vraagt ook om een andere benaderingswijze waarbij inwoners het niet langer gebruikelijk moeten vinden dat de gemeente (op basis van een zorgindicatie) individueel maatwerk verstrekt voor individuele hulpvragen. In de communicatie richting inwoners moet vaker doorklinken dat inwoners zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen bij ondersteuningsvragen.

Daarnaast doen wij ook de aanbeveling om inwoners vaker uit te nodigen om zich in te zetten voor de gemeenschap en wellicht iets terug te doen voor de ondersteuning die ze ontvangen. Dit kan overigens bestaan uit iets kleins, zoals wandelen met een buurtgenoot. Hiermee wordt de opgave om het sociaal domein betaalbaar te houden niet enkel een oproep aan de gemeente zelf, maar een oproep aan alle inwoners van Gouda.

Zie: https://www.nivel.nl/nl/nieuws/hoge-waardering-voor-ondersteuning-maar-ook-bezorgdheid-overtoekomstige-zorg-onder-mensen. 1

HOOFDSTUK 3

Financiële achtergrond In dit hoofdstuk geven wij u inzicht in de wijze waarop de rijksbijdrage zich verhoudt tot de gerealiseerde en begrote lasten voor het sociaal domein. Daarnaast wordt de gemeente Gouda vergeleken met een aantal referentiegemeenten op basis van de kosten per inwoner.

3.1

Totaaloverzicht 2019-2028 Netto lasten en Rijksbijdrage

175 150 125 100 75 50 25

0 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Lasten Jeugd

Lasten Wmo

Lasten Werk & Inkomen

Lasten Sociale basisvoorzieningen

2028

Rijksbijdrage Figuur 1. Nettolasten en rijksbijdrage tegen elkaar afgezet voor de jaren 2019-2028, bedragen in miljoen euro.

In Figuur 1 is voor de periode 2019-2028 een totaaloverzicht gevormd met daarin de nettolasten2 voor de vier verschillende clusters in het sociaal domein en de rijksbijdrage voor het sociaal domein.3 Voor de jaren 2019-2023 is aangesloten bij de realisatie, voor 2024 was de realisatie nog niet bekend en is er aangesloten bij de tweede bestuursrapportage, voor de jaren 2025-2028 is de programmabegroting 2025 als uitgangspunt genomen voor de lasten in de vier clusters. Het is van belang te noemen dat de gemeente Gouda gedurende dit onderzoek een aangepaste kostenprognose heeft opgesteld. In deze aangepaste prognose zijn de realistische lasten voor de jaren 2025-2028 opgenomen. Waar in de programmabegroting is uitgegaan van een ambitie, zijn

Onder de netto lasten verstaan we de lasten uit de begroting, waarop eventuele baten uit de begroting (of jaarrekening) in mindering zijn gebracht. 3 Voor de Rijksbijdrage dient vermeld te worden dat dit geen geoormerkte budgetten betreft. 2

de prognoses tot stand gekomen op basis van de actualiteit. In paragraaf 2.2 wordt verder stilgestaan bij deze prognoses en hoe deze relateren aan de programmabegroting 2025. •

Het cluster Werk & Inkomen bevat ook de BUIG-budgetten, deze BUIG-budgetten zijn zowel meegenomen in de rijksbijdrage als in de lasten. Voor de jaren 2026-2028 is de hoogte van het BUIG-budget nog niet vastgesteld. Voor deze drie jaren is de hoogte van het voorlopige BUIGbudget van 2025 als uitgangspunt genomen. Er zijn signalen vanuit het ministerie van SZW dat het BUIG-budget in 2026 afneemt ten opzichte van 2025, dit hangt samen met de (verwachte) kleinere instroom van statushouders.4

•

Ten tweede heeft de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (onder leiding van Tamara van Ark) een advies uitgebracht. Dit kan mogelijk twee financiële gevolgen hebben voor het cluster Jeugd. Hier wordt de voetnoot bij geplaatst dat dit een advies van de deskundigencommissie is en hier nog geen conclusies aan verbonden kunnen worden. Tijdens dit onderzoek is er nog geen uitsluitsel over het wel of niet overnemen van de adviezen van deze commissie. o Het volgende citaat komt uit het adviesrapport van de deskundigencommissie: ‘De commissie acht het niet haalbaar en niet wenselijk om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven.’. Dit kan betekenen dat de voorgenomen budgetkorting vanaf 2026 niet wordt doorgevoerd. Voor de gemeente Gouda is de verwachting nu nog dat de rijksbijdrage op dit moment voor het cluster Jeugd van € 31,2 miljoen in 2025 daalt naar € 26,6 miljoen in 2026. Dit komt neer op een daling van ruim € 4,5 miljoen, hier is al rekening mee gehouden in de programmabegroting 2025. o Daarnaast wordt door de commissie geadviseerd dat de ontstane verliezen (de inkomsten van het Rijk ten opzichte van de daadwerkelijke uitgaven) op de Jeugdwet in 2023 en 2024 voor de helft door het Rijk opgevangen moeten worden.

Op basis van het aantal inwoners in Gouda zou dit een bedrag kunnen betekenen van ongeveer € 3 miljoen. o Indien de bovenstaande adviezen worden overgenomen, dan heeft dit impact op de verwachte financiële positie van de gemeente Gouda. De budgetkorting vanaf 2026 is reeds opgenomen in de programmabegroting. Uit de prognoses in paragraaf 2.2 blijkt echter ook dat er in 2025 € 4,5 miljoen hogere kosten verwacht worden ten opzichte van de begroting en voor de jaren 2026-2028 bedraagt dit jaarlijks zo’n € 3,5 miljoen. Daarmee blijft het van belang om de besparingsmogelijkheden in overweging te nemen.

3.2

Prognose 2025-2028

In deze paragraaf brengen we de verwachtte uitgaven voor de vier clusters in beeld. Daarvoor gaan we uit van de begrote lasten uit de programmabegroting 2025. Daarnaast is er door de gemeente Gouda ook een aanvullende prognose5 van de lasten voor deze vier jaren opgesteld. Hierin zijn de meest actuele ontwikkelingen meegenomen en wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij de realiteit. Deze prognose biedt inzicht in de ontwikkeling van de kosten voor het sociaal domein als er geen maatregelen (bestaand en nieuw) worden getroffen. In de aangepaste prognose is gefocust op de grote openeinderegelingen binnen de jeugdzorg. Daarin werd eerst uitgegaan van een ambitie om het aantal kinderen in jeugdzorg te laten afnemen tot 1 op de 8 kinderen. Voor de Wmo is de prognose geactualiseerd op basis van de overschotten in de afgelopen jaren. Tenslotte was in programmabegroting 2025 nog geen rekening gehouden met het

VNG, Rijksbegroting 2025 en de gevolgen voor gemeenten (2024). Bij dit adviesrapport is door de gemeente Gouda een oplegger meegestuurd met een uitgebreide toelichting bij de prognoses voor de jaren 2025 – 2028. 4 5

voorlopige BUIG-budget voor 2025; daar is in de prognose voor het cluster Werk & Inkomen wel rekening mee gehouden. De prognose dienst als lijn om de maatregelen tegen af te zetten. Voor het cluster Sociale basisvoorzieningen is geen aangepaste prognose opgesteld. Onderstaand wordt bij de aangepaste prognose voor de verschillende clusters stilgestaan.

3.2.1

Prognose cluster Jeugd

De prognose van de kostenontwikkeling voor het cluster Jeugd valt aanzienlijk hoger uit dan de lasten voor dit cluster zoals opgenomen in de programmabegroting. Deze aangepaste prognose ziet toe op een aantal verschillende uitgangspunten die gebruikt zijn voor deze prognose, te weten: •

De kosten per jeugdige blijven gelijk op het niveau van de realisatie van 2024.

•

Het aantal jeugdigen dat een vorm van jeugdzorg ontvangt blijft 1 op de 7,3 (voorlopig cijfer eind 2024). In de begroting is uitgegaan van de ambitie dat dit daalt naar 1 op de 8 jeugdigen.

•

Buiten de reguliere indexeringen van de tarieven vinden er geen verhogingen plaats in de periode 2025-2028.

Kostenontwikkeling cluster Jeugd 35 33

31 29 27 25 2025

2026

2027

2028

Begroting inclusief extra dekking Prognose kostenontwikkeling - zonder extra maatregelen Figuur 2. Kostenontwikkeling cluster Jeugd, bedragen in miljoen euro.

De aangepaste prognose leidt tot hogere kosten dan opgenomen in de programmabegroting. Voor 2025 betekent dit een verschil van € 4,8 miljoen, in de periode 2026-2028 neemt dit licht af tot circa € 3,7 miljoen per jaar.

3.2.2

Prognose cluster Wmo

Waar de prognose voor het cluster Jeugd hoger ligt dan de oorspronkelijke begroting, is dit voor het cluster Wmo andersom. De geprognosticeerde kosten liggen voor de periode 2025-2028 onder de kosten uit de programmabegroting 2025. In de begroting is uitgegaan van het effect van de vergrijzing op de kosten voor de Wmo, echter heeft deze ontwikkeling zich nog niet voorgedaan. Voor de prognose is uitgegaan van de meest actuele situatie. Jaarlijks wordt het effect van de vergrijzing in de gaten gehouden en kan hier op worden bijgestuurd. De aangepaste prognose vloeit met name voort uit de realisatiecijfers over 2024. In 2025 leidt dit tot kosten die circa € 0,5 miljoen onder de begroting liggen, voor de jaren 2026-2028 bedraagt dit verschil jaarlijks zo’n € 1,0 miljoen.

Kostenontwikkeling cluster Wmo 26

25

24

23

22 2025

2026 Begroting

2027

2028

Prognose - zonder extra maatregelen

Figuur 3. Kostenontwikkeling cluster Wmo, bedragen in miljoen euro.

3.2.3

Prognose cluster Werk & Inkomen

De gemeente Gouda heeft een prognose aangeleverd voor het taakveld 6.3 Inkomensregelingen en bijbehorend het voorlopige BUIG-budget voor 2025. Om de aansluiting te maken met het gehele cluster Werk & Inkomen heeft Berenschot deze cijfers aangevuld met de taakvelden 6.4 en 6.5. Dit levert de onderstaande prognose op ten opzichte van de begroting. In de prognose wordt verwacht dat de totale kosten voor het cluster Werk & Inkomen in 2025 € 0,2 miljoen hoger liggen dan begroot, dit loopt op tot circa € 1,0 miljoen in 2028. De meest recente voorlopige BUIGbeschikking en de laatst bekende cijfers hebben tot de aanpaste prognose geleid.6

Kostenontwikkeling cluster Werk & Inkomen (incl. BUIG) 28

26

24

22 2025 Begroting

2026

2027

2028

Prognose - Actualisatie nav BUIG en verwachte uitgaven

Figuur 4. Kostenontwikkeling cluster Werk & Inkomen, bedragen in miljoen euro.

Binnen Gouda was intern reeds toegezegd dat de BUIG beschikking bij de kadernota zou worden geactualiseerd. 6

3.2.4

Totaal van drie clusters

Als de verwachte tekorten en overschotten voor de clusters Jeugd, Wmo en Werk & Inkomen bij elkaar worden opgeteld, dan levert dat het volgende beeld op. Hieruit blijkt dat de geprognosticeerde kosten voor deze drie clusters in 2025 zo’n € 4,5 miljoen hoger liggen dan begroot. Voor de jaren 2026-2028 wijkt de prognose circa € 3,5 miljoen af ten opzichte van de begroting.

Kostenontwikkeling Totaal 84

82

80

78

76

74 2025

2026 Begroot

2027

2028

Actualisatie

Figuur 5. Kostenontwikkeling van clusters Jeugd, Wmo en Werk & Inkomen, bedragen in mln. euro.

3.3

Vergelijking referentiegemeenten

Naast de vergelijking tussen de inkomsten en uitgaven voor de vier clusters, is er een vergelijking gemaakt van de gerealiseerde kosten in het jaar 2023 per inwoner (of jeugdige7 voor het cluster Jeugd) van de gemeente Gouda ten opzichte van referentiegemeenten. Deze referentiegemeenten zijn op basis van een drietal criteria geselecteerd: •

Inwoneraantal. Gouda wordt vergeleken met gemeenten die ongeveer even groot zijn op basis van het aantal inwoners.

•

SES-WOA. Een tweede factor is de sociaaleconomische status van de inwoners in Gouda. De vergelijking wordt gemaakt met gemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische status. De vergelijking maken met gemeenten met een relatief hogere of lagere sociaaleconomische status, kan een vertekend beeld geven.

•

Migratieachtergrond. Ten slotte is rekening gehouden met de migratieachtergrond in de referentiegemeenten. Binnen de gemeente Gouda bestaat het beeld dat er veel informele zorg wordt geleverd binnen groepen met dezelfde migratieachtergrond, daardoor wordt er vanuit deze groepen een minder groot beroep gedaan op de Wmo.

7

Onder jeugdige verstaan wij een inwoner tussen de 0 en tot 18 jaar.

Hierna worden voor de kosten per inwoner voor de vier verschillende clusters weergegeven. Het valt op dat Gouda in deze referentiegroep gemiddeld of net boven het gemiddelde uitkomt. In de opbouw van de verschillende taakvelden binnen de clusters zijn er ook geen opvallende zaken. Voor het cluster Jeugd is bijvoorbeeld zichtbaar dat de gemeente Velsen bijna al haar kosten op taakveld 6.72 heeft geboekt. Dit kan verklaard worden, omdat 6.73 en 6.74 relatief nieuwe taakvelden zijn. Het kost vaak een paar jaar voor alle gemeenten over zijn gegaan op deze nieuwe vorm van registratie. Toelichting iv3-taakvelden. In de volgende figuren is de uitsplitsing gemaakt op basis van de iv3-taakvelden. Iv3 (informatie voor derden) is een informatiesysteem waarin staat welke financiële informatie gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten verstrekken. Deze systematiek is gelijk voor gemeenten, waardoor de gemeenten op basis van deze informatie met elkaar vergeleken kunnen worden.

Kosten per jeugdige 3.000 2.500 2.000 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

1.500 1.000

6.73 Pleegzorg, gezinsgericht, jeugdhulp met verblijf

500

6.74 GGZ met en zonder verblijf, gesloten plaatsing

0

6.82 Jeugdbescherming en reclassering

Figuur 6. Vergelijking met referentiegemeenten voor de kosten per jeugdige, bedragen in euro’s.

Wmo (excl. centrumtaken) - kosten per inwoner 1.200 1.000 800 600 400 200

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

0

Figuur 7. Vergelijking met referentiegemeenten voor de kosten per inwoner voor het cluster Wmo, bedragen in euro’s.

Werk & Inkomen - kosten per inwoner 1.200 1.000 800 600 400

6.5 Arbeidsparticipatie

200

6.4 Begeleide participatie

0

6.3 Inkomensregelingen

Figuur 8. Vergelijking met referentiegemeenten voor de kosten per inwoner voor het cluster Werk & Inkomen, bedragen in euro’s. Taakveld 6.4 bestaat uit WSW en beschut werken en taakveld 6.5 bestaat uit re-integratie (inclusief garantiebanen).

Sociale basisvoorzieningen - kosten per inwoner 1.200 1.000 800 600 400

7.1 Volksgezondheid

200

6.2 Wijkteams

0

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Figuur 9. Vergelijking met referentiegemeenten voor de kosten per inwoner voor het cluster Sociale basisvoorzieningen, bedragen in euro’s.

3.4

Verhouding tussen de uitgaven voor de sociale basis en maatwerk

Ten slotte brengen we in kaart hoe de sociale basis zich verhoudt ten opzichte van maatwerk. Daarvoor worden de volgende drie categorieën gebruikt. De indeling van de iv3-taakvelden naar deze categorieën is opgenomen in de bijlage. •

Maatwerk, beperkt beïnvloedbaar (wettelijke verplichting). Dit zijn wettelijke verplichtingen waar minimale sturing op mogelijk is.

•

Maatwerk, wel beïnvloedbaar (wettelijke verplichting, maar sturing op gebruik is mogelijk). Dit zijn wettelijke verplichtingen waarbij het wel mogelijk is om te sturen op het gebruik ervan.

•

Sociale basis (bovenwettelijk). Dit zijn wettelijke verplichtingen waarbij het wel mogelijk is om te sturen op het gebruik ervan.

Bij de indeling van de taakvelden naar deze drie categorieën wordt de kanttekening geplaatst dat de indeling niet helemaal zwart-wit is. Er is daarbij per taakveld een inschatting gemaakt van de mate van beïnvloeding op de zorgkosten binnen de taakvelden. Daarbij is vooral gekeken naar de ruimte die er is om te sturen op de kosten op de instroom en waar het mogelijk is om de ingezette zorg af te schalen. De ruimte om te sturen op complexe casuïstiek wordt doorgaans minder groot geacht. De onderstaande grafiek geeft weer dat er in de periode 2021-2023 verhoudingsgewijs steeds meer wordt uitgegeven aan de sociale basis; een toename van 9,7% naar 14,9%. Deze toename gaat met name ten koste van het aandeel maatwerk, beperkt beïnvloedbaar, waar we een daling voor zien in de periode 2020-2023 van 18,4% naar 14,3%.

Verhouding maatwerk en sociale basis 100% 11,9%

10,6%

9,7%

70,5%

71,0%

72,2%

17,6%

18,4%

18,1%

16,1%

14,3%

2019

2020

2021

2022

2023

12,0%

14,9%

80%

60% 71,9%

70,9%

40%

20%

0% Maatwerk, beperkt beïnvloedbaar

Maatwerk, wel beïnvloedbaar

Sociale basis

Figuur 10. Relatieve verhouding tussen de uitgaven voor de sociale basis en aan maatwerk (wel beïnvloedbaar en beperkt beïnvloedbaar) (zie ook bijlage 1).

HOOFDSTUK 4

Besparingsmaatregelen Jeugd De kosten van het sociaal domein in Gouda nemen toe. Hoewel het erop lijkt dat de kostenstijging hoofdzakelijk toe te schrijven is aan de stijgende zorgbehoefte binnen de jeugdzorg, is ervoor gekozen om binnen het brede sociaal domein te kijken naar potentiële besparingsmaatregelen. Binnen dit hoofdstuk geven wij voor de volgende domeinen inzicht in besparingsmaatregelen: jeugdzorg, Wmo, de sociale basis en de Participatiewet, inclusief schuldhulpverlening en inburgering. De maatregelen zijn tot stand gebracht aan de hand van de toegelichte evenwichtsgedachte waarbinnen er is gezocht naar een nieuwe balans tussen de financiële haalbaarheid en de impact op de sociale basis. Een deel van de maatregelen is aangedragen door Berenschot, maar een groot deel sluit ook aan bij de koers die de gemeente Gouda al heeft ingezet. Veel van de voorgestelde maatregelen bouwen voort op initiatieven en beleidsontwikkelingen die de gemeente in de afgelopen periode heeft gerealiseerd of momenteel implementeert. De insteek van Berenschot is hierbij hoofdzakelijk geweest om bestaande maatregelen te concretiseren en aanvullende maatregelen bespreekbaar maken. De maatregelen en de impact hiervan zijn dan ook gezamenlijk met beleidsadviseurs van de gemeente Gouda tot stand gebracht.

4.1

Besparingsmaatregelen

Om de kosten binnen de jeugdzorg beheersbaar te houden en om de effecten van beleidsmaatregelen inzichtelijk te kunnen maken, heeft de gemeente Gouda concrete doelen geformuleerd. De gemeente Gouda streeft naar een verhouding waarin maximaal 1 op de 8 jongeren jeugdzorg ontvangt. Op dit moment is deze verhouding blijven steken op 1 op de 7,3 jongeren (voorlopig cijfer eind 2024). De uitgewerkte maatregelen zijn enerzijds geformuleerd om bij te dragen aan deze doelen, maar dienen anderzijds vooral bij te dragen aan het waarborgen van de betaalbaarheid in algemene zin. Concreet betekent dit dat de maatregelen bijdragen aan het aantal jongeren dat van jeugdzorg gebruikmaakt en/of een positief effect hebben op het verlagen van de gemiddelde kosten per jeugdzorgtraject.

4.1.1

J1. Het verbeteren van de samenwerking met externe verwijzers (met name GI’s)

Deze maatregel ziet hoofdzakelijk toe op het verbeteren van de samenwerking met externe verwijzers en is met name gericht op gecertificeerde instellingen (GI’s). Binnen de gemeente Gouda wordt jaarlijks voor zo’n € 2 miljoen aan verwijzingen verstrekt door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Als gevolg van eerdere maatregelen zag de gemeente Gouda het aantal verwijzingen van GI’s (en de kosten hiervan) al afnemen. De gemeente heeft hoofdzakelijk ingezet op het verlagen van de verwijzingen naar de zogenoemde niet-gecontracteerde zorgpartijen. Dit zijn zorgaanbieders waarmee geen overeenkomst is gesloten, waardoor er maatwerkafspraken gemaakt moeten

worden over de zorg en de bijbehorende kosten. In deze situaties is er minder gelegenheid om te sturen op de kwaliteit. De ervaring is dat dergelijke trajecten doorgaans fors duurder zijn. De indruk leeft dat hier nog een groter besparingspotentieel zit.

Inhoudelijke beweging Het doel van de maatregel is om de samenwerking met de GI’s en andere externe verwijzers te verbeteren om ervoor te zorgen dat de ingezette zorg rechtmatiger en doelmatiger wordt ingezet. Hierdoor wordt er minder verwezen naar niet-gecontracteerde zorgaanbieders, sluit de ingezette hulp beter aan bij de hulpvraag en kan er door de verwijzer beter gestuurd worden op doelrealisatie. Aangezien de GI’s in regionaal verband zijn gecontracteerd is het advies om deze beweging regionaal vorm te geven. Deze maatregel richt zich met name op de kosten van voorzieningen met verblijfsfuncties en jeugdhulp zonder verblijf in de ggz. De gemeente heeft momenteel het voornemen om 0,5 fte beschikbaar te stellen om de samenwerking met de GI’s te verstevigen. Het voorstel is om de inzet te vergroten met 1 fte en aan de hand van een gerichte agenda de dialoog te voeren met de GI’s en de andere externe verwijzers. Volgens ons zou de dialoog moeten beginnen met het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op de jeugdzorg en de afbakening hiervan.

Besparingspotentieel De veronderstelling is dat met deze maatregel de komende drie jaar jaarlijks zo’n 3% op de kosten van de gespecialiseerde jeugdzorg kan worden bespaard. Hiermee wordt gedoeld op de kosten van voorzieningen met verblijfsfuncties en jeugdbehandeling ggz zonder verblijf. De totale kosten voor deze voorzieningen bedroegen in 2023 € 14.690.000. Op basis van onze ervaringen is de impact van de besparing gesteld op 3%. Wij verwachten dat het resultaat voor 2025 vanwege de opstart maar ten dele behaald kan worden. Wij houden daarom rekening met een ingroeimodel van 30% (van het besparingspotentieel) voor 2025 en de volledige 3% voor de twee opvolgende jaren. De aanvullende investering die nodig is bedraagt 0,5 fte. Wanneer we uitgaan van een integrale loonsom van een projectleider van € 100.000, dan bedraagt de jaarlijkse investering € 50.000 – die we overigens voor 2025 wel volledig hebben meegenomen. De netto besparing bedraagt dan € 390.700 per jaar (vanaf 2026).

Randvoorwaarden en risico’s •

Een belangrijke voorwaarde voor deze maatregel is de bereidheid van de GI’s om actief mee te werken, wat essentieel is voor een succesvolle uitvoering en samenwerking.

•

De GI’s zijn regionaal gecontracteerd, het advies is daarom om deze maategel in regionaal verband in de praktijk te brengen.

•

De maatregel vraagt om het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op de jeugdzorg, de afbakening hiervan, en een gezamenlijk zicht op het aanbod dat het meest passend is.

•

Binnen de regio is inzichtelijk gemaakt in welke situaties naar niet-gecontracteerde aanbieders wordt verwezen. De volgende stap is in beeld te brengen wat er nodig is om in dergelijke situaties (vaker) te verwijzen naar het gecontracteerde aanbod.

•

Het verbeteren en onderhouden van de samenwerking met de externe verwijzers betreft geen eenmalige exercitie maar vraagt om onderhoud en continue aandacht.

4.1.2

J2. Sturen op (en afschalen van) lopende indicaties

Beschrijving maatregel Op het moment dat een jeugdige in een jeugdzorgtraject zit, is er niet altijd goed zicht op de ontwikkeling hiervan. Aanbieders zijn niet altijd in staat om zorg (al dan niet tussentijds) af te schalen en bij de jeugdprofessionals is de kennispositie er niet altijd om hierin te interveniëren. De indruk is dat er bij aanvang van een jeugdzorgtraject doorgaans relatief gemakkelijk specialistische zorg geïndiceerd wordt, waar voor een deel van de gevallen basiszorg zou kunnen volstaan. Voorgesteld wordt om niet alleen te kijken of er afgeschaald kan worden, maar ook te kijken naar alternatieve oplossingen. In sommige langlopende casussen kan het interessant zijn om te onderzoeken of een andere jeugdzorgaanbieder voor een doorbraak kan zorgen, of in ieder geval in staat is om iets te forceren waardoor het afschalen van zorg wel mogelijk is. Deze maatregel sluit aan op de inzet van casemanagement waarvoor het college van de gemeente Gouda in december 2023 akkoord heeft gegeven voor een pilot. Deze pilot wordt na drie jaar geëvalueerd. Het advies is om op basis van deze evaluatie de inzet en impact te herzien.

Hoewel de inzet van destijds met name was gericht op ‘meer tijd en resultaat voor de inwoner’, en op iets abstracter niveau ‘het herstellen van het vertrouwen in de overheid’, is de veronderstelling dat gerichtere sturing op het behalen van de cliëntdoelen (en afschalen daar waar mogelijk) bijdraagt aan de betaalbaarheid van de jeugdzorg. Als voorschot op de financiële effecten is voor deze maatregelen reeds een besparing ingeboekt van € 110.000 voor de jeugdzorg. Deze reeds ingeboekte besparing is niet verwerkt in de financiële effecten van deze maatregel, aangezien hiervoor aansluiting is gezocht bij de uitgaven van 2023.

Inhoudelijke beweging De voorgestelde beweging heeft betrekking op het afschalen van zorg. Concreet betekent dit dat er meer en gerichter wordt ingezet op de rol van casemanager door tussentijds kritisch te blijven kijken of de jeugdige de juiste zorg krijgt en of deze mogelijk (al dan niet bij een andere aanbieder) afgeschaald kan worden. Om deze beweging mogelijk te maken wordt ook opgeroepen om de werkinstructies strakker te formuleren en meetmomenten in te bouwen (om op of af te schalen). Eerder werd hiervoor ook een regionaal kwaliteitsmedewerker ingezet die zich tussen het contractmanagement, de aanbieders en de consulenten bevond. Deze rol bleek relatief (te) veel te vragen van de medewerker (1 fte) die hierop werd ingezet. Daarom wordt nu voorgesteld om deze rol uit te breiden en de effectiviteit hiervan te vergroten.

Besparingspotentieel De veronderstelling is dat er zo’n 4% van het totale jeugdzorgbudget kan worden bespaard wanneer er gerichter wordt gestuurd op het afschalen van lopende indicaties. Deze besparing heeft betrekking op de zorg die tussentijds kan worden afgeschaald naar lichtere vormen van ondersteuning, of zorg die eerder kan worden beëindigd. De inhoudelijke beweging sluit aan bij de inzet van casemanagement, waarvoor nu een pilot loopt. Tijdens de werksessie is aangegeven dat het besparingspotentieel naar verwachting iets hoger ligt. Om deze vorm van sturing mogelijk te maken, zullen de werkinstructies moeten worden herzien en worden opgevolgd. Daarnaast is het raadzaam om hiervoor één kwaliteitsmedewerker aan te trekken van wie wij de integrale loonsom ramen op € 100.000 per jaar. De netto besparing komt hierdoor neer op € 1,28 miljoen in 2026. Wij verwachten dat 30% van deze besparing gerealiseerd kan worden in 2025. Vanwege de opstart hebben wij wel de volledige integrale loonsom van de kwaliteitsmedewerker ( € 100.000) in mindering gebracht op de besparing van 2025 .Het is goed om te benoemen dat een deel van deze besparing (als onderdeel van de pilot casemanagement) al is opgenomen in de begroting.

Risico’s en randvoorwaarden •

De impact van de maatregel is iets naar beneden bijgesteld. Dit komt met name doordat de praktijk weerbarstig is. Ook uit de werksessie blijkt dat ouders vaak goed voorbereid in gesprek gaan en alle uitzonderingsposities kennen.

•

Voor sommige ondersteuningsvragen geldt dat er maar één of een beperkt aantal aanbieders zijn die dit aanbod kunnen leveren. Het kan in dergelijke gevallen wat lastiger zijn om hierop te sturen en/of de ondersteuning over te dragen naar een andere aanbieder.

•

Het komt volgens de medewerkers van de gemeente Gouda relatief vaak voor dat zorgaanbieders bij het wisselen naar een basisproduct een andere medewerker inzetten. Dit kan de effectiviteit verminderen, aangezien de nieuwe medewerker de cliënt opnieuw moet leren kennen en het opbouwen van de relatie tijd kost.

•

De dienstverlening kan als minder positief worden ervaren door ouders, en de samenwerking kan als minder goed worden ervaren door zorgaanbieders. Dit kan ontstaan doordat de gemeente meer gaat sturen op doelrealisatie en mogelijk harder het gesprek aangaat.

4.1.3

J3. Afbakening van de jeugdzorg

Beschrijving maatregel De oproep is om de jeugdzorg gerichter af te bakenen. Op dit moment is er volgens de beleidsadviseurs nog voor een te groot deel van de ondersteuningsvragen een grijs gebied tussen wat onder de jeugdzorg valt en wat het onderwijs en wat ouders bijvoorbeeld zelf zouden moeten/kunnen oppakken. Niet alle ondersteuningsvragen van jeugdigen of hun ouders/verzorgers vallen onder de Jeugdwet of hoeven met jeugdzorg beantwoord te worden. Sommige vragen horen bij het opgroeien en opvoeden en zouden beantwoord kunnen worden binnen de sociale context van een gezin, het onderwijs of binnen andere hulpstructuren.

Inhoudelijke beweging Op landelijk niveau wordt een dialoog gefaciliteerd over het normaliseren van jeugdzorg en het benutten van het sociaal netwerk. De opbrengsten van deze landelijke dialoog worden vertaald naar opleidingen, trainingen, kwaliteitskaders en richtlijnen. Daarnaast worden er oproepen gedaan om de Jeugdwet hierop aan te passen, zodat deze zich primair richt op de jeugdzorgplicht van gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Ook lokaal binnen de gemeente Gouda kunnen er acties worden ontwikkeld om jeugdzorg meer te normaliseren. Het doel van deze maatregelen is om een kader te ontwikkelen waaruit duidelijk wordt wat jeugdzorg is (en wat niet). Als voorbeeld werd tijdens de werksessie benoemd dat ouders met een hoogbegaafd kind via het consultatiebureau opvoedondersteuning ontvangen. Dit werd vervolgens gedeeld binnen appgroepen met ouders met hoogbegaafde kinderen, waardoor deze vorm van opvoedondersteuning ineens veelvuldig werd aangevraagd. Een ander voorbeeld werd aangedragen door een collega vanuit de uitvoering. Ze had een ouder met een ondersteuningsvraag verwezen naar het voorliggend veld. Maar de ouders en de aanbieder waren het daar niet mee eens. Omdat het juridisch kader onduidelijk was, heeft het drie maanden geduurd voordat er consensus was over een oplossing.

Op dit moment worden relatief veel casussen die eigenlijk tot het normale leven behoren en/of opgelost moeten worden binnen het onderwijs afgewenteld op de jeugdzorg. Deze maatregel vraagt versteviging van de relatie met het onderwijs en om gezamenlijk aan een visie te werken over wat tot de verantwoordelijkheid van het (primair en voortgezet) onderwijs behoort en wat tot de jeugdzorg.

Besparingspotentieel Het doel van deze maatregel is om projectmatig nog gerichter in te zetten op het normaliseren van jeugdzorg en het verwijzen naar voorliggende voorzieningen. Door de reikwijdte van de jeugdzorgplicht af te bakenen en deze helder te positioneren in de bredere context van het sociaal domein, worden er minder indicaties verstrekt. Hierbij valt te denken aan verwijzingen voor bijvoorbeeld opvoedvraagstukken en/of vechtscheidingen. Naast normaliseren is het van belang om zorg af te schalen en vaker te verwijzen naar collectieve (voorliggende) voorzieningen. Deze maatregel heeft met name effect op de intensiteit van de voorzieningen die worden ingezet: van intensiteit ‘zwaar’ naar ‘middel’, van ‘middel’ naar ‘licht’ en van ‘licht’ naar collectieve voorzieningen. De indruk is dat, door in te zetten op deze maatregelen, met name de aanspraak op de ondersteuningsvragen vanuit de jeugdzorg kunnen worden beperkt die betrekking hebben op begeleiding, individuele behandeling, dagbesteding en jeugdbehandeling ggz zonder verblijf. De verwachting is dat op deze voorzieningen een totale besparing kan worden gerealiseerd van 3%. De benodigde capaciteit wordt ingeschat op 0,8 fte (ad € 100.000 per fte) gedurende 10 maanden. De eenmalige implementatiekosten bedragen hierdoor € 66.667, deze zijn niet in mindering gebracht op de besparing.

Het doel is om de coördinatie vervolgens zoveel mogelijk binnen de huidige formatie en infrastructuur te beleggen. Wij verwachten dat de besparing in de komende jaren gefaseerd wordt gerealiseerd; 30% in 2025 en 70% in 2026. Met deze maatregel is een besparing te realiseren van € 649.000 per 2027 (100%), exclusief implementatiekosten.

Risico’s en randvoorwaarden •

Om deze maatregel succesvol te kunnen implementeren is het van belang dat er een gedeelde visie ontstaat omtrent het normaliseren van jeugdzorg. De gemeente dient de regie te nemen om deze visie tot stand te laten komen. Hierbij heeft de gemeenteraad ook een belangrijke rol wat betreft de kaders en de reikwijdte van de jeugdzorg.

•

Om een scherpere toewijzing mogelijk te maken, is een aangepast kader nodig van wat jeugdzorg is en in welke gevallen jeugdzorg niet (meer) wordt ingezet. Dit kader is bedoeld om alle verwijzers een gezamenlijk beeld te geven van wat tot de jeugdzorg behoort.

•

Wanneer wordt bepaald wat wel en geen jeugdzorg is, is het van belang om in beeld te krijgen welke ondersteuningsvragen daarbuiten vallen en welk (voorliggend) aanbod hierop aansluit. Hiervoor is het van belang dat het huidige voorliggend aanbod wordt afgezet tegen deze ondersteuningsvragen, dat inzichtelijk wordt welke voorzieningen het alternatief vormen en dat duidelijk is welke voorliggende voorzieningen mogelijkerwijs ontbreken.

4.1.4

J4. Heronderzoek gerichtere aanpak voor veertig complexe casussen

Bij veel gemeenten blijkt dat een relatief groot deel van de geboden jeugdzorg zich concentreert op een beperkt aantal huishoudens. Uit cijfers van de gemeente Gouda blijkt dat de veertig duurste casussen jaarlijks € 6 miljoen van het jeugdzorgbudget vertegenwoordigen. De gemeente heeft de duurste en meest complexe casussen goed in beeld. Deze maatregel heeft betrekking op een systematische herbeoordeling van die cliënten die hoge kosten met zich meebrengen, maar relatief minder goed in beeld zijn. De maatregel ziet daarom toe op een herbeoordeling van die veertig casussen, die tussen de € 50.000 en € 100.000 per jaar kosten. Vaak is het onduidelijk waarom deze casussen veel geld kosten en wordt er onvoldoende gekeken naar hun meerjarige ontwikkeling. Uit de werksessie bleek dat relatief veel van de casussen relatief lang duren (soms wel vijf jaar) zonder dat er resultaat wordt geboekt. Het is belangrijk om te benoemen dat de gemeente Gouda momenteel, in samenwerking met het IPW, een actie-onderzoek uit voert naar acht casussen. In maart 2025 worden de uitkomsten hiervan verwacht. De inzichten en de uitkomsten uit dit onderzoek kunnen ook bijdragen aan de implementatie van deze maatregel.

Inhoudelijk beweging Doordat relatief veel van deze jeugdigen op het moment dat ze zorg ontvangen minder goed in beeld zijn, is het niet altijd duidelijk in welke mate de gestelde doelen reëel zijn en of het zorgaanbod aansluit op de cliëntsituatie. Daarnaast schatten de jeugdconsulenten in dat de aanbieders voor de verblijfsproducten uitgebreidere arrangementen hebben geoffreerd dan passend is bij de geboden hulp of de zorgbehoefte. De herbeoordeling ziet toe op de rechtmatigheid en de doelmatigheid en bevat een heroverweging van de productcategorie. De werkwijze heeft daarnaast een leereffect, mits de aanpak systematisch wordt geborgd. Er wordt gekozen voor het herbeoordelen van de (op dit moment) veertig casussen waarvan de kosten zo’n € 50.000 tot € 100.000 per casus bedragen. Voor de groep cliënten waarvan de kosten hoger liggen, is doorgaans genoeg aandacht, waardoor we verwachten dat het besparingspotentieel daar lager ligt.

Besparingspotentieel Naar onze inschatting zullen de consulenten in totaal 50% van de gevallen anders beoordelen. Naar verwachting kunnen de bijbehorende kosten dan met gemiddeld 25% worden verlaagd. Op basis hiervan schatten wij in het dat besparingspotentieel € 375.000 zal zijn. Wij gaan ervan uit dat er in totaal 0,5 fte nodig is om deze herbeoordelingen uit te voeren. Op basis van een integrale loonsom van € 100.000 per jaar schatten wij deze kosten op € 50.000 per jaar. Hierdoor bedraagt het totale netto-effect in het eerste jaar (2026) € 325.000. Voor 2025 hebben wij de opbrengsten en de kosten gecorrigeerd met 50%. Wij adviseren om deze activiteit jaarlijks te herhalen, waarbij wij ervan uitgaan dat de effecten en inspanningen jaarlijks (vanaf 2026) met 25% afnemen ten opzichte van 2026.

Risico’s en randvoorwaarden •

Er moet een gezamenlijk beeld en een gezamenlijke taal gehanteerd worden over welke casussen als complex worden beoordeeld en waar goede ondersteuning uit bestaat. Niet alleen op het gebied van jeugd, maar ook op de andere gemeentelijke domeinen.

•

Het lukt vaak wel om de problemen te inventariseren en te analyseren, maar niet altijd om deze op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat de verschillende afdelingen en partijen vanuit hun eigen taak en verantwoordelijkheid niet tot een integrale oplossing komen. Ook kan het oplossen van de problemen uiteindelijk vastlopen op de inzet van middelen. Wij adviseren om hierbij te blijven escaleren als zorg efficiënter en effectiever kan worden ingezet en hiervan te blijven leren.

Er moeten capaciteit en doorzettingsmacht georganiseerd worden om de gezinnen op basis van een projectmatige aanpak echt op een andere manier te helpen. Het organiseren van intensief ambulante alternatieven met bijvoorbeeld deeltijdverblijf kan helpen om in mindere mate afhankelijk te worden van de schaarste in het regionale verblijfsaanbod.

4.1.5

J5. Groter deel van de (nu) geïndiceerde zorg beschikkingsvrij/voorliggend laten uitvoeren

Tijdens de werksessies en interviews werd aangegeven dat veel inwoners relatief snel doorverwezen worden naar gecontracteerde zorg, zonder eerst gebruik te maken van de laagdrempelige zorg die beschikbaar is in het voorliggend veld of binnen het sociaal team. Veel van deze inwoners zouden al met relatief kleine hulpvragen goed geholpen kunnen worden via kortdurende programma's (drie tot vijf gesprekken). Toch wordt er vaak snel opgeschaald naar duurdere zorg, zonder eerst de minder intensieve opties te verkennen. Na deze opschaling werd in de interviews en werksessies aangegeven dat vervolgens het afschalen van zorg als lastig wordt ervaren. De vragen die hierbij opkomen zijn: ‘Wanneer is het moment om hulp af te schalen?’, ‘Wanneer is de zorg voldoende?’ en ‘Hoe durf je dat als professional aan te geven?’. We zien dat gemeenten die geïndiceerde zorg ombuigen en deze voorliggend laten uitvoeren in staat zijn om de toegankelijkheid en kwaliteit van ondersteuning te verhogen en de kosten te verlagen. Door meer ondersteuningsvormen als gemeente zelf en voorliggend aan te bieden, wordt dit aanbod niet alleen toegankelijker, maar wordt de gemeente hierdoor ook in staat gesteld om minder afhankelijk te worden van specialistische aanbieders. Een bijkomend voordeel is ook dat de begeleiding flexibeler kan worden ingezet, zodat deze kan inspelen op fluctuaties in de problematiek.

Wanneer de intensiteit van de problematiek afneemt, kan lichte begeleiding dienen als waakvlamfunctie na een intensiever begeleidingstraject. Met deze maatregel wordt gedoeld op het voorliggend (beschikkingsvrij) aanbieden van individuele ondersteuning, maar ook op het (waar mogelijk) ontwikkelen van een collectief (groepsgericht) voorliggend aanbod. Hiermee wordt bijvoorbeeld gedoeld op de mogelijkheden om dyslexiebegeleiding (totaal zo’n € 350.000 per jaar) niet langer uitsluitend individueel maar ook groepsgewijs aan te bieden (in bijvoorbeeld een groepje van vijf leerlingen). Daarnaast kan ook met deze maatregel aansluiting worden gezocht met de Goudse aanpak van (complexe) scheidingen: ‘Ouders voor altijd’. Deze aanpak bestaat uit een gespecialiseerd relatieen scheidingsteam dat ouders met relatieproblemen en/of ouders in scheiding ondersteunt. Het doel is om preventieve en toegankelijke ondersteuning te bieden om te voorkomen dat scheidingen complex worden.

Inhoudelijke beweging Deze maatregel veronderstelt dat een groter deel van de jeugdzorg, zoals een deel van de individuele ondersteuning, voorliggend kan worden uitgevoerd door het Sociaal Team (of een organisatie die hier nauw aan verbonden is). Ook kan het voorliggend aanbieden van systemische hulp worden overwogen, zoals het ondersteunen van ouders of andere gezinsleden. De maatregel ziet niet zozeer toe op het beleggen van deze functie bij het Sociaal Team, maar vooral op het voorliggend (beschikkingsvrij) aanbieden van individuele begeleiding. Later kan worden gekeken welke organisatie hierbij het meest voor de hand ligt. Hiermee voorziet de gemeente Gouda in betere zorg die dichterbij wordt aangeboden. Door deze ondersteuningsvormen als gemeente zelf en voorliggend aan te bieden wordt dit aanbod niet alleen toegankelijker, maar wordt de gemeente ook in staat gesteld om minder afhankelijk te worden van specialistische aanbieders. Tot slot is er de veronderstelling dat deze vormen van ondersteuning tegen lagere kosten kunnen worden georganiseerd, en meer binnen het eigen gemeentelijke netwerk kunnen worden uitgevoerd. Net als bij het voorliggend aanbieden van Wmo-begeleiding wordt de besparing gerealiseerd doordat de ondersteuning gemiddeld genomen minder lang en minder intensief wordt ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=338afb2f-c0fd-4ed4-9a13-cf49c479bb96