CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-975886 Jaarstukken 2024

Parallelsessie zaal 7 26 juni 2025, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Jaarstukken 202432.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

190 V

Vanuit de centrumgemeente is voor Beschermd Wonen € 190.000 meer ontvangen

78 V

In 2024 heeft met twee subsidepartijen een verrekening plaatsgevonden van te hoog vastgestelde subsidies in 2023.

Het positief saldo van programma 7 wordt voor een belangrijk deel bepaald door het positief resultaat op de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Aan de Kleine Schelluinse Kade is in 2024 een opvanglocatie gevestigd. Op termijn zal deze locatie weer in oorspronkelijke staat moeten worden gebracht. Dat geldt mogelijk ook voor andere opvanglocaties. Via bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 wordt voorgesteld om hiervoor een bedrag van € 1.000.00 te reserveren. Conform de afspraak de budgetten van het programma Sociaal Domein te verrekenen met de Reserve Sociaal Domein wordt voorgesteld om het restant van € 4,3 mln. via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 toe te voegen aan de reserve Sociaal Domein.

59

Jaarstukken 2024 In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)

Budget

Realisatie t/m 2023

Realisatie 2024

Totaal realisatie

Verschil

Gereed

Uitbreiding en verbouwing Elzenhof

50

0

0

0

50

Totaal lasten

50

0

0

0

50

V

Totaal investeringen

50

0

0

0

50

V

Lasten V

Nee

In onderstaande tabel staan de subsidies vermeld, die binnen dit programma zijn verstrekt. Subsidies (bedragen x € 1.000)

Bedrag

Bliek in actie

18

De sociale basis

78

Slachtofferhulp Nederland

14

Stichting RADAR

14

Antes Zorg B.V.

108

St. Chris en Voorkom!

5

Ouderenbeleid

18

Platform gehandicapten

5

Odensehuis

29

St.ChillAut Leerdam

4

De Zonnebloem

3

St. Samen Eén

14

St. Stalkaarsen

4

Humanitas

161

St. Boukie

110

van Andel Spruijt Natuurcentrum

15

St. Rozenobel

33

St. Behoud de Bogerd

10

St. Fluxus

16

St. Jeugdhaven Gorcum

45

Gorinchemse Zeeverkenners

10

St. Scouting A.P.V.

10

Jong JGZ

91

St. Klussendienst Ouderen

142

Leger des Heils

26

Stichting Munio

5

Mee Vivenz

65

Telefoonkring Gorinchem

1

St.Atelier Gorinchem

5

Seniorencafé

3

Hospice-vtz Gorinchem & omstreken

18

ASVZ Zuid-West

14

St. Syndion

14

Zorgbelang Inclusief

10

60

Jaarstukken 2024 Subsidies (bedragen x € 1.000)

Bedrag

St.Philadelphia Zorg

10

St. Adviesgroep WMO

4

St. MEE Plus

73

St. de Gezel

78

St. de Inspiratiecompagnie

87

Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid

113

Yulius

258 1.741

2.7.4

Met welke verbonden partijen doen we dit samen?

• GR DG&J • GR AVRES

61

Jaarstukken 2024

2.8

Programma 8 Duurzaamheid

Nr.

Taakveld

Portefeuillehouder

7.2

Riolering

Mark de Boer

7.3

Afval

Mark de Boer

7.4

Milieubeheer

Mark de Boer

7.5

Begraafplaatsen en crematoria

Fatih Polatli

2.8.1

Wat hebben we bereikt met het programma Duurzaamheid?

Doel Uit het collegeprogramma: We zetten ons maximaal in voor het realiseren van onze en regionale klimaatambities. Dit is belangrijk voor ons allemaal. We zetten onze schouders eronder en werken zowel aan de energietransitie als aan het verminderen van CO2-uitstoot. We vinden het belangrijk om dat te doen met draagvlak in de samenleving. Daarom willen we de lusten en lasten eerlijk verdelen. De acties die we inzetten zijn breed. We werken aan energiezuinig wonen en duurzame opwek van energie, zoveel mogelijk in lokaal eigendom. We betrekken inwoners en bedrijven om zo samen te werken aan een toekomstbestendige, duurzame stad. We gaan door het met invoeren van het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid. Daarmee houden we grip op de lokale lasten en voorkomen we een forse stijging van afvalstoffenheffing. Het betekent dat we allemaal aan de slag moeten om onder de 100 kg restafval per persoon te komen. Ook maken we een aanpak om bijplaatsingen naast de afvalcontainers te voorkomen. Samen met bedrijven en inwoners verbeteren we de luchtkwaliteit en werken we aan een schone lucht. Het zorgt voor een fijne woonomgeving. Maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan grenzen van gemeenten. Ze zijn gemeente overstijgend en vragen daarom om een stevige samenwerking. Daar zetten we vol op in. We versterken onze relaties in de regio en de verschillende overheden.

We doen dat niet alleen, maar ook samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners in onze stad. We werken onze regionale strategie uit, om zichtbaar te maken waar we op welke regionale schaal aan werken.

62

Jaarstukken 2024

Maatschappelijke effecten Indicator (x=onbekend) B/F

Gerealiseerd

Soort

2021

2022

2023 Streefwaarde Realisatie 2024 2024

Omvang huishoudelijk restafval

Kg/inwoner

PI

240

226

212 180

133

Hernieuwbare elektriciteit B

%

PI

8

11

x 13

N.N.B.

Indicator

Toelichting

Omvang huishoudelijk restafval

De invoering van Diftar werpt duidelijk vruchten af. Een aantal jaren geleden, bij de besluitvorming over het nieuwe afvalbeleid, was er sprake van 221 kilo restafval. Uit de cijfers van 2024 blijkt dat het aantal restafvalkilo’s drastisch is afgenomen en wel naar 133 kilo per inwoner. Met z’n allen zijn we op de goede weg naar onze doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner in 2025.

B

63

Jaarstukken 2024

2.8.2

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Concrete voornemens Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

Duurzaamheid 1. We zetten in op een zo optimaal mogelijk windpark op GorinchemNoord, als alternatief voor Avelingen. 2. Uitvoering RES 1.0 4. We streven ernaar dat de omgeving (stad en regio) maximaal profiteert van nieuwe energieprojecten. Dat gaan we borgen in beleid. 5. We brengen de knelpunten rondom en kansen van de energietransitie in beeld, zoals netcapaciteit, de verhouding tussen verduurzaming en ecologie en de mogelijkheden van energieopslag. 6. We helpen bedrijven die aan de slag willen met waterstof. We ondersteunen een werkgroep met koplopers. 7. We komen met een lokale aanpak energiebesparing met de nadruk op RIB bewustwording rondom energiegebruik en isolatiemaatregelen. We sluiten ons hiervoor aan bij het landelijke isolatieprogramma. 8. We stellen een Warmteprogramma op. Uiterlijk 2026 willen we deze gereed hebben. En werken die nader uit in uitvoeringsplannen per wijk. 9. We sluiten het stadhuis aan op het warmtenet.

10. We werken toe naar en uitbreiding van het warmtenet in fase 2, mede ondersteund vanuit het nationaal Groeifonds. 11. Samen met de Omgevingsdienst voeren we toezicht en handhaving uit op de verduurzamingsplicht van bedrijven, zoals het voldoen aan energielabel C. Milieu 1. We zetten de invoering van het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid door. Daarvoor zetten we de volgende stappen: 1f. We voeren het recycletarief in.

2. We zetten extra in op communicatie en voorlichting over het nieuwe afvalsysteem. 3. We zetten extra in op het voorkomen van bijplaatsingen en focussen ons op de hotspots. 4. We werken aan een circulaire economie en geven zelf het goede voorbeeld. Door in te zetten op circulair inkopen, een circulair afvalsysteem en meer aandacht voor circulariteit in de bouw. 5. We stellen samen met de Omgevingsdienst beleid op voor externe veiligheid.

64

Jaarstukken 2024 Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

6. In de omgevingsvisie en (later in) het omgevingsplan nemen we afspraken op over een betere luchtkwaliteit.

RB

2.8.3

Wat heeft dit gekost?

Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

TV72 Riolering

3.396

3.345

3.465

3.922

457 N

TV73 Afval

6.205

5.604

6.170

5.846

324 V

TV74 Milieubeheer

2.868

2.543

5.757

4.199

1.558 V

TV75 Begraafplaatsen en crematoria

465

480

503

524

21 N

Lasten Duurzaamheid

12.934

11.972

15.895

14.490

1.405 V

TV72 Riolering

3.934

3.909

3.909

4.368

459 V

TV73 Afval

5.839

5.934

5.978

5.896

83 N

888

698

2.955

1.403

1.552 N

TV74 Milieubeheer TV75 Begraafplaatsen en crematoria

331

517

567

375

192 N

Baten Duurzaamheid

10.991

11.058

13.409

12.042

1.367 N

Totaal saldo van baten en lasten

-1.943

-915

-2.486

-2.448

38 V

Stortingen reserves

364

243

243

243

0V

Onttrekkingen reserves

1.003

248

796

770

26 N

Resultaat

-1.304

-909

-1.933

-1.921

12 V

Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

Verdeling Toelichting bedrag

Lasten TV72 Riolering

457 N

427 N

In 2024 is € 456.000 meer aan rioolbelasting ontvangen dan begroot, volledig uit niet-woningen. Na verrekening van extra kosten wordt € 427.000 extra gestort in de egalisatievoorziening riolering.. Op deze manier blijven middelen ontvangen uit rioolbelasting behouden voor uitgaven op het gebied van riolering.

TV73 Afval

324 V

300 V

Het nieuwe afvalstoffenbeleid leidt tot een lager en beter gescheiden aanbod van afval en tot een afname van het afvaltoerisme richting Gorinchem. Dit leidt per saldo tot lagere verwerkingslasten van € 300.000.

84 N

O.a. door stelselmatig bijplaatsen van afval en verpakkingsmaterialen in 2024 heeft Waardlanden substantieel meer afvalrondes moeten rijden. Dit heeft geleid tot extra kosten van € 84.000.

61 V

Door een terug ontvangen subsidie voor zwerfafval van Waardlanden van € 65.000 zijn de kosten voor het legen van de prullenbakken € 61.000 lager dan geraamd.

44 V

De specifieke uitkering circulaire ambachtscentra om vanuit de transitieagenda Consumptiegoederen in 2030 een landelijk dekkend netwerk te hebben van circulaire ambachtscentra zijn niet volledig besteed en gaan terug naar het Rijk. Zie ook baten.

65

Jaarstukken 2024 Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

TV74 Milieubeheer

1.558 V

Verdeling Toelichting bedrag

533 V

Voor de aanpak van energiearmoede zijn middelen ontvangen die nog niet volledig zijn benut. Hier staat aan de batenkant een nadeel tegenover van € 533.000 op TV74 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2025.

384 V

Voor het nationaal isolatieprogramma zijn middelen ontvangen die nog niet volledig besteed zijn. Hier staat aan de batenkant een nadeel tegenover van € 384.000 op TV74 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2025.

269 V

Dit betreft middelen voor Klimaatadaptatie die nog niet volledig benut zijn. Ook hier staat aan de batenkant een nadeel tegenover van € 269.000 op TV74 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2025.

349 V

Dit betreft resterende middelen van de Klimaatgelden. Aan de batenkant staat hier een nadeel tegenover van € 349.000 op TV74 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2025.

64 N

Het aantal vergunningen waarvoor OZHZ-diensten heeft moeten verlenen was groter dan verwacht. Dit leverde een nadeel op van € 64.000.

47 V

Dit voordeel is ontstaan door het niet volledig benutten van het budget energietransitie woningen. Dit budget was ter beschikking gesteld uit de reserve duurzaamheid. Hierdoor zal de onttrekking lager zijn dan begroot.

Baten TV72 Riolering

459 V

456 V

Zie toelichting lasten TV72 € 427.000 N.

TV73 Afval

83 N

44 N

Het niet bestede restant van de middelen specifieke uitkering circulaire ambachtscentra wordt gerestitueerd aan het Rijk. Zie ook lasten.

39 N

De baten uit de afvalstoffenheffing 2024 zijn € 39.000 lager dan geraamd.

TV74 Milieubeheer

1.552 N

1.535 N

Dit betreft de nadelen vanuit energiearmoede, het isolatieprogramma, klimaatadaptatie en de klimaatgelden zoals bij de lasten TV74 beschreven.

TV75 Begraafplaatsen en crematoria

192 N

193 N

Van de ontvangsten uit begraafrechten betreft het grootste deel afkoopsommen. Deze afkoopsommen komen ten gunste van de voorziening en vallen verspreid over meerdere jaren vrij. Het deel afkoopsommen was hoger dan verwacht waardoor er een nadeel is ten opzichte van de begroting.

Onttrekkingen reserves

52 N

47 N

Er is minder onttrokken aan de reserve duurzaamheid als gevolg van het budget energietransitie woningen.

66

Jaarstukken 2024 In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)

Budget

Realisatie t/m 2023

Realisatie 2024

Totaal realisatie

Verschil

Gereed

GRP 2021

1.175

896

278

1.174

1

GRP 2022

1.075

346

398

744

331

V Nee

GRP 2023

1.000

24

8

32

968

V Nee

GRP 2024

1.000

0

0

1.000

V Nee V Nee

Lasten V

Ja

Beschoeiing de Wetering Dalem

243

0

33

33

210

Watercapaciteit

75

17

57

74

1

V

Totaal lasten

4.568

1.283

774

2.057

2.511

V

GRP 2021

1.175

896

278

1.174

GRP 2022

1.075

346

398

744

331 N Nee

GRP 2023

1.000

24

8

32

968 N Nee

GRP 2024

1.000

0

Totaal baten

4.250

1.266

684

1.950

2.300 N

318

17

90

107

211

Ja

Baten

Totaal investeringen

0

1 N

1.000

Ja

Nee V

GRP 2021, 2022, 2023 en 2024 Er is achterstand opgelopen in de uitvoering van het GRP 2021-2025. Het vervangingsbudget GRP 2021 kan gereed worden gemeld. De resterende budgetten 2022-2024 blijven beschikbaar en de werkzaamheden zullen later worden uitgevoerd. Beschoeiing de Wetering Dalem De voorbereiding van dit project is in 2024 gestart. Begin 2025 wordt het aanbesteed en in de loop van dat jaar uitgevoerd. In de onderstaande tabel staan de subsidies vermeld, die binnen dit programma zijn verstrekt. Subsidies (bedragen x € 1.000) EHBO

Bedrag 2

Antes Zorg

5

van Andel Spruijtcentrum

100 107

2.8.4

Met welke verbonden partijen doen we dit samen?

• GR DG&J • GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid • GR Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken • GR Reinigingsdienst Waardlanden

67

Jaarstukken 2024

2.9

Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing

Nr.

Taakveld

Portefeuillehouder

8.1

Ruimtelijke Ordening

Mark de Boer / Attie Mager

8.2

Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)

Marjo Molengraaf

8.3

Wonen en bouwen

Eva Dansen

2.9.1

Wat hebben we bereikt met het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing?

Doel Uit het collegeprogramma: We ontwikkelen Gorinchem met oog op de toekomst. We doen dat met behulp van onze nieuwe omgevingsvisie. Daarin maken we afspraken hoe we met onze ruimte om gaan. Met de invoering van de Omgevingswet leggen we ook vast hoe we hier met de stad en onze partners in samenwerken. Als we bouwen of de stad onderhouden gebeurt dat klimaatbewust en toekomstgericht. Je ziet dat de stad groener wordt en dat er ruimte is voor biodiversiteit. Maar het betekent ook dat we de aanpak van vandaag zoveel mogelijk rekening houden met de ruimtevraag of ontwikkelingen die we op ons af zien komen. Denk hierbij niet alleen aan ruimte voor groen maar ook ontwikkelingen als nieuwe ruimtevragers: uitbreiding energienetwerk, nieuwe vormen van energie, een warmtenet of elektrisch vervoer. De ruimte in onze stad is schaars. Tegelijkertijd hebben we genoeg ambities om ruimte te ontwikkelen voor wonen en werken in onze stad. We willen en moeten slim met de ruimte om gaan. We realiseren het bedrijventerrein Groote Haar. Hier ontwikkelen we een plaats waar bedrijven zich kunnen vestigen. Om ruimte te krijgen om meer woningen te bouwen, veranderen we het bedrijvengebied aan de Arkelsedijk, het Stationsgebied en de Schelluinsestraat naar een gebied waar ook woningen kunnen worden gerealiseerd. De verschillende projecten zijn afhankelijk van elkaar.

Daarom zorgen we voor een goede routekaart: wanneer gaan we wat waar doen. De routekaart biedt een slimme aanpak met een realistische planning. Dit noemen we ook wel stedelijk programmeren. We werken daarin samen met inwoners en ondernemers en met onze regio. We ontwikkelen tenslotte niet alleen voor onze eigen stad, maar doen dat in relatie met onze omgeving. We werken aan een woning voor iedereen en aan een stad waar het prettig wonen is. Het betekent dat we woningen willen voor al onze inwoners, die allemaal verschillende woonbehoeften hebben. Van betaalbare woningen tot woningen in het duurdere segment. We houden daarbij rekening met de meest kwetsbare

68

Jaarstukken 2024 inwoners. Om dit te realiseren zetten we stevig in op doorstroming op de woningmarkt, met aandacht voor doelgroepen als ouderen en jongeren. Daarbij willen we diversiteit in woningen om vitale en krachtige wijken te realiseren. We werken met Poort6, ontwikkelaars en initiatiefnemers samen aan de uitbreidingsopgave, de beschikbaarheid van woningen en de betaalbaarheid van deze huizen. Ook werken we aan het verduurzamen van de woningen. Ook in de buitenruimte werken we vanuit de doelstellingen van duurzaamheid. We richten ons op de toekomst en daarbij een aanpak die bijdraagt aan ons klimaat. De kwaliteit van de buitenruimte houden we op niveau. Zodat onze stad schoon, heel en veilig is en toegankelijk is, ook voor mensen met een mobiliteitsbeperking. We willen de grootste irritaties van inwoners aanpakken. Hierbij zoeken we ook naar het vernieuwen en verbeteren van de aanpak; wijkgericht, slimmer (digitaal en datagedreven) en duurzamer. We laten de inwoners (weer) trots zijn op onze stad omdat het prettig is om hier te wonen en te verblijven.

Maatschappelijke effecten Indicator

B/F

Eenheid

Soort

2021

2022

2023 Streefwaarde Realisatie 2024 2024

Gemiddelde WOZ-waarde

B

€ x 1000

PI

243

261

312 324

345

Nieuw gebouwde woningen

B

Aantal per 1.000 woningen

PI

10

11

9 11,2

13

Demografische druk

B

%

PI

68

68

68 67,9

69

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden

B

in €

PI

696

797

880 868

878

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

B

in €

PI

801

905

995 985

1.009

69

Jaarstukken 2024

2.9.2

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Concrete voornemens Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

Ruimtelijke ordening 1. We maken een ruimtelijke visie voor Gorinchem, een zogeheten omgevingsvisie. Er komt al snel een eerste visie, die we deze periode verder door ontwikkelen. 2. We stellen een lokale klimaatadaptatiestrategie op en nemen concrete maatregelen tegen hittestress, droogte en wateroverlast. 3. We willen de biodiversiteit versterken en stellen daarom een stadsecoloog aan die ons gaat adviseren. 4. We gaan duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en waterveiligheid beter borgen in de ruimtelijke ontwikkeling. We starten met een toetsingskader.

RB

5. We gaan extra bomen planten. We streven naar een toename van 1% van het aantal bomen per jaar. Dat zijn ongeveer 180 bomen per jaar. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan het terugdringen van onze CO2-uitstoot. CB

6. We anticiperen op de toekomstige ruimtevraag voor de energietransitie en komen hiervoor met een plan van aanpak. 7. Participatie is onder de Omgevingswet een verantwoordelijkheid van de bouwer/ontwikkelaar. We verplichten die participatie en verbinden hier heldere voorwaarden aan. Stedelijke ontwikkeling 1. We gaan stedelijk programmeren: We maken een plan op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van onze stad, waarin zichtbaar wordt welke ontwikkeling wanneer en waar plaatsvindt en welke rol de gemeente daar in heeft. Ontwikkelingen zoals de Arkelsedijk, het Stationsgebied, Linge II Zuid en de Schelluinsestraat krijgen hierin een plek, zodat duidelijkheid ontstaat over wanneer wat gaat gebeuren in deze gebieden. Hiervoor maken we eerst een vlekkenplan met wat waar gaat gebeuren. De planning hiervan heeft een relatie met de planning van het opstellen van de omgevingsvisie. 10. Samen met de Omgevingsdienst voeren we toezicht en handhaving uit op de verduurzamingsplicht van bedrijven, zoals het voldoen aan energielabel C. 2. We realiseren de openbare ruimte en infrastructuur op het nieuwe bedrijventerrein Groote Haar. 3. We stellen een actueel ambitiedocument op voor Groote Haar, met aandacht voor economie en duurzaamheid en aandacht voor de ‘schuifruimte’ om op andere plekken in de stad woningen te kunnen (her)ontwikkelen. 4.

We stellen een nieuw uitgiftebeleid en -protocol op voor de verkoop van grond op Groote Haar. 5. We zetten in op (her)ontwikkeling van de Schelluinsestraat om zo bedrijven te laten groeien en in de toekomst in een deel van het gebied wonen mogelijk te maken. Vanuit de ondertekende samenwerkingsovereenkomst met vastgoedeigenaar en ontwikkelaar CTP werken wij naar een masterplan voor dit gebied.

70

RB

Jaarstukken 2024 Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

Wonen en volkshuisvesting 1. We zetten de starterslening voort. 2. We doen een voorstel voor de inzet van instrumenten op de woningmarkt. 3. We zetten in het kader van de Nationale Woon- en bouwagenda en de Regionale Realisatieagenda in op het versnellen van de woningbouw, de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen en op doorstroming. Onderdeel hiervan wordt om naar verwachting voor 1 januari 2026 (verplicht) een volkshuisvestingprogramma op te stellen. 4. We stellen een woon-zorgvisie op. 5. We geven invulling aan de nieuwe taken en bevoegdheden naar aanleiding van de invoering van de Wet Goed Verhuurderschap. 6. We werken met Poort6 en HP6 aan het uitvoeren van de prestatieafspraken en maken jaarlijks een nieuwe jaarschijf met afspraken voor dat jaar. 7. We bieden medewerking aan de meerjarige afspraken ‘woonproducten psychisch kwetsbare doelgroepen’ in de regionale Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2023-2030. Onderdeel daarvan is het uitvoeren in 2023 van een haalbaarheidsonderzoek naar de realisatie van een Skaeve Huse-woonlocatie in Gorinchem. 8. We herzien de urgentieverordening Regio AlblasserwaardVijfheerenlanden. 9. We stimuleren inwoners hun woning te verduurzamen, door middel van campagnes, energiebesparingsacties en de inzet van energiecoaches. Leefbaarheid en buitenruimte 1.

We gaan aan de slag met de benodigde onderhoudsinhaalslag voor verhardingen zoals fiets- en voetpaden, zodat onze stad schoon, heel en veilig is. 2. We introduceren een stadsconciërge voor een frisse, schone en gastvrije stad, die de grootste irritaties direct kan oppakken. 3. We vervangen onze buitenverlichting met LED-lampen, zo verminderen we het energieverbruik met 78% en nemen onderhoudskosten af. Dit doen we gebiedsgewijs. 5. We werken met partners aan oplossingen om het plaatsen van oplaadvoorzieningen in de openbare ruimte te versnellen. Daarnaast actualiseren we het laadpalenbeleid, waarbij we kijken naar de gehele opgave op gebied van laadinfrastructuur en onderzoeken we hoe we willen omgaan met voorzieningen voor snel laden en verlengde private aansluitingen. 6. We vernieuwen elk jaar een wijk op het gebied van speeltuinen en spelen, in samenwerking met bewoners en met aandacht voor vernieuwing en verduurzaming. 7. We gaan, in samenwerking met Waardlanden, alledaagse ergernissen tegen door uitvoering te geven aan de prioriteiten van het Vergunningverlening-, toezicht-, en handhavingsbeleid (VTH-beleid). We herzien het VTH-beleid en stellen een nieuw beleid op.

71

Jaarstukken 2024 Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

8. We stellen de Woelse Waard open voor onze inwoners en maken met de betrokken Rijkspartners en eigenaren goede beheerafspraken. 9. We zorgen in overleg met buurtbewoners de komende jaren voor extra ontmoetings bankjes in de openbare ruimte. CB 10. We stellen een plan van aanpak voor dierenwelzijn op. Raadsagenda RB Starterswoningen.

Nr.

Toelichting voortgang

Stedelijke ontwikkeling 1.

Het stedelijk programmeren is door het wegvallen van cruciale personele bezetting voorlopig “on hold” gezet.

Raadsagenda Starterswoningen

2.9.3

De planning is vertraagd, mede door uitloop van het woonbehoefteonderzoek en uitval van capaciteit op wonen. De eerste helft van 2025 is een voorstel voor de starterslening aan de raad aangeboden. Daarna gaan we met de raad in gesprek over de resultaten van het onderzoek naar (mogelijkheden voor) starters op de woningmarkt

Wat heeft dit gekost?

Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

TV81 Ruimtelijke Ordening

1.251

1.399

1.423

1.494

71 N

TV82 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)

2.108

578

1.706

2.084

378 N

TV83 Wonen en bouwen

2.959

2.567

3.119

2.982

136 V

Lasten VROSV

6.317

4.544

6.247

6.560

313 N

TV81 Ruimtelijke Ordening

163

9

54

86

32 V

TV82 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)

2.555

1.064

2.062

2.703

641 V

TV83 Wonen en bouwen

2.391

1.346

2.287

2.657

370 V

Baten VROSV

5.109

2.418

4.402

5.445

1.043 V

Totaal saldo van baten en lasten

-1.208

-2.126

-1.844

-1.114

730 V

Stortingen reserves

1.077

783

624

589

35 V

135

209

200

191

9N

-2.151

-2.700

-2.268

-1.513

756 V

Onttrekkingen reserves Resultaat Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

Verdeling Toelichting bedrag

Lasten TV81 Ruimtelijke Ordening

72

71 N

47 N

Dit wordt veroorzaakt door een overbesteding van het budget Stedelijke Vernieuwing.

Jaarstukken 2024 Taakveld (bedrag x € 1.000)

TV82 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein) TV83 Wonen en bouwen

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

Verdeling Toelichting bedrag

378 N + 641 V = 263 V

136 V

331 V

Uitgaven in de grondexploitatie beïnvloeden de boekwaarde van de grondexploitatie. Daarom wordt de toelichting geschreven op basis van het saldo van baten en lasten. Dit betreft een winstneming voor Lingewijk Noord

45 N

Dit betreft extra lasten uit hoofde van projectontwikkeling Lingeoevers.

93 V

Dit betreft een onderbesteding van het budget volkshuisvestingsbeleid

Baten TV82 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)

378 N + 641 V = 263 V

TV83 Wonen en Bouwen

370 V

Zie toelichting lasten TV82

212 V

De leges van bouwvergunningen hebben € 212.000 meer opgeleverd dan begroot.

69 V

De opbrengsten van welstandstoetsingen zijn € 69.000 hoger uitgekomen dan begroot.

49 V

Op het budget woning exploitatie was een bijdrage van € 49.000 begroot voor afkoop pachtrecht. Deze last was al verwerkt in 2023.

In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)

Budget

Realisatie t/m 2023

Realisatie 2024

Totaal realisatie

Verschil

Gereed

60

0

0

0

60

V Nee

Inrichting terrein Bullekeslaan 5

286

35

251

286

0

Ja

grond Buys Ballot van grex Oost II

1.730

0

1.730

1.730

0

Ja

Totaal lasten

2.076

35

1.981

2.016

60

Groote Haar windmolens, bouwrijp maken

60

0

0

0

60 N Nee

Totaal baten

60

0

0

0

60 N

2.016

35

1.981

2.016

Lasten Groote Haar windmolens, bouwrijp maken

V

Baten

Totaal investeringen

2.9.4

0

Met welke verbonden partijen doen we dit samen?

• GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid • GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid • Hoog Dalem C.V.

73

Jaarstukken 2024

2.10

Algemene dekkingsmiddelen

Nr.

Taakveld

Portefeuillehouder

0.11

Resultaat van de rekening baten & lasten

Marjo Molengraaf

0.5

Treasury

Marjo Molengraaf

0.61

OZB woningen

Marjo Molengraaf

0.62

OZB- niet woningen

Marjo Molengraaf

0.63

Parkeerbelasting

Marjo Molengraaf

0.64

Belasting Overig

Marjo Molengraaf

0.7

Alg. uitkering en uitk. Gemeentefonds

Marjo Molengraaf

0.8

Overige baten en lasten

Marjo Molengraaf

Doel Uit het collegeprogramma: We vinden het belangrijk dat onze gemeente financieel gezond is en blijft. We voeren daarom een financieel solide beleid, om onze begroting reëel en structureel sluitend te houden. We houden de lastendruk beperkt, met oog voor de draagkracht van inwoners. We houden vast aan het afgesproken investeringsplafond. Dat doen we niet als doel op zichzelf. Het investeringsplafond zorgt ervoor dat we de lasten van onze gemeente beheersbaar houden. Door het investeringsplafond bouwen we namelijk op termijn onze gemeentelijke schulden af. En daardoor kunnen we de rentelasten die we moeten betalen dragen. We komen met voorstellen hoe we kunnen sparen voor toekomstige investeringen. Daarbij werken we nauw samen met de gemeenteraad en helpen de raad om meer inzicht te krijgen in de gemeentefinanciën. Concrete voornemens Actie (planning)

2024 2025 2026 2027 Inhoud Planning Budget

2. We toetsen elk investeringsvoorstel aan de ingezette lijn van schuldenafbouw, in het bijzonder in de Perspectiefnota. 3. We gaan met de gemeenteraad in gesprek over de wenselijkheid en de planning van investeringen. 4. We gaan op informele wijze in gesprek met de gemeenteraad over welke informatie de raad nodig heeft om zijn kaderstellende en controlerende rol goed in te vullen.

74

RB

Jaarstukken 2024

2.10.1

Wat heeft dit gekost?

Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

TV011 Resultaat van de rekening baten & lasten

7.923

0

0

0

0V

TV05 Treasury

-462

-211

-450

-531

81 V

TV061 OZB woningen

369

295

548

607

59 N

TV062 OZB- niet woningen

106

104

104

101

3V

TV063 Parkeerbelasting

227

290

290

292

2N

TV064 Belasting Overig

231

332

624

598

26 V

TV08 Overige baten en lasten

284

5

348

348

1N

8.678

816

1.465

1.416

49 V

578

294

897

1.155

257 V

TV061 OZB woningen

4.802

5.315

5.815

5.842

27 V

TV062 OZB- niet woningen

5.287

5.739

5.739

6.035

296 V

TV063 Parkeerbelasting

1.768

1.915

1.956

1.922

34 N

TV064 Belasting Overig

203

218

218

171

47 N

92.661

93.580

98.352

99.691

1.340 V

168

11

523

594

71 V

Baten Overzicht algemene dekkingsmiddelen

105.469

107.072

113.499

115.410

1.911 V

Totaal saldo van baten en lasten

96.791

106.256

112.035

113.994

1.960 V

Stortingen reserves

1.123

4.124

5.308

5.413

105 N

Onttrekkingen reserves

4.318

0

3.074

3.074

0V

Resultaat

99.986

102.132

109.800

111.655

1.855 V

Lasten Overzicht algemene dekkingsmiddelen TV05 Treasury

TV07 Alg. uitkering en uitk. Gemeentefonds TV08 Overige baten en lasten

Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

Verdeling Toelichting bedrag

Lasten TV05 Treasury

81 V

84 V

Dit voordeel ontstaat door een hogere vergoeding op de rekeningcourant.

TV05 Treasury

257 V

257 V

Dit voordeel komt voort uit hogere dividenduitkeringen van Stedin en de BNG..

TV062 OZB-niet woningen

296 V

296 V

De uitkomsten van de herwaardering van de WOZ-waarden bleek hoger dan aanvankelijk ingeschat, waardoor de baten voor nietwoningen hoger zijn uitgevallen dan begroot.

TV07 Alg. uitkeringen en uitk. Gemeentefonds

1.340 V

749 V

Via de decembercirculaire 2024 zijn extra middelen ontvangen voor specifieke doeleinden en taken (zie het raadsvoorstel decembercirculaire 2024). Deze middelen zijn geoormerkt en voorgesteld wordt om deze hiervoor via de bestemming van het resultaat in 2025 beschikbaar te stellen.

368 V

De algemene uitkering 2022 en 2023 is naar boven bijgesteld.

223 V

Door aanpassingen van de maatstaven in de algemene uitkering is deze in 2024 hoger uitgekomen dan begroot.

49 V

Dit betreft een niet begrote opbrengst van de verkoop van een stuk grond. Hier staat een last tegenover van € 29.000 op TV08.

Baten

TV08 Overige baten en lasten

71 V

75

Jaarstukken 2024 Taakveld (bedrag x € 1.000)

Stortingen reserves

76

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening 105 N

Verdeling Toelichting bedrag

99 N

Dit betreft een hogere storting in de aflossingsreserve dan verwacht, als gevolg van het renteresultaat.

Jaarstukken 2024

2.11

Overhead, Vennootschapsbelasting en Onvoorzien

Nr.

Taakveld

Portefeuillehouder

0.4

Overhead

Attie Mager / Marjo Molengraaf

2.11.1

Wat heeft dit gekost?

Overhead

Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

TV04 Overhead

14.216

14.843

15.980

14.386

1.595 V

Lasten Overzicht overhead

14.216

14.843

15.980

14.386

1.595 V

TV04 Overhead

653

408

511

664

153 V

Baten Overzicht overhead

653

408

511

664

153 V

-13.563

-14.435

-15.469

-13.722

1.747 V

Totaal saldo van baten en lasten Stortingen reserves

125

0

42

42

0V

Onttrekkingen reserves

233

15

90

90

0V

-13.456

-14.420

-15.421

-13.674

1.747 V

Resultaat

77

Jaarstukken 2024 Taakveld (bedrag x € 1.000)

Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening

Verdeling Toelichting bedrag

Lasten TV04 Overhead

1.595 V

704 V

Door het niet of later invullen van vacatures is er een voordeel ontstaan op de post salariskosten.

180 V

Het budget voor de organisatieontwikkeling is niet volledig benut.

86 N

Dit betreft een extra bijdrage aan de verlofvoorziening, omdat er meer uren door de medewerkers zijn gespaard.

56 N

Er is een voorziening gevormd m.b.t. de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Dit betreft een bijdrage aan de voorziening RVU, omdat één medewerker gebruik heeft gemaakt van deze regeling.

409 V

Na een lange voorbereidingsfase heeft halverwege 2024 de daadwerkelijke start van het project BRP plaatsgevonden. Het inregelen van ambtelijke capaciteit heeft extra tijd in beslag genomen, hierbij valt te denken aan opleiden, werven en aanwijzen. Aangezien het project BRP nog niet volledig is gerealiseerd in 2024 wordt de raad voorgesteld om het resterende bedrag van € 409.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 beschikbaar te stellen in 2025 om dit project verder uit te voeren.

160 V

De middelen die ter beschikking zijn gesteld voor het E-depot zijn nog niet volledig benut. De raad zal worden voorgesteld € 160.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 beschikbaar te stellen in 2025.

234 V

De middelen die zijn ontvangen voor de Wet Open Overheid (WOO) zijn nog niet volledig benut. De raad zal worden voorgesteld € 234.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 beschikbaar te stellen in 2025 om dit plan re realiseren.

60 V

De kosten voor onderhoud software en hardware, consultancy en inschakeling van specialisten op het gebied van automatisering zijn € 60.000 lager dan geraamd.

73 V

Dit wordt veroorzaakt door de vergoedingen voor het uitlenen of detacheren van personeel.

67 V

Het bedrijfsrestaurant heeft hogere opbrengsten behaald dan verwacht.

Baten TV04 Overhead

153 V

In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)

Budget

Realisatie t/m 2023

Realisatie 2024

Totaal realisatie

Verschil

Gereed

Communicatie 2019

65

43

18

61

4

Hard en software 2024

396

80

210

290

106

V Nee

Vervangingsplan inventaris 2021

121

36

36

85

V Nee

Lasten V

Ja

Vervangingsplan inventaris 2022

112

0

0

112

V Nee

Vervangingsplan inventaris 2023

179

0

0

179

V Nee

Vervangingsplan inventaris 2024

34

0

0

34

V Nee

Warmtenet stadhuis

1.142

171

72

243

899

V Nee

Totaal lasten

2.049

330

300

630

1.419

V

Totaal investeringen

2.049

330

300

630

1.419

V

78

Jaarstukken 2024 Hard en software 2024 Van het vervangingsbudget voor hard- en software 2024 van € 396.000 voor 2024 resteert nog € 105.000, o.a. omdat de vervanging van de telefoons en de telefonievoorzieningen vertraging heeft opgelopen. Ook worden de SaaS (Software as a Service) voorzieningen eerst verder verkend, waarbij de gebruikers via internet verbindingen kunnen maken met toepassingen in de Cloud. Vervangingsplan inventaris 2022/2023 Deze investeringsbudgetten zijn nog niet volledig uitgegeven, omdat de aansluiting op het warmtenet gevolgen zal hebben voor de inrichting van het Stadhuis. Warmtenet stadhuis De aanbesteding van de Warmtenet is onlangs gegund. In 2025 wordt de aansluiting gerealiseerd. Vennootschapsbelasting Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

Lasten Overzicht heffing vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0V

Baten Overzicht heffing vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0V

Totaal saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0V

Stortingen reserves

0

0

0

0

0V

Onttrekkingen reserves

0

0

0

0

0V

Resultaat

0

0

0

0

0V

Jaarrekening 2023

Begroting primitief 2024

Begroting na wijziging 2024

Jaarrekening 2024

Verschil

TV99 Onvoorzien

0

100

0

0

0V

Lasten Overzicht onvoorzien

0

100

0

0

0V

Baten Overzicht onvoorzien

0

0

0

0

0V

Totaal saldo van baten en lasten

0

-100

0

0

0V

Stortingen reserves

0

0

0

0

0V

Onttrekkingen reserves

0

0

0

0

0V

Resultaat

0

-100

0

0

0V

Onvoorzien Exploitatie (bedragen x € 1.000 V = voordeel en N = nadeel)

79

Jaarstukken 2024

80

Jaarstukken 2024

Jaarstukken 2024 Jaarverslag: Paragrafen

81

Jaarstukken 2024

82

Jaarstukken 2024

3

Jaarverslag: Paragrafen

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.1.1

Inleiding

Deze paragraaf gaat in op de vraag in welke mate de financiële positie van gemeente Gorinchem toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s die zij loopt, op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit: 1. De beschikbare weerstandscapaciteit: alle middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. 2. De benodigde weerstandscapaciteit: alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals voorzieningen) én die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente.

3.1.2

Beschikbare weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel staat hoe de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd. Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 mln.)

Jaarrekening 2023

Begroting Begroting 2025 2024 primitief

Jaarrekening 2024

Algemene reserve

28,4

30,5

29,6

30,5

Onbenutte belastingcapaciteit

1,8

1,1

1,1

1,1

Post onvoorzien

0,1

0,1

0,1

0,1

Meerjarige begrotingssaldi

-1,6

1,3

1,5

2,3

Totale weerstandscapaciteit

28,7

32,9

32,3

33,9

• De algemene reserve is met name als gevolg van de resultaatbestemming 2023 hoger dan de jaarrekening 2023. • De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de Gorinchemse OZB-tarieven en de "artikel-12-tarieven". Dit zijn de tarieven die een gemeente minimaal moet heffen om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (via het gemeentefonds). De onbenutte capaciteit wordt incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit, omdat deze in de praktijk niet snel wordt ingezet. Door de extra verhoging van de OZB-tarieven is een deel van de onbenutte belastingcapaciteit benut. • Ook de post onvoorzien, die ieder jaar in de begroting staat, wordt slechts incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit. Er zal namelijk in het eerstvolgende jaar weer een nieuwe post voor onvoorziene zaken in de begroting worden opgenomen. • De meerjarige begrotingssaldi betreft de optelling van de begrotingssaldi 2025 t/m 2028. De meerjarige begrotingssaldi zorgen met name voor de verbetering in de totale weerstandscapaciteit. Bij de meerjarige begrotingssaldi wordt ervan uitgegaan dat de nieuwe taakstellingen uit de Begroting 2025 worden gerealiseerd. De omvang van deze taakstellingen (2025 t/m 2028) bedraagt € 1,8 mln. Het verloop van de algemene reserve staat in onderstaande tabel. Het jaarrekeningresultaat 2024 is hierin nog niet meegenomen.

83

Jaarstukken 2024 Saldo algemene reserve (bedragen in € x 1.000)

2024

Stand 1-1-2024

28.369

Jaarrekeningrekeningresultaat 2023

7.923

Bestemming rekeningresultaat 2023

-6.037

Diverse mutaties

213

Saldo algemene reserve ultimo boekjaar

3.1.3

30.468

Benodigde weerstandscapaciteit

Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: zeer onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijk, waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten en vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen. In deze paragraaf staan eerst de risico's met een incidenteel financieel effect beschreven. Vervolgens vermelden we de risico's met een structureel financieel effect, als laatste duiden we de risico's waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2025

Kans

Bedrag

2025

2026

2027

2028

Jaarrekening 2024

Incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties

3,60

3,50

3,50

2. Waarborgen en garanties

2,88

12,5%

18,90

2,36

3. Uitgegeven geldleningen

0,09

12,5%

1,08

0,14

4. Bouwkostenstijgingen investeringen

62,5%

4,40

2,75

2,75

5 Co-financiering Regiodeal en WoningBouwImpuls

62,5%

7,50

4,69

4,69

Totaal Incidenteel

14,01

35,38

13,43

Structureel financieel effect 7. Verbonden partijen

3,13

62,5%

2,00

1,25

0,94

0,63

0,31

3,13

8. Gemeentefonds, (normeringssystematiek)

1,57

62,5%

1,03

0,64

0,48

0,32

0,16

1,61

9. Leegstand panden

0,30

62,5%

0,19

0,12

0,09

0,06

0,03

0,30

10. Stijging rentekosten

2,43

62,5%

0,16

0,50

0,93

1,33

2,92

Totaal Structureel

7,42

3,22

2,17

2,01

1,93

1,83

7,95

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

21,42

38,60

2,17

2,01

1,93

1,83

21,38

84

Jaarstukken 2024 Risico's met een incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn ingeschat op € 3,5 mln. Deze daling houdt met name verband met hogere opbrengsten. De risico's van de netcongestie zijn reeds verwerkt in de omvang van de voorziening. Omdat de risico's individueel gewogen zijn (conform de voorgeschreven methodiek), is er geen percentage opgenomen in de tabel. 2. Waarborgen en garanties De gemeente Gorinchem staat voor circa € 18,9 mln. garant voor leningen van onder andere deelnemingen onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 18,9 mln. is de basis voor de berekening van het risico. Van dit bedrag heeft € 6,5 mln. betrekking op Gevudo/HVC. Een verdere onderverdeling van deze garanties staat in de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel "Niet uit de balans blijkende verplichtingen". De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%). 3. Uitgegeven geldleningen De gemeente Gorinchem heeft circa € 1.080.000 aan leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen maar ook de startersleningen vallen onder dit risico. Deze € 1.080.000 vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico.

Voor een onderverdeling van deze uitgegeven geldleningen verwijzen wij u naar de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel 'Overige langlopende leningen'. De kans dat één of meerdere van deze leningen niet terugbetaald kunnen worden, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%). 4. Bouwkostenstijging Doordat de inflatie in een dalende trend zit is de bouwkostenstijging in 2024 uitgekomen op 2,9%. Dit ligt in lijn met de indexering van de investeringen (> € 1 mln.) in de Perspectiefnota 2025. In 2021 en 2022 was de inflatie echter hoger dan de indexering. Daarbij zijn ook niet alle investeringen geïndexeerd. Indien de CBS Bouwkosten wordt vergeleken met de doorgevoerde indexering zijn de investeringen voor zo'n 11% minder geïndexeerd. De komende jaren staan diverse investeringen op de agenda. De investeringen uit hoofde van de nieuwe Lingebrug Arkelsedijk/Spijksedijk bedragen bijvoorbeeld ruim € 22 mln. Het uitgangspunt voor dit risico wordt ingeschat op € 40 mln. Voor de investeringen wordt in het weerstandsvermogen dan ook rekening gehouden met een kostenstijging van 11% van € 40 mln. en daarmee bedraagt dit risico € 4,4 mln. Dit risico wordt nog steeds ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 5. Co-financiering van de Regiodeal en Woningbouwimpuls (WBI 6e tranche) De nieuw gesloten Regiodeal vraagt ook een eigen bijdrage van de gemeente.

Bij de verschillende projecten zijn ook verschillende partners betrokken. Hierdoor is de benodigde co-financiering nog niet vast te stellen. Vooralsnog wordt deze op basis van de projecten en het aantal partners ingeschat op € 0,5 mln. Voor de WBI bedraagt de maximale co-financiering € 7 mln. De totale co-financiering wordt nu ingeschat op € 7,5 mln. De kans op dit risico is ingeschat op waarschijnlijk (62,5%).

Risico's met een structureel financieel effect 6. Verbonden partijen Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen wordt nader ingegaan op deze verbonden partijen met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. De begrotingen van de meeste

85

Jaarstukken 2024 verbonden partijen worden in het eerste kwartaal van het jaar daarvoor opgesteld. De snel gestegen inflatie van de afgelopen jaren en de daarop volgende CAO-stijgingen is hierdoor niet altijd afdoende meegenomen in de begrotingen. De verwachting is dan ook dat een aantal verbonden partijen hiervoor een beroep zal doen op de gemeente. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 2 mln. en schatten wij de kans in op waarschijnlijk (62,5%). In het risico zijn de partners in het Sociaal Domein niet meegenomen. Deze zijn meegenomen bij het risico Sociaal Domein. 7. Gemeentefonds De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. Met ingang van 2023 is de verdeling van het gemeentefonds herzien. Het doel van deze herziening is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Fluctuaties in het gemeentefonds zijn toch niet geheel uitgesloten, daarom wordt een risicobedrag opgenomen van € 1,03 mln. (1% van algemene uitkering) met een kans van 62,5% 8. Leegstand panden In de begroting is ruim € 3 mln. aan huuropbrengsten geraamd.

Bij de meeste verhuurde panden is sprake van een meerjarige verhuurovereenkomst en is het risico op leegstand beperkt. Bij enkele panden is het risico groter. Het bedrag voor de panden waar de gemeente risico loopt is ingeschat op € 190.000. Het risico is verlaagd in verband met het verwerken van de huurderving van Gebouw C in de begroting 2025. Het risico wordt ingeschat op waarschijnlijk (62,5%) 9. Stijging rentekosten Voor de periode 2025 tot en met 2028 is een berekening gemaakt voor een rentestijging van 0,6% omdat de kapitaalmarktrente fors is gestegen als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. Bij de begroting 2025 werd nog uitgegaan van 0,5%. De effecten per jaarschijf zijn conform de methodiek opgenomen in het weerstandsvermogen voor in totaal € 2,92 mln. Bij deze 0,6% rentestijging zullen de structurele rentelasten vanaf 2029 € 1,1 mln. per jaar hoger zijn dan begroot. In de periode 2030 tot en met 2033 lopen nog leningen af die wellicht geherfinancierd moeten worden. Bij de huidige marktrente kan herfinanciering leiden tot hogere rentekosten. Bij een rente van 3,3% zal volledig herfinanciering op termijn leiden tot € 738.000 hogere rentelasten per jaar. Voor het herfinancieringsrisico is geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen omdat dit buiten de begrotingsperiode ligt.

Daarnaast is er wellicht minder herfinanciering nodig als gevolg van de verkoopopbrengsten van Groote Haar. De kans op dit risico wordt ongewijzigd ingeschat op waarschijnlijk (62,5%)

Risico's waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor het weerstandsvermogen 1. Sociaal Domein Voor de reserve Sociaal Domein is bij de Perspectiefnota 2025 een bandbreedte bepaald van € 4,25 mln. als toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico. Het kabinet onderkent dat de rijksmiddelen overall gesproken ontoereikend zijn voor de kosten die in het Sociaal Domein worden gemaakt. Jeugdzorg De kosten binnen de jeugdzorg blijven de laatste jaren stijgen. De jeugdzorg moet hervormd worden. Op 19 juni

86

Jaarstukken 2024 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Dit vraagt inzet van en samenwerking van veel partijen waaronder gemeenten en het Rijk. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven (€ 1 miljard structureel vanaf 2027). De financiële afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd (afbouw van extra middelen en oplopende besparingen), zijn in de gemeente Gorinchem conform Rijksbeleid opgenomen in de meerjarenbegroting. We veren mee met de ontwikkelingen van het Rijk. Eind januari heeft de Deskundigencommissie zijn advies uitgebracht t.a.v. de Hervormingsagenda Jeugd. De commissie van Ark is o.a. met de volgende aanbevelingen gekomen: 1.

2. 3.

4.

Afwegende de autonome ontwikkelingen en bij gebrek aan sturingsinformatie om tot een oordeel te kunnen komen over de mate waarin sprake is van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet, adviseert de commissie Rijk en gemeenten om de ontstane verliezen over 2023 en 2024 in gezamenlijkheid op te vangen en beiden de helft van de verliezen voor hun rekening te nemen; Het is niet wenselijk en niet haalbaar om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven; De commissie adviseert om voor de indexatie van het volume aan te sluiten bij de ontwikkeling van de verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven in de komende jaren. Voor 2025 bedraagt deze 4,7%; De commissie roept gemeenten op om het aanvullende budget dat volgens het meerjarig financieel kader voor de jaren 2026 tot en met 2028 beschikbaar komt, te benutten ter versterking van de sociale basis.

Alle goede bedoelingen en inzet van zovelen ten spijt, heeft de commissie er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak en voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, tot de beoogde effecten gaat leiden. Doorgaan op dezelfde weg is niet voldoende om een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand te brengen. Of het advies van de commissie wordt overgenomen door het Rijk is nog niet bekend. Wij verwachten dat de meicirculaire 2025 ons meer duidelijkheid zal bieden Wmo We zien een toename van de zorgvraag als het gaat om Wmo voorzieningen. Dit heeft vooral te maken met een toenemende vergrijzing van onze inwoners. Deze trend zal zich de komende jaren naar verwachting verder doorzetten. 2. Waarborggaranties De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt circa € 822 mln. Hiervan bestaat circa € 803 mln. uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil.

3 Situatie Oekraïne Op dit moment is lastig in te schatten wat de impact van opvang van vluchtelingen zal zijn voor Gorinchem. In de voorjaarsnota is wel opgenomen dat de de uitgaven voor het Rijk in 2026 en 2027 met zo'n 25% per jaar afnemen.

87

Jaarstukken 2024 4. Toenemende projectorganisatie en capaciteitsplanning Het aantal projecten binnen de organisatie is de afgelopen jaren toegenomen. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen het aantrekken van medewerkers en de tijdelijke beschikbaarheid van middelen uit hoofde van de projecten. Voor de korte termijn zijn de risico's beperkt maar zodra de voorraad aan projecten kleiner wordt kan dit negatieve impact hebben op het jaarrekeningresultaat als gevolg van onvoldoende dekking voor de personeelskosten. Het uitgangpunt is dat de organisatie inspeelt op een situatie waarin er minder dekking uit projecten voor personeelskosten komt. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. Daarnaast is bij de begroting 2023 ruimte gemaakt voor het uitbreiden van de formatie gedurende een periode van 3 jaar (2023 t/m 2025). Wanneer de formatie niet tijdig of onvoldoende wordt afgebouwd of geen andere dekking van personeelskosten wordt gevonden, geeft dit een financieel nadeel. Er wordt van uitgegaan dat de organisatie op dit punt in control is. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. 5. IHP In de Perspectiefnota 2025-2028 is aangegeven dat er onvoldoende ruimte is voor het uitvoeren van IHP. Er wordt gezocht naar oplossingen zoals bijdragen van het Rijk en andere stakeholders. Dit vraagstuk blijft een uitdaging voor de financiële situatie. 6.

Cultuurhuis In november 2024 is raadsvoorstel Cultuurhuis De Nieuwe Doelen aangenomen. De komende periode zal een (financieel) passend beheer- en exploitatiemodel voor de dagelijkse gang van zaken van het Cultuurhuis worden uitgewerkt. Dit zal in samenwerking worden gedaan met culturele partijen uit de stad, met de overige partijen waar in de onderzoeksfase mee is gesproken en met de bibliotheek. Er wordt op dit moment geen rekening gehouden met een eventuele extra financiële bijdrage van de gemeente.

7. Mobiliteit Voor de Mobiliteitsvisie worden jaarlijkse middelen gereserveerd vanuit de grondexploitaties. De grondexploitaties zitten in hun eindfase. Voor een Mobiliteitsvisie 2.0 zal dan ook een andere manier gevonden moeten worden om middelen te reserveren. 8.Taakstellingen De afgelopen jaren zijn diverse taakstellingen opgenomen. Onderstaand ziet u een overzicht van de realisatie van de bestaande taakstellingen en een overzicht van de nog in te vullen bestaande taakstellingen. Het niet realiseren van deze taakstellingen kan effect hebben op het weerstandsvermogen. De hogere kosten van het sociaal team worden door gebruik van de IZA-middelen voor 3 jaar gedekt. De gewenste besparing op het MJOP Vastgoed wordt voor 2025 opgelost door het inzetten van de SPUK-Sport middelen. In september 2024 is de Hervormingsagenda Jeugd (lokaal) in de raad behandeld. De in het raadsvoorstel opgenomen wijzigingen zijn ook in onderstaand overzicht verwerkt. Realisatie bestaande taakstellingen

2025

2026

2027

2028

Jeugdzorg Hervormingsagenda

445

1.844

1.945

1.945

Dekking hogere kosten sociaal team

489

489

489

Besparing MJOP Vastgoed

247

Efficiency Parkeerketen Taakstelling organisatie

88

Jaarstukken 2024 Nog te realiseren bestaande taakstellingen

2025

2026

2027

0

0

0

Jeugdzorg Hervormingsagenda

2028 0

Dekking hogere kosten sociaal team

489

Besparing MJOP Vastgoed

247

247

247

Efficiency Parkeerketen

100

100

100

100

Taakstelling organisatie

182

182

182

182

Totaal nog te realiseren bestaande taakstellingen

282

529

529

1.018

Nieuwe taakstellingen

2025

2026

2027

2028

44

143

309

309

175

200

225

178

168

687

702

Nog in te vullen taakstelling subsidies Nog in te vullen taakstelling efficiency organisatie Nog in te vullen taakstelling sociaal domein Totaal nog te realiseren nieuwe taakstellingen

44

318

Kans waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor het weerstandsvermogen 9. Dividendinkomsten In de Perspectiefnota 2021-2024 is het dividend voor Stedin op nihil gesteld gezien de energietransitie en de daarvoor benodigde middelen. Het Rijk heeft inmiddels voor € 500 mln. een aandelenbelang genomen om Stedin te faciliteren bij het verwezenlijken van de energietransitie. Daarnaast lopen overleggen met provincies en gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin die nog geen aandeelhouder zijn om ook te participeren. De stabiliteit van Stedin is dan ook toegenomen waardoor de verwachting is dat dividenduitkeringen weer mogelijk zijn.

3.1.4

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen (ook wel weerstandsratio) is de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen

Ruim voldoende

Jaarrekening 2023

Weerstandsvermogen

1,4 < x < 2,0

1,39

Weerstandsvermogen

Jaarrekening Prognose 2024 31-12-2025 1,59

1,53

1,48

1,42

excl. Meerjarige saldi

Het weerstandsvermogen per 31-12-2024 komt uit op 1,59. Dit is binnen de gestelde bandbreedte van 1,4 tot 2. De verwachting is dat de weerstandsratio in 2025 ook binnen deze bandbreedte blijft.

3.1.5

Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de jaarrekening en/of de balans. Deze kengetallen kunnen behulpzaam zijn bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Elk kengetal lichten we toe en vergelijken we met signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland. De provincie hanteert de volgende drie categorieën: minst risicovol, neutraal en meest risicovol. Wij benadrukken dat we voorzichtig moeten omgaan met conclusies trekken uit individuele kengetallen. De kengetallen moeten altijd in samenhang bekeken worden.

89

Jaarstukken 2024 Netto schuldquote Netto schuldquote (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

A

Vaste schulden

77.534

149.445

175.159

187.370

186.793

B

Netto vlottende schuld

4.202

10.000

10.000

10.000

10.000

C

Overlopende passiva

32.128

10.287

10.180

10.357

9.030

D

Financiële vaste activa (cf. art. 36 lid d, e en f)

3.709

4.209

4.198

4.198

4.198

E

Uitzettingen < 1 jaar

14.494

7.000

7.000

7.000

7.000

F

Liquide middelen

440

0

0

0

0

G

Overlopende activa

H

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

I

5.164

1.000

1.000

1.000

1.000

186.914

182.318

162.894

164.757

159.028

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-FG)/H x 100%

48%

86%

112%

119%

122%

Financiële vaste activa (exclusief uitstaande leningen)

2.643

2.643

2.643

2.643

2.643

Netto schuldquote (A+B+C-E-F-GI)/H x 100%

49%

87%

113%

120%

123%

Signaleringswaarde provincie: <90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal en >130% is meest risicovol

De netto schuldquote is het totaal van de leningenportefeuille verminderd met de eigen middelen. Hierdoor ontstaat een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre de gemeente geld doorleent, is ook de netto schuldquote exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De lage netto schuldquote is met name veroorzaakt door de bestemming van de Eneco-gelden. De netto schuldquote neemt toe in de komende jaren, voornamelijk als gevolg van de geplande nieuwe investeringen. Deze leiden tot een toename van de schulden. De schuldquote bevindt zich met ingang van 2026 in de bandbreedte van de categorie neutraal. Deze ontwikkeling is in aanloop naar de Perspectiefnota 2021-2024 onderkend. Dit is mede de reden geweest dat er maatregelen zijn getroffen om de schuldpositie niet verder op te laten lopen. Op basis van de huidige keuzes, inzichten en prognoses zal de schuld na 2027 afnemen. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit (in procent)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

A

Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

121.406

112.021

113.228

112.810

111.687

B

Balanstotaal

259.284

303.448

331.134

343.388

341.641

47%

37%

34%

33%

33%

Solvabiliteit (A/B) x 100%

Signaleringswaarde provincie: >50% is minst risicovol, 20-50% is neutraal en <20% is meest risicovol

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de verhouding van het eigen vermogen tot het balanstotaal. Dit laat zien dat we op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. De dalende trend wordt met name veroorzaakt door de investeringsplanning en de daarmee verwachte stijging van het balanstotaal. Op basis van de signaleringswaarde is de solvabiliteitsratio neutraal.

90

Jaarstukken 2024 Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

A

Totale structurele lasten

162.890

160.324

145.300

149.352

143.585

B

Totale structurele baten

173.831

166.357

148.347

151.063

145.781

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

24

24

24

24

24

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

74

25

75

75

50

E

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

186.914

197.278

167.967

167.183

160.711

6%

3,1%

1,8%

1,1%

1,4%

Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(D-C))/E x 100%

Signaleringswaarde provincie: >0% is minst risicovol, = 0% is neutraal en <0% is meest risicovol

Het kengetal structurele exploitatieruimte laat zien of de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. De signaleringswaarde structurele exploitatieruimte blijft positief.

Grondexploitatie Kengetal grondexploitatie (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

A

Bouwgronden in exploitatie

52.020

54.214

61.664

63.291

58.329

B

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

186.914

182.318

162.894

164.757

159.028

28%

30%

38%

38%

37%

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

Signaleringswaarde provincie: <20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal en >35% is meest risicovol

Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van grondexploitaties weer ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Dit kengetal geeft twee zaken weer. Allereerst is er een risico dat de gemeente bij verkoop van de gronden niet de gehele boekwaarde kan realiseren. Als tweede kan een hoge boekwaarde wel betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de leningenportefeuille af te bouwen. Op basis van de signaleringswaarde komt de signaalwaarde in de toekomst uit in de categorie meest risicovol. Dit wordt met name veroorzaakt door de grondexploitatie Groote Haar, waarvoor de investeringen eerst moeten worden gedaan, maar de inkomsten pas later (buiten dit meerjarenperspectief) gerealiseerd zullen worden.

91

Jaarstukken 2024 Belastingcapaciteit Belastingcapaciteit (in euro's)

Jaarstukken 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

A

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

325

353

353

353

353

B

Rioolheffing voor een gezin

201

201

201

201

201

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

365

400

400

400

400

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

1

E

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

891

954

954

954

953

F

Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin (in jaar t -1)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=fff2f223-3e8e-4866-9df4-1dc335f44aa2