20221020 Concept verslag raadsvergadering Gorinchem
Tekst van het document
We moeten nu de verantwoordelijkheid nemen om een duurzame en schone stad achter te laten voor onze kinderen of kleinkinderen. Voorzitter, concluderend. Wij blijven ervan overtuigd dat er eerst meer verdiepend onderzoek nodig is en dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen om dit te onderzoeken, zeker omdat nu geen harde belemmeringen worden aangetoond en de lusten
O - 59
van windmolens nauwelijks aan bod komen. Tegelijkertijd kan het college op zoek naar alternatieven. Dank, voorzitter. De heer Van Houwelingen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Een vraag aan mevrouw De Groot. U kunt zich die stoplichten nog wel herinneren: of iets rood, was, oranje, et cetera. Daar werd ook gezegd dat de arbeidsomstandigheden niet geborgd werden; dat konden ze niet hard maken. De Partij van de Arbeid staat ergens voor. De mensen die daar op de loswal staan en op de kade, staan nog geen tweehonderd meter van een geluidsbron van meer dan 100 dB; als je dat effe uitrekent, kom je op een geluid van 59 tot 65. Ik heb een dingetje van de audicien. Vanaf 40 dB, langdurig, heb je leer- en concentratieproblemen, vanaf 60 dB schade aan het gehoor en vanaf 65 dB 20% een hoger risico op hart- en vaataandoeningen. Die mensen staan daar negen uur per dag, vijf dagen in de week. Hoe kunt u dat rijmen? Mevrouw De Groot: Voorzitter. In het onderzoek zoals dat ons getoond is, staat geen enkel stoplicht, om het even bij uw termen te houden, op rood. Daarom willen wij de verdiepende onderzoeken afwachten, om te kijken wat daaruit komt. Als daar uitkomt wat u zojuist heeft benoemd, gaan wij natuurlijk niet doordrammen dat het per se moet komen, maar wij willen eerst die verdiepende onderzoeken afwachten.
De heer Van Houwelingen: Ik heb duidelijk begrepen dat daarvoor ook geen norm bestaat. Er zal dus nooit een rood, oranje of groen op komen. We zouden een afspraak kunnen maken – zo werd het gezegd –, het zou meegenomen kunnen worden, maar het wordt nergens geborgd. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Houtepen, VVD. Ook hij houdt vanavond zijn maidenspeech. De heer Houtepen: Voorzitter. De maagdelijkheid van raadsleden sneuvelt met bosjes deze avond. Het lijkt de middelbare school wel! Global warming, een mondiaal probleem waarvoor we met de hele wereld een oplossing zullen moeten bieden. Maar er bestaat een aloud gezegde, dat luidt: gedeelde verantwoordelijkheid is geen verantwoordelijkheid. Als we allemaal naar elkaar gaan zitten kijken zonder wat te doen, komen we er niet. In de kern is de noodzaak van de energietransitie dus ingegeven door een mondiaal probleem, maar een betere wereld, en daarmee ook een beter milieu, begint bij jezelf. Daarom zullen wij er ook met z’n allen aan moeten bijdragen om dit hogere doel te bereiken. We werken van klein naar groot en proberen als gemeente Gorinchem een klein schakeltje te vormen in de grotere oplossing, maar ook binnen de gemeente zijn particuliere inspanningen natuurlijk onmisbaar.
In het kader van het laatste wil ik de wethouder graag vragen om aan de slag te gaan met een aangenomen amendement A2 in de raadsvergadering van 25 januari 2018 – ik heb hem de wethouder al toegestuurd –, waarin de mogelijkheden werden verruimd om vooral in de binnenstad binnen de welstandsnormen toch zonnepanelen te kunnen plaatsen. Wij denken dat de toen al O - 60
aangekondigde en inmiddels reële nieuwe technieken om panelen bijvoorbeeld te integreren in daken op een manier dat het aanzien niet significant verandert, ervoor zorgen dat dit op grote schaal kan worden toegepast. Inmiddels zijn zonnepanelen verzonken in een dak, of zelfs volledig geïntegreerd in een dakpan zelf, wel degelijk commerciële alternatieven. We merken echter dat deze mogelijkheden helemaal niet bekend zijn bij onze inwoners, bijvoorbeeld ook de extra mogelijkheden in het geval van een dakvernieuwing. Wij zouden de wethouder willen vragen om de toezegging hiermee aan de slag te gaan en inwoners hiermee bekend te maken. Hij zou dit goed kunnen meenemen in andere initiatieven die reeds lopen, of gepland staan, om meer inwoners te stimuleren zelf maatregelen te treffen, zoals bijvoorbeeld zelf zonnepanelen nemen, maar ook isolatie, nieuwe warmtesystemen, et cetera. Dat kan uiteraard, indien nodig, met hulp vanuit de gemeente, maar daarin is juist ook voorlichting van groot belang. Zoals ik al zei: laten we werken van klein naar groot. Als we iets groter gaan kijken, is de gemeente aan zet om haar steentje, of paneeltjes, bij te dragen. Naast de noodzakelijke energiebesparende maatregelen voor gemeentelijk vastgoed en overige gemeenschappelijke gebouwen, zullen we meer duurzame energie moeten opwekken. Om deze lokale ontwikkelingen goed te coördineren, is er de RES.
In die hoedanigheid hebben wij dan ook met onze partners een bod gedaan waaraan veel ambitie ten grondslag lag, maar ook de nodige aannames. Landelijk is men zich hier heel goed van bewust en wordt ook al rekening gehouden met scenario’s waarin niet alle ambitie kan worden gerealiseerd door de RES-regio’s. Daarmee wil ik uiteraard niet zeggen dat we er niet alsnog vol voor moeten gaan, om het bod alsnog te realiseren, maar wel dat wellicht over het plaatsen van dit soort windturbines iets te makkelijk is gedacht toentertijd. Wij adviseren de komende jaren in ieder geval vol in te gaan zetten op het realiseren van zonne-energie en besparende maatregelen. Daarmee kom je in ieder geval niet achter te lopen, ik sluit zelfs niet uit dat we vóór zouden kunnen gaan lopen, op de realisatie van dat deel van het RES-bod. In de tussentijd zal nader onderzocht kunnen worden hoe wij zonder wind op Avelingen en de A15-oost toch het RES 1.0-bod kunnen handhaven, samen met onze RES-partners. Dit zal ongetwijfeld onderzoek voor wind in een andere hoedanigheid betekenen, maar laten we ok vooral alternatieven onderzoeken. Het kan dan voorkomen dat de samenstelling en invulling van het bod iets veranderen. Met de doelen die zijn gesteld voor 2030 en 2050 hebben we nog een lange weg te gaan.
Nu starten, of eigenlijk gisteren, is van belang, maar de tijd werkt op het gebied van technologische ontwikkeling natuurlijk ook in ons voordeel. Ik wil ook opmerken dat wij ons hierin niet uitsluitend blind moeten staren vanuit ons perspectief als kleine schakel in een groter geheel. Het potentieel tot significant bijdragen aan een oplossing ligt ook juist hoger in de boom. Ik herhaal nog even wat ik eerder in een voorgaande sessie al zei: dat landelijk veel ontwikkelingen gaande zijn. Wanneer landelijk of Europees bijvoorbeeld wordt besloten tot het realiseren van kernenergie, zal de taakstelling van de RES-gebieden waarschijnlijk toch echt kleiner worden. We moeten vooral zorgen dat onze visie niet te veel korte termijn wordt en dat we met onze neus tien centimeter van het papier blijven staren naar één bepaalde oplossing. Ook in dit kader zou ik willen pleiten voor duurzaamheid. Duurzame energie is pas echt duurzaam als de oplossing die je kiest zelf ook duurzaam is én voor lange termijn werkbaar. Met alle ontwikkelingen die op dit moment spelen qua regelgeving, lijkt het realiseren van windturbines op bijvoorbeeld O - 61
Avelingen zeker geen duurzame oplossing die op langere termijn ook nog een goed idee is. In onze verdere zoektocht, gezamenlijk met Molenlanden, zullen we hier in ieder geval in toekomstbestendige kaders moeten denken. Nog even wat windturbines vergunnen onder de regels van nu, terwijl we heel goed weten dat die regels achterhaald zijn en op korte termijn zullen worden aangescherpt, is wat ons betreft zeker niet duurzaam. Daarnaast weten we nu al voldoende over de wenselijkheid en het draagvlak die het besluit voor een ‘no go’ alleen maar versterken. Het mag geen verrassing zijn dat de VVD de wethouder steunt in zijn ‘no go’-standpunt in de stuurgroep Avelingen, maar ook vooralsnog in het handhaven van het RES 1.0-bod, uiteraard in acht genomen dat herijking nodig zal zijn. Daarbij kunnen we niet vaak genoeg wijzen op het belang van goede, toekomstbestendige kaders om onze duurzame oplossing ook echt duurzaam te houden. We roepen de wethouder ook zeker op om in de uitvoering van de huidige plannen ook te kijken naar de mogelijkheden om inwoners en lokale bedrijven te laten participeren in de opbrengsten, maar dan in dit geval wel in andere projecten dan wind op Avelingen.
We dragen als Gorinchem graag bij aan het bestrijden van de mondiale klimaatproblemen, mar wel op een manier die past binnen het RES-gebied, leefbaar is voor onze inwoners en, ik zei het al eerder, ook echt duurzaam is. De voorzitter: Gefeliciteerd met uw maidenspeech. Mevrouw Van Oversteeg, CDA.
(Applaus)
Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Vorige week heeft onze fractie een onbevredigd gevoel overgehouden aan de B&A-sessie. Het schrappen van de locaties Avelingen en Oost voor windenergie kwam niet als een verrassing, maar het gebrek aan visie over hoe dan verder verontrust ons zeer, en dat is waar we nog verder op willen focussen ter afsluiting van hetgeen in B&A is gezegd. Het CDA Gorinchem is ook niet vóór windmolens op Avelingen, maar onze worsteling zit hem in het halen van onze RESdoelen, onze gezamenlijke verantwoordelijkheid daarin als gemeente, in de hoedanigheid van RES-partner / overheidsorgaan voor onze bewoners, bedrijven en maatschappelijke partners, maar ook als samenleving, voor een duurzame toekomst. Want ons voornaamste doel is een bijdrage te leveren aan een samenleving waarin onze kinderen, en hopelijk ook hún kinderen, gezond kunnen opgroeien. Daarin hebben we samen een verantwoordelijkheid. Vanavond wil ik drie punten aanstippen in mijn bijdrage en daarbij tegelijkertijd het amendement en de motie betrekken. Het eerste punt: het handhaven van het RES-bod. Als je met een blik op de toekomst naar dit raadsvoorstel kijkt, snap je hopelijk onze verontrusting. Beslispunt 3, het handhaven van de omvang van het 1.0 RES-bod is een lege huls. Waarom? Zon is geen alternatief.
Ik zei het net al in een interruptie: er zijn maar liefst 100 hectaren zonnepanelen nodig, meer dan 150 voetbalvelden vol, om de variant ‘groot’ op Avelingen te compenseren. En die variant ‘groot’ is nog maar 75% van ons totale windbod, en daarmee dus ook nog geen gelopen race. Bovendien wordt in 2023 een netaansluiting op maximaal 50% van het piekvermogen beschikbaar gesteld. Dus reken maar uit dat dit er nog flink meer zullen worden, meer voetbalvelden vol. Bovendien hebben we juist afgesproken om zon en wind te combineren. Kortom, zon is geen alternatief als je uitgaat van het handhaven van RES 1.0. De wethouder bevestigde dit ook tijdens de B&A-sessie. Alternatieve manieren van O - 62
energieopwekking buiten zon en wind zijn natuurlijk heel erg sympathiek, en heel belangrijk om te volgen, maar nog onvoldoende zeker om voor 2030 een realistisch alternatief te kunnen zijn. Kortom, feitelijk is maar één conclusie mogelijk: het RES-bod is alleen te halen met windenergie. Daarom stel ik mijn collega-fracties en het college de vraag hoe we met elkaar vinden dat dit dan verder moet. Is de wethouder bereid vanavond het rookgordijn op te tillen en hier wat meer duiding over te geven, meer inzicht te geven in de alternatieve locatie, inmiddels bekend als de locatie die niet genoemd mag worden, hoe te komen tot de realisatie van het RES-bod, concreter dan in overleg treden met de RES en maatschappelijke partners? De heer De Pagter was tijdens de B&A-sessie zo vriendelijk om ons naar het kaartje van de RES te verwijzen, met daarop als enige overgebleven locatie Gorinchem-Noord nabij de A27. Of ziet de wethouder nog andere locaties? In de B&A-sessie uitte de wethouder al zijn zorgen dat 2030 lastig zou worden qua haalbaarheid in verband met vergunningverlening in 2025. Maar hoe ziet hij dat dan met andere opties voor windenergie? Wij kunnen niet anders concluderen dan dat het bod van 2030 niet haalbaar is. Schrijf dat politieke sprookje dan ook niet op.
De wethouder antwoordde in B&A dat over deze locatie nog helemaal niets bekend was en dat hij er daarom niet mee in de krant wilde. Maar, voorzitter, we weten al wel wat. Nabij dit aandachtsgebied worden namelijk windturbines van de Groote Haar gepland. Wat is daarover bekend ten aanzien van de belemmeringen en mogelijkheden op basis van de stukken die daaraan ten grondslag liggen? Vervolgens het amendement van D66 en de Partij van de Arbeid. Wij vinden het sympathiek, omdat dit het halen van het RES-doel centraal stelt, iets wat wij ook heel belangrijk vinden. De vraag die ik nog wel heb is hoe de indieners kijken naar de haalbaarheid van en het onderzoek naar alternatieve locaties. Het tweede punt: tijd. Er zit blijkbaar een enorme tijdsdruk om uit te spreken wat we niét willen dan dat er tijdsdruk wordt gevoeld op wat we wél willen en waartoe we bereid zijn om het RES-doel wel te halen. Deze tijdsdruk komt vooral tot uiting bij het geven van een statement tijdens de hoorzitting op 11 november. Deze hoorzitting is een procedurele stap in de herziening van het omgevingsbeleid van de provincie. Hieraan is een zienswijzeprocedure vooraf gegaan. In deze zienswijzeprocedure heeft de provincie haar kaarten al op tafel gelegd door aan te geven de zoeklocatie Avelingen te willen voortzetten. Nu is daar niet direct nood aan de man.
Ja, het omgevingsbeleid is een heel belangrijke horde om te nemen, maar het is nog geen voldongen feit dat die windmolens er dan komen, want aanvullende procedures en onderzoeken zijn nog nodig. Vanwaar dan de haast om die ‘no go’ zo dik aan te zetten, zonder alternatieve optie? Het wekt bij ons de indruk dat dit vooral een politieke, Gorcumse politieke, haast is. De factor tijd werkt ook weer andersomMevrouw Hamann: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ik wil graag reageren op de haastige spoed, die zelden goed is. Maar dit is natuurlijk geen haast. We praten al een paar jaar over Avelingen, er zijn al
O - 63
onderzoeken en we hebben moeten wachten op de resultaten. Ik kan dat geen haast noemen. Als je het zo wilt uitleggen, denk ik dat je de plank volledig mis slaat. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Met haast doel ik op de haast om dit besluit te nemen, waardoor wij vorige week werden geconfronteerd met een gecombineerde I&O/B&A-sessie op zo’n belangrijk onderwerp, de haast om vóór de hoorzitting op 11 november een standpunt te hebben over Avelingen. Ja, er is tijd opgegaan aan deze onderzoeken, maar vervolgens missen wij daarin dat grotere plaatje en daarin werkt die factor tijd ook weer andersom. Meerdere fracties hebben aangegeven het RES-bod in stand te willen laten, maar door nu deze locatie te schrappen, met de onzekerheid of de provincie dat ook gaat doen, en zo schimmig te blijven over alternatieven, is er blijkbaar helemaal geen haast. Waarom wordt dit namelijk niet meteen meegenomen in die provinciale afstemming, al is het maar op z’n minst in de onderzoeksfase? Wij krijgen het gevoel dat ons nu een besluit door de strot wordt geduwd over wat we niét willen, om de politieke angel eruit te halen, terwijl we over wat we wél willen nog heel erg vaag blijven, waardoor het tijdspad 2030 steeds onrealistischer wordt. Daarnaast zou ik aandacht willen vragen voor de rol van onze gemeente hierin.
Op de grote opgave zien we dat hogere overheidslagen, Rijk en provincie, een steeds grotere rol naar zich toe trekken. Kijk naar asiel, volkshuisvesting. Ik roep alle stadsbestuurders in deze zaal op om op dit dossier zoveel mogelijk onze eigen gemeentelijke autonomie te voeren. En ja, dat kunt u allemaal uitleggen als “als wij niet willen dat ze op Avelingen komen, dan moet de provincie ons niet dwingen”, maar ik vraag u ook om verder te kijken en te beseffen dat de provincie ook kan rekenen en zich realiseert dat de RES-doelen verder weg zijn dan ooit als je Avelingen zo schrapt, en een provinciale aanwijzing dichterbij dan ooit. Mevrouw Hamann: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Kan mevrouw Van Oversteeg nou eens duidelijk worden? Is zij eigenlijk voor de turbines op Avelingen? Voor de verkiezingen was er een heel ander geluid. Ik proef bij meer partijen een soort van zwalkende standpunten. De afgelopen vier jaar holden ze achter de PvdA-wethouder aan, vervolgens bleek het bij de verkiezingen oei, oei, oei allemaal moeilijk en gingen ze toch maar ‘dat’ vinden, en nu is het weer allemaal haast en moeilijk. Ik vind het heel onduidelijk.
Waar staat het CDA nou eigenlijk voor? Mevrouw Van Oversteeg: Nou, voorzitter, dan had mevrouw Hamann aan het begin van mijn betoog wat beter moeten luisteren, want daarin heb ik al aangegeven dat wij als CDA niet voor windturbines op Avelingen zijn, maar wel voor het halen van het RES-bod en dat wij daarin een worsteling ervaren. Met deze punten probeer ik die worsteling te nuanceren. Mevrouw Hamann: Maar mevrouw Van Oversteeg zal toch wel begrijpen dat Gorinchem niet alleen beslist over alternatieven, of wat dan wel. Dat doe je sámen. Mevrouw Van Oversteeg: Dat klopt, en daar kom ik zo ook nog even op terug. O - 64
Mevrouw Hamann: Fijn zo. Mevrouw Van Oversteeg: Nog even over tijd. Ik refereerde in B&A ook al aan de periode ná 2030. De elektravraag stijgt explosief en daarmee wordt het probleem alleen maar prangender. Die stijgende lijn wordt alleen maar steiler. Als we hiermee nu, niet omdat het technisch of financieel onmogelijk is, maar omwille van het ontbreken van draagvlak, en ja, voorzitter, ondanks het feit dat daar van alles fout is gegaan en niet alleen aan de zijde van de gemeente, beschouwen wij ook dat als een zeer serieuze factor. Maar alleen zeggen wat we niét willen, terwijl we mogelijk niet de luxe meer hebben om deze manieren van duurzame energie af te wijzen. En, voorzitter, ik ben dan toch erg teleurgesteld in het gebrek aan visie hierop. Tijdens de B&A werd naast de schimmigheid enkel nog toegevoegd dat we nieuwe technieken en innovaties nodig hebben. Dat komt op mij over als “we wachten af”. Daarover hadden wij meer verwacht en om die reden zijn we daarin toch teleurgesteld. Het derde en laatste punt: de verantwoordelijkheid van Gorinchem, onze eigen verantwoordelijkheid als stad. We kennen een mooie bedrijvigheid, die het CDA Gorinchem een warm art toedraagt. Deze bedrijven hebben duurzame energie nodig voor een toekomstige gezonde bedrijfsvoering. Het is daarom een gedeeld belang om hierin samen te werken.
Hoewel de verkenning naar windenergie juist startte met initiatief van bedrijven, missen we daarin de verbinding in de afgelopen periode. In de B&A miste ik ook op dit punt visie en daadkracht en daarnaast onze rol als gemeente. We verbruiken veel energie, maar stevenen af op een heel lage deelname in duurzame opwek daarvan. Dit leidt tot afhankelijkheid van de regio en dat vraagt wat van onze houding, van onze samenwerkingsgerichtheid. Waarom nemen we dan nu een ‘no go’-besluit, zonder kleur te bekennen over wat we dan wel gaan doen om de gezamenlijke ambitie te realiseren? Wat doet dat met de onderlinge relatie en bereidheid om in elkaar te investeren? Op deze plek had ik willen afsluiten met een reactie op de motie die niet is ingediend en waardering voor het inzicht waarvan mevrouw Hamann blijk heeft gegeven. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik wethouder De Boer het woord. Wethouder De Boer: Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met een kleine terugblik op vorige week, maar niet om het debat over te doen. Vorige week hebben we met elkaar het gesprek gevoerd over hoe het college uiteindelijk tot het besluit is gekomen om uit te spreken windenergie op Avelingen onwenselijk te vinden, en dus een ‘no go’ voor te stellen.
Daarbij hebben wij aangegeven dat ook wij het dilemma voelen van enerzijds het belang van de energietransitie, het belang om maatregelen te nemen in de energie- en klimaatcrisis en duurzame opwek te realiseren en aan de andere kan de impact die het heeft om op Avelingen, dicht bij de stad, dicht bij natuurgebied en dicht bij de historische binnenstad, windturbines te realiseren. Uiteindelijk zijn we daarbij tot de eindafweging gekomen: niet op deze plek. Vorige week hebben we de hele avond, bijna drie uur lang, een uitvoerig debat met elkaar gehad over de vraag wat dan het alternatief zou moeten zijn. Ook vanavond hoor ik weer dat de wethouder daar schimmig over zou zijn. Dat trek ik mij toch wel aan. Vorige week heb ik heel duidelijk aangegeven dat ik daar zo mijn redenen voor heb. Eén daarvan is heel simpelweg: er ligt helemaal geen plan voor iets anders. U hebt gezien dat voor O - 65
Avelingen een heel traject is doorlopen om tot een onderzoek te komen, om te laten zien of ergens iets kan. Dat ligt er op dit moment voor geen enkele andere locatie. Dat moet je echt opnieuw gaan opstarten. Tegelijkertijd erkennen we allemaal in de gesprekken dat draagvlak en participatie ongelooflijk belangrijk zijn in zo’n proces. Als wij op een nieuwe locatie een traject zouden starten met elkaar, vooropgesteld dat u dat met z’n allen ook wilt, dan hecht ik er echt aan om een zorgvuldig proces in te richten met elkaar, waarin we echt vanaf dag één de omgeving op een goede manier kunnen meenemen. Ik hoor in de discussie dat u heel graag wilt dat het dan zowel gaat over de lasten als de lusten. Daarin hebben we echt nog een slag te maken. Als we nu met elkaar een locatie zouden noemen, staat dat morgen met grote chocoladeletters in de krant en staat bij ons en in Molenlanden wellicht de telefoon roodgloeiend, terwijl we geen pennenstreek daarvan op papier hebben en het gesprek niet kunnen aangaan met de omgeving. Dat vind ik heel ver gaan. De voorzitter: De heer Schefferlie.
De heer Schefferlie: Ik snap dat allemaal wel, maar als je tegelijkertijd weet dat alle plekken al zijn benoemd waar het niet meer kan en dat er een 500 meter-motie is die door iedereen omarmd wordt, dan moet u het toch met mij eens zijn dat er bij wijze van spreken nog maar één gebiedje is te bedenken? Waarom doen we daar dan zo geheimzinnig over? Dat is toch onszelf voor de gek houden. Ik denk dat dat juist heel veel onbegrip oplevert. Wethouder De Boer: Voorzitter. Dit gesprek hebben we vorige week ook met elkaar gehad. Ik blijf erbij dat ik daar voorzichtig in wil zijn. Tegelijkertijd geven we als college aan absoluut bereid te zijn aan een alternatief te gaan werken. Maar de bal ligt wel echt in de gezamenlijkheid van het RES-verband. Na het besluit dat we hier vanavond nemen, zal ook in het RES-overleg met elkaar het gesprek moeten worden aangegaan over hoe nu verder. Op het moment dat we echt met een nieuwe locatie aan de slag gaan, vraagt dat tijd, het vraagt onderzoek, het vraagt echt een gesprek met elkaar over waar dan wel en wat vinden we daar dan met elkaar van. Het gaat me echt te ver om nu uit de losse pols een locatie te noemen. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Ik hoor de wethouder weer een heel procesmatig antwoord geven over wat we dan vervolgens gaan doen.
Maar als de wethouder in het raadsvoorstel laat opschrijven dat het college wil vasthouden aan het RES-bod 1.0, dan kan hij toch niet tot een andere conclusie komen dan dat ze óf in Gorinchem-Noord moeten komen, als enig overgebleven aandachtsgebied, óf op Molenlands grondgebied? Wethouder De Boer: Dat is eigenlijk dezelfde vraag, alleen wat anders geformuleerd. Ik heb mijn redenen gegeven waarom ik het niet aangeef en ik laat het aan u of u dat wel wilt benoemen. De heer Schefferlie: Maar goed, u heeft in elk geval wel een alternatief binnen de Gorcumse grenzen in gedachten. Dat is wat u uitspreekt. Is het dan niet zo dat de provincie dat nu eigenlijk ook moet weten, of denkt u dat ze de plannen waarin ze dat vastleggen
O - 66
elke keer opnieuw voor ons gaan aanpassen? Want dit wordt volgens mij binnenkort vastgesteld in de provincie. Wethouder De Boer: Dat klopt. In het huidige omgevingsbeleid is alleen Avelingen genoemd, door ons aangedragen vanuit de RES. Als je het in de regio met elkaar eens bent over wat een alternatief zou kunnen zijn, zal dat op dat moment voor de provincie aanleiding zijn om het te verankeren in het omgevingsbeleid, als de provincie het daarmee ook eens is tenminste. Het omgevingsbeleid wordt nu vastgesteld, maar net als bij bestemmingsplannen die misschien voor tien jaar worden vastgesteld kunnen er binnen de geldende termijn nog wijzigingen worden aangebracht. Dat traject kun je gewoon gaan doorlopen, als je met elkaar overeenkomt dat dat een alternatief zou kunnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Kan de wethouder dan uitleggen waarom hij het niet ook als een kans ziet, na overleg met onze partners daarin uiteraard, om dit bij de provincie zo aan te kaarten, juist ook om daarin onze lokale kleur te bekennen? Dat lijkt mij juist zo sympathiek als gemeente, om daarmee ook te kunnen voorkomen dat de provincie daarin een eigen agenda gaat voeren. Want uiteindelijk weten we allemaal dat het ook een spel is van geven en nemen.
Op dit moment némen we alleen maar als Gorinchem, terwijl we wel zeggen dat we ook bereid zijn iets te geven, maar zonder al te zeggen wat. Wethouder De Boer: Ik hoor wat u zegt. Volgens mij heb ik vorige week in B&A aangegeven dat het ook voor ons als college een dilemma is. Tegelijkertijd hebben we het echt nog niet met elkaar gehad over een eventueel alternatief, dus ik kan ook niet in een gesprek met de gedeputeerde of met de regio zeggen: doe het dan maar dáár. Dat gaat echt veel te snel. Er zit nog geen enkele grondslag onder. Tegelijkertijd vergt het echt een vervolggesprek met elkaar, hier in de raad, maar ook met de RES, over waar dan wel. Ik zou het erg ver vinden gaan om nu al tegen de provincie te zeggen: nou, doe het dan maar daar. De voorzitter: De heer Tekir.
De heer Tekir: De worsteling is duidelijk, maar erkent de wethouder dan op z’n minst dat hij er beter aan had gedaan om eerst met onze belangrijkste partner, de gemeente Molenlanden, een lijn te trekken omtrent het alternatief en dan hier een integraal voorstel te doen over de keuzes die worden gemaakt – het schrappen van Avelingen, maar daartegenover een alternatief dat ook gedragen wordt in Molenlanden? Erkent de wethouder dat dat veel beter was geweest? Wethouder De Boer: Bij Avelingen hebben we natuurlijk te maken met een ander soort traject, ook met andere partners erbij, landelijke partners en de provincie. Dat traject is doorlopen met onderzoeken, die onderzoeken zijn afgerond en alle partners wordt nu gevraagd aan te geven of we verder gaan. Dat is een moment voor ons, als college, om te zeggen: nee, wij hebben de balans opgemaakt en wat ons betreft gaan we in het vervolgproces niet extra geld, capaciteit en tijd stoppen in een locatie waarvan ik ook hier proef dat misschien wel twee derden van de raad dat helemaal niet ziet zitten.
O - 67
De heer Tekir: Dat is duidelijk, en dat vertelde de wethouder vorige week ook al. Maar mijn vraag is: erkent hij dat hij omtrent een alternatief beter eerst een gedragen lijn had kunnen vinden en dán dit voorstel had kunnen doen? Erkent u dat, ja of nee? Het antwoord is heel simpel. Wethouder De Boer: Dat was niet het traject dat wij voorstaan. De heer Tekir: Maar u heeft als wethouder het traject zelf in handen. U doet dit voorstel, daar bent u autonoom in als college. Mijn vraag is heel simpel: erkent u dat het beter was geweest dat u eerst met Molenlanden een alternatieve lijn had gevonden, een denkrichting, en dan dit voorstel had gedaan? Wethouder De Boer: De tijdsdruk zit hem in het proces met de provincie. Omdat wij Avelingen als locatie niet willen, willen wij richting de provincie een duidelijk signaal afgeven. Als dat niet had gespeeld, was de kans best groot geweest dat je dan eerst met elkaar om de tafel was gaan zitten om daarop misschien een breder voorstel te formuleren. In de tijd is dat in dit geval niet de realiteit. Daarom kan ik uw theoretische vraag niet beantwoorden. De heer Tekir: VoorzitterDe voorzitter: Ik denk dat het punt nu wel gemaakt is. Gaat het echt om een ander punt? De heer Tekir: Ja.
Is het dan niet wijzer, als het proces ons hiertoe noodzaakt, dat we ook richting de provincie uitspreken dat wij nog geen gedragen alternatief hebben met onze belangrijkste partner, dat we daar samen nog een verkenning naar doen en dat we dit voorstel nu even van tafel vegen, om er later op terug te komen? Is dat niet wijzer, om dit voorstel nu aan te houden? Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, ik zou daar graag een aanvulling op willen geven. Ik hoor ook een verkeerde interpretatie van mijn interruptie door de wethouder. Ik bedoelde daarmee niet dat we al bij de provincie moeten aangeven: dit is klip-en-klaar het alternatief dat we aandragen. Maar het antwoord waar u naar op zoek bent staat gewoon in uw RES. We hebben een aantal zoekgebieden aangewezen, die zijn afgevallen, om welke reden dan ook, maar we hebben ook een aantal aandachtsgebieden. Is dat al helemaal ingekleurd, weten we daar alles van? Nee. Willen we onze RES-doelen halen? Ja, en daarom gaan we hier met al onze partners verder over in gesprek. Wethouder De Boer: Volgens mij komt dat goed overeen met wat ik al aangaf en het staat ook in de RES. De aandachtsgebieden zijn in eerste instantie bedoeld voor het traject 2050 wellicht, of als bijvoorbeeld zoeklocaties niet door zouden gaan. Dat is wat we nu op papier hebben met elkaar, wat ook in participatie tot stand is gekomen.
Dus het lijkt mij een logisch uitgangspunt om er verder met de partners over door te spreken. Mevrouw Van Oversteeg: Wil de wethouder dat dan ook in de provinciale hoorzitting inbrengen? Wethouder De Boer: Bij de provincie zullen wij een tweetal dingen duidelijk aangeven, een drietal eigenlijk: dat wij als Gorinchem een windpark op Avelingen onwenselijk O - 68
vinden, dat wij onverkort willen vasthouden aan de ambitie van de RES, dat wij heel graag met onze RES-partners en samen met de provincie het gesprek willen voeren over waar dan wel en dat wij ook bereid zijn daarnaar binnen het Gorcumse grondgebied te zoeken. Mevrouw Van Oversteeg: Dat is een schimmig antwoord, voorzitter. De voorzitter: Ik denk dat over dit punt nu voldoende is gedebatteerd. Er kunnen opnieuw vragen gesteld worden, maar dan krijgt u hetzelfde antwoord. Dit is vanuit het college even wat het is. Ik verzoek de wethouder zijn beantwoording te vervolgen. Wethouder De Boer: Dank, voorzitter. Er zijn veel opmerkingen gemaakt over verschillende soorten alternatieven. Omwille van de tijd zal ik niet op alles ingaan. Door de VVD is een concrete vraag gesteld over een heel oud amendement, uit 2017 volgens mij. Goed dat u hem van tevoren had doorgestuurd, zodat ik er even naar heb kunnen kijken. In het amendement wordt gevraagd veel ruimer te gaan kijken, ook in de historische binnenstad, naar mogelijkheden om zonnepanelen toe te passen. Het amendement is weliswaar aangehouden, maar ik heb begrepen dat teksten uit het amendement inmiddels letterlijk onderdeel uitmaken van het welstandsbeleid.
Sinds ik wethouder ben krijg ik best wat mailtjes van bewoners uit de binnenstad die tegen dat vraagstuk aanlopen, waarvan we nu merken dat we best al wat verder kijken wat er mogelijk is en heel goed meedenken met mensen over hoe het wel zou kunnen: bepaalde typen panelen die precies de kleur hebben van de woning, toch wat verdiepte panelen, zodat je ze niet vanaf straatniveau ziet, enz. Dus we proberen echt zo goed mogelijk mee te kijken met woningeigenaren wat er wel kan. Tegelijkertijd zijn we natuurlijk ook trots op de historische vesting met elkaar en gaan we niet voor verloedering zorgen in dat aanzien. Dus op het moment dat er heel duidelijk in het aangezicht panelen komen, dus bijvoorbeeld blauwe panelen op rode pannen, dat hebben we dan liever niet in het historisch aangezicht, maar we denken echt heel goed mee met bewoners wat er wel zou kunnen. Een aantal vragen zijn gesteld over lokaal eigendom; het amendement van D66 gaat daar ook over. Laat ik eerst op het amendement reageren. Het amendement gaat eigenlijk uit van een ‘go’-scenario en het zal u niet verrassen als ik zeg dat dat niet in lijn is met de manier waarop het college in dit vraagstuk staat. Ik voel in die zin wel met u mee, als u zegt dat lokaal eigendom in z’n algemeenheid belangrijk is. Dat hoor ik ook breed in de raad.
U zegt eigenlijk allemaal: of het nu op Avelingen is of in andere trajecten, we willen het bij energieprojecten met elkaar hebben over de lasten en de lusten. Je kunt daar ook verschillende ideeën over hebben, van: wat is nu lokaal eigendom, moeten bewoners of bedrijven dan echt eigenaar zijn van de molen, of moeten ze het rendement krijgen, of moeten ze juist de kilowatturen kunnen krijgen, of wil je een lokaal gebiedsfonds? Er zijn best wel veel vormen in. Ik wil best eens inzichtelijk maken welke varianten daarin zijn en wat goede voorbeelden zijn in het land. Misschien moeten we gewoon eens met z’n allen in een busje stappen en wat voorbeelden gaan bekijken, om een goed beeld te krijgen van de manier waarop we dat zouden kunnen invullen. De heer Tekir: Is de wethouder bereid al die varianten uit te werken en beschikbaar te stellen aan de raad? In de basis is dat ook wat wij in ons amendement vragen.
O - 69
Wethouder De Boer: Ten aanzien van lokaal eigendom wil ik daar zeker mee aan de slag. Hoe wij tegenover het amendement ‘an sich’ staan, moge duidelijk zijn. Mochten er nog openstaande vragen zijn, dan hoor ik dat graag. De heer Tekir: Ik heb inderdaad nog een openstaande vraag, namelijk hoe uw evenknie heeft gereageerd op deze move vanuit Gorinchem. U zult hem ongetwijfeld hebben gesproken. Wethouder De Boer: In z’n algemeenheid zijn we in de RES-regio en in de regio goed met elkaar in gesprek. Dat neemt niet weg dat door onze RES-partners duidelijk is gemaakt dat zij het jammer vinden dat Avelingen niet doorgaat. In Gorinchem hebben we met elkaar de RES vastgesteld waar de zoeklocaties in stonden, en dat schept ook verwachtingen naar onze partners. Ik kan me dan ook wel iets voorstellen bij die teleurstelling en ik betreur het ook dat het zo is gelopen. De heer Tekir: Die teleurstelling kunnen wij ons ook voorstellen, daar waren we al bang voor. Zou u niet met de provincie kunnen delen dat onze partner hierin is teleurgesteld en kunnen vragen of zij ons de tijd wil geven om dit onderling uit te werken tot een alternatief? Wethouder De Boer: In december gaat de provincie het omgevingsbeleid vaststellen en in de huidige situatie staat daar Avelingen in. Mevrouw Van Oversteeg heeft al aangegeven dat dat niet zo’n ramp is.
Tegelijkertijd: op het moment dat daar initiatieven komen, of dat daar een traject wordt doorlopen door het resterende aantal partners, of een marktpartij, die aangeeft van: hé, we hebben die rapporten eens gelezen, doe mij er maar tweeDe heer Tekir: Maar het lijkt mij dat de provincie ook niet iets wil doordrukken bij gemeenten die nog geen overeenstemming hebben bereikt over een alternatieve invulling van die energiestrategie. Dan is het in bestuurlijk Nederland toch normaal dat we een gezamenlijk verzoek doen van: geef ons gewoon nog meer tijd en neem even geen besluit over Avelingen? Bent u bereid dat te gaan doen? ‘Nee’ heb je, ‘ja’ kun je krijgen. Wethouder De Boer: Nee, voorzitter. Wij maken als college een hele duidelijke keuze om met elkaar het traject te stoppen op Avelingen. Over specifiek Avelingen zouden wij graag het gesprek hebben met de provincie, omdat die juist ook uit het omgevingsbeleid verdwijnt. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, ik zie hierin ook wel een kans ontstaan. Ik heb de bijdragen van de collega-fracties even op me in laten werken en meerdere hebben aangegeven dat ze niet tegen wind zijn en op zoek willen gaan naar alternatieven.
Dan zou de wethouder dit toch ook als kans kunnen omarmen, door te zeggen: we willen Avelingen echt niet – volgens mij is daar heel breed draagvlak voor, ook in deze raad –, maar het is ons ook wat waard om dat RES-doel te halen en daarom stel ik u dit proces voor? En dat we dan ook gezamenlijk als raad zeggen: we hebben daar al een besluit in genomen, namelijk in de RES, en dat is waar we op gaan voortborduren. O - 70
De heer Tekir: Voorzitter, aanvullend: als we voor die zorgvuldige route kiezen, is zelfs D66 bereid om het amendement vanavond te laten vervallen, want dan gunnen we u een zorgvuldig traject waarin we bouwen aan vertrouwen binnen onze regio en samen met de provincie optrekken in een alternatief dat werkt en waarmee we de realisatie van de klimaatdoelen zeker stellen. Dat zeg ik u toe, nu u. De heer Houtepen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Houtepen. De heer Houtepen: Ik wil daar graag even op inhaken, want er lijkt nu een discussie te ontstaan alsof we alleen ‘nee’ zouden kunnen zeggen tegen Avelingen als we al een alternatief hebben, maar ik denk toch echt dat we Avelingen als Avelingen moeten beoordelen. Een slecht idee blijft gewoon een slecht idee, ondanks dat er misschien wel geen alternatief gevonden wordt in de komende jaren. Mevrouw Van Oversteeg: En dus het RES-bod niet wordt gehaald. De voorzitter: Daarover kan verschillende gedacht worden. De reactie van de wethouder en daarna gaan we weer door naar het volgende punt. Wethouder De Boer: Voorzitter. Ik had het niet beter kunnen formuleren. Zo zit ik er zelf ook in, en het college eveneens.
Ook als wij besluiten te stoppen met Avelingen, zijn er volgens mij nog steeds boordevol alternatieven mogelijk en daarover zullen we met elkaar in RES-verband het gesprek moeten voeren: hoe nu verder en wat zouden uw alternatieven kunnen zijn, zodat we te zijner tijd ook een voorstel kunnen doen aan de raden waarmee we ons bod wel kunnen halen. Ook wij voelen als college die verantwoordelijkheid en daarom willen wij dat RES-bod ook echt blijven hanteren. Op Avelingen ging het om vier grote windmolens. Laten we gaan kijken wat alsnog de mogelijkheden zijn bij ons, en in gesprek met Molenlanden. Ik ben niet zo pessimistisch te denken dat het op geen enkele manier mogelijk is ons RES-bod te halen. Volgens mij ben ik hiermee aan het einde van alle vragen gekomen. De voorzitter: Dan kijk ik rond: is er behoefte aan een tweede termijn? De heer Tekir: Wij hebben behoefte aan een schorsing, voorzitter. De voorzitter: Hoe lang wenst u te schorsen? De heer Tekir: Maximaal tien minuten, inclusief sanitaire stop. De voorzitter: Goed. De vergadering is voor tien minuten geschorst (00:15 uur) Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (00:32 uur). Ik stel vast dat er behoefte is aan een tweede termijn. Ik verzoek u wel die heel kort te houden. De heer Tekir.
O - 71
De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. We vinden het jammer dat de handreiking die we hebben gedaan om nog eens met de provincie in overleg te treden, om tijd te winnen en tot een zorgvuldige uitkomst te komen, niet is aangenomen, Dan blijft het voorstel dat vanavond is gedaan staan, waarmee de realisatie van de RES-doelen in zwaar weer komt. Voor D66 staat die realisatie van de RES-doelen voorop, niet de locatie waar eventuele windparken zouden komen, maar de realisatie van onze klimaatdoelstellingen. Daarop is het amendement ook gestoeld, waarin we vragen een volgende fase in te gaan op basis van de financiële en technische haalbaarheid die nu is geconcludeerd. We vragen ook nadrukkelijk een en ander nog uit te zoeken en geen conclusies te trekken op basis van een halve, niet representatieve draagvlakmeting waarin alleen de lasten zijn voorgehouden en niet de lusten. Ik wil dat verzoek nogmaals doen aan deze raad, omdat ik merk dat de behoefte daaraan heel sterk aanwezig is. De voorzitter: Dat hebt u in eerste termijn ook al uitgebreid toegelicht. Zijn er nog punten die u nog niét benoemd hebt waarop u in wilt gaan? De heer Tekir: Ja, dat we bij instemming met een voorwaardelijke ‘go’ eigenlijk een ‘go’ geven op de vervolgfase, waarmee we zeggen: gooi niet je oude schoenen weg voordat je betere hebt. Die overweging zou ik alle collega-fracties nog willen meegeven.
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Houtepen. De heer Houtepen: Voorzitter, ik doe het even vanaf mijn plaats, omdat het niet heel veel is. Nogmaals willen wij zeggen dat wij de wethouder volgen in zijn redenering. Twee dingen willen wij nog even aanhalen. Allereerst de individuele maatregelen die nu op papier niet meetellen in de RES, maar wij denken wel dat die in het verlengde meewerken. We weten natuurlijk niet hoe er in de toekomst over gedacht zal worden in Den Haag en daarnaast zal het allicht als verzachtende omstandigheid meewerken mochten we toch onverhoopt de RES-doelen niet halen. Ik hoorde een collega zeggen dat het niet zo kan zijn dat we minder duurzame energie opwekken dan we verbruiken. Nou, daar helpt dit natuurlijk ook in. Het leidt meteen tot mijn tweede puntje: de toezegging van de wethouder op het amendement wat ik noemde. Fijn dat de wethouder aangeeft dat hier inmiddels wel beter naar gekeken wordt, maar we zouden toch echt willen oproepen om hierover wat actiever te informeren, want wij merken, maar het blijkt ook uit de mailtjes waaraan de wethouder refereert, dat bewoners er gewoon nog niet bekend genoeg mee zijn in onze binnenstad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Allereerst over het zoekgebied Avelingen.
Mevrouw Hamann interrumpeerde mij daarop en daarom benadruk ik nogmaals dat wij ook gevoelig zijn voor het ontbreken van elk draagvlak daarvoor. Wij vinden dat een heel belangrijke factor. In ons verkiezingsprogramma hebben wij ook opgeschreven hoe belangrijk wij het vinden om een betrouwbare overheid te zijn. Daarom zijn we daar ook niet voor. O - 72
Nog even een korte beschouwing naar aanleiding van zonet. Wij vinden het heel belangrijk om de RES-doelen te halen, maar wij achten dat onwaarschijnlijk, omdat we vanavond nog geen begin van een oplossing hebben gehoord. Dat baart ons heel veel zorgen. Daarom vragen wij toch open te staan voor die verkenning langs de A27, om twee redenen. Eén: wij zien daar echt een kans om succesvoller te zijn richting de provincie om Avelingen ook daadwerkelijk te schrappen. Volgens mij is dat iets waarvoor vanavond breed draagvlak is gebleken. Ja, wij vinden ook dat wij daar een heel zorgvuldig proces in moeten voeren, maar laten we ook met elkaar afspreken om niet bij elk zuchtje tegenwind te buigen. De tweede reden waarom ik het belangrijk vind dat uit te spreken, is om zo gezamenlijkheid met onze belangrijkste partner, Molenlanden, te tonen. Daarmee laat je ook zien dat we samen in de wedstrijd zitten en dat het ons allebei wat mag kosten. Ik sluit af met hoe wij straks zullen stemmen. Wij zullen voor dit voorstel stemmen, maar wel met een zwaar gemoed, want het valt me tegen dat ondanks de toenaderingen die ik heb geprobeerd te zoeken bij de wethouder, geen enkele toenadering terugkomt. Ik probeer er vertrouwen in te houden dat wat hij in het raadsvoorstel heeft laten opstellen om de RES-doelen te halen zal lukken , maar ik zal hem daar wel heel nauwgezet op volgen.
Mevrouw Hamann: Voorzitter, ik heb een vraag voor mevrouw Van Oversteeg. Heeft zij contact met het CDA in Molenlanden over die A27? Mevrouw Van Oversteeg: Nee. Mevrouw Hamann: Nou, dat zou dan eens kunnen, zou ik zeggen. De voorzitter: De heer De Pagter. De heer De Pagter: Dank u wel, voorzitter. Vanwege alle onzekerheden uit het rapport en de zekere schade aan dit unieke natuurgebied, in combinatie met een verrommeld optisch beeld, met name ook naar aanleiding van de meanderende rivier langs onze vestingstad, steunen wij het raadsvoorstel voor een ‘no go’ op Avelingen. Dat neemt niet weg dat we ons bod moeten uitvoeren en daarvoor ons best zullen moeten doen. De RES geeft aan dat het regionaal is, dus het is geen ding van Gorinchem alleen, maar ook van onze partners in de regio. Daarbij roepen wij op om samen te werken en samen te onderzoeken wat mogelijk is en hoe we daarin creatief aan de slag kunnen gaan en ook alle innovativiteit kunnen toepassen. Van belang is daarbij dat we uitgaan van geldende wet- en regelgeving. Zolang er geen geldende wet- en regelgeving is, roepen wij ook op om onze eigen voorwaarden, onze eigen eisen, op te stellen en die met elkaar te bespreken. Dat willen we dan zeker ook doen met onze RES-partners. We zien ernaar uit dat we nog steeds ons RES-bod gaan halen. Gezamenlijkheid geldt daarbij als uitgangspunt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Anderen nog? Mevrouw De Groot.
O - 73
Mevrouw De Groot: Voorzitter. Omwille van de tijd zal ik het kort houden. Wij sluiten ons helemaal aan bij de woorden van D66, en dat zal vast niet als een verrassing komen, aangezien wij samen met D66 het amendement hebben ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat dit voldoende is voor de tweede termijn. Dan geef ik graag namens het college wethouder De Boer het woord. Wethouder De Boer: Voorzitter. Natuurlijk ga ik met alle plezier het gesprek aan met de raad, maar in tweede termijn heb ik vooral beschouwingen van raadsleden gehoord op het onderwerp en daaruit heb ik geen concrete vragen kunnen destilleren. De voorzitter: Het waren inderdaad meer reflecties en daar hoeft u niet op te reageren, bij voorkeur niet zelfs, gezien het tijdstip! We gaan over tot stemming, eerst over het amendement, daarna over het raadsvoorstel. Amendement A2 wordt in stemmen gebracht en met 20 tegen 4 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de fracties van CDA, ChristenUnie/SGP, Democraten Gorinchem, Gorcum Actief, SP, Stadsbelang en VVD. Voor hebben gestemd de fracties van D66 en PvdA. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt in stemming gebracht en met 20 tegen 4 stemmen aanvaard. Voor hebben gestemd de fracties van CDA, ChristenUnie/SGP, Democraten Gorinchem, Gorcum Actief, SP, Stadsbelang en VVD. Tegen hebben gestemd de fracties van D66 en PvdA.
De voorzitter: Dan geef ik mevrouw Hamann nog even het woord over de stemming over het vorige agendapunt. Mevrouw Hamann: Ja, voorzitter. Ik had per abuis het verkeerde knopje ingerukt, in de veronderstelling dat het amendement in stemming was. Hert ging echter over het raadsvoorstel en daar zijn wij uiteraard voor. De voorzitter: Het wordt opgenomen in de notulen. Dames en heren. Zojuist heb ik even conclaaf gehad met de fractievoorzitters over de vraag: hoe nu verder? Op de agenda staan nog twee punten waarover in principe uitgebreid gesproken zou kunnen worden. Dat gaan we niet doen. Het is echter wel van belang agendapunt 8.e vanavond te behandelen en ik zal zo meteen uitleggen welke afspraak we daarover hebben gemaakt. Agendapunt 8.f, de turap, zal worden doorgeschoven naar de volgende vergadering, zijnde de begrotingsvergadering. Zo meteen behandelen we nog wel even agendapunt 9, maar dat betreft alleen begrotingswijzigingen en zal niet al te spannend zijn. 8e. Bestrijding energiearmoede (2022-826404)
De voorzitter: Dames en heren. Ten aanzien van dit voorstel hebben we zojuist het volgende afgesproken. Bij dit agendapunt zullen twee moties worden ingediend. De O - 74
indiener daarvan zal toelichten waarom het van belang is achter die moties te gaan staan. Vervolgens zal vanuit het college een reactie worden gegeven op de moties, waarna zal worden overgegaan tot stemming. Ik neem aan dat u daarmee kunt instemmen. Dat is het geval, stel ik vast. Het woord is aan de heer Koçak. De heer Koçak: Dank u wel, voorzitter. Alvorens op de moties in te gaan wil ik het volgende opmerken. Met belangstelling heb ik het voorstel gelezen. We gaan vijf ton reserveren en dat gereserveerde bedrag is met name bedoeld voor inwoners met een inkomen tussen 120% en 130% van de bijstandsnorm. Dat begrijp ik en daar sta ik ook achter, maar ik ga er wel liefdevolle kanttekeningen bij plaatsen. Dit is naar onze mening geen voorstel om de bestrijding van energiearmoede aan te pakken. Andere gemeenten hebben heel veel beleid opgesteld waar integraal heel veel energiebesparende maatregelen in zitten. Ik stel daarom voor er nog vijf ton bij te doen en het gereserveerde bedrag dus te verhogen tot 1 miljoen euro. Neem daarna asjeblieft de tijd en kom met een integrale aanpak met energiebesparende maatregelen. We zijn al bezig met heel veel activiteiten, maar als aanvulling hebben wij nog de volgende suggesties.
Denk bijvoorbeeld aan het verruimen van energiecoaches, zodat de komende drie jaar in samenwerking met POORT6 alle huishoudens met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm huisbezoek kunnen krijgen voor energiebesparende maatregelen. Denk aan witgoedregelingen, waarbij gratis een wasmachine en koelkast kunnen worden verstrekt met energielabel. Als we lef hebben, moeten we dat ook doen. Daarom stel ik voor er vijf ton bij te doen en die te dekken uit de algemene reserve of de reserve sociaal domein. En dan nu de moties. De eerste motie over energietoeslag voor studenten zal ik mogelijk straks meteen alweer intrekken. Ik ben er vanavond namelijk achter gekomen dat Avres ook energietoeslag toekent voor studenten. Dat was voor mij een positieve verrassing. Daarbij kan de wethouder misschien toegeven dat het met de communicatie misschien mis is gegaan, want we hebben geen raadsinformatiebrief hierover gehad en we hebben ook niet in de krant kunnen lezen dat Avres ook studenten een energietoeslag toekent. Vraag hierbij is wel of de studielening ook als inkomen gezien wordt voor onze studenten en of de voorwaarden van bijzondere bijstand ook geldig zijn voor energietoeslag. Als ik daarop positieve antwoorden kan krijgen, ben ik bereid de motie weer in te trekken.
De tweede motie hangt samen met het voorstel dat ik zojuist deed om het bedrag van vijf ton te verhogen tot 1 miljoen euro. Neem de tijd om er in ieder geval een beleid van te maken. Zorg daarom dat u met een integraal, zorgvuldig plan van aanpak komt voor de bestrijding van energiearmoede. Dit is volgens ons echt geen voorstel om de bestrijding van energiearmoede aan te pakken. Anderzijds zijn we er wel voor dat ook energietoeslag toegekend wordt voor inwoners met een inkomen tussen 120% en 130% van de bijstandsnorm. De heer Van der Meijden: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Dat mag u. De heer Van der Meijden: Zou u de vergadering anderhalve minuut willen schorsen? De voorzitter: Anderhalve minuut? O - 75
De heer Van der Meijden: Ja, sorry. De heer Koçak: Goed idee, voorzitter! De voorzitter: Oké, dat kan. Ik schors de vergadering (00:50 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (00:52 uur). De heer Koçak heeft het woord. De heer Koçak: Voorzitter. Het late tijdstip op de avond, of nacht, maakte mij wat balorig. Excuses voor mijn onduidelijkheden. De beide moties die ik zojuist heb toegelicht zal ik nu indienen, in afwachting van de reactie van het college. Vervolgens wil ik mijn voorstel tot verhoging van het bedrag met vijf ton intrekken, zij het wel met het verzoek aan het college aan te geven hoe het denkt over een integrale aanpak voor de bestrijding van energiearmoede. Ik ben benieuwd naar de reactie van het college. Dit voorstel, nogmaals, is geen bestrijding van energiearmoede. Dit is wat mij betreft de eerste termijn.
Motie M5: Energietoeslag voor studenten De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022; stelt voor: • de energietoeslag toe te kennen aan iedereen die een woning huurt en in de groep valt met een inkomen tot 130% van het bijstandsniveau; • niet af te wachten of studenten in de knel raken en hen dan de optie voor bijzondere individuele bijstand aan te bieden; • studenten die zelfstandig een woning huren primair te zien als huurders die ook te maken hebben met een toenemende energiekosten, in plaats van hen primair als studenten te zien; • de groep studenten die zelfstandig een woning huren ook de energietoeslag toe te kennen; • hierbij worden de volgende voorwaarden minimaal in acht genomen (zoals vastgesteld door de Rijksoverheid): u heeft de Nederlandse nationaliteit of daaraan gelijkgesteld. u bent minimaal 21 jaar. het energiecontract staat op uw naam. u verdient maximaal 130% van het bijstandsniveau. Ali Koçak, PvdA Tom van der Meijden, D66. En gaat over tot de orde van de dag Motie M6:Multidisciplinaire aanpak energiearmoede De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022; verzoekt het college: • op korte termijn te inventariseren welke huishoudens ondanks alle maatregelen toch energiearmoede ervaren; • hiervoor zo spoedig mogelijk een eenvoudige regeling te publiceren op de website en de gemeentelijke pagina’s.
Daarnaast verzoeken we het college proactief bewoners te benaderen d.m.v. bijvoorbeeld een deur-aan-deur-folder-verspreiding of bushokadvertentie; • een multidisciplinaire aanpak voor het tegengaan van toekomstige energiearmoede te ontwikkelen (een goed voorbeeld is De Arnhemse Aanpak Energie Armoede 2020- 2023);* • dit plan voor te leggen aan de raad in het voorjaar van 2023. *https://www.arnhemsekoerier.nl/nieuws/algemeen/145725/arnhemse-aanpak-energiearmoede Ali Koçak, PvdA
O - 76
De voorzitter: De twee moties zijn ingediend en ik begrijp dat u even wacht op de reactie vanuit het college. Daarna geef ik u een minuut schorsing en dan kunt u even bepalen of u de moties al dan niet handhaaft. Wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. Ook in het college zijn er nu een aantal verwarde personen, onder wie ik. De heer Koçak heeft ons echt in opperste staat achtergelaten! Het voorliggende voorstel pretendeert niet een complete aanpak van de energiearmoede te zijn. Het voorstel gaat net over dat stukje tussen 120% en 130% waarvoor we maatwerk willen gaan leveren om de energiearmoede aan te pakken, en dat kunnen verschillende dingen zijn. Er gebeurt namelijk al heel veel in Gorinchem. Ik ben zelf van de week bij een inloop geweest waar echt iedereen die ook maar iets met energie of armoede te maken had aanwezig was: Avres, POORT6, Natuurcentrum, de energiecoaches, nou ja, noem maar op. We zijn dus al volop bezig met die integrale aanpak en wij zullen u zo snel mogelijk een overzicht geven van wat er allemaal al gebeurt. In uw motie hebt u als tip de Arnhemse aanpak vermeld. Ik heb daar even naar gekeken en kan u zeggen dat wij dat eigenlijk allemaal al doen. Er zit niks nieuws in, sterker nog: ik denk dat wij méér doen. Er wordt dus aan gewerkt.
Er wordt ook outreachend gewerkt met karren waarmee men naar de mensen toe gaat en de mensen zaken aanbiedt. Daarbij kijken we vooral naar de wijken waar het het meest nodig is. Uit de cijfers blijkt dat dat Gildewijk, Haarwijk en centrum zijn. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor het volgend jaar en daar krijgt u informatie over. Dit is het korte antwoord op de motie ‘Multidisciplinaire aanpak energiearmoede’. De motie over de studenten. In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de Partij van de Arbeid hierover hebben wij geprobeerd aan te geven dat wij ons in Gorinchem niet zozeer aan het aan het advies van de VNG willen houden, maar dat eigenlijk ook open willen stellen voor studenten. En inderdaad: Avres heeft dat nu ook z’n website staan. Ook bij het stukje tussen 120% en 130% waarover dit voorstel gaat zullen wij geen studenten uitsluiten. Wij zien daar geen enkele reden voor. Zodra een student in de doelgroep valt en zelfstandig een huis huurt – een koophuis zal een student misschien niet zo gauw hebben –, kan hij hiervoor in aanmerking komen en wordt hem of haar hetzelfde maatwerk geboden. De heer Koçak: Weet de wethouder zeker dat bij studenten geen beperkingen worden toegepast wat betreft aanvragen voor energietoeslag, zoals dat Avres de studieleningen als inkomen ziet? Wethouder mevrouw Molengraaf: Het is wel weer heel technisch.
Je kunt als student lenen tot 900 euro en dan wordt dat, zeg maar, verrekend met. Maar…, hoe was het ook alweer?, ik ben het even helemaal kwijt- Het is gewoon een heel technisch verhaal en ik kan u dat vanavond niet uitleggen, het spijt me wel. Volgens mij komt het erop neer dat er geen uitsluitingsgrond is op het moment dat een student in de lage-inkomenscategorie valt. Als u wilt, zal ik u het hele technische verhaal doen toekomen, om u daarvan te overtuigen.
O - 77
De heer Koçak: Nog een vraag, voorzitter. Kunnen ook studenten met een inkomen tussen 120% en 130% van de bijstandsnorm een energietoeslag aanvragen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Zij kunnen hetzelfde maatwerk krijgen als alle andere mensen die in die categorie vallen. De voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Begrijp ik de wethouder goed als ik zeg dat dit een ondersteuning is van het beleid? Dan hebben we de waarborg voor de Partij van de Arbeid en D66 dat we u bestuurlijk de opdracht geven om het zonder beperkingen aan die studenten te geven en dan zegt u: ja, dat werkt. Dan hoeven we de techniek niet uit te werken, hebben wij een bestuurlijke toezeggingen en kunt u doorgaan met wat u aan het doen bent. Wethouder mevrouw Molengraaf: Sterker nog: we doen het al. De heer Van der Meijden: Ik hoorde de wethouder eerder vanavond zeggen dat ze ‘overbodig’ heel flauw vindt, dus ik ga ervan uit dat het dan aanbeveling ondersteuning beleid is. Wethouder mevrouw Molengraaf: Maar dan moet u wel ophouden met allemaal overbodige moties in te dienen. Dat is dan wel een vereiste. De voorzitter: Kan ik concluderen dat beide moties zijn ingetrokken? De heer Van Willigen: Voorzitter, mag ik nog wat aan de wethouder vragen? De voorzitter: Dat kan.
De heer Van Willigen: Ik weet hoeveel moeite gedaan wordt door de ambtelijke organisatie en de gemeente om de mensen te bereiken, maar toch ben ik vorige week tot mijn verbazing geconfronteerd met drie gezinnen die niet op de hoogte waren van de 120/130%. Ze kusten me bijna! Op de een of andere manier slagen we er kennelijk nog steeds niet in om bepaalde doelgroepen te bereiken. Als we blijven doen wat we altijd doen, krijgen we ook wat we krijgen. Ik weet ook de oplossing niet, maar we bereiken blijkbaar nog steeds niet iedereen om ze op de hoogte te brengen van de mogelijkheden. De voorzitter: Die oproep is gehoord en bezien zal worden hoe daarmee verder wordt omgegaan. Ik wil nu graag uitsluitsel over de twee moties. Mijnheer Koçak. De heer Koçak: Ik wil graag een schorsing, voorzitter. De voorzitter: Ik heb net gezegd ‘een minuut’, dus: go! (01:00 uur) Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (01:02 uur). De heer Koçak heeft het woord.
O - 78
De heer Koçak: Voorzitter. U wilde uitsluitsel over onze moties. Over de motie ‘Energietoeslag voor studenten’ willen wij graag de bestuurlijke toezegging hebben dat er geen beperkingen zijn voor studenten die een energietoeslag willen aanvragen. Als er geen toezegging komt, willen we motie handhaven. De tweede motie zullen we ook handhaven. De voorzitter: Wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. Ik heb het technische verhaal ingefluisterd gekregen in mijn ene oor. Als een student die een beurs krijgt en niet het volledige bedrag neemt, maar bijvoorbeeld 300 of 500 euro, een aanvrage zou indienen voor ondersteuning in het kader van de energiearmoede, wordt ervan uitgegaan dat je eigenlijk ongeveer 900 euro zou kunnen lenen. Dat doe je dan niet, maar dat zou je kunnen doen. Daar wordt dan naar gekeken, en dat is op zich geen probleem, omdat je dan nog steeds in de categorie zit die een aanvrage kan doen. Alleen als je er dan ook nog bij werkt, heb je een probleem, want in wezen heb je die 900 euro dan wel niet, maar daar wordt dan wel mee gerekend. Ik weet niet of ik dat kan oplossen, maar misschien komt het ook wel niet zo heel vaak voor, dat weet ik gewoon niet. Dat is in ieder geval de technische uitleg. Of dat een belemmering is, weet ik niet.
Néé, het is geen toezegging, zoals ik hier hoor fluisterenDe voorzitter: Mensen, dit gaat allemaal weer heel erg lang duren. Volgens mij is de strekking van het verhaal in ieder geval helder. Wethouder mevrouw Molengraaf: Op deze uitzondering na, waarvan ik niet weet of we die belemmering weg kunnen nemen, en ik denk ook niet dat het om heel veel studenten in Gorinchem gaat, zijn er verder volgens mij geen belemmeringen. De voorzitter: Ik begrijp van de heer de heer Koçak dat hij de motie dan handhaaft. Dat betekent dat we twee moties hebben en een raadsvoorstel. Aan de orde is de stemming, allereerst over motie M5, ‘Energietoeslag voor studenten’. De motie wordt in stemming gebracht en met 13 tegen 11 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de fracties van ChristenUnie/SGP, SP, Stadsbelang en VVD, alsmede de heer Bahlmann. Voor hebben gestemd de fracties van CDA, D66, PvdA en Democraten Gorinchem, alsmede mevrouw Hamann. De voorzitter: Aan de orde is motie M6, ‘Multidisciplinaire aanpak energiearmoede’. De motie wordt in stemming gebracht en met 14 tegen 10 stemmen verworpen. Tegen hebben gestemd de fracties van ChristenUnie/SGP, Gorcum Actief, SP, Stadsbelang en VVD. Voor hebben gestemd de fracties van CDA, D66, PvdA en Democraten Gorinchem.