2021-756779 Verordening Fysieke Leefomgeving - VFL Gorinchem 2021
Tekst van het document
Verordening fysieke leefomgeving 2021
1
Inhoud Verordening fysieke leefomgeving ........................................................................................................ 1 1. Inleiding............................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................. 4 1.2 Methodiek ................................................................................................................................. 4 1.3 Reikwijdte .................................................................................................................................. 5 1.4 Uitgangspunten ......................................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................. 5 2. Toelichting per hoofdstuk .................................................................................................................. 7 3. Bijlagen bij toelichting ........................................................................................................................
9 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem .................................................................. 9 Hoofdstuk 1. Inleidende regels ........................................................................................................... 9 Hoofdstuk 2. Economie ..................................................................................................................... 21 2.1 Markt ....................................................................................................................................... 21 Hoofdstuk 3. Bodem, milieu en natuur ............................................................................................. 29 3.1 Afvalstoffen ............................................................................................................................. 29 3.2 Opslag ...................................................................................................................................... 31 3.3 Wrakken .................................................................................................................................. 32 3.4 Beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaats .................................................................... 33 3.5 Bouw ........................................................................................................................................
36 3.6 Geurhinder en veehouderij ..................................................................................................... 38 3.7 Natuur en groen ...................................................................................................................... 38 3.8 Kampeerterreinen en -plaatsen .............................................................................................. 41 3.9 Ballonnen ................................................................................................................................. 42 Hoofdstuk 4. Erfgoed......................................................................................................................... 43 4.1 Aanwijzing gemeentelijk monument....................................................................................... 43 4.2 Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken ....................................................... 45 4.3 Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten ................................................................................ 47 4.4 Aanwijzing beeldbepalende panden ....................................................................................... 49 4.5 Rijksmonumenten ...................................................................................................................
51 4.6 Instandhouding van archeologische terreinen........................................................................ 52 Hoofdstuk 5. Parkeren, stallen en liggen .......................................................................................... 53 5.1 Parkeren .................................................................................................................................. 53 5.2 Stallen ...................................................................................................................................... 57 5.3 Liggen....................................................................................................................................... 58 5.4 Lingehaven............................................................................................................................... 59 2
Hoofdstuk 6. (Ondergrondse) Infrastructuur .................................................................................... 62 6.1 Ondergrondse infrastructuur .................................................................................................. 62 6.3 Infrastructuur .......................................................................................................................... 68 Hoofdstuk 7. Bouwwerken en bouwkwaliteit ................................................................................... 71 7.1 Naamgeving en nummering (adressen) .................................................................................. 71 7.2 Bouwen .................................................................................................................................... 73 7.3 Plakken, kladden en aanplakborden ....................................................................................... 78 Hoofdstuk 8. Veiligheid ..................................................................................................................... 79 8.1 Veiligheid op of aan de weg of openbare plaats ..................................................................... 79 8.2 Veiligheid op het strand en bij openbaar water ......................................................................
80 8.3 Veiligheid bij hoogspanningslijnen .......................................................................................... 81 Hoofdstuk 9. Algemene bepalingen voor vergunningen................................................................... 83 Hoofdstuk 10. Toezicht...................................................................................................................... 86 Hoofdstuk 11. Strafbepalingen.......................................................................................................... 88 Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen ................................................................................... 89
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2022 zal de Omgevingswet in werking treden. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, waardoor er minder regels zij en er meer ruimte is voor initiatieven. De wet biedt hierdoor kansen om nog beter, efficiënter, maar ook sneller op nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving in te kunnen spelen. Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren hebben overheden verschillende instrumenten tot hun beschikking, waaronder het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Ter voorbereiding op het werken met het omgevingsplan, kunnen gemeenten er nu al als tussenstap voor kiezen een Verordening Fysieke Leefomgeving vast te laten stellen. De Verordening fysieke leefomgeving is een integratie van de regels over de fysieke leefomgeving uit diverse Gorcumse verordeningen. Dit is immers ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het omgevingsplan. Middels deze verordening wordt door de gemeente Gorinchem nu alvast geanticipeerd op het werken met het omgevingsplan onder de Omgevingswet.
1.1.2 Doelstelling en subdoelstelling Het hoofddoel van deze integratie is geweest om te komen tot een eenduidige opzet en een goede onderlinge samenhang tussen artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hiernaast is naar het behalen van de volgende subdoelen gestreefd: (I) praktische toepasbaarheid, (II) leesbaarheid, (III) actualiteit en (IV) afwezigheid van dubbelingen en tegenstrijdigheden.
1.2 Methodiek In 2020 zijn alle artikelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gecentraliseerd in één overzichtelijk Excel-bestand. De eerste actie lag in het vinden van deze verordeningen, waarop de centralisatieslag volgde. Het Excel-bestand bestaat op dit moment uit ruim 469 vigerende artikelen. Deze afzonderlijke artikelen zijn allereerst geanalyseerd op basis van de volgende aspecten: - Wel/geen directe betrekking op de fysieke leefomgeving; - Type van de regel in het artikel (algemene regel, vergunningplicht, verbodsbepaling etc.). Hierna zijn de artikelen, indien mogelijk, 'gelabeld' op de volgende drie aspecten: - Thema: Milieu, Economie, Bodem etc.; - Activiteit: Milieubelastend, bouwen, kappen etc.; - Gebruiksfunctie: Groen, horeca, verkeer etc. Vanuit deze analyse is een kernteam aangesteld met diverse (vakinhoudelijke) medewerkers uit verschillende disciplines. In de verschillende overleggen die voor het kernteam zijn georganiseerd, zijn de relevante regels geanalyseerd op basis van in welke mate deze nog actueel zijn en in aanmerking komen voor de Verordening fysieke leefomgeving. Omdat beleidsneutraal wordt overgegaan, zijn de inhoudelijke opmerkingen van de medewerkers in het kernteam nog niet in de VFL verwerkt. Wel zijn staan deze opmerkingen in een apart document genoteerd om later deze slag gemakkelijk te kunnen maken.
Hiernaast is in deze overleggen direct een eerste slag gemaakt in het kijken naar tegenstrijdigheden en dubbelingen. 4
1.3 Reikwijdte De Verordening fysieke leefomgeving bestaat uit een aantal verordeningen en afzonderlijke regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Verordeningen en regels die een ander motief hebben, zoals openbare orde en veiligheid, zijn daarom niet meegenomen in de integratie. Omdat de Omgevingswet aan de burgemeester als bestuursorgaan geen bevoegdheden toekent, zijn ook regels die de burgemeester bevoegdheden geeft (bijvoorbeeld omtrent evenementen) niet in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen. Dit zijn vaak ook regels met het motief openbare orde en veiligheid en deze regels komen daardoor al niet voor integratie in aanmerking.
In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende verordeningen of onderdelen daarvan opgenomen: • Afvalstoffenverordening 2014 Gemeente Gorinchem • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem • Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur van de Gemeente Gorinchem (AVOI 2018) • Beheersverordening Begraafplaatsen Gemeente Gorinchem 2018 • Beheersverordening Lingehaven Gemeente Gorinchem 2011 • Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012 • Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018 • Marktverordening Gemeente Gorinchem 2011 • Parkeerverordening Gemeente Gorinchem • Verordening Geurhinder en Veehouderij Gemeente Gorinchem 2012 • Verordening Naamgeving en Nummering Gemeente Gorinchem 2011 • Wijziging APV Gemeente Gorinchem
1.4 Uitgangspunten Het uitgangspunt is geweest om verordeningen beleidsneutraal te integreren, behalve op het punt van: • Begripsbepalingen en procedurele regels: Deze regels van de opgenomen verordeningen zijn zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en vereenvoudigd; • ‘Quick wins’: Het doorvoeren van wijzigingen die de leesbaarheid en toepasbaarheid van de verordeningen ten goede komen. Dit omvat het schrappen van overbodige regels, het herschrijven van slecht leesbare regels en het logisch ordenen van regels. Her en der zijn (ondergeschikte) inhoudelijke wijzigingen aangebracht.
1.5 Leeswijzer De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in 12 hoofdstukken. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in één of meerdere afdelingen. Elke afdeling bevat één of meerdere artikelen. Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. Dit betreft vooralsnog alleen een regeling van de begripsbepalingen. De daarop volgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen. Dit varieert van specifieke onderwerpen, zoals erfgoed, tot meer algemene regelingen, bijvoorbeeld voor 'omgevingshinder' in brede zin. De laatste 4 hoofdstukken zijn algemeen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Deze hoofdstukken bevatten procedurele regels en straf-, overgangsen slotregels. Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening was om de regels die de verordeningen gemeen hebben (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in één van de algemene 5
hoofdstukken. In hoofdstukken 9, 10, 11 en 12 is daarom zo veel mogelijk de algemene lijn uit de verschillende verordeningen gedestilleerd. Toch was het niet mogelijk om alle procedurele bepalingen bij elkaar te zetten. Sommige verordeningen bevatten regelingen die zo specifiek zijn dat ze zich niet leenden voor opname in de algemene bepalingen. In die gevallen is de specifieke procedurele regel gehandhaafd in het inhoudelijke hoofdstuk.
6
2. Toelichting per hoofdstuk 1 Inleidende regels De meeste verordeningen beginnen met een opsomming van begripsbepalingen. In deze verordening zijn al deze begripsbepalingen samengevoegd en waar mogelijk geharmoniseerd.
2 Economie Binnen het hoofdstuk Economie worden de bepalingen die betrekking hebben op economische aspecten in relatie tot de fysieke leefomgeving weergegeven. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem • Marktverordening Gemeente Gorinchem 2011
3 Bodem, milieu en natuur De samenvoeging van de onderdelen bodem, milieu en natuur komt voort uit de samenhang tussen de onderwerpen. Het in de verordening opnemen van aparte hoofdstukken hiervoor, zou kunnen leiden tot verwarring. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Afvalstoffenverordening 2014 Gemeente Gorinchem • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem • Beheersverordening Begraafplaatsen Gemeente Gorinchem 2018 • Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012 • Verordening Geurhinder en Veehouderij Gemeente Gorinchem 2012
4 Erfgoed Vanwege de hoeveelheid bepalingen wordt erfgoed opgenomen als apart hoofdstuk. Regels uit de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018
5 Parkeren, stallen en liggen Parkeren wordt als apart hoofdstuk behandeld omdat het een breed onderwerp betreft met veel bepalingen. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem • Beheersverordening Lingehaven Gemeente Gorinchem 2011 • Parkeerverordening Gemeente Gorinchem
6 (Ondergrondse) Infrastructuur en riolering Infrastructuur is een breed onderwerp, hierdoor zijn er meerdere bepalingen op van toepassing uit verschillende verordeningen. Om ervoor te zorgen dat deze eenduidig geborgd worden binnen de verordening is er ook voor infrastructuur een apart hoofdstuk opgesteld. Regels van de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur van de Gemeente Gorinchem (AVOI 2018)
7
7 Bouwwerken en bouwkwaliteit Vanwege de bouwopgave die vanuit het rijk en de provincie geambieerd wordt, is het handig om een hoofdstuk specifiek op dit thema te richten. De volgende verordeningen, of regels van deze verordeningen, zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem • Bouwverordening Gemeente Gorinchem 2012 • Verordening Naamgeving en Nummering Gemeente Gorinchem 2011
8 Veiligheid Omdat veiligheid een belangrijk onderwerp is binnen de fysieke leefomgeving en hier meerdere regels aan worden gewijd, is ook het thema veiligheid ondergebracht in een apart hoofdstuk. Regels van de volgende verordening zijn in dit hoofdstuk opgenomen: • Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Gorinchem
9 Algemene bepalingen voor vergunningen In hoofdstuk 10 komen de algemene bepalingen aan bod.
10 Toezichtbepalingen In hoofdstuk 11 bevinden zich alle regels met betrekking tot toezicht.
11 Strafbepalingen In hoofdstuk 12 bevinden zich de strafbepalingen uit alle regels.
12 Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 13 bevinden zich de overgangs- en slotbepalingen uit alle regels.
8
3. Bijlagen bij toelichting Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem 2021 De raad van de gemeente Gorinchem, gelezen het voorstel van het college van 21 september 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen: Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Gorinchem 2021
Hoofdstuk 1. Inleidende regels In deze verordening wordt verstaan onder: Adres:
Door het college aan een verblijfsobject, een standplaats2 of een ligplaats2 toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.
Afgebakend terrein:
Een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.
Algemeen graf:
Een graf bij de gemeente in beheer waarin aan iedereen de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten, waarvan de termijn is vastgesteld op 20 jaar zonder mogelijkheid tot verlenging.
Algemene urnennis:
Een nis bij de gemeente in beheer waarin aan iedereen de gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen.
Anciënniteitlijst:
De lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats1.
Archeologisch verwachtingsgebied:
Gebied, aangegeven op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn.
Architectuurhistorische waarde:
De mate waarin de architectonische stijl van een zaak herleidbaar is tot, of een goed voorbeeld is van lokaal of regionaal bekende architectuur of een architectuurstroming.
Bebouwde kom:
Het gebied binnen de grenzen van de bebouwde kom die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de WVW 1994.
9
Beeldbepalend pand:
Begraafplaatsen:
Pand dat met name door de combinatie van architectonische kwaliteit en zijn plaats in de stedenbouwkundige structuur een belangrijke positieve bijdrage levert aan de beeldkwaliteit van de omgeving. -
Algemene begraafplaats De Haarhof aan de Haarweg te Gorinchem Algemene begraafplaats aan de Willem de Vries Robbéweg te Gorinchem Rooms-katholieke begraafplaats aan de Arkelse onderweg te Gorinchem Algemene Begraafplaats Dalem aan de Merwededijk te Dalem Israëlitische begraafplaats aan de Willem de Vries Robbéweg te Gorinchem
Behoud in-situ:
Het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de grond.
Belanghebbendenplaats:
Een parkeerplaats die door het college, in het kader van deze verordening, is aangewezen voor het parkeren door parkeervergunninghouders; a. daarmee is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of; b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
Beschermd rijksmonument:
Onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 of de Erfgoedwet vastgestelde registers.
Beschermde stads- of dorpsgezichten:
Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde.
Betaald parkeren:
Populair synoniem voor een regime van parkeerbelasting.
Bijboot:
Een klein vaartuig dat behoort bij het woonschip en bestemd en geschikt is voor het onderhoud, de voortstuwing of het kunnen bereiken van het woonschip.
Bouwbesluit:
De algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet.
Bouwhistorisch onderzoek: Rapportage met de onderzoeksresultaten van de bouw, verbouwingsen gebruiksgeschiedenis van gebouwen, complexen van gebouwen, of gebieden, in hun ruimtelijke samenhang, aan de hand van de vorm, de constructies, de gebruikte materialen en de afwerking. Het rapport is opgesteld conform de gangbare richtlijnen. Bouwtoezicht:
Degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en woningtoezicht. 10
Bouwwerk (uitbreiding begrip):
Een gedeelte van een bouwwerk.
Bouwwerk:
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Branche:
Een door het college te bepalen soort of assortiment van waren of goederen.
Bromfiets:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
Calamiteit:
Een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, dat niet zelfstandig kan worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om die gevolgen te beperken.
College:
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem.
Convenant inzake postcodes:
Het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes.
Cultuurhistorische waarde: De mate waarin het ontstaan of het gebruik van een zaak of terrein van historisch belang is en de mate waarin de sociale en lokale aspecten hierin een rol spelen. Dagplaats:
De standplaats1 die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats1 is toegewezen dan wel ingenomen.
De erfgoedcommissie met als naam “erfgoedcommissie Gorinchem” (verder: erfgoedcommissie):
De op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018.
Ensemble waarde:
De mate waarin een zaak of terrein onderdeel zijn van een complex of van bijzondere of beeldbepalende betekenis zijn voor het aanzien van een omgeving.
11
Evenement:
1. Elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 6.2 van de APV gemeente Gorinchem 2021; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2.9 en 2.39 van de APV gemeente Gorinchem 2021. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement.
Gaafheid:
De mate waarin een zaak of terrein architectonisch of materieel gaaf is en in hoeverre de oorspronkelijke functie herkenbaar is.
Gebouw (uitbreiding begrip):
Een gedeelte van een gebouw.
Gebouw:
Hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan.
Gebruiksoppervlakte:
De gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit.
Gedenkteken:
Een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaat of ander monument ter nagedachtenis aan een overledene.
Gemeentelijk monument:
Een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: a. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder a; c. terrein dat van algemeen belang is vanwege de vastgestelde archeologische waarde.
Gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart:
Topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven.
12
Gemeentelijke monumentenlijst:
De lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a.
Graf:
Een zandgraf of keldergraf.
Grafbedekking:
Gedenktekens en grafbeplanting op een graf, een urnengraf of strooiveld.
Grafrecht:
Het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf of het uitsluitend recht op een particulier graf.
Handelsreclame:
Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
Hoogte van de weg:
De hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld.
Houtopstand:
Hakhout, een houtwal of één of meer bomen.
Incidentele asverstrooiing: Het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Instemmingsbesluit:
Besluit van het college op een schriftelijke melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels of leidingen ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet; het besluit betreft plaats, tijdstip en wijze van uitvoering, medegebruik van voorzieningen en afstemming met overige netbeheerders.
Inzameldienst:
De krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Inzamelen:
De activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan.
Inzamelmiddel:
Een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak of een minicontainer ten behoeve van één perceel (huishouden).
Inzamelvoorziening:
Een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer (ondergronds, bovengronds, inpandig), wijkcontainer of afvalbrengstation, ten behoeve van meerdere percelen (huishoudens).
13
Kabels en leidingen:
(Ondergrondse) openbare kabels of (buis)leidingen als onderdeel van een net.
Kampeermiddel:
Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Kerkelijk monument:
Onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst.
Kindergraf:
Een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van het stoffelijk overschot van één kind beneden de 13 jaar; - het doen bijzetten en bijgezet houden van één asbus of één urn bevattende de as van het stoffelijk overschot van één kind beneden de 13 jaar; - het doen verstrooien van as van maximaal één stoffelijk overschot.
Kunstwerken:
Objecten verband houdend met de haven, zoals bruggen, kademuren, sluizen, steigers, meerpalen e.d.
Ligplaats1:
Een gedeelte van openbaar water binnen de haven, bestemd of geschikt om door een vaartuig te worden ingenomen.
Ligplaats2:
Door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.
Markt:
De door het college ingestelde warenmarkt (weekmarkt en jaarmarkten).
Marktconforme kosten:
Kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie u. op de desbetreffende markt worden gemaakt.
Marktmeester:
De persoon die als zodanig is aangewezen door het college.
Marktterrein:
Het gebied zoals aangegeven op de situatietekeningen die behoren bij het Instellingsbesluit warenmarkten.
14
Motorvoertuigen:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.
NEN:
Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.
Net:
Verzameling van een of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), inclusief lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie (de netten/netwerken van nutsbedrijven) of van informatie (de openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet).
Netbeheerder:
Degene die een kabel- c.q. leidingennet beheert.
Niet-openbare kabels en leidingen:
Kabels en leidingen die niet gebruikt worden om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden.
Nummeraanduiding:
Door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats2, een ligplaats2 en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.
NVN:
Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm.
Omgevingsvergunning voor het bouwen:
Vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Openbaar water:
Alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.
Openbare gronden:
Openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken en wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn.
15
Openbare inrichting:
1. Een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, fast- en foodbezorging, take away, maaltijdbezorging; of 2. Elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; 3. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Openbare plaats:
Hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan.
Openbare ruimte:
Door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen.
Pand:
Kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundigconstructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
Parkeerapparatuur:
Parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
Parkeerapparatuurplaats:
Een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur en door het college, binnen het kader van deze verordening, is aangewezen als betaald parkeerplaats ofwel parkeerapparatuurplaats.
Parkeervergunning:
Een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen.
Parkeervergunninghouder: De natuurlijke persoon of parkeervergunning is verleend. Parkeren:
rechtspersoon
aan
wie
een
Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. 16
Particulier en algemeen graf (uitbreiding begrippen):
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: kindergraf, urnengraf. 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: urnennis.
Particulier graf:
Een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as in of op het graf; met een maximum van de stoffelijke overschotten van 3 overledenen.
Particuliere urnennis:
Een nis bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen.
Plan van aanpak:
Plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden.
Rechthebbende:
Degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.
Recreatievaartuig:
Een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden.
RVV:
Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
Schip:
Een schip zoals gedefinieerd in het Binnenvaartpolitiereglement.
Schipper:
De verantwoordelijke persoon die volgens Binnenvaartpolitiereglement het gezag over een schip voert.
Spoedeisende werkzaamheden:
Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het net, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is.
17
het
Standplaats1:
1. Het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt mede verstaan: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel. 3. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Standplaats2:
Door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.
Standplaatshouder:
De natuurlijke persoon, aan wie krachtens deze verordening is toegestaan om op een markt een standplaats1 te bezetten.
Standwerken:
De activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.
Standwerkersplaats:
De standplaats1 die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken.
Stedenbouwkundige waarde:
De mate van waardering van de beeldbepalende rol die de betreffende zaak of terrein vervult in de stedelijke of landschappelijke situering.
Straatafval:
Huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel.
Straatpeil:
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
Ter inzameling aanbieden:
De wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats. 18
Uitvoeringsvoorschriften:
Nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen).
Urn:
Een voorwerp ter berging van de inhoud van één of meer asbussen.
Urnengraf:
Een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; met een maximum van de stoffelijke overschotten van 3 overledenen.
Vaartuigen:
Alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonarken, woonschepen, glijboten en ponten.
Vaste standplaats:
De standplaats1 die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.
Veehouderij:
Inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren.
Vellen:
Rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Verblijfsobject:
De kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.
Verkoopwagen/markavan: Een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen. Vlindergraf:
Een graf voor het begraven van foetussen vanaf het begin van de zwangerschap tot een zwangerschap van 24 weken waarvan de termijn is vastgesteld op 20 jaar zonder mogelijkheid tot verlenging.
Voertuigen:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; 19
Weg:
Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
Werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
Werkzaamheden die dusdanig beperkt zijn dat, ter beoordeling door het college, een lichter procedureel regime toegepast kan worden: - het aanbrengen/verwijderen van kabels/leidingen in een reeds aanwezig net; - reparaties aan het net(werk) over een lengte van minder dan 25 meter dan wel van lasgaten; - werkzaamheden met een grondoppervlakte van maximaal 10 m2; - (incidentele) huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte korter dan 25 meter in of op openbare gronden, waarbij geen rijbanen of andere verhardingen, wateren of groenvoorzieningen (in de zin van beplanting) worden gekruist en waarbij geen boringen toegepast worden.
Woonplaats:
Door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.
Woonschip:
Elk schip of drijvend voorwerp, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak kan worden gebruikt voor, dag- en/of nachtverblijf van een of meer personen met als doel om er permanent te wonen.
Zeldzaamheid:
De mate waarin een zaak of terrein, lokaal gezien, zeldzaam is. Die zeldzaamheid kan betrekking hebben op de functie, de typologische verschijningsvorm, of de ouderdom.
Zone:
Een door het college aangewezen gebied, waarbinnen zich een aaneengesloten verzameling van parkeerapparatuurplaatsen of belanghebbendenplaatsen bevindt.
20
Hoofdstuk 2. Economie 2.1 Markt 2.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats1 in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. De standplaats1 hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of b. Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet De ordening van de straathandel en beoogt verstoring van de openbare orde te voorkomen en overlast tegen te gaan.
2.1.2 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats1 wordt of is ingenomen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het mogelijk te maken om niet alleen maatregelen te nemen tegen degene die zonder vergunning een standplaats1 inneemt, maar ook tegen de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats1 zonder vergunning toestaat.
2.1.3 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 2.1.1, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. 2. De weigeringsgrond van artikel 2.1.1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet De strekking en reikwijdte van artikel 2.2.1 aan te geven.
21
2.1.4 Plaats, dag en tijd van de markten 1. Deze paragraaf is van toepassing op de door het college op grond van artikel 160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet ingestelde gewone marktdagen en jaarmarktdagen zoals aangegeven in het overzicht met marktdagen en jaarmarktdagen. 2. Het college kan bepalen dat, in verband met door of met toestemming van het college te organiseren evenementen, de markt gedurende een nader te bepalen aantal dagen tijdelijk op een andere locatie binnen de gemeente wordt georganiseerd. In het uitzonderlijke geval dat de markt ten behoeve van een ander evenement dan de kermis in oktober/november wordt verplaatst, wordt hierover vooraf een gemotiveerd besluit genomen. Hiervoor vindt vooraf overleg plaats met de betrokkenen en worden alle betrokken belangen zorgvuldig afgewogen. Er worden concrete afspraken gemaakt met de betrokkenen. 3. Het college stelt de vergunninghouders tijdig op de hoogte van een evenement als bedoeld in lid 2 van dit artikel. 4. Vergunninghouders die op grond van deze paragraaf een vergunning hebben en door de in lid 2 van dit artikel genoemde evenementen tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun vaste standplaats1, of om redenen zoals genoemd in artikel 2.1.8 tijdelijk een andere standplaats1 toegewezen krijgen, kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding in welke vorm dan ook.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.5 Marktindeling 1. Het college bepaalt voor de markt: a. het aantal en de verdeling van de standplaatsen1; b. de afmetingen van de standplaatsen1; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen1 worden toegewezen als vaste standplaats en welke als standwerkersplaats; e. de locatie waar en de tijdstippen waarop de markt wordt gehouden. 2. Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximumaantal standplaatsen1 per branche; c. een maximum aantal te plaatsen verkoopwagens/markavans. 3. Het is verboden andere artikelen dan die zijn vermeld op de in lid 2 van dit artikel genoemde lijst op de markt aanwezig te houden, uit te stallen, te koop aan te bieden of te verkopen. 4. Het college kan in bijzondere omstandigheden, in afwijking van het bepaalde in dit artikel, tijdelijke maatregelen treffen in het belang van de goede gang van zaken.
22
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet De bevoegdheid tot het vaststellen van een inrichtingsplan aan burgemeester en wethouders te geven en het stellen van de minimale eisen daaraan.
2.1.6 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze paragraaf.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Een basis te bieden voor het treffen van maatregelen.
2.1.7 Voorschriften 1. Het college kan voorschriften verbinden aan een krachtens deze paragraaf verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze paragraaf een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften in acht te nemen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.8 Standplaatsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op het marktterrein een standplaats1 in te nemen, kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens of ander mobiel materiaal. 2. Het college kan vergunningen voor vaste standplaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen verlenen. 3. Het college kan, indien dringende redenen die de markt betreffen dit noodzakelijk maken, aan een vergunninghouder tijdelijk een andere standplaats1 op de markt toewijzen. 4. De vergunning dient duidelijk zichtbaar aan de marktkraam te zijn bevestigd.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 Gemeentewet 23
Beoogt:
Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.9 Inhoud vaste standplaatsvergunning 1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam, verkoopwagen of markavan of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats1 mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst; f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats1 schoon oplevert; g. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke geluidsapparatuur op de standplaats1 is toegestaan en welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2. Aan de vergunning wordt een bewijs ter identificatie gehecht.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 Gemeentewet De eisen aan een standplaatsvergunning te regelen om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.10 Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1. In geval van beëindiging van het bedrijf door de vergunninghouder, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont. 2. In geval van overlijden van de vergunninghouder, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 3. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of tweede lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 4. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste, tweede of derde lid, kan een werknemer van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar onafgebroken in het marktbedrijf van de 24
vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 5. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het optreden van een van de in lid 1 of 2 van dit artikel genoemde omstandigheden. 6. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet De gevallen en voorwaarden waaronder het mogelijk is om vastestandplaatsvergunningen over te schrijven te regelen.
2.1.11 Persoonlijk innemen standplaats1 1. De vergunninghouder neemt de standplaats1 die hem is toegewezen persoonlijk in en hij mag de standplaats1 niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats1 doen bijstaan. 3. Het is de vergunninghouder verboden zich, behoudens toestemming van de marktmeester, langer dan zestig minuten van zijn standplaats1 te verwijderen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het door de vergunninghouder persoonlijk innemen van een standplaats1 en bijstand van de vergunninghouder te regelen.
2.1.12 Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats1 op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 van de Marktverordening gemeente Gorinchem en artikel 2.1.13.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het ratio waarmee door de vergunninghouder persoonlijk een standplaats1 minimaal word ingenomen te regelen.
2.1.13 Ontheffing en vervanging 1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats1 hem tijdelijk ontheffing verlenen van de
25
verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats1 op de markt in te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats1 te laten vervangen door een met name genoemde persoon.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het door de vergunninghouder persoonlijk innemen van een standplaats1 en de voorwaarden voor het tijdelijk vervangen van de vergunninghouder te regelen.
2.1.14 Tijdstip innemen standplaats1/aan- en afvoer goederen 1. Degene aan wie een vaste standplaats is toegewezen is geboden deze plaats uiterlijk bezet te hebben op het tijdstip dat is vermeld in het in artikel 2.1.4 bedoelde besluit van het college. 2. Het is voor vergunninghouders verboden op het marktterrein op andere dagen en tijdstippen dan die door het college zijn aangewezen met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren of te verkopen. 3. Het college kan van het aanvangstijdstip voor het oprijden van de weekmarkt ontheffing verlenen. 4. Het is verboden voertuigen, waarmee goederen of waren ter markt worden of zijn aangevoerd, tijdens de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die welke door de marktmeester is aangewezen. 5. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats1 tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen en de koopwaar op zijn kraam uitgestald te houden en ter verkoop aan te bieden. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 6. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk op het tijdstip zoals genoemd in het in artikel 2.1.4 bedoelde besluit heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats1 voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats1 op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. 7.
De standplaatshouder dient op het in het in artikel 2.1.4 bedoelde tijdstip zoals aangegeven in het overzicht met marktdagen en jaarmarktdagen de markt te hebben ontruimd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 Gemeentewet De ordening van de straathandel en beoogt verstoring van de openbare orde te voorkomen en overlast tegen te gaan.
2.1.15 Intrekking, wijziging en schorsing 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: 26
a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.1.10 de vergunning wordt overgeschreven; c. Indien degene op wie een vergunning op grond van artikel 2.1.10 is overgeschreven, al vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning of ontheffing intrekken, wijzigen of schorsen indien: a. de vergunning- of ontheffinghouder ter verkrijging van de vergunning of ontheffing onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. indien niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een vergunning of ontheffing; c. het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf of de voorschriften van de vergunning of ontheffing wordt overtreden; d. de vergunning- of ontheffinghouder meer dan eens de regelgeving die betrekking heeft op de te verkopen producten overtreedt; e. indien de vergunning- of ontheffinghouder wegens ziekte gedurende één jaar zijn standplaats1 niet heeft kunnen innemen; f. indien de vergunning- of ontheffinghouder, anders als bedoeld onder e, minder dan tien maal per kwartaal zijn standplaats1 heeft ingenomen; g.
indien de vergunning- of ontheffinghouder blijft volharden in het overtreden van de vergunningvoorschriften en/of het bepaalde in de Marktverordening Gorinchem 2011; h. indien de vergunning- of ontheffinghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkerplaats van de toewijzing van een dagplaats of standwerkerplaats uitsluiten voor ten hoogste acht marktdagen, gelegen binnen een periode van één jaar na de bekendmaking van het besluit tot uitsluiting, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf overtreedt b. blijft volharden in het overtreden van de vergunningvoorschriften c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet De gevallen en voorwaarden waaronder een vaste standplaatsvergunning kan worden ingetrokken of kan komen te vervallen te regelen.
2.1.16 Verzorging standplaats1 De vergunninghouder is verplicht: a. er zorg voor te dragen dat zijn standplaats1, ter beoordeling van de marktmeester, steeds een goed verzorgd aanzien biedt; b. zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen; c. van transparante zijzeilen gebruik te maken; 27
d. bij hoek- en kopkramen gebruik te maken van transparante achterzeilen; e. geen waren voor de kraam uit te stallen waardoor de looproute wordt belemmerd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het voorkomen van vervuiling van het aanzien van het marktterrein.
2.1.17 Afval 1. De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om op de standplaats1 geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, plaatst aan de voorzijde van de marktkraam, verkoopwagen of markavan twee afvalbakken of afvalkorven en leegt deze wanneer zij vol zijn. 2. De vergunninghouder zamelt tijdens de markt op en rondom zijn standplaats1 zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke zelf in; 3. De vergunninghouder levert, alvorens het marktterrein te verlaten zijn standplaats1 en de onmiddellijke omgeving daarvan, schoon op en neemt het afval mee. Hij overhandigt het college desgevraagd een kopie van het contract en/ of afvalstroomnummer van de afvalinzamelaar of afvalverwerker.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het voorkomen van vervuiling van het marktterrein rondom standplaatsen1.
28
Hoofdstuk 3. Bodem, milieu en natuur 3.1 Afvalstoffen 3.1.1 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig deze paragraaf ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; b. het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval; c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Afvalstoffenverordening 2014 gemeente Gorinchem Artikel 10.23 van de Wet milieubeheer Artikel 10.24, tweede lid, van de Wet milieubeheer Artikel 10.25 van de Wet milieubeheer Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer De bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatige inzameling van afvalstoffen.