CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20241017 Verslag Raadsvergadering Gorinchem

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies26.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nr. 9

Zitting van donderdag 17 oktober 2024 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: mevrouw W. Alba Heijdenrijk, de heren P. van Andel, B.C.S. Bahlmann, A. Boutachkourt, D.R.E. van Gammeren en J.P. van der Geest, mevrouw P. de Groot, de heer M.A. Hachhouch, mevrouw E.W.H. Hamann, de heren A.C. van Houwelingen, J. Klein, A. Koçak, en A. Krol, de dames G. Metz en J. van Oversteeg, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan, de heren J. Roeland, N. van Santen, P.C.J. Schefferlie, I. Tekir en D. van Veen en de dames M. Veldheer-Vink en T. van ‘t Westende-de Bijl en de heer C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig de heer M. de Boer, de dames E.L. Dansen, A. Mager en M.J. Molengraaf en de heer F. Polatli (wethouders), alsmede mevrouw H. Kromkamp (gemeentesecretaris).

1. Opening (19.30) ........................................................................................................................................................1 2. Ingekomen stukken ....................................................................................................................................................2 3. Vaststellen agenda ......................................................................................................................................................2 4. Vaststelling notulen voorgaande raadsvergaderingen en parallelsessies ...................................................................3 5. Vragenuurtje raadsleden / informatie vanuit college. ................................................................................................3 6. Hamerstukken.............................................................................................................................................................7 6.a. Controleplan 2024 (2024-929486) ..........................................................................................................................7 7. Bespreekstukken ........................................................................................................................................................8 7.a.

Tussentijdse rapportage 2024 (2024-936338) .........................................................................................................8 7.b RIB - informatie over verzoek om financiële steun van Stichting Peeriscoop (2024-940905) .............................22 8. Overzicht begrotingswijzigingen september 2024 (2024-938256) ..........................................................................35 9. Moties vreemd aan de orde van de dag ....................................................................................................................35 10. Sluiting......................................................................................................................................................................49

* 1. Opening (19.30)

De voorzitter: Ik open de vergadering. U bent zojuist allemaal naar de Zeepkist geweest en ik heb gehoord dat het een goede bijeenkomst was. Goed om zo niet alleen met volwassenen, maar ook met kinderen te spreken, maar we gaan nu echt beginnen met de raadsvergadering. Hartelijk welkom u allemaal; dat geldt ook voor degenen op de publieke tribune en voor al diegenen thuis – fijn dat u ook kijkt. We hebben weer de nodige onderwerpen te bespreken, maar voordat we dat doen, geef ik het woord aan mevrouw Alba Heijdenrijk voor het doen van een mededeling. U hebt het woord.

I-1

Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dank u wel, voorzitter. De korte mededeling die ik in de raad wil doen is, voor degenen die daar heel erg op zitten te wachten, dat ik voorlopig mijn ontslag ga indienen, wat alles te maken heeft met het feit dat ik helaas door ziekte opnieuw word uitgeschakeld. Dit keer weet ik dit van tevoren. Feit is wel dat deze plek mooi warm gehouden wordt door iemand die dat voortreffelijk kan, namelijk mijn collega Tom van der Meijden. Wetende dat wij dezelfde dingen nastreven en dezelfde portefeuilles dragen, heb ik er alle vertrouwen in dat het goed komt. Maar dit is nu voor mij mijn laatste raadsvergadering. Dank je wel. De voorzitter: Wij wensen u allen heel veel sterkte toe. Voor deze vergadering zijn geen afmeldingen ontvangen, iedereen is aanwezig en dat is natuurlijk erg fijn. Dan heb ik nog het nieuws dat er een nieuwe fractieassistent is bij de VVD. De heer Jalloh, hier aanwezig, gaat de fractie van de VVD ondersteunen. Hij woont inmiddels 25 jaar in Gorinchem, 41 jaar gehuwd, drie dochters; hij heeft de nodige hobby’s en er is nog heel veel over de heer Jalloh te vertellen, maar dat ga ik allemaal niet doen. U moet gewoon het weekbericht lezen en dan ziet u dat vanzelf. Maar ik wil hem wel graag van harte welkom heten in ons midden met een bos bloemen. Komt u maar naar voren. (Applaus) 2. Ingekomen stukken

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform de door de agendacommissie voorgestelde wijze van afdoening besloten. 3. Vaststellen agenda

De voorzitter: De heer Schefferlie vraagt het woord. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik zou graag een motie vreemd aan de orde van de dag willen toevoegen, getiteld ‘Perspectief voor Peeriscoop’, in navolging van de vorige raadsvergadering, maar nu aangepast aan de RIB, die wat ons betreft ook meteen besproken zou mogen worden. De voorzitter: U wilt een motie indienen en tegelijkertijd ook de RIB bespreken. Ik kijk even rond. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Voorzitter, ook wij hebben een motie vreemd aan de orde van de dag, en wel over de staalslakken bij Spijk. De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Alba Heijdenrijk. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Een motie vreemd aan de orde van de dag in verband met het vlaggenprotocol Orange The World. De voorzitter: Het is de gewoonte moties vreemd aan de orde van de dag aan het einde van de vergadering te behandelen, dus ik stel voor de moties die door mevrouw Hamann en mevrouw Alba Heijdenrijk zijn aangekondigd onder agendapunt 9 in behandeling te

I-2

nemen. Verder stel ik voor de motie ‘Perspectief voor Peeriscoop’ en de desbetreffende RIB na bespreekstuk 7.a te behandelen als bespreekstuk 7.b. De heer Van Santen: Prima om die te agenderen, maar we zijn nog steeds benieuwd naar de vorm ervan, dit denkend aan de vorige vergadering waarin dit ook is besproken, en de geheimhouding e.d. De voorzitter: Die vraag konden we verwachten, dus wij hebben ons erop voorbereid! Bij de vaststelling van de agenda bespreken we de vraag of u het wel of niet toe wilt laten op de agenda. Ik merk dat dat het geval is, dus dan hebben we dat in ieder geval nu besloten. Bij het agendapunt zelf zullen we de geheimhouding ter discussie stellen, en de vraag of de behandeling al dan niet achter gesloten deuren moet plaatsvinden. Daar is een procedure voor, maar die leg ik op dat moment uit. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 4. Vaststelling notulen voorgaande raadsvergaderingen en parallelsessies

De verslagen van de parallelsessies 20240919 B&A Concept Verslag Zienswijze eerste burap 2024 GR DG&J, 20240919 I&O Conceptverslag Themasessie Parkeren, 20240919 I&O Conceptverslag Gebiedspaspoort woonwijken west, 20240919 I&O Conceptverslag uitwerking taakstellingen PPN richting begroting, 20241003 I&O Conceptverslag Beleidshuis Omgevingswet en 20241003 I&O Concept verslag Erfgoedcommissie, worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ongewijzigd vastgesteld. 5. Vragenuurtje raadsleden / informatie vanuit college.

De voorzitter: Het woord is allereerst aan de heer Roeland van Stadsbelang met het onderwerp ‘quick win verkeersveiligheid bij fietsknelpunt Eike’s Hof’. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Actueler kan het bijna niet, vanavond bij de Zeepkist geweest zijnde. Het onderwerp van mijn vraag is een quick win voor de verkeersveiligheid bij fietsknelpunt Eike’s Hof. De rotonde Eike’s Hof wordt pas in Q2 2025 aangepakt op verkeersveiligheid voor fietsers. De huidige situatie verandert het komende halfjaar daarmee dus niet. Gezien het grote aantal ongelukken, of bijnaongelukken, met fietsers, is het wellicht mogelijk om zo spoedig mogelijk voor het politiebureau een simpele spiegel te plaatsen. Hierdoor kunnen de automobilisten die op de rotonde afslaan naar de Lingedijk, de fietsers die van de Lingebrug afkomen beter zien aankomen, om zodoende ongelukken te voorkomen. Is het college, net als ik, van mening dat dit voorlopig een quick win zou kunnen zijn? Ik dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Namens het college geef ik graag wethouder Molengraaf het woord. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. Dank u wel voor de vraag en het meedenken op dit probleem, dat inderdaad heel actueel is. We hebben net boven ook al allerlei suggesties gehoord voor oplossingen, en dat we het vooral eenvoudig moeten houden. Ik hoop dat ons dat lukt.

I-3

Deze specifieke vraag betreft het neerzetten van een spiegel en daar zitten een aantal nadelen aan, die ik met u wil delen. Op het moment dat je daar een spiegel neerzet, waarmee mensen via die spiegel overzicht over het verkeer proberen te krijgen, gaat het directe oogcontact tussen alle verkeersdeelnemers die er op dat moment zijn verloren, terwijl dat nu juist is wat we willen stimuleren, want we weten uit gedragsbeïnvloeding dat dat heel belangrijk is: heeft degene in de auto of op de fiets mij gezien, hebben we oogcontact? Als fietsers van de brug afkomen en automobilisten moeten naar links kijken om de fietsers, die van rechts komen, te kunnen zien, ben je dat kwijt, en dat is een nadeel. De fietser weet dan ook niet, omdat de automobilist naar links kijkt, of de automobilist hem of haar gezien heeft. Het is ook veel lastiger om via een spiegel de snelheid van een fietser in te schatten en snelheid is precies het probleem op Eike’s Hof. Het is voorts heel ingewikkeld om de spiegel voor alle verkeersdeelnemers, auto’s, fietsers, voetgangers, snelle fietsen, noem het maar op, goed af te stellen. Er zitten ook hoogteverschillen tussen de deelnemers, en dat maakt het echt lastig. Dat zou je weliswaar kunnen oplossen met een bolling in de spiegel, maar dat maakt dan weer dat je de snelheid nog minder goed kunt inschatten.

Het laatste nadeel is dat spiegels heel veel last hebben van het weer: ze zijn nat, ze bevriezen, ze beslaan en dan heb je nog niet het goede zicht. Ik ben zeer gaarne bereid om bij de verdere ontwikkeling van de planvorming met de buurt in gesprek te gaan, zoals ik daarnet ook boven heb gezegd, om daar ook goede ideeën op te halen en de spiegel er nog een keer in te gooien, maar er zitten dus een heleboel nadelen aan waardoor ik niet geneigd ben om nu direct een spiegel neer te gaan zetten. De heer Roeland: Mag ik hierop reageren, voorzitter? De voorzitter: U mag dat als indiener inderdaad. De heer Roeland: Dank u wel. De wethouder had het over condens, bevriezen en dat soort dingen, maar er zijn spiegels die daar tegen kunnen, die dat niet hebben. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat zou best kunnen. Ik heb een aantal nadelen opgesomd en ik geef aan dat wij daarover gaan nadenken. Maar ik zie nog wel wat leeuwen en beren, dus ik ga nu niet toezeggen dat we hem gaan neerzetten. De heer Roeland: Dat is jammer, maar daar zal ik dan mee moeten leven. Ik dank wel. De voorzitter: Dan gaan we verder met de vragen van de heer Schefferlie, Democraten Gorinchem. Het onderwerp is opvang in het belastingkantoor. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Bij dit gevoelige thema kunnen we niet vaak genoeg benadrukken dat Gorinchem een goede reputatie heeft bij de opvang van vluchtelingen.

Dat geldt ook voor Democraten Gorcum; dat willen we graag doen. Al lang voordat over de Spreidingswet gesproken werd deden we de suggestie richting het COA: hoe mooi zou het niet zijn als elke gemeente haar eigen steentje bijdroeg? Er is heel heel veel over gesproken in het verleden, er zijn veel toezeggingen geweest die niet nagekomen zijn en we zien de ellende vandaag de dag en de problemen in de opvang, maar ook dus het appel toch weer op Gorcum om in plaats van verder af te bouwen in het belastingkantoor, nieuwe asielzoekers toe te voegen. Het maakt ons nieuwsgierig naar de antwoorden op de volgende vragen. I-4

In hoeverre zijn de omwonenden hierbij betrokken? Ik kan me voorstellen dat de geloofwaardigheid in ons weer afneemt als het toch weer gebeurt, zeker in samenhang met onze tweede vraag: hoe schat het college in dat uiteindelijk na afloop van de afgesproken periode eind van dit jaar toch weer opnieuw een appel gedaan zal worden door het COA om het belastingkantoor te blijven gebruiken? Want als je nu, zeg maar, weer extra gaat doen en de ellende blijft groot, of wordt misschien wel groter, hoe zouden ze dan straks opeens niet meer op het idee kunnen komen om dat te doen? Onze laatste vraag aan het college is: en hoe is het college dan voornemens om daarop te reageren? Wat ons betreft is er sterke bestuurskracht voor nodig om echt een grens te trekken. Eerder hebben wij voorspeld dat er anders straks wel eens twee asielzoekerscentra zouden kunnen zijn. Eén is denk ik gewoon ruim genoeg om onze bijdrage te leveren, maar vooral, en daar gaat het om, betrouwbaar te zijn jegens al die mensen waarover we heldere afspraken hebben gemaakt in verband met hun leefbaarheid en de geluidsoverlast ter plekke. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Namens het college zal wethouder Molengraaf antwoorden. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter, dank u wel.. Ik probeer de vragen een beetje te beantwoorden in de volgorde waarin ze zijn gesteld.

Bij vraag drie ga ik ervan uit dat u de omwonenden van de Vroedschapsstraat bedoelt. Maandag 7 oktober werden wij min of meer overvallen door een spoedverzoek, waarbij 47 mensen, gezinnen ook, dus moeders met kinderen, geplaatst moesten worden, omdat er anders geen plek voor hen was. Omdat er op dat moment ruimte was in de Vroedschapsstraat, omdat de afbouw zo ver was dat er plek voor deze mensen was, hebben wij in overleg besloten toe te staan deze mensen daar te plaatsen. Ze zijn er rond 12 uur ‘s nachts aangekomen; dat zal niet helemaal onopgemerkt gegaan zijn. We hebben buurtbewoners daar niet apart over geïnformeerd. Dat had te maken met de snelheid waarmee alles ging, maar ook omdat we eigenlijk op hoofdlijnen steeds gecommuniceerd hadden dat er wordt afgebouwd en niet elke keer gaan zeggen: er zijn er nu tien weg. Het is een komen en gaan: er gaan er tien weg, er komen er soms weer twee bij, dan gaan er weer twaalf weg. Nou, die afbouw liep. We hebben het COA wel laten weten dat we de afbouw die we voor ogen hadden nu niet meer gaan halen; dat gaat niet meer met elke week tien mensen eruit, zodat je er 150 overhoudt. Dus dat moet anders.

We hebben nu afgesproken dat in het nieuwe AZC in de eerste helft van december 150 mensen uit de Vroedschapsstraat worden geplaatst en de anderen die daar dan nog zijn moeten voor 28 december weg zijn, want dan loopt de vergunning af: die loopt tot 28 december en die gaan we niet verlengen. Dat is de afspraak. We hebben ook weer de toezegging gekregen van het COA dat het 28 december ook inderdaad klaar is daar met de opvang, en dan moeten de mensen die daar dan nog resteren weg. U vraagt of wij de overtuiging hebben dat dat ook inderdaad zal gebeuren. Nou, afgaande op de overeenkomst die wij hebben, zijn dat gewoon de afspraken. Dan loopt de vergunning af, dan zijn de mensen daar weg en dan gaat het gebouw ook de verkoop in. Daar zijn we met het COA goed over in gesprek, Dus ik heb op dit moment geen aanleiding om te zeggen dat we daarvoor allerlei stevige maatregelen of zo moeten nemen. Ik ga ervan uit dat het COA deze aanpak hanteert, maar mocht het zo zijn dat het COA toch probeert onder die overeenkomst uit te I-5

komen, of daar toch mensen te plaatsen, dan is het gewoon een keihard ‘nee’, want dat is niet de afspraak. Zij mogen straks voor tien jaar 150 mensen aan de Buys Ballotstraat plaatsen. Daarmee leveren we een behoorlijke bijdrage aan de taak die in Zuid-Holland Zuid opgelegd is. En dan zouden we maatregelen kunnen nemen als een last onder dwangsom, of dat soort dingen meer, maar voorlopig denk ik niet dat dat nodig is. Wij zijn in goed gesprek met het COA, wij zijn ook in goed gesprek over wat er met dat gebouw moet gebeuren. Het is hun volkomen duidelijk dat wij willen dat daar in het volgend jaar geen asielzoekers meer zitten en dat ze dus ook nul op het rekest krijgen als ze daar nog mensen willen plaatsen. De heer Schefferlie: Voorzitter, hartelijk dank voor de duidelijke beantwoording. Wat u zei over eens een keer tien erbij en zo, dat kun je je allemaal nog wel voorstellen, maar waar mensen pas in de krant lazen dat er opeens weer hele groepen bij komen, is het vanuit de communicatie natuurlijk wel handig om op een gegeven moment te melden dat het werkelijk zal gaan zoals u net vertelde. Dat is weer een geruststelling na alle eerdere toezeggingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Tekir, D66. Het onderwerp is toekomstscan. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel.

Toekomstscan inderdaad, en dan zult u misschien denken: wat is dat eigenlijk? Nou, dat dachten wij ook, maar daar wil ik het even over hebben. Zoals u weet, hangen er al een tijdje bezuinigingen in de lucht, die onder andere onze maatschappelijke partners, verenigingen en stichtingen zullen raken. We gaan subsidies niet indexeren, we gaan subsidies herschikken, et cetera. Het is nog niet helemaal duidelijk waar dat precies gaat landen, maar we waren wel verrast toen wij in onze eigen contacten in de stad ontdekten dat er een toekomstscan is uitgezet vanuit de gemeente, eigenlijk een soort enquête met een vragenlijst, die ook gaat over allerlei financiële omstandigheden bij de instellingen, wat voor ons ook heel interessant is om in onze overwegingen mee te nemen. We hopen met deze vragen wat meer zicht en duidelijkheid te krijgen over de toekomstscan. Wat is die toekomstscan, wat is het doel daarvan? Is die alleen gericht aan de culturele sector, of breder? Wij zagen zelf in ieder geval dat die gericht is aan de culturele partijen. En zoals ik al aangaf: er zitten ook wat financiële vragen in de enquête, bijvoorbeeld de vraag of organisaties dit jaar hun begroting sluitend kunnen krijgen, en volgend jaar ook.

We zijn benieuwd hoeveel instellingen nu al aangeven dat dat niet lukt, en wat doen we hier vervolgens mee als ze dat aangeven? Tot slot de vraag wanneer wij als raad de uitkomsten van deze toekomstscan te zien krijgen? Want dat lijkt ons heel relevant voor de afwegingen, zeker bij de begroting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Namens het college zal wethouder Polatli antwoorden. Wethouder Polatli: Dank u wel, voorzitter. De toekomstscan is in samenwerking met Kunstgebouw ontwikkeld, inderdaad voor onze culturele partners. De scan is bedoeld om hen meer inzicht te geven in hun huidige positie, maar ook in de kansen die er in de toekomst liggen, bijvoorbeeld met betrekking tot provinciale subsidies, zodat zij beter in I-6

hun kracht gezet kunnen worden, maar ook wij als gemeente beter weten waar hun behoeften liggen. De toekomstscan is dus inderdaad alleen bedoeld voor de culturele sector. Ten aanzien van specifieke onderwerpen kunnen culturele partners onder begeleiding van een cultuurcoach onderzoeken waar zij zichzelf kunnen versterken. Dit helpt hen om toekomstbestendiger en duurzamer te worden. De resultaten worden op 11 november tijdens het Cultuurcafé gepresenteerd, waar u als raadsleden ook van harte welkom bent; daar krijgt u ook nog een uitnodiging voor. Maar mocht het zo zijn dat niet iedereen kan, maar wel tegelijkertijd dezelfde informatie zou willen, dan kunnen we dat ook toesturen. De heer Tekir: Voorzitter. Dank u wel, zowel voor de uitnodiging als voor de belofte om ook even de resultaten met de raad te delen. 11 november is niet meer op tijd voor de begroting, dus als u daarvóór al wel de raad inzicht kunt geven in in ieder geval de partijen die hun begroting niet sluitend krijgen, zou dat ons wel helpen. Wethouder Polatli: Dat kan ik helaas nu niet toezeggen. Ik ga er wel achteraan en zal u laten weten of het eerder beschikbaar is. Maar het lijkt me voor de verenigingen zelf ook chiquer als zij tijdens het Cultuurcafé eerst inzicht krijgen in een en ander.

En of we ook de financiële positie van specifieke verenigingen zullen communiceren, weet ik niet, maar in aantal en hoe het er voor staat waarschijnlijk wel. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de vragen van de raad, maar er is nog wel een mededeling vanuit het college over de Lange Slagenstraat en daarvoor geef ik graag wethouder Mager het woord. Mededeling van het college Wethouder mevrouw Mager: Dank u wel, voorzitter. Ik meende even van deze gelegenheid gebruik te moeten maken, omdat de volgende B&A met betrekking tot de Lange Slagenstraat nog niet op de jaaragenda staat, en dat is het gevolg van een langere afwezigheid van onze projectleider. Het goede nieuws is wel dat ik gisteren kennis heb gemaakt met zijn vervanger, een ervaren project- en procesmanager, die, en ik quote: gericht is op samenwerking, transparantie en het creëren van verbinding binnen een maatwerkoplossing, integraal en passend op het project. Ik vond dat heel veelbelovend! Dit zijn natuurlijk mooie woorden, maar ik heb wel even gevraagd hoe hij dat op dit specifieke project gaat toepassen en voor een eerste werkdag vond ik dat hij zich al goed had ingelezen. Ik heb alle hoop dat we binnenkort wel de volgende B&A kunnen gaan inplannen. 6. Hamerstukken 6.a. Controleplan 2024 (2024-929486)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

I-7

7. Bespreekstukken 7.a. Tussentijdse rapportage 2024 (2024-936338)

De voorzitter: Voorgesteld wordt de tussenrapportage 2024 vast te stellen. Het gaat dan over de tussentijdse rapportage over de bestuurlijke, beleidsmatige en financiële ontwikkelingen. Het tweede beslispunt is een bedrag van € 282.000 te onttrekken aan de reserve sociaal domein en – dat is punt 3 – de financiële consequenties te verwerken in een begrotingswijziging. Het woord is allereerst aan de heer Krol, ChristenUnie/SGP. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Aan een bespreekstuk is gewoonlijk al een sessie voorafgegaan, maar dat geldt niet voor de turap. Ieder jaar krijgt de raad een tussenrapportage over de stand van uitvoering van de begroting op geld en op inhoud. Dit jaar is ook weer een mooie slag gemaakt in de toegankelijkheid van het stuk, met mooie kleuren, waarin de stand van de uitvoering op de programma’s goed te volgen is. De raad wordt dus goed gefaciliteerd. In deze vergadering wil ik ervoor pleiten om met elkaar meer zorg, aandacht en ook gedachtewisseling te hebben over de turap. Het gaat mijns inziens allemaal wat te rap – woordgrapje! Als raad zijn we het hoogste bestuursorgaan en de turap zou een moment moeten zijn om óf te applaudisseren, óf, als dat nodig is, om bij te sturen op de stand van de uitvoering, en dan zou het ook helpen wanneer we de trap ietsje eerder zouden kunnen behandelen.

Ik weet dat we als raad zelf over onze agenda gaan en ik zal dus zeker ook het verzoek neerleggen bij de agendacommissie om komend jaar te kijken of hiervoor een I&O en een B&A ingepland kunnen worden, pak ‘m beet eind augustus, eerste helft september, zodat we in de raadsvergadering van september de turap kunnen afconcluderen. Daarbij zou ik ook graag een reactie willen hebben van het college, of het dit wil steunen, zowel waar het gaat om het proces alsook, zeg maar, de tijdsissue: het zal een paar weken versneld moeten worden. Het voordeel daarvan zal volgens mij in ieder geval zijn dat we met elkaar meer helderheid hebben over welke issues precies opploppen rondom de turap, want ik heb echt geen idee wat er zo gaat komen door andere inbrengers, en ik denk het college ook niet. Op inhoud wil ik verder niet ingaan op de trap. Wat mij betreft krijgt het college décharge en wij zullen het raadsvoorstel verder steunen. Dank u wel voorzitter. De heer Van Veen: Voorzitter, bij wijze van interruptie wil ik een verduidelijkingsvraag stellen aan de heer Krol. U had het erover dat u graag eerder in stelling wordt gebracht met betrekking tot de turap. De turap heeft gedeeltelijk een zachte kant, maar het heeft ook een harde kant, in de vorm van de cijfers, de financiële gegevens.

Bent u dan het meest geïnteresseerd in de zachte kant? Ik denk namelijk dat het moeilijk zal worden om de harde kant, de cijfers, eerder te presenteren. Eerst hadden we de tussentijdse rapportage, eigenlijk een halve jaarrekening, per 30-6. Voordat de cijfers echt bekend zijn, zijn we twee, drie maanden verder, dus hoe ziet u dat dan, in samenhang met de zachte kant? De heer Krol: Dank voor uw vraag, meneer Van Veen. U werkt volgens mij bij een bedrijf aan de financiële kant. In de organisatie waar ik ben, ben ik gewend om binnen twee maanden na afsluiting van een termijn wel zicht te hebben op waar we staan. Sterker nog: halverwege de volgende maand weet ik al waar ik aangekomen ben. De technische I-8

ins en outs weet ik niet, daarom vraag ik het college ook te kijken wat daarin mogelijk is. Het lijkt me echter sterk dat we eind augustus niet enigszins een beeld kunnen hebben hoe het jaar tot en met juni verlopen is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir, D66. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. De turap, hoogtepunt van het jaar misschien. Ik haak in de start van mijn bijdrage even in op de bijdrage van de heer Krol. Als je een hele dag uittrekt voor de begroting, en dat doen we hier met z’n allen, is het ook prettig om ergens halverwege het jaar te kijken of je op koers bent. Er zijn gemeenten, en de heer Van Veen weet dat natuurlijk als geen ander, die niet één keer zo’n tussenmoment organiseren, maar twee keer: één keer in het voorjaar en één keer in het najaar. En dat heeft alles te maken met het peilmoment dat je kiest. Gelukkig kan dat allemaal ingevoerd worden in financiële systemen, dus het kan allemaal wel. En het gaat over belangwekkende vragen: wat hadden we met elkaar afgesproken en staan we op koer,s kunnen we nog bijsturen? Een soort thermometer die je erin steekt.

Ik moet zeggen dat mijn fractie al sinds jaar en dag graag gebruikmaakt van deze gelegenheid, dus we juichen het van harte toe als dit moment ook serieuzer wordt benut, zodat we ook echt kunnen bijsturen, niet alleen op de financiën, maar ook op de inhoud, want daar gaat het natuurlijk in essentie om. Ik denk dat we ons als raad gewoon geen recht doen als we van de begroting in één ruk, zeg maar, overschakelen op de verantwoording, om dan dik een jaar niets meer, of heel beperkt iets te horen te krijgen over de uitvoering. Dus laten we tijdig de turap bespreken, breng de raad nadrukkelijk in positie en geef ook concrete handvatten bij die oranje en rode kleurtjes. Het is een hele mooie start, vind ik, maar geef ook in de duiding gewoon iets scherper aan welke bijsturing niet is gelukt, waarom dat niet is gelukt en wat er eventueel nog wel mogelijk is, want dat lezen we nu toch mondjesmaat terug. Voorzitter, tot zover de technische kant. Ik wil het eigenlijk hebben over de inhoud, de zachte kant, zoals de heer Van Veen dat volgens mij duidde. Er is een vijftal topics die ik wil uitlichten. Het gaat om opvallende afwijkingen en daar wil ik het even met u over hebben. Allereerst. Op verschillende plekken in de turap staat dat we de bijdrage aan Waardlanden verhogen.

Alles bij elkaar opgeteld gaat het best om een schrikbarend hoog bedrag, liefst € 851.000, en het jaar is nog niet eens afgelopen. Wij krijgen hierdoor niet echt het gevoel dat we grip hebben op Waardlanden. Helaas lijkt dat gedeeltelijk het gevolg van diftar, want het grofvuil moet opgehaald worden, de prullenbakken puilen uit, die moeten vaker geleegd worden, de afvalinzameling zelf kost ook meer geld, en zo kan ik nog wel even doorgaan. De vraag is: geloven we echt met z’n allen dat het hiermee klaar is? We willen natuurlijk voorkomen dat dit zich in 2025 weer voortzet. Is het college van plan deze kostenstijging ook te betrekken bij de evaluatie die nog moet komen? We zijn ook benieuwd wat dit doet met de businesscase onder diftar. We horen daar graag een reflectie op van het college. Dan het IHP onderwijs, ook een afwijking die in de turap wordt gemeld. U weet: we wachten met smart op de aanpak van de vijf meest urgente schoolgebouwen en bij twee van die scholen, de Anne Frankschool en Samen Onderwegschool aan de Van Goudoeverstraat, lezen we dat pas eind 2025 wordt gestart met het huisvestingsproject. We vragen ons af wat dit precies inhoudt. Volgens het uitvoeringsprogramma 2023-2026 I-9

zouden deze scholen namelijk uiterlijk 2026 al aangepakt worden. Gaat dat lukken? Het college spreekt overigens, en dat vonden we best opvallend, over het IHP 2025-2028. Maar volgens mij hebben wij als raad hier vorig jaar het IHP 2023-2026 vastgesteld. Missen wij iets? Heeft het college zelf intussen een IHP vastgesteld? Ik hoor het graag. Het derde punt gaat over mantelzorg. Ook dit jaar zijn de middelen voor mantelzorg niet volledig besteed, dus het is een financiële afwijking, en die afwijking zagen we ook in voorgaande jaren. We hebben in het verleden wel eens opgeroepen, ook met steun vanuit verschillende fracties hier, om dat in te zetten voor respijtzorg. Uiteindelijk is het toen ingezet voor het Odensehuis, prima, maar er resteren weer middelen. Zou het college eens een plannetje willen maken om die middelen nu eens effectief te besteden? Respijtzorg is een richting die onze voorkeur heeft, maar het zou ook iets anders kunnen zijn wat de mantelzorgers ten goede komt. Vierde punt. Allerlei goede intenties ten spijt, lezen we dat in 2024 stadsbreed slechts twintig appartementen zijn gerealiseerd die beschouwd kunnen worden als starterswoningen. We vragen ons af of het college zelf blij is met dit aantal starterswoningen.

Of ligt de ambitie toch hoger? Wij hopen en denken eigenlijk het laatste, maar we merken wel dat ondanks een raadsopdracht uit 2023 concrete resultaten op dit dossier uitblijven, en dat betreuren we zeer. Tot slot het beleidshuis, eigenlijk een onderwerp ‘an sich’, maar ik heb echt keuzes gemaakt in de topics, kan ik u vertellen. Dit nieuwe gedachte-experiment, zoals ik het maar even noem, is onlangs in I&O besproken, maar het lijkt nu al werkelijkheid te zijn geworden als je de turap leest. Want in de turap blijken verschillende visies te sneuvelen en de raad heeft hier nog niet eens over besloten. Sterker nog: we hebben onlangs met elkaar afgesproken even de tijd te nemen en wat verdiepende sessies met elkaar te organiseren, zodat we ook echt zorgvuldig de Omgevingswet in de beleidscyclus brengen. Zou het college niet eerst willen afwachten wat de raad besluit, om vervolgens daarnaar te handelen? Eigenlijk een hele simpele vraag. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, de heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met namens onze fractie dank uit te spreken voor de trap en ook voor de beantwoording van de vragen, ook al waren ze een dag later ingepland dan de eerste planning – maar fijn dat het alsnog kon. En wat de heren Krol en Tekir ook al zeiden: de turap geeft ook een heel helder inzicht.

Door de kleurenbolletjes kunnen wij het ook snappen en daarmee is het eigenlijk een heel belangrijk sturingsinstrument geworden, of kán het zijn. Ik ga niet de woorden van de heer Krol herhalen, maar daar sluiten wij ons ten volle bij aan, zeker omdat, en dat is ook het laatste punt dat de heer Tekir maakte over de Omgevingsvisie en de integrale samenlevingsvisie, onze rol als raad toch weer heel klein lijkt te worden als we zien dat het cultuurbeleid niet meer naar ons toekomt en mobiliteit een programma wordt onder het college. Recent nog heeft mijn fractiegenoot over het parkeren een verzoek neergelegd bij de agendacommissie, om dat apart te bespreken, zeker met de gigantische verhogingen die eraan lijken te komen komend jaar. Dit zijn wel thema’s die de stad raken en die moeten ook hier in de openbaarheid besproken worden. Dus zo’n turap moet dan een goed sturingsinstrument zijn en ook tijdig worden behandeld. Daar moeten wij als raad ook de I - 10

tijd voor nemen om dat te behandelen, los nog van wat wij vinden van het beleidshuis en alles wat daarmee te maken heeft, maar daar komen we later nog wel op terug. Om niet de hele turap door te nemen, willen wij er een drietal punten uithalen. Eén, de Elzenhofontwikkeling. Wij blijven kritisch volgen wat daar gebeurt en eindelijk zien we volgend jaar wat schot in de zaak komen. De heer Tekir heeft Waardlanden al benoemd, met een flinke verhoging van de kosten. Recent hebben we de radenbijeenkomst gehad, die globaal wat inzicht biedt in wat daar gebeurt, maar aangezien wij als Gorinchem ook grootafnemer zijn in dvo’s, zou ik het college willen adviseren hierover een aparte sessie te organiseren waarin specifiek op deze situatie van Gorinchem wordt ingegaan. Ten slotte beraden wij ons richting de begroting nog op de ongeveer een half miljoen extra OZB-inkomsten hoger dan gepland, ook in het licht van de komende OZBverhogingen voor verenigingen en voor inwoners. De voorzitter: Dank u wel. Democraten Gorinchem, mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, voorzitter. De turap biedt inzicht in de voortgang van het college, zowel beleidsmatig als financieel. Daarom vinden wij het ook belangrijk om vanavond onze beschouwingen hierop te geven, want het is een belangrijk document voor onze controlerende rol als raad.

In onze korte beschouwing zal ik ook een tweetal voor ons belangrijke aandachtspunten benoemen. Wat voor ons als duidelijke conclusie naar voren komt, is dat deze tussenrapportage laat zien hoe de spanningen tussen ambitie, capaciteit en prioritering toenemen. Meerdere malen wordt aangegeven dat de ambtelijke capaciteit flink onder druk staat en dat ook de beperkte financiën ervoor zorgen dat de ambities niet altijd waargemaakt kunnen worden. Zo wordt het opstellen van het nieuwe vastgoedbeleid en het gebiedspaspoort voor de binnenstad uitgesteld en gaat de nieuwe inrichting van de publieke ruimte in ons stadhuis niet door. Als je uitzoomt, besef je dat dit raakt aan ambities, zoals investeren in onze stedelijke ontwikkeling, duurzaamheidsdoelen en de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners. En als je inzoomt, zie je vooral dat het visiedocumenten zijn die moeten worden uitgesteld. Je kunt enerzijds opgelucht zijn dat het college niet kiest voor het investeren in papieren tijgers en documenten, maar wat voor nu betekenisvol is voor de stad. Anderzijds roept het bij mij echter ook de vraag op in hoeverre de gemeentelijke organisatie, het college, ervaart nog in staat te zijn visievorming te doen op langetermijnontwikkelingen en zo de horizon van onze stad bewaakt. Dit is ons eerste aandachtspunt. Voorzitter.

We begrijpen heel goed dat er keuzes gemaakt moeten worden in de prioritering. Het zijn financieel zware tijden in gemeenteland en de arbeidsmarkt is ontzettend krap. We kunnen niet alles blijven doen en betalen. We zijn ook blij dat dit college dit ook eerlijk in duidelijke taal aangeeft waar het even niet is gelukt. De tekorten in personeel betekent ook dat er mensen zijn die de gaten dichtlopen en die extra hard werk verrichten voor de stad. Dan is het knap dat de meeste activiteiten op groen staan in plaats van rood. We waarderen dan ook de inzet van de ambtenaren en het college om in deze moeilijke tijden de ambities waar te blijven maken. De ernst van de financiële situatie van onze gemeente werd ons pijnlijk duidelijk tijdens de behandeling van de begroting 2024. We vinden de keuzes die de coalitie toen heeft gemaakt nog steeds moeilijk te begrijpen en niet spreken van een langetermijnvisie, zo I - 11

eentje waar ik het eerder over had. Ik breng in herinnering de keuze om niet de volledige oplossing voor de Banneweg uit te voeren en het niet uitbreiden van parkeergarage Kweeklust. Wij hadden die keuzes anders gemaakt. Dit brengt ons bij het tweede aandachtspunt: mobiliteit, voor ons nog steeds een speerpunt, en hier mag een fietstandje bij. Maak werk van het goed kunnen parkeren van je fiets in de binnenstad, zeker nu de parkeergarage niet wordt uitgebreid en bij de komende begroting hoogstwaarschijnlijk de parkeertarieven worden verhoogd. Hoofdprioriteit moet toch zijn dat mensen zich veilig door onze stad kunnen verplaatsen, wat ons betreft het liefst op een fiets. Eike’s Hof staat met stip op nummer 1, de gevaarlijkste rotonde van de stad, misschien wel van het hele land. Maar waarom moet het zo lang duren? De wethouder zei vanavond dit op haar eerste dag bovenaan haar lijstje te hebben gezet. Dan vraag ik mij af: hebben we dan nog wel de slagkracht om de meest urgente zaken op te pakken? Tot slot sluit ik af met een oproep: bewaak de stip op de horizon voor onze stad. Het is voor ons soms hard zoeken naar de koers van dit college. We praten over de veiligheid van de fietsers, maar schrappen het aanpakken van fietsknelpunten uit de top-10. We spreken over sparen voor onze onderwijsgebouwen met overschotten die er niet zijn.

En er staan ons dit jaar nog belangrijke keuzes te wachten: de sporthal bij de campus, De Nieuwe Doelen en de bezuinigingen bij de aanstaande begroting. Laten we in de waan van de politieke dag niet de toekomst van de stad vergeten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is namens het college allereerst aan wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de reacties en heel eerlijk: het was natuurlijk even vervelend dat met de timing iets niet helemaal goed ging voor het indienen van de vragen, maar ik ben blij dat dat uiteindelijk goed is gekomen en ik kan u vertellen dat er een enorme inspanning is verricht om alle vragen toch uitgebreid te beantwoorden, dus ook complimenten voor de ambtenaren die daar heel hard voor hebben gelopen. Er is voor gepleit om de turap diepgaander te bespreken, want, zo is een paar keer gezegd, we moeten die serieus nemen. Ik heb nooit de indruk gehad dat de turap niet serieus werd genomen, alleen was het in Gorinchem de gewoonte om het via schriftelijke vragen af te doen, en dan werd het meestal een hamerstuk.

En je ziet, omdat we meer informatie aan het geven zijn, omdat we bijvoorbeeld werken met die kleurtjes – een van de dingen uit het coalitieprogramma om dat beter te doen, zodat het begrijpelijker werd en meer informatie zou behelzen, zowel de begroting als de perspectiefnota en de turap –, dat het dus ook werkt, dat er meer informatie in staat en dat u daar wat mee kunt en daar ben ik blij om. Wij hadden zelf ook naar aanleiding van de veelheid aan vragen eigenlijk al de conclusie getrokken dat je dit niet meer met een vragenronde af kunt doen, want het kost eigenlijk veel meer tijd en inspanning dan gewoon een I&O en een B&A houden. Tegelijkertijd is het altijd een spanning om alles in alle parallelsessies door het hele jaar heen te plaatsen. Uiteindelijk gaat u daar natuurlijk over, want het is uw agenda, maar ik zelf ben heel positief over de oproep om deze turap meer aandacht te geven de komende tijd. Voorheen hadden we ook twee keer een turap, meneer Tekir – ik denk dat u dat ook I - 12

nog wel weet –, waarin vooral werd gerapporteerd op afwijkingen en bedragen; er stond helemaal niet zoveel informatie in. Daar is er één van afgeschaft en één van overgebleven. Laten we die ene die over is dan ook goed vullen met informatie. Door de heer Krol is ook gevraagd om te kijken of we eerder, eind augustus al, de trap zouden kunnen hebben. Ik heb even overlegd, maar dat is echt niet haalbaar. Met het zomerreces, en het hangt er altijd een beetje vanaf wanneer dat valt, is dat echt ingewikkeld. Maar ik ga u wel beloven dat wij zo snel mogelijk de trap zullen gaan doen, dat we echt gaan proberen om zoveel mogelijk op tijd, zodat u nog wat kunt bijsturen, bij u terug te komen. Want ik begrijp de wens van de raad, dus daar moeten we even goed naar kijken, of daar mogelijkheden in zitten, maar eind augustus kan ik echt niet toezeggen. De heer Krol: Voorzitter, graag een vraag nog hierover. Zou het een overweging kunnen zijn om de eerste turap dan over vijf maanden te doen? We hoeven dat nu niet vast te stellen, maar technisch gezien biedt de financiële verordening volgens mij best die ruimte. In ieder geval zou je zo het moment wat meer naar voren kunnen halen. Misschien is het iets om ook even tussen de agendacommissie en het college af te stemmen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Het lijkt me goed om daar eens over na te denken.

Dat zullen wij zeker doen en het daar dan nog een keer over hebben. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Polatli. Wethouder Polatli: Ik weet even niet welke vraag voor mij zou zijn, voorzitter. . . De voorzitter: Ik ga gewoon even het rijtje af. Als er geen vraag is, kunt u weer gaan! Wethouder Polatli: Dank u wel, het was gezellig! De voorzitter: Het was me weer een genoegen! Dames en heren, dit was wethouder Polatli! Dan gaan we verder naar wethouder Mager. Ik hoop dat u wel wat heeft genoteerd! Er zijn in ieder geval vragen geweest over onderwijshuisvesting. Wethouder mevrouw Mager: Zeker, en dank u wel voor uw vragen. Ik denk dat er een typefout is gemaakt in de periode die het IHP beslaat, dus excuses daarvoor. We hebben er overheen gelezen met al die ogen die daarin meelezen, dus we gaan er voortaan nog extra op letten. En wij hebben niks vastgesteld tussendoor, al is die neiging er misschien soms wel. De heer Tekir: Het zou zomaar de omgevingsvisie kunnen zijn en het beleidshuis, maar dat is het niet. Ik ben gerustgesteld! Wethouder mevrouw Mager: Ik houd het beleidshuis nauwlettend in de gaten, daar kunt u van op aan. In het uitvoeringsprogramma van het IHP schuift af en toe echter wel wat en ik snap daarom wel uw vraag.

De schriftelijke vragen zijn volgens mij redelijk adequaat beantwoord, behalve dan wat die periode betreft, dus ik ga dat niet nog een keer voorlezen, maar in de uitvoering van het IHP, schuift af en toe wat en dat is altijd met u gecommuniceerd in deze raad, meestal door een I&O, en als daaruit een raadsvoorstel volgt, komt dat vanzelf ook hier. Dat gaat echter nooit zonder samenspraak met scholen I - 13

of schoolbesturen. Dat doen we altijd met elkaar en zoals u weet vallen vaak meerdere scholen onder één bestuur en hun is natuurlijk ook duidelijk dat, als de ene school voorrang krijgt op het lijstje, de ander dan automatisch iets naar beneden zakt. U noemde expliciet de Anne Frank- en de Samen Onderwegschool. Die staan inmiddels wel gepland. Het eerste overleg met de scholen is daarop al ingezet. Maar Omnia, ISK en de hele schuif die u vorige week in I&O hebt kunnen horen, hebben prioriteit gekregen, zoals wij voor het zomerreces ook al hadden aangegeven. Dat is gebeurd in overleg met de schoolbesturen. Vandaar het uitvoeringsprogramma als destijds opgesteld in een regelmatige I&O over het IHP, dat u op die manier op de hoogte wordt gehouden hoe wij invulling geven aan het uitvoeringsprogramma. De heer Tekir: Voorzitter, als ik daarop even mag reageren. Ik probeer hier alleen een stukje verduidelijking te krijgen. We zijn inderdaad bijgepraat over de schuif, vorige week, of twee weken geleden, dat weet ik even niet meer, en dan merken wij wel dat dat een prioriteit is, maar wat ons niet duidelijk wordt, is welk gevolg die prioritering heeft voor andere projecten. En het is juist interessant om dan ook te weten dat het in dit geval dus voor de Anne Frank- en de Samen Onderwegschool een vertraging betekent. Wethouder mevrouw Mager: Het is maar net hoe je het zegt.

De vertraging is een gevolg van het feit dat we de volgorde hebben aangepast in overleg met de schoolbesturen, waar ook de Anne Frankschool en Samen Onderweg onder vallen. Dus dat is een afweging die in collectiviteit wordt gemaakt en niet omdat wij hier hebben besloten dat eens eventjes een beetje om te gooien. De heer Tekir: Ik snap dat dat in overleg gaat en daar ben ik blij mee. Maar wij als raad stellen hier een IHP vast tot 2026 en daarin geven we aan dat er urgente schoolgebouwen zijn die echt aangepakt moeten worden. Dan willen we ook gewoon die keuzes met elkaar kunnen maken als dat verandert. Ik vind het wel jammer dat kennelijk die planning nu is gewijzigd en dat deze twee scholen niet meer binnen de periode die voor ons ligt aangepakt gaan worden. Daar had ik toch gewoon explicieter over willen besluiten. Wethouder mevrouw Mager: Nou, dat weet ik niet. Ik snap wat u bedoelt, maar wij proberen in de regelmatige update ten aanzien van het IHP u allen zo goed mogelijk daarvan op de hoogte te houden en daarin mee te nemen, waarom we dat doen en wat dan de consequenties daarvan zijn, dus ja, dan is dat blijkbaar niet geheel in zijn opzet geslaagd. We zullen even goed kijken hoe we in een volgende sessie misschien nog even iets dieper kunnen ingaan op niet wat er wél gaat gebeuren, maar wat daardoor iets opschuift.

Ik denk dat we dan iets aan uw vraag tegemoet komen, zodat u zich een beter beeld kunt vormen hoe de totale programmering in elkaar zit. Misschien kunnen we dat afspreken met elkaar. De heer Tekir: Graag, en volgens mij begrijpen we elkaar dan. Wethouder mevrouw Mager: Oké, dank u wel. Mevrouw Pellikaan heeft een compliment gemaakt voor de bedrijfsvoering. Ik hoop dat er heel veel ambtenaren meeluisteren, maar ik zal het compliment graag doorgeven. Er

I - 14

wordt inderdaad met man en macht gewerkt en het college, maar ook de raad, stel ik vast, zijn daar heel blij mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Dank u wel, voorzitter. Allereerst de vragen over Waardlanden. Als je naar de beantwoording van de technische vragen kijkt, maar ook naar de jaarrekeningresultaten, zie je dat we de afgelopen jaren flink hebben moeten bijplussen. Dat wil je niet op die manier, want dat gaat ten koste van het jaarresultaat, terwijl we ook met elkaar hebben afgesproken dat die hele afvalketen een kostendekkend verhaal is en dat we dat dus ook niet ten laste van het jaarresultaat willen laten gaan. Inmiddels hebben we twee radenbijeenkomst gehad en daarin zijn we spreekwoordelijk met de billen bloot gegaan. Ook het bestuur van Waardlanden heeft geprobeerd zo open en eerlijk mogelijk een beeld te schetsen van de situatie binnen het bedrijf, waarbij we zien dat dat de werkzaamheden en de dienstverlening goed lopen en we tegelijkertijd nog steeds echt werk aan de winkel hebben, maar we ook enorme stappen hebben gezet naar robuustheid van de organisatie en ook het financieel in control komen. We zitten er als bestuur echt bovenop.

We willen geen verrassingen meer, niet meer dat er nieuwe overschrijdingen komen op de begrotingen en zoals u weet is het ook wel mede reden geweest voor het bestuur om vorig jaar in te grijpen in de organisatie. Het heeft echt onze topprioriteit en we sturen dan ook echt op die robuustheid en op die kostenbeheersing binnen Waardlanden. Tijdens de radenbijeenkomst heeft de directeur gezegd erop te vertrouwen dat in ’24 binnen de begroting zal worden gebleven en als wethouder, maar ook als bestuurslid van Waardlanden, durf ik hier wel te zeggen dat we voor ’25 een realistische begroting hebben neergelegd, die we binnenkort met een vertaling in onze eigen begroting zullen zien en een goed weergave biedt van de daadwerkelijke kosten die we met elkaar te maken hebben in de hele bedrijfsvoering. Er zijn nog enorme stappen te zetten, maar ik geloof echt dat we een hele realistische begroting ’25 hebben opgesteld. De heer Tekir: Wij hebben de beide bijeenkomsten van Waardlanden bezocht en die openheid is inderdaad te waarderen. Tegelijkertijd heb ik er wel een vraag bij. Want als we kijken naar niet alleen ‘24, maar ook het jaar daarvoor, ‘23, dan waren er toen ook al fors hogere bijdragen die we hebben verstrekt. En in ‘24 hebben we die begroting ook realistischer ingeschoten, dus bijgesteld eigenlijk op de knelpunten uit ’23.

Dat gaan we nu weer doen en dan gaan we er vanuit dat het wel allemaal binnen de begroting blijft. Maar ik ben benieuwd wat we ánders gaan doen, want die begroting is al een keer bijgesteld. Dus wat gaan we in 2025 ánders doen waardoor we nu wel binnen die begroting blijven? Anders blijven we jaarlijks bijstellen. Wethouder De Boer: Ik snap uw vraag. Tegelijkertijd is de begroting ‘24 eigenlijk pas vrij recent bijgesteld. In dat verbetertraject hebben we heel laat eigenlijk, dit jaar pas, begrotingswijziging 24 met elkaar vastgesteld, waarop u vrij recent ook zienswijzen hebt ingediend. Pas halverwege ‘24 hebben we met elkaar de stap gezet om te komen tot die realistische begroting. Dan zie je dus ook dat je gelijk die sprong maakt van bijna acht ton als bijdrage om te komen tot dat realistische kostenverhaal. Tegelijkertijd moet ik ook zeggen, en dat heb ik eerder ook in de bijeenkomst al aangegeven, dat heel erg I - 15

geïnvesteerd is op de kostenbeheersing, om dat goed in kaart te brengen. De vervolgstap is ook om die opbrengsten goed in kaart te gaan brengen, want die zijn eigenlijk, als je ook kijkt naar de effecten van diftar, maar mondjesmaat en heel voorzichtig ingeboekt, en daar hopen we de komende tijd verder in te gaan investeren, om ook die efficiencyvoordelen en die voordelen van het nieuwe beleid ook steeds beter te kunnen laten landen, ook in die begroting. Ik geloof echt dat we dan ook stapje voor stapje kunnen kijken of we misschien weer een klein stukje naar beneden kunnen gaan. De heer Tekir: Voorzitter, tot slot een vraag. Ik heb gezien dat u van die 851.000 euro een deel dekt uit de reserves, dat is op zich prima, maar het grootste deel niet. Begrijp ik goed dat dat landt bij, plat gezegd, de inwoners, dus dat de kostenneutraliteit van de afvalstoffenheffing leidend is, en worden die kosten omgeslagen naar de inwoners, of heeft Waardlanden, dan wel de gemeente, mogelijkheden om die kosten op een andere manier op te vangen? Wethouder De Boer: We hebben als gemeente een egalisatiereserve. Voorheen zag je heel veel schommelingen, het ene jaar kreeg je wat terug en het andere jaar moest je wat meer betalen. Dat had ermee te maken dat aan het begin van het jaar de papierprijs een x bedrag was en dat die aan het einde van het jaar het viervoudige kon zijn, of vice versa.

Om die schommelingen op te vangen hebben we een egalisatiereserve, maar als je stelselmatig een aantal jaren dat grotere bedrag hebt, kun je dat niet meer in de egalisatiereserve opvangen, dus dat komt ten laste van het jaarresultaat. De heer Tekir: Dat kan dit jaar al niet meer, dus uit onderbesteding bij andere programma's gaan wij de kosten van Waardlanden dekken. Begrijp ik dat goed? Wethouder De Boer: Als u het mij toelaat, zal ik daar zo meteen nog even op terugkomen, dan ga ik het heel even checken, voordat ik misschien iets ga zeggen dat net niet helemaal klopt. Er zijn best wel wat vragen gesteld over het beleidshuis, vooral over hoe op een aantal plekken geformuleerd staat wat we nog kunnen verwachten qua planning met dingen. Ik realiseer me dat dat een hoop vragen oproept, des te meer reden volgens mij om binnenkort een raadsbrede bijeenkomst met elkaar te organiseren, want het is geenszins de intentie van het college om dingen bij u weg te houden. Ook in de technische beantwoording hebben we dat al aangegeven, want als je even alle procedures en techniek wegdenkt, gaat er per saldo niet zo heel veel veranderen in de verhoudingen tussen raad en college. U gaat als gemeenteraad over de beleidskaders en wij mogen binnen die beleidskaders als college het beleid uitwerken. Dat was zo en dat blijft zo.

Alleen gaan onder de Omgevingswet procedures en de momenten waarop we bij u komen net wat veranderen, en dat was reden om het ook bij u te agenderen in I&O. Misschien hebben we inderdaad even een andere setting met elkaar nodig om dat gesprek te voeren. Als we hierover geen goede werkafspraken maken, gaan we elke keer de discussie krijgen over die procedure en het is onze intentie om met u tot werkafspraken te komen die voor u naar tevredenheid zijn en voor ons naar tevredenheid zijn, binnen al die veranderingen die op ons afkomen onder de Omgevingswet. Volgens mij hebt u terechte vragen gesteld. In de turap staat het misschien op een aantal plekken net een beetje ongelukkiger beschreven. Dan zie je dat het ook voor ons intern nog een hele verandering is. Onze I - 16

attentie is echt niet om bevoegdheden bij u weg te halen, geenszins. Volgens mij hebben we het goede gesprek met elkaar nodig om al die veranderingen in goede banen te leiden met elkaar. Dat zou ook mijn oproep aan u zijn: laten we samen nadenken hoe we dat kunnen gaan doen. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dit roept allerlei vragen op, bij ons, maar bij meerdere partijen begrijp ik. Het is ook best wel een grote verandering dat hele beleidshuis. Is het niet raadzaam daarover een keer een Q-sessie te houden, zodat het niet in een uurtje met een beperkt aantal raadsleden wordt besproken, maar met de hele raad? Wethouder De Boer: Volgens mij is dat ook in I&O zo afgeconcludeerd: dat het goed zou zijn om dat gesprek me de hele raad te voeren, met de suggestie om daarover wellicht een Q-sessie te organiseren. Volgens mij waren dit de vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Dansen. Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb volgens mij twee vragen van D66, waarvan de eerste ging over de mantelzorgmiddelen die overgebleven waren, niet volledig besteed waren en voor een gedeelte terechtgekomen waren bij de respijtzorg, wat natuurlijk ook volkomen logisch is, want dat heeft alles met mantelzorg te maken. U vroeg aan mij: dat moet ons niet nog een keer overkomen, dus maak een plan voor volgend jaar.

Wat daarvan overgebleven is en wat daar verder van overblijft als het niet aan respijtzorg wordt uitgegeven, gaat dan in principe natuurlijk in de reserve sociaal domein, die dan met toestemming van de raad weer kan worden gebruikt voor andere dingen binnen het sociaal domein. We hebben daarover nog niet zo diep nagedacht voor volgend jaar, we hopen eigenlijk dat die middelen wel uitgeput worden. We proberen ook zoveel mogelijk aandacht te geven aan de mantelzorgers en ze te laten weten dat de middelen er zijn. Dus als u het niet erg vindt, wil ik eerst even proberen of we ze niet gewoon op de juiste plek kunnen krijgen. En mochten we dan geld overhouden – waren we maar zo gelukkig binnen het sociaal domein! –, dan ga ik in ieder geval wel moeite doen om er diep over na te denken hoe we dat zouden kunnen aanwenden binnen het mantelzorggebeuren, dus inderdaad respijtzorg of iets in die richting. De heer Tekir: Ik heb die vraag gesteld, omdat u zelf in de turap aangeeft dat die middelen overblijven. Het is dus niet een ‘als’, u geeft dat zelf aan. De sociaal domeinverrekening is mij bekend, maar het is precies die verrekening waardoor het in een groter geheel terechtkomt, wat we willen voorkomen en juist daarom die mantelzorgers een extra boost willen geven. Maar goed, volgens mij begrijpen we elkaar.

Wethouder mevrouw Dansen: Volgens mij zijn we het ook gewoon met elkaar eens, want ik denk dat je juist op dat soort plekken geen geld over moet houden, want dat betekent dat het niet terechtkomt waar het terecht moet komen. Dus inderdaad, we zijn het eens.

I - 17

De heer Tekir: Ik ben blij met deze openhartige beantwoording. We wachten het af bij de verantwoording en dan zien we wel wat daarvan is terechtgekomen. Wethouder mevrouw Dansen: Dank je wel. Dan was er ook nog een vraag, eigenlijk meer een opmerking, over de starterswoningen, van: zou je er eigenlijk niet meer willen? Ja, zeker, maar er zijn grote uitdagingen en er zitten natuurlijk best nog wel een hoop van dat soort dingen in de pipeline en zoals u ook weet, duurt het gewoon, zoals bij de Arkelsedijk – daar zitten er volgens mij ook wel een aantal in – een hele tijd voordat die gerealiseerd zijn. De doorlooptijd van zo’n groot bouwprogramma is altijd langer dan de periode waarin je zit als college. De voorzitter: Dank u wel. Aan de orde is de tweede termijn. Mevrouw Pellikaan, Democraten Gorinchem. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, voorzitter. Ik sta hier een beetje verpauperd, zo voel ik mij, en ook een beetje met verbazing. Ik heb vanuit de coalitiepartijen eigenlijk helemaal geen inhoudelijke punten gehoord op deze turap, terwijl het ook voor jullie – en dan spreek ik via de voorzitter tot mijn raadscollega’s – een heel belangrijk moment is om je controlerende rol als raad uit te voeren. In mijn ogen is dit een zeer inactieve manier om daaraan invulling te geven.

En ten tweede ben ik een beetje verpauperd, omdat ik ook geen inhoudelijke reactie heb gekregen op mijn bijdrage en onze genoemde aandachtspunten door het college. Ik had bijvoorbeeld gevraagd in hoeverre het college ervaart voldoende aandacht te kunnen hebben voor de langetermijnontwikkelingen en ik had ook aangekaart onze oproep om meer in te zetten op mobiliteit, omdat wij dat niet meer echt als prioriteit ervaren sinds de begrotingsbehandeling, en ook de situatie rondom Eike’s Hof, waarbij een oplossing al jaren moet duren, ons ook doet twijfelen aan de slagkracht. Ik vind het jammer dat hierover niet het gesprek is gevoerd vanavond, want mijn oproep ging echt over visionair vermogen, over slagkracht en het lijkt aan dovemans oren te zijn gericht. Misschien had dit de bijdrage van de heer Polatli moeten zijn en hebben we die daarom gemist, maar ik ben echt benieuwd of het college de uitdagingen ziet zoals wij die hebben geconstateerd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het kort houden omdat ik ook gebruik heb gemaakt van interrupties. Ik wil even op twee dingen terugkomen. Allereerst het IHP onderwijs. Ik ben blij dat de wethouder het punt dat we maken begrijpt, dat, als we ergens voor kiezen, dan ook inzichtelijk wordt gemaakt waar we niét voor kiezen, dus de zaken die eventueel vertragen.

Maar ik heb er eerlijk gezegd wel moeite mee dat we binnenkort die sessie hebben over die hele puzzel en de schuif en dat dit nu voor het voetlicht komt. Dat vind ik wel ongemakkelijk. Er is gewoon een IHP vastgesteld met een visie tot 2026 en daar is kennelijk, in ieder geval in de planning, van afgeweken. In overleg met de bestuurders, geeft u dan aan, maar dan nog. Het gaat om urgente schoolgebouwen. Tweede punt: de starterswoningen. Twintig is inderdaad niet onze ambitie en we weten dat dit soort projecten van lange adem zijn, maar goed, dat hebben we nu al zo vaak met elkaar gedeeld. Ik heb er behoefte aan om eens inzicht te krijgen in de programmering I - 18

voor de komende jaren: wat er aan aantallen opgeleverd gaat worden qua starterswoningen. Zouden we daar inzicht in kunnen krijgen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn niet meer leden van de raad die in tweede termijn het woord wensen. Dan geef ik allereerst wethouder De Boer het woord. Wethouder De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat ik het nog even nagevraagd heb. Het officiële verhaal is dat het ten laste gaat van het begrotingssaldo, dat ziet u ook op pagina 4 van de turap, en dat ga je dan aan het einde van het jaar zien in het jaarrekeningresultaat. Zo klopt de uitleg, maar volgens mij klopt ook de conclusie die u eraan verbond. De heer Tekir: Precies, dat wilde ik zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Mager. Wethouder mevrouw Mager: Voorzitter, dank u wel. Ten aanzien van het IHP: aan de ene kant zeg ik “ja, dat kan ik me voorstellen”, een gevoel kan ik me sowieso altijd voorstellen, want ik kan me daar ook best in inleven, en aan de andere kant hebben wij niet voor niets regelmatig die updatesessies van het IHP, en dan verwacht ik ook eigenlijk daar wel iets dergelijks als wat u vanavond zegt. Dus ik denk dat we elkaar begrijpen. We gaan daar ook mee aan de slag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=6c8b49f2-9e4b-4944-b8c9-c6250b6113bc