CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025

Parallelsessie raadzaal 24 oktober 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Begroting 202531.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3.4.11

Interbestuurlijk toezicht

De provincie beoordeelt op basis van een bestuursovereenkomst of gemeenten bepaalde taken volgens de wet uitvoeren waarover u jaarlijks een raadsinformatiebrief ontvangt. Het gaat hierbij om de taken Ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht, Monumentenzorg & archeologie, Archief- & Informatiebeheer en Huisvesting vergunninghouders. De provincie is bezig om de bestaande toezichtindicatoren ten aanzien van Monumenten en Archeologie te actualiseren. De planning is erop gericht dat in 2025 een nieuwe set indicatoren beschikbaar is voor gebruik voor Gorinchem. De raad wordt hierover in het voorjaar van 2025 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.

3.5

Openbaarheid

De helft van de invoeringstermijn van vijf jaar van de Wet open overheid is verstreken. Inmiddels voldoen we aan de vereisten van fase 1 van de landelijke invoeringsstrategie, hebben we anonimiseringsoftware in gebruik en hebben we een eerste toevoeging gedaan aan de website van de gemeente (open.gorinchem.nl). We werken inmiddels aan het kunnen publiceren van alle documenten zoals benoemd in fasen 2 en 3 van de landelijke strategie. Open.gorinchem.nl wordt daarbij verder uitgebouwd. We besteden veel aandacht aan het zo makkelijk mogelijk maken van het publicatieproces, het goed vindbaar maken van de betreffende informatie op onze eigen website en landelijke portalen, én tegelijk het voldoen aan andere (nieuwe of vernieuwde) wetgeving, zoals archiefwet, wet hergebruik overheidsinformatie, Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, de digitoegankelijkheidsvereisten, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), etc. Het opvangen van alleen al de directe operationele gevolgen van alle gelijktijdig veranderende wetgeving is lastig. Om de benodigde aanpassingen beheersbaar te houden dienen we scherp op de samenhang te sturen. Tegelijk moeten we er voor waken dat eigen voornemens en prioriteiten niet buiten beeld verdwijnen en middelen en capaciteit geheel worden opgeslokt door via wetgeving opgelegde veranderingen.

91

Begroting 2025

3.6

Grondbeleid

3.6.1

Inleiding

Deze paragraaf behandelt de gemeentelijke grondexploitaties.

3.6.2

Visie, beleid en uitvoering

MPG In het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG) staan de financiële stand van zaken en de bijbehorende risico’s van de gemeentelijke grondexploitaties in één overzicht. Het MPG maakt het de gemeenteraad mogelijk beter te sturen op de ruimtelijke projecten (kwalitatief en kwantitatief). Bovendien legt het college er verantwoording mee af over de bereikte resultaten binnen de grondexploitaties. Grondbeleid Grondbeleid biedt het kader voor ruimtelijke beleid en ruimtelijke doelstellingen. Het is een middel om de ruimtelijke doelstellingen en de ruimtelijke projecten die uit de programma’s voortvloeien zo economisch verantwoord mogelijk te realiseren. De kaders van het grondbeleid zijn vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2020-2023, vastgesteld door de raad op 23 januari 2020. Hierin zijn de beleidskaders vastgelegd rondom het gemeentelijk grondbeleid van waaruit de projecten worden vormgegeven. De nota grondbeleid wordt geactualiseerd, en toegespitst op de Omgevingswet naar een Programma grondbeleid en kostenverhaal. De gemeente hanteert een situationeel grondbeleid en maakt een integrale afweging voor het te hanteren grondbeleid op basis van de volgende gronden: mate van gewenste sturing, het aanwezig zijn van marktwerking, de bereidheid financiële middelen en organisatiecapaciteit in te zetten en een acceptabel risicoprofiel.

De woonlocaties in de stedelijke vernieuwing en uitleggebieden zijn onderdeel van programma 9 (Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing). De ontwikkeling van bedrijventerreinen is terug te vinden in programma 4 (Economie). In het MPG wordt jaarlijks financieel en beleidsmatig over de grondexploitaties gerapporteerd. Het grondbeleid is op basis van de doorvertaling van de ambities uit het Gorcums Akkoord en de groeiambitie van Gorinchem (uitgewerkt in gemeentelijke Woon- en Transformatievisie uit 2020 en de regionale Bedrijventerreinvisie Zuid-Holland Zuid uit 2023). De groeiambitie naar 40.000 inwoners uit de Visie van de Stad moet, ondersteund door onder andere het Grondbeleid Gorinchem 2020-2023, worden gefaciliteerd en uiteindelijk gerealiseerd.

3.6.3 In onderstaande tabel is het volgende opgenomen over de gemeentelijke grondexploitaties: • De actuele boekwaarde per grondexploitatie op 31 december 2023; • Een prognose van de boekwaarde per grondexploitatie op 31 december 2024 (op basis van het MPG 2024, boekingen van 2024 en een prognose van de nog te maken kosten t/m december 2024); • Een actuele prognose van het resultaat per grondexploitatie (EW = eindwaarde) per 1-1-2024; • De stand van de voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties is conform gemeentelijk beleid gebaseerd op de netto contante waarde.

92

Begroting 2025 De prognose voor de grondexploitatie is gebaseerd op de laatst vastgestelde herziening bij de jaarrekening 2023. Afgesloten grondexploitaties maken geen onderdeel uit van dit overzicht. Grondexploitaties (bedragen Boekwaarde Boekwaarde Exploitatie- Eindjaar x € 1.000) per 31-12-2023 per 31-12-2024 resultaat (EW) ultimo eindjaar

Voorziening per 1-1-2024

Reservering weerstandsvermogen 2024

Verliesgevende grondexploitaties Mollenburg

-10.957

-11.733

-11.733

2024

-11.503

38

Groote Haar

-53.105

-61.816

-11.134

2040

-7.951

3.626

Subtotaal

-64.062

-73.549

-22.867

-19.454

3.664

Winstgevende grondexploitaties Lingewijk Noord Oost II

481

194

194

2024

N.v.t

0

-4.654

-3.115

1.108

2026

N.v.t

0

-19.454

3.664

Subtotaal

-4.173

-2.921

1.302

Totaal

-68.235

-76.470

-21.565

0

Hieronder worden per grondexploitatie de meest actuele ontwikkelingen geschetst. Mollenburg De uitvoering van Mollenburg verloopt conform planning. Alle opbrengsten zijn gerealiseerd, de laatste werkzaamheden worden uitgevoerd. Het plan zal eind dit jaar worden afgesloten waarbij een restplan zal worden geopend voor de nog te maken kosten met betrekking tot onderhoudskosten van nieuw aangelegd groenvoorzieningen en eventuele overige uitvoeringskosten. Groote Haar Zoals bekend hangt de realisatie van het bedrijventerrein Groote Haar samen met de realisatie van de capaciteitsvergroting van de A27. Met Rijkswaterstaat (RWS) zijn afspraken gemaakt dat RWS zich inspant om eind 2026 de aansluiting Scheiwijk voor Groote Haar op te leveren. Er wordt naar gestreefd dan ook het bedrijventerrein bouwrijp te hebben, zodat de uitgifte al eerder kan starten en bedrijven per 1-1-2027 kunnen starten met bouwen in het gebied. De fasering van de grondexploitatie is reeds hierop aangepast. In 2024 wordt een aanvang gemaakt met voorbelasten van delen van de nieuwe infrastructuur, hiervoor wordt gebruik gemaakt van specifiek hiervoor aangelegde tijdelijke bouwaansluitingen op de A27.

De voorwaarden voor de uitgifte van het bedrijventerrein aan bedrijven worden verder vastgelegd in uitgiftebeleid en protocol en in overeenstemming gebracht met de meest recente jurisprudentie op het gebied van grondverkoop door gemeenten. Lingewijk Noord De uitvoering van Lingewijk Noord verloopt conform planning. Alle opbrengsten zijn gerealiseerd, de laatste werkzaamheden worden uitgevoerd. Het plan zal eind dit jaar worden afgesloten waarbij een restplan zal worden geopend voor de nog te maken kosten met betrekking tot onderhoudskosten van nieuw aangelegd groenvoorzieningen en eventuele overige uitvoeringskosten.

93

Begroting 2025 Oost II Er zijn nog enkele percelen te koop waarvan verwacht wordt dat die in 2025 worden verkocht. Dit zijn de laatste bedrijfskavels die de gemeente uit kan geven totdat Groote Haar start met uitgifte (verwachting 2026). Gelet op de schaarste van de bedrijfskavels hanteert de gemeente een strikt uitgiftebeleid. Er zijn nog een aantal werkzaamheden die in de periode 2024-2026 gerealiseerd worden. Hoog Dalem De ontwikkelingen van Hoog Dalem staan in de paragraaf Verbonden Partijen beschreven in de paragraaf Hoog Dalem C.V. Prognose winstneming In deze paragraaf wordt de prognose van de winstnemingen onderbouwd. Er zijn twee winstgevende grondexploitaties, waarvan er in 2025 nog 1 actief zal zijn: Oost II (Lingewijk Noord wordt immers eind 2024 afgesloten). Op basis van de aanname dat alle resterende kavels in 2025 worden verkocht, zal een aanzienlijk deel van de resterende tussentijdse winstneming in dat boekjaar gedaan worden. De verwachting is dat € 0,6 mln. tussentijdse winst genomen kan worden in 2025. In onderstaande tabel wordt voor de winstgevende grondexploitaties de volledige prognose weergegeven van de winstnemingen: Winstgevende grondexploitaties (bedragen x € 1.000)

Exploitatieresultaat (EW)

Winstneming t/m 2023

Prognose 2024

2025

2026 e.v.

Lingewijk Noord

4.438

4.243

194

0

0

Oost II

6.534

5.426

473

611

24

Totaal

10.972

9.669

667

611

24

3.6.4 Risico's grondexploitaties De risico’s waarvan de kans van optreden het hoogste (nagenoeg zeker) is, zijn in de prognoses van de resultaten van de grondexploitaties verwerkt en worden afgedekt binnen de voorziening. Overige risico’s zijn per plan benoemd, financieel vertaald en gekoppeld aan een kans van optreden. Voor die risico’s wordt een bedrag in het weerstandsvermogen aangehouden. In de gemeentelijke grondexploitaties heeft Groote Haar het grootste aandeel in de geraamde risico’s in het weerstandsvermogen. De reden daarvoor is de lange looptijd. De grondexploitatie Groote Haar is daarmee zeer gevoelig voor rentefluctuaties en prijsstijgingen. Daarnaast kan netcongestie op het elektriciteitsnet zorgen voor vertraging in gronduitgifte en/of de noodzaak om extra kosten te maken. De totale projectspecifieke gewogen risico’s van alle grondexploitaties zijn begroot op circa € 3,7 mln. en zijn opgenomen in het weerstandsvermogen. Gewogen projectrisico's

Risicobedrag x € 1.000

Mollenburg

38

Groote Haar

3.626

Oost II Lingewijk Noord Totaal

94

3.664

Begroting 2025

3.7

Lokale heffingen

3.7.1

Inleiding

Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Bij de gebonden heffingen is de besteding daarvan gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie, zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten en marktgelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), roerendezaakbelasting (RZB), parkeerbelasting en precariobelasting worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van die heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.

3.7.2

Kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, dan kan kwijtschelding worden verleend. De gemeentelijke kwijtscheldingsnormen mogen niet meer dan 100% van de bijstandsnormen bedragen, wel minder. In Gorinchem gelden de maximale normbedragen, wat er op neer komt dat een belastingplichtige met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komt. De volgende belastingen komen voor kwijtschelding in aanmerking: de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Met de kwijtschelding is in de begroting een bedrag gemoeid van zo'n € 736.000. De gederfde inkomsten wegens het verlenen van kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en rioolbelasting worden verrekend via de desbetreffende tarieven.

95

Begroting 2025

3.7.3

Overzicht lokale heffingen

De drie belangrijkste lokale heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Hieronder wordt ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten voor deze heffingen in 2025. Daarnaast wordt kort ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten van de overige belastingen, heffingen en rechten. De verordeningen waarin de tarieven worden vastgelegd, zullen in december aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Dit is eerder met u gecommuniceerd via een raadsinformatiebrief. Baten In de komende jaren worden de volgende baten uit lokale heffingen geraamd: Heffingssoort (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

11.054

12.000

12.000

12.000

12.000

Algemene dekkingsmiddelen: Onroerende zaakbelasting (OZB) Roerende zaakbelasting (RZB)

16

16

16

16

16

Toeristenbelasting

175

337

380

430

430

Parkeerbelastingen

1.973

2.699

2.699

2.699

2.699

Precariobelasting

150

150

150

150

150

13.368

15.202

15.245

15.295

15.295

Afvalstoffenheffing

5.934

6.628

6.628

6.663

6.663

Rioolbelasting

3.906

3.962

3.962

3.962

3.962

Leges

1.746

1.913

1.978

2.003

2.003

517

517

517

517

517

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gebonden heffingen:

Begraafrechten Marktgelden

25

25

25

25

25

Subtotaal gebonden heffingen

12.128

13.045

13.110

13.171

13.171

Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen

25.496

28.247

28.355

28.466

28.466

Algemene dekkingsmiddelen Deze opbrengsten mogen vrij worden besteed. Er gelden geen wettelijke beperkingen voor de mate waarin de tarieven mogen worden verhoogd. Per opbrengstsoort volgt een toelichting op de ontwikkelingen in 2025. Onroerende zaakbelasting De OZB is de gemeentelijke belasting met de hoogste opbrengst. De OZB-tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken. Overeenkomstig de Perspectiefnota 2025-2028 zijn de OZB-opbrengsten met 8,4% verhoogd. De waarde wordt getaxeerd conform de WOZ en elk jaar opnieuw vastgesteld. In onderstaande tabel worden de concepttarieven getoond. Deze tarieven zijn gebaseerd op de begrote opbrengsten en het nu bekende heffingsareaal. Voor 2025 wordt voor de woningen rekening gehouden met een gemiddelde waardestijging van 10%. Na de nieuwe taxatie zullen de definitieve tarieven worden berekend en door de raad worden vastgelegd bij de vaststelling van de verordeningen 2025.

96

Begroting 2025 Onroerende zaakbelasting

Heffingsareaal (bedragen x € 1.000.000)

Tarief 2024

Concepttarief 2025

Opbrengst (bedragen x € 1.000)

6.217

0,0943%

0,0927%

5.764

- Eigenaar

1.022

0,3364%

0,3538%

3.618

- Gebruiker

954

0,2711%

0,2739%

2.611

Woningen - Eigenaar Niet woningen

Roerende zaakbelasting De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dit verschil dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB-tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de woonarken. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is per 1 juni 2024 ingevoerd om bezoekers mee te laten betalen aan onze voorzieningen. Stapsgewijs wordt het tarief voor de toeristenbelasting verhoogd zodat deze beter is afgestemd op het landelijke gemiddelde. De toeristenbelasting zal overeenkomstig de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2025-2028 vanaf 2025 tot 2028 jaarlijks met 15% worden verhoogd. Dit zorgt voor de volgende tarieven: 2025 € 2,30, 2026 € 2,65, 2027 € 3,05 en 2028 € 3,05. Parkeeropbrengsten De gemeente heft parkeerbelasting voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip, of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelasting worden algemene inkomsten verkregen. Daarnaast heeft de gemeente parkeergarages waar ook tegen betaling kan worden geparkeerd. De parkeertarieven zijn overeenkomstig de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2025-2028, naast de reguliere verhoging van 10%, met 30% verhoogd om deze beter af te stemmen op de regio.

Dit betekent voor het parkeren in de parkeergarages een verhoging van € 0,55 per uur en voor het parkeren bij het Stadhuisplein een verhoging van € 0,46 per uur. Daarnaast zal betaald parkeren worden uitgebreid naar de zondag. Precariobelasting De gemeente heft precariobelasting voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voor reclame-uitingen en uitstallingen bij winkels wordt momenteel geen precario geheven. Gebonden heffingen De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient ter dekking van de kosten die de gemeente voor deze dienstverlening maakt. Per heffingssoort wordt de opbouw van de lasten weergegeven, waarbij we een onderscheid maken in de volgende twee categorieën: • Directe lasten op basis van de taakvelden (alle direct toe te rekenen lasten, exclusief overhead); • Indirecte lasten bestaande uit overhead en BTW. Voor het bepalen van het dekkingspercentage worden de lasten inzake overhead en BTW toegerekend. Dit zijn de indirecte lasten. De overhead wordt toegerekend op basis van een overheadtarief en het aantal begrote uren per heffing.

97

Begroting 2025 Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden. Hierbij hanteren we twee tarieven, namelijk voor één- en meerpersoonshuishoudens. Bij éénpersoonshuishoudens wordt een korting verleend van 20% op het meerpersoonstarief. Het gemeentelijke uitgangspunt is dat de tarieven 100% kostendekkend zijn. Ten opzichte van 2024 is het tarief in 2025 gestegen. Dit komt voornamelijk door de verhoging van de bijdrage aan de GR Reinigingsdienst Waardlanden. De verhoogde bijdrage wordt doorberekend in het tarief van de afvalstoffenheffing. Met ingang van 1-1-2024 is Diftar ingevoerd. Zie verdere toelichting bij lokale lastendruk.

Opbouw tarieven De begrote kwijtschelding afvalstoffenheffing en 15% van de perceptiekosten voor diverse belastingen worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Het percentage van 15% is bepaald op basis van ervaringscijfers. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief. Afvalstoffenheffing Lasten taakvelden Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen Netto lasten taakvelden Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

Bedragen x € 1.000 6.519 6.519 109

Totale lasten

6.628

Opbrengst heffingen

6.628

Dekkingspercentage

100%

Rioolbelasting Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente op grond van artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Evenals bij de afvalstoffenheffing wordt bij woningen een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die gedekt worden uit de rioolbelasting worden naast de kosten voor rioolbeheer en onderhoud ook 50% van de kosten van straatreiniging en 20% van de kosten van waterbeheersing gerekend. Er is voor gekozen om de tarieven van de rioolbelasting over een periode van 25 jaar te bezien omdat dit een realistischer beeld geeft van de tarief ontwikkelingen. In deze systematiek wordt de egalisatievoorziening ingezet om de kostenschommelingen te vereffenen die zich gedurende deze periode

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=07a4fd08-35fa-4245-af6a-c29714834ece