CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

03 (210628) Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ridder van Catsweg 683, Gouda.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Ridder van Catsweg Bestemmingsplan, nota van zienswijzen + bijlagen 140.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Bij de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning zal erop gelet worden dat de bouwhoogte niet alleen als maximale goothoogten, maar ook daadwerkelijk als bouwhoogten gehanteerd worden. Zienswijze 3 Over de onderzoeken naar verkeer, parkeren en geluid Wat betreft de drie onderzoeken op het gebied van verkeersdruk, parkeerdruk en geluidsbelasting is de conclusie dat in grote lijnen en met enkele aanvullende maatregelen wordt voldaan aan de verkeer, parkeer- en geluidsnormen. Echter, bij alle eerdere ruimtelijke plannen in de wijk is gebleken dat de uitkomsten van dit soort onderzoeken wonderbaarlijk genoeg altijd positief uitkomen en altijd nét voldoen aan de normen. Wij zeggen niet dat de onderzoeken niet goed zijn uitgevoerd. Wat het wijkteam wil zeggen is dat achteraf bezien er meestal wat anders uitkomt dan in de onderzoeken. Wij verzoeken de gemeenteraad om de onderzoeken opnieuw uit te voeren, met meer scenario-analyses, dan wel om nu de garantie te geven van een adequate achtervang van compenserende maatregelen, mocht blijken dat verkeersbelasting, parkeerbelasting en geluidsbelasting alsnog boven de toegestane normen uitkomen. Dit is belangrijk, het gaat om serieuze zaken over de leefbaarheid en leefomgeving die bovendien voor zeer lange termijn gaan doorwerken. Niet alleen voor de wijk maar ook voor toekomstige bewoners zelf.

Specifiek wat betreft het “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Ridder van Catsweg 683, Gouda” van mei 2020 nog het volgende. In de eerste plaats blijft het verbazingwekkend dat de toename van de geluidsbelasting deels wordt gemeten, maar vooral wordt berekend. De rekenmodellen zien er indrukwekkend uit, maar alles staat of valt natuurlijk met de uitgangspunten en rekenparameters en daarnaast is het niet uit te leggen aan bewoners. Hetzelfde deed en doet zich voor bij de geluidsbelasting van de A12 op de noordkant van onze wijk. Ook daar wordt de geluidsbelasting berekend en niet gemeten. Klopt het dat het geluidsonderzoek rapport vooral ingaat op de belasting en normen voor de binnenruimte van de nieuwbouwflats en minder ziet op de toenemende geluidsbelasting voor de omgeving en nabij gelegen, bestaande flats en woningen? En als dat zo is, wat gaat de gemeente daaraan dan doen? Specifiek over de parkeerdruk: met alle respect voor de onderzoekers en het onderzoeksrapport over de parkeerdruk, wij kunnen ons niet voorstellen dat er geen problemen zullen ontstaan bij het parkeren.

De aannames zijn onderbouwd, de nieuwe duurzame mobiliteitsuitgangspunten zijn prachtig, maar wat nu als de aannames en veronderstellingen niet kloppen? Wij zien namelijk dat met winkelcentrum (dat bovendien onlangs verder is uitgebreid), gezondheidscentrum, seniorencomplex, tankstation én nieuwe wijkcentrum er in de nabij omgeving wél sprake is van een continue parkeerdruk. Dat gaat van Albrechtsveld, Swadenburg tot en met de Lekkenburg. Wij verzoeken de gemeenteraad daarom nogmaals om de onderzoeken opnieuw uit te voeren, dán met verschillende

75

risico-scenario's, dan wel om te zorgen voor een adequate achtervang van compenserende maatregelen als blijkt dat de parkeerbelasting in de omgeving alsnog te groot wordt. Specifiek nog over de verkeersstromen: bij de berekeningen voor de Ridder van Catsweg is uitgegaan van de verkeersintensiteiten zoals opgesteld door onder andere de Omgevingsdienst en de gemeente. Het punt is echter dat deze lange termijn prognoses te wankel zijn om conclusies voor de Van Loon locatie op te baseren. Immers, momenteel loopt er een uitgebreid onderzoek en inspraakprocedure rond het nieuw op te stellen VerkeersCirculatiePlan voor Gouda. Als bewonersorganisatie/wijkteam nemen wij deel aan deze sessies en twee conclusies zijn alvast helder: 1) rapporten spreken elkaar tegen over de exacte verkeersstromen en verkeersdruk en 2) de te nemen maatregelen zullen hoe dan ook weer leiden tot nieuwe en andere verkeersstromen en verkeersbelasting. Ons verzoek is dan ook te wachten tot het nieuwe VerkeersCirculatiePlan is opgesteld, dan wel nu duidelijke afspraken te maken over alsnog te nemen compenserende maatregelen als blijkt dat de verkeersdruk toch anders (hoger) uitkomt dan berekend. Te meer daar de wijk Plaswijck in het algemeen en de Ridder van Catsweg in het bijzonder toch al te maken hebben met genoeg verkeerszorgen.

In het kader van het VerkeersCirculatiePlan Gouda hebben wij 12 verkeersknelpunten in de wijk aangedragen. Wat betreft het plangebied Van Loon gaat het om het (a) het kruispunt Plaswijckweg / Ridder van Catsweg nabij het winkelcentrum, (b) het bevoorradings(vracht)verkeer winkelcentrum Bloemendaal door en in de wijk, (c) het (sluip)verkeer Blommenstijn-singel / Ridder van Catsweg / Plaswijckweg, de kruispunten (d) Plaswijckweg / Reensensingel en (e) Ridder van Catsweg / Reenensingel en (f) de kruising Ridder van Catsweg / Bloemendaalseweg. Het BJZ rapport van mei 2020 over het bestemmingsplan en de bouwplannen spreekt in paragraaf 3.2.5 Conclusie verkeer en parkeren daarom wel erg makkelijk dat wordt “voorzien in een passende invulling van de parkeereis en het aspect mobiliteit.” Wij vragen ons echt af of de verkeerssituatie van de wijk met 5.500 woningen en 13.000 bewoners goed is meegenomen. Nog een opmerking over de duurzame mobiliteit. Zeker positief is dat ontwikkelaar op deze locatie plannen heeft voor elektrische deelauto’s. Idem dat zij goede fietsenstallingen en elektrische deelbakfietsen gaat aanbieden. Maar het plan spreekt echter ook met enige trots van “een nieuwe dimensie van mobiliteit” met elektrische deelauto's, minder vervuiling, minder verkeersbelasting, enz.

Dat is natuurlijk allemaal heel mooi maar de vraag nu is opnieuw: wat als ook dit planonderdeel anders uitpakt dan verwacht, of om wat voor reden dan ook niet doorgaat, of veranderd wordt, of als externe omstandigheden veranderen, enz. De verkeers- en parkeeranalyses zijn er wel deels op gebaseerd dus een zeker risico is er wel. Wij verzoeken daarom om meer aandacht voor een risico scenario analyse. En dat bewoners dit zelf mogen (mee)-organiseren. Nogmaals de vraag, wat als (opnieuw) blijkt dat het allemaal toch minder en erger en onveiliger en drukker uitpakt dan vooraf berekend? Wat gaat de gemeente dan doen? Het gaat niet over een nieuwe schommel op een speelplaats. Het gaat over een belangrijke weg door de wijk, het gaat over een kwetsbaar kruispunt in de wijk en het gaat over verkeersveiligheid. Kan de gemeente toezeggen dat er tenminste drie maal een verkeersevaluatie komt (graag nu wel met alle betrokkenen) en dat er nu al geld wordt vrijgemaakt voor te nemen compenserende verkeersmaatregelen? Het is nu allemaal te wankel, het kent te veel risico's, er zijn te veel aannames. Specifiek geldt dat voor de ontsluiting van het nieuwe complex naar de Ridder van Catsweg. We kunnen de gekozen locatie inderdaad als minst slechte beschouwen.

Maar de conclusie dat “Goudappel Coffeng heeft hier onderzoek naar gedaan en de voorliggende in/uitritsituatie als optimaal veilig beschouwd.” is wel erg enthousiast omschreven. Wij zouden eerder willen spreken van een kritisch verkeerspunt dat blijvend aandacht moet krijgen van partijen. Naast dat we dit punt in de evaluaties willen zien terugkomen is het aanvullende verzoek om alvast geld te reserveren voor de te nemen maatregelen om dit punt straks verkeersveiliger te maken.

76

Commentaar Voor de aangedragen punten ten aanzien van verkeersoverlast wordt verwezen naar de commentaren op zienswijze 3 in § 2.1 en zienswijze 6 in § 2.3. Voor de aangedragen punten ten aanzien van parkeren wordt verwezen naar de commentaren op zienswijzen 5 en 7 in § 2.3 en zienswijzen 9, 15, 16, 19 en 21 in § 2.4. Naast de hierin genoemde monitoring en evaluatie van de parkeersituatie Van Loon en omgeving zijn ook in het Verkeerscirculatieplan Gouda evaluatiemomenten opgenomen over de verkeerssituatie en voorgestelde maatregelen. Voor de aangedragen punten ten aanzien van geluid wordt verwezen naar het commentaar op zienswijze 27 en 28 in § 2.4. De gehanteerde methodiek voor meten en berekenen van geluidswaarden voldoet aan de wettelijke vereisten en aan geldende richtlijnen. In het kader van de Europese richtlijn Omgevingslawaai maakt de Omgevingsdienst Midden-Holland om de vijf jaar een geluidsbelastingskaart van de gemeente. Dit vormt een soort evaluatie van de geluidssituatie. Er wordt een actieplan opgesteld om lawaai te voorkomen en/of te beperken. Indien nodig worden ook voor de Ridder van Catsweg en omgeving maatregelen getroffen en budget gereserveerd.

Zienswijze 4 Over de Nadeelcompensatieregeling Bij dit project is enerzijds sprake van een maatschappelijk belang zijnde het bouwen van extra (huur)woningen, anderzijds is sprake van onevenredig groot nadeel voor enkele aanwonenden. Dat geldt vooral de Klein Haastenburg, een flat van twee verdiepingen hoog. Het hoogteverschil tussen de nieuwbouw (westelijke toren) en deze flat is zeer groot. Tevens is de afstand er tussen klein. Feitelijk kijken bewoners straks tegen een muur en parkeeroprit aan. Door de projectontwikkelaar is gezegd dat er geen inkijk zal plaatsvinden en dat met privacy rekening is gehouden. Ook heeft ontwikkelaar een planrisico analyse laten uitvoeren. Echter het is onmiskenbaar dat er sprake zal zijn van een mindere woonbeleving. Wij verzoeken om een adequate nadeelcompensatieregeling voor omwonenden die direct te maken krijgen met een waardedaling van hun woning. Het wijkteam verzoekt om ook de tegenover gelegen flat Lekkenborch hierbij mee te nemen. In het technisch vooroverleg heeft ontwikkelaar toegezegd om voldoende maatregelen te nemen dat eventuele overlast van het parkeerdek (geluid, licht, enz.) zo veel mogelijk te beperken, dit gezien de situatie aan de andere kant van het winkelcentrum aan de Ruigenburg. Dit is zeker positief te waarderen.

Wat betreft de zonnestudie Haastenburg is het verzoek om enkele evaluatiemomenten met alle betrokken partijen in te plannen als het complex is gebouwd. Commentaar Tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan kunnen belanghebbenden (dus niet alleen bewoners van Klein Haastenburg, maar ook die van de Leckenborch) een verzoek om tegemoetkoming in planschade indienen bij de gemeente. Met de ontwikkelaar is een planschadeovereenkomst gesloten, waarin is vastgelegd dat de planschade naar hem is doorgelegd. Er hoeft dan ook geen afzonderlijke nadeelcompensatieregeling getroffen te worden. Zie ook het commentaar op zienswijze 11 in § 2.4. Voor het aangedragen punt ten aanzien van bezonning wordt verwezen naar de commentaren op zienswijze 1 in § 2.1 en zienswijze 2 in § 2.3. Na de realisatie van het complex zal geëvalueerd worden in hoeverre de schaduwwerking van het daadwerkelijk het gebouwde afwijkt van de modellen.

77

3

Ambtshalve wijziging

De voorgestelde ambtshalve wijzigingen hebben betrekking op de verbeelding, regels en toelichting van het bestemmingsplan. 3.1 Toelichting In de toelichting worden verschillende wijzigen doorgevoerd. Sommige naar aanleiding van de zienswijzen, sommige als ambtelijke wijziging ter aanvulling of verduidelijking. Zo wordt in de toelichting “woontorens” vervangen door ”woongebouwen”, nu voor de westelijke woontoren een dusdanige wijziging in vormgeving wordt voorgesteld dat er niet meer gesproken kan worden over een woontoren. Als gevolg van de aanpassing van de bouwmaten in het bestemmingsplan is in overleg met de ontwikkelende partij het totale aantal woningen naar beneden bijgesteld van 196 naar 172 woningen. Dit gewijzigde aantal woningen wordt op meerder plaatsen in de toelichting gewijzigd. Deze vermindering in totaal 24 woningen heeft ertoe geleid dat het aantal sociale huurwoningen gaat naar 43 appartementen en het aantal middenhuurwoningen gaat naar 43 appartementen. Het aantal koopwoningen gaat naar 86 koopappartementen. Na vaststelling van ‘Parapluherziening Parkeren’, waarin wordt verwezen naar gemeentelijke parkeernormen uit 2018, is het ‘Parkeerplan Gouda 2020’ vastgesteld. In de toelichting wordt in § 3.2.1.

verduidelijking aangegeven dat voor dit bestemmingsplan is getoetst aan de meest recent vastgestelde parkeernormen, te weten de parkeernormen uit het ‘Parkeerplan Gouda 2020’. Met het gewijzigde aantal appartementen is ook de parkeerbehoefte gewijzigd. Het Mobiliteitsplan is erop aangepast. Hetzelfde geldt voor de aantallen voor parkeerplekken, deelbakfietsen en fietsparkeerplekken in § 3.2.4.1. Verder is het aantal parkeerplekken uitgesplitst naar vaste parkeerplaatsen, elektrische deelauto’s en bezoekersparkeren Op basis van een verkeersonderzoek dat is opgesteld door Goudappel Coffeng wordt § 3.2.4.3 gewijzigd. Aan § 3.2.5 wordt toegevoegd dat er geen sprake is van onevenredige effecten op de verkeersafwikkeling (verkeersdoorstroming) in de directe omgeving en voor het parkeren in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien. Het verkeersonderzoek wordt als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. In § 4.1.1 wordt de tekst over Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangen door een tekst over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Aan § 4.4.5.5 wordt toegevoegd dat de carports worden voorzien van sedumbedekking en dat het plan voldoet aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Voor wat betreft luchtkwaliteit wordt § 5.3.2 over de beoordeling van dit omgevingsaspect gewijzigd.

Voor wat betreft woon- en leefklimaat wordt § 5.5.3.2 over externe werking uitgebreid met resultaten uit het onderzoek dat door Peutz is opgesteld en als bijlage 5 bij de toelichting wordt gevoegd. Voor wat betreft windhinder wordt aan hoofdstuk 5 een § 5.9 over dit onderwerp toegevoegd. Voor wat betreft bezonning wordt aan hoofdstuk 5 een § 5.10 over dit onderwerp toegevoegd. Voor wat betreft lichthinder wordt aan hoofdstuk 5 een § 5.11 over dit onderwerp toegevoegd. In § 7.3 worden enkele aanpassingen doorgevoerd, die volgen uit aanpassingen in de regels. In hoofdstuk 9 worden § 9.3 en § 9.4 aangepast om het proces van na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan te beschrijven en het proces daaraan voorafgaand beter te duiden dan in het ontwerpbestemmingsplan het geval was. Een aantal andere wijzigen in de toelichting zijn van redactionele aard.

78

3.2 Regels Net als in de toelichting worden ook in de regels enkele wijzigen doorgevoerd. Sommige naar aanleiding van de zienswijzen, sommige als ambtelijke wijziging ter aanvulling of verduidelijking. Voor de bestemmingen “Groen” en “Tuin” wordt een sublid toegevoegd dat ook geluidsschermen (met een maximale hoogte van 2 meter) mogelijk maakt. Het bouwplan zal niet voorzien in lichtmasten op het parkeerdek. Om dat voor de duidelijkheid richting omwonenden zeker te stellen, wordt een regeling aan de aanduiding voor het parkeerdek toegevoegd, waarmee lichtmasten ter plaatse van het parkeerdek worden uitgesloten. Tussen de ontwikkelende partij en bewoners van Klein Haastenburg is afgesproken dat er geen balkons aan de westgevel van het westelijke woongebouw zullen komen. Om dit voor de duidelijkheid richting omwonenden zeker te stellen, wordt een regeling aan de algemene bouwregels toegevoegd, waarmee balkons aan die gevel worden uitgesloten. In artikel 11.1. wordt een sublid toegevoegd waarmee het parkeren zoals beschreven in het mobiliteitsplan onderdeel wordt van de regels voor het parkeren, om aan te toetsen. 3.3 Verbeelding Zoals duidelijk naar voren komt uit de zienswijzen, hadden veel bezwaren betrekking op de hoogte, situering en schaduwwerking van de woongebouwen.

Daaraan is in overleg met de ontwikkelende partij tegemoet gekomen door: - de bouwhoogten terug te brengen tot hoogten die vallen binnen de bandbreedte die is aangegeven in de Nota Hoogbouw; - de situering van woongebouwen dusdanig te positioneren dat er voor wat betreft bezonning voldaan kan worden aan de lichte TNO-norm. Een ander aspect dat daarmee samenhangt, zijn de set backs die in de woongebouwen aanwezig zijn. Daardoor lijken de gebouwen minder hoog en is de schaduwwerking ook minder. Om deze set backs met verschillen in toegestane bouwhoogten binnen een-en-hetzelfde bouwvlak te regelen, worden op de verbeelding hoogtescheidingslijnen opgenomen. Met de voorgestelde situering van de bouwvlakken van de bestemming “Wonen” voor de woongebouwen, wijzigen ook de grenzen van de bestemmingsvlakken voor de bestemmingen “Groen” en “Verkeer – Verblijf”. Ook de aanduiding voor “specifieke vorm van verkeer-verblijf – parkeerdek” is hierop aangepast.

79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=46699c82-fcdb-42f6-ab63-7e1df05f191c