Begroting 2025
Tekst van het document
68
Begroting 2025 2. Hoog Dalem De voortgang van het project Hoog Dalem is in zoverre gevorderd dat risico's waarmee in het weerstandsvermogen rekening wordt gehouden zich slechts nog concentreren op de realisatie van het deelplan Middengebied. De risico’s hebben betrekking op de planning, opbrengsten en kosten. Het totale risico voor de gemeente is bepaald op € 130.000. De onderliggende risico's zijn individueel gewogen (conform de voorgeschreven methodiek). Daarom is er geen percentage opgenomen in de tabel. 3. Waarborgen en garanties De gemeente Gorinchem staat voor circa € 23 mln. garant voor leningen van onder andere deelnemingen onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 23 mln. is de basis voor de berekening van het risico. Van dit bedrag heeft € 7,2 mln. betrekking op Gevudo/HVC en € 1,8 mln. op CV Hoog Dalem. Een verdere onderverdeling van deze garanties staat in de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel "Niet uit de balans blijkende verplichtingen". De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%). 4. Uitgegeven geldleningen De gemeente Gorinchem heeft circa € 750.000 aan leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen maar ook de startersleningen vallen onder dit risico. Deze € 750.000 vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico.
Voor een onderverdeling van deze uitgegeven geldleningen verwijzen wij u naar de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel 'Overige langlopende leningen'. De kans dat één of meerdere van deze leningen niet terugbetaald kunnen worden, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%). 5. Bouwkostenstijging Doordat de inflatie in een dalende trend zit is de bouwkostenstijging in 2023 beperkt gebleven tot 3,2%. Dit ligt in lijn met de indexering van de investeringen (> € 1 mln.) in de Perspectiefnota 2025. In 2021 en 2022 was de inflatie echter hoger dan de indexering. Daarbij zijn ook niet alle investeringen geïndexeerd. Indien de CBS Bouwkosten wordt vergeleken met de doorgevoerde indexering zijn de investeringen voor zo'n 11% minder geïndexeerd. De komende jaren staan diverse investeringen op de agenda. De investeringen uit hoofde van de nieuwe Lingebrug Arkelsedijk/Spijksedijk bedragen bijvoorbeeld ruim € 22 mln. Het uitgangspunt voor dit risico wordt ingeschat op € 40 mln. Voor de investeringen wordt in het weerstandsvermogen dan ook rekening gehouden met een kostenstijging van 11% van € 40 mln en daarmee bedraagt dit risico € 4,4 mln. Omdat de excessieve inflatie tot het verleden lijkt te behoren is de kans op dit risico verlaagd en wordt nu ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 6.
Co-financiering van de Regiodeal en Woningbouwimpuls (WBI 6e tranche) De nieuw gesloten Regiodeal vraagt ook een eigen bijdrage van de gemeente. Bij de verschillende projecten zijn ook verschillende partners betrokken. Hierdoor is de benodigde co-financiering nog niet vast te stellen. Vooralsnog wordt deze op basis van de projecten en het aantal partners ingeschat op € 0,5 mln. Voor de WBI bedraagt de maximale co-financiering € 7 mln. De totale co-financiering wordt nu ingeschat op € 7,5 mln. De kans op dit risico is verhoogd naar waarschijnlijk (62,5%). Risico's met een structureel financieel effect 7. Verbonden partijen Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen wordt nader ingegaan op deze verbonden partijen met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. De begrotingen van de meeste verbonden partijen worden in het eerste kwartaal van het jaar daarvoor opgesteld. De snel gestegen inflatie van de afgelopen jaren en de daarop volgende CAO-stijgingen is hierdoor niet altijd afdoende meegenomen
69
Begroting 2025 in de begrotingen. De verwachting is dan ook dat een aantal verbonden partijen hiervoor een beroep zal doen op de gemeente. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 2 mln. en schatten wij de kans in op waarschijnlijk (62,5%). In het risico zijn de partners in het Sociaal Domein niet meegenomen. Deze zijn meegenomen bij het risico Sociaal Domein. 8. Gemeentefonds De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. Met ingang van 2023 is de verdeling van het gemeentefonds herzien. Het doel van deze herziening is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Fluctuaties in het gemeentefonds zijn toch niet geheel uitgesloten, daarom wordt een risicobedrag opgenomen van € 1 mln. (1% van algemene uitkering) met een kans van 62,5% 9. Leegstand panden In de begroting is ruim € 3 mln. aan huuropbrengsten geraamd. Bij de meeste verhuurde panden is sprake van een meerjarige verhuurovereenkomst en is het risico op leegstand beperkt. Bij enkele panden is het risico groter. Het bedrag voor de panden waar de gemeente risico loopt is ingeschat op € 190.000.
Het risico is verlaagd in verband met het verwerken van de huurderving van Gebouw C in de begroting 2025. Het risico wordt ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 10. Stijging rentelasten Voor de periode 2025 tot en met 2028 is een berekening gemaakt voor een rentestijging van 0,5%. De effecten per jaarschijf zijn conform de methodiek opgenomen in het weerstandsvermogen voor in totaal € 2,4 mln. Bij deze 0,5% rentestijging zullen de structurele rentelasten vanaf 2028 € 1,1 mln. per jaar hoger zijn dan begroot. In de periode 2029 tot en met 2032 lopen nog leningen af die wellicht geherfinancierd moeten worden. Bij de huidige marktrente kan herfinanciering leiden tot hogere rentekosten. Bij een rente van 3,3% zal volledig herfinanciering op termijn leiden tot € 536.000 hogere rentelasten per jaar. Voor dit risico is geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen omdat dit buiten de begrotingsperiode ligt. Daarnaast is er wellicht minder herfinanciering nodig als gevolg van de verkoopopbrengsten van Groote Haar. De kans op dit risico wordt ongewijzigd ingeschat op waarschijnlijk (62,5%) Risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen. 1. Sociaal Domein Voor de reserve Sociaal Domein is bij de Perspectiefnota 2025 een bandbreedte bepaald van € 4,25 mln. als toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken.
Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico. Het kabinet onderkent dat de rijksmiddelen ontoereikend zijn voor de kosten die in het Sociaal Domein, in het bijzonder in de jeugdzorg, worden gemaakt. De jeugdzorg moet hervormd worden. Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. Doel van de maatregelen in de Hervormingsagenda is het stelsel kwalitatief verbeteren en financieel houdbaar maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven (€ 1 miljard structureel vanaf 2027). In november 2023 is het implementatieplan verschenen. Dit implementatieplan Hervormingsagenda geeft op hoofdlijnen weer wat er de komende jaren gaat gebeuren en wie welke rol en verantwoordelijkheid daarin heeft. Meerjarig is afgesproken dat gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparingspotentieel van ongeveer € 1 miljard (landelijk). Met het afsluiten van de Hervormingsagenda zijn de aanvullende middelen voor de jaren 2024 en 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. Gemeenten
70
Begroting 2025 moeten de bijbehorende baten en lasten op realistische wijze in een structureel sluitende begroting verwerken. De afbouw van middelen is in de gemeente Gorinchem conform Rijksbeleid opgenomen in de begroting en heeft daarmee geresulteerd in een stelpost jeugd. De stelpost jeugd is in de begroting 2025 opgenomen voor € 0,4 mln. en loopt in 2027 op naar € 1,9 mln. De toevoeging aan het gemeentefonds van aanvullende middelen voor jeugdzorg voor 2026 en verder vindt plaats na het advies van een deskundigheidscommissie en de besluitvorming. De commissie wordt in januari 2025 en januari 2028 gevraagd een advies uit te brengen. Het advies in januari 2025 is medebepalend voor de stelpost vanaf 2026. Pas na dit advies en besluitvorming daarover worden aanvullende middelen vanaf 2026 toegevoegd aan het gemeentefonds. Ook wordt met terugwerkende kracht naar 2023 en 2024 gekeken. Daarbij kijkt men vooral naar de geleverde inspanning. 2. Waarborggaranties De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt circa € 800 mln. Hiervan bestaat circa € 786 mln. uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds.
Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil. 3. Situatie Oekraïne Op dit moment is lastig in te schatten wat de impact van opvang van vluchtelingen zal zijn voor Gorinchem. 4. Toenemende projectorganisatie en capaciteitsplanning Het aantal projecten binnen de organisatie is de afgelopen jaren toegenomen. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen het aantrekken van medewerkers en de tijdelijke beschikbaarheid van middelen uit hoofde van de projecten. Voor de korte termijn zijn de risico's beperkt maar zodra de voorraad aan projecten kleiner wordt kan dit negatieve impact hebben op het jaarrekeningresultaat als gevolg van onvoldoende dekking voor de personeelskosten. Het uitgangpunt is dat de organisatie inspeelt op een situatie waarin er minder dekking uit projecten voor personeelskosten komt. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. Daarnaast is bij de begroting 2023 ruimte gemaakt voor het uitbreiden van de formatie gedurende een periode van 3 jaar (2023 t/m 2025). Wanneer de formatie niet tijdig of onvoldoende wordt afgebouwd of geen andere dekking van personeelskosten wordt gevonden geeft dit een financieel nadeel. Er wordt van uitgegaan dat de organisatie dit risico beheerst. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen.
Kans/risico waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor het weerstandsvermogen 5. Dividendinkomsten In de Perspectiefnota 2021-2024 is het dividend voor Stedin op nihil gesteld. Er is een kans dat we nog een beperkte dividenduitkering ontvangen de komende jaren. Over de hoogte van dergelijke uitkeringen kan, met de huidige inzichten (energietransitie), geen uitspraak worden gedaan. De benodigde middelen voor de energietransitie zijn nog niet volledig verkregen door Stedin. De kans bestaat dat Stedin wederom een beroep zal doen op haar aandeelhouders. Het Rijk heeft voor € 500 mln. een aandelenbelang genomen om Stedin te faciliteren bij het verwezenlijken van de energietransitie. Daarnaast lopen overleggen met provincies en gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin die nog geen aandeelhouder zijn. Op dit moment is het niet duidelijk of en voor hoeveel er nog een beroep wordt gedaan op de bestaande aandeelhouders. Voor de dividenduitkering op de preferente aandelen Stedin is afgesproken dat deze worden gebruikt voor afbouw van de schulden via een storting in de aflossingsreserve. 6. IHP
71
Begroting 2025 In de Perspectiefnota 2025-2028 is aangegeven dat er onvoldoende ruimte is voor het uitvoeren van IHP. Er wordt gezocht naar oplossingen zoals bijdragen van het Rijk en andere stakeholders. Dit vraagstuk blijft een uitdaging voor de financiële situatie. 7. Cultuurhuis In de Perspectiefnota 2025-2028 is aangegeven dat de extra kosten van scenario B niet zijn meegenomen. Momenteel wordt een alternatief scenario onderzocht. Het is op dit moment nog niet duidelijk of dit alternatief past binnen de huidige budgetten. 8. Mobiliteit Voor de Mobiliteitsvisie worden jaarlijkse middelen gereserveerd vanuit de grondexploitaties. De grondexploitaties zitten in hun eindfase. Voor een Mobiliteitsvisie 2.0 zal dan ook een andere manier gevonden moeten worden om middelen te reserveren. 9. Taakstellingen De afgelopen jaren zijn diverse taakstellingen opgenomen. De nieuwe taakstellingen zijn ook opgenomen in de inleiding. Onderstaand ziet u een overzicht van de realisatie van de bestaande taakstellingen en een overzicht van de nog in te vullen bestaande taakstellingen. Het niet realiseren van deze taakstellingen kan effect hebben op het weerstandsvermogen. De hogere kosten van het sociaal team worden door gebruik van de IZA-middelen voor 3 jaar gedekt. De beparing op het MJOP Vastgoed wordt voor 2025 opgelost door het inzetten van de SPUK-Sport middelen.
Realisatie bestaande taakstellingen
2025
2026
2027
Dekking hogere kosten sociaal team
489
489
489
Besparing MJOP Vastgoed
247
2028
Jeugdzorg Hervormingsagenda
Efficiency Parkeerketen Taakstelling organisatie
De Hervormingsagenda Jeugdzorg maakt een groot deel uit van de nog te realiseren taakstellingen. De verwachting is echter dat deze taakstelling meebeweegt met de hervormingsagenda van het Rijk en dient uit dien hoofde dan ook in een ander perspectief geplaatst te worden. Nog te realiseren bestaande taakstellingen
2025
2026
2027
2028
Jeugdzorg Hervormingsagenda
445
1.844
1.945
1.945
247
247
247
Dekking hogere kosten sociaal team
489
Besparing MJOP Vastgoed Efficiency Parkeerketen
100
100
100
100
Taakstelling organisatie
182
182
182
182
Totaal nog te realiseren bestaande taakstellingen
727
2.373
2.474
2.963
Nieuwe taakstellingen
2025
2026
2027
2028
44
143
309
309
175
200
225
178
168
687
702
Nog in te vullen taakstelling subsidies Nog in te vullen taakstelling efficiency organisatie Nog in te vullen taakstelling sociaal domein Totaal nog te realiseren nieuwe taakstellingen
72
44
318
Begroting 2025
3.1.4
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen (ook wel weerstandsratio) is de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen
Ruim voldoende
Weerstandsvermogen
1,4 < x < 2,0
Jaarstukken Begroting 2023 2025 1,39
1,53
De weerstandsratio ligt binnen de door de raad vastgestelde bandbreedte van 1,4 en 2,0. Exclusief het meerjarige begrotingssaldo komt de weerstandsratio op 1,47. Indien de onttrekking aan de algemene reserve van 3,8 mln wordt meegenomen worden deze ratio's 1,34 respectievelijk 1,29.
73
Begroting 2025
3.1.5
Financiële kengetallen
Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en/of de balans. Deze kengetallen kunnen behulpzaam zijn bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Elk kengetal lichten we toe en vergelijken we met signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland. De provincie hanteert de volgende drie categorieën: minst risicovol, neutraal en meest risicovol. Wij benadrukken dat we voorzichtig moeten omgaan met conclusies te trekken uit individuele kengetallen. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bekeken. Netto schuldquote Netto schuldquote (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar) A
Vaste schulden
Jaarstukken 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
89.090
149.445
175.159
187.370
186.793
B
Netto vlottende schuld
7.664
10.000
10.000
10.000
10.000
C
Overlopende passiva
22.348
10.287
10.180
10.357
9.030
D
Financiële vaste activa (cf. art. 36 lid d, e en f)
3.391
4.209
4.198
4.198
4.198
E
Uitzettingen < 1 jaar
14.075
7.000
7.000
7.000
7.000
F
Liquide middelen
1.852
0
0
0
0
G
Overlopende activa
6.563
1.000
1.000
1.000
1.000
H
Totale baten (exclusief mutaties reserves)
169.334
182.318
162.894
164.757
159.028
I
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
55%
86%
112%
119%
122%
Financiële vaste activa (exclusief uitstaande leningen)
2.643
2.643
2.643
2.643
2.643
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G-I)/H x 100%
55%
87%
113%
120%
123%
Signaleringswaarde provincie: <90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal en >130% is meest risicovol
De netto schuldquote is het totaal van de leningenportefeuille verminderd met de eigen middelen. Hierdoor ontstaat een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre de gemeente geld doorleent, is ook de netto schuldquote exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote neemt toe in de komende jaren, voornamelijk als gevolg van de geplande nieuwe investeringen. Deze leiden tot een toename van de schulden. De schuldquote gaat fors oplopen richting de categorie meest risicovol. Deze ontwikkeling is in aanloop naar de Perspectiefnota 2021-2024 onderkend. Dit is mede de reden geweest dat er maatregelen zijn getroffen om de schuldpositie niet verder op te laten lopen. Op basis van de huidige keuzes, inzichten en prognoses zal de schuld na 2028 afnemen. De oplopende netto schuldquote zal van minst risicovol in de signaleringswaarde van de provincie verschuiven naar de bovenkant van neutraal. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit (in procent)
Jaarstukken 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
A
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)
107.593
112.021
113.228
112.810
111.687
B
Balanstotaal
249.600
303.448
331.134
343.388
341.641
43%
37%
34%
33%
33%
Solvabiliteit (A/B) x 100%
Signaleringswaarde provincie: >50% is minst risicovol, 20-50% is neutraal en <20% is meest risicovol
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de verhouding van het eigen vermogen tot het balanstotaal. Dit laat zien dat we op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. De dalende solvabiliteitsratio
74
Begroting 2025 wordt veroorzaakt door het stijgende balanstotaal als gevolg van de geplande investeringen. Het stijgende balanstotaal neemt risico's met zich mee. Op basis van de signaleringswaarde is de solvabiliteitsratio neutraal. Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte (bedragen x € 1.000)
Jaarstukken 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
A
Totale structurele lasten
160.362
160.324
145.300
149.352
143.585
B
Totale structurele baten
164.420
166.357
148.347
151.063
145.781
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
0
24
24
24
24
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
74
25
75
75
50
E
Totale baten
194.872
197.278
167.967
167.183
160.711
2,1%
3,1%
1,8%
1,1%
1,4%
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
Signaleringswaarde provincie: >0% is minst risicovol, = 0% is neutraal en <0% is meest risicovol
Het kengetal structurele exploitatieruimte laat zien of de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. De signaleringswaarde structurele exploitatieruimte komt voor de begroting 2025 uit op het minst risicovol. Grondexploitatie Grondexploitatie (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar)
Jaarstukken 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
A
Bouwgronden in exploitatie
49.326
63.285
67.995
62.709
61.171
B
Totale baten (exclusief mutaties reserves)
169.334
182.318
162.894
164.757
159.028
29%
35%
42%
38%
38%
Grondexploitatie (A/B) x 100%
Signaleringswaarde provincie: <20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal en >35% is meest risicovol
Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van grondexploitatie weer ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Dit kengetal geeft twee zaken weer. Allereerst is er een risico dat de gemeente bij verkoop van de gronden niet de gehele boekwaarde kan realiseren. Als tweede kan een hoge boekwaarde wel betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de leningenportefeuille af te bouwen. Op basis van de signaleringswaarde komt de signaalwaarde in de categorie meest risicovol. Dit wordt met name veroorzaakt door de grondexploitatie Groote Haar, waarvoor de investeringen eerst moeten worden gedaan, maar de inkomsten pas later (buiten dit meerjarenperspectief) gerealiseerd zullen worden.
75
Begroting 2025 Belastingcapaciteit Belastingcapaciteit (bedragen in euro's)
Jaarstukken 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde
319
353
353
353
353
A
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde
203
201
201
201
201
B C
Afvalstoffenheffing voor een gezin
372
400
400
400
400
D
Eventuele heffingskorting
0
0
0
0
1
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
894
954
954
954
953
E
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin (in jaar t -1)
944
994
994
994
994
F
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%
95%
96%
96%
96%
96%
Signaleringswaarde provincie: <95% is minst risicovol, 95-105% is neutraal en >105% is meest risicovol
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 100%. De komende jaren ligt de belastingdruk rond het landelijk gemiddelde en deze is op basis van de signaleringswaarde van de provincie neutraal. Financiële kengetallen in perspectief
Kengetallen die op groen staan beoordelen we als een positieve situatie. Kengetallen die op rood staan, geven aanleiding tot zorgen en vragen dus nadere aandacht. Vanaf 2026 neemt het aantal groene kengetallen af. Er is nog steeds een trend van oplopende schulden, daardoor afnemende solvabiliteit en een hoog geïnvesteerd vermogen in de grondexploitaties. Met de ingezette lijn bij de Perspectiefnota 2021 (op basis van gesprekken met de klankbordgroep Financiën) is ingegrepen om deze financiële trend in de hand te houden en de risico's te beperken. Vanaf 2028 zullen de schulden afnemen.
76
Begroting 2025
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
3.2.1
Inleiding
We maken voor de kapitaalgoederen onderscheid tussen vastgoed en niet-vastgoed. Per categorie worden de kapitaalgoederen nader toegelicht, inclusief het daarbij behorende onderhoud.
3.2.2
Vastgoed
De gemeente Gorinchem heeft vastgoed in eigendom. Hiermee kan zij sturen op gewenste maatschappelijke ontwikkelingen en doelstellingen. Het vastgoed is onderverdeeld naar maatschappelijk, commercieel en overig. Beslissingen over de aan- en verkoop van vastgoed worden genomen op basis van strategische overwegingen. Wanneer vastgoed niet langer bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen, wordt het verkocht. In de afgelopen jaren is de vastgoedportefeuille al aanzienlijk verkleind. Gezien de huidige financiële situatie van de gemeente is echter opnieuw gekeken of er nog meer vastgoed, zowel panden als percelen, kan worden afgestoten. In 2025 zullen enkele objecten welke niet door een maatschappelijk partij worden gebruik, verkocht worden. De komende periode zal ook aandacht worden besteed aan het efficiënter huisvesten van maatschappelijke partijen, zodat in de komende jaren mogelijk nog meer vastgoed afgestoten kan worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een de verdere verduurzaming van de resterende gemeentelijke gebouwen (kernvoorraad). Het onderhoud van de panden wordt uitgevoerd volgens het meerjarenonderhoudsplan (MOP), dat in 2022 is vastgesteld en verwerkt in de begroting van 2023 en verder. Alle gebouwen hebben een 0-meting ondergaan en zijn opgenomen in het vastgoedsysteem.
Het MOP wordt jaarlijks geactualiseerd binnen de beschikbare budgetten, waarbij grote onderhoudswerkzaamheden nauwkeuriger worden ingepland. Dit proces zorgt voor een actueel beeld van de bouwkundige staat, de onderhoudsplanning en de bruikbaarheid van de panden. In 2025 worden voorbereidingen getroffen voor een actualisatie van het MOP in 2026. Waar nodig zullen opnieuw 0-metingen worden uitgevoerd en wordt gekeken of de verwachte kosten nog in lijn zijn met de huidige marktprijzen. Ook wordt er overgestapt naar een nieuw MOP-systeem, omdat het huidige systeem niet langer wordt ondersteund door de leverancier. Het MOP bevat ook quick wins voor de verduurzaming van de panden, zoals de installatie van dubbel glas of een duurzamere CV-ketel. Waar mogelijk worden CO2-besparende maatregelen gecombineerd met reeds geplande werkzaamheden. In 2023 is het werkprogramma Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed vastgesteld, waarmee negen panden uit de kernportefeuille worden verduurzaamd. In 2024 is de uitvoering van dit programma gestart, en in 2025 wordt dit verder uitgerold, met voortzetting in 2026 en 2027. Waar mogelijk wordt DUMAVA-subsidie aangevraagd om deze verduurzaming te ondersteunen. Hiermee kan de gemeente voldoen aan de afspraken in het kader van de energietransitie 2050.
Tot slot zijn er twee vastgoedprojecten die in het oog springen: de nieuwbouw van het Caribabad en toekomsvisie voor De Nieuwe Doelen. Voor het Caribabad loopt op het moment van schrijven de aanbesteding voor een Design and Build. Voor De Nieuwe Doelen wordt in het najaar van 2024 een besluit verwacht over de toekomstig invulling van dit pand. Welk besluit dit ook wordt, het zal effecten hebben op het pand en de ambtelijke organisatie.
77
Begroting 2025 Feitelijke gegevens van het gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft momenteel 84 panden in eigendom. Deze panden zijn naar soort vastgoed onderverdeeld volgens de vastgestelde vastgoedlijst en in onderstaande, geactualiseerde, tabel opgenomen. Aantal 2023
Aantal 2024
Onderwijs Sport Welzijn Cultuur Economie en Toerisme Erfgoed/historie Intern vastgoed (bestuurlijke en ambtelijke huisvesting)
32 8 5 3 3 14 5
32 8 5 3 3 14 5
Commercieel vastgoed
Horeca Kantoor Detailhandel Bedrijfsruimte Kinderdagverblijf/BSO
1 0 0 3 1
1 0 0 3 1
Overig vastgoed
Woningen Ontwikkelingsvastgoed
5 5
4 5
Soort vastgoed
Sublabel
Maatschappelijk vastgoed
3.2.3
Niet-vastgoed
In de openbare ruimte verstaan we onder kapitaalgoederen: wegen, wandel- en fietspaden, civiele kunstwerken, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, oppervlaktewater, straatmeubilair en verlichting. De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op hoe trots de inwoners zijn op hun gemeente. Maar ook op de veiligheid van de gebruikers en voor de leefbaarheid, toegankelijkheid, beleving, aanzien en uitstraling van onze gemeente.
Wegen Het beheer en onderhoud van de wegen wordt gevoerd op basis van het beleids- en beheerplan 2025-2029. Onder het wegbeheer vallen de gemeentelijke wegverhardingen (asfalt, bestrating en halfverhardingen), de wegbermen en de wegmarkering. Het totale areaal aan wegverhardingen bedraagt ongeveer 1,84 miljoen vierkante meter. Het gewenste kwaliteitsniveau is niveau Basis (heel en veilig, comfortabel begaanbaar). Iedere twee jaar wordt een weginspectie uitgevoerd en wordt een jaar- en meerjarenplan opgesteld voor het benodigde onderhoud en de vervangingsopgaven. Dit meerjarenplan geeft voor de eerste twee planjaren de concrete opgave en voor de planjaren 3 tot 5 inzage in de opgave die er waarschijnlijk aankomt. Het meerjarenplan wordt integraal afgestemd met de verschillende disciplines bij Stadsbeheer en Stadsontwikkeling, waaronder de disciplines Mobiliteit en Riolering. Waar nodig worden multidisciplinaire opgaven gedefinieerd en gerealiseerd. Ook wordt door werk-met-werk te maken gestreefd naar het realiseren van kansen op het vlak van verkeersveilig en het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. Het huidige onderhoudsniveau varieert per straat/weg zeer sterk. Van een zeer lage kwaliteit tot goed op orde. Hierin wordt over de periode 2025-2029 een inhaalslag gerealiseerd.
Groen We voelen ons prettiger in een groenere omgeving. Groen is ook een belangrijk middel voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Voor 2025 staat groenbeheer echter voor een aantal uitdagingen door de financiële situatie van de gemeente. Zo wordt ongeveer 10% van onze bodembedekkende heesters omgevormd naar gazon of berm. In het kader van de motie 'A right to challenge!' krijgen bewoners eerst actief de gelegenheid om het onderhoud van perken en groenstroken zelf op te pakken.
78
Begroting 2025 Een deel van ons groenareaal wordt momenteel beheerd op beheerniveau A, maar dit wordt teruggebracht naar beheerniveau B. Tot slot wordt het totaal beschikbare budget niet vergroot voor het areaal dat erbij komt. We zullen daarom slim en efficiënt met de beschikbare middelen om moeten gaan.
Riolering In 2020 is een nieuwe Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) 2020-2025 vastgesteld Dit plan betreft de beleidsmatige, financiële en technische basis voor het onderhoud van het rioolstelsel. Hierin zal onder andere € 200.000 per jaar opgenomen voor klimaatadaptieve werkzaamheden in de stad. In 2025 zal dit budget onder andere worden ingezet om verhardingen te vervangen voor groen, zoals middengeleiders en versteende pleintjes. Een groot deel van de rioleringswerkzaamheden zal in 2025 plaatsvinden in de Gildewijk (Schepenenstraat en omgeving). Naast onze eigen beheer en onderhoudswerkzaamheden onder de grond hebben we ook te maken met de ondergrondse werkzaamheden van onze netwerkpartners Oasen, STEDIN en HVC (warmtenet) en de aanleg van het glasvezelnetwerk. Momenteel wordt er gewerkt aan een programma water en riolering 2026-2030. Vanaf 1 januari 2026 is dit programma van kracht. Het programma water en riolering is de opvolger van het huidige GRP. Tijdens het opstellen van het nieuwe programma riolering zal opnieuw worden onderzocht welke budgetten er nodig zijn en hoe deze kunnen worden gefinancierd.
Water De gemeente heeft zorg voor oppervlakte-, grond-, hemel – en afvalwater. In 2020 is een nieuw gemeentelijk Riolerings Plan (GRP 2020-2025) vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan een opvolgend omgevingsprogramma water en riolering 2026-2030. Dit omgevingsprogramma ligt in lijn met de omgevingswet en omgevingsvisie van gemeente Gorinchem. Klimaatverandering is één van de meest ingrijpende veranderingen waarop ingespeeld gaat worden. Dat doen we partners in de stad zoals het Waterschap, Rijkswaterstaat en Oasen. De plannen worden door ons uitgevoerd. Zowel het huidige GRP als ook het nieuwe omgevingsprogramma water en riolering geeft aan hoe maatregelen kunnen worden gefinancierd en wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van het tarief rioolheffing.
Veerboten De Veerdienst beschikt momenteel over zeven veerboten (twee autoveerboten, twee elektrische voet-fiets boten en drie veertaxi's). De onderhoudskosten zitten conform de businesscase in de reguliere begroting.
Havens Onder de havens vallen: • De Lingehaven met het havenkantoor, het voorzieningengebouw, de dienstwoning en alle in de haven aanwezige bruggen, sluizen, steigers en remmingswerken; • De dienstensteiger, een passantensteiger en de steigers van de veerdienst die buiten de waterpoort zijn gelegen en alle overige steigers in de Lingehaven; • De Handelskade en de loswal. De Lingehaven omvat de Lingesluis, Visbrug, de Peterbrug, de Korenbrug, de kademuren Het Eind, de kademuren Kriekenmarkt, kademuren Appeldijk, kademuren Havendijk, kademuren Kortendijk, frontmuren Voorhaven, kademuren Buiten de Waterpoort, kademuren Duivelsgracht, de Waterpoort, historische haven, Ondervloed, twee historische sluizen en voorhaven Lingezijde en Merwedezijde.
79
Begroting 2025 Het onderhoud aan de havens gebeurt aan de hand van meerjarenonderhoudsplannen. Het onderhoud van de steigers in Sleeuwijk, Woudrichem, Werkendam en Hardinxveld-Giessendam komt voor rekening van de betreffende gemeente met uitzondering van de aluminium laadkleppen die door de gemeente Gorinchem worden onderhouden.
Civiele kunstwerken, bruggen en beschoeiingen Met civiele kunstwerken bedoelen we civieltechnische constructies zoals bruggen (Gorinchem telt 321 civiele Kunstwerken en bruggen), damwanden, duikers, kade- en keermuren. Ook oeverbescherming rekenen we tot dit areaal (ruim 64 km binnen Gorinchem). En binnen dit areaal worden ook de kunstwerken (Gorinchem heeft 111 beelden-kunstwerken) in de stad gerekend. We onderhouden de (civiele) kunstwerken en bruggen volgens het beheerplan (2020). In 2025 voeren we werkzaamheden uit aan de Station kade, Vervangen we beschoeiingen en daarnaast starten we het met het vervangen van de keerwand en de 2 houten bruggen bij Den Uylstraat/Dr. W. Dreesstraat.
Openbare verlichting Goede openbare verlichting geeft sfeer, een gevoel van sociale veiligheid en vergroot de verkeersveiligheid. Het is daarom van belang dat we de openbare verlichting goed op orde hebben. Gorinchem telt 8.076 lichtmasten. We hebben de uitvoering van het beheer en onderhoud ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Bureau OVL. Het onderhoudscontract is via Bureau OVL bij een aannemer weggelegd. Met de vervanging naar LED werken we aan het verminderen van energieverbruik. In 2024 zijn we begonnen met het 'verledden' van de openbare verlichting in de stad.
3.2.4
Meerjarenonderhoudsplannen (MOP)
Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen zijn meerjarenonderhoudsplannen opgesteld. Uitzondering daarop zijn de kapitaalgoederen groen en veerboten. De onderhoudskosten voor groen zijn jaarlijks ongeveer gelijk en daar is geen sprake van groot onderhoud. Hiervoor is een structureel exploitatiebudget geraamd. Voor de onderhoudskosten voor de (elektrische) veerboten zijn exploitatiebudgetten opgenomen, welke conform de samenwerkingsovereenkomst worden doorberekend aan de deelnemende oevergemeenten. Voor het reguliere onderhoud van de riolering zijn jaarlijkse exploitatiebudgetten beschikbaar, welke gedekt worden via de riooltarieven. Voor de vervanging van de riolering worden conform het GRP jaarlijkse budgetten geraamd. Deze worden gedekt uit een vervangingsvoorziening, welke gevoed wordt uit de rioolheffing. Voor wegbeheer wordt er gewerkt met een meerjaren onderhoud- en vervangingsplan.
3.2.5
Kwaliteitsniveau en onderhoudslasten per kapitaalgoed
In onderstaande tabel is per kapitaalgoed het kwaliteitsniveau van onderhoud en de onderhoudslasten weergegeven zoals deze in de meerjarenbegroting 2025-2028 zijn opgenomen. Het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed voldoet aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Indien van toepassing wordt aan de wettelijke normen voldaan. Er zijn momenteel geen onveilige situaties. Op het gebied van wegen is een nieuw onderzoek gedaan waarin is geconstateerd dat er achterstalligheid is of kan gaan ontstaan. Hiervoor zijn structureel middelen beschikbaar gesteld.
80
Begroting 2025 Kwaliteitsniveau onderhoud kapitaalgoederen en bijbehorende onderhoudslasten (bedragen x € 1.000)
Kwaliteitsniveau
Jaarlijkse storting in voorziening groot onderhoud
Gepland groot onderhoud jaarschijf 2025
Jaarlijks budget regulier (klein) onderhoud
Gebouwen: - woningen en panden
normaal en instandhouding
74
93
33
- onderwijspanden
normaal en instandhouding
481
262
256
- panden SGS
normaal
354
468
22
- panden t.b.v. kunstuitoefening
normaal
107
138
72
- panden maatschappelijke zorg
normaal
14
10
10
- gemeentelijk onroerend goed
normaal
396
297
499
1.426
1.268
892
Wegen
zie Buitengewoon Groen1
0
0
2.866
Groen
zie Buitengewoon Groen2
24
2
1.075
Riolering
Conform GRP3
0
0
110
Water
geen kwaliteitsniveau vastgesteld4
0
0
21
Veerboten
geen kwaliteitsniveau vastgesteld
0
0
233
Havens
normaal
100
25
0
Bruggen, kunstwerken en duikers
normaal
122
4
0
Monumenten
normaal
167
224
94
Parkeergarages
normaal
143
183
153
Buitensportaccommodaties
normaal
481
13
107
Openbare verlichting
normaal
12
31
75
Kunst
normaal
15
7
40
Totaal
2.491
1.757
5.665
1. Bij de vaststelling van het beleidskader (Buitengewoon Groen) is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk -
verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. Het ambitieniveau op basis van het beleids- en beheerplan wegen 2025-2029 is niveau basis. Dit wijkt met het oog op de financiële haalbaarheid af van het beleidskader Buitengewoon Groen. 2. Bij de vaststelling van het beleidskader Visie en beleidsplan Openbare ruimte Buitengewoon Groen is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk - verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/ woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. 3. In (een bijlage van) het GRP worden de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden beschreven. Dit is de kwaliteit die met het GRP wordt beoogd. 4. Het beheer van de watergangen is de verantwoordelijkheid van het Waterschap Rivierenland. Zij voeren hier de regie en stellen het kwaliteitsniveau vast.
81
Begroting 2025
3.3
Financiering
3.3.1
Inleiding
Financiering betreft de wijze waarop de gemeente leningen aantrekt en eventueel overtollig geld (tijdelijk) uitzet. Beleidskaders voor financiering zijn nodig om de rentelasten te beperken en de risico's te beheersen. Bij het instellen van het Investerings- en Schuldenplafond is een streefrichting van € 115 mln. bepaald als bedrag waarbij de schulden en de daarbij horende renterisico's en de risico's met betrekking tot de totale lasten van de investeringen houdbaar blijven. Tijdens de investeringssessie in 2024 is aangegeven dat door het indexeren van het investeringsplafond en de bijstellingen van de grondexploitaties de schuld per 31-12-2040 wordt ingeschat op € 123,4 mln. De absolute schuld en het renterisico zijn dan ook hoger dan de oorspronkelijke streefrichting. De schuldquote is door met name de stijgende algemene uitkering niet substantieel verslechterd. De flexibiliteit van de begroting is door de hogere structurele rentelasten afgenomen. Voor de beheersing van de schulden blijft het dan ook belangrijk om binnen het investeringsplafond te opereren. Het is nu vooral zaak hier goed op te blijven sturen en monitoren. Zo zal de schuldpositie de eerste jaren nog oplopen, maar daarna wordt een substantiële afbouw van de schulden ingezet als gevolg van de verkopen op Groote Haar.
De afbouw van de schuldomvang is het belangrijkste instrument om bij rentestijgingen de begroting betaalbaar te houden en een sluitende begroting te kunnen blijven presenteren.
3.3.2
Financieringsportefeuille
In onderstaande tabel wordt de meerjarige ontwikkeling van onze langlopende leningportefeuille, extra (her-) financieringsbehoefte en rente- en aflossingsverplichtingen weergegeven per 1 januari van het betreffende jaar. Financieringsportefeuille (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Stand langlopende leningen per 1-1
109.626
149.445
175.159
187.370
Aflossingsverplichtingen
10.060
11.564
10.069
6.573
Financieringsbehoefte kort
10.000
10.000
10.000
10.000
Rentebetalingsverplichtingen
3.552
4.615
5.298
5.610
Financieringsbehoefte Om de financieringsbehoefte te bepalen zijn de volgende twee zaken belangrijk: (1) de boekwaarde van de investeringen en de voorraden gronden en (2) de financieringsmiddelen. Allereerst kijken wij naar de verwachte ontwikkeling van de boekwaarde van zowel lopende als nieuwe investeringen en voorraden gronden van 2025 tot en met 2028. Als tweede kijken wij naar de externe en de interne financieringsmiddelen. De externe financieringsmiddelen zijn de langlopende leningen en de kortlopende leningen. De interne financieringsmiddelen zijn de reserves en de voorzieningen. De financieringsbehoefte is vervolgens het saldo van de investeringen en de voorraden gronden minus de beschikbare financieringsmiddelen. Een financieringstekort lost de gemeente op door het aantrekken van nieuwe kortlopende of langlopende leningen. Conform het Treasurybeleid sluit de gemeente Gorinchem kortlopende leningen in principe af totdat de targetrente bereikt is, dan wel de kasgeldlimiet is bereikt. In bovenstaand overzicht zijn de langlopende leningen weergegeven en het bedrag dat kortlopend gefinancierd wordt. De doelstelling van het Treasurybeleid is om het hieruit voortkomende renterisico zoveel mogelijk te beperken. De toename in de langlopende leningen is hoofdzakelijk het gevolg van nieuwe investeringen die (voor)gefinancierd moeten worden.
Leningen De leningenportefeuille bestaat per 1 januari 2025 uit 16 leningen, waarvan 12 fixe leningen. Hiervan worden er in 2025 twee afgelost, totaal € 8,5 mln. De huidige 10-jaars rente voor nieuwe leningen is circa 3,3%.
82
Begroting 2025 Opgenomen geldleningen
Gemiddeld rentepercentage
Restant hoofdsom per 1-1-2025 (bedragen x € 1.000)
Laatste jaar aflossing
Kortlopende schulden
0,37%
8.500
2025
Langlopende schulden
1,72%
69.034
2031*
Totaal
77.534
* Gemiddelde jaar van aflossing van de leningenportefeuille
83
Begroting 2025
3.3.3
Renteontwikkeling
De afgelopen jaren is de rente fors gestegen. Het rentebudget is hiervoor verhoogd in de Perspectiefnota 2024-2027 en de Begroting 2024. Op basis van de huidige uitgangspunten kunnen de rentelasten van de geplande investering worden voldaan. Voor het verloop van de rentelasten verwijzen we naar de tabel bij het onderdeel financieringsportefeuille. Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is de interne rekenrente bepaald op 1,4%, dit is een stijging van 0,1% ten opzichte van vorig jaar. De stijging van de rekenrente volgt op de ontwikkeling van de rente voor het aantrekken van (lang) vreemd vermogen in combinatie met de verwachte toename van de schulden. Met ingang van de begroting 2025 is de methode van rentetoerekening toe te rekenen aan de grondexploitaties gewijzigd in verband met nieuwe BBV-regels . Deze werd bepaald op de verhouding vreemd vermogen en totaal vermogen en het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille. De rente voor grondexploitaties 2024 was 1,04%. Deze wordt nu bepaald op basis van de rekenrente, dus 1,4%, een stijging van 0,36%. Zoals in de jaarrekening aangegeven heeft dit met name een grote impact op de verliesvoorziening van Groote Haar. Hiervoor is in de tussenrapportage 2024 een storting in de voorziening opgenomen.
84
Begroting 2025
3.3.4
Renterisico's
Een gemeente moet haar renterisico's beheersen door middel van onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort geld, omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
2025 kwartaal 2025 kwartaal 2025 kwartaal 2025 kwartaal 1 2 3 4
Toegestane kasgeldlimiet
16.707
16.707
16.707
16.707
Werkelijke kasgeldlimiet
10.000
10.000
10.000
10.000
Ruimte
6.707
6.707
6.707
6.707
Elk kwartaal is er een ruimte van € 6,7 mln. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de kasgeldlimiet. In het rentebeleid is vastgelegd dat, binnen de kaders van de kasgeldlimiet, optimaal gebruik gemaakt wordt van kortlopende financieringen. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in aanmerking komen. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Toegestane renterisico
39.311
33.337
33.253
31.810
Werkelijke renterisico
10.060
11.564
10.069
6.573
Ruimte
29.252
21.773
23.185
25.237
Uit bovenstaande tabel blijkt dat wij binnen de grenzen van de renterisiconorm opereren.
3.3.5
Schatkistbankieren
Gezien de huidige planning van uitgaven en inkomsten zijn er in 2025 geen schatkistgelden beschikbaar en zal het verplichte schatkistbankieren voor onze gemeente in de praktijk niet snel een rol spelen.
85
Begroting 2025
3.4
Bedrijfsvoering
3.4.1
Inleiding
Op basis van het BBV is de gemeente verplicht om de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering te verstrekken. Onder bedrijfsvoering verstaan we de sturing en beheersing van de ondersteunende processen binnen de organisatie. De paragraaf Bedrijfsvoering schetst op hoofdlijnen de manier waarop onze organisatie haar ambities wil bereiken en welke middelen daarvoor nodig zijn.
3.4.2
Personeels- en organisatiebeleid
Strategisch HRM In 2025 wordt het project functiehuis/loongebouw afgerond en dit zal in het teken staan van de implementatie van een nieuw systeem: huidige functiebeschrijvingen worden omgezet en medewerkers worden ingedeeld. Organisatie klaar voor de toekomst: de strategische personeelsplanning wordt geactualiseerd om aan te kunnen blijven sluiten bij toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast staat ontwikkeling van medewerkers centraal die inmiddels gebruik kunnen maken van een groot aanbod op de Gorinchem academie. De projecten arbeidsmarktcommunicatie en onboarding gaan in 2025 over naar de uitvoerende fase. Het bieden van een veilige werkomgeving aan medewerkers, heeft permanente aandacht. We werken aan bewustwording bij iedereen en zorgen dat medewerkers weten waar ze terecht kunnen indien ze intern of extern geconfronteerd worden met vormen van ongewenst gedrag.
Formatie Formatie
2025
2026
2027
2028
Fte's
353
332
328
328
De formatie loopt de komende jaren terug, omdat hierin een aantal tijdelijke formatieplaatsen is opgenomen. Het sterkste is dat te zien in de overgang van 2025 naar 2026. Dit komt omdat in de PPN 2023 een aantal formatie-uitbreidingen voor 3 jaar (2023 t/m 2025) is toegekend.
Ziekteverzuim Verzuimbegeleiding is een doorlopende activiteit. We zien (ook landelijk) dat psychisch verzuim aandacht blijft vragen en niet altijd werkgerelateerd is. Tijdig in gesprek met medewerkers en proactief inzetten op het voorkomen van uitval blijken succesvol. Leidinggevenden, samen met de bedrijfsarts en de bedrijfsverpleegkundige, zetten hierop in. Het aandachtspunt vitaliteit uit de Cao Gemeenten wordt uitgewerkt.
Organisatie De Peilstok waarmee we meten hoe het staat met de organisatieontwikkeling, wordt ook in 2025 ingezet. Per peilstok wordt ingezoomd op een onderwerp waarvoor de keuze gemaakt wordt op basis van uitkomsten van eerdere peilstokken of op basis van actualiteiten in de organisatie.
86
Begroting 2025 Projectmatig werken heeft de aandacht, niet alleen als het gaat om de toepassing van de methodiek maar ook als het gaan om de ontwikkeling naar een apart projectenbureau binnen de organisatie. Het streven is om van daaruit projecten in de domeinen ruimte, sociaal en bedrijfsvoering te bemensen met projectleiders.
3.4.3
Informatisering en automatisering
Ook in 2025 werken we aan het bij de tijd houden van het gemeentelijke ICT landschap. Een nieuwe financiële applicatie is in gebruik genomen, de gemeentelijke web en telefonievoorzieningen worden vernieuwd, er wordt gekeken naar de realisatie van een E-depot (een voorziening voor het duurzaam bewaren van archiefmateriaal in digitale vorm), et cetera. Vanzelfsprekend is er daarbij aandacht nodig voor de harde kant van de ICT (applicaties en computerapparatuur). Maar meer en meer verschuift de aandacht naar het document- en gegevenslandschap (samenhang, kwaliteit, vindbaarheid, blijvende beschikbaarheid, de samenhang tussen offline- en online processen en -voorzieningen, samenwerking in ketens met partners en leveranciers, effecten van nieuwe technologie (zoals kunstmatige intelligentie), landelijke ontwikkelingen (zoals Common Ground) en een scala aan wetten (waaronder Woo, Who, AI-act, Eid, Wmebv). We willen daarbij ook meer datagedreven werken, en gegevens ook met onze omgeving delen (denk daarbij aan begrippen zoals ‘smart city’, en ‘open overheid’). Bij alles wat we doen moeten we scherp sturen op de financiën en op personele capaciteit. In de ICT markt is sprake van forse kostenstijgingen. Technisch en functioneel kan er veel, maar helaas vaak alleen tegen steeds hogere kosten. Ook kan niet alles tegelijk. De personele capaciteit laat dit niet toe.
Ook toezien op veiligheid en beveiliging wordt steeds belangrijker en vergt meer tijd. Leidraad bij afwegingen is dat we moeten voldoen aan wetgeving en dat ontwikkelingen toegevoegde waarde moeten hebben voor de stad en/of de organisatie. Vanzelfsprekend kijken we daar bij ook de aspecten elektronische veiligheid en -robuustheid, IT-control en privacy- en vertrouwelijkheid.
3.4.4
Informatiebeveiliging
Ook in 2025 is de doelstelling om te (blijven) voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Er wordt momenteel gewerkt aan de BIO2.0, welke naar verluidt eind 2024 van kracht zal worden. Een aantal overheidsmaatregelen wordt geactualiseerd in lijn met nieuwe dreigingen (zoals ransomware). Daarnaast dienen we veranderende wetgeving te volgen. In 2024 vinden veranderingen plaats op het gebied van o.a. de DigiD-audit en het invoeren van een Europese richtlijn om cybersecurity af te dwingen (NIS2). Omdat het aantal cyberaanvallen (zoals phishing, ransomware en malware) wereldwijd schrikbarend toeneemt, heeft het Europees Parlement ingestemd met het verplichtstellen van NIS2. Met de NIS2 wetgeving wil de Europese Unie een inhaalslag maken met beveiliging tegen cybercriminaliteit. Naar verwachting zal de Cyberbeveiligingswet in 2025 in werking treden, nadat deze door het parlement is behandeld. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen moeten vanaf dat moment aan de plichten voldoen. Het voldoen aan bestaande kaders voor informatiebeveiliging bij de overheid, waaronder de BIO, vormt de basis om invulling te geven aan de zorgplicht die uit NIS2 volgt. De wetgeving heeft niet alleen gevolgen voor systemen en toepassingen, maar vooral ook voor werkwijzen, gegevens en documenten. Jaarlijks onderzoekt een onafhankelijke IT-auditor de verplichte DigiD audit.
Vanaf 2024 worden gemeenten naast de bekende 'opzet' en 'bestaan' van beheersingsmaatregelen ook voor drie van de zeven
87
Begroting 2025 beheersmaatregelen getoetst of deze maatregelen gedurende de gehele waarnemingsperiode hebben gefunctioneerd.
3.4.5
Financiën
De gemeentelijke financiën vormen een belangrijke basis voor het jaarlijks uit te voeren werk. Het adequaat beheren en beheersen van de inkomende en uitgaande geldstromen is essentieel. In de gemeentelijke begroting gaat jaarlijks ca. € 170 mln. om, daarnaast zijn er ook nog investeringen. De financiële huishouding is continu aan verandering onderhevig, nieuwe regelgeving, nieuwe inhoudelijke ontwikkelingen, nieuwe projecten etc. En daar dient de gemeentelijke administratie continu op in te springen. We hebben een nieuw financieel pakket aangeschaft dat vanaf 2025 in gebruik wordt genomen. Het nieuwe pakket biedt ruimte aan de informatiebehoefte van de huidige tijd en ondersteunt veel beter de verschillende processen. De aanschaf van het nieuwe financiële pakket biedt tevens de mogelijkheid om de administratieve processen te optimaliseren, waar mogelijk te digitaliseren en wellicht te automatiseren. In 2021 is de basis voor de beheersing van de schuldpositie gelegd. Het is nu vooral zaak hier goed op te blijven sturen en monitoren. Zo zal de schuldpositie de eerste jaren nog oplopen, maar daarna wordt een substantiële afbouw van de schulden ingezet. De afbouw van de schuldomvang is het belangrijkste instrument om bij rentestijgingen de begroting betaalbaar te houden en een sluitende begroting te kunnen blijven presenteren .
3.4.6
Inkoop en aanbesteding
Inkoop binnen de gemeente Gorinchem is zich aan het ontwikkelen. Samenwerking met de verschillende teams zorgt voor meer kennisverbreding van inkoop in de organisatie. Ingezet wordt op het uniformeren van aanbestedingsdocumenten en periodieke inkoopoverleggen met de teammanagers. Deze overleggen, samen met de resultaten van de spendanalyse, vormen de basis van de aanbestedingskalender.
3.4.7
Regionale samenwerking
Om lokale ambities te realiseren, is het in sommige gevallen noodzakelijk om samen te werken. Dat doen we met gemeenten die op ons lijken qua grootte, centrumpositie en gemeenten om ons heen in de regio. Samenwerken doen we onder meer via gemeenschappelijke regelingen. Meer informatie daarover is te vinden in de paragraaf verbonden partijen. Tijdens een I&O op 20 juni 2024 hebben college en gemeenteraad stilgestaan bij het onderwerp regionale samenwerking. Er vinden diverse ontwikkelingen rondom regionale samenwerking plaats. Zo heeft in 2023/2024 een onderzoek plaatsgevonden naar de samenwerking in de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden (AV). Naar aanleiding daarvan heeft de raad besloten om op een andere manier samen te gaan werken in de regio AV, via een nieuw regioplatform. Eind 2024 zal de gemeenteraad verder worden geïnformeerd over dit regioplatform. Ontwikkelingen vinden ook plaats op de regionale schaal Zuid-Holland Zuid. Op deze schaal werkt onze gemeente steeds vaker samen met Smart Delta Drechtsteden, bijvoorbeeld door middel van de twee Regio Deals Drechtsteden-Gorinchem. Verdere doorontwikkeling van deze samenwerking biedt mogelijkheden voor de versterking van de strategische positie van onze gemeente. In de eerder genoemde I&O heeft het college toegelicht welke regionale samenwerkingsstrategie de komende periode gevoerd wordt.
Dat doen we vanuit het besef dat samenwerking nodig is om ook de doelstellingen van onze stad te bereiken. Samenwerken doen we zelfbewust als veelzijdige centrumstad, waarbij we veel te bieden hebben aan onze regio. We willen daarbij weg blijven van structuurdiscussies die veel tijd in beslag nemen en weinig opleveren.
88
Begroting 2025 Per opgave kijken we naar de ideale schaal en daarbij behorende samenwerkingspartners. Dat past ook bij onze geografische positie op het scharnierpunt van regio's. Dit betekent concreet dat we de komende periode enerzijds inzetten op het behoud van onze samenwerking in de AV-regio op opgaven als zorg, duurzaamheid, arbeidsmarkt, wonen, klimaatadaptatie, onderwijs en recreatie en toerisme. Op opgaven als economie, mobiliteit, jeugd, volksgezondheid, beschermd wonen, lobby en uitwisseling van personele capaciteit zien we juist mogelijkheden om meer samen te werken met Smart Delta. En daarnaast blijven we inzetten op het behoud van relaties in de functionele regio Gorinchem en het gesprek over de centrumvoorzieningen van onze stad. In 2025 willen we verdere stappen zetten om deze opgavegerichte regionale samenwerking concreet te maken. Hierover zal de gemeenteraad in 2025 dan ook verder geïnformeerd worden.
3.4.8
Bestuurlijke planning en control
Rekenkameronderzoeken Onderzoek Doorstromingsbeleid woningvoorraad De rekenkamer Gorinchem heeft besloten zich te richten op het onderwerp Doorstromingsbeleid woningvoorraad. De doorstroming vormt een belangrijke factor om tot een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad te komen. Daarbij is doorstroming geen doel op zich, maar moet leiden tot een evenwichtig gebruik van de woningvoorraad. De rekenkamer zal de conclusies en aanbevelingen in het vierde kwartaal 2024 aan de raad presenteren. DoeMee-onderzoek NVRR energiebesparingsplicht. De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) organiseert jaarlijks een zogenaamd DoeMee-onderzoek waarin lokale rekenkamers gezamenlijk een onderwerp tegen het licht houden. In 2024 staat het DoeMee-onderzoek in het teken van het decentrale toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht. De rekenkamer Gorinchem heeft besloten aan dit onderzoek mee te doen. De verwachting is dat de openbaarmaking van het onderzoek plaatsvindt in het vierde kwartaal 2024. Gevolgen Wet versterking decentrale rekenkamers De gewijzigde verordening gemeentelijke rekenkamer is ingegaan op 1 oktober 2023. In het vierde kwartaal 2025 zal er een evaluatie van het rekenkamerbudget plaatsvinden.
Collegeonderzoeken Burgerpeiling 2023 De burgerpeiling 2023 heeft 13 aandachtspunten en acties op hoofdlijnen opgeleverd die aan de raad op 5 oktober 2023 zijn gepresenteerd. Aangegeven is dat de aandachtspunten nauwe raakvlakken hebben met de uitvoering van tal van lopende activiteiten binnen de gemeente. In de raadsinformatiebrief Z/22/740138 D-884240 is een overzicht opgenomen van acties. In 2025 zal verder uitvoering worden gegeven aan de acties die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's. De acties richten zich op activiteiten van wijkbeheer zoals Kijk op de wijk, wijkbezoeken en Bliek in actie. Ook noemen we het optimaliseren van het proces meldingen via Fixi. De uitkomsten van de burgerpeiling gebruiken we ook ter onderbouwing van de indicatoren in de begroting en de monitor Integraal sociaal beleid. Uitvoering subsidieverstrekking 2024 Het college heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de uitvoering van de subsidieverstrekking. U bent in
89
Begroting 2025 raadsinformatiebrief Z/24/766222 D-901714 geïnformeerd over de uitkomsten en de aanbevelingen van dit onderzoek. In 2025 zal verder uitvoering gegeven worden aan de aanbevelingen. Burgerpeiling 2025 In het voorjaar van 2025 wordt de burgerpeiling herhaald. Daarbij wordt onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de Gorcumse inwoners inzake wonen, leven, veiligheid en welzijn. De burgerpeiling zal zowel op wijkniveau als stadsniveau plaatsvinden waarbij een vergelijking met de uitkomsten uit 2023 wordt getrokken. De raad wordt in het najaar van 2025 geïnformeerd over de uitkomsten en daaraan gekoppelde acties. De uitkomsten leiden tot aandachtspunten en acties die zoals gebruikelijk betrokken worden bij uitvoering van het collegeprogramma en de bestaande plannen en activiteiten. De monitoring van de aandachtspunten en acties vindt plaats via de planning- en controlcyclus en overige bestuurlijke documenten.
3.4.9
Administratieve organisatie en interne controle
De inrichting van de administratieve organisatie en interne controle is erop gericht om de juistheid, de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van ons handelen te waarborgen en de risico's te beheersen. Interne controle Ieder jaar worden de interne controles uitgevoerd op basis van het meerjarige interne controleplan en het daarbij behorende jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Het programma wordt afgestemd met de externe accountant, zodat de uitkomsten van de interne controles ook gebruikt kunnen worden als basis voor de jaarrekeningcontrole. Op basis van de belangrijkste geldstromen, risico's en ontwikkelingen wordt beoordeeld welke processen en onderwerpen gecontroleerd worden. Er wordt steeds meer gewerkt op basis van dataanalyses, een ontwikkeling die de komende jaren in samenwerking met de accountant wordt geïntensiveerd. Uit de interne controles vloeien aanbevelingen voort op het gebied van de bedrijfsvoering. Deze worden intern besproken en de opvolging wordt intern gemonitord. Fraude-risico-analyse De eerste stap van de fraude-risico-analyse is in 2024 afgerond. De fraude-risico's zijn geïnventariseerd, en op basis van kans en impact is duidelijk welke beheersmaatregelen nodig zijn om passend met deze risico's om te gaan.
Op basis hiervan wordt in 2024 en 2025 beoordeeld in hoeverre deze maatregelen in de praktijk al zijn geïmplementeerd en of de nog ontbrekende maatregelen kunnen worden geïmplementeerd. Daarbij zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die het nieuwe financiële pakket vanaf 2025 moet gaan bieden. Accountantscontrole De accountantscontrole vindt plaats overeenkomstig de verordening accountantscontrole gemeente Gorinchem 2021 (artikel 213 Gemeentewet). De komende jaren zal steeds meer invulling worden gegeven aan de integratie van de interne controlefunctie en de accountantscontrole, en steeds meer gebruik worden gemaakt van data-analyses en IT-controles. De traditionele interim-controle zal daarbij steeds meer worden vervangen door controles verspreid over het hele jaar. De raad zal op hoofdlijnen worden geïnformeerd over de uitkomsten van de interim-controle en de reactie van het college daar op. De accountant geeft in het proces van de vaststelling van de jaarstukken de raad een toelichting op de uitkomsten van de accountantscontrole op de jaarrekening. Het college geeft in een raadsinformatiebrief een reactie op de bevindingen van de accountant. Voorafgaand aan de jaarrekeningcontrole heeft de raad de mogelijkheid om speerpunten voor de controle te benoemen.
Dit gebeurt bij de jaarlijkse vaststelling van het normenkader, een belangrijk uitgangspunt voor de accountantscontrole en de rechtmatigheidsverantwoording.
90
Begroting 2025
3.4.10
Rechtmatigheid
Vanaf 2023 wordt er een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening opgenomen. In de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening 2023 is een aantal beheersmaatregelen opgenomen waarmee de onrechtmatigheid kan worden verkleind. Mogelijk leidt de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024 nog tot nieuwe beheersmaatregelen. Deze beheersmaatregelen zijn of worden opgepakt met het uiteindelijke doel de baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand te laten komen binnen de daarvoor door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens in de Financiële verordening gemeente Gorinchem 2023.