CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Parallelsessie zaal 7 17 juni 2021, gemeente Gorinchem18.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

prognose etmaalintensiteiten voor het jaar 2030;

•

ophogingspercentage voor het gebruik van telgegevens;

•

specifieke deklaag van het wegdek.

Via de website van de provincie Gelderland heb ik wel telgegevens kunnen vinden, maar helaas geen prognosegegevens voor het jaar 2030, een ophogingspercentage (indien prognosegegevens niet beschikbaar zijn) en een meer gedetailleerde verdeling anders dan alleen motorvoertuigen en vrachtverkeer (verdeling lichte, middelzware en zware voertuigen over de dag-, avond- en nachtperiode). Indien de verkeersgegevens in shape-formaat kunnen worden toegestuurd, zie ik deze bestanden eveneens graag tegemoet. Ik ontvang graag een reactie wanneer deze aanvraag in goede orde is ontvangen. Tevens verneem ik graag een termijn waarop ik de benodigde gegevens kan ontvangen. Bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, Projectleider geluid en bouwfysica

Beste, Uw vraag is beantwoord door een inhoudelijk specialist. Hieronder leest u dit antwoord: Voor de beantwoording ben ik uitgegaan van telvak N83001. Dit vak ligt tussen de provinciale grens Zuid-Holland en de Molenlaan op de N830. De deklaag is vanaf de provinciale grens een SMA-NL 11B en gaat ter hoogte van de eerste bebouwing over op een SMA-NL 8G+. Er zijn geen obstakels aanwezig. Verdeling licht-middel-zwaar: zie www.geldersverkeer.nl - detailresultaten - t.b.v. geluid 2019 Prognose: gemiddelde groei van 1 % per jaar Meer informatie Heeft u nog vragen over deze e-mail? Neem dan contact op met het Provincieloket. Houd hiervoor uw V-nummer bij de hand. Op die manier kunnen wij u sneller van dienst zijn Wij helpen u graag verder. Met vriendelijke groet, de medewerkers van het Provincieloket 02635999 99 | provincieloket@gelderland.nl| www.gelderland.nl

Beste, Voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek aan Waaldijk 20 te Dalem zijn wij op zoek naar de verkeersgegevens van de volgende wegen: •

Graaf Reinaldweg (N280) (tussen Dalem en de provinciegrens);

•

Waaldijk (tussen Dalem en de provinciegrens);

•

Waaldijk (tussen de provinciegrens en Vuren);

•

Dalemse Zeiving.

Van bovengenoemde wegen zouden wij graag de volgende verkeersgegevens ontvangen: •

maximum snelheid;

•

evt. obstakels (verkeerslicht, verkeersdrempels, rotonde etc.);

•

verdeling lichte, middelzware en zware voertuigen over de dag-, avond- en nachtperiode;

•

prognose etmaalintensiteiten voor het jaar 2030;

•

telgegevens met ophogingspercentage naar het jaar 2030;

•

wegdektype met eventueel specifieke deklaag.

Indien van één of meer van de bovenstaande wegen tel- of prognosegegevens ontbreken zou ik graag een schatting ontvangen van de verkeersintensiteit en -verdeling naar het maatgevende jaar 2030. Voor een schatting van de verdeling zou het volstaan om aan te geven dat voor een betreffende weg de verdeling van een andere (wel bekende) weg kan worden aangehouden. Ik ontvang graag een reactie wanneer deze aanvraag in goede orde is ontvangen. Tevens verneem ik graag een termijn waarop ik de benodigde gegevens kan ontvangen. Met vriendelijke groet, Projectleider geluid en bouwfysica

Geachte, In de bijlage treft u een shapebestand en excelbestand aan, met de verkeersgegevens tussen de knooppunten van de wegen rondom het plangebied Waaldijk te Dalem voor het gevraagde jaar 2030. Een grafische weergave van de ligging van de knooppunten is tevens in de bijlage toegevoegd. De verkeersgegevens zijn afkomstig uit de Regionale VerkeersMilieuKaart Alblasserwaard/Vijfheerenlanden 2017 (RVMK ALV 2017). De gemeente Gorinchem heeft nog geen geluidbeleid Hogere Waarde vastgesteld, voor meer informatie over de procedure hogere waarde kunt u de gemeente benaderen. De in de bijlage bijgevoegde databestanden geven de autonome verkeersdata weer in het scenario laag. In laag scenario zijn alleen de formeel vastgestelde projecten verwerkt. De verkeersaantrekkende werking van de nietvastgestelde projecten zijn niet verwerkt in deze verkeersdata. Het effect van het bouwproject is dus niet meegenomen in de aangeleverde data. Toelichting shape bestand Het geleverde bestand kan in geomilieu als shape import bestand worden ingelezen. De totaalintensiteiten en verdelingen worden inclusief eventuele bussen weergegeven. Deze zijn opgeteld bij het middelzware verkeer. Bij de conversie van shape naar geomilieu worden soms bepaalde (geluidreducerende) wegdekverhardingen niet goed overgenomen en omgezet in referentie wegdek (DAB).

Geadviseerd wordt daarom de wegdekverhardingen te controleren met behulp van het bijgevoegde excelbestand.

Toelichting excelblad Het kan voorkomen dat een stuk weg tussen 2 knooppunten in meerdere keren voorkomt. Deze weg is dan gesplitst vanwege meerdere doeleinden. In de spreadsheet zijn deze wegen te herkennen aan het getalspercentage in kolom C "Start PCT'. De opgeknipte wegen tussen 2 knooppunten in bevatten allemaal dezelfde intensiteit en verdeling. De spreadsheet geeft een linker- en de rechterrijbaan aan. De rechterrijbaan betreft altijd de rijrichting van het laagste knooppuntnummer naar het hoogste knooppuntnummer. De etmaalintensiteiten in Kolom G (Intens R) en in kolom H (Intens L) van de spreadsheet (met bijhorende verdelingen in de kolommen I t/m AF) zijn inclusief rijdende bussen. Algemeen • Indien van toepassing: Voor de wegen die niet in RVMK zijn opgenomen en het groeipercentage voor 2013, zult u, zo nodig in overleg met de verkeerskundige van de gemeente zelf, een realistische onderbouwde aanname van de te verwachten verkeersintensiteit moeten doen. • De verkeersdata uit de Regionale VerkeersMilieuKaart Alblasserwaard/Vijfheerenlanden 2017 (RVMK ALV 2017) zijn zorgvuldig samengesteld. Komt u desondanks informatie tegen die niet correct, volledig of actueel is, dan stellen wij uw reactie bijzonder op prijs. Met vriendelijke groet, Adviseur Geluid Unit Omgevingskwaliteit Johan de Wittstraat 140, 3311 KJ, Dordrecht Postbus 550, 3300 AN Dordrecht www.ozhz.nl

N830 ri. oost

N830 ri. west

meetjaar toetsjaar 2019 ophoog% 2030 etm.int. 1 etm.int. 1840 2053

meetjaar toetsjaar 2019 ophoog% 2030 etm.int. 1 etm.int. 1980 2209

3820 licht dag avond nacht

middel 2844 500 239

% dag licht middel zwaar

6,63 93,52 4,74 1,74

zwaar 144 16 15

53 4 5

% avond % nacht 3,40 0,85 96,15 92,28 3,08 5,79 0,77 1,93

3820 licht dag avond nacht

middel 2844 500 239

% dag licht middel zwaar

6,63 93,52 4,74 1,74

zwaar 144 16 15

53 4 5

% avond % nacht 3,40 0,85 96,15 92,28 3,08 5,79 0,77 1,93

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Rapport: Model:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

Lijst van model eigenschappen wegverkeerslawaai

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

wegverkeerslawaai CK #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

CK op 1-10-2020 CK op 13-10-2020 Geomilieu V5.21

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 1,5 Groepsresultaten Groepsresultaten ---1,00 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:20:07

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam W01 W02 W03 W04 W05

Omschr. Graaf Reinaldweg (N830) Graaf Reinaldweg (N830) Graaf Reinaldweg (N830) Graaf Reinaldweg (N830) Dalemse Zeiving

Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

Helling 0 0 0 0 0

W06 W07 W08 W09 W10

Dalemse Zeiving Waaldijk Waaldijk Waaldijk Waaldijk

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

W11

Waaldijk

Verdeling

0,75

Geomilieu V5.21

Wegdek W0 W0 W0 W0 W0

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

V(LV(D)) 50 80 80 80 60

V(LV(A)) 50 80 80 80 60

V(LV(N)) 50 80 80 80 60

0 0 0 0 0

W0 W9a W0 W9a W0

Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

0

W0

Referentiewegdek

60

60

60

13-10-2020 16:20:57

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam W01 W02 W03 W04 W05

Totaal aantal 4337,00 4337,00 2209,00 2053,00 288,00

%Int(D) 6,83 6,66 6,63 6,63 6,65

%Int(A) 3,11 2,62 3,40 3,40 2,71

%Int(N) 0,70 1,20 0,85 0,85 1,19

%LV(D) 79,24 79,48 93,52 93,52 84,88

%LV(A) 89,22 90,81 96,15 96,15 93,38

%LV(N) 80,91 78,57 92,28 92,28 84,72

%MV(D) 14,20 14,29 4,74 4,74 12,39

%MV(A) 7,68 6,66 3,08 3,08 5,56

%MV(N) 14,42 13,41 5,79 5,79 11,73

%ZV(D) 6,55 6,23 1,74 1,74 2,73

%ZV(A) 3,10 2,53 0,77 0,77 1,07

%ZV(N) 4,66 8,02 1,93 1,93 3,55

Cpl False False False False False

W06 W07 W08 W09 W10

198,00 296,00 296,00 296,00 296,00

6,58 6,90 6,90 6,90 6,90

2,96 2,94 2,94 2,94 2,94

1,17 0,68 0,68 0,68 0,68

100,00 69,59 69,59 69,59 69,59

100,00 83,65 83,65 83,65 83,65

100,00 73,36 73,36 73,36 73,36

-13,68 13,68 13,68 13,68

-7,90 7,90 7,90 7,90

-14,34 14,34 14,34 14,34

-16,73 16,73 16,73 16,73

-8,45 8,45 8,45 8,45

-12,29 12,29 12,29 12,29

False False False False False

W11

156,00

6,90

2,92

0,67

69,43

83,98

74,89

6,65

3,86

7,13

23,92

12,16

17,98

False

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:20:57

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam W01 W02 W03 W04 W05

Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

W06 W07 W08 W09 W10

1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

W11

1,5

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:20:57

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

Naam grid1

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Grids, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. toetsgrid

Hoogte 1,50

Geomilieu V5.21

Maaiveld <-->

DeltaX 3

DeltaY 3

13-10-2020 16:21:15

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam bg01 bg02 bg03 bg04 bg05

Omschr. wegverharding wegverharding wegverharding terreinverharding terreinverharding

Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

bg06 bg07 bg08 bg09 bg10

terreinverharding terreinverharding terreinverharding terreinverharding terreinverharding

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

bg11 bg12 bg13 bg14 bg15

terreinverharding terreinverharding terreinverharding terreinverharding oppervlaktewater

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

bg16 bg17 bg18 bg19 bg20

oppervlaktewater oppervlaktewater tuin tuin tuin

0,00 0,00 0,50 0,50 0,50

bg21

tuin

0,50

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:21:35

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam gb01 gb02 gb03 gb04 gb05

Omschr. Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

Hoogte 3,00 9,00 7,50 4,00 9,00

Maaiveld 4,92 6,75 6,73 1,96 5,48

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Zwevend False False False False False

Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb06 gb07 gb08 gb09 gb10

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

2,00 6,00 4,00 7,50 6,00

2,33 6,08 6,12 5,20 4,51

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb11 gb12 gb13 gb14 gb15

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

3,00 3,00 9,00 3,00 3,00

5,26 5,73 6,63 5,65 5,59

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb16 gb17 gb18 gb19 gb20

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

6,50 2,00 4,00 7,50 8,00

6,39 6,49 5,76 6,85 4,45

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb21 gb22 gb23 gb24 gb25

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

5,50 4,00 3,00 3,00 3,00

5,66 5,81 6,59 5,46 5,64

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb26 gb27 gb28 gb29 gb30

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

5,50 5,50 5,50 8,50 6,50

0,38 0,35 0,35 0,39 0,47

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb31 gb32 gb33 gb34 gb35

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

8,50 9,00 12,00 11,00 8,00

4,56 5,50 6,27 9,88 3,03

Relatief Relatief Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

gb36 gb37 gb38

Pand in gebruik Pand in gebruik Pand in gebruik

3,00 8,50 12,50

4,45 4,55 4,82

Relatief Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB

False False False

0,80 0,80 0,80

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:22:36

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2001/125/ROS-01 bijlage 3

wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Hoogtelijnen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam HL01 HL02 HL03 HL04 HL05

Omschr. maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld

ISO_H 7,00 7,00 --0,00

HL06 HL07 HL08 HL09 HL10

maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld

5,50 12,50 8,50 -8,50

HL11 HL12 HL13 HL14 HL15

maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld

--7,00 7,00 1,50

HL16 HL17 HL18 HL19 HL20

maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld maaiveld

0,50 -0,00 0,00 0,00

HL21 HL22

maaiveld maaiveld

7,00 2,50

Geomilieu V5.21

13-10-2020 16:23:01

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Rapport: Model:

Groepsreducties wegverkeerslawaai

Groep

Reductie Dag 5,00 2,00 5,00

Dalemse Zeiving Graaf Reinaldweg Waaldijk

Geomilieu V5.21

Avond 5,00 2,00 5,00

Nacht 5,00 2,00 5,00

Sommatie Dag 5,00 2,00 5,00

Avond 5,00 2,00 5,00

2001/125/ROS-01 bijlage 3

Nacht 5,00 2,00 5,00

13-10-2020 16:23:23

200 m schaal = 1 : 6000

426500

Tritium Advies

0m

Grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

426000

130500

bijlage 4

130000

2001/125/ROS-01

129500 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

200 m

W06

schaal = 1 : 6000

W02 426500

3 W04

bg01 bg10 bg18

W05

bg14

bg07

W0 9

bg11

bg19

bg08 bg09

bg21W10 bg04

Tritium Advies

0m

bg02 bg03

Grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

bg15

bg20

bg05 bg06

426000

bg13 11 W

bg12

130000

130500

bijlage 4

129500 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

2001/125/ROS-01

bg17

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

gb36

gb34 426200

Tritium Advies

426400

Grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Wegen Grids Bodemgebieden gb30 Gebouwen Hoogtelijnen

gb01 gb35 gb24

gb19

gb05

gb17 gb03gb23 W10

gb37 gb38

gb06

gb12 gb15 gb25 gb14 gb07

gb08

gb09

gb31 gb21

426000

130000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

130200

130400

bijlage 4

gb10 gb11

2001/125/ROS-01

gb33 gb32

100 m schaal = 1 : 2500

426400

W05

grid1

Tritium Advies

0m

Grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

426200

130200

130400

bijlage 4

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies Grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

2001/125/ROS-01 bijlage 4

Lden Dalemse Zeiving Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Dalemse Zeiving (incl. aftrek, toetshoogte 1,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Dalemse Zeiving Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Dalemse Zeiving (incl. aftrek, toetshoogte 4,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Dalemse Zeiving Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Dalemse Zeiving (incl. aftrek, toetshoogte 7,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Graaf Reinaldweg Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Graaf Reinaldweg (N830) (incl. aftrek, toetshoogte 1,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Graaf Reinaldweg Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Graaf Reinaldweg (N830) (incl. aftrek, toetshoogte 4,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Graaf Reinaldweg Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Graaf Reinaldweg (N830) (incl. aftrek, toetshoogte 7,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Waaldijk Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Waaldijk (incl. aftrek, toetshoogte 1,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Waaldijk Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Waaldijk (incl. aftrek, toetshoogte 4,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

Lden Waaldijk Inclusief groepsreducties

0,0 - 48,5 dB 48,5 - 49,4 dB 49,4 - 50,5 dB 50,5 - 51,4 dB 51,4 - 52,5 dB 52,5 - 53,4 dB 53,4 - 99,0 dB

426400

0m

100 m schaal = 1 : 2500

W05

grid1

426200

130200

130400

bijlage 5

130000

2001/125/ROS-01

W10 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 - wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

Tritium Advies

periode: groep:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Waaldijk (incl. aftrek, toetshoogte 7,5 meter)

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Hoogtelijnen

1 210617 I&O omgevingsvergunning en Tiny houses Bijlage quickscan externe veiligheid 19-8-20.pdf

ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH Arkel NEER » Steeg 27

Boomgaard de Fazant

6086 EJ Neer

T.a.v. de heer F. Klercq Waaldijk 20

NUENEN »

4213 LA GORINCHEM

Collse Heide 48 5674 VN Nuenen PRINSENBEEK »

Per e-mail

:

evita@welmersburg.nl

Groenstraat 27 4841 BA Prinsenbeek

Vestiging, datum

:

Arkel, 19 augustus 2020

Ons kenmerk

:

1908/176/JOW-03v.3

Behandeld door

:

Roman Schumacher

Telefoonnummer

:

06 53 24 57 08

Gecontroleerd door

:

Joost Welmers

Betreft

:

Quickscan externe veiligheid Waaldijk 20 te Dalem, gemeente Gorinchem

RIJKEVOORT » Veldweg 11 5447 BH Rijkevoort T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl I. www.tritium.nl

Geachte heer Klercq, In onderhavige rapportage is het aspect externe veiligheid beschouwd ten behoeve van uw voornemen om gebruik te maken van de kruimelgevallen regeling om zo 10 tiny houses te kunnen realiseren binnen het plangebied (maximaal 10 jaar als afwijking). Deze 10 tiny houses maken onderdeel uit van een groter planvoornemen. In een later stadium worden evenals andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waaronder een bedrijfswoning. De locatie bevindt zich nabij de Waal en de A15 waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. De locatie ligt in het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld op 16 november 2017. Hierin heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Kleinschaligheid en reliëf’. Binnen deze bestemming zijn onder andere grondgebonden agrarische bedrijvigheid, een gastenverblijf tot maximaal 150 m² en volkstuinen toegestaan. Woningen (tiny houses) zijn niet toegestaan. Onderhavig planvoornemen past niet binnen deze bestemming. Het onderzoek wordt uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Op deze manier worden de risico’s en randvoorwaarden, maar ook de kansen voor een mogelijk ontwerp zichtbaar. Inleiding Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen.

Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen.

1908/176/JOW-03.3 pagina 1 van 10

Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Deze quickscan beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor het planvoornemen (10 tiny houses). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6.

Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, kantoren en hotels met een bruto oppervlakte > 1500 m2) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10 -6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het groepsrisico hangt af van: •

de kans op een ongeval;

•

het effect van het ongeval;

•

het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;

•

de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.

1908/176/JOW-03.3 pagina 2 van 10

Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Voor het groepsrisico als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over (spoor-)wegen en water geldt een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag. In de toelichting bij een bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van een transportroute dient het bevoegd gezag in te gaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden van zelfredzaamheid (beperkte verantwoording groepsrisico). Als het groepsrisico groter is dan de oriëntatiewaarde dient het bevoegd gezag altijd in te gaan op alle genoemde aspecten van het externe risico (uitgebreide verantwoording groepsrisico). De hoogte van het groepsrisico en de toename ervan volgen uit een risicoberekening, met behulp van voorgeschreven rekenprogramma’s RBM II, CAROLA en/of SAFETY-NL. In eenvoudige gevallen is de toepassing van vuistregels mogelijk.

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen.

Functie-indeling, infrastructuur, bebouwing, communicatie en alarmering kan op verschillende manieren op zelfredzaamheid inspelen. Zoals door het toepassen van luchtdichte afsluiting in de gebouwen, zodat mensen bij het vrijkomen van een toxische wolk veilig binnen kunnen blijven. Of het wegenplan zodanig inrichten dat de mensen van de risicobron weg kunnen vluchten. Bij het scenario ‘vrijkomen van een toxische stof’ is het van belang dat de aanwezigen in het effectgebied binnen blijven en dat ramen, deuren en ventilatieopeningen worden gesloten. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd om centraal afsluitbare ventilatiesystemen toe te passen. Hierdoor wordt voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het tevens van belang dat er sirenes (Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS)) worden ingezet met de daarbij horende boodschap via radio, televisie en mobiele telefonie (NL-alert). Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect. Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd.

Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident kunnen voorkomen.

1908/176/JOW-03.3 pagina 3 van 10

Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. De beheersbaarheid van het incident wordt mede bepaald door de aard van de betrokken stoffen in samenhang met de snelheid waarmee een incident zich ontwikkeld. Enkele maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid en beheersbaarheid kunnen samenvattend zijn: •

extra sirenemasten plaatsen;

•

extra bluswatervoorzieningen aanleggen;

•

voldoende aanrijdroutes voor hulpverleningsdiensten en vluchtwegen voor gebruikers en bewoners aanleggen;

•

het toepassen van hittewerend of splinterwerend glas bij de risicozijden.

Wettelijk kader In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is wettelijk vastgelegd dat de risico’s van de aanwezige risicobronnen (inrichtingen) moeten voldoen aan de veiligheidsnormen. In de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn deze bepalingen en toepassingen van de veiligheidsnormen uitgewerkt. De risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater zijn opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Zo worden mensen die in de buurt van een risicobron wonen beschermd. Hierdoor moet bij een ruimtelijke besluit of een omgevingsvergunning milieu rekening worden gehouden met de voorgeschreven veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen en groepen. Aansluitend op het Bevi is ook het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Ook kan het Activiteitenbesluit richtlijnen bieden voor risicoafstanden (zoals bijvoorbeeld propaantanks). Inventarisatie Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de Risicokaart - www.risicokaart.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). Hierbij zijn enkel voor de beoogde ontwikkeling relevante risicobronnen nader onderzocht.

Het Fort Vuren aan de Waaldijk 29a ligt bijvoorbeeld op circa 180 meter van het plangebied. Hier wordt een propaantank gehouden. Het betreft echter geen BEVI inrichting, noch is de inrichting QRA-plichtig. Daarmee wordt deze niet behandeld in de inventarisatie. Ook transportroutes van gevaarlijke stoffen die op voldoende afstand gelegen zijn, zijn niet relevant voor het planvoornemen (zoals de op ruime afstand gelegen buisleidingen). De volgende risicobronnen zijn aangetroffen en tevens te zien in figuur 1 op navolgende pagina: 1.

Binnenvaartroute ‘Corridor Rotterdam – Duitsland’ (Waal);

2.

Rijksweg A15 (wegvak G14);

3.

Betuwelijn.

Er wordt nader ingegaan op de genummerde risicobronnen om te bepalen of het groepsrisico berekend dient te worden voor deze risicobronnen of dat er kan worden volstaan met een beperkte of volledige invulling van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

1908/176/JOW-03.3 pagina 4 van 10

Figuur 1: uitsnede risicokaart (plangebied aangeduid met rode druppel), risicobronnen genummerd.

1.

Binnenvaartroute ‘Corridor Rotterdam – Duitsland’ (Waal)

In de nabije omgeving van het plangebied is de binnenvaartroute Corridor Rotterdam – Duitsland (Waal) gelegen. Het plangebied ligt op een afstand van circa 500 meter van het midden van deze vaarroute. Hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats zoals weergegeven in navolgende tabel 1. Tabel 1: gegevens vaarroute (bron: Basisnet) Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale effectafstand (m)

LF1

Brandbare vloeistof

9882

35

LF2

Brandbare vloeistof

13.958

35

LT1

Toxische vloeistof

146

600

LT2

Toxische vloeistof

0

880

GF3

Brandbaar gas

2513

90

GT3

Toxisch gas

196

1070

Het plangebied is gelegen binnen de effectafstanden van de stofcategorieen LT1 en GT3. Hiervoor worden de vuistregels van de Handleiding Risocoanalyse Transport (HART, 2017) doorlopen.

1908/176/JOW-03.3 pagina 5 van 10

Vuistregels vaarwegen De Waal valt op basis van het HART onder CEMT-klasse (Bevaarbaarheidsklasse) 6. De volgende vuistregels gelden voor deze klasse: •

Vuistregel toetsing plaatsgebonden risico: een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 heeft geen 10-6-contour. Er wordt voldaan aan de vuistregel met betrekking tot de toetsing van het plaatsgebonden risico.

•

Vuistregel toetsing oriëntatiewaarde: langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Er wordt voldaan aan de vuistregel met betrekking tot de toetsing van de oriëntatiewaarde.

•

Vuistregel toetsing 10% van de oriëntatiewaarde: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen mogelijk overschreden wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500/ha en LT2+GT3>1000 per jaar. Er vinden binnen 200 meter van de oever geen aanwezigheidsdichtheden groter dan 500/ha plaats. Daarnaast wordt er geen LT2 over de Waal vervoerd en GT3 is, zoals weergeven in tabel 1, kleiner dan 1000. Er wordt voldaan aan de vuisregel met betrekking tot 10% van de oriëntatiewaarde.

Er moet opgemerkt worden dat de vuistregels gelden voor de gemiddelde vaarwegsituatie. In een nautisch complexe situatie (kruisend verkeer, stroom, bocht e.d.) is een vuistregel mogelijk niet geschikt. De nautische situatie ten zuiden van het plangebied aan de Waal is niet als complex aan te merken. Het gaat om een licht afbuigend stuk water zonder kruisend verkeer. Derhalve kunnen de vuistregels voor onderhavige situatie worden aangehouden en hoeft het groepsrisico niet berekend te worden met het programma RBM II. Wel dient gezien de ligging van het plangebied binnen de maximale effectenafstand van de stoffen LT1 en GT3 een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. 2.

Rijksweg A15 (wegvak G14)

Ten noorden van het plangebied is op circa 1,86 kilometer afstand de Rijksweg A15 gelegen. Over de A15 worden de in tabel 2 (op de volgende pagina) weergegeven gevaarlijke stoffen vervoerd.

1908/176/JOW-03.3 pagina 6 van 10

Tabel 2: gegevens transportroute A15 (wegvak G14) op basis van meest recente digitale telling Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale effectafstand

(ketelwagens)

(m)

GF3

Licht ontvlambaar gas

9956

355

LF1

Brandbaar vloeistof

26580

45

LF2

Brandbaar vloeistof

41833

45

LT1

Toxische vloeistof

3418

730

LT2

Toxische vloeistof

2198

880

LT3

Zeer toxische vloeistof

0

> 4000

GF1

Brandbaar gas

384

40

GF2

Brandbaar gas

96

280

GT2

Toxisch gas

0

245

GT3

Toxisch gas

626

560

GT4

Toxisch gas

0

> 4000

GT5

Toxisch gas

0

> 4000

De beoogde ontwikkeling is buiten de maximale effectafstanden gelegen van de gevaarlijke stoffen die vervoerd worden over de Rijksweg A15 (wegvak G14). Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankwagen. In de regeling basisnet is aangegeven dat een plasbrandgebied reikt tot 30 meter aan weerszijde van het wegvak (gemeten vanaf de buitenste kantstrepen). De afstand tussen de buitenste kantstreep van de A15 en het plangebied bedraagt circa 1,85 kilometer. Er wordt voldaan aan de aan te houden afstand. Conclusie transportroute A15 Het plangebied is niet gelegen binnen de maximale effectafstand van vervoerde stoffen over de A15. De Rijksweg A15 vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.

Betuwelijn

Ten noorden van het plangebied is op circa 1,9 kilometer afstand de Betuwelijn gelegen (spoortrajectnummer 202F.1). De spoorlijn kent een PR-plafond van 30 meter, een GR-plafond 10-7 van 280 meter en een GR-08 plafond van 1298 meter. Er is een plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Er geldt een Warme/koude Bleve verhouding A van 0,15 en een Warme/koude Bleve verhouding B2 van 0,89. Over de Betuwelijn worden de in tabel 3 (op de volgende pagina) weergegeven gevaarlijke stoffen vervoerd.

1908/176/JOW-03.3 pagina 7 van 10

Tabel 3: gegevens Betuwelijn Stofcategorie

Hoeveelheden

Maximale effectafstand

(ketelwagens)

(m) 450

A

Brandbaar gas

50920

B2

Toxisch gas

6240

995

B3

Zeer toxisch gas

730

> 4000

C3

Zeer brandbare vloeistof

111880

35

D3

Toxische vloeistof

6380

375

D4

Zeer toxische vloeistof

3920

> 4000

Het plangebied is gelegen buiten 200 meter van de Betuwelijn, echter wel gelegen binnen de maximale effectafstand van de stofcategorieën B3 en D4. Het groepsrisico hoeft derhalve niet worden berekend met het programma RBM II, maar gezien de ligging binnen de maximale effectafstanden van de stofcategorieën B3 en D4 dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankwagen. In de regeling basisnet is aangegeven dat een plasbrandgebied reikt tot 30 meter aan weerszijde van het wegvak (gemeten vanaf de buitenste kantstrepen). De afstand tussen de buitenste kantstreep van de Betuwelijn en het plangebied bedraagt circa 1,9 kilometer. Er wordt voldaan aan de aan te houden afstand. Conclusie Betuwelijn Voor de Betuwelijn dient vanwege het vervoer van de stoffen B3 en D4 een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. Beperkte verantwoording Betuwelijn en binnenvaartroute Corridor Rotterdam - Duitsland Over de Betuwelijn worden, voor zover relevant voor het plangebied, wagons met zeer toxisch gas (B3) en zeer toxisch vloeistof (D4) vervoerd.

Over de binnenvaartroute Corridor Rotterdam – Duitsland wordt, voor zover relevant voor het plangebied, containers met toxische vloeistof (LT1) en toxisch gas (GT3) vervoerd. Het plangebied is op meer dan 200 meter van deze transportroutes gelegen. Derhalve dient conform het Bevt, artikel 7 ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid met betrekking tot het toxisch scenario. Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een calamiteit bij een inrichting of bij transport van toxische stoffen er een lekkage ontstaat en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen.

1908/176/JOW-03.3 pagina 8 van 10

Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. De toxische damp wordt immers meegevoerd door de wind. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Voorts geldt vanzelfsprekend dat effectbestrijding bij een calamiteit op het spoor makkelijker zal verlopen bij een calamiteit op een binnenvaartroute. Door een ongeval op het water breekt bij een binnenvaarttanker de aansluiting met de leiding op het dek af, waardoor de toxische stoffen meteen verdampen. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn.

De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Vluchtmogelijkheden Het plangebied wordt via de bestaande wegenstructuur goed ontsloten, waardoor het gebied goed te ontvluchten is. Bij blootstelling aan een toxisch gas is ‘schuilen’ vaak de beste wijze van zelfredzaamheid. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze om de zelfredzaamheid te vergroten. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij voorkeur worden de woningen uitgerust met voorzieningen waarmee toxische stoffen kunnen worden buitengesloten, zoals uitschakelbare mechanische ventilatie en/of luchtdicht afsluitbare gevelelementen. WAS-netwerk / NL-alert Voor hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit kan met behulp van het zogenaamde waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Het WASnetwerk is dekkend voor het plangebied.

Het gebruik van WAS, eventueel aangevuld met het gebruik van NL-alert kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt. Bereikbaarheid / blusvoorzieningen Het plangebied is relatief dichtbij een brandweerkazerne gelegen. Op 5,9 kilometer (10 minuten Afstand, normaal wegverkeer) ligt aan de Arkelsedijk 22 te Gorinchem een brandweerkazerne. Verkeerskundig gezien is er sprake van een goede ontsluiting voor hulpdiensten. Het planvoornemen voldoet hiermee aan de zorgnorm voor nieuwe woonfuncties (12 minuten).

1908/176/JOW-03.3 pagina 9 van 10

In de toekomstige situatie moet er voldaan worden aan de Handleiding bluswatervoorziening of een gelijkwaardig voorstel van de brandweer. Conclusie beperkte verantwoording Het plangebied ligt binnen de maximale effectenafstand in navolging van de stof LT1, GT3, B3, D4 van de twee beschouwde transportroutes (allen toxische stoffen). Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht beperkt ingevuld conform het Bevt, artikel 7. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Het wordt geadviseerd om planvoornemen en voorliggend rapportage aan de Veiligheidsregio en de gemeente Gorinchem voor te leggen voor eventueel concrete(re) adviesmaatregelen. Conclusie Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat het plangebied gelegen is in het invloedsgebied van binnenvaartroute Corridor Rotterdam - Duitsland. Aan de hand van de vuistregels van het HART is vastgesteld dat voor deze binnenvaartroute een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld dient te worden. Uit de inventarisatie is verder gebleken dat eveneens voor de Betuwelijn een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient te worden gegeven.

Ten aanzien van de Rijksweg A15 geldt voor het plangebied geen belemmering vanuit het aspect externe veiligheid. De beperkte verantwoording(en) van het groepsrisico is ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Het wordt geadviseerd om planvoornemen en voorliggend rapportage aan de Veiligheidsregio en de gemeente Gorinchem voor te leggen voor eventueel concrete(re) adviesmaatregelen. Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V. drs. R. Schumacher Junior projectleider ruimtelijke ordening Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

1908/176/JOW-03.3 pagina 10 van 10

1 210617 I&O omgevingsvergunning en Tiny houses Bijlage Quickscan flora en fauna 23-4-21.pdf

Quickscan flora en fauna Waaldijk 20 Dalem

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Boomgaard de Fazant T.a.v. F. Klercq Waaldijk 20 4213 LA GORINCHEM betreffende locatie Waaldijk 20 Dalem (gemeente Gorinchem) documentkenmerk 1908/176/JOW-02 versie 2 vestiging Nuenen datum 23 april 2021

opgesteld door: ing. J.H.J. van Bree

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

6

4

Resultaten

7

4.1

Flora

7

4.2

Vogels

7

4.3

Grondgebonden zoogdieren

9

4.4

Vleermuizen

10

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

11

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

12

5

Conclusies

13

5.1

Beschermde gebieden

13

5.2

Soorten

13

5.3

Zorgplicht

14

5.4

Eindconclusie

15

5.5

Advies

15

6

Literatuurlijst

17

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 8 januari 2020

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

1 Inleiding In opdracht via Welmers Burg Stedenbouw is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Waaldijk 20 te Dalem. Het voornemen bestaat om aan de zuidoostelijke bosrand 10 tiny houses te realiseren. Daarnaast worden er 10 recreatiewoningen gerealiseerd rondom de aanwezige paddenpoel in het noorden van het plangebied. Tevens wordt er een nieuwe beheerderswoning, opslagloods en hooimijt gerealiseerd. Ook worden er 25 parkeerplaatsen aangelegd in het kader van de aanleg van de tiny houses en overige voorzieningen. Daarnaast wordt de ter plaatse aanwezige beheerderswoning geamoveerd. Deze ontwikkeling wordt in 2 juridische procedures opgedeeld. Ten eerste wordt de ruimtelijke onderbouwing (afwijking op het vigerend bestemmingsplan) voor de aanleg van de 10 tiny houses en 10 parkeerplaatsen ten behoeve van de tiny houses aangeleverd. Ten tweede zal er een bestemmingsplanprocedure opgestart worden voor de realisatie van de beheerderswoning, opslagloods, de 10 recreatiewoningen en de aanleg van 15 parkeerplaatsen ten behoeve van de te realiseren functies. Het plangebied betreft het kadastrale perceel gemeente Gorinchem, sectie P, nummer 1351 en 1352 en heeft een totaal oppervlak van circa 82,730 m2. De huidige bestemming van het plangebied is “Argarisch met waarden” en is op dit moment in gebruik als boomgaard.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)

Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld.

pagina 1 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in het buitengebied van Dalem is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In navolgende figuren 3 en 4 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. In figuur 3 is het Natura 2000-gebied met de limegroene en gele kleur aangeduid. In figuur 4 (op de volgende pagina) betreffen de donkergroene, paarse en blauwe kleuren het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Gelderland ook wel Gelders Natuurnetwerk (verder: GNN) genoemd. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. Van de gebieden die binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen.

pagina 3 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 582 meter ten zuiden van het plangebied gelegen en betreft “Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem”. Het natuurgebied is in het uiterste westen van Gelderland gelegen en grenst aan Noord-Brabant. Het bevindt zich op de overgang van de bovenrivieren naar de benedenrivieren. Binnendijks bestaat het gebied uit drie deelgebieden. Loevestein bestaat in de uiterwaarden van de Waal voornamelijk uit grasland en moeras. Pompveld is een kleine polder met een eigen waterhuishouding. Het omvat voornamelijk moeras, grienden en vochtige graslanden. De Kornsche Boezem is eveneens een polder waar veel grienden voorkomen. Het Natura 2000-gebied in het geheel heeft een rijke visfauna en is daarbij een kerngebied voor de grote modderkruiper. De doelsoorten in het Natura 2000-gebied “Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem” betreffen onder andere waterafhankelijke soorten zoals de bittervoorn, grote modderkruiper, kleine modderkruiper, rivierdonderpad, kamsalamander en bever. Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen zoals de meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, slikkige rivieroevers, stroomdalgraslanden, ruigten en zomen, glanshaver- en vossenstaarthooilanden en vochtige alluviale bossen onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen.

In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Zuid-Holland is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN is op een afstand van circa 30 meter ten zuiden van het plangebied gelegen.

Figuur 4: kaart NNN. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html)

pagina 4 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert een externe werking als het gaat om NNN, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied niet op voorhand uit te sluiten is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 582 meter op relatief kleine afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Er zijn habitattypen en diersoorten aanwezig die gevoelig zijn voor vermesting en verzuring door stikstof, zoals de stroomdalgraslanden en de kamsalamander. De geplande tiny houses en recreatiewoningen worden echter op een externe locatie volledig opgebouwd en vervolgens in één beweging naar het plangebied vervoerd en geplaatst. Hierdoor betreft het een beperkte ingreep (sloop beheerderswoning en plaatsen van complete tiny houses en recreatiewoningen). Tevens bestaat het planvoornemen om de tiny houses en recreatiewoningen zo zelfvoorzienend mogelijk (gasloos) te maken. Hierdoor valt een significant negatief effect op het Natura 2000-gebied niet te verwachten.

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X: 129 / Y: 426 en X:130 / Y:426. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhokken c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2020 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, boommarter, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, hermelijn, wezel, bunzing, rosse woelmuis, watervleermuis, baardvleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, gewone bosspitsmuis, mol en vos.

In de periode 2000-2020 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, meerkikker, heikikker, bruine kikker en kamsalamander.

pagina 5 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

3 Veldbezoek Het plangebied is op 8 januari 2020 in de middag bezocht. Er was sprake van bewolkt, droog weer, met windkracht 1 Bft en een temperatuur van circa 10 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een boomgaard.

In het noorden bevindt zich een klein bos en een paddenpoel en in het westen ligt een oude beheerderswoning. In de boomgaard zijn nestkasten voor mezen geplaatst en in de bomengroep in het noordelijke deel van het plangebied is een roofvogelkast gelokaliseerd. De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 6 van 17

documentkenmerk: 1908/176/JOW-02, versie 2

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig in de vorm van een beheerderswoning zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels niet op voorhand is uitgesloten. De aanwezige bomen en struiken kunnen tevens dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in “stedelijk gebied” en “bomenrijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Ook voor watervogels is in de directe omgeving van het plangebied geschikt gebied aanwezig. Voor weide- en struweelvogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn zes fazanten (Phasianus colchicus), zeven koolmezen (Parus major), drie merels (Turdus merula), een goudhaan (Regulus regulus) en een roodborst (Erithacus rubecula) aangetroffen binnen het plangebied. Er zijn ook vier overvliegende zilvermeeuwen (Larus argentatus), twee buizerds (Buteo buteo), een ekster (Pica pica), een zwarte kraai (Curvus corone), en een grauwe gans (Anser anser) waargenomen.

Verder is een aantal vogels in de directe omgeving van het plangebied gehoord, namelijk enkele koolmezen (Parus major) en zwarte kraaien (Corvus corone). Er zijn binnen het plangebied ongeveer acht nesten aangetroffen. Hiervan zijn vier nesten afkomstig van vogels zonder jaarrond beschermd nest, zoals de ekster (één nest), houtduif (één nest) en zwarte kraai (twee nesten). De overige vier nesten zijn horsten van de buizerd (waarvan twee oud). De nesten zijn weergegeven in figuur 5 op de volgende pagina. Nesten, rustverblijfplaatsen en individuen van de buizerd zijn jaarrond beschermd en vallen onder de categorie 4 (vogels die jaar in jaar uit van hetzelfde nest gebruik maken en nauwelijks tot niet in staat zijn om zelf een nest te bouwen). De vogels mogen niet opzettelijk worden gedood of gevangen en de nesten mogen niet opzettelijk worden beschadigd of verstoord. De bomen waar de nesten zich in bevinden blijven volgens het planvoornemen behouden. Het plangebied kan tevens dienen als foerageergebied voor de buizerd. De buizerd is te vinden in verschillende leefgebieden. Ze komen voor in bossen afgewisseld met heide, boerenland en steeds meer in steden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=06440092-06ee-48e7-b4e1-2d648377a5b1