CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2023- 839268 Was-Wordt lijst actualisatie 2023 APV gemeente Gorinchem.pdf

Raadsvergadering 23 februari 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) gemeente Gorinchem 202328.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

LEESWIJZER Rode tekst Groene tekst <…>

= bestaande tekst die gewijzigd wordt = is de nieuwe (gewijzigde) tekst = hier dient de bestaande tekst als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Deze tekst ondergaat geen enkele wijziging en wordt dan ook ongewijzigd behouden. Om die reden, en ter voorkoming dat het document onnodig uitgebreid wordt, zijn deze teksten niet uitgeschreven.

A. Het huidige artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. <…> b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem daaronder wordt verstaan; d. <…> e. <…> f. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; g. <…> h. <…> i. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; j. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens; k. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; l. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonarken, woonschepen, glijboten en ponten. m. voertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; n. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan: o. <…>

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. <…> b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem; d. <…> e. <…> f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. <…> h. <…> i. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; j. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; k. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; l. vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonarken, woonschepen, glijboten en ponten; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; o. <…>

Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen, zodat deze (weer) overeenkomt met de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG).

B. Het huidige artikel 1.2, derde lid wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.2 Beslistermijn <…> 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem of een vergunning als bedoeld in artikel 6.3.1, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 3.7.2 van die verordening.

Artikel 1:2 Beslistermijn <…> 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem of een vergunning als bedoeld in artikel 6.3.1, eerste lid of artikel 3.7.2, tweede lid van die verordening.

Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen, zodat deze (weer) overeenkomt met de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Gelijktijdig worden onjuiste verwijzingen en de onjuiste beschikkingsvorm (ontheffing moet vergunning zijn) hersteld.

C. Het huidige artikel 1.3 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.3 Inleiding aanvraag (vervallen)

Artikel 1:3 (Vervallen)

Toelichting Het artikel ondergaat een redactionele wijziging, zodat deze (weer) overeenkomt met de modelAPV van de VNG.

D. Het huidige artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan

wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.

wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen, zodat deze (weer) overeenkomt met de model-APV van de VNG.

E. Het huidige artikel 1.8 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval geweigerd worden in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval geweigerd worden in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen, zodat deze (weer) overeenkomt met de model-APV van de VNG.

F. De naamgeving van het huidige hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 2. Openbare orde

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Toelichting De naamgeving van hoofdstuk 2 wordt aangepast aan die van de model-APV van de VNG. De nieuwe naamgeving past tevens beter bij de belangen die met de APV zijn gemoeid. Ook gelden deze belangen als weigeringsgronden voor vele vergunningen en ontheffingen van de APV.

G. De volgende huidige vervallen artikelen worden als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.2 (Vervallen)

Artikel 2:2 (Vervallen)

Artikel 2.4 Afwijken termijn (Vervallen)

Artikel 2:4 en 2:5 (Vervallen)

Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens (Vervallen) Artikel 2.7 (Vervallen)

Artikel 2:7 en 2:8 (Vervallen)

Artikel 2.8 (Vervallen) Artikel 2.10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats (Vervallen)

Artikel 2:10 t/m 2:15 (Vervallen)

Artikel 2.11 (Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (Vervallen) Artikel 2.12 Maken of veranderen van een uitweg (Vervallen) Artikel 2.13 (Vervallen) Artikel 2.14 Winkelwagentjes (Vervallen) Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (Vervallen) Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (Vervallen)

Artikel 2:21 (Vervallen)

Artikel 2.37 (Vervallen)

Artikel 2:37 (Vervallen)

Artikel 2.42 Plakken en kladden (Vervallen)

Artikel 2:42 (Vervallen)

Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen en dergelijke (Vervallen)

Artikel 2:45 (Vervallen)

Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (vervallen)

Artikel 2:50a (Vervallen)

Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen (Vervallen)

Artikel 2:51 (Vervallen)

Artikel 2.54 (Vervallen)

Artikel 2:54 t/m 2:56 (Vervallen)

Artikel 2.55 (Vervallen) Artikel 2.56 (Vervallen) Artikel 2.61 (Vervallen)

Artikel 2:61 t/m 2:63 (Vervallen)

Artikel 2.62 (Vervallen) Artikel 2.63 (Vervallen) Artikel 2.69 (Vervallen)

Artikel 2:69 en 2:70 (Vervallen)

Artikel 2.70 (Vervallen) Toelichting De artikelen ondergaan een redactionele wijziging, zodat deze (weer) overeenkomt met de model-APV van de VNG. De naamgeving van vervallen artikelen wordt niet langer vermeld. Opeenvolgende vervallen artikelen worden tevens samengevoegd, ter bevordering van de overzichtelijkheid en leesbaarheid van de APV.

H. Het huidige artikel 2.9, eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. <…>

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. <…>

Toelichting Aan het eerste lid wordt de activiteit ‘gids’ toegevoegd als activiteiten die op openbare plaatsen aan het publiek getoond kunnen worden. De aanvulling is conform de model-APV van de VNG.

I. Het huidige (vervallen) artikel 2.20 wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.20 Vallende voorwerpen (Vervallen)

-

Toelichting Het artikel is twee keer opgenomen, één keer met inhoud en één keer als vervallen. De vervallen versie wordt uit de APV verwijderd.

J. Het huidige artikel 2.24 wordt als volgt gewijzigd; Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 4.5 van deze verordening;

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen in de daarvoor bestemde inrichtingen en onder gebruik van de reguliere activiteiten/normale omstandigheden van die inrichting; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet en snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze verordening; c. <…> d. <…> e. <…> f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f, in de daarvoor bestemde inrichtingen en onder gebruik van de reguliere/normale omstandigheden van die inrichting. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. <…> b. <…> c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. <…> e. <…> f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan, een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 en 23:00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09:00 uur of na 22:00 uur, dan

c. d. e. f.

<…> <…> <…> activiteiten als bedoeld in artikel 2.9 en 2.39 van deze verordening

2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. <…> b. <…> c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.3 van deze verordening, op de weg; d. <…> e. <…> 3. Onder een 0-evenement wordt verstaan: een klein evenement zoals een straatfeest, buurtbarbecue of een daarmee gelijk te stellen activiteit.

4. <…> 5. Onder evenemententerrein wordt verstaan de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daar naar te kijken of er aan deel te nemen.

wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de waarborging van de veiligheid niet om een wegafsluiting vraagt of de activiteiten anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object. 4. <…>

Toelichting Het artikel ondergaat enkele redactionele wijzigingen en de onjuiste verwijzing in het eerste lid, onder b wordt hersteld. Daarnaast wordt in het eerste lid theatervoorstellingen gelijkgesteld aan bioscoopvoorstellingen, om daarmee duidelijk te maken dat ook theatervoorstellingen (in reguliere theaters en niet op de openbare weg) niet onder de vergunningsplicht vallen. Net als bioscopen, wordt het gebruik van een theater reeds bij omgevingsrecht gereguleerd. Let wel, het gaat hier om regulier gebruik onder reguliere (normale) omstandigheden van die inrichting. Een bioscoop bijvoorbeeld, die naast het aanbieden van film kijken aanvullende niet reguliere activiteiten organiseert, kan daarmee alsnog onder de vergunningsplicht vallen. Aan het eerste lid wordt tevens toegevoegd dat sportwedstrijden (in reguliere sportaccommodaties) niet als evenement worden aangemerkt. Uitzondering hierop zijn vechtwedstrijden of – gala’s. Dergelijke wedstrijden kunnen wezenlijke risico’s voor de openbare orde en veiligheid hebben, waardoor het gewenst kan zijn een vergunningsplicht te doen gelden. Voorwaarde daartoe is dat de burgemeester allereerst die categorie vechtsportwedstrijden aanwijst, waarvan hij de risico’s, zonder regulering, te risicovol acht. Pas dan treedt de vergunningsplicht in werking. De toevoeging is conform de model-APV van de VNG.

Het derde lid wordt herschreven conform de model-APV van de VNG en ziet op de definitie van een klein evenement. De definitie komt nagenoeg overeen met de huidige door ons gestelde voorwaarden aan een klein evenement, zoals genoemd in het huidige artikel 2.25a. De inhoud van dat artikel is dus overgeheveld, zodat het huidige artikel 2.25a kan vervallen (zie later hieronder). De onder e genoemde oppervlakte van kleine objecten wordt vergroot van 15m2 naar 25 m2. De reden daartoe is dat tenten e.d. van die oppervlakten vrijgesteld zijn van certificering en tentenboeken. Gelijktijdig biedt dit een kleine bijdrage aan deregulering. Het vijfde lid vervalt, daar het begrip voor zichzelf spreekt en het terrein bij vergunning wordt begrensd (via een situatietekening en/of plattegrond).

K. Het huidige artikel 2.25 wordt gesplitst in artikel 2:25, 2:25a en 2.25b en wordt als volgt gewijzigd; Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.25 A-, B- of C-evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. 2. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening andere plaatsen aangeleverd. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of Cevenement, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; b. de vergunning voor een B- of Cevenement niet ten minste 12 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd. 4. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat, b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. 5. Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 van de APV kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit in strijd is met het bestemmingsplan; b.

dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; d. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; e. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan, via het door de burgemeester vastgestelde meldingsformulier, melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen een week na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25a De aanvraag 1. Bij een aanvraag om vergunning worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd; a. de plaats waar het evenement wordt gehouden; b. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden; c. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers; d. de inrichting van het evenemententerrein; e. het activiteitenprogramma; f.

de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; g. het veiligheidsplan, gezondheidsplan, verkeers- en mobiliteitsplan; h. een plan van maatregelen die de organisator neemt om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. 2. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. 3. Risico verhogende feiten of omstandigheden die na de aanvraag naar voren komen,

f.

de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is; g. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politieen betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; h. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; of i. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in de evenementennota, de locatieprofielen, het imago of de belangen van de gemeente. 6. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften of beperkingen verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. het verkeersplan. 7. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste: a. de plaats waar het evenement wordt gehouden; b. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden; c. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers; d. de inrichting van het evenemententerrein; e. het activiteitenprogramma; f. de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; g. het veiligheidsplan, gezondheidsplan, verkeers- en mobiliteitsplan; h.

Plan van maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. 8. Risico verhogende feiten of omstandigheden die na de aanvraag naar voren komen, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. 9. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 10. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht

dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. 4. De aanvraag voor een A-evenement dient uiterlijk 8 weken voor aanvang van het evenement volledig ingediend te zijn. 5. De aanvraag voor een B-, of C-evenement dient uiterlijk 12 weken voor aanvang van het evenement volledig ingediend te zijn. Artikel 2:25b Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning voor een B-, of C-evenement als de organisator: a. niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt; b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of c. onder curatele staat. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als: a. de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; b. de vergunning voor een B- of Cevenement niet ten minste 12 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 en 1.8 kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, al dan niet tijdelijk intrekken of wijzigen als naar zijn oordeel: a.

het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; b. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politieen betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; c. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; of d. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in de evenementennota, de locatieprofielen, het imago of de belangen van de gemeente.

(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Toelichting Gekeken is of onze regulering ten aanzien van evenementen gelijkgesteld kon worden aan de model-APV van de VNG. Gebleken is dat, dat voor evenementen deels kan. Dat is omdat Gorinchem enkele afwijkende regels stelt, waardoor enkele extra artikelen noodzakelijk zijn. Zo hanteert Gorinchem o.a. voor evenementen andere indieningstermijnen, stelt eisen aan de organisator van een evenement en heeft aanvullende weigerings, intrekkings- en wijzigingsgronden ten opzichte van de algemene in artikel 1:6 en 1:8 genoemde gronden. Het huidige artikel is echter een samenvoeging van verschillende onderwerpen, zoals de vergunningsplicht, vrijstelling van de vergunningsplicht, de aanvraag, verplichte en optionele weigeringsgronden, voorschriften en enkele afsluitende bepalingen. Om toch zoveel mogelijk bij de model-APV te blijven is aansluiting gezocht bij vergelijkbare afdelingen (i.c. horeca en seksbedrijven). Dit heeft ertoe geleid, dat de huidige artikelen 2.25, 2.25a en 2.25b als volgt worden herverdeeld en gewijzigd: artikel 2:25 bevat de vergunningsplicht, de vrijstelling van de vergunningsplicht (voor kleine evenementen) en bepaalt dat de Lex Silencio Positivo niet van toepassing is.

Artikel 2:25a bepaalt vervolgens de aanvraag, welke gegevens moeten worden ingediend en de indieningstermijnen van een aanvraag om vergunning voor een A-, B- of C-evenement. Artikel 2:25b bepaalt tot slot de, aanvullend op artikel 1:6 en 1:8, aanvullende weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden. De nieuwe artikelen zijn opgebouwd door bepalingen over te hevelen uit de bestaande artikelen 2.25, 2.25a en 2.25b. Noemenswaardig is dat het vijfde en zesde lid al dan niet deels vervallen. Het vijfde lid bevat dubbelingen met de algemene intrekkings-, wijzigings- en weigeringsgronden. Die dubbelingen, i.c. onder a, b, c, d en f, komen te vervallen. De overige worden overgeheveld naar het nieuwe artikel 2.25b. Het zesde lid vervalt omdat de burgemeester reeds bevoegdheid bezit voorschriften aan vergunningen te verbinden (artikel 1:4). Die voorschriften zijn gericht op de belangen die de vergunning beschermd, zoals de openbare orde en veiligheid. De onderwerpen genoemd in het zesde lid vallen binnen de werking van de openbare ore en veiligheid. Het heeft daarmee geen toegevoegde waarde voorbeelden van mogelijk te reguleren onderwerpen te noemen. Overigens bezit de model-APV van de VNG dergelijke leden ook niet. Voor het overige vinden er inhoudelijk geen wijziging plaats.

L. Het huidige artikel 2.25a is geïntegreerd in het nieuwe artikel 2.24 en 2.25, vervalt daardoor en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.25a O-evenement (klein evenement) 1. In afwijking van artikel 2.25, eerste lid, is geen vergunning vereist en kan worden volstaan met een melding indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 09.00 en 23.00 plaats vindt; c. het evenement niet meer dan twee straten omvat; d. geen (live) muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 22.00 uur; e. het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 70 dB(A); f. het evenement geen belemmering voor de hulpdiensten vormt; g. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van 15 m2 per object en niet meer dan vier objecten per straat; h. er een organisator is; i. de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester met een door de burgermeester vastgesteld meldingsformulier; en j. indien binnen één week na ontvangst van het formulier geen tegenbericht is verzonden kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden. 2. De burgemeester kan binnen één week na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

-

Toelichting Het artikel beschrijft de voorwaarden wanneer een evenement als klein evenement wordt beschouwd. Tevens beschrijft het artikel vrijstelling van de vergunningsplicht als een klein evenement wordt gemeld en geen negatief tegenbericht is gegeven. De inhoud van dit artikel is overgeheveld naar de nieuwe artikelen 2:24 en 2:25, waardoor het zelfstandige artikel vervalt.

M. Het huidige artikel 2.25b is geïntegreerd in het nieuwe artikel 2.25a, vervalt daardoor en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.25b Termijnen 1. De melding van een klein evenement dient uiterlijk 2 weken voor aanvang evenement ingediend te zijn. 2. De aanvraag voor een A- evenement dient uiterlijk 8 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn. Vergunningverstrekking gebeurt uiterlijk 2 weken voor aanvang van het evenement. 3. De aanvraag voor B en C evenementen dient uiterlijk 12 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn. Vergunningverstrekking gebeurt uiterlijk 2 weken voor aanvang van het evenement.

-

Toelichting Het artikel stelt de termijnen vast waarbinnen een aanvraag om vergunning moet zijn ingediend. De inhoud van het artikel is overgeheveld naar het nieuwe artikel 2.25 en 2.25a, waardoor het zelfstandige artikel vervalt. De bepalingen voor wat betreft de vergunningverstrekking zijn niet overgeheveld, daar zij niet afdwingbaar zijn, noch een positief besluit (vergunning) afdwingen en daarmee ‘slechts’ gelden als termijn van orde. Conform de model-APV van de VNG, zijn deze bepalingen achterwege gelaten.

N. Het huidige artikel 2.27 vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.27 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen omtrent evenementen.

-

Toelichting De model-APV van de VNG bezit dit artikel niet. Ook Gorinchem heeft geen gebruik gemaakt van het artikel. Voorgesteld wordt het VNG-model te volgen en het artikel te laten vervallen.

O. Het huidige artikel 2.27 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt. b. Leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de openbare inrichting; de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de openbare inrichting. c. Openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, fast- en foodbezorging, take away, maaltijdbezorging, coffeeshop, shisha-lounge; of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten

ruimte.

Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een openbare inrichting wordt geëxploiteerd; b. leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de openbare inrichting; de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de openbare inrichting; c. openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, maaltijdbezorging, coffeeshop, of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid, onder c bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Toelichting Het begrip ‘barvrijwilliger’ vervalt, omdat het niet langer in de APV voorkomt. De definitie van leidinggevende bevat in de huidige vorm zowel de exploitant (de eigenaar) als diens daadwerkelijke leidinggevenden. De definitie wordt daarom gesplist, zodat de exploitant onderscheiden wordt van diens overige leidinggevenden. Daarmee wordt tevens eenduidigheid gecreëerd in alle exploitatievergunningen (horeca, speelgelegenheden, smartshops en seksbedrijven) qua terminologie. Bij allen is sprake van een exploitant en diens leidinggevenden. Daarmee vervallen tevens dubbele benamingen zoals beheerder, ondernemer, aanvrager enz. Voor wat betreft de opsomming genoemd onder c. vervallen de Engelse benamingen die ook reeds in het Nederlands zijn beschreven.

P. Het huidige artikel 2.28 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: a. een openbare inrichting te exploiteren; b. één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze onder de uitzonderingscategorie van artikel 2.28, twaalfde of veertiende lid, van deze verordening vallen. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en hiervan niet bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgeweken.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

3. De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de aanvrager of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

5. Bij toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting gelegen is of gelegen zal zijn; b. de aard van de openbare inrichting;

2. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of de leidinggevende: niet de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt; in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of onder curatele staat; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. in het geval een terras is aangevraagd, het beoogde gebruik daarvan: schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 4. Bij toepassing van de in het derde lid, onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met: a.

het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen; b. de aard van de inrichting;

c.

d. e.

de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting; de wijze van bedrijfsvoering door de aanvrager en/of de leidinggevende, en; het levensgedrag van de aanvrager en/of de leidinggevende.

6. Onverminderd het gestelde in artikel 1.6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen als: a. de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften of beperkingen, behorende bij de vergunning, overtreedt; b. aannemelijk is, dat de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, dan wel de vrees hiertoe wettigen; c. de vergunninghouder of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; e. de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; f.

zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; g. niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2.28, tweede lid, aanhef en onder c. gestelde eisen; h. de vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2.28c, eerste lid om bijschrijving van een persoon op het

c.

de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting; d. de concentratie van openbare inrichtingen in een bepaald gebied; e. de wijze van bedrijfsuitoefening door de exploitant en leidinggevende van de openbare inrichting in deze of in andere inrichtingen; f. de wijze van bedrijfsuitoefening van de openbare inrichting in het verleden. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester een vergunning al dan niet tijdelijk geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen als: a. de vergunninghouder of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; b. de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; c. de vergunninghouder in een periode van twee jaar drie maal om bijschrijving van een persoon op de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die bijschrijving heeft geweigerd op grond van artikel 2.28, tweede lid, onder b; d. er sprake is van een gewijzigde exploitatie of vergunninghouder, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 6.

Behoudens een terras, is voor de overige horeca-activiteiten geen vergunning vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. sport- of bedrijfskantine; e. school; f. clubhuis. 7. Op de aanvraag om een (te wijzigen) vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2.28c, vierde lid; i. er sprake is van een gewijzigde exploitatie of vergunninghouder, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; j. de vergunninghouder in de artikelen 2.28c, eerste lid en 2.28e bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan. k. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; 7. Als een vergunningaanvraag tevens betrekking heeft op de exploitatie van een of meer terrassen, zoals bedoeld in artikel 1.2/2.30, onder 1. b., beslist de burgemeester in afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem, voor zover deze terrassen zich op de weg bevinden, ook over de ingebruikneming van de weg ten behoeve van het terras. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.28, tweede lid, vierde lid en vijfde lid kan de burgemeester de ingebruikneming van de weg door een terras weigeren als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c.

het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 8. Het is verboden een terras te exploiteren: a. op of aan wegen die door de burgemeester met het oog op de belangen genoemd in het vijfde lid zijn aangewezen, en; b. op of aan wegen die door het college met het oog op de belangen genoemd in het zesde lid zijn aangewezen. 9. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar bij het indienen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid een exploitatieplan moet worden vastgelegd waarin de maatregelen staan beschreven die de aanvrager neemt om overlast in de omgeving van de openbare inrichting als gevolg van de exploitatie van de openbare inrichting te voorkomen. 10. Het college kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de

gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie van openbare inrichtingen. 11. Artikel 25, eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten openbare inrichtingen. 12. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. 13. Voor de openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als de winkel. 14. Voorts geldt het eerste lid niet voor: a. een openbare inrichting in zorginstellingen; b. een openbare inrichting in musea; c. een openbare inrichting in sportkantines; d. een openbare inrichting in scholen; e. een openbare inrichting in clubhuizen. 15. Op een aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting Het artikel is gewijzigd conform de model-APV van de VNG met aanvullingen vanuit de Gorinchemse praktijk. Zodoende wijzigt het eerste lid, waarin de vergunningsplicht is beschreven voor openbare inrichtingen. Aangezien terrassen inbegrepen zijn in het begrip ‘openbare inrichting’ en ook vergunningsplichtig zijn, behoeven terrassen niet expliciet genoemd te worden.

Het derde lid vervalt, daar via politie- en/of justitiële gegevens dezelfde informatie verkregen kan worden als via een Verklaring omtrent het gedrag. Vanuit lastenverlaging wordt de ondernemer daarom niet langer belast met het aanleveren van dergelijke verklaringen. Het vierde en vijfde lid ondergaan met name redactionele wijzigingen. Het zesde lid komt deels te vervallen. De leden die vervallen, zijn voorbeelden betreffende artikel 1:6 in relatie tot de algemene belangen die de vergunning beschermt. Artikel 1:6 creëert reeds de bevoegdheid een vergunning te wijzigen of in te trekken. Als van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, dient dat gemotiveerd te worden. Het herhalen van deze algemene bevoegdheid voegt niks toe. Uitsluitend die voorbeelden die iets specifieks noemen worden behouden. De leden acht tot en met elf vervallen. Allereerst omdat de model-APV van de VNG dergelijke leden niet kent. De leden acht t/m tien vervallen omdat er geen aanwijzingsbesluiten noch nadere regels gesteld zijn. Het aanwijzen van terrasvrije zones voegt niks toe, daar in de praktijk een vergunning voor het plaatsen van een terras geweigerd wordt, wat hetzelfde effect heeft. Tot slot vervalt het elfde lid omdat het lid verwijst naar een artikel dat niet bestaat noch te herleiden is welke artikel dat had moeten zijn. De leden twaalf en veertien worden samengevoegd.

Het dertiende lid, dat gaat over sluitingstijden, wordt overgeheveld naar artikel 2:29 Sluitingstijden. Voor wat betreft het nieuwe tweede lid, stelde artikel 2.28b enkele eisen waaraan leidinggevenden in een openbare inrichting moeten voldoen, zoals een minimale leeftijd van 21 jaar, geen slecht levensgedrag en het niet onder curatele of bewind staan. Voor wat betreft het levensgedrag was die als formele weigeringsgrond vermeld. Uiteraard zijn alle eisen even

relevant en moet de weigeringsgrond van toepassing zijn op alle eisen. Daarnaast is het lid aangevuld met de bepaling, dat als in redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand afwijkt van hetgeen in de aanvraag is vermeld, de vergunning moet worden geweigerd. Met name inzake schijnbeheer is een dergelijke optie tot weigeren wenselijk. Het nieuwe vierde lid wordt aangevuld met enkele aandachtspunten bij toepassing van de weigeringsgrond genoemd in het derde lid. Deze aandachtspunten worden ook toegepast inzake smartshops (afdeling 10A) en seksbedrijven (Hoofdstuk 3), waardoor een eenduidig artikellid en toepassing ontstaat.

Q. Het huidige artikel 2.28a vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28a Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de exploitatie; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van de inrichting; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.28c, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2.28c, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.

-

Toelichting Het artikel vervalt, en is daarmee in overeenstemming met de model-VNG van de APV. Het lijkt wat ver te gaan, dat, voor deze branche, bij verordening moet worden bepaald wat in een vergunning komt te staan. Dergelijke details betreffen uitvoering, waardoor het passender is dat bij de burgemeester te laten (dualisme). Ook stelt het artikel enkele onderwerpen die bij gebruik standaard in vergunningen worden vermeld, zoals de locatie en voorschriften.

R. Het huidige artikel 2.28b vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28b Eisen aan leidinggevenden 1. De leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. Zij hebben de leeftijd van eenentwintig bereikt; b. Zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. Zij staan niet onder curatele of bewind. 2. Indien een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet de openbare inrichting exploiteert, voldoen ten minste twee leidinggevenden aan de in het eerste lid gestelde eisen.

-

Toelichting Het artikel vervalt, omdat de inhoud van lid 1 is overgeheveld naar artikel 2:28 en daar als directe weigeringsgrond is opgenomen. Het tweede lid vervalt omdat het herhaling is van een eis die reeds door de Alcoholwet is gesteld.

S. Het huidige artikel 2.28c vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28c Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens: a. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; b. de aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie. 2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de melding het aanhangsel te wijzigen. 5. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel: a. indien de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.28 B gestelde eisen. b. In het geval onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsproblemen door het openbaar bestuur. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de melding bedoeld in het eerste lid.

-

Toelichting Het artikel vervalt om de APV in overeenstemming met de model-APV van de VNG te brengen. Daarmee wordt niet gezegd dat de bepalingen niet meer relevant zijn, maar de bepalingen liggen feitelijk al in de uitvoering verweven. Zo wordt bij vergunningsvoorschrift bepaald dat wijzigingen, die van invloed zijn op de inhoud van de vergunning, moeten worden gemeld, waarna die wijzigingen, na toetsing, bijgewerkt worden op de vergunning. Een dergelijke wijzigingsbevoegdheid heeft de burgemeester reeds op grond van artikel 1:6.

T. Het huidige artikel 2.28d vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28d Aanwezigheid leidinggevende 1. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in deze81 inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2.28 A, tweede lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2.28 C, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 2. In afwijking van het eerste lid, is het een paracommerciёle rechtspersoon verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien in deze inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2.28 A, tweede lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van diezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2.28 C, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. c. een barvrijwilliger als bedoeld in artikel 2.27, sub a.

-

Toelichting Het artikel vervalt om de APV in overeenstemming met de model-APV van de VNG te brengen. Daarmee wordt niet gezegd dat de bepalingen niet meer relevant zijn, maar dienen te worden verplaatst naar de vergunningsvoorschriften.

U. Het huidige artikel 2.28e vervalt en wordt uit de APV verwijderd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28e Wijziging openbare inrichting 1. Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge 2.28 A, eerste lid vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de gewijzigde vergunning bedoeld in het eerste lid. Toelichting Het artikel vervalt om de APV in overeenstemming met de model-APV van de VNG te brengen. Daarmee wordt niet gezegd dat de bepalingen niet meer relevant zijn, maar dienen te worden verplaatst naar de vergunningsvoorschriften. Overigens is het wijzigen op verzoek van de vergunninghouder tevens afgedekt via artikel 1:6.

V. Het huidige artikel 2.28f wordt hernummerd en als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28f Vervallen vergunning exploitatie openbare inrichting Een vergunning vervalt, wanneer: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:28a Vervallen vergunning exploitatie openbare inrichting Een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting vervalt, als: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden; d. de op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

Toelichting Het artikel wordt hernummerd tot artikel 2:28a en ondervindt een redactionele wijziging om het artikel gelijkluidend te laten zijn aan hetzelfde artikel voor speelgelegenheden, smartshops en seksbedrijven. De situatie onder d wordt toegevoegd en is overgenomen vanuit het hoofdstuk inzake seksbedrijven. De situatie dient ook te gelden voor de horeca exploitatievergunning.

W. Het huidige artikel 2.29 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd). 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in deze inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of beperking andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting en/of een daarbij behorende terras. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd van een openbare inrichting. 5. De burgemeester kan voor bepaalde categorieën openbare inrichtingen vrijstelling verlenen van de sluitingstijd. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd). 2. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel. 3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 5. Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting Het artikel wordt gewijzigd om het in overeenstemming met de model-APV van de VNG te brengen. Het nieuwe tweede lid betreft overheveling van het huidige artikel 2.28, dertiende lid, dat de sluitingstijden regelt voor horeca in winkels. Het huidige derde lid vervalt, omdat de burgemeester, als bevoegd bestuursorgaan, reeds de bevoegdheid bezit afwijkende sluitingstijden vast te stellen. Uiteraard dient daar aanleiding toe te zijn, en dient dat in de vergunning gemotiveerd te worden. Het vijfde lid vervalt en wordt hergebruikt voor een afbakening met de Wet milieubeheer.

X. Het huidige artikel 2.31 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2.30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Toelichting Het artikel wordt redactioneel gewijzigd. Aan sub b. wordt toegevoegd dat personeel na sluitingstijd nog aanwezig mag zijn, om de afrondende werkzaamheden uit te voeren zonder daarbij het artikel te overtreden.

Y. Het huidige artikel 2.32 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De vergunninghouder van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Toelichting Betreft herstel van een onjuiste verwijzing. Gelijktijdig wordt het tweede lid gewijzigd van vergunninghouder naar exploitant. Reden daarvoor is dat er ook vergunningsvrije openbare inrichtingen zijn, en ook daarvoor dient het artikel te gelden. Verder wordt het artikel redactioneel herschreven, om in overeenstemming te brengen met de model-APV van de VNG.

Z. Na artikel 2:33 wordt een nieuw artikel 2:34 ingevoegd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

-

Artikel 2:34 (Vervallen)

Toelichting Het artikel mist waardoor de nummering in de APV niet correct doorloopt. Het artikel in de model-APV betreft een vervallen artikel en wordt dan ook als zodanig opgenomen.

AA. Het huidige artikel 2:38a, eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:38a Definities 1. In dit artikel wordt <…>

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt <…>

Toelichting Betreft redactionele wijziging. De begrippen in het artikel zijn niet van toepassing op het artikel alleen, maar op de gehele afdeling inzake toezicht op speelgelegenheden.

BB. Na artikel 2:39 wordt een nieuw artikel 2:39a ingevoegd: Huidige tekst

Nieuwe tekst

-

Artikel 2:39a Vervallen exploitatievergunning speelgelegenheden Een vergunning voor het exploiteren van een speelgelegenheid vervalt, als: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden; d. de op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van het de speelgelegenheid feitelijk heeft beëindigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=7e22d8ea-12b6-4c72-b507-4603a8884aeb