230420 Concept verslag raadsvergadering Gorinchem.docx
Tekst van het document
Nr. 4
Zitting van donderdag 20 april 2023 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: mevrouw A. Alba Heijdenrijk, de heren B.C.S. Bahlmann en A. Boutachkourt, A.H.A. Foppen, D.R.E. van Gammeren en J.P. van der Geest, de dames P. de Groot en E.W.H. Hamann, de heren M.C. Houtepen, A.C. van Houwelingen, J. Klein, A. Koçak en A. Krol, de dames W. Loderus, G. Metz en J. van Oversteeg, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan, de heren N. van Santen, P.C.J. Schefferlie, I. Tekir en D. van Veen en mevrouw T. van ’t Westende-de Bijl. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig de heer M. de Boer, de dames E.L. Dansen, A. Mager en M.J. Molengraaf en de heer F. Polatli (wethouders), alsmede mevrouw H. Kromkamp (gemeentesecretaris). Afwezig de heren J.C. Oostrum en C. van Willigen.
* 1. Opening (19.30 uur). ..................................................................................................................................................1 2. Ingekomen stukken. ...................................................................................................................................................3 3. Vaststellen agenda......................................................................................................................................................3 4. Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies. .......................................................................4 5. Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit college...................................................................................................4 6. Hamerstukken.............................................................................................................................................................7 7.
Bespreekstukken.........................................................................................................................................................7 7.a Bestemmingsplan A27 (2023-855436) ....................................................................................................................7 7.b Zienswijze wijziging verordening individuele Inkomenstoeslag (2023-855100)..................................................11 7.c Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) (2023-841932) .................................................................................12 7.d Wijziging Wmo-verordening (2023-846398) ........................................................................................................34 8. Overzicht begrotingswijzigingen april 2023 ............................................................................................................55 9. Moties vreemd aan de orde van de dag ....................................................................................................................55 10. Sluiting...................................................................................................................................................................55
1. Opening (19.30 uur).
De voorzitter: Dames en heren, leden van de raad, van harte welkom in deze raadsvergadering. Van harte welkom ook het college, al degenen op de publieke tribune en natuurlijk ook de mensen thuis. We kennen de traditie dat we beginnen met een stukje van René van Dijk van het Regionaal Archief Gorinchem en dat wil ik dan ook vanavond doen. Het onderwerp is schoolstrijd, en dat heeft een relatie met het agendapunt Integraal Huisvestingsplan. Even een winstwaarschuwing: er komen termen in voor die ik zelf normaliter als burgemeester niet zou bezigen, dus ik heb even getwijfeld of ik het wel of niet zou doen, maar ja,
D-1
geschiedvervalsing is ook zowat, dus vergeef me als ik op het eind wat dingen zeg die uit de archieven komen en niet helemaal mijn taal zijn! De Chinese leider Mao Zedong was ooit schooldirecteur. Zijn leerstellingen bereikten via het Rode Boekje een groot publiek, ook in het westen. Het bracht drie leraren in Nederland in 1970 op het idee van een publicatie met de wat provocerende titel ‘Het rode boekje voor scholieren’. Dit was niet zozeer politiek bedoeld, maar stimuleerde de lieve jeugd om autonoom te denken en gaf tips hoe je een joint kon draaien. Het leidde tot Kamervragen van boer Koekoek. In deze lijn zou het aardig zijn om eens een kaart van Gorinchem te maken met overal een vette rode stip waar een school staat of ooit stond. De meeste van die scholen zijn verdwenen en vergeten, of hebben een andere bestemming gekregen. De grootste schooldichtheid zien we dan in de Zusterstraat, vier stippen. Op huisnummer 11 tot 13 staat een gebouw dat in 1883 verrees als openbare lagere school met daarboven het gymnasium. Nog altijd is het ons eigendom. Beneden wordt het nu gebruikt als kinderdagverblijf, dus met wat goede wil toch nog in de sfeer van iets bijbrengen. Vóór 1883 stond hier een ander schoolgebouw, eerst in gebruik als stedelijke Franse kostschool en daarna als gewone lagere school.
Lange tijd was hoofd hiervan een zekere Piet Harrebomée, landelijk beroemd als samensteller van een driedelig werk van spreekwoorden en gezegden, maar bij zijn werkgever, het college van burgemeester en wethouders, geraakte hij uit de gratie. Hij klaagde namelijk over zijn salaris, dat geheel bestond uit het schoolgeld dat de ouders moesten betalen. Volgens hem was het een dwaas idee van de gemeente dat hij dus vanzelf meer ging verdienen als hij maar op de populaire toer ging. Ook vroeg hij om meer personeel, want om 88 meisjes gedurende twee uur handwerken te laten geven door een van die meisjes, nee! En graag in elk lokaal een kachel, zodat de verkleumde kinderen niet steeds moesten switchen. Toen hij bovendien in nogal sarcastische bewoordingen het hele onderwijsbeleid een onvoldoende gaf, vloog hij de Zusterstraat uit. Gelukkig had Piet wel oog voor het vanouds vermaarde vrouwelijk schoon in Gorinchem, althans, in zijn boek staat de spreuk: ”Wilt gij een schoon wijf of een erg, zoo ga naar Gorinchem of Geertruidenberg!” De vergadering is geopend. Even wat mededelingen. Als er moties of amendementen zijn, zullen ze, zodra ze zijn ontvangen door de voorzitter, of digitaal zijn ingediend, aan iBabs worden toegevoegd, en graag dan ook mailen aan griffie@gorinchem.nl.
Vanuit het fractievoorzittersoverleg kan ik de aanwezigen melden dat het tijdens de vergadering van de raad niet de bedoeling is om hier in de binnenring te zijn. Alleen toegankelijk voor raadsleden. Afwezig met kennisgeving zijn de heer Van Willigen van Democraten Gorinchem en de heer Oostrum van de PvdA. Voorts heb ik de melding ontvangen dat mevrouw Alba Heijdenrijk vanwege dringende werkredenen mogelijk af en toe de zaal tijdelijk zal moeten verlaten. Rond kwart voor negen zullen drie leden van de raad vanwege iftar ook tijdelijk de zaal verlaten. Omdat de heer Oostrum als eerste plaatsvervangend voorzitter afwezig is, zal in deze vergadering de heer Bahlmann mij vervangen, zo ik vervangen zou moeten worden.
D-2
2. Ingekomen stukken.
De voorzitter: Vanwege het vervallen van de agendacommissievergadering van 13 april jl. wordt de lijst van ingekomen stukken voorgelegd in de raadsvergadering van 25 mei a.s. 3. Vaststellen agenda.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat de heer Schefferlie hierbij het woord wil voeren. Het woord is aan hem. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Na uw inleidende stukje over onderwijs vanuit het archief zou ik bijna niet meer durven, maar toch willen wij de raad verzoeken om het voorstel over het IHP, dat er op zichzelf heel goed uitziet, uit te stellen tot dezelfde dag als waarop de perspectiefnota wordt behandeld, omdat het zo’n groot beslag legt op onze middelen dat wij het heel goed zouden vinden om, wat we tot nu toe een beetje gemist hebben in deze raadsperiode, integraal af te wegen waar we ons geld aan willen besteden, hoe we willen omgaan met het eventueel overschrijden van investeringsruimte, of noem maar op. We willen het graag in totaalperspectief zien, vandaar het verzoek om enig uitstel, tot net na, of op dezelfde dag als de perspectiefnota. Dank u wel. De voorzitter: U hebt dit ook al aangekondigd in B&A. Ik kijk even rond richting de leden van de raad. De heer Houtepen. De heer Houtepen: Dank u wel. Wij begrijpen juist uit het voorstel dat er geen directe financiële consequenties aan verbonden zijn. Wij denken dat het wel goed is om nu het IHP vast te stellen en daarom zijn wij geen voorstander van het voorstel van de heer Schefferlie. Wij stemmen dus voor behandeling. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u, voorzitter.
Wij delen de mening van de heer Houtepen. Dit is een visiedocument en daar kunnen we nu prima over praten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. In B&A hebben wij dit punt ook al aangekaart en wij delen de oproep van de heer Schefferlie. Juist omdat het dergelijke financiële consequenties heeft, is het belangrijk om dat in samenhang met allerlei andere investeringen en ook ons investeringsplafond te zien. De voorzitter: De heer Van Veen. De heer Van Veen: Ik sluit me aan bij raadslid Hamann en de heer Houtepen. De voorzitter: De heer Foppen. De heer Foppen: Voorzitter. Ook ik zou me aan willen sluiten bij de heer Houtepen, juist ook omdat dit, zoals mevrouw Hamann al aankaartte, een visiedocument is. Omdat je misschien nog niet alle financiële consequenties kunt overwegen, is het heel erg belangrijk dat je eerst het beleid vaststelt en dat daarna het geld volgt. Later is er, zoals D-3
volgens mij de wethouder ook in B&A heeft aangegeven, nog genoeg ruimte om hierin te prioriteren. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Pagter. De heer De Pagter: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Foppen, mevrouw Hamann en de heer Houtepen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ook D66 kan instemmen met een uitstel. Voor een motivering sluit ik me aan bij mevrouw Van Oversteeg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Dank u wel. Wij sluiten ons aan bij de heer Houtepen en de heer Foppen. Go! De voorzitter: Dank u wel. Dan concludeer ik dat een meerderheid ervoor is om het voorstel op de agenda te laten staan. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 4. Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies.
De notulen van de raadsvergadering van 13 april 2023, alsmede de verslagen van de parallelsessies 20230406 BA Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, I&O thema Evenementenveiligheid, 20230412 I&O Verduurzaming vastgoed, 20230412 B&A Wijziging WMO-verordening en 20230412 I&O Verordening Alcoholwet, worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ongewijzigd vastgesteld. 5. Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit college
De voorzitter: Dames en heren. Er zijn tijdig twee vragen ontvangen. Het woord is allereerst aan mevrouw De Groot van de PvdA. Mevrouw De Groot: Dank, voorzitter. Even kleine toevoeging: Deze vragen worden ook namens D66 gesteld. In de afgelopen weken zijn we meermaals opgeschrikt door geweld dat is gebruikt tegen de LHBTI+-gemeenschap: aanvallen op jongeren die bij deze groepen horen, mishandelingen en homofobe spreekkoren. Daarom riepen COC Nederland en 20 regionale COC-verenigingen vorige week in een open brief op om het voorbeeld van COC Eindhoven en regio te volgen om een Regenboogvlag of een andere LHBTI+gemeenschapsvlag uit te hangen. Die oproep was onder andere aan gemeenten gericht, om op die manier solidariteit te tonen aan de Regenbooggemeenschap, om samen te laten zien dat liefde sterker is dan haat en te tonen dat Nederland geweld tegen de Regenbooggemeenschap niet tolereert. De vlag wapperde bij talloze gemeenten, waaronder Vijfheerenlanden, Dordrecht, Nieuwegein en Tiel, maar ook bij grote
D-4
gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, evenals bij de provinciehuizen in Gelderland, Noord Brabant en Noord-Holland. Voorzitter. De vraag namens onze fracties is eigenlijk heel simpel: hoe kan het dat wij in Gorinchem, een Regenboogstad en Stad van Tolerantie, deze vlag niet hebben laten wapperen op zaterdag 15 april? Waarom hebben wij geen gehoor gegeven aan deze oproep van het COC? Indien dit komt door het bestaande vlaggenprotocol, is het dan mogelijk om hiervoor in de toekomst wel ruimte te creëren? Zo’n simpele oproep om solidariteit te tonen kan toch niet teveel gevraagd zijn? Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Namens het college zal wethouder Dansen een antwoord geven. Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad zo dat diverse gemeenten de vlag hebben laten wapperen. In Gorinchem hebben wij in ons vlaggenprotocol afgesproken dat wij de Regenboogvlag dit jaar laten wapperen op vrijdag 9 december, op 17 mei en op 11 oktober. Afwijkingen van het vlaggenprotocol zijn alleen mogelijk als de gemeenteraad dat wil. Dus als u graag gewild had dat wij dat gingen doen, had daar een verzoek voor moeten komen vanuit de gemeenteraad en dan hadden wij kunnen kijken of het kon. Maar ik wil u wel meegeven dat we afspraken hebben gemaakt met betrekking tot het vlaggenprotocol.
Hoe sympathiek de reden ook is, en hoe graag we dat dan ook willen doen, je stelt hem niet vast om je er niet aan te houden. Mevrouw De Groot: Voorzitter, mag ik nog een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw De Groot: Ik snap op zich wel dat de gemeenteraad zoiets zou moeten vaststellen, maar ook vanuit het college is bijvoorbeeld niet de vraag gekomen om dat te doen. Als college had u, gelet op de oproep, ook kunnen voorstellen de vlag te laten wapperen op zaterdag 15 april. Wethouder mevrouw Dansen: Dat is inderdaad waar, maar ook vanuit de PvdA of de gemeenteraad is niet de vraag gekomen om het te doen. We hebben het niet gedaan, sorry, maar binnen onze mogelijkheden en binnen de afspraken die we gemaakt hebben zou het ook niet terecht zijn als het college zou voorstellen het te doen. Dat moet dan echt uit de raad komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Krol, ChristenUnie/SGP. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. In de periode 2015- 2018 was ik zelf beroepsmatig nauw betrokken bij de maatschappelijke opvang in Dordrecht, de opvanglocatie voor daklozen uit de gehele regio. We hadden toen veel zorgmijders op straat. Er waren te weinig bedden als gevolg van onder andere bezuinigingen op klinische bedden in de GGZ en de nasleep van de financiële crisis. De laatste jaren zijn er heel veel slagen gemaakt in de maatschappelijke opvang.
Groot is daarom ook de schrik dat de toestroom nu blijkbaar zo groot is dat mensen de toegang wordt geweigerd en zelf moeten uitzoeken hoe ze de nacht doorkomen. Wat toen bij mij veel indruk maakte, was de paar keer dat ik mensen D-5
tegenkwam die ik kende vanuit Gorinchem, waaronder een jeugdvriend. Het deed bij mij het besef opkomen dat er maar één dominosteentje in je leven hoeft om te vallen en er komt een kettingreactie met relatie, werkhuis, psychisch vastlopen, je pijn verdoven, niet meer durven of kunnen aankloppen bij je sociale netwerk. Maar het mag niet zo zijn dat mensen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Op grond van het bericht uit Dordrecht dat mensen de toegang wordt geweigerd in de maatschappelijke opvang, heb ik de volgende vragen aan het college. Is bekend of en hoeveel Gorcumse daklozen de toegang tot de maatschappelijke opvang is geweigerd in verband met gebrek aan capaciteit? Daarmee wil ik niet zeggen dat de situatie voor Gorcumers urgenter is dan voor andere daklozen, maar wij zitten hier als Gorcumse gemeenteraad. Tweede vraag. Hoe kijkt het college ertegenaan dat kwetsbare burgers in het slechtste geval buiten moeten overnachten? Derde vraag. Welke ontwikkelingen zijn er, of zijn voorzien, om de daklozenproblematiek in Gorinchem zelf op te lossen? Ik wil er eigenlijk aan toevoegen: is er bereidheid om ook in overleg te treden met de centrumgemeente Dordrecht om te schakelen over oplossingen voor de huidige acute situatie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Dansen namens het college. Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter.
Het was ons bekend dat er capaciteitsproblemen waren. Dat is ook een landelijk beeld. Dat dit recentelijk heeft geleid tot daadwerkelijke weigering van de toegang in Dordrecht was ons nog niet bekend. We hebben navraag gedaan bij de centrumgemeente Dordrecht en de capaciteitsproblemen spelen al langer en worden enigszins verbloemd door het feit dat sinds medio december de winteropvang open was en min of meer gebruikt werd als overloop voor de Kromhout, zijnde de maatschappelijke opvang. Nu de winteropvang voor deze winter definitief is gesloten, merken we de effecten van het grote aantal aanmeldingen, in combinatie met nog steeds beperkte door- en uitstroom in de maatschappelijke opvang. Het knelt daar sinds eind maart. Omdat de temperatuur tot circa 7 april nog vrij laag was, heeft het Leger des Heils in de periode van 20 maart tot 7 april besloten geen mensen te weigeren en was de bezetting van het Kromhout hoger dan de 30 crisisplekken. Dus ook daar knelde het. Sinds 7 april werkt het Leger des Heils echter weer gewoon volgens aanmelding en sindsdien worden eigenlijk elke dag een aantal mensen geweigerd. Het aantal ligt tussen twee en zeven personen per dag in Dordrecht. Het is niet bekend hoeveel Gorcumers dit betreft. De reden daarvoor is dat het Leger des Heils vanwege de hoge druk is gestopt met de intakes, omdat de aanmelders toch geen plek onthouden kon worden.
Hierdoor is een beperkte hoeveelheid informatie opgehaald, BSN en telefoonnummer. Vandaag is echter wel een check gedaan door de toegangspoort op mensen die zich sinds 7 april hebben gemeld en hieruit is gebleken dat van de acht melders twee werden afgewezen vanwege geen regiobinding – dat is een reden waarom je er niet naar binnen mag –, en dus zeker geen Gorcumers. Wij vinden het natuurlijk zeer onwenselijk dat mensen niet toegelaten kunnen worden om te overnachten, maar een gevolg van de huidige ontwikkelingen, waarin tegelijkertijd sprake is van een wooncrisis, een bestaanszekerheidscrisis, waardoor je oplopende D-6
schulden en huisuitzettingen krijgt, de GGZ-crisis, met langere wachttijden voor uitstroom naar een woonoplossing, en een asielcrisis, zorgt voor nog meer schaarste. Het is dus een groot probleem. Alleen met preventieve maatregelen valt het niet meer te voorkomen. Het is niet een regionaal, maar een landelijk probleem. De centrumgemeente Dordrecht is verantwoordelijk voor het organiseren van de daklozenopvang. Dat is haar wettelijke taak en ze doet er alles aan om op korte termijn de situatie de normaliseren. Er zijn overigens ook vragen gesteld in de gemeenteraad van Dordrecht en de wethouder heeft toegezegd dat de gemeente Dordrecht op zeer korte termijn aan een aantal oplossingen gaat werken. Dan vraagt u nog welke ontwikkelingen zijn voorzien om de daklozenproblematiek in Gorinchem zelf op te lossen. Ik zei al eerder dat het organiseren van de daklozenopvang een wettelijke taak is van de centrumgemeente Dordrecht. Wij zetten vooral in op vroegtijdige signalering van de oplopende problemen en werken in onze regio samen in preventie en nazorg, maar ook om te komen tot uitbreiding van de regionale opvangcapaciteit. Dat doen we via de regionale agenda AKG, waar ik zelf ook in mag zitten. Een structurele opvangcapaciteit in Gorinchem is niet voorzien en ook niet gewenst. De heer Krol: Een aanvullende vraag, want misschien heb ik iets gemist.
Bent u wel bereid om u hard te maken in de richting van Dordrecht om deze problematiek opgelost te krijgen? Wethouder mevrouw Dansen: Natuurlijk. Zoals ik al zei: het is buitengewoon onwenselijk dat mensen niet ergens kunnen slapen. De voorzitter: Dank u wel. 6. Hamerstukken
Geen. 7. Bespreekstukken 7.a Bestemmingsplan A27 (2023-855436)
De voorzitter: Dit bespreekstuk is op de agenda geplaatst bij besluit van de agendacommissie van 16 februari 2023. Hierover zijn geen sessies geweest en als dat het geval is, geldt intern de afspraak dat het per definitie als bespreekstuk wordt geagendeerd. Het woord is aan de heer Van Santen van de VVD. De heer Van Santen: Voorzitter. Geen hamerstuk inderdaad, wel een bespreekstuk toch nog. Ik weet overigens dat het een bestemmingsplan is, maar goed, we komen steeds dichter bij de uitvoeringen van dit lange adem-traject en dan zijn er altijd actualiteiten die om de hoek komen kijken. Wat voor impact en gevolgen hebben die actualiteiten dan? Dan bedoel ik in dit geval een aantal recente mededelingen en uitspraken van Rijkswaterstaat. Het idee van uitbreiding is het verkeersinfarct tegengaan en om daar te komen, moeten we dat ook eerst grondig aanpakken, dus één stap terug om straks zeven banen vooruit te gaan. Daar ga ik voorlopig even vanuit, want tijdens de werkzaamheden D-7
heeft het verkeer minder ruimte, meer afleiding onderweg en dus dreigen meer opstoppingen. Ook zal een ongeval nog ingrijpender zijn voor het doorgaande verkeer, en onthoud: het gaat over een behoorlijk lange periode van zo’n acht jaar. Nou, wat gaat Rijkswaterstaat daaraan doen? Dat valt recent te lezen: ze gaan inzetten op gedragsverandering om dagelijks 6.000 auto's minder in de spits te krijgen. Zij denken dat dit geen al te grote uitdaging is, want: bedrijven kunnen meer thuis laten werken, carpoolers stimuleren, of werktijden buiten de spitsuren houden. Nou, dat zouden zomaar eens een paar hele grote uitdagingen kunnen worden en er komt bij dat 80% van het verkeer op de A27 bestaat uit woon-werkverkeer. Er is ook geen directe spoorverbinding voor zover ik weet tussen Utrecht en Breda en ik denk dat iedereen ook weet dat gedragsverandering niet over één dag ijs gaat. Om een lang verhaal kort te maken: wij denken, net als vele anderen overigens, dat dit te rooskleurig gaat zijn en ook dat hierdoor toch veel sluipverkeer kan ontstaan in en rond Gorinchem. Dat moeten we als stad goed in de gaten houden en op bijsturen, digitaal overigens, in communicatie en ook fysiek waar nodig.
Doen we dat niet, dan verleggen we het infarct naar onze stad, met alle gevolgen van dien, zoals we ook eerder hebben gezien: vrachtauto’s met gevaarlijke stoffen door de stad, hulpdiensten die problemen gaan ervaren, scholieren op de fiets die in de knel komen. Nou, u snapt mijn punt. Tegelijkertijd zullen misschien ook wat kleine kansen ontstaan in die nieuwe routes, en dan denk ik aan bijvoorbeeld de veren, maar er zijn ook andere ideeën daarbij, of wensen, vanuit de inwoners ook, om niet direct terug te gaan keren in de auto wanneer de werkzaamheden klaar zijn. Dat kunnen we eventueel ook aanmoedigen natuurlijk, vandaar dat de fractie van de VVD samen met de fractie van Gorcum Actief een motie indient waarin het college wordt opgeroepen specifiek hierop toe te zien en zowel het sluipverkeer als de langetermijnmogelijkheden van alternatieve routes goed in beeld te houden voor onze raad en stad. Dank u wel. Motie M1: Alternatieve routes A27 De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 20 april 2023; verzoekt het college: - tijdens de werkzaamheden aan de A27 de doorstroming en mogelijkheden van alternatieve routes scherp in beeld te houden en daarop bij te sturen waar nodig; - eventueel meer permanente mogelijkheden van alternatieve routes tijdig aan de raad terug te koppelen.
Motivering Gedurende de langdurige werkzaamheden aan de A27 heeft het verkeer minder ruimte en meer afleiding onderweg. Hierdoor dreigen meer opstoppingen te ontstaan. Ook zal een ongeval nog ingrijpender zijn voor het doorgaande verkeer. De oplossing van Rijkswaterstaat om minder auto’s in de spits te krijgen en daarbij in te zetten op gedragsverandering kan wellicht niet het gewenste effect hebben. Daarbij verleggen ze de verantwoordelijkheid grotendeels naar de bedrijven. Veel mensen zullen dan ook gebruik gaan maken van alternatieve routes. Deze kunnen voor veel sluipverkeer zorgen. Het is daarom wenselijk hierop bij te sturen waar nodig. Ook kunnen (nieuwe) alternatieve routes beter tot hun recht komen dan vooraf gedacht – met een sterke wens van inwoners deze te blijven benutten. Daarbij valt bijvoorbeeld ook te denken aan extra veerdiensten of verbindingen. In die gevallen is het goed hiervan de raad tijdig op de hoogte te stellen.
De heer Van Houwelingen: Voorzitter, ik wil hierover even een vraag stellen. Gelden die alternatieven en het bijsturen daarop ook voor eventuele OV-verbindingen?
D-8
De heer Van Santen: Ja, het geldt voor alles, want het zijn onvoorziene dingen en dus zou het van alles kunnen zijn. De voorzitter: Als er verder geen vragen of opmerkingen meer zijn, brengen we de motie in stemming en daarna het voorstel. De heer Tekir: Indien mogelijk, zou mijn fractie wel een reactie van het college op prijs stellen, om de motie te kunnen afwegen. De voorzitter: Prima. Ik geef wethouder Molengraaf het woord. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. De heer Van Santen stelt een terecht punt aan de orde, denk ik. We kunnen allemaal op onze klompen aanvoelen dat de verbouwing van de A27 ontzettend veel impact zal hebben. We zien dat Gorinchem al jaren op het nieuws is, maar dat is dan meestal omdat er een file staat. Als er verbouwingen gaan plaatsvinden aan die weg, zal dat voorlopig nog een heel heikel punt blijven. Al in de vorige periode is gestart met een aanpak ‘Minder hinder’. Daarbij hebben alle gemeenten langs de A27 van Houten tot het knooppunt Hooipolder de handen ineen geslagen met de waterschappen en de provincies om maatregelen te bedenken om de hinder zoveel mogelijk te beperken. We hebben met Rijkswaterstaat ook afgesproken dat er altijd twee banen openblijven om het verkeer heen en weer te laten gaan en ook de bus kan blijven rijden.
Maar er is nog veel meer mogelijk en het is zeker niet zo – uit de manier waarop u het zei zou je dat kunnen afleiden – , dat Rijkswaterstaat denkt van “nou, een paar gedragsveranderingen en dan komt het wel goed”. Vandaag nog heb ik hierover een vergadering bijgewoond en daar zitten ze ook met knikkende knieën om dit project op een goede manier in goede banen te leiden. Het is een ontzettend ingewikkeld traject, er komt ontzettend veel bij kijken en er wordt zeker niet lichtvaardig gedacht over wat dit gaat betekenen voor de automobilisten, voor de mensen die naar hun werk moeten. Naast alle gemeenten, waterschappen en provincies zijn ook de werkgevers aangehaakt. We houden elkaar goed op de hoogte van wat er aan zit te komen. Dus dat loopt allemaal. en Rijkswaterstaat heeft ook een monitoringstool ontwikkeld om goed de verkeersstromen in de gaten te houden. We zetten alles op alles om die informatie ook bij mensen te krijgen, bijvoorbeeld via een app, want communicatie is hier, denk ik ook een sleutelwoord. Tegelijkertijd willen we ook inzetten op alternatieve vormen van transport. We willen het eigenlijk ook zien als een kans om mensen uit de auto te krijgen en te houden, en daarvoor moet de busverbinding natuurlijk ook opgewaardeerd worden, maar ook Riveer is in onderhandeling met Rijkswaterstaat om extra diensten te gaan draaien.
Er komt een verlenging van de vaartijden naar Werkendam en Hardinxveld, een halfuur in de ochtend en een halfuur in de avond extra erbij, en een extra veerverbinding Sleeuwijk-Gorinchem vluchthaven met drie afvaarten per uur. Het is echt een enorm pakket aan maatregelen, en daar dragen wij ook aan bij als gemeenten; een aantal miljoenen gaat daarin zitten. Omdat ik me kan voorstellen dat alle raden toch een beetje met deze zelfde vraag zitten, heb ik vanochtend voorgesteld een radenbijeenkomst te gaan houden, samen met Rijkswaterstaat, ik hoop in het najaar, waarin Rijkswaterstaat, maar ook de club van gemeenten die de ‘Minder hinder’- aanpak doen, alle raden langs de lijn, hier in Gorinchem, als het even kan, bij gaan praten over alle ontwikkelingen en maatregelen. D-9
Wat dat betreft gaat u op uw wenken bediend worden, want het project gaat nu ook echt de nieuwe fase in dat er schoppen in de grond gaan en dat we gaan zien dat er gewerkt gaat worden aan die A27. De motie past heel goed bij de aanpak die we willen, want we willen ook echt van de maatregelen die we nemen om de hinder te beperken leren en kijken of we daarvan een aantal maatregelen zouden kunnen doorzetten, ook na die tijd, want ik denk dat we zo langzamerhand in Nederland wel weten dat we wel heel veel asfalt bij kunnen leggen, maar dat er ook heel veel auto’s bij komen, en hoe meer asfalt je legt, hoe drukker het soms wordt. Dus of zeg maar op de langere termijn op de A27 de problemen ook permanent opgelost zullen worden: ja, er zullen altijd calamiteiten zijn, er kan altijd een aanrijding zijn of de brug open, of wat dan ook. Ik weet overigens niet of de brug nog open kan tegen die tijd, nou ja, vast nog wel een stukje! Maar in ieder geval willen we daar lessen uit trekken, dus die motie past daar heel goed bij. Wat mij betreft is het een extra stimulans voor het college om u goed op de hoogte te houden en te kijken welke maatregelen ons permanent winst op gaan leveren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Even korte reactie, voorzitter.
Wij hebben laatst schriftelijke vragen ingediend over de brug, of hopelijk bruggen, over de A27. Onze laatste vraag was: zullen we Rijkswaterstaat anders uitnodigen hier? Ik hoorde de wethouder daarop zojuist eigenlijk antwoord geven en daar ben ik blij mee. Daarvoor wil ik de wethouder graag bedanken. Verder bestempelen wij de motie, juist door de uitleg van de wethouder, als overbodig, omdat dit klaarblijkelijk al gebeurt en in volle gang is. De voorzitter: Dank u. Geen anderen die het woord wensen, stel ik vast. Dan gaan we stemmen, eerst over de motie daarna over het voorstel. Ik kijk even rond of er mensen zijn die een stemverklaring wensen af te leggen. De heer Foppen. De heer Foppen: Voorzitter. Wij zullen voor de motie van de VVD stemmen, simpelweg omdat die oproept om juist op het moment dat de snelweg wordt aangepakt, de doorstroming blijvend te verbeteren. Iedere maatregel waarnaar daarbij extra gekeken kan worden en waarmee we geholpen kunnen worden, is daarbij winst. Dus wij zullen voor de motie stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter, en dank aan het college voor de toelichting.
De vraag die wij hadden was vooral: het lijkt zo vanzelfsprekend wat in deze motie wordt voorgesteld, is het wel nodig? Uit de reactie van het college blijkt eigenlijk dat het volledig overbodig is en dat het college al op de goede weg is, tot aan overleggen die vandaag zijn gevoerd, dus wat ons betreft: als hier geen extra acties uit volgen, en dat is wat we begrijpen, beschouwen wij deze motie als overbodig en stemmen wij tegen. De voorzitter: De heer Klein.
D - 10
De heer Klein: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen de motie steunen, zeker ook met de gedachte dat dit een groot risico met zich mee gaat brengen voor veel sluipverkeer door de stad, waardoor wij juist denken dat dit heel belangrijk is en een goede stok achter de deur voor het college om hiervoor aandacht te houden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Wij zijn mede-indiener van deze motie, juist ook omdat we ons zorgen maken over de bereikbaarheid van Gorinchem, en met name het bedrijfsleven. Het IKG is natuurlijk vertegenwoordigd in dat overleg, dat is mooi, maar we houden graag een vinger aan de pols dus. Wij gaan dus door met die motie. De voorzitter: Dank u wel. Motie M1 wordt hierop in stemming gebracht en met 18 tegen 4 stemmen aanvaard. Voor hebben gestemd de leden Bahlmann, Boutachkourt, Foppen, Klein, Van Gammeren, mw. De Groot, mw. Hamann, Houtepen, Van Houwelingen, Koçak, Krol, mw. Metz, De Pagter, mw. Pellikaan, Van Santen, Schefferlie, Van Veen en mw. Van 't Westende-de Bijl. Tegen hebben gestemd de leden mw. Alba Heijdenrijk, Van der Geest, mw. Van Oversteeg en Tekir. De voorzitter: Dan breng ik nu het raadsvoorstel in stemming. Het raadsvoorstel wordt in stemming gebracht en met 22 stemmen voor en 0 stemmen tegen aanvaard. Voor hebben gestemd de leden mw.
Alba Heijdenrijk, Bahlmann, Boutachkourt, Foppen, Klein, Van Gammeren, Van der Geest, mw. De Groot, mw. Hamann, Houtepen, Van Houwelingen, Koçak, Krol, mw. Metz, mw. Van Oversteeg, De Pagter, mw. Pellikaan, Van Santen, Schefferlie, Tekir, Van Veen en mw. Van 't Westende-de Bijl. De heer Van der Geest: Voorzitter. Er klopt iets niet met de telling, want er zijn twee raadsleden afwezig, zodat het totaal aantal stemmen 23 zou moeten bedragen en niet 22. Dat geldt zowel voor de motie als voor het raadsvoorstel. De voorzitter: Het eindresultaat klopt in ieder geval wel. We zullen nog even technisch nakijken wat er precies aan de hand is, want het moeten inderdaad 23 stemmen zijn. Het raadsvoorstel is hiermee in ieder geval wel aangenomen. De heer Van der Geest: Als ik het zo snel bekijk, ontbreekt in de stemmingsuitslag een lid van de fractie Stadsbelang, en wel mevrouw Willemijn Loderus. De voorzitter: Is genoteerd. Dank voor de oplettendheid. Het zal gecorrigeerd worden. 7.b Zienswijze wijziging verordening individuele Inkomenstoeslag (2023-855100)
De voorzitter: Het voorstel is als bespreekstuk geagendeerd, omdat er geen sessies over zijn geweest. Hiervoor hadden zich geen sprekers aangemeld, maar ik zie dat de heer Krol toch het woord wenst. D - 11
De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de complimenten aan het college en Avres overbrengen voor het feit dat nu een breder bereik van deze regeling geëffectueerd kan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zonder hoofdelijke stemming hierna wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7.c Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) (2023-841932)
De voorzitter: Er hebben zich de nodige sprekers aangemeld. Ik begin met mevrouw Hamann van Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt het Integraal Huisvestingsplan voor onderwijs met een uitvoeringsprogramma voor de komende vijf jaar, een investeringsprogramma in schoolgebouwen van 25 miljoen euro, waarover gedeeltelijk al besloten is in de vorige raadsperiode en waarvoor we gedeeltelijk middelen moeten zien te vinden in de komende perspectiefnota’s. Dan zullen wij dieper ingaan op de financiën, maar nu staat het visiedocument ter discussie. Het IHP is een hele mooie en goede basis om van hieruit verdere keuzes te maken. Wij danken iedereen die meegewerkt heeft aan dit IHP, ook alle mensen uit het onderwijsveld die dit steunen. Wij kunnen lang en kort praten over de stenen, over visie, over beleidsdoelen, maar het zijn de mensen die in het onderwijs werken die het verschil kunnen maken. Tijdens de coronajaren hebben we bijzondere inspanningen van hen gezien, chapeau daarvoor, en ook nu, postcorona, is er veel met de jeugd aan de hand. Het beleidsdoel, veiligheid op school – op school moeten leerlingen zich veilig weten en veilig voelen – wordt in dit IHP als bijna vanzelfsprekend benoemd, maar zal een behoorlijke opgave zijn voor de mensen die hier werken. En dan komen er ook nog nieuwe ontwikkelingen op de scholen af, zoals inclusief onderwijs.
Telde De Burcht voor speciaal onderwijs eerst nog 233 kinderen, nu zijn dat er 94 en worden het er wellicht nog minder, want deze kinderen gaan voortaan naar gewone basisscholen. De beleidsdoelen in dit IHP zijn bepaald geen sinecure. Beleidsdoel nummer 4 is de wijkfunctie, zowel in de openbare ruimte als in de scholen zelf. Ook die vinden wij heel belangrijk, en zeker de brede scholen zouden ontmoetingscentra in de wijken kunnen zijn. Het sluit in ieder geval heel mooi aan bij het coalitieakkoord om wijkgericht te werken. Ook daarmee is nog een wereld te winnen. De gemeente heeft in feite alleen de wettelijke taak om voor voldoende goede schoolgebouwen te zorgen en ook een wettelijke taak voor duurzaamheid. Volgens de Klimaatwet hebben we zeven jaar de tijd om de CO2-uitstoot te halveren. Ook dat is geen sinecure. Gorinchem heeft voor voortgezet onderwijs een regiofunctie, gemiddeld 70% van de leerlingen komt uit de regio, maar de Rijksmiddelen hiervoor schieten tekort. Dat weten we allemaal. Gorinchem zal dus alle zeilen moeten bijzetten. Ook bij verduurzaming staan gemeenten en scholen voor een immense opgave, maar we moeten de Klimaatwet wel uitvoeren. Het Rijk betaalt 1/3de deel, de gemeente en de schoolbesturen moeten 2/3de deel bij elkaar sprokkelen van de kosten. De normbedragen D - 12
van de Rijksoverheid zijn dus lang niet toereikend, en dan te bedenken dat we kampen met ook nog achterstallig onderhoud aan veel bestaande schoolgebouwen. Ik noem er even een paar als voorbeeld: Samen Onderwegschool Van Goudoeverstraat, Anne Frankschool, de JP Waaleschool, Uilenhof, Lingewaal College. We hebben het allemaal kunnen zien in dit IHP. Daarom dienen wij nu een motie in om prioriteit te geven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft: Motie M2: Integraal Huisvestingsplan onderwijs De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 20 april 2023; verzoekt het college: - bij het uitvoeringsprogramma in het IHP prioriteit te geven aan de wettelijk verplichte taken van de gemeente; - bij de afweging van investeringen binnen de financiële randvoorwaarden zoals investeringsen schuldenplafond te blijven. Motivering Het IHP is een richtinggevend beleidskader waarin grote ambities zijn verwoord. Om dat te kunnen waarmaken zijn veel grote investeringen in onderwijsgebouwen noodzakelijk. Dit ambitieuze plan kan op gespannen voet komen te staan met de financiële mogelijkheden van de gemeente door bijvoorbeeld stijgende rente, hogere bouwkosten en reductie van de inkomsten uit het gemeentefonds. Om deze redenen vinden wij het verstandig om richting aan prioriteiten te geven binnen de financiële beleidskaders van de gemeente Gorinchem.
Voorzitter. Tenslotte hebben wij nog enkele vragen aan het college. Parallel aan dit IHP is er een voorstel verduurzaming gemeentelijk vastgoed, waarop diverse schoolgebouwen prijken, zoals Gildenplein en Schuttersplein. Wij vragen ons af: hoe zit dat nou eigenlijk? Het IHP gaat toch ook over verduurzaming van schoolgebouwen? Waar ligt die scheidslijn? Maar goed, linksom of rechtsom, in beide gevallen zijn de maatregelen nodig en ook grote investeringen. Ten slotte missen we in het IHP nog de internationale schakelklas. Misschien kan het college daar iets over zeggen. Dank u wel. Mevrouw De Groot: Ik heb even een verduidelijkingsvraag. U zegt dat we prioriteit moeten geven aan de wettelijke kaders. Maar zegt u dan bijvoorbeeld dat we met duurzaamheid bijna energieneutraal moeten zijn en dat dat energieneutrale later wel komt, of wilt u dan bijvoorbeeld wel dat de gemeente als wettelijke taak heeft dat er energieneutraal gebouwd wordt, of gerenoveerd? Mevrouw Hamann: Er is een Klimaatwet en ook dat is dus een wettelijke taak, naast gewoon huisvesting. Bij duurzaamheid gaat het dan over BENG of ENG. BENG is bijna energieneutraal en ENG is helemaal energieneutraal. Ik begrijp dat de wettelijke taak BENG is, dus als wij als gemeente willen dat een bepaald gebouw ENG wordt, zullen we zelf een extra inspanning moeten doen, denk ik.
Maar we moeten minimaal die BENG halen, want dat is een opgave die de Klimaatwet meegeeft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Groot, PvdA. Mevrouw De Groot: Dank, voorzitter. Het IHP, een ambitievol document voor de toekomstbestendigheid van ons onderwijs, waarin we volop willen investeren in kwaliteit, gezondheid en inclusie. De Partij van de Arbeid kan dit uiteraard alleen maar D - 13
ondersteunen. Onderwijs is en blijft de plek waar we de kinderen van nu voor de toekomst klaarstomen. Daarbij laat het IHP duidelijk zien welke onderwijsgebouwen het hardst nieuwbouw dan wel renovatie nodig hebben. Er is actie nodig. Tegelijkertijd: met grote ambities komen ook grote kosten. Het voorstel dat er ligt is financieel toch wel onzeker, want waar halen we toch al dat geld vandaan? Tegelijkertijd hebben wij het over een ambitie die een periode van 15 jaar bestrijkt en in 15 jaar kan veel gebeuren. Denk aan landelijke ontwikkelingen en daarmee subsidies met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen. Ook zijn in het raadsvoorstel meerdere opties aangegeven over hoe we aan het geld kunnen komen om de investeringen te realiseren. Wij hebben er dan ook vertrouwen in dat tijdens de behandelingen van de komende perspectiefnota’s meer duidelijkheid wordt geschapen over hoe en wat en dat we daar de integrale afweging kunnen maken ten aanzien van andere dossiers. We hebben het over veel geld dat wij moeten investeren, maar de waarde is maatschappelijk gezien misschien nog wel groter. En dan de motie van Gorcum Actief. Waar we juist heel trots zijn op zulke grote ambities in het IHP, hebben we het gevoel dat deze motie eigenlijk die ambities naar beneden stelt. Neem bijvoorbeeld duurzaamheid, zoals ik net vroeg.
In theoretische zin zijn we inderdaad minimaal verplicht om bijna energieneutraal te zijn, maar de klimaatdoelstellingen zijn ook duidelijk. We moeten in 2050 energieneutraal zijn. We kunnen deze kostenpost uitstellen, maar in the long run kost dat wel meer geld, want we kunnen, als we dan toch gaan investeren in ons onderwijs, net zo goed wat ons betreft investeren in energieneutrale gebouwen. De voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie. Mevrouw Hamann: De motie is juist bedoeld om wel aan deze doelen te gaan werken, door ze dus prioriteit te geven. Dus wij willen dat niét naar achteren schuiven, maar juist naar voren halen en zeker prioriteit geven. De opzet van de motie is: ga aan die klimaatdoelen werken. Mevrouw De Groot: Dat snap ik, maar u zei net dat de wettelijke kaders goede gebouwen zijn en duurzaamheid en u had het bijvoorbeeld ook over wijkfuncties. Is dat dan niet meer een prioriteit? Mevrouw Hamann: Het wijkgericht werken wordt genoemd in het IHP als een van de doelen bij schoolgebouwen, en dat kan natuurlijk gerealiseerd worden. Daar zijn ook andere afdelingen mee gemoeid dan school en onderwijs. Dat is niet per se de onderwijstaak. Het wijkgericht werken ligt in het veld eromheen zal ik maar zeggen. Mevrouw De Groot: Duidelijk, dank u wel.
Dat snappen we en we gaan er ook vanuit dat in eerste instantie die wettelijke taken uitgevoerd worden, maar wij vinden het ook belangrijk om bijvoorbeeld de wijkfunctie er goed bij te betrekken. Dus wij houden graag dat hoge ambitieniveau ook op die doelstellingen en daarom zullen wij vooralsnog niet de motie steunen. Maar we wachten ook graag het antwoord van de wethouder af. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir, D66.
D - 14
De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Laat ik over één ding duidelijk zijn: D66 is blij met de beleidsdoelstellingen zoals opgenomen voor onderwijshuisvesting. Ja, schoolgebouwen moeten een veilige en gezonde plek zijn. Ja, een schoolgebouw moet inclusief onderwijs mogelijk maken. Ja, een schoolgebouw moet duurzaam zijn. En ja, een schoolgebouw heeft een bredere functie in de buurt of in de wijk. Eén voor één doelstellingen waar de fractie van D66 zich in kan vinden. In onze visie op onderwijs zien wij kinderen namelijk opgroeien in een gezonde en veilige leeromgeving, waar plek is voor ieder kind, waar kinderen het belang van duurzaam leven wordt aangeleerd, door te zien en door te ervaren én door in verbinding te staan met de buitenwereld. Kortom, een mooi vergezicht, voorzitter. Waar de fractie van D66 wel mee worstelt, is de vraag in hoeverre al deze ambities haalbaar zijn. Ja, het zijn prachtige ambities, maar kunnen we ze ook realiseren, is er voldoende ruimte in de begroting? En het antwoord daarop, voorzitter, is spijtig genoeg ‘nee’. De benodigde financiële ruimte is op dit moment niet voorhanden, zo staat letterlijk in het raadsvoorstel. Oftewel: dit IHP is op dit moment simpelweg niet uitvoerbaar.
Dat er financiële onzekerheid op de lange termijn bestaat, zeg maar richting 2038, zouden wij ons goed kunnen voorstellen, dat gaat tenslotte over een bedrag van 132 miljoen euro, een fors bedrag, maar ook de plannen voor de korte termijn – en dan heb ik het over de eerste vijf jaar – zijn bij lange na niet zeker, terwijl ook op de korte termijn de benodigde investering fors is, namelijk 25 miljoen en dat bedrag van 25 miljoen kan nog oplopen omdat in de huidige raming niet alle kosten zijn opgenomen, zo valt te lezen in het IHP. Kortom, het lijkt de fractie van D66 eigenlijk een zinloze exercitie om ambities vast te stellen waarvan we bij voorbaat al weten dat ze niet haalbaar zijn. Die eerlijkheid verdient ook het onderwijsveld, aangezien deze plannen gezamenlijk worden opgesteld en hier een belofte ligt aan al die schoolbesturen. Die schoolbesturen mogen ervan uitgaan dat wij als gemeenteraad van Gorinchem realistisch begroten, instemmen met een plan en dat ook realiseren. En over realistisch begroten gesproken, voorzitter: wij vragen ons ook af hoe al deze investeringen zich verhouden tot het investeringsplafond van 5 miljoen euro. Daar is ook een motie over ingediend. Want de afspraak die een aantal jaren geleden in deze raad is gemaakt en waar we herhaaldelijk aan refereren is: een investeringsplafond van 5 miljoen euro per jaar, om de schulden beheersbaar te houden.
De vraag die nu dan logischerwijs rijst is: gooien we die afspraak hiermee overboord? Ik ben wel benieuwd naar de reactie van het college, maar ook naar een reactie van de collega-raadsfracties. We weten namelijk nu al dat er geen investeringsruimte meer is voor 2023 en 2024, en ook in de jaren daarna is de ruimte simpelweg beperkt. En even een sidenoot: ik heb zeker de dekkingsbronnen in het raadsvoorstel gezien, waar mogelijk dekking uit zou kunnen volgen, maar vergeet niet: ook die opties zijn al lang en breed ingezet. Als je het hebt over de algemene reserves, dan zijn die in 2023 al ingezet om investeringen mogelijk te maken. Op enig moment bereik je een minimum, waardoor het niet meer verantwoord is om door te blijven investeren, tenzij je het schuldenplafond overboord gooit. De voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie. Mevrouw Hamann: Ja voorzitter, ik vraag me af of dit wel aan de orde is, want de heer Tekir heeft het over een investeringsplafond van 5 miljoen, en dat dat na twee jaar op is,
D - 15
maar die discussie over het investeringsplatform hoort, denk ik, thuis bij de perspectiefnota en niet bij de onderwijsvisie. De heer Tekir: Voorzitter, ik wil niet belerend overkomen, maar de afspraak die wij hebben gemaakt als gemeenteraad over een investeringsplafond betreft de complete begroting en niet enkel het thema onderwijs. Dus ja, die afspraak ligt er, daar verwijst u ook terecht naar in uw motie, dus ik snap uw opmerking eigenlijk niet zo goed. Mevrouw Hamann: Nou, ik meende u te horen vragen “wat doen wij nu met het investeringsplafond?”, en daar doen we op dit moment helemaal niks mee. Daar kunnen we bij financiën een keer over praten, maar dat is nu niet aan de orde, lijkt mij. De heer Tekir: Dat is te makkelijk: we hebben een investeringsplafond, maar dat geldt alleen als we praten over financiën! Nee, dat investeringsplafond geldt gewoon het hele jaar. Het kan niet zo zijn dat het 364 dagen niet geldt en één dag wel. Dat vind ik echt te makkelijk. Mevrouw Hamann: Dan heb ik de vraag, denk ik, verkeerd begrepen, want ik meende u toch echt te horen vragen ”staat het investeringsplafond nu ter discussie?”. Wat mij betreft staat het niet nu ter discussie, maar komt het vast wel een keertje in de discussie terecht als we over financiën praten en niet als we over onderwijs praten.
De heer Tekir: Nou, voorzitter, daarom stellen we die vraag, aangezien die afspraak nu dus geldt. De heer Schefferlie: Voorzitter, ik wil graag even ingaan op de opmerking van mevrouw Hamann, als dat mag. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Schefferlie: Als u zegt dat we het nu niet over het investeringsplafond moeten hebben, waarom dient u daar dan wel een motie over in? Mevrouw Hamann: Wij dienen geen motie in over het investeringsplafond, wij dienen een motie in om binnen de plafonds te blijven. Er is ook een schuldenplafond trouwens. De heer Schefferlie: Nou, dan dient u er toch een motie over in? Mevrouw Hamann: Maar wij stellen het plafond zelf niet ter discussie en dat doet de heer Tekir wel. De heer Schefferlie: Maar wat is dan het doel van die motie? Mevrouw Hamann: Het doel van de motie is om binnen die plafonds te blijven. De heer Schefferlie: Nou, dan heeft u het er toch over? Mevrouw Hamann: Ja, maar het erover hebben wil niet zeggen dat je het ter discussie stelt om het te veranderen, te wijzigen, of iets dergelijks. De voorzitter: Voldoende. De heer Tekir vervolge zijn betoog. D - 16
De heer Tekir: Ja, laat ik dat maar doen, want eerlijk gezegd begrijp ik het punt van mevrouw Hamann nog steeds niet. Wat wel duidelijk is, voorzitter, is dat er hoe dan ook scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Dit valt ook te lezen in het coalitieakkoord en dat is best wel frappant, want onder het kopje ‘Onderwijshuisvesting’ valt te lezen dat onderwijshuisvesting vraagt om durf en creativiteit, zodat bij gemeentelijke investeringen juiste en slimme keuzes gemaakt kunnen worden. Ja, hoé dan, als je die keuzes niet maakt? Dit IHP getuigt niet van gedurfde investeringen en al helemaal niet van keuzes. Het is eerder een wensenlijst en de fractie van D66 is bang dat het bij een wensenlijst blijft, als we die keuzes niet durven maken. Dat begint met het inzien van de realiteit. Welke investeringen halen we naar voren, welke investeringen moeten we temporiseren, welke ambities moeten we bijstellen? Duurzaamheidsambities bijvoorbeeld: delven die straks het onderspit als wij de realiteit niet inzien? Dit is een open vraag. Allerlei vragen zijn nu nog niet beantwoord omdat een prioritering in het geheel ontbreekt. En, voorzitter, deze kanttekening hoefden we niet te maken als dit voorstel alleen beslispunt 1 zou bevatten. Beslispunt 1 is namelijk het vaststellen van het IHP als een richtinggevend document. Met ‘richtinggevend’ kun je nog alle kanten op.
Maar let wel: beslispunt 2 van dit raadsvoorstel is om in te stemmen met het uitvoeringsprogramma 2023 tot en met 2026, dus voor de eerste vijf jaar, en daar hangt een prijskaartje aan. Ik kan het niet mooier maken dan het is. In het IHP is een tabel opgenomen waarin staat dat het 25 miljoen euro kost en een simpele rekensom wijst nu uit dat dat gewoon niet haalbaar is in deze begroting. En mevrouw Hamann: ja, tenzij u nu het begrotingsplafond overboord gooit. Ik pleit daar niet voor, maar waar ik wel voor pleit, is dat we elkaar niet voor de gek houden door nu vanavond in te stemmen met ambities die niet haalbaar zijn, dat weten we nu al, en dan later een keer terug te gaan naar het onderwijsveld en zeggen van: ja, nee, sorry ja, eigenlijk hadden we gehoopt dat u zou bijleggen, maar aangezien u dat niet heeft gedaan, gaan wij het ook niet meer realiseren in de begroting. Nee, dat is te makkelijk. Dan willen wij nu liever het scherpe, pittige gesprek voeren, waarin we met elkaar bepalen wat wel wat niet, en dan duidelijkheid bieden aan het onderwijsveld. Voorzitter, een afsluitende zin. Juist als het gaat om onderwijs, juist als onderwijspartij kiezen wij dan voor zekerheid. Bij onderwijs willen we geen vraagtekens, geen onzekerheden. We willen zekerheid. Liever één vogel in de hand dan tien in de lucht. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Pagter, ChristenUnie/SGP.
De heer De Pagter: Dank u wel, voorzitter. Het raadsvoorstel inzake het IHP betreft een voorstel voor uitvoering van plannen voor de komende jaren. Het is een ambitieus plan en gaat over broodnodig onderhoud aan schoolgebouwen in de stad. Het onderwijs vormt een belangrijke schakel door onze samenleving. Het IHP gaat juist over het onderhoud dat nodig is om te voldoen aan de wettelijk vastgestelde eisen en om gebouwen te onderhouden om ook het onderwijs die belangrijke schakel in onze samenleving te laten zijn, onderhoud dat nodig is om een gezond leef- en leerklimaat te realiseren voor alle scholieren die naar school gaan op de scholen in onze stad. Als fractie kunnen wij ons vinden in het raadsvoorstel. Toch zijn we ook kritisch en willen we een kanttekening plaatsen. Het is van belang dat wij als raad instemmen met het D - 17
voorstel. Het gaat tenslotte over jeugd, de jeugd heeft de toekomst en we moeten waarborgen dat er goede en gedegen schoolgebouwen zijn. Echter, instemmen met het raadsvoorstel betekent niet dat we nu ook direct instemmen met de financiën die daarmee gepaard gaan. Die volgen in de uitvoering. Vanuit onze fractie zullen we daarom ook scherp en kritisch kijken hoe we kunnen instemmen met ieder individueel plan voor uitvoering per school. We kunnen dan ook pas formeel groen licht geven op het moment dat er een heldere businesscase beschikbaar is voor elk plan. Er ligt een uitvoeringsplan op basis van de quickscan en de hoogste urgenties zijn bepaald in het IHP. Goed dat er ook scenario's ontwikkeld worden om het plan stap voor stap uit te voeren. Op basis van scenario’s kun je pas later bepalen of het plan financieel uit kan, of dat je in de knel komt. Er is nu op basis van aannames gerekend. Dat hoort bij een globale inschatting van de kosten. Dat is altijd de manier van handelen geweest in dit huis. Je zet beleid uit voor de langere termijn. Dat doe je door een grove kostenraming daarvoor op te stellen. Het IHP gaat tenslotte over 20 jaar en dan is er ook een flink bedrag voor geraamd. We zien dit ook bij de mobiliteitsvisie, ook een visie voor de lange termijn met een hoge begroting.
Daarvan voeren we de onderdelen ook per stuk uit en per plan beslissen we dan ook hoe de financiële kaart eruit ziet. Het IHP is dus niets anders. Grote plannen voor onze stad… Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Ik zou wel willen aantekenen dat de mobiliteitsvisie hierin wel wat anders is, omdat we daarvoor al van tevoren hebben gespaard in de reserve. De heer De Pagter: Prima; ik kom daar zo meteen nog op terug. Grote plannen voor onze stad, daar is onze raad vertrouwd mee als het goed is. Daarom bevreemdt het ons ook dat een aantal partijen, Democraten Gorinchem, CDA en D66, nu een andere koers willen varen en eerst een samenhang tussen financiën en plannen willen hebben. Dit is de omgekeerde volgorde volgens mij. De heer Schefferlie: Voorzitter… De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Wij willen helemaal geen andere koers, wij willen een betrouwbare overheid zijn en een integrale afweging maken. Ik zal het u zo meteen toelichten, maar inhoudelijk heeft niemand gezegd dat we op een andere koers uit zijn. De heer Tekir: Voorzitter… De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik heb ook een verduidelijkingsvraag. Ik hoor de heer De Pagter zeggen dat dit nog over ambities gaat en niet over financiën.
Ik ben wel benieuwd hoe hij dan aankijkt tegen beslispunt 2, waarin de raad wordt gevraagd om in te stemmen met het uitvoeringsprogramma 2023 tot 2026, waar een flink prijskaartje onder hangt. Waar stemt u dan mee in?
D - 18
De heer De Pagter: Wij stemmen zeker in met het uitvoeringsprogramma, want in het IHP is ook te lezen dat scenario's worden opgesteld en we zullen dus per onderdeel van dat uitvoeringsprogramma ook moeten bekijken hoe de financiën gerealiseerd gaan worden. Er staat nu een bedrag in opgenomen en dat kan ook lager uitvallen, of het kan zijn dat we plannen bij moeten stellen omdat we gewoon financieel ook niet alles uit kunnen. Dat is een financiële discussie; die voeren we met elkaar bij elk uitvoeringsplan als onderdeel van dit IHP. De heer Tekir: Voorzitter, toch nog een aanvullende vraag. Het uitvoeringsprogramma zoals nu is opgenomen bevat vijf schoolgebouwen, met tot op de euro nauwkeurig uitgewerkt wat dat kost: bij elkaar opgeteld 25 miljoen euro, zoals ik al aangaf… De heer De Pagter: Dat zijn aannames op basis van nieuwbouw. Per plan zal uitgevoerd moeten worden hoe we die plannen gaan realiseren. Het kan zijn dat er andere kostenplaatjes bij komen kijken, omdat we andere keuzes maken per school.
De heer Tekir: Maar zou u dan niet bij de vaststelling van het beleid, en dat is vanavond, al willen bepalen welke prioriteiten we stellen, dus op het moment dat het financieel gaat knellen, en het is duidelijk dat dat gaat gebeuren, dat we nu al aangeven: dan willen wij dié kant op, dan willen wij dát schoolgebouw? De heer De Pagter: Er zijn nu plannen gemaakt op basis van aannames. Daar worden scenario’s voor gemaakt en het zou nu volgens mij niet juist zijn om op basis van aannames dingen vast te stellen. Het kan lager uitvallen, het kan hoger uitvallen. We zullen dat dus per casus moeten gaan bekijken. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd of de heer De Pagter daarmee een hele grote winstwaarschuwing afgeeft aan al onze partners in het onderwijs, van “ja, we moeten nog maar zien of het allemaal straks echt lukt”. De heer De Pagter: Dit plan is opgesteld in samenwerking met het onderwijs, dus de vragen die wij hier met elkaar bespreken, het plan dat we hier met elkaar bespreken en de financiële situatie zoals we ervoor staan zullen ook bij de onderwijspartners in het veld bekend zijn. De heer Schefferlie: Ja, en u zegt er dus bij, van “nou ja, het is de bedoeling, maar of het financieel lukt, hoort u nog wel”? De heer De Pagter: Dat zullen we per plan moeten gaan bekijken; dat lijkt me heel realistisch.
Ik ga door met mijn verhaal. Ik roep daarom ook op om geen wijzigingen van handelen te vragen en te vertragen, maar juist in te stemmen met dit plan en over te gaan tot uitvoering: werken aan het onderwijs en werken aan onze stad. De uitwerking van de langetermijnvisies is echter per onderdeel een uitvoeringsplan. De daadwerkelijke kosten kunnen anders liggen en verschillen. We stellen eisen aan goede scholen en de hoogste urgentie is bepaald met het voorliggende uitvoeringsprogramma. Daarom lijkt het ook dat
D - 19
we nu akkoord moeten gaan met het raadsvoorstel, om te starten met de daadwerkelijke uitwerking van de scenario’s, zodat we helderheid krijgen over de gebiedsgerichte programma’s. In een latere fase zullen we dan de plannen op hun financiële ambities kunnen beoordelen. We zullen daarom ook als ChristenUnie/SGP kritisch zijn en scherp kijken naar elk plan. Het zal u ook niet verbazen dat onze fractie blij is dat het raadsvoorstel ook spreekt over sparen en reserveren voor de jaarlijkse kosten: kan het uit of kan het niet uit en als het niet uit kan, in welke vorm kan het dan wél? Creatief in de uitvoering, maar ook kritisch zijn op de begroting, kritisch op de uitvoering. We roepen het college ook op om kritisch te zijn bij elk onderdeel van het uitvoeringsplan. Als voorbeeld vragen we ook kritisch te kijken naar de plannen richting het Uilenhof. Het Uilenhof is bijvoorbeeld een robuust en markant gebouw. Een gedegen bouwtechnisch onderzoek moet uitgevoerd worden. In de eerste versie van het IHP stond dat er nieuwbouw gepleegd moest worden, maar is dat echt nodig? Is dat kritisch onderbouwd met feiten? We zijn blij dat er nu breder gekeken wordt naar welke mogelijkheden er zijn: renovatie, verbouw, vernieuwbouw. We koesteren de kleinschaligheid van een aantal scholen. Juist deze kleinschaligheid zorgt er ook voor dat je gezien wordt als leerling.
Dat is van groot belang voor een gezonde ontwikkeling van puber tot jongere tot jongvolwassene. Het is ook van groot belang dat docenten, conciërges en directies hun eigen leerlingen kennen en dat zij gezien worden. Het realiseren van een veilige omgeving, waar dit plan vol mee is, draagt bij aan de resultaten van die leerlingen in de toekomst, draagt bij aan een sociale, veilige woon-, werk- en leeromgeving, leerlingen die door deze kleinschaligheid sociaal en maatschappelijk zelfredzaam zijn. Renovatie, verbouw of nieuwbouw: hoe past het gebouw in de omgeving, en aandacht voor kleinschaligheid om dit te bewaren: dat is zowel maatschappelijk als financieel van groot belang. Voorzitter. Zoals eerder gezegd, zijn we positief gestemd over het raadsvoorstel. Wij willen het college ook het vertrouwen geven om met het uitvoeringsprogramma bij te dragen aan het realiseren van het best mogelijke schoolklimaat voor jongeren op onze scholen, zodat dit een bijdrage mag leveren aan hun goede start in onze samenleving. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Veen, Stadsbelang. De heer Van Veen: Voorzitter. Vorige maand, tijdens uw afwezigheid in de raadsvergadering, heb ik in mijn betoog over een heel saai financieel onderwerp de lat heel hoog gelegd om te kunnen ‘shinen’. Ik kan niet beloven dat ik dat niveau nog een keer aantik vandaag! Geachte voorzitter.