CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

210218 Concept Verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies30.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dus het gaat echt om een actieplan en ik zou graag van de heer Tekir willen horen hoe hij daarover denkt. De heer Tekir: U noemt het een actieplan, ik noem het een wijkscan en volgens mij hebben we het over hetzelfde. U grijpt deze gelegenheid aan om daar iets te gaan doen en die gelegenheid grijp ik aan om op te roepen breder te kijken dan alleen de Gildenwijk en ook allerlei aandachtspunten uit andere wijken op te pakken. Ik weet nog niet hoe wij deze motie zullen beoordelen. Dat zal ik nog in onze kersverse fractie bespreken. Tot slot de toezegging. Ik was erbij die bewuste avond in het gymnasium waar een wijkbijeenkomst werd georganiseerd en ik heb de toezegging in de openbaarheid niet B - 38

gehoord. Hij is ook niet geland in de stukken en al helemaal niet afgestemd met de gemeenteraad. Ik vind dat spijtig. Het is naar mijn mening iets waaruit ook lering zal moeten worden getrokken. Daar houd ik het bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hachhouch, PvdA. De heer Hachhouch: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het doet ons goed om te horen… ik hoor mezelf dubbel…., al dan niet in onze stad…. belastingkantoor, en dat we dat…. Ik zou graag willen herhalen…. De voorzitter: Even, meneer Hachhouch. Ik krijg het signaal door dat niet iedereen het geluid even goed ervaart. De heer Hachhouch: Ik hoor mezelf ook dubbel. De voorzitter: Ja, er is voortdurend sprake van een echo. Die hebben we hier trouwens in de raadzaal niet. Ik krijg te horen dat het dan waarschijnlijk ligt aan de kant van degene die die echo hoort en dat het verband houdt met de iPad. Goed. De heer Hachhouch vervolgt zijn betoog. De heer Hachhouch: Ik zou graag willen herhalen dat wij als PvdA positief staan tegenover de opvang van statushouders, dat we inderdaad niet gebouwen als uitgangspunt nemen voor de opvang, maar juist de capaciteit van de stad en wat onze verantwoordelijkheid is als onze stad.

Wij vinden dat de kleinschaligheid naar rato van de taak die we hebben als provincie, naar rato van de capaciteit van de stad, dat dat het uitgangspunt moet zijn en niet toevallig als we ergens een groot gebouw hebben, dat dan maar voor knallen, juist ook om eer te doen aan die statushouders, eer te doen aan een wijk…. De voorzitter: Interruptie de heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Hachhouch zeggen dat de Partij van de Arbeid de capaciteit van de stad als leidend criterium neemt. Begrijp ik het goed dat de PvdA vindt dat een stad als Gorinchem met 37.000 inwoners een capaciteit heeft voor slechts 50 vluchtelingen? De heer Hachhouch: Niet per definitie, dat is een richtgetal voor ons, maar in ieder geval moet de kleinschaligheid daarin leidend zijn. De heer Tekir: Als dat niet per definitie zo is, zou ik de Partij van de Arbeid toch willen vragen om straks ofwel het amendement te verbreden, ofwel, als het erop aankomt, onze motie te steunen. De heer Hachhouch: Nogmaals: dit is nodig, want wij dragen een verantwoordelijkheid voor onze medemens. Dit biedt ook kansen. Een opvanglocatie kan nieuw leven inblazen in een gemeenschap. Voor nu bieden het college en de omwonenden genoeg argumenten om het COA geen toestemming te verlenen voor vestiging in het voormalig belastingkantoor.

Dit doet niet af aan onze bereidheid om in Gorinchem een plek te bieden B - 39

voor hen die dat nodig hebben. Vandaar ons amendement om die behoefte nog sterker aan te scherpen en proactief de uitspraak te doen dat we in gesprek gaan met omwonenden om te kijken waar we in onze stad wel een plek kunnen huisvesten. Vervolgens wil ik even ingaan op de moties en amendementen. Allereerst de motie van afkeuring. Het COA heeft op 17 september in I&O duidelijk aangegeven het pand op eigen risico gekocht te hebben. Die verantwoordelijkheid nemen zij zelf en wij leggen hierbij de blaam absoluut niet bij het college. De motie van het CDA. Ook wij zien kans om naar aanleiding van de berichtgeving en de verschillende signalen een aanpak te ontwikkelen voor de Gildenwijk. Dat neemt niet weg dat er ook andere wijken zijn die gebaat zouden kunnen zijn bij een dergelijk actieplan. Wij willen wel benadrukken dat dit dan een plan moet zijn op basis van een positieve insteek… De voorzitter: Mevrouw Molengraaf, interruptie. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ondertussen zijn we alweer een eindje verder, maar ik hoorde de heer Hachhouch zeggen dat de motie van afkeuring zou gaan over het feit dat het COA het pand wel of niet op eigen risico gekocht heeft. Maar daar gaat onze motie van afkeuring helemaal niet over. Dan hebt u het niet begrepen.

Onze motie van afkeuring gaat over het feit dat het college óns inziens – ik kan niet voor de raad spreken! – de actieve informatieplicht heeft geschonden. De heer Hachhouch: Maar centraal daarin staat naar mijn inschatting, maar misschien heb ik dat verkeerd begrepen, onder andere de aanschaf van het belastingkantoor als pivotal moment, om het maar zo op z’n Engels te benoemen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nee, dat hebt u dan verkeerd begrepen. Dat is niet het springende punt. De heer Hachhouch: Oké, dank u wel. Het amendement van Gorcum Actief laat wat ons betreft de inwoners en het COA in twijfel achter. Wij willen graag iedereen duidelijkheid verschaffen en daarom zullen wij niet in kunnen stemmen met dit amendement. Daarbij zou ik het graag willen laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dames en heren. We hadden afgesproken dat ik ergens tussen half elf en elf uur met een ordevoorstel zou komen. We zitten nu in de tweede termijn van agendapunt 7.a. Als deze termijn is afgelopen, gaat de wethouder weer antwoorden, vervolgens hebben we de nodige moties en amendementen liggen, dus dat gaat nog enige tijd duren. Mijn voorstel is om agendapunt 7.a. vanavond af te handelen en de rest van de agenda te verschuiven naar komende dinsdagavond.

Wie is daarop tegen? Ik zie een aantal positieve reacties in de chat en ik zie dat de heer Onvlee graag een reactie wil geven. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. We zitten nu in een langdurig debat, dat gaat vooral over het proces en uiteindelijk koop je daar niet heel veel voor. Aan het begin van het verhaal hebben we een indrukwekkend verhaal gehoord van Hartje Gorkum en de horeca, een noodkreet die zeer actueel en urgent is. Door nu deze vergadering te B - 40

verplaatsen, laten we deze ondernemers eigenlijk weer in de kou staan. Ik vind dat we dat niet kunnen maken. Om in de woorden van mevrouw Molengraaf te spreken: dat is pas stuitend! Ik zou het echt een heel slecht signaal vinden om nu de vergadering te verplaatsen, waarbij het initiatiefvoorstel ook pas naar dinsdag gaat, terwijl we aan het begin van de avond echt een indrukwekkend verhaal gehoord hebben, waarmee we in ieder geval iets kunnen betekenen op deze avond zelf. De voorzitter: Mevrouw Mager. Even een paar korte interrupties, en dan ga ik inventariseren. Mevrouw Mager: Ik ben het volledig met de heer Onvlee oneens dat het vanavond alleen over het proces zou gaan. Dat is volstrekt niet het geval en het doet ook geen recht aan de amendementen en moties die zijn ingediend. Dat is één. Ten tweede gaat het initiatiefvoorstel volgens mij over een feest ná corona. Ik vraag me af wat de enorme urgentie daarvan is. Ik zou dan eerder zeggen: laten we de vergadering van 2 maart a.s. waarin we het gesprek zouden aangaan – ook een idee van de heer Onvlee – naar voren te halen. Ik denk dat dat veel meer soelaas biedt voor de ondernemers dan het initiatiefvoorstel. De voorzitter: Ik denk dat we elkaar niet de maat moeten gaan nemen als het gaat over wat wel en niet belangrijk is.

Elk raadslid bepaalt zelf welke invulling hij of zij geeft aan het raadslidmaatschap en wat hij of zij wel of niet naar voren wil brengen. Ik zie ook in de chat dat er verschillende gedachten zijn over het wel of niet schorsen van de vergadering na afhandeling van agendapunt 7.a. Ik ga het ordevoorstel nu gewoon in stemming brengen, want ook dat is in lijn met wat we in de agendacommissie hebben afgesproken: niet te lang debatteren over dit soort ordevraagstukken, maar gewoon duidelijkheid scheppen over wat we gaan doen. Als stemmingsnummer trek ik nr. 23, zodat de heer Tekir als eerste aan de beurt van stemmen is. Het ordevoorstel om de vergadering na afhandeling van agendapunt 7.a te schorsen tot dinsdag 23 februari a.s. wordt hierop hoofdelijk in stemming gebracht en met 14 tegen 11 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Van Breemen, Chaaby, Hachhouch, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland en Schefferlie. Voor hebben gestemd de heren Tekir, Wientjes en Barth, de dames Dansen en Hamann, de heer Hassouna, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen en mevrouw Stevens. De voorzitter: De uitslag van deze stemming betekent dat u door wilt gaan. De heer Wientjes: Nee, mevrouw de voorzitter, dat is volgens mij niet zoals het netjes moet.

Als een zo groot deel van de raad het niet wil, dan is het buitengewoon onbehoorlijk van het andere deel van de raad om het toch op die gronden door te zetten. Ik geloof niet dat je dat op deze manier zou moeten en willen doen. Dus ik teken zwaar, en zeer zwaar, protest hiertegen aan. B - 41

De voorzitter: In de agendacommissie hebben we afgesproken dat wij, als er sprake is van ordezaken, daar niet een halfuur of langer over gaan debatteren, zoals we dat in het verleden wel eens deden, maar dat ik vrij snel als voorzitter een voorstel formuleer en dat we daarover gaan stemmen. Dat heb ik nu gedaan en ik stel vast dat een meerderheid van de raad heeft aangegeven te willen doorgaan en u als raad gaat over uw eigen agenda. Ik begrijp uw opmerkingen, meneer Wientjes… De heer Wientjes: Mevrouw, dit is lekenbestuur en de leden daarvan staan de volgende dag weer op de werkvloer. Daar moet u rekening mee houden. U dwingt het nu af met een meerderheid en dat is niet zoals het hoort. De voorzitter: Ik luister naar de meerderheid van de raad. Dat is zoals het is en we vervolgen deze vergadering. Mevrouw Hamann heeft het woord. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Wij zien af van een verdere discussie met deze wethouder. Dat vinden we tamelijk zinloos. Hij lijkt onze woorden niet serieus te nemen, trekt geen lering uit het proces en ziet ook niet in dat het pad verkeerd gelopen is. Dus waarom zouden wij allemaal in herhaling blijven vervallen? Wij laten dat maar even zitten. Inhoudelijk blijft het voorstel natuurlijk hartstikke onduidelijk en weten we allemaal niet waar we aan toe zijn. Ook de inwoners van de stad weten dat nu niet.

Het is namelijk een negatief voorstel en wij vinden dat dat van tafel moet. Om die reden handhaven wij het amendement om de punten 2 en 3 te schrappen. Kort wil ik alleen nog reageren op de ingediende moties en amendementen. Het amendement van de Partij van de Arbeid vind ik sympathiek klinken, maar dat kunnen wij niet steunen, want wij vinden dat punt 3 geschrapt moet worden, dus dan is dat er niet meer. De motie van het CDA om nu een actieplan voor de Gildenwijk op te gaan tuigen – in één keer is die Gildenwijk ineens in de mode lijkt het wel – vinden we getuigen van een ongelooflijk opportunisme, als je bedenkt dat in alle wijken, ook de binnenstad, goede ontwikkelingen zijn en slechtere ontwikkelingen. Waarom dan alleen deze wijk eruit lichten? Ik vind dat je dan met een plan moet komen stadsbreed, voor alle wijken en ook voor alle inwoners, en dan denk ik vooral aan jeugd en jongerenDe voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg, interruptie. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. De reactie van mevrouw Hamann verbaast mij enorm, want dit is niet een signaal dat ik één keer heb gehoord, dit is een signaal dat herhaaldelijk terugkomt, niet alleen wat bewoners zelf aangeven, maar ook zeker uit de objectieve informatie die met ons als raad wordt gedeeld.

Dat komt niet één keer terug, dat komt niet twee keer terug, nee, dat komt zelfs meer dan drie keer terug, dat er aandachtspunten zijn in de Gildenwijk. Daarom roep ik op om daar prioriteit aan te geven boven andere wijken, omdat de Gildenwijk er daarin uitspringt. Ik verwijs u heel graag naar de sessie die wij afgelopen donderdag hebben gehad bij het integraal sociaal beleid, waarin in één tabel dat haarfijn duidelijk wordt. Maar zoals ik al zei, en zoals ook in de motie staat, is het niet één signaal, maar is het een opeenstapeling van signalen en gaat

B - 42

het om prioriteit geven, niet dat de andere wijken er niet toe doen, maar prioriteit op de Gildenwijk. Mevrouw Hamann: Nou, dat klinkt heel erg sympathiek, prioriteit voor de Gildenwijk en de rest kan barsten. Ik vind het het opportunisme ten top om juist nu het AZC aan de orde is in één keer met zo’n plan te komen van een heel andere orde… De voorzitter: Interruptie de heer Tekir. Mevrouw Hamann: Je moet naar alle wijken kijken en ook naar jeugd en jongeren, en niet één ding eruit lichten omdat dat nu toevallig goed uitkomt. Daar hebben wij hele grote moeite mee. Wij stemmen tegen die motie. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan mevrouw Van Oversteeg, want zij geeft aan dat de Gildenwijk eruit springt, maar hoe weet ze dat als er in al die andere wijken geen enquêtes, onderzoeken et cetera zijn gehouden? Er zullen overal aandachtspunten zijn. Mevrouw Hamann: Juist. Wij gaan bij een andere gelegenheid een motie indienen om alle wijken te scannen. Dan gaan we eens zien wat daar allemaal speelt en dan gaan we een balans brengen in de stad, en niet meedoen in dit soort opportunisme. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, mag ik hierop reageren? De voorzitter: We gaan nu stoppen met dit punt. Mevrouw Hamann, zijn er nog andere punten verder toe te voegen? Anders ga ik naar de volgende spreker. Mevrouw Hamann: De motie van D66 had ik nog niet genoemd.

D66 zegt dat het gebouw niet alleen maar leidend is, maar wij vinden dat de omgeving, de omstandigheden en eerder gedane toezeggingen wel leidend zijn, dus wij denken daar anders over. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Voorzitter, dank u wel. Ook ik wil eigenlijk niet te veel woorden meer vuil maken aan het proces. Wat me opvalt, zowel bij de heer Schefferlie als bij mevrouw Van Oversteeg en de wethouder, is dat er heel veel gesproken wordt over die twee kennismakingsgesprekken. Nou, hartstikke fijn dat die er waren, goed dat er kennisgemaakt is, het is altijd fijn om zulke partners te leren kennen. En dan impliceert de heer Hachhouch, maar ook mevrouw Van Oversteeg, dat wij vervolgens zeggen: ja, en toen wist je al lang dat het pand gekocht was. Helemaal niet! Ik geloof de wethouder meteen dat dat als een donderslag bij heldere hemel kwam en ik vind er ook wel wat van, ik vind het alleen niet kunnen dat de heer Schefferlie voorop, maar ook het college, in de persoon van de wethouder, zeggen: dat is de hele reden waarom het nu fout is gegaan. Want dat is gewoon niet zo. Als je kijkt naar de mails en alle informatie die we gehad hebben, dan is er iets gebeurd tussen de kennismakingsgesprekken in november en januari met respectievelijk de burgemeester en wethouder Van Doesburg en alle mails die geschreven zijn.

Wat daar precies in staat en op wiens initiatief dat allemaal is, kan me echt gestolen worden, want de wethouder heeft zowel vorige week als deze week terecht B - 43

benadrukt dat hij verantwoordelijk is. In die mails wordt gesproken over de vestiging van een AZC en dát was het moment waarop het college had moeten denken: oei, het wordt nu wel wat concreter dan een random kennismakingsgesprek, of een goedbedoelde brief van de commissaris van de Koning, het wordt concreter en gaat over de daadwerkelijke vestiging. Op dat moment had het college moeten denken: goh, nu wordt het toch tijd om de raad te gaan betrekken. De wethouder zegt “wij gaan bloedserieus met de informatieplicht om”, maar dat is niet zo als je een dag later, nadat je voor een voldongen feit staat…. De voorzitter: De heer Oostrum, interruptie. De heer Van Breemen: … een RIB stuurt. De heer Oostrum: Ja, voorzitter, hoe vaak moet nou nog herhaald worden dat er een aanleiding moet zijn met serieuze informatie, en informatie is – ik heb het net opgeschreven – ‘relevante gegevens’, en relevante gegevens is volgens mij meer dan een telefoongesprek, een kennismakingsgesprek, of zelfs een mailwisseling tussen ambtenaren van verschillende diensten of er kansen zijn om. Als dat nou nog niet vaak genoeg is gezegd in I&O, in B&A en vanavond in de raadsvergadering, dan weet ik het niet meer. Dan gaat het gewoon om volhardend volhouden dat er kennelijk meer is dan de raad weet. De voorzitter: Langzamerhand hebben we dit punt wel gemaakt met elkaar.

We kunnen er nog heel lang over blijven spreken, maar de een kwalificeert deze informatie op een andere manier dan de ander, dus ik stel voor dat we ons nu in tweede termijn beperken tot datgene wat er aan moties en amendementen ligt, dan wel dat het gaat over nieuwe zaken die nog niet gezegd zijn, anders krijgen we een herhaling van zetten en gaat het wel heel erg laat worden. De heer Van Breemen vervolgt zijn betoog. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, ik wil toch kort reageren op de persoonlijke aanval die de heer Oostrum plaatst, want hij zegt namelijk dat ik ervan uitga dat er meer is, en ik zeg net dat dat vast niét zo is. Ik vind alleen de timing van het college waarop zij naar de raad had moeten gaan, informatie of niet, concreet of niet, niet goed is geweest. Dat is wat ik zeg. Ik herhaal dan maar de woorden van de heer Oostrum: hoe vaak moet ik nog herhalen dat ik niet impliceer dat er meer informatie is die wij niet hebben gehad? Dan, voorzitter, wil ik graag naar de moties en amendementen gaan kijken. Amendement A1 van D66 steun ik. Ik ben volgens mij in eerste termijn duidelijk geweest over wat onze visie is op de huisvesting van asielzoekers en dat het oude belastingkantoor daar een goede locatie voor is. Dat vind ik nog steeds.

Ik heb in B&A al genoeg gezegd over de optelsom, waarbij je eerst appels gaat tellen, dan fruit en dan zegt: hé, kijk, we hebben heel veel appels, terwijl dat hetzelfde argument is. Dus daar verwijs ik dan maar even naar terug. Amendement A2 van de Partij van de Arbeid zal ik niet steunen. Daar sluit ik me echt geheel aan bij wat de heer Tekir daarover gezegd heeft. Die lijn volgend zal ik dus zijn motie M3 wel steunen.

B - 44

Amendement A3 van Gorcum Actief en andere steun ik niet, omdat ik het wel belangrijk vind dat er nu iets gezegd wordt over de vestiging van een AZC in het belastingkantoor. Wat er verder allemaal gezegd wordt over AZC’s laat ik even in het midden. Motie M1 is de motie van afkeuring en die steun ik uiteraard. Motie M2 vind ik op zich sympathiek. Ik vind het alleen vrij ongepast om nu, in een discussie die gaat over een AZC, ineens te roepen: o, die wijk is zo kwetsbaar, daar moeten we iets mee. Want we hebben uit allerlei scans als het gaat om wonen, als het gaat om burgertevredenheidsonderzoeken, ook wel gehoord dat er ook andere wijken zijn die ook problemen hebben. Dus ik zou het CDA, of degenen die deze motie steunen, toch in overweging willen geven: ja, de Gildenwijk is een ingewikkelde wijk, dat klopt, daar speelt van alles, maar zo zijn er meer wijken in Gorinchem, dus laten we dat dan eens integraal over heel de stad bekijken en niet nu, omdat er ineens iets actueels in de Gildenwijk gebeurt waarvan we denken: oei, daar moeten we iets mee. Dat lijkt me niet de juiste timing en een beetje gek om dan de andere wijken maar even links te laten liggen totdat daar misschien ineens iets gebeurt. Dus die motie zal ik in ieder geval niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel, voorzitter.

Ik zal eerst ingaan op de amendementen die zijn ingediend. Het eerste amendement is ingediend door D66. Zoals u al in mijn eerste termijn hoorde, vinden we elkaar in de gezamenlijke verantwoordelijkheid die we hebben. Maar de nuance die wij maken is dat wij met de stad als geheel het gesprek aan willen gaan over de opvang van asielzoekers en dat niet vast willen pinnen op een locatie. Deze uitkomst zien we wel in het amendement van de Partij van de Arbeid. Het derde amendement, ingediend door Gorcum Actief, roept bij mij vragen op. Want ben je dan vóór of tégen een AZC als je deze beslispunten schrapt en waarom ontneem je jezelf de kans om je als raad uit te spreken over dit vraagstuk? Je besluit dan immers alleen maar om kennis te nemen. Ik vind dat een gemiste kans, maar ook een gemiste verantwoordelijkheid. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Wij vinden eigenlijk dat het hele voorstel van tafel moet en met het schrappen van de punten 2 en 3 bewerkstelligen we dat. Anders moeten we stemmen over dit voorstel, wat we eigenlijk liever niet zouden willen doen omdat het een non-voorstel is. Het is een negatief voorstel. Ik heb dat in eerste en tweede termijn uitgebreid uitgelegd. De voorzitter: En daarom hoeft het verder niet meer aan de orde te komen. Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg, heeft u verder nog punten? Mevrouw Van Oversteeg: Jazeker.

Kort nog even over de motie van afkeuring, wat ik daar tot nu toe nog niet over heb gedeeld. Het moet me wel van het hart dat er hele grote woorden worden gebruikt en dat ik daar moeite mee heb. We hebben het al gehad over het vertrouwen dat we hebben, en mógen hebben, wat ook is bevestigd, maar ik wil nog wel even kort ingaan op het B - 45

argument dat er een weinig democratisch gehalte zou zijn. Dat verbaast mij als je door middel van een amendement duikt voor de rol die je kunt nemen, namelijk door gewoon te stemmen over dit voorstel. Dat vind ik heel bijzonder en vind ik ook makkelijk oordelen. Ik vind het jammer dat die verantwoordelijkheid niet wordt opgepakt. Voorzitter. We kunnen alle 25 van mening verschillen over welke weg naar Rome het beste is, maar eigenlijk staat er maar één vraag centraal vanavond, en daarover moeten we het debat voeren. Over een van de punten die ten grondslag liggen aan dit voorstel hebben wij een motie ingediend…. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann, daarna mevrouw Molengraaf. Ik verzoek wel, gezien het tijdstip – het gaat al richting half twaalf –, interrupties echt kort te houden. Mevrouw Hamann: Nou ja, nu we toch heel de agenda gaan afwerken, denk ik dat we hier morgenvoeg nog bezig zullen zijn. Maar goed, ik wil even reageren op het democratische gehalte dat mevrouw Van Oversteeg noemt. Als de gemeenteraad niet wordt geïnformeerd en wordt meegenomen, en de inwoners van de stad ook niet, vinden wij dat weinig open en transparant, en dat vinden wij dus ook niet democratisch. Hoe vaak moeten we dat uitleggen? De voorzitter: Ik denk dat dat voldoende gezegd is. Mevrouw Molengraaf.

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik hoor hier bijna in elke vergadering het CDA zeggen dat wij zulke grote woorden gebruiken, dus blijkbaar zijn zij niet zulke hele grote woorden gewend. Dat is jammer, maar daar kan ik ook niet zoveel aan doen. Mevrouw Van Oversteeg zegt: democratisch is juist wel stemmen over het voorstel. Voorzitter. Wij hebben aangegeven, in B&A en ook daarna, dat wij het een slecht voorstel vonden, dat wij daarover wilden spreken met elkaar en dat we eigenlijk liever hadden dat het college met een ander voorstel kwam. Daarop is de reactie van het college geweest: nou, dan amendeer je het toch? Nou, dat doen we, en dus kunnen we wel stemmen over het voorstel. Dus duiken we niet voor onze verantwoordelijkheid, want we hebben geamendeerd, op verzoek van het college. Dus ik begrijp het probleem niet. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Ik zou graag heel kort willen reageren en dan willen afsluiten met onze motie. Waar het mij om gaat, is dat het amendement het voorstel dusdanig uitkleedt dat je alleen maar kennisneemt. Ja, dan neem je naar mijn mening als raad geen besluit en dat is jammer bij zo’n groot onderwerp als dit. Ten slotte wil ik nog even ingaan op onze motie om prioriteit te geven aan de Gildenwijk. Ik hoor een aantal raadsleden zeggen: hoe dan met de andere wijken?, daar is vast ook heel veel informatie over.

Ja, die informatie is er, en die is ook gewoon beschikbaar voor ons. Er liggen namelijk wijkscans van alle wijken en de motie voorziet er juist in om prioriteit te geven aan de Gildenwijk. Ik verwijs mijn collega-raadsleden graag naar deze wijkvisies, te vinden bij de woon- en transformatievisie, en de buurtinformatie, die te vinden is in de sessie van afgelopen donderdag over integraal sociaal beleid. Daarin zie je heel duidelijk de aandachtspunten van de Gildenwijk naar boven komen. De heer Van Breemen vroeg “waarom nu, waarom bij dit voorstel?, ik vind dat heel erg ongepast”. Nou, omdat het één van de punten in de optelsommen van dit voorstel is. Dus ik vraag door middel van deze motie meer aandacht voor de Gildenwijk en ik hoop dat meerdere B - 46

raadsleden met mij de ernst daarvan inzien en met ons als stad willen werken vanuit de positieve gedachtegang om de sterke punten te versterken en daarmee van de Gildenwijk weer een sterkere wijk te maken. De voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie, daarna de heer Tekir. Mevrouw Hamann: Heel kort, voorzitter. Wij vinden juist de hele mix van voor ieder wat wils in dit voorstel het bezwaar tegen dit voorstel. Mevrouw Van Oversteeg zegt: ja, dit is een mooie gelegenheid om die scan eens even tegen het licht te houden en leuke dingen te doen voor de Gildenwijk. Het is zeker verkiezingstijd of zo? We hebben meer wijken! Ik vind dit echt onzin. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Toch nog een poging, want ik probeer mevrouw Van Oversteeg oprecht te begrijpen. Zij verwijst, en dat is op zich heel handzaam, naar alle wijkscans die ook al bestaan en waarin ook al aandachtspunten zijn benoemd voor alle andere wijken. Dan vraag ik me nog meer af: waarom roept u dan niet op om een stadsbreed actieplan op te stellen waarin voor al die aandachtspunten over de hele stad een aanpak komt? Als u dat doet, als u daarmee uw motie verbreedt, heeft u ons misschien wel aan uw zijde. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Ik zou dit laatste punt graag nog even willen verduidelijken.

Ik ben het namelijk helemaal met de heer Tekir eens, alleen: wat ik met deze motie vraag is om prioriteit te geven aan de Gildenwijk. De heer Tekir: Maar nogmaals, voorzitter, dan begrijp ik niet waarom u per se aan de Gildenwijk prioriteit wilt geven, want we hebben geen integrale afweging kunnen maken op basis van alle wijkscans en op basis van alle aandachtspunten die over de hele stad spelen. Misschien zijn er wel urgentere problemen elders, in andere delen van de stad, die we misschien ook net zo hard willen aanpakken. Dus waarom beperkt u zich tot…. De voorzitter: De punten zijn helder. De heer Tekir zit op één lijn met de heer Van Breemen, constateer ik, en het CDA zit er anders in. Zijn er nog andere zaken toe te voegen? Mevrouw Van Oversteeg: Ik zou toch nog heel graag het laatste punt willen verduidelijken, want daar bestaat echt een misverstand over. De aandachtspunten zijn namelijk bekend. Ik zou u daarom echt willen verwijzen naar het staatje dat in de presentatie van afgelopen donderdag bij de sessie over integraal sociaal beleid zit. Daarin ziet u waarom ik de Gildenwijk prioriteit wil geven. De voorzitter: Dank u. Dan ga ik naar mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Voorzitter. Mijn standpunt heb ik duidelijk gemaakt. Ik denk dat dat ook wel duidelijkheid geeft over bepaalde moties en amendementen.

Ik vind het heel jammer dat mevrouw Van Oversteeg, die toch jurist is en analytisch vermogen zou moeten hebben, niet inziet dat je met dit raadsvoorstel eigenlijk juist geen keuze kunt maken, want je stemt eventueel tégen een AZC in het belastingkantoor, maar vóór een B - 47

eventueel AZC, of een kleinschalig AZC, of in welke vorm dan ook, in een andere wijk of op een andere moment. Dus maak je geen keuze. Dat houdt dus in dat je altijd voor een asielopvang moet kiezen. Voor mij is dat een probleem, zeker onder deze voorwaarden. Ik vind dat jammer en daarom steun ik het amendement van Gorcum Actief. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk beginnen om de oppositiepartij die de meeste aandacht verdient wat mij betreft, die aandacht ook te geven, en dat is D66. En waarom? Omdat ik vind dat die vanuit een heel oprechte manier probeert het ons moeilijk te maken rondom deze besluitvorming, en daarbij speelt D66 ook wel scherp in op ons geweten, want wij willen ook graag onze verantwoordelijkheid invullen als het gaat over die opvang van asielzoekers. Waarom wij dan zoveel focus leggen op het gedrag van het COA … De voorzitter: Mevrouw Molengraaf, interruptie. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik ben een beetje verbaasd. Blijkbaar serveert de heer Schefferlie de rest van de oppositie af als onoprecht of oneerlijk in hun meningen over dit voorstel. Dat vind ik heel bijzonder. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, dat heeft mevrouw Molengraaf goed ingeschat en ik zal het zo meteen toelichten, nadat ik me gewoon eerst even gefocust heb op deze inhoud van D66.

Wat ik graag wilde vertellen is dat wij het zo belangrijk vinden om er vooral aandacht aan te besteden hoe je als overheid met inwoners omgaat, dat we dat voorrang hebben gegeven, omdat je juist daarmee op de lange termijn het meeste draagvlak zult vinden om die opvang te realiseren. Daarbij hebben we eigenlijk ook een voorkeur voor kleinschaligheid, ook vanuit de positieve onderzoeksresultaten, ook in het buitenland, die daarover zijn, waarbij we denken dat ook veel meer gemeenten gezamenlijk, zeg maar, die invulling zullen kunnen gaan oppakken, met veel animo van mensen in die omgeving ook. Per saldo denk ik dat D66 en wij hetzelfde willen bereiken, maar er een ander idee bij hebben op wat daar een goede weg voor is. Vandaar dat wij het amendement van de Partij van de Arbeid mee indienen en dus dat van D66 niet kunnen steunen, maar we waarderen zeer dezelfde intentie die daarachter schuilt. Wat wij een heel slecht amendement vinden, misschien wel het slechtste dat ik in tijden heb gezien, is het amendement van Gorcum Actief, want wat je dan zou doen is dat je die Gildenwijk, die toch al zo geleden heeft sinds die toezegging niet is vastgelegd in 2015, nog steeds geen duidelijkheid zou geven. En daar is dit hele raadsvoorstel juist eigenlijk voor bedoeld: om ook die Gildenwijk nu eens helderheid te geven dat het daar niet gaat gebeuren.

Mevrouw Hamann: Ik heb de heer Schefferlie al meermalen verteld, ook in eerste termijn, dat het college heeft nagelaten een brief te sturen naar de inwoners dat er al lang een besluit ligt voor het belastingkantoor. Die onduidelijkheid blijft met dit voorstel bestaan, want dit is een voorstel voor ieder wat wils en daar kun je alle kanten mee op. Er wordt zelfs gezegd dat er een woonbestemming aan het kantoor moet worden gegeven. De mensen weten nu niet meer waar ze aan toe zijn. B - 48

De voorzitter: Ik stel voor dat we ons even beperken tot datgene wat nu voorligt en ons niet verliezen in allerlei speculaties over het gebouw. De heer Schefferlie vervolgt zijn betoog. De heer Schefferlie: Dat doe ik, want ik vind het gezwam. De toezegging van Dansen destijds is gewoon bestuurlijk nooit vastgelegd, dat was juist de ellende. Om maar door te gaan: mevrouw Molengraaf wil graag weten waarom ik zo twijfel over die oprechtheid. Ik proef gewoon een verbitterde focus, zal ik maar zeggen, op een manier die niet meer goed voelt. En hoe kom ik daar nu bij? Dan maak ik graag een gedachteexperiment, voorzitter. Stelt u zich nu eens voor dat het COA dat gebouw niet gekocht had, maar gewoon op het moment dat ze het kochten aan het gemeentebestuur van ons gingen vragen: hé, wij willen eigenlijk echt een verzoek gaan doen en we hebben daarbij ook een locatie in gedachten. Stel dat het gemeentebestuur op dat moment zou zeggen: ja, maar goed, dan gaan wij dus natuurlijk de gemeenteraad betrekken. Denkt u dan dat al deze partijen die met het zware geschut van een motie van afkeuring komen dan gezegd hadden: goh, komt u daar nu pas mee en u heeft al verkennende gesprekken gehad en zelfs ambtenaren hebben daar iets over gevonden! Nee, ik heb daar helemaal geen goed gevoel bij. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf.

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik wil ook een klein gedachte-experiment doen. Stel nou dat de wethouder ons in januari/februari gemeld had dat het COA kennismakingsgesprekken had gevoerd en dat er ambtelijke contacten waren, dan had vast een of andere slimmerd die de vorige raadsperiode meegemaakt had zijn vinger opgestoken en gezegd: goh, willen ze soms in het belastingkantoor? Dan hadden we de wethouder gelijk kunnen meegeven dat dat niet kon. Dat was nog veel beter geweest. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, deze interruptie illustreert nou juist die verbitterde focus, want mevrouw Molengraaf heeft het weer over de wethouder, niet over het college, ook niet over het feit dat maanden vóór januari ook de burgemeester die gesprekken gevoerd heeft. Dus dat voelt voor mij niet meer goed. Er zit een soort jacht, die zij overigens pas geleden in de agendacommissie al aankondigde, hoewel ze daar onpartijdig haar werk had moeten doen, toen zei ze al: ik heb een appeltje te schillen met deze wethouder. Nou, hier is het appeltje, en het is niet meer goed. Ik ben blij voor iedereen die christelijk wil stemmen in Gorinchem dat er gelukkig ook nog een CDA is, want het loopt eigenlijk de spuigaten uit. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, ik vind de persoonlijke aanvallen van de heer Schefferlie ookDe voorzitter: Precies. Ik denk dat we dat niet moeten doen.

Laten we op de inhoud met elkaar debatteren. Heeft u zelf nog andere zaken toe te voegen, meneer Schefferlie? Anders ga ik naar de volgende. De heer Schefferlie: Nou, voorzitter, weet u: ik merk dat u de interrupties van mijn spreektijd mag afhouden. Het gaat mij juist zo graag om de inhoud en niet om persoonlijke aanvallen waarvan ik vind dat die heel erg op deze wethouder worden afgevuurd en waarvoor u mij de ruimte zou mogen gunnen om dat te zeggen, sterker nog: B - 49

ik denk dat u ook als voorzitter van het college daar ook, zeg maar, meer mee mag opletten van hoe ver het eigenlijk gaat. Dan hoef ik dat misschien zelf minder in deze mate te doen. Nou, om dan maar tot een afronding te komen over de voorstellen die er verder nog zijn. De motie van afkeuring, nou, ik denk dat die eerder een tegenmotie van treurnis over het deel van de oppositie dat die indient verdient, dus die gaan wij in ieder geval niet steunen, dat moge helder zijn. De motie van het CDA had beter gewoon een verzoek kunnen zijn dan een motie, maar om er tegen te zijn gaat me te ver, want er wordt hier puur gevraagd om een prioriteit te geven. Aan alle wijken wordt al gewerkt en die prioriteit verdient deze wijk wel met wat we nu gezien hebben en wat hier gebeurd is. Voorzitter, daar sluit ik mijn termijn mee af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben een beetje teleurgesteld in wat hier vanavond allemaal gebeurt. Ik bedoel: meneer Schefferlie die zelf woest in het rond slaat met nare opmerkingen en dan zegt dat het zo naar is dat de oppositie van alles zegt over zijn wethouder. Dat is natuurlijk ook allemaal heel vervelend en ik denk dat dat voor een heel groot gedeelte komt omdat we hier te laat zitten, te lang bezig zijn, vanaf te vroeg, dat we niet meer scherp kunnen reageren.

Ik vind dat buitengewoon jammer, maar goed ik zal even doorgaan met de inhoud van waar we mee bezig zijn. De SP zal de eigen motie ondersteunen, de motie van afkeuring, dat zal duidelijk zijn. Wij ondersteunen het amendement van Gorcum Actief dat wij mede hebben ingediend en wij zullen in principe de motie ‘In principe welkom!’ van D66 ondersteunen. De rest van de moties en amendementen zullen wij niet verder bespreken, want die zullen wij niet steunen. Ik mag hopen dat we niet langer doorgaan, want ik vrees voor de volgende agendapunten, die we door zullen moeten racen omdat iedereen wil stoppen. Als dit nog langer doorgaat, log ik dadelijk uit. Dank u wel. De voorzitter: Ik ben voornemens om na afloop van agendapunt 7.a daarover nog een aantal dingen te zeggen. Maar nu gaan we eerst verder met dat agendapunt. Laten we proberen op de inhoud nog het een en ander toe te voegen, voor zover er nog nieuwe zaken zijn, dan wel de afhandeling van de moties en amendementen, zodat we dit punt in ieder geval snel af kunnen handelen. Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, dank u wel. Een korte reactie op al het gedebatteer. Ik blijf het bijzonder vinden dat met name de coalitiepartijen zeggen dat het geen zin heeft al te lang terug te kijken op het proces en dat we door moeten.

Ik begrijp het wel, want zo kun je het college uit de wind houden, maar controleren is toch juist terugkijken, de stappen nalopen en daar je oordeel over geven? Dat lijkt me aan de raad en ik denk dat raadsleden die een goed raadslid willen zijn dat ook doen. Ik blijf teleurgesteld zijn – maar dat zal wel weer een te groot woord zijn –, dat het zo gelopen is, want echt: we hadden een zóveel beter proces met elkaar kunnen lopen, raad en college… B - 50

De voorzitter: De heer Oostrum, interruptie. De heer Oostrum: Mevrouw Molengraaf doet het weer. Ik kan herhalen wat ik net ook zei, maar dit is al zo uitvoerig aan de orde geweest. Het gaat er niet om dat de coalitie het college uit de wind houdt, het gaat erom dat kennelijk wij wel vertrouwen hebben in het feit dat, als er goede informatie is, wezenlijke informatie, relevante gegevens, het college dat gemeld zou hebben, en die waren er niet. Zo kijken wij ernaar. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik kijk er dus anders naar en dat noem ik het college uit de wind houden. Je mag hier tegenwoordig geloof ik helemaal niet meer zoveel zeggen, maar oké. Ik vind het teleurstellend omdat ik het echt een gemiste kans vind. Ik heb uit het vorige proces, in 2015, geleerd dat juist in zo’n politiek gevoelig proces, als je dat als raad en college goed met elkaar samen op doet, dan kun je het oneens zijn over de inhoud – moet het er nou wel komen, of moet het er niet komen? –, maar je staat er met elkaar voor. Ik heb die avond in het gymnasium als heel bijzonder ervaren. Daar hebben we als raadsleden zij aan zij gestaan en de inwoners te woord gestaan. Ik vind het gewoon jammer dat die kans niet gegrepen is en ik concludeer dat reflectie in ieder geval niet de sterkste kant van de wethouder is en dat het college deze lijn steunt.

In die zin is de motie van afkeuring wat mij betreft, vanwege de gebrekkige informatievoorziening, terecht. Daar worden we het niet over eens vanavond, hij zal het ook niet halen., dat is dan wat het is. Ik ga naar de amendementen en moties. Het amendement van D66 kunnen wij niet steunen, dat zal helder zijn, omdat het over de locatie gaat. Dat gezegd hebbend, hebben wij wel de motie van D66 mede ingediend. De reden daarvoor heb ik in mijn eerste termijn denk ik heel duidelijk gemaakt: dat wij voor de opvang van asielzoekers zijn. Over amendement A2 van de Partij van de Arbeid heb ik eigenlijk nog twee vragen. U zegt: niet in het belastingkantoor, want daar hebben we zoveel reacties op gehad, dat mensen het echt niet willen. Hoe ziet u dat dan in andere wijken gebeuren? Denkt u dat de Lingewijk met vlag en wimpel asielzoekers binnen gaat halen, of welke wijk dan ook? Het zal overal weerstand oproepen, dat is namelijk altijd zo. De heer Van Breemen heeft dat al helder gezegd. De andere vraag is: in hoeverre is dit nu anders dan beslispunt 3? U zult al wel proeven dat ik niet erg sta te springen om dit amendement te steunen. Ik denk dat de Partij van de Arbeid wil reageren…. De voorzitter: Ja, ik zag de heer Hachhouch al. De heer Hachhouch: Ja, er wordt ons een directe vraag gesteld en daarop wil ik graag reageren.

Of de vlag zal uitgaan in andere wijken, weet ik niet [….] Veel mensen zijn bereid zich voor opvang in te zetten, maar niet te dichtbij en ‘niet in mijn wijk’. Daarom is het goede gesprek zo van belang. Voor mij is niet een enquête of een referendum leidend, maar echt dat goede gesprek. Ik denk dat op die manier het college en de gemeente kunnen werken aan opvanglocaties die wel haalbaar zijn. De tweede vraag was: in hoeverre is dit anders dan wat nu voorligt? Wij leggen de nadruk op de proactieve houding van het college om in gesprek te gaan en dat is anders dan hoe het nu geformuleerd is. Het is dus een meer proactieve invulling van wat er nu op papier staat.

B - 51

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dank u wel voor de toelichting, maar ik denk toch dat wij dit amendement niet gaan steunen. Ik vind het toch wel erg mager. De motie van het CDA om vooral in de Gildenwijk het een ander te gaan uitvoeren. Mevrouw Van Oversteeg zei: we moeten de sterke kanten van de wijk gebruiken om de zwakke kanten op te heffen, te compenseren, of-, nou ja: er moest iets mee. Daar moeten we misschien nog maar eens een keer over bomen, want dat vond ik wel heel bijzonder. Ik ging me meteen afvragen hoe dat er dan uit zou moeten zien. Maar ik was het zeer eens met de woorden van de heer Tekir en de woorden van de heer Van Breemen. Ik woon zelf in de Haarwijk en daar zou ook wel wat meer kunnen gebeuren denk ik. Ik zou er dan ook voor willen pleiten om dat breder te trekken en daar gewoon eens echt een goede aanloop voor te nemen. Dus wij zullen die motie ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Ik zit een beetje in het staartje, en dat is ook wel eens handig, want dan kun je soms ook aansluiten bij. Wij hebben een motie van afkeuring ingediend en de manier waarop daarop gereageerd is, is soms toch wel een beetje tekenend. Het is nou eenmaal zo dat je in de raad ook verantwoording aflegt over gevoerd beleid, en dat is geloof ik ook wat wij hier vanavond doen.

Dat we daar niet allemaal hetzelfde over denken is evident. Toch hoorde ik daarnet de voorzitter zeggen dat de manier waarop de informatievoorziening gelopen is collegebreed wordt gedragen, maar dat men het achteraf bezien wellicht beter had kunnen doen en dat de wethouder dat ook gezegd zou hebben. Alleen heb ik dat de wethouder volgens mij niet horen zeggen, dus ik was even een beetje in verwarring. Misschien kan dat dadelijk nog eventjes toegelicht worden, dan is dat ook weer uit de lucht. Blijft het feit dat wij controlerend zijn, zoals mevrouw Van Maaren al eerder opmerkte. Helaas is het er na de toelichting van de wethouder voor ons niet echt duidelijker op geworden waar we nu voor stemmen, of tegen. We voelen ons wat gemangeld door dit voorstel en de democratische waarde is wat ons betreft ver te zoeken. Wij vinden het onduidelijk, misschien zelfs wel misleidend, maar in ieder geval niet transparant. Wij hebben ook grote moeite met de manier waarop het college dit voorstel heeft geformuleerd, vandaar dat wij het amendement hebben gesteund om de beslispunten 2 en 3 te schrappen, vanwege het feit dat wij het met de bewoording niet eens kunnen zijn. Wij willen daarvoor dan ook geen verantwoordelijkheid dragen, maar dat is erg lastig, want we zullen toch voor of tegen moeten stemmen.

Wij zullen daarom tegenstemmen, gewoon vanwege het feit dat het een ontzettend slecht voorstel is. Ik kom nu even op de amendementen. Het amendement van D66 bracht ons een beetje in een lastig parket, in die zin dat, áls er t.z.t. toch asielzoekers in Gorinchem opgevangen zouden moeten worden – wat er waarschijnlijk toch wel aan zit te komen –, wij het belastingkantoor best een goede optie zouden vinden. Maar gezien de constructie van het voorstel kun je daar ook niet voor stemmen. Ik bewonder de manier waarop mevrouw Van Oversteeg met verve haar verhaal verdedigt over de Gildenwijk. Wij sluiten ons echter aan bij de motivatie van D66 en GroenLinks. Het lijkt ons wel een goed idee om over dit vraagstuk in breder verband een keer het gesprek te voeren.

B - 52

Ook met het amendement van de PvdA zullen wij niet instemmen. Wij denken daarbij ook aan de precedentwerking. En, ik heb het volgens mij eerdere sprekers ook al horen zeggen: waarom zou het in een andere wijk anders gaan dan in de Gildenwijk wat betreft de participatie van inwoners? Volgens mij heb ik alles zo gehad en ben ik aan het eind van mijn verhaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bahlmann, Stadsbelang. De heer Bahlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik wil me graag aansluiten bij de woorden van de eerdere sprekers dat we nu verder gaan met de inhoud. Ik ga nu verder met het benoemen van ons standpunt ten aanzien van de ingediende amendementen en moties. Het amendement van D66 gaan we niet steunen. De motivering daarvoor heb ik eerder vanavond gegeven. Het amendement van de PvdA zullen wij wel steunen. Stadsbelang is bereid om kleinschalige opvang in samenspraak met de inwoners mogelijk te maken. Amendement A3 van Gorcum Actief zullen we niet steunen. Met het schrappen van de benoemde punten is er geen voorstel meer en zijn we dus besluiteloos. Motie M1 van GroenLinks zullen wij niet steunen, omdat we ons niet kunnen vinden in de inhoud van deze motie. Motie M2 van het CDA zullen wij steunen, maar wij zien het als een startpunt, met uitloop naar andere Gorinchemse wijken. Dat vinden wij wel erg belangrijk.

Je moet ergens starten, en laten we dan starten in de Gildenwijk, juist vanwege het staatje dat mevrouw Van Oversteeg vanavond heeft genoemd. Motie M3 van D66 zullen we niet steunen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik wethouder Van Doesburg in tweede termijn het woord. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Als ik goed heb opgelet, heb ik eigenlijk geen nieuwe vragen gehoord, behalve de laatste vraag van mevrouw Mager of ik de uitspraak van de burgemeester onderschrijf, of zou willen herhalen, dat, als je nu terugkijkt, je anders omgegaan zou zijn met de informatievoorziening. Ja, dat heb ik wel gezegd, maar misschien net op een andere manier, want ik heb volgens mij in eerste termijn gezegd dat, als je terugkijkt op een proces, je altijd een ander perspectief hebt, omdat er namelijk voortschrijdend inzicht is, dat is één, maar de tijd heeft ook de werkelijkheid veranderd; zo werkt dat nou eenmaal. Dus met de kennis van nu kijk je daar anders naar. Ik heb dat ook al eerder aangegeven.

Zeker, de heer Van Breemen heeft gelijk: die kennismakingsgesprekken – en gelukkig gelooft hij ons ook – leveren nog geen informatie op om actief te gaan informeren, maar dan gaat zo’n proces verder, ambtenaren gaan dingen oppakken, die gaan in conclaaf met het COA, en rijpt de informatie dan niet en komt er dan toch niet een moment om te gaan informeren? Ja, dat zou kunnen, en daar is op een gegeven moment ook wel over nagedacht, maar wat ik ook tijdens de B&A, en denk ik ook wel I&O, benoemd heb, is: vergeet nou gewoon niet dat wij op 12 maart ook met z’n allen overvallen werden door die coronacrisis. Ik vind wel dat daar gemakkelijk overheen gestapt werd. De hele wereld veranderde. We hebben even alles on hold moeten zetten, we wisten niet wat ons overkwam, en dat heeft impact gehad, ook op de manier B - 53

waarop je met dit soort onderwerpen omgaat. Even alles on hold. Ik vind dat daar ook begrip voor mag zijn. En wat ik al eerder zei: als je terugkijkt, met de kennis van toen, wat we toen wisten, hebben we naar eer en geweten gehandeld, uitgaande van het uitgangspunt dat we echt hebben “wij willen deze raad altijd meenemen”. Ik zou ook niet weten welk belang er zou zijn bij het college om de raad niét te willen meenemen, dat willen we altijd doen, maar het is onmogelijk om 25 stoelen in mijn werkkamer te zetten en mijn telefoon altijd op de speaker. Er is altijd een verschil in informatie en je probeert dat zo goed mogelijk recht te zetten, naar eer en geweten, met het uitgangspunt dat ik eerder noemde. Daar mag u op vertrouwen. Ik zal kort nog even langs de amendementen en de moties lopen. Het eerste amendement, van D66. Ja, de kern van ons advies is nou net eenmaal anders, dus dat zou ik dan ook negatief willen adviseren. Het tweede amendement, van de Partij van de Arbeid – althans: in die volgorde heb ik het opgeschreven –, om beslispunt 3 proactiever te formuleren, begrijp ik en daarop kan ik positief adviseren. Het derde amendement, van Gorcum Actief, haalt precies de kern uit het voorstel. Dat willen we niet, want we vinden het nou juist belangrijk voor de inwoners om de duidelijkheid te verschaffen die dit negatieve advies enerzijds wel schept.

Ten aanzien van de motie-Gildenwijk van het CDA volg ik het betoog van mevrouw Van Oversteeg. Ja, er liggen van alle wijken wijkscans, er ligt over alle wijken informatie, en de intentie is ook om voor alle wijken integrale actieplannen op te leveren. Maar op grond van wat er uit de wijkscans komt die al bij de woon- en transformatievisie zaten bijgesloten, en hoe dat vertaald is weer in het project ‘Kijk op de wijk’, dat doorloopt en waarin we nog wel meer informatie op zullen halen en daarmee ook bij u als raad terug zullen komen, snap ik de gedachte dat je zegt: op basis van de kengetallen en kenmerken Gildenwijk, dat je die prioriteit zou willen geven. Dus een positief advies. De motie van D66 geeft weer te veel ruimte eigenlijk als het gaat over kleinschaligheid in relatie tot het derde beslispunt, en dat is een punt dat wij toch ook wel onderbouwd-, ook wel daarbij de regionale lijn volgend van Zuid-Holland Zuid , maar ook breed ZuidHolland, waarbij ook gesteld wordt dat de nood aan de man is voor 2500 opvangplekken. Als je dat omslaat naar het aantal gemeenten in Zuid-Holland, kom je op minder dan 50 vluchtelingen per gemeente. Dus als we dat echt in gezamenlijkheid als gemeenten op zouden pakken, kunnen we dat op deze manier met kleinschaligheid aan. Over de motie van afkeuring heb ik, denk ik, voldoende gezegd… De voorzitter: De heer Tekir, interruptie.

De heer Tekir: Ik zal het kort houden, maar ik wil wel even een punt verduidelijken, omdat de wethouder reageert op de kleinschaligheid die inderdaad in het amendement van de Partij van de Arbeid is genoemd. Dat doen wij niet. Daarmee pleiten wij niet per se voor grootschaligheid, alleen: wij laten dat los. Wij laten het afhankelijk van het gesprek met omwonenden, het gesprek met de stad, en de locatie die je dan vindt en dan bepaalt welke aantallen je kunt huisvesten. Dus dat wilde ik graag even rechtzetten in de alternatieve motie die we straks mogelijk in stemming zullen laten brengen.

B - 54

Wethouder Van Doesburg: Dank u wel voor die toevoeging. Eerlijk gezegd vind ik dat te ingewikkeld om er uitgesproken positief of negatief over te oordelen. Ik laat het aan de raad om daarin de juiste keuze te maken. De motie van afkeuring doet naar mijn mening onvoldoende recht aan de manier waarop dit college naar eer en geweten gehandeld heeft. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Hiermee hebben we de beantwoording van de wethouder gehad en kunnen we overgaan tot stemming. Ter besluitvorming liggen voor een drietal amendementen, een tweetal moties en een raadsvoorstel. Blijkens artikel 26 lid 3 van het reglement van orde dient het meest verstrekkende amendement als eerste in stemming te worden gebracht. Dat wordt dan amendement A3, ‘Opvang asielzoekers in voormalig belastingkantoor Gildenwijk’ van Gorcum Actief, VVD, ChristenUnie/SGP, SP en de fractie Van Maaren. Daarna is amendement A1 van D66 aan de orde, ‘Wel welkom’. Ten slotte hebben we amendement A2 van de PvdA, ‘Gorinchem, veilige thuisvesting’. Als stemmingsnummer trek ik 25, zodat de heer Van Willigen als eerste aan de beurt van stemmen is. Amendement A3 wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 16 tegen 9 stemmen verworpen.

Tegen hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Van Breemen, Chaaby, Hachhouch, Hassouna, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland, Schefferlie en Tekir. Voor hebben gestemd de heer Barth, de dames Dansen, Hamann, Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen, mevrouw Stevens en de heer Wientjes. Amendement A1 wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 21 tegen 4 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Barth en Chaaby, mevrouw Dansen, de heer Hachhouch, mevrouw Hamann, de heer Van der Lee, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heren Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan, de heren Roeland, Van Santen en Schefferlie, mevrouw Stevens en de heer Wientjes. Voor hebben gestemd de heren Van Breemen, Hassouna, Koçak en Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. Is dit dan het moment waarop wij onze motie kunnen indienen? De voorzitter: Laten we dat doen bij de moties en nu eerst de amendementen afwerken. Amendement A2 wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 13 tegen 12 stemmen aanvaard.

B - 55

Voor hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Chaaby, Hachhouch, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland en Schefferlie. Tegen hebben gestemd de heren Barth en Van Breemen, de dames Dansen en Hamann, de heer Hassouna, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen, mevrouw Stevens en de heren Tekir en Wientjes. De voorzitter: Ik begrijp dat de heer Tekir nu met een nieuwe motie wil komen. Klopt dat? De heer Tekir: Ja, voorzitter. Het amendement is verworpen, dus wij willen graag een alternatieve motie in stemming brengen. De motie wordt mede ingediend namens ChristenUnie/SGP en luidt als volgt: Motie M3: In principe welkom! De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 18 februari 2021. Ondergetekende(n) stelt/stellen de volgende motie voor waarmee de gemeenteraad een principe-uitspraak doet. Als het COA een beroep doet op de gemeente Gorinchem om vluchtelingen op te vangen, dan: is de gemeenteraad van Gorinchem in principe bereid om vluchtelingen op te vangen op een daartoe geschikte locatie in de stad, waarbij de locatiekeuze wordt bepaald in overleg met inwoners.

De voorzitter: De volgorde van de moties is als volgt: we beginnen met de motie van afkeuring (M1), vervolgens de motie ‘Actieplan voor de Gildenwijk’ (M2) en ten slotte de zojuist ingediende motie ‘In principe welkom!’ (M3). Motie M1, motie van afkeuring, wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 15 tegen 10 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Chaaby, Hachhouch, Hassouna, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland, Schefferlie en Tekir. Voor hebben gestemd de heren Barth en Van Breemen, de dames Dansen, Hamann, Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen, mevrouw Stevens en de heer Wientjes. Motie M3 wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 13 tegen 12 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Chaaby en Van der Lee, de dames Van Maaren en Mager, de heren Van Mourik en Oostrum, mevrouw Pellikaan en de heren Roeland, Van Santen, Schefferlie en Wientjes. Voor hebben gestemd de heren Barth en Van Breemen, mevrouw Dansen, de heer Hachhouch, mevrouw Hamann, de heren Hassouna en Koçak, mevrouw MolengraafVullers, de heer Onvlee, de dames Van Oversteeg en Stevens en de heer Tekir. Stemverklaringen:

B - 56

De heer Oostrum: Voorzitter. Ik ben tegen omdat in de motie staat ‘na verzoek van het COA’. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Wij stemmen voor de motie, hoewel het een breder gesprek vraagt. Dat zie ik ook wel terug in de motie, maar wij willen door deze motie te steunen aangeven dat wij ook onze verantwoordelijkheid hierin voelen. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik ben tegen vanwege de voorkeur voor kleinschaligheid. De voorzitter: Aan de orde is ten slotte het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel wordt hoofdelijk in stemming gebracht en met 13 tegen 12 stemmen aanvaard. Voor hebben gestemd de heren Van Willigen, Bahlmann, Chaaby, Hachhouch, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland en Schefferlie. Tegen hebben gestemd de heren Barth en Van Breemen, de dames Dansen en Hamann, de heer Hassouna, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen, mevrouw Stevens en de heren Tekir en Wientjes. Stemverklaringen: Mevrouw Hamann: Graag een korte stemverklaring. Wij zijn voor duidelijkheid voor de wijk. We vinden dat er een brief naar de bewoners moet worden gestuurd per direct, maar we zijn tegen dit voorstel, omdat het één grote mist optrekt. Wij stemmen dus tegen. Sluiting

De voorzitter: Dames en heren. Zoals ik al had aangekondigd in de appgroep, wil ik nogmaals de vraag aan de orde stellen of wij deze vergadering wel of niet moeten voortzetten vandaag. Bij de eerdere stemming werd door enkele raadsleden al opgemerkt dat het toch niet zo kan zijn dat raadsleden om redenen van werk of gezondheid af moeten haken terwijl het debat gewoon doorgaat. Ik wil me daarbij aansluiten. Het is inmiddels ruim kwart over twaalf, er zijn nog de nodige agendapunten te gaan en na ruim vijf uur vergaderen slaat de vermoeidheid toe. Daarnaast wil ik ook mijn verantwoordelijkheid nemen voor de ambtenaren die hier moeten zijn ter ondersteuning. Wij zijn hier als raad bijeen om het goede gesprek te voeren over belangrijke punten die hier aan de orde komen en ik betwijfel of wij na twaalven en zoveel uren vergaderen nog goede besluiten kunnen nemen. Ik doe daarom een dringend appel op u om deze vergadering nu te beëindigen en dinsdagavond verder te gaan. Wie hierop tegen is, kan dat nu melden, maar liever niet! Ik hoor niets meer en daarmee is deze vergadering gesloten. Dinsdagavond gaan we verder en daar krijgt u een uitnodiging voor. Ik dank u voor uw bijdragen aan de debatten (00:18 uur). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Gorinchem op 23 april 2021. B - 57

De griffier,

B - 58

De voorzitter,

Sprekersindex: Bahlmann, B.C.S, 26, 34, 52 Breemen, R.J.J. van, 17, 43, 44 Dansen, mw. E.L., 9, 22, 50 Doesburg, R.P. van, 10, 11, 26, 27, 28, 29, 30, 35, 36, 53, 54 Hachhouch, M.A., 15, 32, 39, 40, 51 Hamann, mw. E.W.H., 16, 31, 32, 34, 42, 43, 45, 46, 48, 57 Hassouna, M.S., 8 Kraaijeveld, E.C.M., 11 Maaren, mw. A.P. van, 20, 31, 34, 47 Mager, mw. A., 25, 28, 32, 41, 52 Molengraaf-Vullers, mw. M.J., 23, 24, 28, 29, 30, 31, 33, 36, 37, 40, 46, 48, 49, 50, 51 Onvlee, L.A., 40 Oostrum, J.C., 37, 44, 50, 56 Oversteeg, mw. J. van, 19, 31, 33, 38, 42, 43, 45, 46, 47, 56 Santen, N. van, 8 Schefferlie, P.C.J., 21, 33, 34, 47, 48, 49, 56 Stevens, mw. D., 7, 12 Tekir, I., 6, 8, 10, 14, 35, 37, 38, 39, 43, 47, 54, 55 Wientjes, C.J.J., 41, 42 Zwaan, mw. I., 4, 7

B - 59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=13259e16-42b0-4112-9547-1a66e2c03401