CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

211216 Concept Verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies28.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dank u wel, voorzitter. Allereerst het statement waarmee de burgemeester begon. Ik blijf dat toch verwarrend vinden, al was het maar omdat ik het niet verwachtte en omdat ik ook de tekst niet heb, vind ik het lastig om er een reactie op te geven. Ik vond wel dat zij in haar statement een voorschot nam op de discussie, met eigenlijk een soort nudging van “laten we vooral ons hart laten zien”. Ik vind het altijd een beetje lastig als dat tegenover een kritische reflectie op het proces gezet wordt, want ik vind dat wij daar ook voor zitten. Ik kreeg ook een beetje het gevoel dat over mijn hoofd heen tegen het COA en het ministerie gemopperd werd, en daar kan ik ook niet zoveel mee. Tegelijkertijd vind ik het wel goed dat de burgemeester met een positieve insteek kwam: “dit gaan wij doen als Gorinchem!”. Ik houd wel van die houding van ”we gaan gewoon aanpakken”. Dus het riep bij mij dubbele gevoelens op. In mijn eerste bijdrage heb ik geprobeerd neer te zetten wat ik, terugkijkend, vind van het beleid van dit college, wan daar ga ik over als raadslid. Ik ga niet over een asielbeleid dat piept en kraakt, dat zou allemaal best kunnen, maar ik zit hier voor Gorinchem en ik moet afwegen wat hier voor Gorinchem voorligt.

Heel eerlijk – en daar hoorde ik D66 ook over – mis ik, zowel in de beantwoording van de burgemeester als in die van wethouder Van Doesburg, totaal de reflectie op de kritiek die niet alleen ik, maar ook andere partijen op het proces hebben gehad. Dat vind ik jammer, want als je daar niet op een eerlijke manier op ingaat, leer je er ook niet zoveel van. Ik nodig hen daarom van harte uit om dat alsnog te doen. Voorzitter. Als het gaat over de vraag hoe we het COA kunnen bewegen tot een door ons gewenste houding, of het creëren van een situatie waarin we niet elke keer een knoop P - 38

hoeven door te hakken met betrekking tot het belastingkantoor, vraag ik me af of het COA erg wakker ligt van wat wij hier allemaal aannemen aan moties, of wat wij hier allemaal uitspreken over haar. Haar bestaansrecht ligt in het feit dat zij asielzoekers, vluchtelingen en statushouders moet plaatsen en dat ze zich daar niet populair mee maakt, zal ze zelf ook wel weten, maar eerlijk gezegd denk ik niet dat ze zich daar heel erg veel van aantrekt, want als ze daar heel erg gevoelig voor zou zijn, zou ze nergens meer mensen kunnen plaatsen. De voorzitter: De heer Oostrum voor een interruptie. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Molengraaf zegt wel erg makkelijk dat het de verantwoordelijkheid van het COA is om vluchtelingen te plaatsen. Dat wil echter niet zeggen dat ze zomaar willekeurig plekken kan aanwijzen waar ze vluchtelingen wil plaatsen. Het zou veel beter en veel efficiënter, maar vooral ook veel effectiever zijn om het draagvlak te zoeken in de verschillende gemeenten, wat er ongetwijfeld is, en op basis van dat draagvlak oplossingen te zoeken, zoals wij bijvoorbeeld een oplossing hebben aangedragen voor kleinschalige opvang die aansluit bij wat we later opvangen. Ik denk dat u het een beetje bagatelliseert als u zegt dat het COA nu eenmaal die verantwoordelijkheid heeft en daarom vooral haar gang moet kunnen gaan. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf.

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Ik heb het COA nog niet juichende tweets de wereld in zien sturen dat er in Gorinchem toch zo’n goed idee voor kleinschalige opvang bestaat. Heel eerlijk: ik denk dat het COA z’n eigen plan trekt en dat wij daarop maar heel weinig invloed kunnen hebben, want nogmaals: in bijna geen enkele gemeente wordt de vlag uitgestoken als de blik van het COA zich daarop richt voor opvang. Wij kunnen ons wel afvragen wat andere gemeenten nu eigenlijk doen, maar wij hebben nu eenmaal dat gebouw. Maar genoeg daarover. Als ik de bijdragen van de verschillende partijen hoor, even los van de kritische bijdragen die er ook zijn geweest, proef ik wel dat iedereen nu zoiets heeft van “we gaan gewoon voor een goede opvang”. Dat vind ik wel fijn om te horen. Naast dat ik vind dat we goed moeten reflecteren, moeten we nu ook wel vooruit. Het lijkt me goed als we daarin veel meer samen kunnen optrekken, want heel eerlijk vind ik – en dat heb ik al een keer eerder gezegd – dat dat in dit proces maar mondjesmaat is gebeurd, en dat heeft naar mijn idee alles te maken met de warrigheid, het gebrek aan tijdige informatie, het gebrek aan het gevoel dat we het elkaar moesten doen, met respect voor elkaars opvatting. Ik vind het ook in dat opzicht helemaal geen goed gelopen proces.

Maar goed, laten we er ons dan nu voor inzetten om samen met de vrijwilligers van onder andere KLIK en Vluchtelingenwerk en omwonenden een constructieve houding aan te nemen en zorgen voor een goede opvang. Voorzitter. Kort wil ik nog ingaan op de motie van het CDA. Wij ondersteunen de kritiek daarop. Het is A iets wat we al eerder gevraagd hebben en B blijf ik het een vreemd verhaal vinden om een pand te kopen om te zorgen dat het COA daar nooit meer opvang kan doen. Ik vind dat eerlijk gezegd een hele rare reden om vastgoed te verwerven voor de gemeente. Terecht werd al de vraag gesteld wáár we dat van gaan doen en wát we er P - 39

dan mee gaan doen. Van de wethouder begrijp ik dat we helemaal niet van plan zijn om er iets mee te doen, maar dat we het zo snel mogelijk weer gaan doorverkopen. Ik ga daar niet voor stemmen, omdat ik denk – en dat ben ik wel met D66 eens – dat daarmee opnieuw een indruk wordt gewekt die we niet waar kunnen maken, en dat moeten we volgens mij echt niet meer willen, want dan ga je het vertrouwen helemaal niet herstellen, maar juist verder beschadigen. Overigens denk ik ook niet dat het COA daarom zal staan te springen. Wij zullen die motie dus niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Dank u wel, voorzitter. Bij veel van de vorige sprekers kan ik me aansluiten. Het is jammer dat niet even met ons wordt teruggekeken. De VVD heeft even kort teruggeblikt en wil nu vooral vooruit kijken, maar het zou het college sieren als het ook even op die terugblik zou ingaan, omdat het hier verre van vlekkeloos is gegaan, en dan refereer ik aan het proces. De VVD begrijpt ook dat het college alleen, zoals de motie van het CDA aangeeft, een termijn wil stellen onder de belofte van koop van het gebouw. Die link vinden wij vrij bijzonder en wij zijn eigenlijk wel benieuwd wat de wethouder vastgoed daarvan vindt.

Past het in zijn beleving in het vastgoedbeleid en hoe kan hij dat dan spiegelen aan andere plannen die hij met vastgoed in onze gemeente heeft? Wij denken in ieder geval dat deze motie de prijs van het pand niet zal drukken, om het maar even zachtjes uit te drukken. Verder vinden wij het onacceptabel om onder druk van een crisis iets te gaan kopen. Het is ad hoc, zonder plan en staat haaks op het huidige beleid om voor veel geld onroerend goed aan te schaffen. De belastingbetaler gaat hier de dupe van worden en dat vinden wij niet zo’n goed plan. Wij gaan daarom niet voor de motie stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Misschien weet u wel dat ik van tijd tot tijd een charmeoffensief loslaat op mevrouw Molengraaf en ik denk dat het daar vanavond ook tijd voor is, omdat ik het met haar eens ben dat het accent vanavond zou mogen liggen op de principebereidheid die er in de stad is, in ieder geval in deze raad doorklinkt, om vooral mee te willen werken aan opvang, al is het in onze ogen dan nu op een plek die wij niet willen. Maar die bereidheid en ook om de krachten daartoe te mobiliseren in de stad zijn er natuurlijk mee gediend als we daar nu gewoon het accent op mogen leggen.

Ik wil daarom mevrouw Molengraaf eigenlijk om steun vragen om D66 ertoe te bewegen niet een motie van treurnis in te dienen, want ik denk dat dat echt niet op z’n plaats is. Laten we ons even verplaatsen in de positie van de burgemeester, die op de lijn met alle andere burgemeesters om wie het hier ging heeft laten horen hoe bijzonder het eigenlijk is, en ook onwenselijk, om dit via een aanwijzingsbesluit te forceren. Het is toch, hoe je het ook wendt of keert, een gevolg van een falend overheidsbeleid, zeg maar, om structureel ook pieken te kunnen opvangen. Ik denk dat de burgemeester de plicht had om de inbreuk op de lokale democratie die daarmee is gedaan samen met de andere burgemeesters én de voorzitter van de VNG, heel goed te laten horen. Dat heeft ze, denk ik, op dat ene moment gedaan. P - 40

De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: De charmeoffensieven van de heer Schefferlie zijn altijd heel interessant, dus daar sta ik zeker voor open. Ik weet natuurlijk niet precies wat D66 in zo’n eventuele motie zou zetten, maar ik ondersteun wel de oproep van D66 – en dat heb ik zelf zojuist ook gedaan – aan zowel de burgemeester als wethouder Van Doesburg om te reflecteren op onze kritiek op het hele proces. Ik steek niet alleen in op die ene media-uiting, of het statement aan het begin, het is meer het hele plaatje, waarover ik, denk ik, duidelijke dingen heb gezegd. Wij horen graag hoe het college daarover denkt en als D66 dat onvoldoende vindt, zal ik overwegen of ik dat ook onvoldoende vind. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ik vertrouw een beetje op de wijsheid daarin van mevrouw Molengraaf om in te zien dat dat een gekke handeling zou zijn die we niet moeten willen naar onze burgemeester toe, omdat ik vind dat zij op dat moment de bijzonderheid van die aanwijzing mocht duiden, zoals ze dat met al haar collega’s deed. En laten we niet vergeten dat het, voordat het juridisch was uitgezocht, helemaal niet helder was of de gemeenteraad nog een effectief advies kon uitbrengen op het uiteindelijke besluit van de burgemeester.

Aanvankelijk dachten we dat het een traditioneel aanwijzingsbesluit was, waarin nog wel degelijk uiteindelijk ook de burgemeester iets mag bepalen, maar in de correspondentie van het Rijk is duidelijk doorgeklonken dat je dat wel kunt vergeten. Je kunt het met een korte slag doen, of met een lange slag, maar dit zál gebeuren. Omdat niet meteen duidelijk was wat de regelruimte van onszelf nog was, was het ook logisch dat de burgemeester zich toen nog niet inhoudelijk uitte, omdat ze ons eerst wilde consulteren. Ik zal u zeggen: als wij werkelijk invloed hadden gehad, hadden wij, anders dan sommige collega’s hier, blijven bepleiten om de opvang te doen op een manier die bij Gorinchem past, op een plek die we zelf uitkiezen. Desalniettemin hebben wij ook begrip, en dan kom ik weer bij ChristenUnie/SGP, en ook bij de Partij van de Arbeid, voor het feit dat zij zijn gaan schuiven in hun opvatting over de vraag of het belastingkantoor misschien toch opengesteld zou moeten worden. Mevrouw Molengraaf zei bijvoorbeeld in februari nog, toen we met 22 tegen 3 besloten om dat niet te willen: “u kunt ons aanspreken op onze woorden en onze beloften die we eerder hebben gedaan, om dat niet weer te doen". Desalniettemin begrijp ik dat ze het langzaam maar zeker moeilijk vond om dat te handhaven in de nood die steeds verder toenam.

Wij hebben dat niet gedaan, wij hebben eigenlijk zo lang mogelijk willen vasthouden aan een Gorcumse oplossing, omdat het COA al jaren eerlijk gezegd teert op het feit dat gemeenten uiteindelijk uit medemenselijkheid zeggen: oké, dan doen we het wel weer. Het negatieve effect daarvan op de lange termijn is dat het COA nooit de urgentie is gaan voelen om eens een keer goed langetermijnbeleid te formuleren. Daar hebben we met alle gemeenten heel veel last van, tot en met dit aanwijzingsbesluit aan toe. De voorzitter: Een reactie van mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Even kort, voorzitter. Ik ben blij met het begrip dat de heer Schefferlie heeft. Wij hebben inderdaad altijd gezegd dat wij het belastingkantoor geen geschikte locatie voor langdurige opvang vinden. Alleen, als je overweegt om een P - 41

boot neer te leggen voor 150 mensen op een gevaarlijke plek, en je laat het belastingkantoor leeg staan, dan zijn wij genegen toch eerder voor het belastingkantoor te kiezen. Dat is eigenlijk de achtergrond van ons geschuif, als je het zo wilt noemen. De heer Schefferlie: Ja, dat kan ook, het is een voorkeur. Wij denken dat een boot op een plek qua locatie een betere keus is, maar mogelijkerwijs ook wat meer privacy had geboden dan de situatie in het belastingkantoor. Daar kun je verschillend over denken, maar wij vonden het in ieder geval een betere Gorcumse oplossing. Wat wel aardig is om te zien: u bent ook gaan schuiven, en we hebben daar uitleg bij, en dat geldt voor ons allemaal. Laten we ons in die zin ook in het college verplaatsen: bij de opeenvolging en de snelheid waarmee eigenlijk de situatie telkens is verergerd, hebben wij als uitzondering een college gezien dat proactief heeft gehandeld en zelf geprobeerd heeft oplossingen aan te dragen, en dat staat in schril contrast tot wat in heel veel andere gemeenten gebeurd is.

En dan vind ik het jammer dat vooral de heer Van Breemen met een soort vergrootglas als inspecteur Clouseau kennelijk nog een procesfoutje kan ontdekken, bijvoorbeeld over het een-tweetje tussen het COA en de heer Van Doesburg over de vraag wie nou die aanvrage deed, terwijl hij heel duidelijk had uitgelegd hoe dat gegaan is, en met de intelligentie van de heer Van Breemen kun je dat best begrijpen, als je dat maar wilt. Laten we dan ook dat humane, waar je elke keer mee begint, maar vervolgens in het proces verzandt, eroverheen tillen en kijken wat echt belangrijk is en met elkaar die goede opvang regelen, en niet overdreven inzoomen op de processen, want we hebben, zoals net de ChristenUnie/SGP liet zien, allemaal verschuivingen moeten doen om te proberen ons aan te passen op een hele snelle, ongewone zoektocht om het goede te doen, waarbij wij de proactiviteit van het college waarderen. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, dank. Ik begrijp de analogie met inspecteur Clouseau en een vergrootglas niet zo, vooral omdat inspecteur Clouseau geen vergrootglas heeft, maar ik ben volgens mij niet op zoek naar waar het fout gaat in een procedure. Ik heb een vraag gesteld aan de wethouder en daar heeft hij gewoon niet het juiste antwoord op gegeven, althans niet het complete antwoord.

Als u mijn hele bijdrage had gehoord, had u gehoord dat ik dat hele proces achter mij laat en blij ben dat het college nu wel mee beweegt. In tweede termijn heb ik eraan toegevoegd dat ik blij ben dat de hele raad mee beweegt. Dat geldt ook voor partijen als die van de heer Schefferlie, die nu toch fors moeten schuiven in hun standpunt. Ik waardeer dat. Ik vind dat in het proces dingen niet goed zijn gegaan en volgens mij mag dat ook gezegd worden. De kern blijft dat ik blij ben dat de humane, inhoudelijke standpunten nu dusdanig verschoven zijn dat we volgens mij vrij eendrachtig als raad zeggen: van harte welkom in het belastingkantoor! De voorzitter: Ik verzoek de heer Schefferlie zijn betoog te vervolgen. De heer Schefferlie: De heer Van Breemen heeft zijn blijheid voor ons dan wel heel erg weten te verhullen. Ik had veel meer van GroenLinks verwacht dat ze de proactiviteit die dit college heeft laten zien juist waardeert. De boot vond GroenLinks misschien geen goed idee, hoewel de heer Van Breemen zojuist wel de suggestie deed om die boot dan P - 42

maar door een andere gemeente te laten inzetten, waar dan misschien weer wel een goed idee voor was. Ik vind dat moeilijk te begrijpen. Hij zei ook dat wij als Democraten Gorinchem hebben moeten schuiven, maar dat doen we niet. Wij houden een voorkeur voor een locatie die wij zelf uitkiezen, maar we zijn ons er ook van bewust dat we nu geen invloed meer hebben vanuit de aanwijzingDe voorzitter: Nog één keer de heer Van Breemen over het geschuif en dan wil ik de heer Schefferlie toch echt verzoeken zijn betoog te vervolgen. De heer Van Breemen: Voorzitter. Het is jammer dat de heer Schefferlie niet goed luistert naar mij. Ik heb niét gezegd dat ik de boot een slecht idee vind, sterker nog: ik was vorige week heel erg vóór die boot, ware het niet dat ik het onbegrijpelijk vind dat je die boot verkiest boven het belastingkantoor. Met de beoogde locatie voor de boot was ik het niet eens, dus als een andere gemeente die boot op een prima locatie neerlegt, blijf ik daar gewoon voor. De heer Schefferlie selecteert vrij selectief uit mijn bijdrage en dat is jammer. De heer Schefferlie: Maar goed, daarmee geeft u me in ieder geval wel een goed bruggetje om een stap verder te gaan, ook richting D66, want zowel D66 als GroenLinks waren in februari volgens mij als enige nog tegen de uitspraak om het belastingkantoor liever niet te gebruiken in Gorinchem.

Dat mag, en dat kan een motief zijn, maar ik vind het wel heel jammer dat je dat hele brede raadsbesluit dan vervolgens niet weet te respecteren. Hoezeer ik de hartstochtelijkheid van de heer Hassouna ook waardeer – hij is zeer hartstochtelijk over onze verplichting om bij te dragen aan de opvang, en dat siert hem –, het zou jammer zijn als het een dogma wordt, alsof we dit in Gorinchem alleen maar mooi zouden kunnen invullen in dit kantoor, waarvan we nu juist heel bewust hebben gezegd, en de bewoners ook hebben beloofd, dat het helemaal geen goede plek is en dat we een veel betere kunnen bieden. Laten we daarom vooral open blijven staan om de door u en door ons gewenste opvang op andere plekken in te vullen en niet per se hier. De voorzitter: De heer Hassouna. De heer Hassouna: Wij waren en zijn voor het belastingkantoor, puur omdat het alle functionaliteiten bevat die het COA nodig heeft voor de bedrijfsvoering. Ik hoorde u zeggen dat u liever zelf een pand aangewezen had en u gaf ook aan dat er ‘tig’ kantoorpanden leeg staan. Welk pand had u dan willen aanwijzen? U hebt het ook gehad over kleinschalige opvang. Destijds hebben wij dat gesteund, ondanks de bezwaren van het COA omtrent het omslagpunt qua aantallen voor de bedrijfsvoering, en dat het niet rendabel zou zijn. Laat het dan eens zién, zou ik willen zeggen, realiseer het. Volgens ons is er nog vrij weinig gedaan.

Kunt u aangeven welke concrete stappen inmiddels zijn gezet, wat er nog moet gebeuren en om welke tijdspaden het dan gaat? De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel. Ik denk dat de heer Hassouna mij nu verwart met een bestuurder. Dat ben ik niet en wil ik ook niet worden. Wat wij doen, is aangeven wat we graag willen. We hebben trouwens de wethouder net wel horen zeggen dat er meerdere locaties zijn verkend. Maar het COA is niet happig. We zien nu gelukkig wel – ik geloof P - 43

dat het in Vlaardingen het geval is en we hebben het over Vijfheerenlanden gehad – dat heel geleidelijk aan de kwartjes vallen en dat men gaat beseffen dat, als men langdurig met de gemeenten wil blijven samenwerken, op die kleinschaligheid zal moeten worden ingezet. Op weg daarnaartoe – en dat is niet iets wat je in één of twee maanden geregeld hebt – hebben wij die boot voorgesteld, een Gorcumse oplossing waarmee we weer bovenmatig zouden hebben bijgedragen. Wat ik dan jammer vind van Democraten 66 is dat, als er een democratisch besluit is genomen van 22 tegen 3 raadsleden, zij daar geen oren naar willen hebben. Dat legt u naast u neer. Dat het nu in nood moet en aangewezen is, oké, maar eigenlijk blijft u bepleiten om toch vooral het kantoor te gebruiken, en dat vind ik niet democratisch. De voorzitter: Een laatste reactie van de heer Hassouna en dan mevrouw Mager, die ook een vraag heeft. De heer Hassouna: Wij hebben het hier over acute noodopvang en voor dat doel is het uitermate geschikt. De voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Ja, even een korte vraag. Ik hoor de heer Schefferlie steeds een bepaalde stemverhouding noemen en ik vraag me af waar hij die vandaan haalt. Bij mijn weten is in februari toch echt met 13 stemmen voor en 12 stemmen tegen besloten over de diverse voorstellen en moties die ertoe deden.

Maar misschien hebben we het over verschillende raadsvergaderingen, dat kan natuurlijk. De heer Schefferlie: Dat zal dan wel, want ik heb hier de notulen voor me liggen van 18 februari, ik heb er daarnet ook mevrouw Molengraaf uit geciteerd, en daarin heeft de raad uitgesproken het belastingkantoor niet open te stellen voor de opvang die het COA toen vroeg. Mevrouw Mager: U refereert dus niet aan het raadsvoorstel om geen AZC in het belastingkantoor te vestigen, dat met 13 tegen 12 stemmen is aangenomen? De heer Schefferlie: Nee, mij zijn andere stemverhoudingen bekend. Mevrouw Mager: Dan hebben we het inderdaad niet over hetzelfde. De voorzitter: Dat is dan helder over de stemverhoudingen… Mevrouw Mager: Nou…. De voorzitter: Ook de heer Tekir heeft zich gemeld voor een interruptie. Aan hem is nu het woord. De heer Tekir: Dank u wel. Ik interrumpeer graag even, omdat ik de heer Schefferlie iets hoorde zeggen over democratische beginselen. Democraten 66 heeft inderdaad één unique selling point, en dat is democratie. De heer Schefferlie kan ons van één ding betichten, en dat is dat wij sinds begin dit jaar consequent zijn in ons standpunt om een uitermate geschikt pand als het belastingkantoor in te blijven zitten voor dit doel. Het klopt dat wij daartoe voorstellen hebben ingediend en dat die het nipt niet hebben gehaald. Wij hebben P - 44

in onze standvastigheid wel steeds gepoogd, via het democratisch debat, om de raad, ook in veranderende omstandigheden, mee te laten bewegen in een richting zoals nu ook voorligt, waarin naar onze overtuiging een humane oplossing mogelijk is. Wat ik nu vooral constateer is dat het democratisch genomen besluit waaraan de heer Schefferlie refereert ook overruled kan worden door een aanwijzing, en dan zien we ineens Democraten Gorinchem wel meebewegen; dan kan het ineens wel. Dat vind ik opmerkelijk. Ik zou de heer Schefferlie dan ook willen vragen om bij dergelijke besluiten toekomstige overwegingen niet onmogelijk te maken, want dat vond ik persoonlijk het meest spijtig aan het afwijzen van de voorstellen die wij in februari hebben gedaan om dit kantoor wel beschikbaar te houden. Nu zien we toch dat, als de nood hoog is, dat soort besluiten worden teruggedraaid, en dat lijkt me overigens ook wijs. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor de politieke achtergronden niet te veel te gaan uitdiepen in deze vergadering, anders gaan we misschien te ver afwijken. Volgens mij is het punt van de heer Tekir helder. De heer Schefferlie verzoek ik tot een afronding te komen, ook gezien de klok, die verder tikt. De heer Schefferlie: Daar heeft u groot gelijk in, voorzitter.

Ik voel me natuurlijk wel vereerd dat nu zelfs de hele fractie van D66 zich over mij buigt, waarbij de heer Tekir probeert mij de democratische waarden toe te lichten. Ik hoop dat hij die zelf ook in het oog houdt in zijn beschouwing over de burgemeester, die er juist op heeft toegezien dat er lokale ruimte overblijft in de besluitvorming. Nogmaals, voorzitter: wij hebben ons standpunt niet gewijzigd, maar we zijn overruled en dat zo zijnde, moet je er maar het beste van maken. Over het beste ervan maken gesproken: wij steunen beide moties. Wij denken dat de motie van mevrouw Van Oversteeg eraan bijdraagt dat wij onze eigen invloed kunnen pakken daar waar die maar mogelijk is. We zien dan wel of het lukt, maar we gaan het in ieder geval proberen. Over de andere motie kan ik zeggen dat we het in ieder geval goed vinden om te accentueren welk belang we hechten aan wat daarin gevraagd is, al spreekt het natuurlijk vanzelf dat een gemeente dat oppakt. Daarmee bedank ik u vriendelijk voor de mij gegunde tijd. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank je wel, voorzitter. Ik zal het kort houden, dan kan ik misschien wat goedmaken van de overmaat aan woorden van andere sprekers, want het wordt wel erg laat. Volgens mijn horloge is het inmiddels bijna 11 uur en daar word ik niet blij van. Maar goed.

Los daarvan constateer ik dat ik geen antwoord heb gekregen van de wethouder op mijn vraag waar hij het geld voor het belastingkantoor vandaan gaat halen. Hij heeft de moeite genomen om mij te vertellen dat het COA er 2 miljoen voor heeft betaald, maar dat kan mij eigenlijk veel minder schelen dan wat wij ervoor over hebben en waarvan we dat gaan betalen binnen een beleid waar dat absoluut niet in past. Ik wil daar nog steeds graag antwoord op hebben. Het zal intussen duidelijk zijn dat de motie van het CDA absoluut niet in aanmerking komt om door ons gesteund te worden. De andere motie dienen wij mede in. Dank u wel.

P - 45

De voorzitter: Dank u wel. Ik deel uw oproep om kort en bondig zijn, mede gelet op de tijd. Ik ga mijn best doen om te proberen het strak te houden, maar daarbij heb ik de hulp nodig van u allen. De volgende spreker is de heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Dank u wel, voorzitter. Laat ik dan proberen het nog korter te doen. Motie M1 van CDA, Democraten Gorinchem en Stadsbelang krijgt mijn steun, in welke vorm dat ook moet gebeuren. Mogelijk hebben we een andere lustige koper die daar ook naar uit kijkt. Maar goed, laten we ons maar vasthouden aan de hoop dat het tot een verbetering kan leiden. Het is een beetje lastig om tegen motie M2, ‘Gastvrije ontvangst’, te zijn. Ik ben er ook voor om dat gastvrij te doen en dat goed te ondersteunen. Ons wordt vanavond niet direct gevraagd wat we er nu allemaal van vinden. Ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat ik het zeer verontrustend vind dat wij zo’n aanwijzing krijgen, maar goed, dat is vanavond al meerdere keren gezegd. De burgemeester was klip-en-klaar in de NOS-uitzending. Alles wat daarnaast gebeurd is, ook op social media, waar ik zelf ook wel een beetje aan heb bijgedragen, laat ik nu maar voor wat het is. Soms gaat het wel een beetje te ver om zo te reageren op een burgemeester die staat voor haar stad en voor haar organisatie. Sommige mensen denken er nu eenmaal anders over, maar dat moet dan maar zo.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik vrees dat ik het niet zo kort kan houden als de heer Van Mourik en mevrouw Dansen, maar ik zal toch mijn best doen. Ik heb zoveel bewegingen gehoord in de afgelopen periode dat ik vind dat ik nu in ieder geval de positieve dingen eruit moet halen. Ik constateer in ieder geval dat er bijna unaniem draagvlak is voor opvang en dat de meesten van ons zeggen dat ook meerjarige opvang in Gorinchem moet kunnen, en dan kom ik bij het amendement dat wij destijds hebben ingediend om over te gaan tot permanente kleinschalige opvang. Ik ben blij dat bijna de hele raad daar voorstander van is. De motie ‘Gastvrije ontvangst’ vind ik heel sympathiek en zullen wij in ieder geval steunen. Waar het college verwacht dat de termijn van één jaar een reële termijn is om tot alternatieven te komen in overleg met het COA, denk ik dat het heel goed is om duidelijkheid te verschaffen aan de omwonenden en aan het COA. Dat zie ik dan meer als een intentie en als een verleiding van het COA om het pand ook op dat moment af te stoten. Dan kunnen wij in ieder geval constateren dat er vóór die tijd alternatieven zijn voor opvang van vluchtelingen in Gorinchem en in de regio en dat dan de behoefte om vluchtelingen op te vangen in het belastingkantoor overbodig is geworden.

Daarmee hoop ik eigenlijk ook dat wij raadsbreed kunnen streven naar een kleinschalige opvang op een andere locatie en dat de herontwikkeling van het belastingkantoor ter hand genomen kan worden. Ik ben overigens niet zo bang voor het bedrag dat daarvoor betaald moet worden, omdat ik inschat dat in deze tijd een ABC’tje te maken is van het belastingkantoor via de gemeente naar een ontwikkelaar. Er was destijds wel degelijk belangstelling om dat pand aan te kopen.

P - 46

Eindigen wil ik met de opmerking, dat de opvang van vluchtelingen voor de Partij van de Arbeid een menselijke en sociaaldemocratische plicht is, en in dit geval mag u ‘sociaaldemocratische plicht’ ook ‘maatschappelijke plicht’ noemen. Nog even wil ik teruggrijpen op de opmerkingen die gemaakt zijn over de burgemeester. Ik heb zeker begrip voor het feit dat op het moment dat er een aanwijzing is, terwijl een opvangvoorstel in behandeling is binnen de gemeente, een burgemeester als vertegenwoordiger van de gemeente, dus ook van het college en ook van de gemeenteraad, daarvan zegt: dat valt mij rauw op het dak. Of daaruit afgeleid kan worden dat er een weerstand zou zijn tegen de opvang van vluchtelingen, laat ik dan aan de beleving van de kijker. Ik heb het de burgemeester niet horen zeggen en ik weet zeker dat het ook niet de intentie geweest is. In die zin was ik heel blij met de verduidelijking in het pleidooi van de burgemeester aan het begin van deze vergadering. Voorzitter, tot zover mijn tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze termijn. Het woord is aan de burgemeester. De burgemeester: Dank, voorzitter. Toen ik de verschillende geluiden in de raad net zo hoorde, dacht ik: ik ga toch nog eens even kijken wat ik gezegd heb, ik ga even reflecteren.

En ik las een van de media-uitingen: “Wij hebben dinsdag 14 december 2021 het aanwijzingsbesluit van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid ontvangen. Gorinchem heeft zich altijd positief opgesteld ten aanzien van de opvang van vluchtelingen. We hebben recent vluchtelingen opgevangen en ook gezegd dat we kleinschalig structureel asielzoekers willen opvangen. Een gemeente die zich zo positief opstelt zou geen aanwijzing moeten ontvangen. Ik ga donderdagavond 16 december 2021 met de gemeenteraad in gesprek over de aanwijzing. Dat is de plek waar ik het inhoudelijke gesprek wil voeren.” Bij mij roept dit een beeld op van een gemeente die positief was ten aanzien van de opvang van asielzoekers, en die positief is en die positief blijft. Maar ook een gemeente, als het gaat over een aanwijzing: die aanmoediging hebben wij niet nodig want wij willen gewoon intrinsiek, vanuit onszelf, asielzoekers opvangen. Dat hebben we gedaan, dat doen we en dat gaan we doen. En het inhoudelijke gesprek voer ik met de gemeenteraad, dat doe ik niet met de media, dat voer ik hier, in de gemeenteraad. In alle oprechtheid heb ik gedacht hiermee hard te zijn op het proces en tegelijkertijd uit te stralen: wij zijn een gemeente waar asielzoekers welkom zijn, waar ontheemden welkom zijn.

Ik merk uit de reacties vanuit uw raad, tenminste uit enkele reacties, want er zijn ook velen die daar anders over denken, dat mijn interpretatie niet hun interpretatie is. Dat kan. Opeens moest ik terugdenken aan een column die ik geloof ik twee weken geleden heb geschreven – je zou bijna zeggen: toeval bestaat niet –, een column met als kop ‘Twijfel’, en daaruit wil ik graag even een paar dingen citeren voordat ik uiteindelijk tot mijn finale uitspraak kom. Ik ga in die column in op de vaak heftige taal die mensen onderling tegen elkaar uitspreken en de polarisatie in de samenleving. En vervolgens geef ik dan aan, ik citeer: “Van René Descartes, een Franse wiskundige en filosoof, is de uitspraak ‘Twijfel is het begin van wijsheid’. En Bertrand Russell, een Engelse filosoof en wiskundige, heeft gezegd: ‘De moeilijkheid met de wereld is dat de dommen zelfverzekerd zijn en de P - 47

verstandigen met twijfel vervuld’. Misschien moeten we allemaal eens iets meer twijfelen aan onze uitspraken, onze meningen, onze scenario’s en onze theorieën en meer vragen gaan stellen over wat je waarneemt, wat je onduidelijk vindt, waar de ander mee zit, hoe je betekenisvol kan zijn voor de ander. Het zou zomaar kunnen dat er ruimte is voor twijfel en nieuwe perspectieven ontstaan voor jezelf en de ander. Dan worden we misschien ook iets minder hard naar elkaar, slaan we een andere toon aan, kunnen we de ander misschien iets beter verdragen. En dan sluit ik af met een oproep richting mijn geliefde inwoners: misschien een idee om deze week één gesprek te voeren met iemand die totaal anders over iets denkt dan u en alleen maar vragen te stellen. Wie weet, levert het u wat op.” Voorzitter. Ik leef nu een gedeelte van mijn column. Wat ik tegen mijn inwoners zeg, zeg ik ook tegen mijzelf. De kop is ‘Twijfel’. Wat we willen, is met elkaar, ook hier, in deze raadzaal, wijsheid. We willen wijze besluiten nemen. Om die wijsheid te kunnen bereiken, zullen we af en toe ook twijfel toe moeten laten.

En nu ik een paar raadsleden hoor zeggen dat mijn intenties, mijn oprechte intenties, zoals ik die heb uitgesproken, anders geïnterpreteerd worden, vind ik dat ik niet alleen de spiegel voor moet houden aan mijn inwoners, maar vind ik ook dat ik de spiegel naar mezelf moet laten keren en vind ik ook dat ik de twijfel toe moet staan en dat ik met anderen, met een, twee, drie leden uit uw raad die een andere interpretatie geven aan de uitspraken zoals ik die heb gedaan, daarover in gesprek moet. Tegelijkertijd houd ik de spiegel die ik mezelf voor houd, ook u voor. Is er ook bij u ruimte, net zoals u dat van mij vraagt, om te reflecteren op uw interpretatie? Ik ga heel graag het gesprek met u aan. Morgen bel ik voor een afspraak. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg krijgt het woord. Wethouder Van Doesburg: Voorzitter, dank u wel. Naar mijn idee zijn er drie vragen gesteld waarop ik terug moet komen. De eerste is een reflectie op het proces, als vraag. Ook een vraag hoorde ik over de mogelijkheid om een tussenpersoon te bewegen, en daarbij werd ook een naam genoemd, om naar het vastgoedbezit van het COA te kijken. En de vraag werd gesteld: waar gaan we dat van betalen? Met die laatste vraag wil ik beginnen.

Bovendien werd daarbij gevraagd: wat vindt de wethouder vastgoed daarvan? Ja, dat is natuurlijk een vraag waar ik op die manier niet op inga, want het college spreekt hier namens het college, ik spreek hier ook namens het college, en ook namens de wethouder vastgoed, en we hebben het hier over een motie die wel of niet aangenomen gaat worden, dat weet ik nog niet. De uitvoering daarvan vraagt de nodige zorgvuldigheid en daar gaan we als college naar kijken. Dat is het antwoord op die vraag. De vraag van de heer Van Breemen over die tussenpersoon vond ik een interessante gedachte, dus neem ik mee in die zorgvuldige uitvoering. Dan de vraag over reflectie op het proces. Dat vraagt eigenlijk heel veel tijd. Ik heb ook gehoord dat men vindt dat het al lang duurt vandaag en dan grijp ik even terug op de woorden waarmee ik wel begon deze eerste termijn. Dat was toch wel degelijk een reflectie op het proces, waarbij ik wel aangegrepen heb de woorden die gebruikt werden door uw raad van “ja, we worden steeds ingehaald door de werkelijkheid”. Dat heb ik ook aangehaald om begrip te vragen voor de manier waarop het college probeert, uit alle P - 48

macht, maar vooral met de beste intenties, om de dingen te doen zoals het die doet. Daarbij heb ik ook aangegeven dat het college, als het spreekt over “hoe gaan we de raad meenemen?”, dat echt steeds heel oprecht vanuit de intentie doet, vanuit het belang van die raad, om een goede informatiepositie te hebben. En dan geldt ook voor ons dat wijsheid achteraf heel waardevol is, en dat je daar veel van kunt leren, maar dat die ook begint met twijfel vooraf. De voorzitter: Een reactie van mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank je wel, voorzitter. Het probleem is natuurlijk dat het CDA in zijn motie niet heeft gezet waar het een en ander van wil betalen, iets wat toch wel vaak gevraagd wordt bij een motie. Maar als ik aan de wethouder vraag waar hij denkt dat het van betaald gaat worden, en ik krijg dan als antwoord dat ze daar met eer en geweten naar zullen kijken, ja, dat moeten ze altijd doen, dat verwacht ik van een college, maar het is geen rare vraag om te stellen van “kunnen we dat zomaar, 2 miljoen of meer uitgeven?”. Ik dacht dat onze begroting toch wel redelijk dichtgetimmerd was, dus ik wil toch wel erg graag een antwoord. De voorzitter: De wethouder: of er iets meer duiding kan komen. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp die vraag wel, en de behoefte aan die informatie, maar dit is niet het moment om die vraag te kunnen beantwoorden.

Dat gaan we echt in de uitvoering uitzoeken. Dank u wel. Mevrouw Dansen: Als ik nog even mag reageren: dan vind ik dit ook niet een moment om de motie in stemming te brengen, noch daarop positief te adviseren, als u hier geen antwoord op kunt geven. Ik vind dit heel eigenaardig. De voorzitter: Dan mevrouw Mager een reactie. Mevrouw Mager: Dank u wel. Fijn dat de wethouder terugkijkt en ook fijn dat hij zich collegiaal opstelt, maar dat neemt niet weg dat ik dan ook wel eventjes benieuwd ben of dit past in het beleid en of hierin nog een precedentwerking wordt gezien, want het wordt toch best ingewikkeld als je al die gebouwen gaat kopen. Meteen wil ik ook even reageren op wat hij antwoordde aan mevrouw Dansen. Is het, als we toch nog van alles gaan uitzoeken op dit gebied, niet een beter idee om dit mee te nemen in de perspectiefnota, in plaats van nu al te zeggen dat we het gebouw gaan kopen? Dan hebben we daar nog de tijd voor en kunnen we onderzoeken waar we dat van kunnen betalen, hoeveel we überhaupt kunnen betalen, enz., zodat we wat meer weten waarvoor we nu eigenlijk gaan stemmen en waarvoor niet. Want het is nu allemaal wel wat vaag en wel erg veel overlatend aan hoe het COA zal gaan reageren. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van Oversteeg.

Mevrouw Van Oversteeg: Ja, voorzitter, over het proces zou ik graag nog willen aanvullen dat voor een dergelijke aankoop ook altijd weer teruggegaan zal worden naar ons als raad, om hiermee in te stemmen, ja dan wel nee.

P - 49

De voorzitter: Dan de wethouder. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel. Ik vind dit moment wel logisch om die motie in stemming te brengen, want die wordt immers voorwaardelijk verbonden aan het besluit dat nu voorligt. Naar de uitvoering moeten we later kijken en het vereist inderdaad de nodige zorgvuldigheid om alles te wikken en te wegen. We zullen er op het geëigende moment met een goed voorstel op terugkomen. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Molengraaf wil interrumperen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, niet over de eventuele aankoop van het pand, maar de reactie op de reflectievraag, die voor mij toch wel heel belangrijk is, want laten we eerlijk zijn: de kritiek van een aantal partijen, ook van mijn fractie, is niet mals geweest. Dat is eigenlijk al het hele jaar zo en ook in mijn eerste bijdrage heb ik geprobeerd een soort tijdpad aan te geven van wat er allemaal gebeurd is en wat er in onze optiek allemaal niet goed is gegaan. Daarbij is mijn punt geweest dat ik vind dat het college ingehaald werd door de werkelijkheid, omdat niet geanticipeerd werd op die werkelijkheid, die we bij wijze van spreken in de krant konden lezen. Ik hoor zowel de burgemeester als nu ook de wethouder zeggen “u moet er maar van uitgaan dat onze intenties goed zijn en dat we hard gewerkt hebben”.

Ik wil de wethouder nu de vraag voorleggen: kunt u ook begrijpen dat wij het gevoel hebben gekregen dat we niet tijdig en niet juist geïnformeerd zijn op een aantal momenten en dat het proces niet altijd de schoonheidsprijs verdiende? Ik bedoel: ik wil ook van harte naar de opvang gaan en zeggen “u bent hier welkom en zand over alles”, maar dat vind ik ook wel een beetje makkelijk als ik zie hoe het proces het afgelopen jaar gelopen is. Het zou mij wel helpen als de wethouder net iets kritischer naar zijn eigen optreden kijkt. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Ik ga dat niet doen, want in allerlei sessies die hieraan vooraf gingen zijn we heel diep op de procesgang enz. ingegaan. U heeft het ook over ‘uw optiek’ en over ‘wij’, maar er is ook een andere optiek, ook vanuit de raad, en er is ook op delen van mij een andere optiek. Ik heb al lang aangegeven: waar gehakt wordt vallen spaanders. Waar je probeert goede inschattingen te doen, maak je soms inschattingsfouten. In de B&A-procedure heb ik voor dat deel ook gezegd: sorry, had wellicht beter gekund. Volgens mij is dat ruim voldoende. Ik heb er ook begrip voor gevraagd dat wij af en toe ingehaald worden door de werkelijkheid. Ik heb niet gezegd dat u alleen maar moet vertrouwen op onze beste intenties.

Er zijn ook heel veel processtappen genomen die wel degelijk heel goed zijn gezet, dus ik ga hier nu niet verder op in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn. De heer Hassouna heeft eerder aangegeven dat hij na deze termijn eventueel een schorsing zou willen aanvragen. Is dat nog steeds het geval? De heer Hassouna: Nee, voorzitter, dat is niet nodig. Ik geef graag nu een reactie. D66 heeft in alle oprechtheid gevraagd om een reflectie, een reflectie vanuit de gedachte P - 50

‘fouten mag’. We zijn er niet op uit om daarvoor af te straffen, maar wel om daaruit lering te trekken. Ook dat is democratie, de D van D66. Wij zijn blij met het appel van de burgemeester op het idee van twijfel. Met de reflectie die zij toont in combinatie met de handreiking die zij doet zijn we weer in verbinding. We gaan graag in gesprek voor de toekomst. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Goed om ook deze toelichting te hebben. Ik constateer dat hiermee de beraadslagingen zijn geweest en dat we kunnen overgaan tot stemming over de motie die zijn ingediend. Als stemmingsnummer trek ik nr. 7, zodat mevrouw Hamann als eerste aan de beurt van stemmen is. Aan de orde is motie M1, ‘Werken aan vertrouwen’. De motie wordt in stemming gebracht en met 14 tegen 9 stemmen aangenomen. Voor hebben gestemd mevrouw Hamann, de heren Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland, Schefferlie, Van Willigen, Bahlmann, Chaaby en Hachhouch. Tegen hebben gestemd de heer Hassouna, de dames Mager en Molengraaf, de heer Van Santen, mevrouw Stevens, de heren Tekir, Wientjes en Van Breemen en mevrouw Dansen.

Stemverklaringen Mevrouw Mager: Wij stemmen tegen de motie, ondanks het feit dat we het idee wel oké vinden, maar we kunnen echt niet zomaar een vrijbrief geven voor de aanschaf van een gebouw waarvan de wethouder heeft gezegd dat het 2 miljoen kost. De voorzitter: Aan de orde is motie M2, ‘Gastvrije ontvangst’. Ik zie een terechte vraag van de heer Van Breemen of er überhaupt iemand tegen deze motie is. Ik heb eigenlijk alleen positieve signalen gehoord, dus volgens mij is iedereen voor. Dan is het ook makker stemmen en kan ik concluderen dat de motie met 23 stemmen is aangenomen… De heer Wientjes: Mijnheer de voorzitter! De voorzitter: Ja, meneer Wientjes. De heer Wientjes: Ik denk dat u dat niet helemaal goed doet, want ik ben tegen deze motie, en ik denk mijn hele fractie. Het was daarom beter geweest als u gewoon had gedaan wat u als voorzitter moet doen, namelijk de rij afgaan. De voorzitter: Dat doen we dan alsnog. De motie wordt hierop in stemming gebracht en met 22 stemmen tegen 1 stem aangenomen. Voor hebben gestemd mevrouw Hamann, de heren Hassouna, Koçak, Van der Lee, de dames Mager en Molengraaf, de heren Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland, Van Santen en Schefferlie, mevrouw P - 51

Stevens, de heren Tekir, Van Willigen, Bahlmann, Van Breemen en Chaaby, mevrouw Dansen en de heer Hachhouch. Tegen heeft gestemd de heer Wientjes. Stemverklaringen De heer Wientjes: Ik vind het een overbodige motie. Het spreekt voor zich en is geen motie waard. Daarom stem ik tegen. De heer Van Willigen: Ik stem voor en ben heel erg verrast door de houding van de VVD. De heer Wientjes: Mijnheer de voorzitter, puntje van orde alstublieft! Ik vraag u ervoor te zorgen dat een stemverklaring beperkt blijft tot een stemverklaring en ander commentaar niet gegeven wordt. De voorzitter: U heeft een stemverklaring gegeven, de heer Van Willigen heeft een stemverklaring gegeven.. De heer Wientjes: Nee, dat was geen stemverklaring, want dat heeft hij niet als zodanig benoemd. Een stemverklaring gaat over je eigen stem en niet over hoe iemand anders stemt. De voorzitter: Uw punt is gemaakt. Hiermee ronden we agendapunt 3 af. 4. Overzicht begrotingswijzigingen II december 2021 (2021-781648).

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 5. Sluiting.

De voorzitter: Voor een afsluitend woord aan het einde van deze laatste raadsvergadering van het jaar is het woord aan de burgemeester. De burgemeester: Dames en heren, leden van de raad. Als het goed is, is dit dan toch echt de laatste raadsvergadering van het jaar. Een heel bijzonder jaar, waarin we heel sterk gedomineerd werden door het coronavirus, het ene moment vergaderden we fysiek, het volgende moment weer digitaal, een jaar met heel weinig persoonlijke contacten hier op het stadhuis. We hebben een enorm appel gedaan op uw flexibiliteit. Maar het democratische proces is doorgegaan en daarvoor wil ik u complimenteren: voor uw grote flexibiliteit om toch, ondanks de coronacrisis, hier de goede besluiten te blijven nemen. In die flexibiliteit en waardering daarvoor neem ik ook de griffie mee, de ambtelijke organisatie en het college. Met z’n allen hebben we er het afgelopen jaar voor gezorgd dat de goede besluiten zijn genomen voor de stad. En nu liggen de feestdagen voor ons, even een moment van rust, een moment van ontspanning, een moment van bezinning. Ik wens u hele goede dagen toe en ik zie u graag P - 52

terug in het nieuwe jaar, het spannende nieuwe jaar waarin al heel snel de raadsverkiezingen volgen. Ondanks die spanning en de voorbereiding daarop wens ik u rust toe en bezinning. Dank u wel. De voorzitter sluit te 23.26 uur de vergadering.

P - 53

Sprekersindex: Bahlmann, B.C.S, 12, 21, 22, 33, 38 Breemen, R.J.J. van, 6, 22, 25, 26, 30, 31, 35, 42, 43 Burgemeester, 2, 24, 25, 27, 47, 52 Dansen, mw. E.L., 5, 6, 18, 19, 21, 22, 32, 33, 45, 49 Doesburg, R.P. van, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 48, 49, 50 Hamann, mw. E.W.H., 8, 36 Hassouna, M.S., 9, 11, 12, 26, 27, 36, 37, 43, 44, 50 Mager, mw. A., 15, 25, 30, 31, 32, 34, 35, 40, 44, 49, 51 Molengraaf-Vullers, mw. M.J., 13, 21, 25, 28, 31, 32, 37, 38, 39, 40, 41, 50 Mourik, H.J. van, 20, 21, 22, 29, 46 Oostrum, J.C., 22, 23, 39, 46 Oversteeg, mw. J. van, 4, 5, 6, 11, 12, 19, 20, 33, 34, 35, 37, 49 Schefferlie, P.C.J., 16, 40, 41, 42, 43, 44, 45 Tekir, I., 3, 44 Wientjes, C.J.J., 51, 52 Willigen, C. van, 1, 52

P - 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=57b5194d-987a-4080-a7c6-c8fdcb7f3c1c