CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

211104 Concept Verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies53.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Dat ligt wat lastig. Mijn vader is overleden, maar die zat samen met mijn broer bij de Gorinchemse brandweer. Nou, als er echt iemand is die alles weet van hout stoken en de kachel aanmaken, dan ben ik het welDe voorzitter: En waar gaat dit betoog naartoe!? De heer Van Breemen: Volgens mij is het een open sollicitatie, voorzitter! De heer Van Mourik: Ik ga in ieder geval met de heer Van Breemen mee dat, mocht er op een gegeven moment iets komen van “hoe gaan we dit oplossen?”: zorg in ieder geval dat je droog hout hebt, goede materialen, geen papierDe voorzitter: Wij kunnen u inschakelen als het nodig is, begrijp ik. Bent u voor of tegen deze motie? De heer Van Mourik: Nou ik zou zeggen: kijk, al is het al voor, om te zorgen dat het juiste materiaal gebruikt wordt, want goed stoken is echt mogelijk en inderdaad, zoals mevrouw Dansen aangeeft: doe er bij heel vervelende rookgassen in ieder geval een demper op, of wat mogelijk is. Nou, dat komt vast voor elkaar. Dan hebben we nog mijn positie, die even ter sprake kwam en waar iedereen graag wat van wil weten. Het volgende is eigenlijk aan de hand. Ik heb geen problemen met mijn fractie gehad, die heb ik nu nog niet, dus dat probleem is er niet. Ik heb alleen wat problemen gehad – of ‘wat’…, behoorlijk wat eigenlijk – met de organisatiestructuur van Stadsbelang.

Daar zit een bestuur aan vast en dat is eigenlijk het hele hangijzer. Ik denk K - 94

dat ik daar verder niet op in moet gaan. Drieënhalf jaar lang, bijna vier, heb ik het college gesteund. Dat betekent niet blindelings zomaar toezeggen van “oké, dat is goed en ga je gang”, nee, we blijven toch op een gegeven moment kritisch kijken wat we doen. Ik heb met u als raad, 24 personen, altijd heel fijn en goed samengewerkt. Ik heb al eens eerder in de raad gezeten als onafhankelijk lid, ik zit er nu weer in als onafhankelijk lid, ik zit op een fantastisch mooie plaats daar, tussen die twee grote, stevige mannen, ik voel me helemaal vertrouwd. Maar dat betekent eigenlijk ook dat je niet van mij kunt verwachten dat ik dan zeg: college, lever je portemonnee maar in, want dan raakt het college-, ja, of je moet met cadeaubonnen verder gaan werken, maar dat werkt dus ook niet. Maar je moet gewoon zeggen: college, ik steun je hierbij, ik kijk heel kritisch naar de inhoud, ik kijk heel oprecht naar de moties die er zijn, die keur ik af, of ik keur ze goed. Maar zeker in de laatste paar maanden van deze periode ga ik sowieso niet zeggen van “college, lever je portemonnee in”. Dus wat dat betreftDe voorzitter: Het is duidelijk, dank u wel! De heer Van Mourik: Dank u wel. Ik ben blij dat u er een einde aan maakt. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter, zou ik kort het woord mogen? De voorzitter: Mevrouw Pellikaan.

Mevrouw Pellikaan: Ik heb vanavond in dit debat een zeer ongepaste opmerking gemaakt. Dat had niet mogen gebeuren. Ik wil daarvoor bij dezen graag mijn verontschuldigingen aan de raad aanbieden, maar met name aan de spreker. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat siert u, excuus voor een persoonlijke aanval. Fijn dat u in die zin de norm hier bevestigt dat we op een goede manier met elkaar omgaan. Dan schors ik de vergadering in verband met de voorbereiding van het college (22.52 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (23.23 uur). Dupliek

De voorzitter: Het woord is in tweede termijn allereerst aan wethouder Van Zanten. Wethouder Van Zanten: Dank je wel, voorzitter. Toch nog een enkele opmerking in de richting van de heer Van Breemen over de meekoppelkansen. Ik constateer dat er een breed draagvlak is voor het amendement, maar toch wil ik nog even zeggen – misschien is dat daarnet niet duidelijk genoeg geweest – dat we eigenlijk op de valreep een herkansing krijgen om nog mee te doen met meekoppelkansen. Van de zomer was er geen geld voor, maar toen was ook al de situatie aan de orde dat de Graaf Reinald Alliantie verder was gegaan met de planvormende bestekken. Dus eigenlijk waren ze al weg. Pas in een zeer recent overleg met de Graaf Reinald Alliantie, echt zéér recent, bleek dat we nog een herkansing kregen, als we die snel konden inkoppen, want het werk gaat gewoon door. De bestekken zijn gemaakt, maar als gevolg van een vertraging die was ontstaan L - 95

heeft de Graaf Reinald Alliantie het ontwerpteam, dat eigenlijk al opgeheven had moeten zijn, nog heel kort beschikbaar, vandaar dat we in het overleg met de projectleider de kans kregen om toch nog wat meekoppelkansen te realiseren. Ik ben heel blij dat we dat nog kunnen doen. Natuurlijk heeft de heer Van Breemen gelijk als hij zegt dat de procedure normaal gesproken heel anders had moeten gaan, maar we zullen het in zoverre redresseren, dat we het straks in een ordentelijk raadsvoorstel nog een keer langs de raad laten komen. Dan de motie begraafrechten. Ik heb de raad goed verstaan en ik heb nu ook de motie beter begrepen. Het is wel een nadeel als je als college heel laat over de stukken kunt beschikken en deze moties kreeg ik mee toen ik hier ongeveer de deur binnenliep, dus ik had ze op dat moment niet heel goed bestudeerd. Na nadere lezing begrijp ik precies wat de bedoeling is van ChristenUnie/SGP: men wil er nog gewoon het gesprek over voeren, en dat in het kader van de begroting 2023. Dat gesprek voer je dan, neem ik aan, bij de behandeling van de perspectiefnota 2023. Wie ben ik dan om dat niet te willen? Dus dat gesprek wil ik graag toelaten. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, als ik daarover even mag interrumperen: dat doet ons goed. Ik ben blij dat de wethouder de stukken nog eens bestudeerd heeft en het nu beter begrijpt.

Wethouder Van Zanten: Ja, soms komt begrip laat, maar goed: beter laat dan niet, denk ik dan maar. Dan resteert de motie over de bibliotheek. Je kunt er op verschillende wijzen naar kijken, maar laat één ding duidelijk zijn: het college wil net zo graag als de raad dat de bibliotheek, en Bibliotheek Aanzet, in de stad blijft. Er is geen enkel streven om daar iets anders van te vinden. Maar het vinden van nieuwe huisvesting is wel een heel complexe opgave. Misschien is het beeld ontstaan dat het college die opgave eenzijdig op de bibliotheek heeft gelegd, maar dat is niet het geval. In de motie worden beide partijen, gemeente en bibliotheek, opgeroepen zich maximaal in te spannen voor het vinden van een goede oplossing, liefst nog in deze raadsperiode. Die maximale inspanning kan ik gewoon toezeggen. Naar mijn idee spannen we ons al fors in, want het gesprek daarover wordt heel vaak gevoerd, afgelopen maandag nog, waarna de bibliotheek nog naar een vastgoedeigenaar in de stad is geweest om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Die mogelijkheden zijn echter niet zomaar gevonden, het is echt complex. Als ik de motie zo mag begrijpen, dat het college wordt opgeroepen zich samen met de bibliotheek in te spannen om tot een passende vorm van huisvesting te komen, dan kan ik met deze motie goed leven. De heer Van Breemen: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Dat begrijpt u goed.

We vragen de hoogste urgentie in het bijdragen aan een oplossing. We kunnen de bibliotheek natuurlijk niets opleggen, maar we gaan ervan uit dat ook zij graag een oplossing voor dit probleem vindt. Volgens mij is de uitleg die de wethouder hieraan geeft de juiste. Het onderstreept wat mij betreft, en volgens mij ook wat de andere indieners betreft, de urgentie die de raad beide partijen mee wil geven om dit snel en adequaat op te lossen. Wethouder Van Zanten: Dan zijn we het eens. Hiermee ben ik meteen aan het einde van mijn bijdrage gekomen. K - 96

De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. De windmolens. Wanneer kan dat juridisch advies tegemoet worden gezien? Ambtelijk heb ik mij laten vertellen dat dat binnen drie weken kan. Er is ook gevraagd of er een overeenkomst is met de Knotwilg, en die is er. Ik ga ervan uit dat daarmee die vragen beantwoord zijn. De Jongerenraad. Ik heb niet geprobeerd hier de indruk te wekken dat, als iets niet gelukt is, wij dan denken: nou, jammer en door. Helemaal niet. De Jongerenraad, in welke vorm dan ook, gaat het college ook aan het hart. We willen ons daarvoor blijven inzetten. In de discussie die zich hier ontspon meende ik te bespeuren dat er draagvlak is voor andere vormen die misschien beter passen bij de tijdgeest. Daar zullen wij ons opnieuw hard voor maken. Vervolgens is nog even teruggekomen op de kaders voor het sociaal-cultureel werk en hoe de raad er een goed gevoel bij kan krijgen dat daar echt wel op ingezet wordt. Op 18 november, dat is al vrij snel, hebben we een sessie over dit onderwerp, waarin we kaders en buurthuizen met u zullen bespreken, en dan zullen ook verschillende mensen uit het veld hun ervaring en kennis met u delen. Dan de vraag over de belangengroeperingen die er ooit in de binnenstad waren.

Er zijn verschillende revitaliseringspogingen vanuit dit huis geweest om dat toch weer een beetje bij elkaar te brengen en meer energie in te brengen. Dat is gewoon niet gelukt, misschien ook wel doordat de binnenstad zich kenmerkt door heel veel verschillende groepen met uiteenlopende belangen. Misschien geldt daar een beetje hetzelfde model voor als voor de Jongerenraad, dat we op een andere manier de verbinding daar moeten blijven zoeken. Dan de twee moties die het onderwerp wonen raken. Wij varen op ambtelijke adviezen als we moties bespreken en ik ben ervan overtuigd dat die adviezen objectief tot stand komen. Ook bij deze twee moties volg ik de ambtelijke advisering hierover. Ik wil nog maar even benadrukken dat het niet zo is dat ik nog steeds de motie ‘Bouw grijs, plant groen’ negatief adviseer omdat ik hem overbodig vind. Nee, de essentie is dat ik met ‘bouw grijs’ sowieso niet kan leven. Daarmee steun ik juist de duurzame lijn uit dit college, en ook dat het zo is – dat komt in de andere motie, ‘Versnel de bouw’, beter tot uiting – dat capaciteit een heel belangrijk vraagstuk is, en om dan nieuwe regels te gaan voeren die eigenlijk in integraal ander beleid al beter belegd zijn dan in deze motie, daar zou ik niet voor zijn. Het is zonde van die capaciteit, dus dat advies blijft negatief. Als het gaat over de motie ‘Versnel de bouw’, moet ik mijn excuses aanbieden.

Blijkbaar ben ik daar niet helder genoeg over geweest, en dat komt ook wel omdat de sturing daarop vanuit de provincie best wel complex is. Maar deze motie maakt wel degelijk ruimte voor iets wat nodig is. Het versnellen zit ‘m niet in het veronachtzamen van procedures of zorgvuldigheid of kwaliteit niet zo serieus nemen, nee, juist niet. Die moet je altijd serieus nemen. De kansen zitten ‘m erin dat je capaciteit en prioriteit anders benut, en dan is deze motie van groot belang als het gaat. Punt. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf wil interrumperen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Ik wil nog even ingaan op dat grijs bouwen en groen planten. De wethouder legt dat grijs bouwen eigenlijk steeds uit als “ja, maar L - 97

dat is dus milieuonvriendelijk”, en ik kan me niet voorstellen – ik kijk nu even naar de SP – dat dat de bedoeling is. Het is gewoon een titel die je aan een motie geeft en die wordt nu op een bepaalde, aparte manier door de wethouder uitgelegd. Ik vind dat eigenlijk jammer, want volgens mij is het niet de bedoeling om te zeggen “we gaan eens milieuonvriendelijk bouwen, en dan moeten we daarnaast nog effe wat groen doen”. Mevrouw Stevens: Daar wil ik graag op reageren, want ook ik heb het de wethouder meerdere maken horen zeggen. Het is inderdaad gewoon een symbooluitspraak, grijs tegenover groen, maar het is niet echt letterlijk grijs. Nu bent u de titel van de motie, net zoals de titel van een boek, heel letterlijk aan het nemen, en dat is niet de bedoeling. Wethouder Van Doesburg: Nee, maar gelet op de andere argumenten blijf ik bij mijn standpunt, voorzitter. De motie ‘Versnel de bouw’ is ook om een andere reden nog relevant, wat ik daarnet misschien niet heb toegevoegd. Bij het uitzoeken van die kansrijke locaties heb ik geprobeerd aan verwachtingenmanagement te doen vanuit het sturingsmodel van de provincie, dat daar heel bepalend is, maar er is toch alle reden om die kansrijke locaties uit te zoeken, niet alleen vanwege het in werking treden van de Crisis- en Herstelwet, maar ook bijvoorbeeld om flexwonen optisch te onderzoeken.

Voor flexwonen geldt bovendien dat we niet met de sturingsmechaniek van de provincie rekening hoeven te houden. Dus in die zin is deze motie op alle punten helpend in wat we moeten doen in die belangrijke opgave. Tot slot. Er werd ook een opmerking gemaakt over het COA. Volgens mij mag deze raad heel trots zijn op de eensluidendheid en eensgezindheid die aan dat besluit ten grondslag heeft gelegen en waarin overigens voor die periode van vier weken is gekozen. Wat ik wel jammer vond, was de opmerking dat dit college aan borstklopperij zou doen. Dat is niet aan de orde, zeker niet op zo’n onderwerp. Dat wil ik heel duidelijk gesteld hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van der Geest. Wethouder Van der Geest: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de motie over de fietsbereikbaarheid voor iedereen. Ik merk in uw raad dat er een breder draagvlak voor is. Ik heb net even met de indiener gesproken en het zou prettig zijn als de terugkoppeling geschrapt wordt, het derde puntje, maar dat wij het gewoon kunnen meenemen in de herinrichtingsplannen en mobiliteitsplannen, dus er niet ‘sec’ over terugkoppelen, maar het gewoon in het geheel van de afweging van die maatregelen doen, waarbij het natuurlijk wel belangrijke normen zijn. Als de indiener dat zou kunnen doen, kunnen wij in die zin positief adviseren over de motie.

De heer Van Santen: Dat is ook goed, denk ik, want dat was ook de intentie, dat we weer een adviesrapport met mogelijk nieuwe inzichten…, en eigenlijk was de vraag: houd die nou eens tegen het licht, tegen wat we aan het doen zijn. Dus in dat kader denk ik dat het prima is om dat mee te nemen in uw bestaande plannen en dat ook zo terug te koppelen. Bij dezen. Wethouder Van der Geest: Dank aan de heer Van Santen. K - 98

Dan vroeg mevrouw Dansen nog: lag het alleen aan de datum bij de motie ‘Bevordering zwemvaardigheid’? Het lag niet daar alleen aan. Ik gaf ook aan: een onderzoek voor de jeugd loopt al en voor de ouderen zien wij het onderzoek niet per se, maar als er onderzoekende gesprekken kunnen zijn, is dat ook prima. Dan kunnen we dat op die manier doen. Bij de heer Van Santen was misschien wat onduidelijkheid over de noordelijke infrastructuur. Ik heb even nagevraagd wat de exacte status daarvan is. Dat onderzoek loopt inderdaad en de resultaten worden verwacht in de zomer van ’22. Mevrouw Hamann vroeg nog naar de Nieuwe Hoven. Nou, we inventariseren momenteel de mogelijkheden en onmogelijkheden van de herinrichting van de Nieuwe Hoven. U noemde net zelf al een aanleiding, maar er zijn er nog meer. Ja, voorzitter, en dan de heer Van Breemen: ik had verwacht dat dat in de beslotenheid van onze appjes zou gebeuren, maar goed, hij deelde ze. Ik ga eens kijken hoe laag dit katheder kan komen, want ik zou inderdaad deemoedig op mijn knieën dit antwoord moeten geven.

O, het kan best laag trouwens, er is echt met iedereen rekening gehouden in deze raadzaal! Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik hoop wel dat je niet helemaal verdwijnt! Wethouder Van der Geest: Maar hij heeft mij inderdaad het vuur aan de schenen gelegd tijdens mijn beantwoording – ik heb gelukkig betere beantwoordingen gehad vanaf deze plek –, waarvan ik bij 2 aangaf dat het inderdaad een lastige was in de omgevingsvisie en het omgevingsplan, maar ik heb met mijn collega bijgesproken, die weet er gelukkig veel meer van: het is lastig, maar het is niet onmogelijk. Dus laten we dat gesprek gaan voeren. De klachten nemen we natuurlijk serieus – de heer Tekir maakte er ook een opmerking over –, ook uw inbreng neem ik serieus, ondanks dit misschien, maar in het kader van verwachtingenmanagement – een aantal van u gaf dat ook al aan –: we kunnen de klachten op dit moment alleen registreren, we kunnen niet handhaven of ernaar handelen, dus dat is wel even de nuance daarbij, en die had ik in eerste termijn beter moeten schetsen dan ik deed. Dus bij dezen. De heer Van Breemen: Voorzitter, ik waardeer deze knieval enorm.

Wethouder Van der Geest: Zo ver heb ik het nog nooit gebracht bij mijn vriendin! Maar omdat dit helaas de laatste begroting is van de heer Van Breemen, voor deze ene keer! De voorzitter: Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd! De heer Van Santen: Een korte vraag nog over de bomen. In eerste termijn gaf ui aan dat de bomen teruggeplaatst zouden worden of iets dergelijks. Waar worden ze geplaatst? Wethouder Van der Geest: Ik heb een RIB toegezegd waarin zal worden toegelicht hoeveel er gerooid zijn en hoeveel herplant. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld

L - 99

Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. In mijn beleving zijn niet veel vragen aan mijn adres gesteld. Wel is nog enige verduidelijking of extra aandacht gevraagd voor punten die in eerste termijn waren ingebracht. Bij de opstartsubsidie voor het COC is nog even stilgestaan. Ik constateer dat daar een brede meerderheid voor is, maar opgeroepen is ook om goed te blijven kijken hoe dat op een goede manier in de subsidiesfeer geregeld kan worden. Dat neem ik ter harte. Dank u wel, voorzitter. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de heer Van Breemen). De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. De burgemeester: Voorzitter. Ik wil graag even terugkomen op de motie ‘Gedoog thuiskweek medicinale cannabis’. De essentie van mijn verhaal is dat ik de motie ontraad, maar tegelijkertijd een voorstel doe. Er staan twee elementen in de motie. Het tweede element is dat opgeroepen wordt tot gedoogsteun in samenwerking met de lokale driehoek voor de zelfkweek van maximaal vijf planten. Dat onderdeel is niet uitvoerbaar. Het OM is tegen, de politie is tegen en zelf ga ik er niet over. Kortom, in de driehoek kan er gewoon geen sprake van zijn dat er een gedoogbesluit valt. Gedogen gaat dus gewoon niet lukken op lokaal niveau. Over het eerste punt – de landelijke politiek oproepen om helder beleid te maken – wil ik het volgende zeggen.

Vanavond heb ik van mijn ambtenaren begrepen dat er een evaluatie aankomt n Tilburg en het lijkt me goed die evaluatie af te wachten, om die dan met u als raad te bespreken. Mijn voorstel is dus: ik ontraad de motie, maar zeg toe het evaluatierapport dat in Tilburg zal worden uitgebracht met de raad te zullen bespreken. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of de indieners daarop willen reageren. Mevrouw Dansen: Ik verzoek u om een schorsing van een minuut of drie. De voorzitter: Akkoord. Ik schors de vergadering (23.43 uur). Schorsing (Tijdens de schorsing is het voorzitterschap overgedragen aan de burgemeester) De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de raad (23.51 uur). De tweede termijn van het college is afgehandeld en aan het eind vroeg mevrouw Dansen om een schorsing. Ik geef haar nu het woord. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben even met elkaar overlegd en hebben geconcludeerd dat het op dit moment het verstandigste is om de motie aan te houden, met het idee dat we willen wachten op de evaluatie in Tilburg. Er wordt echter niet alleen in Tilburg gekeken naar wat hiermee gebeurt. Er zijn nog 27 andere gemeenten die momenteel overwegen of ze dit willen gaan gedogen. Wij gaan ervan uit dat hierop op een redelijke termijn terug zal worden gekomen en als het in Tilburg te lang duurt, gaan we zelf ook bij die andere gemeenten kijken.

De motie houden we aan en zal dus vanavond niet in stemming worden gebracht. K - 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=95d3e1de-ab00-4ca4-9bf4-b19b18d8b3ed