Toelichting Bestemmingsplan Haarwijk- Oost
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Haarwijk-Oost" Toelichting
datum projectnummer
11 december 2023 221896
Bestemmingsplan “Haarwijk-Oost”
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten
Gemeente Gorinchem
T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Toelichting
project projectnummer projectleider
Bestemmingsplan Haarwijk-Oost 221896 Marcel Volbeda
opdrachtgever
Stichting Poort6
versie
5.5 Vastgesteld Marcel Volbeda
fase auteur
paraaf gecontroleerd
Toby van Baast MSc
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Leeswijzer
1 1 1 2
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2
Planbeschrijving Inleiding Ontstaansgeschiedenis Beschrijving bestaande situatie Beschrijving beoogde situatie plangebied Stedenbouwkundige inpassing Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer
4 4 4 4 6 6 8 8 12
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4
Beleidskader en wet- en regelgeving Inleiding Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Regionaal beleid Regionale Woonvisie Regionale Adaptie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Gemeentelijk beleid Structuurvisie 2015 gemeente Gorinchem Woon- en transformatievisie Gorinchem Regionale Energiestransitie (RES) Transitievisie warmte
13 13 13 13 14 15 17 17 19 21 21 21 22 22 23 24 25
4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.7
Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Luchtkwaliteit Akoestisch milieu Wegverkeerslawaai Railverkeerslawaai Bodem Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Waterhuishouding
26 26 26 29 29 30 31 33 33 33 34 34 35
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
4.8 4.8.1 4.8.2 4.9 4.9.1 4.9.2 4.10 4.11
Ecologie Natuurgebieden Flora en fauna Archeologie en Cultuurhistorie Cultuurhistorie Archeologie Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
42 42 43 44 44 44 45 46
5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
Juridische plantoelichting Inleiding Planopzet Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’
48 48 48 48 48 48 49 50
6 6.1 6.2
Uitvoerbaarheid en handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
51 51 51
7 7.1 7.2
Procedure Vooroverleg en inspraak Zienswijzen
52 52 52
Bijlagen Bijlage 1 Parkeeronderzoek Goudappel Bijlage 2 Woningmarktanalyse Gorinchem 2020 Bijlage 3 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeer Bijlage 4 Verkennend (asbest) bodemonderzoek Bijlage 5 Asbestonderzoek Bijlage 6 Bijlagen bij paragraaf 4.7 Waterhuishouding Bijlage 7 Stikstofdepositieberekening Bijlage 8 Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Bijlage 9 Mitigatieplan Wet natuurbescherming Bijlage 10 Archeologisch onderzoek Bijlage 11 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 12 Verslag informatiebijeenkomst Bijlage 13 Nota bestuurlijk vooroverleg
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding In het gebied begrensd door de Van Zomerenlaan, Marinus Spronklaan, Abraham Kemplaan en het Schrijverslaantje in Gorinchem heeft woningbouwvereniging Stichting Poort6 in totaal 130 woningen in eigendom die stichting Poort6 wil vernieuwen. De woningen zelf sluiten niet meer aan op de moderne woonwensen. De Stichting Poort6 heeft daarom besloten om de bestaande woningen te amoveren en te vervangen met 154 nieuwe woningen. Stichting Poort6 heeft een stedenbouwkundig plan laten opstellen voor een vriendelijke woonbuurt. In het stedenbouwkundig plan wordt veel ruimte gegeven aan openbaar groen en een groen lint dat van noord naar zuid het gebied doorkruist. De woningen worden van noord naar zuid georiënteerd volgens de huidige bebouwingslijnen. De H.P. de Biestraat en de Van Gochstraat worden doorbroken en vormen parkeerhofjes. Voor de gronden vigeert thans het bestemmingsplan “Haarwijk-Noord”, zoals vastgesteld op 13 februari 2014. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Water’. Verder is voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting hoog PM2’ gegeven. Naast dit bestemmingsplan geldt ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. In dit bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014 voorzien in passende parkeernormen binnen de gemeente.
De herontwikkeling van het woongebied is door het wijzigingen van de stedenbouwkundige structuur niet inpasbaar in de geldende bestemmingsplannen. Verder wordt het aantal woningen uitgebreid. Ter realisatie van het bouwplan is aldus een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Voor het onderhavige bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de versnelde beroepsprocedure volgens de Crisis- en herstelwet (Chw). Voor het bestemmingsplan houdt dit in dat bij eventuele beroepsschriften de Raad van State binnen 6 maanden moeten beslissen op het beroep. Doel Het doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een juridisch-planologische regeling, waarmee het woningbouwplan mogelijk wordt gemaakt. 1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de woonwijk ‘Haarwijk’. Deze wijk ligt ten noordwesten van het oude historische centrum van Gorinchem. Aan de noordzijde loopt de snelweg A15 en aan de oostzijde de spoorlijn GeldermalsenGorinchem. Ten westen ligt de wijk ‘Stalkaarsen’. Het Merwedekanaal met de daaraan gelegen bedrijvigheid vormt de oostgrens van de wijk ‘Haarwijk’. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het Schijverslaantje. Aan de westzijde vormen de achterzijde van de woningen aan de Van Zomerenlaan de grens van het plangebied. Aan de oostzijde vormen de achterzijde van de woningen aan de Abraham Kempenlaan de grens van het plangebied. De Marinus Spronklaan vormt de zuidelijke grens van het plangebied. Het plangebied is circa 3 ha groot.
datum referentie
1 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 1/52
Uitsnede topografische kaart. Met de gele ster is globaal het plangebied aangeduid. Bron: topotijdreis.nl, 2022
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 wordt aan de wijzigingsvoorwaarden getoetst. In hoofdstuk 5 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 7 en 8 de economische uitvoerbaarheid en de procedure aan de orde.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 2/52
Luchtfoto met plangebied met rode contour aangegeven. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 3/52
2
Planbeschrijving
2.1
Inleiding
Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing en op het aspect en parkeren en verkeer. 2.2
Ontstaansgeschiedenis
Gorinchem is ontstaan bij de uitmonding van de Linge in de (Boven)Merwede. Langs de Linge zijn oeverafzettingen in de grond te vinden en verder in het achterland komklei op veen. In 1850 was de Haarwijk er nog niet, alleen een slagenlandschap dat nu nog goed herkenbaar is. Voor de Tweede Wereldoorlog zijn in het plangebied villa’s en tweekappers ontwikkeld in de zone tussen de Nieuwe Hoven, Koningin Julianalaan en Burgemeester Gaarlandtstraat. Het gebied ten noorden van deze zone werd na de Tweede Wereldoorlog steeds verder uitgebreid, vaak met relatief goedkope woningen, om zodoende snel aan de enorme vraag naar woningen te voldoen. De wijk ‘Haarwijk’ is gelegen ten noordwesten van het historische centrum van Gorinchem. De wijk bestaat uit de delen Haarwijk-Noord en Haarwijk-Zuid, waarbij de Nieuwe Hoven de grens vormt. De ‘Haarwijk’ is opgebouwd uit een raamwerk van wegen en daarbinnen clusters met bebouwing. Het netwerk van wegen betreft de belangrijkste wegen voor auto’s en langzaam verkeer. ‘Haarwijk’ is overwegend een woonwijk maar daarbinnen zijn wel voorzieningen zoals scholen ed. aanwezig. Verder is ook bedrijvigheid langs het Merwedekanaal aanwezig. De bebouwing vormt samen een architectonische of stedenbouwkundige eenheid.
Het netwerk van doorgaande routes loopt van oudsher al van noord naar zuid, waarbij de hoofdas wordt gevormd door de parallel aan elkaar gelegen Kleine Haarsekade en Grote Haarsekade. De ‘Haarwijk’ bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied. Het onbebouwde gebied is vooral in gebruik als openbaar groen. 2.3
Beschrijving bestaande situatie
Haarwijk-Noord is ontwikkeld in verschillende fasen. De wijk omvat zowel woningen van voor als na de Tweede Wereldoorlog en heeft hiermee een mix van eenvoudige en luxe woningen. Het plangebied is ten tijde van de wederopbouw Haarwijk-Noord verder tot ontwikkeling gekomen. Het bebouwingstype dat het karakter van de bebouwing in dit deel van het plangebied bepaalt, betreft planmatig ontworpen woonbebouwing in de vorm van traditionele blokverkaveling. Dit deel van de wijk is in de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 ontstaan, waarbij het accent lag op het produceren van goedkope woningen. Kenmerk van de traditionele blokverkaveling is de relatief sobere uitwerking van de stedenbouwkundige opzet en architectuur, zeker in vergelijking met hieraan vooraf gaande bouwperiodes.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 4/52
Bouwfasen Haarwijk-Noord. Bron: bestemmingsplan "Haarwijk-Noord", gemeente Gorinchem, 2014
Huidige situatie plangebied Het plangebied is volledig bebouwd met aaneengebouwde rijwoningen. De woningen die aan de Van Zomerenlaan en de Abraham Kemplaan staan begeleiden deze wegen in een noord-zuid oriëntatie. Door het plangebied lopen haaks op de Van Zomerenlaan en de Abraham Kemplaan een tweetal wegen die begeleidt worden door woningen, de Van Gochstraat en de H.P. de Biestraat. De Van Zomerenlaan heeft een brede groenstrook en deze groenstrook is het dichtstbijzijnde openbaar groen. De belevingswaarde is echter beperkt door de ligging tussen twee rijbanen in. De huidige woningen zijn gerealiseerd in de periode 1951-1954. De woningen zijn inmiddels zeer gedateerd en zijn vaak tochtig en daarom worden ze vervangen.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 5/52
2.4
Beschrijving beoogde situatie plangebied
Beoogde situatie In de beoogde situatie worden de gronden herontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt te voorzien in 154 woningen. Het betreffen rijwoningen bestaande uit twee bouwlagen met kap. De maximale gooten bouwhoogte bedragen respectievelijk 8 en 11 meter. De Van Gochstraat en de H.P. de Biestraat komen te vervallen als dwarsverbindingen. Beide wegen hebben aan de oost- en westzijde parkeerhoven. 2.5
Stedenbouwkundige inpassing
Ruimtelijke hoofdopzet De oriëntatie van de woningen blijft ongewijzigd noord-zuid gericht waardoor het huidige stratenplan nagenoeg hetzelfde blijft. Hiermee houden de woningen een optimale ligging voor het plaatsen van zonnepanelen. Het uitgangspunt van het ontwerp is het creeren van veel openbaar gebied voor het realiseren van een klimaatrobuuste en groene invulling dat bijdraagt aan een sociale en vriendelijke wijk. De groen ingerichte openbare ruimte biedt plek voor speelgelegenheden voor kinderen, waterbergingsvoorzieningen en een fraaie en natuurlijke inrichting. Hierdoor wordt een gezonde leefomgeving gerealiseerd en bijgedragen aan het voorkomen van hittestress. De groene ruimten zullen beeldbepalend zijn voor de buurt. Door deze ruimte wordt ook een langzaamverkeerroute (wandel- en fietspad) gecreëerd. Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van de parkeerhoven vindt plaats vanaf de Van Zomerenlaan en de Abraham Kemplaan. Het profiel van de Van Zomerenlaan en de Abraham Kemplaan blijven ongewijzigd. Parkeren vindt overwegend plaats middels haaksparkeren en is direct gekoppeld aan de ontsluitingsstructuur. Het parkeren langs de Van Zomerenlaan en de Abraham Kemplaan blijft ongewijzigd in de vorm van langsparkeren. Meer informatie over verkeer en parkeren is opgenomen in paragraaf 2.6.
Groene hoven De groene hoven aan de voorzijde van de woningen worden ingericht met grassen, bomen in een losse setting en waterberging. Onderzocht wordt of het parkeren in een open verharding vorm gegeven kan worden. Hierdoor wordt het verhard oppervlak verminderd en kan het regenwater op een natuurlijke wijze infiltreren. Door het gebruik van open verharding wordt het groene straatbeeld versterkt. Hierdoor wordt, samen met de groene hoven, een belangrijke bijdrage geleverd aan het voorkomen van hittestress. Klimaatadaptie In tegenstelling tot de huidige situatie is er voor gekozen om bij onderhavig plan een stedenbouwkundige inrichting toe te passen waarmee er meer lucht en ruimte wordt gecreëerd in het openbaar gebied. Door voldoende ruimte te maken voor een groene inrichting wordt er bijgedragen aan een aantal belangrijke doelen zoals voldoende waterberging en voldoende schaduw om hittestress tegen te gaan. Door het creëren van een aantrekkelijke buitenruimte wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Deze aspecten dragen bij aan het realiseren van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Er wordt gestreefd een buurt te realiseren welke beter bestand is tegen hittestress en daardoor beter bestand is tegen langere periodes van droogte.
Verder is er ruimte voor voldoende waterbergende voorzieningen waardoor de buurt ook beter beschermd is tegen extreme regen en dus wateroverlast voorkomen wordt. Zo wordt er gestuurd op het beperken van verharding om zo de sponswerking van de ondergrond maximaal te benutten.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 6/52
Stedenbouwkundig ontwerp. Bron: FAAMArchitects, juni 2023.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 7/52
Natuurinclusief bouwen Bij de start van het project is informatie ingewonnen bij een ecoloog, zodat gericht op de aanwezige soorten, voorzieningen kunnen worden toegepast. Dit komt concreet tot uiting in de geïntegreerde nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal zoveel als mogelijk is gebiedseigen, bloemrijke, vegetatie toegepast worden. Het creëren van meer ruimte voor openbaar groen dan in de bestaande situatie beoogd er voor te zorgen dat de bewoners gestimuleerd worden om een ommetje te maken in de buurt. 2.6
Parkeren en verkeer
2.6.1
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Gorinchem is op 26 juni 2019 de beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’ vastgesteld. In deze beleidsregel zijn parkeernormen gesteld waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan dienen te voldoen. Parkeernormen Gorinchem, juni 2019 De beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’ onderscheidt parkeernormen voor de gebieden ‘Centrum’, “Schil’, ‘Rest bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de gebiedsafbakening is onderhavig plangebied gelegen in het gebied ‘Rest bebouwde kom’. In de bijlage bij de gemeentelijke nota zijn de parkeernormen per functie benoemd.
Voor de functie wonen in de vorm van sociale huurwoningen bedraagt de parkeernorm 1,5 parkeerplaatsen per woning. Voor de bouw van een woning rij geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Uit de notitie onderbouwing parkeren Haarwijk Oost van Goudappel d.d. 3 juli 2023 blijkt dat er sprake is van een totale parkeerbehoefte van 333 parkeerplaatsen. Geen Doelgroepenverordening De gemeente beschikt niet over een zogenaamde Doelgroepverordening waardoor in het onderhavig bestemmingsplan de realisatie van sociale huurwoningen niet verzekerd kan worden. Op grond van jurisprudentie (RVS:201901000/1/R3) moet ook worden stilgestaan bij de parkeerbehoefte van de parkeernorm voor alleen koopwoningen en of deze behoefte binnen het plangebied kan worden opgevangen. Om deze reden moet dan ook uitgegaan worden van een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per rijwoning. Uit de eerdergenoemde notitie blijkt dat er op basis van deze parkeernorm sprake is van een parkeerbehoefte van 386 parkeerplaatsen (uitgaande van de maximale planologische mogelijkheid). Onderzoek Goudappel naar lagere parkeernorm Door onderzoeksbureau Goudappel is onderzoek gedaan naar de feitelijke parkeerbehoefte in de wijk Haarwijk. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze toelichting.
De parkeerbehoefte is beoordeeld aan het aantal geregistreerde auto’s in de wijk, het aandeel grijze en buitenlandse kentekens en een marge voor bezoekers. Uit het onderzoek blijkt dat de feitelijke parkeerbehoefte binnen de wijk Haarwijk voor sociale
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 8/52
woningen 1,2 parkeerplaatsen per woning en voor koopwoningen 1,6 parkeerplaatsen per woning bedraagt. Uit de eerdergenoemde notitie blijkt dat er op basis van deze parkeernormen sprake is van een parkeerbehoefte van 272 parkeerplaatsen. In paragraaf 2.6.1.1 wordt hier verder op ingegaan. Verbeelding Op de verbeelding hierna (pagina 10) zijn alle parkeerplaatsen ingetekend. In grijs zijn de parkeerplaatsen getekend die nieuw aangelegd gaan worden (123 parkeerplaatsen). In blauw zijn reeds bestaande parkeerplaatsen aangegeven die toegewezen zijn aan het plangebied in het kader van de parkeerbalans (149 parkeerplaatsen). Deze parkeerplaatsen zijn de beoogde aantallen. In het groen (114 parkeerplaatsen) zijn de extra op te nemen parkeerplaatsen aangegeven. In het plangebied kan dus altijd worden voorzien in de hiervoor aangegeven parkeerbehoefte. Zowel op grond van het parkeerbeleid, zowel bij verkoop van sociale huurwoning (maximale planologische mogelijkheid) en zowel op grond van het maatwerkonderzoek. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 130 sociale huurwoningen en 24 rijwoningen (koop). Het plan moet derhalve voorzien in 130 huurwoningen x 1,2 parkeerplaatsen plus 24 woningen x 1,6 parkeerplaatsen per woning = 194,4 parkeerplaatsen.
Verder grenzen er nog 46 gerenoveerde huurwoningen direct aan het plangebied die ook gebruik moeten maken van de parkeergelegenheden in de openbare ruimte. Deze woningen geven samen een parkeerbehoefte van 55,2 parkeerplaatsen. Verder is er geconstateerd dat de bewoners ten noorden van het Schrijverslaantje op het trottoir langs het water parkeren. Dit is onwenselijk vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en daarom worden er extra parkeerplaatsen aangelegd. Poort6 heeft hiermee extra aandacht besteed aan parkeren in de omgeving en zich niet beperkt tot wat strikt noodzakelijk is in relatie tot haar plannen. De gemeente staat hier zeer positief tegenover en waardeert deze inzet voor een goede leefomgeving. Het betreft hier de aanwezigheid van 24 bestaande koop-rijwoningen. Dit geeft een parkeerbehoefte van 1,6 x 24 = 22,4 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte komt daarmee uit op 272 parkeerplaatsen. Hieronder is het overzicht van de berekening van de parkeerbehoefte o.b.v. maatwerkcijfers weergegeven.
Berekening parkeerbehoefte op basis van maatwerkcijfers. Bron: Goudappel, juni 2023.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 9/52
Parkeernormen per woonblok. Bron: FAAMArchitects, juni 2023.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 10/52
Motivatie om te kiezen voor de aanleg van het aantal parkeerplaatsen volgens het maatwerkonderzoek (272 parkeerplaatsen) Er is gekozen om de aanleg van 272 parkeerplaatsen via een voorwaardelijke verplichting verplicht voor te schrijven. De redenen hiervoor zijn als volgt: • Uit de maatwerkanalyse van Goudappel blijkt dat een lagere parkeernorm van 1,2 parkeerplaatsen voor een sociale huurwoning en 1,6 parkeerplaatsen voor een koopwoning (rijwoning) te verantwoorden is. In de analyse is gebruik gemaakt van CBS-data en aanwezigheidspercentages voor bewoners en bezoekers; • Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om extra parkeerplaatsen te realiseren, mocht de parkeerbehoefte in de praktijk onverhoopt toch hoger uitvallen. Er is zelfs aangetoond dat kan worden voldaan aan de normstellingen uit ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’ en bij – grootschalige – verkoop van sociale huurwoningen. Voor wat betreft dit laatste punt wordt opgemerkt dat hierover met Poort6 afspraken zijn gemaakt in de anterieure overeenkomst; • Het plangebied is goed ontsloten met het openbaar vervoer. Er zijn verscheidene bushaltes aanwezig nabij de Marinus Spronklaan. Treinstation Gorinchem is op loopafstand (12 minuten lopen) en via de bushaltes bereikbaar.
Voor woningbouw in stationsomgevingen, hanteert de provincie in de OmgevingsverordeningZuid-Holland een maximale parkeernorm van 0,7 per woning (inclusief bezoekers). Deze norm sluit aan bij het werkelijk autobezit in deze gebieden. Deze regel geldt niet voor gemeenten die zelf al specifiek parkeerbeleid hebben vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen. Dit rechtvaardigt hiermee wel de lagere norm die het onderzoek van Goudappel adviseert; • De realisatie van extra parkeerplaatsen tot een maximum van 386 gaat ten koste van een waardevol openbaar gebied dat beter benut kan worden voor de inrichting van groen, speelgelegenheden voor kinderen, waterbergingsvoorzieningen en een natuurlijke inrichting waarbij eveneens het optreden van hittestress wordt verminderd. • In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is in artikel 6.10b – Parkeernorm sociale huur’ bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen een parkeernorm hanteert van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. Dit is iets ruimer ten opzichte van het werkelijk gemiddelde autobezit (0,5 pp per woning), waardoor er ruimte blijft voor lokaal maatwerk. Deze regel geldt niet voor gemeenten die zelf al specifiek parkeerbeleid hebben vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen.
Deze regel geldt weliswaar dus niet voor onderhavig plan, maar is wél een argument om uit te gaan van een lagere parkeernorm dan de nota ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’; Indien in de toekomst blijkt dat de aangelegde 272 parkeerplaatsen niet voldoende zijn (door bijvoorbeeld parkeeroverlast en/of door de verkoop van sociale huurwoningen), dan is er planologisch ruimte geborgd voor de aanleg tot een maximum van 386 parkeerplaatsen. Deze verplichting is in de anterieure overeenkomst opgenomen. Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Dit geldt voor zowel het scenario dat uitgaat van lage parkeernormen & huurwoningen en het scenario dat uitgaat van hoge parkeernormen & koopwoningen.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 11/52
2.6.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, zijn de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en te typeren als sterk stedelijk gebied (bron: beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’). Bij de te realiseren woningtype ‘sociale huur’ hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 5,3 per woning. Voor een rijwoning koop hanteert het CROW een maximaal aantal vpe van 7,5 per woning. Het verkavelingsplan voorziet in de nieuwbouw van 130 sociale huurwoningen en 24 rijwoningen in de koopsector, derhalve genereert het plan maximaal (130 x 5,3) + (24 x 7,5) = 869 vpe. In de oorspronkelijk situatie waren er 130 sociale huurwoningen aanwezig. De vpe in de oorspronkelijke situatie was 689 vpe. Wanneer de oude met de nieuwe situatie vergeleken wordt betekent het planvoornemen een toename van 180 vpe. Het planvoornemen heeft daarmee geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling. De huidige intensiteiten op de bestaande wegen zijn zeer laag. Voor alle wegen zijn de huidige verkeersintensiteiten rond de 100 motorvoertuigen per etmaal (bron: Akoestisch onderzoek, Aveco de Bondt, januari 2023, bijlage 3 bij deze toelichting). Normale erfontsluitingswegen hebben een ontwerpintensiteit vanaf 4.000 motorvoertuigen.
De toename kan prima via het bestaande wegennet worden afgewikkeld.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 12/52
3
Beleidskader en wet- en regelgeving
3.1
Inleiding
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.
Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.
Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied, zie paragraaf 3.2.2)). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 13/52
besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt in paragraaf 3.2.3 getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst. 3.2.2
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom een radarstation moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In onderhavig radarverstoringsgebied is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 14/52
Ligging van Gorinchem binnen het radarverstoringsgebied van locatie Herwijnen en Woensdrecht. Met de gele ster wordt globaal het plangebied geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2018.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 15/52
Beoordeling Het onderhavige bestemmingsplan is gericht op herstructurering van een bestaand woongebied. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Beoordeling a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van maximaal 154 grondgebonden woningen mogelijk. In beginsel is de ontwikkeling daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. Echter voorziet het onderhavige bestemmingsplan in een herstructurering van een bestaande woonwijk. In de oorspronkelijke inrichting van het terrein waren er 130 grondgebonden woningen aanwezig. Deze worden gesloopt en het onderhavig bestemmingsplan voorziet in het terug bouwen van 130 grondgebonden woningen en 24 nieuwe rijwoningen. Gelet hierop wordt voorzien in de toevoeging van méér dan 11 woningen en is er derhalve sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder te worden doorlopen. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het onderhavige plan biedt de mogelijkheid om een verdichting van het plangebied te realiseren met 24 nieuwe koopwoningen.
In het vigerend bestemmingsplan is het aantal woningen bevroren op het bestaand aantal woningen. De 24 toe te voegen woningen zijn daarmee niet realiseerbaar op grond van het vigerend bestemmingsplan. Derhalve is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder wordt verder doorlopen. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? In 2020 is de laatste Woningmarktanalyse Gorinchem opgesteld. In deze analyse wordt in gegaan op de stand van zaken op dat moment ten aanzien woningmarkt en de toekomstverwachtingen. Deze analyse wordt nog steeds actueel geacht en is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Uit de woningmarktanalyse blijkt dat de markt over de volledige linie onder druk staat door te weinig beschikbare woningen. Sinds de opstelling van de analyse is de druk nog alleen maar toegenomen. Uit het onderzoek bleek dat er tot 2030 een vraag is van ruim 900 extra woningen, waarvan er circa 400 eengezinswoningen moeten zijn. Aan deze behoefte is nog niet (volledig) voldaan.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 16/52
Het onderhavig initiatief voorziet in het vervangen van 130 oude en versleten woningen met nieuwe en duurzame woningen. Verder vindt er een beperkte verdichting plaats met 24 eengezinswoningen. Zowel qua type woningen en aantallen past de beoogde ontwikkeling binnen de geconstateerde behoefte in de woningmarktanalyse. Door de ontwikkelingen op de woningmarkt sindsdien lijkt de woningbehoefte alleen maar groter te zijn geworden. Uit het onderzoek bleek dat er tot 2030 een vraag is van ruim 900 extra woningen, waarvan er circa 400 eengezinswoningen moeten zijn. Aan deze behoefte is nog niet (volledig) voldaan. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Voor punt d en e geldt dat het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Conclusie De ladder is met succes doorlopen. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Toetsingskader Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Ten opzichte van de Visie ruimte en mobiliteit (dat van toepassing was tot 1 april 2019) is het beleid alleen redactioneel gewijzigd. De beleidsinhoud in het nieuwe Omgevingsbeleid is niet veranderd. De provincie formuleert zes ambities voor de fysieke leefomgeving, namelijk: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendige meerkernige metropool; • energievernieuwing; • beste bereikbare provincie; • gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.
In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten gevenrichting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 17/52
Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied ligt blijkens de Omgevingsvisie binnen het gebied ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’. Binnen dit gebied zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijke invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook kwalitatieve elementen. Deze elementen zijn er vooral op gericht de leefkwaliteit van de inwoners te beschermen of zo nodig te versterken. Het gaat daarbij onder andere om het belang van ruimtelijke kwaliteit en het behoud van voldoende groen binnen de bebouwde ruimte. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussengebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is.
In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. • Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. • Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. • Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. Het onderhavige initiatief voorziet in de vervanging van 130 grondgebonden woningen met 154 grondgebonden woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Gorinchem. De aard en schaal van de ontwikkeling is daarmee passend voor het gebied. Ook in de directe omgeving is reeds sprake van een woonfunctie. Daarmee is de onderhavige ontwikkeling als ‘passend’ in de omgeving te beschouwen. Ook is de schaal van de voorziene bebouwing passend in de omgeving. Relevant daarbij is dat niet wordt voorzien in afwijkende hoogtematen of bouwvolumes.
Daarmee is de ruimtelijke impact van de ontwikkeling beperkt en is derhalve onderhavig initiatief in zoverre passend. Ten aanzien van de ligging van het plangebied binnen het gebied ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ geldt dat het onderhavige initiatief in paragraaf 3.2.3 is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Binnen het plangebied is sprake van herstructurering waarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de leefomgeving wordt verbeterd. De ruimtelijke kwaliteit blijft daarmee in ogenschouw genomen. Zo wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en wordt de groene uitstraling van het gebied verbeterd door het realiseren van meer groen tussen de bouwclusters (zie ook paragraaf 2.5). Hiermee is het initiatief passend binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 18/52
3.3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Toetsingskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. Voor de onderhavige locatie zijn de volgende artikelen relevant. De laatste geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is van 2 december 2022. Ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor ruimtelijke kwaliteit waaraan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Lid 2 Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. Lid 3 Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid.
Lid 4 Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. Lid 5 Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.
In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 19/52
rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Stedelijke ontwikkelingen De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor stedelijke ontwikkelingen. Artikel 6.10 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2.
3.
Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.
Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Onderhavige initiatief voorziet in het vervangen van 130 grondgebonden woningen met eenzelfde aantal plus voegt 24 woningen toe. Het plan voegt grondgebonden woningen toe binnen het bestaand stedelijk gebied van Gorinchem. Deze nieuwbouw vindt plaats in het bebouwde gebied van Gorinchem. Een toevoeging van een woonfunctie is aan te merken als een gebiedseigen ontwikkeling nu in de directe omgeving van het plangebied in vrijwel alle windrichtingen tevens sprake is van een woonfunctie. Ook in de huidige situatie is sprake van een woonfunctie binnen het plangebied.
Qua schaal en maat is onderhavige ontwikkeling niet afwijkend ten opzichte van de directe omgeving Onderhavig initiatief voldoet voorts aan de richtpunten van de kwaliteitskaart, namelijk: • ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; • cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Hiervoor geldt dat het stedelijk groen toeneemt ten opzichte van de huidige inrichting. Het voorliggend ontwerp ziet in de realisatie van een groene dooradering. Binnen deze ruimte kan ook worden voorzien in waterberging. Bij de inrichting van het groen wordt verder nadrukkelijk beoogd om een hoge mate van biodiversiteit te realiseren.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 20/52
Tot slot geldt dat: • onderhavig plangebied is niet gelegen in een gebied met een beschermingscategorie; • aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3 is getoetst en dat hieraan wordt voldaan. Conclusie Onderhavig planvoornemen past binnen de regels van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Regionale Woonvisie Doel van de Regionale Woonvisie is om in 2020 een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied voor zowel nieuwe inwoners als huidige inwoners te bieden. Regionaal samenwerken op het gebied van wonen levert voordelen op voor de regio als geheel, maar ook voor elk van de afzonderlijke gemeenten. Elke gemeente of kern heeft haar eigen kwaliteiten en weet sommige groepen heel goed te binden, maar andere weer minder. In de regionale woonvisie wordt gebruik gemaakt van de unieke kwaliteiten van elke gemeente of kern. Tegelijk wordt er ruimte geboden aan andere regiogemeenten om te doen waar zij goed in zijn. Daardoor is het resultaat van deze regionale woonvisie meer dan de som der delen. De hele regio heeft kansen om met een uitgebalanceerd en gevarieerd programma voor de woningvoorraad de unieke ligging nabij de Randstad te verzilveren in het binden van vrijwel alle Mentality-groepen. Dat heeft z’n effect op de werkgelegenheid. Veel werknemers wonen in de buurt van hun werk. Dit wordt gedaan door kansen te pakken voor woningbouw. Alleen vraaggericht bouwen leidt tot succes, en daarom wil men antwoord op de vragen: wat bouwen we, waar, voor wie, hoeveel en hoe snel? Wonen behelst meer dan nieuwbouw.
Minstens zo belangrijk is behoud van kwaliteit in de huidige woongebieden en het verbeteren van de leefbaarheid, met oog op ontgroening, vergrijzing en schaalvergroting van voorzieningen. Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied. Hierbij worden 130 bestaande woningen vervangen door evenveel maar duurzamere woningen. Verder wordt voorzien in 24 extra woningen. De zo beschikbaar komende ruimte wordt benut voor het verhogen van de leefbaarheid door meer groen in de buurt. Verder wordt bijgedragen aan duurzaam wonen door de woningen uiteraard gasloos te realiseren. Verder wordt in het stedenbouwkundig ontwerp nadrukkelijk rekening gehouden met een uitvoering die voldoet aan de BENG. Een optimale situering maakt de woningen geschikt voor het aanbrengen van zonnepanelen. Door het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit voldoet de woonbuurt beter aan de eisen van de huidige tijd. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Regionale woonvisie. 3.4.2
Regionale Adaptie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
Toetsingskader De serieuze gevolgen van klimaatverandering tonen aan dat in de overstromingsgevoelige regio AlblasserwaardVijfheerenlanden men zich moet aanpassen aan grotere weersextremen: hitte, droogte, watertekort en wateroverlast. De zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Klimaatadaptatie gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid die klimaatverandering met zich meebrengt. De hele samenleving past zich aan veranderende klimaatomstandigheden aan. De veranderopgave beoogt een
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 21/52
waterrobuuste en klimaatbestendige regio in 2050. Dit betekent dat we deze zodanig inrichten en aanpassen dat de impact van extremer weer minimaal blijft en voldoende acceptabel is voor een gezonde leefomgeving. In 2019 is een eerste stap gezet door het uitvoeren van klimaatstresstesten die zaken als bodemdaling, hittestress, overstromingsgevaren, grondwaterstanden en begaanbaarheid van infrastructuur globaal inzichtelijk maakten. de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) is de tweede regionale stap in de veranderopgave van klimaatadaptatie. De RAS beschrijft hoe in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zich voorbereidt op én aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het is de basis voor samenwerking met andere overheden, inwoners, ondernemers en organisaties. Hierbij wordt ingezet op: • inspireren; • pionieren; • van elkaar leren; • delen van kennis en goede voorbeelden. Beoordeling Bij de herstructurering van de buurt Haarwijk-Oost wordt naast het voorzien in duurzame en toekomstbestendige woningbouw tevens rekening gehouden met de veranderingen die het klimaat ondergaat. De ontwerpaspecten die hier met name invulling aan geven zijn een toename van het oppervlak openbaar groen in de wijk. Hierdoor kan voorzien worden in voldoende waterbergingsmaatregelen waardoor toekomstig wateroverlast voorkomen wordt.
Door het vergroten van de openbare ruimte wordt ook gebruikt om het openbaar groen sterker te maken. Hiermee neemt de schaduw toe en dit draagt bij aan het bestrijden van hittestress. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het RAS. 3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Structuurvisie 2015 gemeente Gorinchem
Toetsingskader Gorinchem is een oude vestingstad van beperkte omvang en wil dat graag blijven. Grootschalige groei in inwonertal zoals in de voorgaande decennia wordt niet meer gewenst. De aandacht zal uitgaan naar het verbeteren van de woon- en leefkwaliteit in de huidige wijken en voor de huidige inwoners. Daarbij wordt ingespeeld op de demografische ontwikkeling van de huidige bevolking. Tegelijk wil Gorinchem haar identiteit als vestingstad versterken en de ligging in een cultuurhistorisch en landschappelijk uniek gebied waarborgen en beter benutten. De grootste knelpunten waarmee de stad daarin wordt geconfronteerd zijn de voor een groot deel verouderde en onaantrekkelijke woningvoorraad in de westelijke stadsdelen en de toenemende verkeersopstopping, zowel binnen als buiten de stad. In de structuurvisie wordt geschetst hoe de gemeente de ontwikkeling van de stad voor zich ziet en de knelpunten denkt op te lossen. Om aan de kwantitatieve woningbehoefte van de eigen inwoners te kunnen voldoen, is voor de komende 10 jaar een uitbreiding van de totale woningvoorraad nodig. Daarbij dient bekeken te worden welke mogelijkheden er bestaan voor intensief en duurzaam ruimtegebruik Een deel van de uitbreidingsopgave kan in de bestaande wijken zelf worden teruggebouwd. Hierdoor wordt het bestaande stadsgebied optimaal benut.
Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied. Hierbij worden 130 bestaande woningen vervangen en aangevuld met 24 woningen. De zo beschikbaar komende ruimte wordt benut voor het verhogen van de leefbaarheid door meer groen in de buurt.
datum referentie
11 december 2023 221896_AdB_RAP_0001_v5.5
P 22/52
Het voornemen draagt bij aan de kwantitatieve woningbehoefte door de bouw van 24 extra woningen. De huidige oude woningen behoren tot de oude en onaantrekkelijke woningvoorraad. De woningen voldeden niet meer aan de eisen van deze tijd en komen daarom voor vervanging in aanmerking. Hetzelfde geldt echter ook voor de ruimtelijke inrichting van het gebied. De nu te realiseren herstructurering van de buurt levert een woonomgeving op die ruimer en groener van opzet is dan in de oude situatie. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat wat een hogere prioriteit dient te krijgen dan slechts de kwantitatieve behoefte. Conclusie Onderhavig initiatief is in lijn met de Structuurvisie 2015 gemeente Gorinchem.
3.5.2
Omgevingsvisie Gorinchem (ontwerp)
Toetsingskader De omgevingsvisie omschrijft het beleid voor de fysieke leefomgeving integraal, alle onderdelen in samenhang. Daardoor kan Gorinchem integrale afwegingen maken over vraagstukken en ontwikkelingen over de leefomgeving. Via de visie kan men zowel op gebieds- als themaniveau beoordelen of nieuwe ontwikkelingen en concrete aanvragen passen bij de ambities en opgaven. Zo zorgen we ervoor dat de juiste keuzes worden gemaakt. De visie is de basis voor de invulling van de andere instrumenten van de Omgevingswet. De ruimtedruk van functies zoals wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, natuur en landschap nemen toe en uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied van de voorgaande decennia is niet langer de oplossing vanwege bedreiging van natuur en klimaat. Deze grenzen aan de fysieke groei van de stad luiden periode 10 in: de periode waarin Gorinchem op een kruispunt staat om te kiezen welke toekomst het wil, met haar historische achtergrond en erfgoed als gedachtegoed. Gorinchem is tegen haar stadsgrenzen aangegroeid en wordt de focus gelegd op het transformeren van diverse gebieden in de stad. In de omgevingsvisie maakt Gorinchem de ambitieuze keuze om te ontwikkelen in vier richtingen: Werken, Wonen, Water en Regio. Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied.