Was- Wordt lijst Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022-2026
Tekst van het document
Nieuw, basis is modelverordening VNG/regionaal raamwerk en artikel 5 lid 5 Verordening 2022
Lid 1. Regionaal aangepast in ‘De zorg voor kinderen die primair onderwijs volgen.
Lid 2 verbinding gelegd met artikel 6 lid 2 over de vereiste deskundigheid van de adviseur. N.B. Lid 1, 2 en 5 uit de modelverordening zijn niet overgenomen, omdat dit in bijlage 1 ‘dienstomschrijvingen’ staat beschreven. Lid 3. Gekozen voor 30 uur, zoals ook in de huidige verordening beschreven staat.
Artikel
Wordt Verordening 2026
reden
Artikel 14
1. Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. 2. In uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de wet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang begeleiding worden ingezet.
Nieuw, basis is modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB. Algemeen Was Artikel 19
Wordt Artikel 16
Artikel 20
Artikel 24
Artikel 24
Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Artikel
Was Verordening 2022
Toelichting Omdat op andere plekken artikelen verwijderd of verplaatst is de nummering gewijzigd Deels verplaatst naar artikel 24 Verordening 2026 onder het hoofdstuk “Herziening, Intrekking, Terugvordering en Bestrijding misbruik. nieuw nieuw nieuw nieuw nieuw
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 19 lid 1
Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 8 Regeling Jeugdwet.
Artikel 19 lid 2
De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: i. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, en ii. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs: i. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; ii. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp willen betrekken, en iii. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is
Verwijderd.
Nieuw artikel 20
[zie artikel 20 hieronder]
Komt niet één op één terug in de verordening, maar is feitelijk geregeld bij de “definities” De bepaling van de hoogte van een PGB is analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk een apart artikel geworden.
gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid heeft om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura. De kostprijs kan nooit hoger zijn dan het laagste tarief (overeenkomst) dat de gemeente betaalt of bekostigingseenheid (subsidiebeschikking) die de gemeente vergoedt aan jeugdhulpaanbieders voor het leveren van de in de betreffende situatie adequate en minst kostbare voorziening in natura. Artikel 19 lid 3
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk:
Deels in artikel 18 en deels in artikel 20
[zie artikel 18 en 20 hieronder]
Er is een nieuw artikel opgenomen over het onderscheid tussen PGB formele hulp en PGB sociaal netwerk.
a. het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder i, bedraagt voor jeugdhulp verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende jeugdhulp door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet, minimaal 100 % van het wettelijke minimumloon of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura, als noodzakelijk is om: i. te verzekeren dat het budget de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken of verlenen, en ii. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; b. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de
De bepaling van de hoogte van een PGB, ook voor inzet sociaal netwerk is analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk een apart artikel geworden.
jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt, en c. tussenpersonen of belangbehartigers worden niet uit het pgb betaald. Artikel 19 lid 4
Het college kan nadere regels stellen a. ten aanzien van bepaling wie tot het sociaal netwerk behoort, de voorwaarden en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk. b. ten aanzien van de kwaliteitseisen van pgb.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel 20 lid1
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekteen ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele
Artikel 20 lid 2
Verwijderd
In informatie uit de nadere regels zijn overgenomen in de nieuwe verordening en verspreid over verschillende artikelen. Er is geen verwijzing meer nodig naar de nadere regels.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 24 lid 7
Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.
Tekstueel aangepast analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk en verplaatst naar artikel 24 in het hoofdstuk “HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK “.
Artikel 24 lid 2g
Verwijderd
Tekstueel aangepast analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk en
Artikel 20 lid 3
of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, derde lid, onder d. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.
Artikel 24 lid 8
Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het vorige lid.
verplaatst naar artikel 24 in het hoofdstuk “HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK “ Staat niet in regionaal raamwerk 2025. Gorinchem kiest er voor dit lid wel te laten staan.
Nieuwe artikelen Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 16
1. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een budgetplan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het budgetplan is opgenomen: a. de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is; b. welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; c. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; d. op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; e. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f. indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; en
g. de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 17 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; 2. Het college verstrekt een pgb als: a. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, niet passend achten; b. uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 17 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en c. naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 19 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. 3. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: a.
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; of d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder; 4. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 17
1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e. in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h. in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i. in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en j. voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.
Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder; b. er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: i. schuldenproblematiek;
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
ii. iii. iv. v. vi. vii. viii.
ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; of het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 18
1. Van pgb formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen: a. Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of b. Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 2. Formele hulp wordt geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of artikel 5.2.1, van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Titel van de modelverordening VNG regionaal aangepast. Was ‘Onderscheid formele en informele hulp’. Lid 1 t/m 4. De term ‘formele hulp’ veranderd in ‘pgb formele hulp en de term ‘informele hulp’ veranderd in ‘pgb sociaal netwerk’.
3. Als de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste- of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van pgb sociaal netwerk omdat zij onderdeel uitmaken van het sociale netwerk. 4. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid, onder a of b, en er niet voldaan is aan het tweede lid, is er sprake van pgb sociaal netwerk.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 19
1. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van de jeugdhulp minimaal aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de overeenkomsten met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio Zuid-Holland Zuid. Daarnaast gelden de volgende eisen: a. beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hulp te bieden; c. houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp; d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f. voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s); h. stemt de hulp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouder(s) gebruik van maken; i. respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie;
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Grotendeels nieuw maar onderdelen van artikel 24 Verordening 2022 komen hierin terug. Zie verderop bij artikel 24 Verordening 2022. Lid 1. Regionaal aangepast naar de huidige verordening2022: ‘minimaal aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de overeenkomsten met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio’ toegevoegd.
j.
neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige of zijn ouder(s) voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; k. meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; l. werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. 2. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van formele jeugdhulp aan de volgende aanvullende eisen: a. hetgeen is bepaald in artikel 17, eerste en tweede lid; b. handelt in overeenstemming met de professionele standaard; c. werkt op basis van een hulpverleningsplan; d. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; e. hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; en f. stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. 3. Er wordt geen pgb sociaal netwerk verstrekt als, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, formele jeugdhulp noodzakelijk is.
Artikel Artikel 20
Wordt Verordening 2026 1. De hoogte van het pgb voor formele jeugdhulp bedraagt 100% van het laagste adequate gecontracteerde tarief voor dezelfde jeugdhulp in natura. 2. De hoogte van het pgb sociaal netwerk bedraagt het wettelijke minimumloon. 3. De tarieven voor het pgb worden jaarlijks geïndexeerd, waarbij:
Toelichting Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
a. de indexering wordt berekend uit de som van het geprognostiseerde percentage voor het komende jaar (t + 1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t – 1) geprognostiseerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t). De percentages zijn verschillend voor loonkosten en materiële kosten; en b. het college het pgb-tarief verhoogt of verlaagt voor 80% op basis van het geprognostiseerde en definitieve indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor personele kosten van het CPB, gepubliceerd door de NZA en voor 20% op basis van het geprognostiseerde en definitieve prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) voor materiële kosten van het CPB gepubliceerd door de NZA. 4. Het tarief is lager als op basis van het door de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. 5. Met inachtneming van voorgaande bepalingen stelt het college de pgb-tarieven vast in nadere regels. 6. Het college maakt minimaal eenmaal per jaar de tarieven bekend.
Lid 2. Regionaal aangepast: ‘Minimaal 100% van' is weggehaald. En ‘informele hulp’ is aangepast in ‘sociaal netwerk’. Lid 3. Regionaal aangepast; Percentages aangepast naar de huidige situatie: 90%-10%.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 21
De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en eenmalige uitkering; f. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; g. kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 11 naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Sub e regionaal toegevoegd naar voorbeeld van gemeente Groningen.
h. kosten voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp); en i. kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
HOOFDSTUK 6. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK Was Artikel 21
Wordt Deels Artikel 22 en artikel 24
Artikel 22
Artikel 25 Artikel 24 lid 1, 4 en lid 5 Artikel 25 lid 2 Artikel 26
Toelichting Verplaatst door verschuiving van eerdere artikelen. Tekst uit artikel 21 is verplaatst en verdeeld over twee andere artikelen. Verplaatst door verschuiving van eerdere artikelen. nieuw nieuw nieuw
Artikelsgewijs Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 21 lid 1
Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
Artikel 22 lid 1
Het college informeert de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
Inhoud ongewijzigd
Artikel 21 lid 2
Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen de jeugdige of zijn ouders aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb.
Artikel 22 lid 2
Artikel 21 lid 3
Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
Artikel 24 lid 2
Mede overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet doen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb. Onverminderd artikel 8.1.4, van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
Kleine tekstuele aanpassing
Met paar tekstuele wijzigingen en toevoegingen verplaatst naar artikel 24 lid 2 Lid 2 onder G. Regionaal toegevoegd ‘met het pgb jeugdhulp’. Voor twaalf weken gekozen naar voorbeeld van Groningen.
c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige langer dan zes weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening of het pgb; f. de jeugdige of zijn ouder de individuele voorziening en/of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
Artikel 21 lid 4
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt
c. de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb; e. de jeugdige of zijn ouder(s) het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is; f. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulpaanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 16, derde lid; of g. de jeugdige met het pgb jeugdhulp langer dan twaalf weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Artikel 24 lid 3
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt
Verplaatst naar artikel 24 lid 3.
dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Regionale aanpassing: Zes maanden is aangepast naar drie maanden.
Artikel 21 lid 5
Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen.
Artikel 24 lid 6
Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen.
Verplaatst naar artikel 24 lid 6.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Inleiding artikel 22
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 25 lid 3
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.
Ongewijzigd
Artikel 22 lid 1
Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en deze verordening.
Artikel 25 lid 1
Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en nietgebruik van deze wet.
Met regionaal tekstuele aanpassing opgenomen in artikel 25 lid 1 Het college wijst…’ veranderd in ‘Het college kan een toezichthouder aanwijzen…’.
Artikel 22 lid 2
Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere
Verwijderd
De bepalingen over fraude/handhaving (artikel 22 oude verordening) zijn in de nieuwe verordening in diverse andere artikelen ondergebracht.
persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar. Artikel 22 lid 3
Artikel 22 lid 4
Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit beleid is dat het college cliënten en betrokken derden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan. Ter controle van het beroep op algemene en individuele voorzieningen wordt onder meer gebruik gemaakt van bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de individuele voorziening en kan daarbij onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast overige signalen en tips die relevant
De taken en bevoegdheden van een toezichthouder, waaronder ook de geheimhoudingsplicht is geborgd in artikel 5.11 en verder van de Algemene Wet Bestuursrecht. Verwijderd
De bepalingen over fraude/handhaving (artikel 22 oude verordening) zijn in de nieuwe verordening in diverse andere artikelen ondergebracht. De taken en bevoegdheden van een toezichthouder zijn geborgd in artikel 5.11 en verder van de Algemene Wet Bestuursrecht.
De bepalingen over fraude/handhaving (artikel 22 oude verordening) zijn in de nieuwe verordening in diverse andere artikelen ondergebracht. De taken en bevoegdheden van een toezichthouder zijn geborgd in artikel 5.11 en
zijn voor de aanspraak op een individuele voorziening onderzoeken Artikel 22 lid 5
Artikel 22 lid 6
De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het lid 4 voor zover de medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. Het college bepaalt hiervoor in de nadere regels een redelijke termijn.
Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de
verder van de Algemene Wet Bestuursrecht. Artikel 23 lid 1 en 2
1. De jeugdige en zijn ouder(s) is (zijn) verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van jeugdhulp 2. Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt (meewerken), kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
Artikel 28 lid 4
Als een jeugdige of een ouder of wettelijk vertegenwoordiger weigert mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, kan het college het onderzoek beëindigen en een individuele voorziening weigeren.
Artikel 24 lid 3-6
3. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken
Tekst komt niet één op één terug. Deels verwerkt in het nieuwe artikel 23 Verordening 2026. Dit gaat artikel gaat over het mee werken aan het onderzoek om de doelmatigheid vast te stellen. En in artikel 28 lid 4 Verordening 2026. Hier wordt gevraagd mee te werken aan het onderzoek of een voorliggende of andere voorziening niet passend zou kunnen zijn.
Artikel 22 lid 6 komt niet één op één terug maar is op
aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.
als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. Een beslissing tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als blijkt dat de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich niet binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. 5. Als het college een beslissing heeft herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a, dan kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het te veel of ten onrechte genoten pgb. 6. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen.
onderdelen wel opgenomen in artikel 24 lid 3-6 Verordening Jeugdhulp 2026 Lid 3 en 4 regionaal gekozen voor drie maanden naar voorbeeld van Groningen.
Artikel 22 lid 7
Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.
Artikel 24 lid 1
Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing aangaande een verstrekking van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen.
Artikel 22 lid 7 Verordening 2022 komt niet één op één terug, maar artikel 24 lid 1 biedt ook ruimte om nadere regels te stellen rondom “intrekking, herziening, opschorting en terugvordering".
Nieuw Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 26
Artikel 26. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik 1. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 2. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract.
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN Was
Wordt
Toelichting
Artikelen 3 t/m 7
Artikel 27
Artikelen 3 t/m 7
Artikel 28
Deze artikelen komen gecomprimeerd terug in de artikelen 27 en 28 van de Verordening 2026. Modelverordening 2026 heeft hier een apart hoofdstuk voor gemaakt. Deze artikelen komen gecomprimeerd terug in de artikelen 27 en 28 van de Verordening 2026. Modelverordening 2026 heeft hier een apart hoofdstuk voor gemaakt.
Nieuw Artikel
Wordt Verordening 2026
Artikel 27
Voorliggende voorzieningen Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. 1. Het college verstrekt geen voorziening voor jeugdhulp als er: a. met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de Zorgverzekeringswet; b. naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of c. gegronde redenen zijn voor het college om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe. 2. Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de wet kan
Toelichting
worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de wet te treffen. 3. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger die een aanvraag voor jeugdhulp doen, worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld. Artikel 28
Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning 1. Het college stemt de jeugdhulp waaraan een jeugdige of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van: a. de Leerplichtwet; b. de Participatiewet; c. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; d. de Wet Inburgering 2021; e. de Wet kinderopvang; f. de Wet langdurige zorg; g. de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h. de Wet passend onderwijs; i. de Wet publieke gezondheid; j. de Wet tijdelijk huisverbod; k. de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; en l. de Zorgverzekeringswet, zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de jeugdige en zijn ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg. 2. De afgestemde jeugdhulp wordt zodanig ingezet dat dit leidt tot:
a. het opheffen van een situatie die voor een jeugdige of een ouder of
diens omgeving levensbedreigend is, of met grote waarschijnlijkheid leidt tot ernstige gezondheidsschade;
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Lid 3 sub b. Regionaal aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast.
Lid 7 en 8. Regionaal aangevuld met het perspectiefplan. Lid 7 Lokaal aangevuld met de zinsnede “in afstemming met het lokale team en/of de betrokken Gecertificeerde Instelling” Lid 9 Toegevoegd om het juridisch mogelijk te maken eventuele nadere regels op te stellen, mochten deze voortvloeien uit ontwikkelingen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd.
b. stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder a; c.
een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van een jeugdige of een ouder, voor zover dat binnen het vermogen ligt.
3. Het college weegt bij de afstemming van de jeugdhulp de volgende aspecten mee: a. de behoefte aan hulp en ondersteuning van een jeugdige of een ouder; b. de balans tussen de draagkracht en draaglast van een jeugdige of ouder(s) zoals bedoeld in artikel 10 en de mogelijkheden van het sociaal netwerk; c. welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet; d. welke hulp en ondersteuning leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn. 4. Als een jeugdige of een ouder of wettelijk vertegenwoordiger weigert mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, kan het college het onderzoek beëindigen en een individuele voorziening weigeren. 5. Als een jeugdige van 16 jaar of ouder die hulp op grond van de wet ontvangt naar alle waarschijnlijkheid na het achttiende levensjaar hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een wettelijke kader als bedoeld in het eerste lid, is het college gehouden om: a. voor het achttiende levensjaar zodanige hulp en ondersteuning te bieden dat de benodigde hulp en ondersteuning vanaf het achttiende jaar zo beperkt mogelijk kan zijn; en b. de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen voor zover dat nodig is; 6.
Ter uitvoering van het vijfde lid, onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is, vanaf de achttiende verjaardag en op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, of de Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar wordt ingezet.
7. Conform de overeenkomsten met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio stelt, in afstemming met het lokale team en/of de betrokken Gecertificeerde Instelling, een jeugdhulpaanbieder voor jeugdigen die jeugdhulp krijgen een perspectiefplan op bij het bereiken van het 16e levensjaar. Wanneer een jeugdige bij aanmelding de leeftijd van 16 jaar reeds heeft bereikt, wordt dit plan opgesteld bij de start van de zorg. In het perspectiefplan staat: 1) welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf de 18e verjaardag; en 2) hoe en vanuit welke wet (Wmo, Wlz, zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet) de hulp de 18e verjaardag wordt ingezet. 8. De jeugdhulpaanbieder betrekt de jeugdige, de ouder(s) en het college bij het opstellen van het perspectiefplan. 9. Het college kan nadere regels opstellen met betrekking tot afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning.
HOOFDSTUK 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT Algemeen Was Artikel 23 Artikel 24
Wordt Artikel 29 lid 1 Artikel 29 lid 2 en 3 Artikel 19 lid en 2
Toelichting Door wegvallen en verschuiving van artikelen verandert de nummering. Nieuw Door wegvallen en verschuiving van artikelen verandert de nummering.
Artikel 19 lid 3
Nieuw
Artikelsgewijs Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 23
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en e. de kosten voor bijscholing van het personeel.
Artikel 29 lid 1
Het college baseert in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en nietcliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten; d. kosten voor indexering; en e. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen;
Met tekstuele aanpassingen.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 24 lid 1
Jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en derden waar de
Artikel 19 lid 1 en 2
1. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen
Met tekstuele aanpassingen verplaatst naar artikel 19.
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Lid 1 onder e. overgenomen uit huidige verordening 2022.
jeugdige via een persoonsgebonden budget individuele voorzieningen betrekken, zorgen voor een goede kwaliteit van individuele voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van individuele voorzieningen op de persoonlijke situatie van de jeugdige en/of ouders; b. het afstemmen van individuele voorzieningen op andere vormen van hulp, zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van individuele voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; en d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de individuele voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.
individuele voorziening voldoet de uitvoerder van de jeugdhulp minimaal aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de overeenkomsten met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio. Daarnaast gelden de volgende eisen: a. beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hulp te bieden; c. houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp;
d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f. voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s); h. stemt de hulp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouder(s) gebruik van maken; i. respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; j. neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige of zijn ouder(s)
voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; k. meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; l. werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. Artikel 24 lid 2
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en derden waar de jeugdige via een persoonsgebonden budget individuele voorzieningen betrekken, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek conform artikel 3 Regeling Jeugdwet en het zo nodig in overleg met de jeugdige en/of
Verwijderd
Verplaatst naar artikel 25 lid Commentaar [MB1]: verklaring bij regio
gevraagd. Met name of we volledig zijn.
ouder(s) ter plaatse controleren van de geleverde individuele voorzieningen.
HOOFDSTUK 9. KLACHTEN EN MEDEZEGGENSCHAP Algemeen Was Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27
Wordt Artikel 31 Artikel 31 Artikel 32
Artikel 28
Artikel 30
Toelichting Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen. Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen. Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen. En verplaatst naar hoofdstuk 10
Artikelsgewijs Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 25 lid 1
Het college stelt jeugdigen en/of ouder(s) in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over deze verordening en beleidsvoorstellen en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 31
verwijderd
Wordt ondervangen met artikel 31 Verordening 2026
Artikel 25 lid 2
Het college zorgt ervoor dat de jeugdigen en/of ouder(s) kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.
Artikel 31
verwijderd
Wordt ondervangen met artikel 31 Verordening 2026
Artikel 25 lid 3
Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid.
Artikel 31
verwijderd
Wordt ondervangen met artikel 31 Verordening 2026
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 26 lid 1
Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Artikel 31 lid 1
Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de, krachtens artikel 150 van de Gemeentewet, gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Enkel verplaatst
Artikel 26 lid 2
Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van clientgroepen omtrent jeugdhulp vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van
Artikel 31 lid 2
Het college stelt jeugdigen en hun ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van
Enkel verplaatst
ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen
Artikel 26 lid 3
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
Artikel 31 lid 3
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
Enkel verplaatst
Artikel 26 lid 4
Het college kan nadere regels stellen vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.
Artikel 31 lid 4
Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.
Geen kan- bepaling meer. Verder hetzelfde maar enkel verplaatst.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 27 lid 1
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid inzake de uitvoering van de Jeugdwet wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Artikel 32 lid 1
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk
Verplaatst naar Hoofdstuk 10, artikel 32
Artikel 27 lid 2
Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college systematisch informatie over: a. het aantal jeugdigen met jeugdhulp (totaal en per type jeugdhulp)
Artikel 32 lid 2
Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college systematisch informatie bij relevante betrokkenen over de uitvoering en het proces over:
Verplaatst naar Hoofdstuk 10, artikel 32 Het meten van clienttevredenheid wordt op andere plekken geborgd.
b. de kosten van jeugdhulp (totaal,
a. het aantal jeugdigen met
gemiddeld per cliënt, gemiddeld per type jeugdhulp) c. het aantal verwijzingen (per type verwijzer); d. de verhouding tussen Zorg in natura en pgb; e. cliënttevredenheid.
jeugdhulp (totaal en per type jeugdhulp); b. de kosten van jeugdhulp (totaal, gemiddeld per cliënt, gemiddeld per type jeugdhulp); c. het aantal verwijzingen (per type verwijzer); d. de verhouding tussen Zorg in natura en pgb;
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 28
Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in de Jeugdwet.
Artikel 30
Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen, ouders en hun wettelijk vertegenwoordigers die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.
Tekstuele aanpassing
HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN algemeen Was Artikel 29
Wordt Artikel 34
Toelichting Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen.
Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32
Artikelsgewijs Artikel
Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35
Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen. Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen. Nummer gewijzigd door vervallen of verplaatste artikelen.
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 29 lid 1
Een recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp Gorinchem 2021 blijft gehandhaafd, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee die voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
Artikel 34 lid 1
Een jeugdige of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen ten aanzien van die voorziening.
Met tekstuele aanpassing verplaatst
Artikel 29 lid 2
Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening bedoeld in het eerste lid en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
Artikel 34 lid 2
Enkel verplaatst
Artikel 29 lid 3
Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Jeugdhulp Gorinchem 2021 wordt beslist met inachtneming van deze verordening.
Artikel 34 lid 3
Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp
Met toevoeging verplaatst naar artikel 34 lid 3 Verordening 2026
gemeente Gorinchem 2026 leidt tot een gunstiger uitkomst.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel 34 lid 4
Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022 te herzien: a. op de gronden, vermeld in Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022; b. indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; c. indien de cliënt wenst te veranderen van jeugdhulpaanbieder of van verstrekkingsvorm.
Nieuw overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Artikel 34 lid 5
Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder Verordening Jeugdhulp Gemeente Gorinchem 2022, terug te vorderen op de in deze verordening[en] genoemde gronden.
Nieuw overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 30
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of van de hieruit voortvloeiende nadere regels, wanneer toepassing ervan, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 33
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of van de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Enkel verplaatst
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 31
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt de Verordening Jeugdhulp Gorinchem 2021, laatstelijk vastgesteld op 23 september 2021 ingetrokken.
Artikel 34 lid 6
De jeugdhulpverordening gemeente Gorinchem 2022] wordt ingetrokken.
Tekstuele aanpassing en verplaatst.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 32 lid 1
Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan en werkt terug tot 1 januari 2022;
Artikel 35 lid 1
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Verplaatst
Artikel 32 lid 2
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Gorinchem 2022.
Artikel 35 lid 2
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Gorinchem 2026.
Verplaatst