20240926 Verslag Raadsvergadering Gorinchem
Tekst van het document
Deze discussie heb ik ook met de heer Tekir gevoerd, van: bedoelen we eigenlijk wel hetzelfde? Maar eigenlijk denk ik dat het het gemakkelijkst te onderscheiden is, zeg maar, dat we gewoon willen dat de inwoners van Gorinchem hun vuil kwijt kunnen op de milieustraat, maar dat we wel nog steeds het beleid voeren dat bedrijven et cetera niet die vrijheid krijgen, maar dat je als inwoner gewoon je vuil kwijt kunt op de milieustraat. De heer Van Houwelingen: Nou, dan ben ik heel benieuwd hoe de wethouder dit gaat invullen, want er is nogal een verschil tussen grof huishoudelijk afval, hardplastic et cetera en elektrische apparaten, wat al gratis kan, maar goed. . . .
H - 20
De heer Klein: Volgens mij is dat vrij simpel. We hebben allemaal in Gorinchem een pasje voor huisafval en volgens mij moet je dan juist gaan acteren op degenen die er misbruik van maken. Je kunt nu ook bijhouden of ik drie keer ben geweest of meer, nou, dan kun je ook bijhouden of ik tien keer ben geweest. En als je dan iemand hebt die al voor de tiende keer komt, kun je kijken wat die in zijn wagen heeft liggen. Volgens mij is dat heel makkelijk en praktisch op te lossen. De heer Van Houwelingen: Hoe het wordt opgelost laat ik aan de wethouder. Voor mij is meer onduidelijk hoe ik deze motie moet lezen. De voorzitter: U werpt een definitiekwestie op en het vraagstuk is geagendeerd. Gaat u verder. De heer Van Houwelingen: Daarnaast wordt aangegeven dat een aantal mensen het grofvuil op straat plaatsen omdat ze na drie keer storten moeten betalen. Ook wij zien die bijplaatsingen en ook zien wij de berichten die in zo’n Facebookgroep voor afvalcontainers Gorinchem staan. De zorgen die Stadsbelang heeft geuit, delen wij ook, maar vooral zien wij dus elektrische apparaten, piepschuim en karton ertussen staan en wasmanden, en dat zijn allemaal stoffen die al gratis zijn weg te brengen. Natuurlijk zit er een bankstel tussen en een tuinset, maar 80% is al afval wat gratis weg te brengen is. Dus dan is de vraag in hoeverre deze motie daar verandering in gaat brengen.
En wanneer deze afvalstoffen dan gratis weg te brengen zijn, kunnen we het eigenlijk niet nog meer gratis maken dan het al is, behalve dan het bankstel en de tuinset die ertussen staan. Dus is het dan niet de bewoner die dan niet de intentie heeft om het gewoon weg te brengen? De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. Om te voorkomen dat we de scope van de motie verbreden, ik weet niet of dit een sollicitatie naar mede-indiening is, maar de motie gaat echt niet over wat wel en niet gratis zou moeten blijven. We veranderen eigenlijk niets aan het beleid. Sterker nog: het verzoek is aan het college om zich hiertoe in te spannen bij het bestuur van Waardlanden. Maar het gaat hier echt ‘sec’ om een stukje versimpeling, door de beperking van drie te verruimen, en ‘hoe ruim’ laten we ook nog eens aan Waardlanden over, dus de technische discussie over ‘wat, waar, hoe’ is niet aan de orde. De heer Van Houwelingen: Ik begrijp uw bedoeling wel, maar de motivatie is heel anders opgebouwd, dus uw motivatie klopt niet met wat u vraagt. Daar gaat het mij om. De voorzitter: Dank u wel. Geen anderen meer die in eerste termijn het woord wensen, stel ik vast. Dan geef ik namens het college wethouder De Boer het woord. Wethouder De Boer: Dank voorzitter.
Heel veel raadsleden heb ik zorgen horen uiten over het grofvuil op straat en ik kan u zeggen dat wij er als college net zo hard van balen dat het op die manier gebeurt. Het is onnodig, asociaal en ook ongelooflijk zuur voor al die mensen die zich ervoor hebben ingezet om het afval beter te gaan scheiden, die vele vrijwilligers die zich elke dag inzetten om het vuil te prikken in de straten. U mag dan ook verwachten dat het college daar prioriteit aan geeft. Het vorig jaar zijn we al gestart met handhaving, er zijn al vele honderden boetes uitgedeeld, ook in onze gemeente, en H - 21
we hopen dat dat op de langere termijn ook gaat helpen bij een stukje gedragsverandering. Mijn collega Polatli is aanvullend ook bezig met een aanpak om de naastplaatsingen terug te dringen. Diverse vragen zijn gesteld over de relatie tussen de naastplaatsingen en het gevraagde in de motie. Heel eerlijk moet ik u zeggen dat ik die onderbouwing niet kan geven. In het verleden was het gratis, heel veel stromen zijn gratis en ik heb op dit moment niet de data, of de feiten, om te onderbouwen dat het nieuwe beleid leidt tot meer naastplaatsingen. Dan de motie zelf. De indieners, maar ook de rest van de raad wil ik een ‘x’ aantal zaken ter overweging meegeven. In ’21 hebben we met elkaar beleid vastgesteld, met een hele reeks maatregelen, om met elkaar toe te werken naar een circulaire samenleving in 2050. Diftar op de milieustraat is daarvan een van de onderdelen.
We wilden de milieustraat toegankelijk maken door de mogelijkheid te bieden drie keer gratis aan te bieden en tegelijkertijd wilden we gaan werken aan een stukje gedragsverandering, om ervoor te zorgen dat meer wordt nagedacht over het hergebruik van spullen: is het eventueel nog te hergebruiken, kun je het repareren, zou het naar de Kringloop kunnen, zou je het wellicht uit elkaar kunnen halen opdat het niet de verbranding in gaat? Het is misschien wel een stukje ongemak, maar het is ook zonde dat spullen de verbrandingsoven in gaan, terwijl misschien nog allerlei materialen hergebruikt kunnen worden, en wat voor uitstoot er weer ontstaat als we allerlei zaken nieuw moeten produceren, terwijl we eigenlijk hartstikke veel grondstoffen met elkaar hebben. Maar ook bijvoorbeeld om er wat gewoonte in te krijgen, dat op het moment dat je je keuken gaat verbouwen, je een container neerzet en niet tien keer gaat rijden naar de milieustraat om je puin weg te brengen, want je moet je echt wel afvragen of het eerlijk is om iedereen daaraan mee te laten betalen. Het uitgangspunt van diftar, en ook vanaf nieuw beleid, is wel dat de vervuiler betaalt. Het is ook een stukje bewustwording dat volgens mij wel iets van de lange termijn is.
We willen daarmee ook het afvaltoerisme terugdringen en bedrijfsafval op de milieustraat, maar ook voorkomen dat iedereen zijn restafval naar de milieustraat gaat brengen, omdat anders aan de andere kant het diftarsysteem ondermijnd gaat worden. Al die wensen samen hebben geleid tot het beleid dat we nu hebben en wat dat betreft zijn we ook echt niet over één nacht ijs gegaan. In de motie wordt mij gevraagd mij in het bestuur van Waardlanden in te zetten om diftar op de milieustraat weer af te schaffen. Dat vind ik wel een heel grote beleidswijziging, terwijl we nog maar een x aantal maanden bezig zijn met elkaar en de evaluatie nog moet komen, waarvoor je op z’n minst een goed jaar zou moeten draaien om data te krijgen over wat er gebeurt, voor wie dit speelt, hoe groot daadwerkelijk het probleem is en waar nog aanpassingen moeten worden gedaan om nog beter onze beleidsdoelen te halen. Dat neemt niet weg dat ik er echt voor open sta om op basis van die evaluatie te beoordelen waar we eventueel nog moeten finetunen met elkaar, maar wel op basis van die uitgangspunten uit het beleid en echt onderbouwd met feiten. Daarvoor hebben we echt die evaluatie nodig. Om die reden moet ik de motie nu echt ontraden. Ik wil u echter niet helemaal met lege handen laten vertrekken.
Ik heb de zorgen gehoord die breed bestaan ten aanzien van het grofvuil en de situatie op de milieustraat en in het bestuur van Waardlanden zal ik vragen om dit als een heel bijzonder aandachtspunt vanuit Gorinchem mee te nemen in de evaluatie, zodat we aan de hand van de data goed kunnen beoordelen wat er gebeurt. Vijfheerenlanden kent het systeem dat u vraagt al op de milieustraat, dus H - 22
we kunnen ook een heel goede vergelijking maken. Op basis van de feiten kunnen we dan straks nagaan waar bijgestuurd moet worden en waar ook successen worden geboekt. Woensdag hebben we een nieuwe radenbijeenkomst, kom daar vooral ook met elkaar naartoe, dan gaan we u weer bijpraten over waar we staan, maar we willen ook de eerste successen laten zien, waaruit blijkt dat we niet voor niks met elkaar deze stappen allemaal doorlopen. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Ik hoor wethouder De Boer praten over de evaluatie. Nou, daar ben ik in principe niet tegen, ik ben blij dat een project als dit geëvalueerd wordt. Wethouder De Boer sprak ook over een vergelijking met Vijfheerenlanden. U weet wel, en de raad ook, dat ik soms de kriebels krijg als we onszelf gaan vergelijken met Dordrecht, dus ik zou dat ook graag niet met Vijfheerenlanden willen doen. We hebben toch ook gewoon data van de jaren hiervóór? We hebben al heel vaak onze postcode ingetypt, dus we weten toch in principe al hoe vaak een inwoner van Gorinchem de afgelopen jaren bij de milieustraat is geweest? De voorzitter: Wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Of de data die u beschrijft per huishouden en dergelijke op die manier geregistreerd en ook bewaard zijn, weet ik niet.
U zegt ook dat we ons niet moeten vergelijken met anderen, maar u vraagt om een beleidswijziging die vergelijkbaar is met de situatie in Vijfheerenlanden, een van de vier gemeenten in het Waardlandengebied. Die heeft op dit moment geen diftar op de milieustraat. Op het moment dat daar iemand komt. en die is drie keer geweest, wordt dat wel netjes geregistreerd, maar de rekening gaat naar de gemeente Vijfheerenlanden. Dus na een jaar kunnen wij ook zien wat het qua kosten betekent als wij in Gorinchem hetzelfde beleid zouden invoeren, en wat dus ook weer doorgerekend gaat worden in de afvalstoffenheffing. We kunnen zo meteen laten zien wat er over een heel jaar in Gorinchem is gebeurd en wat er bijvoorbeeld in onze buurgemeente is gebeurd. En daar kun je het vergelijk maken. De voorzitter: De heer Boutachkourt. De heer Boutachkourt: Een kort vraagje, voorzitter. Wanneer kunnen we die evaluatie verwachten? Misschien helpt dat ook in de discussie. Wethouder De Boer: Nadat we de volledige cijfers van het hele eerste jaar hebben, en dat is niet gelijk op 1 januari het geval. We hebben het voornemen vanuit Waardlanden om in het eerste kwartaal ‘25 de evaluatie met elkaar te doorlopen. De heer Boutachkourt: Te doorlopen, of te delen? Wanneer kunnen wij het als raad verwachten? Wethouder De Boer: Vermoedelijk zullen we begin Q2 met elkaar het gesprek daarover kunnen voeren.
Maar ik wil u ook vooral uitdagen om bijvoorbeeld volgende week de radenbijeenkomst te bezoek; ook daar zal die evaluatie aan bod komen en hoe wij van
H - 23
plan zijn die in te steken. Geef daar ook input op en een reactie, en geef ook uw wensen mee voor wat u in die evaluatie mee zou willen laten nemen. Verder heb ik nog een opmerking van de VVD openstaan over de Fixi. Voorheen werden de meldingen die bij ons binnenkwamen doorgezet en gingen ze bij ons automatisch op ‘afgehandeld’, maar inmiddels werkt Waardlanden ook met Fixi, zodat ze ook zelf die meldingen sneller krijgt en daaraan opvolging kan geven. De voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Ik had de indieners van de motie al gevraagd hoe zij de term ‘grofvuil’ definiëren. Datzelfde wil ook graag van de wethouder horen. Dat is voor mij van belang om te weten waar ik straks voor of tegen stem. Wethouder De Boer: Op basis van het gesprek met de indieners hebben ik de aanname gedaan dat dit gewoon gaat over het volledig loslaten van het betalen op de milieustraat. De heer Klein: Exclusief bedrijven en hun bedrijfsafval en natuurlijk het restafval dat je ook kwijt kunt op de milieustraat, want het lijkt me gewoon dat dat hetzelfde blijft werken, dus niet dat iedereen ineens al zijn zakken naar de milieustraat rijdt. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Ik heb best wel veel interrupties toegestaan, dus ik zou me kunnen voorstellen dat dat niet meer het geval is.
De heer Klein: Zouden we misschien vijf minuten mogen schorsen? De voorzitter: Zeker, dan gaan we om 21.23 uur verder. De vergadering is geschorst. (21.18 uur) Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (21.24 uur). De heer Klein van Stadsbelang had een schorsing aangevraagd. Ik had de vraag gesteld of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Klein: Ja, ik zou sowieso gebruik willen maken van de tweede termijn. De voorzitter: Akkoord, dan gaan we over op een tweede termijn. Het woord is als eerste aan de heer Tekir. De heer Tekir: Dank u, voorzitter. Er is best veel gezegd en al luisterend kreeg ik op een gegeven moment het idee dat dit zo’n avond is dat er eerst iets moet gebeuren voordat wij als raad aan zet zijn. Misschien is dat meer op metaniveau een beschouwing, maar dat hadden we ook in de discussie hiervoor. Nu zouden we ook moeten wachten op iets wat moet komen, terwijl ik denk: wij als stadsbestuur, als gemeenteraad, vergaderen, nemen besluiten, geven sturing aan het dagelijks bestuur en dat proberen we op een koninklijke wijze vanavond door niet als eigenstandige gemeente een eigen besluit te nemen en daarmee Waardlanden te overrulen, maar heel netjes netjes het college te vragen dit in te brengen in het bestuur van Waardlanden, een inspanningsverplichting. Als die evaluatie H - 24
zeer aanstaande is, kun je het zeker ook in dat kader meenemen, maar laten we wel een stap vooruit zetten, want de dagelijkse praktijk is – en ik heb daar geen metingen voor nodig, voorzitter –dat wij in de stad tegen allerlei afvalbergjes aankijken, en dat willen we gewoon niet. Je kunt dan allerlei vragen stellen over het causaal verband, en ja, dat zal zeker niet voor iedereen gelden, maar we moeten niet denken dat iedereen in de stad zal handelen zoals wij hier in de raad. Er zijn gewoon echt mensen die in allerlei problemen zitten, die het niet eens meer aandurven om de milieustraat in te rijden omdat ze bang zijn dat ze misschien moeten betalen, of die de regels niet snappen. De website, boetes, het is kennelijk allemaal niet genoeg. Er zijn mensen die het niet snappen en daardoor angst ingeboezemd krijgen. De heer De Pagter: Zijn dat dan de mensen die hun afval buiten dumpen? De heer Tekir: Niet per definitie. De heer De Pagter: Het zijn wel insinuaties die u maakt, terwijl iedereen ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. De heer Tekir: Ik probeer het heel voorzichtig te brengen, voorzitter. Het zijn niet per definitie die mensen, maar het gebeurt wel en dan daar kunnen we ook niet van wegkijken.
De heer De Pagter: Nee, maar dan mag dat toch blijken uit een evaluatie die spoedig komende is? De heer Tekir: Dat mag zeker blijken uit een evaluatie, maar nogmaals: als wij nu al in de praktijk op straat tegen allerlei afvalbergjes aankijken en het gezond verstand zegt dat, als je dat vaker mag langs brengen naar de milieustraat, dat niet helemaal opgelost zal worden, maar wel bijdraagt aan het verminderen van het grofvuil op straat. Daarom zeg ik: laten we die eerste stap vanavond zetten en als raad ook die positie nemen. De heer De Pagter: Ik sprak vandaag een ondernemer aan de Wilhelminalaan. Daar schijnt de laatste tijd een container te hebben gestaan van Waardlanden waar iedereen zijn afval in kon gooien. Die container was tot aan de nok toe vol. Het was schoon, maar een week later is het weer. Dus je kunt blijven ophalen, blijven storten en blijven ‘reminderen’, maar het heeft volgens mij met gedrag te maken. Ik wil me graag door de evaluatie laten overtuigen of het inderdaad een kwestie van gedrag is. De heer Tekir: Die evaluatie zie ik dan graag tegemoet.
Wij stonden op de milieustraat, wij hebben de mensen gesproken die dagdagelijks de mensen ontvangen en geloof me: het schijnt dat het tot zoveel discussies aan de poort leidt, soms tot onveiligheid voor het personeel van Waardlanden aan toe dat het maar drie keer mag, waardoor je je ook moet afvragen of je dit de mensen van Waardlanden wilt aandoen. En daarmee wil ik afsluiten, voorzitter. De voorzitter: Precies, want nu gaan we een beetje buiten de orde. De heer Klein. De heer Klein: Bedankt voorzitter. Het is een lastig punt. Een wethouder die zegt dat hij de motie in deze vorm moet ontraden lijkt een beetje te beweren dat ze onuitvoerbaar is. Ik denk dat dat niet helemaal waar is, maar dat dat uiteindelijk in het dagelijks bestuur H - 25
zijn ervaring is. Wel zou ik graag een aantal dingen van de wethouder willen weten en misschien zelfs willen verleiden tot het doen van een aantal toezeggingen die hij hier aan de raad kan doen, zodat wij die kunnen meenemen in onze overwegingen met betrekking tot dit onderwerp. Beginnen wil ik met de vraag of de wethouder in ieder geval wil erkennen dat het probleem aan het toenemen is op straat. Hij heeft zojuist erkend dat er vuil op straat is, maar kan hij ook erkennen dat het een toenemend probleem is sinds de invoering van het pasjessysteem? Aangegeven is dat een jaar lang ervaring nodig is voor een evaluatie en ook wanneer die evaluatie dan zou plaatsvinden. Ik vond dat eigenlijk nog een beetje vaag. Als je de inwoners wat perspectief wilt bieden, durf dan ook hard toe te zeggen wanneer die evaluatie plaatsvindt. Zelf vind ik alles ná Q1 eigenlijk te laat, want volgens mij staan de media er vol mee dat dit een probleem is en ik denk dat we dan ook gewoon onze verantwoordelijkheid moeten nemen om daar actie op te nemen en daarmee ook het bestuur van Waardlanden in beweging te brengen om dit zo snel mogelijk te bespreken. Kortom: we hebben een jaar gedraaid, direct evalueren, zorg maar dat die cijfers inzichtelijk worden. Mogelijk is het dan ook verstandig in ieder geval dit geluid in te brengen bij het dagelijks bestuur.
Ik ken de agenda niet, maar ik hoor graag van de wethouder hoe hij daaraan invulling zou willen geven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Boutachkourt, Democraten Gorinchem. De heer Boutachkourt: Dank u wel, voorzitter. Ik wil het ook heel kort houden. Het probleem is duidelijk: de bijstortingen nemen toe. Wij zijn heel benieuwd naar de antwoorden van de wethouder in de tweede termijn. We zijn nog steeds voorstander van de motie, maar we wachten even de reactie af. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u, voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Daarmee werd ons vermoeden ook wel bevestigd dat dit niet zozeer gebaseerd is op metingen die er zijn, maar vooral op gevoelens. Dus wij zijn erg benieuwd wat uiteindelijk uit de evaluatie zal blijken. We zouden daarbij willen meegeven om daar dan ook een inwonerspeiling of iets dergelijks aan toe te voegen. Als rode draad uit de beraadslagingen vanavond haal ik dat we dat met z’n allen een heel belangrijk punt vinden. Hoe mooi zou het zijn als we dat dan ook bij de evaluatie zouden betrekken, zodat we meteen ook kunnen nadenken over gedragsbeïnvloeding. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Pagter. De heer De Pagter: Dank u wel, voorzitter. Ik blijf bij het standpunt dat ik in eerste termijn heb verwoord. Het gaat om gedrag en laten we daarop sturen.
Iedereen kan spullen aanschaffen, dus kun je ze ook wegbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Groot.
H - 26
Mevrouw De Groot: Dank, voorzitter. In eerste termijn hebben wij ons even buiten de discussie gehouden, omdat we eerst iedereen eens wilden aanhoren en ook wat de wethouder hiervan vindt. Laat ik voorop stellen dat we als Partij van de Arbeid de circulaire samenleving en de circulaire economie hartstikke belangrijk vinden. Maar het gaat om een gedragsverandering en een gedragsverandering is niet van de ene op de andere dag te realiseren. Het is iets van de lange termijn, zoals de wethouder ook al aangaf. Daarom vinden we ook dat we goed gedrag moeten belonen, dus zoals de heer Klein heel mooi zei: die broekriem mag wel ietsjes losser. Voor ons hoeft het echt niet gratis te zijn, in die zin dat voor een stort helemaal niet meer betaald wordt, maar ietsjes losser, dus ietsjes meer keren gratis mag van ons wel. Dat was het eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann nog het woord? Nee. Iemand anders nog? Ook niet. Dan geef ik wethouder De Boer opnieuw het woord. Wethouder De Boer: Dank u, voorzitter. Er is een aantal vragen gesteld, maar ik zou eerst willen reageren op een opmerking van de heer Tekir, die aangaf: laten we nou een klein stapje vooruit zetten. En heel eerlijk: ik zit er een klein beetje mee in mijn maag.
Ik heb vanmorgen in het bestuur een hele mooie presentatie gekregen over de manier waarop we met elkaar toewerken naar de circulaire samenleving in 2050 en hoe alle maatregelen die we bedacht hadden in de strategienota daarin een plekje hebben. Vanuit dat perspectief zie ik het niet zozeer als een stapje vooruit, maar als een stukje terug vergeleken met de ambities voor die circulaire en duurzame samenleving, en dat doet toch een klein beetje pijn aan mijn groene hart, om heel eerlijk te zijn. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dat groene hart delen we, denk ik, maar is de wethouder het niet met me eens dat niet alleen de kosten, ruim een ton, die we kennelijk nu extra maken, maar ook al die ritjes van de vrachtwagens die nu dag in dag uit rondjes rijden, niet bepaald bijdragen aan onze milieudoelen? Wethouder De Boer: Volgens mij weet u daar zelf het antwoord op: nee. Als we de mogelijkheid hadden om dat op te lossen, zouden we daar vandaag nog mee starten. De heer Tekir: Maar kunnen we dan niet ergens een start maken door te proberen dit soort voorstellen in te brengen in een evaluatie? Die ruimte krijgt u. Wat is er op tegen om een start te maken, terwijl we dag-in, dag-uit tegen dit probleem aankijken? Wethouder De Boer: Daar zit de aanname achter dat dit een begin van een oplossing is voor dit vraagstuk en daar ben ik niet van overtuigd.
Met de presentatie van vanmorgen in gedachten zou ik de raad wel willen aanbieden eens een sessie te organiseren, wellicht ook met Waardlanden en met degenen die er allemaal mee bezig zijn, om dat verhaal een keer te vertellen: waarom deden we dit ook alweer, ook met dit beleid, en welke stappen zien we daarbij voor ons naar die circulaire economie? Want ik heb naar aanleiding van deze discussie in de raad ook het gevoel dat we een klein beetje los zingen van de uitgangspunten die we met elkaar hebben vastgesteld in de strategienota.
H - 27
De heer Tekir: Voorzitter, mag ik een slotvraag stellen? De voorzitter: Ga uw gang. De heer Tekir: Ik hoor zeggen dat een verruiming naar bijvoorbeeld zes keer gratis, want die optie ligt open, het terugdraaien zou zijn van diftardoelstellingen, maar hoe rijmt de wethouder dat met het feit dat Waardlanden nu al drie keer gratis wegbrengen van afval mogelijk maakt? Wat verandert dat aan de milieudoelstelling op het moment dat je dat zou verruimen naar zes, behalve dat je het comfortabeler en makkelijker maakt voor de inwoners? Wethouder De Boer: De motie vraagt om het afschaffen van diftar op de milieustraat. Dat is de tekst van de motie. De heer Klein: Voorzitter. . . . De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Gaat de wethouder hem wel adviseren als we er een doelstelling van zes van maken, waarmee de wethouder dus alle ruimte krijgt om het in het dagelijks bestuur in te brengen en mee te nemen in de evaluatie, maar wel te kijken of we vanuit deze signalen het mee kunnen nemen en daar in een bepaalde doelstelling te zetten? De heer De Pagter: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: De heer De Pagter. De heer De Pagter: Als we uitbreiden naar zes keer, waar gaan die kosten dan naartoe? Zojuist is een verhaal gehouden over kosten en over het bang zijn om te kunnen brengen.
Als we zes keer mogen brengen, zijn die kosten daar en die kosten worden nog steeds hoofdelijk omgeslagen per huishouding van de Gorcumse inwoners. Dus linksom of rechtsom: kosten blijven. En ik vraag me af of de afvalbergen afnemen als je zes keer mag storten Als je sowieso al niet stort, stort je ook niet met zes keer. De heer Klein: Maar dan is dat denk ik juist de perfecte uitkomst. Dan kun je een soort van pilot beginnen: Gorinchem als vooruitstrevende stad gaat kijken hoe ze A de afvaldumping tegen kan houden en B de milieustraat zo effectief mogelijk kan gebruiken. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daartegen aankijkt, om zo'n doelstelling mee te nemen. De voorzitter: Wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Voorzitter. Als uit de evaluatie blijkt dat dat de weg naar voren is, moeten we dat doen. Ik vind het nu heel lastig om uit de losse pols een getal te noemen wat dan de oplossing zou zijn voor het vraagstuk.
Dat is nou precies mijn pleidooi de hele tijd: we hebben nieuw beleid met elkaar vastgesteld, dat is ingrijpend, we hebben er twee jaar lang allerlei tijd en energie in gestoken, we zijn nog maar een paar maanden met elkaar bezig, laten dat nou eens even de kans geven, een jaar draaien, en op basis daarvan even goed alle cijfers bij elkaar leggen en kijken wat er daadwerkelijk is gebeurd: wat zijn de resultaten, wat zijn ook nog aandachtspunten die we bij te schaven hebben met H - 28
elkaar? Als u mij op pad stuurt met “maak er dan maar zes van”, heb ik geen onderbouwing, ook richting Waardlanden, van: waarom dan zes, wat is het effect daarvan, wat gaan we daarmee bereiken? De voorzitter: Voordat ik weer een interruptie toesta, moet ik zeggen dat ik langzamerhand wel de indruk heb dat het helder is hoe vanuit het college wordt geredeneerd, namelijk de evaluatie afwachten en dan eventuele wijzigingen bespreken. Ik hoor een aantal leden vanuit de raad op basis van de motie iets anders zeggen. De heer Tekir wenst nu een interruptie. Wel graag nog iets nieuws toevoegen aan het gesprek, want ik hoor nu langzamerhand wel steeds dezelfde argumenten naar voren komen. De heer Tekir: Nieuw en kort, beloofd! Het aantal van zes was slechts een suggestie om u mee te helpen in uw gesprek. De motie geeft u alle ruimte om dat gesprek in Waardlandenverband te voeren en daarin een gepaste keuze te maken. Dus of dat nou zes wordt, of meer, of minder, of dat het helemaal wordt losgelaten, dat is aan u. Die ruimte krijgt u. De voorzitter: Goed, dat is een interpretatieverduidelijking van de motie die voorligt. Zijn er van uw kant nog zaken die u aan de orde wilt stellen, wethouder De Boer? Dat is niet het geval. . . De heer Klein: Voorzitter. . . De voorzitter: De heer Klein.
De heer Klein: Ik heb minimaal nog één vraag openstaan en volgens mij heeft ook het CDA nog een reële vraag openstaan. Ik heb gevraagd of we dan we in ieder geval de garantie kunnen krijgen dat we gewoon in Q1 kunnen gaan evalueren. Ik denk dat het probleem, als die erkenning er in ieder geval is, gewoon geregeld moet kunnen worden. We hebben daarin drie maanden voorbereidingstijd, alsook daarna gewoon drie maanden de tijd om de evaluatie op orde te krijgen. En de suggestie van de collega van het CDA vond ik eigenlijk heel goed om daar een soort inwonerspanel in mee te nemen. Ik denk dat dat cruciale onderdelen kunnen gaan zijn in een dergelijke evaluatie. De voorzitter: Wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Dank u, voorzitter. Vanmorgen is in het bestuur besproken dat het voornemen is om in het eerste kwartaal van het volgend jaar de evaluatie met elkaar uit te voeren, zodat die ook gewoon afgerond is. Daarvoor hebben we echter wel alle cijfers nodig, dus ik hoop die dan ook allemaal voorhanden zullen zijn. Daarvoor zijn we ook van derden afhankelijk. We gaan een uiterste inspanning doen om te zorgen dat we in Q1 die evaluatie hebben.
De voorzitter: Wat gaat u na deze toezegging van de wethouder doen met de motie? De heer Klein: Sorry, voorzitter, ik neem het maar even op voor mevrouw Van Oversteeg, want die heeft in mijn optiek een heel terechte vraag gesteld over een inwonerspanel, dat in de hele beleving heel belangrijk is in dit hele dossier. Ik ben daar heel benieuwd naar, ik sluit me helemaal aan bij die input. H - 29
Wethouder De Boer: U hebt gelijk. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar graag nog even over zou willen nadenken. Hoe wil je zo'n inwonerspeiling kunnen meenemen; gaan we er bijvoorbeeld een referendum van maken over hoe diftar is ervaren? U vraagt het mij nu voor het eerst en ik heb daar nog even geen pasklaar antwoord op. De heer Klein: Voorzitter, sorry, maar ik ben heel erg van het praktische, de vorm interesseert me niet zo heel veel. Gaan we de inwoners hierin betrekken, in welke vorm dan ook? Wethouder De Boer: Voorzitter, oprecht: ik heb de opzet van de evaluatie nog niet gezien en weet niet of dat er al in zit. Als dat een wens van u is, zal ik dat in het bestuur kenbaar maken. Dat is volgens mij hoe het gaat. De heer Tekir: Voorzitter. . . . De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Is er überhaupt een opdracht gegeven voor die evaluatie? Want het zal per 1 januari moeten starten. Wethouder De Boer: Er is gewoon een afspraak dat we gaan evalueren. Hoe die opdrachtverlening intern binnen zo’n organisatie loopt, daar . . . . De heer Tekir: Het zou al wel wat meer vertrouwen geven in de haalbaarheid, want zoals vaker gebeurt in dit huis, zouden we willen voorkomen dat we één week vóór de deadline een bericht krijgen van verhindering. De voorzitter: Ik denk dat we nu wel heel erg in details gaan.
Wat ik tot op heden heb gehoord, is dat de wethouder namens het college heeft toegezegd om er in ieder geval op te sturen, een inspanningsverplichting op zich te nemen, dat in het eerste kwartaal van 2025 een evaluatie af komt, zodat er daarna in het tweede kwartaal met de raad over gesproken kan worden. Op de vraag of bij die evaluatie al dan niet de inwoners worden betrokken, heeft de wethouder aangegeven dat hij zich daarop eerst nog wenst te beraden. Dat is op dit moment even de stand van zaken. De heer Boutachkourt. De heer Boutachkourt: Mogen we dan nog vijf minuten schorsen? De voorzitter: Akkoord. Ik zou het heel fijn vinden als u dan na de schorsing kunt zeggen wat u met de motie gaat doen. De vergadering is voor vijf minuten geschorst (21.46 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.55 uur). De heer Boutachkourt had om een schorsing gevraagd. Ik geef hem dan ook het woord. De heer Boutachkourt: Dank u wel, voorzitter. Wij handhaven de motie en verzoeken u die in stemming te brengen. H - 30
De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Voorzitter. Als Stadsbelang hadden we wel de keuze gemaakt om de motie aan te houden. Wij zullen dus niet als indiener onder de motie staan. De voorzitter: Voorligt de motie vreemd aan de orde van de dag, met als titel ‘Beloon goed gedrag als inwoners zelfs hun grofvuil wegbrengen’. Voordat ik de stemming open, bied ik de mogelijkheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer Klein: Voorzitter. Wij willen graag voor de meest uitvoerbare situatie gaan voor dit geval. Wij zijn er nog steeds van overtuigd dat het iets losser maken van de broeksriem zal bijdragen aan de oplossing van het probleem dat we op dit moment in Gorinchem ervaren, maar wij willen de ruimte bieden om in ieder geval de evaluatie af te wachten. Wij adviseren nogmaals met klem dat de wethouder zich daarvoor hard gaat maken in het dagelijks bestuur van Waardlanden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. In beginsel hebben wij een belofte gedaan aan de stad en zijn we eigenlijk overstelpt met opgeluchte reacties dat dit eindelijk gaat gebeuren. Dus alleen al daarom handhaven we de motie. Wel hebben we ook geluisterd naar de vragen en antwoorden en zou er misschien een mogelijkheid zijn als je in de evaluatie ook een stukje inwonersraadpleging zou doen.
Daarvoor wordt niet gekozen vanavond en dat bevestigt alleen maar ons besluit om de motie in stemming te laten brengen en te steunen. De heer Boutachkourt: Voorzitter. Ik kan me grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer Tekir. Het is uiterst teleurstellend dat Stadsbelang nu toch niet doorzet. Wij stemmen gewoon voor en hopen dat het bij de evaluatie nog een keer besproken gaat worden. De heer Van Houwelingen: Voorzitter. Het is duidelijk dat er een probleem is, maar wát het probleem is weten we niet, het resultaat wel: het bijplaatsen. Wanneer we het probleem niet weten, moeten we het probleem zoeken en die mogelijkheid zien wij in de evaluatie. Mensen die bang zijn om te betalen moet je goed informeren, mensen die niet willen betalen moet je beboeten. Wat ik in deze motie zie, is symptoombestrijding en geen oplossing. De heer De Pagter: Voorzitter. Wij zullen de motie niet steunen. De meeste van de aanwezige partijen hebben ‘circulaire economie’ in hun programma staan en ook ‘de vervuiler betaalt’. Daar wil ik aan vasthouden. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Wij zullen niet instemmen met deze motie, omdat wij vinden dat wij met elkaar een verantwoordelijkheid hebben voor die circulaire economie. Wij kijken uit naar de uitkomsten van de evaluatie voordat we dit soort zaken gaan doen.
H - 31
Mevrouw Hamann: Voorzitter. Wij stemmen niet in met deze motie, want die is puur en alleen gebaseerd op gevoelens en niet op feiten. Ook wij wachten graag de evaluatie af. De voorzitter: Dank u wel. Ik open thans de stemming. De motie wordt in stemming gebracht en met 16 tegen 9 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de leden Van Andel, Bahlmann, Van Gammeren, Van der Geest, mw. Hamann, Van Houwelingen, Klein, Krol, mw. Metz, mw. Van Oversteeg, De Pagter, Roeland, Van Santen, Van Veen, mw. Veldheer-Vink en mw. Van 't Westende-de Bijl. Voor hebben gestemd de leden mw. Alba Heijdenrijk, Boutachkourt, mw. De Groot, Hachhouch, Koçak, mw. Pellikaan, Schefferlie, Tekir en Van Willigen. 10. Sluiting
De voorzitter sluit te 22.00 uur de vergadering.
H - 32
Sprekersindex: Alba Heijdenrijk, mw. W.T.J., 8, 14 Andel, P. van, 4 Boer, M. de, 10, 11, 21, 23, 24, 27, 28, 29, 30 Boutachkourt, A., 19, 23, 26, 30, 31 Burgemeester, 11, 12 Geest, J.P. van der, 6 Groot, mw. P. de, 6, 27 Hamann, mw. E.W.H., 6, 9, 10, 20, 32 Houwelingen, A.C. van, 6, 20, 21, 24, 31 Klein, J., 4, 6, 17, 18, 20, 21, 23, 24, 25, 28, 29, 30, 31 Krol, A., 6 Molengraaf, mw. M.J., 8 Oversteeg, mw. J. van, 16, 19, 26, 31 Pagter, M. de, 16, 17, 18, 25, 26, 28, 31 Polatli, F., 13 Santen, N. van, 3, 4, 5, 7, 11, 12, 13, 16, 18, 19 Schefferlie, P.C.J., 3, 5, 7 Tekir, I., 2, 3, 5, 6, 7, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 31
H - 33