CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

221013 I&O B&A VTH Bijlagenboek.pdf

Parallelsessie zaal 7 13 oktober 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O/B&A VTH-Beleid 2019-2022 handhaving, het toezicht en vergunningverlening met betrekking tot Wabo en APV13.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Gorinchem VTH-Bijlagenboek VTH-Beleid & Uitvoeringsprogramma

“Samen voor een schone, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving!”

INHOUDSOPGAVE 0. INLEIDING 1. VTH-VISIEDOCUMENT 2. WETTELIJK KADER (VTH-takenoverzicht) 3. UITGANGSPUNTEN & DOELEN 4. OMGEVINGSANALYSE & PRIORITEITEN 5. NALEEFSTRATEGIE PREVENTIESTRATEGIE VERGUNNINGENSTRATEGIE TOEZICHTSTRATEGIE HANDHAVINGSTRATEGIE GEDOOGSTRATEGIE 6. VTH-ORGANISATIE 7. SAMENWERKINGSPARTNERS 8. VTH-UITVOERINGSPROGRAMMA

Versie 20190218MH1

PAGINA 2 3 5 9 13 18

18 21 26 29 34

37 43 47

1

“Sam

en v veilig oor een s ch e duur , gezonde one, zame e (fysie n leefo k e mgev ) ing.”

0. INLEIDING

Waarom dit VTH-bijlagenboek? Dit VTH-bijlagenboek is gemaakt om ervoor te zorgen dat het VTH-Beleid en het Uitvoeringsprogramma zo beeldend en bondig mogelijk blijven. In het VTH-Beleid en het Uitvoeringsprogramma staat (op de ‘Activiteitenkaarten’ na) op hoofdlijnen en in kernpunten beschreven wat ons beleid is en hoe wij dit beleid ten uitvoer brengen. In dit VTH-Bijlagenboek worden deze hoofdlijnen en kernpunten nader toegelicht en uitgewerkt.

VTH-Beleid

Jaarverslag & Uitvoerings programma VTH

Inleiding

Inleiding

VTH-Visie

Missie Visie Vergunning verlening Toezicht Handhaving

Visie

Algemeen

Uitgangspunten & Doelen

Activiteiten kaarten

Omgevings analyse Strategieën

VTH-Bijlagenboek

Organisatie Figuur 1. De verhouding van de verschillende VTH-documenten (VTH-Visie, VTH-Beleid, Jaarverslag & Uitvoeringsprogramma VTH en tot elkaar

Versie 20190218MH1

2

1. VTH-VISIEDOCUMENT

Wat is het VTH-Visiedocument? In het VTH-Visiedocument staat beschreven hoe de gemeente Gorinchem aankijkt tegen de uitvoering van haar VTH-taken. Het geeft weer wat onze Missie en Visie is en wat onze Uitgangspunten zijn. De beschrijving van de Missie, Visie en Uitgangspunten is enerzijds tot stand gekomen op basis van input uit belangrijke strategische documenten als onder andere “Mensen maken de Stad - Gorcums Akkoord 2018-2022” en “Gorinchem Open Vesting - Visie van de Stad”. Anderzijds hebben we input opgehaald uit bestuurlijke- en ambtelijke workshops die in de 2e helft van 2018 zijn gehouden. Wet- en regelgeving

Waarom een VTH-Visiedocument? Aanleiding voor het Visiedocument was het KplusV-rapport van 25 juni 2018 waaruit 3 concrete aanbevelingen hebben Naleefstrategie geleid tot de opdracht om een VTH-Visie, VTH-Beleid en een Uitvoeringsprogramma 2019 te maken. Hiermee geven wij invulling en uitvoering aan de beleids- en uitvoeringscyclus en voldoen we aan de wettelijke kwaliteitseisen.

BALANS Veiligheid, Gezondheid, Leefbaarheid, Duurzaamheid en Economie

Burgers/Bedrijven

V: VTH-Visie

Prioritering/Werkwijze

B: VTH-Beleid

Capaciteit en middelen

U: VTH-Uitvoeringprogramma

Hoe gaan we dat doen? *Thema’s *Projecten en Programma’s Figuur 2. Het ‘VTH-wybertje’ waarmee we de verbinding tussen de verschillende aspecten van ‘VTH’ duidelijk maken.

*Gebiedsgericht *Reguliere werkzaamheden

Versie 20190218MH1

3

Omgevingsanalyse

Dienstverlening

Waarom een Visie van belang is, leggen we uit aan de hand van onderstaande figuur. ‘Window-dressing’

Beleid & Programma

Visie

Uitvoering

‘Toeval’

‘Ad-hoc’

OPTIMALE VTH-ORGANISATIE

Figuur 3. Het belang van een Visie op VTH. Toelichting figuur Het bepalen van een VTH-visie is één van de drie kernonderdelen die nodig is om te komen tot een optimale organisatie voor de uitvoering van de VTH-taken. De twee overige kernonderdelen zijn het Beleid & Programma en de Uitvoering. Het is voor een optimale VTH-organisatie van groot belang dat de Visie, het Beleid & Programma en de feitelijke Uitvoering elkaar zoveel mogelijk overlappen. Als één van de kernonderdelen onvoldoende is ingevuld blijft de VTH-organisatie onder de maat. Als er wel een Visie is en deze is uitgewerkt in een Beleid & Programma, maar het wordt niet uitgevoerd, dan is er eigenlijk sprake van ‘Window-dressing’. Het staat allemaal wel op papier, maar het wordt niet uitgevoerd. Is het Beleid & Programma beschreven, maar ligt hieraan geen visie ten grondslag, dan is er in feite sprake van ‘Ad-hoc’ uitvoering. Ook wel ‘waan-van-de-dag’ genoemd. Is er tenslotte wel en Visie bepaald en wordt deze ook uitgevoerd, maar ligt hier geen Beleid & Programma onder, dan kan je spreken over ‘Toeval’.

Voor Gorinchem gaan we voor de optimale VTH-organisatie. Het VTH-Beleid en het VTH-Uitvoeringsprogramma 2019 zijn hiervoor de eerste aanzet.

Versie 20190218MH1

4

2. WETTELIJK KADER (VTH-takenoverzicht)

Over welke taken gaat het VTH-Beleid en VTH-Uitvoeringsprogramma? Reikwijdte Op basis van het KplusV rapport kunnen wij concluderen dat het VTH-proces betrekking heeft op de (fysieke) leefomgeving van zowel de objectgebonden activiteiten, als activiteiten in de openbare ruimte. Het sociaal domein wordt hiervan uitgesloten. De reikwijdte betreft dus het fysieke/ruimtelijke domein. Binnen de reikwijdte van het fysieke/ruimtelijke domein vallen onder andere de onderdelen Bouwen, Milieu, Ruimtelijke Ordening, Brandveiligheid, maar ook het onderdeel van het toezicht en handhaving in de openbare ruimte door de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (Boa’s Domein 1). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de reikwijdte van het VTH-Beleid en Uitvoeringsprogramma zich beperkt tot de VTHtaken waarvoor de gemeente Gorinchem bevoegd gezag is en waarbij de uitvoering van deze VTH-taken ook bij de gemeente is belegd. Bepaalde VTH-taken zijn namelijk belegd bij externe samenwerkingspartners. Bijvoorbeeld de uitvoering van de milieutaken is ondergebracht bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) en de Brandveiligheids-taken zijn belegd bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). De VTH-taken die zij voor de gemeente Gorinchem uitvoeren vallen niet binnen de reikwijdte van het VTH-Beleid.

De partners hebben hiervoor namelijk zelf (in regionaal verband) beleid en uitvoeringsprogramma’s opgesteld die door de gemeente Gorinchem zijn vastgesteld. Dit VTH-Beleid en het VTHUitvoeringsprogramma 2019 is met deze partners afgestemd. Wettelijk kader Het wettelijk kader van de VTH-taken op gebied van de (fysieke) leefomgeving wordt bepaald door taken die op verschillende niveaus neerdalen op de gemeente Gorinchem. Het betreft taken uit de landelijke wet- en regelgeving, de wet- en regelgeving op provinciaal niveau en op lokaal-/gemeentelijke niveau. Hierna treft u een overzicht aan van de wet- en regelgeving die vanuit de verschillende niveaus van toepassing zijn op de gemeente Gorinchem. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen wet- en regelgeving van objectgebonden activiteiten en activiteiten in de openbare ruimte.

Versie 20190218MH1

5

WETTELIJK KADER Fysieke Leefomgeving (Objectgebonden) Niveau Landelijk/Rijk

Provinciaal Gemeentelijk

Versie 20190218MH1

Wettelijke regeling Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Besluit Omgevingsrecht (BOR) Ministeriele Regeling Omgevingsrecht (MOR) Wet ruimtelijke ordening Wet milieubeheer Asbestverwijderingsbesluit 2005 Vuurwerkbesluit Woningwet Bouwbesluit 2012 Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Huisvestingswet 2014 Erfgoedwet Wet Natuurbescherming Drank- en horecawet Wet op de kansspelen Winkeltijdenwet Zondagswet Wegenverkeerswet 1994 Verordening Ruimte 2014 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bouwverordening Marktverordening Speelautomatenverordening Parkeerverordening Wegsleepverordening Huisvestingsverordening Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gemeente Gorinchem Afvalstoffenverordening Beheersverordening Lingehaven gemeente Gorinchem Woonschepenverordening Winkeltijdenverordening Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Ruimtelijke plannen

6

WETTELIJK KADER Openbare Ruimte (Gebieds-/Wijkgebonden) Niveau BOA Domein I

Wettelijke regeling De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. 1. Artikel 2.13 Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 2. Besluit lozen buiten inrichtingen juncto artikel 10.2 Wet Milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 3. Besluit personenvervoer 2000; 4. Hoofdstuk 7 Binnenvaartpolitiereglement; 5. Binnenvaartwet; 6. Drank en Horecawet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten;1 7. Huisvestingswet 2014; 8. Artikel 19 Besluit luchtverkeer; 9. Erfgoedwet; 10. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen; 11. Artikel 3, tweede lid, van het Reglement houdende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 12. Tabaks- en rookwarenwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten; 13. Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 14. Artikelen 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 15.

Artikel 6.2 lid 1 Waterwet, juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het overtredingen betreft die een nadelige invloed hebben of kunnen hebben op de leefbaarheid in de publieke ruimte; 16. Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstkens 1990 (RVV). Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. Digitaal handhaven is slechts mogelijk voor het negeren van een C-bord of voor de overtreding van artikel 5, 6 of 10 RVV die volgt uit het negeren van een G-bord. De toepasselijke kaders voor digitaal handhaven door gemeenten zijn te vinden op www.om.nl/geslotenverklaring; 17. Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; 18. Artikel 2.2 lid 1 onder g en h Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 19.

Artikel 13 Wet bodembescherming juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; 20. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; 21. Artikelen 10.1 lid 1, 10.37 en 10.38 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; 22. Titel VA van de Wet op de kansspelen; 23. Wet openbare manifestaties; 24. Artikel 72, 73, 74, 82a en 82b Wet personenvervoer 2000; Versie 20190218MH1

7

25. Wet pleziervaartuigen; 26. Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties: 1) Het feit is begaan in samenhang met andere economische feiten, of 2) Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer; 27. Wet veiligheidsregio’s 28. Artikelen 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 188, 199, 225, 231, tweede lid, 239, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 2°, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 435 onder 4°, 437, 437bis en 437ter, 438, 443, 447b, 447c, 447d, 447e, 453 en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht; 29. Winkeltijdenwet; 30. Woningwet juncto artikel 1a Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties: 1) Het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten; 2) Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, of 3) Het feit heeft betrekking op overtreding van het Bouwbesluit 2012 voor zover het de voorschriften inzake het verwijderen van asbest en de aanwezigheid van asbestvezels of formaldehyde betreft. 31. Wrakkenwet, voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; 32. Zondagswet; 33.

Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van Justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.

Versie 20190218MH1

8

3. UITGANGSPUNTEN & DOELEN VERGUNNINGVERLENING - We passen regels consequent toe. - We communiceren op alle mogelijke manieren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. - We zijn duidelijk over de rol van de aanvrager/verzoeker. (Wanneer wordt wat verwacht met welk resultaat?) - We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. - We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met aanvragers etc. - We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen. (“Ja, mits” i.p.v. “Nee, tenzij”) - De diepgang van de beoordeling van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit. (Risicogestuurd) - We handelen aanvragen zo snel mogelijk af en in ieder geval binnen de beslistermijnen. - We kennen onze omgeving (burgers, bedrijven, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. - De mate waarin burgers en bedrijven zich aan de afspraken/regels houden, is van invloed op de snelheid waarmee aanvragen/verzoeken worden afgehandeld.

Versie 20190218MH1

UITGANGSPUNTEN VERGUNNINGVERLENING

Consequent: Regels worden consequent toegepast. Procedures worden op een gelijke manier doorlopen. We hanteren vaste procedures en processtappen bij het behandelen van aanvragen, meldingen etc. en passen deze consequent toe. Communicatie: Op het moment dat we in contact zijn met burgers/bedrijven zijn we duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. We leggen zo helder en duidelijk mogelijk uit hoe procedures lopen, welke verwachtingen we hebben, wat burgers/bedrijven van ons mogen verwachten en welk resultaat er bereikt zal worden. Gelijke gevallen: Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. We hanteren vaste procedures en processtappen bij het behandelen van aanvragen, meldingen etc. en passen deze consequent toe. Contact: Ons contact met burgers/bedrijven is erop gericht om op een constructieve manier tot een positief resultaat te komen. Ook hebben we zoveel mogelijk persoonlijk contact met burgers/bedrijven en/of hun vertegenwoordigers. Mail contact gebruiken we zoveel mogelijk om afspraken te bevestigen of als persoonlijk contact niet mogelijk blijkt. Ja, mits…: We hebben een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven. Initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De beoordeling gaat dan ook uit van ‘Ja, mits….’ in plaats van ‘Nee, tenzij…’. Dit al in de gedachte van de Omgevingswet.

Diepgang: De diepgang van de beoordeling van aanvragen is risicogestuurd. Afhankelijk van het ‘risico’ van de gevraagde activiteit(en) wordt de diepgang van de toetsing bepaald. (Zie ook Hoofdstuk 5 Vergunningenstrategie) Snelheid: Alle aanvragen, meldingen etc. worden zo snel mogelijk afgehandeld en in ieder geval binnen de wettelijke termijn. Verlenging van de beslistermijn komt slechts bij uitzondering of in bijzondere gevallen voor. Bekendheid: We zijn bekend met onze burgers/bedrijven en de omgeving. Bij het beoordelen van initiatieven kunnen we hierdoor de juiste verbindingen leggen en aanvragers/melders aangeven waar zij rekening mee kunnen/moeten houden. We kijken dan ook breder dan alleen de aangevraagde activiteit en de situatie. Goed naleefgedrag: Als burgers/bedrijven zich in het kader van de aanvraag, melding etc. aan de afspraken en regels houden doen we net een ‘stapje extra’. Dit kan betekenen dat we bijvoorbeeld de vergunning sneller verlenen of de melding met voorrang afhandelen.

9

TOEZICHT - We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. - We zijn duidelijk over de rol van de gecontroleerde. (Wanneer wordt wat verwacht met welk resultaat?). - We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. - Onze toezichthouders voeren het toezicht integraal uit. - We houden gebiedsgericht toezicht. - We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met de gecontroleerde. - De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit. (Risicogestuurd). - Het toezicht voeren we ‘slim’ uit. Dat wil zeggen: Doelmatig, Efficiënt en Effectief. - Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. - We kennen onze omgeving (burgers, bedrijven, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. - Het (naleef-)gedrag is van invloed op de controlefrequentie. Goed (naleef-) gedrag wordt beloond.

Versie 20190218MH1

UITGANGSPUNTEN TOEZICHT

Communicatie: Op het moment dat we in contact zijn met burgers/bedrijven zijn we duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. We leggen zo helder en duidelijk mogelijk uit waarom we toezicht houden, hoe procedures lopen, welke verwachtingen we hebben, wat burgers/bedrijven van ons mogen verwachten en welk resultaat er bereikt zal worden. Toezichthouders identificeren zich ook altijd aan het begin van de controle. Aan degene die gecontroleerd wordt, wordt duidelijk gemaakt welke rol hij/zij heeft. Is hij/zij overtreder? Is hij/zij vergunninghouder? Is hij/zij melder? Deze rol brengt verwachtingen met zich mee en deze verwachtingen worden duidelijk gemaakt door de toezichthouder. Gelijke gevallen: Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. We hanteren vaste procedures en processtappen bij het uitvoeren van toezicht etc. en passen deze consequent toe. Integraal: Onze toezichthouders voeren het toezicht zo integraal mogelijk uit. Dit betekent dat onze toezichthouders zoveel mogelijk signaleren met elkaar (ook met partners), voor elkaar (ook voor partners) of na elkaar. Gebieds-/Wijkgericht: Onze toezichthouders werken gebieds-/wijkgericht. Ieder gebied heeft zijn eigen kenmerken en prioriteiten (zie Omgevingsanalyse en Prioriteiten). Hiermee houden de toezichthouders rekening bij het uitvoeren van de controles.

Contact: Ons contact met burgers/bedrijven is erop gericht om op een constructieve manier tot een positief resultaat te komen. Ook hebben we zoveel mogelijk persoonlijk contact met burgers/bedrijven en/of hun vertegenwoordigers. Mail contact gebruiken we zoveel mogelijk om afspraken te bevestigen of als persoonlijk contact niet mogelijk blijkt. Diepgang: De diepgang van het toezicht is risicogestuurd. Afhankelijk van de ‘risico’s’ van de gecontroleerde activiteit(en) wordt de diepgang van het toezicht bepaald. (Zie ook Hoofdstuk 5, Toezichtstrategie) Slim: We voeren het toezicht zo ‘slim’ mogelijk uit. Dit betekent efficiënt, effectief en doelmatig. Hiermee wordt de ‘belasting’ voor de gecontroleerde zoveel mogelijk beperkt. We gebruiken zoveel mogelijk informatie (data) voor het uitvoeren van het toezicht. Gevaar: Bij acute hinderlijke, gevaarlijke en/of spoedeisende situaties wordt door onze toezichthouders direct opgetreden. Dit betekent dat er een hele korte of geen begunstigingstermijn wordt gesteld aan overtreder om de overtreding te beëindigen. Bekendheid: We zijn bekend met onze burgers/bedrijven en de omgeving. Bij het houden van toezicht kunnen we hierdoor de juiste verbindingen leggen en aanvragers/melders aangeven waar zij rekening mee kunnen/moeten houden. We kijken dan ook breder dan alleen de aangevraagde activiteit en de situatie.

Goed naleefgedrag: Als burgers/bedrijven zich in het kader van het toezicht bereidwillig en meewerkend opstellen en zich aan de afspraken en regels houden doen we net een ‘stapje extra’. Dit kan betekenen dat we bijvoorbeeld de toezichtfrequentie verlagen.

10

HANDHAVING - Behoudens spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn afgewogen, maar er niet tot een andere oplossing kan worden gekomen dan handhaving. - We communiceren op alle mogelijke manieren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. - We zijn duidelijk over de rol van de overtreder. (Wanneer wordt wat verwacht met welk resultaat?) - We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. - We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met de overtreder. - Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. - We kennen onze omgeving (burgers, bedrijven, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. - Het (naleef-)gedrag van overtreder is van invloed op de begunstigingstermijn. Goed (naleef-)gedrag wordt beloond.

Versie 20190218MH1

UITGANGSPUNTEN HANDHAVING Sluitstuk: Handhaving is pas aan de orde in die gevallen dat in het (informele) voortraject niet tot de gewenste oplossing wordt gekomen en/of de overtreder niet bereid is om mee te werken aan een mogelijke oplossing. In dat geval wordt overgegaan tot het (formele) handhavingstraject. Communicatie: Op het moment dat we in contact zijn met burgers/bedrijven zijn we duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid. We leggen zo helder en duidelijk mogelijk uit hoe procedures lopen, welke verwachtingen we hebben (rol), wat burgers/bedrijven van ons mogen verwachten welk resultaat er bereikt zal worden. Gelijke gevallen: Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. We hanteren vaste procedures en processtappen bij (het behandelen van verzoeken om) handhaving en passen deze consequent toe. (Zie ook Hoofdstuk 5 Handhavingsstrategie) Contact: Ons contact met burgers/bedrijven is erop gericht om op een constructieve manier tot een positief resultaat te komen. Ook hebben we zoveel mogelijk persoonlijk contact met burgers/bedrijven en/of hun vertegenwoordigers. Mail contact gebruiken we zoveel mogelijk om afspraken te bevestigen of als persoonlijk contact niet mogelijk blijkt. Bij handhaving wegen wij af of buurtbemiddeling en/of Mediation kunnen bijdragen aan een oplossing.

Gevaar: Bij acute hinderlijke, gevaarlijke en/of spoedeisende situaties wordt door onze toezichthouders direct opgetreden. Dit betekent dat er een hele korte of geen begunstigingstermijn wordt gesteld aan overtreder om de overtreding te beëindigen. Bekendheid: We zijn bekend met onze burgers/bedrijven en de omgeving. Bij het beoordelen van handhavingssituaties kunnen we hierdoor de juiste verbindingen leggen en aanvragers/melders aangeven waar zij rekening mee kunnen/moeten houden. We kijken dan ook breder dan alleen de overtreding en de situatie. Goed naleefgedrag: Als burgers/bedrijven zich in het kader van de handhaving bereidwillig en meewerkend opstellen aan de afspraken en regels houden doen we net een ‘stapje extra’. Dit kan betekenen dat we bijvoorbeeld de begunstigingstermijn wat langer stellen of eerder bereid zijn deze te verlengen.

11

DOELEN

In ons VTH-Beleid hebben wij onze beleidsdoelen beschreven. Hieronder worden deze doelen verder toegelicht. In ons jaarlijkse Uitvoeringsprogramma worden nadere en meer concrete doelen gesteld op basis van de concrete activiteiten die we uitvoeren. We borgen en verbeteren de kwaliteit van onze (fysieke) leefomgeving

Het uitvoeren van de VTH-taken draagt bij aan een schone, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving in de gemeente Gorinchem. De huidige kwaliteit van de leefomgeving en openbare ruimte blijft geborgd en wordt (waar mogelijk) verbeterd door een goede uitvoering van de VTH-taken. Burgers en bedrijven krijgen binnen de wettelijke- en lokale kaders voldoende mogelijkheden activiteiten te ontplooien zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. De openbare ruimte is op orde. Burgers voelen zich er veilig en vertrouwd.

We borgen en verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid (participatie) van onze burgers en bedrijven

Een schone, veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving en openbare ruimte in de gemeente Gorinchem is een verantwoordelijkheid van iedereen, van onze burgers/bedrijven, van onze partners en van onszelf. Iedereen heeft hierin een rol en (eigen) verantwoordelijkheid. Bij de uitvoering van onze VTH-taken stimuleren wij de (eigen) verantwoordelijkheid en betrokkenheid (participatie) van burgers en bedrijven bij initiatieven, dan wel het oplossen van eenvoudige conflicten door zelf te bemiddelen en/of anderen aan te spreken op houding en/of gedrag.

We borgen en verbeteren de samenwerking met onze partners

Het uitvoeren van onze VTH-taken doen we niet alleen. Hiervoor werken wij samen met veel partners (zie Hoofdstuk 7). Onze afspraken en afstemming met onze partners moeten zo goed mogelijk zijn ingevuld. Het op een zo eenduidig mogelijke wijze werken in de beleids- en uitvoeringscyclus samen en in afstemming met onze partners zal bijdragen aan het behalen van onze doelen.

We borgen en verbeteren het naleefgedrag van onze burgers/bedrijven

Bekendheid met en draagvlak voor de uitvoering van onze VTH-taken binnen de samenleving dragen bij aan goed naleefgedrag. Als burgers/bedrijven weten wat we doen, waarom we het doen en hoe we het doen creëren we begrip wat zal bijdragen aan een betere naleving van de regels. Ook willen wij goed naleefgedrag belonen met bijvoorbeeld minder toezichtlast voor bedrijven, snellere behandeling van aanvragen/meldingen en/of langere begunstigingstermijnen.

We voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen

Door invulling te geven aan de beleids- en uitvoeringscyclus sluiten we aan op de kwaliteitseisen die zijn opgenomen zijn in de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving’ (vastgesteld in december 2016). De kwaliteitseisen die in deze verordening staan genoemd zijn gerelateerd aan de landelijke ‘Kwaliteitscriteria 2.1’. Deze kwaliteitscriteria zijn bedoeld om een betere uitvoering van de VTH-taken te bewerkstelligen en te komen tot een professionelere uitvoeringsorganisatie. Door deze kwaliteitscriteria na te streven, dan wel te verantwoorden waar en waarom we hieraan niet (willen) voldoen, voldoen we aan de wettelijke (kwaliteits-)eisen die zijn gesteld.

We staan midden in de samenleving. We kennen de stad, onze bewoners, onze bedrijven en onze partners zo goed mogelijk

Met de uitvoering van onze VTH-taken staan we als uitvoeringsorganisatie in directe verbinding met onze burgers/bedrijven. Het is dan ook van belang dat we onze burgers/bedrijven en de omgeving op ons duimpje kennen en dat we midden in de samenleving staan. Versie 20190218MH1

12

4. OMGEVINGSANALYSE & PRIORITEITEN Wat is de Omgevingsanalyse? De Omgevingsanalyse is een instrument dat we hebben toegepast om onze ‘Omgeving’ zo goed en volledig mogelijk in beeld te brengen. En met de ‘Omgeving’ bedoelen we de omgeving binnen onze gemeente in de meest brede zin, het gehele grondgebied (fysieke leefomgeving/openbare ruimte) met al haar kenmerken (gebouwen, bewoners/bedrijven/instellingen, natuur etc.) waarvan we (niet) weten of en in hoeverre hier sprake is van risico’s en/of risicovolle activiteiten. Waarom een Omgevingsanalyse? De Omgevingsanalyse bestaat uit een Gebieds-, Probleem- en een Risicoanalyse. Met de Omgevingsanalyse creëren we een actueel beeld van alles wat we (niet) weten over ons grondgebied, de problemen en de risico’s. Op basis van de Omgevingsanalyse kunnen we vervolgens bepalen waar we de komende periode onze prioriteiten leggen voor de uitvoering van onze VTH-taken. De Omgevingsanalyse hebben we uitgevoerd door workshops te houden met een vertegenwoordiging van de ambtelijke uitvoeringsorganisatie, het college van burgemeester en wethouders en een vertegenwoordiging van de Gorinchemse samenleving (burgers/bedrijven/instellingen).

Versie 20190218MH1

13

OMGEVINGSANALYSE

Gebiedsanalyse We onderscheiden 5 gebieden, te weten: - Binnenstad - Wijken - Wateren - Natuur- en buitengebieden - Industrie- en bedrijfsterreinen

Binnenstad

- Beschermd Stadsgezicht - Historische waarde - Brandveiligheid - Evenementen - (Zwerf-) Afval - Uitstallingen - Parkeren

Industrie- en bedrijfsterreinen - (strijdig) gebruik van panden - Evenementenhal (Project) - Asbest

Wijken

Probleemanalyse Per gebied hebben we 1 of meerdere probleem-/aandachtsgebieden benoemd waarmee we bij de uitvoering van onze VTH-taken rekening (gaan) houden.

- Arbeidsmigranten - (Jeugd)overlast - Kleine ergernissen/Wijkveiligheid - Asbest - Adresfraude (Project) - (Zwerf-) Afval - Herontwikkeling Molenvliet (Project)

Wateren

- Veiligheid op/in water - Hoog/laag water - Integraal met ketenpartners - Veiligheid zeewaardige schepen - Strijdig gebruik havens

Natuuren buitengebieden - (Zwerf-) Afval - (strijdig) gebruik

De Gebieds- en Probleemanalyse hebben tot de volgende aandachtspunten geleid voor de verschillende gebieden: Binnenstad Onze mooie historische Binnenstad willen we uiteraard behouden. Daarom hebben wij bij de uitvoering van onze VTH-taken bijzondere aandacht voor het Beschermd Stadsgezicht en de Historische Waarde. Ook hebben we aandacht voor Brandveiligheid, Evenementen, (Zwerf-) Afval, Uitstallingen en Parkeren. Wijken Binnen onze Wijken hebben we vooral oog voor de volgende aandachtsgebieden: Arbeidsmigranten, (Jeugd)overlast, Kleine ergernissen/Wijkveiligheid, Asbest (Slopen) en (Zwerf-) Afval. Daarnaast zijn we (ook) binnen de Wijken bezig met een 2-tal Projecten, namelijk het Project Adresfraude (inventariseren van foutieve inschrijvingen in het persoonsregister, toezicht en handhaving op (illegale) bewoning, brandveiligheid etc.) en het Project Herontwikkeling Molenvliet (integrale aanpak en ontwikkeling van ‘Molenvliet’) Versie 20190218MH1

14

Wateren Voor onze Wateren richten we ons met name op de volgende aandachtsgebieden: Veiligheid op/in water, Hoog/laag water, Veiligheid zeewaardige schepen, Strijdig en/of veilig gebruik (zee-)havens. Hierbij pakken wij onze VTH-taken binnen dit gebied ook Integraal met ketenpartners op. Natuur- en buitengebieden Binnen onze Natuur- en buitengebieden hebben we met name aandacht voor (Zwerf-) Afval en (strijdig) gebruik in relatie tot het bestemmingsplan. Industrie- en bedrijfsterreinen Op onze Industrie en bedrijfsterreinen gaat onze aandacht vooral uit naar (strijdig) gebruik van panden in relatie tot het bestemmingsplan en Asbest (Slopen). Hiernaast loopt er een Project Evenementenhal Gorinchem waarbij we met name kijken naar de toekomstige ontwikkelingen bij deze hal en de verhouding tot de in ontwikkeling zijnde en groeiende woonwijk ‘Hoog Dalem’. Hierbij pakken wij onze VTH-taken binnen dit gebied ook Integraal met ketenpartners op. Voor alle bovengenoemde gebieden betekent dit concreet dat we onze vergunningen in dit gebied op deze aspecten grondig toetsen (Zie ook Hoofdstuk 5 Vergunningenstrategie). Ook het Toezicht in dit gebied zal op deze aspecten ook grondig zijn (Zie ook Hoofstuk 5 Toezichtstrategie). Risicoanalyse Tenslotte hebben we de Risicoanalyse uitgevoerd.

Dit houdt in dat we bij de verschillende workshops met medewerkers (specialisten), het bestuur en een vertegenwoordiging vanuit de Gorinchemse samenleving (inwoners/bedrijven/instellingen) de risicovolle activiteiten hebben gewogen op basis van de ‘BMW-methode’. Dit betekent dat we een Bestuurlijke, Maatschappelijke en Wetenschappelijke weging hebben toegepast. Bij deze weging werd een ‘risicoscore’ van Hoog, Gemiddeld of Laag gegeven. Hiermee hebben we bereikt dat de uiteindelijke prioriteiten voor de komende beleidsperiode bestuurlijk, ambtelijk en maatschappelijk gedragen.

Versie 20190218MH1

15

Bestuurlijke weging In een workshop met het college heeft iedere bestuurder aan de risicovolle activiteiten een score toegekend van Hoog, Gemiddeld of Laag. De gezamenlijke scores hebben uiteindelijk geleid tot een bestuurlijke eindscore. Vervolgens is de Raad vanuit haar kaderstellende rol gevraagd of en in hoeverre de juiste risicovolle activiteiten zijn benoemd en of het bestuur de juiste richting heeft gekozen voor wat betreft de weging. Maatschappelijke weging In een workshop met een vertegenwoordiging vanuit de Gorinchemse samenleving (inwoners/bedrijven/instellingen) hebben de deelnemers aangegeven of en in hoeverre de juiste risicovolle activiteiten zijn benoemd. Vervolgens hebben zij de risicovolle activiteiten gewogen en hieraan scores toegekend van Hoog, Gemiddeld of Laag. De gezamenlijke scores hebben uiteindelijk geleid tot een maatschappelijk eindscore. Wetenschappelijk Bij de ambtelijke workshop met de inhoudelijke vakspecialisten zijn allereerst de risicovolle activiteiten in kaart gebracht. Daarna zijn deze risicovolle activiteiten gewogen op basis van de landelijke systematiek. Hierbij is als uitgangspunt genomen wat het negatieve effect zou zijn als wij onze VTH-taken niet zouden uitvoeren. Daarbij hebben zij de volgende negatieve effecten onderscheiden: (Brand-)veiligheid en Volksgezondheid.

Vervolgens hebben zij afgewogen wat de kans zou zijn op een overtreding op het moment dat wij onze VTH-taken niet zouden uitvoeren. De afweging van het negatieve effect x de kans heeft uiteindelijk geleid tot een ‘risicoscore’ van Hoog, Gemiddeld of Laag. Alle scores vanuit de BMW-methode zijn gelijkwaardig tegen elkaar afgewogen en resulteren in een uiteindelijke eindscore op basis waarvan de prioriteiten zijn bepaald. Prioriteitenoverzicht Op de volgende pagina treft u de uiteindelijke uitkomst van de ingevulde risicoanalyse verwerkt in het prioriteitenoverzicht (Figuur 3). De activiteiten met de ‘risicoscore’ Hoog zijn voor ons de prioriteiten voor de komende beleidsperiode.

Versie 20190218MH1

16

Figuur 4. Het Prioriteitenoverzicht Versie 20190218MH1

17

“Vrie nd stren elijk waar g wa ar he het kan, t mo et.” Welke strategieën passen we toe om naleving te borgen en bevorderen?

5. NALEEFSTRATEGIE

Preventiestrategie

(gericht op het voorkomen van overtredingen)

Preventiestrategie (voorkomen)

- Communicatieplan. - (Voor-)overleg.

Versie 20190218MH1

Communicatieplan – Het communicatieplan (onderdeel van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma) beschrijft over welke activiteiten wij op welke wijze wanneer (actief) communiceren naar burgers, bedrijven en partners. (Voor-)overleg – Onze (voor-)overleggen gebruiken wij om duidelijkheid te geven over hoe wij invulling en uitvoering geven aan ons beleid. Wij gaan in (persoonlijk) overleg met burgers/bedrijven om tot (een) oplossing(en) te komen. Ook voeren wij evaluatiegesprekken na belangrijke activiteiten.

18

Preventiestrategie - gericht op het voorkomen van overtredingen. Communicatieplan – Het communicatieplan beschrijft over welke activiteiten wij op welke wijze wij wanneer (actief) communiceren naar burgers, bedrijven en partners. In onderstaande communicatieplan staat weergegeven welke communicatiemiddelen wij wanneer op welke manier inzetten voor de (hoog geprioriteerde) activiteiten. Daarnaast staat aangegeven wie dit doet. Onderwerp/Thema Bestaande bouw

Activiteit

Communicatiemiddel

COMMUNICATIEPLAN Wijze? (Actief/Passief)

Wanneer?

Wie?

Brandveiligheid Constructieve veiligheid

Website, Direct mail Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen Continue en bij overtredingen

Gemeente, VRZHZ Gemeente

Gezondheidszorgfunctie Onderwijsfunctie Bijeenkomstfunctie met een hoge bezettingsgraad Illegale bouw Sloopveiligheid Illegale bewoning

Website, (digitale) flyer Website, (digitale) flyer Website, (digitale) flyer

Passief, Actief bij aanvragen of overtredingen Passief, Actief bij aanvragen of overtredingen Passief, Actief bij aanvragen of overtredingen

Continue, bij aanvragen of overtredingen Continue, bij aanvragen of overtredingen Continue, bij aanvragen of overtredingen

Gemeente, VRZHZ Gemeente, VRZHZ Gemeente, VRZHZ

Website, (digitale) flyer Website, Direct mail Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen Passief, Actief bij aanvragen of overtredingen Passief, Actief bij overtredingen

Continue, overtredingen Continue en bij overtredingen Continue en bij overtredingen

Duurzaam gebruik Illegaal wijzigen van (Rijks)monument Achterstallig onderhoud monumenten Beschermd Stadsgezicht/Erfgoed

Website, Direct mail Website, Direct mail

Passief, Actief bij aanvragen of overtredingen Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen Continue en bij overtredingen

Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen

Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen

Drugs(-handel) op straat

Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen

Gemeente, Gemeente, OZHZ Gemeente, OZHZ, VRZHZ Gemeente, OZHZ Gemeente, RCE, Erfgoedcommissie Gemeente, RCE, Erfgoedcommissie Gemeente, RCE, Erfgoedcommissie Gemeente, Politie

Wijkveiligheid/Kleine ergernissen (fietsenoverlast, wildplassen, hangjongeren, zwerfvuil etc.) Adresfraude (BRP) Evenementen

Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen

Gemeente, Politie

Website, Direct mail Website, Direct mail

Ondermijning (mensenhandel, aanpak drugspanden, witwassen)

Website, Direct mail

Passief, Actief bij overtredingen Passief, Actief bij aanvragen (Categorie B en C) en overtredingen Passief, Actief bij overtredingen

Continue en bij overtredingen Continue, bij aanvragen (Categorie B en C) en overtredingen of overtredingen Continue en bij overtredingen

Gemeente Gemeente, VRZHZ, OZHZ, Politie Gemeente, VRZHZ, OZHZ, Politie

Nieuwbouw

Slopen Gebruik (Bestemmingsplan) Monumenten

APV & Bijzondere Wetten

Versie 20190218MH1

19

Preventiestrategie - gericht op het voorkomen van overtredingen. (Voor-)overleg – Onze (voor-)overleggen gebruiken wij om duidelijkheid te geven over hoe wij invulling en uitvoering geven aan ons beleid. Wij gaan in (persoonlijk) overleg met burgers/bedrijven om tot (een) oplossing(en) te komen. Ook voeren we evaluatiegesprekken na belangrijke activiteiten. Vooroverleggen gebruiken we om een goed en volledig beeld te krijgen van nieuwe initiatieven/activiteiten. Hiermee willen we ervoor zorgen dat: de juiste verwachtingen worden gewekt. mogelijke knelpunten (inhoudelijk en/of in het proces) besproken worden. we duidelijkheid kunnen geven over ons gevoerde beleid. de definitieve aanvraag vaker vollediger worden ingediend. we de definitieve aanvraag sneller kunnen verlenen. Bij en/of na grootschalige/belangrijke activiteiten gaan we altijd in overleg met de betrokken partijen. Hiermee willen we ervoor zorgen dat: de juiste verwachtingen worden gewekt. mogelijke knelpunten (inhoudelijk en/of in het proces) besproken worden. we partijen zo vroeg mogelijk in het proces tot elkaar kunnen brengen. we duidelijkheid kunnen geven over ons gevoerde beleid. we van elkaar leren naar toekomstige activiteiten toe. In handhavingszaken gaan wij altijd in persoonlijk overleg met de overtreder, tenzij er sprake is van bijzondere en/of spoedeisende omstandigheden.

Hiermee willen we ervoor zorgen dat: de juiste verwachtingen worden gewekt. mogelijke knelpunten (inhoudelijk en/of in het proces) besproken worden. we duidelijkheid kunnen geven over ons gevoerde beleid. we duidelijkheid kunnen geven over legalisatiemogelijkheden. we partijen bij elkaar kunnen brengen (bij verzoeken om handhaving) we juridische procedures kunnen voorkomen.

Versie 20190218MH1

20

Vergunningenstrategie

(gericht op het reguleren van activiteiten) Risicogericht toetsen – De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Hierin onderscheiden we 4 toetsniveaus.

Vergunningenstrategie (reguleren)

Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid.

- Risicogericht toetsen. - Vaste toetsingskaders.

Niveau Diepgang Toetsing 0 Geen toetsing 1

Toetsen op Uitgangspunten

2

Toetsen op Basisniveau

3

Toetsen op Basisniveau+ Grondig toetsen (Integraal op alle onderdelen)

4

Versie 20190218MH1

21

Vergunningenstrategie - gericht op het reguleren van activiteiten Risicogericht toetsen – De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Hierin onderscheiden we 4 toetsniveaus, namelijk:

Niveau Diepgang Toetsing 0 Geen toetsing 1

Toetsen op Uitgangspunten

2

Toetsen op Basisniveau

3

Toetsen op Basisniveau+ Grondig toetsen (Integraal op alle onderdelen)

4

Toelichting op de verschillende toetsniveaus (elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige toetsniveau): Toetsniveau 0 Geen toetsing (aanvragen worden ontvangen, maar niet getoetst); Ingediende bescheiden worden gearchiveerd. Toetsniveau 1 Toetsen op Uitgangspunten (toetsen op de aanwezigheid en compleetheid van de technische informatie). Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de aangeleverde stukken in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. De vergunningverlener bepaalt op basis van ervaring het oordeel over de betreffende aspecten. Toetsniveau 2 Toetsen op Basisniveau (toetsen of de uitgangspunten van de betreffende aspecten conform de daarvoor gestelde normen zijn aangevraagd). Gecontroleerd wordt of de uitgangpunten op de aangeleverde stukken voor het betreffende aspect de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Van deze aspecten worden de uitgangspunten gecontroleerd. Toetsniveau 3 Toetsen op Basisniveau+ (toetsen of alle informatie klopt en eventuele berekeningen correct zijn uitgevoerd). Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Tevens worden de belangrijkste berekeningen gecontroleerd, dan wel nagerekend. De na te rekenen aspecten worden geselecteerd op basis van de visuele toets.

De vergunningverlener bepaalt op basis van zijn ervaring welk aspecten inhoudelijk volledig worden getoetst, bijvoorbeeld door een schaduwberekening uit te voeren of het geheel doorlopen van ingediende berekening(en). Toetsniveau 4 Grondig toetsen (volledige toetsing op alle onderdelen). Alle aspecten van de aanvraag worden volledig getoetst en beoordeeld.

Versie 20190218MH1

22

Vergunningenstrategie - gericht op het reguleren van activiteiten Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. Wabo/Bor/Mor De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht bieden het algemene landelijk kader voor de beoordeling en toetsing van aanvragen omgevingsvergunningen. In deze wettelijke regelingen staan alle algemene wettelijke eisen voor het indienen en behandelen van aanvragen omgevingsvergunningen. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen van bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Bij het toetsen van aanvragen voor de activiteit bouwen aan het Bouwbesluit 2012 leggen wij altijd de nadruk op de onderdelen constructieve veiligheid en brandveiligheid. De aandacht voor de overige aspecten uit het Bouwbesluit kan verschillen afhankelijk van de aanvraag. Dit naar beoordeling van de vergunningverlener(s). Een extern constructiebureau controleert de constructieberekeningen die bij de aanvraag worden ingediend.

Bouwverordening De gemeente Gorinchem heeft een bouwverordening waarin nog een beperkt aantal voorschriften staan waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het gaat hier bijvoorbeeld om normen over het aantal te realiseren parkeerplaatsen en het doen van bodemonderzoeken. De verwachting is dat deze verordening op termijn zal verdwijnen (met de komst van de Omgevingswet). De aspecten die de gemeente met deze verordening regelt, worden straks namelijk zoveel mogelijk ingebracht in het omgevingsplan onder het regime van de nieuwe Omgevingswet. Zolang de bouwverordening bestaat, wordt ieder plan dat nog door de gemeente wordt getoetst, gecheckt op de daarin opgenomen voorschriften. Planologische kaders (Bestemmingsplannen) De gemeente toetst iedere omgevingsvergunningaanvraag aan de geldende planologische kaders. Deze liggen voornamelijk vast in de geldende bestemmingsplannen, waarin regels zijn opgenomen over onder andere de geldende bestemmingen, definities, gebruiksvoorschriften, bouwvoorschriften, afwijkingsregels en overgangsregels. Doel hiervan is om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Gorinchem te beschermen en te borgen. Welstand In de ‘Welstandsnota 2018 Gorinchem’ zijn de welstandscriteria en welstandskaders vastgelegd die worden toegepast bij de beoordeling van de bouwplannen binnen de gemeente.

Versie 20190218MH1

23

Vergunningenstrategie - gericht op het reguleren van activiteiten

Slopen De gemeente Gorinchem heeft de taak risico's die kunnen ontstaan bij de sloop van bouwwerken en asbestverwijdering beheersbaar te houden. Als dergelijke activiteiten worden uitgevoerd is men wettelijk verplicht dit minimaal vier weken van tevoren te melden conform het Bouwbesluit 2012 art. 1.26 en/of het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Wij beoordelen de meldingen in ieder geval op de aanwezigheid van plannen voor de te nemen sloopveiligheidsmaatregelen, onderzoeksrapporten naar de aanwezigheid van asbest in het te slopen bouwwerk en certificaten waarmee de uitvoerders dienen aan te tonen dat ze gekwalificeerd zijn om het asbestgevaar te beoordelen en/of het werk uit te voeren. Op basis hiervan stellen wij de melder op de hoogte van de uitkomst van de toets die op de melding is uitgevoerd. Vanaf 1 maart 2017 zijn gecertificeerde partijen in de asbestketen, verplicht om met het Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS) te werken. Het LAVS maakt het mogelijk om informatie over de aanwezigheid van asbest én de genomen maatregelen vast te leggen in een centraal systeem. Ook kan vanuit het LAVS de benodigde sloopmelding voor asbestverwijdering worden gedaan. Voor de gemeente Gorinchem is dit ook ingeregeld in het proces.

APV-vergunningen/ontheffingen/meldingen In de Algemene Plaatselijke Verordening heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van: • de openbare orde; • de openbare veiligheid; • de volksgezondheid; • de bescherming van het milieu. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning/ontheffing wordt aangevraagd of dat er een melding wordt gedaan. Deze activiteiten worden in beginsel 100% getoetst aan de vigerende regels. Evenementenvergunning Het evenementenbeleid wordt op dit moment geactualiseerd en zal ‘Evenementennota gemeente Gorinchem’ gaan heten (naar verwachting in april 2019 in de raad). In de APV is geregeld wanneer voor een evenement een vergunning is vereist of dat kan worden volstaan met een melding. Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt getoetst aan zowel de APV, als aan landelijke wet- en regelgeving. Zodra een aanvraag ontvankelijk is wordt deze opgenomen in de evenementenkalender en wordt advies gevraagd aan interne en externe adviseurs. Als de vergunning kan worden verleend wordt deze verzonden en gepubliceerd. Een uitgebreidere toelichting op dit proces kunt u lezen in de Evenementennota.

Versie 20190218MH1

24

Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons

Vergunningenstrategie - gericht op het reguleren van activiteiten

Horeca-exploitatievergunning (Hex) Voor de exploitatie van een openbare inrichting is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. In de APV staan tevens categorieën genoemd waarvoor de vergunningplicht niet geldt. In de APV staan de toetsingsgronden vermeldt. Er wordt onder andere gekeken naar het bestemmingsplan, de leeftijd en het levensgedrag van de ondernemer en de leefbaarheid in de directe omgeving van de openbare inrichting. Zodra een aanvraag ontvankelijk is en de benodigde adviezen zijn ontvangen, wordt deze inhoudelijk beoordeeld en vindt besluitvorming plaats. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Drank- en Horecawet (DHW) De DHW vereist dat ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt daarvoor een vergunning/ontheffing bezit. De aanvraag/ontheffing wordt getoetst aan het Besluit eisen zedelijk gedrag, Besluit eisen inrichting Drank en horecawet en eventueel wordt een Bibob-toets uitgevoerd (zie hieronder). De Dhw-vergunning is persoons- en inrichting-gebonden en is voor onbepaalde tijd geldig. Wet op de Kansspelen (WOK) Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten wordt de WOK gevolgd. De aanwezigheidsvergunning is persoonsgebonden en wordt voor onbepaalde tijd verleend.

Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. De gemeente Gorinchem heeft hiervoor in 2019 een beleidslijn vastgesteld. Bij situaties die zich lenen voor een afhandeling in het kader van de Wet Bibob wordt deze beleidslijn toegepast.

Versie 20190218MH1

25

Toezichtstrategie

(gericht op het controleren van activiteiten)

Toezichtstrategie (controleren)

- Risicogericht toezicht. - Gebieds/Wijk- of Objectgebonden toezicht. - Repressief toezicht. - Integraal toezicht.

Risicogericht toezicht – De mate en diepgang van ons toezicht is gericht op (onderdelen van) risicovolle activiteiten. Hierin onderscheiden we 4 toezichtniveaus. Gebieds-/of Objectgebonden toezicht – Ons preventieve toezicht voeren we afhankelijk van de activiteit gebieds- en/of objectgebonden uit. Repressief toezicht – We voeren toezicht uit naar aanleiding van klachten/meldingen, verzoeken om handhaving etc. Integraal toezicht - We voeren waar mogelijk integraal toezicht uit. Dit betekent Niveau dat onze toezichthouders zoveel mogelijk 0 signaleren met elkaar (ook met partners), 1 voor elkaar (ook voor partners) of na 2 elkaar. 3

4 Versie 20190218MH1

26

Diepgang Toezicht Geen toezicht Toezicht op Uitgangspunten Toezicht op Basisniveau Toezicht op Basisniveau+ Grondig toezicht (Integraal op alle onderdelen)

Toezichtstrategie - gericht op het controleren van activiteiten

Toezicht Doordat we toezicht houden kunnen we overtredingen en illegale activiteiten opsporen en vaststellen. Van de controle maken we een rapport, dat in het (digitale) systeem wordt opgeslagen. Onze werkwijze is gebaseerd op het beginsel dat van toezicht in eerste instantie een preventieve werking uit gaat. Door het houden van toezicht kunnen overtredingen mogelijk worden voorkomen. In de praktijk blijkt dat in veel gevallen onze toezichthouders met het maken van afspraken en/of waarschuwingen ervoor (kunnen) zorgen dat handhaving niet nodig is. Daarbij staat centraal dat onze dienstverlening erop gericht is om op een klantvriendelijke manier tot een oplossing te komen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in preventief, actief en reactief toezicht. Risicogericht toezicht (preventief/actief) – De mate en diepgang van ons toezicht is gericht op (onderdelen van) risicovolle activiteiten. Hierin onderscheiden we 4 toezichtniveaus, namelijk:

Niveau Diepgang Toezicht 0 Geen toezicht 1

Toezicht op Uitgangspunten

2

Toezicht op Basisniveau

3

Toezicht op Basisniveau+ Grondig toezicht (Integraal op alle onderdelen)

4

Toelichting op de verschillende toetsniveaus (elk volgend toezichtniveau is een aanvulling op het vorige toezichtniveau): Toezichtniveau 0 Geen toezicht (vergunningen/ontheffingen/meldingen worden ontvangen, maar hierop wordt geen actief toezicht gehouden). Stukken worden gearchiveerd. Toezichtniveau 1 Toezicht op Uitgangspunten. De toezichthouder houdt minimaal toezicht op de meest relevante voorschriften. Toezichtniveau 2 Toezicht op Basisniveau. De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op de meest relevante voorschriften. De toezichthouder bepaalt op basis van zijn kennis en ervaring wat het basisniveau is en welke voorschriften het meest relevant zijn. Toezichtniveau 3 Toezicht op Basisniveau+. De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op alle voorschriften. De toezichthouder bepaalt op basis van zijn kennis en ervaring wat het basisniveau is en welke voorschriften het meest relevant zijn. Toezichtniveau 4 Grondig toezicht. De toezichthouder ziet volledig toe op de naleving van alle voorschriften (monitoring).

Versie 20190218MH1

27

Toezichtstrategie - gericht op het controleren van activiteiten Gebieds- en/of Objectgebonden toezicht (preventief/actief) – Ons (preventieve/actieve) toezicht voeren we afhankelijk van de activiteit gebieds- en/of objectgebonden uit. Hierbij onderscheiden wij in het kader van dit VTH-beleid een 5-tal gebieden, namelijk de Binnenstad, de Wijken, de Wateren, de Industrie- en bedrijfsterreinen en de Natuur- en buitengebieden. Naast de vastgestelde prioriteiten hebben we voor deze gebieden benoemd op welke onderwerpen/activiteiten wij in het bijzonder ook aandacht aan gaan besteden in de uitvoering van onze VTH-taken. Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn of deze controles vinden plaats aan de hand van de eventuele objectgebonden controles die in het betreffende gebied plaatsvinden. Dat geldt voor Wabo-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte door BOA’s vindt hierin plaats. Het (preventieve/actieve) objectgebonden toezicht komt direct voort uit het nemen van beschikkingen (vergunningen, meldingen, ontheffingen etc.). Alle verleende vergunningen/meldingen/ontheffingen etc. worden, waar mogelijk, integraal (zie hieronder) gecontroleerd overeenkomstig dit beleid en de eventuele controlefrequentie op basis van het risico.

Repressief toezicht (reactief) – We voeren toezicht uit naar aanleiding van klachten/meldingen, verzoeken om handhaving etc. Niet alle klachten en/of verzoeken om handhaving resulteren in een controle. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling en aard en ernst van de melding. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd. Indien sprake is van een acuut onveilige en/of gevaarlijke situatie wordt uiteraard wel direct actie ondernomen ongeacht de prioriteit. Integraal toezicht - We voeren waar mogelijk integraal toezicht uit. Dit betekent dat onze toezichthouders zoveel mogelijk signaleren met elkaar (ook met partners), voor elkaar (ook voor partners) of na elkaar. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie. Deze integrale aanpak ligt in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners, ondernemers, etc. We onderkennen de volgende vormen van integraal toezicht: • Controleren met elkaar: Toezichthouders vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de ondernemer of burger.

• Na elkaar controleren: Verschillende toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan leiden tot interpretatieverschillen. • Voor elkaar signaleren: Een toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering daartoe aanleiding geeft, zal de specialist van dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde) binnen een organisatie. • Voor elkaar controleren: Een toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances.

Versie 20190218MH1

28

Handhavingsstrategie

(gericht op het optreden tegen overtredingen) Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) – Wij hanteren de (interventiematrix van de) LHS als richtlijn voor ons handhavend optreden (VTHtaken Wabo).

Handhavingsstrategie (optreden)

Handhaving tegen bestuursorganen Conform beleid en gelijk aan handhaving tegen burgers/bedrijven.

- Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). - Handhaving tegen bestuursorganen. - Overige beleidsvelden - Buurtbemiddeling/ Mediation.

Versie 20190218MH1

Overige beleidsvelden Conform in Uitvoeringsbeleid beschreven wijze. Buurtbemiddeling/Mediation – Buurtbemiddeling en/of mediation kunnen we inzetten wij tussen burgers/bedrijven onderling en/of burgers/bedrijven en ons of onze partners.

29

Handhavingsstrategie - gericht op het optreden tegen overtredingen Handhaving Als het gaat om handhaving onderschrijven wij de uitgangspunten van de Nationale Ombudsman als het gaat om de rol van de overheid. Bij handhavend optreden proberen wij zo goed mogelijk invulling te geven aan de uitgangspunten en richtlijnen die de Nationale Ombudsman hierover heeft vastgelegd in het rapport ‘Helder handhaven’, de Handhavingswijzer en het rapport van 2017 ‘De kunst van handhaven’. De belangrijkste aandachtspunten hierbij worden weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 5. De kunst van handhaven volgens de Nationale Ombudsman

Versie 20190218MH1

30

Handhavingsstrategie - gericht op het optreden tegen overtredingen Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) – Wij hanteren de (interventiematrix van de) LHS als richtlijn voor ons handhavend optreden als het gaat om de VTH-taken die Wabo gerelateerd zijn. De LHS is een landelijk geldend afwegingsinstrument dat iedereen volgt om van bevinding (constatering van een overtreding) naar interventie (wijze/mate van handhavend optreden) te komen. De LHS heeft als doel dat overheden interveniëren op een wijze die passend is bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij weloverwogen kiezen - afhankelijk van de situatie - voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder wordt informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijk opgetreden. In vergelijkbare situaties worden vergelijkbare keuzes gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze gekozen en toegepast. De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van sancties. Interveniëren kan ook tijdens het toezicht plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van aanspreken en informeren. Daarnaast erkent de LHS dat er omstandigheden kunnen zijn om tijdelijk van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien, ofwel te gedogen (zie gedoogstrategie, OPM.

dit laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet) Met de LHS wordt d.m.v. het doorlopen van de volgende stappen een passende interventie bij iedere overtreding bepaald. Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix Aan de hand van het gedrag van de overtreder en de (mogelijke gevolgen) van de overtreding wordt de uitgangspositie in de interventiematrix bepaald. Bij verzachtende argumenten (zoals legalisatie) wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten (waaronder recidive) is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op. Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten Onderstaande aspecten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Verkregen financieel voordeel Status verdachte/overtreder / voorbeeldfunctie Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect Combinatie met andere relevante delicten Medewerking van deskundige derden Normbevestiging Waarheidsvinding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=613142d2-8816-4d98-bb5e-902289d8d662