Bijlage - Was wordt lijst wijziging gemeenschappelijke regeling Avres
Tekst van het document
Was-wordt lijst wijziging gemeenschappelijke regeling Avres. Bijgaand treft u de was-wordt lijst aan met betrekking tot de voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling. • In de linkerkolom is de tekst van de oude (= nu geldende tekst) opgenomen. In de rechterkolom de nieuw voorgestelde tekst. • Artikelen die grondig zijn gewijzigd zijn volledig weergegeven. Bij artikelen waarin slechts een kleinere wijziging heeft plaatsgevonden is alleen het betreffende artikellid weergegeven. • Wijzigingen die slechts betrekking hebben op aanpassing van artikelnummers, lidnummers of de verwijzingen naar hernummerde/herletterde artikelen of artikelleden zijn niet in deze lijst opgenomen. Oude tekst Considerans:
Nieuwe tekst Considerans:
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd: In aanmerking nemende en overwegende dat: - Samenwerking op het beleidsterrein van werk en inkomen tussen de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden gewenst is; - Deze samenwerking tussen gemeenten tot 1 januari 2016 haar basis heeft gevonden in enerzijds de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep en anderzijds in de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden; - De businesscase van het bureau Berenschot inzichtelijk heeft gemaakt dat in verband met de inwerkingtreding van de Participatiewet samenwerking tussen beide gemeenschappelijke regelingen noodzakelijk en gewenst is; - De raden en de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden naar aanleiding van de businesscase, in het najaar van 2015 hebben besloten, genoemde samenwerking tussen beide gemeenschappelijke regelingen te formaliseren, met name ook omdat hierdoor in de toekomst nog beter vorm gegeven kan worden gegeven aan de opdracht vanuit de gemeenten om de Participatiewet zoveel mogelijk bud-
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd: In aanmerking nemende en overwegende dat: - Samenwerking op het beleidsterrein van werk en inkomen tussen de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden gewenst is; - Deze samenwerking tussen gemeenten tot 1 januari 2016 haar basis heeft gevonden in enerzijds de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep en anderzijds in de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden; - De raden en de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, in verband met de inwerkingtreding van de Participatiewet per 1 januari 2015, in het najaar van 2015 hebben besloten beide gemeenschappelijke regelingen te laten fuseren tot één organisatie; - De fusieorganisatie een juridische basis diende te krijgen in de vorm van een openbaar lichaam met het karakter van een gemeenschappelijke regeling; - Mede vanwege voortdurende wettelijke, juridische en financiële omstandigheden, de gemeenschappelijke regeling voor de nieuwe organisatie diende voort te bouwen op de juridische struc1
Oude tekst gettair neutraal uit te voeren; - De formalisering van de samenwerking het beste tot stand kan worden gebracht door de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep en de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 te laten fuseren tot één nieuwe organisatie; - De fusieorganisatie een juridische basis dient te krijgen in de vorm van een openbaar lichaam met het karakter van een gemeenschappelijke regeling; - Mede vanwege voortdurende wettelijke, juridische en financiële omstandigheden de gemeenschappelijke regeling voor de nieuwe organisatie dient voort te bouwen op de juridische structuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep; - Met het oog op het voortbouwen op genoemde juridische structuur, de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 moet worden gewijzigd; - De nieuwe naam van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 zal komen te luiden: “Gemeenschappelijke regeling Avres”; - De gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 zal worden opgeheven en in liquidatie zal worden gebracht; - Alle rechten en plichten
vanuit de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 zullen overgaan naar de gemeenschappelijke regeling Avres; - De gemeenschappelijke regeling Avres zal worden belast met de uitvoering van taken en bevoegdheden op grond van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet gemeentelijke schulddienstverlening, de Wet Inburgering, alsmede met de uitvoering van ta-
Nieuwe tekst tuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep; - Met het oog op het voortbouwen op genoemde juridische structuur, de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 is gewijzigd; - De nieuwe naam van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 luidt: “Gemeenschappelijke regeling Avres”; - De gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 is opgeheven en is geliquideerd; - Alle rechten en plichten vanuit de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 zijn overgaan naar de gemeenschappelijke regeling Avres; - De gemeenschappelijke regeling Avres is belast met de uitvoering van taken en bevoegdheden op grond van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet gemeentelijke schulddienstverlening, alsmede met de uitvoering van taken en bevoegdheden die behoren bij een (gemeentelijke) kredietbank; - Met ingang van 1 januari
2015 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden, welke is gevolgd door een nieuwe wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen die in werking is getreden op 1 juli 2022, waarbij gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid is geboden om de regeling tot uiterlijk 1 juli 2024 in overeenstemming te brengen met de wet; - Het in overeenstemming brengen met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling ingaande 1 juli 2022, leidt tot de vijfde wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres.
2
Oude tekst Nieuwe tekst ken en bevoegdheden die behoren bij een (gemeentelijke) kredietbank; - Met ingang van 1 januari 2015 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden; - Gemeenschappelijke regelingen in overeenstemming moeten worden gebracht met de gewijzigde tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 1, sub j t/m m. Definities Artikel 1, sub j t/m l. Definities j. Directeur: de door het algemeen bestuur benoemde directeur van het openbaar lichaam. k. WSW-werknemer: WSW-geïndiceerde medewerkers in dienst van het openbaar lichaam. l. Personeel: Personeel in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij het openbaar lichaam m. Ambtenaren: Ambtelijk personeel in openbare dienst aangesteld bij het openbaar lichaam.
Artikel 3 Belang/doelstelling Het openbaar lichaam behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemers op het gebied van uitkeringsverstrekking, gesubsidieerde arbeid, arbeidsintegratie en -participatie, sociale activering, schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, inburgering en kinderopvang in het kader van sociaal medische indicatie. Het draagt zorg voor een zo doelmatige mogelijke uitvoering van taken en uitoefening van bevoegdheden op de voornoemde terreinen
j. Directeur: de door het dagelijks bestuur benoemde directeur van het openbaar lichaam. k. Personeel: Ambtelijk personeel in openbare dienst aangesteld bij het openbaar lichaam en medewerkers in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij het openbaar lichaam, danwel medewerkers in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij een van de direct aan Avres gelieerde privaatrechtelijke rechtspersonen. l. Cliëntenraad: De cliëntenraad van Avres ingesteld op grond van artikel 47 van de Participatiewet. Artikel 3 Belang/doelstelling
Artikel 4 De taken van het openbaar lichaam
Het openbaar lichaam behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemers op het gebied van uitkeringsverstrekking (waaronder het minimabeleid), gesubsidieerde arbeid, arbeids(re)integratie en participatie, sociale activering, schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, kinderopvang in het kader van sociaal medische indicatie en overige van belang zijnde aspecten op het beleidsterrein van werk en inkomen. Het draagt zorg voor een zo doelmatige mogelijke uitvoering van taken en uitoefening van bevoegdheden op de voornoemde terreinen. Artikel 4 De taken van het openbaar lichaam
Eerste lid, onder d. eerste gedachtestreepje: Het verlenen van hulp aan burgers die door hun schuldenlast in maatschappelijke problemen zijn of kunnen komen, door het verrichten van bemiddelende, sanerende en voorlichtende activiteiten; Eerste lid onder e. Het verstrekken van inburgeringsvoorzieningen,
Eerste lid, onder d. eerste gedachtestreepje: Het verlenen van hulp aan burgers die door hun schuldenlast in maatschappelijke problemen zijn of kunnen komen, door het verrichten van bemiddelende, sanerende, voorlichtende en nazorg activiteiten; Eerste lid onder e. Is komen te vervallen (Dienstverlening en onder3
Oude tekst op grond van, krachtens of in het kader van de Wet inburgering; Tweede lid: Het openbaar lichaam heeft mede een taak met betrekking tot een deel van de opvang en verzorging van slachtoffers in het kader van de (regionale) rampenbestrijdingsplannen van de deelnemende gemeenten, waarbij de gemeente Vijfheerenlanden is uitgezonderd. Met het oog op de taak van het openbaar lichaam in het kader van de rampenbestrijding maken het openbaar lichaam en de betrokken gemeenten daartoe nadere afspraken. Artikel 5 Overdracht van taken en bevoegdheden, eerste lid
Nieuwe tekst steuning gebeurt op grond van P-wet of via een DVO) Tweede lid: Het openbaar lichaam heeft mede een taak met betrekking tot een deel van de opvang en verzorging van slachtoffers in het kader van de (regionale) rampenbestrijdingsplannen van de deelnemende gemeenten Met het oog op de taak van het openbaar lichaam in het kader van de rampenbestrijding maken het openbaar lichaam en de betrokken gemeenten daartoe nadere afspraken.
Alle taken en alle bevoegdheden die bij of krachtens de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften, aan de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn opgedragen, inclusief het vaststellen van verordeningen, die op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet inburgering en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften aan de raden of colleges van de deelnemende gemeenten toekomen, danwel inclusief de planverplichting die op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aan de raden van de deelnemende gemeenten toekomt, worden, voor zover de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering en de
daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften het toelaat, aan Avres overgedragen.
Alle taken en alle bevoegdheden die bij of krachtens de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften, aan de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn opgedragen, inclusief het vaststellen van verordeningen, die op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften aan de raden of colleges van de deelnemende gemeenten toekomen, danwel inclusief de planverplichting die op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aan de raden van de deelnemende gemeenten toekomt, worden, voor zover de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering en de daarbij behorende of aanverwante algemeen
verbindende voorschriften het toelaat, aan Avres overgedragen.
Artikel 5 Overdracht van taken en bevoegdheden, eerste lid
4
Oude tekst Artikel 6 Meerjarenbeleidsplan In afwijking van het bepaalde in artikel 5 eerste, tweede en derde lid, wordt het meerjarenbeleidsplan van Avres vastgesteld door de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 7 Dienstverlening, tweede lid
Nieuwe tekst Artikel 6 Meerjarenbeleidsplan Ieder tweede jaar van de (reguliere) zittingsperiode van de gemeenteraden, ontwikkelt het dagelijks bestuur van Avres een concept meerjarenbeleidsplan. 2. Na bespreking van het conceptmeerjarenbeleidsplan in het algemeen bestuur, waarbij een gevraagd advies van de cliëntenraad wordt betrokken, geleidt het dagelijks bestuur het concept-meerjarenbeleidsplan ter vaststelling - dit in afwijking van het bepaalde in artikel 5 eerste, tweede en derde lid van deze regeling door naar de raden en colleges. Iedere deelnemer kan bij de vaststelling van het meerjarenbeleidsplan lokale beleidsaccenten aanbrengen. Artikel 7 Dienstverlening, tweede lid
De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt in principe op basis van overeenkomst, tussen het openbaar lichaam en de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel organisaties die het aangaat. In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties het openbaar lichaam zal leveren, de kosten die bij de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel andere organisaties in rekening worden gebracht, en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 8 organen, onderdeel d.
De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt op basis van overeenkomst, tussen het openbaar lichaam en de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel organisaties die het aangaat. In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties het openbaar lichaam zal leveren, de kosten die bij de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel andere organisaties in rekening worden gebracht, en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 8 organen, onderdeel d.
De door het bestuur ingestelde commissies op grond van artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 9 Samenstelling, lid 9
De door het bestuur ingestelde bestuurscommissies ter behartiging van bepaalde belangen, ook wel bestuurscommissies genoemd. Artikel 9 Samenstelling, lid 9
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der gemeenten, dan wel door of vanwege het bestuur van Avres aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die bij één der gemeenten dan wel bij Avres werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der gemeenten, dan wel door of vanwege het bestuur van Avres aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die bij één der gemeenten of bij Avres werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, danwel die door één der gemeenten of Avres worden ingehuurd als freelancer of als zelfstandige zonder personeel om werkzaamheden te verrichten Artikel 10 Werkwijze. (Ingevoegd nieuw tweede 5
Artikel 10 Werkwijze.
Oude tekst Ontbreekt in de oude tekst
Artikel 11 Taken en bevoegdheden Tweede lid, onderdeel f Het bij verordening vaststellen van regels, als bedoeld in artikel 8 van de Wet inburgering; Derde lid Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van hetgeen is bepaald in artikel 11, lid 2, sub b. t/m h. van deze regeling, zendt het dagelijks bestuur acht weken voordat de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende concept-nota aan het al- gemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, deze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde acht weken hun zienswijzen over de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Nieuwe tekst en derde lid) 2. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid van digitaal vergaderen. 3. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid voor ingezetenen en andere belanghebbenden hun mening kenbaar te maken over een voorstel op de agenda van het algemeen bestuur. Artikel 11 Taken en bevoegdheden Tweede lid, onderdeel f is komen te vervallen.
Artikel 12 Oprichten en deelname in privaatrechtelijke organisaties, lid 2
Geherformuleerd in drie nieuwe artikelleden: 3. Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van hetgeen is bepaald in artikel 11, lid 2, sub b. t/m g. van deze regeling, zendt het dagelijks bestuur tien weken voordat de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, deze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde tien weken schriftelijk hun zienswijzen over de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. 4. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is door het algemeen bestuur, stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze als bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het dagelijks bestuur daaraan verbindt. 5. Tegelijkertijd met het verzoek om een zienswijze bij de raden, vraagt het dagelijks bestuur om advies bij de cliëntenraad van Avres, over de onderwerpen zoals bepaald in lid 2, met uitzondering van sub e. Lid 3 en lid 4 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 Oprichten en deelname in privaatrechtelijke organisaties, lid 2
Het algemeen bestuur van Avres oefent alle rechten uit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Avelingen Personeelsdetacheringen BV, danwel haar rechtsopvolger, hetgeen ook geldt voor mogelijk toekomstig door
Het algemeen bestuur van Avres oefent alle rechten uit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Avres Diensten BV en Avres SW BV, danwel haar rechtsvoorganger(s), hetgeen ook geldt, tenzij anders is bepaald in de 6
Oude tekst Avres op te richten rechtspersonen. Artikel 14 Geheimhouding Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 15 Samenstelling
Artikel 18 Taken en bevoegdheden
Lid 1, onderdeel i. Het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren, met uitzondering van de directeur; Lid 4, onderdeel c. Het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris; Artikel 20 Taken en bevoegdheden van de voorzitter
Nieuwe tekst statuten, voor mogelijk toekomstig door Avres op te richten rechtspersonen. Artikel 14 Geheimhouding Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 15 Samenstelling (ingevoegd nieuw tweede lid) Iedere deelnemer is met één lid vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur. Artikel 18 Taken en bevoegdheden Ingevoegd een nieuw onderdeel e. in lid 1, onder herlettering van de overige onderdelen. Het vrijgeven van voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur voor zienswijzen, bedenkingen of reacties door colleges, respectievelijk de raden, danwel voor advies door de cliëntenraad, indien wetgeving of deze regeling voorschrijft dat colleges, respectievelijk de raden, danwel de cliëntenraad daartoe gelegenheid moeten hebben of het bestuur dat nodig acht; Lid 1, onderdeel j (herletterd) Het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel. Is komen te vervallen. Artikel 20 Taken en bevoegdheden van de voorzitter Ingevoegd een nieuw vierde lid.
De voorzitter kan de vertegenwoordiging aan de vicevoorzitter of de tweede vicevoorzitter, dan wel, met instemming van het dagelijks bestuur, een andere gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen Avres en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter of de tweede vicevoorzitter. Artikel 21 Regionale raadsadviescommissie 7
Oude tekst
Artikel 22a Auditcommisie 1. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in, genaamd auditcommissie, die het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd adviseert met betrekking tot financiële aangelegenheden. 2. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden en de werkwijze van de auditcommissie verder wordt uitgewerkt.
Nieuwe tekst (nieuw artikel) 1. Na een besluit van de raden van de deelnemende gemeenten eensluidend ter zake, stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en/of de raden van advies kan voorzien. 2. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de raadsadviescommissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid of leden aan te wijzen. 4. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen. 5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. 6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.
De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welk het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 22a is komen te vervallen
Artikel 24 Burgerparticipatie (nieuw artikel) 8
Oude tekst
Artikel 23 Dagelijks bestuur / algemeen bestuur
3. Het algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. 4. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen.
Artikel 24 Avres / raden
Nieuwe tekst 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover in deze regeling of door het algemeen bestuur is bepaald. 2. De door het algemeen bestuur op grond van artikel 47 van de Participatiewet ingestelde clientenraad is in ieder geval een van de vormen waarmee invulling wordt gegeven aan burgerparticipatie. Artikel 25 (hernummerd) Dagelijks bestuur / algemeen bestuur 3. Onverminderd het bepaalde in de Wet open overheid regelt het algemeen bestuur van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel 26 (hernummerd) Avres / raden
1. Het algemeen bestuur van Avres verstrekt schriftelijk aan de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. 2. De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt.
1. Het bestuur van Avres verstrekt zo spoedig mogelijk, schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. 2. De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. 3. Het bestuur van Avres verstrekt schriftelijk aan de colleges en raden alle inlichtingen die de colleges en de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Artikel 25 Lid algemeen bestuur / raden, vierde Artikel 27 (hernummerd) Lid algemeen bestuur / lid raden 9
Oude tekst
Nieuwe tekst
Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid Artikel 26 Informatievoorziening
Het vierde lid is komen te vervallen.
1. Met het oog op het versterken van de relatie tussen de deelnemers en het openbaar lichaam en het borgen van de verantwoordingsrelatie tussen de leden van het algemeen bestuur en de deelnemers die zij vertegenwoordigen, voorziet het algemeen bestuur van het openbaar lichaam de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten periodiek van informatie. 2. De in het eerste lid bedoelde informatievoorziening bestaat in ieder geval uit: - Het jaarlijks organiseren van twee themaavonden; - Het jaarlijks periodiek verstrekken van bestuurs- en financiële rapportages; en - Het jaarlijks verstrekken van twee raadsinformatiebrieven.
1. Met het oog op het versterken van de relatie tussen de deelnemers en het openbaar lichaam en het borgen van de verantwoordingsrelatie tussen de leden van het algemeen bestuur en de deelnemers die zij vertegenwoordigen, voorziet het algemeen bestuur van Avres de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten periodiek van informatie. 2. De in het eerste lid bedoelde informatievoorziening bestaat in ieder geval uit: - Het jaarlijks organiseren van een tot twee thema-avonden; - Het jaarlijks periodiek verstrekken van bestuurs- en financiële rapportages; en - Het jaarlijks verstrekken van twee tot vier raadsinformatiebrieven. 3. Het dagelijks bestuur draagt zorg dat uiterlijk één week voor de vergadering van het algemeen bestuur de agenda en bijbehorende stukken en de verslagen en besluitenlijsten van het algemeen bestuur worden gepubliceerd op de website van Avres. Artikel 29 (hernummerd) (De taken en bevoegdheden van) de secretaris/directeur, achtste lid.
Artikel 27 De taken en bevoegdheden van de secretaris/directeur, achtste lid.
Artikel 28 (hernummerd) Informatievoorziening
Het dagelijks bestuur kan besluiten bepaalde bevoegdheden die de directeur toekomen, ook in mandaat - en onder handhaving van de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur - te verlenen aan derden. Artikel 29 Het personeel, tweede lid
Het dagelijks bestuur kan besluiten bepaalde bevoegdheden die de directeur toekomen, ook in (onder)mandaat - en onder handhaving van de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur - te verlenen aan derden. Artikel 30 (hernummerd) Het personeel, tweede lid
Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel en de directeur. Artikel 30 Voorlopige jaarrekening en financiële kaders
Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur en het personeel. Artikel 31 (hernummerd) Voorlopige jaarrekening en financiële kaders
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeen-
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 10
Oude tekst ten. 2. De raden van de deelnemende gemeenten worden gedurende acht weken na ontvangst van de voorlopige jaarrekening, in de gelegenheid gesteld daarop hun zienswijze kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpjaarrekening als bedoeld in artikel 32, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Artikel 31 Begroting
Nieuwe tekst
1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam op in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient, overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 6.
Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen
1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam op in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient, overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen, minimaal twaalf weken, voordat deze door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 3. De ontwerpbegroting en -begrotingswijziging wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de(ze) zienswijze is vervat, samen met het oordeel hierover en de conclusies die het daaraan verbindt, bij de ontwerpbegroting, zoals deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur worden aangeboden. 6.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. 7. Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting met de daarbij behorende zienswijzen, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten
(Het tweede lid is verwerkt in artikel 33 “Rekening).
Artikel 32 (hernummerd) Begroting
11
Oude tekst van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de deelnemers, buiten de vastgestelde gemeentebegrotingen.
Artikel 32 Rekening 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerpjaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt, toe aan gedeputeerde staten en de raden.
Nieuwe tekst hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9. Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 10. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een wijziging in de bijdragen van de deelnemers buiten de vastgestelde gemeentebegrotingen, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur. 11. Tegelijkertijd met het toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten van de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen, om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze uit te brengen, verzoekt het dagelijks bestuur de cliëntenraad advies uit te brengen over de ontwerpbegroting respectievelijk de ontwerpbegrotingswijziging. Het tweede, vierde, vijfde en het tiende lid van dit artikel zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Artikel 33 (hernummerd) Rekening 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de voorlopige jaarrekening, als bedoeld in artikel 31, met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2.
Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag tien weken, voordat deze door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken 3. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de(ze) zienswijze is vervat, samen met het oordeel hierover en de conclusies die het daaraan verbindt, bij de voorlopige jaarrekening, zoals deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en 12
Oude tekst
Artikel 35 Bijdragen deelnemers, toerekening kosten, financiële verdeelsleutel, vijfde lid.
Nieuwe tekst het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 6. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt, toe aan gedeputeerde staten en de raden. 7. Tegelijkertijd met het toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten van de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag, om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze uit te brengen, verzoekt het dagelijks bestuur de cliëntenraad advies uit te brengen over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag. Het tweede tot en met het derde lid zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Artikel 36 (hernummerd) Bijdragen deelnemers, toerekening kosten, financiële verdeelsleutel, vijfde lid.
De financiële verdeelsleutel als bedoeld in het vierde lid wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen bestuur. Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van de financiële verdeelsleutel, zendt het dagelijks bestuur, acht weken voordat het ontwerp van de financiële verdeelsleutel aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, het ontwerp van de financiële verdeelsleutel toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde acht weken hun zienswijze over het ontwerp van de financiële verdeelsleutel bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerp van de financiële verdeelsleutel, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Artikel 38 Het archief, zesde lid
De financiële verdeelsleutel als bedoeld in het vierde lid wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen bestuur. Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van de financiële verdeelsleutel, zendt het dagelijks bestuur, tien weken voordat het ontwerp van de financiële verdeelsleutel aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, het ontwerp van de financiële verdeelsleutel toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde tien weken hun zienswijze over het ontwerp van de financiële verdeelsleutel bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerp van de financiële verdeelsleutel, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Artikel 39 (hernummerd) Archiefbescheiden en archiefbewaarplaats zesde lid en zevende en achtste lid (= nieuw)
6. Na uittreding door een deelnemer, danwel opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden van de deelnemende gemeente, respectievelijk het openbaar lichaam, althans voor zover de archiefbescheiden niet noodzakelijk zijn voor de continuering van de dienstverlening en ondersteuning door
6. Na uittreding door een deelnemer, danwel opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden van de deelnemende gemeente, respectievelijk het openbaar lichaam, althans voor zover de archiefbescheiden niet noodzakelijk zijn voor de continuering van de dienstverlening en ondersteuning door 13
Oude tekst de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Indien archiefbescheiden wel noodzakelijk zijn voor continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), vindt de overdracht hiervan plaats aan de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n). Overdracht van archiefbescheiden kan ook plaatsvinden aan een door de (voormalig(e)) gemeente(n) aan te wijzen derde, echter niet nadat hiertoe eerst door de (voormalig(e)) gemeente(n) schriftelijke toestemming is verleend.
Artikel 39 Toetreding
Nieuwe tekst de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Indien archiefbescheiden wel noodzakelijk zijn voor continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), vindt de overdracht hiervan plaats aan de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n). Overdracht van archiefbescheiden kan ook plaatsvinden aan een door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) aan te wijzen derde, echter niet nadat hiertoe eerst door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) schriftelijke toestemming is verleend. 7. De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet 1995 gesteld voor gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing op Avres, tenzij in dit hoofdstuk anders is voorzien. Waar in die bepalingen gesproken wordt over de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, wordt daarvoor respectievelijk in de plaats gesteld Avres, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. 8. Zodra het wetsvoorstel tot vervanging van de Archiefwet 1995 door de Archiefwet 2021 tot wet is verheven, worden verwijzingen naar de Archiefwet 1995 geacht te zijn gedaan naar overeenkomstige bepalingen van de Archiefwet 2021. Artikel 40 (Hernummerd) Toetreding
1. De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richten een verzoek ter zake aan het algemeen bestuur, dat vergezeld gaat met de besluiten van de raad en het college van de gemeente die wenst toe te treden. 2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding. 3. Toetreding tot de regeling door een andere gemeente kan plaatsvinden indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders daartoe eensluidend besluiten. 4. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden.
1. De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richten een verzoek ter zake aan het algemeen bestuur, dat vergezeld gaat met daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de raad en het college van de gemeente die wenst toe te treden. 2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding. 3. Toetreding tot de regeling door een andere gemeente kan plaatsvinden indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten gezamenlijk daartoe eensluidend besluiten. 14
Oude tekst 5. De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het gezamenlijke besluit, bedoeld in het derde lid. 6. De raad van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk na het gezamenlijke besluit bedoeld in het derde lid, over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het algemeen bestuur. 7. Het besluit tot toetreding wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten.
Nieuwe tekst 4. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden, waaronder een storting door de toetredende gemeente van een financieel kapitaal in de reserve(s) van Avres, de betaling door de toetredende gemeente van een vergoeding voor de kosten die gepaard gaan met de feitelijke invlechting in Avres; en de betaling van de jaarlijkse bijdragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de regeling 5. De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het gezamenlijke eensluidende besluit, bedoeld in het derde lid. 6. De raad van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk na het gezamenlijke eensluidende besluit als bedoeld in het derde lid, over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het algemeen bestuur. 7. Het besluit tot toetreding wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten. De artikelen 41 t/m 47 zijn nieuw opgenomen. Avres had al een gecombineerde uittredings/opheffingsregeling. De wet verplicht inmiddels dat dergelijke bepalingen niet meer in een nadere regeling opgenomen mogen worden, maar direct onderdeel moeten uitmaken van de tekst van de GR.
De bepalingen uit de gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling zijn inhoudelijk overgeheveld naar de artikelen 41 t/m 47, waarbij omwille van de leesbaarheid op een aantal punten wel een nadere structurering heeft plaatsgevonden.
Artikel 40 Uittreding
Artikel 41 Aanvang uittredingsprocedure
1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de raad en het college van burgemeester en wethouders. 2. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding van een deelnemer aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 3. De algemene uitgangspunten en voorwaarden met het oog op de uittreding door een deelnemer worden geregeld in een uittredings/opheffingsregeling. 4. De uittredings-/opheffingsregeling als bedoeld in het derde lid, wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen be-
1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende eensluidende besluiten van de raad en het college van burgemeester en wethouders. 2. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding van een deelnemer na ontvangst aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 3. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur de besluiten heeft ontvangen. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, vindt de uittreding niet eerder plaats dan op 31 december te 24:00 uur van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van de beslui15
Oude tekst stuur. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor de uittredings-/opheffingsregeling ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor de uittredings-/opheffingsregeling toe aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. De colleges en raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel voor de uittredings-/opheffingsregeling bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor de uittredings-/opheffingsregeling dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 5. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur de besluiten van de uittredende raad en het uittredende college van burgemeester en wethouders als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen. 6. Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, met in achtneming van de uittredings-/opheffingsregeling, een uitbreidingsplan vast. In het uittredingsplan worden de specifieke condities, waaronder de financiële gevolgen van uittreding geregeld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op evenwichtige wijze worden afgewogen.
Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur het voorstel voor het uittredingsplan aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. De colleges en raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na verzending van het voorstel hun zienswijzen over het voorstel voor het uittredingsplan bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor het uittredingsplan dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 7. Met het oog op het regelen van de inhoud van het uittredingsplan, als bedoeld in het zesde lid, kunnen de uittredende deelnemer en het algemeen bestuur van Avres gezamenlijk besluiten om advies te vragen aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van een externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer.
Nieuwe tekst ten tot uittreding in kennis is gesteld, tevens zijnde op 1 januari te 00:00 uur van het derde kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van de besluiten tot uittreding in kennis is gesteld. 4. Het dagelijks bestuur inventariseert in opdracht van het algemeen bestuur de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan en moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. 5. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 6. Indien het algemeen bestuur, op basis van een rapportage vanuit het dagelijks bestuur, constateert dat de besluiten tot uittreding van een raad en college en de gevolgen daarvan de vraag oproepen of continuering van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling Avres redelijkerwijs nog wel mogelijk is, doet zij de colleges en de raden van de deelnemers een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres, als bedoeld in artikel 49, eerste lid gemeenschappelijke regeling Avres. 7.
Indien een van de deelnemers uittredingsbesluiten neemt, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en er door ter minste één ander college van de overige deelnemers, alsmede door de raad van diezelfde deelnemer, gedurende de effectueringsperiode van de eerst ontvangen uittredingsbesluiten, ook besluiten tot uittreding worden genomen, danwel besluiten worden genomen houdende een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres, vindt opheffing van de regeling plaats. De besluiten tot uittreding van beide deelnemers, danwel de besluiten tot uittreding samen met de besluiten houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, worden alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. Een besluitvormingsproces als bedoeld in het derde lid van artikel 49 blijft in dat geval achterwege. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk over de ontstane situatie. 8. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 9. Het algemeen bestuur zendt een afschrift van 16
Oude tekst 8. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, vindt de uittreding niet eerder plaats dan op 31 december te 24.00 uur van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van de besluiten tot uittreding in kennis is gesteld. 9. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 10. Het besluit tot uittreding wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten.
Nieuwe tekst het ontvangen besluit tot uittreding naar het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid Holland. Artikel 42 Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Na ontvangst van het in het eerste lid van artikel 41 bedoelde besluiten, stelt het dagelijks bestuur - mede op basis van de inventarisatie als bedoeld in artikel 41 vierde lid en met in achtneming van de bepalingen in hoofdstuk 13 van deze regeling - in opdracht van het algemeen bestuur een concept uittredingsplan op. 2. Het concept uittredingsplan bevat de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam, resulterend in de calculatie van de concept uittreedsom en houdt verder in de uitwerking van de voorwaarden waaronder de uittreding kan plaatsvinden en andere aspecten die het gevolg zijn van de uittreding. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het concept uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen, die in opdracht van het dagelijks bestuur het opstellen van een conceptuittredingsplan voorbereid. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 4.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de GR Avres. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Tenminste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het concept uittredingsplan met daarin de concept uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert (de berekening van) de concept uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. Het concept 17
Oude tekst
Nieuwe tekst uittredingsplan wordt vervolgens ter zienswijze aangeboden aan de gemeenten, waarbij de raden en colleges gedurende tien weken in de gelegenheid worden gesteld om hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het concept uittredingsplan kenbaar te maken aan het algemeen bestuur. Na ontvangst van de zienswijzen stelt het algemeen bestuur het definitieve uittredingsplan vast - waarbij het algemeen bestuur de uitkomsten van de ontvangen zienswijzen betrekt -, met daarin opgenomen de concept uittreedsom, dit laatste onder verwijzing van het bepaalde in het zevende lid van dit artikel. 6. Alvorens het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen aanbiedt aan de gemeenteraden en de colleges, stelt het dagelijks bestuur de ondernemingsraad van Avres in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan, conform de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Met de inhoud van dit advies wordt rekening gehouden bij het opstellen van het concept uittredingsplan.
Indien het dagelijks bestuur tijdens het opstellen van het concept uittredingsplan vaststelt dat de uittreding een verlies van 20 of meer arbeidsplaatsen tot gevolg heeft of kan hebben, treedt het dagelijks bestuur in overleg met de bij de sector betrokken vakbonden om te bepalen of het opstellen van een sociaal plan noodzakelijk is. De conclusies van dit overleg worden alsdan opgenomen in het voorstel waarmee het algemeen bestuur het concept uittredingsplan ter zienswijze aanbiedt aan de gemeenteraden en de colleges. 7. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding, zijnde het jaar T-1 per 1 januari 00:00 uur, als bedoeld in artikel 41, derde lid. 8. Het algemeen bestuur biedt de uittredende deelnemer de keuze om de definitieve uitstroom som te betalen in een aantal termijnen of om de definitieve uittreedsom in een keer te betalen. Deze keuze wordt opgenomen in het besluit van het algemeen bestuur tot vaststelling van de definitieve uittreedsom, als bedoeld in het ze18
Oude tekst
Nieuwe tekst vende lid. Artikel 43 Berekening van de te vergoeden kosten 1. De berekening en de vaststelling van de voorlopige, respectievelijk de berekening en de vaststelling van de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten die de uittredende deelnemer toekomen. Bij de berekening van de frictiekosten en de desintegratiekosten worden de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting in acht genomen. 2. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 3. Onder frictiekosten, wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 4. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s inbegrepen, zowel ontstaan als direct gevolg van de uittreding, als ontstaan als direct gevolg van de uittreding binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding. 5.
Onder baten wordt in ieder geval verstaan het financiële aandeel van de uittredende deelnemer in het vermogen/de reserves van het openbaar lichaam, waarbij het aandeel is gebaseerd op de financiële verdeelsleutel bedrijfsvoering. Na uittreding en (eventuele) uitbetaling van / verrekening met het aandeel in het vermogen / de reserves aan / ten behoeve van de uittredende deelnemer, bepaalt het algemeen bestuur voor de achterblijvende deelnemers de nieuwe omvang van het vermogen / de reserves onder gelijktijdige vaststelling van een nieuwe verdeelsleutel. Artikel 36, vijfde lid is daarbij van overeenkomstige toepassing. 6. De afbouw binnen het openbaar lichaam van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s 19