CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Arkelsedijk bijlagen

Parallelsessie raadzaal 4 december 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: B&A Bestemmingsplan Arkelsedijk29.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Huismussen Er is zijn geen nestplekken of functioneel leefgebied van de huismus aangetoond in relatie tot het plangebied. Op basis van dit onderzoek is overtreding van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van huismussen niet aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk

89/228

Nettorama locatie Voor de beoogde ontwikkeling is een aparte ecologische quickscan voor de Nettorama locatie uitgevoerd door Hopman en Peters. Dit onderzoek is bijgevoegd bij Bijlage 23. Om het gebouw is met trespa gewerkt waar mogelijk vleermuizen zouden zitten. Op basis van de quickscan dient nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Fietspad Spijksedijk Het beoogde fietspad ten oosten van de Spijksedijk valt buiten het onderzoek gebied van de eerder uitgevoerde onderzoeken. Daarom is voor dit gebied een ecologische quickscan uitgevoerd, zie Bijlage 24. Uit het onderzoek blijkt dat negatieve effecten kunnen optreden op vleermuizen, boommarter en steenmarter. Bovenstaande soorten kunnen zich ook in de toekomst vestigen, waardoor een schadelijke handeling kan ontstaan. Daarnaast leiden de werkzaamheden mogelijk tot negatieve effecten op gewone agrimonie (Rode Lijst). Binnen het plangebied zijn vogels zonder jaarrond beschermd nest te verwachten. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Hiervoor geldt dat de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten plaats te vinden. Ook kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd worden om te bepalen of werkzaamheden binnen de broedperiode mogelijk zijn.

Vleermuizen Indien tijdelijke en/of permanente verlichting schijnt op het gebouw aan de Willem Elsschotstraat, is nader onderzoek benodigd naar verblijfplaatsen van gewone, ruige en kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Door middel van een lichtplan kan dit uitgesloten worden. Het plangebied is vermoedelijk onderdeel van twee essentiële vliegroutes voor vleermuizen. Er zijn geen verblijven vastgesteld in relatie tot het te onderzoeken gebied. Verder is er geen (essentiële) vliegroute aangetoond in relatie tot de Linge. Er zijn enkel foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom de locatie waargenomen. Op basis van dit onderzoek is overtreding van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen niet aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. Het heeft de voorkeur om een lijnvormig, houtig element in het plangebied en bij voorkeur naast de watergang, op een lijnvormige, aangesloten manier. Zorg er tevens voor dat deze niet beschenen wordt door verlichting in de permanente situatie. Op deze manier blijft de potentieel essentiële vliegroute behouden. Door deze maatregelen te nemen, trillingshinder op gebouwen te voorkomen en geen bouwplaatsverlichting te gebruiken zoals ook beschreven in de quickscan is nader onderzoek en ontheffing niet noodzakelijk.

Steenmarter en Boommarter Schadelijke handelingen op essentieel leefgebied van deze soorten kan uitgesloten worden doordat in de omgeving voldoende alternatief leefgebied aanwezig zijn. Hiervoor is nader onderzoek noodzakelijk voordat werkzaamheden worden gestart. In dit onderzoek kan ook de aanwezigheid van de gewone agrimonie meegenomen worden.

90/228

Gewone agrimonie Een inventarisatie is benodigd om te bepalen of er een groeiplaats van gewone agrimonie aanwezig is. De plant is het makkelijkst herkenbaar in de bloeiperiode van juni t/m september. De inventarisatie kan tegelijkertijd uitgevoerd worden tijdens het (ver)plaatsen van de cameravallen voor steenmarter en boommarter, indien dit in de zomerperiode uitgevoerd wordt. Wanneer deze soort wordt aangetroffen, kunnen vervolgmaatregelen bepaald worden. Indien uit de inventarisatie blijkt dat gewone agrimonie niet voorkomt op de dijk, zijn er ook geen vervolgstappen benodigd voor deze soort. Nader onderzoek Spijksedijk Door Habitus (2024) is nader onderzoek naar marters en gewone agrimonie uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd bij Bijlage 25. De belangrijkste conclusies uit het nader onderzoek worden hier samengevat. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt verwezen naar de rapportages. Marterachtigen Er wordt uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied met verblijfplaatsen van marterachtigen is. Er zijn tijdens het onderzoek namelijk geen waarnemingen van marterachtigen gedaan. Gezien de onderzoeksopzet is de trefkans zeer groot, indien één van de martersoorten in het plangebied een leefgebied zou hebben. Gewone agrimonie Groeiplaatsen van gewone agrimonie worden uitgesloten in het projectgebied. Tijdens het onderzoek zijn namelijk geen waarnemingen gedaan.

Als het soort aanwezig was geweest in het plangebied was deze zeker waargenomen, want het soort is in juni en juli erg opvallend. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het onderdeel stikstof is onderzocht in paragraaf 4.13. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.12 Klimaat en duurzaamheid Energie In 2021 heeft gemeente Gorinchem Transitievisie Warmte 1.0 vastgesteld. LingeOever is hierin aangewezen als onderzoeksgebied voor het aanleggen van een warmtenet. Er wordt uitgegaan dat dit warmtenet zal bestaan uit bodemwarmte in combinatie met een TEO-systeem voor warmte uitwisseling met oppervlakte water. Een smart grid is hierbij denkbaar waarbij elektrische auto's deel uit maken van het grid en dienen als opslagcapaciteit. Daarnaast wordt ingezet op een zo laag mogelijke BENG score en worden op de daken zonnepanelen geïnstalleerd. Circulariteit Circulariteit is voor de nieuwbouw een nadrukkelijke opgave. Dit wordt vorm gegeven door de realisatie van een zo laag mogelijke MPG score en elk gebouw wordt voorzien van een materialenpaspoort. Daarnaast krijgen circulaire materialen met een lage CO2-uitstoot de voorkeur en moet er gedacht worden aan een ontwerp met een flexibele vloerindeling om geplande functies in de toekomst te kunnen veranderen.

91/228

Naast het toevoegen van nieuwe circulaire materialen worden er ook materialen gebruikt die al in de huidige situatie te vinden zijn. Zo worden van bestaande gebouwen gevels of constructies behouden. Een deel van de bestaande verhardingsmaterialen kan worden hergebruikt in de openbare ruimte. De betonstenen en -tegels kunnen hergebruikt worden als muren. Kansen voor biodiversiteit Het plangebied is nagenoeg volledig verhard. Alleen op en langs de Arkelsedijk is vegetatie aanwezig. Langs de Arkelsedijk is een bomenrij. Hiermee zijn er weinig ecologische waarden in het plangebied. Het uitgangspunt is de bomenrij langs de Arkelsedijk te behouden en waar mogelijk aan te vullen. Het plan biedt kansen voor de bevordering van de biodiversiteit. De beoogde ontwikkeling voorziet in meer ruimte voor groen in het plangebied. Dit door gebruik te maken van groene binnenterreinen en langs de Linge een groene zone (het Oeverpark) aan te leggen. Voor de vegetatie zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van inheemse soorten. De toevoeging van groen in het plangebied en met name de groene zone langs de Linge kan een nieuwe verbinding gecreëerd worden met de bestaande groenstructuur rondom de historische vesting en de noordelijke landerijen en de groene gebieden. Ook bestaan er kansen op het gebied van natuurinclusief bouwen.

Met de beoogde ontwikkeling worden naast daktuinen ook groene daken en groene gevels gerealiseerd. Dit draagt bij aan de ecologische kwaliteit van de ontwikkeling. Verder dragen de nestkasten, holtes en andere schuilgelegenheden voor gedefinieerde soorten bij aan de ecologische kwaliteit. Hemelwater en hittestress De groene daken hebben naast ecologische waarde ook waarde wat betreft de aspecten hemelwater en hittestress. Groene daken zorgen ervoor dat hemelwater wordt opgenomen en geleidelijk aan wordt afgevoerd. Dit wordt vervolgens opgevangen en kunstmatig beregend op daktuinen als dit nodig is in droge periodes. Daarnaast is de ambitie om hemelwater op te vangen en te filteren zodat het te gebruiken wordt voor het doorspoelen van toiletten of om kleding mee te wassen in de wasmachine. Naast de voordelen van groene daken voor het aspect hemelwater, zorgen groene daken ook voor een verminderde kans op hittestress. Ditzelfde geldt voor groene gevels. Met de oriëntatie van de gebouwen wordt verder nog rekening gehouden met hittestress.

92/228

4.13 Stikstof 4.13.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming  verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving;  vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen;  legt de rol van het bevoegd gezag voor verlening van vergunningen bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen:  De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.  Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

 Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. I Als een plan ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, dan dienen de gevolgen van die toename voor de vaststelling van het plan te worden onderzocht. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie als referentiesituatie heeft te gelden. Daarvan is in dit geval ook uitgegaan.

Blijkt vervolgens dat significante gevolgen op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten, dan kan volstaan worden met een voortoets. Is dat niet het geval, dan dient een passende beoordeling opgesteld te worden.

93/228

Voortoets Bij de voortoets draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Van een bestemmingsplan dat ten opzichte van de referentiesituatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval kan volstaan worden met een voortoets. En is een passende beoordeling derhalve niet nodig.

4.13.2 Onderzoek In bijlage 2 bij Bijlage 26 van dit bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar stikstofemissies en stikstofdepositie ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden ten gevolge van de realisatie van het plan Lingeoever aan de Arkelsedijk te Gorinchem. Dit betreft enerzijds de stikstofemissies en stikstofdepositie vanwege (tijdelijke) aanleg- en bouwactiviteiten in de realisatiefase en anderzijds vanwege een gewijzigde verkeerssituatie en verkeersomvang alsmede wijzigingen in bedrijfsactiviteiten en gebouwverwarming in de (permanente) gebruiksfase. De AERIUS-berekeningen laten in de aanleg- en gebruiksfase een geringe toename zien van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-zuid. In de voortoets (Bijlage 26) wordt beoordeeld of deze depositietoename niet zal leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Op grond van de Spoedwet aanpak stikstof is vanwege het ontbreken van significante effecten geen vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming benodigd voor het beoogde plan/project.

4.14 Luchtkwaliteit 4.14.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang.

94/228

De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de tabel 4.3 weergegeven. Tabel 4.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5)

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. 4.14.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van circa 500 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven.

Dit is gedaan aan de hand van de Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (https://www.cimlk.nl/kaart ). De dichtstbijzijnde maatgevende wegen zijn de Lingebrug, de W. de Vries Robbeweg en de Van Hoornestraat. Uit de kaart blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.14.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

95/228

4.15 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Wel zal in de uitwerking van het plan samengewerkt worden met Stedin hiermee kunnen meekoppelkansen worden benut op het gebied van kabels en leidingen en worden eventuele knelpunten voorkomen.

4.16 Bezonning Toetsingskader Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. Voor de toetsing aan schaduwwerking worden de TNO-normen gehanteerd. De normen van TNO: een lichte norm, die minimaal twee uur zon per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft, en een strenge norm, die drie uur zon per dag in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Onderzoek en conclusie Om de gevolgen van de schaduwwerking van het plan op het bestaande woningareaal in kaart te brengen, is een zogenaamde bezonningsstudie uitgevoerd, deze studie is toegevoegd aan Bijlage 35. In deze studie wordt de schaduwwerking van het huidige ontwerp beschouwd ten opzichte van de bestaande situatie. Ook zijn de maximale planologische ruimte van het bestemmingsplan onderzocht. Het huidige ontwerp voor de LingeOever voldoet overal aan de lichte en strenge TNO normen. Voor de maximale planmogelijkheden voldoet het plan voor een aantal gebouwen niet aan de strenge TNO normen, wel wordt voldaan aan de eisen van de lichte TNO norm. Hiermee wordt de schaduw hinder aanvaardbaar geacht. Het plan is uitvoerbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

96/228

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Voor de opbouw van een bestemmingsplan is door het Ministerie van I&M een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.

Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). De hoofdstukindeling van de bestemmingsplanregels bestaat uit: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Detailhandel De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor een supermarkt met ondersteunende detailhandel. Het gebruik van een nieuwe supermarkt is pas toegestaan wanneer het gebruik van het perceel met kadastrale aanduiding GRC00-F-240 als supermarkt permanent is beëindigd. Artikel 4 Gemengd Deze bestemming voorziet in een gebouw voor diverse functies waaronder: kleinschalige bedrijfsruimtes, wijkondersteunende werkplekken en lichte horeca.

97/228

Artikel 5 Groen Het in het plangebied voorkomende (openbaar) groen is als zodanig bestemd. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen zijn toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan met een bouwhoogte variërend van maximaal 3 tot 6 meter. Artikel 6 Verkeer De binnen het plangebied voorkomende wegen, waaronder de nieuwe verbinding Arkelsedijk-Spijksedijk, zijn als zodanig bestemd. Binnen deze bestemming is middels een aanduiding de onderdoorgang onder de Arkelsedijk geborgd. Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming voorziet in wegen, straten en fiets- en wandelpaden voornamelijk gericht op verblijven. Daarnaast zijn hierbinnen parkeerplaatsen, groen- en speelvoorzieningen toegestaan. Artikel 8 Water Deze gronden zijn onder andere bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen en bedrijfsverkeer te water. De brug over de Linge is aangeduid op de verbeelding. Artikel 9 Wonen - 1 Binnen deze bestemming zijn 500 gestapelde woningen en een gebouwde (ondergrondse) parkeervoorziening toegestaan. Daarnaast is op een aantal plaatsen in de plint ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. Het maximaal aantal bouwlagen per blok is aangeduid op de verbeelding. Artikel 10 Wonen - 2 Binnen deze bestemming zijn 12 grondgebonden woningen toegestaan.

Artikel 12 tot en met 16 bevat diverse dubbelbestemmingen waarmee de bescherming van archeologische verwachtingswaarden, de waterkering en het winterbed van de Linge is geborgd.

5.3

98/228

Algemene regels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=23179e6a-41d1-4278-bcb4-0a98388d6b80