CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Parallelsessie externe locatie 30 oktober 2025, gemeente Gorinchem31.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

217

217

217

0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

99.691

100.044

106.112

106.115

102.585

101.578

0.8 Overige baten en lasten

594

11

11

11

11

11

Baten

115.410

115.236

122.802

122.804

119.270

118.263

Totaal saldo van baten en lasten

113.995

114.115

121.920

120.816

116.889

116.166

Toevoegingen reserves

5.413

1.204

1.835

656

545

1.090

Onttrekkingen reserves

3.074 112.911

120.084

120.160

116.344

115.077

Resultaat

111.656 Verschil tussen 2025 en 2026

Verdeling bedrag

TV0.5 Treasury

170 V

170 V

De begrote rentelasten zijn lager dan de lasten in 2025 vanwege een lagere financieringsbehoefte.

TV0.8 Overige baten en lasten

144 V

140 V

In 2025 is naar aanleiding van de meicirculaire 2024 een bedrag opgenomen om de gevolgen van de cao-onderhandelingen op te vangen. In 2026 is dit bedrag niet meer opgenomen in de begroting, omdat de caoafspraken daarin zijn verwerkt.

TV0.5 Treasury

186 V

200 V

De dividendopbrengsten worden structureel verhoogd.

TV0.61 OZB woningen

195 V

195 V

De belastingopbrengsten zijn, conform de perspectiefnota 2026, met 3,2% geïndexeerd.

TV0.62 OZB nietwoningen

1.051 V

851 V

Het Ondernemersfonds wordt gevoed vanuit de OZB-opbrengsten nietwoningen. Het fonds ontvangt deze middelen in de vorm van een subsidie. De verwachte extra opbrengsten bedragen in 2026 € 851.000.

199 V

De belastingopbrengsten zijn, conform de perspectiefnota 2026, met 3,2% geïndexeerd.

5.495 V

De algemene uitkering die Gorinchem vanuit het gemeentefonds ontvangt, is in 2026 aanzienlijk hoger dan in 2025. De belangrijkste ontwikkelingen in het gemeentefonds worden bekendgemaakt in de mei- en septembercirculaire en vervolgens via een raadsvoorstel verwerkt in de begroting.

Taakveld (bedrag x € 1.000)

Toelichting

Lasten

Baten

TV0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

6.068 V

61

Begroting 2026

Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen 2025 en 2026

Verdeling bedrag

Toelichting

523 V

De middelen uit het gemeentefonds die zijn bestemd voor uitkeringen zijn in 2026 hoger dan in 2025. Deze middelen worden doorbetaald aan Avres.

631 N

Dit verschil wordt veroorzaakt door een hogere storting in de aflossingsreserve als gevolg van het verwachte renteresultaat. Rentevoordelen worden conform afspraak gestort in de aflossingsreserve.

Reserves Toevoeging

62

631 N

Begroting 2026

2.11

Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Nr.

Taakveld

Portefeuillehouder

0.4

Overhead

Attie Mager/Marjo Molengraaf

Actie (planning)

2026

2027

2028

2029

Efficiency organisatie

Overhead Kosten van overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Overheadkosten worden integraal opgenomen in het "overzicht overhead" en niet verdeeld naar de verschillende beleidsterreinen in de programma's. De uitzondering hierop is het deel van overhead dat bij investeringen en grondexploitaties hoort. Dit deel wordt wel toegerekend. Het overheadtarief wordt berekend door de totale overheadlasten van het taakveld overhead te delen door de totale directe personeelskosten. De omvang van de doorbelasting blijkt uit de onderstaande tabel. Toegerekende overhead (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Toegerekend aan investeringen en grondexploitaties

102

102

102

102

De baten en de lasten van de overhead zijn in onderstaande tabel meerjarig weergegeven. Hierop zijn de lasten voor investeringen en grondexploitaties in mindering gebracht. De baten betreffen huuropbrengsten van gebouwen, bijdragen van derden en overige inkomsten. OVERHEAD, VPB bedragen x € 1.000 0.4 Overhead 0.9 Vennootschapsbelasting Lasten 0.4 Overhead 0.9 Vennootschapsbelasting Baten Totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves Onttrekkingen reserves Resultaat

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

14.386

15.740

15.438

15.568

15.513

15.568

0

0

0

0

0

0

14.386

15.740

15.438

15.568

15.513

15.568

664

432

457

457

457

457

0

0

0

0

0

0

664

432

457

457

457

457

-13.722

-15.308

-14.981

-15.112

-15.057

-15.111

42

0

0

0

0

0

90

692

75

77

52

52

-13.674

-14.617

-14.907

-15.035

-15.005

-15.060

63

Begroting 2026 Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen 2025 en 2026

Verdeling Toelichting bedrag

Lasten TV0.4 Overhead

Mutaties reserves

302 V

617 N

667 V

De eenmalige bijdrage om het stadhuis aan de sluiten op het warmtenet in 2025. Deze kosten hebben we niet in 2026.

66 N

Door diverse investeringen in het stadhuis nemen de kapitaallasten in 2026 toe.

154 N

De structurele formatieuitbreiding van een inkoopadviseur en voor de eerste helft van 2026 een communicatieadviseur.

60 N

Voor de uitvoering van het nieuwe MJOP Openbare Ruimte.

98 N

Door de indexering van de totale loonsom in 2026.

667 N

In de begroting 2025 wordt € 667.000 onttrokken aan de reserve Duurzaamheid ter dekking van de aansluiting op het warmtenet van HVC.

Onvoorzien De post Onvoorzien in de begroting dient ter dekking van lasten waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. In de begroting wordt ieder jaar een bedrag van € 100.000 voor onvoorziene uitgaven meegenomen. Voor het aanwenden van de post Onvoorzien (algemeen) als dekkingsmiddel gelden drie toetsingscriteria te weten: onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Onvoorzien - bedragen x € 1.000

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

0

100

100

100

100

100

Lasten

0

100

100

100

100

100

TV99 Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

Baten

0

0

0

0

0

0

Totaal saldo van baten en lasten

0

-100

-100

-100

-100

-100

Resultaat

0

-100

-100

-100

-100

-100

TV99 Onvoorzien

Investeringen In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen en met deze begroting 2026, ook worden vastgesteld. Investeringen (bedrag x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Vervangingsplan inventaris

103

103

106

106

Hard- en software

361

361

371

210

Centrale hal

300

Totaal investeringen

764

464

477

316

64

Begroting 2026

Begroting 2026 Beleidsbegroting: Paragrafen

65

Begroting 2026

66

Begroting 2026

3

Beleidsbegroting: Paragrafen

De begroting bestaat uit een beleidsmatig en een financieel gedeelte. De paragrafen vallen onder het beleidsmatige gedeelte. Zij geven een dwarsdoorsnede van de begroting, bezien vanuit een bepaald beleidsterrein.

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.1.1

Inleiding

Deze paragraaf gaat in op de vraag in welke mate de financiële positie van gemeente Gorinchem toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s die zij loopt, op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit: 1. De beschikbare weerstandscapaciteit: alle middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. 2. De benodigde weerstandscapaciteit: De risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals voorzieningen) die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente.

3.1.2

Beschikbare weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd. Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Algemene reserve

30,5

29,0

Onbenutte belastingcapaciteit

1,1

1,4

Post onvoorzien

0,1

0,1

Meerjarige begrotingssaldi

2,3

1,0

Totale weerstandscapaciteit

33,9

31,5

• De daling van de algemene reserve is met name het gevolg van de in de perspectiefnota 2024-2027 besloten onttrekking van € 3,8 mln. Het resultaat na bestemming 2024 bedroeg circa € 2,5 mln. • De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de Gorinchemse OZB-tarieven en de "artikel-12-tarieven". Dit zijn de tarieven die een gemeente minimaal moet heffen om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (via het gemeentefonds). De onbenutte capaciteit wordt incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit, omdat deze in de praktijk niet snel wordt ingezet. • Ook de post onvoorzien, die ieder jaar in de begroting staat, wordt slechts incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit. Er zal namelijk in het eerstvolgende jaar weer een nieuwe post voor onvoorziene zaken in de begroting worden opgenomen. • De meerjarige begrotingssaldo betreft de optelling van de begrotingssaldi 2026 t/m 2029 (inclusief de eerste wijziging).

67

Begroting 2026

3.1.3

Benodigde weerstandscapaciteit

Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: zeer onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijk, waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten en vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen. In deze paragraaf staan eerst de risico's met een incidenteel financieel effect beschreven. Vervolgens vermelden we de risico's met een structureel financieel effect, als laatste duiden we de risico's waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarrekening 2024

Kans

Bedrag

2026

2027

2028

2029

Huidig

Incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties

3,50

2. Waarborgen en garanties

2,36

3. Uitgegeven geldleningen 4. Bouwkostenstijging investeringen

3,50

3,50

12,5%

18,90

2,36

0,14

12,5%

1,08

0,14

4,40

2,75

2,75

62,5%

5 Co-financiering Regiodeal en WoningBouwImpuls

4,69

62,5%

Totaal Incidenteel

13,43

7,50

4,69

35,38

13,43

Structureel financieel effect 6. Verbonden Partijen

3,13

62,5%

1,50

0,94

0,70

0,47

0,23

2,34

7. Gemeentefonds

1,61

62,5%

1,59

0,63

0,75

0,50

0,25

2,12

8. Stijging rentekosten

2,92

62,5%

Totaal Structureel Totaal benodigde weerstandscapaciteit

0,18

0,50

0,74

0,84

2,26

7,65

3,09

1,75

1,95

1,71

1,32

6,73

21,08

38,47

1,75

1,95

1,71

1,32

20,16

Risico's met een incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn ingeschat op € 3,5 mln. Dit risico betreft met name het renterisico maar ook variatie in de grondprijzen. Ook de risico's van de netcongestie zijn reeds verwerkt in de omvang van de voorziening. Omdat de risico's individueel gewogen zijn (conform de voorgeschreven methodiek), is er geen percentage opgenomen in de tabel. 2. Waarborgen en garanties De gemeente Gorinchem staat voor circa € 18,9 mln. garant voor leningen van onder andere deelnemingen, onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 18,9 mln. is de basis voor de berekening van het risico. Van dit bedrag heeft € 6,5 mln. betrekking op Gevudo/HVC. Een verdere onderverdeling van deze garanties staat in de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel "Niet uit de balans blijkende verplichtingen".

68

Begroting 2026 De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%). 3. Uitgegeven geldleningen De gemeente Gorinchem heeft circa € 1,08 mln. aan leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen maar ook de startersleningen vallen onder dit risico. Deze € 1,08 mln. vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico. Voor een onderverdeling van deze uitgegeven geldleningen verwijzen wij u naar de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel 'Overige langlopende leningen'. De kans dat één of meerdere van deze leningen niet terugbetaald kunnen worden, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%). 4. Bouwkostenstijging Doordat de inflatie in een dalende trend zit is de bouwkostenstijging in 2024 uitgekomen op 2,9%. Dit ligt in lijn met de indexering van de investeringen (> € 1 mln.) in de perspectiefnota 2025/2026. In 2021 en 2022 was de inflatie echter hoger dan de indexering. Daarbij zijn ook niet alle investeringen geïndexeerd. Indien de CBS Bouwkosten wordt vergeleken met de doorgevoerde indexering zijn de investeringen voor zo'n 11% minder geïndexeerd. De komende jaren staan diverse investeringen op de agenda. De investeringen uit hoofde van de nieuwe Lingebrug Arkelsedijk/Spijksedijk bedragen bijvoorbeeld ruim € 22 mln.

Het uitgangspunt voor dit risico wordt ingeschat op € 40 mln. Voor de investeringen wordt in het weerstandsvermogen dan ook rekening gehouden met een kostenstijging van 11% van € 40 mln. en daarmee bedraagt dit risico € 4,4 mln. Dit risico wordt nog steeds ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 5. Co-financiering van de Regiodeal en Woningbouwimpuls (WBI 6e tranche) De nieuw gesloten Regiodeal vraagt ook een eigen bijdrage van de gemeente. Bij de verschillende projecten zijn ook verschillende partners betrokken. Hierdoor is de benodigde co-financiering nog niet vast te stellen. Vooralsnog wordt deze op basis van de projecten en het aantal partners ingeschat op € 0,5 mln. Voor de WBI bedraagt de maximale co-financiering € 8 mln (verhoogd in verband WoKT Stationsgebied). De totale cofinanciering wordt nu ingeschat op € 8,5 mln. In de Perspectiefnota 2026-2029 is in 2029 € 1 mln. gereserveerd voor de WBI. Ten opzichte van de jaarrekening is dit risico dan ook per saldo ongewijzigd. De kans op dit risico is ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 6. Verbonden partijen Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe.

In de paragraaf Verbonden partijen wordt nader ingegaan op deze verbonden partijen met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. Inmiddels is bovengemiddelde inflatie verwerkt in de diverse begrotingen van de verbonden partijen. Van diverse verbonden partijen wordt verwacht dat zij een bijdrage gaan leveren aan het Ravijnjaar. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 1,5 mln. (was 2,0 mln) en schatten wij de kans in op waarschijnlijk (62,5%). In het risico zijn de partners in het Sociaal Domein niet meegenomen. Deze zijn meegenomen bij het risico Sociaal Domein. Risico's met een structureel financieel effect. 7. Gemeentefonds De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. Met ingang van 2023 is de verdeling van het gemeentefonds herzien. Het doel van deze herziening is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. De 18de studiegroep begrotingsruimte heeft het advies uitgebracht dat de

69

Begroting 2026 Rijksoverheid € 7 miljard moet bezuinigen om de toekomstige uitgaven voor vergrijzing en defensie te kunnen betalen. De onzekerheid van de algemene uitkering is dan ook toegenomen. Daarom is dit risicobedrag (verhoogd) opgenomen van € 1,59 mln. (1,5% van algemene uitkering van € 106 mln, was 1%) met een kans van 62,5%. 8. Stijging rentekosten Voor de periode 2026 tot en met 2029 is een berekening gemaakt voor een rentestijging van 0,5% (was 0,6%) omdat de bewegingen op de kapitaalmarkt kleiner zijn geworden dan 6 maanden geleden. De effecten per jaarschijf zijn conform de methodiek opgenomen in het weerstandsvermogen voor in totaal € 2,26 mln. De kans op dit risico wordt ongewijzigd ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). Voor de structurele effecten na de begrotingsperiode verwijzen wij naar risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen. Risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen. 1. Sociaal Domein Voor de reserve Sociaal Domein is bij de perspectiefnota 2025 een minimum niveau bepaald van € 4,25 mln. als toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico.

Het kabinet onderkent dat de rijksmiddelen overall gesproken ontoereikend zijn voor de kosten die in het Sociaal Domein worden gemaakt. Jeugdzorg De kosten binnen de landelijke jeugdzorg blijven de laatste jaren stijgen. De jeugdzorg moet hervormd worden. Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Dit vraagt inzet van en samenwerking van veel partijen waaronder gemeenten en het Rijk. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven De financiële afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd (afbouw van extra middelen en oplopende besparingen), zijn in de gemeente Gorinchem conform Rijksbeleid opgenomen in de meerjarenbegroting. We veren mee met de ontwikkelingen van het Rijk. Zie hiervoor ook het overzicht Hervormingsagenda Jeugd aan het einde van deze paragraaf. Eind januari heeft de Deskundigencommissie van Ark zijn advies uitgebracht t.a.v. de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire heeft de Rijksoverheid een deel van de besparingsopgave structureel opgelost en daarnaast zijn de onzekerheden doorgeschoven naar 2028. De verwachting is dat we in 2026/2027 middelen overhouden op Jeugd en bij uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd vanaf 2028 er een beperkt tekort optreedt.

Wmo We zien een toename van de zorgvraag als het gaat om Wmo voorzieningen. Dit heeft vooral te maken met een toenemende vergrijzing van onze inwoners. Deze trend zal zich de komende jaren naar verwachting verder doorzetten. Voor de verwachte volumegroei is in de begroting reeds een bedrag opgenomen. De daadwerkelijke ontwikkeling blijft een risico. 2. Waarborggaranties De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt circa € 822 mln. Hiervan bestaat circa € 803 mln. uit

70

Begroting 2026 de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil. 3. Situatie Oekraïne Op dit moment is lastig in te schatten wat de impact van opvang van vluchtelingen zal zijn voor Gorinchem. In de voorjaarsnota van het Rijk is wel opgenomen dat de uitgaven voor het Rijk in 2026 en 2027 met zo'n 25% per jaar afnemen. 4. Toenemende projectorganisatie en capaciteitsplanning Het aantal projecten binnen de organisatie is de afgelopen jaren toegenomen. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen het aantrekken van medewerkers en de tijdelijke beschikbaarheid van middelen uit hoofde van de projecten. Voor de korte termijn zijn de risico's beperkt maar zodra de voorraad aan projecten kleiner wordt kan dit negatieve impact hebben op het jaarrekeningresultaat als gevolg van onvoldoende dekking voor de personeelskosten. Het uitgangpunt is dat de organisatie inspeelt op een situatie waarin er minder dekking uit projecten voor personeelskosten komt. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen.

Daarnaast is bij de begroting 2023 ruimte gemaakt voor het uitbreiden van de formatie gedurende een periode van 3 jaar (2023 t/m 2025). In de Perspectiefnota 2026 is in de meerjarenbegroting opgenomen dat de formatieuitbreiding voor een deel wordt afgebouwd en voor een deel wordt voortgezet met financiele dekking. Er wordt van uitgegaan dat de organisatie dit risico beheerst en hier geen calamiteiten optreden. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. 5. IHP In de perspectiefnota 2025-2028 is aangegeven dat er onvoldoende ruimte is voor het uitvoeren van het IHP Onderwijs. Er wordt gezocht naar oplossingen zoals bijdragen van het Rijk en andere stakeholders. Dit vraagstuk blijft een uitdaging voor de financiële situatie. 6. Cultuurhuis In november 2024 is raadsvoorstel Cultuurhuis De Nieuwe Doelen aangenomen. De komende periode zal een (financieel) passend beheer- en exploitatiemodel voor de dagelijkse gang van zaken van het Cultuurhuis worden uitgewerkt. Dit zal in samenwerking worden gedaan met culturele partijen uit de stad, met de overige partijen waar in de onderzoeksfase mee is gesproken en met de bibliotheek. Er wordt op dit moment geen rekening gehouden met een eventuele extra financiële bijdrage van de gemeente. 7. Mobiliteit Voor de Mobiliteitsvisie worden jaarlijkse middelen gereserveerd vanuit de grondexploitaties.

De meeste grondexploitaties zitten in hun eindfase. Voor een Mobiliteitsvisie 2.0 zal dan ook een andere manier gevonden moeten worden om middelen te reserveren. 8. Renterisico's na 2029 Indien de kapitaalmarktrente 0,5% stijgt zullen de structurele rentelasten vanaf 2030 € 0,5 mln. per jaar hoger zijn dan begroot. In de periode 2030 tot en met 2033 lopen nog leningen af die wellicht geherfinancierd moeten worden. Bij de huidige marktrente kan herfinanciering leiden tot hogere rentekosten. Bij een rente van 3,5% zal volledig herfinanciering op termijn leiden tot € 783.000 hogere rentelasten per jaar. Voor het herfinancieringsrisico is geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen omdat dit buiten de begrotingsperiode ligt. Daarnaast is er wellicht minder herfinanciering nodig als gevolg van de verkoopopbrengsten van Groote Haar.

71

Begroting 2026 9. Taakstellingen De afgelopen jaren zijn diverse taakstellingen opgenomen. Onderstaand ziet u een overzicht van de realisatie van de bestaande taakstellingen en een overzicht van de nog in te vullen bestaande taakstellingen. Het niet realiseren van deze taakstellingen kan effect hebben op het weerstandsvermogen. Taakstellingen begroting 2025 (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Taakstelling Subsidies

143

309

309

309

178

168

168

200

225

225

Taakstelling Sociaal Domein Taakstelling Efficiency Organisatie

175

Voor de taakstelling subsidies is de volgende invulling verwerkt. Taakstelling Subsidies (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Openstaande taakstelling

143

309

309

309

Herallocatie OAB Middelen

106

106

106

106

Minder Personele Dekking

30

30

30

30

Totaal invulling

136

136

136

136

7

173

173

173

Restant openstaande taakstelling

De taakstelling subsidies kan voor een deel worden ingevuld door een herschikking van de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid. Dit budget bevatte ruimte om andere keuzes te maken of zaken te combineren, bijvoorbeeld met de rijke ontwikkeldag. Dit levert een structurele besparing op, die kan worden ingezet voor de taakstelling subsidies. Door daarnaast minder middelen in te zetten voor personele dekking, is de taakstelling voor 2026 grotendeels gerealiseerd. Hiermee voorkomen we dat voor 2026 een grootschalige herschikking van de subsidies moet plaatsvinden die alle subsidiepartners zou kunnen raken. Voor de jaren 2027 en verder moet de taakstelling nog wel verder worden ingevuld. Voor de taakstelling Sociaal Domein is de volgende invulling verwerkt. Taakstelling Sociaal Domein (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

0

178

168

168

DG&J

-90

-90

-90

-90

Scootmobielen

-15

-15

-15

-15

Voordelen beleid verbonden partijen (m.n. Avres)

309

309

309

309

Totaal invulling

204

204

204

204

Restant openstaande taakstelling

-204

-26

-36

-36

Openstaande taakstelling

DG&J kan vooralsnog de gevraagde taakstelling niet realiseren en ook de besparing op scootmobielen blijkt niet realiseerbaar. Bij de verbonden partijen zorgt met name Avres voor lagere lasten. Zoals eerder in de Perspectiefnota aangegeven, wordt voorgesteld om deze in te zetten voor de realisatie van de taakstelling Sociaal Domein. Hiermee is de taakstelling voor het Sociaal Domein structureel ingevuld. Voor de taakstelling efficiency organisatie is de volgende invulling verwerkt.

72

Begroting 2026 Taakstelling Efficieny Organisatie (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Openstaande taakstelling

175

200

225

225

Afbouw FTE (0,5)

35

35

35

35

Onderbestede budgetten

31

31

31

31

Vacatureruimte & Inhuurkosten

109

Totaal invulling

175

66

66

66

0

134

159

159

Restant openstaande taakstelling

Naast de taakstellingen die in de begroting 2025 nieuw zijn opgenomen bestonden er ook al eerdere taakstellingen. Onderstaand overzicht laat het totaal zien van alle taakstellingen die nog moeten worden ingevuld. De bovenste drie taakstellingen in de tabel zijn taakstellingen die al eerder in de begroting waren opgenomen. De hogere kosten van het sociaal team worden door gebruik van de IZA-middelen voor 3 jaar gedekt (2025 t/ m 2027). Restant Openstaande Taakstellingen (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

489

489

100

100

Taakstellingen voor begroting 2025 Taakstelling hogere kosten Sociaal Team Taakstelling DT

100

100

Taakstelling Stadsontwikkeling

52

52

52

52

Subtotaal

152

152

641

641

7

173

173

173

Taakstellingen begroting 2025 Taakstelling Subsidies Taakstelling Sociaal Domein

-204

Taakstelling Efficiency Organisatie Totaal

-45

-26

-36

-36

134

159

159

433

937

937

Hervormingsagenda Jeugd In september 2024 is de Hervormingsagenda Jeugd (lokaal) in de raad behandeld. De in het raadsvoorstel opgenomen wijzigingen zijn ook in onderstaand overzicht verwerkt. Zoals bij de ontwikkelingen van het gemeentefonds is aangegeven wordt de fasering van de Hervormingsagenda Jeugd aangepast. Naar aanleiding hiervan houden we rekening met de volgende besparingen die meeveren met de maatregelen van het Rijk. Hervormingsagenda Jeugd (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd (Rijk)

262

263

Besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd (Lokaal)

702

695

Totale besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd

964

958

73

Begroting 2026 De besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd (Lokaal) is voor het totaaloverzicht opgenomen in deze tabel maar is inmiddels concreet in de begroting verwerkt op de budgetten waar een besparing dient te worden gerealiseerd. E.e.a. conform het raadsbesluit van september 2024.

3.1.4

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen (ook wel weerstandsratio) is de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen

Ruim voldoende

Weerstandsvermogen

1,4 < x < 2,0

Weerstandsvermogen excl. Meerjarige saldi

Jaarstukken Begroting 2024 2026 1,59

1,56

1,48

1,52

De weerstandsratio ligt binnen de door de raad vastgestelde bandbreedte van 1,4 en 2,0. Exclusief het meerjarige begrotingssaldo komt de weerstandsratio op 1,52.

74

Begroting 2026

3.1.5

Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en/of de balans. Deze kengetallen kunnen behulpzaam zijn bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Elk kengetal lichten we toe en vergelijken we met signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland. De provincie hanteert de volgende drie categorieën: minst risicovol, neutraal en meest risicovol. Wij benadrukken dat we voorzichtig moeten omgaan met conclusies te trekken uit individuele kengetallen. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bekeken. In het MPG 2025 is de planning van de verkopen aangepast waardoor de schuldquote minder hard stijgt dan in eerdere begrotingen. Deze planning moet nog worden gerealiseerd en kan onderhevig zijn door ontwikkelingen op energie- en/of stikstofgebied. Netto schuldquote Netto schuldquote (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

A

Vaste schulden

77.534

148.426

168.216

161.643

160.815

B

Netto vlottende schuld

4.202

10.000

10.000

3.510

2.175

C

Overlopende passiva

32.128

16.204

14.272

5.862

2.430

D

Financiële vaste activa (cf. art. 36 lid d, e en f)

3.709

5.002

5.002

4.992

4.992

E

Uitzettingen < 1 jaar

14.494

7.000

7.000

7.000

7.000

F

Liquide middelen

440

0

0

0

0

G

Overlopende activa

H

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

I

5.164

1.000

1.000

1.000

1.000

186.914

191.510

214.116

196.776

173.646

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

48%

84%

84%

80%

88%

Financiële vaste activa (exclusief uitstaande leningen)

2.643

2.629

2.629

2.629

2.629

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G-I)/H x 100%

49%

86%

85%

82%

89%

Signaleringswaarde provincie: <90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal en >130% is meest risicovol

De netto schuldquote is het totaal van de leningenportefeuille verminderd met de eigen middelen. Hierdoor ontstaat een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre de gemeente geld doorleent, is ook de netto schuldquote exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote neemt toe in de komende jaren, voornamelijk als gevolg van de geplande nieuwe investeringen. Deze leiden tot een toename van de schulden. De schuldquote ging fors oplopen richting de categorie meest risicovol. Deze ontwikkeling is in aanloop naar de perspectiefnota 2021-2024 onderkend. Dit is mede de reden geweest dat er maatregelen zijn getroffen om de schuldpositie niet verder op te laten lopen. Op basis van de huidige keuzes, inzichten en prognoses zal de schuld na 2028 afnemen. De oplopende netto schuldquote zal van minst risicovol in de signaleringswaarde van de provincie verschuiven naar de bovenkant van neutraal. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit (in procent)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

A

Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

121.406

128.179

129.803

129.543

129.261

B

Balanstotaal

259.284

300.457

321.936

316.632

315.928

47%

43%

40%

41%

41%

Solvabiliteit (A/B) x 100%

Signaleringswaarde provincie: >50% is minst risicovol, 20-50% is neutraal en <20% is meest risicovol

75

Begroting 2026 De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de verhouding van het eigen vermogen tot het balanstotaal. Dit laat zien dat we op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. De dalende solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door het stijgende balanstotaal als gevolg van de geplande investeringen. Het stijgende balanstotaal geeft risico's. Op basis van de signaleringswaarde is de solvabiliteitsratio neutraal. Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte (bedragen x € 1.000)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

A

Totale structurele lasten

162.890

175.550

175.942

169.758

167.504

173.831

178.746

178.652

170.902

168.931

24

24

24

24

24

B

Totale structurele baten

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

E

Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

74

75

77

52

52

186.914

199.445

216.187

197.809

176.897

5,9%

1,6%

1,3%

0,6%

0,8%

Signaleringswaarde provincie: >0% is minst risicovol, = 0% is neutraal en <0% is meest risicovol

Het kengetal structurele exploitatieruimte laat zien of de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. De signaleringswaarde structurele exploitatieruimte komt voor de begroting 2026 uit op het minst risicovol. Grondexploitatie Grondexploitatie (bedragen x € 1.000 ; stand ultimo boekjaar)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

A

Bouwgronden in exploitatie

52.020

70.041

51.838

31.922

33.369

B

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

186.914

191.510

214.116

196.776

173.646

28%

37%

24%

16%

19%

Grondexploitatie (A/B) x 100%

Signaleringswaarde provincie: <20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal en >35% is meest risicovol

Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van grondexploitatie weer ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Dit kengetal geeft twee zaken weer. Allereerst is er een risico dat de gemeente bij verkoop van de gronden niet de gehele boekwaarde kan realiseren. Als tweede kan een hoge boekwaarde wel betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de leningenportefeuille af te bouwen. Op basis van de signaleringswaarde komt de signaalwaarde in de categorie meest risicovol. Dit wordt met name veroorzaakt door de grondexploitatie Groote Haar, waarvoor de investeringen eerst moeten worden gedaan, maar de inkomsten pas later (buiten dit meerjarenperspectief) gerealiseerd zullen worden. Door de actualisatie van het MPG 2025 waarbij een deel van de verkopen naar voren is gehaald is dit risico meerjarig verbeterd. Deze verkopen dienen nog te worden gerealiseerd.

76

Begroting 2026 Belastingcapaciteit Belastingcapaciteit (bedragen in euro's)

Jaarstukken 2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde

325

334

334

334

334

A

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde

201

241

241

241

241

B C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

365

412

412

412

412

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

1

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

891

987

987

987

986

E

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin (in jaar t -1)

944

1.052

1.052

1.052

1.052

F

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%

94%

94%

94%

94%

94%

Signaleringswaarde provincie: <95% is minst risicovol, 95-105% is neutraal en >105% is meest risicovol

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 100%. De komende jaren ligt de belastingdruk rond het landelijk gemiddelde en deze is op basis van de signaleringswaarde van de provincie neutraal. In bovenstaande tabel is voor de rioolheffing uitgegaan van het nieuwe tarief uit het omgevingsplan riolering en stedelijk water (scenario 1). De belastingcapaciteit is berekend conform de instructies van het BBV en de provincie. Dit betekent dat de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen zijn meegenomen en niet alleen de WOZ-waarde van de koopwoningen. Financiële kengetallen in perspectief

Kengetallen die op groen staan beoordelen we als een positieve situatie. Kengetallen die op rood staan, geven aanleiding tot zorgen en vragen dus nadere aandacht. Door de aangepaste verkoopplanning van Groote Haar lopen de schulden minder hard op dan in voorgaande begrotingen. Indien deze planning wordt gerealiseerd neemt het aantal groene kengetallen toe ten opzichte van voorgaande begrotingen.

77

Begroting 2026

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

In de openbare ruimte hebben we veel dingen die we samen gebruiken. Dit noemen we kapitaalgoederen. Het gaat om wegen, fietspaden, bruggen, openbaar groen, speelplekken, riolering, water, bankjes en verlichting. Ze zorgen dat de stad veilig mooi en fijn is om in te wonen, werken en recreëren.

3.2.1

Inleiding

We maken voor de kapitaalgoederen onderscheid tussen vastgoed en niet-vastgoed. Per categorie worden de kapitaalgoederen nader toegelicht, inclusief het daarbij behorende onderhoud.

3.2.2

Vastgoed

De gemeente Gorinchem streeft ernaar haar vastgoedportefeuille compact, toekomstbestendig en maatschappelijk gericht te laten zijn. Het vastgoed is geen doel op zich, maar wordt ingezet als instrument om wettelijke taken en gemeentelijke ambities te realiseren. Wanneer vastgoed, zowel panden als percelen, niet langer bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen, wordt het verkocht. In 2026 zal er gewerkt worden met een nieuwe Nota Vastgoedbeleid 2026-2032. Onderhoud gebeurt als dat nodig is volgens NEN 2767, met een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) die rekening houdt met duurzaamheid en langjarige exploitatielasten. Het verduurzamen van onze panden is in 2024 gestart. Intussen is de duurzaamheid is integraal gebord in de portefeuille. Gebouwen worden stap voor stap verduurzaamd met als lange termijn doelstelling een klimaatneutrale vastgoedportefeuille in 2050. Dus ook in 2026 worden panden, zoals de Oosterbliek, verduurzaamd. Waar mogelijk wordt DUMAVA-subsidie aangevraagd om deze verduurzaming te ondersteunen. Hiermee kan de gemeente voldoen aan de afspraken in het kader van de energietransitie 2050. Tot slot zijn er twee vastgoedprojecten die in het oog springen: de nieuwbouw van het Caribabad en toekomsvisie voor Cultuurhuis De Nieuwe Doelen. Voor het Caribabad start de uitvoering in 2026.

Voor het cultuurhuis wordt er in 2026 verder gewerkt aan de uitwerking van het ontwerp en de eerste bouwvoorbereidingen.

78

Begroting 2026 Feitelijke gegevens van het gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft momenteel 83 panden in eigendom. Deze panden zijn naar soort vastgoed onderverdeeld volgens de vastgestelde vastgoedlijst en in onderstaande, geactualiseerde, tabel opgenomen. Aantal 2024

Aantal 2025

Onderwijs Sport Welzijn Cultuur Economie en Toerisme Erfgoed/historie Intern vastgoed (bestuurlijke en ambtelijke huisvesting)

32 8 5 3 3 14 5

32 8 5 3 3 14 5

Commercieel vastgoed

Horeca Kantoor Detailhandel Bedrijfsruimte Kinderdagverblijf/BSO

1 0 0 3 0

1 0 0 3 0

Overig vastgoed

Woningen Ontwikkelingsvastgoed

4 5

4 5

Soort vastgoed

Sublabel

Maatschappelijk vastgoed

3.2.3

Niet-vastgoed

In de openbare ruimte verstaan we onder kapitaalgoederen: wegen, wandel- en fietspaden, civiele kunstwerken, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, oppervlaktewater, straatmeubilair en verlichting. De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op hoe trots de inwoners zijn op hun gemeente. Maar ook op de veiligheid van de gebruikers en voor de leefbaarheid, toegankelijkheid, beleving, aanzien en uitstraling van onze gemeente.

Wegen Onze wegen vormen een essentieel onderdeel van de openbare ruimte. Ze verbinden wijken, bieden toegang tot voorzieningen en dragen bij aan leefbaarheid en veiligheid. Het beheer en onderhoud van de wegen wordt gevoerd op basis van het beleids- en beheerplan 2025-2029. In beheer is ongeveer 1,8 miljoen m2 verharding binnen onze gemeente. Onder het wegbeheer vallen de gemeentelijke wegverhardingen (asfalt, bestrating en halfverhardingen), de wegbermen en de wegmarkering. Het gewenste kwaliteitsniveau is niveau Basis (heel en veilig, comfortabel begaanbaar). Iedere twee jaar wordt een weginspectie uitgevoerd en wordt een jaar- en meerjarenplan opgesteld voor het benodigde onderhoud en de vervangingsopgaven. Dit meerjarenplan geeft voor de eerste twee planjaren de concrete opgave en voor de planjaren 3 tot 5 inzage in de opgave die er waarschijnlijk aankomt. Het meerjarenplan wordt integraal afgestemd met de verschillende disciplines bij Stadsbeheer en Stadsontwikkeling, waaronder de disciplines Mobiliteit en Riolering. Waar nodig worden multidisciplinaire opgaven gedefinieerd en gerealiseerd. Ook wordt door werk-met-werk te maken gestreefd naar het realiseren van kansen op het vlak van verkeersveilig en het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. Het huidige onderhoudsniveau varieert per straat/weg zeer sterk. Van een zeer lage kwaliteit tot goed op orde.

Hierin wordt over de periode 2025-2029 een inhaalslag gerealiseerd. In 2026 staat de herinrichting van de Mollenburgseweg gepland, wordt er gestart aan het verbeteren van de fietsvoorziening langs de Nieuwe Hoven, de Banneweg start en er is zijn veel vervangingsopgaven in de wijken.

Groen We voelen ons prettiger in een groenere omgeving. Groen is ook een belangrijk middel voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Door ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, zoals nieuwbouwprojecten, herinrichtingen

79

Begroting 2026 en ambities op het gebied van biodiversiteit, neemt het areaal groen toe. Voor de areaaluitbreiding zijn in de perspectiefnota 2026 middelen opgenomen. Voor het groenbeheer hanteren we verschillende kwaliteitsniveaus. Dit is in lijn met het vastgestelde beleidskader. Hierin is gekozen voor gebiedsdifferentiatie.

Riolering Het riool zorgt dat regenwater en afvalwater goed wordt afgevoerd. In 2026 wordt er gewerkt met een nieuw programma riolering en stedelijk water. In dit programma staat ook geld voor aanpassingen aan het klimaat. Bijvoorbeeld stenen weghalen en groen terugplaatsen. Maar ook waterdoorlatende materialen toepassen. In 2025 zijn we gestart met vervanging van het riool in de Gildewijk en dat wordt doorgezet in 2026. Ook in de Tiende Penninglaan wordt het riool vervangen en we starten in de Prinsessenbuurt met vervangen en afkoppelen. We stemmen veel af met andere organisaties zoals het Waterschap, energiebedrijven (stedin/ HVC), glasvezel en met onze collega's van groen, water en wegen.

Water De gemeente heeft zorg voor oppervlakte-, grond-, hemel – en afvalwater. In 2026 wordt er gewerkt met een nieuw programma riolering en stedelijk water. Dit programma ligt in lijn met de omgevingswet en omgevingsvisie van gemeente Gorinchem. Klimaatverandering is één van de meest ingrijpende veranderingen waarop ingespeeld gaat worden. Dat doen we partners in de stad zoals het Waterschap, Rijkswaterstaat en Oasen. De plannen worden door ons uitgevoerd. Zowel het huidige programma riolering als ook het nieuwe programma riolering en stedelijk water geeft aan hoe maatregelen kunnen worden gefinancierd en wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van het tarief rioolheffing.

Veerboten De Veerdienst beschikt momenteel over tien veerboten (drie autoveerboten, twee elektrische voet-fiets boten en vijf fietsvoetveren, waarvan enkele ook inzetbaar zijn als watertaxi en blusboot). De onderhoudskosten zitten conform de businesscase in de reguliere begroting.

Havens Onder de havens vallen: • De Lingehaven met het havenkantoor, het voorzieningengebouw, de dienstwoning en alle in de haven aanwezige bruggen, sluizen, steigers en remmingswerken; • De dienstensteiger, een passantensteiger en de steigers van de veerdienst die buiten de waterpoort zijn gelegen en alle overige steigers in de Lingehaven; • De Handelskade en de loswal. De Lingehaven omvat de Lingesluis, Visbrug, de Peterbrug, de Korenbrug, de kademuren Het Eind, de kademuren Kriekenmarkt, kademuren Appeldijk, kademuren Havendijk, kademuren Kortendijk, frontmuren Voorhaven, kademuren Buiten de Waterpoort, kademuren Duivelsgracht, de Waterpoort, historische haven, Ondervloed, twee historische sluizen en voorhaven Lingezijde en Merwedezijde. Het onderhoud aan de havens gebeurt aan de hand van meerjarenonderhoudsplannen. Het onderhoud van de steigers in Sleeuwijk, Woudrichem, Werkendam en Hardinxveld-Giessendam komt voor rekening van de betreffende gemeente met uitzondering van de aluminium laadkleppen die door de gemeente Gorinchem worden onderhouden.

80

Begroting 2026

Civiele kunstwerken, bruggen en beschoeiingen Civiele kunstwerken - waaronder bruggen steigers, grondkeringen en kademuren- zijn cruciaal voor de veiligheid, toegankelijkheid en leefbaarheid van Gorinchem. Ook oeverbescherming rekenen we tot dit areaal (ruim 64 km binnen Gorinchem) En binnen dit areaal worden ook de kunstwerken (Gorinchem heeft 138 beelden-kunstwerken) in de stad gerekend. We onderhouden de (civiele) kunstwerken en bruggen volgens het beheerplan (2026). Ook het erfgoedbeleid wordt meegenomen in de werkzaamheden. In de periode van 2026 tot en met 2031 voeren we diverse onderhouds- en renovatiewerkzaamheden uit aan de infrastructuur en waterwerken binnen de gemeente. Het betreft de volgende projecten: Het volledig schilderen van de stalen deuren van de Lingesluis, schilderwerkzaamheden aan de Lange Brug, groot onderhoud aan de Korensluis, vervanging van beschoeiingen op meerdere locaties en vervanging van houten bruggen verspreid door de gemeente. Met deze werkzaamheden zorgen we ervoor dat onze bruggen en sluizen in goede staat blijven en voldoen aan de eisen op het gebied van veiligheid en duurzaamheid.

Openbare verlichting Goede openbare verlichting geeft sfeer, een gevoel van sociale veiligheid en vergroot de verkeersveiligheid. Het is daarom van belang dat we de openbare verlichting goed op orde hebben. Gorinchem telt 8.076 lichtmasten. We hebben de uitvoering van het beheer en onderhoud ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Bureau OVL. Het onderhoudscontract is via Bureau OVL bij een aannemer weggelegd. Met de vervanging naar LED werken we aan het verminderen van energieverbruik. Eind 2024 zijn we begonnen met het 'verledden' van de openbare verlichting in de stad. In 2025 is reeds een kwart van de stad verled en in 2026 gaan we hiermee door.

3.2.4

Meerjarenonderhoudsplannen (MOP)

Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen zijn meerjarenonderhoudsplannen opgesteld. Uitzondering daarop zijn de kapitaalgoederen groen en veerboten. De onderhoudskosten voor groen zijn jaarlijks ongeveer gelijk en daar is geen sprake van groot onderhoud. Hiervoor is een structureel exploitatiebudget geraamd. Voor de onderhoudskosten voor de (elektrische) veerboten zijn exploitatiebudgetten opgenomen, welke conform de samenwerkingsovereenkomst worden doorberekend aan de deelnemende oevergemeenten. Voor het reguliere onderhoud van de riolering zijn jaarlijkse exploitatiebudgetten beschikbaar, welke gedekt worden via de riooltarieven. Voor de vervanging van de riolering worden conform het programma riolering jaarlijkse budgetten geraamd. Deze worden gedekt uit een vervangingsvoorziening, welke gevoed wordt uit de rioolheffing.

3.2.5

Kwaliteitsniveau en onderhoudslasten per kapitaalgoed

In onderstaande tabel is per kapitaalgoed het kwaliteitsniveau van onderhoud en de onderhoudslasten weergegeven zoals deze in de meerjarenbegroting 2025-2028 zijn opgenomen. Het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed voldoet aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Indien van toepassing wordt aan de wettelijke normen voldaan. Er zijn momenteel geen onveilige situaties. Op het gebied van wegen is een nieuw onderzoek gedaan waarin is geconstateerd dat er achterstalligheid is of kan gaan ontstaan. Hiervoor zijn structureel middelen beschikbaar gesteld.

81

Begroting 2026 Kwaliteitsniveau onderhoud kapitaalgoederen en bijbehorende onderhoudslasten (bedragen x € 1.000)

Kwaliteitsniveau

Jaarlijkse storting in voorziening groot onderhoud

Gepland groot onderhoud jaarschijf 2026

Jaarlijks budget regulier (klein) onderhoud

Gebouwen: - woningen en panden

normaal en instandhouding

74

133

33

- onderwijspanden

normaal en instandhouding

466

323

264

- panden SGS

normaal

354

80

23

- panden t.b.v. kunstuitoefening

normaal

107

104

75

- panden maatschappelijke zorg

normaal

14

29

11

- gemeentelijk onroerend goed

normaal

396

695

515

1.411

1.364

921

Wegen

zie Buitengewoon Groen1

2.160

2.160

942

Groen

zie Buitengewoon Groen2

59

52

1.068

Riolering

Conform GRP3

0

0

110

Water

geen kwaliteitsniveau vastgesteld4

3

12

Veerboten

geen kwaliteitsniveau vastgesteld

15

0

231

Havens

normaal

175

743

148

Bruggen, kunstwerken en duikers

normaal

242

405

63

Monumenten

normaal

167

37

97

Parkeergarages

normaal

143

100

158

Buitensportaccommodaties

normaal

481

608

110

Openbare verlichting

normaal

12

11

74

Kunst

normaal Totaal

15

208

34

4.884

5.700

3.956

1. Bij de vaststelling van het beleidskader (Buitengewoon Groen) is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk -

verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. Het ambitieniveau op basis van het beleids- en beheerplan wegen 2025-2029 is niveau basis. Dit wijkt met het oog op de financiële haalbaarheid af van het beleidskader Buitengewoon Groen. 2. Bij de vaststelling van het beleidskader Visie en beleidsplan Openbare ruimte Buitengewoon Groen is ook gekozen voor gebiedsdifferentiatie, waardoor - via maatwerk - verschillende kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld. Deze verschillen dus per gebied/ woonwijk en variëren van exclusief, bijzonder niveau, plus niveau tot standaard niveau. Zie hiervoor verder het beleidskader. 3. In (een bijlage van) het GRP worden de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden beschreven. Dit is de kwaliteit die met het GRP wordt beoogd. 4. Het beheer van de watergangen is de verantwoordelijkheid van het Waterschap Rivierenland. Zij voeren hier de regie en stellen het kwaliteitsniveau vast.

82

Begroting 2026

3.3

Financiering

3.3.1

Inleiding

Financiering betreft de wijze waarop de gemeente leningen aantrekt en eventueel overtollig geld (tijdelijk) uitzet. Beleidskaders voor financiering zijn nodig om de rentelasten te beperken en de risico's te beheersen. Bij het instellen van het Investerings- en Schuldenplafond is een streefrichting van € 115 mln. bepaald als bedrag waarbij de schulden en de daarbij horende renterisico's en de risico's met betrekking tot de totale lasten van de investeringen houdbaar blijven. Tijdens de investeringssessie in 2024 is aangegeven dat door het indexeren van het investeringsplafond en de bijstellingen van de grondexploitaties de schuld per 31-12-2040 wordt ingeschat op € 123,4 mln. De absolute schuld en het renterisico zijn dan ook hoger dan de oorspronkelijke streefrichting. De schuldquote is door met name de stijgende algemene uitkering niet substantieel verslechterd. De flexibiliteit van de begroting is door de hogere structurele rentelasten afgenomen. Voor de beheersing van de schulden blijft het dan ook belangrijk om binnen het investeringsplafond te opereren. Het is nu vooral zaak hier goed op te blijven sturen en monitoren. Zo zal de schuldpositie de eerste jaren nog oplopen, maar daarna wordt een substantiële afbouw van de schulden ingezet als gevolg van de verkopen op Groote Haar.

De afbouw van de schuldomvang is het belangrijkste instrument om bij rentestijgingen de begroting betaalbaar te houden en een sluitende begroting te kunnen blijven presenteren.

3.3.2

Financieringsportefeuille

In onderstaande tabel wordt de meerjarige ontwikkeling van onze langlopende leningportefeuille, extra (her-) financieringsbehoefte en rente- en aflossingsverplichtingen weergegeven per 1 januari van het betreffende jaar. Financieringsportefeuille (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

106.838

148.426

168.216

161.643

Aflossingsverplichtingen

11.564

10.069

6.573

828

Financieringsbehoefte kort

10.000

10.000

10.000

3.510

Rentebetalingsverplichtingen

3.440

4.850

5.050

4.424

Stand langlopende leningen per 1-1

Financieringsbehoefte Om de financieringsbehoefte te bepalen zijn de volgende twee zaken belangrijk: (1) de boekwaarde van de investeringen en de voorraden gronden en (2) de financieringsmiddelen. Allereerst kijken wij naar de verwachte ontwikkeling van de boekwaarde van zowel lopende als nieuwe investeringen en voorraden gronden van 2026 tot en met 2029. Als tweede kijken wij naar de externe en de interne financieringsmiddelen. De externe financieringsmiddelen zijn de langlopende leningen en de kortlopende leningen. De interne financieringsmiddelen zijn de reserves en de voorzieningen. De financieringsbehoefte is vervolgens het saldo van de investeringen en de voorraden gronden minus de beschikbare financieringsmiddelen. Een financieringstekort lost de gemeente op door het aantrekken van nieuwe kortlopende of langlopende leningen. Conform het Treasurybeleid sluit de gemeente Gorinchem kortlopende leningen in principe af totdat de targetrente bereikt is, dan wel de kasgeldlimiet is bereikt. In bovenstaand overzicht zijn de langlopende leningen weergegeven en het bedrag dat kortlopend gefinancierd wordt. De doelstelling van het Treasurybeleid is om het hieruit voortkomende renterisico zoveel mogelijk te beperken. De toename in de langlopende leningen is hoofdzakelijk het gevolg van nieuwe investeringen die (voor)gefinancierd moeten worden.

Leningen De leningenportefeuille bestaat per 1 januari 2026 uit 15 leningen, waarvan 11 fixe leningen. Hiervan worden er in 2026 twee afgelost, totaal € 10 mln. De huidige 10-jaars rente voor nieuwe leningen is circa 3,0%.

83

Begroting 2026 Opgenomen geldleningen

Restant hoofdsom per 1-1-2026 (bedragen x € 1.000)

Laatste jaar aflossing

Kortlopende schulden

10.000

2026

Langlopende schulden

57.474

2039

Totaal

67.474

3.3.3

Gemiddeld rentepercentage

Renteontwikkeling

De afgelopen jaren is de rente fors gestegen. Het rentebudget is hiervoor verhoogd in de perspectiefnota 2024-2027 en de Begroting 2024. Op basis van de huidige uitgangspunten kunnen de rentelasten van de geplande investering worden voldaan. Voor het verloop van de rentelasten verwijzen we naar de tabel bij het onderdeel financieringsportefeuille. Bij de perspectiefnota 2026-2029 is de interne rekenrente met 0,1% gedaald naar 1,3%. De daling van de rekenrente volgt op de ontwikkeling van de rente voor het aantrekken van (lang) vreemd vermogen in combinatie met de verwachte toename van de schulden. Met ingang van de begroting 2025 is de methode van rentetoerekening toe te rekenen aan de grondexploitaties gewijzigd in verband met nieuwe BBV-regels. Deze werd bepaald op de verhouding vreemd vermogen en totaal vermogen en het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille. Deze wordt nu bepaald op basis van de rekenrente, dus 1,3%.

3.3.4

Renterisico's

Een gemeente moet haar renterisico's beheersen door middel van onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort geld, omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

2026 kwartaal 2026 kwartaal 2026 kwartaal 2026 kwartaal 1 2 3 4

Toegestane kasgeldlimiet

16.896

16.896

16.896

16.896

Werkelijke kasgeldlimiet

10.000

10.000

10.000

10.000

Ruimte

6.896

6.896

6.896

6.896

Elk kwartaal is er een ruimte van € 6,9 mln. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de kasgeldlimiet. In het rentebeleid is vastgelegd dat, binnen de kaders van de kasgeldlimiet, optimaal gebruik gemaakt wordt van kortlopende financieringen. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in aanmerking komen. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal.

84

Begroting 2026 Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Toegestane renterisico

39.311

43.199

39.529

35.226

Werkelijke renterisico

11.564

10.069

6.573

828

Ruimte

27.747

33.131

32.956

34.398

Uit bovenstaande tabel blijkt dat wij binnen de grenzen van de renterisiconorm opereren.

3.3.5

Schatkistbankieren

Gezien de huidige planning van uitgaven en inkomsten zijn er in 2026 geen schatkistgelden beschikbaar en zal het verplichte schatkistbankieren voor onze gemeente in de praktijk niet snel een rol spelen.

85

Begroting 2026

3.4

Bedrijfsvoering

3.4.1

Inleiding

Op basis van het BBV is de gemeente verplicht om de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering te verstrekken. Onder bedrijfsvoering verstaan we de sturing en beheersing van de ondersteunende processen binnen de organisatie. De paragraaf Bedrijfsvoering schetst op hoofdlijnen de manier waarop onze organisatie haar ambities wil bereiken en welke middelen daarvoor nodig zijn.

3.4.2

Personeels- en organisatiebeleid

Strategisch HRM Het in 2025 opgestelde strategisch HR‑beleid vormt in 2026 het fundament voor onze inzet op personeelsontwikkeling en -planning. Het actualiseren van de strategische personeelsplanning geeft richting aan welke kennis en vaardigheden we nodig hebben om als organisatie toekomstproof te blijven en tijdig in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Vanuit dit fundament investeren we gericht in de ontwikkeling van medewerkers, voor 2026 met nadruk op digitale en AI‑vaardigheden en het vergroten van wendbaarheid en inzetbaarheid. Daarbij zorgen we voor randvoorwaarden als een gezonde en veilige werkomgeving, waarin vitaliteit en sociale veiligheid structureel aandacht krijgen.

Formatie Formatie

2026

2027

2028

2029

Fte's

352

350

349

345

In de formatie zijn de besluiten van de PPN 2026 verwerkt. Er is voorzien in een aantal tijdelijke formatieplaatsen, waardoor de formatie een afbouw kent.

Ziekteverzuim Voorkomen van verzuim is een speerpunt voor de leidinggevenden: aandacht voor werkdruk, arbeidsomstandigheden, tijdig herkennen van signalen en proactief handelen om te voorkomen dat medewerkers in (langdurig) verzuim terecht komen. Er wordt nauw samengewerkt met de bedrijfsarts en de bedrijfsverpleegkundige als het gaat om verzuimbegeleiding.

Organisatie Met de nieuwe missie, visie en kernwaarden (verbindend, betekenisvol en slagvaardig) werken we in 2026 verder aan het toekomstproof maken van de organisatie. We kijken of onze manier van organiseren en aansturen aansluit bij de ambities en uitdagingen van de stad en benutten kansen om te verbeteren en te versterken. Projectmatig werken speelt hierin een belangrijke rol: met de doorontwikkeling van het Projectenbureau professionaliseren we de uitvoering van projecten en zorgen we voor een eenduidige aanpak in de hele organisatie.

3.4.3

Informatisering en automatisering

Een ontwikkeling waar niemand omheen kan is de razendsnelle opkomst van kunstmatige intelligentie. In 2026 zal het gebruik in versterkte mate doorzetten in zo ongeveer alle toepassingen en systemen die de gemeente

86

Begroting 2026 gebruikt. Bij de inzet kijken we niet alleen naar de toegevoegde waarde en ‘de mens in control’. Ook betrouwbaarheid, veiligheid, vertrouwelijkheid, ethiek en duurzaamheid vormen een belangrijk kader. Ook de digitalisering op het vlak van de interactie met burgers en bedrijven zet verder door. Daarbij geven we burgers en bedrijven meer inzage in gegevens die hen raken (uitbouw mijn-gemeente), en werken we verder aan onze openheid en transparantie binnen het kader van de Woo. Daarbij besteden we ook aandacht aan het blijven aanbieden van niet-digitale mogelijkheden. Alle burgers, inclusief degenen met beperkte digitale vaardigheden, dienen toegang te hebben tot de diensten van de gemeente. We volgen daarbij de uitgangspunten van de landelijke ‘werkagenda Waardengedreven Digitaliseren’. Een ontwikkeling van een heel andere orde is de toenemende noodzaak om als gemeenten meer en beter samen te werken. Niemand slaagt er nog in om alle ontwikkelingen nog allemaal zelfstandig bij te benen. Waar mogelijk participeren we in initiatieven die op dit vlak landelijk worden geïnitieerd. Een en ander conform de lijn ‘samen versnellen’ vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) die op 4 juli 2025 landelijk werd vastgesteld. ’In de Open Web community waar we sinds 2025 deel van uitmaken, nemen we vanuit deze gedacht een actieve rol.

Bij alles wat we doen moeten we scherp sturen op de financiën en op personele capaciteit. Focus is belangrijk. Leidraad bij afwegingen is dat we allereerst veilig, betrouwbaar, gedegen en tegelijk zo makkelijk mogelijk het werk kunnen doen, en daarnaast dat we zo veel mogelijk toegevoegde waarde creëren voor de stad en/of de organisatie. Vanzelfsprekend kijken we daarbij ook de aspecten elektronische veiligheid en -robuustheid, ITcontrol en privacy- en vertrouwelijkheid.

3.4.4

Informatiebeveiliging

Hoewel formele vaststelling van BIO2.0 nog moet plaatsvinden, is het concept al beschikbaar en heeft de gemeente een inventarisatieproces opgestart. Tegelijkertijd is het relevant om nu reeds te anticiperen op toekomstige wettelijke kaders. Zo is de implementatie van de Cyberbeveiligingswet (CBW) opnieuw uitgesteld en wordt invoering nu in het derde kwartaal van 2026 verwacht. Dit uitstel doet niets af aan de noodzaak om als gemeente proactief voorbereidingen te treffen en gefaseerd toe te werken naar implementatie. De actualisatie van diverse overheidsmaatregelen blijft noodzakelijk, mede door de voortdurende dreiging van cyberaanvallen zoals ransomware. Daarnaast vraagt veranderende wetgeving blijvende aandacht. Het is van belang dat we als gemeente voldoen aan de basisnormen van informatiebeveiliging, zoals vastgelegd in de BIO. Deze vormen tevens het fundament voor de invulling van de zorgplicht die voortvloeit uit NIS2. De impact van deze wetgeving is breed: niet alleen technische systemen en applicaties worden geraakt, maar ook werkprocessen, gegevensbeheer en documentatie. De jaarlijkse verplichte DigiD-audit door een onafhankelijke IT-auditor blijft onderdeel van het controleproces.

Vanaf 2024 vindt toetsing plaats op zowel de opzet en het bestaan van beheersmaatregelen, als op de daadwerkelijke werking van drie van de zeven maatregelen gedurende de gehele beoordelingsperiode.

3.4.5

Financiën

De gemeentelijke financiën vormen een belangrijke basis voor het jaarlijks uit te voeren werk. Het adequaat beheren en beheersen van de inkomende en uitgaande geldstromen is essentieel. In de gemeentelijke begroting gaat jaarlijks ca. € 175 mln. om, daarnaast staan er ook de komende jaren voor circa € 100 mln. aan investeringen gepland. De financiële huishouding is continu aan verandering onderhevig, veranderingen bij het Rijk, nieuwe regelgeving, nieuwe inhoudelijke ontwikkelingen, nieuwe projecten etc. En daar dient de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=bb7ba20e-cf8f-4ac0-96ab-a8ad23f18892