CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

230420 Concept verslag raadsvergadering Gorinchem.docx

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies28.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ik vind het heel legitiem om van mensen met een wat hoger inkomen – en als je gaat kijken op gezinsniveau, zit je, als je een twee persoonshuishouden hebt, met deze norm echt tegen het modaal inkomen aan –te verwachten dat ze wellicht buiten de Wmo om zelf tot een oplossing kunnen komen. En kunnen we het dan hebben over arbeidsmarkt en krapte? De markt van de gecontracteerde partijen is echt een hele andere markt dan die van de individuele huishoudelijke hulp die zich aanbieden. Als je googelt op Marktplaats, kun je zó, ook in Gorinchem, aanbod vinden van mensen die zich aanbieden als huishoudelijke hulp. Zeker in tijden van schaarste vind ik het heel legitiem dat de overheid ook kijkt naar wat iemand daarin zelf kan betekenen. En mocht het iemand echt niet lukken, dan heb ik er vertrouwen in dat daarbij geholpen en ondersteund wordt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met mevrouw Loderus, Stadsbelang. Mevrouw Loderus: Bedankt, voorzitter. Als je te maken hebt met schaarste, is het van belang te kijken hoe je die schaarste zo eerlijk mogelijk kunt verdelen, oftewel: hoe kun je het beste prioriteren? Op dit moment is sprake van een stijging van het gebruik en de uitgaven van de huishoudelijke ondersteuning. Met name hogere inkomensklassen hebben een belangrijk aandeel hierin.

Het gevolg is dat het voor aanbieders moeilijker wordt om huishoudelijke ondersteuning te bieden. Dit heeft weer geleid tot wachtlijsten. De grote vraag hierbij is: wie laat je voorgaan op het moment van deze schaarste? Er wordt momenteel geen onderscheid gemaakt wie er bij schaarste als eerste in aanmerking komt voor huishoudelijke ondersteuning. Dit heeft in eerste instantie geleid tot een raadsvoorstel om een inkomenstoets te hanteren bij toegang tot huishoudelijke ondersteuning. Hier kwamen bezwaren tegen en derhalve ligt nu een nieuw raadsvoorstel voor om financiële zelfredzaamheid mee te wegen wanneer sprake is van wachtlijsten, ofwel dreigende wachtlijsten. Het doel is hetzelfde: huishoudelijke hulp toekennen aan degenen die dit het hardst nodig hebben. Hierbij wordt niet alleen rekening gehouden met D - 39

het onderscheid in lagere inkomens en hogere inkomens binnen de gestelde bandbreedte. Ook bij hogere inkomens kan er reden zijn om voorrang te geven aan huishoudelijke ondersteuning op lagere inkomens. Eigenlijk sluit het een beetje aan bij wat de heer Krol net ook al aangaf. Om het voorbeeld dat in B&A genoemd werd nog maar eens te herhalen: stel dat iemand een gebroken been heeft, alleenstaand is en tot een hogere inkomensklassen behoort, dan kan het zo zijn dat diegene voorrang krijgt op het toekennen van huishoudelijke hulp ten opzichte van iemand met bijvoorbeeld een lager inkomen. Echter, nog wel een aandachtspunt voor de wethouder. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat leveringsproblemen van aanbieders van huishoudelijke hulp een reëel scenario is. Onze vraag is: met welke aanbieders wordt vanuit de Wmo samengewerkt in Gorinchem? Is er een mogelijkheid dat dit uitgebreid wordt naar meerdere aanbieders? Wij zijn benieuwd naar deze antwoorden. Het is belangrijk om vanuit meerdere kansen te kijken wat te doen om wachtlijsten te voorkomen, of zo beperkt mogelijk te houden. Verder mag het denk ik duidelijk zijn dat wij in ieder geval positief gestemd zijn over het raadsvoorstel. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan, Democraten Gorinchem. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter.

Bij de invoering van het abonnementstarief hielden gemeenten en talloze andere betrokken instanties en organisaties hun hart vast. De waarschuwingen over de financiële tekorten, dat het haaks zou staan op het gedachtegoed van zelfredzaamheid en dat door de aanzwellende vraag straks iedereen slechter af zou zijn, vooral de lage inkomens, mochten niet baten. En hier staan we dan, alweer, met de gebakken peren van Den Haag. Gelukkig is een mogelijke oplossing in zicht vanaf 2025, maar voor nu hebben we wel te maken met de situatie zoals die is, en die is dat inwoners straks op wachtlijsten komen te staan in afwachting van thuishulp en deze niet geleverd kan worden. En de situatie is nu ook dat er inwoners zijn die een beroep doen op de Wmo, wat hun goed recht is, maar financieel gezien misschien ook andere mogelijkheden hebben. Op het realisme van deze andere mogelijkheden kom ik zo nog terug. Ik wil eigenlijk eerst met de deur in huis vallen. Wij hebben twee grote zorgpunten bij dit voorstel, die ons dan ook sterk doen twijfelen. Het eerste gaat over de rechtmatigheid van het meewegen van financiële mogelijkheden bij de eigen kracht.

In de Kamerbrief van 22 april 2022 schrijft de staatssecretaris daarover het volgende: “De wet laat geen ruimte om binnen de eigen kracht als bedoeld in artikel 2.3.5 3de lid van de Wmo 2015 rekening te houden met de financiële mogelijkheden van een persoon om de gevraagde ondersteuning zelf te bekostigen. Jurisprudentie wijst dan ook keer op keer uit dat een gemeente in haar Wmo-verordening geen andere financiële voorwaarden mag opnemen dan de wettelijke eigen bijdrageregeling.” Ons lijkt hieruit logisch af te leiden dat het dan ook niet rechtsgeldig is wanneer een gemeente niet in de verordening, maar in de beleidsregels iets dergelijks opneemt. Een inwoner wordt weliswaar niet uitgesloten van de Wmo met het voorstel, maar wij mogen dus niet de financiële mogelijkheden tot de eigen kracht of de zelfredzaamheid rekenen, ook niet bij de bepaling van de volgorde op de wachtlijst. Wij willen vragen of de wethouder haar duiding hierop kan geven, de uitspraak van de staatssecretaris meenemend. Het tweede zorgpunt, voorzitter, gaat over hoe eerlijk het is om financiële mogelijkheden als component op te nemen, gezien de huidige arbeidsmarkt, waarin ook de particuliere D - 40

huishoudhulpen schaars zijn. In hoeverre is het fair om te zeggen: u heeft meer inkomen, u kunt ook zelf iemand bekostigen, terwijl dit in de praktijk misschien helemaal niet te realiseren is? In principe willen wij hetzelfde bereiken. Ook wij vinden het geen verkeerd idee om de financiële mogelijkheden in kaart te brengen in de bepaling van de zelfredzaamheid van de inwoner, maar dan moet het wel rechtsgeldig zijn en een realistisch criterium. Ook zijn wij sterk van mening dat dit dan niet de enige factor mag zijn waarnaar wordt gekeken, maar dat het onderdeel moet zijn van een bredere zelfredzaamheidsscan. Zo staat het ons inziens nu wel in de beleidsregels verwoord, dat er een inkomenstoets wordt gedaan en dat daar direct consequenties aan zijn verbonden: is uw inkomen hoger dan 185%, dan wordt u achteraan de wachtlijst geplaatst, tenzij uiteraard met een hardheidsclausule. Maar dat is wat ons betreft de omgekeerde wereld. Het moet niet zo zijn dat je met een hoog inkomen onderaan de wachtlijst komt te staan, maar dat de financiële zelfredzaamheid een factor is om te bepalen wie het meest urgentie nodig heeft. En dit moet altijd in zijn volledigheid worden afgewogen. Nu staat het opgeschreven alsof dit het enige afwegingskader is dat telt.

Belangrijk in ons eindoordeel over dit voorstel is dus ook de bereidheid, of een eventuele toezegging van de wethouder, dat de inkomenstoets slechts een hulpmiddel zal zijn om de financiële mogelijkheden in kaart te brengen en dat deze financiële mogelijkheden onderdeel zijn van een veel bredere zelfredzaamheidsscan op basis waarvan wordt bepaald wie het meest urgentie nodig heeft in tijden van wachtlijsten. Concluderend hebben wij dus nog zorgpunten die ons sterk doen twijfelen over dit voorstel en het überhaupt opnemen van de component van financiële mogelijkheden. Wij zullen na dit debat en beantwoording van de wethouder onze afwegingen hierin maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Houwelingen, SP. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Het raadsvoorstel Wmoverordening, oftewel: willen we de inkomenstoets inzetten? Bij de invoering van de Wmo in 2007 is de functie ‘hulp bij huishouden’ overgeheveld naar de gemeente en daarbij is ook de inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Voor hogere inkomens was het hierdoor niet aantrekkelijk om hulp bij het huishouden via de Wmo te regelen, want dan betaalde je vaak een eigen bijdrage die hoger was dan de kosten voor het zelf regelen van hulp. Dankzij het regeerakkoord is in 2019 een abonnementstarief ingevoerd.

Hierdoor kan nu iedereen die huishoudelijke hulp, dagbesteding of hulpmiddelen nodig heeft een tegemoetkoming bij de gemeente vragen, ook degene die het wel kan betalen. Veel mensen die voor 2019 nog particuliere hulp hadden, hebben daarom nu ook huishoudelijke hulp via de Wmo, omdat het nu eenmaal veel goedkoper is. Maar deze toename hebben de kosten flink doen stijgen, een toename van 25%, en veel belangrijker nog: door de wijziging zijn lange wachtlijsten ontstaan bij de huishoudelijke hulp en men kan de vraag niet meer aan. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk.

D - 41

Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik vraag me af waar u vandaan haalt dat de hogere inkomens de reden zijn van de toename. Kan het niet zo zijn dat er gewoon meer sprake is van vergrijzing, mensen die langer thuis wonen, alternatieven die maken dat meer mensen een appel doen op de Wmo? De heer Van Houwelingen: Ik zeg niet dat de vergrijzing niet een reden kan zijn, maar ik heb ook gezien waarom straks de wetswijziging in 2025 gaat plaatsvinden, waardoor weer de eigen bijdrage komt, en daarin staan én vergrijzing én wel degelijk het terugdraaien van het abonnementstarief, waardoor de wachtlijsten zijn opgelopen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Het voorstel is om het in 2025 in te voeren, maar het is nog niet zeker dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren. De heer Van Houwelingen: Dat klopt, maar de reden voor die wetswijziging is dat de wachtlijsten zijn opgelopen doordat er daarvoor wel een eigen bijdrage was en dat nu is afgeschaft, en de vergrijzing telt inderdaad ook mee. Dat zijn twee factoren die daarin worden genoemd. Nou, de vergrijzing gaan we niet wegnemen, maar Den Haag denkt daar wel degelijk in te kunnen sturen door middel van een eigen bijdrage op basis van inkomen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Maar dan nog is nergens terug te vinden dat dit in Gorinchem ook aan de hand is. Nergens is op papier terug te vinden dat de hogere inkomens de reden zijn voor toenemende zorgafname via Wmo.

De heer Van Houwelingen: Nee, ik heb ook in het raadsvoorstel gezien dat het voorstel dat nu voorligt inderdaad is gedaan op basis van die landelijke toets. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Houwelingen: Ik kom nu op een belangrijker punt. De inbreng van mevrouw Den Heijer van de Stichting Gorinchems Platform voor Gehandicaptenbeleid liet weinig aan de verbeelding over. Bij de laatste schaarste is gewoon keihard aan iedereen gevraagd om hulp in te leveren, om die uren te verspreiden toen alle stoplichten op rood stonden. Is dat eerlijk? Moeten we bij krapte de gemeente naar de cliënten sturen om te vragen of ze hulp willen inleveren, terwijl ze die ook duidelijk nodig hebben, of moeten we tegen alle nieuwe cliënten zeggen: sorry, alle seinen staan op rood, we hebben geen plaats, want ergens moet er ruimte gevonden worden? En nee, dat willen wij als SP niet meer. Wat de SP betreft, zouden we terug kunnen naar de oude situatie, omdat de inkomensafhankelijke berekening in het verleden geen probleem heeft veroorzaakt en de huidige situatie door de aanzuigende werking juist capaciteitsproblemen heeft opgeleverd. Je kunt je afvragen of 185% hoog genoeg is, maar dat de wethouder hiermee vast vooruitloopt op de aankomende wetgeving is niet zo vreemd en heel ver gaat het voorstel ook niet. Het vraagt om uitstel, niet om afstel.

Iedereen krijgt hulp, maar kwetsbaren met een minder inkomen krijgen voorrang op de wachtlijst. Je zoekt ruimte, daar waar mogelijk ruimte kan zijn, en of het eerlijk is... ja, wat ik van eerlijk delen heb verstaan, zie ik meer in het eerlijk verdelen. En dat maakt het verschil in dit geval tussen groen en SP rood. Kortom, wij steunen het raadsvoorstel.

D - 42

Omdat het onderdeel is van de discussie, wil ik even terugkomen op de inkomenstoets en waarom wij denken dat het wel mogelijk is om die in te zetten. Kijk, gemeenten mogen geen inkomenspolitiek voeren. Dat lijkt helder, maar dat is lastig voor gemeenten, want we krijgen ook steeds meer taken van Den Haag, zoals de Wmo, naar ons toegeschoven en we zijn ook verantwoordelijk voor de budgetten die daarmee samengaan. Maar is er sprake van inkomenspolitiek en wanneer is het een aanvullend beleid of compensatiemaatregel? Want dat laatste behoort wel tot de bevoegdheden van de gemeente. Die lijn tussen inkomenspolitiek en compensatiemaatregel is dun, maar compenseren mag en dat, zo zien wij het, is precies wat het raadsvoorstel vraagt. Je kunt het anders willen lezen, maar ik lees toch echt: “bij het ontstaan van leveringsproblemen voorrang geven aan nieuwe cliënten met een lager inkomen”, dus op basis van inkomen compenseer je hem naar de positieve kant. Als je het anders leest, zeg je misschien “dan zetten we mensen met een hoger inkomen aan de andere kant”, maar zo staat het er niet en is het een compensatiemaatregel, dus zou ik willen voorstellen het als een compensatietoets te doen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Zo staat het er wél! De heer Van Houwelingen: Ik lees dit toch echt uit het raadsvoorstel.

Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ja, maar op het moment dat je onderscheid gaat maken op basis van inkomen, maak je daar dus onderscheid op. De heer Van Houwelingen: Daarom, dat is halfvol / halfleeg, maar zo lees ik hem en dan is het een compensatiemaatregel. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dat vind ik een politieke duiding. De heer Van Houwelingen: Zo is het ook. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Dan ben ik benieuwd hoe de heer Van Houwelingen de woorden van de staatssecretaris leest, waar hij heeft gesteld dat het meenemen van financiële mogelijkheden voor het bepalen van de eigen kracht wettelijk niet is toegestaan. Hoe kijkt u daar dan tegenaan in relatie tot dit voorstel? De heer Van Houwelingen: Zoals ik zeg, ik zie het meer als een compensatie, dus dat je zegt: oké, u zit in zwaarder weer dan een ander en dus geven wij u voorrang op de anderen en zetten we u bovenaan de lijst. Mevrouw Pellikaan: Maar het verlenen van voorrang gebeurt toch op basis van de financiële redzaamheid die in kaart is gebracht? De heer Van Houwelingen: Niet alleen. Er wordt een volledig onderzoek gedaan. Mevrouw Pellikaan: Maar in de beleidsregels zoals ze nu zijn opgesteld staat dat als eerste de financiële mogelijkheden geldend zijn en dat op basis daarvan de volgorde op D - 43

de wachtlijst wordt bepaald. Er staat niet geborgd dat dat in combinatie gebeurt met andere factoren, en daar zit dan ook ons zorgpunt. De heer Van Houwelingen: Zo zie ik het niet. Er wordt een volledig onderzoek gedaan en onderdeel daarvan is de inkomenstoets, waarvan ik denk dat je dan inderdaad mag zeggen van “nou, u krijgt voorrang, of niet”, dus het is een onderdeel daarvan. Naar rato van de uitkomst van dat onderzoek zul je een nummer krijgen, voorrang of niet. Mevrouw Pellikaan: Diezelfde duiding lezen wij ook als we kijken naar het voorstel, maar die zien we dus niet terug in de vertaling naar de beleidsregels. De heer Van Houwelingen: Dat heb ik dan niet zo helder. Ik zou het graag willen terugkijken en er dan eventueel later op terugkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van ’t Westende, VVD. Het is haar maidenspeech, dus geen interrupties. Mevrouw Van ’t Westende-de Bijl: Dank u wel, voorzitter. Sinds de Wmo in 2015 haar intrede deed, moet de gemeente ervoor zorgen dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zoveel mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. De Wmo is een wet waarmee je vaak pas in aanraking komt op het moment dat er veel in je leven speelt, waarin je wellicht kwetsbaar bent en er genoeg uitdagingen zijn. De afgelopen weken hebben we in de voorbereidende sessies naar deze raadsvergadering toe discussies gevoerd met de wethouder.

De discussie spitste zich toe op de inkomenstoets in relatie tot de inzet van huishoudelijke ondersteuning en wachtlijsten, dit vooruitlopend op de landelijke wetgeving, waarvan is aangegeven dat deze mogelijk in 2025 volgt. De vragen die zijn gesteld, de discussies die hebben plaatsgevonden en de bespiegelingen die zijn gedeeld en nog worden gedeeld, hebben laten zien dat er verschillende zienswijzen zijn. Tegelijkertijd beseft ook onze fractie dat het een ingewikkeld vraagstuk is en dat je ten tijde van schaarste keuzes moet maken. Ook vinden wij dat het beleid niet strijdig kan zijn met wetgeving, dit om te voorkomen dat er rechtsongelijkheid ontstaat tussen inwoners die de weg van bezwaar wel kunnen en willen bewandelen en inwoners die dit niet kunnen. Op het moment dat je een beroep doet op de Wmo, speelt er al vaak genoeg in het persoonlijk leven van de betrokkene. De Wmo is een complex onderwerp, want de Wmo gaat naast beleid altijd over mensen, mensen die door omstandigheden in hun leven hulp nodig hebben en door onder andere de inzet van de Wmo kunnen zij zoveel mogelijk zelfstandig hun leven blijven leiden. Voor mij en voor onze fractie is het van belang dat we ook richting de toekomst vanuit het beginsel van gelijkheid deze hulp en kansen blijven aanbieden.

In het voorliggende voorstel is een aantal zaken naar aanleiding van de discussies genuanceerd en dat vindt onze fractie positief. Op basis van dit nieuwe voorstel hebben we nog wel twee vragen aan de wethouder. We vinden het belangrijk dat ongeacht het principe van de inkomenstoets en de dreiging van wachtlijsten tijdens de keukentafelgesprekken altijd wordt verkend of er alternatieve mogelijkheden zijn voor de inzet van de huishoudelijke ondersteuning. Op deze manier kunnen wachtlijsten wellicht

D - 44

ook worden voorkomen. De vraag is of de wethouder kan bevestigen dat deze verkenning onderdeel is van het beleid. Ten tweede. Er is juridisch advies ingewonnen over de houdbaarheid van dit nieuwe voorstel. De gemeente geeft aan dat zij op basis van dit advies het voorstel juridisch houdbaar acht. Vraag van onze zijde is hoe de gemeente handelt als op grond van de inkomenstoets wel bezwaar wordt aangetekend door de cliënt. In de afgelopen periode heeft de wethouder in onze ogen veel gedaan om tot een passende oplossing voor dit complexe vraagstuk te komen en vooruitlopend op de beantwoording van onze vragen staan wij dan ook positief tegenover dit raadsvoorstel. (Applaus) De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest, CDA. De heer Van der Geest: Voorzitter, dank. Na twee B&A-sessies inderdaad, zoals gezegd, waarvan ik er maar eentje kon bijwonen, dus vanaf deze plek ook nog aan de heer Van der Meijden dank voor het vervangen, ook van onze fractie. Ik was er in ieder geval 23 maart bij, waarin we met elkaar als raad op zoek waren naar oplossingen om het eerste raadsvoorstel, dat ons inziens gewoon in strijd was met de wet, te verbeteren.

We zijn toen op zoek gegaan naar oplossingen, maar ook naar een compromis met elkaar, van: hoe kunnen we elkaar vinden in het debat, ook met de wethouder? Want er ligt een conceptwetsvoorstel, waarvan gehoopt wordt dat het in ‘25 hoopt in zal gaan, maar het blijft een conceptwetsvoorstel. Het huidige voorstel is inderdaad een verbetering, dus dank voor het opstellen daarvan, maar bij vlagen ook wat onduidelijk – mevrouw Pellikaan heeft daar ook wat over gezegd –, want soms lijkt het echt alsof het één van de wegingen is van de beoordeling van iemand, maar soms lijkt het ook wel de enige reden om een wachtlijstprioritering vast te stellen. De wethouder gaf in de B&A-sessie aan: ik ga niet met hagel schieten, ik heb wel iets nodig om naar het inkomen te kijken, om dat in die weging mee te nemen, want anders gaan we met iedereen het gesprek voeren en komen we nergens uit. Dus we snappen wel dat we iets nodig hebben, maar met de toezegging die mevrouw Pellikaan net gevraagd heeft, scheppen we volgens mij die helderheid en niet alleen hier wat we nu aan het vaststellen zijn, maar ook voor de professionals dadelijk om te gaan uitvoeren. Dat vinden we ook relevant: dat zij goed beslagen ten ijs komen, want wij hebben er wel vertrouwen in dat zij in de weging die zij gaan maken de juiste keuze en de juiste prioritering maken.

Toch, voorzitter, vragen we nog wel een andere toezegging aan de wethouder, en dat is dat we graag na negen een maanden een evaluatie zien, en dan vooral ook betreffende de werkbaarheid van deze regels voor de professionals in de uitvoering. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Dansen namens het college. Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Eens kijken of ik nog uit mijn gekrabbel kan komen. Ik loop maar eventjes de verschillende opmerkingen en bijdragen na, dat is waarschijnlijk het handigste; dan hoor ik wel of ik iets vergeet. De PvdA verkeert blijkbaar in de veronderstelling dat wij dit voorstel doen om de kosten te drukken. Dat is natuurlijk niet zo. Wij doen dit voorstel omdat wij schaarsteproblemen hebben in Gorinchem op dit gebied.

D - 45

De PvdA vraagt ook naar alternatieven en of het juridisch houdbaar is. Dat is meerdere keren gevraagd. Wij hebben dat natuurlijk nagevraagd bij onze afdeling en die zegt dat het haalbaar is, maar het is een nieuw terrein dat we betreden en of dat ook werkelijk zo is, weet je nooit zeker, al denken wij van wel. Wij denken ook dat we goede redenen hebben om dat te denken, dat is ons ook meegegeven, maar dat weet je pas zeker op het moment dat het ooit voorligt. U vraagt ook om zorgvuldige communicatie. Dat kan ik u natuurlijk altijd beloven, want wij zijn erg van de zorgvuldige communicatie. D66 gaat erin met “wij willen geen inkomenstoets”. Nou, dat laat verder weinig ruimte. Wij hebben die inkomenstoets in het voorstel wel voorgelegd. Daarbij willen wij ook meegeven dat we het met z’n allen nog steeds hebben over schaarste. We hebben dit voorstel zó gedaan, dat we het hebben over “hoe lossen we het nou op op het moment dat we schaarste hebben?” Ik heb vorige week in B&A aangegeven dat wij op dat moment van onze 14 aanbieders er 7 hadden die konden leveren en 7 die niet konden leveren. Op dit moment hebben we een positieve beweging: We hebben er 6 die niet kunnen leveren en 8 die wel kunnen leveren, maar dat zijn echt dagkoersen, dat kan elke dag anders. We zijn nog niet in mei, in mei beginnen de vakanties en dan beginnen ook de problemen.

Ook ik ben manager in de zorg geweest en ik weet dat ik in ieder geval problemen heb gehad in de vakanties met de bezetting vanaf begin mei tot eind september. Dus wij maken onze borst nu alvast nat, voorzitter. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Maar dan weet u als manager in de zorg ook dat je je personeel van tevoren op orde moet hebben en ik mis een beetje de vinger naar de organisaties die gewoon verantwoordelijk zijn voor een goede vakantieplanning. Het probleem van niet leveren, schaarste, is overal in de zorg een probleem, maar de vraag is wel: is dit dan de oplossing? Volgens mij blijft nu de zorginstelling buiten beschouwing: het is prima dat jullie het personele bestand niet op orde hebben, want dan leveren we gewoon aan de kant van de patiënt in. Wethouder mevrouw Dansen: Ik denk niet dat het een goed idee is om hier een discussie te voeren over vakantieplanning. Ik kan u wel zeggen dat, als je je vakanties plant tussen begin mei en eind september, je aan vakantieplanning doet, maar dat is weer wat anders. Het is niet anders, we hebben schaarste en wij moeten prioriteren. De ChristenUnie/SGP zei heel mooi, en daar kon ik met veel instemming naar luisteren, dat de principiële discussie centraal staat. Dat is wat we hier doen.

We weten dat we schaarste hebben, we hebben mensen die allemaal Wmo-huishoudelijke zorg willen ontvangen en we hebben er te weinig van, hoe los je dat op? Zo simpel als wat en binnen dat gegeven hebben wij ervoor gekozen om deze oplossing aan u voor te leggen. Mevrouw Pellikaan: Ik denk dat op de vraag die de wethouder stelt een simpel antwoord is te geven, namelijk: dat kunnen wij niet. Wij kunnen niet de schaarste hier met elkaar oplossen en dat plaatst ons dus ook in deze moeilijke positie. Maar wat wij wel kunnen doen, en daartoe roept u ook op in uw voorstel, is proberen zo goed mogelijk een brede afweging te maken van de zelfredzaamheid van onze inwoners, financiële mogelijkheden daarin een component laten zijn en op basis daarvan met de beste bedoelingen en kennis

D - 46

proberen te bepalen wie op de wachtlijsten, als die ontstaan, urgentie nodig hebben. Bent u het daar met mij over eens? Wethouder mevrouw Dansen: Volgens mij proberen we dat te doen, maar misschien is de methode die wij daarvoor kiezen niet uw methode. We hebben daar echt heel diep over nagedacht. We hebben in de vorige B&A goed geluisterd, met name naar u, over wat een andere oplossing zou zijn dan de oplossing die wij toen gaven, namelijk een bijdrage voor het hele jaar. We hebben er nu voor gekozen om alleen in tijden van schaarste – ik bedoel: zou het zo zijn dat we dit jaar geen schaarste hebben, dan ben ik de eerste die daar ‘hoera’ over roept, want dan hoeven we namelijk niks, dan hebben we gewoon genoeg –, maar nu hebben we naar alle waarschijnlijkheid wel schaarste en dan moet je een keuze maken. Voor mij valt die keuze uit voor de zwaksten. Wie die zwaksten zijn, is natuurlijk een spannende discussie, maar ik vind dat we daarvoor moeten kiezen. Mevrouw Pellikaan: Ik denk dat de wethouder en ik het erover eens zijn dat dan alle componenten in beeld moeten worden gebracht om de zelfredzaamheid in kaart te brengen en dat de financiële mogelijkheden daar een onderdeel van zijn. Volgens mij zijn we het daarover eens. Alleen lees ik dat dus niet zo terug in hoe de beleidsregels nu zijn opgesteld.

Daarin lijkt het alsof de financiële mogelijkheden de enige component zijn waarop wordt afgegaan en dat is waar wij moeite mee hebben. Wethouder mevrouw Dansen: Het is nooit de enige component. Het loopt een beetje door elkaar, maar dan ga ik gewoon die beantwoording er gelijk bij doen. Als je het hebt over de keukentafelgesprekken, waar ook de VVD zojuist naar vroeg: dat doen wij. Wij nemen in die keukentafelgesprekken al mee van “goh, u lijkt toch een mooi inkomen te hebben, weet u zeker dat u geen andere mogelijkheden hebt?”, of hoe ze dat dan ook doen – gelukkig zit ik daar niet, want lijkt me altijd lastig om dat soort dingen te doen –, dus op dat moment kijken we al of we alternatieven kunnen voorleggen, of we met mensen kunnen kijken wat ze willen. Maar met wat u zojuist voorstelde, van “laten we dat grote onderzoek doen en dan kijken hoe verder”, vraag je op elk moment van mensen dingen die je niet hoeft te vragen. Als we het nu alleen doen in tijden van schaarste met onze nieuwe klanten, het gaat om de nieuwe klanten die zich in tijden van schaarste aanmelden voor hulp, is dat voldoende en dan hoef je niet alle andere cliënten die je al hebt en die binnenkomen in tijden waarin er geen schaarste is, te vragen om een inkomenstoets.

Mevrouw Alba Heijdenrijk: Is dat dan juist niet datgene waarmee je in mijn beleving ook de mensen die een minder hoog inkomen hebben eigenlijk stigmatiseert? Want ook die kun je preventief vragen waar ze nog wel toe in staat zijn en wat wel mogelijk is, in plaats van toewerken naar schaarste, dan de noodrem erop en dan tegen alles wat daarna komt, wat net iets teveel verdient, zeggen: jammer. Ik vraag me af of je vanuit het preventieve kader in het keukentafelgesprek alles meeneemt, dus ook die financiële redzaamheid, maar ook bij de minder financieel redzame mensen de vraag stelt: wat kunt u nog wel zelf? Volgens mij is dat de key van eigen kracht. Wethouder mevrouw Dansen: Mevrouw de voorzitter. Volgens mij ben ik dan zojuist onduidelijk geweest, want in die keukentafelgesprekken wordt dat alles besproken. Ik ging ervan uit dat dat bekend was, dat juist dan besproken wordt van “wat hebt u nodig, D - 47

wat kunt u zelf, waar heeft u misschien andere hulp?” Ook in die keukentafelgesprekken bespreek je met elkaar van “als u het nou zelf kunt betalen, misschien zijn er dan andere mogelijkheden, andere oplossingen die je kunt zoeken”. Ik hoop het daarmee voldoende beantwoord te hebben. De heer Koçak: Voorzitter, over keukentafelgesprekken gesproken: u komt ook vanuit het sociaal domein. Ik hoorde net van ChristenUnie/SGP en SP dat er dan volledige onderzoeken worden gedaan om te kijken naar een afwegingskader om een besluit te nemen. Maar zoals u ook weet, denk ik, zijn keukentafelgesprekken geen onderzoeken. Bent u dat met mij eens? Wethouder mevrouw Dansen: Volgens mij zijn keukentafelgesprekken juist in het leven geroepen om in een redelijk informele sfeer met elkaar in gesprek te gaan over de aanvrage die gedaan wordt en in hoeverre we daar een goed en mooi antwoord voor de toekomstige cliënt op hebben. De heer Koçak: Juist, doorvragen, in kaart brengen van levensdomeinen. Maar als ik lees in het voorstel, zoals ChristenUnie/SGP en SP aangeven, dat er volledige onderzoeken worden gedaan, ben ik even in verwarring tussen onderzoek en keukentafelgesprek. Wethouder mevrouw Dansen: Ik zou u niet in verwarring willen hebben, maar ik denk dat het eerder een semantische kwestie is van wat voor woord je ervoor gebruikt.

Uiteindelijk voer je met elkaar een gesprek, dat kun je een onderzoek noemen, je kunt het ook een gesprek noemen waar je resultaten uit haalt. Misschien is dat minder ongerustmakend voor u, meneer Koçak. Ik ga even verder. Democraten Gorinchem vroeg naar de rechtmatigheid. Volgens mij heb ik daar zojuist al het een en ander over gezegd. Ook de staatssecretaris werd geciteerd. Ik kan mij een eerder citaat herinneren van diezelfde staatssecretaris – ik heb niet meer paraat wanneer –, waarin hij zei dat dat inderdaad niet tot de mogelijkheden behoorde, officieel, maar dat hij gemeentes daar niet aan op ging hangen, of een andere tekst in die zin. Mevrouw Pellikaan: Heeft de wethouder ook de toelichting van de staatssecretaris gelezen, waarom hij daar geen verdere actie op ging ondernemen bij deze gemeenten? Wethouder mevrouw Dansen: Het spijt me, dat heb ik niet meer in mijn hoofd. Maar u gaat dat vast voor mij citeren! De heer Krol: Voorzitter… De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Mevrouw Pellikaan verwees naar de brief van de staatssecretaris. Volgens mij ging was die brief met name opgesteld als gevolg van het handelen van een aantal gemeenten om aan de voorkant een inkomenstoets in te bouwen die ging over al dan niet toegang tot de Wmo huishoudelijke hulp, maar dat is hier niet meer aan de orde. Dus volgens mij is de verwijzing naar die brief in dit kader onterecht.

Dit gaat over wachtlijstbeheer.

D - 48

Mevrouw Pellikaan: Maar de gronden waarop dat niet mocht gelden natuurlijk ook voor dit voorstel. Die zullen onveranderd zijn gebleven in de argumentatie van de staatssecretaris. De reden waarom hij geen verdere stappen heeft ondernomen bij deze gemeenten is niet omdat hij dacht “weet je, ik gedoog het maar met zicht op toekomstige wetgeving”. Nee, dat is omdat hij heeft gezegd dat de strijdigheid met de wet al vaststaat en hij gemeenten de ruimte wil bieden om hun lokale beleid in overeenstemming te brengen met het wettelijk kader. Dat is de reden geweest van de staatssecretaris. Wethouder mevrouw Dansen: U wilt een antwoord van mij? Dan heeft op dit moment de ChristenUnie natuurlijk gelijk dat dat niet meer voorligt. Dat was het vorige voorstel, waarin we een bijdrage vroegen van mensen met een hoger inkomen. Op dit moment gebruiken we die toets alleen in tijden van schaarste, om te kijken op welke plaats van de wachtlijst iemand even terechtkomt. Mevrouw Pellikaan: Wat in strijd was met de wet, is dat binnen de eigen kracht rekening werd gehouden met de financiële mogelijkheden van een persoon. Dat is hetgeen wat in strijd was met de wet, en ik concludeer dat dat bij dit voorstel ook het geval is. Wethouder mevrouw Dansen: Het is een overweging die wij meenemen, dat klopt. Ik heb nog twee vragen van de VVD over de keukentafelgesprekken.

Ik hoop dat ik dat intussen genoeg heb toegelicht. Het juridisch advies heb ik volgens mij ook toegelicht. Daar kan ik alleen maar van zeggen dat we dat juridisch advies hebben gekregen, en wij kregen dat op positieve wijze, zo van: wij denken dat het kan. Voor de rest ben ik gewoon ook eerlijk. Ik bedoel: het heeft helemaal geen zin om daar over te jokken. We weten pas helemaal zeker of het kan op het moment dat de eerste zaak daarover geweest is. Dank u wel. De heer Koçak: Voorzitter.. De voorzitter: Ik merk dat men elkaar voortdurend op één punt blijft bevragen. Laten we nu proberen elkaar op nieuwe elementen te bevragen en niet steeds weer op hetzelfde terug te komen. Mevrouw Van ’t Westende. Mevrouw Van ’t Westende-de Bijl: Voorzitter. Ik heb nog een aanvullende vraag aan de wethouder, want in mijn vraagstelling was namelijk de vraag: weet u al hoe u gaat handelen op het moment dat een cliënt bezwaar aantekent tegen de inkomenstoets, dus ten tijde van de schaarste? Wethouder mevrouw Dansen: Zoals elke fatsoenlijke gemeente handelt als ergens bezwaar tegen ingediend wordt: dan ga je in op het bezwaar, dan onderzoek je of het bezwaar terecht is. De voorzitter: De heer Koçak.

De heer Koçak: Kan de wethouder nog even de toezegging herhalen uit de afgelopen B&A-sessie? Wethouder mevrouw Dansen: Was die dan niet genoteerd? Ter informatie van de mensen die daar niet bij waren: meneer Koçak wilde eigenlijk elke week informatie over D - 49

hoe het met de wachtlijsten stond en we hebben aan het eind van de vergadering afgesproken dat ik de raad op de hoogte zou stellen op het moment dat er schaarste ontstond en wanneer die schaarste weer over was, dus dat wij niet meer zouden werken met wachtlijsten. De heer Koçak: En dat niemand buiten de boot zou vallen! Wethouder mevrouw Dansen: Niemand komt in een crepeersituatie. De voorzitter: Mevrouw Loderus. Mevrouw Loderus: Ik weet niet zeker of u al klaar was met het beantwoorden van de vragen, maar ik had ook nog twee vragen gesteld… Wethouder mevrouw Dansen: Excuus. Ik werd een beetje in de war gebracht door alle vragen die ik tussendoor kreeg, dus als ik vragen vergeten ben, beantwoord ik die met alle plezier, maar dan wil ik ze wel heel graag nog even horen. De voorzitter: Mevrouw Loderus. Mevrouw Loderus: In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat leveringsproblemen van aanbieders van huishoudelijke hulp een reëel scenario is. Nu komt de vraag: met welke aanbieders wordt vanuit de Wmo samengewerkt in Gorinchem en is er een mogelijkheid om dat nog verder uit te breiden? Wethouder mevrouw Dansen: Ik kan u niet het hele rijtje geven, maar wij werken met 14 aanbieders samen. We hadden er minder, maar recent is dat verhoogd. Dat zijn op dit moment de aanbieders die zich aangeboden hebben om huishoudelijke hulp te regelen en die ook daarvoor in aanmerking komen.

Want kijk: ik kan morgen ook zeggen dat ik huishoudelijk hulp ga doen, maar dat wil niet zeggen dat ik daarvoor gekwalificeerd ben. We doen dat samen met de gemeente Molenlanden. We maken over het algemeen van dezelfde aanbieders gebruik. Mevrouw Loderus: Mag ik nog een vraag stellen? De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Loderus: Zijn er op dit moment ook aanbieders met wie niet wordt samengewerkt wordt en met wie mogelijk wel samengewerkt kan worden, of zijn er op dit moment belemmeringen om met hen samen te werken? Wethouder mevrouw Dansen: Daarop moet ik het antwoord schuldig blijven. Ik neem aan van niet, want we hebben natuurlijk heel erg ons best gedaan, al vanaf vorig jaar, om zoveel mogelijk zorgcapaciteit te hebben. Ik vind die wachtlijsten ook niet fijn en ik vind de oplossingen ook niet fijn, dat vindt helemaal niemand, want je wilt gewoon iedereen helpen. Du moment dat er meer zijn, staat mijn ambtenaar er waarschijnlijk klaar voor. Dat is op dit moment niet aan de orde. De voorzitter: Dank u wel.

D - 50

De heer Van der Geest: Voorzitter, ik had ook nog twee vragen. Eén is wat meer duidelijkheid over de toezegging die mevrouw Pellikaan vroeg of u de beleidsregel die u als college gaat vaststellen nu in lijn gaat brengen met wat u eigenlijk zegt, namelijk dat de financiële component één van de overwegingen is, want dat zit wat ons betreft niet helder in de beleidsregel. Als u dat toezegt, kunnen we daar wel mee leven. Ten tweede had ik nog gevraagd of u bijvoorbeeld na negen maanden een evaluatie wilt uitvoeren over hoe de beleidsregel nu werkt en de uitvoering daarvan. Wethouder mevrouw Dansen: U hebt helemaal gelijk, dat was ik vergeten. Ik vond het eigenlijk wel een goed idee om dat te evalueren. Mijn voorkeur zou ernaar uitgaan om het een jaar te proberen en dan te evalueren. Dat lijkt me een uitstekend idee. We doen iets spannends, dus laten we dat vooral doen. De heer Van der Geest: En dan toch de duidelijkheid over de gevraagde toezegging door mevrouw Pellikaan, tot drie keer toe. De beleidsregel die nu voorligt is wat ons betreft nog niet helder genoeg. Daar staat echt duidelijk in dat, als het over inkomen gaat, je onderaan de wachtlijst staat, terwijl u volgens mij al vaker hebt toegezegd, en dat zit ook wel meer in het raadsvoorstel, dat het een van de componenten is bij die zelfredzaamheid die we meewegen.

Maar als u echt naar de beleidsregel kijkt, is het toch te ‘sec’ gericht op dat inkomensverhaal. Als u nu toezegt dat u die beleidsregel, als u die als college gaat vaststellen, want dat is een collegebevoegdheid, in lijn brengt met wat u nu zegt in het raadsvoorstel en dat soort dingen, dan kunnen wij daar in ieder geval mee leven als CDAfractie. Wethouder mevrouw Dansen: Ik kan u toezeggen dat wij nog een keer goed zullen kijken hoe we hem iets helderder kunnen maken, en dat we niet alléén daarnaar kijken. De voorzitter: Dan kijk ik weer even rond. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Pellikaan: Voorzitter, er is bij ons behoefte aan een korte schorsing. De voorzitter: Vijf minuten? Mevrouw Pellikaan: Ja. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor vijf minuten (22.48 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend. Het woord is aan mevrouw Pellikaan, die de schorsing had aangevraagd. De voorzitter: Prima, dan ga ik inventariseren. De heer Koçak, de heer Van Houwelingen, de heer Krol, de heer Van der Geest, mevrouw Van ’t Westende, mevrouw Pellikaan. Allereerst de heer Koçak. Ik verzoek u het kort te houden, want we zitten al rond 11 uur. De heer Koçak: Voorzitter, ik ben altijd kort en bondig. Ik wil de wethouder bedanken voor alle reacties. Om te beginnen met ons motto, en dat kent iedereen: de sterkste D - 51

schouders dragen de zwaarste lasten. In dat kader hebben we het over schaarste en keuzes maken is lastig en doet pijn. De vraag is: hoe kunnen we de pijn verdragen? We hebben de toezeggingen gehoord en het zou inderdaad wenselijk zijn om te kijken naar een breder afwegingskader. Dat is voor ons toereikend om ieder geval in te stemmen met het voorstel. Uiteindelijk neemt het college het risico. We vonden het ook een heel goed idee van het CDA om te evalueren. We zien ernaar uit en dan kijken we wat de aandachtspunten zijn. We wensen het college heel veel succes met de uitwerking. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Ik was nog een antwoord verschuldigd aan mevrouw Pellikaan en dat heb ik gevonden bij de beleidsregels, punt 3. Ik haal even één zinnetje aan: dat op basis van het volledige onderzoek de gemeente kan besluiten een inwoner met een inkomen boven 185% toch voorrang te verlenen bij het toekennen van huishoudelijke hulp. Het is net hoe je het leest, maar ik zie dat daar als een van de voorwaarden. Misschien doen ze als eerste filter wel die 150%, maar het is niet het enige filter en ik zie daar wel degelijk uitzonderingen in. Het is dus maar net hoe strak je ernaar kijkt. Maar goed, ik heb ook de toezegging gehoord, dus daar laat ik het even bij. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter.

Ik wil de heer Van Houwelingen bedanken voor zijn antwoord. Volgens mij bedoelen we echt hetzelfde, alleen vinden wij dat het zo nog onvoldoende staat opgeschreven in de beleidsregels. Maar de wethouder heeft er inderdaad een toezegging op gedaan, dus dat is mooi. De heer Van Houwelingen: Goed, dan hebben we elkaar gevonden. Ik citeer even een deel: “Ook in de Wmo lopen de tekorten enorm op. Door de invoering van het Wmoabonnementstarief is een belangrijk sturingsprincipe verdwenen om de groei van de vraag naar ondersteuning te beperken. Hierdoor komen de beschikbare middelen onnodig steeds verder onder druk te staan voor de inkomensminima. Voor wie de nood het hoogst is, moet de gemeente als eerste klaar staan. Een eenzame oudere zonder financiële reserve moeten dus bovenaan het lijstje staan voor hulp.” Voorzitter, we zitten hier niet bij ‘Wie ben ik?’, dus ik ga het gelijk verklappen: dit komt van de site van D66. Daar geven ze zelf toe dat het abonnementstarief de voornaamste reden is dat er een wachtlijst en een capaciteitstekort is en vooral ook: “joh, geef degene die financieel het minst kan dragen voorrang”. Maar ik hoor toch echt dat de lokale afdeling het daar niet mee eens. De capaciteitsproblemen los je ook niet op, dat is dus door die inkomensafhankelijke bijdrage die is losgelaten, en ik verwacht ook niet van de wethouder dat zij dat gaat oplossen.

Dat is door de regering gecreëerd en daar komt een nieuwe wetgeving voor. Wij vragen inderdaad: help degenen die het het hardste nodig hebben. Naar onze mening kan iemands financiële situatie daarin zeker worden meegewogen: dus of hij of zij voldoende in staat is om tijdelijk huishoudelijke hulp te regelen. En ja, dat wordt gevraagd. Stel dat het wel inkomenspolitiek is, dat mag dan misschien niet direct, maar inderdaad zie ik toch ook dat het vaak wordt toegelaten. En nou ja, we hebben vanavond de 130%-regeling behandeld, dat is toch ook een verkapte inkomenspolitiek. Maar dan het voorbeeld van de vrouw uit Wijdemeren, wier moeder de boodschappen betaalde, en dat strookte niet vanwege de bijstandsuitkering. Die is immers om in de basisbehoefte te voorzien en zij D - 52

moest € 7.000 aan onterechte bijstand terugbetalen. Heel Nederland sprak schande van die situatie. Gelukkig zijn er steeds meer gemeenten die een vrijstelling van € 1.200 per jaar geven… De voorzitter: Kunt u tot de tot de kern van het verhaal komen? Want het wordt nu wel heel uitgebreid. De heer Van Houwelingen: Ik heb dus in de behandeling in de Tweede Kamer gemerkt dat dit wel degelijk wordt toegelaten, in zoverre dat de Tweede Kamer kiest voor de sociale interpretatie. We hebben niet gemerkt dat de Tweede Kamer de gemeenten heeft teruggefloten hierop. Ik vind het alleen maar sterk dat we inderdaad die inkomenstoets gaan invoeren. De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net met genoegen dat de heer Van Houwelingen een spiegel voorhield aan D66. Dat is een beetje gemeen bedoeld. Ik wil graag een spiegel voorhouden aan mevrouw Pellikaan. Zij verwees naar de brief van de staatssecretaris. Toen ik eerder verwees naar woorden van de staatssecretaris, was de repliek van mevrouw Pellikaan “de staatssecretaris kan zoveel zeggen”. Maar ik wil ook wat positiefs naar u zeggen… Mevrouw Pellikaan: Dank u wel. Dan zal ik u vanavond ook niet in woorden vangen.

De voorzitter: Hou vast deze sfeer, mensen, hou vast! De heer Krol: Op het eerste voorstel dat we bespraken kwam veel kritiek, onder anderen van mevrouw Pellikaan, maar ook anderen hebben goed onderbouwd aangegeven waarom ze vonden dat dat niet kon. Ik was daar toen sceptisch over, maar ik denk dat het achteraf goed is dat deze raadsleden kritisch waren op dat eerste voorstel. Ik wil dan ook het krediet geven aan hen dat er uiteindelijk nu een voorstel ligt dat toch echt een heel andere insteek heeft. Volgens mij moeten we dit gewoon maar een jaartje gaan proberen zo. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Voorzitter. Ik zal niet uitweiden over de heer Van Houwelingen, die doet alsof er drie dingen tegelijk waren, terwijl het echt verschillende dingen waren. De gemeente Wijdemeren handelde gewoon in lijn met de wet en de Tweede Kamer heeft later ingezien dat haar eigen wet gewoon niet voldeed. Maar goed, dat kunnen we ook buiten deze zaal een keer doen, want niet alleen Feyenoord is aan het verlengen, maar ook wij hebben er vanavond een extra verlenging aan geplakt. De wethouder heeft net ook in de schorsing toegezegd dat ze nog met een stofkam door de beleidsregel heen gaat, samen met haar ambtenaar, dus met die toezegging kunnen wij instemmen met deze verordening. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van ‘t Westende.

D - 53

Mevrouw Van ’t Westende-de Bijl: Voorzitter. Wij willen de wethouder danken voor de antwoorden die op onze vragen zijn gegeven. In reactie op de beantwoording van onze vragen stelt het ons extra gerust dat het brede perspectief aan de keukentafel ter sprake komt, want daar ligt voor ons echt de meerwaarde op dit dossier. Ten aanzien van de juridische houdbaarheid zijn wij content dat het voorliggende voorstel juridisch houdbaar wordt geacht. Goed om te horen dat in het geval van een bezwaarprocedure het reguliere traject wordt doorlopen. Daarnaast vinden we het constructief dat over een jaar een evaluatie plaatsvindt. Al met al bevestigt dit onze eerdere positieve houding. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel. Wij willen de wethouder bedanken voor haar beantwoording in eerste termijn, ook voor de toezegging die zij heeft gedaan. Ik heb in de schorsing nog met even met haar afgestemd en gevraagd of we er nu hetzelfde in staan, of we hetzelfde bedoelen, en volgens mij willen we beiden dat in tijden van schaarste de financiële mogelijkheden in kaart worden gebracht middels een inkomenstoets en dat deze mogelijkheden onderdeel zijn van een breder zelfredzaamheidsperspectief, op basis waarvan dan wordt bepaald wie het meest urgentie heeft in tijden van wachtlijsten. Ik zie de wethouder knikken, dat doet mij goed.

Zij heeft gezegd dat ze met deze bril nog eens naar de beleidsregels gaat kijken en met dat gegeven kunnen wij ook instemmen met het voorstel, waarbij wij dus ook bereid zijn te bewegen op onze zorgpunten qua rechtmatigheid, die we uiteraard wel met belangstelling zullen blijven volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Alba Heijdenrijk. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Toch nog even als reactie op de heer Van Houwelingen. Het is mooi dat hij zich zo verdiept in de website van de landelijke D66, maar wij zijn er als Gorcums D66 heel trots op dat wij onze eigen visie mogen vormen en ons niet laten dicteren door wat landelijk aan beleid uitgerold gaat worden. Dat maakt ook dat wij akkoord kunnen gaan met het feit dat de financiële kant niet leidend gaat zijn en dat daardoor niet iemand buiten de boot valt, enkel en alleen omdat hij een dubbeltje meer verdient. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even naar de wethouder. Ook voor u geldt: kort en krachtig. Wethouder mevrouw Dansen: Voorzitter. U weet: als iemand kort kan zijn, ben ik dat wel! Ik wil de raad bedanken voor de zware bevalling, dat wel, maar ook voor de constructieve samenwerking, en dat we volgens mij nu uitkomen op een mooi voorstel waar we allemaal achter kunnen staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we stemmen.

Oh, wenst u nog het woord, mevrouw Hamann? Mevrouw Hamann: Voor een stemverklaring, alstublieft. D - 54

De voorzitter: Prima. We gaan dus stemmen over het raadsvoorstel wijziging Wmoverordening. Ik kijk rond of iemand het woord wenst voor een stemverklaring. De eerste die zich gemeld heeft is mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel voorzitter. De voorstellen zijn gewijzigd en met de toezeggingen van de wethouder en de evaluatie zijn wij heel erg blij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mevrouw Alba Heijdenrijk. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Met de toezegging van de wethouder dat het financieel kader niet leidend zal zijn voor de plaats op de wachtlijst kunnen wij voorstemmen. De voorzitter: Dan breng ik nu het voorstel in stemming. Het voorstel wordt in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. 8. Overzicht begrotingswijzigingen april 2023

Geen. 9. Moties vreemd aan de orde van de dag

Geen. 10. Sluiting

De voorzitter sluit te 23.09 uur de vergadering.

D - 55

Sprekersindex: Alba Heijdenrijk, mw. W.T.J., 35, 36, 38, 39, 41, 42, 43, 46, 47, 54 Dansen, mw. E.L., 5, 6, 7, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 54 Foppen, A.H.A., 3, 10, 21, 24, 33 Geest, J.P. van der, 11, 44, 50, 51, 53 Groot, mw. P. de, 4, 5, 13, 14, 33 Hamann, mw. E.W.H., 3, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 23, 24, 26, 32, 54 Houtepen, M.C., 3, 22 Houwelingen, A.C. van, 8, 34, 35, 41, 42, 43, 51, 52 Klein, J., 11 Koçak, E.A., 34, 35, 36, 37, 47, 48, 49, 51 Krol, A., 5, 7, 12, 36, 37, 38, 39, 48, 53 Loderus, mw. W., 39, 49, 50 Mager, mw. A., 27, 30, 31, 33 Molengraaf, mw. M.J., 9 Oversteeg, mw. J. van, 3, 10, 18, 22, 23, 24, 29, 32 Pagter, M. de, 4, 17, 18, 19, 33 Pellikaan, mw. L.P.W., 37, 38, 40, 43, 46, 48, 49, 51, 52, 53 Santen, N. van, 7, 9 Schefferlie, P.C.J., 3, 16, 18, 19, 24, 26, 33 Tekir, I., 4, 9, 10, 15, 16, 18, 19, 27, 30, 31 Veen, D. van, 3, 20, 25, 26

D - 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=af765a86-76a9-4547-b7f8-554402a29b2d