CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024 - Z23757663 - D-882922

Parallelsessie raadzaal 26 oktober 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Begroting 202432.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.1.1

Inleiding

Deze paragraaf gaat in op de vraag in welke mate de financiële positie van gemeente Gorinchem toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s die zij loopt, op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit: 1. De beschikbare weerstandscapaciteit: alle middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. 2. De benodigde weerstandscapaciteit: Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals voorzieningen) die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente.

3.1.2

Beschikbare weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd. Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarstukken 2022

Begroting 2024

Algemene reserve

31,5

29,6

Onbenutte belastingcapaciteit

0,8

1,1

Post onvoorzien

0,1

0,1

Meerjarige begrotingssaldi

14,3

1,5

Totale weerstandscapaciteit

46,7

32,3

• De algemene reserve bedroeg bij de jaarrekening 2022 en de tussentijdse rapportage € 30,0 mln. • De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de Gorinchemse OZB-tarieven en de "artikel-12-tarieven". Dit zijn de tarieven die een gemeente minimaal moet heffen om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (via het gemeentefonds). De onbenutte capaciteit wordt incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit, omdat deze in de praktijk niet snel wordt ingezet. • Ook de post onvoorzien, die ieder jaar in de begroting staat, wordt slechts incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit. Er zal namelijk in het eerstvolgende jaar weer een nieuwe post voor onvoorziene zaken in de begroting worden opgenomen. • De meerjarige begrotingsaldi betreft de optelling van de begrotingssaldi 2024 t/m 2027, inclusief de eerste wijziging maar exclusief het voorstel van het zwembad.

65

Begroting 2024

3.1.3

Benodigde weerstandscapaciteit

Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: erg onwaarschijnlijk, waarschijnlijk, zeer waarschijnlijk of zeer onwaarschijnlijk. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten en vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen. In deze paragraaf bespreken wij allereerst de risico's met een incidenteel financieel effect. Als tweede bespreken we de risico's met een structureel financieel effect. Als derde bespreken we de risico's zonder een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarrekening 2022

Kans

Bedrag

2024

2025

2026

2027

Huidig

Incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties

1,30

7,70

2,20

2. Hoog Dalem

0,30

0,30

0,30

3. Waarborgen en garanties

3,29

12,5%

26,30

3,29

4. Uitgegeven geldleningen

0,06

12,5%

0,47

0,06

5. Bouwkostenstijging investeringen

4,81

87,5%

5,50

4,81

6. SGS Totaal Incidenteel

2,10

0,00

0,00

11,86

40,27

10,66

Structureel financieel effect 7. Verbonden Partijen

3,13

62,5%

2,00

1,25

0,94

0,63

0,31

3,13

8. Gemeentefonds

1,42

62,5%

0,94

0,59

0,44

0,29

0,15

1,47

9. Leegstand panden

0,77

87,5%

0,35

0,31

0,23

0,15

0,08

0,77

10. Stijging energiekosten

1,75

11. Stijging rentekosten

2,40

Totaal Structureel Totaal benodigde weerstandscapaciteit

0,00 0,43

0,29

0,41

0,75

1,88

9,46

3,29

2,57

1,89

1,48

1,29

7,24

21,32

43,56

2,57

1,89

1,48

1,29

17,90

Risico's met een incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn ingeschat op € 1,4 mln. De risico's zijn in de paragraaf Grondbeleid op hoofdlijnen toegelicht en in het MPG uitgesplitst per grondexploitatie. In verband met de stijgende rente is voor de daarna in de Perspectiefnota 2024 bepaalde rente een berekening gemaakt voor het effect op de voorziening van Groote Haar. Dit effect bedraagt in 2023 ruim € 800.000 en is toegevoegd aan het risico van Groote Haar. Omdat deze risico's individueel gewogen zijn (conform de voorgeschreven methodiek), is er geen percentage opgenomen in de tabel.

66

Begroting 2024 2. Hoog Dalem De voortgang van het project Hoog Dalem is in zoverre gevorderd dat risico's waarmee in het weerstandsvermogen rekening wordt gehouden zich slechts nog concentreren op de realisatie van het deelplan Middengebied. De risico’s hebben betrekking op de planning; wordt het verwachte afzettempo gehaald op het moment dat de effecten van de coronacrisis op een laatcyclische sector als de woningmarkt en bouwsector duidelijk worden. Met het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in februari 2021 is het risico op het niet halen van het verwachte start uitgifte moment weggenomen. Het totale risico voor de gemeente is bepaald op € 300.000. De onderliggende risico's zijn individueel gewogen (conform de voorgeschreven methodiek). Daarom is er geen percentage opgenomen in de tabel. 3. Waarborgen en garanties De gemeente Gorinchem staat voor € 26 mln. garant voor leningen van bijvoorbeeld deelnemingen, onderwijsinstellingen en verenigingen. Ook de leningen voor starters en duurzaamheid vallen hieronder. Deze € 26 mln. vormt de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor schulden/leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%). 4. Uitgegeven geldleningen De gemeente Gorinchem heeft circa € 470.000 leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen.

Deze vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat één of meer van deze stichtingen hun lening niet kan terugbetalen, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%). 5. Bouwkostenstijging investeringen De inflatie zit in een dalende trend maar de bouwkostenindex is ten opzichte van jaarrekening 2022 alsnog gestegen. De verwachting is dat de inflatie afneemt doordat met name de gasprijs is gedaald. De gasprijs is meer dan gehalveerd. De komende jaren staan diverse investeringen op de agenda. Bij de begroting 2023 is € 50 mln. als uitgangspunt genomen om de impact van de bouwkostenstijging te bepalen. Dit uitgangspunt wordt gehandhaafd mede omdat de investeringen die in de Perspectiefnota 2024 staan opgenomen reeds begroot zijn inclusief de stijgingen. Voor de andere reeds geplande investeringen wordt in het weerstandsvermogen dan ook rekening gehouden met een kostenstijging van 11% van € 50 mln en daarmee bedraagt dit risico € 5,5 mln. De kans op dit risico wordt ingeschat op zeer waarschijnlijk (87,5%). 6. SGS Als gevolg van het nieuwe energiecontract voor de vier accommodaties die de SGS exploiteert zijn de energiekosten ten opzichte van het vorige contract met circa factor 5 gestegen. Op basis hiervan is de reserve Energielasten SGS verlaagd naar € 1.600.000. Inmiddels is ook de subsidie van het Rijk voor 2023 bekend (circa € 800.000).

Ook de door SGS genomen energiebesparingsmaatregelen hebben een positief effect. Per saldo is de verwachting dat de reserve voldoende is bij eventuele calamiteiten en wordt geen bedrag meer opgenomen in het weerstandsvermogen. Risico's met een structureel financieel effect 7. Verbonden partijen De gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen wordt nader ingegaan op deze verbonden partijen met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. De begrotingen 2023 van de meeste verbonden partijen zijn in het eerste kwartaal van 2022 opgesteld. De snel gestegen inflatie in 2022 is hierdoor niet voldoende meegenomen in de begrotingen 2023. De verwachting is dan ook dat een aantal verbonden partijen een beroep zal doen op de gemeente. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 2 mln. (begroting 2023, € 1,5 mln.) en schatten wij de kans in op waarschijnlijk

67

Begroting 2024 (62,5%). Bij de begroting 2023 werd deze kans nog inschat op zeer onwaarschijnlijk (12,5%). In het risico zijn de partners in het Sociaal Domein niet meegenomen, deze zijn meegenomen bij het risico Sociaal Domein. 8. Gemeentefonds De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. Met ingang van 2023 is de verdeling van het gemeentefonds herzien. Het doel van deze herziening is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Fluctuaties in het gemeentefonds zijn toch niet geheel uitgesloten, daarom wordt een risicobedrag opgenomen gelijk aan € 0,94 mln. (1% van algemene uitkering) met een kans van 62,5%. 9. Leegstand panden In de begroting is ruim € 3 mln. aan huuropbrengsten geraamd. Bij de meeste verhuurde panden is sprake van een meerjarige huurovereenkomst en is het risico op leegstand beperkt. Bij enkele panden is het risico groter. Een concreet voorbeeld is het gemeentelijk pand aan het Stadhuisplein, waarin voorheen Avres gehuisvest was. Avres heeft in 2018 het huurcontract opgezegd. Het gemeentelijk pand staat nog leeg, en een concrete huurder is nog niet gevonden.

Het bedrag voor de panden waar de gemeente risico loopt is ingeschat op € 350.000. Het risico valt in de hoogste categorie (87,5%). 10. Stijging energiekosten In de PPN 2024 is het budget voor de energielasten voor 2024 en verder verhoogd. De gasprijs is vanaf maart 2023 stabieler geworden. Vooralsnog wordt er voor energie dan ook geen bedrag opgenomen voor energie. 11. Stijging rentelasten Na verwerking van het rentebudget zoals opgenomen in de inleiding van de begroting gaan we in de periode 2024 tot en met 2027 uit van de huidige marktrente. Voor de periode 2024 tot en met 2027 is een berekening gemaakt voor een rentestijging van 0,5%. De effecten per jaarschijf zijn conform de methodiek opgenomen in het weerstandsvermogen voor in totaal € 1,8 mln. Bij deze 0,5% rentestijging zullen de structurele rentelasten vanaf 2028 € 800.000 per jaar hoger zijn dan begroot. In de periode 2028 tot en met 2031 lopen nog leningen af die wellicht geherfinancierd moeten worden. Bij de huidige marktrente zorgt dit voor jaarlijks hogere rentekosten van uiteindelijk € 800.000 (2032 en verder). Indien voor de periode 2028 tot en met 2031 ook rekening wordt gehouden met 0,5% rentestijging nemen de jaarlijkse rentelasten toe met € 940.000 (in plaats van € 800.000). Voor dit risico is geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen omdat dit buiten de begrotingsperiode ligt.

Daarnaast is er wellicht minder herfinanciering nodig als gevolg van de verkoopopbrengsten van Groote Haar. Risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen. 1. Sociaal Domein De reserve Sociaal Domein is op dit moment toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico. De gemeenschappelijke regeling Avres zal voor 2024 naar verwachting geen beroep doen op een verhoogde gemeentelijke bijdrage, maar voor de jaren daarna is dit niet nog niet duidelijk.

68

Begroting 2024 Bij de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd die de jeugdwet voor de gemeenten in de regio uitvoert, is er meer realistisch begroot door rekening te houden met autonome ontwikkelingen. In zijn algemeenheid zien we dat de uitgaven voor jeugd zich lijken te stabiliseren sinds medio 2022. Ook de inzet van jeugdhulp aan de voorkant, als een lokale algemene voorziening (Jeugdhulp naar Voren) lijkt zijn vruchten af te werpen. Hoewel het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van zorg daalt, zijn er een aantal andere factoren die maken dat de kosten nog niet significant dalen. Denk hierbij aan de hoge inflatie en de kosten die gepaard gaan met het verkleinen van de groepen binnen de verblijfszorg. De Hervormingsagenda Jeugd is in juni 2023 vastgesteld. Daarmee ligt er een kader voor de komende hervormingen binnen de Jeugdwet. De concrete uitwerking moet echter nog worden opgepakt. In de loop van 2023 komt het Rijk met voorstellen. De principe afspraken van het financieel kader gaan slechts over de jaren 2024 en 2025. Voor de jaren 2026 en verder is er nog steeds een groot financieel probleem voor gemeenten. Het kabinet heeft ervoor gekozen om de extra middelen voor jeugdzorg nu slechts incidenteel beschikbaar te maken tot en met 2025. Eerder was het de verwachting dat hier al structurele duidelijkheid over zou komen.

Er is een commissie van deskundigen ingesteld die in 2025 met een zwaarwegend advies gaan komen als over een eventuele financiële compensatie met terugwerkende kracht over 2023 en 2024. Dit advies gaat zowel over het financieel kader vanaf 2025 en verder, als over een eventuele financiële compensatie met terugwerkende kracht over 2023 en 2024. In deze begroting gaan we er vanuit dat voor de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd de taakstelling conform de raadsinformatiebrief van 1 juni 2023 over de meicirculaire wordt gerealiseerd. 2. Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking, dit heeft een forse impact op de gemeentelijke organisatie. Er is een programmaplan opgesteld dat de periode tot 2029 beslaat. Voor het goed implementeren van de Omgevingswet in de organisatie is een projectstructuur opgezet, zodat de wet per ingangsdatum kan worden uitgevoerd. Bij de ontwikkeling van de omgevingswet werken wij nauw samen met de regio zodat er voor de essentiële onderdelen van de wet goede werkafspraken liggen. De risico's van de effecten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zijn nog niet bekend. Het DSO betreft een systeeminrichting (ICT) waarbij verschillende overheden zijn aangesloten. Om dit risico te verkleinen is hier bij de aanbesteding van het VTHsysteem voor zover mogelijk rekening mee gehouden.

De leverancier dient ervoor te zorgen dat de aansluiting wordt gegarandeerd. Vooralsnog wordt het risico op nihil geschat en is het uitgangspunt dat na de invoering hetzelfde bedrag aan leges wordt gerealiseerd. De nieuwe tarieven voor de omgevingswet zorgen ook aan de batenkant voor onzekerheid. 3. Waarborggaranties De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt € 800 mln. hiervan bestaat € 786 mln. uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, en dergelijke. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil. 4. Station Papland In de Perspectiefnota 2017-2020 is in het hoofdstuk Relevante ontwikkelingen station Papland genoemd: Met betrekking tot de aanleg van station Gorinchem Noord / Papland op de MLL is besloten dat de aanleg daarvan wordt uitgesteld en in principe 'meeloopt' met de ontwikkeling van bedrijventerrein Groote Haar. Het streven is om de halte gereed te hebben, zodra de eerste uitgifte van bedrijventerrein Groote Haar een feit is. De startdatum blijft onzeker. Momenteel worden diverse varianten bekeken voor aanleg van de halte. Het totale tekort wordt ingeschat op minimaal € 3 mln.

en maximaal € 4,5 mln. In het mobiliteitsplan is al rekening gehouden met een tekort van € 2 mln. Voor het overige tekort zal co-financiering gezocht worden in de vorm

69

Begroting 2024 van subsidies. Het risico dat het tekort niet middels co-financiering of binnen de gemeentelijke begroting opgevangen blijft aanwezig maar is moeilijk te kwantificeren. 5. Situatie Oekraïne Op dit moment is lastig in te schatten hoe de vluchtelingenstromen zich ontwikkelen en wat de impact van opvang van vluchtelingen zal zijn voor Gorinchem. 6. Toenemende projectorganisatie en capaciteitsplanning Het aantal projecten binnen de organisatie is de afgelopen jaren toegenomen. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen het aantrekken van medewerkers en de tijdelijke beschikbaarheid van middelen uit hoofde van de projecten. Voor de korte termijn zijn de risico's beperkt maar zodra de voorraad aan projecten kleiner wordt kan dit negatieve impact hebben op het jaarrekeningresultaat als gevolg van onvoldoende dekking voor de personeelskosten. De komende jaren wordt bezien of deze extra inzet structureel noodzakelijk is, of dat er ontwikkelingen zijn die maken dat we kunnen volstaan met een intensivering van 3 jaar. Het uitgangpunt is dat de organisatie inspeelt op een situatie waarin er minder dekking uit projecten voor personeelskosten komt. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. Daarnaast is bij de begroting 2023 ruimte gemaakt voor het uitbreiden van de formatie gedurende een periode van 3 jaar (2023 t/m 2025).

Wanneer de formatie niet tijdig of onvoldoende wordt afgebouwd of geen andere dekking van personeelskosten wordt gevonden geeft dit een financieel nadeel. Er wordt van uitgegaan dat de organisatie dit risico beheerst. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. Kans waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor het weerstandsvermogen 7. Dividendinkomsten In de Perspectiefnota 2021 is het dividend voor Stedin op nihil gesteld. Er is een kans dat we nog een beperkte dividenduitkering ontvangen de komende jaren. Over de hoogte van dergelijke uitkeringen kan, met de huidige inzichten (energietransitie), geen uitspraak worden gedaan. De benodigde middelen voor de energietransitie zijn nog niet volledig verkregen door Stedin. De kans bestaat dat Stedin wederom een beroep zal doen op haar aandeelhouders. Het Rijk heeft in de miljoenennota € 500 mln. gereserveerd om Stedin te faciliteren bij het verwezenlijken van de energietransitie. Door deze kapitaalinjectie bestaat de kans dat ook op de normale aandelen dividend zal worden ontvangen. Daarnaast lopen overleggen met provincies en gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin die nog geen aandeelhouder zijn. Op dit moment is het niet duidelijk of en voor hoeveel er nog een beroep wordt gedaan op de bestaande aandeelhouders.

Voor de dividenduitkering op de preferente aandelen Stedin is afgesproken dat deze worden gebruikt voor afbouw van de schulden.

3.1.4

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen (ook wel weerstandsratio) is de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen

Ruim voldoende

Weerstandsvermogen

1,4 < x < 2,0

Jaarstukken Begroting 2022 2024 2,19

1,81

Indien de eerste wijziging wordt meegenomen is de weerstandsratio 1,81. Indien het raadsvoorstel voor het nieuwe zwembad wordt meegenomen is de weerstandratio 1,66. Hiermee komt de ratio uit binnen de door de raad vastgestelde bandbreedte van 1,4 en 2,0.

70

Begroting 2024

3.1.5

Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en/of de balans. Deze kengetallen kunnen behulpzaam zijn bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Elk kengetal lichten we toe en vergelijken we met signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland. De provincie hanteert de volgende drie categorieën: minst risicovol, neutraal en meest risicovol. Wij benadrukken dat we voorzichtig moeten omgaan met conclusies te trekken uit individuele kengetallen. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bekeken. Netto schuldquote Netto schuldquote (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar) A

Vaste schulden

Jaarstukken 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

99.141

133.052

157.528

169.274

181.930

B

Netto vlottende schuld

5.647

10.000

10.000

10.000

10.000

C

Overlopende passiva

11.198

8.813

6.155

5.330

3.999

D

Financiële vaste activa (cf. art. 36 lid d, e en f)

3.917

4.651

4.642

4.632

4.621

E

Uitzettingen < 1 jaar

19.956

7.000

7.000

7.000

7.000

F

Liquide middelen

659

0

0

0

1.000

G

Overlopende activa

7.394

1.000

1.000

1.000

1.000

H

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

162.749

161.499

156.344

146.351

150.408

I

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

52%

86%

103%

118%

121%

Financiële vaste activa (exclusief uitstaande leningen)

3.444

3.076

3.076

3.076

3.076

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G-I)/H x 100%

52%

87%

104%

119%

122%

Signaleringswaarde provincie: <90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal en >130% is meest risicovol

De netto schuldquote is het totaal van de leningenportefeuille verminderd met de eigen middelen. Hierdoor ontstaat een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre de gemeente geld doorleent, is ook de netto schuldquote exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote neemt toe in de komende jaren, voornamelijk als gevolg van de geplande nieuwe investeringen. Deze leiden tot een toename van de schulden. De schuldquote gaat fors oplopen richting de categorie meest risicovol. Deze ontwikkeling is in aanloop naar de Perspectiefnota 2021-2024 onderkend. Dit is mede de reden geweest dat er maatregelen zijn getroffen om de schuldpositie niet verder op te laten lopen. Op basis van de huidige keuzes, inzichten en prognoses zal de schuld na 2028 afnemen. Indien het zwembad wordt meegenomen zal de schuldquote eind 2027 128% bedragen. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit (in procent)

Jaarstukken 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

A

Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

107.924

103.561

103.111

102.580

99.870

B

Balanstotaal

246.010

277.607

299.919

310.953

320.595

44%

37%

34%

33%

31%

Solvabiliteit (A/B) x 100%

Signaleringswaarde provincie: >50% is minst risicovol, 20-50% is neutraal en <20% is meest risicovol

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de verhouding van het eigen vermogen tot het balanstotaal. Dit laat zien dat we op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. De dalende solvabiliteitsratio

71

Begroting 2024 wordt veroorzaakt door het stijgende balanstotaal als gevolg van de geplande investeringen. Op basis van de signaleringswaarde is de solvabiliteitsratio neutraal. Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte (bedragen x € 1.000)

Jaarstukken 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

A

Totale structurele lasten

122.948

151.133

148.005

142.054

142.052

B

Totale structurele baten

141.109

153.721

149.642

141.586

141.634

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

25

0

0

0

0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

70

0

25

25

25

E

Totale baten

162.749

182.429

166.062

151.073

154.211

11,2%

1,4%

1,0%

-0,3%

-0,3%

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

Signaleringswaarde provincie: >0% is minst risicovol, = 0% is neutraal en <0% is meest risicovol

Het kengetal structurele exploitatieruimte laat zien of de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. De signaleringswaarde komt voor de begroting 2024 uit op het minst risicovol. De begroting 2025 laat inclusief het zwembad ook een positieve exploitatieruimte zien. Vanaf 2026 ontstaan tekorten, meest risicovol. Grondexploitatie Grondexploitatie Jaarstukken 2022 (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar)

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Bouwgronden in exploitatie

47.398

54.216

61.664

63.291

58.331

A

162.749

161.499

156.344

146.351

150.408

B

Totale baten (exclusief mutaties reserves) Grondexploitatie (A/B) x 100%

29%

34%

39%

43%

39%

Signaleringswaarde provincie: <20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal en >35% is meest risicovol

Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van grondexploitatie weer ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Dit kengetal geeft twee zaken weer. Allereerst is er een risico dat de gemeente bij verkoop van de gronden niet de gehele boekwaarde kan realiseren. Als tweede kan een hoge boekwaarde wel betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de leningenportefeuille af te bouwen. Op basis van de signaleringswaarde is het kengetal grondexploitaties neutraal voor de begroting 2024. Vanaf 2025 komt de signaalwaarde in de categorie meest risicovol. Dit wordt met name veroorzaakt door de grondexploitatie Groote Haar, waarvoor de investeringen eerst moeten worden gedaan, maar de inkomsten pas later (buiten dit meerjarenperspectief) gerealiseerd zullen worden.

72

Begroting 2024 Belastingcapaciteit Belastingcapaciteit (bedragen in euro's)

Jaarstukken 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde

266

305

305

305

305

A

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde

207

201

201

201

201

B C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

337

365

365

365

365

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

1

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

810

871

871

871

870

E

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin (in jaar t -1)

811

904

904

904

904

F

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%

100%

96%

96%

96%

96%

Signaleringswaarde provincie: <95% is minst risicovol, 95-105% is neutraal en >105% is meest risicovol

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 100%. De komende jaren ligt de belastingdruk rond het landelijk gemiddelde en deze is op basis van de signaleringswaarde neutraal. Financiële kengetallen in perspectief

Kengetallen die op groen staan beoordelen we als een gezonde situatie. Kengetallen die op rood staan, geven aanleiding tot zorgen en vragen dus nadere aandacht. Voor 2024 en 2025 kan nog een sluitende begroting worden gepresenteerd. Voor 2026 en 2027 is dit nog niet mogelijk. Er is nog steeds een trend van oplopende schulden, daardoor afnemende solvabiliteit en een hoog geïnvesteerd vermogen in de grondexploitaties. Met de ingezette lijn bij de Perspectiefnota 2021 (op basis van gesprekken met de klankbordgroep Financiën) is ingegrepen om deze financiële trend te keren vanaf (ongeveer) 2026.

73

Begroting 2024

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

3.2.1

Inleiding

We maken voor de kapitaalgoederen onderscheid tussen vastgoed en niet-vastgoed. Per categorie worden de kapitaalgoederen nader toegelicht, inclusief het daarbij behorende onderhoud.

3.2.2

Vastgoed

De gemeente Gorinchem heeft vastgoed in eigendom. Hiermee kan zij sturen op gewenste maatschappelijke ontwikkelingen en doelstellingen. Het vastgoed is onderverdeeld naar maatschappelijk, commercieel en overig. De afgelopen jaren heeft het accent van het vastgoedbeleid voornamelijk op het afstoten van overtollig vastgoed gelegen. De komende periode zal daarnaast ook aandacht worden besteed aan het efficiënter huisvesten van maatschappelijke partijen en een verdere verduurzaming van het restant (kernvoorraad) aan gemeentelijke gebouwen. In 2022 is het meerjarenonderhoudsplan (MOP) vastgesteld. Dit is verwerkt in de begroting 2023 en verder. Alle gebouwen hebben een 0-meting ondergaan en zijn in het vastgoedsysteem gezet. Jaarlijks actualiseren we het MOP. Actualiseren betekent dat we bepaalde grote onderhoudswerkzaamheden nauwkeuriger in de tijd plannen, sommige stellen we uit, anderen halen we wat naar voren. Zo houden we een goed actueel beeld van de bouwkundige staat, de onderhoudsplanning en daarmee de bruikbaarheid van de panden voor de bedoelde functie, nu en in de toekomst. Voor gebouwen zijn verschillende onderhoudsniveau’s, afhankelijk van de status in het MOP. In het MOP zijn zogenaamde quick wins voor de verduurzaming van de panden meegenomen. Bijvoorbeeld dubbel glas of een duurzamere CV ketel.

Waar mogelijk worden CO2 besparende maatregelen gekoppeld aan toch al geplande werkzaamheden. De grotere verduurzamingsopgaven van gemeentelijke panden worden via een routekaart verder in beeld gebracht voor de komende jaren. Om zo te kunnen voldoen aan de afspraken in het kader van de energietransitie 2050.

74

Begroting 2024 Feitelijke gegevens van het gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft momenteel 86 panden in eigendom. Deze panden zijn naar soort vastgoed onderverdeeld volgens de vastgestelde vastgoedlijst en in onderstaande, geactualiseerde, tabel opgenomen. Aantal 2022

Aantal 2023

Onderwijs Sport Welzijn Cultuur Economie en Toerisme Erfgoed/historie Intern vastgoed (bestuurlijke en ambtelijke huisvesting)

32 8 5 3 3 14 5

32 8 5 3 3 14 5

Commercieel vastgoed

Horeca Kantoor Detailhandel Bedrijfsruimte Kinderdagverblijf/BSO

1 0 0 4 1

1 0 0 3 1

Overig vastgoed

Woningen Ontwikkelingsvastgoed

5 6

5 6

Soort vastgoed

Sublabel

Maatschappelijk vastgoed

Vanuit strategische overwegingen wordt besloten over aan- en verkoop van vastgoed. Vastgoed wordt verkocht als het de realisatie van beleidsdoelstellingen niet meer dient.

3.2.3

Niet-vastgoed

In de openbare ruimte verstaan we onder kapitaalgoederen: wegen, wandel- en fietspaden, civiele kunstwerken, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, oppervlaktewater, straatmeubilair en verlichting. De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op hoe trots de inwoners zijn op hun gemeente. Maar ook op de veiligheid van de gebruikers en voor de leefbaarheid, toegankelijkheid, beleving, aanzien en uitstraling van onze gemeente.

Wegen De aanwezige verharding bestaat uit 22% asfalt en 78% elementverharding. Voor het onderhoud en beheer van onze wegen stellen we een wegenbeheerplan op (laatste versie uit 2020). Daarnaast onderhouden we ongeveer 4.800 stuks verkeersmeubilair. We willen de openbare ruimte meer klimaat adaptief en toekomstbestendig maken. Daarom lopen werkzaamheden aan de wegen vaak samen op met rioleringswerkzaamheden en of projecten uit de mobiliteitsvisie. Voor het onderhoudsniveau hanteren we grotendeels de richtlijnen behorend bij CROW B niveau. Via de burgerpeiling en via FIXI blijven de tevredenheid van de gebruiken monitoren.

Groen We voelen ons prettiger in een groenere omgeving. Groen is ook een belangrijk middel voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarom hebben we het gewenste kwaliteitsniveau vastgelegd in ons beleidsplan Openbare Ruimte (Buitengewoon groen 2021-2025). Bij de uitvoering van het beheer en onderhoud houden we rekening met ontwikkelingen als de areaaluitbreiding door de komst van een nieuwe wijk (Hoog Dalem), door grijs voor groen acties (Steenbreek) en moeten we volop renoveren in groenvakken. Bomen hebben ook een bijzondere plek in ons openbaar groen. We zijn aangesloten bij het bomeninstituut en hebben een eigen bomenploeg. Ook in 2024 gaan we weer voor netto meer bomenplant dan bomenkap. Bovendien gaan we uitvoering geven aan de 1% extra bomen in de stad conform het collegeprogramma. Met de Lokale Adaptatiestrategie willen we hier

75

Begroting 2024 verder inhoud aangeven. Speel- en sportvoorzieningen vergroten ook de leefbaarheid binnen de gemeente Gorinchem en hebben een directe positieve invloed om de inwoners. De speeltoestellen controleren we 4 keer per jaar op veiligheid in verband met wettelijke aansprakelijkheid voor gemeenten. In het kader van het speelruimteplan worden ook in 2024 speelveldjes aangelegd en/of vervangen. Het groot onderhoud van de buitensportaccommodaties wordt conform het meerjarenonderhoudsplan Buitensportaccommodaties gepland en uitgevoerd.

Riolering In 2020 is een nieuwe Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) 2020-2025 vastgesteld. Dit is de beleidsmatige, financiële en technische basis voor het onderhoud van het rioolstelsel. Hierin is € 200.000 per jaar opgenomen voor klimaatadaptieve werkzaamheden in de stad. In 2024 zal dit budget worden ingezet om verhardingen te vervangen voor groen, zoals middengeleiders en versteende pleintjes. Een groot deel van de rioleringswerkzaamheden zal in 2024 plaatsvinden in de Gildewijk (Schepenenstraat en omgeving). Naast onze eigen beheer en onderhoudswerkzaamheden onder de grond hebben we ook te maken met de ondergrondse werkzaamheden van onze netwerkpartners Oasen, STEDIN en HVC (warmtenet) en de aanleg van het glasvezelnetwerk.

Water De gemeente heeft zorg voor oppervlakte-, grond-, hemel – en afvalwater. In 2020 is een nieuw gemeentelijk Riolerings Plan (GRP 2020-2025) vastgesteld. In 2024 zullen we de eerste stappen gaan maken naar een nieuw plan dat ook inspeelt op de omgevingswet. Klimaatverandering is één van de meest ingrijpende veranderingen waar op ingespeeld gaat worden. Dat doen we partners in de stad zoals het Waterschap en Rijkswaterstaat en Oasen. De plannen worden door ons uitgevoerd. Het GRP geeft aan hoe maatregelen kunnen worden gefinancierd en wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van het tarief rioolheffing.

Veerboten De Veerdienst beschikt momenteel over zeven veerboten (twee autoveerboten, twee voet-fiets boten en drie veertaxi's). In 2023 zijn twee veerponten vervangen door elektrische vaartuigen. De onderhoudskosten voor deze twee elektrische veerponten zitten conform de businesscase in de reguliere begroting.

Havens Onder de havens vallen: • De Lingehaven met het havenkantoor, het voorzieningengebouw, de dienstwoning en alle in de haven aanwezige bruggen, sluizen, steigers en remmingswerken; • De dienstensteiger, een passantensteiger en de steigers van de veerdienst die buiten de waterpoort zijn gelegen en alle overige steigers in de Lingehaven; • De Handelskade en de loswal. De Lingehaven omvat de Lingesluis, Visbrug, de Peterbrug, de Korenbrug, de kademuren Het Eind, de kademuren Kriekenmarkt, kademuren Appeldijk, kademuren Havendijk, kademuren Kortendijk, frontmuren Voorhaven, kademuren Buiten de Waterpoort, kademuren Duivelsgracht, de Waterpoort, historische haven, Ondervloed, twee historische sluizen en voorhaven Lingezijde en Merwedezijde. Het onderhoud aan de havens gebeurt aan de hand van meerjarenonderhoudsplannen. Het onderhoud van de steigers in Sleeuwijk, Woudrichem, Werkendam en Hardinxveld-Giessendam komt voor rekening van de

76

Begroting 2024 betreffende gemeente met uitzondering van de aluminium laadkleppen die door de gemeente Gorinchem worden onderhouden.

Civiele kunstwerken, bruggen en beschoeiingen Met civiele kunstwerken bedoelen we civieltechnische constructies zoals bruggen (Gorinchem telt 321 civiele kunstwerken en bruggen), damwanden, duikers, kade- en keermuren. Ook oeverbescherming rekenen we tot dit areaal (ruim 64 km binnen Gorinchem). En binnen dit areaal worden ook de kunstwerken (Gorinchem heeft 111 beelden-kunstwerken) in de stad gerekend. We onderhouden de (civiele) kunstwerken en bruggen volgens het beheerplan (2020). In 2024 voeren we werkzaamheden uit bij het Jacques Bloempad. Bij de Peterbrug, Visbrug en Korenbrug vervangen we beschoeiingen en daarnaast starten we het onderzoek om de keerwand bij Den Uylstraat/Dr. W. Dreesstraat te vervangen.

Openbare verlichting Goede openbare verlichting geeft sfeer, een gevoel van sociale veiligheid en vergroot de verkeersveiligheid. Het is daarom van belang dat we de openbare verlichting goed op orde hebben. Gorinchem telt 7.545 lichtmasten. We hebben de uitvoering van het beheer en onderhoud ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Bureau OVL. Het onderhoudscontract is via Bureau OVL bij een aannemer weggelegd. Met de vervanging naar LED werken we aan het verminderen van energieverbruik. De sportveldverlichting is inmiddels allemaal vervangen door LED-verlichting. Vanaf 2024 zullen we het 'verledden' van de openbare verlichting verder uitrollen in de stad. Ook in 2024 betrekken wij weer energie (elektriciteit en gas) van HVC via een inbestedingsconstructie. We hebben net als iedereen te maken met stijgende energiekosten, daar hebben we binnen de kapitaalgoederen (openbare verlichting, gemalen, verkeersregelinstallaties) financieel zo goed mogelijk rekening mee gehouden.

3.2.4

Meerjarenonderhoudsplannen (MOP)

Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen zijn meerjarenonderhoudsplannen opgesteld. Uitzondering daarop zijn de kapitaalgoederen groen en veerboten. De onderhoudskosten voor groen zijn jaarlijks ongeveer gelijk en daar is geen sprake van groot onderhoud. Hiervoor is een structureel exploitatiebudget geraamd. Voor de onderhoudskosten voor de (elektrische) veerboten zijn exploitatiebudgetten opgenomen, welke conform de samenwerkingsovereenkomst worden doorberekend aan de deelnemende oevergemeenten. Voor het reguliere onderhoud van de riolering zijn jaarlijkse exploitatiebudgetten beschikbaar, welke gedekt worden via de riooltarieven. Voor de vervanging van de riolering worden conform het GRP jaarlijkse budgetten geraamd. Deze worden gedekt uit een vervangingsvoorziening, welke gevoed wordt uit de rioolheffing.

3.2.5

Kwaliteitsniveau en onderhoudslasten per kapitaalgoed

In onderstaande tabel is per kapitaalgoed het kwaliteitsniveau van onderhoud en de onderhoudslasten weergegeven zoals deze in de meerjarenbegroting 2023-2026 zijn opgenomen.

77

Begroting 2024 Kwaliteitsniveau onderhoud kapitaalgoederen en bijbehorende onderhoudslasten (bedragen x € 1.000)

Kwaliteitsniveau

Jaarlijkse Gepland groot Jaarlijks storting in onderhoud budget voorziening jaarschijf 2024 regulier (klein) groot onderhoud onderhoud

Gebouwen: - woningen en panden

normaal en instandhouding

74

80

33

- onderwijspanden

normaal en instandhouding

453

3.110

324

- panden Stichting Gorinchemse Sportaccommodaties

normaal

354

515

22

- panden t.b.v. kunstuitoefening

normaal

107

84

72

- panden maatschappelijke zorg

normaal

14

11

10

- gemeentelijk onroerend goed

normaal

396

303

476

1.398

4.103

937

Wegen

zie Buitengewoon Groen1

0

0

1.120

Groen

zie Buitengewoon Groen2

24

0

1.097

Riolering

Conform GRP3

0

0

95

Water

geen kwaliteitsniveau vastgesteld4

0

0

21

Veerboten

geen kwaliteitsniveau vastgesteld

0

0

218

Havens

normaal

100

111

59

Bruggen, kunstwerken en duikers

normaal

122

53

0

Monumenten

normaal

167

149

89

Parkeergarages

normaal

143

40

146

Buitensportaccommodaties

normaal

481

458

103

Openbare verlichting

normaal

24

6

81

Kunst

normaal Totaal

15

11

40

2.475

4.930

4.005

1. Bij de vaststelling van het beleidskader (Buitengewoon Groen) is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk -

verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. 2. Bij de vaststelling van het beleidskader Visie en beleidsplan Openbare ruimte Buitengewoon Groen is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk - verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/ woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. 3. In (een bijlage van) het GRP worden de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden beschreven. Dit is de kwaliteit die met het GRP wordt beoogd. 4. Het beheer van de watergangen is de verantwoordelijkheid van het Waterschap Rivierenland. Zij voeren hier de regie en stellen het kwaliteitsniveau vast.

78

Begroting 2024

3.3

Financiering

3.3.1

Inleiding

Financiering betreft de wijze waarop de gemeente leningen aantrekt en eventueel overtollig geld (tijdelijk) uitzet. Beleidskaders voor financiering zijn nodig om de rentelasten te beperken en de risico's te beheersen.

3.3.2

Financieringsportefeuille

In onderstaande tabel wordt de meerjarige ontwikkeling van onze langlopende leningportefeuille, extra (her-) financieringsbehoefte en rente- en aflossingsverplichtingen weergegeven per 1 januari van het betreffende jaar. Financieringsportefeuille (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Stand langlopende leningen per 1-1

102.984

133.052

157.528

169.274

Aflossingsverplichtingen

11.555

10.060

11.564

10.069

Financieringsbehoefte kort

10.000

10.000

10.000

10.000

Rentebetalingsverplichtingen

2.834

3.762

4.524

5.112

Financieringsbehoefte Om de financieringsbehoefte te bepalen zijn de volgende twee zaken belangrijk: (1) de boekwaarde van de investeringen en de voorraden gronden en (2) de financieringsmiddelen. Allereerst kijken wij naar de verwachte ontwikkeling van de boekwaarde van zowel lopende als nieuwe investeringen en gronden van 2024 tot en met 2027. Als tweede kijken wij naar de externe en de interne financieringsmiddelen. De externe financieringsmiddelen zijn de langlopende leningen en de kortlopende leningen. De interne financieringsmiddelen zijn de reserves en de voorzieningen. De financieringsbehoefte is vervolgens het saldo van de investeringen en de beschikbare financieringsmiddelen. Een financieringstekort lost de gemeente op door het aantrekken van nieuwe kortlopende of langlopende leningen. Conform het Treasurybeleid sluit gemeente Gorinchem kortlopende leningen af totdat de targetrente bereikt is, dan wel de kredietlimiet is bereikt. In bovenstaand overzicht zijn de langlopende leningen weergegeven en het bedrag dat kortlopend gefinancierd wordt. De doelstelling van het Treasurybeleid is om het hieruit voortkomende renterisico zoveel mogelijk te beperken. De toename in de langlopende leningen is hoofdzakelijk het gevolg van nieuwe investeringen die (voor)gefinancierd moeten worden.

3.3.3

Renteontwikkeling

Bij de Perspectiefnota 2024-2027 is de rekenrente bepaald op 1,3%, dit is een stijging ten opzichte van de 0,1% die eerder gehanteerd werd. De stijging van de rekenrente volgt op de ontwikkeling van stijgende rente voor het aantrekken van (lang) vreemd vermogen. Aan de grondexploitaties dient de werkelijke rente te worden toegerekend. Deze rente wordt bepaald op de verhouding vreemd vermogen en totaal vermogen en het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille. De rente voor grondexploitaties is voor 2024 bepaald op 1,04%.

79

Begroting 2024

3.3.4

Renterisico's

Een gemeente moet haar renterisico's beheersen door middel van onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort geld, omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

2024 kwartaal 1

2024 kwartaal 2

2024 kwartaal 3

2024 kwartaal 4

Toegestane kasgeldlimiet

15.552

15.552

15.552

15.552

Werkelijke kasgeldlimiet

10.000

10.000

10.000

10.000

Ruimte

5.552

5.552

5.552

5.552

Elk kwartaal is er een ruimte van € 5,5 mln. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de kasgeldlimiet. In het rentebeleid is vastgelegd dat, binnen de kaders van de kasgeldlimiet, optimaal gebruik gemaakt wordt van kortlopende financieringen. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in aanmerking komen. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

36.594

32.513

30.579

31.352

Werkelijke renterisico

11.555

10.060

11.564

10.069

Ruimte

25.038

22.454

19.015

21.283

Toegestane renterisico

Uit bovenstaande tabel blijkt dat wij binnen de grenzen van de renterisiconorm opereren.

3.3.5

Schatkistbankieren

Gezien de huidige planning van uitgaven en inkomsten zijn er in 2024 geen schatkistgelden beschikbaar en zal het verplichte schatkistbankieren voor onze gemeente in de praktijk niet snel een rol spelen.

80

Begroting 2024

3.4

Bedrijfsvoering

3.4.1

Inleiding

Op basis van het BBV is de gemeente verplicht om de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering te verstrekken. Onder bedrijfsvoering verstaan we de sturing en beheersing van de ondersteunende processen binnen de organisatie. De paragraaf Bedrijfsvoering schetst op hoofdlijnen de manier waarop onze organisatie haar ambities wil bereiken en welke middelen daarvoor nodig zijn.

3.4.2

Personeels- en organisatiebeleid

Strategisch HRM Het project functiehuis loongebouw loopt in 2024 en moet dan tot een afronding komen: naast een actuele manier van functiebeschrijven moet het project ook inzicht geven in hoe het loongebouw van Gorinchem zich verhoudt tot dat van andere gemeenten. We moeten immers de concurrentie met anderen aan kunnen als het gaat om het werven van nieuwe medewerkers in een krappe arbeidsmarkt. Strategische personeelsontwikkeling heeft continu aandacht nodig: herijking van waar we staan gelet op wat de toekomst van ons vraagt, in beeld brengen van verwachte uitstroom en daar tijdig op anticiperen. Verder blijven we de HR-veranderagenda uitvoeren met aandacht voor onboarding, nieuwe leerlijnen voor onze Gorinchem Academie en arbeidsmarktcommunicatie.

Formatie Formatie

2024

2025

2026

2027

fte's

355

353

334

330

Omdat er in de formatie een aantal tijdelijke formatieplaatsen is opgenomen, loopt de formatie de komende jaren terug. Het sterkste is dat te zien in de overgang van 2025 naar 2026. Dit komt omdat in de PPN die in juli 2022 is vastgesteld een aantal formatie-uitbreidingen voor 3 jaar is toegekend.

Ziekteverzuim Monitoring van verzuim is een continue activiteit. Daarbij richten we ons niet alleen op langdurig verzuim maar ook vooral op kort frequent verzuim. In gesprek zijn met de medewerkers, zowel door de arbodienst als door de leidinggevenden, is belangrijk om tijdig bij te kunnen sturen. Ook zetten we in op goede arbeidsomstandigheden en op preventie en vitaliteit. Het arboteam en de preventiemedewerker hebben daar een ondersteunende rol in en adviseren de organisatie hierover.

Organisatie De Peilstok waarmee we meten hoe het staat met de organisatieontwikkeling, zal in 2024 weer ingezet worden. Ook gaan we verder met de professionaliseringslag op het gebied van projectmatig werken en het structureel borgen ervan. Er staan geen grote veranderingen in de organisatiestructuur op stapel. Daar waar blijkt dat dingen beter of logischer georganiseerd kunnen worden, doen we dat.

81

Begroting 2024

3.4.3

Informatisering en automatisering

In 2024 worden belangrijke delen van ons ICT landschap vernieuwd, waar onder onze webvoorzieningen en de financiële applicatie. Ook wordt gekeken hoe onze digitale duurzaamheid verder kan worden verbeterd door aan te sluiten bij een zogenoemd E-depot. Dit is een voorziening met functionaliteit voor de opslag, het beheer en de ontsluiting van digitale archieven die bewaard moeten blijven. Het zijn veranderingen en aanpassingen die niet alleen veel werk met zich mee brengen, maar ook veranderingen met een hoog risicoprofiel. Van aandacht voor ‘harde’ ICT technologie verschuift de aandacht in snel tempo steeds meer naar de gegevens waarover we beschikken, hoe die door de organisatie stromen en met (keten)partners worden uitgewisseld, en wat we er allemaal mee kunnen, mogen of moeten doen. Drijvende krachten hiervoor zijn: de wens meer datagedreven te kunnen werken, aandacht voor privacy en vertrouwelijkheid, risico’s op dataverlies en -misbruik, de opkomst van kunstmatige intelligentie en nieuwe wetgeving waaraan we moeten voldoen (zoals de AI-act, vernieuwing archiefwet, EU data act). De gegevens over de stad en over de mensen die er wonen, zijn daarbij ook steeds minder exclusief beschikbaar voor de gemeente. We willen, maar ook moeten, de gegevens ook met onze omgeving delen (denk daarbij aan begrippen zoals ‘smart city’, en ‘open overheid’).

Bij alles wat we doen moeten we scherp sturen op de financiën en op personele capaciteit. De ICT markt is onrustig en er is sprake van forse kostenstijgingen. Ook hebben we slechts beperkte personele capaciteit. Technisch en functioneel kan er veel, maar helaas vaak alleen tegen steeds hogere kosten. Ook kan niet alles tegelijk. De personele capaciteit laat dit niet toe. Leidraad bij afwegingen is dat we moeten voldoen aan wetgeving en dat ontwikkelingen toegevoegde waarde moeten hebben voor de stad en/of de organisatie. Vanzelfsprekend kijken we daar bij ook de aspecten elektronische veiligheid en -robuustheid, IT-control en privacy- en vertrouwelijkheid.

3.4.4

Financiën

De gemeentelijke financiën vormen een belangrijke basis voor het jaarlijks uit te voeren werk. Het adequaat beheren en beheersen van de inkomende en uitgaande geldstromen is essentieel. In de gemeentelijke begroting gaat jaarlijks ca. € 156 mln. om, daarnaast doen we ook nog investeringen. De financiële huishouding is continu aan verandering onderhevig, nieuwe regelgeving, nieuwe inhoudelijke ontwikkelingen, nieuwe projecten etc. En daar dient de gemeentelijke administratie continu op in te springen. Het huidige financiële pakket wordt al sinds 2005 gebruikt. De steeds maar veranderende omstandigheden maken dat de huidige inrichting niet effectief meer is. We zijn gestart met de aanbesteding van een nieuw financieel pakket, dat ruimte biedt aan de informatiebehoefte van de huidige tijd en optimaal de verschillende processen ondersteunt. Dit biedt tevens de mogelijkheid om de administratieve processen te optimaliseren, waar mogelijk te digitaliseren en wellicht te automatiseren. In 2021 is de basis voor beheersing van de schuldpositie gelegd. Het is nu vooral zaak hier goed op te blijven sturen en monitoren. Zo zal de schuldpositie de eerste jaren nog oplopen, maar daarna wordt een substantiële afbouw van de schulden ingezet.

De afbouw van de schuldomvang is het belangrijkste instrument om bij rentestijgingen de begroting betaalbaar te houden en een sluitende begroting te kunnen blijven presenteren. In de afgelopen jaren heeft een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden naar de BTW-inrichting van de financiële administratie en naar complexe(re) vraagstukken waarbij het van toepassing zijnde BTW-regime niet 100% duidelijk was. De aandacht ligt er nu vooral op om voor de komende jaren de beheersing aan te scherpen en op onderdelen de inrichting verder aan te passen.

82

Begroting 2024

3.4.5

Inkoop en aanbesteding

Inkoop binnen de gemeente Gorinchem is zich aan het ontwikkelen. Samenwerking met de verschillende teams zorgt voor meer kennisverbreding van inkoop in de organisatie. Ingezet wordt op het uniformeren van aanbestedingsdocumenten en periodieke inkoopoverleggen met de teammanagers. Deze overleggen, samen met de resultaten van de spendanalyse, vormen de basis van de aanbestedingskalender.

3.4.6

Informatiebeveiliging

Doelstelling is om te (blijven) voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit betekent: waarborgen van beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid van informatie en de informatievoorziening. Daarnaast dienen we veranderende wetgeving te volgen. In 2024 vinden veranderingen plaats op het gebied van o.a. de DigiD-audit en het invoeren van een Europese richtlijn om cybersecurity af te dwingen (NIS2). Omdat het aantal cyberaanvallen (zoals phishing, ransomware en malware) wereldwijd schrikbarend toeneemt, heeft het Europees Parlement ingestemd met het verplichtstellen van NIS2. In Nederland zal de NIS2 onder de naam NIB2 (Netwerk en Informatie Beveiliging) ingevoerd gaan worden. De verwachting is dat dit in het najaar van 2024 zal plaatsvinden. Het voldoen aan bestaande kaders voor informatiebeveiliging bij de overheid, waaronder de BIO, vormt de basis om invulling te geven aan de zorgplicht die uit NIS2 volgt. De wetgeving heeft niet alleen gevolgen voor systemen en toepassingen, maar vooral ook voor werkwijzen, gegevens en documenten. Jaarlijks onderzoekt een onafhankelijke IT-auditor de verplichte DigiD audit. Werd er eerder vooral gefocust op opzet en bestaan, vanaf 2024 moet de gemeente ook de werking aantonen.

3.4.7

Bestuurlijke planning en control

Rekenkameronderzoeken Onderzoek aanpak Kindermishandeling De rekenkamercommissie heeft een onderzoek uitgevoerd naar Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Het doel is het krijgen van inzicht in de factoren die maken dat er in de regio Zuid-Holland Zuid en mogelijk ook in Gorinchem meer meldingen kindermishandeling zijn. Daarnaast is het van belang om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn in de I&O van 17 mei 2023 toegelicht. De behandeling heeft plaatsgevonden in de B&A van 8 juni en de raadsvergadering van 3 juli 2023. De raad heeft de aanbevelingen overgenomen. De raad heeft daarnaast op 3 juli de motie Plan van Aanpak kindermishandeling aangenomen. De raad heeft het college in deze motie verzocht voor de begrotingsbehandeling een plan van aanpak te presenteren over de aanpak van kindermishandeling, reactie op de conclusies en aanbevelingen van het rapport van de rekenkamercommissie. De aanbevelingen worden verder betrokken bij de uitvoeringspraktijk in 2024. Gevolgen Wet versterking decentrale rekenkamers De Wet versterking decentrale rekenkamers is per 1 januari 2023 ingegaan. De rekenkamercommissie is bezig geweest met het implementeren van deze wetswijziging. De huidige verordening rekenkamer Gorinchem is aangepast.

Hierover is gesproken in een I&O/ B&A op 31 augustus 2023. Besluitvorming heeft plaatsgevonden op 28 september 2023. De gewijzigde verordening gemeentelijke rekenkamer is ingegaan op 1 oktober 2023.

83

Begroting 2024 Het betreffen vooral technische wijzigingen. In het eerste kwartaal 2025 zal een evaluatie van de verordening plaatsvinden. Nieuw onderwerp rekenkameronderzoek De rekenkamercommissie zal zich in het najaar van 2023 buigen over het nieuwe onderwerp voor een rekenkameronderzoek dat in 2024 zijn beslag zal krijgen.

Collegeonderzoeken Burgerpeiling 2023 In 2023 is de burgerpeiling herhaald. Daarbij is onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de Gorcumse inwoners inzake wonen, leven, veiligheid en welzijn. De burgerpeiling heeft zowel op wijkniveau als stadsniveau plaatsgevonden. De raad is geïnformeerd over de uitkomsten van de burgerpeiling op 5 oktober 2023. De uitkomsten van de burgerpeiling leiden tot aandachtspunten die in 2024 betrokken worden bij uitvoering van het collegeprogramma en de bestaande plannen en activiteiten. De monitoring van de aandachtspunten vindt zoals gebruikelijk plaats via de planning- en controlcyclus. Nieuw onderwerp collegeonderzoek 2024 Tijdens het opstellen van de begroting 2024 is het onderwerp van het nieuwe collegeonderzoek nog niet bekend. De raad wordt op de hoogte gesteld van het nieuwe onderwerp.

Uitvoering Wet open overheid Voor de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) is een programma ingericht. Voor de wet staat een invoeringstermijn van 5 jaar (gerekend van mei 2022). De Woo valt feitelijk binnen een scala van wetten die allen als doel hebben de (digitale) toegankelijkheid en transparantie van de overheid, ieder op een eigen aspect, te verbeteren (denk daarbij aan de wet modernisering bestuurlijk verkeer, single digital gateway, AI-act, etc.). We kijken naar de gevolgen van iedere wet afzonderlijk, maar proberen ze vooral infrastructureel en procesmatig in samenhang op te pakken. In 2024 werken we verder aan onze (technische) voorzieningen, en vooral aan onze werkwijzen om de juiste documenten allemaal, makkelijk, snel, vindbaar en conform alle publicatievereisten beschikbaar te kunnen maken op de juiste plekken. De operationele gevolgen van al deze veranderende wetgeving zijn groot. Om de benodigde aanpassingen beheersbaar te houden dienen we vooral op de samenhang scherp te sturen. Daarbij dienen we ook financieel te blijven binnen het kader van de middelen Woo, zoals die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld in de meicirculaire 2022.

3.4.8

Administratieve organisatie en interne controle

De inrichting van de administratieve organisatie en interne controle is erop gericht om de juistheid, de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van ons handelen te waarborgen en de risico's te beheersen. Interne controle Ieder jaar worden de interne controles uitgevoerd op basis van het meerjarige interne controleplan en het daarbij behorende jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Het programma wordt afgestemd met de externe accountant. zodat de uitkomsten van de interne controles ook gebruikt kunnen worden als basis voor de jaarrekeningcontrole. Op basis van de belangrijkste geldstromen, risico's en ontwikkelingen wordt beoordeeld welke processen en onderwerpen gecontroleerd worden. Er wordt steeds meer gewerkt op basis van data-

84

Begroting 2024 analyses, een ontwikkeling die de komende jaren in samenwerking met de nieuwe accountant wordt geïntensiveerd. Uit de interne controles vloeien aanbevelingen voort op het gebied van de bedrijfsvoering. Deze worden intern besproken en de opvolging wordt intern gemonitord. Fraude-risico-analyse De eerste stap van de fraude-risico-analyse wordt in 2023 afgerond. De fraude-risico's zijn dan geïnventariseerd, en op basis van kans en impact is duidelijk welke beheersmaatregelen nodig zijn om passend met deze risico's om te gaan. De volgende fase zal dan zijn beoordelen in hoeverre deze maatregelen in de praktijk al zijn geïmplementeerd, en de nog ontbrekende maatregelen implementeren. Dit zal voor 2024 een belangrijke activiteit zijn. Daarbij zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die het nieuwe financiële pakket vanaf 2025 moet gaan bieden. Accountantscontrole De accountantscontrole vindt plaats overeenkomstig de verordening accountantscontrole gemeente Gorinchem 2021 (artikel 213 Gemeentewet). Vanaf het controlejaar 2023 zal de controle worden uitgevoerd door de nieuwe accountant, die na een Europese aanbesteding is gecontracteerd. De komende jaren zal steeds meer invulling worden gegeven aan de integratie van de interne controlefunctie en de accountantscontrole, en steeds meer gebruikt worden gemaakt van data-analyses en IT-controles.

De traditionele interim-controle zal daarbij steeds meer worden vervangen door controles verspreid over het hele jaar. De raad zal op hoofdlijnen worden geïnformeerd over de uitkomsten van de interim-controle en de reactie van het college daar op. De accountant geeft in het proces van de vaststelling van de jaarstukken de raad een toelichting op de uitkomsten van de accountantscontrole op de jaarrekening. Het college geeft in een raadsinformatiebrief een reactie op de bevindingen van de accountant. Voorafgaand aan de jaarrekeningcontrole heeft de raad de mogelijkheid om speerpunten voor de controle te benoemen. Dit gebeurt bij de jaarlijkse vaststelling van het normenkader, een belangrijk uitgangspunt voor de accountantscontrole en de rechtmatigheidsverantwoording. Rechtmatigheidsverantwoording De raad heeft al in 2020 de kaders voor de rechtmatigheidsverantwoording vastgesteld. Door vertraagde invoering van de wetgeving wordt de rechtmatigheidsverantwoording uiteindelijk pas vanaf de jaarrekening 2023 werkelijkheid. De organisatie is, in afstemming met de accountant, momenteel bezig met de voorbereidende werkzaamheden. Zo is het door de raad vastgestelde normenkader uitgewerkt in een toetsingskader, dat als uitgangspunt dient voor de interne controles.

Uit dit toetsingskader is duidelijk geworden welke rechtmatigheidscontroles voorheen nog door de accountant werden uitgevoerd, maar nu door de interne controlefunctie moeten worden uitgevoerd. Daarnaast zullen de interne controles nog, waar nodig, worden aangescherpt aan de hand van de fraude-risico-analyse. De benodigde interne controles zullen tijdig worden opgestart, zodat bij de jaarrekening 2023 de eerste rechtmatigheidsverantwoording kan worden opgesteld, waarna de accountant deze verantwoording zal beoordelen als onderdeel van de jaarrekeningcontrole.

3.4.9

Interbestuurlijk toezicht

De provincie beoordeelt op basis van een bestuursovereenkomst of gemeenten bepaalde taken volgens de wet uitvoeren waarover u jaarlijks een raadsinformatiebrief ontvangt. Het gaat hierbij om de taken Ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht, Monumentenzorg & archeologie, Archief- & Informatiebeheer en Huisvesting vergunninghouders.

85

Begroting 2024 Het toezichtprogramma is naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 in technische zin aangepast. De Omgevingswet heeft namelijk gevolgen voor de toezichtgebieden Ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht en Monumenten en Archeologie. De provincie is bezig om de bestaande toezichtindicatoren ten aanzien van Monumenten en Archeologie te actualiseren. De planning is erop gericht dat in 2024 een nieuwe set indicatoren beschikbaar is voor gebruik voor Gorinchem. De raad wordt hierover in 2024 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=bb110cd1-30b3-49c5-b52c-99f020503464