CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Was wordt lijst wijziging gemeenschappelijke regeling Avres

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Wijzigingsvoorstel GR AVres n.a.v. de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling12.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Oude tekst

Nieuwe tekst inbegrepen, behelst een periode van vijf jaar. De jaarlijkse kosten die gepaard gaan met de afbouw worden in het uittredingsplan - en daarmee in de definitieve uittreedsom - voor het eerste jaar na de uittreding op 100 % gesteld, met een toepassing van een staffel voor de daarop volgende jaren. Het voorgaande leidt vervolgens tot het volgende schema van betaling van de kosten van de afbouw: - In het eerste jaar na de uittreding: betaling van 100 % van de kosten afbouw door de uittredende deelnemer; - In het tweede jaar na de uittreding: betaling van 80 % van de kosten afbouw door de uittredende deelnemer; - In het derde jaar na de uittreding: betaling van 60 % van de kosten afbouw door de uittredende deelnemer; - In het vierde jaar na de uittreding: betaling van 40 % van de kosten afbouw door de uittredende deelnemer; - In het vijfde jaar na de uittreding: betaling van 20 % van de kosten afbouw door de uittredende deelnemer. 7. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. Artikel 44 Peildatum van de feiten en omstandigheden 1. De berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding.

Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 2. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittredsom, tenzij de uitgetreden deelnemer, dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: a. De wederpartij inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien 20

Oude tekst

Nieuwe tekst deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; b. De wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uitreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. Artikel 45 Overige aspecten met betrekking tot de kostenbepaling 1. Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. 2. De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 3.

Het uitgangspunt zoals benoemd in het tweede lid, is voor de uittredende deelnemer van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Avres die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. 4. De vertegenwoordigers van de uittredende deelnemer in het algemeen bestuur houden gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij de beraadslaging in en besluitvorming door het algemeen bestuur rekening met de belangen van het openbaar lichaam zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthouden deze vertegenwoordigers zich van beraadslaging en besluitvorming tenzij dit strijdig is met de belangen van hun gemeenten. 21

Oude tekst

Nieuwe tekst Artikel 46 Wijziging gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van uittreding Gelijktijdig met het opstellen van het van het concept uittredingsplan stelt het algemeen bestuur - indien dit noodzakelijk is gelet op de uittreding - een voorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met concept uittredingsplan aan de deelnemers toegezonden voor besluitvorming. Artikel 47 Archiefoverdracht bij uittreding

Artikel 41 Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, als de raad en het college van burgemeester en wethouders in gezamenlijkheid, kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Een voorstel als bedoeld in het eerste lid dat uitgaat van de raden en de colleges van burgemeester en wethouders, dient te worden ondersteund door een aantal deelnemers dat tezamen twee derde van de aanwezige stemmen in de vergadering van het algemeen bestuur vertegenwoordigt. 3. Het algemeen bestuur legt het voorstel tot wijziging ter beslissing voor aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 4. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 5. Het besluit tot wijziging wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten.

De archiefbescheiden van de uittredende deelnemer die noodzakelijk zijn voor continuering van dienstverlening en ondersteuning door de uittredende deelnemer richting haar inwoners, worden door de gemeenschappelijke regeling overgedragen aan de uittredende deelnemer, danwel aan een door de uittredende deelnemer aan te wijzen derde partij, dit laatste evenwel alleen na gegeven schriftelijke toestemming. Artikel 48 (hernummerd) Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, als de raad en het college van burgemeester en wethouders van een deelnemer in gezamenlijkheid, kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Een voorstel als bedoeld in het eerste lid dat uitgaat van de raad en het colleges van burgemeester en wethouders van een deelnemer, dient te worden ondersteund door een aantal deelnemers dat tezamen twee derde van de aanwezige stemmen in de vergadering van het algemeen bestuur vertegenwoordigt. 3. Het algemeen bestuur legt het voorstel tot wijziging ter beslissing voor aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 4. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten in gezamenlijkheid daartoe eensluidend besluiten. 5. Het besluit tot wijziging wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten.

De artikelen 49 t/m 54 zijn nieuw opgenomen. Avres had al een gecombineerde uittredings/opheffingsregeling. De wet verplicht inmiddels 22

Oude tekst

Nieuwe tekst dat dergelijke bepalingen niet meer in een nadere regeling opgenomen mogen worden, maar direct onderdeel moeten uitmaken van de tekst van de GR. De bepalingen uit de gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling zijn inhoudelijk overgeheveld naar de artikelen 49 t/m 54, waarbij omwille van de leesbaarheid op een aantal punten wel een nadere structurering heeft plaatsgevonden.

Artikel 42 Opheffing

Artikel 49 Aanvang van de opheffingsprocedure.

1. Zowel het algemeen bestuur, als de raad en het college van burgemeester en wethouders in gezamenlijkheid, kunnen voorstellen doen tot opheffing van de regeling. 2. Het algemeen bestuur legt het voorstel tot opheffing ter beslissing voor aan de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Opheffing van de regeling vindt plaats indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders, die tezamen twee derde van de aanwezige stemmen in het algemeen bestuur vertegenwoordigen, daartoe besluiten. 4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, vindt opheffing van de regeling eveneens plaats indien een van de deelnemers uittredingsbesluiten neemt als bedoeld in artikel 40, lid 1 van de regeling en er door ten minste één ander college van de overige deelnemers, alsmede door de raad van diezelfde deelnemer, gedurende de effectueringsperiode van de eerst ontvangen uittredingsbesluiten, ook een besluit tot uittreding wordt genomen, danwel een besluit wordt genomen houdende een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres. De besluiten tot uittreding van beide deelnemers, danwel de besluiten tot uittreding samen met de besluiten houdende een voorstel tot opheffing van de regeling worden alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. Een besluitvormingsproces als bedoeld in het derde lid blijft in dat geval achterwege. 5.

Indien het algemeen bestuur binnen zes maanden na ontvangst van besluiten van een deelnemer houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, van een andere deelnemer eveneens besluiten ontvangt houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, worden

1. Zowel het algemeen bestuur als de raad en het college van burgemeester en wethouders in gezamenlijkheid, kunnen voorstellen doen tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. 2. Het algemeen bestuur legt het voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling ter beslissing voor aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten. Een dergelijk voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling gaat in ieder geval van het algemeen bestuur uit, indien het algemeen bestuur constateert dat de besluiten tot uittreding van een raad college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 41, eerste lid van deze regeling de vraag oproepen of continuering van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling nog wel mogelijk is. 3. Opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges en de raden in gezamenlijkheid, die tezamen twee derde van de aanwezige stemmen in het algemeen bestuur vertegenwoordigen, daartoe besluiten. 4.

In afwijking van het bepaalde in het derde lid, vindt opheffing van de regeling eveneens plaats indien een van de deelnemers uittredingsbesluiten neemt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling en er door ten minste één ander college van de overige deelnemers, alsmede door de raad van diezelfde deelnemer, gedurende de effectueringsperiode van de eerst ontvangen uittredingsbesluiten, ook besluiten tot uittreding worden genomen, danwel besluiten worden genomen houdende een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres. De besluiten tot uittreding van beide deelnemers, danwel de besluiten tot uittreding samen met de besluiten houdende een voorstel tot opheffing van de regeling worden 23

Oude tekst deze besluiten alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. De besluitvormingsprocedure als bedoeld in het derde lid blijft in dat geval achterwege. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk over de ontstane situatie. 6. Met in achtneming van het bepaalde in artikel 40, lid 4 van deze regeling, worden de procedure en nadere algemene uitgangspunten met betrekking tot de opheffing geregeld in een uittredings-/opheffingsregeling. 7. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het algemeen bestuur daartoe, met in achtneming van de bepalingen in de uittredingsregeling/opheffingsregeling, een concept-liquidatieplan op. 8. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de colleges en raden van de gemeenten gedurende twee maanden hun zienswijze op het concept-liquidatieplan hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 9. In de uittredings-/opheffingsregeling worden bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen ingeval de gemeenschappelijke regeling wordt ontbonden, evenals bepalingen omtrent de wijze waarop met de gevolgen voor het personeel bij opheffing wordt omgegaan, Daarnaast worden in de uittredings/opheffingsregeling de overige onderwerpen benoemd die in ieder geval deel uitmaken van het liquidatieplan. 10.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie en treedt op als vereffenaar 11. Het bestuur van Avres blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Nieuwe tekst alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. De besluitvormingsprocedure als bedoeld in het derde lid blijft in dat geval achterwege. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk over de ontstane situatie. 5. Indien het algemeen bestuur binnen zes maanden na ontvangst van besluiten van een deelnemer houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, van een andere deelnemer eveneens besluiten ontvangt houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, worden deze besluiten alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. De besluitvormingsprocedure als bedoeld in het derde lid blijft in dat geval achterwege. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk over de ontstane situatie. Artikel 50 Besluit tot liquidatie en opstellen liquidatieplan 1. Ingeval van een besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het algemeen bestuur daartoe, met in achtneming van de bepalingen in dit hoofdstuk, een concept liquidatieplan op. 2. Het concept liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur ter zienswijze aangeboden aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. 3.

Het liquidatieplan wordt, nadat de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten gedurende een termijn van tien weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op het concept liquidatieplan uit te brengen, vastgesteld door het algemeen bestuur. 4. Alvorens het algemeen bestuur het concept liquidatieplan voor zienswijzen toezendt aan de colleges en de gemeenteraden, stelt het de ondernemingsraad van Avres in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept liquidatieplan, conform de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Met de inhoud van dit advies wordt rekening gehouden in het concept liquidatieplan. 5. Alvorens het algemeen bestuur het concept liquidatieplan voor zienswijzen toezendt aan de colleges en de gemeenteraden treedt het alge24

Oude tekst

Nieuwe tekst meen bestuur bovendien in overleg met de bij de sector betrokken vakbonden om te bepalen of bij het opstellen van het concept liquidatieplan een sociaal plan noodzakelijk is. De conclusies van dit overleg worden opgenomen in het voorstel waarmee het concept liquidatieplan ter zienswijze wordt aangeboden aan de colleges en de gemeenteraden. 6. Het besluit tot liquidatie wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem samen met het vastgestelde liquidatieplan toegezonden aan het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid Holland. Artikel 51 Inhoud van het liquidatieplan Het liquidatieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. Het tijdstip van liquidatie van de gemeenschappelijke regeling; b. Een beschrijving van de aanleiding tot liquidatie van de gemeenschappelijke regeling; c. Een beschrijving van de wijze waarop taken voorafgaand aan en na afloop van de liquidatie zullen worden afgehandeld; d. Een beschrijving van de wijze waarop de overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden dient plaats te vinden; e. Een beschrijving van de wijze waarop de dienstverlening en ondersteuning na de liquidatie zullen worden gecontinueerd; f. Een beschrijving van de lopende (financiële) verplichtingen en de wijze van afwikkeling hiervan; g.

Een beschrijving van de wijze van toerekening en toedeling van een positief of negatief saldo van de gemeenschappelijke regeling aan de deelnemers, alsmede de wijze van toerekening en toedeling van de kosten die gepaard gaan met de opheffing. In geval van een negatief saldo bevat het plan tevens regels voor de wijze waarop de gemeenten zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van Avres. h. Een beschrijving van de wijze waarop de gevolgen van de opheffing voor het personeel worden geregeld; i. Een beschrijving van de wijze waarop de opheffing van de gemeenschappelijke regeling zal worden gecommuniceerd. 25

Oude tekst

Nieuwe tekst Artikel 52 Uitgangspunt voor wijze van toerekening en toedeling saldi en kosten 1. Bij de toerekening en toedeling van een positief of negatief saldo, alsmede bij de toerekening en toedeling van de kosten van de opheffing, is de financiële verdeelsleutel van toepassing, zoals is opgenomen in de begroting van Avres van het jaar waarin het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt. 2. Voor de berekening van de toerekening en toedeling van de saldi, alsmede bij de berekening van de toerekening en toedeling van de kosten van de opheffing, kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige inschakelen. Het bepaalde in artikel 42, lid 3 en lid 4 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 53 Het dagelijks bestuur als vereffenaar 1. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie en treedt op als vereffenaar. 2. Het bestuur van Avres blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid. Artikel 54 Het archief na liquidatie

Artikel 45 Evaluatie

Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, voor zover de archiefbescheiden niet noodzakelijk zijn voor de continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeenten, overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Indien archiefbescheiden wel noodzakelijk zijn voor continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), vindt de overdracht hiervan plaats aan de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n). Overdracht van archiefbescheiden kan ook plaatsvinden aan een door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) aan te wijzen derde, echter niet nadat hiertoe eerst door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) schriftelijke toestemming is verleend. Artikel 57 (hernummerd) Evaluatie 26

Oude tekst 1. Het algemeen bestuur zal per 1 januari 2019 het functioneren van Avres en de samenwerkingsrelatie met de deelnemers evalueren en daarvan voor 1 juli 2019 verslag uitbrengen aan de colleges en de raden van de gemeenten, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. 2. De onderzoeksvraagstelling voor de uit te voeren evaluatie wordt door het dagelijks bestuur voor 1 juli 2018 aan de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling voor advies voorgelegd. Het alge- meen bestuur stelt aansluitend voor 1 januari 2019 de onderzoeksvraagstelling vast. Artikel 48 Overgangsbepaling Het openbaar lichaam gemeenschappelijke regeling Avres, treedt in de publiekrechtelijke en privaat- rechtelijke rechten en plichten van de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard /Vijfheerenlanden voor wat betreft de in artikel 4, 5 en 6 van de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden omschreven belangen, taken en bevoegdheden.

Artikel 47 Inwerkingtreding

Nieuwe tekst 1. Eenmaal in de vier jaar evalueert Avres haar functioneren en de samenwerkingsrelatie met de deelnemers en brengt daarvan verslag uit aan de colleges en de raden van de gemeenten, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. De eerstvolgende evaluatie zal in 2026 worden uitgevoerd. 2. Voorafgaand aan de evaluatie wordt door het dagelijks bestuur in het jaar voorafgaande aan de evaluatie een onderzoeksvraagstelling geformuleerd, welke vervolgens voor advies aan de deelnemers zal worden voorgelegd. Na ontvangst van de adviezen stelt het algemeen bestuur de onderzoeksvraagstelling vast. Artikel 59 (hernummerd) Overgangsbepaling 1. De gemeenschappelijke regeling Avres is bij haar oprichting als fusieorganisatie sinds 1 januari 2016 een voortzetting van de gemeenschappelijke regeling “Wvs De Avelingen Groep” en de gemeenschappelijke regeling “Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden”. 2. Met het oog op voortdurende wettelijke, juridische en financiële omstandigheden is de gemeenschappelijke regeling Avres voortgebouwd op de juridische structuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep en is de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden per 1 januari 2016 geliquideerd en heeft vereffening plaatsgevonden. 3.

Op grond van de gemeenschappelijke regeling Avres 2016, is het openbare lichaam gemeenschappelijke regeling Avres, met ingang van 1 januari 2016 in de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechten en plichten van de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard /Vijfheerenlanden getreden, voor wat betreft de in artikel 4, 5 en 6 van de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden omschreven belangen, taken en bevoegdheden. Artikel 60 (hernummerd) Inwerkingtreding

1. De gemeenschappelijke regeling Avres is een 1. De regeling is een voortzetting van de regeling voortzetting van de gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijke regeling Avres 2016”. “Wvs De Avelingen Groep” en de gemeenschap- 2. De voortgezette regeling wordt aangegaan 27

Oude tekst pelijke regeling “Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden” 2. De tekst van de gemeenschappelijke regeling “Wvs De Avelingen Groep” wordt met ingang van 1 januari 2016 ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft ten aanzien van aanvragen voor voorzieningen, uitkeringen en overige verzoeken, ingekomen vóór 1 januari 2016 en waarop na 1 januari 2016 nog geen besluit door de bevoegde organen/ambtenaren is genomen. De tekst van de gemeenschappelijke regeling “Wvs De Avelingen Groep” blijft eveneens van toepassing op besluiten genomen door de bevoegde organen/ambtenaren vóór 1 januari 2016, die na 1 januari 2016 echter nog geen formele rechtskracht bezitten. De tekst van de gemeenschappelijke regeling “Wvs De Avelingen Groep” blijft tevens van toepassing met het oog op vóór 1 januari 2016 opgestarte maar nog niet afgewikkelde (overige) rechtsgedingen. 3. Besluiten genomen door de bevoegde organen van de gemeenschappelijke regeling “Wvs De Avelingen Groep” vóór 1 januari 2016, behouden hun rechtskracht na 1 januari 2016. 4. De gewijzigde regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 januari 2016. 5. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem maakt deze regeling tijdig bekend in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

Artikel 49 Citeertitel

Nieuwe tekst voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 30 juni 2024 . 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem draagt zorg voor tijdige bekendmaking van de regeling in alle deelnemende gemeenten in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad . 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.

Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Avres 2016”.

Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Avres 2024”.

Artikel 61 (hernummerd) Citeertitel

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=2dbdeb5b-8416-4701-921e-f248c9a1071a