Toelichting
Tekst van het document
De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Het plan betreft een passende invulling van een niet in gebruik zijnde bedrijfslocatie in een woongebied. De woningen wordt op een stedenbouwkundig en architectonisch passende wijze vormgegeven. Kwaliteitskaart Het plangebied valt binnen het gebied ‘steden en dorpen’ van de provinciale kwaliteitskaart. De provincie wil de kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers van iedere stad en ieder centrum in het systeem beschermen. Iedere locatie betreft een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woonen werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek.
Voor ontwikkelingen in ‘steden en dorpen’ heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. • Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied.
26
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
•
Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.
Het plan sluit aan bij de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en daarmee aan de karakteristieke kenmerken en identiteit van de stad. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 1 april 2023 is een herziening van de Omgevingsverordening in werking getreden. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; 2. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; 3. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Het plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’.
Het plan past binnen de bestaande gebiedsidentiteit (woongebied), voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Stedelijke ontwikkeling In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In deze paragraaf is verder geregeld dat bij een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in de verbeelding onder ‘planoptimalisatie’, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning (artikel 6.10 onder c). Het plangebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Het plan betreft een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ noodzakelijk is. In paragraaf 4.1.2 is hier uitgebreid op ingegaan. Doorwerking in het bestemmingsplan Met onderhavige ontwikkeling wordt het plangebied omgevormd van bedrijfslocatie naar woonlocatie. Dit principe van herstructurering binnen het bestaande stedelijk gebied sluit aan op de ambities van het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. De Gildenwijk kent nu een relatief eenzijdig woningaanbod van sociale huurwoningen in de vorm van rijwoningen en flats. Met het initiatief voor de locatie Gildenweg 64-68 worden levensloopbestendige woningen in overwegend de middeldure koop- (of huur)sector toegevoegd. Dit draagt bij aan een grotere mix aan woningtypes in de Gildenwijk. Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
27
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Doorwerking in het bestemmingsplan Het plan gaat uit van een duurzame vernieuwing van het stedelijk gebied. De leefbaarhied in de wijk wordt groter door het wegnemen van het autobedrijf.
De nieuwe woningen worden gerealiseerd op een steenworp afstand van winkel- en zorgvoorzieningen. Aspecten die in de regionale structuurvisie ook een rol spelen. Het plan sluit aan op het regionale beleid. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie 2015 Gemeente Gorinchem In de vorige decennia heeft de gemeente Gorinchem een exponentiële groei doorgemaakt. De stad is een oude vestigingsstad van beperkte omvang en wil dit graag handhaven. Deze structuurvisie zet zich hierdoor niet meer in op groei, maar op het verbeteren van de woon- en leefklimaat en de identiteit als vestigingsstad versterken en de ligging in een cultuurhistorisch en landschappelijk gebied waarborgen en beter benutten. In de structuurvisie wordt geschetst hoe de gemeente Gorinchem de ontwikkelingen van de vestigingsstad in de planperiode voor zich ziet. Het plan levert een bijdrage aan de kwaliteit van het leefklimaat in Gorinchem. Met de herontwikkeling van de bedrijfslocatie wordt de uitstraling in de woonwijk verbeterd en wordt er bijgedragen aan een prettig woonklimaat in de wijk. Het plan is in het overeenstemming met de structuurvisie 2015 van de Gemeente Gorinchem. 4.4.2 Visie van de stad ‘Gorcum open vesting’ De gemeente Gorinchem is in 2016 gestart met het traject om te komen tot een nieuwe visie voor de toekomst van Gorinchem. De gemeente Gorinchem heeft de toekomstvisie samen met de inwoners van de gemeente vormgegeven. Verschillende verenigingen, instellingen, bedrijven, klankbordgroepen en kerken uit Gorinchem en omgeving werkten vanaf 2016 met de gemeente samen om te komen tot de nieuwe Visie van de stad.
In de nieuwe Visie van de stad zijn 11 ambities geformuleerd: • Ambitie 1. Middelgrote stad, verbonden met Randstad en Brabant • Ambitie 2. Verbonden diverse samenleving • Ambitie 3. Verbonden wijken en voorzieningen • Ambitie 4. Centrumstad, verbonden met de omgeving • Ambitie 5. Verbonden samenleving en overheid • Ambitie 6. Vernieuwen in de bestaande en nieuwe economie • Ambitie 7. Vernieuwende samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven • Ambitie 8. Vernieuwen door technologische innovatie te omarmen • Ambitie 9. Vernieuwen door te verduurzamen • Ambitie 10. Vernieuwen door aantrekkelijkheid voor jonge generatie • Ambitie 11. Vernieuwende open vesting. De ambities zijn vrij algemeen van karakter. Tegelijkertijd is er voor het plan voor de Gildenweg 64 - 68 wel een aantal aspecten te benoemen die aansluiten op de ambities. Zo is er in het plan ruimte voor de realisatie van startersappartementen voor jongeren (ambitie 10) en wordt met het toevoegen van middeldure koop- of huurwoningen de wijk wat meer divers (ambitie 2). Ook de verbinding van de locatie met winkel-, zorg- en recreatieve voorzieningen is heel goed (loopafstand). Het plan betreft de nieuwbouw van een appartementencomplex op een voormalige bedrijfslocatie. Dit betekent een duurzame oplossing voor de Gildenwijk.
28
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
4.4.3 Woon- en transformatievisie Gorinchem De gemeente Gorinchem heeft op 26 oktober 2019 de ‘Woon- en transformatievisie Gorinchem: Een bruisende creatieve groene stad’ vastgesteld. In deze woon- en transformatievisie is de gewenste ontwikkeling van het wonen in Gorinchem richting 2032 geformuleerd. Daarmee biedt het een vergezicht dat samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers wordt uitgewerkt. De woon- en transformatievisie is geen eindproduct maar een stap in een dynamisch proces gericht op gelukkig wonen in Gorinchem. De woon- en transformatievisie wordt uitgewerkt in een Actieprogramma. Deze visie vormt een bouwsteen voor de op te stellen Omgevingsvisie. De gewenste ontwikkeling van het wonen in Gorinchem wordt uitgewerkt in een algemene visie op wonen, voor de inwoners en voor de toekomst van de stad. Dit krijgt een nadere invulling via vier pijlers: 1. Open woonstad; 2. Een woning voor iedereen; 3. Veilig, leefbare, zorgzame omgeving; 4. Duurzame kwaliteit van wijken en woningen. De woningvraag in Gorinchem De provincie Zuid-Holland heeft in het voorjaar 2019 een nieuwe woningbehoefteraming (WBR2019) opgesteld. Volgens de nieuwe raming zou de woningbehoefte tussen 2017 en 2030 met een kleine 1.500 woningen groeien. Van de woningen in Gorinchem is circa 42% een sociale huurwoning: in totaal 6.750 woningen.
In Zuid-Holland hebben alleen Rotterdam en Vlaardingen een hoger aandeel sociale huurwoningen (respectievelijk 53% en 47%). Samen met woningcorporatie Poort6 en huurdersvereniging HP6 is vastgesteld dat de gewenste sociale huurvoorraad in Gorinchem in 2026 rond 6.300 sociale huurwoningen moet zijn. Dit is een richtgetal. We monitoren de vraag naar sociale huurwoningen. Gemeente en Poort6 schatten in dat circa 700 huishoudens die in een huurwoning van Poort6 wonen te duur wonen. Dat zijn huishoudens met inkomens tot huurtoeslaggrens die een huur betalen boven de aftoppingsgrens. Oorzaken zijn divers en vaak een combinatie van factoren; inkomensdaling (pensionering, minder mensen met inkomen uit loondienst, toename aantal zzp’ers, verlies baan) en inkomensafhankelijke huurprijsstijgingen. De koopwoningmarkt in Gorinchem is relatief goed bereikbaar voor mensen met een inkomen boven € 45.000. Inkomens tussen € 38.325 (doelgroepgrens corporaties 2019) en € 45.000 kunnen slechts beperkt in de huur terecht, terwijl een hypotheek vaak niet haalbaar is. Hieronder vallen ook de starters. Woningmarktonderzoek In 2016 is door de gemeente Gorinchem een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er een tekort is aan koopappartementen, middeldure en dure koopwoningen en aan vrije-sectorhuur. Er is volgens dat onderzoek een overschot aan goedkope koop en sociale huur.
Echter is door de stijging van de woningprijzen de afgelopen jaren veel aanbod duurder geworden en zijn goedkope koopwoningen nog (zeer) beperkt beschikbaar. Ambities gemeente Gorinchem De gemeente streeft ernaar om bij transformatie en nieuwbouw het accent te leggen op woningen die nu nog onvoldoende voor Gorinchemse vraag aanwezig zijn: koopappartementen (toegankelijke/uitgankelijke woningen voor o.a. ouderen), dure koopwoningen en vrije-sectorhuur / goedkope koop (tussen sociale huur en koop). De gemeente wil een aansluiting van woningsegmenten van huur naar koop in diverse prijsklassen, waardoor mensen niet in de knel komen. Met name starters op de woningmarkt ervaren dat zij te veel inkomen hebben voor de sociale huur en niet in aanmerking komen voor een hypotheek. Voor hen zijn aanvullende vormen tussen sociale huur en koop nodig: middenhuur (€ 720 tot € 1.000, prijspeil 2019) of goedkope koop (maximaal € 200.000). Daarnaast neemt het aantal ouderen toe. Hoewel de meeste ouderen blijven wonen in hun huidige woning, groeit door de vergrijzing ook de groep ouderen die wil verhuizen naar een toegankelijker/uitgankelijker woning. Voor hen moet in of nabij hun wijk aanbod van gelijkvloerse woningen beschikbaar moeten zijn; naar huur-/koopsegment en prijsklasse aansluitend bij de wijk, zodat doorstroming binnen de wijk mogelijk is.
Op basis van de ambities en beleidskeuzes hanteert de gemeente bij het beoordelen van nieuwe initiatieven een afwegingskader voor transformatie en nieuwbouw. Dit afwegingskader is uitgewerkt naar de verschillende wijken van Gorinchem en geeft een richting in welke situaties de gemeente wel of niet meewerkt aan initiatieven. Voor de Gildenwijk geldt dat het accent ligt op: • Variatie in woningaanbod; • Woningen in het middensegment (middenhuur en goedkope- en middeldure koop); • Onmoetingsplek; • Toegangelijke/uitgankelijke woningen; • Kwaliteit woningen; • Verduurzaming woning en woonomgeving. Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
29
Doorwerking in het bestemmingsplan Onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een bedrijfslocatie. De ruimte wordt benut voor het toevoegen van 33 appartementen. De locatie aan de Gildenweg kan daarmee voor een deel in de woningbehoefte voorzien. Er wordt voor verschillende doelgroepen gebouwd in de vorm van appartementen. De nieuwe woningen zullen gasloos en zo veel mogelijk energieneutraal worden gerealiseerd. Aan de Beng-eis zal in ieder geval worden voldaan. Hierdoor is het mogelijk een nieuwe energiezuinige en goed geïsoleerde woningen te realiseren. Daarnaast wordt de leefbaarheid van de buurt verhoogt door het realiseren van nieuw groen. Door het opheffen van het autobedrijf en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt bijgedragen aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Het voornemen draagt bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte door de realisatie van maximaal 33 appartementen. Geconcludeerd kan worden dat met het bestemmingsplan ‘Gildenweg 64-68 Gorinchem’ aangesloten wordt op de ambities uit de Woon- en transitievisie Gorinchem. 4.4.4 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Gildenwijk’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 juni 2013. In het vigerend bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’.
Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is een functieaanduiding opgenomen: specifieke vorm van bedrijf - autoservicebedrijf. Er is binnen de bestemming een bouwvlak aangegeven waarbinnen de maximale bouwhoogte 8 meter bedraagt. Het gehele bouwvlak mag bebouwd worden. Het maximum bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%. Ten oosten van het perceel met de bestemming ‘Bedrijf’ is de bestemming ‘Groen’ van kracht. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, alsmede voor speelvoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding. Naast de bovengenoemde geldende bestemming is ter plaatse eveneens een dubbelbestemming ‘WaardeArcheologische verwachting laag AP’ van toepassing. Deze dubbelbestemming is gericht op ‘bescherming, behoud en veiligstellen van archeologische waarden van de gronden. Voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10.000 m2 en waarvoor (grond) werkzaamheden dieper dan 30 cm noodzakelijk zijn moet, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen of kunnen worden verstoord in voldoende mate vastgesteld. Gezien de beperkte omvang van het plangebied is onderzoek in dit geval niet noodzakelijk.
Op de locatie geldt ook het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, vastgesteld op 28 november 2019. In dit bestemmingsplan zijn de parkeernormen volgens het parkeerbeleid 2019 van de gemeente Gorinchem vastgelegd. Deze beleidsregels zijn gebruikt voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Doorwerking in het bestemmingsplan Om de ontwikkeling van het appartementengebouw juridisch mogelijk te maken is een gedeeltelijke herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
30
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
5
Onderzoek en verantwoording
Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan ‘Gildenweg 64 - 68 Gorinchem’ is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk wordt het plan op deelaspecten nader onderbouwd. 5.1
Cultuurhistorie en Archeologie
5.1.1
Cultuurhistorie
Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
Figuur 5.1: Uitsnede Cultuur historische atlas Zuid-Holland, locatie zwart omlijnd
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
31
Beleid provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. De cultuurhistorische kaart kent drie verschillende thema’s: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. 124.000
126.000
Doorwerking in dit bestemmingsplan De planlocatie maakt onderdeel uit van de verloopcontouren van de Oude Hollandse Waterlinie. De Oude Hollandse Waterlinie uit het Rampjaar 1672 hield Holland veilig toen het werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en enkele Duitse bisdommen. De linie werkt door het onder water zetten van grote stukken polderland. Diverse verdedigingswerken op grotere afstand van de locatie zijn nog getuigen in het landschap. Hoewel de planlocatie gelegen is binnen de verloopcontouren van de Oude Hollandse Waterlinie zijn er geen elementen van cultuurhistorische waarde aanwezig. Met de beoogde omzetting van Bedrijf naar Wonen en de bouw van een nieuw appartementengebouw worden geen cultuurhistorische waarden in het gebied aangetast. 5.1.2
Archeologie
Landelijk beleid In het landelijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-72016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.
1.000 m Beleid provincie Zuid-Holland en gemeente Gorinchem Het archeologiebeleid in Gorinchem is in samenwerking met zeven andere gemeenten in de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden tot stand gekomen en komt voort uit de nieuwe taken en bevoegdheden die gemeenten met de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) in 2007 hebben gekregen. Het archeologiebeleid geeft aan op welke wijze de acht gemeenten – waaronder Gorinchem – met archeologie willen Archeologische verwachtings- en beleidsadvi omgaan en vormt onder andere een bouwsteen voor nog op te stellen bestemmingsplannen. Gemeente Gorinchem Dit alles is vastgelegd in de Archeologische Verwachtingskaart Gorinchem. De locatie is aangeduid met een lage Beleid Archeologische waarden archeologische verwachtingswaarde. archeologisch rijksmonument (status aangevraagd)
In het bestemmingsplan ‘Gildenwijk e.o.’ (2013) is ter bescherming, behoud en het veiligstellen van de archeologische terreinen met een bepaalde archeologische waarde waarden van de aangewezen gronden een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische laag AP’ (overigeverwachting AMK-terreinen) opgenomen. Dit betekent dat voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10.000 m2 Archeologische verwachting en waarvoor (grond)werkzaamheden dieper dan 30 cm noodzakelijk zijn, er alvorens omgevingsvergunning specifiekeeen verwachting voor Romeinse tijd zeer hoge verwachting voor Romeinse tijd de wordt verleend, door de aanvrager een rapport moet worden overlegd waarin de archeologische waarden van gronden die blijkens de aanvraag zullen of kunnen worden verstoord in voldoende specifieke mate verwachting vastgesteld. voor late middeleeuwen en nieuwe tijd
Geen e is uitg vergun
Streve onderz of tot
Bij ing archeo
zeer hoge verwachting voor late middeleeuwen en nieuwe tijd
Streve onderz resten Gorinc met de
zeer hoge verwachting voor late middeleeuwen en nieuwe tijd
Bij ing archeo
middelmatige verwachting voor late middeleeuwen en nieuwe tijd
Bij ing archeo
zeer hoge verwachting (voor prehistorie tot middeleeuwen) zeer hoge verwachting
Bij ing archeo
hoge verwachting (voor prehistorie tot middeleeuwen) hoge verwachting aan of nabij het oppervlak hoge verwachting tussen 1,5 en 5 meter beneden maaiveld hoge verwachting dieper dan 1,5 m beneden maaiveld hoge verwachting dieper dan 5 meter beneden maaiveld
Bij ing archeo Bij ing archeo Bij ing archeo Bij ing archeo
middelmatige verwachting (voor prehistorie tot middeleeuwen) middelmatige verwachting lage verwachting (alle perioden) lage verwachting
Bij ing archeo
voor overlappende zones geldt dat de blokjes in het raster de bovenliggende laag vormen
Bij ing boven
archeologische vondstlocatie met contour
Binnen vervol
Figuur 5.2: Uitsnede Archeologische Verwachtingskaart Gorinchem, locatie zwart omlijnd
32
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
Bij ing archeo
Overig
Doorwerking in dit bestemmingsplan Het plangebied is aangeduid met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor deze gebieden geldt dat bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Vanwege de geringe omvang van de locatie is een archeologisch onderzoek is in dit geval niet noodzakelijk. 5.2 Bodem Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet - als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening - worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit ten minste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is en waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Onderzoek Bodem Portaal heeft voor de planlocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Het onderzoek is vervat in het rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Gildenweg 66-68 te Gorinchem, Bodem Portaal, Projectnummer BO220LA02, 11 augustus 2020. Op basis van het historisch onderzoek is de locatie als onverdacht met enkele verdachte deellocaties beschouwd. De verdachte deellocaties betreffen de locatie van een voormalig tankstation, de huidige opslag van olie en vetten en de aangetroffen olie/benzine afscheider. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn, behoudens lichte bijmengingen met baksteenpuin en bitumenresten vanuit de voormalig aanwezige brandstoftanks, zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. De tijdens het veldwerk aangetoonde bijmengingen van bodemvreemd materiaal zijn separaat bemonsterd en op de te verwachten stoffen geanalyseerd. Van de van minerale olie en/of vluchtige aromaten verdachte bodemlagen zijn separate steekbusmonsters genomen en geanalyseerd. Uit de analyseresultaten voor zowel het onverdachte terreindeel als de verdachte terreindelen, blijkt dat in de diverse grondmengmonsters, ten opzichte van de achtergrondwaarden, alleen licht verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen zijn aangetroffen. In de separate steekbusmonsters zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond.
In de grondwatermonsters, afkomstig uit geplaatste peilbuizen die geanalyseerd zijn op NEN 5740 pakketten voor grondwater, zijn ten opzichte van de streefwaarden licht verhoogde gehalten barium aangetoond. In de overige peilbuizen die geanalyseerd zijn op minerale olie en vluchtige aromaten zijn geen gehalten boven de geldende streefwaarden aangetoond. Aangezien barium niet in een significant verhoogde gehalte in de grond is aangetroffen en er geen aanwijsbare bron bekend is, die de aanwezigheid van deze stof zou kunnen verklaren, wordt aangenomen dat de verhoogde concentratie een natuurlijke oorsprong heeft. Ook zou sprake kunnen zijn van een (nog) niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis. De aangetoonde gehalten in de grond en het grondwater vormen geen aanleiding voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Doorwerking in dit bestemmingsplan Er worden naar aanleiding van het onderzoek geen belemmeringen voor de nieuwbouw op het perceel voorzien. De feitelijke instemming met het bodemonderzoek met betrekking tot de aanvraag omgevingsvergunning dient door de gemeente Gorinchem te worden afgegeven.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden. Bij het afvoeren van grond vanaf het perceel dient tevens rekening te worden gehouden met het tijdelijk handelingskader PFAS/PFOA.
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
33
5.3
Milieu
5.3.1 Flora en Fauna Door Tritium Advies is een Quickscan flora- en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is vervat in het rapport ‘Quickscan flora en fauna Gildenweg 66-68 te Gorinchem’, Tritium Advies b.v., documentkenmerk 2203/107/LB-01, 3 november 2022. De onderzoeksresultaten uit het rapport worden in deze paragraaf beknopt weergegeven. Gebiedsbescherming In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Het plangebied ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het NNN (Natuur Netwerk Nederland, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) of een Natura 2000 gebied. Conclusie en advies Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn op circa 2,8 kilometer (Lingegebied en Diefdijk Zuid) en 4,1 kilometer (Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem) gelegen. Met het meest nabije Natura 2000-gebied op minder dan 10 kilometer afstand valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden.
Een stikstofberekening om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de geplande inrichtings-, sloop- en/of bouwwerkzaamheden en de depositie tijdens de gebruiksfase op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is daarom noodzakelijk. De berekening is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. De uitkomsten laten zien dat er als gevolg van de ontwikkeling geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden als gevolg van de gebruiksfase of aanlegfase. Houtopstanden Volgens artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de gedeputeerde staten. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. De binnen dit planvoornemen te vellen houtopstand is kleiner dan 1.000 m2 in oppervlakte en bestaat niet uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen bevat. Hierdoor bestaan er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming. Op de locatie zijn geen houtopstanden aanwezig. In het openbare gebied aan de oostzijde en in mindere mate aan de noordzijde van de planlocatie bevindt zich een aantal bomen in een groenstrook.
De waardevolle bomen worden behouden en ingepast in een nieuw groenplan. Door Studio Redd is dit inrichtings- en groenplan opgesteld. Onderdeel van het plan is de aanplant van nieuwe bomen en onderbeplanting. Het inrichtings- en beplantingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen bij de regels van dit bestemmingsplan. Soortenbescherming Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ze zijn er ook niet te verwachten door de voedselrijke omstandigheden en de verstedelijking van de omgeving. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot de flora. Vogels Een aantal vogelsoorten benut het plangebied als foerageer- en broedgebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen.
Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied in gebruik blijven. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Er kunnen geen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of verwijdering van beplanting plaatsvinden wanneer er broedende vogels aanwezig zijn in de nabije omgeving. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels.
34
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden tussen begin oktober en half februari worden er eveneens geen nadelige effecten verwacht voor vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er daarom geen negatieve effecten te verwachten voor grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn binnen het plangebied locaties aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is daarom noodzakelijk en uitgevoerd. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de geplande werkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.
Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten, zoals bijvoorbeeld de gewone pad en de bruine kikker, zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor deze soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Door de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige bestrating en beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van dit planvoornemen met betrekking tot ongewervelde fauna. Invasieve exoten Er werden geen soorten waargenomen binnen het plangebied waarvoor de Europees exotenverordening geldt. Verder zijn er ook geen soorten waargenomen die in Nederland actief bestreden moeten worden. Binnen het planvoornemen zijn er geen verplichtingen aangaande invasieve exoten.
Aanvullend onderzoek vleermuizen Er zijn binnen het plangebied locaties aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is daarom noodzakelijk. Door Florauna Natuuradvies is dit onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. Het nader onderzoek heeft aangetoond dat er één zomerverblijfplaats en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid één paarverblijfplaats binnen het plangebied aanwezig zijn van de gewone dwergvleermuis. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is nodig op basis van de onderzoeksresultaten van het uitgevoerde aanvullend onderzoek. Voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan zal bij vaststelling duidelijk moeten zijn of redelijkerwijs verwacht kan worden dat de ontheffing bij de provincie verkregen zal worden. Te verwachten is dat deze verkregen kan worden op basis van het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van reden van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. En door het nemen van tijdelijke en permanente maatregelen voor de sloop aanvangt en voor de nieuwbouw zodat de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet nadelig wordt beïnvloed.
Verder beveelt het onderzoeksbureau aan om de werkzaamheden uit te voeren in overeenstemming met de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming). Dit houdt in dat er buiten het broedseizoen gesloopt wordt en dat bij het onverhoopt aantreffen van (beschermde) soorten de werkzaamheden direct stil worden gelegd en een ecologisch deskundige wordt ingeschakeld. Conclusie Hieronder wordt de eindconclusie voor het aspect flora en fauna opgesomd: • Om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is een stikstofberekeVastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
35
•
• • • • •
ning te worden gemaakt. De uitkomsten hiervan laten zien dat er als gevolg van de ontwikkeling geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden als gevolg van de gebruiksfase of aanlegfase. Zie verder paragraaf 5.3.2. Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is uitgevoerd. Het nader onderzoek heeft aangetoond dat er één zomerverblijfplaats en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid één paarverblijfplaats binnen het plangebied aanwezig zijn van de gewone dwergvleermuis. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk. De omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen. Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. Het plangebied dient voorafgaand aan het broedseizoen (globaal vanaf 15 maart) ongeschikt te worden gemaakt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Om vestiging van rugstreeppadden binnen het plangebied te voorkomen, dient het ontstaan van poeltjes of plassen binnen het plangebied in het voortplantingsseizoen (april - september) van de rugstreeppad te worden voorkomen.
Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
Zorgplicht Voor alle in het wild levende plant- en diersoorten en voor hun directe leefomgeving geldt een zorgplicht (Wet Natuurbescherming – artikel 1.11). Met deze zorgplicht worden naast de nationaal en Europees aangewezen beschermde soorten en gebieden ook algemenere overige inheemse soorten beschermd. De zorgplicht houdt in dat men handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten; • achterwege laat; • indien achterwege laten niet passend is, maatregelen neemt om nadelige gevolgen te voorkomen; • indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het is wettelijk verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht. Advies Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen panden wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, wordt geadviseerd deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij de provincie of gemeente.
Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van de Checklist Groen Bouwen opgesteld door Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging (Checklist Groen Bouwen). Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. 5.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn met circa 3,3 kilometer (Lingegebied en Diefdijk Zuid) en 4,1 kilometer (Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem) op relatief kleine afstand gelegen. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten.
Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid, optische verstoring, trillingen etc. Tritium heeft voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2022. In de berekeningen zijn de emissies van NOX, NO2 en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: • Verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (aanlegfase en gebruiksfase); • Sloop- en aanlegwerkzaamheden (aanlegfase).
36
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
In het kader van de in de Wnb opgenomen instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden dient onderzocht te worden wat de gevolgen zijn van het plan/project ten opzichte van de referentiesituatie. In onderhavig onderzoek zijn geen emissies van een referentiesituatie beschouwd. Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de gebruiksfase van onderhavige planvoornemen. Rekenresultaten aanlegfase Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de aanlegfase van onderhavige planvoornemen (rekenjaar 2023 en rekenjaar 2024). Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2022 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de gebruiksfase of aanlegfase. Bovendien moet worden opgemerkt dat er geen rekening is gehouden met interne saldering en er desondanks geen stikstofdepositie is berekend. Een vergunning in het kader van de Wnb ten aanzien van het aspect stikstofdepositie is derhalve niet aan de orde.
De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. Voor een volledig inzicht in de berekeningen wordt verwezen naar het rapport van Tritium. 5.3.3 Waterparagraaf Artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De zogenoemde ‘watertoets’. Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP) beschrijft wat het waterschap in de planperiode wil bereiken en hoe zij dat wil doen, het WBP is in werking getreden op 22 december 2021. In de Watervisie 2050 is de gewenste toekomst beschreven; een toekomstbestendig rivierengebied. Hieruit zijn de volgende principes naar voren gekomen: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4.
Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. In het WBP is per gebied een analyse gemaakt van wat er zoal speelt. Het plangebied ligt in de deelregio ‘Alblasserwaard en Beneden Linge’. Het gebiedsplan geeft op basis van de prioriteiten in de gebiedsagenda een goed overzicht van concrete maatregelen en projecten voor het komende jaar. Dit wordt elk jaar na afloop geëvalueerd. De basistaak van het waterschap is het dagelijks beheer van water en dijken, dit bestaat onder andere uit: Vergunningen verlenen en toezichthouden en handhaven op de regels.’ Hierbij wordt getoetst of activiteiten in de leefomgeving aansluiten bij de doelen van het waterschap. Daarbij worden de belangen van de omgeving en de wettelijke taken van het waterschap waar mogelijk samengebracht. Waterberging Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd.
Het waterschap hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van en compenseren in open water als onderdeel van het watersysteem. Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Gildenweg en heeft een omvang van ca. 2.995 m2. Aan de oostzijde en noordzijde van de planlocatie is een groenstrook aanwezig van circa 800 m2. Op de planlocatie is geen open water aanwezig. Er staat er een bedrijfsgebouw met een oppervlak van ca. 915 m2. De overige verharding (verhard erf, opritten, parkeerplaatsen) in de huidige situatie bedraagt ca. 1.280 m2. Het totaal verhard en bebouwd oppervlak in de huidige situatie bedraagt daarmee ca. 2.195 m2. Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
37
Schrij nwerk erstra at
Tc Ap
Ag
Vlees houwe rstraa t
Tc
Gi lde nw eg
N.T.B
Ap Ps Tc
Ps
Ps
Ap
Figuur 5.3: Bestaande situatie: Autobedrijf Oppervlakte bebouwing + verharding bedraagt ca. 2.195 m2
Sch rijnw erke rstra at
Ch iru rgi jns tra at
Vlee sho uwe rstra at
Figuur 5.4: Nieuwe situatie: sloop van opstallen, realisatie nieuw appartementengebouw Oppervlakte bebouwing + verharding bedraagt ca. 1.720 m2
Nieuwe situatie Met de beoogde ontwikkeling worden er nieuwe planologische mogelijkheden geregeld omtrent bebouwing en verharding. Op de planlocatie wordt een nieuw appartementengebouw ontwikkeld met in totaal 33 nieuwe appartementen. Aan de hand van het voorlopig ontwerp is berekend wat het aandeel verharding zal zijn in de nieuwe situatie. Het nieuw te realiseren appartementengebouw heeft een oppervlak van ca. 945 m2. Aan de oostzijde van het appartementengebouw blijft de bestaande groenstrook grotendeels intakt. In de groenstrook zullen enkele parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Aan de voorzijde van het gebouw zal een nieuwe groenstrook worden gerealiseerd. Hierdoor komt het nieuwe appartementengebouw gezien vanaf de Gildenweg in een groene ruimte te staan. Het achterterrein zal opnieuw worden ingericht als parkeerterrein. De parkeerplaatsen zullen worden uitgevoerd in waterdoorlatende verharding en hebben een gezamenlijk oppervlak van circa 390 m2. Hiervoor wordt 50% van het oppervlak als verhard beschouwd, dit is dus ca. 195 m2. De oppervlakte van overige verhardingen (voetpaden, opritten en rijbanen) bedraagt samen circa 580 m2. Dit komt dan op een totaal van 945 + 195 + 580 = ca. 1.720 m2 aan verhard/bebouwd oppervlak in de nieuwe situatie. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het aandeel verhard oppervlak zal afnemen met ca. 475 m2. DE HERAUT
STUDIOREDD.NL ABCOVENSEWEG 21c 5051 PT GOIRLE
023
LET OP! Alle maten dienen in het werk gecontroleerd te worden.
Bestaande situatie Oppervlakten huidige situatie
SCHAAL FORMAAT DATUM
1:500 A3 09.05.2023
1:1000 nieuwe situatie Oppervlakten
Groen
ca.
800 m2
ca. 1.275 m2
Bebouwing
ca.
915 m2
ca.
945 m2
Overige verharding
ca. 1.280 m2
ca.
775 m2
Totaal oppervlak
ca. 2.995 m2
ca. 2.995 m2
PROJECT№ TEKENING№ VERSIE
Klimaatadaptatie Het plan heeft een open karakter met ruimte voor groen. De aanwezige groenstructuur aan de oostzijde van het plangebied worden zoveel mogelijk in takt gehouden. De behoudenswaardige bomen aan de westzijde van het plangebied geven een meerwaarde aan de locatie op zowel ruimtelijke gebied als op het gebied van biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
2515 S03
geWOON a
Afvoer afvalwater en hemelwater Bij de herontwikkeling mag alleen het VWA (vuilwater) worden afgevoerd naar het stelsel in de omgeving van de Gildenweg. Dit dient bij nadere uitwerking van het plan te worden onderzocht en afgestemd met de gemeente. Het HWA (hemelwater) moet op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Dat betekent dat voor de regenwaterafvoer van de nieuwbouw milieuvriendelijke stoffen gebruikt moeten worden en dat uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet mogen worden gebruikt. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem) systeem en hebben hierdoor een nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Belangrijk bij de afvoer van hemelwater is dat wordt uitgegaan van de drietrapsstrategie: vasthouden > bergen > afvoeren.
38
THEMAKAART
STUDIO REDD
Om het hemelwater af te voeren worden de parkeerplaatsen ingericht met open verharding (grasbetontegels, waterdoorlatend). Het waterschap Rvierenland adviseert daarnaast om de parkeerplaatsen met een kleine helling af te laten lopen naar aangelegen groenstrook aan de oostzijde. Het hemelwater krijgt dan langer de tijd om te infiltreren. Voorwaarde is wel dat hiermee wateroverlast wordt voorkomen. Doorwerking in dit bestemmingsplan Het verhard oppervlak zal in de nieuwe situatie met circa 475 m2 afnemen. Er is daardoor geen sprake van een compensatie-opgave. De planlocatie zal ten opzichte van de huidige situatie groener worden en mede door de toepassing van waterdoorlatende verharding op de parkeerplaats zal hemelwater beter kunnen infiltreren. 5.3.4
Wegverkeerslawaai
Landelijk beleid De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door inrichtingen, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of industrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. In onderhavige situatie is de locatie gelegen binnen de geluidszones van (spoor)wegen. De locatie is gelegen buiten de geluidszone van indrustrieterreinen. Onderzoek naar industrielawaai wordt voor deze ontwikkeling daarom niet noodzakelijk geacht. Onderzoek Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek naar wegverkeers- en spoorweglawaai uitgevoerd. Het onderzoek is vervat in het rapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai Gildenweg 66-68 te Gorinchem, Tritium Advies b.v., documentkenmerk 2203/107/CW-03, 4 november 2022. De onderzoeksresultaten uit het rapport worden in deze paragraaf beknopt weergegeven. Spoorweglawaai Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Dordrecht - Leerdam.
Voor de spoorlijn Dordrecht - Leerdam geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB nergens wordt overschreden. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van spoorweglawaai niet aan de orde. Wegverkeerslawaai Voor de 30 km/uur wegen Schilderstraat en Chirurgijnstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Voor de 30 km/uur weg Gildenweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de richtwaarde van 48 dB met maximaal 9 dB overschrijdt. Echter, voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de gezoneerde Rijksweg A27 geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in de zone van (auto)snelwegen wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het verlengen c.q.
verhogen van het reeds aanwezige geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde is gezien de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van slechts 7 appartementen niet realistisch. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is tevens toepassing van geluidreducerend wegdek (stille elementenverharding) op de 30 km/uur weg Gildenweg beschouwd. De geluidbelasting op onderhavig plan wordt hiermee met circa 2 dB gereduceerd. Hierbij is de doelmatigheid getoetst bij een streefwaarde van 48 dB. Hieruit blijkt dat het toepassen van een stiller wegdek op de Gildenweg financieel doelmatig wordt bevonden. De praktische- en financiële gevolgen met betrekking tot de realisatie (en onderhoud) hiervan dienen te worden afgestemd met de gemeente. De gemeente Gorinchem is bezig met de aanlag van een Warmtenet in de Gildenwijk. Daarvoor worden de wegen, waaronder ook de Gildenweg, (gedeeltelijk) open gebroken en herstaat. Daarbij heeft de gemeente ervoor gekozen om met bestaande klinkers te herstraten. Het toepassen van een stiller wegdek is dus niet aan de orde. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) is in onderhavige situatie niet mogelijk.
Vastgesteld bestemmingsplan “Gildenweg 64-68 Gorinchem” - 26 maart 2024
39
De geluidbelasting ter plaatse van de achtergevel overschrijdt de voorkeursgrenswaarde niet. Derhalve beschikken de aan deze gevel gelegen appartementen over een geluidluwe gevel. De geluidbelasting ter plaatse van de voorgevel van het appartementenblok bedraagt 61 of 62 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). De aan deze gevel gelegen appartementen dienen derhalve te beschikken over een geluidluwe gevel. Op basis van de plattegronden beschikken deze appartementen niet zondermeer over een geluidluwe gevel. In het rapport zijn verschillende mogelijkheden aangedragen om een geluidluwe gevel te creëren: • Het plaatsen van SilentAir gevelschermen voor ten minste één gevelopening per appartement. Hiermee wordt de geluidbelasting ter plaatse van die gevelopening gereduceerd tot onder de voorkeursgrenswaarde, waardoor zonder geluidoverlast spuien mogelijk is. • Ten minste één raam per appartement vervangen door Hafencity Fenster. Dit is een type kozijn waarbij geluidluw spuien mogelijk wordt gemaakt. Hiermee wordt niet letterlijk aan het gemeentelijk geluidbeleid voldaan, maar wordt wel de mogelijkheid geboden tot geluidluw spuien. • In de plattegrond een inpandige loggia opnemen per appartement. Indien het binnenniveau in deze loggia’s lager dan de voorkeursgrenswaarde, beschikken de appartementen gelegen aan deze loggia’s over een geluidluwe gevel.