CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Parallelsessie raadzaal 9 februari 2023, gemeente Gorinchem23.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - Parallelsessie raadzaal van 9 februari 2023

1 2

Opening B&A Bestemmingsplan Hippos Het vast te stellen bestemmingsplan is nodig om de paardenvereniging Hippos te kunnen verplaatsen. 230209 Rvs vaststellen bestemmingsplan paardensportvereniging Hippos.pdf BP_V_Haarweg_hervestiging-paardensportvereniging_A3_2023-01-23 - Bestemmingsplan.pdf TOE_Haarweg hervestiging paardensportvereniging - toelichting.pdf RGLS_Haarweg hervestiging paardensportvereniging - regels.pdf Bijlage 1 - Vergunningencheck Digitale watertoets - Bijlage 1 - Vergunningencheck Digitale water.pdf Bijlage 2 - Gorinchem Hippos_Externe Veiligheid - Bijlage 2 - Gorinchem Hippos_Externe Veilighei.pdf Bijlage 3 - QS geur_Hippos Gorinchem - Bijlage 3 - QS geur_Hippos Gorinchem.pdf Bijlage 4 - QS_natuur_Gorinchem_Hippos - Bijlage 4 - QS_natuur_Gorinchem_Hippos.pdf Bijlage 5 - Gorinchem Haarweg Hippos_Stikstofonderzoek - Bijlage 5 - Gorinchem Haarweg Hippos_St.pdf Bijlage 6 - Waterdoorlatende bestratingen - Bijlage 6 - Waterdoorlatende bestratingen.pdf

3

Sluiting Afsluiting sessie en vervolgafspraken

2 B&A Bestemmingsplan Hippos 1 230209 Rvs vaststellen bestemmingsplan paardensportvereniging Hippos.pdf

Raadsvoorstel: Z/22/744050 / 843266 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Paardensportvereniging Hippos

Datum: 31 januari 2023 Portefeuillehouder: Mark de Boer I&O: 9 februari 2023 B&A / Raadsvergadering: 23 februari 2023 Opsteller: Siesling, Annette Geeft voorstel begrotingswijziging: Nee

Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Gorinchem, paardensportvereniging Hippos”; NL.IMRO.0512.BP20222034001 Voorstel: Wij stellen u voor: 1. Het bestemmingsplan met de plannaam “Gorinchem, paardensportvereniging Hippos” met de planidentificatie NL.IMRO.0512.BP2022203-4001, met de bijbehorende bijlagen, vast te stellen in elektronische vorm; 2. Voor het bestemmingsplan “Gorinchem, paardensportvereniging Hippos”; NL.IMRO.0512.2022203-4001, geen exploitatieplan vast te stellen. Aanleiding: Hippos Paardensportvereniging Hippos (Haarweg 1 in Gorinchem) bevindt zich op het perceel waar de nieuwbouw van Het Gilde Vakcollege Techniek wordt gerealiseerd. In het laatste kwartaal van 2022 heeft u het bestemmingsplan “Het Gilde” vastgesteld. Het bestemmingsplan “Het Gilde” maakt – planologisch – de realisatie van de nieuwbouw van Het Gilde op de Haarweg 1-5 mogelijk. Om Het Gilde te kunnen gaan bouwen, moet Hippos verplaatst worden naar een andere locatie. Deze andere locatie ligt op een nabijgelegen perceel ten zuiden van de Haarweg ter hoogte van de kruising Haarweg en Hoogbloklandseweg in Gorinchem. Deze nieuwe locatie voor Hippos ligt in het geldende bestemmingsplan “Gorinchem-Noord” en heeft de bestemming "Bedrijf". Deze bestemming staat de realisatie van een paardensportvereniging niet toe.

Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een nieuwe bestemmingsplan voor worden vastgesteld. Bestemmingsplanplan proces Op 29 november 2022 hebben wij ingestemd met het ontwerp-bestemmingsplan "Paardensportvereniging Hippos", en om deze terinzage te leggen en om iedereen in staat te stellen hiertegen een zienswijze kenbaar te maken. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 30 november 2022 tot en met 10 januari 2023 ter inzage gelegen. Er is geen zienswijze ingediend. We zijn nu toe aan de laatste fase van het bestemmingsplanproces, te weten het vaststellen van het bestemmingsplan door uw raad. Beoogd effect: Het verkrijgen van een onherroepelijk planologisch regime, die de realisatie van de te verplaatsen paardensportvereniging mogelijk maakt.

Argumenten:

1

1.2 Het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening Initiatieven die niet passen in een bestemmingsplan worden in behandeling genomen en getoetst of zij voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Het onderhavig initiatief is voorzien van een bestemmingsplan, inclusief de bijbehorende onderzoeken. Deze zijn allen beoordeeld. Alle relevante ruimtelijke aspecten zijn afgewogen en zijn akkoord bevonden. 1.2 Er zijn geen zienswijzen ingediend Gedurende de inzagetermijn zijn geen zienswijzen ingediend. Er zijn geen – externe – belangen bekend die u in uw besluitvorming moet en kan mee laten wegen. Ambtshalve is de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan op een aantal punten aangepast, maar deze hebben niet geleid tot fundamentele wijziging van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan en de onderzoeken tonen nog steeds aan, dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Overigens zijn alleen de verbeelding en de reels juridisch bindend. De toelichting niet, zodat deze ook zonder gevolgen gewijzigd kan worden. 1.3 Een exploitatieplan niet nodig is. Het project betreft een bij wet aangewezen bouwplan waarvoor de gemeente Gorinchem verplicht kosten moeten verhalen. De kosten voor het verplaatsen van Hippos vloeien voort uit de komst van Het Gilde.

De kosten van Hippos worden daarom niet verhaald, maar maken onderdeel uit van het project uitplaatsen van Hippos (kostenplaats 606867).

Risico’s: Planschade Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt. Daarom kan een risico hierop niet worden uitgesloten. Gelet op het gemeentelijk belang van de verplaatsing van de vereniging, is er geen analyse opgesteld. Hierbij is meegewogen dat er sprake is van een relatief kleine, ruimtelijke ontwikkeling. Er is ook geen planschadeovereenkomst met de eigenaar afgesloten. Dit ook gezien het gemeentelijk belang in deze zaak. Beroep Veranderingen in de omgeving zijn niet door iedereen gewenst en kunnen leiden tot beroep. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan kan beroep worden ingediend door belanghebbende(n). Er zijn geen zienswijzen ingediend, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat er nog beroep ingediend zal worden. Financiën: De kosten van het bestemmingsplan maken onderdeel uit van het project uitplaatsing van Hippos. Participatie: Niet van toepassing. Communicatie: Het vaststellingsbesluit wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd in “De Stad Gorinchem” en het “Gemeenteblad”. Via www.ruimtelijkeplannen.nl wordt het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld. De analoge versie van het bestemmingsplan ligt ook ter inzage in de informatiehoek van het stadhuis.

Duurzaamheid: De nieuwbouw wordt duurzaam gebouwd en voldoet aan de nu geldende (bouw)wet- en regelgeving. Vervolgproces:

Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt op de wettelijk voorgeschreven wijze. Tegen het besluit staat voor belanghebbende(n) beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State. Bijlagen: 1.

Het bestemmingsplan “Gorinchem, Paardensportvereniging Hippos”; NL.IMRO.0512.BP20222034001.

Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,

Raadsbesluit

De gemeenteraad van Gorinchem, Gelet op het raadsvoorstel van het college d.d. 31 januari 2023 Gelet op de wettelijke bepalingen

Besluit: 1.

Het bestemmingsplan met de plannaam “Gorinchem, paardensportvereniging Hippos” met de planidentificatie NL.IMRO.0512.BP2022203-4001, met de bijbehorende bijlagen, vast te stellen in elektronische vorm;

2.

Voor

het

bestemmingsplan

“Gorinchem,

paardensportvereniging

NL.IMRO.05122022203-4001, geen exploitatieplan vast te stellen. Aldus besloten in de raadsvergadering van 23 februari 2023

Griffier,

Voorzitter,

Hippos”;

andseweg Hoogblokl

1 BP_V_Haarweg_hervestiging-paardensportvereniging_A3_2023-01-23 - Bestemmingsplan.pdf

G 125

LEGENDA PLANGEBIED plangebied

G 127

BESTEMMINGEN Sport

4

S

8 rio r

Waarde - Archeologische verwachting hoog PM1 Haarweg

WR-AVH

Haarweg

AANDUIDINGEN

r ov

veiligheidszone - algemeen wetgevingzone - ontheffingsgebied 2

31a

4

S

wetgevingzone - wijzigingsgebied 4

bouwvlak

4 VERKLARING BGT- en kadastrale gegevens

35

WR-AVH

37

bestemmingsplan

Haarweg, hervestiging paardensportvereniging

rio r

31b

H 778

schaal : 1 : 1000 formaat : A3 projectnummer : 200595.02 bladnummer : 1 aantal bladen : 1 Identificatiecode : NL.IMRO.0512.BP2022203-4001 gemeente

Gorinchem adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

Postbus 479, 6800 AL Arnhem l T 026 357 69 11 I www.sab.nl

datum : datum ondergrond : voorontwerp : ontwerp : vaststelling :

23-01-2023 04-11-2021 07-06-2022 16-11-2022 -

1 TOE_Haarweg hervestiging paardensportvereniging - toelichting.pdf

Bestemmingsplan | Toelichting

Haarweg, hervestiging paardensportvereniging Gemeente Gorinchem

Datum: 20 januari 2023 Projectnummer: 200595.02 ID: NL.IMRO.0512.BP2022203-4001

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Opzet van het bestemmingsplan

3 3 4 6

2

Het plan

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Historische achtergrond Omgeving plangebied Huidige situatie Toekomstige situatie

7 7 8 8

3

Beleid

10

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

10 11 13 13

4

Milieuaspecten

14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Bodem Bedrijven en milieuzonering Geur Besluit milieueffectrapportage Cultuurhistorie en archeologie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water Klimaatadaptatie

14 14 16 16 18 20 21 22 23 24 25 30

5

Economische uitvoerbaarheid

32

6

Wijze van bestemmen

32

6.1 6.2 6.3 6.4

Algemeen Methodiek Bestemmingen Gebiedsaanduidingen

33 33 34 34

7

Procedure

35

7.1 7.2

Inspraak en overleg Zienswijzen

35 35

Bijlagen Bijlage 1: Vergunningscheck Digitale watertoets Bijlage 2: Onderzoek Externe veiligheid (SAB) Bijlage 3: Quickscan geur (SAB) Bijlage 4: Quickscan natuur (SAB) Bijlage 5: Stikstofonderzoek (SAB) Bijlage 6: Waterdoorlatende bestratingen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Paardensportvereniging Hippos bevindt zich in de huidige situatie op een locatie die wordt ontwikkeld tot scholencampus. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt de paardensportvereniging verplaatst naar een nabijgelegen perceel ten zuiden van de Haarweg, ten hoogte van de Hoogbloklandseweg. De nieuwe locatie voor de paardensportvereniging valt onder het bestemmingsplan ‘Gorinchem-Noord’ en heeft de bestemming ‘Bedrijf’. Deze bestemming staat de ontwikkeling van een paardensportvereniging niet toe. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt hieraan invulling gegeven. Onderstaande afbeelding toont de globale ligging van het plangebied. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de verbeelding.

Ligging plangebied, rood omkaderd (bron: Ruimtelijke plannen)

1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Haarweg in Gorinchem. Onderstaande afbeelding toont de planlocatie ten opzichte van de stad Gorinchem. De locatie is gelegen aan de noordrand van de stad boven de A15, op de grens met het landelijke gebied. Het perceel wordt ten noorden begrensd door een aantal woningen en een grasland, ten oosten is een kynologenclub gelegen en in het zuiden en westen bevinden zich agrarische gronden en vervoersinfrastructuren. De snelwegen A15 en A27 liggen op circa 300-350 meter van het plangebied. De spoorlijn grenst aan het kadastrale perceel van het plangebied. Het plangebied beslaat slechts een gedeelte van het perceel sectie H nummer 412.

3

Globale ligging plangebied in Gorinchem, plangebied rood omkaderd (bron:PDOK)

1.3

Geldende bestemmingsplannen Bestemmingsplan Gorinchem-Noord De gronden van het plangebied liggen binnen het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Gorinchem-Noord’ dat op 27 januari 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘GorinchemNoord’ opgenomen met daarop het plangebied aangegeven.

4

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Gorinchem-Noord. Globale begrenzing van het plangebied is met een oranje stippellijn aangegeven (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Voor het plangebied geldt de bestemming ‘Bedrijf’. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten. Op de planlocatie bevindt zich tevens een functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - verkeersoefencentrum’, hiermee wordt een verkeersoefencentrum mogelijk gemaakt. Daarnaast gelden nog de gebiedsaanduidingen ‘wro-zone - ontheffingsgebied 2’ en ‘wro-zone - wijzigingsgebied 4’. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone - ontheffingsgebied 2' kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken om bedrijfswoningen toe te staan, als kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de bepalingen van het hogerewaardenbesluit. Ter plaatste van de aanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 4’ mogen burgemeester en wethouders het plan geheel of gedeeltelijk wijzigen ten behoeve van de bestemming ‘Bedrijventerrein’, één en ander nadat een ontwerptracébesluit zoals bedoeld in de Tracéwet is vastgesteld voor de A27, alsmede het daarmee samenhangende plasbrandaandachtgebied. Ter plaatste van het plangebied geldt eveneens een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’.

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ Het plangebied ligt tevens binnen het thematische bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ dat op 28 november 2019 is vastgesteld. Uit dit bestemmingsplan volgt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw vast staat dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregel “parkeernormen Gorinchem juni 2019” wordt gerealiseerd. Het aspect parkeren wordt verder toegelicht in paragraaf 4.10.

5

1.4

Opzet van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ‘Het plan’ ingegaan op de huidige situatie en de toekomstige inrichting van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan en de behoefte van de ontwikkeling aangetoond voor wat betreft het (relevante) beleid van de rijksoverheid, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de milieuaspecten toegelicht. In hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 volgt de wijze van bestemmen, waarin uiteen wordt gezet hoe het in hoofdstuk 2 beschreven plan juridisch is vertaald naar de verbeelding en de regels. Het zevende en laatste hoofdstuk is gewijd aan de planprocedure.

6

2 2.1

Het plan Historische achtergrond De Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, waartoe het plangebied behoort, liggen in een overgangszone tussen het rivierengebied in het oosten en het perimariene getijdengebied in het westen. De afzettingen die zich momenteel aan de oppervlakte bevinden, zijn gevormd en afgezet in het laatste deel van het Pleistoceen (dagzomende rivierduinen) en het Holoceen (stroomgordels, crevassen en komgebieden). De bewoningsgeschiedenis van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden gaat terug tot de prehistorische tijd. In de Romeinse tijd was de oeverwal van de Linge bewoond en langs de grote rivieren lagen Romeinse nederzettingen. Rond 450 na Christus werden de Lek en de Merwede de hoofdstromen van de Rijn. Zij zorgden voor zulke veelvuldige en hevige overstromingen dat ook de oeverwallen worden verlaten. Omstreeks 1000 keerden de mensen terug naar het gebied. Vanaf 1200 wordt het gebied omdijkt. Als gevolg hiervan ontstond langs de dijken de karakteristieke lintbebouwing. De oude vestingstad Gorinchem (stadsrechten in 1382) ligt aan de monding van de Linge. Ook het nabijgelegen Arkel is een zeer oud dorp. Het dorp Schelluinen heeft altijd een meer agrarisch karakter behouden.

2.2

Omgeving plangebied De Haarweg, ten noorden van het plangebied, vormt momenteel de rand naar het agrarische landschap. Tussen de Haarweg en de Betuwelijn/A15 ligt een gebied dat nu als stadsrandzone getypeerd kan worden. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in deze stadsrandzone. Op onderstaande afbeelding wordt de inrichting van de stadrandzone gevisualiseerd. Het plangebied is gelegen in het westelijke gedeelte van deze zone, tussen de Mollenburgseweg en de A27. Hier komen agrarische functies voor en het gebied wordt benut door onder andere twee kynologenclubs en enkele hobbyboeren. Voorts liggen hier enkele niet meer in exploitatie zijnde oude boomgaarden. In het middengedeelte, tussen de Mollenburgseweg en de Kleine Haarsekade, ligt een scholencomplex en enkele woningen, alsmede een dierenasiel en de huidige locatie van paardensportvereniging Hippos. In het oostelijk deel tussen de Kleine Haarsekade en het Merwedekanaal bevinden zich de begraafplaats De Haarhof, het onderkomen van de gemeentelijke onderhoudsdienst en groenvoorziening, een drietal bedrijven en enkele woningen.

7

Huidige situatie stadsrandzone tussen de Haarweg en de Betuwelijn/A15, het plangebied is globaal rood omkaderd

2.3

Huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van bijna 1 ha. In 2008 werd het voormalig verkeersoefencentrum in gebruik genomen om als tijdelijke grondopslag te dienen. Dit gedeelte heeft als bestemming ‘Bedrijf’ en omdat de grond uit (riolering) projecten binnen de gemeente Gorinchem de milieukundige klasse “wonen” had, was het storten van grond hier mogelijk. In 2019 was de opslag vol met ruim 67.000 m3 grond.

2.4

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal paardensportvereniging Hippos zich vestigen om het terrein. Op het terrein kunnen leden paardrijden, lessen volgen en er worden wedstrijden georganiseerd. De leden nemen hun eigen paarden mee en er worden dus geen paarden op het terrein gestald. Ten behoeve van de ontwikkeling zal de huidige begroeiing van het terrein worden verwijderd. Om paardensportvereniging Hippos hier te kunnen vestigen zal grond vanuit de bestande ophoging ontgraven en afgevoerd moeten worden. Daarna zal een aantal nieuwe voorzieningen voor de paardensportvereniging op het terrein worden aangelegd. Deze voorzieningen zullen bestaan uit een rijbak, een zandplaat voor wedstrijden en andere evenementen, een logeercirkel en een clubhuis en ruimte voor parkeren. In navolgende afbeelding is het bestaande maaiveld, dat hoger is gelegen ten opzichte van de hoogte waarop de Haarweg is gelegen, weergegeven met de rode kleur. Naast de watergangen komt een obstakelvrij onderhoudspad te liggen. De ontsluiting zal enkel plaats vinden op de uitrit welke op navolgende afbeelding aan de linkerkant is weergegeven.

8

Schets toekomstige situatie

9

3

Beleid In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het geldende beleid op verschillende schaalniveaus.

3.1

Rijksbeleid De nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

10

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing rijksbeleid Het plan betreft de realisatie van een paardensportvereniging. Met deze ontwikkeling wordt een al bestaande paardensportvereniging ongeveer 1 kilometer verplaatst om ruimte te maken voor de ontwikkeling van een scholencampus.

De verplaatsing van de paardensportvereniging zorgt niet voor een toename in voorzieningen waar de behoefte van aangetoond dient te worden. Daarnaast ligt de planlocatie in bestaand stedelijk gebied. Door de verplaatsing wordt aan de opgave van zorgvuldig gebruik van de ruimte voldaan, omdat de verplaatsing de ontwikkeling van een scholencampus mogelijk maakt op de daarvoor best geschikte locatie. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen nationale belangen gemoeid.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zes richtinggevende ambities, te weten: 1 Naar een klimaatbestendige delta 2 Naar een nieuwe economie: the next level 3 Naar een levendige meerkernige metropool 4 Energievernieuwing 5 Best bereikbare provincie 6 Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen.

11

Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft het strategische beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsverordening ziet toe op de ruimtelijke regelgeving. De Omgevingsverordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en c zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden (2004) De regionale structuurvisie van de gemeenten Alblasserwaard en Vijfheerenlanden geeft een visie op de toekomstige ontwikkeling van de regio.

De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. Visie 2030 Open, voor elkaar, regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden De visie 2030 bestaat uit twee onderdelen: een manifest en een regioscenario. Het manifest bevat de hoofdlijnen van de visie. Het regioscenario is een nadere uitwerking hiervan. Samen vormen zij de leidraad voor toekomstige beleidskeuzes in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. De regio kiest voor een toekomst waarin de kracht van het eigen karakter wordt benut en waarin ruimte wordt gegeven aan een nieuwe dynamiek. Ruimte voor werken en wonen, maar met respect voor het eigen karakter van de regio. Een regio waar een balans is gevonden tussen nieuwe dynamiek en de kwaliteit van de samenleving; een duurzame regio. De kernwaarden van de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zijn de volgende: − Bijzondere kwaliteit van cultuurlandschap en historische steden; − Grote sociale cohesie; − Innovatiekracht van het bedrijfsleven. Toetsing provinciaal en regionaal beleid Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in een regionale maatschappelijk behoefte.

Daarnaast ligt de planlocatie in bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling binnen het plangebied zijn geen provinciale dan wel regionale belangen gemoeid.

12

3.3

Gemeentelijk beleid Visie van de Stad Met de vaststelling van de Visie van de Stad in maart 2018 heeft de gemeenteraad van Gorinchem de visie op de toekomst van de stad vastgelegd. De visie geeft middels 11 ambities aan hoe de stad in 2032 bekend wil staan en moet functioneren: 1 Middelgrote stad, verbonden met Randstad en Brabant. 2 Verbonden diverse samenleving. 3 Verbonden wijken en voorzieningen. 4 Centrumstad, verbonden met de omgeving. 5 Verbonden samenleving en overheid. 6 Vernieuwen in de bestaande een nieuwe economie. 7 Vernieuwende samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. 8 Vernieuwen door technologische innovatie te omarmen. 9 Vernieuwen door te verduurzamen. 10 Vernieuwen door aantrekkelijkheid voor jonge generatie. 11 Vernieuwende open vesting. Deze ambities zijn door de inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en de omgeving (regio) met elkaar bepaald. Het zijn de ambities van de stad. Toetsing gemeentelijk beleid Het plan betreft de realisatie van een paardensportvereniging. Een paardensportvereniging heeft een relatief groot verzorgingsgebied en past daarom bij de ambitie van Gorinchem om een centrumfunctie te hebben. De ontwikkeling staat de ambities van de gemeente niet in de weg.

3.4

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

13

4

Milieuaspecten Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie moet de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de milieuaspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van het onderzoek is per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.1

Bodem Algemeen De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van een functieverandering of een ander gebruik. De bodem en het grondwater moeten geschikt zijn voor de nieuwe functie. Toetsing In het traject voor vergunningaanvraag omtrent de ontwikkeling zal beoordeeld worden of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de gronden niet gebruikt mogen worden voor het beoogde gebruik alvorens aan de hand van een bodemonderzoek is aangetoond dat de bodem geschikt is voor het gebruik. De reden dat hiervoor is gekozen is dat de gronden zijn opgehoogd. Deze extra laag dient eerst verwijderd te worden alvorens de gronden ontwikkeld kunnen worden ten behoeve van de voorgenomen toekomstige functie. Een bodemonderzoek is op dit moment niet mogelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.2

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het besluitgebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies is de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ 1 als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’, ‘gemengd gebied’ en ‘functiemengingsgebied’. De richtafstanden lopen op naar mate sprake is van een bedrijf in

1

VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. 14

een hogere milieucategorie. De richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van het gevoelige object. Toetsing In onderhavige situatie is sprake van het mogelijk maken van nieuwe, gevoelige functies in de zin van het aspect bedrijven en milieuzonering. Het plangebied wordt omringd door gronden die bestemd zijn voor een bedrijventerrein. Daarnaast ligt het plangebied in de directe nabijheid van de rijksweg A15 en de spoorroute ‘Kijfhoek Betuweroute Meteren’. Dit tezamen maakt dat het plangebied en diens omgeving gekarakteriseerd kan worden als ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat bij de beoordeling van het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ de richtafstanden uit de VNG-brochure met één afstandsstap kunnen worden verlaagd (met uitzondering van het aspect ‘gevaar’). Ontwikkellocatie Binnen de ontwikkellocatie is een paardensportvereniging beoogd. Ondanks dat er in de toekomstige situatie geen paarden worden gestald op het terrein (leden nemen hun eigen paarden mee) is de meest geschikte categorie uit de VNG-publicatie ‘Maneges’ (milieucategorie 3.1). In de navolgende tabel zijn de minimaal aanbevolen richtafstanden voor deze functie, uitgaande van een gemengd gebied, weergegeven. Functie

Omschrijving VNG

Paardensportvereniging

Richtafstanden in meters (gemengd gebied) Geur 30 (stap terug)

Maneges

Stof 10 (stap terug)

Geluid 10 (stap terug)

Gevaar 0

Hindergevoelige functies Aan de noordelijke zijde van de ontwikkellocatie zijn gronden gesitueerd die hindergevoelige functies herbergen c.q. mogelijk maken. Het betreffen grotendeels kavels met een woonbestemming. In de navolgende tabel zijn de minimaal aanbevolen richtafstanden voor de paardensportvereniging weergegeven, uitgaande van een gemengd gebied. Er geldt hierbij dat gemeten wordt ten opzichte van de gevel van de hindergevoelige functies. Functie

Paardensportvereniging

Omschrijving VNG

maneges

Richtafstanden in meters (gemengd gebied) Geur 30 (stap terug)

Stof 10 (stap terug)

Geluid 10 (stap terug)

Gevaar 0

Gemeten afstand

Dichtstbijzijnde woning ± 25 m

Op basis van de bovenstaande tabel kan worden geconcludeerd dat voor de meest nabije woning kan worden voldaan aan de richtafstanden voor de beoogde functie behalve bij geur. Dit betekent dat daarmee per definitie wordt voldaan aan de richtafstanden voor de hindergevoelige functies op grotere afstand. Een nadere beschouwing is benodigd met een quickscan geur (zie paragraaf 4.3 Geur). In paragraaf 4.3 komt naar voren dat is opgenomen dat er geen verblijfplaatsen van dieren gereali-

15

seerd mogen worden. Zodoende zullen geen belemmeringen optreden op het gebied van agrarisch geur voor onderhavige ontwikkeling aangezien getoetst moet worden op dierverblijven en niet op rijbakken zoals deze aanwezig zijn in onderhavige situatie. Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat juridisch-planologisch gezien aan drie van de vier richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan. Voor de omliggende functies moet er nader onderzoek komen op het gebied van bedrijven en milieuzonering. Gelet op de conclusies van de quickscan geur, zal het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan vormen.

4.3

Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastingsen afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing Uit de quick scan2 komt naar voren dat de manege op een vaste afstand van 50 meter moet liggen van geurgevoelige objecten. Het plangebied van de manege ligt in de beoogde situatie binnen 50 meter van een geurgevoelig object (woning) aan de Haarweg 4. Derhalve is opgenomen dat er geen verblijfplaatsen van dieren gerealiseerd mogen worden. Zodoende zullen geen belemmeringen optreden op het gebied van agrarisch geur voor onderhavige ontwikkeling. Conclusie Het aspect geur vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.4

Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project 2

SAB. Quick scan geurhinder Haarweg, hervestiging paardensportvereniging. 200595.01, 3 maart 2022. 16

mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl) Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag.

Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit van deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht waarom er enkel een beoordeling hoeft plaats te vinden. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing Het project voorziet in de realisatie van een paardensportvereniging. Gelet op de geringe omvang en de ligging van het project worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in dit bestemmingsplan in navol17

gende paragrafen in voldoende mate afgewogen. Gelet op het kleinschalige karakter is uit te sluiten dat er significante gevolgen als gevolg van dit project op Natura 2000gebieden plaatsvinden. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig waardoor het project om die reden geen m.e.r-plicht heeft. Ook een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk. In onderhavig document zijn alle milieuaspecten behandeld en wordt geconcludeerd dat er geen negatieve milieueffecten plaats vinden. Onderhavig document kan zodoende beschouwd worden als vormvrije m.e.r.-beoordeling. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar wat betreft het Besluit m.e.r..

4.5

Cultuurhistorie en archeologie Toetsing Cultuurhistorie De bewoningsgeschiedenis van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, waartoe het plangebied behoort, gaat terug tot de prehistorische tijd. In de Romeinse tijd was de oeverwal van de Linge bewoond en langs de grote rivieren lagen Romeinse nederzettingen. Rond 450 na christus werden de Lek en de Merwede de hoofdstromen van de Rijn. Zij zorgden voor zulke veelvuldige en hevige overstromingen dat ook de oeverwallen worden verlaten. Omstreeks 1000 keerden de mensen terug naar het gebied. Vanaf 1200 wordt het gebied omdijkt. Als gevolg hiervan ontstond langs de dijken de karakteristieke lintbebouwing. De oude vestingstad Gorinchem (stadsrechten in 1382) ligt aan de monding van de Linge. Ook het nabijgelegen Arkel is een zeer oud dorp. Het dorp Schelluinen heeft altijd een meer agrarisch karakter behouden. De Haarweg in het plangebied is cultuurhistorisch als oude ontginningsas van belang. Langs de Vlietskade liggen enkele cultuurhistorisch van belang zijnde boerderijen. Aangezien het plangebied een cultuurhistorisch waardevol landschap omvat, is geadviseerd bij de nieuwe inrichting van het gebied zo veel mogelijk aan te sluiten bij de huidige verkaveling, ligging van wegen en hoofdsloten. Met deze aanbeveling is zoveel mogelijk rekening gehouden bij het inrichten van het plangebied.

Zo zal de verkavelingsstructuur niet worden veranderd en worden bestaande watergangen niet gedempt. Archeologie Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.

18

Er is een archeologische beleidskaart in de gemeente vastgesteld. De archeologische Beleidskaart biedt inzicht in de bestaande en de te verwachten archeologische situatie binnen de gemeente Gorinchem. Ook wordt inzicht gegeven in het reeds verrichte archeologisch (veld)onderzoek in de gemeente. Zo kan de gemeente bij planvorming vroegtijdig en op zorgvuldige wijze rekening houden met archeologie. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Indien een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakteondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens dient archeologisch onderzoek conform de Archeologische MonumentenZorg-Cyclus (AMZ-cyclus) te worden uitgevoerd.

Uit de beleidskaart blijkt dat onderhavig plangebied grotendeels in een gebied met een hoge archeologische verwachting ligt (PM1). Voor de zone PM1 geldt een onderzoeksverplichting voor bouwplannen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld. Op grond van de regeling is bij dit plan een archeologisch onderzoek vereist. 19

Situatie Zoals uit bovenstaande blijkt is er voor werkzaamheden binnen de gronden met een archeologische verwachting onderzoek benodigd. Op de verbeelding is een dubbelbestemming gelegd die de mogelijke archeologische waarden beschermd. Momenteel zijn de gronden nog erg opgehoogd. Deze gronden dienen eerst verwijderd te worden voordat het archeologische onderzoek plaats kan vinden. Na de afgravingen van de opgehoogde grond wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijk slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi, Bevb en Bevt wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico wettelijk geregeld. De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen.

20

Toetsing Langs de Haarweg te Gorinchem bevindt zich een agrarisch perceel. De gemeente Gorinchem is voornemens om de paardensportvereniging Hippo’s hierheen te verplaatsen. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is het plan derhalve getoetst aan het aspect externe veiligheid3. Als gevolg van het ontwikkelplan zal de personendichtheid in het invloedsgebied van het spoortraject 202, vak E en twee wegtrajecten toenemen. De locatie ligt binnen de 200 meter zone van het spoor en buiten de 200 meter zone van twee snelwegen. Een berekening van het groepsrisico voor de wegtrajecten kon derhalve achterwege blijven. Het spoortraject kent in de nabijheid van de ontwikkellocatie een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter aan weerszijde van het spoorbundel, gezien de afstand tot de ontwikkellocatie is het PAG geen belemmering voor het plan. Het spoor kent een PR-contour 10-6/j van 30 meter, een PR 10-7/j contour van 280 meter en een PR 10-8/j contour van1.298 meter. Uit de berekeningen voor het groepsrisico is gebleken dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden en het groepsrisico minder dan 10% toeneemt.

Ingevolge artikel 8 kan een volledige verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven als de verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In die verantwoording van het groepsrisico wordt geconcludeerd dat berekening zoals die is uitgevoerd voor het worst-case scenario uitwijst dat het spoortraject evenals de twee wegtrajecten geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Aandachtspunt is wel de aanwezigheid van voldoende bluswatervoorzieningen, tenzij dat de reeds aanwezige voorzieningen als voldoende worden geacht door de Veiligheidsregio. Conclusie De aspecten externe veiligheid vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Geluid Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door inrichtingen, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

3

SAB. Externe Veiligheid Gorinchem, verplaatsing paardensportvereniging Hippos. 14 februari 2022. 21

Toetsing Met dit project worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Het gebruik van de paardensportvereniging veroorzaakt ook geen geluid welke een belemmering kan vormen voor de omliggende geluidgevoelige functies, zie ook paragraaf 4.2. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan..

4.8

Luchtkwaliteit Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof.

Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet daarnaast worden afgewogen of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Gevoelige bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het “Besluit gevoelige bestemmingen” extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. Toetsing Onderhavig plan voorziet in een verplaatsing van een paardensportvereniging. Met de verplaatsing zal de paardensportvereniging ongeveer 1 kilometer naar het westen

22

verplaatst worden. Het gaat om een kleine vereniging met 130 leden, waardoor er slechts een beperkte verkeersgeneratie is. Verwacht wordt dat de verplaatsing een niet noemenswaardige invloed heeft op de luchtkwaliteit ter plaatse. Conclusie Het aspect lucht vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.9

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, dient eerst een onderzoek uitgevoerd te worden in het kader van de Wet natuurbescherming en eventuele andere betrokken natuurregelgeving. Toetsing Door SAB is een quick scan natuur4 en een stikstofberekening5 uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd. Hierna zijn de relevante conclusies uit dit onderzoek beschreven. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid ligt in de buurt van het plangebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Lingegebied & DiefdijkZuid is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Daarom wordt er een stikstofberekening uitgevoerd. Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van het plangebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk.

Stikstof De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de aanlegfase betreffen mobiele werktuigen in de vorm van bouw- en graafmaterieel en bouwverkeer ten behoeve van aan- en afvoer van bouwmaterialen en personeel. Voor de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase en gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieuef-

4

SAB. Quick scan natuur, Gorinchem, verplaatsing paardensportvereniging Hippo’s. 14 februari 2022.

5

SAB. Onderzoek stikstofdepositie, Gorinchem, verplaatsing paardensportvereniging Hippos. 20 januari 2023, versie 1.2. 23

fecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

Op het moment is het niet waarschijnlijk dat de rugstreeppad in het plangebied voorkomt omdat zanderig terrein en ondiepe poelen ontbreken. Als het plangebied in een later stadium echter uit braakliggend terrein zal bestaan, is het niet onmogelijk dat de soort zich in het plangebied zal vestigen. Aangeraden wordt om ondiepe poelen zo snel mogelijk te dempen en het terrein zo kort mogelijk braak te laten liggen. Hiermee kan vestiging van de rugstreeppad worden voorkomen. Conclusie Het aspect natuur vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren Algemeen Bij het realiseren van een nieuwe functie dient te worden gekeken naar verkeersaspecten als ontsluiting en bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid. Parkeren Het plangebied valt onder het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. Hieruit valt af te leiden dat bij ontwikkelingen voldaan moet worden aan de beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’. De gemeente Gorinchem heeft bij het bepalen van de parkeernormen in de beleidsregel de CROW-publicatie (317) ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ als uitgangspunt genomen. Op basis van deze beleidsregel is Gorinchem als ‘zeer stedelijk’ gerangschikt. Het plangebied ligt in ‘rest bebouwde kom’. De paardenmanege kent een categorie op zichzelf onder cultuur en ontspanning, maar die ervan uitgaat van de aanwezigheid van boxen. De leden van de vereniging nemen hun eigen paarden mee en het terrein geen boxen. 24

Daarom wordt er naar de bestaande situatie aan de Grote Haarsekade gekeken. De parkeerruimte is ongeveer 1.080 m2 groot. Het parapluplan beschrijft verschillende mogelijkheden om te parkeren. Als basis voor de berekening, wordt er gekozen voor de optie die het meeste ruimte inneemt, als ‘worst-case’ scenario’. Deze optie is ‘dubbele oprit met twee harde zijden en twee toegangspaden’. Twee auto’s nemen 40,8 m2 in beslag. 1.080 m2 is dus goed voor 52 parkeerplaatsen. Het is overigens van belang om genoeg plaats te hebben voor paardentrailers vanwege het in en uithalen van de paarden. De vereniging heeft aangegeven dat deze ruimte voldoende was en dit in de toekomstige situatie niet anders zal zijn. Verkeer Het plan ligt in de stadsrandzone, op de overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied. De paardensportvereniging is een kleine ontwikkeling met een geringe verkeersgeneratie. Hoewel er twee ontsluitingsmogelijkheden zijn zal de ontsluiting van de locatie plaats vinden via één ontsluitingspunt op de Haarweg, namelijk de ontsluiting welke uitkomt bij het kruispunt Haarweg - Hoogbloklandseweg. De Haarweg is geschikt om het verkeer van de paardensportvereniging op te vangen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.11

Water Algemeen In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument ‘de Watertoets’. Beleid Rijksbeleid - Nationaal Water Programma 2022-2027 De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. Het Nationaal Water Programma bevat: − Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; − Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen.

25

Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). De Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het Programma Noordzee (inclusief het programma Kaderrichtlijn Mariene Strategie) zijn een bijlage bij het NWP. In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. In het NWP worden de voor het waterbeleid relevante nationale belangen uit de NOVI en de toepassing van de afwegingsprincipes hierbij, verder uitgewerkt. Verder geeft het NWP uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en overstromingsrisico’s. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet er in dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet. Provinciaal beleid - Beleidsnota Water In de Beleidsnota Water verwoordt de provincie haar ambities voor het waterbeleid. Het is een positioneringsnota waarin de provincie aangeeft hoe zij haar kaderstellende en toezichthoudende taken de komende jaren wil invullen. Verder wordt aangegeven wat dat betekent voor haar rol ten opzichte van de Zuid-Hollandse waterschappen, gemeenten en het rijk.

De provincie wil regenwater zo veel mogelijk laten afkoppelen van verhard oppervlaktewater. De voordelen hiervan zijn het minder in werking treden van riooloverstorten, het minder verdrogen van stedelijk gebied en een verhoging van het rendement van waterzuiveringsinstallaties. In het stedelijk gebied moeten dus meer infiltratievoorzieningen worden gerealiseerd. Afkoppelen van verhard oppervlak mag echter niet leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewateren en niet tot wateroverlast. Waterschap Rivierenland - Waterbeheerprogramma Op 22 december 2021 is het Waterbeheerprogramma (WBP) voor de periode 20222027 in werking getreden. Waterschap Rivierenland zorgt voor veilige dijken en een evenwichtig watersysteem. De langetermijnvisie staat in de Watervisie 2050. Deze visie is in het WBP uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn; een planperiode van zes jaar. Uit de watervisie zijn een 7tal principes opgesteld welke helpen om belangen af te wegen, opgaven te prioriteren en heldere beleidskeuzes te maken. De principes zijn als volgt: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=857ffe84-1687-4928-821d-817b2f527481