CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

221117 I&O en B&A Bestemmingsplan Van Zomerenlaan - Bijlage Bestemmingsplan Toelichting.pdf

Parallelsessie raadzaal 17 november 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O/B&A Bestemmingsplan herontwikkeling Van Zomerenlaan16.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aveco de Bondt bv Boschstraat 35 4811 GB Breda email

info@avecodebondt.nl

internet

www.avecodebondt.nl

Gemeente Gorinchem Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

Projectnummer: Datum:

192683 15 december 2022

Gemeente Gorinchem Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.0512.BP2020195-4001 d.d. : 15 december 2022

Projectleider: Collegiale toets: Status:

Dhr. T. van Baast MSc. Dhr. Ing. M. Volbeda vastgesteld

Toelichting

INHOUD 1

INLEIDING

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Leeswijzer

3 3 4

2

PLANBESCHRIJVING

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Inleiding Ontstaansgeschiedenis Beschrijving bestaande situatie Beschrijving beoogde situatie plangebied Stedenbouwkundige inpassing Parkeren en verkeer

5 5 5 7 7 10

3

BELEIDSKADER

13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 17 21 22

4

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN

27

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Inleiding Luchtkwaliteit Akoestisch milieu Bodem Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Waterhuishouding Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

27 27 29 31 32 35 36 37 40 41 41

5

JURIDISCHE PLANTOELICHTING

45

5.1 5.2 5.3

Inleiding Planopzet Artikelsgewijze toelichting

45 45 45

6

UITVOERBAARHEID EN HANDHAVING

49

6.1 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

49 49

7

PROCEDURE

51

7.1

Vooroverleg en inspraak

51

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

1

7.2

Zienswijzen

51

BIJLAGEN Bijlage 1 – stedenbouwkundig plan, Compositie 5 stedenbouw, augustus 2020 Bijlage 2 – beeldkwaliteitplan, Compositie 5 stedenbouw, november 2020 Bijlage 3 – akoestisch onderzoek weg- en railverkeer, Econsultancy, september 2020 Bijlage 4 – verkennend bodemonderzoek, van der Helm, juli 2020 Bijlage 5 – watertoets, Econsultancy, september 2020 Bijlage 6 – stikstofdepositieberekening, Compositie 5 stedenbouw, november 2020 Bijlage 7 – ecologische quickscan, van der Helm, november 2017 Bijlage 8 – soortgericht onderzoek vleermuizen en vogels, van der Helm, november 2018 Bijlage 9 – activiteitenplan huismus, gierzwaluw en vleermuis, Ecoresult, februari 2019 Bijlage 10 – beschikking wet natuurbescherming, omgevingsdienst Haaglanden, februari 2020 Bijlage 11 – verkennend archeologisch onderzoek, Bureau voor Archeologie, mei 2020 Bijlage 12 – nota van inspraak en vooroverleg, Gemeente Gorinchem, februari 2022 Bijlage 13 – nota van zienswijzen, Gemeente Gorinchem, oktober 2022

Uitsnede topografische kaart. Met de gele ster is globaal het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2020

2

Gemeente Gorinchem

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aanleiding Aan de Van Zomerenlaan en de Dirck Franckenszoon Pauwstraat in Gorinchem heeft de woningbouwvereniging Stichting Poort6 in totaal 89 huurwoningen in eigendom gehad. De woningen zelf sloten niet meer aan op de moderne woonwensen. De Stichting Poort6 heeft daarom besloten om de bestaande woningen te amoveren en te vervangen met 76 nieuwe huurwoningen. Stichting Poort6 heeft Compositie 5 stedenbouw bv een stedenbouwkundig plan laten opstellen, om een nieuwe, vriendelijke woonbuurt te realiseren. In het stedenbouwkundig plan is gekozen voor een kleinschaligere opzet, waarbij korte zichtlijnen, kleinschaligheid en een open en transparante verkavelingsopzet de kernwaarden vormen. De woningen worden georiënteerd op een tweetal groen ingerichte hoven, waar tevens geparkeerd wordt. De achterzijden van de woningen grenzen, naast dat de woningen voorzien zijn van kleine privé achtertuinen, aan gezamenlijke binnentuinen. Voor de gronden vigeert thans het bestemmingsplan “Haarwijk-Noord”, zoals vastgesteld op 13 februari 2014. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer’. De herontwikkeling van het woongebied is niet mogelijk binnen de bestaande planologische situatie. Doel Het doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een nieuwe juridischplanologische regeling, waarmee het woningbouwplan mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in de woonwijk ‘Haarwijk’. Deze wijk ligt ten noordwesten van het oude historische centrum van Gorinchem. Aan de noordzijde loopt de snelweg A15 en de spoorlijn Geldermalsen-Gorinchem. Ten westen ligt de wijk ‘Stalkaarsen’. Het Merwedekanaal met de daaraan gelegen bedrijvigheid vormt de oostgrens van de wijk ‘Haarwijk’. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de W.F. Emckstraat. Aan de oostzijde vormt de Van Zomerenlaan de grens van het plangebied. Aan de westzijde vormen de woningen aan de westzijde van de Dirck Frankenszoon Pauwstraat de grens van het plangebied. De achtertuinen van de woningen aan de Marinus Spronklaan vormen de zuidelijke grens van het plangebied. Het plangebied is circa 15 ha groot.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

3

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 wordt aan de wijzigingsvoorwaarden getoetst. In hoofdstuk 5 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 7 en 8 de economische uitvoerbaarheid en de procedure aan de orde.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Haarwijk - Noord”. Met de rode contour is het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Luchtfoto van het plangebied. Met de rode contour is het plangebied aangeduid. Bron:www.pdok.nl, 2020

4

Gemeente Gorinchem

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing en op het aspect en parkeren en verkeer.

2.2

Ontstaansgeschiedenis Gorinchem is ontstaan bij de uitmonding van de Linge in de (Boven)Merwede. Langs de Linge zijn oeverafzettingen in de grond te vinden en verder in het achterland komklei op veen. In 1850 was de Haarwijk er nog niet, alleen een slagenlandschap dat nu nog goed herkenbaar is. Voor de Tweede Wereldoorlog zijn in het plangebied villa’s en tweekappers ontwikkeld in de zone tussen de Nieuwe Hoven, Koningin Julianalaan en Burgemeester Gaarlandtstraat. Het gebied ten noorden van deze zone werd na de Tweede Wereldoorlog steeds verder uitgebreid, vaak met relatief goedkope woningen, om zodoende snel aan de enorme vraag naar woningen te voldoen. De wijk ‘Haarwijk’ is gelegen ten noordwesten van het historische centrum van Gorinchem. De wijk bestaat uit de delen Haarwijk-Noord en Haarwijk-Zuid, waarbij de Nieuwe Hoven de grens vormt. De ‘Haarwijk’ is opgebouwd uit een raamwerk van wegen en daarbinnen clusters met bebouwing. Het netwerk van wegen betreft de belangrijkste wegen voor auto’s en langzaam verkeer. ‘Haarwijk’ is overwegend een woonwijk maar daarbinnen zijn wel voorzieningen zoals scholen ed. aanwezig. Verder is ook bedrijvigheid langs het Merwedekanaal aanwezig. De bebouwing vormt samen een architectonische of stedenbouwkundige eenheid.

Het netwerk van doorgaande routes loopt van oudsher al van noord naar zuid, waarbij de hoofdas wordt gevormd door de parallel aan elkaar gelegen Kleine Haarsekade en Grote Haarsekade. De ‘Haarwijk’ bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied. Het onbebouwde gebied is vooral in gebruik als openbaar groen.

2.3

Beschrijving bestaande situatie Haarwijk-Noord is ontwikkeld in verschillende fasen. De wijk omvat zowel woningen van voor als na de Tweede Wereldoorlog en heeft hiermee een mix van eenvoudige en luxe woningen.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

5

Bouwfasen Haarwijk-Noord. Bron: bestemmingsplan "Haarwijk-Noord", gemeente Gorinchem, 2014

Het plangebied is ten tijde van de wederopbouw Haarwijk-Noord verder tot ontwikkeling gekomen. Het bebouwingstype dat het karakter van de bebouwing in dit deel van het plangebied bepaalt, betreft planmatig ontworpen woonbebouwing in de vorm van traditionele blokverkaveling. Dit deel van de wijk is in de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 ontstaan, waarbij het accent lag op het produceren van goedkope woningen. Kenmerk van de traditionele blokverkaveling is de relatief sobere uitwerking van de stedenbouwkundige opzet en architectuur, zeker in vergelijking met hieraan vooraf gaande bouwperiodes. Huidige situatie plangebied Het plangebied is inmiddels volledig geamoveerd en vrij gemaakt voor nieuwe bebouwing. Voor de sloop van de oude woningen bestond de bebouwing uit in totaal 89 aaneengebouwde woningen. In de oude situatie hadden de woningen een oost-west oriëntatie en waren gerealiseerd langs de twee noord-zuid lopende straten de Van Zomerenlaan en D.F. Pauwstraat.

6

Gemeente Gorinchem

2.4

Beschrijving beoogde situatie plangebied Beoogde situatie In de beoogde situatie worden de gronden herontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt te voorzien in 76 grondgebonden sociale huurwoningen. Het betreffen rijwoningen bestaande uit twee bouwlagen met kap. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 7 en 11 meter. De D.F. Pauwstraat komt als lijn te vervallen. In plaats daarvan worden twee lussen met woningen gerealiseerd ontsloten via de Van Zomerenlaan.

Stedenbouwkundig ontwerp. Bron: Compositie 5 stedenbouw BV, 2020

2.5

Stedenbouwkundige inpassing Ruimtelijke hoofdopzet In tegensteling tot de huidige situatie, waar de bouwblokken in lange lijnen zijn gesitueerd en een oost-west oriëntatie hebben, is gekozen voor een kleinschaligere opzet waarbij de bouwblokken juist noord-zuid gericht zijn. Korte zichtlijnen, kleinschaligheid en een open en transparante verkavelingsopzet zijn hierbij de kernwaarden.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

7

De woningen zijn georiënteerd op een tweetal groen ingerichte hoven waar tevens geparkeerd wordt. De achterzijden van de woningen grenzen, naast dat de woningen voorzien zijn van kleine privé achtertuinen, aan gezamenlijke binnentuinen. De binnentuinen en de groene hoven zijn met elkaar verbonden door een meanderend netwerk van langzaamverkeersverbindingen. Doordat de groene hoven zich openen naar het park ontstaat er een groot aaneengesloten groen netwerk. In bijlage 1 bij deze toelichting is het stedenbouwkundig ontwerp opgenomen. Oriëntatie en rooilijnen De woningen zijn met hun voorzijden georiënteerd op twee groen ingerichte hoven. De rooilijnen van de bouwblokken ten noorden en zuiden van de hoven geren ten opzichte van elkaar waardoor de hoven zich openen richting het bestaande oostelijk gelegen park aan de Van Zomerenlaan. Dit betekent tevens dat er sprake is van een open verkavelingsopzet, met veel lucht en ruimte, die het woon- en leefklimaat ten goede komt. Door de bouwblokken ten opzichte van de bestaande situatie te draaien ontstaan er twee kleinschalige woonbuurten waarbij de woningen optimaal op de zon georiënteerd zijn (kap op het zuiden) zodat het toepassen van zonnepanelen leidt tot maximale energieopbrengsten.

De Van Zomerenlaan wordt net als in de huidige situatie begeleid door woningen zodat het bestaande park gebruikt wordt ter verhoging van het woongenot. De woningen aan de Van Zomerenlaan kunnen uitgevoerd worden met kap waarbij beide kappen voorzien dienen te worden van zonnepanelen. Een alternatief is echter om de woningen plat af te dekken en te voorzien van een dakopbouw. Door de platte afdekking kunnen de gehele dakvlakken voorzien worden van zonnepanelen. Beide opties zijn mogelijk waarbij het van belang is dat er in ieder geval sprake is van een samenhangend straatbeeld aan de Van Zomerlaan. Naast dat de rooilijnen geren ten opzichte van elkaar worden ook de bouwblokken in een licht verspringende rooilijn ten opzichte van elkaar gesitueerd. Daarnaast wordt er ook aan de Van Zomerlaan en de W.F. Emckstraat binnen de bouwblokken een lichte verspringing aangebracht is. Dit alles om het informele karakter te versterken met een speels en afwisselend straatbeeld tot gevolg. Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van de hoven vindt plaats vanaf de Van Zomerenlaan. De rijwegen hebben een breedte van 6 meter, waarvan 1 meter, direct grenzende aan de perceelgrens, is vormgegeven middels een rabatstrook die net als de parkeerplaatsen in een open verharding (grasstenen) wordt vormgegeven.

Deze strook dient als visuele buffer richting de percelen maar ligt op dezelfde hoogte als de rijweg waardoor deze tevens gebruikt kan worden bij het in/uitparkeren. Het profiel van de Van Zomerenlaan blijft grotendeels intact, alleen de langsparkeerstrook en delen van het trottoir direct grenzende aan het plangebied zullen bij de herinrichting betrokken dienen te worden zodat er afstemming kan plaatsvinden tussen

8

Gemeente Gorinchem

de nieuwe verkavelingsopzet en het langsparkeren. De langsparkeerplaatsen in het park kunnen komen te vervallen zodat er een vrij zicht is vanuit de hoven op het park. Parkeren vindt plaats middels haaksparkeren en is direct gekoppeld aan de ontsluitingsstructuur. Hierbij wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm (Zie ook paragraaf 2.6.1). De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een open verharding en maken ruimtelijk onderdeel uit van de groenzone waarin ze gesitueerd zijn. Hierdoor wordt het verhard oppervlak verminderd en het oppervlak groen vergroot. Hemelwater kan op deze wijze infiltreren en de groenbeleving van de groene hoven wordt versterkt. De binnentuinen en de groene hoven zijn met elkaar verbonden middels een stelsel van langzaamverkeersroutes. De organische tracés sluiten aan bij de landschappelijke inrichting van de groene hoven en binnentuinen. De voormalige D.F. Pauwstraat wordt omgezet naar een langzaamverkeersverbinding die centraal door het plangebied meandert en onderdeel uitmaakt van het langzaamverkeersnetwerk. Groene hoven en binnentuinen De groene hoven aan de voorzijde van de woningen worden groen ingericht en bieden ruimte aan een combinatie van grassen, bomen in een losse setting, waterberging (wadi’s) en parkeren.

Door de 1 meter brede rabatstrook en het parkeren in een open verharding vorm te geven kan het regenwater op een natuurlijke wijze infiltreren en wordt het verhard oppervlak verminderd en het groene straatbeeld versterkt. Hierdoor wordt, samen met de binnentuinen, een belangrijke bijdrage geleverd aan het voorkomen van hittestress. De gezamenlijke binnentuinen zijn aan de achterzijde van de woningen gelegen en hebben een besloten semiopenbaar karakter. Doel is te komen tot een ontmoetingsplek voor de direct aanwonenden waardoor de sociale cohesie van de buurt versterkt wordt. De kleine achtertuinen, met een diepte van circa 4-5 meter, grenzen samen met de bergingen direct aan de binnentuin. Om het toezicht op de binnentuin te vergroten en achter- en binnentuin met elkaar te verbinden ontbreekt bij voorkeur een erfafscheiding. Mocht een erfafscheiding toch gewenst zijn dan wordt deze groen en laag vormgegeven om de interactie tussen achtertuin en binnentuin in stand te houden. De binnentuin wordt samen met de bewoners ingericht en kent een landschappelijke opzet. De invulling bestaat in ieder geval uit wadi’s die voor de benodigde waterberging gaan zorgen. Daarnaast kan men denken aan zitplekken, speelruimte maar ook een gezamenlijk moestuin of pluktuin.

Mocht bij nader inzien de opzet met gezamenlijke binnentuinen niet werken dan kan er altijd nog terug gevallen worden op een traditionele verkavelingsopzet. Bij de verkavelingsopzet met bijbehorende afmetingen voor achter- en binnentuinen is hiermee rekening gehouden zodat er alleen aanpassingen aan de achterzijde noodzakelijk zijn. Deze bestaan aan het opheffen van de binnentuin en het aanbrengen van erfafscheidingen.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

9

Biodiversiteit Bij de inrichting van de groene ruimtes wordt nadrukkelijk rekening gehouden met biodiversiteit. Door de verschillende gradiënten in de wadi’s ontstaat een breed scala aan biotopen, waardoor verschillende plant- en diersoorten er hun plek in kunnen vinden. Bij zowel de soortenkeuze voor de grassen/onderbegroeiing als de bomen en struiken wordt rekening gehouden met planten die inheems zijn en/of een goede nectarof pollenwaarde hebben. Door een goede mix aan te brengen tussen de verschillende soorten, ontstaat een park dat jaarrond een toegevoegde waarde heeft voor onder andere vogels, vlinders en bijen. De kwaliteit en omvang van de biodiversiteit hangt natuurlijk wel samen met het wel of niet kiezen voor de semiopenbare binnentuinen. Beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste identiteit van de buurt en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit is verwoord en verbeeld middels een set spelregels. Deze spelregels gaan onder andere over stedenbouwkundige aspecten, bebouwingstypologie, architectonische uitstraling, kapvorm, rooilijn, bouwhoogte, positionering en oriëntatie van de bebouwing, kleurstelling en materiaalgebruik en erfafscheidingen.

Naast dat het beeldkwaliteitplan dient ter inspiratie, dient het tevens als toetsingskader voor iedereen die bij het verdere ontwerp- en ontwikkelingsproces betrokken is om een bijzonder woongebied met maximaal toekomstperspectief te bieden. Ten tweede fungeert dit beeldkwaliteitplan als formeel toetsingskader voor de welstandscommissie. Dit beeldkwaliteitplan is geen star document en kan de doorlooptijd van de ontwikkeling van de buurt faciliteren met heldere kaders. Het gaat hierbij om het vastleggen en waarborgen van de gewenste identiteit. Het beeldkwaliteitplan kan, na vaststelling door de gemeenteraad, als onderdeel van de welstandsnota worden beschouwd. 2.6

Parkeren en verkeer

2.6.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Gorinchem is op 26 juni 2019 de beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’ vastgesteld. In deze beleidsregel zijn parkeernormen gesteld waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan dienen te voldoen.

10

Gemeente Gorinchem

De beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’ onderscheidt parkeernormen voor de gebieden ‘Centrum’, “Schil’, ‘Rest bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de gebiedsafbakening is onderhavig plangebied gelegen in het gebied ‘Rest bebouwde kom’. In de bijlage bij de gemeentelijke nota zijn de parkeernormen per functie benoemd. Voor de functie wonen in de vorm van sociale huurwoningen bedraagt de parkeernorm 1,5 parkeerplaatsen per woning. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 76 sociale huurwoningen. Het plan moet derhalve voorzien in 76 woningen x 1,5 p.p. per woning = 114 parkeerplaatsen. Het huidige stedenbouwkundig ontwerp voorziet in voldoende parkeerplaatsen. In de regels wordt geborgd dat voldoende parkeerplaatsen aangelegd worden. Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels. 2.6.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, zijn de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en te typeren als sterk stedelijk gebied (bron: beleidsregel ‘Parkeernormen Gorinchem, juni 2019’). Bij de te realiseren woningtype ‘sociale huur’ hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 4,7 per woning.

Het verkavelingsplan voorziet in de nieuwbouw van 76 sociale huurwoningen derhalve genereert het plan maximaal 78 x 4,7= 357 vpe. In de oorspronkelijk situatie waren er 89 sociale huurwoningen aanwezig. De vpe in de oorspronkelijke situatie was 418 vpe. Wanneer de oude met de nieuwe situatie vergeleken wordt betekent het planvoornemen een afname van 51 vpe. Het planvoornemen heeft daarmee geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

11

12

Gemeente Gorinchem

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

13

bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied, zie paragraaf 3.2.2)). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt in paragraaf 3.2.3 getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst. 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.

De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom een radarstation moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In onderhavig radarverstoringsgebied is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse

14

Gemeente Gorinchem

geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

Ligging van Gorinchem binnen het radarverstoringsgebied van locatie Herwijnen en Woensdrecht. Met de gele ster wordt globaal het plangebied geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2018.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling.

Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

15

jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Het onderhavige bestemmingsplan is gericht op herstructurering van een bestaand woongebied. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Beoordeling a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van maximaal 78 grondgebonden woningen mogelijk. In beginsel is de ontwikkeling daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. Echter voorziet het onderhavige bestemmingsplan in een afname van het totaal aantal woningen. In de oorspronkelijke inrichting van het terrein waren er 89 grondgebonden sociale huurwoningen aanwezig. Deze zijn inmiddels allen gesloopt en het onderhavig bestemmingsplan voorzien in het bouwen van 76 grondgebonden sociale huurwoningen. Het aantal woningen in hetzelfde gebied neemt dus af.

Gelet hierop wordt niet voorzien in de toevoeging van méér dan 13 woningen en is er derhalve geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet aan te merken als een ‘stedelijke ontwikkeling’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders

16

Gemeente Gorinchem

van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voorziet bovendien in een kwalitatieve behoefte aan sociale huurwoningen. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Toetsingskader Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Ten opzichte van de Visie ruimte en mobiliteit (dat van toepassing was tot 1 april 2019) is het beleid alleen redactioneel gewijzigd. De beleidsinhoud in het nieuwe Omgevingsbeleid is niet veranderd. De provincie formuleert zes ambities voor de fysieke leefomgeving, namelijk: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendige meerkernige metropool; • energievernieuwing; • beste bereikbare provincie; • gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten gevenrichting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied ligt blijkens de Omgevingsvisie binnen het gebied ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’. Binnen dit gebied zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijke invulling door verdichting,

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

17

herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook kwalitatieve elementen. Deze elementen zijn er vooral op gericht de leefkwaliteit van de inwoners te beschermen of zo nodig te versterken. Het gaat daarbij onder andere om het belang van ruimtelijke kwaliteit en het behoud van voldoende groen binnen de bebouwde ruimte. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussengebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat vaneen open veenweidepolder.

• Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. • Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. • Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. Het onderhavige initiatief voorziet in de vervanging van 89 grondgebonden huurwoningen met 76 grondgebonden huurwoningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Gorinchem. De aard en schaal van de ontwikkeling is daarmee passend voor het gebied. Ook in de directe omgeving is reeds sprake van een woonfunctie. Daarmee is de onderhavige ontwikkeling als ‘passend’ in de omgeving te beschouwen. Ook is de schaal van de voorziene bebouwing passend in de omgeving. Relevant daarbij is dat niet wordt voorzien in afwijkende hoogtematen of bouwvolumes. Daarmee is de ruimtelijke impact van de ontwikkeling beperkt en is derhalve onderhavig initiatief in zoverre passend. Ten aanzien de ligging van het plangebied binnen het gebied ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ geldt dat het onderhavige initiatief in paragraaf 3.2.3 is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Binnen het plangebied is sprake van herstructurering waarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de leefomgeving wordt verbeterd. De ruimtelijke kwaliteit blijft daarmee in ogenschouw genomen. Zo wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en wordt de groene uitstraling van het gebied verbeterd door het realiseren van meer groen tussen de

18

Gemeente Gorinchem

bouwclusters (zie ook paragraaf 2.5). Hiermee is het initiatief passend binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Toetsingskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. Voor de onderhavige locatie zijn de volgende artikelen relevant. Ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor ruimtelijke kwaliteit waaraan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: Lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i.

zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Lid 2 Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën a. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

19

algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden; b. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programmaruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. Lid 4 Beeldkwaliteitsparagraaf Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Stedelijke ontwikkelingen De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor stedelijke ontwikkelingen. Artikel 6.10 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: 1.

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoetaan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stadsen dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectarenodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: - een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid;

20

Gemeente Gorinchem

-

hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.

Onderhavige initiatief voorziet in het vervangen van 89 grondgebonden woningen met 76 grondgebonden woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Gorinchem. Deze nieuwbouw vindt plaats in het bebouwde gebied van Gorinchem. Een toevoeging van een woonfunctie is aan te merken als een gebiedseigen ontwikkeling nu in de directe omgeving van het plangebied in vrijwel alle windrichtingen tevens sprake is van een woonfunctie. Ook in de huidige situatie is sprake van een woonfunctie binnen het plangebied. Qua schaal en maat is onderhavige ontwikkeling niet afwijkend ten opzichte van de directe omgeving Onderhavig initiatief voldoet voorts aan de richtpunten van de kwaliteitskaart, namelijk: • ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; • cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Hiervoor geldt dat het stedelijk groen toeneemt. Door het verminderen van het aantal woningen neemt de ruimte voor een groene inrichting toe. Het voorliggend ontwerp ziet in de realisatie van twee openbare groene hoven en in principe twee groene, semiopenbare, collectieve tuinen. Binnen deze ruimte kan ook worden voorzien in waterberging.

Bij de inrichting van het groen wordt verder nadrukkelijk beoogd om een hoge mate van biodiversiteit te realiseren. Tot slot geldt dat: • onderhavig plangebied is niet gelegen in een gebied met beschermingscategorie 1 of 2; • op onderhavige ontwikkeling een beeldkwaliteitplan van toepassing is (zie paragraaf 2.5); • aan de ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3 is getoetst en dat hieraan wordt voldaan. Conclusie Onderhavig planvoornemen past binnen de regels van de Omgevingsverordening ZuidHolland. 3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Regionale Woonvisie Doel van de Regionale Woonvisie is om in 2020 een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied voor zowel nieuwe inwoners als huidige inwoners te bieden. Regionaal samenwerken op het gebied van wonen levert voordelen op voor de regio als geheel, maar ook voor elk van de afzonderlijke gemeenten. Elke gemeente of kern heeft haar eigen kwaliteiten en weet sommige groepen heel goed te binden, maar andere weer minder. In de regionale woonvisie wordt gebruik gemaakt van de unieke kwaliteiten van elke gemeente of kern. Tegelijk wordt er ruimte geboden aan andere regiogemeenten

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

21

om te doen waar zij goed in zijn. Daardoor is het resultaat van deze regionale woonvisie meer dan de som der delen. De hele regio heeft kansen om met een uitgebalanceerd en gevarieerd programma voor de woningvoorraad de unieke ligging nabij de Randstad te verzilveren in het binden van vrijwel alle Mentality-groepen. Dat heeft z’n effect op de werkgelegenheid. Veel werknemers wonen in de buurt van hun werk. Dit wordt gedaan door kansen te pakken voor woningbouw. Alleen vraaggericht bouwen leidt tot succes, en daarom wil men antwoord op de vragen: wat bouwen we, waar, voor wie, hoeveel en hoe snel? Wonen behelst meer dan nieuwbouw. Minstens zo belangrijk is behoud van kwaliteit in de huidige woongebieden en het verbeteren van de leefbaarheid, met oog op ontgroening, vergrijzing en schaalvergroting van voorzieningen. Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied. Hierbij worden 89 bestaande sociale huurwoningen vervangen door 76 sociale huurwoningen. De zo beschikbaar komende ruimte wordt benut voor het verhogen van de leefbaarheid door meer groen in de buurt. Verder wordt bijgedragen aan de duurzaam wonen door de woningen uiteraard gasloos te realiseren. Verder wordt in het stedenbouwkundig ontwerp nadrukkelijk rekening gehouden met een uitvoering als nulop-de-meter woningen.

Een optimale situering maakt de woningen geschikt voor het aanbrengen van zonnepanelen. Door het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit voldoet de woonbuurt beter aan de eisen van de huidige tijd. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Regionale woonvisie. 3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Structuurvisie 2015 gemeente Gorinchem Toetsingskader Gorinchem is een oude vestingstad van beperkte omvang en wil dat graag blijven. Grootschalige groei in inwonertal zoals in de voorgaande decennia wordt niet meer gewenst. De aandacht in de periode tot 2015 zal uitgaan naar het verbeteren van de woon- en leefkwaliteit in de huidige wijken en voor de huidige inwoners. Daarbij wordt ingespeeld op de demografische ontwikkeling van de huidige bevolking. Tegelijk wil Gorinchem haar identiteit als vestingstad versterken en de ligging in een cultuurhistorisch en landschappelijk uniek gebied waarborgen en beter benutten. De grootste knelpunten waarmee de stad daarin wordt geconfronteerd zijn de voor een groot deel verouderde en onaantrekkelijke woningvoorraad in de westelijke stadsdelen en de toenemende verkeersopstopping, zowel binnen als buiten de stad. In de structuurvisie wordt geschetst hoe de gemeente de ontwikkeling van de stad in de periode tot 2015 voor zich ziet en de knelpunten denkt op te lossen. Om aan de kwantitatieve woningbehoefte van de eigen inwoners te kunnen voldoen, is voor de komende 10 jaar een uitbreiding van de totale woningvoorraad nodig. Daarbij dient bekeken te worden welke mogelijkheden er bestaan voor intensief en duurzaam

22

Gemeente Gorinchem

ruimtegebruik Een deel van de uitbreidingsopgave kan in de bestaande wijken zelf worden teruggebouwd. Hierdoor wordt het bestaande stadsgebied optimaal benut. Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied. Hierbij worden 89 bestaande sociale huurwoningen vervangen door 76 sociale huurwoningen. De zo beschikbaar komende ruimte wordt benut voor het verhogen van de leefbaarheid door meer groen in de buurt. Het voornemen draagt niet bij aan de kwantitatieve woningbehoefte daar het plan minder woningen terug bouwt. Echter, in de Structuurvisie wordt wel genoemd dat de oude woningen behoren tot de oude en onaantrekkelijke woningvoorraad. De woningen voldeden niet meer aan de eisen van deze tijd en kwamen daarom voor vervanging in aanmerking. Hetzelfde geldt echter ook voor de ruimtelijke inrichting van het gebied. De nu te realiseren herstructurering van de buurt levert een woonomgeving op die ruimer en groener van opzet is dan in de oude situatie. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat wat een hogere prioriteit dient te krijgen dan slechts de kwantitatieve behoefte. Conclusie Onderhavig initiatief is in lijn met de Structuurvisie 2015 gemeente Gorinchem. 3.5.2 Woonagenda 2.0 Toetsingskader Gorinchem heeft een regionale functie voor wonen, werken en voorzieningen.

Hierdoor hebben veel lokale vraagstukken een regionale component. De woonaantrekkelijkheid van de gemeente wordt mede bepaald door de kracht van de regionale economie. Specifiek voor de regio rond Gorinchem geldt dat de woonaantrekkelijkheid van de regio voor een belangrijk deel leunt op de werkgelegenheid en voorzieningen in Gorinchem. De ontwikkelingen in de regio en Gorinchem kunnen daarom niet los van elkaar gezien worden. In deze lokale woonagenda 2.0 positioneert Gorinchem zich in dit regionale perspectief. De gemeente Gorinchem vervult een centrumfunctie voor haar regio, kent leefbare en karakteristieke wijken en is een geschikte stad voor iedereen. Dat zijn de drie centrale thema’s in de woonagenda 2.0. 1. Het versterken van centrumfunctie van Gorinchem in de regio Gorinchem heeft een belangrijke regionale centrumfunctie. De stad is herkenbaar als centrum voor werkgelegenheid, stedelijke voorzieningen en cultuur. Met de historischstrategische ligging bij het samenkomen van Maas, Waal en Linge in de Merwede, vervult de stad haar centrumrol voor delen van Noord- Brabant (Land van Heusden en Altena), het westen van het Gelderse rivierengebied en AlblasserwaardVijfheerenlanden. Gorinchem heeft deze centrumpositie de afgelopen jaren weten te versterken. De werkgelegenheid heeft zich sinds begin jaren ’90 verder geconcentreerd in de stad.

Ook biedt Gorinchem woonmilieus voor meer stedelijke leefstijlen waarvoor in de regio rondom Gorinchem weinig passend aanbod is. Hierbij gaat het dus nadrukkelijk om een ruimere regio dan de

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

23

bestuurlijke regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden. Uit een analyse van kwaliteiten van Gorinchem blijkt dat de gemeente de kwaliteiten heeft van een 100.000+ gemeente (voorzieningen, werkgelegenheid, woonmilieus, uitstraling). Keerzijde is dat zij ook de lasten draagt van een 100.000+ gemeente. 2. Leefbare karakteristieke buurten De stad wordt gevormd door de verscheidenheid van haar buurten. De Gorcumse buurten onderscheiden zich van elkaar. Lingewijk, Haarwijk en Gildenwijk kenmerken zich door ouder woningbezit met relatief veel sociale woningbouw. De bevolking is doorgaans wat minder draagkrachtig en in enkele buurten wonen relatief meer inwoners met een allochtone achtergrond. De oostelijke buurten tellen juist meer koopwoningen. Het inkomensniveau ligt hier hoger, net als het aandeel gezinnen met kinderen. In de vorige woonvisie is gezocht naar meer spreiding van huur en koop over de stad (spiegelbeeldig ontwikkelen). Ook de komende jaren zet de gemeente hierop in, zij het met enige nuance. Enerzijds omdat de beïnvloedingsmogelijkheden hiervoor beperkt zijn, anderzijds omdat het profiel van de buurten juist bijdraagt aan het zich thuis voelen van bewoners. Verschillen in percentages sociaal, ontgroening en vergrijzing, functie voor starters op de woningmarkt geven een buurt juist een specifieke positie in de lokale en regionale woningmarkt.

Waar mogelijkheden zich voordoen ondersteunt de gemeente in de westelijke wijken bij voorrang de omzetting van huur naar koop (door verkoop of sloop-nieuwbouw), terwijl in de oostelijke wijken (vnl. Hoog Dalem) juist toevoegingen van huurwoningen worden ondersteund. 3. Een geschikte stad voor iedereen Gorinchem wil als stad mensen in verschillende levensfases en inkomensniveaus een passend woonaanbod bieden. De gemeente wil er aan bijdragen dat er voldoende en juiste woningen beschikbaar zijn. De gemeente voert dit niet uit, maar zorgt wel voor afstemming tussen uitvoerende partijen als corporatie en projectontwikkelaars. Belangrijke trends waar de ontwikkeling van het woningaanbod op moet inspelen, komen voort uit de verwachte bevolkingsontwikkeling met een voortgaande vergrijzing: Het grootste deel van de toekomstige woningvoorraad van Gorinchem bestaat nu al. Nieuwbouw is slechts een klein deel van het woningaanbod dat beschikbaar komt. Toch is het wel een belangrijk deel, omdat die zorgt voor de noodzakelijke vernieuwing en kwaliteitstoevoeging. De nieuwbouw staat momenteel in aantallen onder druk, doordat mensen de aankoop van een huis uitstellen. De groei voor de komende jaren is onzeker. Op basis van de huidige inzichten is volgens het lokale woningbehoeftenonderzoek een 80-tal woningen per jaar haalbaar.

Als de woningmarkt weer aantrekt kan dit uitkomen op 130 woningen per jaar (het minst gunstige scenario in de startnotitie). Deze bandbreedte is voor de gemeente uitgangspunt bij de programmering van woningbouw. De gemeente Gorinchem heeft in 2016, als onderdeel van de Woonagenda 2.0, een woningmarktonderzoek laten uitvoeren. Uit het actuele ‘Woningmarktonderzoek gemeente Gorinchem’ uit 2016 blijkt onder andere dat er een grote vraag is naar stedelijke woonmilieus en worden volop kansen gezien voor herstructurering en transformatie. Door te kiezen voor inbreidingsplanologie, geheel in lijn met het

24

Gemeente Gorinchem

gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking, kunnen vrijkomende panden opnieuw ingevuld en aangepast worden. De gemeente Gorinchem wil doorgroeien naar 40.000 inwoners; een aantal dat past bij de menselijke maat en dat nodig is als basis voor de voorzieningen die passen bij de regionale (zorg)functie van Gorinchem. Om het groeiperspectief te realiseren zijn extra woningen nodig. De historische vesting met een nog complete vestingwal maakt Gorinchem uniek. Historische steden, zoals Gorinchem zijn trekkers qua bevolking. Gorinchem trekt al lange tijd jongeren aan vanuit de regio. Het huidige woningbouwprogramma in Hoog Dalem, Mollenburg en de Lingewijk sluit goed aan naar de vraag naar suburbaan wonen, maar niet bij de vraag naar stedelijk wonen. Voorliggend plan voorziet wel in deze vraag. Beoordeling Het onderhavige plan voorziet in het herstructureren van een naoorlogs woongebied. Hierbij worden 89 bestaande sociale huurwoningen vervangen door 76 sociale huurwoningen. De zo beschikbaar komende ruimte wordt benut voor het verhogen van de leefbaarheid door meer groen in de buurt. Het voornemen draagt niet bij aan de kwantitatieve woningbehoefte daar het plan minder woningen terug bouwt. Echter, de oude woningen behoren tot de oudste naoorlogse woningen. De woningen voldeden niet meer aan de eisen van deze tijd en kwamen daarom voor vervanging in aanmerking.

Hetzelfde geldt ook voor de ruimtelijke inrichting van het gebied. De nu te realiseren herstructurering van de buurt levert een woonomgeving op die ruimer en groener van opzet is dan in de oude situatie. In de oude situatie stond de leefbaarheid onder druk. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat wat een hogere prioriteit dient te krijgen dan slechts de kwantitatieve behoefte. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de kaders van de Woonagenda 2.0.

Bestemmingsplan “van Zomerenlaan”

25

26

Gemeente Gorinchem

4

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN

4.1

Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Deze uitvoeringsaspecten zijn ook relevant voor de toets aan de bestemmingsplanvoorwaarden, opgenomen in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ luchtkwaliteit; ▪ akoestiek; ▪ bodem; ▪ externe veiligheid; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ waterhuishouding; ▪ ecologie; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ kabels en leidingen; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2

Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m 3. Het 24uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=c3e3e68c-2a75-4d8a-9d66-fd88d475e3c0