210422 Concept verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Het is wel goed om in het begin van het accent dat we nu willen leggen bij iedereen die alertheid toch even over te brengen, hoewel ik dus vermoed dat het meestal niet nodig is, maar daar moeten we dan ook niet te lang mee doorgaan en zeker niet flauw in worden, niet dogmatisch van “goh, er is op dit Global Goal weer even niet gereflecteerd in een voorstel”. Laten we er vooral op
F - 38
vertrouwen dat mensen er zelf alert op zijn en gemotiveerd. Vooralsnog steunen we dus dit amendement, om een korte impuls te geven aan dit denken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Molengraaf, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dank u wel, voorzitter. Even heel kort. Ook wij maken ons een beetje zorgen over de bijdrage aan Bamenda. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. Over het amendement zijn wij nog een beetje in dubio. Als ik de heer Schefferlie hoor zeggen “nou, laten we het maar doen, maar dan heel kort”, dan zou ik haast geneigd zijn om toch maar tegen te stemmen als de wethouder toezegt jaarlijks te evalueren. Want je moet volgens mij kiezen wat je doet: of jaarlijks evalueren, of bij elk voorstel gewoon even scoren welke Global Goals hier voornamelijk mee worden gediend. Onze fractie is daar nog niet helemaal uit, dus wij wachten graag de beantwoording van de wethouder af. Als hij toezegt dat er jaarlijks een evaluatie komt, lijkt het amendement mij overbodig, maar dat hoor ik dus graag. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij met het voorstel om de focus wat meer op het lokale te richten. Er is lokaal namelijk heel erg veel te doen op deze gebieden. Wat ons betreft hoeft niet bij elk voorstel de meetlat erlangs gelegd te worden.
Wij wachten met belangstelling op de uitvoeringsagenda en jaarlijks evalueren lijkt ons eigenlijk meer dan voldoende. Nu we zo internationaal aan het praten zijn, vraag ik me eigenlijk af hoe het met onze zustersteden is. We hebben er nooit meer iets van gehoord. De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik wethouder Van Doesburg het woord geef, even ten aanzien van de zustersteden: alweer een aantal maanden geleden heeft u een raadsinformatiebrief vanuit het college gekregen waarin precies staat beschreven wat onze plannen waren en dat vanwege corona eigenlijk nagenoeg niets door kan gaan. Het lijkt me goed om die brief er nog eens bij te pakken. Wethouder Van Doesburg heeft het woord. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Met wethouder Kraaijeveld heb ik afgestemd dat wij beiden de beantwoording zullen doen en dat ik alleen op het amendement zal ingaan, omdat dat vooral een bedrijfsvoerings- en organisatieontwikkelingsaspect heeft. Dat gezegd hebbende, was onze eerste reactie op het amendement: wij willen toch juist geen vinkjeslijstjescultuur? Maar er wat langer over nadenkend hebben we tegelijk vastgesteld: als je echt de Global Goals breed in de organisatie wilt doen landen, dan is een hulpmiddel wel handig. We werken al met vinkjeslijstjes, zou je kunnen zeggen, want er zijn al standaardkopjes aan de hand waarvan onze raadsvoorstellen ingevuld worden.
Duurzaamheid is er een van en door meer in de breedte na te denken over de verschillende Global Goals kun je al wat meer inhoud aan het begrip duurzaamheid geven. Ik denk dat het er op die manier best aan kan bijdragen dat het ook goed tussen de oren van alle ambtenaren op alle afdelingen komt. Het kan een F - 39
bruikbaar hulpmiddel zijn om de integraliteit – dat woord werd genoemd – te versterken. We hebben getoetst of het heel veel extra werk zou zijn, en dat is niet zo. Als we het serieus willen oppakken, is het wel van belang dat ambtelijk echt goed landt: wat zijn die 17 verschillende Goals, hoe kun je die uitleggen, wat kun je er lokaal wel of niet mee doen, dan wel internationaal, in relatie tot het internationale betrekkingenbeleid? Dus er is ook wel even tijd nodig voor kennisverspreiding op dit onderwerp binnen de organisatie. Daarom willen we de indieners van het amendement vragen of ze ermee kunnen instemmen, als wij hierop positief adviseren, dat we per 1 januari 2022 tot uitvoering van het amendement overgaan. Al met al kunnen wij hierop een positief advies uitbrengen, omdat het bij kan dragen aan integraal werken en breed nadenken over duurzaamheid door onze organisatie en in onze organisatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Van Santen het woord wenst. Het lijkt me niet nodig om een tweede termijn te hebben, maar misschien zijn er nog een paar korte interrupties waarop de wethouder kan ingaan. Ik stel voor daarna tot stemming over te gaan. De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik hoorde de wethouder iets anders zeggen dan de ándere wethouder de vorige keer in B&A zei, namelijk dat het “het nodige zou vragen”.
Ik hoorde u ook zeggen dat we hiervoor wel wat moeten doen bij ieder voorstel en dan ben ik benieuwd waar we het hier dan precies over hebben. Wat is die inspanning? Als het niet veel is en u wilt er de tijd voor nemen om het verder in kaart te brengen, dan ben ik benieuwd waar we vanavond over gaan stemmen, want dan weten wij nog steeds niet wat “het nodige” is. Dus ik zou wel willen weten wat dan “dat nodige vraagt” precies betekent, wat dat is qua kosten en ook capaciteit waar we het dan precies over hebben, en of het dan niet verstandig is, als we dit toch pas het volgend jaar moeten laten ingaan, om het later nog een keer in stemming te laten komen. Want niemand weet nu precies wat de inspanning betreft. De voorzitter: Ik zie toch dat een paar raadsleden graag een tweede termijn willen. Ik verzoek u wel uw bijdrage kort en bondig te houden, zodat de wethouder een korte beantwoording kan geven en we daarna door kunnen met de vergadering, want we hebben nog een aantal zaken te doen en het is inmiddels bijna kwart over tien. Ik geef de heer Onvlee het woord. Meldt zich even in de chat als u in tweede termijn echt nog het woord wenst te voeren. De heer Onvlee. De heer Onvlee: Ja, voorzitter, als indiener van het amendement is het wel goed om er even kort op te reageren, met name omdat de wethouder aangaf dat het niet direct kan, maar wel vanaf 1 januari 2022.
Het is begrijpelijk dat het niet meteen ingevoerd kan worden. Een prima voorstel om in de breedte na te denken, om het tussen de oren te kunnen krijgen en de integraliteit te versterken. En het kost niet extra veel tijd, hoor ik. Dank voor deze positieve woorden. Deze positieve aanbeveling doet me haast veronderstellen dat de VVD nu juist voor moet stemmen, omdat die de wethouder ging volgen, maar dat laat ik uiteraard aan de heer Van Santen. De voorzitter: De heer Van Breemen. F - 40
De heer Van Breemen: Voorzitter, dank u wel. Blij verrast door het antwoord van de wethouder over het amendement. Zo zie je maar: je dient een amendement in over een stukje verantwoording in een raadsvoorstel en alle ambtenaren krijgen ineens een bewustwordingsopleiding in de Global Goals! Dat is mooi meegenomen, hopende natuurlijk dat het amendement het haalt. Minder blij was ik met de zwijgende wethouder als het gaat om internationaal. Meerdere fracties hebben geïnformeerd naar Bamenda. Ik wil toch nog steeds ook wel even aandacht vragen voor het feit dat er nu een aantal lokale dingen gekozen worden waar al beleid op is en waar je nu de Global Goals aan hangt, maar dat Global Goals niet voor niks Global en niet Local Goals heten en dat er dus ook een stukje internationale samenwerking in zit. Dat missen wij node. Dank u wel. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Meteen terugkomend op uw verzoek om het kort te houden: dat wil ik heel graag doen, maar ik moet eerlijk bekennen dat wij wel in verwarring zijn gebracht door het college.
Tijdens de B&A-sessie is namelijk op dit punt door weliswaar een andere wethouder, maar toch ook sprekend namens het college, aangegeven dat zo’n invuloefening juist wél tot ambtelijke belasting zou leiden, en nu krijgen we van een andere wethouder, ook sprekend namens het college, als reactie terug dat het tot weinig of geen belasting leidt in de ambtelijke capaciteit. Dat is voor ons wel een belangrijke graadmeter, dus in die zin zou het wel fijn zijn als in ieder geval dat soort inschattingen consequent zijn, zodat wij ons standpunt daarop kunnen baseren. Dat gezegd hebbende, voel ik eigenlijk wel voor de suggestie die de heer Schefferlie deed. Als we dit namelijk toch gaan doen, en als het bedoeld is als een trigger om de bewustwording te versterken, dan zou ik de indieners van het amendement willen vragen dit dan voor een tijdelijke periode te doen. Ik denk namelijk dat op die manier actief gewerkt kan worden aan een stukje bewustwording, en dan zou het integraal ingebed moeten worden in het beleid. De voorzitter: Even een interruptie door de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Dank. Ik kan wel volgen wat de heer Tekir zegt, maar aangezien de wethouder net voorstelde om het per 1 januari 2022 te laten ingaan, zou ik zeggen: begin ermee en dan kan de volgende raad altijd na een tijdje zeggen: “nou weten we het wel, het zit er goed in, we stoppen er weer mee”.
De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik vertaal dat als een afwegingsmoment: op enig moment door de nieuwe raad lijkt mij een goed moment. Dat is een tijdelijkheid waar wij mee kunnen instemmen. Wat ik wel miste in de reactie van het college is het internationale aspect. Ik heb daaruit begrepen, maar hoor graag van het college of dat juist of onjuist is, dat we op de drie Goals gendergelijkheid, betaalbare en duurzame energie en ongelijkheid verminderen, de focus verleggen van internationaal naar lokaal, maar dat we op Global Goal 11, namelijk duurzame steden en gemeenschappen, wel die internationale focus blijven houden, dus F - 41
ook de inzet op Bamenda. Dat staat klip-en-klaar in de beslispunten. Ik heb dat zo opgevat en hoor graag van het college of dat correct is. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld zal daar zo op ingaan. De heer Roeland. De heer Roeland: Ik ben ook een beetje verrast door het antwoord van de wethouder. In B&A is door de wethouder duidelijk aangegeven dat jaarlijks rapporteren in feite voldoende zou zijn. Als je ambtenaren laat kijken naar documenten en raadsvoorstellen, om telkens af te vinken wat wel tot een Global Goal behoort en wat niet, denk ik dat dat toch wel wat extra ambtelijke capaciteit met zich meebrengt… De voorzitter: De heer Van Breemen, interruptie. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter. De heer Roeland brengt het nu, en dat deed hij in eerste termijn ook al, alsof ambtenaren hele documenten moeten gaan bestuderen om iets te beoordelen, maar volgens mij vult een ambtenaar die een raadsvoorstel schrijft gewoon alle vakken in die wij daarvoor hebben bedacht in het format, en dan staat hij ook even kort stil bij de Global Goals. Hij hoeft van mij geen literatuurstudie te doen wat de Global Goals zijn en wat het effect is op wat dan ook. Gewoon even kijken: oké, dit voorstel hebben we, op wat voor manier sluit dat aan bij de Global Goals? Dat is echt niet heel veel werk. De voorzitter: Ik zie een paar mensen die nog een interruptie willen plegen.
Dan wel graag nieuwe elementen toevoegen. De heer Van Santen en daarna mevrouw Hamann. De heer Van Santen: Ik vind juist de framing die de heer Van Breemen hier doet heel bijzonder, want het is niet zo dat dit vanuit onze fractie, of meerdere fracties, wordt gezegd. Dit is echt letterlijk door de wethouder zo aangegeven en daar wordt nu heel veel verwarring over gecreëerd. Voor een aantal fracties is het volgens mij compleet onduidelijk wat nu… De voorzitter: De wethouder zal zo meteen daar een reactie op geven. Mevrouw Hamann. Zit uw vraag op hetzelfde punt? Want anders kan de wethouder daar zo meteen duidelijkheid over geven. Mevrouw Hamann: Nou, de wethouder kan misschien iets duidelijker zijn als er wordt gezegd-, en ook de heer Schefferlie sprak tamelijk vage taal over “ja, voor tijdelijk is dat misschien wel leuk, om dat een impuls te geven”, maar hoe lang is tijdelijk dan en hoe groot is die impuls dan? De voorzitter: Maar dit is een interruptie op de heer Van Santen en ik zie nu niet dat u dat aan het doen bent. Mevrouw Hamann: Nee, op de heer Van Breemen, want die had het woord. De voorzitter: Nee, de heer Roeland had het woord, de heer Van Breemen heeft een interruptie geplaatst, de heer Van Santen ook en u nu ook. Ik ga weer terug naar de heer Roeland.
F - 42
De heer Roeland: Ik ben een beetje in verwarring geraakt, omdat aanvankelijk gezegd werd dat een jaarrapportage voldoende zou zijn, en dat vonden wij in principe akkoord,, maar nu komt er een amendement waarmee specifiek de Global Goals in raadsvoorstellen vermeld gaan worden. Als dat niet veel ambtelijke capaciteit vraagt, zouden wij daarin mee kunnen gaan, maar dan moeten wij wel min of meer garantie krijgen dat dat het geval is. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Er gebeurt hier iets heel merkwaardigs. Inderdaad merk ook ik nu een behoorlijke draai, waarbij het college ineens zegt van “nou, eigenlijk was het helemaal niet zoveel werk, maar we gaan het wel pas volgend jaar doen”, en dan denk ik: ja, sorry, maar als het niet zoveel werk is, kan het volgens mij bij wijze van spreken voor de vakantie nog ingevoerd worden. Als dat niet kan, is het toch wel wat meer werk, en dan gaat mijn fractie toch voor gewoon een evaluatie jaarlijks. Dat is in wezen al wat we gaan doen. Dus ik zal tegen het amendement stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hachhouch. De heer Hachhouch: Heel concreet: wat is de inschatting van het college over de werkdruk, staat de toezegging voor een jaarlijkse evaluatie nog en wat is de reactie op de financiering voor Bamenda? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan geef ik nu eerst wethouder Van Doesburg het woord en daarna wethouder Kraaijeveld. De heer Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Voor alle duidelijkheid: ik reageer alleen op het amendement, omdat het in onze beleving vooral met een bedrijfsvoeringsen organisatieontwikkelingsaspect te maken heeft. De andere beantwoording doet de heer Kraaijeveld, die inhoudelijk over deze portefeuille gaat. Als het gaat over de onduidelijkheid tussen wat wel en niet in een B&A besproken is en wat nu besproken wordt: dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat er nu een concreet amendement ligt dat heel duidelijk is ingevuld, met een duidelijke opdracht. Dan kun je ook duidelijker toetsen of het echt heel arbeidsintensief is, of dat het wel meevalt en te overzien is. Het laatste is dus het geval. Er is om een garantie gevraagd, en die kan ik geven: het is ambtelijk heel goed afgestemd en dit gaat, zoals het nu specifiek geformuleerd is, niet heel veel extra werk opleveren. Dat neemt niet weg dat, als je iets wilt invoeren, dat ook voorbereid moet worden. Dat staat los van de vraag of het vervolgens heel veel werk oplevert.
Je moet het voorbereiden, in die zin dat, als alle ambtenaren in de organisatie hun voorstellen moeten gaan toetsen op de Global Goals, ze wel echt goed moeten weten wat die Global Goals zijn, hoe die uit te splitsen zijn en hoe ze te verwerken zijn in voorstellen. Wij waarderen het effect dat dit kan opleveren, dat er integraler gekeken en gewerkt wordt en breder over het begrip duurzaamheid nagedacht wordt. Vandaar het positieve advies. Dank u wel. F - 43
De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Ja, voorzitter. Nu doet de wethouder het toch voorkomen alsof in de B&A-sessie het verzoek van meerdere fracties niet duidelijk genoeg was. Laten we wel wezen: het gaat hier om een simpel verzoek. Er wordt gevraagd een kopje toe te voegen in ieder raadsvoorstel. Dat was toen duidelijk en dat is nu nog steeds duidelijk. Ik vind het een beetje gek om het nu daarop te gooien. Zeg dan gewoon: voortschrijdend inzicht, we denken er nu anders over. Maar laten we wel wezen: de raad wordt hierdoor wel in verwarring gebracht. De voorzitter: Misschien even een interruptie, als het tenminste over dit onderwerp gaat, van de heer Van Santen, en dan zal de wethouder daarop reageren. De heer Van Santen. De heer Van Santen: Een interruptie op de wethouder inderdaad. Ik hoor hem zeggen dat de ambtenaren het heel goed moeten weten, dat ze ook moeten weten hoe ze het moeten uitsplitsen, et cetera. Dat lijkt me toch wel een inspanning en er is ook best wel veel verwarring over die inspanning. Kan de wethouder toezeggen dat we in de voorbereiding goed gaan uitzoeken hoeveel inspanning dan benodigd is, en dat uitwerken naar de raad? Want nu hebben we gewoon verwarring daarover. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg.
Wethouder Van Doesburg: Volgens mij is het heel erg duidelijk dat we het inderdaad over een eenvoudige vraag hebben, namelijk: gaan we wel of niet kopjes toevoegen? Om nu te gaan uitzoeken, en met de raad te gaan bespreken, hoeveel voorbereidingsinspanning nodig is om te komen tot het verspreiden van kennis over de Global Goals, vind ik wat ver gaan. Het is volgens mij ook helemaal niet nodig. Als de heer Tekir dit liever voortschrijdend inzicht noemt, vind ik het ook goed, want dat is het natuurlijk ook. Als iets scherper geformuleerd wordt, kun je je inzicht daarin ook verdiepen. Dus dat is wat er aan de hand is. Wij menen hierover positief te kunnen adviseren en het is aan uw raad om daar een besluit over te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij is het langzamerhand wel helder. De wethouder heeft aangegeven dat het college kan instemmen met het verbreden van het voorstel met datgene wat in het amendement staat. Ik ga naar wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben inmiddels intensief gesproken over de Global Goals, een I&O gehad waarin we als gemeente hebben aangegeven op welke manieren we hier invulling aan geven en vanuit de opdracht van de motie om daar focus aan te brengen ligt nu een voorstel voor. Ik ben blij dat die focus wordt gedeeld.
Als het gaat om de vraag van internationaal naar lokaal: wij hebben bij de I&O natuurlijk die peilingen gedaan, gedeeltelijk met raadsleden, maar ook met partners vanuit de stad, die konden aangeven hoe internationaal of lokaal zij het zouden willen. Daar kwam een score uit die in ieder geval duidelijk maakte dat er een breder draagvlak was voor de beweging naar lokaal, vandaar dat het er op deze manier in zit. Het geeft niet aan dat we internationaal niet iets blijven doen. We blijven richting Bamenda gewoon met die 10.000 F - 44
euro de financiering doen, we hebben alleen wel geprobeerd een oplossing te zoeken binnen de middelen die ons gegeven zijn om toch lokaal iets meer te kunnen doen in de activiteitensfeer en daar hebben we inmiddels ook wat gedachten over. Daarnaast is het de bedoeling om de middelen die richting Bamenda of wat dan ook extra nodig zijn via sponsoring bijeen te schrapen. Daarover hebben we ook gesproken met de partners en die zien daar wel mogelijkheden voor. In B&A heb ik aangegeven dat dat bedrag per jaar wat schommelt, waardoor er het ene jaar misschien 12.000 euro nodig is en het andere jaar iets meer of minder, zodat het ook wel binnen handbereik zou moeten kunnen liggen. De voorzitter: Interruptie de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het jammer dat het college niet met een inhoudelijke onderbouwing komt voor de keuze om meer te gaan focussen op lokaal, behalve dan van “ja, dat bleek uit de draagvlakmeting”. Volgens mij is juist Global Goals iets waar je ook op de internationale samenwerking moet gaan zitten. En we blijven niet gewoon 10.000 euro aan Bamenda geven, we gaan van 15.000 naar 10.000, dus we gaan terug daarop. En een verduidelijkingsvraag. De wethouder zei dat er al een aantal ideeën zijn voor lokale activiteiten.
In eerste termijn vroeg ik om een soort uitvoeringsagenda en die vraag wil ik nog wel een keer herhalen, omdat ik denk dat het goed is om die activiteiten ook wat concreter te maken, zodat we dat ook weer – sorry voor het woord – kunnen toetsen. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Daar gaan wij nu mee aan de slag, ook vanuit die vier doelen en de raadsvoorstellen die daarmee samenhangen. Daar zullen we ook meer op terugkomen. Daarnaast gaan we natuurlijk ook de activiteiten verder op een rij zetten. Het komt ongetwijfeld weer terug via de P&C-cyclus hoe we dat verder reguleren en invullen. Ik vind het jammer dat er bij de SP nog teleurstelling zit over Bamenda. Zoals ik net aangaf, zien de betrokken partijen nog wel mogelijkheden in die sponsoring en zullen we ieder jaar wellicht daar in de buurt kunnen komen. Ik hoop dat dat voor de SP nog aanleiding kan zijn voor een heroverweging. De voorzitter: Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. De reden voor mijn teleurstelling is niet alleen dat we blijkbaar alleen aan internationale samenwerking doen als we dat in Gorinchem kunnen doen, maar ook dat de wethouder zo verschrikkelijk makkelijk over Bamenda praat: “maar 10.000 euro”, ja, het was 15.000 euro, dat betekent dat u er 1/3de af haalt. Ik vind het gewoon echt helemaal niet kunnen.
Ik ben zo diep teleurgesteld, dat ik denk “laat maar helemaal zitten!”. Wij stemmen gewoon tegen en dat komt wel door de manier waarop het nu behandeld is, en met name ook door uw reactie, ook in eerdere sessies. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat de wethouder hiermee de beantwoording heeft voltooid. Klopt dat, meneer Kraaijeveld?
F - 45
Wethouder Kraaijeveld: Wat mij betreft wel, voorzitter. De voorzitter: Dan stel ik voor tot stemming over te gaan. De heer Van Santen: Voorzitter, ik wil even vijf minuten schorsing aanvragen. De voorzitter: Dat kan. Ik schors de vergadering (22.30 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.36 uur). Dames en heren. Wij hebben in twee termijnen gesproken over het voorstel inzake Global Goals. Er ligt een raadsvoorstel en er ligt een amendement. Dat amendement heet ‘Global Goals in de genen’ en breng ik als eerste in stemming. Het amendement wordt in stemming gebracht en met 14 tegen 10 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de dames Dansen en Hamann, de heren Hassouna en Van der Lee, de dames Mager en Molengraaf-Vullers, de heren Van Mourik, Roeland en Van Santen, mevrouw Stevens en de heren Tekir, Wientjes, Bahlmann en Barth. Voor hebben gestemd de heer Van Breemen, Chaaby, Hachhouch, Koçak, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Schefferlie en Van Willigen. Stemverklaringen De heer Hassouna: Wij zijn tegen, omdat wij ons kunnen voorstellen dat het qua ambtelijke capaciteit toch behoorlijk wat tijd in beslag zal kunnen nemen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Om de redenen die ik net al heb uitgelegd, stemmen wij tegen dit amendement en voor het voorstel.
De heer Van Santen: Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Molengraaf. Wij stemmen tegen het amendement en ondanks dat wij denken dat het slechter zal worden zullen we ook voor het voorstel gaan. De heer Tekir: Met dezelfde stemverklaring als door de heer Hassouna gegeven stem ik tegen. Het argument van mevrouw Molengraaf was daarbij voor ons doorslaggevend. De voorzitter: Dan breng ik nu het raadsvoorstel in stemming. Klopt het als ik zeg dat u voor dit raadsvoorstel bent, met uitzondering van de SP? Ik zie dat de heer Tekir een stemverklaring wil afleggen. Ga uw gang. De heer Tekir: Precies, dank u wel. Wij zijn voor dit voorstel. De verzekering van de wethouder dat de focus op internationaal behouden blijft was daarin voor ons van belang. Met die kanttekening stemmen wij voor. De voorzitter: Mevrouw Dansen, wenst u nog een stemverklaring af te leggen? F - 46
Mevrouw Dansen: Heel kort. Wij zijn van ganser harte voor internationale samenwerking, maar ik vind die niet in dit voorstel, daarom stemmen wij tegen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen stemverklaring. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter. Ik deel de teleurstelling van de fractie van de SP. Ik vind het echt jammer dat bijvoorbeeld Bamenda nu gekort wordt, maar wij vinden de Global Goals dusdanig belangrijk dat wij wel voor het voorstel stemmen. De voorzitter: Ik stel vast dat het raadsvoorstel met 22 tegen 2 stemmen is aanvaard.
8. Overzicht begrotingswijzigingen april 2012 (2012-743336).
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9. Moties vreemd aan de orde van de dag. 9.a. Motie vreemd aan de orde van de dag: Vrijstelling van giften.
De voorzitter: Dames en heren. We hebben nog twee moties vreemd aan de orde van de dag. Allereerst de motie ‘Vrijstelling van giften’. Het woord is aan mevrouw Dansen, SP. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen uit te leggen wat wij hiermee willen, want ik heb de indruk dat wij de vorige keer wat verkeerd begrepen werden. Diverse raadsleden dachten dat het bedrag waarover wij het hadden door de gemeente, of door Avres, bijgedragen zou moeten worden. Dat is echter niet de bedoeling. Wij hebben het over mensen in de bijstand die geen giften mogen ontvangen. Dus als mijn kind in de bijstand zit, mag ik geen boodschappen voor hem of haar betalen, of een kledingstuk geven. Dat moet dan van de bijstand afgetrokken worden. Onze motie betekent dat er een vrijstelling komt van 1.200 euro per jaar die niet van de bijstand wordt afgetrokken, dus 1.200 euro die ze mogen ontvangen in de vorm van giften, vaak zijn dat giften in natura, die niet afgetrokken hoeven te worden. Het kost dus niemand wat.
De motie luidt aldus: Motie M6: Vrijstelling van giften tot 1200 euro per jaar voor mensen in de bijstand De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 25 maart 2021; constaterende dat: − mensen in de bijstand niet direct op hun uitkering gekort dienen te worden voor het ontvangen van giften zoals boodschappen; overwegende dat: − de Tweede Kamer recent de motie Jasper van Dijk c.s. heeft aangenomen die de regering verzoekt voor mensen in de bijstand een landelijke vrijstelling van giften te realiseren van € 1.200 per jaar; − de gemeenten Amsterdam en Nijmegen een vrijstelling van giften geven tot € 1.200 per jaar en Gorinchem dit voorbeeld meteen kan volgen; stelt voor: − bijstandsgerechtigden zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vóór 1 mei a.s. een vrijstelling te geven van € 1.200 per jaar; en gaat over tot de orde van de dag.
F - 47
De motie wordt mede ingediend door GroenLinks. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Dank u, voorzitter. Een heel duidelijke, positieve motie. Ik heb begrepen dat er ook landelijk aan gewerkt wordt, maar het kan wat mij betreft geen kwaad om als Gorinchem eens een keertje voor de landelijke muziek uit te lopen. Dus ik ga ervan uit dat wij deze motie kunnen steunen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, als u het goed vindt, voer ik het woord in plaats van de heer Onvlee. Ook het CDA is positief over deze motie. Wij zullen ook voorstemmen. Naar onze mening is dit een mooie oplossing, die we op dit moment op lokaal niveau kunnen uitvoeren, vooruitlopend op de landelijke muziek. Dus wij zullen dit zeker steunen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen andere sprekers in de chat, dus geef ik wethouder Kraaijeveld het woord. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter, en dank nog aan de SP en aan de raad dat de motie werd aangehouden. Wij hebben nu nader kunnen beschouwen wat er precies bij komt kijken. De vorige keer hadden we dat nog niet helemaal scherp, maar dat hebben we nu wel, zó scherp inmiddels dat we er ook in Avres-verband over hebben gesproken.
Wij zullen hiermee aan de slag gaan en willen het met terugwerkende kracht tot 1 maart inregelen, in die zin dat we vooruitlopend op het wetsvoorstel, dat nog moet worden aangenomen, de lijn daaruit willen invullen. Nogmaals dank dat de motie aangehouden kon worden. Desalniettemin zouden we hem graag positief willen adviseren, zodat u ook als raad van Gorinchem daarmee ook uw steun bekrachtigt. De voorzitter: Dank u wel. Ik breng de motie in stemming. Kan ik concluderen dat de raad unaniem voor deze motie is? Dat is het geval. Dat betekent dat deze motie unaniem door de raad is aangenomen. Mevrouw Dansen: Hartelijk dank! 9.b. Motie vreemd aan de orde van de dag: Kinderarmoede.
De voorzitter: Aan de orde is het laatste inhoudelijke punt, opnieuw een motie vreemd aan de orde van de dag, met de titel ‘Kinderarmoede’. Allereerst geef ik de indiener, mevrouw Molengraaf van ChristenUnie/SGP, het woord Mevrouw Molengraaf-Vullers: Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Ik kan vast mededelen dat de motie mede wordt ingediend door GroenLinks en SP. In onze motivering hebben wij aangegeven hoe belangrijk het is om in armoede, die vaak overerfd wordt, een breuklijn te brengen, en dat doe je volgens mij door met name de armoede onder kinderen te bestrijden. Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen die wij eerder gesteld hadden over de normverhoging van 120% naar 130% van de bijstandsnorm, F - 48
hebben wij opgemaakt dat het college daar wellicht mogelijkheden toe zou zien. De motie luidt als volgt: Motie M1: Onderzoek maatregelen bestrijding kinderarmoede De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 22 april 2021. De fracties verzoeken het college te onderzoeken − hoe kinderarmoede bestreden kan worden door deze maatregel (dus verhoging van de bijstandsnorm van 120 naar 130%) en wat de verwachte effecten voor betrokkenen zijn, kleven er ook nadelen aan? − welke meerkosten met een dergelijke verhoging gemoeid zijn; − of er nog andere maatregelen mogelijk zijn, specifiek gericht op bestrijding van kinderarmoede; en gaat over tot de orde van de dag. Motivering Er is de afgelopen tijd veel aandacht voor de gevolgen van het opgroeien in armoede. Volgens de Kinderombudsman groeit 1 op de 9 kinderen in Nederland op in omstandigheden, waarbij er niet genoeg geld is om eten of kleding te kopen. Ook zijn uitgaven voor school, sport of ontspanning niet mogelijk. Armoede leidt zo ook tot uitsluiting, eenzaamheid, achterstand en ongelijkheid. Er ontstaat een moeilijk te doorbreken vicieuze cirkel: kinderen die opgroeien in armoede zijn als volwassene meer dan gemiddeld arm. En zo heeft het dus grote maatschappelijke impact.
Uit de beantwoording op de schriftelijke vragen van de CU-SGP fractie over het Actieplan Armoede in Vijfheerenlanden kan worden opgemaakt, dat bestrijding van armoede onder kinderen veel impact heeft: verhogen van de grens om van de zgn. kindregelingen gebruik te kunnen maken van 120% naar 130% van de bijstandsnorm zou zowel bij alleenstaande ouders als echtparen positief verschil kunnen maken
Wij hopen dat onze collega’s in de raad dit verzoek om een onderzoek willen ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Ook hier hebben we even stuivertje gewisseld, voorzitter. Wij hebben de motie gelezen en met name het derde punt heeft ons zeker over de streep getrokken. De motie vraagt om een onderzoek en dat sluit wat ons betreft de juiste toon aan. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer sprekers? Ja, de heer Van Willigen, Democraten Gorinchem. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Oversteeg is mij een beetje voor. De motie is zeer sympathiek en juist het onderzoek is prima. We gaan met spanning afwachten wat eruit komt. Daar zullen dan mogelijk voorstellen uit komen die we opnieuw kunnen gaan bekijken. Dus wij zullen deze motie steunen. De voorzitter: De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad een heel sympathieke motie. De eerste keer dat ik hem las vroeg ik me af wat er nou precies staat, pas de tweede keer zag ik dat onderaan bij de motivering staat dat ook de fractie van ChristenUnie/SGP ziet dat dit waarschijnlijk via de Stichting Leergeld zal moeten gaan lopen. Volgens mij zou het F - 49
eerste punt dan moeten luiden “onderzoeken of het mogelijk is om bij de Stichting Leergeld de grens om van zogenaamde kindregelingen gebruik te kunnen maken te verhogen van 120% naar 130% van de bijstandsnorm”. Maar een sympathieke motie. De voorzitter: De heer Bahlmann. De heer Bahlmann: Dank u wel, voorzitter. Een sympathieke motie. Ik kan me niet voorstellen dat iemand in de raad daar tegen kan zijn. Het is onderzoek en hoognodig, dus wij zijn voor. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Armoede onder kinderen spreekt natuurlijk aan, dus ik herken veel van wat er gezegd is en teruggegeven vanuit de verschillende fracties. Deze motie zouden we positief willen adviseren. Het betreft de vraag om zaken verder uit te zoeken. Hoe dit uitpakt als je een en ander meer toespitst op kindregelingen, of, zoals de heer Oostrum zei, op hoe de Stichting Leergeld dat doet, hebben we bij de eerdere beantwoording nog niet zo specifiek uitgezocht, dus wat ons betreft prima om verder te onderzoeken waar de mogelijkheden liggen. Daarbij wordt het vanuit het college wel zinvol geacht om wel te kijken naar de situaties met kinderen waar een bepaalde verruiming dan ook echt bijdraagt aan de armoedeval, want het Stimulanszrapport laat duidelijk zien dat een vanzelfsprekende stap naar 130% niet zomaar leidt tot oplossingen.
Ook wil ik aangeven dat wij in de beantwoording van de vragen die wij hebben teruggegeven als college op dit moment geen financiële ruimte zien om binnen het sociaal domein zaken te verruimen, ook omdat we door de coronacrisis op dit moment ten aanzien van het minimabeleid al heel veel meer mensen helpen, ook in de bijstand, en daarmee ook al meer dan 120.000 euro, zoals we ook in de beantwoording hebben geschetst, aan extra kosten hebben, waarbij we ook vanuit het Rijk maar beperkt worden gecompenseerd. Dat neemt niet weg dat wij positief willen adviseren, want wellicht zijn er nog zaken te verbinden tussen bijvoorbeeld Stichting Leergeld en de vrij nieuwe speelgoedbank die er inmiddels is en andere initiatieven die ook steeds door corona opkomen, of samen-een, of samen1gorcum.nl., zoals dat inmiddels zich ontwikkelt. Dat zijn zaken die wellicht geen structurele financiële middelen vragen. Op die manier zouden wij er als college graag mee aan de slag willen gaan. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf, interruptie denk ik? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nou, nee, voorzitter, geen interruptie. Ik ben blij met het antwoord van de wethouder. Ik begrijp het ook, je moet altijd even goed kijken of je financiële polsstok lang genoeg is, maar als we het onderzoeken, hebben we het ook in beeld. De wethouder was al heel leuk alles aan het samen breien, dus ik denk dat het helemaal goed komt.
Wij wachten met spanning af wat er uit het onderzoek komt, als de motie aangenomen wordt. De voorzitter: Prima. Ik noemde het even een interruptie, dan hoef ik het geen tweede termijn te noemen, want dan moet ik iedereen weer langs! Goed. Kan ik concluderen dat de gehele raad unaniem instemt met deze motie? Dat is het geval. Daarmee is deze motie vreemd aan de orde van de dag unaniem aangenomen. F - 50
10. Sluiting.
De voorzitter wenst iedereen goede feestdagen en sluit te 22.56 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Gorinchem op 24 juni 2021. De griffier,
De voorzitter,
F - 51
Sprekersindex:
Bahlmann, B.C.S, 17, 30, 49 Barth, F.M.T., 23, 31 Breemen, R.J.J. van, 18, 30, 36, 40, 41, 42, 44, 46 Dansen, mw. E.L., 3, 5, 6, 12, 13, 26, 38, 45, 46, 47, 48 Doesburg, R.P. van, 39, 43, 44 Geest, J.P. van der, 5, 6, 8, 24, 32 Hachhouch, M.A., 34, 43 Hamann, mw. E.W.H., 20, 21, 31, 39, 42 Hassouna, M.S., 15, 16, 28, 29, 46 Kraaijeveld, E.C.M., 44, 45, 48, 50 Molengraaf-Vullers, mw. M.J., 4, 38, 42, 46, 48, 50 Onvlee, L.A., 18, 30, 33, 37, 40 Oostrum, J.C., 3, 4, 21, 28, 31, 47, 49 Oversteeg, mw. J. van, 47, 49 Roeland, J.M., 35, 41, 42 Santen, N. van, 11, 37, 40, 42, 44, 45, 46 Schefferlie, P.C.J., 14, 27, 28, 38 Tekir, I., 5, 6, 7, 8, 9, 27, 28, 35, 41, 43, 46 Wientjes, C.J.J., 12, 19, 30 Willigen, C. van, 9, 10, 49
F - 52