Bijlage 9 Vragendocument participatieproces windverkenning_1
Tekst van het document
Windverkenning RES Alblasserwaard Beantwoording van de vragen gesteld tijdens het participatieproces
Uitvoeringsteam RES Alblasserwaard 5 juni 2024
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Inhoudsopgave Inleiding
3
Uitgangspunten en normen
4
Kennisvragen en onderzoek
9
Besluitvorming
15
Rol provincie
18
RES-opgave
20
Avelingen
25
Commerciële belangen en profijt inwoners 27 Participatie-aanpak
30
Zoekgebieden
39
Locatie J
39
Locatie K
40
Locatie L2
41
Locatie O
41
Locatie S
42
P2
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Inleiding Tijdens het participatieproces zijn veel vragen gesteld aan de ambtelijke RES-organisatie. Deze vragen, en de antwoorden, zijn opgenomen in dit groeidocument. Een groeidocument, omdat het gedurende het proces steeds is aangevuld met nieuwe vragen en bijbehorende antwoorden. De vragen in dit document zijn beantwoord door het ambtelijke team van de windverkenning RES Alblasserwaard, andere ambtenaren van beide gemeenten, ambtenaren van de provincie Zuid-Holland, Public Mediation, Populytics en Arcadis.
Betekenis kleuren
Op 4 en 5 maart en 8 april 2024 zijn door de gemeente Molenlanden en de gemeente Gorinchem bijeenkomsten georganiseerd voor de werkgroepen en de klankbordgroep die een actieve rol speelden in het participatieproces. Tijdens deze bijeenkomsten zijn veel vragen gesteld. De eerste versie van dit document is gemaakt na deze bijeenkomsten van 4 en 5 maart. De vragen en antwoorden uit deze versie zijn zwart gedrukt in dit document. De vragen die tijdens een extra bijeenkomst van de werkgroepen en de klankbordgroep op 8 april zijn gesteld, zijn ingevoegd in dit document. Ook enkele vragen die ons in deze periode via de email bereikt hebben zijn toegevoegd. Er is toen een tweede versie gepubliceerd (12 april). Alle vragen en antwoorden die nieuw waren in deze tweede versie zijn in blauw weergegeven. Na het verschijnen van de tweede versie hebben ons nieuwe vragen bereikt. Deze nieuwe vragen en antwoorden zijn in paars weergegeven.
Categorieën
Voor de overzichtelijkheid zijn vragen en antwoorden die gaan over hetzelfde onderwerp bij elkaar gezet. Zo wordt stilgestaan bij de volgende onderwerpen: -
-
Uitgangspunten en normen Kennisvragen en onderzoek Besluitvorming Rol provincie RES-opgave Avelingen Commerciële belangen en profijt inwoners Participatie-aanpak Zoekgebieden
P3
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Uitgangspunten en normen 1. Wat zijn de randvoorwaarden geweest bij de keuzes voor locaties? • Hoe is de longlist tot stand gekomen? • Hoe is de shortlist vastgesteld? (Denk aan criteria) De gemeenteraden van Molenlanden en Gorinchem hebben tot nu gezamenlijk het politieke proces van de windverkenning doorlopen. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau is er ook samenwerking met de overige partners in de Regionale Energiestrategie (RES) Alblasserwaard: provincie Zuid-Holland en waterschap Rivierenland. Als eerste stap in de windverkenning zijn in mei 2023 door beide gemeenteraden voor de verkenning vastgesteld in mei 2023 uitgangspunten voor de windverkenning vastgesteld. Vervolgens is er in opdracht van de overheden een technisch onderzoek uitgevoerd door ingenieurs- en adviesbureau Arcadis naar de technische ruimtelijke belemmeringen voor nieuwe windparken in de Alblasserwaard. De technische belemmeringen die in dit onderzoek zijn meegenomen zijn: geluid (47 dB Lden maar ook de 45 dB Lden contour), Natura 2000, luchtvaart, externe veiligheid, infrastructuur en werelderfgoed (kerngebied). Het resultaat van dit onderzoek was een kaart met 22 mogelijke locaties voor windparken van verschillende vormen en groottes. Deze lijst hebben we de longlist genoemd.
In de volgende stap zijn de gemeentelijke uitgangspunten, het provinciale beleid en gebiedskennis van betrokken ambtenaren als filter gebruikt om van deze longlist tot de huidige shortlist van zes mogelijke windlocaties te komen. Gelet op de gestelde windopgave vanuit RES 1.0 (562 TJ aan windenergie) zijn 6 tot 10 nieuwe grote windturbines nodig. Bij de bepaling van de hoeveelheid shortlistlocaties is gewerkt met een zekere overmaat aan locaties omdat gaandeweg het verkenningentraject locaties om diverse redenen nog af kunnen vallen of ingeperkt kunnen worden. De gehanteerde criteria voor de stap van longlist naar shortlist zijn: landschap/ algemene (ruimtelijke) kenmerken, cultuurhistorie, verwachte elektriciteitsproductie, natuur, businesscase (afstand tot onderstation), relatie met top 5 uit de inwonersenquête van augustus/september 2023, andere huidige of toekomstige ruimtevragers. Later in het verkennings- en vergunningsproces worden meer technische aspecten op locatieniveau onderzocht. Denk bijvoorbeeld aan impact op natuur, erfgoed, defensieradar, etc. om de haalbaarheid van specifieke locaties definitief te kunnen
P4
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
bepalen. Een deel van deze onderzoeken kan pas later in het proces worden uitgevoerd, omdat hiervoor concrete opstellingen of opstellingsvarianten van windturbines in een zoekgebied nodig zijn. Die zijn er nu nog niet.
2. Zijn de normen van de 'gentlemans agreement’ (geen slagschaduw op woningen) m.b.t. de slagschaduw ook toegepast op deze zoeklocaties? Nee nog niet. Het stellen van regels op dit aspect komt pas aan de orde in de fase van vergunningverlening, als precies bekend is waar, binnen welke shortlistlocatie, specifieke windturbines worden voorzien. Op het moment dat er vergunningsaanvragen aan de orde zijn (waarschijnlijk op zijn vroegst in 2026), dan zijn er waarschijnlijk ook weer landelijke milieuregels voor grootschalige windturbines van kracht, waaronder ook voor slagschaduw. De voormalige norm was maximaal 6 uur slagschaduw op woningen op jaarbasis. Deze landelijke regels zijn er nu momenteel niet. Slagschaduwregels kunnen wel worden gesteld door de provincie of, als gedelegeerd door de provincie, door een gemeente. 3. De landelijk norm voor de geluidshinder wordt mogelijk bijgesteld naar 45 dB Lden. Is daarmee rekening gehouden bij deze voorgestelde zoekgebieden? In de huidige windverkenning is al geanticipeerd op de mogelijke bijstelling van de landelijke milieuregels voor windparken naar 45 Lden (jaargemiddelde norm). 4. Is het geluid op de grond gemeten? Geluidberekeningen worden gedaan op de gevels van woningen. Bij hoogbouw worden berekeningen uitgevoerd op verschillende hoogtes van de hoogbouw. 5.
Zijn standpunten (waarden, normen en visie over de toekomst van Molenlanden) ook meegenomen? En waar komt dit dan tot uiting in de opties die nu voorhanden zijn? (Valt me op dat de gemeente drukdoende is met het hoge kruispunt (vlak M.) met de zorg voor de vleermuizen populatie. Maar anderzijds is deze zorg vervlogen als het over het energievraagstuk gaat). De weging van politieke standpunten en beleidsuitgangspunten binnen en tussen de mogelijke windlocaties zijn meegenomen bij de stap om te komen van de longlist van 22 mogelijke windlocaties naar de shortlist van 6 mogelijke windlocaties. Zie het eerste antwoord en de link ‘shortlist van zes mogelijke windlocaties’. Op alle 22 locaties spelen nader te onderzoeken aandachtspunten. De zes shortlistlocaties zijn dan ook mogelijke locaties en nog niet definitief. Er zijn hoe dan ook per locatie op verschillende onderwerpen verdiepende onderzoeken nodig, waaronder op het onderwerp ecologische
P5
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
impact en in het bijzonder vogels en vleermuizen. De eerste stap hierin is de uitvoering van een zogenaamde milieueffectrapportage (planMER) door provincie Zuid-Holland, in de loop van dit jaar, voor alle shortlistlocaties en Avelingen. In de fase van vergunningverlening vindt op basis van een concrete opstelling of opstellingsvarianten dan nog verdiepend onderzoek plaats op aspecten waarvan nog niet alle kennis voorhanden is. De uitkomsten van dergelijke onderzoeken kunnen leiden tot (verplichte) wijziging van plannen. Ook het (verplicht) nemen van compenserende maatregelen door een initiatiefnemer kan een manier zijn om met de onderzoeksresultaten om te gaan. 6. Waarom zijn de locaties langs de A15 niet op de shortlist gekomen? Daarvoor zijn meerdere redenen. Ten eerste vormen de woningen ten zuiden van de A15 een technische ruimtelijke belemmering, omdat we minimaal 480 meter afstand van ‘clusters’ van 3 woningen hebben gehanteerd als criterium in het technisch onderzoek. Ten tweede ligt windpark Giessenwind al aan de A15. Ook daartoe moet een minimale afstand worden gehouden. Verder eist Rijkswaterstaat een afstand van 85 meter tot windturbines aan weerszijden van rijkswegen om ‘overzwaai’ van de wieken op de snelweg te voorkomen.
Tot slot is het zo dat er uitsluitend gezocht is naar locaties op het grondgebied van Molenlanden en Gorinchem, omdat zij in RES-verband samenwerken. Eventuele locaties langs de A15 in buurgemeenten zijn daarom niet in ogenschouw genomen. 7. Ongeveer 50 jaar geleden moesten de antennes van de daken omdat deze een horizonvervuiling teweegbracht. Ook in Duitsland hoor je de stemming omslaan en dat er meer aandacht moet komen voor het landschap en horizonvervuiling door grote windmolens en hoogspanningsmasten te reduceren. Is en kan deze kennis van vroeger en buurlanden meegenomen worden om de hoogte meer passend te laten zijn (ook door bijvoorbeeld te clusteren bij bestaande windmolenparken). De invloed van de windturbines op het landschap is een van de factoren die zwaar meeweegt bij de vaststelling van definitieve locaties voor windenergie. Hiervoor bestaan geen landelijke normen, maar wel provinciaal beleid en zijn ook gezamenlijke gemeentelijke uitgangspunten vastgesteld, zoals een voorkeur voor plaatsing op plekken waar het landschap al verstoord is, in de buurt van grote elektriciteitsverbruikers, zo min mogelijk belemmerend voor erfgoed, zo min mogelijk belemmerend voor toekomstige woningbouw, etcetera.
De besturen en volksvertegenwoordigingen willen ook graag weten wat inwoners hiervan vinden, zodat ook het inwonersperspectief op de impact van windturbines op het landschap een rol kan spelen in de politieke besluitvorming. 8. De wettelijke landelijke normen worden medio 2025 bekend. Hoe hebben deze toekomstige wettelijke normen impact op het huidige traject?
P6
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Vooralsnog is in de verkenning uitgegaan van de ontwerp-normen die in oktober 2023 bekendgemaakt zijn. Op het moment dat de landelijke normen bekend zijn en ingevoerd worden, zullen toekomstige vergunningsaanvragen voor de realisatie van windparken of windprojecten getoetst worden aan de landelijke normen. Gemeenten mogen dan gemotiveerd andere (strengere) normen stellen mits deze goed gemotiveerd worden vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en mits de rechters zo'n motivatie onderschrijft bij een eventuele beroepsprocedure. 9. Hoe is er omgegaan met de correlatie tussen de gemeentes en de Natura 2000 gebieden? In het onderzoek zijn Natura 2000 gebieden uitgesloten voor windturbines. Ook mogen turbines geen ‘overdraai’ hebben boven Natura 2000 gebieden. In vervolgonderzoek, waarbij concrete opstellingen worden bekeken op een of meer locaties, moet ecologisch onderzoek uitgevoerd worden om de effecten (van afstand) op bestaande Natura 2000 gebieden in kaart te brengen. 10. GIF BPA's onderzoek Windturbines worden gecertificeerd waarbij ze moeten voldoen aan regelgeving en veiligheidseisen. Er is geen bewijs dat windturbines aanzienlijke hoeveelheden BPA uitstoten tijdens hun levensduur. Mogelijk milieueffecten op onder andere gezondheid worden onderzocht in het nog op te stellen milieueffectrapport. 11.
Gemeenten hebben de taak om goed voor de gezondheid van hun inwoners te zorgen. De afstand tot de woningen is hierbij cruciaal. Kunt u mensen gerust stellen dat de windturbines geen invloed hebben op hun gezondheid. Wij begrijpen uw zorgen op het gebied van gezondheid. Wat we hierover concreet kunnen zeggen is dat we in de verkenning zijn uitgegaan van de landelijke ontwerp-afstands- en geluidsnormen die in oktober 2023 bekendgemaakt zijn. Deze normen zijn onder meer bedoeld om de gezondheid van burgers te beschermen. Tegelijk zijn het nog geen definitieve normen. Die zal het nieuwe kabinet naar verwachting gaan vaststellen. Op het moment dat deze definitieve landelijke milieunormen (waaronder geluid en waarschijnlijk afstand) bekend zijn en ingevoerd worden, zullen de vergunningsaanvragen hieraan verplicht getoetst worden. Windturbines die in onze regio gerealiseerd worden zullen daarmee voldoen aan de wettelijke eisen. Ook volgen we ten aanzien van gezondheid de RIVM-richtlijnen. Gemeenten of provincies (afhankelijk van wie als bevoegd gezag wordt aangewezen voor de vergunningsfase) mogen overigens afwijken van landelijke normen op het moment dat er locatiespecifiek en gemotiveerd wordt beslist om bijvoorbeeld strengere normen te hanteren dan de landelijk geldende.
Rechters beoordelen in een dergelijke situatie wel of de motivatie om die normen te hanteren gerechtvaardigd is genomen vanuit goed onderbouwde ruimtelijke motieven. U zou kunnen overwegen om in uw advies iets op te nemen over de relatie tussen geluids- of afstandsnormen en
P7
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
gezondheidsoverwegingen ten aanzien van windturbines (op specifieke locaties) in de Alblasserwaard. 12. Er wordt door beide gemeenteraden voor gekozen om de hoogte van het windbod uit RES 1.0 te handhaven, maar hebben de raden er dan wel voldoende oog voor dat de context is veranderd? In RES 1.0 werd er namelijk vanuit gegaan dat nieuwe windturbines allemaal in Gorinchem zouden landen, maar die koers in deze verkenning ineens losgelaten. Vraagt deze van context niet om aanpassing van (de samenstelling van) het RES-bod? En in RES 1.0 zijn enkele voorwaarden geformuleerd waaraan windzoekgebieden moeten voldoen, zoals langs infrastructuur, buiten het Groene Hart en met behoud van het open landschap. Dit wordt nu losgelaten, maar het bod wordt wel gehandhaafd. Dit is niet consequent. Hoe kan dat? Dit zijn terechte vragen. Ze zijn van politieke aard, dus voor ons ambtelijk misschien niet tot uw tevredenheid te beantwoorden. Een poging: door de gemeenteraden zijn in 2023 uitgangspunten opgesteld voor deze windverkenning, aanvullend aan RES 1.0. Dit was nodig omdat de eerdere zoeklocaties voor wind (voorlopig) waren afgevallen door besluiten van de Gorinchemse raad en beide gemeenten (en de provincie en het waterschap) wel willen vasthouden aan de hoogte van het windbod van RES 1.0.
De uitgangspunten voor de windverkenning bieden meer ruimte dan de zoek- en aandachtsgebieden uit de RES 1.0. Ook het huidige provinciebestuur biedt meer mogelijkheden voor realisatie van windturbines in het Groene Hart dan ten tijde van de totstandkoming van RES 1.0. De gemeentebesturen en de RES-organisatie hanteren de uitgangspunten van de raden (waarin ook provinciebeleid is verwerkt) om deze praktisch verkenning vorm te geven. De politieke vragen die u hier aankaart kunt u in uw advies naar voren brengen en daar ook aangeven hoe die vragen wat u betreft beantwoord zouden moeten worden.
P8
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Kennisvragen en onderzoek 13. Zijn er garanties dat Stedin de problematiek rond netcongestie heeft opgelost in de regio (zij kampen uiteindelijk ook met vergunningstrajecten en menskracht) zodat er dadelijk niet een windturbine staat die niet kan leveren? Omdat het traject van locatiekeuze, tot aan vergunningverlening, eventuele bezwaarprocedures en daadwerkelijke realisatie voor windturbines vaak minimaal 5 à 6 jaar in beslag neemt, verwacht Stedin dat zij tijdig de maatregelen kan nemen die nodig zijn om de turbines aan te sluiten en te voorzien van de benodigde transportcapaciteit. Overigens is er in de regio op dit moment geen netcongestie voor de opwek van energie. Andersom is het juist zo dat het regionaal opwekken van elektriciteit, mits op de juiste plek en technisch op de juiste manier, kan bijdragen aan het terugdringen van netcongestie voor afname. Dat kan het geval zijn als geleverde stroom van een windpark direct naar grootverbruikers wordt gestuurd, zodat deze grootverbruikers het net minder belasten. Stedin is vanaf het begin nauw betrokken bij de lopende windverkenning en heeft ook advies gegeven. Ze blijven ook in de vervolgstappen nauw betrokken. 14. Kunt u inzicht geven in het ruimtebeslag van windmolens (per grootte) Over het algemeen neemt de turbine zelf een relatief klein grondoppervlak in beslag, meestal enkele honderden vierkante meters.
De fundatie neemt het grootste deel van het ruimtebeslag in. De diameter van een fundatie voor een moderne windturbine is soms 1520 meter. Bij hele grote windturbines kan de diameter oplopen tot 30 meter. Daarnaast heeft een windturbine een overdraai, de diameter tot waar de bladen reiken. Dit is bij grote turbines circa 160 meter. Hieronder is agrarisch gebruik van de grond mogelijk. 15. Zou er ook sprake kunnen zijn van trillingen door de windmolens? Op grond van ervaringen en metingen op land blijkt dat fundaties van windturbines, bij goede dimensionering, geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. Trillingen is een milieuaspect dat ook in de milieueffectrapportage wordt meegenomen en beoordeeld.
P9
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
16. Hoe zit het met de waardevermindering van de woningen? Er kan sprake zijn van waardevermindering van woningen als gevolg van de komst van een windpark. Bij de totstandkoming van windparken geldt dat de wettelijke procedures van nadeelcompensatie (voorheen: planschade) worden gevolgd. Alle personen die denken in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie kunnen hiervoor een verzoek indienen bij de betreffende gemeente. In eventuele volgende stappen van de windverkenning worden inwoners voor wie waardedaling van vastgoed aan de orde is van meer informatie hierover voorzien. Het is gebruikelijk dat een verzoek voor nadeelcompensatie pas wordt ingediend op het moment dat een omgevingsvergunning wordt verleend voor de oprichting van een windpark of in de directe periode daarna. De initiatiefnemer van een dergelijk windpark is verantwoordelijk voor het voldoen van eventueel toegekende nadeelcompensatiesommen. De initiatiefnemer moet daar in de planologische procedure ook rekening mee houden door het laten uitvoeren van een risicoanalyse waarin bepaald wordt wat ongeveer de hoogte is van alle nadeelcompensatie bij elkaar opgeteld. Dit bedrag dient te worden meegenomen in de businesscase. De gemeente schiet de nadeelcompensatieclaims voor, maar brengt die kosten later in rekening bij de initiatiefnemer.
Alle woningeigenaren die in aanmerking komen voor een nadeelcompensatie moeten er rekening houden dat de Rijksoverheid tot nog toe rekening houdt met 4% maatschappelijk risico (zogenoemd ‘eigen risico’). Dit risicobedrag wordt in mindering gebracht op de uiteindelijke uitgekeerde nadeelcompensatie. 17. Wat is het effect van de defensieradar op de windzoeklocaties? Dit is nog niet bekend en wordt op dit moment onderzocht. Mogelijk komen de komende maanden al eerste onderzoeksresultaten beschikbaar, maar dat is nog niet zeker. De resultaten van het radaronderzoek nemen we hoe dan ook mee in volgende stappen en besluiten in de windverkenning. Als er (volgens Defensie) te veel impact is van een specifieke windlocatie of specifieke opstelling van turbines in een windlocatie op de werking van de defensieradar, dan kan voor die locatie of opstelling geen vergunning worden verleend. Overigens is het wel of niet verstoren van de defensieradar afhankelijk van de exacte locatiepositie van windmolens. 18. Wordt er rekening gehouden met meerdere soorten geluid (zoals ook laagfrequent geluid)? En wat is de draagwijdte ervan? Hoe ver moet een woning van de windmolen afstaan om geen last van laagfrequent geluid te hebben? Laagfrequent geluid (LFG) is altijd onderdeel van de algehele toets op geluidbelasting bij elke vergunningsaanvraag voor windparken en/of windprojecten.
P 10
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Soms treedt LFG op bij windmolens, maar meestal is het niet aan de orde. In de gevallen dat er problemen zijn met windmolens is er vaak iets aan de hand, zoals een fabricagefout of een afstellingsfout en is dit oplosbaar. Zo kwam LFG bijvoorbeeld voor bij een windpark in Drenthe maar is het euvel inmiddels verholpen waarna de klachten verdwenen zijn. Overigens treedt LFG bij diverse geluidbronnen op, zoals industrieterreinen, wegverkeerslawaai, productieprocessen van fabrieken etc. De reikwijdte van LFG is heel verschillend en afhankelijk van heel veel factoren. Daar kan geen algemeen geldende afstandsnorm aan gekoppeld worden. 19. Wordt er ook gekeken naar de piekbelasting van geluid (en niet alleen naar het gemiddelde)? Bij veel vergunningsaanvragen die tegenwoordig in behandeling zijn in het kader van windprojecten of windparken wordt ook aandacht besteed aan piekbelastingen. Er kunnen desgewenst maatwerkbesluiten worden genomen als onderdeel van de vergunningverlening zodat ook de piekbelasting (binnen het thema geluid) voldoende aandacht krijgt en er aanvullende maatregelen kunnen worden doorgevoerd om piekbelastingen op te vangen. 20.
Kunnen er ook ‘visualisaties’ van geluid van windmolens worden gemaakt, zodat daar ook een realistisch beeld van gegeven kan worden? Er worden beelden/ visualisaties per shortlist locatie gemaakt, gebaseerd op de wensen die tijdens de participatieavonden zijn geuit. Daarbij gaat het om zicht, niet om geluid. Desgewenst kunnen er in een latere fase ook geluidsimulaties worden gemaakt, zodat via een koptelefoon te horen is wat het geluid van windturbines in de specifieke situatie doet ten opzichte van het achtergrondgeluid. Dit type onderzoek wordt echter pas uitgevoerd als duidelijk is wat de exacte positie van beoogde windturbines is. 21. Kan SOVON (eerder dan bij vergunningaanvraag) een detailonderzoek maken over vogeltrek en vleermuizen? Kijk naar onderzoek Waardenburg. In het milieueffectonderzoek ( planMER) die door de provincie wordt opgesteld vindt onder andere onderzoek plaats naar de impact op ecologie. Dit onderzoek vindt gedurende 2024 plaats. Als uit de planMER aandachtspunten blijken, bijvoorbeeld wat betreft de impact op vogels of vleermuizen, dan leiden deze vaak tot verdiepende onderzoeken over de impact en mogelijke (mitigerende) maatregelen om die impact te verminderen of weg te nemen. Tijdens de vergunningsprocedure, met daarin een specifieke opstelling, wordt vervolgens wederom een milieueffectonderzoek uitgevoerd (projectMER).
In dit onderzoek wordt naar de specifieke impact van die opstelling gekeken voor verschillende aspecten van de leefomgeving, waaronder ecologie in het
P 11
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
algemeen en eventueel specifieke diersoorten. 22. Wordt er in voldoende mate onderzoek gedaan naar de gevolgen van windmolens voor de vogelpopulaties in de poldergebieden? Ja. En dit onderzoek wordt steeds verfijnder. De provincie heeft een globale toets gedaan van de longlist waarbij specifiek vanwege de mogelijk invloed op vogelpopulaties gebieden zijn afgevallen. Later in het traject, in de planMER en vervolgens in de fase van vergunningverlening, vindt meer gedetailleerd onderzoek plaats. 23. In hoeverre beïnvloedt de huidige studie/verkenning door TenneT naar hoogspanningstracés door de Alblasserwaard de zoektocht naar windzoeklocaties? Bij de totstandkoming van de zoekgebieden is rekening gehouden met een minimale afstand van 250 meter van de bestaande hoogspanningsleidingen. Ten aanzien van (mogelijke) toekomstige tracés van hoogspanningslijnen in het gebied kan het volgende gesteld worden. In de NRD* van de landelijke studie naar nieuwe hoogspanningsverbindingen staat aangegeven dat er binnen 10 corridors tracé-alternatieven worden ontwikkeld en onderzocht op hun effecten. Een aantal van deze corridors kruist de shortlist locaties voor wind. Momenteel wordt daarvoor een milieueffectrapport opgesteld. In 2025 verwacht TenneT/EZK een voorkeurstracé te kunnen kiezen.
Dat wordt dan verder uitgewerkt met als doel een vergund tracé te krijgen dat na 2030 kan worden gerealiseerd. Beide trajecten lopen parallel, dus er is wederzijdse beïnvloeding van de twee ontwikkelingen. *De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een onderdeel van de m.e.r.-procedure en gaat in op het 'waarom' van het plan/project. Meer concreet staat in deze notitie wat en hoe dit onderzocht zal worden. 24. Welke software gebruikt Arcadis om de visualisaties te maken? Dat is de software van de Windplanner. 25. Hoe groot is het brandgevaar van windmolens Dit gevaar is erg klein omdat windturbines aan zeer strenge veiligheidseisen moeten voldoen en ze ook steeds geavanceerder worden. Een voorbeeld hiervan is dat ze bij storm (windkracht 9 en meer) automatisch uitgaan zodat de motor niet oververhit raakt. Bij de vergunningverlening wordt brandgevaar als onderdeel van ‘externe veiligheid’ meegenomen.
P 12
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
26. Is het door Arcadis gehanteerde aantal vollasturen in de technische verkenning van najaar 2023 realistisch? In 2023 heeft Arcadis een inschatting gemaakt van het aantal vollasturen en de energieopbrengst van de verschillende locaties. Hierbij heeft Arcadis zich gebaseerd op kengetallen. De wijze waarop de vollasturen zijn bepaald en de aannames die daarbij zijn gedaan, zijn toegelicht in het Gebiedsbreed onderzoek alternatieve windlocaties RES Alblasserwaard (ref: 37J7YSYV5SF6-1097930494-611:8 - Datum: 25 oktober 2023). Een meer precieze berekening van het aantal vollasturen kan pas plaatsvinden als de exacte posities van de turbines in beeld zijn en als specifieke turbinetypen bekend zijn. In dit stadium van het onderzoek is een globale inschatting gemaakt van het aantal vollasturen per locatie, met als doel om de verschillende locaties met elkaar te kunnen vergelijken. 27. Kan er een uitgebreid onderzoek naar gezondheids- en welzijnsaspecten worden uitgevoerd van windmolens nabij woonkernen? In dit stadium, waarbij we kansrijke zoekgebieden in beeld brengen, zijn gezondheids- en welzijnsaspecten op hoofdlijnen meegenomen, met name ten aanzien van geluid. We hanteren een afstandsnorm van 2 x de tiphoogte tot woonkernen. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke ontwerpnormen die in oktober 2023 gepresenteerd zijn. Deze normen zijn strenger dan de oude normen.
De rijksoverheid lijkt het advies van de WHO op te gaan volgen om naast de afstandsnorm ook een strengere jaargemiddelde norm voor geluid te gaan hanteren dan in het verleden (namelijk 45 dB Lden), waardoor de geluidsbelasting voor woningen op jaarbasis gaat afnemen. Deze geluidsnorm zal dan ook voor de Alblasserwaard gelden. Ook voor slagschaduw (maximaal 6 uur per jaar én max 20 min per dag) gelden landelijk strengere normen dan voorheen, en ook deze nemen we uiteraard over. In een later stadium, op het moment dat er een concreet plan voorligt, zullen ook andere relevante gezondheidsaspecten in beeld worden gebracht (zie ook vraag 28). In de huidige verkenningsfase is dit niet goed mogelijk omdat er nog heel veel factoren/variabelen onbekend zijn. 28. Hoe wordt gezondheid meegenomen in een toetsing van een vergunningsaanvraag? Bij de beoordeling van een (toekomstige) vergunningsaanvraag zal het bevoegde gezag de Omgevingsdienst inschakelen voor advies over normstelling (o.m. geluid en slagschaduw en externe veiligheid). Bijna altijd schakelt de Omgevingsdienst voor de beoordeling van hindereffecten de lokale of regionale GGD in waarbij adviseurs van de GGD ten aanzien van hindereffecten beoordelen in hoeverre hiermee de gezondheid van omwonenden/ inwoners en werknemers (van bedrijven in de nabijheid) wordt beïnvloed.
Zo kan het zijn dat een GGD extra maatregelen adviseert (vaak strengere) zodanig dat de gezondheid kan worden gegarandeerd. De GGD zal zich altijd moeten verhouden tot de richtlijnen van het RIVM omtrent gezondheid in relatie tot windenergie.
P 13
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Voorafgaand aan de vergunningfase is er nog een planvormingsfase waarin aandacht is voor maatregelen om overlast te verminderen, zoals de plaatsing van turbines zo ver mogelijk van woningen binnen de gekozen locaties.
P 14
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Besluitvorming 29. Besluiten buurgemeenten ook mee? Het wettelijke bevoegd gezag voor windenergieprojecten boven 5 MW ligt bij provincies. De gemeenten Molenlanden en Gorinchem besluiten welke locaties zij als definitieve locaties voor nieuwe windparken voordragen aan de provincie. In hun besluitvorming wegen Molenlanden en Gorinchem eventuele ambtelijke en bestuurlijke inbreng vanuit de buurgemeenten mee. Er zijn geregeld op ambtelijk en bestuurlijk niveau overleggen met de buurgemeenten over de windverkenning. Inwoners van buurgemeenten kunnen deelnemen aan het participatieproces. In de werkgroepen voor een deel van de locaties nemen inwoners van de buurgemeenten deel. Ook via de online raadpleging kunnen bewoners van buurgemeenten hun stem laten horen. Alle betrokkenen die dat willen kunnen daarnaast in het provinciale besluitvormingsproces, dat wordt voorzien voor 2025, een zienswijze indienen op de beoogde wijziging van de omgevingsverordening waarmee nieuwe windlocaties worden vastgelegd. 30. Er zijn berichten over gebieden die eigenlijk niet meer meedoen als zoeklocaties maar toch worden meegenomen om de druk eraf te halen bij de andere locaties. Hoe zit dat? Hiervan is geen sprake. Elk van de zes zoekgebieden wordt op dezelfde wijze meegenomen in deze fase van inwonersparticipatie en verdiepende onderzoeken.
Daarna maken de gemeenteraden en vervolgens de provincie hun keuzes. Er zijn in dit stadium nog geen zoekgebieden die op de shortlist staan op enige wijze afgevallen of minder kansrijk. Uiteraard zijn er wel verschillen tussen de verschillende shortlistlocaties op allerlei aspecten. Maar de politieke besluitvorming over de weging van die verschillen heeft nog niet plaatsgevonden. 31. Levert Gorinchem straks een serieus aandeel in de te realiseren windenergie of laat men bewust de opgave over aan Molenlanden? Dit is in feite een vraag aan de gemeenteraad van Gorinchem. De raad van Gorinchem heeft op 28 november 2023 een motie aangenomen waarin zij aangeeft zich maximaal in te spannen zodat Gorinchem haar bijdrage levert aan de opgave voor hernieuwbare windenergie in de RES Alblasserwaard.
P 15
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
32. Waarom verdelen de gemeenten de molens niet? Een verdeling van de windturbines over beide gemeenten is een mogelijke uitkomst van het verkennings- en besluitvormingsproces over nieuwe windenergie in regio Alblasserwaard. De uitkomst kan ook zijn dat alle turbines uiteindelijk in Gorinchem of in Molenlanden worden gerealiseerd. Het laatste woord hierin heeft provincie Zuid-Holland, omdat de provincie het bevoegd gezag is om windparken boven 5 MW opgesteld vermogen mogelijk te maken. De gemeenten kunnen met hun besluitvorming medio dit jaar wel beargumenteerd aan de provincie aangeven wat de voorkeur vanuit de regio is voor de plaatsing van 6 tot 10 nieuwe windturbines in de Alblasserwaard. Zie over de rol van de provincie in de windverkenning ook de volgende vragen en antwoorden. 33. Door wie en op welke wijze vindt straks de afweging plaats welk zoekgebied wordt aangewezen? De werkgroepen, de colleges, de gemeentraden en de provincie (GS en PS) hebben ieder hun eigen rol en invloed in dit proces. De colleges van beide gemeenten zullen in een raadsvoorstel hun keuze beargumenteerd- weergeven. Naast de onderwerpen die uit de eerste fase van de verkenning (bij het opstellen van de shortlist) bekend waren, worden de resultaten uit het participatieproces en van eventuele aanvullende inhoudelijke onderzoeken betrokken bij deze afweging.
Zoals gebruikelijk is, wordt dit bestuurlijk voorstel ambtelijk voorbereid maar het raadsvoorstel is van het college. De raden hebben vervolgens, op gemeentelijk niveau, het laatste woord. Na de gemeentelijke besluitvorming is de volgende stap in de besluitvorming over windenergie in de Alblasserwaard aan de provincie Zuid-Holland. De raadsbesluiten worden naast het provinciale planMER (Milieueffectrapport) gelegd en de uitkomsten van aanvullende verdiepende onderzoeken zoals erfgoed, defensieradar en eventueel scheepsradar. Ook de resultaten van dit participatieproces worden aan de provincie overhandigd. Wellicht volgt er nog aanvullende participatie vanuit de provincie. Gedeputeerde Staten (GS) zullen uiteindelijk alles overziend een statenvoorstel aan Provinciale Staten (PS) doen. PS zullen daarna het uiteindelijke besluit nemen om een of meerdere zoekgebieden geheel of gedeeltelijk op te nemen in de provinciale omgevingsverordening als gebied waarin grote windturbines gerealiseerd mogen worden. Als de gemeenteraden géén voorkeurslocaties aanwijzen, zullen GS naar verwachting een voorstel uitbrengen waarin de weging van de gemeenteraden niet is meegenomen.
Het is momenteel al bekend dat er qua milieu-effecten in de provinciale planMER, ter ondersteuning van de provinciale besluitvorming, hoe dan ook een vergelijking plaats zal vinden tussen alle shortlistlocaties en locatie Avelingen. Na het provinciale besluit om een of meer locaties in de provinciale verordening op te nemen als windlocatie(s), volgt het verkennings- en vergunningsproces. Hierin worden meer technische aspecten op locatieniveau dieper onderzocht. Denk bijvoorbeeld aan de impact op natuur, erfgoed, defensieradar etc. van specifieke opstellingsvarianten, om zo de haalbaarheid van specifieke locaties definitief te kunnen bepalen. Een deel van deze onderzoeken kan pas later in het proces worden uitgevoerd, omdat hiervoor concrete opstellingen of opstellingsvarianten van windturbines in een zoekgebied nodig zijn. Die zijn er nu nog niet.
P 16
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
In de verschillende fasen van het planproces zijn er gelegenheden voor inspraak en/of indienen van een zienswijze of in een latere fase beroep of hoger beroep.
P 17
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Rol provincie 34. Wat doet de provincie met de adviezen van de werkgroepen? Uit de adviezen van de werkgroepen volgt een raadsvoorstel over de voorkeurszoeklocaties aan beide gemeenteraden. Het daaropvolgende raadsbesluit wordt door de gemeentelijke colleges aan de provincie voorgelegd. Dit raadsbesluit wordt naast het planMER (Milieueffectrapport) gelegd en de uitkomsten van de aanvullende verdiepende onderzoeken zoals erfgoed, defensieradar en eventueel scheepsradar. Gedeputeerde Staten (GS) zullen uiteindelijk alles overziend een statenvoorstel aan Provinciale Staten (PS) doen. Voor GS is participatie ook een afwegingscriterium. PS staat vervolgens aan de lat voor de uiteindelijke besluitvorming. Het participatieverslag van het huidige lokale participatieproces zal aan zowel GS als PS worden toegestuurd.
35. Hoe is de provincie gehouden aan de raadsbesluiten? Op welke manier spelen de raadsbesluiten een rol bij het vaststellen van locaties voor opname in de omgevingsverordening door de provincie? Het raadsvoorstel, maar ook de overige onderzoeken waaronder het planMER zullen inzichtelijk en transparant in beeld worden gebracht. Het lokale voorkeursscenario is een belangrijk uitgangspunt bij de besluitvorming en zal dan ook als voorkeursscenario in het planMER worden onderzocht. GS zullen, zoals in het voorgaande punt reeds benoemd, daarna een statenvoorstel aan Provinciale Staten (PS) doen. PS zullen daarna het uiteindelijke besluit nemen. Ook van belang: indien de gemeenteraden géén voorkeurslocaties aanwijzen, zullen GS een voorstel uitbrengen die op het planMER, aanvullende onderzoeken en het vigerende provinciale omgevingsbeleid gestoeld zijn. 36. Wordt er vanuit de provincie ook participatie georganiseerd rondom de besluitvorming? Participatie rondom de zoeklocaties wordt door de gemeenten georganiseerd en om onduidelijkheid te voorkomen wordt door de provincie niet een apart proces georganiseerd. Maar de provincie organiseert uiteraard wel een formele inspraak en zienswijze procedure van de wijziging van het provinciale omgevingsbeleid. De windzoeklocaties in de Alblasserwaard maken hier onderdeel van uit. Het uiteindelijk besluit wordt eind 2025 door PS genomen.
P 18
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Op weg naar het besluit over de wijziging van het omgevingsbeleid toe, zijn er momenten waarop de stukken ter inzage gelegd worden en zienswijzen kunnen worden ingediend. Volgens de huidige verwachting zal in de eerste helft van 2025 de voorgenomen wijziging van het omgevingsbeleid, met onder meer de definitieve windzoeklocatie(s) in de Alblasserwaard ter inzage gelegd worden. Ook dit is een moment dat er zienswijzen kunnen worden ingediend. 37. Kunnen jullie meet toelichten over de MER (Milieu Effect Rapportage) die de provincie gaat uitvoeren? Klopt het dat deze nog gehouden moet worden?? Hoelang duurt zo’n procedure? Wordt die MER gehouden mbt alle shortlistlocaties of alleen bij die locaties die uiteindelijk door de gemeenteraden van Molenlanden/Gorinchem worden geselecteerd? En er wordt gesproken over een planMER. Maar een MER is naar mijn weten geen plan maar een rapportage over de milieu-effecten van in ons geval de windturbines. De MER die uitgevoerd gaat worden door de provincie wordt een PlanMER genoemd omdat het een rapportage betreft in de planfase. In de fase van vergunningaanvraag volgt vaak weer een MER die dan ProjectMER wordt genoemd. De PlanMER die de provincie voor de Alblasserwaard gaat uitvoeren wordt inderdaad voor alle locaties uitgevoerd.
Overigens is na invoering van de omgevingswet een nieuwe naam in gebruik in plaats van planMER: namelijk omgevingseffectrapportage (OER). Op hoofdlijnen is dit hetzelfde. De Nota Reikwijdte en Detailhandel (NRD) van de planMER (OER) wordt in de zomer van 2024 vastgesteld. Voordat het planMER /OER-rapport is afgerond zal het eind 2025 zijn. In de NRD wordt vastgelegd welke gewenste wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid op hun effecten worden getoetst in de planMER/ OER en naar welke criteria zal worden gekeken. De provincie heeft vooralsnog aangegeven dat in ieder geval de beoordelingscriteria worden gehanteerd die ook voor de planMER bij de zogenaamde provinciale ‘module energietransitie’ uit 2022 zijn gehanteerd: N2000/ stikstofoverschrijding, Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden, overige beschermde gebieden, soorten vogels, geluid, externe veiligheid, inpassing energie-infrastructuur, drinkwatergebieden, woning-voorraadontwikkeling, ruimte (landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit) en duurzame energieopwekking en uitstoot broeikasgassen. Meer informatie over hoe de provincie in het recente verleden een PlanMER heeft uitgevoerd voor de zogenaamde ‘module energietransitie’ in haar omgevingsbeleid is hier te vinden: https://planmer.zuid-holland.nl/energietransitie/samenvatting
P 19
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
RES-opgave 38. Hoe kan het zo zijn dat de opgave vergelijkbaar is met die van regio Drechtsteden? Dat is toch een veel dichtbevolkter gebied met meer industrie? Elke RES-regio was (en is) vrij om een eigen bod samen te stellen. In het Klimaatakkoord is wel het doel vastgesteld dat alle 30 RES-regio's gezamenlijk minimaal 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op land moeten opleveren. Wat betreft regio Drechtsteden klopt het dat deze regio dichtbevolkter is dan de regio Alblasserwaard. Drechtsteden heeft (mede) daardoor per inwoner een lager bod dan de Alblasserwaard. Drechtsteden heeft echter een hoger bod per km2 dan regio Alblasserwaard. Met uitzondering van elektriciteit door zonnepanelen op daken, kost opwek van hernieuwbare elektriciteit door middel van windturbines of zonnevelden fysieke ruimte. We zien in heel Nederland daardoor het beeld dat gemiddeld genomen in dichtbevolkte regio's de opwek per inwoner lager is, omdat er minder fysieke ruimte is om duurzame energieopwekking te realiseren. Het RES-bod per inwoner in regio Alblasserwaard ligt overigens vele malen lager dan in bijvoorbeeld Zeeland, Flevoland, Groningen en Drenthe. Daarnaast is het goed om de verhoudingen in ogenschouw te nemen. Door het RES-bod te realiseren zou de Alblasserwaard voorzien in de opwekking van circa 14% van het huidige totale energiegebruik van de regio.
Netto 86% van de gebruikte energie komt dus nog steeds van elders in Nederland of vanuit elders in de wereld naar de Alblasserwaard. Het is dus niet zo dat onze regio een 'wingewest’ wordt voor Drechtsteden of andere regio's.
39. Waarom is er/Hoe kan het zijn dat er een verschil is in systematiek tussen onze RES-regio en een buur-RES-regio (tussen gemeenten) in de windopgave? De overheden die samenwerken in RES-regio's mogen zelf de keuze maken hoe ze hun RES-bod samenstellen en hoe ze dit tot uitvoering brengen. De reden hiervoor is gelegen in de bestuurlijke inrichting van Nederland in verschillende overheidslagen en verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen die lagen. De Regionale Energiestrategie (RES) is ontstaan ten tijde van het nationale Klimaatakkoord in 2019) vanuit het idee dat de Rijksoverheid geen grootschalige energieopwekking op land meer ‘van boven’ wilde opleggen. De betrokkenen bij het Klimaatakkoord dachten dat het democratischer zou zijn als provincies en gemeenten samen met inwoners, bedrijven en
P 20
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
andere regionale belanghebbenden tot strategieën zouden komen voor de realisatie van meer opwekking van hernieuwbare energie op land.
40. Hoe wordt er tussen de provincies onderling afstemming gezocht voor de realisatie van windopgaven tussen RES-buurregio’s die in verschillende provincies zijn gelegen? Vanwege het onderop proces dat wordt nagestreefd, ligt eerste afstemming bij zoeklocaties op de grens in de eerste instantie bij de RES’en onderling. Deze kunnen wel altijd een beroep doen op de provincie wanneer nodig. Overleg tussen de provincies als het gaat om windenergie vindt regelmatige plaats. Rechtstreeks, maar ook binnen ambtelijke werkgroepen en het Interprovinciaal Overleg (IPO). 41. Is er een kaart beschikbaar waarop alle regionale grootverbruikers (bedrijven) qua elektriciteitsverbruik/gasverbruik op vermeld staan? Het energieverbruik op bedrijfsniveau is geen openbare informatie. De leveranciers van gas en elektriciteit, of de netbeheerders, mogen deze informatie niet met anderen delen, ook niet met gemeenten. 42. In hoeverre wordt er tussen de RES-regio’s uitwisseling gezocht in zoeken naar windzoeklocaties in die afzonderlijke RES-regio’s? Elke RES-regio heeft zelf een bod gedaan en is zelf verantwoordelijk voor de realisatie van dat bod binnen de eigen grenzen. Wel is er afstemming tussen RES-regio's in provinciaal verband. Op landelijk niveau vindt er afstemming plaats over de windopgave tussen de diverse provincies.
Omdat het juridisch mogelijk maken van windenergie wettelijk een bevoegdheid is van de provincie (via aanpassing van de omgevingsverordening), is de afweging om windenergie wel of niet op een bepaalde locatie toe te staan, uiteindelijk aan de provincie. De provincie weegt lokale belangen en inzichten en de RES-samenwerking mee in haar politieke besluitvorming. 43. Kunnen er windmolens op de Noordzee worden geplaatst namens de gemeente? Nee, dat is niet mogelijk. Het plaatsen van windturbines op zee is een bevoegdheid van de Rijksoverheid. Wind-op-zee draagt voor een zeer groot deel bij aan de opgave voor opwekking van hernieuwbare energie in Nederland, maar bestaat naast de opgave om ook op land voldoende hernieuwbare energie op te wekken. Beide doelstellingen zijn gemaakt in het Nationaal Klimaatakkoord uit 2019. Voor wind op zee geldt dat er vanaf 2030 in Nederland (jaarlijks) 49 TWh aan duurzame elektriciteit moet worden opgewekt. Het
P 21
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
beleid is inmiddels al gericht op 70 TWh. Voor hernieuwbare elektriciteit op land (windturbines en zonnepanelen samen) geldt het streven om jaarlijks 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken vanaf 2030. 44. Is er in het RES-bod ook rekening gehouden met gebruik van bio-gas als alternatief voor wind- en zonenergie? Nee, niet als alternatief voor hernieuwbare elektriciteit. In RES 1.0 wordt biogas wél genoemd als een van de mogelijke warmtebronnen waar gebruik van kan worden gemaakt als alternatief voor aardgas. 45. Waterkracht en aardwarmte komen niet terug. Zijn deze opties ooit overwogen/onderzocht? Zijn dit mogelijke opties voor de lange termijn? Er is bij het opstellen van RES 1.0 zeker serieus gekeken naar de opties waterkracht en aardwarmte. Wat betreft waterkracht is gekeken naar mogelijkheden voor de Merwede. Dit is echter ook een verkeersader van internationaal belang. Dat beperkt de opties om iets met de stroomkracht van deze rivier te doen. In zijn algemeenheid geldt dat de kansen voor waterkracht in Nederland op dit moment beperkt zijn. Er zijn in Nederland wel enkele initiatieven, onder andere bij de Rijnstuwen en in de Maas, maar de stroomopbrengst is beperkt. Deze waterkrachtcentrales leveren een fractie op van de capaciteit van bijvoorbeeld een windturbine.
Naar aardwarmte (geothermie) is serieus onderzoek gedaan in de periode 2007-2011 in opdracht van de gemeente Gorinchem en met ondersteuning van Platform Geothermie, Eneco Warmte, HVC, Brabant Water, Poort6 en met inzet van adviesbureaus. Uit de verrichtte onderzoeken bleek dat het niet mogelijk is om winstgevend water met een hoge temperatuur (naar verwachting 120°C) aan diepliggende warmwaterreservoirs te onttrekken. Een ander probleem was destijds dat we aan de vraagkant van de warmte niet onmiddellijk konden beschikken over een groot aantal woningen dat aangesloten kon worden. Hiermee werd de financiering een probleem. Een spin-off van dit project is de huidige aanleg van het warmtenet in de Gildenwijk in Gorinchem. Met een alternatieve bron (nu de rioolwaterzuivering) is het wel mogelijk een warmtenet in een rustig tempo op te bouwen. Door bovendien de woningen beter te isoleren is ook een middentemperatuur systeem van 70°C rendabel te krijgen. Wanneer dit warmtenet een bepaalde kritische omvang heeft bereikt (bijvoorbeeld 3.000 aangesloten woningen) kan aardwarmte mogelijk weer een rol spelen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om met een middendiepe geothermische installatie water met een temperatuur van 30-50°C naar boven te halen. Dat is goedkoper dan pompen uit de diepere lagen.
Als dit lukt, betekent dit echter niet dat er minder duurzame elektriciteit opgewekt hoeft te worden.
P 22
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Naast de windverkenning is ook inzet op het spoor 'warmte’ als opgave om duurzame elektriciteit op te wekken. 46. Welke ontwikkelingen zijn er nog meer, zoals kernenergie en waterstof? Lopen we straks niet achter door vol in te zetten op windmolens terwijl nieuwe technieken later betere oplossingen blijken? Momenteel zijn zonne-energie en windenergie de vormen van hernieuwbare elektriciteit die voor 2030 kunnen leiden tot een substantiële reductie van CO2 tegen maatschappelijk acceptabele kosten. Zowel zonnepanelen als windparken hebben een exploitatietermijn van zo'n 20 jaar. Als er daarna substantieel betere en/of goedkopere vormen zijn van hernieuwbare energieopwekking, dan kunnen deze dus ook weer worden afgebroken. Een verplichting hiertoe kan worden opgenomen in de vergunning. Zoals bekend, werkt het (demissionaire) Kabinet ook aan realisatie van twee grootschalige kerncentrales die in werking moeten komen in 2035. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen om dit aantal te verhogen naar vier centrales die in 2040 moeten draaien. Beide planning zijn nog onzeker. Voor de aanvullende twee centrales zijn bijvoorbeeld nog geen mogelijke locaties bekend. Voor kerncentrales geldt dat deze lokaal zeer grote ruimtelijke impact hebben en, uiteraard, zware milieu- en veiligheidsnormering kennen.
Moderne grote kerncentrales wekken veel elektriciteit op, maar over de betaalbaarheid van deze stroom zijn zorgen. Het Rijk en enkele provincies onderzoeken daarnaast de plaatsing van ‘kleinere’ kerncentrales, zogenoemde Small Nuclear Reactors (SMR’s). Deze centrales hebben ook een grote ruimtelijke impact, maar zijn mogelijk sneller te realiseren en kunnen mogelijk goedkopere stroom leveren dan grote kerncentrales. Er zijn in Nederland nog geen SMR’s gerealiseerd en de verwachting is ook dat dit niet voor 2030 gebeurt. 47. Het RES proces houdt in, dat elke 2 jaar alle onderdelen van de RES, zowel het bod als de plannen, mogen worden herzien o.b.v. voortschrijdend inzicht. Dit wordt namelijk wel gesteld in informatie van de landelijke RES. Klop dit ook volgens jullie, dat zowel de criteria als het bod kan worden aangepast ? Of is er in het proces van de afgelopen jaren hier iets over vastgelegd om dit niet te doen in een RES 2.0 ? Toen het RES-proces startte, was het de gedachte dat elke RES iedere twee jaar geactualiseerd zou worden. Daarbij zouden dan eventuele nieuwe inzichten, maatregelen en/of projecten opgenomen kunnen worden. En dit zou dan leiden tot een RES 2.0, 3.0 en verder. In december 2022 kondigde minister Jetten in een Kamerbrief een andere insteek aan; de RES-regio’s wordt nu gevraagd om elke twee jaar een voortgangsrapportage te maken.
In het voorjaar van 2023 is dit gebeurd, ook door de RES Alblasserwaard. Daarnaast staat het de RES-regio’s vrij om op elk gewenst moment een RES 2.0 te maken, als zij daar een aanleiding toe zien. In de RES Alblasserwaard steunen de RES-partners zowel de hoogte van het bod als de wijze waarop dit bod wordt ingevuld en vraagt de uitvoering nog de volle aandacht, zodat er geen aanleiding is om een RES 2.0 op te stellen.
P 23
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
48. Waarom moeten er in Molenlanden windmolens komen, terwijl het grootste deel van energiegebruik plaatsvindt door de industrie in Gorinchem? Dit is niet juist. Het bedrijfsleven in Gorinchem is verantwoordelijk voor minder dan een kwart van het totale energieverbruik in de RES-regio Alblasserwaard. En de verhouding tussen het totale energieverbruik in Molenlanden en in Gorinchem is redelijk in evenwicht: 46% vindt plaats in Molenlanden, 54% in Gorinchem.
P 24
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Avelingen 49. Waarom is Avelingen afgevallen? De gemeenteraad van Gorinchem heeft op 20 oktober 2022 geconcludeerd dat een windpark op locatie Avelingen onwenselijk is. Dit gebeurde naar aanleiding van een voorstel van het college van Gorinchem. In het raadsbesluit staat dat er zorgen zijn over de impact op de natuur (NNN-gebied) en het landschap en over de milieu-impact doordat de beoogde locatie dicht op het stedelijke gebied ligt. Tot slot waren er zorgen dat het beoogde windpark afbreuk doet aan het aangezicht van de historische vesting dat onderdeel uitmaakt van UNESCO werelderfgoed. 50. Proces bij Avelingen is anders verlopen dan deze verkenning en raadpleging. Hoe kan dat naast elkaar worden gelegd? Het klopt dat het verkenningsproces van Avelingen en van de zes shortlistlocaties anders zijn verlopen en dat dit gevolgen heeft voor de besluitvormingsprocessen. Daar zullen alle betrokkenen mee om moeten gaan. In het participatieproces – zowel de adviezen van de werk- en klankbordgroepen als de online raadpleging – krijgen participanten de ruimte om hun mening te geven over de relatie tussen locatie Avelingen en de zes shortlistlocaties.
Bestuurlijk is in februari 2023 in een bestuursovereenkomst tussen gemeenten Molenlanden en Gorinchem, de provincie Zuid-Holland, waterschap Rivierenland en de rijksoverheid afgesproken dat een verkenning naar reële alternatieven voor locatie Avelingen wordt uitgevoerd; dat is de huidige windverkenning. Avelingen staat echter nog steeds als windlocatie in de verordening van provincie Zuid-Holland. Het provinciebestuur (Gedeputeerde Staten) heeft onlangs in een brief aan Molenlanden en Gorinchem bevestigd zowel de verkenning naar alternatieve locaties te steunen, als ook locatie Avelingen nog steeds als een geschikte windlocatie te zien. Alleen als voldoende reële beter alternatieven voor locatie Avelingen worden gevonden om het hele windbod van RES Alblasserwaard te realiseren schrapt de provincie Avelingen uit de verordening. De verwachting is dat na afloop van het participatieproces over de zes shortlistlocaties en locatie Avelingen een basisniveau aan relevante informatie bekend is (zowel ‘technisch’ informatie als de adviezen vanuit de werk- en klankbordgroep). Op diverse aspecten is vervolgens nog verdiepend onderzoek nodig. De inhoud van dat verdiepend onderzoek kan van locatie tot locatie verschillen. Dat komt omdat de problematiek waar we op moeten letten per locatie verschilt. Daarom zijn die aspecten niet meegenomen in het basisonderzoek.
P 25
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Het is medio dit jaar aan de gemeentebesturen en gemeenteraden om tot heldere besluiten te komen over de windverkenning, Deze besluiten worden medegedeeld aan provincie Zuid-Holland. De provincie zal vervolgens een eigenstandig besluit nemen over nieuwe windenergie in de Alblasserwaard waarin zij de gemeentelijke besluiten meeweegt, maar daarnaast ook bijvoorbeeld het milieueffectonderzoek (planMER) dat dit jaar wordt uitgevoerd, waarin de zes shortlistlocaties en Avelingen met elkaar worden vergeleken op impact op de leefomgeving. 51. Is het zo dat als de andere opties naast Avelingen afvallen, er automatisch gekozen wordt voor Avelingen? Dus dat er beter gekozen kan worden voor 1 van de andere opties? (Om te vermijden dat het Avelingen wordt) Er zijn meerdere scenario's mogelijk: -
-
Het eerste scenario is dat de gemeenten medio 2024 voldoende reële en haalbare alternatieve locaties vaststellen, als vervanging voor de huidige zoeklocatie Avelingen. De provincie weegt deze gemeentelijke voorkeuren dan mee in haar eigen besluitvorming in 2025, evenals de resultaten uit de planMER (waarin zowel de zes locaties als Avelingen met elkaar worden vergeleken). Het tweede scenario is dat de gemeenteraden van beide gemeenten medio 2024 geen of onvoldoende reële en haalbare definitieve gemeentelijke zoeklocaties vaststellen. Dan zal, conform de bestuursovereenkomst, de verkenning voor de bouw van windturbines op locatie Avelingen weer worden opgestart door het Rijk (het Rijk is grondeigenaar). Bij een positieve uitkomst van deze verkenning zal de provincie als bevoegd gezag de realisatie van een windpark op Avelingen bevorderen. Omdat locatie Avelingen alleen onvoldoende ruimte biedt voor realisatie van het gehele RES-bod, zal de provincie daarnaast dan verkenningen starten voor windparken op de – volgens haar – meest geschikte shortlistlocatie(s). De provincie zit uiteindelijk dus hoe dan ook aan het stuur van de windopgave, maar werkt daarbij graag samen met gemeenten als RESpartners. Als de gemeenten geen of geen heldere besluiten nemen, verliezen zij naar verwachting een deel van de sturing in het huidige verkenningsproces.
P 26
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Commerciële belangen en profijt inwoners 52. Als er commerciële partijen zijn die buiten het zoekgebied willen kijken, is dit mogelijk/kunnen die meegenomen worden? Nee. In de verkenning kijken we uitsluitend naar de zoekgebieden die op de shortlist staan, omdat deze op een zorgvuldige en navolgbare wijze tot stand is gekomen en is vastgesteld door beide gemeenteraden. Andere locaties worden niet meegenomen in het raadsvoorstel over de definitieve keuze. Dus ook niet als commerciële partijen met voorstellen komen voor locaties buiten één van de zoekgebieden. 53. Klopt het dat diverse grondeigenaren al gronden tegen exorbitante bedragen hebben verkocht aan projectontwikkelaars voor windenergie of voor het beschikbaar stellen van hun gronden voor windturbines hoge vergoedingen overeengekomen zijn? Wij weten niet of dit klopt. We hebben wel signalen ontvangen dat initiatiefnemers grondeigenaren benaderen. Als overheden hebben wij geen volledig zicht of formele invloed op deze contacten. Expertmatig zien wij voor grondeigenaren geen voordelen om in dit stadium al toezeggingen aan mogelijke initiatiefnemers te doen, maar wij zullen hen hier niet over adviseren.
Waar wij grondeigenaren al wel meermaals op hebben gewezen (en dat blijven we ook doen) is dat plannen voor de realisatie van windturbines hoe dan ook moeten voldoen aan de uitgangspunten die door de beide gemeenteraden zijn vastgesteld. Privaatrechtelijk gaat het er dan onder meer om dat eventuele schade wordt gecompenseerd, revenuen worden gedeeld met omwonenden en de bredere omgeving en dat iedereen desgewenst zeggenschap moet kunnen krijgen in het windpark, waarbij extra aandacht en mogelijkheden uitgaan naar de direct omwonenden. 54. Wat is het belang van Arcadis bij ontwikkeling windparken? Hebben zij belang bij locaties of zijn zij echt onafhankelijk adviseur? En klopt het dat Arcadis lid is van de NWEA?
P 27
Windverkenning RES Alblasserwaard
5 juni 2024
Beantwoording vragen
Arcadis is een onafhankelijk ingenieurs- en adviesbureau. Zij zijn zelf géén ontwikkelaar van energieprojecten en hebben dus ook geen belang bij de ontwikkeling van bepaalde locaties. Arcadis is geen lid van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). Arcadis is in het verleden wel enige tijd lid geweest. NWEA is een organisatie waar veel kennis wordt gedeeld over windenergie, en vanuit die hoedanigheid interessant als informatiebron. Mede om die reden kent NWEA een groot aantal leden, waaronder diverse collega-adviesbureaus van Arcadis. 55. Wat willen bedrijven aan duurzame energie? Wat is hun vraag? Bij het besluitvormingsproces voor vaststelling van de shortlist van zes mogelijke windlocaties hebben meerdere ondernemers uit Molenlanden ingesproken dat zij graag zouden zien dat er nieuwe windenergie in de regio wordt ontwikkeld. Enkelen van hen gaven zelf ook aan graag te willen mee-investeren in mogelijke projecten. Als belangrijke reden voor dit standpunt wees men er onder meer op dat lokaal of regionaal opgewekte energie kan bijdragen aan de verduurzaming en uitbreiding van bedrijven, ondanks de situatie van netcongestie voor stroomafname die volgens de planning van de betrokken netbeheerders nog tot minimaal 2031 zal duren.
Het realiseren van nieuwe bedrijfsvestigingen, uitbreiding en verduurzaming van bedrijven, laadpleinen voor logistieke bedrijven bijvoorbeeld zouden anders mogelijk kunnen vastlopen. 56. Wat leveren de windmolens op voor inwoners? Kan de gemeente iets vertellen over het businessmodel? Wie verdient er straks aan en hoeveel? En als ik wil mee investeren, wat is dan mijn rendement? Over lokaal eigendom hebben de beide gemeenteraden uitgangspunten vastgesteld. Zo moeten windturbines maatschappelijk en/of financieel rendement brengen voor de regio. Iedereen moet de kans krijgen om te profiteren en desgewenst zeggenschap te verwerven, waarbij extra aandacht en mogelijkheden zijn voor de direct omwonenden. Het streven is naar maximaal lokaal eigendom (> 50 %). Vanuit een bewoner of bedrijf gezien zijn er verschillende vormen voor het financieel meeprofiteren van een project voor windenergie. Het hangt van de mogelijkheden van de businesscase, het lokale beleid en de aanpak van de initiatiefnemer af voor welke vormen wordt gekozen. Denk aan: • • •
Mede-eigenaar worden, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie; Inwoners of bedrijven nemen financieel deel, bijvoorbeeld via aandelen of obligaties in een wind- of zonneproject. Er kan een omgevingsfonds opgezet worden. Een deel van de financiële opbrengsten kan via dit fonds ingezet worden voor de omgeving. Bijvoorbeeld voor natuurontwikkeling, duurzaamheidsprojecten, een nieuw buurthuis of sportvelden.