Arkelsedijk bijlagen
Tekst van het document
Het beoogde maaiveld van de LingeOever zal aflopen vanaf de Arkelsedijk (+6,2m NAP), naar de nieuwe straat ten behoeve van woningen (+4,0m NAP), via het openbare landschap (+2,0 NAP) met een verlaagde kademuur (+1,1m NAP) naar het niveau van de Linge toe op +0,80m NAP. Om dit te realiseren zal het maaiveld aangepast worden. Het door het Waterschap voorziene maximale waterpeil van de Linge kan in extreme gevallen stijgen tot +3,0m NAP. Alle bebouwing heeft een vloerpeil daarboven, met uitzondering van de parkeergarages, deze zullen dan ook geen openingen hebben onder +3,0m NAP. Bij een peilstijging hoger dan circa 1,0 meter zullen in de nieuwe situatie delen van LingeOever overstromen. Tot +2,0m NAP geldt dat voor het park tot aan het recreatieve pad. Daarna kan een groter deel nat worden en als buffer voor het extra water dienen. Doordat met de aanpassing van het maaiveld de oevers verflauwd/verlaagd worden biedt dit meer ruimte voor de Linge bij hoge waterstanden. Om het effect van de beoogde ontwikkeling op het volume winterbed van de Linge te bepalen is een globale berekening uitgevoerd. Deze berekening is toegevoegd aan Bijlage 32. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal op basis van de berekening het winterbed toenemen met circa 6.000 m3 ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt door het aanpassen van het maaiveld zoals beschreven in de vorige alinea.
De landschappelijke elementen en het ontwerp van de brug en haar mogelijke pijlers zijn niet meegenomen in de berekening. Dit zal aanzienlijk minder zijn dan 6.000 m3. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal het volume winterbed dan ook toenemen. Een negatief effect op het volume winterbed als gevolg van de beoogde ontwikkeling is daarmee uitgesloten. Watersysteemkwaliteit en ecologie Invloed op KRW-waterlichamen De Linge is een KRW waterlichaam (Beneden-Linge). Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Grondwater Er vindt geen grootschalige toename van de verharding plaats en de beoogde ontwikkeling voorziet niet in het (tijdelijk) verlagen van de grondwaterstand. Er worden geen effecten op de grondwaterstand verwacht.
69/228
Waterkering en waterveiligheid In het plangebied ligt een kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkeringen Arkelsedijk en Spijksedijk. De onderdoorgang die voorziet in een fiets- en voetgangersverbinding tussen de LingeOever verbindt met de Lingewijk gaat door de beschermingszone en kernzone van de regionale waterkering (Akelsedijk). De nieuwe wegverbinding tussen de Arkelsedijk en Spijksedijk valt binnen de kern- en (buiten)beschermingszone van de regionale waterkering (Arkelsedijk) en primaire waterkering (Spijksedijk). Verder valt het beoogde woongebied deels in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering en de beschermingszone van de regionale waterkering. Voor de werkzaamheden binnen deze zones dient een watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit) aangevraagd worden op basis van de 'Keur' (waterschapsverordening). Dit beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Verbinding LingeOever-Lingewijk Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is een doorgang door de Arkelsedijk inclusief coupure bedoeld voor langzaam verkeer. De huidige Arkelsedijk heeft een hoogte van +6,2 mNAP, maar de waterkerende werking van de huidige dijklegger ligt op +4,0 mNAP. In het plan is een doorsteek opgenomen vanwege de gewenste doorgang door de Arkelsedijk.
Deze doorsteek zal zowel moeten aansluiten ter hoogte van het maaiveld op de Lingewijk als de nieuwe wijk. Voor de verdere waterveiligheid wordt de nieuwe doorgang afsluitbaar. Voor de doorsteek gelden een aantal randvoorwaarden. Deze zullen getoetst worden bij de watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit). De randvoorwaarden zijn: De Arkelsedijk is een regionale waterkering en moet inclusief coupure blijven voldoen aan de IPO-norm: IV (overschrijdingskans: 1:300). Eisen aan coupure voor waterveiligheid tot het huidige profiel van vrije ruimte (bovenzijde kunstwerk) van +3,92 mNAP en een ontwerpwaterstand van +3,5 mNAP. Daarbij verzoeken we de gemeente de constructie op te hogen tot de huidige kruinhoogte, zonder verzwaring van de ontwerpuitgangspunten voor de overhoogte. Voor het ontwerp dienen de volgende leidraden gehanteerd te worden: 1. LK - 'Leidraad Waterkerende Kunstwerken in regionale waterkeringen, ORK2011-15', STOWA, 2011; 2. WOWK - 'Werkwijzer Ontwerpen Waterkerende Kunstwerken – Ontwerpverificatie voor de hoogwatersituatie', Rijkswaterstaat, groene versie, definitief 1 november 2018; De Leidraad Waterkerende Kunstwerken (LK) verwijst naar de Leidraad kunstwerken uit 2003, deze leidraad is vervangen door de WOWK die nu gehanteerd moet worden. Daarnaast dienen aanvullende relevante eisen uit de WOWK meegenomen te worden.
Verder zijn tussen de gemeente en waterschap afspraken gemaakt over de kosten voor het toekomstige beheer en onderhoud van de coupure en de opslag van materialen, evenals de jaarlijkse proefsluiting. Herontwikkeling Nettorama locatie Ter plaatse van de Nettorama locatie worden maximaal 12 woningen mogelijk gemaakt. De locatie valt deels binnen de beschermingszone van de Arkelsedijk. Voor de werkzaamheden binnen de beschermingszone dient een watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit) aangevraagd te worden en getoetst te worde aan de toetsingscriteria voor waterkeringen. Zo moet de bebouwing boven het profiel van vrije ruimte komen.
70/228
Lingebrug Voor de realisatie van de Lingebrug dient een watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit) aangevraagd te worden. Ten behoeve van de watervergunning (en andere vergunningen) zal het ontwerp van de Lingebrug verder uitgewerkt worden. Mogelijk wordt hier een constructie toegepast die ook deels het waterkerend vermogen van de Diefdijk gaat opvangen. Dit kan gevolgen hebben op de ligging en omvang van het waterstaatswerk. Middels de watervergunning wordt geborgd dat de brug geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor de waterveiligheid. Fietspad Spijksedijk Het beoogde fietspad over de Spijksedijk ligt in de kernzone van de primaire waterkering Spijksedijk en dient te voldoen aan de toetsingscriteria voor waterkeringen. Zo moet het fietspad boven het profiel van vrije ruimte komen. Voor de aanleg van het fietspad dient dan ook een watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit) aangevraagd worden waarin dit getoetst en geborgd wordt. LingeOevers De woningbouwlocatie ligt grotendeels buitendijks. Dit betekent dat hoog water niet wordt tegengehouden door een dijk. De kans dat een buitendijks gelegen locatie last krijgt van hoog water, wordt bepaald door de waterstand van de Linge als gevolg van extreme regenval (en smeltwater) en de maaiveldhoogte van het plangebied ten opzichte van dat hoge water.
Door de doorgaans relatief hoge ligging van het buitendijks gebied is de kans op grote waterdieptes relatief klein. Het beoogde maaiveld van de LingeOever zal aflopen vanaf de Arkelsedijk (+6,2m NAP), naar de nieuwe straat ten behoeve van woningen (+4,0m NAP), via het openbare landschap (+2,0 NAP) met een verlaagde kademuur (+1,1m NAP) naar het niveau van de Linge toe op +0,80m NAP. Om dit te realiseren zal het maaiveld aangepast worden. Het door het Waterschap voorziene maximale waterpeil van de Linge kan in extreme gevallen stijgen tot +3,0m NAP. Alle bebouwing heeft een vloerpeil daarboven (+ 4,0m NAP), met uitzondering van de parkeergarages, deze zullen dan ook geen openingen hebben onder +3,0m NAP en waterdicht zijn. Bij een peilstijging hoger dan circa 1,0 meter zullen in de nieuwe situatie delen van LingeOever overstromen. Tot +2,0m NAP geldt dat voor het park tot aan het recreatieve pad. Daarna kan een groter deel nat worden en als buffer voor het extra water dienen. Doordat met de aanpassing van het maaiveld de oevers verflauwd/verlaagd worden biedt dit meer ruimte voor de Linge bij hoge waterstanden. De kans op slachtoffers in het buitendijks gebied is dan ook gering. Bovendien gaat het overstromen van buitendijks gebied in het algemeen langzaam en is het goed voorspelbaar. De kans op verdrinking is daardoor klein.
Materiele schade en maatschappelijke ontwrichting zijn beiden afhankelijk van de waterdiepte die optreedt en de functies en objecten die hier last van hebben. Om een indicatie te geven van de kwetsbaarheid voor wateroverlast van het bestemmingsplangebied heeft op basis van de klimaateffectatlas het plangebied een kleine overstromingskans (1/300 tot 1/3.000 per jaar) voor een overstroming boven de 0 centimeter. Voor een overstroming boven de 20 centimeter heeft het gebied voor de buitendijkse bebouwing in de huidige situatie een extreem kleine kans.
71/228
Afvalwaterketen en riolering Met de beoogde woningbouw neemt de hoeveelheid afvalwater toe. De beoogde ontwikkeling bestaat uit circa 500 woningen. Dit komt overeen met circa 1.500 vervuilingseenheden (ve). Naast de woningbouw wordt een supermarkt (2.010 m2 bvo), horeca (170 m2 bvo) en kleine bedrijvigheid (570 m2 bvo) mogelijk gemaakt. De nieuwbouw wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolsysteem. Gezien de grote toename aan vuilwater afvoer is in afstemming met het waterschap de vuillast berekend en onderzocht of de toename aan vuilwater de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Uit het onderzoek en in afstemming met het waterschap is bepaald dat het vuilwater van de Lingeoever afgevoerd kan worden via dezelfde route als de huidige situatie. Het vuilwater kan via een pompput naar de de naastgelegen Lingewijk worden vervoerd om vervolgens via het rioolstelsel naar het RWZI Schelluinen gebracht te worden. Dit is uitvoerbaar waarmee het thema afvalwater de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.
Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Voor de Lingeoever geldt dat het overtollige hemelwater dat niet kan worden vastgehouden, hergebruikt of geïnfiltreerd zal worden geloosd op de Linge. Watervergunning Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur" (waterschapsverordening). Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur (waterschapsverordening) is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder watervergunning gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur" (waterschapsverordening). Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Water en Waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan wordt het oppervlaktewater in het plangebied bestemd als 'Water'. Voor waterkeringen (kernzone) geldt een zogenaamde dubbelbestemming, deze hebben de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' toebedeeld gekregen. De beschermingszone van de waterkering krijgt de aanduiding 'vrijwaringszone-dijk-1' en de buitenbeschermingszone de aanduiding 'vrijwaringszone-dijk-2'. De beschermingszone van de Linge krijgt de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterberging'.
72/228
Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Wel dient rekening te worden gehouden met de beschermingszones van de omliggende primaire waterkering, regionale waterkering en watergangen.
4.6
Archeologie en cultuurhistorie
4.6.1
Toetsingskader
De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. De Erfgoedwet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. De Erfgoedwet kent bepalingen over het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. 4.6.2
Archeologie
Woningbouwlocatie LingeOever Door Hollandia archeologen is een archeologisch bureauonderzoek opgesteld. Uit het onderzoek blijkt dat voor het deel van het plangebied tussen de Arkelsedijk en de Linge een middelhoge kans geldt voor het aantreffen van bewoning uit de periode late ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen vanaf 1,0 meter onder maaiveld. Op een dieper niveau kunnen resten aanwezig zijn uit oudere perioden maar de kans daarop is laag, dit geldt ook voor bewoning uit de late middeleeuwen. Verder kunnen binnen het plangebied archeologische restanten bevinden van twee molencomplexen uit de 18e en mogelijk 16/17 eeuw en twee gebouwen uit de 19e en 20e eeuw. Door middel van inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (nadat de gebouwen tot het maaiveld zijn gesloopt) kan de aard, omvang, datering en waarde van de archeologische restanten bepaald worden. Brugverbinding over de Linge Aan de overzijde van de Linge geldt een dubbelbestemming 'Archeologische verwachting hoog PM1'. Voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 0,3 meter geldt de verplichting om in het vergunningstraject archeologisch onderzoek uit te voeren.
73/228
Herontwikkeling Nettoramalocatie In dit deelgebied geldt deels de dubbelbestemming 'Archeologische verwachting middelmatig LMNT' en deels de dubbelbestemming 'Archeologische verwachting hoog PM1'. Voor de archeologische verwachting middelmatig LMNT geldt een onderzoeksplicht voor bouwwerkzaamheden groter dan of gelijk aan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter. Voor de archeologische verwachting hoog PM1 geldt een onderzoeksplicht voor bouwwerkzaamheden groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 0,3 meter. 4.6.3
Cultuurhistorie
Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten en beeld bepalende objecten aanwezig. Aan de Arkelsedijk zijn waterkerende elementen bestaande uit kolommen en schutbalken aanwezig. Deze elementen zijn van zeer hoge cultuurhistorische waarde en zijn als gemeentelijk monument aangewezen. Het gebied kent daarnaasteen historische verbinding met het water en als belangrijke industrie voor de omgeving. Ook ligt het plangebied in de bufferzone van de Nieuw Hollandse Waterlinie. Daarom moet bekeken moet of de nieuwe ontwikkeling de visuele integriteit van de kernzone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kan aantasten. Cultuurhistorie binnen het ontwerp Voor het gebied van de LingeOever is door SteenhuisMeurs (2020) onderzoek verricht naar 'hoe de cultuurhistorische thema's, erfenissen en structuren kunnen worden vertaald in een toekomstscenario dat ruimte biedt aan nieuwe functies, zonder dat het 'eigene' van de Lingeoevers verloren gaat. 'de mogelijk identiteit te geven aan het gebied'. Dit onderzoek is toegevoegd aan Bijlage 8. De aanbevelingen zijn gebruikt voor het ontwerp van het gebied. De aanbevelingen zijn: 1. Versterk het merk Gorinchem en ga uit van wat is. 2. Verrijk de nieuwe wijk met verdwenen, bestaande en nieuwe groenstructuren en -elementen en verbind Gorinchem met de aangrenzende natuurgebieden. 3. Koester de eigenheid van het gebied.
Herontwikkel vanuit zowel de functionele tegenstelling tot als de fysieke relatie met de omliggende stad. 4. Koester en herintroduceer de zachte landschappelijke en gebruikswaarden, met de Linge als verbinder. 5. Bouw voort op de ruimtelijk-functionele relatie met het water en herstel waar nodig de oriëntatie op de rivier. 6. Laat je inspireren door de representatieve architectuur in combinatie met high-end techniek van het (deels verdwenen) De Vries Robbé erfgoed 7. Geef het sterke community-denken uit de tijd van De Vries Robbé een eigentijdse betekenis in de nieuwe wijk Fabriekscomplex De Vries Robbé Het plangebied maakt deel uit van het voormalige fabriekscomplex van De Vries Robbé (Fabriek I), een staalfabriek uit de negentiende en twintigste eeuw en ooit één van Gorinchems grootste werkgevers. Om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarden van de diverse fabrieksgebouwen is hier door RAAP (2023) onderzoek naar gedaan, zie Bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat het gebouwencomplex van De Vries Robbé gebouwen zijn met hoge cultuurhistorische waarde, zowel vanwege de historische functies als de veelal gave bouwmassa en de (door de fabriek zelf geproduceerde) constructies en materialen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied cultuurhistorische waarden (mogelijk) bedreigd worden door de voorgenomen bouwplannen.
In de eerste plaats geldt dan ook het advies om de structuur en opzet van de fabrieksgebouwen van De Vries Robbé daterend uit de eerste kwart van de twintigste eeuw, het interbellum en de wederopbouw zoveel mogelijk intact te laten en geen aanpassingen te doen aan de gevels en constructies met een hoge monumentwaarde.
74/228
In het scenario dat behoud onmogelijk is, is het belangrijk om met de volgende zaken rekening te houden: Houd de industriële geschiedenis op zoveel mogelijk manieren leesbaar. Fysiek behoud van (delen) van constructies, bij voorkeur op hun oorspronkelijke plek, is hierbij sterk aanbevolen. Besteed hierbij aandacht aan de oorspronkelijke oriëntatie, logica en locatie, die alle iets vertellen over de functionele en ruimtelijke ontwikkeling van de fabriek. Gebouw 2 vertelt dit verhaal vanwege zijn leeftijd, dakvormen en getrapte plattegrond het beste, maar de aanbeveling is om ook van de latere bouwperiodes onderdelen te behouden. Daarmee kunnen de voortschrijdende ontwikkelingen van de constructies en toegepaste technieken getoond worden. De gebouwdelen uit latere periodes zijn iets minder gebonden aan de locatie waarop ze nu staan. Neem de flexibele/modulaire bouwwijze, die ingegeven werd door groei en technische mogelijkheden, als aanknopingspunt bij het behoud en/of hergebruik van de constructies. Bij hergebruik verdient het aanbeveling het karakter van de gebouwen te respecteren en de ontwikkeling van stalen constructies en materialiseringen zichtbaar te houden. De genoemde waardevolle elementen dienen zoveel mogelijk behouden te worden. Behoud de oever van de Linge als doorgaande verbinding; deze heeft een hoge mate van ouderdom (jaagpad).
Naar aanleiding van de bovengenoemde rapportage over het gebouwencomplex van De Vries Robbé is door adviesburo Delfgou nader onderzoek gedaan naar de ruimtelijke, financiële en praktische mogelijkheden van het behoud van de onderzochte onderdelen. Hieruit blijkt dat de diverse onderdelen maar ten dele kunnen worden behouden/hergebruikt. De resultaten van het nader onderzoek zijn opgenomen in bijlage 10. Attentiezone Nieuw Hollandse Waterlinie Sinds juli 2021 zijn de Hollandse Waterlinies aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. De locatie LingeOever ligt binnen de bufferzone, buiten de kernzone, van de NHW. De vraag is of de ontwikkelingen effect hebben op de visuele integriteit van het Werelderfgoed in de kernzone, en of de kwaliteiten van de Hollandse Waterlinies behouden blijven of versterkt worden. Geschiedenis Rond de rivier de Waal liggen de vestingsteden Woudrichem en Gorinchem, Slot Loevestein en Fort Vuren. Samen vormen zij de Vestingdriehoek. De vestingstad Gorinchem is hiermee onderdeel van een 200km lange linie van forten, kastelen, vestingsteden en uitgestrekte landschappen. Rondom de forten lagen onzichtbare verboden kringen. Binnen deze kringen mocht niet of beperkt gebouwd worden zodat er vrij zicht was vanaf het fort. Het lage polderlandschap tussen de forten kon onder water worden gezet om de vijand de weg te versperren.
De projectlocatie ligt buiten deze verboden kringen, waar bebouwing een tijdelijk karakter had. Projectlocatie De locatie LingeOever is het voormalig fabrieksterrein van het bedrijf De Vries Robbé, een producent van staal- en betonproducent. Het bedrijf en de invulling van de locatie is opgezet in 1881 met een aantal loodsen, kappen en een constructiewerkplaats. Voor invulling als fabrieksterrein waren het natte graslanden, die regelmatig onderliepen als onderdeel van de uiterwaarden. Na het aanleggen van de Spijksedijk werd het gebied interessant voor rivier gebonden industrie. Mede door het aanwezige jaagpad langs de Linge. Rond 1910 werd het eerste fabrieksgebouw aan de Linge gebouwd. In de decennia hierna volgen vele uitbreidingen, steeds in navolging van nieuwe ontwikkelingen in de staalindustrie, met fabriekshallen, kantoorpanden en loodsen.
75/228
In 1976 ging de staalfabriek failliet. Een gedeelte van de huidige bebouwing is nog tijdelijk in gebruik voor bedrijfsactiviteiten in de houtbewerking. Het huidige terrein kenmerkt zich door 100% verharding met daarop een aantal productieloodsen en gebouwen voor ondersteunende functies. De kade is eveneens verhard met een hoogte van +2.8NAP. Het oorspronkelijke jaagpad is niet meer zichtbaar, en wordt niet meer gebruikt als overloop van de uiterwaarden. De huidige situatie levert geen enkele bijdrage aan de beleving van de NHW, noch ruimtelijk, noch functioneel. Plan Het plan LingeOever voorziet in 500 appartementen, een supermarkt met aanvullende retail, een horeca- en flexwerkgebouw, een brug over de Linge en maximaal 12 grondgebonden woningen op de huidige locatie van de supermarkt met parkeerterrein in de Lingewijk. Het plan is opgebouwd uit appartementencomplexen in twee rijen, parkeren vindt grotendeels in parkeerkelders plaats. Boven de parkeerkelders zullen groene daktuinen voorzien worden. Tussen de supermarkt en brug zal een openbaar park komen. De oever zal gedeeltelijk verlaagd worden waardoor ruimte ontstaat voor een groene en natuurlijke oever.
Het plangebied is globaal als volgt begrensd: • westzijde: Lingewijk; • noordzijde: het industriecomplex van Corbion, gelegen aan de Arkelsedijk; • oostzijde: de Linge; • zuidzijde: de brandweerkazerne, gelegen aan de Arkelsedijk. Visuele integriteit De relatie van LingeOever met de vesting van Gorinchem is gelegen in de ervaring van bebouwing grenzend aan weerszijden van de Linge tot aan de vesting. Om deze relatie in beeld te brengen hebben wij bijgaande tekening (bijlage 31: langsdoorsnede vesting - LingeOevers) gemaakt. Deze laat zien dat er aan de Linge, het dichtst bij de vesting, twee prominente, wat hogere gebouwen staan. Aan de zuidoostzijde aan de Spijksedijk is dat een kantoorgebouw, aan de noordwestzijde aan de Arkelsedijk het gebouw van de brandweer. Vervolgens is er aan de zuidoostzijde de perifere detailhandelslocatie van Gorinchem. Aan de noordwestzijde van de LingeOever is de beoogde bebouwing te zien, op minimaal 15 meter van de rivier in een gevarieerde hoogte opbouw. Het hoogste gebouw zal maximaal 8 bouwlagen hebben boven de parkeerkelders. De tekening eindigt op de plek waar een nieuw te realiseren brug over de Linge is voorzien om de verkeersafwikkeling in Gorinchem te verbeteren en de nieuwe woonwijk te ontsluiten. De zijde waaraan de bebouwing geprojecteerd staat, is niet belemmerend voor de beleving van de kwaliteit van de NHW.
De ontwikkeling bevindt zich aan de veilige zijde, waar verdichting mogelijk is. Uit de doorsnede blijkt tevens dat de geplande bebouwing binnen het projectgebied een uitgestrektheid heeft zodanig dat de visuele integriteit van de NHW behouden blijft.
76/228
Versterken van kwaliteiten Verder wijzen wij graag op de verbetering die de ontwikkeling met zich meebrengt door de nu verharde, hoge kade, weer terug te brengen in een zachtere, lagere en groene oever. Met deze voorgestelde ontwikkeling beogen we zelfs een verbetering van de beleving van de NHW. Het plan voorziet langs de Linge in een groenstrook van minimaal 15 meter met een lage oever, ook wordt het jaagpad weer in ere hersteld ten gunste van recreëren. Hiermee verwijzen we naar de inrichting van de oever zoals deze was voor de komst van De Vries Robbé. Deze oever is zichtbaar in de bijgevoegde doorsneden (bijlage 31, blad 2: terugbrengen natuurlijke oeverlijn). Door de groene openbare 15m zone met openbaar pad ligt het nieuwe plan dichterbij de oorspronkelijke graslanden dat onderdeel was van de uiterwaarden. Het openbare pad door de groene oeverzone brengt het jaagpad terug in het plan. Al met al zien wij de ontwikkeling LingeOever als een versterking van de belevingskwaliteit van de geschiedenis van het gebied en de Hollandse Waterlinie. De ontwikkeling van het plangebied doet geen afbreuk aan de ervaring van de Hollandse Waterlinies.
Conclusie Door de bijzondere cultuurhistorische relicten te integreren in de nieuwe woonbebouwing, de Lingewijk te verbinden via het nieuwe dijkpark en een plein aan de Linge te maken rondom de oude loodsen en het transformator huisje wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen van de onderzoeken. Daarnaast kent het plangebied geen beschermde historische panden zoals gemeentelijke of rijksmonumenten, bepalende objecten. Wel dient in de uitwerking rekening te worden gehouden met de bestaande kolommen en balken aan de Arkelsedijk welke als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.7
Bodem
4.7.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
4.7.2
Onderzoek
Voor het plangebied zijn bodemonderzoeken uitgevoerd voor drie deelgebieden: de woningbouwlocatie Lingeoevers, brugverbinding over de Linge, herontwikkeling Nettoramalocatie. Voor het fietspad aan de oostzijde van de Spijksedijk is geen sprake van een bestemmingswijziging, bodem onderzoek in het kader van het bestemmingsplan is voor het fietspad niet noodzakelijk.
77/228
Woningbouwlocatie Lingeoevers In dit deelgebied wordt het bedrijventerrein getransformeerd in een woongebied en is sprake van een functiewijziging. Voor de ontwikkeling van dit gebied is de bodemkwaliteit ter plaatse onderzocht. Door TTE is in 2019 een gecombineerd verkennend, actualiserend en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 12). Uit het onderzoek blijkt dat 10 gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn. Voor de functiewijziging zijn sanerende maatregelen noodzakelijk. Met de sanering wordt gewaarborgd dat de bodemkwaliteit voldoet aan de voor de nieuwe functie gestelde normen. Brugverbinding over de Linge In 2021 is door IDDS milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de beoogde brugtracé die een verbinding over de Linge realiseert, zie Bijlage 13. Hierin wordt voor het gebied ten oosten van de Linge geadviseerd een verkennend bodem onderzoek uit te voeren. Indien grondroerende activiteiten plaats vinden in de Linge of aan de kade dient waterbodem onderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd te worden. Herontwikkeling Nettorama locatie Voor dit deelgebied is door IDDS in 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 14. Hieruit blijkt dat de grond en het grondwater licht tot plaatselijk maximaal matig verontreinigd is. Er zijn geen sterke verontreinigingen vastgesteld.
Bij de supermarkt plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen (sporen van baksteen en metselpuin). De restverontreiniging onder de supermarkt en de grond met asbestverdachte bijmengingen zijn niet onderzocht. Na de sloop wordt aanvullend bodemonderzoek verricht. Indien nodig zal de verontreiniging gesaneerd worden zodat de woningen op voor de functie geschikte bodem gerealiseerd wordt. 4.7.3 Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.8
Ontplofbare Oorlogsresten
Door IDDS zijn twee historische vooronderzoeken ontplofbare oorlogresten uitgevoerd. Het onderzoek IDDS (2022) in Bijlage 15 is het deelgebied LingeOever onderzocht. In het onderzoek IDDS (2021) in Bijlage 16 is het plangebied ten behoeve van de nieuwe weg onderzocht. De onderzoeken concluderen dat uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto's en andere geraadpleegde bronnen géén indicaties zijn die erop wijzen dat in (een deel van) het onderzoeksgebied ontplofbare oorlogsresten te verwachten zijn. Het gehele onderzoeksgebied (van beide onderzoeken) is daarom onverdacht op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. IDDS Explosieven B.V. adviseert om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van ontplofbare oorlogsresten. Wel dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden onder het Protocol spontaan aantreffen OO (zie het protocol in Bijlage 15).
78/228
Nettorama locatie De Nettorama locatie wordt herontwikkeld, met de werkzaamheden zal de grond geroerd worden. De Nettorama locatie valt niet binnen het onderzoeksgebied van het volledig historisch onderzoek. Echter hebben de onderzoeken ook de omgeving van de onderzoeksgebieden onderzocht. De Nettorama locatie ligt direct naast het deelgebied Arkelsedijk. Op basis van de analyse uit de eerdere onderzoeken is door IDDS een quickscan OO uitgevoerd, zie Bijlage 17. Uit de quickscan blijkt dat alle indicaties erop wijzen dat de werkzaamheden zonder speciale maatregelen of onderzoek kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van het Protocol spontaan aantreffen OO. Fietspad Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is een fietspad ten oosten van de Spijksedijk. Het bestemmingsplan voorziet niet in een bestemmingswijziging. Voor het fietspad is in het kader van het bestemmingsplan geen verder onderzoek noodzakelijk naar het aantreffen van OO.
4.9
Externe veiligheid
4.9.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
79/228
Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
4.9.2
Onderzoek
Op de basis risicokaart, waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het plangebied enkele risicobronnen gelegen. Risicovolle inrichtingen Ten noorden van het plangebied ligt de BEVI inrichting Corbion. Tauw heeft voor deze inrichting in 2019 een QRA opgesteld voor de uitbreiding van de Ethyllactaat productie (zie Bijlage 18). Op basis van deze QRA blijkt dat het plangebied buiten de PR 10-6 contour ligt van deze inrichting. Het plangebied ligt voor een deel binnen de PR 10-8 contour. Hierbinnen worden geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het invloedsgebied van het groepsrisico is maximaal 255 meter van de bron gelegen. In figuur 4.9.1 is het invloedsgebied weergegeven. Hieruit blijkt dat maar een klein deel van het plangebied binnen het invloedsgebied ligt waaronder een deel van de detailhandel en een klein deel van een woningblok. Het groepsrisico ligt in de huidige situatie ruim onder de oriëntatiewaarde. Gezien de ligging aan de rand van het invloedsgebied zal het groepsrisico beperkt toenemen door de beoogde ontwikkeling, een overschrijding van de oriëntatiewaarde is dan ook uitgesloten. Door de ligging in het invloedsgebied dient een verantwoording van het groepsrisico worden opgesteld.
80/228
Figuur 4.9.1 Invloedsgebied Corbion (bron: TAUW 2019, Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) uitbreiding Ethyllactaat productie) Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig die voor het plan relevant zijn. Vervoer gevaarlijke stoffen Op basis van de risicokaart vindt in de omgeving van het plangebied vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, water en spoor. Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een (aardgas)buisleiding. Weg Ten noorden van het plangebied op een afstand van circa 650 meter ligt de A15 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied valt buiten de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van 880 meter. Door de ligging verder dan 200 meter voldoet een beknopte verantwoording van het groepsrisico. Spoor Ten noorden van het plangebied op een afstand van circa 690 meter ligt het spoor waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied valt buiten de PR 10-6 contour. Het plangebied valt wel binnen het invloedsgebied van de transportroute. Het plangebied ligt verder dan 200 meter van de risicobron waardoor een beknopte verantwoording van het groepsrisico volstaat. Water Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 1.600 meter afstand de rivier Boven Merwede (transport route Corridor Rotterdam - Duitsland).
Deze transportroute heeft een invloedsgebied van 1.070 meter waar het plangebied buiten valt.
4.9.3
Verantwoording groepsrisico
De beknopte verantwoording van het groepsrisico is toegevoegd aan Bijlage 19. Uit de verantwoording blijkt, op basis van de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid, dat de veiligheidssituatie van het plangebied aanvaardbaar is.
81/228
4.9.4
Conclusie
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Corbion, de A15 en het spoor. Voor Corbion kan gezien de ligging aan de rand van het invloedsgebied een relevante toename van het groepsrisico uitgesloten worden. Voor de A15 en het spoor geldt dat het plangebied op meer dan 200 meter afstand ligt. Uit de verantwoording groepsrisico blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende kan worden beschouwd. Verder zijn in de omgeving geen relevante risicobronnen aanwezig voor het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering.
4.10 Bedrijven en milieuhinder 4.10.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Tabel 4.10.1. Milieucategorieën met bijbehorende richtafstand per omgevingstype (bron: VNG) Milieucategorie
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
5.1
500 meter
300 meter
5.2
700 meter
500 meter
5.3
1.000 meter
700 meter
6
1.500 meter
1.000 meter
82/228
4.10.2 Omgevingstype Het plangebied wordt omgevormd van een bedrijventerrein naar een woongebied met daarin een horecagelegenheid en detailhandel. Gezien de functiemenging in het gebied, de ligging naast een geluidgezoneerd bedrijventerrein en de ligging langs de doorgaande weg Arkelsedijk wordt het gebied gekenmerkt als gemengd gebied. 4.10.3 Onderzoek In deze paragraaf wordt onderzocht of ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast wordt onderzocht of bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering en milieuruimte. Voor de bedrijven in de omgeving wordt beschreven wat hun planologische mogelijkheden zijn en wordt hun huidige bedrijfsvoering aangegeven. Het plangebied wordt aangeduid als een gemengd gebied (zie gebiedstype). De genoemde richtafstanden zijn richtafstand tot omgevingstype 'gemengd gebied'. Rondom de planlocatie zijn een aantal bedrijven aanwezig. De bedrijven in de omgeving zijn in Tabel 4.10.2 weergegeven. In de tabel zijn voor de bedrijfspercelen de maximale planologische milieucategorie weergegeven op basis van het vigerende bestemmingsplan (planologische mogelijkheden). Daarnaast is de milieucategorie van het huidige gebruik weergegeven. Vervolgens is de afstand van het bedrijfsperceel tot de dichtstbijzijnde woninggevel dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Tabel 4.10.2.
Bedrijven in de omgeving van het plangebied Bedrijf
Adres
Planologische mogelijkheden
Huidig gebruik
Afstand tot beoogde woningen
Noordzij Bitumenverwerking B.V
Spijksedijk 36b
Milieucategorie 3.1 (30 meter) Vrachtwagen parkeerplaats Milieucategorie 3.2 (50 meter)
Milieucategorie 3.1 (30 meter) Vrachtwagen parkeerplaats Milieucategorie 3.2 (50 meter)
68 meter
Woning
Spijksedijk 36a
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Woning
60 meter
Woning
Spijksedijk 34
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Woning
55 meter
Kantoor
Spijksedijk 32a
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Milieucategorie 1 (0 meter)
54 meter
Gebr. Van Pelt B.V. Bouw sport- en recreatievaartuigen
Spijksedijk 32
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Milieucategorie 3.2 (50 meter)
60 meter
Boels verhuur B.V. Verhuurbedrijf voor machines en werktuigen
Spijksedijk 30
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
56 meter
Stichting Sanquin Bloedbank Kantoren
Spijksedijk 28 A-I
Milieucategorie 3.1 (30 meter)
Milieucategorie 1 (0 meter)
53 meter
83/228
Gamma Bouwmarkt
Spijksedijk 26h te
Milieucategorie 3.2 (50 meter)
Milieucategorie 2 (10 meter)
56 meter
Praxis Doe-Het-Zelf Center B.V.
Spijksedijk 24d
Milieucategorie 3.2 (50 meter)
Milieucategorie 2 (10 meter)
47 meter
JYSK
Spijksedijk 24c te
Milieucategorie 3.2 (50 meter)
Milieucategorie 2 (10 meter)
46 meter
Woonboulevard Spijksepoort
Spijksedijk 16, 22b-c
Milieucategorie 3.2 (50 meter)
Milieucategorie 2 (10 meter)
76 meter
Stichting De Grote Rivieren
Arkelse Onderweg Maatschappelijk (30 4 meter)
Milieucategorie 1 (0 meter)
32 meter
Woning
Arkelse Onderweg Bedrijf beveiligingsdienst Woning 24 milieucategorie 1 (0 meter)
26 meter
De Rommelpot
Arkelse Onderweg Detailhandel 26 milieucategorie 1 (0 meter)
20 meter
Brandweerkazerne Gorinchem
Arkelsedijk 22
Milieucategorie 1 (0 meter)
Maatschappelijke Milieucategorie 3.1 (30 voorzieningen (30 meter) meter)
12 meter
Gemeentelijk depot voor Arkelsedijk 24 archeologie Gorinchem
Maatschappelijke Milieucategorie 1 (0 voorzieningen (30 meter) meter)
100 meter
Nuts voorzieningen (onderdeel perceel brandweerkazerne, zie Arkelsedijk 22)
Maatschappelijke Nuts gebouw voorzieningen (30 meter)
12 meter
Arkelsedijk 18h
Corbion (Purac Biochem) Arkelsedijk 46
Milieucategorie 3.1 (30 meter) Specifieke vorm van bedrijf – organisch chemische grondstoffenfabriek; Milieucategorie 5.3 (700 meter)
58 meter Organisch chemische grondstoffenfabriek milieucategorie 5.3 (700 meter)
Kok
Milieucategorie 5.1 (300 meter) Specifieke vorm van bedrijf – puinbrekerijen en -malerijen; Milieucategorie 5.2 (500 meter)
550 meter Puinbrekerijen en -malerijen; Milieucategorie 5.2 (500 meter)
Spijksedijk 56
Uit tabel 4.10.2 blijkt bij een aantal bedrijven niet voldaan wordt aan de richtafstand van de planologische mogelijkheden. Dit zijn Spijksedijk 24d (Praxis), Spijksedijk 24c (JYSK), Arkelsedijk 22 (brandweerkazerne Gorinchem) en Arkelsedijk 46 (Corbion) en worden nader beschouwd. Voor de Spijksedijk 24d en 24c wordt wel voldaan aan de
84/228
richtafstand voor het huidige gebruik. Voor de Arkelsedijk 22 (brandweerkazerne Gorinchem) en Arkelsedijk 46 (Corbion) wordt ook niet voldaan aan de richtafstand voor het huidige gebruik. Van de richtafstand kan gemotiveerd afgeweken worden. Hierbij dient aangetoond te worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet worden beperkt in de (toekomstige) bedrijfsvoering. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende bedrijven waarbij niet wordt voldaan aan de richtafstand. Voor de overige bedrijven wordt wel aan de richtafstand voldaan. Voor deze bedrijven kan milieuhinder uitgesloten worden. Spijksedijk 24d Praxis Doe-Het-Zelf Center B.V. Op basis van het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen en stationsomgeving' (2014) zijn ter plaatse van het bedrijfsperceel aan de Spijksedijk 24d bedrijven t/m milieucategorie 3.2 planologisch mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor gemengd gebied. De afstand van het bedrijfsperceel tot de dichtstbijzijnde beoogde woninggevel is 47 meter. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. Van de richtafstand mag gemotiveerd afgeweken worden. In de huidige situatie is de Praxis hier gevestigd. Een bouwmarkt valt onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt ruim voldaan.
Hiermee kan hinder ter plaatse van de beoogde woningen uitgesloten worden en wordt de Praxis niet beperkt in haar bedrijfsvoering. In de toekomstige situatie dienen bedrijven rekening te houden met de woonbestemmingen in dit bestemmingsplan. Dit beperkt de milieuruimte voor een klein deel van het bedrijfsperceel Spijksedijk 24d. Spijksedijk 24c JYSK Voor het bedrijfsperceel aan de Spijksedijk 24c geldt hetzelfde als de Spijksedijk 24d. Ter plaatse geldt dat bedrijven t/m milieucategorie 3.2 planologisch mogelijk zijn met een richtafstand van 50 meter voor gemengd gebied. De afstand van het bedrijfsperceel tot de dichtstbijzijnde beoogde woninggevel is 46 meter. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstand. Van de richtafstand kan gemotiveerd afgeweken worden. In de huidige situatie is de JYSK gevestigd op de Spijksedijk 24c. JYSK valt onder milieucategorie 2 bedrijf met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt ruim voldaan. Hiermee kan hinder ter plaatse van de beoogde woningen uitgesloten worden en wordt JYSK niet beperkt in haar bedrijfsvoering. In de toekomstige situatie dienen bedrijven rekening te houden met de beoogde woonbestemmingen. Dit beperkt de milieuruimte voor een klein deel van het bedrijfsperceel Spijksedijk 24c.
Overigens zal ook bij een ander gebruik van het perceel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen gelet op feit dat voor grootste deel van het perceel voldaan wordt aan de richtafstand. Arkelsedijk 22 Brandweerkazerne Gorinchem Ten zuidwesten van het plangebied aan de Arkelsedijk 22 ligt de Brandweerkazerne Gorinchem. Het perceel kent een bestemming 'Maatschappelijk' dat bestemd is voor maatschappelijke voorzieningen. De meeste maatschappelijke voorzieningen vallen onder milieucategorie 2 of lager, een brandweerkazerne valt onder milieucategorie 3.1. Het bedrijfsperceel rijkt tot aan de grens van het plangebied en de afstand tot de dichtstbijzijnde beoogde woninggevel is 12 meter. Een brandweerkazerne valt onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter voor gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. Het maatgevende aspect voor een brandweerkazerne is geluid. Voor de overige aspecten geldt een richtafstand van 0 meter waaraan voldaan wordt.
85/228
Geluid Het bedrijfsperceel van de brandweer ligt op een afstand van 12 meter tot de dichtstbijzijnde beoogde woninggevel. In de huidige situatie staat de kazerne (gebouw) zelf op een afstand van 35 meter waarmee voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter. Ook de uitritten voor de brandweerwagens liggen op minimaal 35 meter afstand. Aan de zijde van de beoogde woningen ligt een parkeerplaats voor personenauto's dat gebruikt kan worden als oefenterrein. De activiteiten vinden met name inpandig plaats en kunnen in de dag- avond en nacht periode plaatsvinden. Maatgevende activiteiten zijn de nacht activiteiten en de transportbewegingen bij het uitrukken. Deze activiteiten vinden plaats op een grotere afstand dan 35 meter plaats waaraan voldaan wordt aan de richtafstand. Voor deze activiteiten zijn al bestaande woningen op kortere afstand aanwezig aan de Th. Boomstraat (afstand circa 30 meter). Het oefenterrein wordt alleen in de dag periode gebruikt. Voor een parkeerterrein en oefenterrein is een afstand van 12 meter voldoende om ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Ter plaatse van de beoogde woningen kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en de brandweerkazerne wordt niet beperkt in de huidige bedrijfsvoering.
In de toekomstige situatie dient de brandweerkazerne rekening te houden met de nieuwe woningbouw waarmee de brandweerkazerne wel wordt beperkt in de planologische mogelijkheden. Arkelsedijk 46 Corbion (Purac Biochem) Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijfsperceel van Corbion. Op basis van het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen en stationsomgeving' (2014) geldt hier de functieaanduidingen 'bedrijf tot en met milieucategorie 3.1', 'specifieke vorm van bedrijf - organisch chemische grondstoffenfabriek' en 'specifieke vorm van bedrijf - bevi'. Voor een bedrijf met milieucategorie 3.1 geldt een richtafstand van 30 meter waaraan voldaan wordt. De specifieke vorm van bedrijf staat het bestaande bedrijf (met een hoger milieucategorie) toe. Corbion is een organisch chemische grondstoffenfabriek vallend onder de post-Seveso-richtlijn (een Brzo-bedrijf) bestaande uit milieucategorie 5.3. Hiervoor geldt een richtafstand van 700 meter voor een gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. De maatgevende aspecten zijn geur (700 meter) en gevaar (700 meter). Voor het aspect geluid geldt dat het bedrijf gelegen is op een geluidgezoneerd bedrijventerrein, dit aspect wordt behandeld in paragraaf 4.3. De richtafstand van het aspect stof is 10 meter waaraan voldaan wordt.
Geur Voor het aspect geur zal moeten worden vastgesteld of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar (geur)hinder niveau. Op basis van het geurhinder beleid van de provincie Zuid-Holland geldt dat de geurhinder bij een geurbelasting onder de 0,5 ouE/m3 als 98 percentiel (waarde die maximaal 2% van de tijd overschreden wordt) als verwaarloosbaar gezien kan worden. Bij een geurbelasting van 5 ouE/m3 als 98 percentiel is er sprake van ernstige geurhinder. Hiertussen geldt een afwegingsgebied het bevoegd gezag bepaald daarin of sprake is van een aanvaardbaar (geur)hinder niveau. Voor Corbion is deze grens gelegd op 2,5 ouE/m3 (dit komt overeen met 5 ge/m3) als 98 percentiel voor woningen. In de revisievergunning uit 2014 is de geurcontour bepaald voor het bedrijf. Het plangebied ligt ruim buiten deze geurcontour. In de huidige situatie liggen woningen dichterbij het bedrijfsperceel en het emissiepunt van Corbion. Er liggen woningen op ongeveer 50 meter afstand van het bedrijfsperceel. Bij de omgevingsdienst zijn maar beperkt klachten bekend en wordt de geurhinder als aanvaardbaar beschouwd. Deze bestaande woningen zijn bepalend voor de geurcontour en milieuruimte van het bedrijf. Met de beoogde ontwikkeling wordt Corbion dan ook niet beperkt in haar bedrijfsvoering.
86/228
Ter plaatse van de beoogde geurgevoelige gebouwen is enige vorm van hinder niet uitgesloten maar kan een aanvaardbaar hinder niveau worden gegarandeerd. Gezien de korte afstand van het plangebied tot het bedrijf en het gedateerde onderzoek is voor de beoogde ontwikkeling een nieuw geur onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 20. Hieruit blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen maximaal 1,05 ouE/m3 is als 98-percentielwaarde ter hoogte van de standaard rekenhoogte van 1,5 meter. Op grotere hoogte neemt de geurbelasting toe tot maximaal 1,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. Dit is lager dan de bestaande situatie op het adres Arkelse Onderweg 171 met een geurbelasting van 1,3 ouE/m3 als 98-percentielwaarde en ruimschoots onder de grens van 2,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde die bepaald is voor Corbion. Ter plaatse van de nieuwe woningen is dan ook sprake van aanvaardbare geur. Wel ligt de geurbelasting boven de 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurbelasting is daarmee niet verwaarloosbaar en enige mate van hinder kan niet uitgesloten worden. Door mogelijke kopers/huurders hiervan te informeren kunnen ongewenste situaties voorkomen worden. Gevaar Het aspect gevaar wordt geregeld door het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Op basis van het bestemmingplan 'Bedrijventerreinen en stationsomgeving' blijkt dat de veiligheidscontour niet buiten de grens van de inrichting mag komen tenzij aangegeven op de verbeelding. Op basis van de grens van de inrichting en de verbeelding blijkt dat de veiligheidscontour niet over het plangebied valt. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het aspect gevaar geen belemmering vormt. Wel moet een verantwoording groepsrisico plaatsvinden (zie paragraaf 4.9 Externe veiligheid).
4.10.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de (nog te realiseren) woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.11 Ecologie 4.11.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
87/228
4.11.2 Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en, Natura 2000-gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn) opgesteld. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Zuid-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. 4.11.3 Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn, soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de bescherming van overige soorten.
De provincie kan ontheffing verlenen van de verboden voor overige soorten ofwel soorten van de lijst Nationaal beschermde soorten behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. 4.11.4 Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 (figuur 4.11.1). Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid, ligt op een afstand van circa 730 meter. Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt op een afstand van circa 720 meter.
Figuur 4.11.1 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000 (bron: Aerius Calculator)
88/228
Het plangebied is niet gelegen in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. Het enige mogelijk relevante ecologische effect betreft vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie, zie hiervoor paragraaf 4.13. Soortenbescherming Plangebied, zonder Nettorama locatie Voor de beoogde ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd door Habitus (2021), zie Bijlage 21. Hierin is de Nettorama locatie niet meegenomen, voor deze locatie wordt een aparte quickscan uitgevoerd. Op basis van de quickscan dient nader onderzoek uitgevoerd worden naar de huismus, vleermuizen en gierzwaluw. Binnen het plangebied zijn vogels zonder jaarrond beschermd nest te verwachten. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Hiervoor geldt dat de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten plaats te vinden. Ook kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd worden om te bepalen of werkzaamheden binnen de broedperiode mogelijk zijn. Door Hopman en Peters (2022) is nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen uitgevoerd, zie Bijlage 22.
De belangrijkste conclusies uit de quickscan worden hier samengevat. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt verwezen naar de rapportages. Vleermuizen Er zijn geen verblijven vastgesteld of vaste vliegroutes vastgesteld in relatie tot het te onderzoeken gebied. Op basis van dit onderzoek is overtreding van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen niet aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. In verband met de aanwezige foeragerende vleermuizen wordt geadviseerd om gedurende de werkzaamheden en in de nieuwe situatie verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, of om andere vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Er moet worden gezorgd dat er geen lichten vol op het gebouw gericht staan. Voor het verwijderen van bomen wordt aanbevolen om zorgvuldig te handelen, omdat er altijd sprake kan zijn van onverhoopte aanwezigheid van een vleermuis, op een onverwachte plek. Gierzwaluwen Tijdens het onderzoek zijn geen gierzwaluwverblijven vastgesteld. Waarschijnlijk zijn deze elders in de omgeving wel aanwezig. Om zeker te weten dat verstoring wordt voorkomen wordt aanbevolen het heien (aangezien dit de meeste trillingen en geluidsoverlast veroorzaakt) buiten het broedseizoen van de gierzwaluw uit te voeren (15 mei tot 31 juli).