CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

concept IHP Gorinchem 2023 2038.pdf

Parallelsessie raadzaal 9 maart 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP)13.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

pagina 25/43

IHP 2023-2038

Uitvoeringsprogramma 2023-2028 voortgezet onderwijs

Figuur 16: Uitvoeringsprogramma 2023-2028 voortgezet onderwijs

De Uilenhof: De school biedt vmbo-onderwijs aan en leerlingen volgen hier de eerste twee jaar havo en stromen in het 3e jaar door naar Lyceum Oudehoven. Het aantal leerlingen is in de afgelopen jaren gedaald naar ongeveer 400. Het gebouw aan de Oude Hoven is in 1960 gebouwd. Het gebouw is sterk verouderd en de toegankelijkheid van de school is beperkt. De quickscan laat zien dat deze school aan een renovatie/nieuwbouw toe is. De Uilenhof wordt meegenomen in de ontwikkeling van de beroepencampus.

Uitstraling Bouwkundig Veiligheid Binnenmilieu Exploitatie Onderwijs/functioneel Totaal Figuur 17: Samenvatting quickscan

Beroepencampus: De eerste fase van de regionale beroepen- en innovatiecentrum (Gilde Vakcollege Techniek en i_lab) wordt nu uitgevoerd. Gemeente, schoolbesturen vo en Da Vinci College en partners komen binnen het uitvoeringsplan 2023-2026 met een voorstel om te komen tot de volgende fase/eindcontouren van de beroepencampus, als onderdeel van de totale gebiedsontwikkeling Gorinchem Noord. De ontwikkeling van de campus is onderdeel van een gezamenlijke gebiedsgerichte businesscase waarin perspectief wordt gegeven hoe de onderwijshuisvesting vo over de gehele stad wordt verspreid.

pagina 26/43

IHP 2023-2038

Lingewaal College: Aan het Merwedekanaal staat het Lingewaal College. Deze school is voortgezet speciaal onderwijs Het Lingewaal College biedt onderwijs op de niveaus vmbo kader, vmbo-tl (theoretische leerweg) en havo. Door stijging van leerlingenaantallen zijn in augustus 2022 noodlokalen neergezet voor twee schooljaren. Het gebouw (1960) is niet passend en de quickscan laat zien dat deze school aan een renovatie/nieuwbouw toe is.

Uitstraling Bouwkundig Veiligheid Binnenmilieu Exploitatie Onderwijs/functioneel Totaal Figuur 18: Samenvatting quickscan

In 2022 is een ruimtelijke onderzoek uitgevoerd bij het Omnia College in opdracht van OVO. De besturen/directie van Yulius en OVO gaan onderzoeken of en zo ja hoe het Lingewaal College binnen het gebouw van het Omnia College een plek kan krijgen. Dit scenario is tevens onderdeel van de gehele bussinescase onderwijshuisvesting vo. Fortes Lyceum: In de wijk Wijdschild staat het Fortes Lyceum. De school biedt Mavo, Havo, Vwo en Technasium aan. Het aantal leerlingen is sterk gestegen in de afgelopen jaren naar ruim 1300. Er zijn aanpassingen in en om het gebouw uitgevoerd om de ruimte maximaal in te kunnen zetten. Vorig jaar is tevens een nieuwe gymzaal gebouwd. Voor het aantal leerlingen wordt meer ruimte gevraagd. Voor schooljaar 2022-2023 wordt nu gebruik gemaakt van tijdelijke onderwijshuisvesting op Top Naeff 28. Fortes Lyceum vraagt aan de gemeente om te mogen uitbouwen. In de voorbereidingsfase wordt een onderzoek uitgevoerd welke (maximale) bouwmogelijkheden er zijn op het perceel van Fortes Lyceum. De uitkomsten van dit onderzoek worden als mogelijk scenario meegenomen in de businesscase onderwijshuisvesting vo.

Financiële uitgangspunten en vertaling De visie op onderwijshuisvesting en de daaruit vertaalde beleidsdoelstellingen zijn samengebracht en voorzien van een financiële vertaling. Kwaliteitsuitgangspunten zijn vertaald in een kwaliteitsambitie. Een schoolgebouw sluit aan bij de onderwijskundige visie van de school, heeft een gezond binnenklimaat, past bij het aantal leerlingen en is toekomstbestendig, duurzaam, toegankelijk en inclusiever. Op basis van kengetallen kunnen de investeringskosten worden berekend. De nieuwe/gerenoveerde schoolgebouwen die worden gerealiseerd zijn klaar voor de toekomst en dragen bij aan het welzijn en een gezonde leeromgeving voor de kinderen. Dit gaat verder dan het nu geldende wettelijk verplichte kwaliteitsniveau. De argumentatie hiervoor is dat BENG onvoldoende is om (voor onderwijshuisvesting) de klimaatdoelstelling te halen in 2050. Gezonde huisvesting van kinderen en docenten is een randvoorwaarde voor een goed schoolgebouw. Streefniveau is Frisse scholen B. In bijlage 7 is het advies standaard kwaliteitsniveau Frisse Scholen voor een nieuwbouwschool uitgewerkt, die als basis dient bij de kostenconfiguratoren (zie volgende paragraaf). Daarnaast past het schoolgebouw bij de onderwijsvisie van de school waarbij het gebouw aanpasbaar kan zijn voor de toekomst en ruimte biedt voor inclusiever onderwijs.

Kostenconfigurator De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m²bruto vloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VOraad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende

pagina 27/43

IHP 2023-2038

investeringsniveaus per vierkante meter bepaald voor nieuwbouw. De investeringsniveaus zijn voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs uitgewerkt voor Gorinchem. Zie bijlage 6). Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang. Dit is ook terug te zien in de verschillen tussen het primair en voortgezet onderwijs.

Uitgangspunten financiële vertaling Vanuit de uitkomsten van de kostenconfigurator kan een indicatieve berekening worden gemaakt van de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: •

De kostenconfigurator (2023) is incl. btw. met een prijspeil 1-1- 2023. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten. Periodieke indexaties zijn op basis van de index die de VNG hanteert voor de normbedragen Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Gorinchem.

•

In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria, aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, risicoverrekening en onvoorzien.

•

Aanvullende kosten die locatie gebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn niet opgenomen in de financiële vertaling. Per opgave komen er nog diverse kosten bij. Dit kan per project sterk verschillen. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur, kosten voor organisatorische ondersteuning, inrichtingskosten en verhuiskosten. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totale opgave van de gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20–25% van de investeringskosten. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is, waarbij het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Per opgave worden deze nader gespecificeerd en onderbouwd in een haalbaarheidsonderzoek binnen de gebiedsgerichte businesscase.

•

Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het gemiddelde aantal leerlingen tussen 2022 en 2040 uit de prognose van Pronexus van 2022. In de businesscases, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt en wordt berekend welke ruimtebehoefte er is voor inclusiever onderwijs en eventueel kinderopvang. Per opgave wordt in de gebiedsgerichte businesscase onderzoek plaats of het gebouw ook inzetbaar is voor andere maatschappelijke doelen en welke ruimte dit vraagt. Het gebouw kan zo een multifunctioneel karakter krijgen en de wijk of buurt aantrekkelijker maken en versterken.

•

In de berekening is uitgegaan voor nieuwbouw bij iedere vervangings- en uitbreidingsopgave van de investeringskosten voor nieuwbouw. In de businesscases zal de

pagina 28/43

IHP 2023-2038

afweging tussen nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht. Voorafgaand aan de start van deze projecten zal een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden naar de technische haalbaarheid van vernieuwbouw van deze schoolgebouwen. In sommige gevallen is vernieuwbouw goedkoper dan nieuwbouw omdat veel delen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Het komt echter ook regelmatig voor dat de investeringskosten nagenoeg gelijk zijn of zelfs hoger in het geval van vernieuwbouw. Veiligheidshalve wordt daarom in de investeringsplannen voor alle projecten (nieuwbouw en vernieuwbouw) uitgegaan van de kostenkengetallen voor nieuwbouw •

Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in één of meerdere projecten blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken

Overzicht investeringsplanning schoolgebouwen In paragraaf ‘Lopende projecten onderwijshuisvesting’ zijn de projecten vanuit vorige IHP’s omschreven waarvoor al een raadsbesluit is genomen of een beschikking is afgegeven. Vanuit de quickscan en het uitvoeringsprogramma 2023-2026 is een volgordelijkheid bepaald binnen de totale opgave van het IHP. Figuur 19 is een totaal overzicht van de investeringsplanning voor de komende 20 jaar. Er is (nog) geen volgordelijkheid binnen de periode indelingen.

Soort 0 tot 5 jaar VO (V)SO PO PO PO Subtotaal

Schoolbestuur

Aant. ll. Totaal 2038

m2 - RMB Totaal 2038

Totaal bedrag per m2

Totale kosten

CVO-AV Yulius

Uilenhof Lingewaal College

420 72

3.688 1.248

€ €

3.208 3.658

€ €

11.831.104,0 4.565.184,0

OVO LOGOS OVO

Anne Frankschool Samen Onderwegschool (Goudoever) J.P. Waaleschool

149 71 127 492

952 557 639 4.936

€ € €

4.013 4.013 4.013

€ € € €

3.820.376,0 2.235.241,0 2.563.544,5 25.015.449,53

Omnia college

422 422

4.066 4.066

€

3.208

€ €

13.043.728,0 13.043.728,00

Fortes Lyceum Vita College Tweemaster Ds. Koelmanschool Tamboerijn Top Naeff 28 Windroos Graaf Reinaldschool Kleine Wereld Noordhoek Lyceum Oudehoven

1.328 109 325 308 113

8.937 1.628 1.075 1.337 768

€ € € € €

2.988 4.013 3.449 3.449 4.013

255 341 62 211 1.015

2.194 1.915 1.342 2.865 6.034

€ € € € €

3.786 3.449 3.950 3.786 2.988

€ € € € € € € € € € €

26.703.756,0 6.533.164,0 3.707.675,0 4.611.313,0 3.081.984,0 8.306.484,0 6.604.835,0 5.300.900,0 10.846.890,0 18.029.592,0

4.067

28.095

€

93.726.593,00

5 tot 10 jaar VO OVO Subtotaal 10 tot 20 jaar VO OVO VO OVO PO OVO PO Ds. Koelmanschool PO LOGOS Gemeentelijk gebouw VO CVO-AV BO OVO (V)SO SPON VO LOGOS VO CVO-AV Subtotaal

Projecten

€ 131.785.770,53

Figuur 19: Investeringsoverzicht schoolgebouwen voor 20 jaar

pagina 29/43

IHP 2023-2038

interpretatie van de investeringskosten De benoemde visie op onderwijshuisvesting (zie hoofdstuk 3) en het onderwijshuisvestingsbeleid (zie hoofdstuk 2) zijn de kwaliteitsuitgangspunten voor de investeringen. De gemeente maakt zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten. Het IHP geeft vervolgens een doorkijk wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en is een startpunt in de voorbereiding van deze opgave. Met het IHP als beleidsdocument worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd en gebiedsgerichte businesscases opgesteld. In deze businesscases worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van project specifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk wordt gebouwd, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen, etc. Ook worden locatie gebonden kosten meegenomen. Op basis hiervan wordt het krediet aangevraagd bij de raad. Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase.

Reflectie op de opgave De opgaven binnen de onderwijshuisvestingsportefeuille leiden tot een enorme investeringsopgave voor de onderwijshuisvesting. Het is de resultante van de ook op landelijk niveau erkende vernieuwings- en verduurzamingsopgave. De regionale onderwijsfunctie van Gorinchem versterkt de omvang. Er ligt een grote opgave. Los van de reeds lopende projecten is er een investeringsbehoefte voorzien van ca. 25 miljoen euro bouwkosten in de eerste termijn van 0 tot 5 jaar. Dit wordt veroorzaakt door de verouderde gebouwen zowel in het PO, VO als in het VSO. Daarnaast is er een toename van leerlingen waar ook uitbreiding gevraagd wordt Er is onderzocht of er mogelijke scenario’s zijn om de investeringen te dempen of te faseren. Gedacht kan worden aan het afschalen van de kwaliteitsambitie en verdere fasering. Echter leidt het afschalen van de kwaliteitsambitie niet tot de gewenste toekomstbestendige schoolgebouwen. Faseren leidt er tevens toe dat de CO2-norm in 2030 mogelijk niet gehaald wordt en schoolbesturen de gebouwen langer in stand dienen te houden, waar ook de nodige kosten aan onderhoud en exploitatie mee zijn gemoeid. De investeringsopgave van dit IHP zal in samenspraak met het College en de gemeenteraad moeten worden verkend welke mogelijkheden er zijn tot financiering van de opgave.

Mogelijkheden liggen o.a in een afspraak om opbrengsten van onderwijslocaties die niet meer gebruikt worden te reserveren voor onderwijshuisvesting. Landelijke regelingen/subsidies (bijvoorbeeld Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) gelden nagenoeg alleen voor bestaande bouw. Het meest recente Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting van april 2021 onderstreept nogmaals dat er structureel forse extra investeringen noodzakelijk zijn: jaarlijks minstens €730 miljoen extra. Vooralsnog komt er geen extra financiering vanuit het rijk voor onderwijshuisvesting. Door de ingezette lobby richting Den Haag is Gorinchem in debatten wel benoemd als stad met een meer dan evenredige onderwijsopgave.

pagina 30/43

IHP 2023-2038

OCW, de PO-raad, de VO-raad en VNG doen op dit moment samen een aanvraag voor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds ten behoeve van de onderwijshuisvestingsopgave. Gemeenten en schoolbesturen kunnen straks een aanvraag doen voor een bijdrage uit het beschikbaar gestelde geld (onder een aantal voorwaarden), waarbij er geld beschikbaar wordt gesteld om het verschil te overbruggen tussen de minimale eisen aan schoolgebouwen (Bouwbesluit) zoals geraamd op basis van de normbedragen van HEVO, en de hoge eisen die gesteld worden in de leerlabs (ENG, Frisse Scholen B, en zo nog enkele). Daarbij zal het groeifonds 90% van het verschil financieren, en de gemeente de resterende 10%. De gemeente Gorinchem vindt de kwaliteit, gezondheid en toekomstbestendigheid van onderwijshuisvesting belangrijk en kiest er daarom voor in deze zaken te investeren zoals vastgelegd in dit IHP. Deze bereidheid is onlosmakelijk verbonden aan de bereidheid van schoolbesturen om ook een bijdrage te leveren aan de investering in de nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen welke in verhouding staat tot de exploitatievoordelen die het hogere kwaliteitsniveau met zich meebrengt (total cost of ownership). Voor het leveren van een bijdrage maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk.

Een deel van de kwaliteitsambitie kan bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit een mogelijk exploitatievoordeel (op energiekosten of bijv. kozijnen of afwerkingen die langer meegaan) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarig onderhoudsplan). Verandering in onderwijswetgeving voor scholen geeft hopelijk meer mogelijkheden dan de beperkte ruimte voor investering in nieuwbouw/renovatie die er nu is. Daarnaast kunnen mogelijke andere subsidies zorgen dat schoolbesturen meer kunnen investeren in nieuwbouw (voorbeeld STO-gelden voor de nieuwbouw van het Gilde Vakcollege Techniek). Voor schoolbesturen is er onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiele instandhouding en Zijn voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership (TCO). Ook hier zijn tekorten op de vergoeding. De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille. En de onderhoudskosten voor ENG gebouwen zijn nog onvoldoende gebenchmarkt. Het is al wel duidelijk dat onderhoudskosten in een ENG gebouw hoger zijn dan in een BENG gebouw, vanwege de installaties.

Uiteraard geldt voor de gemeente ook dat zij meer moeten investeren dan wat zij ontvangen via het gemeentefonds. De gemeente verwacht dat de schoolbesturen bereid zijn om mee te investeren.

Gebiedsgericht businesscases Voor de aanpak van het uitvoeringsprogramma 2023-2026 is gekozen om vanuit de integraliteit van het IHP elke onderwijsopgave als apart project uit te voeren in de vorm van een gebiedsgericht businesscase. De onderwijsbeleidsdoelstellingen zijn voor deze businesscase het startpunt. Idealiter sluit het onderwijsgebouw zo goed mogelijk aan bij het onderwijsconcept van de specifieke school en ondersteunt het gebouw inclusief onderwijs. Goede onderwijshuisvesting draagt niet alleen bij aan de kwaliteit en inclusiviteit en doorlopende leerlijnen van het onderwijs zelf, maar ook aan de leefomgeving. Een goede school kan een wijk (buurt) aantrekkelijker maken en versterken. Zeker als het gebouw ook inzetbaar is voor andere maatschappelijke doelen zoals cultuur, gezondheid of sport. Al bestaande maatschappelijke infrastructuur wordt hierin natuurlijk meegenomen.

pagina 31/43

IHP 2023-2038

De uitkomst van de gebiedsgerichte businesscase wordt vertaald naar een investeringsoverzicht inclusief de financiële inbreng van de gemeente, schoolbestuur en andere partners. Andere financieringsvormen zoals subsidies worden waar mogelijk ook hierin meegenomen. Het voor te leggen krediet zal worden afgestemd op de dan geldende situatie die vanuit het haalbaarheidsonderzoek naar voren komt en wordt berekend tegen een actueel prijspeil.

Doelstellingen klimaatakkoord In het Klimaatakkoord zijn de doelstellingen geformuleerd om de CO2-uitstoot te verlagen in 2030 en 2050. De EU-lidstaten hebben met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 55% minder moet uitstoten (t.o.v. 1990) en klimaatneutraal is in 2050. Om deze doelstellingen te halen zijn de genoemde investeringsbudgetten op basis van energieneutraal (ENG) bouwen. Met de afgeronde onderwijshuisvestingsprojecten tussen 2021 tot nu en de lopende onderwijsprojecten inclusief het uitvoeringsprogramma 2023-2026 wordt een CO2-besparing van 27% gerealiseerd. Daar komen de energiebesparende maatregelen van de gebouwen voor 2021 en komende maatregelen van gebouwen die geen onderdeel zijn van het uitvoeringsprogramma 2023-2026 nog bij. Om de totale CO2-doelstelling voor de onderwijsportefeuille in beeld te houden, gaat gewerkt worden met het Co2mpas (CO2kompas). Het CO2kompas is een dashboard met de meest belangrijke inzichten zoals een tijdlijn met de CO2-uitstoot, investeringskosten en of de klimaatdoelstellingen behaald worden.

uitvoering van het IHP Na vaststelling van het IHP kan gestart worden met het uitvoeringsprogramma 2023-2026. Het uitvoeringsprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: •

•

•

•

Procesafspraken programmaniveau: Het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma, eisen aan de gebiedsgerichte businesscases, monitoring/evaluatie van projecten en borging van kwaliteit. Procesafspraken Projectniveau: Het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen (en mogelijke andere partners) samenwerken bij de realisatie van de projecten. Er worden gezamenlijk keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente tot het moment dat het schoolbestuur bouwheer is. Gebiedsontwikkeling beroepencampus: Gemeente en schoolbesturen vo komen tot een gezamenlijke gebiedsgerichte businesscase waarin perspectief wordt gegeven hoe de onderwijshuisvesting over de gehele stad wordt verspreid. Zo komen de eindcontouren van de beroepencampus en andere onderwijsgebieden in beeld. Monitoring klimaatdoelstellingen: Het CO2kompas wordt ontwikkeld en bijgehouden om zo steeds de actuele stand met betrekking tot de klimaatdoelstellingen beschikbaar te hebben. Het CO2kompas helpt ook om de effecten van CO2 reductie te berekenen voor toekomstige uit te voeren duurzaamheidsmaatregelen.

Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma kan worden gestart met de initiatieffase van de projecten door per project een businesscase op te stellen waarbinnen een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd. Met het opstellen van haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. De gemeente is opdrachtgever, maar gemeente en schoolbesturen zijn gezamenlijk betrokken bij de opdracht. De haalbaarheidsonderzoeken hebben als doel om:

pagina 32/43

IHP 2023-2038

• • • • • • •

Het definitieve leerlingenaantal te bepalen. Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie te maken. De dan bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s in beeld te brengen inclusief raming van de locatie gebonden en project specifieke kosten De TCO-benadering te concretiseren. Participatie en inspraak te organiseren voor doelgroepen zoals: kinderopvang, maatschappelijke partners, leerlingen, docenten, ouders, bedrijven en omwonenden. Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening en multifunctionaliteit van de buitenruimte. De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen.

Wijzigingen wet- en regelgeving en overige uitgangspunten Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, Bouwkosten Energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden. Herijking van het IHP is geprogrammeerd in een cyclus van vier jaar.

pagina 33/43

IHP 2023-2038

Bijlage 1: Scholenbestand 2023

pagina 34/43

IHP 2023-2038

Bijlage 2: De regionale onderwijsfunctie Gorinchem voor buurgemeenten

pagina 35/43

IHP 2023-2038

Bijlage 3: Uitkomsten quickscan

pagina 36/43

IHP 2023-2038

Bijlage 4: Uitkomsten Duurzaamheidsscan

Nr 24 25 17 22 21 18 26 4 9 5 20 23 8 19 6 7 33 13

Soort Schoolbestuur Projecten PO OVO IKC Merweplein PO OVO J.P. Waale PO OVO J.P. Waale (dependence) PO OVO Graaf Reinaldschool PO Gemeente Medegebruik Graaf Reinaldschool en Fortes PO OVO De Tweemaster PO OVO Jenaplanschool VO OVO Fortes Lyceum (Merewade College) VO OVO Gymnasium Camphusianum VO OVO Vita College PO LOGOS De Tamboerijn PO LOGOS De Regenboog VO LOGOS De Noordhoek PO Ds. Koelmanschool Ds. Koelmanschool VO CVO-AV SC De Hoven, Windroos VO CVO-AV CS De Hoven, Lyceum SO/VSO SPON De Kleine Wereld PO/SBO SPON De Rotonde

Scenario 1 10-20jr n.v.t. € 81.000 € 320.000 € 123.000 € 138.000 € 114.000 n.v.t. € 537.000 € 479.000 € 159.000 n.v.t. n.v.t. € 252.000 € 179.000 € 258.000 € 483.000 n.v.t. n.v.t. € 3.123.000

Scenario 2 >20jr € 2.040.000 € 297.000 € 474.000 € 761.000 € 780.000 € 455.000 € 723.000 € 3.027.000 € 1.344.000 € 1.368.000 € 213.000 € 314.000 € 1.662.000 € 1.190.000 € 1.823.000 € 1.560.000 € 780.000 € 933.000 € 19.744.000

Scenario 3 >20jr ENG € 2.757.000 € 416.000 € 537.000 € 816.000 € 780.000 € 573.000 € 729.000 € 3.921.000 € 3.921.000 € 1.368.000 € 279.000 € 620.000 € 1.827.000 € 1.167.000 € 2.111.000 € 2.871.000 € 798.000 € 953.000 € 26.444.000

Scenario 1: Wanneer het gebouw wordt gerenoveerd met een restlevensduur van 10 tot 20 jaar, ligt het voor de hand de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) door te voeren. De op deze lijst genoemde verbeterpunten zijn namelijk met een terugverdientijd van 5 jaar opgesteld, waardoor de verbeteringen daadwerkelijk zullen renderen. Scenario 2: Met een restlevensduur van meer dan 20 jaar wordt gerenoveerd indachtig een werkelijke levensduurverlenging. Dit onderzoek richt zich op energetische verbeteringen, met waar mogelijk ook verbetering op basis van de thema’s in Frisse Scholen. Andere zaken zoals bijvoorbeeld onderwijskundige staat zijn niet opgenomen. Scenario 3: Zie scenario 2 inclusief energieneutraal als doelstelling.

pagina 37/43

IHP 2023-2038

Bijlage 5: Bouwstenen visie campusontwikkeling Gorinchem

Uniformiteit en eenheid Er moet sprake zijn van uniformiteit en een herkenbare eenheid. Dat speelt vooral in de buitenruimte. Een uniforme inrichting op de campus is belangrijk om de eenheid te benadrukken. Ook een duidelijke omkadering van de campus met duidelijke (hoofd)entrees tot de campus dragen bij aan de eenheid van de campus. Daarnaast geldt dat een eenduidige huisstijl (bebording, meubilair, beplanting) de eenheid ondersteunt. Autovrije campus en bereikbaarheid OV We willen graag dat de campus in Gorinchem autovrij wordt. Uiteraard moet de campus wel goed bereikbaar zijn. Automobilisten kunnen parkeren in centrale parkeervoorzieningen aan de randen van de campus. De campus is dus het domein van langzaam verkeer. In de basis voor wandelaars. Alle voorzieningen dienen echter ook per fiets bereikbaar zijn (veel personeel en leerlingen komen met de fiets), tevens voorzien van eenduidige op het terrein verspreide fietsenstallingen (op korte afstand van de voorzieningen/instellingen). De campus moet goed worden ontsloten met het openbaar vervoer. We kunnen ons voorstellen dat de bussen halteren aan beide randen van de campus. Belangrijk is een veilige verkeerssituatie, waarbij het doel is confrontaties tussen leerlingen uit het OV en het overige autoverkeer zo veel als mogelijk te mijden.

De mogelijke komst van de nieuwe treinhalte Gorinchem Noord is een belangrijke aanjager voor het succes van de campus. Een duidelijke, korte, veilige (loop)route tussen halte en campus is noodzakelijk!

pagina 38/43

IHP 2023-2038

Bruisend hart Ook op een campus voor de leeftijdsgroepen die gebruik maken van de campus in Gorinchem is het belangrijk een bruisend hart te creëren, een middelpunt in de openbare ruimte als een natuurlijke verzamelplek voor leerlingen, bezoekers én personeel. Een zorgvuldig vormgegeven ontmoetingsplek zoals een sportgelegenheid waar toernooien kunnen plaatsvinden of een plein met bijvoorbeeld een horecagelegenheid welke wordt gerund door leerlingen of personeel van de scholen zelf is een mogelijkheid. Ook het IAC kan hier een rol in vervullen, als centrale ontmoetingsplek. Formele aantrekkelijke padenstructuur De centrale plekken en de voorzieningen zijn bereikbaar via een goede formele padenstructuur, in de basis bedoeld voor mensen te voet. Deze structuur is bij voorkeur lommerrijk van sfeer en in ieder geval eenduidig herkenbaar. Uiteraard moet er aandacht zijn voor fietsroutes naar instellingen en voorzieningen. Groene ontspannen ruimte De campus wordt zoveel mogelijk groen ingericht. Dat vinden we belangrijk vanwege sfeer, maar zeker ook vanuit de klimaatadaptatie en de bewezen ontspanning die dat uitdraagt. Grasvelden, bloemrijke perken, bomenlanen en diverse solitaire bomen die schaduw en een prettig leefklimaat bieden, zijn daarom belangrijke onderdelen voor de inrichting van de campus.

Flexibiliteit gebouwde omgeving en schoolpleinen De gebouwde omgeving is juist minder eenduidig dan de buitenruimte. Door de sterke eenheid in de buitenruimte is dat ook niet nodig, wat een behoorlijke flexibiliteit biedt aan de gebouwde omgeving op de campus. Wel vinden we het belangrijk om kwalitatieve gebouwen op de campus te hebben, die zich zoveel als mogelijk als objecten gedragen in de ruimte van campus. Dat betekent ook iets voor de schoolpleinen, gezien de soort instellingen en (deels jonge) leerlingen die gebruik gaan maken van de campus. We hebben de ambitie om de schoolpleinen aan de voorzijden van de scholen in te richten als onderdeel van de campus, maar zijn nog wel herkenbaar als onderdeel van de school. Niet geheel open maar wel op een uniforme wijze geïntegreerd in de omgeving. Op deze wijze blijven de schoolpleinen strikt genomen het (herkenbare) domein van de scholen, maar wel geïntegreerd in de campus. Over de ruimte tússen de scholen wordt op dit moment nog goed nagedacht in welke mate deze onderdeel worden van de campus (of juist niet onderdeel van de campus worden in verband met de behoefte aan geborgenheid voor extra jonge of kwetsbare leerlingen).

Gedeelde voorzieningen Voorzieningen zoals bijvoorbeeld (kleinschalige) horeca, een mediatheek, vergaderfaciliteiten, een pluktuin, een kas met een leertuin, een fietscrossbaan, een ruimte voor start-ups van bedrijfjes van leerlingen of een uitgebreide ‘speeltuin’ voor pubers zijn zomaar ideeën voor gezamenlijke voorzieningen. Het zou mooi zijn als de leerlingen en personeel van de instellingen hier een initiërende rol in zouden kunnen nemen. De huidige voorzieningen in de scholen en instellingen (kantine, koffiecorner, administratiebalie) worden in principe niet met elkaar gedeeld. Natuurlijk vormt het i-lab ook een zeer belangrijk onderdeel van gedeelde voorzieningen!

Sporten op de campus is een meerwaarde! Dat is dé gezamenlijke voorziening bij uitstek. De aanwezigheid van de sporthal kan benut worden en wellicht worden versterkt als sportcluster op de campus. De sportfaciliteiten kunnen ook gaan fungeren als een van de bruisende brandpunten op de campus.

pagina 39/43

IHP 2023-2038

Gezondheid, klimaat en duurzaamheid Dit betreffen termen die heel breed ingevuld kunnen worden, maar wel essentieel zijn voor de campus! De nieuwe generatie ziet dit als bijna een vanzelfsprekendheid. Hoe we dit onderwerp precies gaan invullen wordt onderzocht. Uitgangspunt is wel een innovatieve uitstraling en sfeer, gezondheid als drager bij het invullen van voorzieningen, klimaat-adaptief beheer en duurzame bebouwing en buitenruimte welke de innovativiteit op de campus ondersteunt.

pagina 40/43

IHP 2023-2038

Bijlage 6: Investeringsniveaus per m² bruto vloeroppervlakte (bvo)

Kostenconfigurator HEVO VO 1-1-2023, Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel vmbo

Voortgezet onderwijs Uitgangspunt bouwlagen Norm bvo

Voortgezet Onderwijs vmbo/havo/v havo/vwo wo

2

3

3

5000

8000

13000

Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG

€

2.418

€

2.227

€

2.196

Marsh eisen

€

31

€

31

€

31

Aanvullende kosten ENG

€

97

€

91

€

92

Herindeelbaar gebouw

€

126

€

126

€

126

Werkplekken in verkeersruimten

€

41

€

40

€

40

Esthetische kwaliteit midden

€

117

€

116

€

113

Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO

€

215

€

203

€

198

Exploitatiegericht bouwen

€

99

€

99

€

97

Duurzaam bouwen (groen beton)

€

22

€

19

€

18

Vergroten zichtlijnen

€

26

€

26

€

26

Verplaatsbare panelenwand

€

16

€

10

€

6

Totale kosten

€

3.208

€

2.988

€

2.943

Kostenconfigurator HEVO PO 1-1-2023, Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel

Primair Onderwijs Aantal leerlingen

100

200

300

Uitganspunt bouwlagen

1

1

2

400 2

Norm bvo

703

1206

1709

2212

Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG

€

3.002

€

2.857

€

2.579

€

Marsh eisen

€

31

€

31

€

31

€

2.539 31

Aanvullende kosten ENG

€

128

€

127

€

106

€

104

Herindeelbaar gebouw

€

128

€

128

€

128

€

128

Werkplekken in verkeersruimten

€

44

€

42

€

42

€

41

Esthetische kwaliteit midden

€

135

€

126

€

132

€

127

Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO

€

265

€

252

€

234

€

229

Exploitatiegericht bouwen

€

98

€

93

€

98

€

95

Duurzaam bouwen (groen beton)

€

40

€

36

€

25

€

24

Vergroten zichtlijnen

€

27

€

27

€

27

€

27

Verplaatsbare panelenwand

€

115

€

67

€

47

€

37

Totale kosten

€

4.013

€

3.786

€

3.449

€

3.382

pagina 41/43

IHP 2023-2038

Kostenconfigurator HEVO (V)SO 1-1-2023, Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel

(Voortgezet) Speciaal Onderwijs Categorie

SO - A

SO - B

VSO - A

VSO - B

Aantal leerlingen

100

100

200

200

1

1

2

2

1250

1750

2810

3470

Uitganspunt bouwlagen Norm bvo

Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG

€

2.858

€

2.812

€

2.536

€

Marsh eisen

€

31

€

31

€

31

€

31

Aanvullende kosten ENG

€

126

€

126

€

109

€

107

Herindeelbaar gebouw

€

128

€

128

€

128

€

128

Werkplekken in verkeersruimten

€

43

€

42

€

42

€

42

Esthetische kwaliteit midden

€

137

€

133

€

135

€

133

Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO

€

268

€

252

€

226

€

226

Exploitatiegericht bouwen

€

97

€

95

€

99

€

98

Duurzaam bouwen (groen beton)

€

35

€

34

€

23

€

23

Vergroten zichtlijnen

€

27

€

27

€

27

€

27

Verplaatsbare panelenwand

€

65

€

46

€

29

€

23

Molestbestendig gebouw

€

149

€

147

€

149

€

147

Toegankelijkheid & bruikbaarheid minder/slecht validen €

31

€

31

€

68

€

61

Praktijkgerichte schooltuinen / ervaartuinen e.d.

€

32

€

23

€

28

€

23

Extra parkeerplaatsen en Kiss&Ride zone

€

32

€

23

€

28

€

23

Totale kosten

€

4.059

€

3.950

€

3.658

€

3.592

•

•

•

•

2.500

Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten, zie bijlage I) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Er is sprake van schaalvoordeel bij het bouwen van scholen met een grotere omvang. Dit is ook terug te zien in de verschillen tussen het PO en het VO. De kostenconfigurator van 1-1-2023 is incl. btw. Periodieke indexatie op basis van de BDBindex is voor de financiële vertaling noodzakelijk. Risico's ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Gorinchem. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten. In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria, aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, risicoverrekening en onvoorzien. Aanvullende kosten die locatie gebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn niet opgenomen in de financiële vertaling.

pagina 42/43

IHP 2023-2038

Bijlage 7: Advies standaard kwaliteitsniveau Frisse Scholen bij nieuwbouw

HEVO (2022)

pagina 43/43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=eb696ac7-b33a-4fba-ae11-49dd41ed077c