2021-756779 Verordening Fysieke Leefomgeving - VFL Gorinchem 2021
Tekst van het document
3.1.2 Achterlaten van straatafval 1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Het voorkomen van overlast door afvalstoffen in de openbare ruimte, alsmede de bescherming van het milieu.
29
3.1.3 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1. Voor anderen dan de inzameldienst, door de inzameldienst aangewezen andere inzamelaars en de toezichthouders als bedoeld in artikel 10.1.1 van deze verordening is het verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden of mee te nemen. 2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer De bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatige inzameling van afvalstoffen.
3.1.4 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Het voorkomen van vervuiling van het terrein rondom een inrichting.
3.1.5 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer 30
Beoogt:
Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer Het voorkomen van vervuiling in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek.
3.1.6 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer De bescherming van het milieu alsmede het voorkomen van verontreiniging op de weg.
3.2 Opslag 3.2.1 Verbod opslag van afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, en door de inzameldienst aangewezen andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer 31
Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Het voorkomen van overlast voor omwonenden en schadelijke effecten voor het milieu.
Beoogt:
3.2.2 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1.1 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens een Provinciale Verordening.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Een basis te bieden voor het treffen van maatregelen tegen een uit oogpunt van welstand en bescherming van de openbare gezondheid ontoelaatbare opslag van landbouwproducten, bromfietsen en caravans en dergelijke.
3.3 Wrakken 3.3.1 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Het voorkomen van overlast voor omwonenden en schadelijke effecten voor het milieu.
32
3.3.2 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Te voorkomen dat een achtergelaten voertuigwrak aanstootgevend is doordat het een ontsierend element in het straatbeeld vormt. Tevens wordt beoogd gevaar te voorkomen voor spelende kinderen en overige weggebruikers.
3.4 Beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaats 3.4.1 Indeling graven en asbezorging 1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: a. graven, kindergraven, urnengraven en vlindergraven; b. urnennissen; 2. In een particulier graf is ruimte voor kisten en/of asbussen en/of verstrooiingen van as van in totaal 3 overledenen. Een kindergraf is bestemd voor 1 kind. Een vlindergraf is bestemd voor 1 foetus. De urnengraven mogen maximaal 3 asbussen –met of zonder urnen- bevatten. Per urnennis mogen maximaal 3 asbussen worden geplaatst. 3. De afmetingen van de graven bedragen in lengterichting 250 cm. en in breedterichting 100 cm. De afmetingen van de urnengraven bedragen in lengterichting 100 cm en in breedterichting 100 cm. De afmetingen van kindergraven bedragen 125 cm in lengterichting en in breedterichting 70 cm. De afmetingen van vlindergraven bedragen 50 x 50 cm. 4. Sommige typen graven of bepaalde diensten zijn soms niet, niet meer of nog niet voor alle termijnen beschikbaar. Een aanvrager heeft geen recht op levering.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Wet op de lijkbezorging, art. 35 Gemeentewet, art. 149 De indeling van de graven alsmede de indeling van particuliere urnennissen te regelen.
3.4.2 Vergunning grafbedekking 1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2. De rechthebbende of gebruiker vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
33
3. Afmetingen a. de afmetingen van de grafbedekking van particuliere graven bedragen in de lengte richting 180 cm en in de breedterichting 85 cm, de hoogte mag niet meer bedragen dan 100 cm. b. de afmetingen van de grafbedekking van kindergraven bedragen in de lengterichting 90 cm en in de breedterichting 50 cm, de hoogte mag niet meer bedragen dan 50 cm. c. de afmetingen van de grafbedekking van urnengraven en algemene graven bedragen in de lengterichting 40 cm en in de breedterichting 60 cm. De stenen dienen liggend geplaatst te worden met de bovenzijde van de steen maximaal 5 cm boven het maaiveld. d. afmetingen van grafbeplanting bedragen in lengterichting 180 cm en in breedterichting 85 cm. De hoogte van de beplanting mag niet meer dan 50 cm bedragen. e. Urnennissen worden van gemeentewege voorzien van een afdekplaat, steensoort Bianco Sardo of Nero Impala. Op verzoek kan deze afdekplaat voorzien worden van een naam, geboortedatum en overlijdensdatum in het lettertype Helvetica. 4. Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking naar de mening van het college van B&W afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Toelichting Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Gemeentewet, art. 149 Het voorkomen van ontsiering en/of overlast op de gemeentelijke begraafplaats, veroorzaakt door grafbeplanting.
3.4.3 Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. 4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk 34
aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. Toelichting Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Gemeentewet, art. 149 Een basis te bieden om toe te zien op het onderhoud van gedenktekens en grafbeplanting.
3.4.4 Niet-blijvende grafbeplanting Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Toelichting Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Gemeentewet, art. 149 Het voorkomen van ontsiering en/of overlast op de gemeentelijke begraafplaats, veroorzaakt door losse voorwerpen.
3.4.5 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1. De grafbedekking wordt na het verstrijken van het grafrecht verwijderd. 2. Grafbedekking kan door de rechthebbende of de gebruiker zelf in de maand voorafgaande aan het verlopen van de termijn worden verwijderd en meegenomen. Toelichting Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Gemeentewet, art. 149 Een basis te bieden om toe te zien op het onderhoud van grafbedekking.
3.4.6 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd. 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden herbegraven of de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. 3. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze dieper in hetzelfde graf te doen begraven (schudden). Toelichting Herkomst: Wettelijke basis:
Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Gorinchem 2018 Artikel 149 Gemeentewet
35
Beoogt:
Het voorkomen van overlast op de gemeentelijke begraafplaats, door bijvoorbeeld verwaaiende as.
3.4.7 Lijst 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. 3.4.8 Verboden plaatsen Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. speelplaatsen en speelvelden c. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 1. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 2. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, onder a.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van overlast door bijvoorbeeld verwaaiende as.
3.4.9 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van overlast door bijvoorbeeld verwaaiende as.
3.5 Bouw 3.5.1 Bodemonderzoek 1. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. b. (vervallen).
36
c. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2015. 2. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikel 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikel 2 en 3 van bijlage II. 3. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 3.5.2 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.
Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009 +A1:2016 nl, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 +A1:2016 nl niet rechtvaardigen. 5. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Bouwverordening gemeente Gorinchem 2012 Artikel 8 van de Woningwet Te bevorderen dat niet wordt gebouwd op verontreinigde grond.
3.5.2 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem 1. Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is vereist; en c. 1 dat de grond raakt, of 2. waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Bouwverordening gemeente Gorinchem 2012 Artikel 8 van de Woningwet Dat niet wordt gebouwd op een bodem die dusdanig verontreinigd is, dat hierdoor gevaar voor de gezondheid van personen ontstaat.
37
3.5.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.2 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht aanvraag bouwvergunning bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Bouwverordening gemeente Gorinchem 2012 Artikel 8 van de Woningwet Dat in niet ernstige gevallen de conclusie, dat het terrein verontreinigd is, niet hoeft te leiden tot weigering van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
3.6 Geurhinder en veehouderij 3.6.1 Andere waarden voor de vaste afstanden Voor invloedsgebied Hoog Dalem, zoals aangegeven op de kaart de kaart behorende bij deze verordening behorende bij deze verordening, geldt de volgende andere afstand: Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet geurhinder en veehouderij en in afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij en in afwijking van artikel 3.117 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit), bedraagt de afstand tussen een geurgevoelig object en een veehouderij welke veehouderij is gelegen binnen het invloedsgebied Hoog Dalem (zoals aangegeven op de kaart behorende bij deze verordening behorend bij deze verordening) of is gelegen binnen een afstand van minder dan 100 meter van dat gebied, waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, voor zover het bedrijven betreft met maximaal 50 dieren behorende tot de hoofdcategorie K (paarden) van de Regeling ammoniak en veehouderij: 50 meter.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Gorinchem 2012 Wet geurhinder en veehouderij artikel 6 Geurhinder te voorkomen.
3.7 Natuur en groen 3.7.1 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 38
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van overlast, de bescherming van natuur- en milieuwaarden en het voorkomen van onveilige situaties.
3.7.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale beschermingswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.
en
andere
2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst. 3. In afwijking van artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Een basis te bieden om toe te zien op het onderhoud en het bewaren van het (openbare) groen.
3.7.3 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren. 39
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het beschermen van de belangen: openbare orde, milieu en de veiligheid van het publiek en de deelnemers.
3.7.4 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. a. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: b. het voorkomen van overlast; c. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; d. de veiligheid van het publiek. e. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: f. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; g. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; h. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; i. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; j. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 2. Het verbod is voorts niet van toepassing: a.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van overlast door verkeer, de bescherming van natuur- en milieuwaarden en het voorkomen van onveilige (verkeers-)situaties.
3.7.5 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
40
2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats1 wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Beschadiging van groenstroken en dergelijke, die het uiterlijk aanzien van de gemeente beogen te verfraaien, te voorkomen en het groen beter aan zijn bestemming te doen beantwoorden.
3.8 Kampeerterreinen en -plaatsen 3.8.1 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor: a. het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein; b. voor het plaatsen van een tentje, met maximale afmetingen van 3 x 3 meter, ten behoeve van het daadwerkelijk nachtvissen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van aantasting van natuur en landschap. Het voorkomen van verstoring van de openbare orde.
3.8.2 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 3.8.1, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 3.8.1, vierde lid.
41
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van aantasting van natuur en landschap. Het voorkomen van verstoring van de openbare orde.
3.9 Ballonnen 3.9.1 Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden één of meerdere ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen op te laten stijgen. 2. Onder ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, etc. 3. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Wijziging APV gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het beschermen van het milieu, alsmede het voorkomen van verstoring van de openbare orde.
42
Hoofdstuk 4. Erfgoed 4.1 Aanwijzing gemeentelijk monument 4.1.1 Het gebruik van het monument Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De gemeente verplicht te stellen rekening te houden met het gebruik van het gemeentelijk monument.
4.1.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een zaak, terrein of terrein van archeologische waarde aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een zaak of een terrein wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. Een terrein van archeologische waarde wordt beoordeeld op de in-situ te behouden waarden. 3. Mocht de zaak een gebouw betreffen, dan vallen zowel interieur als exterieur onder de bescherming, tenzij het interieur nadrukkelijk is uitgesloten van de bescherming. 4. De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument betreffen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet) te regelen. Dit artikel regelt ook dat monumenten enkel aan te wijzen zijn op basis van vrijwilligheid.
4.1.3 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Herkomst:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 43
Wettelijke basis: Beoogt:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.4 Facultatieve Voorbescherming Het college van burgemeester en wethouders kan tegelijk met de adviesaanvraag bedoeld in artikel 4.4.1, lid 2, dan wel bij een voorgenomen besluit, dan wel bij nadere beschikking bepalen dat tot het moment dat bijschrijving op de gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in artikel 4.1.6, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt bijgeschreven op deze gemeentelijke monumentenlijst, de artikelen 4.2.1 tot en met 4.3.2 van overeenkomstige toepassing zijn.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Ten aanzien van gemeentelijke monumenten in voorbescherming te voorzien.
4.1.5 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college van burgemeester en wethouders registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. Deze lijst is openbaar en toegankelijk. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding de tenaamstelling en een redengevende omschrijving of het archeologisch selectiebesluit van het gemeentelijke monument.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Informatievoorziening betreffende het (beschermd) gemeentelijk aangewezen cultureel erfgoed, dat krachtens deze verordening is aangewezen.
4.1.7 Wijzigen van de aanwijzing
44
1. Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 4.1.4, tweede lid, alsmede artikel 4.1.3, 4.1.4 en 4.1.5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.1.8 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.1.4, tweede lid, en artikel 4.1.3 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.2 Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken 4.2.1 Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te beschadigen, door achterstallig onderhoud te laten vervallen of te vernielen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders / het bevoegd gezag a. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, 3. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden 45
uitgevoerd én indien de werkzaamheden vallen binnen de uitzonderingsregels als genoemd in de bijlage met uitzonderingsregels. 4. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument , geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. 5. Het college van burgemeester en wethouders kan de instandhouding van gemeentelijke monumenten bevorderen in de vorm van het beschikbaar stellen van onderhoudsadvies en verbouwingsadvies aan de eigenaren van Gemeentelijke monumenten
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan Gemeentelijke monumenten.
4.2.2 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.1 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden digitaal ingediend.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de indiening van een aanvraag dient te voldoen te regelen.
4.2.3 Advies en vergunningverlening 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de erfgoedcommissie voor advies. 2. Bij aanvragen om een vergunning voor ingrijpende maatregelen aan een monument kan de erfgoedcommissie of het college van burgemeester en wethouders van de aanvrager de uitvoering van een bouwhistorisch onderzoek eisen. 3. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering gebruikt de erfgoedcommissie de uitgangspunten als genoemd in de bijlage uitgangspunten erfgoedcommissie. 4. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering kan de erfgoedcommissie gebruik maken van uitvoeringsrichtlijnen en technische criteria voor planbeoordeling. Bij de advisering kan de erfgoedcommissie voorwaarden stellen op basis van deze richtlijnen en criteria. 5. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning brengt de erfgoedcommissie schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
46
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Te regelen dat het bevoegd gezag bij vergunning voor een gemeentelijk monument de erfgoedcommissie raadpleegt, alsmede de wijze waarop de erfgoedcommissie advies uit brengt.
4.2.4 Weigeringsgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De gevallen en voorwaarden waaronder een vergunning kan worden geweigerd te regelen.
4.2.5 Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.3.2 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De gevallen en voorwaarden waaronder een vergunning kan worden ingetrokken te regelen.
4.3 Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten 4.3.1 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie.
47
3. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst. 4. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan of een beheersverordening vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 5. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 6. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vierde of vijfde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. 7. Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 3.1 Erfgoedwet of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De mogelijkheid te bieden aan de gemeenteraad om gemeentelijke dorpsgezichten aan te wijzen, die vervolgens krachtens het bestemmingsplan moeten worden beschermd.
4.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.3.1, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 3.1 Erfgoedwet. 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
48
Beoogt:
Te bepalen dat bij wijziging (van niet-ondergeschikte aard) van een aanwijzing en bij intrekking van de status als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht dezelfde procedure geldt als bij de aanwijzing daarvan.
4.3.3 Verbodsbepaling en aanvraag vergunning 1. Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. De artikelen 4.2.4 en 4.2.5 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Het slopen in een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht vergunningplichtig te maken.
4.4 Aanwijzing beeldbepalende panden 4.4.1 De aanwijzing tot beeldbepalend pand 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een pand of een bouwwerk aanwijzen als beeldbepalend pand. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een pand wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. 3. De aanwijzing tot beeldbepalend pand betreft uitsluitend het exterieur. 4. De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument of beschermd gemeentelijk monument betreffen.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet
49
Beoogt:
Dat er voor beeldbepalende panden of zaken die zijn aangewezen op grond van de erfgoedverordening, een minder zwaar regime dan voor monumenten geldt.
4.4.2 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.3 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.4 Registratie op de lijst van beeldbepalende panden 1. Het college van burgemeester en wethouders registreert het beeldbepalende pand op de lijst van beeldbepalende panden. Deze lijst is openbaar en toegankelijk. 2. De lijst van beeldbepalende panden bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing en de kadastrale aanduiding.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Informatievoorziening betreffende beeldbepalende panden, die krachtens deze verordening zijn aangewezen.
4.4.5 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen.
50
2. Artikel 4.4.1, tweede lid, alsmede artikel 4.4.2, 4.4.3 en 4.4.4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de lijst van beeldbepalende panden aangetekend.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.6 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.4.1, tweede lid, en artikel 4.4.2 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien een toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet of artikel 4.1.4 van deze verordening. 3. De intrekking wordt op de lijst van beeldbepalend panden geregistreerd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.7 Instandhouding van beeldbepalende panden De instandhouding van beeldbepalende panden is vastgelegd in de Welstandsnota. Beeldbepalende panden kunnen met een specifieke aanduiding worden opgenomen in een bestemmingsplan of een omgevingsplan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan beeldbepalende panden.
4.5 Rijksmonumenten 4.5.1 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de erfgoedcommissie. 51
2. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de ontvankelijke en complete aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Te regelen dat de gemeenteraad bij omgevingsvergunningen bij rijksmonumenten de erfgoedcommissie raadpleegt.
4.6 Instandhouding van archeologische terreinen 4.6.1 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument of verwachtingsgebied dat is aangegeven op de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De ruimtelijke borging van bescherming van archeologische waarden als daarin niet via een bestemmingsplan in is voorzien.
52
Hoofdstuk 5. Parkeren, stallen en liggen 5.1 Parkeren 5.1.1 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Te voorkomen dat een bedrijf onevenredig veel beslag legt op de beschikbare parkeerplaatsen.
5.1.2 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het voorkomen van aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente en het voorkomen van overlast voor omwonenden.
5.1.3 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Herkomst:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem 53
Wettelijke basis: Beoogt:
Artikel 149 Gemeentewet Voorkomen van ongewenst gebruik van schaarse parkeerplaatsen en het voorkomen van ontsiering van de omgeving.
5.1.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben. b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Te voorkomen dat schaarse parkeerruimte wordt gebruikt voor de opslag van voertuigen. Tevens wordt beoogd ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente te voorkomen. Ten opzichte van artikel 5.1.8 worden bewust aparte perioden aangehouden.
5.1.5 Reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het tegengaan van ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
5.1.6 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
54
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Gevaarlijke situaties te voorkomen, het buitensporig innemen van schaarse parkeerruimte te voorkomen en het voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan het uiterlijk aanzien van de gemeente.
5.1.7 Uitzicht belemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Artikel 2a Wegenverkeerswet 1994 Te voorkomen dat de veiligheid van het verkeer in het gedrang komt.
5.1.8 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Artikel 2a Wegenverkeerswet 1994 Verkeersonveilige situaties en ongewenst gebruik van de buitenruimte te voorkomen.
55
5.1.8a Parkeren van voertuigen op voor onderhoud in aanmerking komende wegen 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weggedeelte een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan binnen een duidelijk aangegeven tijdsperiode indien dit ten behoeve van werkzaamheden van de gemeente is en indien zonder deze aanwijzing de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden. 2. De onder lid 1 genoemde werkzaamheden kunnen onder meer inhouden onderhoudswerkzaamheden, die bestaan in het vervangen van leidingen in de grond en het (her)bestraten.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Artikel 2a Wegenverkeerswet 1994 Verkeersonveilige situaties en ongewenst gebruik van de buitenruimte te voorkomen.
5.1.9 Belanghebbendenplaatsen 1. Het college wijst, bij openbaar besluit, voor het openbaar verkeer openstaande terreinen en weggedeelten aan, al dan niet als zone, die bestemd zijn voor het parkeren door parkeervergunninghouders; a. Het college kan daarbij, per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, tijdvensters vaststellen waarbinnen het parkeren slechts aan parkeervergunninghouders is toegestaan; b. Het college kan daarbij, per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, onderscheid maken in de categorieën parkeervergunninghouders als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening gemeente Gorinchem; c. Het college kan daarbij per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, voorschriften geven over de wijze waarop moet worden geparkeerd; d. Het college kan daarbij per aangewezen terrein, weggedeelte en of zone, een maximum aantal uit te geven vergunningen vaststellen, in totaal of per eenheid (categorie, huishouden, etc).