2023- 839268 Was-Wordt lijst actualisatie 2023 APV gemeente Gorinchem.pdf
Tekst van het document
Toelichting De APV kent voor meerdere verschillende openbare inrichtingen een vergunningsplicht voor het exploiteren van die inrichting. Te denken valt aan horeca, speelgelegenheden, smart- en headshops en seksbedrijven. Voor alle exploitatievergunningen dient te gelden dat die van rechtswege vervallen, als een (of meerdere) van de in het artikel genoemde situaties zich voordoet. De APV paste een dergelijk artikel al toe voor de horeca, maar niet voor alle andere exploitatievergunningen. Dat wordt hierbij gelijkgesteld.
CC. Het huidige artikel 2.44, derde en vierde lid vervallen: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. <…> 2. <…> 3. Het is verboden op de openbare plaats in de nabijheid van winkels een tas of ander hulpmiddel die er kennelijk toe is uitgerust winkeldiefstal mee te plegen bij zich te hebben of te vervoeren. 4. Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die tas of ander hulpmiddel niet bestemd is voor het plegen van winkeldiefstal.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. <…> 2. <…>
Toelichting Het derde en vierde lid vervallen, om het artikel (weer) in overeenstemming te brengen met de model-APV van de VNG. Ook is het derde lid niet te handhaven en winkeldiefstal is bij wet reeds verboden. Het vierde lid, de afbakening, voegt niks toe, daar het derde lid al de afbakening inzake winkeldiefstel bezat.
DD. Het huidige artikel 2.47b wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.47b Lachgasverbod Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid of het milieu in gevaar komt.
Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Toelichting Conform de model-APV van de VNG wordt het artikel hernummerd. Ook worden het tweede en derde lid toegevoegd. Daar waar het eerste lid afhankelijk is van gedragingen van de individuele gebruiker, biedt het tweede lid de mogelijkheid gebruik en dergelijke op voorhand in bepaalde gebieden te verbieden. Wel dient het college dergelijke gebieden aan te wijzen, al dan niet voor bepaalde tijden.
EE. Het huidige artikel 2.48a wordt als volgt hernummerd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.48a Verbod speelgoed- en nepwapens <…>
Artikel 2:48b Verbod speelgoed- en nepwapens <…>
Toelichting Als gevolg van het in overeenstemming brengen van de APV met de model-APV van de VNG, is de artikelnummering gewijzigd. Om de nummering correct te laten verlopen, dient het artikel hernummerd te worden tot artikel 2.48b. Inhoudelijk vindt er geen wijziging plaats.
FF.Het huidige artikel 2.60, eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2. <…>
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2. <…>
Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen, conform de model-APV van de VNG.
GG. Het huidige artikel 2.65 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Toelichting Sinds 2000 is de strafbaarstelling van bedelarij uit het Wetboek van Strafrecht verdwenen. In plaats daarvan kunnen gemeenten zelf besluiten of regulering gewenst is. Het huidige artikel beschrijft een algeheel verbod voor openbare plaatsen. Een dergelijke algeheel verbod is juridisch echter niet (langer) juist. Het Europese Hof van de Rechten van de Mens heeft namelijk geoordeeld dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en wordt daarmee beschermd door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Wel is het mogelijk dit recht te beperken, als daarvoor een legitiem doel geldt. Het voorkomen van overlast is een dergelijke legitiem doel, echter dient dat toegespitst te zijn op de gebieden waar die overlast wezenlijk speelt of kan spelen. Het college dient daarvoor, gemotiveerd, tot een aanwijzingsbesluit te komen.
HH. Het huidige artikel 2.72 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan naast op grond van de in artikel 1.8 genoemde belangen in het belang van het voorkomen of beperking van overlast geweigerd worden. 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting De APV bevat in artikel 1:8 de algemene weigeringsgronden, die voor elke ontheffing en vergunning in de APV gelden. Een daarvan is de openbare orde, dat een ruim begrip behelst. Overlast is een onderdeel van de openbare orde, waardoor overlast niet expliciet als eigen weigeringsgrond hoeft te worden benoemd. Verder is het artikel redactioneel gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met de model-APV van de VNG.
II. Het huidige artikel 2.74 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden, dan wel post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen’.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Toelichting Het artikel wordt in overeenstemming met de model-APV van de VNG gebracht en ondergaat daarom enkele redactionele wijzigingen.
JJ. De volgende huidige artikelen worden als volgt hernummerd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74aa Verzamelen van personen in verband met drugs
Artikel 2:74b Verzamelen van personen in verband met drugs
Artikel 2.74ab Verblijfsontzettingen in verband met harddrugs
Artikel 2:74c Verblijfsontzettingen in verband met harddrugs
Artikel 2.74ac Verblijfsverbod (drugs)dealers
Artikel 2:74d Verblijfsverbod (drugs)dealers
Toelichting Herstel van onjuiste artikelnummering.
KK. Het huidige artikel 2.74b wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74b Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer vaak wordt aangeduid als een smartshop of headshop; 2. leidinggevende: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting; c. de natuurlijk persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting; 3. bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: a. de leidinggevende(n) en de levenspartner en kinderen van een leidinggevende van de inrichting; b. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. 4. Smartshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet psychoactieve substanties, waaronder niettraditionele genotmiddelen op natuurlijke basis en gerelateerde literatuur en accessoires worden bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht,
Artikel 2:74e Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: a. de exploitant, de leidinggevende, diens levenspartner en kinderen; b. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. 2. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; 3. headshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs zoals jointvloeitjes, (water)pijpen, grinders, vaporizers en dergelijke te koop worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn. 4. inrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop of headshop; 5. leidinggevende: a. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn. 5. Headshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs zoals jointvloeitjes, (water)pijpen, grinders, vaporizers en dergelijke te koop worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn.
b.
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting; 6. smartshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet psychoactieve substanties, waaronder niettraditionele genotmiddelen op natuurlijke basis en gerelateerde literatuur en accessoires worden bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn.
Toelichting Afdeling 10A, inzake toezicht op Smart- en headshops, wordt heringericht conform de indeling van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven. Beide onderwerpen hebben een overeenkomende aanpak qua vergunningverlening en daarom worden de beide hoofdstukken/afdelingen qua opbouw in overeenstemming met elkaar gebracht. Dit dient de duidelijkheid van de APV te verbeteren. Daarnaast wordt de model-APV van de VNG gevolgd. Daar de model-APV wel het hoofdstuk inzake seksbedrijven bezit, maar niet de afdeling inzake smart- en headshops, is de indeling van hoofdstuk 3 aangehouden. Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. De definitie van leidinggevende bevat in de huidige vorm zowel de exploitant (de eigenaar) als diens daadwerkelijke leidinggevenden. De definitie wordt daarom gesplist, zodat de exploitant onderscheiden wordt van diens overige leidinggevenden. Daarmee wordt tevens eenduidigheid gecreëerd in alle exploitatievergunningen (horeca, speelgelegenheden, smartshops en seksbedrijven) qua terminologie. Bij allen is sprake van een exploitant en diens leidinggevenden. Daarmee vervallen tevens dubbele benamingen zoals beheerder, ondernemer, aanvrager enz. Verder wordt het artikel gealfabetiseerd en ondergaat ondergeschikte, redactionele wijzigingen.
LL.Het huidige artikel 2.74c wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74c Vergunningsplicht Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting, zoals beschreven onder 58b, te exploiteren.
Artikel 2:74f Vergunning Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting, als bedoeld in artikel 2:74e, vierde lid, te exploiteren.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. Het artikel bevat een onjuiste verwijzing, die hersteld wordt. Verwezen moet worden naar de definitie van een inrichting (waarin een smart- of headshop wordt geëxploiteerd), die vastgelegd is in artikel 2:74e, vierde lid. Gelijktijdig wordt de onjuiste artikelnummering hersteld.
MM. Het huidige artikel 2.74d vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74d Eisen leidinggevende Een leidinggevende: a. staat niet onder curatele of bewind; b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
-
Toelichting Artikel 2.74d beschrijft eisen waaraan leidinggevenden moeten voldoen. Deze eisen worden overgeheveld naar het nieuwe artikel 2.74i inzake de weigeringsgronden. Als aan een of meer van deze eisen namelijk niet is voldaan, dient de vergunning geweigerd te worden. Omdat de APV een onjuiste artikelnummering bevat, dient het artikel uit de APV verwijderd te worden.
NN. Het huidige artikel 2.74e wordt als volgt hernummerd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74e: Nadere regels Het college kan nadere regels vast stellen voor wat betreft het aantal inrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend alsmede voor die inrichting geldende nadere voorwaarden
Artikel 2:74g Nadere regels Het college kan nadere regels vast stellen voor wat betreft het aantal inrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend alsmede voor die inrichting geldende nadere voorwaarden
Toelichting Het artikel wordt hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering.
OO. Het huidige artikel 2.74f wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74f: Vergunningaanvraag 1. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier. 2. Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste: a. opgaaf gedaan van de personalia van de leidinggevende(n) voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; b. opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere overige leidinggevende; c. opgaaf gedaan van het adres en de aard van de bedrijfsvoering; d. overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve van de
Artikel 2:74h Aanvraag 1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt tenminste: a. opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de exploitant en leidinggevende; b. opgaaf gedaan van het adres en de aard van de bedrijfsuitoefening; c. een plattegrond van de inrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, met weergave van afmetingen, oppervlaktes en op schaal 1:100. 3. Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.
leidinggevende afgegeven verklaring omtrent het gedrag; e. overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting (schaal 1:100). 3. Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.
4. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste acht weken worden verlengd.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven, wordt het eerste lid redactioneel herschreven. Sub a en b van het tweede lid worden samengevoegd ter bevordering van de leesbaarheid. Sub d vervalt, daar via politie- en justitiële gegevens het levensgedrag van de exploitant en leidinggevenden al kan worden beoordeeld. Aan de nieuwe tekst wordt een vierde lid toegevoegd. Dit betreft de inhoud van het huidige artikel 2.74g, dat ingaat op de beslistermijn van een aanvraag. Die beslistermijn wordt een week verkort, om eenduidigheid te verkrijgen in de beslistermijn van ‘complexere’ aanvragen. Door de termijn een week te verkorten, wordt dezelfde termijn gehanteerd als bij B- en C-evenementen en seksbedrijven (12 weken).
PP.Het huidige artikel 2.74g vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74g: Beslistermijn 1. De burgemeester beslist binnen dertien weken na de datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen. 2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van de verdaging.
-
Toelichting Artikel 2.74g, eerste lid beschrijft de beslistermijn op een aanvraag om de vergunning. Deze bepaling is overgeheveld naar artikel 2.74h inzake De Aanvraag. Het tweede lid is daarbij vervallen. Voor wat betreft de in het tweede lid genoemde start van de termijn, zodra een aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen, is juridisch onjuist. De Awb bepaalt dat de beslistermijn aanvangt zodra een aanvraag ontvangen is, ook als deze aanvraag onvolledig is. De Awb biedt de mogelijkheid ontbrekende gegevens op te vragen om zo de aanvraag alsnog compleet te maken, waarbij de beslistermijn kan worden opgeschort. Dat doet echter niks af aan dat de formele beslistermijn aanvangt zodra een (onvolledige) aanvraag is ontvangen. Het tweede lid betreft dus grotendeels herhaling van de Awb. Omdat de APV een onjuiste artikelnummering bevat, dient het artikel uit de APV verwijderd te worden.
QQ. Het huidige artikel 2.74h wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74h: Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en hiervan niet bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgeweken. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. voor zover hier om door het bevoegd gezag is verzocht, de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt, die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; b. niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de leidinggevenden geldende eisen; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 3. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met: <…> e. de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; <…>
Artikel 2:74i Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of de leidinggevende: niet de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt; in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of onder curatele staat. c. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 2. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 3. Bij toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met: <…> e. de wijze van bedrijfsuitoefening door de exploitant en leidinggevende van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; <…>
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven, wordt het eerste lid redactioneel herschreven. Sub b en c van het tweede lid worden toegevoegd aan het eerste lid, daar allen toezien op omstandigheden waarbij de burgemeester een vergunning moet weigeren. De in sub b bedoelde eisen, zijn de eisen genoemd in het huidige artikel 2.74d. Die eisen zijn naar dit artikel overgeheveld, omdat die als weigeringsgronden dienen te gelden. De in sub a genoemde VOG vervalt, daar het levensgedrag via het opvragen van politiegegevens al kan worden beoordeeld.
RR. Het huidige artikel 2.74i wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74i: Vergunning 1. In een vergunning worden vermeld: a. de natuurlijke of rechtspersoon ofpersonen aan wie de vergunning is verleend; b. de leidinggevenden; c. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; d. de plaats waar de inrichting zich bevindt; e. de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten. 2. De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig. 3. De vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
Artikel 2:74j Eisen met betrekking tot de vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant en leidinggevende; b. voor welke activiteit(en) de vergunning is verleend; c. het adres waar de inrichting wordt geëxploiteerd; 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan in de inrichting aanwezig is. 3. De vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven, wordt het artikel redactioneel herschreven.
SS. Het huidige artikel 2.74j wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74j: Aanwezigheid leidinggevende Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting.
Artikel 2:74n Verdere verplichtingen van de exploitant en leidinggevende 1. De exploitant of de leidinggevende is aanwezig gedurende de uren dat de inrichting wordt uitgeoefend. 2. De exploitant of de leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ambtenaren die door burgemeester en wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf: a. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel b. gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en indien die opsporingsambtenaren hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering.
Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven van de model-APV van de VNG, wordt het artikel in het eerste lid redactioneel herschreven. Het tweede lid betreft verplichtingen die vermeld stonden in het huidige artikel 2.74n, en zien op het toelaten van toezicht. De inhoud van dat artikel is nagenoeg ongewijzigd overgeheveld, met uitzondering van opname van de definitie ‘exploitant’.
TT. Het huidige artikel 2.74k wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74k: Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien: a. aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; b. een leidinggevende van de inrichting toestaat danwel gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; c. zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; d. een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft; e. indien de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een periode van langer dan 3 maanden is of wordt onderbroken; f. indien niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in of krachtens deze afdeling.
Artikel 2:74k Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester de vergunning intrekken of schorsen, als: a. aannemelijk is, dat een exploitant en/of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en/of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; b. een exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; c. zich binnen de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; d. een niet daarin vermelde persoon exploitant of leidinggevende van de inrichting is geworden; e. indien de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een periode van langer dan 3 maanden is of wordt onderbroken; f. indien niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in of krachtens deze afdeling.
Toelichting Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven van de model-APV van de VNG, wordt het artikel redactioneel herschreven. Daarnaast is de mogelijkheid van het schorsen van de vergunning toegevoegd. Naast het direct intrekken van de vergunning, heeft de burgemeester nu ook de mogelijkheid de vergunning (tijdelijk) te schorsen. In het geval de reden van de schorsing blijft voortbestaan, kan de burgemeester alsnog overgaan tot intrekking van de vergunning. Tot slot wordt het artikel aangevuld met het nieuw ingevoerde begrip ‘exploitant’.
UU. Het huidige artikel 2.74l wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74l: Vervallen vergunning De vergunning vervalt indien een vergunning, strekkende ter vervanging van een eerdere vergunning voor dezelfde inrichting, is verleend.
Artikel 2:74m Vervallen exploitatievergunning smart- of headshop Een vergunning voor het exploiteren van een smart- of headshop vervalt, als: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden; d. de op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de smart- of headshop feitelijk heeft beëindigd.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. De APV kent voor meerdere verschillende openbare inrichtingen een vergunningsplicht voor het exploiteren van die inrichting. Te denken valt aan horeca, speelgelegenheden, smart- en headshops en seksbedrijven. Voor alle exploitatievergunningen dient te gelden dat die van rechtswege vervallen, als een of meerdere van de in het artikel genoemde situaties zich voordoet. De APV paste een dergelijk artikel al toe voor de horeca, maar niet voor alle andere exploitatievergunningen. Dat wordt hierbij gelijkgesteld.
VV. Het huidige artikel 2.74m wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74m: Sluiting van inrichtingen 1. De burgemeester kan inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren: a. indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; b. indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met het bepaalde in deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht. 3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:74l Sluiten van een inrichting 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een inrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd voor publiek of algeheel gesloten verklaren, als: a. de inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; b. indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met het bepaalde in deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. Het bevoegde bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van het besluit op of nabij de toegang of toegangen van de inrichting. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de exploitant of leidinggevende van een inrichting verboden daarin bezoekers
4. Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven. 5. Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.
toe te laten of te laten verblijven zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten inrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Een sluiting kan op aanvraag van een belanghebbende door het bevoegde bestuursorgaan worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de situatie die tot de sluiting heeft geleid, zal plaatsvinden.
Toelichting Het artikel wordt allereerst hernummerd ter herstel van een onjuiste artikelnummering. Omdat de afdeling wordt heringericht, conform de inrichting van hoofdstuk 3 inzake seksbedrijven van de model-APV van de VNG, wordt het artikel redactioneel herschreven. Inhoudelijk vinden er geen noemenswaardige wijzigingen plaats.
WW.Het huidige artikel 2.74n vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74n: Toegang opsporingsambtenaren De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door burgemeester en wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf: c. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel d. gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en indien die opsporingsambtenaren hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.
-
Toelichting Artikel 2.74n lid beschrijft een verplichting aan de exploitant en leidinggevende om toezicht tot diens inrichting toe te staan. Deze bepaling is overgeheveld naar artikel 2.74n inzake Verdere verplichtingen van de exploitant en leidinggevende. Omdat de APV een onjuiste artikelnummering bevat, dient het artikel uit de APV verwijderd te worden.
XX. Het huidige artikel 2.70o vervalt: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.74o: Overgangsbepaling Op bestaande inrichtingen als bedoeld in artikel 2.74b, eerste lid, is het bepaalde in artikel 2.74c (vergunningsplicht) niet van toepassing: a. gedurende 13 weken na het in werking treden daarvan. b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien binnen deze termijn door een daartoe bevoegde een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.58c is ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester een besluit is genomen.
-
Toelichting Het artikel bevat een overgangsbepaling, die gebonden is aan een bepaalde termijn. Deze termijn is verlopen, waardoor de bepaling geen effect meer heeft en kan daardoor vervallen.
YY. De volgende huidige artikelen, uit afdeling 10b en 10c, worden als volgt vernummerd en gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 10b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling 10b. Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Artikel 2.40k Begripsbepalingen <…>
Artikel 2:74o Begripsbepalingen <…>
Artikel 2.40l Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten 1. <…> 2:40m <…>. <…>
Artikel 2:74p Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten 1. <…> 2:74q <…>. <…>
Artikel 2.40m Vergunning uitoefening bedrijf 1. <…>: a. <…> 2:40l <…>; b. <…> 2:40l <…>. 2. <…>: e. <…> 2:40n <…>;
Artikel 2:74q Vergunning uitoefening bedrijf 1. <…>: a. <…> 2:74p <…>; b. <…> 2:74p <…>. 2. <…>: e. <…> 2:74r <…>;
Artikel 2.40n Vergunningaanvraag 1. <…> 2:40m <…>. <…>
Artikel 2:74r Vergunningaanvraag 1. <…> 2:74q <…>. <…>
Artikel 2.40o Intrekking en wijziging van een vergunning <…> 2:40m <…>:
Artikel 2:74s Intrekking en wijziging van een vergunning <…> 2:74q <…>:
Artikel 2.40p Sluiting bedrijf 1. <…> 2:40m <…> 2:40o <…>. <…>
Artikel 2:74t Sluiting bedrijf 1. <…> 2:74q <…> 2:74s <…>. <…>
Artikel 2.40q Geboden en verboden exploitant 1. <…> 2:40m <…>. <…>
Artikel 2:74u Geboden en verboden exploitant 1. <…> 2:74q <…>. <…>
Artikel 2.40r Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen <…> 2:40m <…> 2:40l <…>.
Artikel 2:74v Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen <…> 2:74q <…> 2:74p <…>.
Artikel 2.40s Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen <…> 2:40m <…>.
Artikel 2:74w Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen <…> 2:74q <…>.
Afdeling 10c Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling 10c. Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Artikel 2:40t Begripsbepalingen
Artikel 2:74x Definities
Artikel 2:40u Aanwijzing vergunningsplichtige woningverhuur 1. <…> 2:40w <…>. <…>
Artikel 2:74y Aanwijzing vergunningsplichtige woningverhuur 1. <…> 2:74aa <…>. <…>
Artikel 2:40v Aanwijzing vergunningsplichtige woningbemiddeling 1. <…> 2:40w <…>. <…>
Artikel 2:74z Aanwijzing vergunningsplichtige woningbemiddeling 1. <…> 2:74aa <…>. <…>
Artikel 2:40w Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling 1. <…> 2:40u <…>. 2. <…> 2:40v <…>. 3. <…> 1 :8 <…>. <…>
Artikel 2:74aa Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling 1. <…> 2:74y <…>. 2. <…> 2:74z <…>. 3. <…> 1:8 <…>. <…>
Artikel 2:40x Intrekking en wijziging van een vergunning <…> 2:40w <…>: a. <…> b. <…> 2:40w <…>
Artikel 2:74bb Intrekking en wijziging van een vergunning <…> 2:74aa <…>: a. <…> b. <…> 2:74aa <…>.
Toelichting De huidige APV bevat een onjuiste nummering in afdeling 10b en 10c. Dit wordt hersteld. Inhoudelijk vinden er geen wijzigingen plaats.
ZZ. Het huidige artikel 2.78, vierde lid wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2.78 Gebiedsontzeggingen <…> 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkenen noodzakelijk oordeelt.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen <…> 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkenen noodzakelijk oordeelt.
Toelichting Redactionele wijziging, conform model-APV van de VNG.
AAA.
De huidige naamgeving van hoofdstuk 3 wordt als volgt gewijzigd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels, escortbedrijven e.d.
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen.
Toelichting De nieuwe naam van hoofdstuk 3 ziet toe op prostitutie en de seksbranche in zijn geheel, waar de huidige naam toeziet op enkele specifieke vormen in de seksbranche. Door de wijziging past de naam beter bij hetgeen het hoofdstuk wenst te reguleren. Tevens is de huidige naam achterhaald, daar sekswinkels niet langer via de APV gereguleerd worden.
BBB.
Na de naamgeving van hoofdstuk 3 wordt een nieuwe afdeling ingevoegd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
-
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Toelichting De benoeming van afdeling 1 ontbreekt per abuis in de APV. Dit wordt hersteld door deze alsnog/opnieuw in te voegen.
CCC.
Er wordt een nieuw artikel 3.1 ingevoegd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
-
Artikel 3.1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Toelichting Afbakening van hoofdstuk 3 ten opzichte van enkele (algemene) bepalingen uit de APV is wenselijk, omdat de genoemde bepalingen betrekking hebben op onderwerpen die waarschijnlijk op termijn in of krachtens de ‘Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche’
(hierna: Wrp) in afwijking van de (algemene) bepalingen van de APV geregeld (moeten) worden. Om niet binnen afzienbare termijn opnieuw substantiële materiële wijzigingen aan te brengen – en om de ontvlechting daarvan te zijner tijd te vergemakkelijken – is ervoor gekozen vooruitlopend op de verwachte inwerkingtreding van de Wrp deze materie nu veelal in lijn met de Wrp te regelen. Het betreft de volgende artikelen: 1:2 ‘Beslistermijn’, in lijn gebracht in artikel 3:3, vierde lid; 1:5 ‘Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing’, in lijn gebracht in artikel 3:3, zesde lid; 1:6 ‘Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing’, in lijn gebracht in artikel 3:7; 1:7 ‘Termijnen’, in lijn gebracht in artikel 3:6, eerste lid onder h; en 1:8 ‘Weigeringsgronden’, in lijn gebracht in artikel 3:5.
DDD.
Het huidige artikel 3.1 wordt hernummerd en wordt als volgt gewijzigd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. prostitutie: het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander; b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een horecabedrijf; d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt of daarin bemiddelt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f.
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; b. leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een seksbedrijf; 2. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan een seksbedrijf; c. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; d. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; e. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt geëxploiteerd; f. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; g. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; h. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; i.
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; j. raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die
h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders aangewezen op grond van artikel 89 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; k. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot: 1. prostitutie; of 2. tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling; of 3. uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; l. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte(n), die onderdeel uitmaken van een seksbedrijf; m. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Toelichting Allereerst worden de begrippen gealfabetiseerd. Sub a. Het begrip ‘adverteren’ wordt toegevoegd. Het begrip ziet op elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt. Omdat de APV, met het oog op het toezicht, bepaalt dat in advertenties voor seksbedrijven of prostituees bepaalde nummers (vergunningnummer, telefoonnummer) moeten worden vermeld, is ervoor gekozen het begrip ‘advertentie’ ruim te omschrijven. Er is immers een veelheid aan mogelijkheden om aandacht op de aangeboden dienstverlening te vestigen. Voor alle vormen van reclame met behulp van een medium (kranten, televisie, internet, posters, flyers) geldt daarom het voorschrift. Daarbij moet het gaan om uitingen die wervend van karakter zijn en het oogmerk hebben de klandizie te vergroten. Sub b. Het begrip ‘leidinggevende’ vervangt het begrip ‘beheerder’. Daarmee wordt aansluiting gezocht bij de Alcoholwet, De reden daartoe is dat beide definities hetzelfde betekenen. Voor de eenduidigheid is daarom gekozen één term te hanteren. De term ‘leidinggevende’ wordt tevens gebruikt bij de andere exploitatievergunningen (horeca, smartshops enz.). Sub c. Dit betreft overheveling van het huidige artikel 3.2 (Bevoegd orgaan) waarin de definitie is beschreven van ‘bevoegd bestuursorgaan’.
Door deze overheveling worden alle definities vermeld in het nieuwe artikel 3.2 (Begripsbepalingen). Inhoudelijk vindt er geen wijziging plaats. Sub d. is herschreven, zodat de definitie toeziet op de activiteit binnen het (seks)bedrijf en niet langer op (het handelen van) de natuurlijke personen binnen het bedrijf. De kern van de activiteit (in casu escort) bepaalt de vergunningsplicht. Sub e. is redactioneel gewijzigd. Aangevuld is dat de exploitant onderscheiden wordt (van een leidinggevende) doordat de exploitatie van het seksbedrijf voor rekening en risico van de exploitant is. Sub f. Het begrip ‘klant’ vervangt het begrip ‘bezoeker’. Daarmee wordt gespecificeerd, dat de regulering ziet op de afnemer van seksuele diensten en niet langer op elke aanwezige. Daarmee vallen personeel, onderhoudsdiensten, toezichthouders, postbezorgers e.d. niet langer onder de begripsbepaling. Sub i., j., en k. Toevoeging van de begrippen ‘prostitutiebedrijf’, ‘raamprostitutiebedrijf’ en ‘seksbedrijf’. Het begrip ‘seksbedrijf’ is toegevoegd om het verschil duidelijk te maken ten opzichte van ‘seksinrichting’. Bij de eerste gaat het om de (seksuele) activiteit en bij de tweede om de locatie. Gebruik van een locatie wordt gereguleerd via het Omgevingsrecht. De APV ziet daarom op de activiteit en heeft een openbare orde en veiligheidsmotief.
Het begrip ‘seksbedrijf’ is een verzamelnaam, waarbinnen verschillende specifieke vormen zijn te onderscheiden. Een prostitutiebedrijf’, een ‘escortbedrijf’ of een ‘raamprostitutiebedrijf’ zijn enkele van die vormen.
Sub l. De definitie is ingekort. De voorbeelden die in het begrip genoemd waren, zijn vormen van een seksbedrijf. De definitief is daarom toegespitst op het begrip seksbedrijf in zijn geheel en niet op alle mogelijke voorbeelden van een seksbedrijf. Sub m. Het begrip ‘werkruimte’ is toegevoegd, dat ziet op de besloten ruimte in een seksinrichting waarin de seksuele activiteit tegen betaling wordt verricht.
EEE.Het huidige artikel 3.2 vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.2 Bevoegd orgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: de burgemeester voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet (de seksinrichtingen) en voor alle andere gevallen, het college.
-
Toelichting Het artikel beschrijft de definitie van het begrip ‘bevoegd orgaan’. Dit begrip is overgeheveld naar het nieuwe artikel 3.2 (Begripsbepalingen), waarmee een zelfstandig artikel niet langer noodzakelijk is. Het artikel komt te vervallen.
FFF. Het huidige artikel 3.3. vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.3 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
-
Toelichting De model-APV van de VNG bezit dit artikel niet. Ook Gorinchem heeft geen gebruik gemaakt van het artikel. Voorgesteld wordt het VNG-model te volgen en het artikel te laten vervallen.
GGG.
Na het nieuwe artikel 3:2 wordt een nieuwe afdeling ingevoegd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
-
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Toelichting De benoeming van afdeling 2 ontbreekt per abuis in de APV. Dit wordt hersteld door deze alsnog/opnieuw in te voegen.
HHH. Het huidige artikel 3.4 wordt hernummerd tot artikel 3.3 en wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.4 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld en overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; c. een verklaring omtrent gedrag die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven; d. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; een plattegrond van de seksinrichting waarop het aantal werkruimten is aangegeven; e. het aantal werkzame prostituees en hun persoonsgegevens; f. een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. een bewijs waaruit blijkt dat de eigenaar en/of verhuurder van het pand waarin de seksinrichting is of zal worden gevestigd hiertegen geen bezwaar heeft; h. de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van ten minste 1:1000.
Artikel 3:3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. Van de vergunning bedoeld in het eerste lid wordt ten hoogste één verleend, met dien verstande dat voor raamprostitutie geen vergunning wordt verleend. 3. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van een beschikbare vergunning. 4. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 6. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.
Toelichting De naam van het artikel wordt gewijzigd, daar de inhoud zich toespitst op de vergunning en niet concreet op een seksinrichting. Lid 1 wordt gewijzigd zodat de vergunningsplicht geldt voor het exploiteren van een seksbedrijf en daarmee voor de seksuele activiteit of activiteiten en niet zozeer voor de gekozen locatie (wat seksinrichting wordt genoemd). De activiteit is hetgeen wat vergund wordt. Daarnaast wordt het begrip ‘seksbedrijf’ gebruikt als verzamelnaam en omvat het daarmee elke mogelijke vorm van een seksbedrijf (escort, prostitutie, seksbioscoop, peepshow etc.). Lid 2, dat toeziet op de aanvraag om vergunning, wordt deels verplaatst naar het nieuwe artikel 3:4, dat specifiek toeziet op de aanvraag, en deels naar het nieuwe artikel 3:6, dat specifiek ingaat op enkele gegevens die tenminste in de vergunning worden vermeld. Na lid 1 worden de nieuwe leden 2 tot en met 6 toegevoegd, die verdere invulling geven hoe Gorinchem omgaat met de vergunning, zoals o.a. het aantal te verlenen vergunningen (1), de beslistermijn voor de vergunning en uitsluiting van de Lex silencio positivo op de vergunning. Lid 4 betreft overigens overheveling van het huidige artikel 3.12, dat ziet op de beslistermijn van de vergunning en bevat inhoudelijk geen wijziging.
III.
Na het nieuwe artikel 3:3 worden twee te reserveren artikelen ingevoegd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
-
Artikel 3:4 Gereserveerd Artikel 3:5 Gereserveerd
Toelichting De nummering van de model-APV van de VNG wordt aangehouden. Ondanks dat de artikelen geen inhoud bezitten die van toepassing is op Gorinchem, worden de artikelen als gereserveerd ingevoegd.
JJJ.
Na het nieuwe artikel 3:5 wordt een nieuw artikel 3:6 ingevoegd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
-
Artikel 3:6 De aanvraag 1. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; c. voor welke activiteit(en) vergunning wordt gevraagd; d. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; e. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; f. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; g. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; h. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant en leidinggevende; i. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; j. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; k. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; l. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding;
m. voor zover van toepassing, het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:14. 2. Als een leidinggevende is aangesteld is het tweede lid, onder a, b, d, h en i, van overeenkomstige toepassing op de leidinggevende. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Toelichting Met het artikel wordt geregeld welke gegevens en bescheiden moeten worden overgelegd. De vereiste gegevens worden nodig geacht teneinde een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de aanvraag om de vergunning. In het huidige artikel 3:4, tweede lid stonden reeds enkele eisen ten aanzien van een aanvraag. Deze zijn nagenoeg allen overgeheveld naar het nieuwe artikel 3:4, tweede lid.
KKK.
Het huidige artikel 3.5 en 3.13 worden samengevoegd tot een nieuw artikel 3:7 en als volgt gewijzigd:
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder 1. De exploitant en de beheerder zijn minimaal éénentwintig jaar oud, staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij noch in enig opzicht van slecht levensgedrag. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de
Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; b. de exploitant of de leidinggevende onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die: - als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt; of - als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt; of - slachtoffer zijn van mensenhandel; of - verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de leidinggevende minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt
Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 197a tot en met 197c, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a oud, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429 quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; de artikelen 8 en 162, derde lid, en artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen; de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen en de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag; b. bij intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking. 5.
De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft. Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5 gestelde eisen; b. en / of de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, geldend projectbesluit, de beheersverordening of in strijd is met bij of krachtens de wet op de ruimtelijke ordening verleende ontheffingen;