2021-736441 Bijlage 3 - Concept RES.pdf
Tekst van het document
Elektriciteitsstations Stedin & TenneT, bron Stedin
Aanwezige MS-ringen Alblasserwaard, bron Stedin
5. ANALYSE
45
Zonnebloem
Windturbines boven snelweg Waterstof opslag
Windturbines op land
Waterstof tankstation
Energie uit stroming
Zonnepanelen op dak Collagebeelden innovatie
46
Concept RES Alblasserwaard
Gebouw aardwarmte opslag
Met gangbare vormen zijn warmte, moleculen zoals waterstof en elektronen in batterijen. Waarbij elektronen vooral voor de korte overbrugging dienen, zoals dag- of weekopslag en moleculen een rol kunnen vervullen in seizoensopslag. Warmte en koude kan goed worden opgeslagen in grondwater diep in de bodem – warmte koude opslag (WKO). Via open of gesloten warmtesystemen wordt deze techniek al volop toegepast. Dit zal groeien in de toekomst. Daarnaast zijn bijvoorbeeld grote warmtereservoirs in ontwikkeling gevuld met water of plantaardige olie die in buurten een collectieve warmtebron vormen. Warmte heeft als voordeel dat het over een lange periode kan worden opgeslagen. Het goed opslaan van elektriciteit vergt nog innovaties en nadere kostendaling. Li-ion batterijen (auto, huis, buurt) ofwel accu’s zijn op dit moment een belangrijk onderdeel voor een robuust elektriciteitsnetwerk, zeker in combinatie met slimme besturing (IT). Met name in het geval van veel zonnestroom en windstroom aanbieders kunnen grote batterijen zorgen voor een balans in het netwerk door pieken weg te nemen. In de toekomst kunnen auto-accu’s en huisaccu’s een onderdeel worden van de balans op huishoudensniveau gericht op vraag-aansturing. (In Utrecht Lombok is hiervoor een pilotproject gehouden). Grotere buurtbatterijen kunnen balans brengen op buurt- en wijkniveau.
Bij een van de windturbines in Giessenburg is een proefproject van opslag met een lokale accu.
Bij de omzetting van elektriciteit naar waterstof gaat ca 40% van de energie verloren als restwarmte, die kan worden ingezet voor (centrale) warmtevoorziening. De verwachting is dat in de toekomst meer voertuigen op (uit de Rotterdamse haven aangevoerde) waterstof zullen rijden, met name het vrachtvervoer. Inmiddels worden op diverse plaatsen langs snelwegen waterstoftankstations aangelegd. In de toekomst zullen huidige benzine-tankstations transformeren naar servicestations voor elektrisch snelladen, groen gas en waterstof. De RES partners stimuleren waar dat kan de overgang naar elektrisch vervoer en het gebruik van waterstof door middel van de uitrol van laadpalen en waterstoftankstations langs de A15 en A27.
Waterstof is een potentiële opslagbuffer voor elektriciteit. Wanneer er pieken zijn in de opwekcapaciteit en de vraag gering is, kun je het overschot via (kleine) elektrolyse installaties omzetten in waterstof. Dit is te benutten als schone brandstof in de industrie, mobiliteitssector of mogelijk op termijn de gebouwde omgeving.
5. ANALYSE
47
6. Energie besparen
Roeien in de Alblasserwaard
Woningen gebruiken twee derde van de energie in de gebouwde omgeving. Wettelijke regelingen voor energiebesparing bestaan alleen voor nieuwbouw (en dan is er in feite geen sprake van besparing maar beperking van de toename van energiegebruik) en voor grondige renovatie. Zonder aanvullende wetgeving (eisen aan verbouw, eisen over energie-efficiency bij verkoop en aanscherping van het Bouwbesluit naar ENG) hebben de gemeenten weinig mogelijkheden energiebesparing af te dwingen. Maar energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken, daarom vinden we het belangrijk om er in de RES Alblasserwaard wel aandacht aan te besteden.
6. ENERGIE BESPAREN
49
6. Energie Besparen Door uitfasering van fossiele energiebronnen komt in de Alblasserwaard een beweging op gang die gericht is op minder energiegebruik. Dat kan op allerlei manieren zoals verbeterde isolatie, ander gedrag, veranderingen in vervoer en mobiliteit en het verbeteren van bedrijfsprocessen. Wij zien voor onze gemeenten een belangrijke rol bij het enthousiasmeren en ondersteunen van woningeigenaren voor energiebesparing. Die mogelijkheden zullen de komende jaren verder opgeschaald dienen te worden, we denken aan:
> > > > > > >
> > >
50
Het inzetten van de RRE subsidie voor bewonersinitiatieven Ondersteunen van postcoderoos projecten Het ondersteunen van initiatieven van bewoners en bewonersgroepen De prestatieafspraken met woningcorporaties Objectieve voorlichting aan woningeigenaren via het energieloket Enthousiasmeren voor energiebesparing via energiecoaches Het projectmatig aanpakken van energiebesparing door wijkaanpakken, samen met bovengenoemde partijen, al dan niet in het kader van de uitvoering van de transitievisie warmte Met bedrijven in gesprek blijven over duurzame mobiliteit Ondersteunen van duurzame initiatieven van bedrijven, verenigingen, instellingen en scholen Gebruik maken van de subsidies van de provincie voor de verduurzaming van bedrijventerreinen
Concept RES Alblasserwaard
>
>
Stimulering door gebruik te maken van een nationaal warmtefonds voor energiebesparing. Indien bewoners geen investeringsruimte hebben dan kan het warmtefonds een lening verstrekken. Energiebesparing binnen bedrijven stimuleren. Hier is nog veel energie te besparen. Grote bedrijven worden verplicht onderzoek te doen. Bij een terugverdientijd < 5 jaar dient deze maatregel te worden uitgevoerd. Deze maatregel geldt niet voor het midden en klein bedrijf terwijl hier nog veel energie te besparen is.
Dit wordt uitgewerkt in een programmatische aanpak energiebesparing gericht op woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Gemeenten zijn het bevoegd gezag om de regelgeving in het kader van het Activiteitenbesluit (informatieplicht, op korte termijn te realiseren besparingen, via de omgevingsdiensten) en het bouwbesluit (label-C voor kantoren) te handhaven. Tot nu toe is de focus vooral gericht op voorlichting, branchegerichte aanpak, ondersteuning van ondernemersvereniging op bedrijfsterreinen en de ondersteuning van organisaties met maatschappelijk vastgoed (sportverenigingen, scholen). Specifieke aandacht was daarbij gericht op het eigen overheidsvastgoed. Op al deze onderdelen wordt de aanpak voortgezet, waarbij intensivering noodzakelijk is. Extra aandacht is nodig voor de handhaving en voor de aanpak van het middenen kleinbedrijf, dat niet onder het activiteitenbesluit valt.
Deze laatste categorie kan betrokken worden bij de aanpak van bedrijventerreinen en de wijkuitvoeringsplannen in het kader van de transitievisies warmte. Daarnaast hebben we een verantwoordelijkheid om het aanbod van het Rijk, met subsidies voor woningeigenaren om energiebesparing te stimuleren, onder de aandacht te brengen. Conclusie: de partners in de Regionale Energie Strategie zullen zich inspannen om door besparing de behoefte aan energie te beperken. Samenwerking met en het aansluiten op initiatieven van de gebruikers van de energie is daarbij noodzakelijk.
De regio legt wat energiebesparing betreft het accent op de gebouwde omgeving, waarbij er een sterke relatie ligt met de warmtetransitie en de duurzame opwek van energie in en op gebouwen (zoals zon op daken). Uiteindelijk zijn het de gebruikers van energie, die de besparing daadwerkelijk moeten realiseren. In de definitieve RES zal op basis van gemeentelijke plannen de besparingsopgave verder worden gespecificeerd en zal verder verkend worden welke instrumenten en middelen er nodig zijn om de opgave te realiseren.
’’
Wij zien voor onze gemeenten een belangrijke rol bij het enthousiasmeren en ondersteunen van woningeigenaren voor energiebesparing. Landschap Alblasserwaard, bron: IMOSS
6. ENERGIE BESPAREN
51
7. Zoekgebieden voor
opwekken van elekt
Windturbines Giessenburg
triciteit
We willen een energie-infrastructuur die in de toekomst betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk blijft voor iedereen. En gerealiseerd wordt op locaties die het meest logisch zijn. We laten zien op welke plekken in de regio we het bod dat we doen in deze RES zouden kunnen realiseren.
7. ZOEKGEBIEDEN VOOR OPWEKKEN VAN ELEKTRICITEIT
53
7. Zoekgebieden voor opwekken van elektriciteit 7.1 Waar past wind- en zonne-energie in de regio? Energieopwek en transport op en aan de vervoersstromen in een zone rondom de A15, de Betuwelijn, de MerwedeLingeLijn en de Merwede is in onze regio de meest logische plek aangevuld met enkele locaties langs de A27. Langs de twee grote snelwegen in de regio hebben we een grotendeels verstedelijkt gebied met bedrijventerreinen, havens, recreatiegebieden en woongebieden. De bedrijventerreinen in deze zone spelen een belangrijke rol bij de energietransitie. De elektriciteit-verdeelstations Alblasserdam en Arkel spelen een ordenende rol. Op de bijgaande kaart zijn de globale zoekgebieden aangegeven voor grootschalige elektriciteitsopwekking en de regionale warmtebronnen in de RES-regio Alblasserwaard. Uit de studies die we hebben gedaan, komt een aantal gebieden naar voren die qua ruimtelijke inpassing, draagvlak en netwerk kansen bieden voor (grootschalige) opwekking van elektriciteit. Passend bij ons bod, kijken we naar mogelijkheden op de volgende locaties:
>
>
>
>
54
A15 zone Giessenburg, windpark Giessenwind, upgraden van huidige 3 turbines en eventueel uitbreiden met 2 windturbines en zonnepanelen A15 rondom bedrijventerrein Avelingen (zonnepanelen op daken en windturbines) (wordt nu onderzoek gedaan door de gemeente Gorinchem samen met het bedrijfsleven voor 7 tot 10 windturbines). Het zoekgebied Avelingen is onderdeel van een landelijke pilot. Gorinchem-oost (langs A15) en bij de bedrijven van de Lingezone: zonnepanelen op dak en windturbines (wordt nu onderzoek gedaan door de gemeente Gorinchem samen het bedrijfsleven voor 2 tot 7 windturbines) Polder Oud Alblas bij Papendrecht, direct langs de A15 (zonnepanelen en windturbines)
Concept RES Alblasserwaard
> > > > > > >
A27 zone nabij Groote Haar en de omgeving van Arkel (er komen zonnepanelen en 2 windturbines van 3,6 Mw) Bebouwd gebied van Gorinchem (zonnepanelen op dak) Dorpskernen en -linten (zonnepanelen op daken en kleinschalige zonneweides) Veen-ontginningslinten (zon op daken en erven, dorpszonneweides) Dijklinten (Lek, Merwede) (zon op daken en erven, dorpszonneweides) Ruilverkavelingslinten (zon op daken en erven, zon en kleinschalige windmolens) Rioolwaterzuiveringen bij Schelluinen, Groot Ammers, Gorinchem-west (zonnepanelen en windturbines)
Schematische kaart potentiële zoekgebieden Voorlopig zoekgebied voor opwek van windenergie en grootschalige zonneenergie
Potentie geothermie
Indicatie kleinschalige zonneweides bij de kernen
Potentie restwarmte
Zonnepanelen op daken van woningen en publieke voorzieningen
Potentie aquathermie
Zonnepanelen op daken van bedrijven
Gebiedsgrens RES Alblasserwaard
Energieleverende agrarische bedrijven
Snelwegen
7. ZOEKGEBIEDEN VOOR OPWEKKEN VAN ELEKTRICITEIT
55
Belangrijk om te noemen is dat ter hoogte van de Giessen ruimte open blijft als ‘landschappelijk venster’ en trekvogelroute van en naar de Biesbosch. Het iconische panorama van de A15 aan de rivier blijft een open vizier (geen windturbines). De bestaande locatie met 3 windturbines bij Giessenburg kan worden opgewaardeerd tot een iconisch energiepark met opwekking van zonne-energie en windenergie. In alle genoemde zoekgebieden samen kan naar schatting circa 630 tot 1.150 terajoule elektriciteit worden opgewekt. Dit is een ambitieuze, maar realistische invulling om richting 2030 op koers te zijn voor de uiteindelijke ambitie in 2050 om energieneutraal te zijn. Het totale elektriciteitsgebruik was in 2017 1.448 TJ en is in 2030 geschat op 1.986 TJ.
7.2 Netimpact Onze elektriciteits-, warmte- en gasnetten gaan door de energietransitie ingrijpend veranderen. Zo moet het elektriciteitsnet in hoog tempo fors uitgebreid worden en moeten er aanpassingen gemaakt worden in het gasnet. Niet alles is tegelijkertijd mogelijk. Er moeten keuzes worden gemaakt. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen samen, met partners, efficiënt en slim ontwerpen, waarbij we rekening houden met kosten, andere ruimteclaims en de beperkte tijd tot 2030. Netbeheerder Stedin is daarom vanaf het begin in de RES betrokken. De door Stedin verschafte inzichten in beschikbare capaciteit op regionaal niveau en uitleg over infrastructuur zijn meegewogen in de keuzes die we hebben gemaakt in de RES Alblasserwaard. In deze fase is het alleen mogelijk voor Stedin geweest om het beeld te schetsen voor de RES regio Alblasserwaard, er is nog geen gecombineerd beeld met eventuele ambities uit naastgelegen RES regio’s ten aanzien van capaciteitsclaims.
56
Concept RES Alblasserwaard
De netbeheerders hebben in samenspraak met PBL en NP RES een werkwijze ontwikkeld om de netimpact van de regionale plannen uit te werken. In dit werkproces wordt inzichtelijk wat de impact van regionale ontwikkelingen is op de elektriciteitsen gasinfrastructuur. Mogelijkheden voor energieopslag, flexibiliteit, netverzwaring en andere opties worden hierin meegenomen. De grootschalige opwek langs bestaande infrastructuur en rondom stations met capaciteit wordt door Stedin als haalbaar gezien. Er zijn daarbij nog mogelijkheden voor optimalisatie waarbij beter gebruik gemaakt wordt van de kansen die de huidige infrastructuur biedt. Bijvoorbeeld het kiezen voor clustering boven veel gespreide initiatieven, rekening houden met vraag & aanbod of cable pooling (aansluiten wind & zon op één kabel). Hierdoor kunnen de benodigde investeringen in uitbreiding van bestaande stations en nieuwe stations verminderd worden. Een meer uitgebreide onderbouwing is terug te lezen in de netimpactanalyse van Stedin in de bijlage.
’’
We laten zien op welke plekken in de regio we hernieuwbare energieprojecten kunnen realiseren.
A27 bij Gorinchem
7. ZOEKGEBIEDEN VOOR OPWEKKEN VAN ELEKTRICITEIT
57
8. Warmte
Binnenstad Gorinchem
Gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte vast. Voor de RES geven we aan wat de warmtevraag nu is en op welke manier we die in Gorinchem en Molenlanden zouden kunnen gaan invullen. De oplossingen die voor de hand liggen verschillen voor de twee gemeenten, vooral vanwege het verschillende ruimtelijke karakter van de gemeenten en de beschikbare bronnen. Voor Gorinchem zijn er mogelijkheden voor warmtenetten. Intentie is om lokaal warmtenetten te ontwikkelen en mogelijk na 2030 aansluiting zoeken bij andere warmtenetten waarbij Drechtsteden kansrijk is.Voor Molenlanden liggen individuele oplossingen per woning / gebouw voor de hand en collectieve oplossingen per dorp. Er is in het programma RES geen nationale kwantitatieve doelstelling meegegeven voor warmte. Het Klimaatakkoord gaat uit dat in 2030 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij is. Voor warmte is in deze regio daarom genomen 20% van de warmtevraag in 2030 van het gebruik door woningen en kantoren. Die warmtevraag in 2030 is in de Bouwstenenrapportage ingeschat op circa 2.041 TJ. De opgave van hernieuwbare warmte is dus 20% van 2.041 TJ = 408 TJ hernieuwbare warmte.
8. WARMTE
59
8. Warmte 8.1 Warmtevraag nu Bijna de helft van de energievraag in de regio bestaat uit een aardgasvraag. Daarvan is 51% voor de verwarming van huizen en bedrijven en warm tapwater. 49% is de warmtevraag voor de industrie. Hiermee ligt kwantitatief de grootste opgave op het gebied van de energietransitie ook bij de transitie in warmtevoorziening. Oplossingen voor het warmtevraagstuk spelen zich grotendeels ‘achter de voordeur’ af. Veel hangt af van initiatieven van private partijen (ontwikkeling van bronnen en netten) gemeenten, en particuliere huisbezitters (isolatie, aanpassingen in installaties). Daar staat tegenover dat de ruimtelijke impact van de warmtetransitie veelal beperkter is dan die van de elektriciteitsopgave. Het leidt bovengronds tot relatief kleine ingrepen in de openbare ruimte en zal zich voor een groot deel buiten het zicht afspelen. Het is wel zo dat warmteoplossingen met elektriciteit zoals warmtepompen gevoed moeten worden met hernieuwbare elektriciteit. Dat brengt een ruimtebeslag mee van de windturbines en zonnepanelen en mogelijk van netwerkuitbreidingen. Ondergronds kan de warmtetransitie wel veel impact hebben en daarom is het nodig om hier de nodig aandacht aan te besteden.
8.2 Afbakening op basis van energieinfrastructuren Er zijn verschillende manieren om warmtebronnen af te bakenen. Wij hebben gekozen voor een afbakening op basis van energie-infrastructuren. Deze benadering garandeert dat de bronnen worden bezien in een totaalconcept van bron, infrastructuur (inclusief opslag) en gebouw.
60
Concept RES Alblasserwaard
Daarmee is het eenvoudiger om een theoretische, maximale potentie van een warmtebron te vertalen naar een daadwerkelijk bruikbare potentie. Er zijn drie energie-infrastructuren om woningen en gebouwen te kunnen verwarmen: All Electric: Een (verzwaard) elektriciteitsnet tot en met de gebouwen en de woningen, met een individuele installatie voor de opwek van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater in de woning. Warmtenet: Een collectieve warmtevoorziening met (lokaal) warmtenet en een afleverset in de woning. De installatie voor de opwek van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater staat in het gebouw, de wijk of het gebied. Gasnet: De woningen en gebouwen krijgen een gasaansluiting. Het gas dat wordt geleverd is geen aardgas, dit wordt groen gas (bio gas en waterstof). In de woning komt een individuele installatie voor de opwek van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater in de woning in de vorm van een HR ketel eventueel aangevuld met een hybride warmtepomp met als bron binnenlucht of buitenlucht.
8.3 Warmte aanbod nu en in de toekomst Huidige warmtebronnen in de regio zijn aardgas en hernieuwbare warmte in de vorm van opgeslagen bodemwarmte (WKO) en hout stook (houtkachels). Daarvan werd in 2016 in totaal 137 TJ gebruikt uit hernieuwbare bronnen: 68 TJ hernieuwbare (rest) warmte en 69 TJ hernieuwbare brandstoffen zoals biofuels.
Toekomstige potentiële en mogelijk beschikbare warmtebronnen zijn voor 2030:
> > > > > > > > > >
Restwarmte Zonthermie Aquathermie Themische energie uit asfalt Geothermie Elektriciteit / warmtepomp Waterstof Hernieuwbaar gas / groen gas Biomassa Aardgas / biogas
8.4 Warmtevraag 2030 De totale warmtevraag van de regio op basis van de cijfers van 2017 (Klimaatmonitor) bedraagt 3.566 TJ (gasgebruik en hernieuwbare warmte). Daarvan wordt 38% gebruikt door woningen, 13% door gebouwen (utiliteit) en kantoren, voor commerciële dienstverlening samen en circa 49% door de industrie. In totaal werd in 2017 71 TJ warmte geput uit hernieuwbare bronnen4. Er is ook een groeiende koelvraag in Nederland. Voor de regio zal dit het komende jaar in kaart gebracht worden. De warmtevraag in 2030 wordt geschat op circa 2.672 TJ, waarvan circa 631 TJ door de industrie (huidige warmtevraag verminderd met een 20% besparing, conform de besparingsdoelstelling van de regio). Nieuwbouw telt niet mee. Deze woningen worden meteen energieneutraal gebouwd.
4
Op basis van onder andere bebouwingsdichtheid en bouwjaar valt een analyse te maken van het soort warmtevraag in 2050. Vooral voor oudere woningen zal een warmtevraag naar hoge temperatuur warmte bestaan. Woningen met goede isolatie kunnen volstaan met lage temperatuur warmte of elektriciteit. Gebieden waarbij de warmtevraag geconcentreerd is (zoals in Gorinchem), zijn kansrijk voor collectieve oplossingen (warmtenetten). Enkele delen van de regio zijn geschikt voor een collectief lokaal warmtenet (midden temperatuur of hoge temperatuur). Ca. 70+ graden is hoge temperatuur. Ca. 35-65 graden is midden temperatuur. Ca. 30 graden is lage temperatuur. Het gaat om de compact gebouwde delen van met name Gorinchem, waar de warmtevraag geconcentreerd is. In de bedrijvenclusters (noord, oost en Avelingen), Gildenwijk en Haarwijk liggen kansen voor een collectieve warmtenet. Op termijn (na 2030) is het denkbaar dat lokale warmtenetten worden gekoppeld tot een regionaal of bovenregionaal warmtenet (Gorinchem Drechtsteden – Rotterdam). Waar dit niet het geval is, dan is het logisch te kijken naar individuele oplossingen met behulp van warmtepompen of duurzaam gas. De werkelijke detaillering van de vraag wordt pas vanaf eind 2021 duidelijk als de Transitievisies Warmte van de gemeenten in de regio bij elkaar worden opgeteld.
Op basis van Klimaatmonitor
8. WARMTE
61
8.5 Brongebruik en regionale infrastructuur Aquathermie is een kansrijke mogelijkheid in deze regio. Zowel thermische energie uit afvalwater als uit oppervlaktewater. Ook zal elektriciteit veel worden benut voor de huishoudens, met slimme combinaties (maatwerk) van (lichte) isolatie en de aanleg van PV en warmtecollectoren, een wko-installatie of warmtevat. Met een WKO is ook koeling mogelijk. Regionale bronnen zijn de geothermische bron bij Wijngaarden. Tot 2030 lijkt benutting van deze bron niet mogelijk in de Alblasserwaard. Pas na aanleg van een HT warmtenetleiding zou dit misschien wel kunnen, dit vraagt nader onderzoek. Regionale afstemming met het waterschap vindt plaats over aquathermie en de warmte vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie in oppervlaktewater in de polders en de grote rivieren. Warmtewinning uit oppervlaktewater is rendabel bij een zo hoog mogelijke oppervlaktewatertemperatuur. De jaargetijden maar ook het onttrekken van warmte door meerdere partijen kan invloed hebben op het rendement. Goede afstemming met het bovenstroomse deel (Vijfheerenlanden, WestBetuwe) heeft daar mogelijk invloed op en dient bovenregionaal te worden afgestemd met het waterschap Rivierenland. Ondiepe geothermie in gemeente Gorinchem wordt in overleg met HVC onderzocht en indien kansrijk op termijn mogelijk geëxploiteerd.
Voor Molenlanden liggen, zoals ook eerder genoemd, meer kansen in individuele oplossingen voor huizen en de ambitie om te onderzoeken welke collectieve oplossingen per dorp zijn te realiseren.
62
Concept RES Alblasserwaard
De RES-regio Alblasserwaard pleit ervoor om de reservering voor een bovenregionaal (HT) warmtetransportsysteem en een waterstoftransportsysteem tijdig te verkennen en indien mogelijk te reserveren en te plannen.
8.6 Samenwerken aan de warmtetransitie In 2020 gaan we aan de slag in de Gildenwijk in Gorinchem. De woningcorporatie Poort 6 vormt samen met HVC de startmotor voor de beide wijken. We bereiden deze wijk voor op aardgasvrij. De ervaring die we opdoen in deze week nemen we mee bij verdere vervolgstappen. Voor de aanleg van het warmtenet is een proeftuin subsidie aangevraagd vanuit het programma aardgasvrije wijken. Planning Met de Transitievisie Warmte creëert de gemeente op basis van data zich op voorkeurswijken om voor 2030 aan de slag te gaan, de bijbehorende kansrijke/reële strategieën en de bijbehorende (nationale) kosten. Bij de verdieping dienen de volgende items te worden besproken: > Planning voor de diverse wijken > Beschikbaarheid bronnen > Ingebruikname warmtenet Groote Haar > Grensoverschrijdende verbindingen met Molenlanden en andere RES-en > Benodigde investeringen, infrastructuur, bronnen, afnemers e.d. Dit alles zal via de meetlat van de handreiking gelegd dienen te worden, om te komen tot de warmtetransitie visie.
‘‘
Voor Gorinchem zijn er mogelijkheden voor warmtenetten. Voor Molenlanden liggen individuele oplossingen per woning/ gebouw voor de hand en collectieve oplossingen per dorp
’’
Industrie Alblasserwaard
8. WARMTE
63
Binnenstad Gorinchem
Kansen en knelpunten > Overschakelen op aardgasvrij is uitgangspunt: daar waar het kan direct over op alternatieve warmtevoorziening. Dit geldt met name voor woningen/gebouwen deel uitmakend van warmtenet Gildenwijk, corporatiebezit in Gorinchem. De komende jaren werken we de Transitievisie nader uit. > Betaalbaarheid is uitgangspunt. Bij particuliere woningeigenaren en VvE’s is woonlastenneutraliteit uitgangspunt. Over financieringsconstructies wordt in het kader van het Klimaatakkoord nog nagedacht.
64
Concept RES Alblasserwaard
>
Dit betekent voor de korte termijn inzet op ‘laaghangend fruit’: eigenaren die willen en de financiering zelf kunnen regelen, al dan niet gebruikmakend van een (lokale) duurzaamheidslening, subsidies etc. Moet zijn: Een zogenaamde verordening voor duurzaamheidsleningen geldt al in Molenlanden en in 2020 zal die worden onderzocht in Gorinchem. Uitvoering wordt zoveel mogelijk op wijkof dorpsniveau georganiseerd samen met bewoners, bedrijven etc. Een ‘wijk’ kan in dit geval ook een gebied, buurt etc. zijn.
>
>
Bij de wijkaanpak worden waar mogelijk andere opgaven, zowel sociaal (armoede; eenzaamheid; werkloosheid) als fysiek (klimaatadaptie) betrokken. We leren van de wijkaanpak in de Gildenwijk.
8. WARMTE
65
9. Innovatie
Collage innovatie in de Alblasserwaard
Voor het doelbereik van 2030 wordt gerekend met bewezen technieken van wind en zon. Energieopwekking middels wind en zon is voor de korte termijn het meest kansrijk en op dit moment het meest efficiënt. Innovatieve technieken zoals een waterkrachtcentrale of Thoriumkernenergie worden daarom in de Concept RES bij de berekening van het regionale bod voor 2030 niet meegenomen. De kennis hierover en de praktijk is nog onvoldoende ontwikkeld. Dit betekent niet dat innovaties geen plek hebben in deze Concept RES. We omarmen en stimuleren nieuwe technieken en vernieuwende initiatieven. Ze zijn noodzakelijk voor de toekomst. Voor de berekeningen na 2030 kan er zeker gekeken worden naar innovaties en nieuwe technieken.
9. INNOVATIE
67
9. Innovatie We zien dat er nu hard wordt gewerkt aan innovaties en er komen wellicht nog oplossingen waar we nu geen weet van hebben. Dat volgen we op de voet. Veelbelovend voor de toekomst zijn in ieder geval:
9.1 Waterstof Waterstof is een energiedrager en kan dienen als opslagmiddel. Waterstofproductie is een kans om pieken in elektriciteitsopwekking op te slaan. Het gebruik ervan neemt toe en Alblasserwaard wil deze innovatieve techniek graag benutten. We realiseren als het kan in de periode tot 2030 tenminste één windturbine met een electrolyzer, speciaal voor permanente waterstofproductie. Waterstof zal vooral voor industrie en verkeer worden gebruikt. Tot 2030 is waterstof volgens de netbeheerders en andere onderzoekers niet of heel beperkt bruikbaar in het particuliere gasnet.
’’
We omarmen en stimuleren nieuwe technieken en vernieuwende initiatieven. Ze zijn noodzakelijk voor de toekomst.
68
Concept RES Alblasserwaard
Tevens worden de mogelijkheden onderzocht voor bijmenging in de industrie om het gasverbruik te verminderen. Ook heeft de gemeenteraad van Gorinchem in 2019 het college opgeroepen om een waterstoftankstation te realiseren. De motie verwijst naar het gemeentelijke Beleidsplan Duurzaamheid 2017-2021 en de regionale energiestrategie Alblasserwaard. Inmiddels is de bouw van een waterstoftankstation als onderdeel van het thema duurzame mobiliteit verwerkt in deze Concept RES Alblasserwaard, die in juni aan het Rijk wordt aangeboden.
9.2 Geothermie en aquathermie Geothermie is een interessante energiebron die nog in de kinderschoenen staat. De regio heeft diverse potentiële bronnen, bij Gorinchem en in het westen van Molenlanden, bij Wijngaarden. Aquathermie, warmte uit afval- en oppervlaktewater (TEA/TEO), met name thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) zijn een goede kans. De succesvolle pilot in de Gorinchemse wijk Hoog Dalem krijgt een vervolg (TEO). In de Gildenwijk is TEA en TEO kansrijk, de kennis hierover draagt de regio actief uit.
H2 productie
Zie voor meer over geothermie en aquathermie de bijlage over de mogelijkheden voor warmte.
9.3 Groen gas Voor de vooroorlogse bouw in de Alblasserwaard is isoleren erg kostbaar of lastig vanwege monumentwaarde. Een optie is groen gas dat wordt gewonnen middels hogedrukvergisting uit rioolwater en groente-, fruit- en etensresten. Door toevoeging van waterstof (uit overtollig op gewekte stroom met zonnepanelen of windenergie) in een hogedrukvergister kan CO2 worden omgezet naar een mengsel wat bruikbaar is als warmtebron. Het grote voordeel hiervan: je kunt het bestaande aardgasnet blijven gebruiken mits aangepast.
9.4 Waterkracht Waterkracht heeft naar verwachting een beperkte opbrengst door de trage stroomsnelheid van de rivieren in de regio. Energieopwekking uit de stroming kan echter een sterke bijdrage leveren aan de bewustwording van de noodzaak om op andere manieren energie op te wekken.
9.5 Thorium/kernenergie Thorium is op langere termijn mogelijk een kansrijke innovatie, maar tot 2030 nog geen reële optie. Om het nucleaire afval te beperken zijn er nieuwe vormen van kerncentrales in ontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is thorium (gesmolten zout). Dit heeft onder andere als voordeel dat er minder kernafval dan bij huidige kernreactoren wordt geproduceerd en dat het enkele honderden in plaats van duizenden jaren radioactief blijft. Commerciële toepassing lijkt echter nog erg ver weg en wordt op z’n vroegst geschat op 20452050. Het is dus niet realistisch aan te nemen dat thorium aan de klimaatdoelen voor 2030 kan bijdragen en we zullen waarschijnlijk nog minimaal tien jaar moeten wachten voordat we kunnen inschatten of thoriumcentrales in 2050 een rol kunnen spelen. De in de media genoemde minikerncentrale valt onder het landelijke wet op de kernenergie en is minder klein dan de naam doet vermoeden (denk aan de omvang van Borssele).
Molens parallel aan weg
zon in+ gekoppeld aan infrabundel Collage innovatie - scenario Energiecorridor A15
9. INNOVATIE
69
10. Van concept Res n res 1.0 en 2.0
Kinderdijk, bron: IMOSS
naar Er zijn kansen genoeg om voortvarend aan de slag te gaan en te blijven met de volgende stappen in de energietransitie in de Alblasserwaard. Het werk aan lopende projecten zetten wij met veel enthousiasme voort. In dit hoofdstuk nemen we u mee in de planning die er ligt om van de conceptRES naar RES 1.0 te komen. De stappen die we willen zetten en hoe we de participatie vormgeven richting RES 1.0.
10. VAN CONCEPT RES NAAR RES 1.0 EN 2.0
71
10. Van concept RES naar RES 1.0 en 2.0 10.1 Planning, besluitvorming en borging De Concept RES wordt na 1 juni 2020 besproken met het Nationaal Programma RES (NPRES) en voor doorrekening voorgelegd aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dan moet blijken of de som van de 30 concept-RES’en samen optelt tot de landelijke doelstelling van tenminste 35 TWh grootschalige productie van duurzame elektriciteit. Eventuele aanpassingen worden verwerkt in de definitieve RES 1.0. Daar nemen de overheden dan een besluit over voor 1 juli 2021. De RES’en worden elke twee jaar geactualiseerd; RES 2.0 wordt in maart 2023 verwacht. Om de plannen vóór 2030 te realiseren, is het streven dat de zoekgebieden voor grootschalige opwek van duurzame energie in 2022 worden verankerd in het omgevingsbeleid van gemeenten.
Tijdlijn RES, bron: Nationaal programma RES
72
Concept RES Alblasserwaard
Gemeenten en provincie spannen zich in om de vergunningen voor wind- en zon-projecten voor 2025 te verlenen. Deze planning sluit aan bij de afspraken in het Klimaatakkoord. Onze concept-RES bieden we in juni aan het Rijk aan. De concept-RES geeft een basis en kader voor verdere uitwerking. Het gaat om technische, ruimtelijke en financiële uitwerkingen, voor zowel elektriciteit, warmte, infrastructuur als participatie. Het vervolg van onze samenwerking aan de uitvoering van de regionale energiestrategie vraagt ook om verdere afspraken. De resultaten leggen we vast in de definitieve RES 1.0 en in een regionale uitvoeringsagenda. In de tussentijd blijven we met elkaar aan de slag met projecten en initiatieven vanuit de samenleving. De definitieve RES wordt halverwege 2021 voor besluitvorming voorgelegd aan de overheden.
10.2 Participatie, financieel en proces Acceptatie van de energietransitie draait in de kern om nabijheid, eerlijkheid, transparantie en duidelijkheid. Veranderingen zijn voor veel mensen lastig. En een ingrijpende verandering van je leefomgeving is dat zeker. Om maar een cliché te gebruiken: ‘je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt’. Dat geldt voor de veranderingen in onze energievoorziening ook. En tegelijkertijd wonen, werken en leven we in Nederland al honderden jaren in een energiek landschap. We staan voor de uitdaging om de transitie waar we nu voor staan met elkaar vorm te geven. In de Alblasserwaard streven we naar een RES waarbij de lusten en de lasten eerlijk worden verdeeld, waarbij de maatschappelijke kosten en baten in verhouding met elkaar zijn en waarbij geld voor rendabele investeringen voor duurzame energie beschikbaar is voor iedereen.
De energietransitie slaagt alleen als er een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem komt voor alle inwoners. Een transitie die met realistische doelen begint bij ieders eigen huis, dorp of stad en het eigen buitengebied. Dat betekent dat we zowel de financiële participatie als de procesparticipatie erg belangrijk vinden. Denklijnen financiële participatie Het streven naar 50% lokaal eigendom geeft mogelijkheden om de ambitie dat iedereen mee kan doen aan de energietransitie concreet te maken. Op dit moment is er nog geen uitgewerkt scenario voor financiële participatie. Dat hangt samen met de inhoudelijke keuzes die we maken, wensen van inwoners en stakeholders en hoe we eventueel opgaven kunnen combineren.
10. VAN CONCEPT RES NAAR RES 1.0 EN 2.0
73
In de RES 1.0 willen we daar meer richting aan geven, dat doen we op basis van het model uit de participatiewaaier5 zoals die voor het Klimaatakkoord is opgesteld. Denklijn procesparticipatie We hechten veel waarde aan een energietransitie voor iedereen. Dat betekent onder andere dat we streven naar een brede acceptatie van de energiestrategie in juli 2021. Daarom blijven we inwoners, bedrijven en andere stakeholders betrekken, ook bij de uitwerking van de RES 1.0 en de actualisatie in 2023. Dat doen we door bijeenkomsten te organiseren voor inwoners en stakeholders, inwoners en andere betrokkenen uitgebreid te informeren en op het moment dat zoekgebieden concreet worden, betrekken we actief direct betrokkenen. De komende weken wordt hier een plan voor opgesteld om alle betrokkenen mee te nemen in de keuzes die voorliggen, de gelegenheid geven om daarop te reageren en te reflecteren en tot slot om tot zorgvuldig afgewogen keuzes te komen.
https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier
5
Procesparticipatie in het project
Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen certificaten of obligaties
Mede-eigenaarschap
Financiële deelneming
Denklijnen financiële participatie
Concept RES Alblasserwaard
Vanuit deze concept RES zien we de volgende acties en stappen om tot een RES 1.0 te komen: Acties en onderzoek Elektriciteit We starten een landschappelijke verdieping met het oog op de opgave voor 2050 en de relatie met andere ruimtelijke opgaven (t.b.v. RES 1.0). > We maken afspraken over instrumenten om kleinschalige opwekking van energie en grootschalig zon op dak te stimuleren. > We werken aan inzicht in de (regionale en lokale) financiële gevolgen en een aanpak voor financiële participatie verder uit. > We werken samen met de netbeheerder de impact op het elektriciteitsnetwerk uit, inclusief een kostenanalyse. > We maken afspraken over de programmering van grote projecten, in relatie tot beschikbare netcapaciteit en investeringen in het net. > We stimuleren bedrijven voor de realisatie van zon op (bedrijfs)daken. > We stemmen kansen en impact van duurzame opwek af met omliggende regio’s. > Gemeenten starten de procesparticipatie rond de zoekgebieden voor wind.
>
De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassing en/of over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving.
Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of coöperatie.
74
10.3 Actieagenda richting RES 1.0
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging
Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
Acties en onderzoek Warmte We ontwikkelen een bronnenstrategie. De definitieve bronnenstrategie zal een plek krijgen in de RES 1.0 (in 2021). > We werken een ‘lokale netten’-strategie uit. Daarin bepalen we of en hoe we lokale netten het beste verder kunnen ontwikkelen en met welke regionale bijdrage.
>
Uitwerking Kosten en financiering De uitvoering van de voorstellen in de RES brengt kosten met zich mee. De belangrijkste zijn de kosten voor de realisatie van de elektriciteits- en warmteprojecten zelf. Bij elektriciteitsprojecten worden deze kosten deels gedragen door de initiatiefnemers, en ondersteund door subsidies. De kosten voor warmteprojecten zijn nu nog onduidelijk. Deze hangen ook samen met keuzes in de Transitievisies Warmte. De MKBA zal verder inzicht geven in de warmtekosten. De uitvoering brengt daarnaast ook plankosten, personeelskosten bij overheden, bestuurskosten en kosten voor communicatie en participatie met zich mee. In de aanloop naar de RES 1.0 brengen we de verschillende kosten – voor zover mogelijk– in beeld. Aansluitend bij de RES 1.0 willen we met het Rijk verdere afspraken maken over de dekking van deze kosten, conform de VNG-motie. Uitwerking Regionale samenwerking Deze regionale energiestrategie is ontwikkeld in een tijdelijke samenwerking tussen gemeenten, waterschap en provincie. We gaan de verdere samenwerking voor de komende periode uitwerken en besteden dan o.a. aandacht aan het delen van kennis en ervaring tussen gemeenten onderling en met stakeholders, het gebruik van regels en instrumenten -o.a.
vanwege een gelijk speelveld voor inwoners en bedrijven in de regio-, de mogelijke bijdrage van onderwijs en de behoefte aan arbeidskrachten in de energietransitie, en de verdere regionale organisatie voor de uitvoering van de energiestrategie -met aandacht voor de ambtelijk-bestuurlijke en publiekprivate samenwerking.
Bovenregionale afstemming Er zijn gedurende de totstandkoming van deze Concept RES verkennende en informerende gesprekken geweest, op provinciaal niveau maar ook met de buurregio’s in de andere provincies. Echter, gelet op het korte tijdspad en bestuurlijke gevoeligheden (regionale & provinciale) van bepaalde oplossingsrichtingen is het nog niet mogelijk geweest om tot een goede bovenregionale afstemming te komen ten aanzien van gedeelde besluiten of voorkeursrichtingen. Dit kan zijn weerslag hebben op infrastructurele impact of behoefte, aangezien omliggende regio’s een beslag kunnen doen op beschikbare capaciteit (ruimte en net) in de Alblasserwaard en vice versa. Deze afstemming zal na de zomer wel nadrukkelijk plaatsvinden, waarmee ook bovenregionale energiesysteemvraagstukken in beeld kunnen worden gebracht. Waarbij we naast de contacten met andere regio’s over wat er kan, we ook nadrukkelijk contact zoeken met de Groene Hart regio’s. Het Groene Hart neemt in onze regio, maar ook omliggende regio’s een uitzonderlijke positie in. Het is een internationaal uniek gebied, bestaande uit een veelheid van landschappen met bijzondere kwaliteiten. De aanwezigheid van groene ruimte in het Groene Hart, als contramal van de stedenring, is belangrijk voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat in het gehele gebied van de Randstad.
Zowel in provinciaal als Rijksbeleid, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), wordt het belang van dit gebied benadrukt. Het Groene Hart strekt zich uit over twee landsdelen, drie provincies en zeven RES-regio’s. De Energietransitie in het Groene Hart vraagt daarom een zorgvuldige afweging die kwaliteit voorop stelt en samenhangende uitvoering moet bevorderen. Als RES-regio hebben we een verantwoordelijkheid om keuzes die regiooverstijgende effecten kunnen hebben, af te stemmen met omliggende RES-regio’s.
10. VAN CONCEPT RES NAAR RES 1.0 EN 2.0
75
’’
In de Alblasserwaard streven we naar een RES waarbij de lusten en de lasten eerlijk worden verdeeld, waarbij de maatschappelijke kosten en baten in verhouding met elkaar zijn en waarbij geld voor rendabele investeringen voor duurzame energie beschikbaar is voor iedereen. Landschap Alblasserwaard
76
Concept RES Alblasserwaard
Deze afstemming is gericht op een goede kwaliteit van de leefomgeving en het voorkomen van afwenteling. Met de regio’s die (deels) in het Groene Hart liggen wordt daarom in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en coördinatiebureau Groene Hart gewerkt aan gedeelde uitgangspunten voor hernieuwbare energieopwekking (primair zonneenergie en windenergie) in het gehele Groene Hart. Deze uitgangspunten worden meegenomen in de ontwerpstudie die op dit moment vanuit coördinatiebureau Groene Hart wordt gemaakt. De resultaten gebruiken wij bij de nadere invulling van onze zoekgebieden. Deze gebieden krijgen hun beslag in de vervolg RES (1.0. en verder) en in het omgevingsbeleid.
Om te kunnen investeren wordt een zekere mate van concreetheid en zekerheid verwacht ten aanzien van wat, waar en wanneer beoogd is. Hierbij geldt de uitdaging, gelet op de omvang van de energietransitie, dat er voldoende middelen (financiering, uitvoeringskracht, materialen) nodig zijn in algemene zin om regionale c.q. landelijke doelstellingen te realiseren. Ook het belang van het nastreven van vraag & aanbod, clustering, een evenwichtige balans tussen technieken, concrete zoekgebieden of initiatieven en een gefaseerde programmering zijn zinvol. Meer regie op de energietransitie, zowel landelijk als regionaal, is een belangrijke voorwaarde om dit te realiseren.
Indicatie van businesscase energiesysteem Gedurende het opstellen van de Concept RES is participatief gewerkt. Er zijn diverse workshops, bijeenkomsten en overleggen geweest waarbij stakeholders, waaronder het bedrijfsleven, hebben meegedacht ten aanzien van projecten, ambities en vervolgstappen. Deze zijn gewogen en zo goed mogelijk verwerkt. Hierin zitten een aantal concrete initiatieven van bedrijven die gerealiseerd zijn of zullen worden de komende jaren. Denk aan grotere zon-op-dak initiatieven of het in bedrijf nemen van duurzame voertuigen. In de eerste twee scenario’s is goed rekening gehouden met de aanwezigheid van bestaande infrastructuur, waarmee de haalbaarheid van businesscases voor energieprojecten wordt vergroot. Het derde energiescenario houdt hier minder rekening mee. Investeringen benodigd voor energie-infrastructuur (elektriciteit & gas) worden gedaan door de verantwoordelijke netbeheerders. Investeringen worden via het gereguleerde tarievenstelsel op den duur terugverdiend.
10. VAN CONCEPT RES NAAR RES 1.0 EN 2.0
77
Gebruikte bronnen
Landschap Alblasserwaard
Gemeente Gorinchem, beleidsplan Duurzaamheid 2017-2021 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/ publicaties/2019/11/18/participatiewaaier LA5HL Landschapsontwikkelingsplan Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, IMOSS 2019 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Klimaatmonitor Rijkswaterstaat, Rapport Energietransitie Gebouwde Omgeving 2017 PBL Startanalyse Aardgasvrije buurt, versie 0.8, d.d. 30 oktober 2019 (kan nog geraadpleegd worden voor potentie bronnen) Provincie Zuid-Holland, Gebiedsprofielen Ruimtelijke Kwaliteit Alblasserwaard, 2016 RES regio Alblasserwaard 2019, Bouwstenen voor de RES Alblasserwaard, BVR/E-Team in opdracht van de RES regio, Rotterdam 2019 RES regio Alblasserwaard 2020, Ruimtelijke Energiescenario’s 2030 Regionale Energiestrategie Alblasserwaard, BVR/E-Team in opdracht van de RES regio, Rotterdam 2020 RES regio Alblasserwaard, Energie-atlas en verslagen RES Alblasserwaard, bijlage bij Bouwstenen voor de RES Alblasserwaard, BVR/E-Team, juli 2019 Stedin, Netimpact Stedin-TenneT, maart 2020 Technopolis group, Kwalitatieve impact van het Energieakkoord op werkgelegenheid, Eindrapport, april 2016, Andreas Ligtvoet, Annemieke Pickles, Joost van Barneveld Topografische dienst, Topkaart kaart Nederland
79
Colofon Deze Concept RES is gemaakt in opdracht van de gemeente Gorinchem en gemeente Molenlanden met inbreng van: Provincie Zuid-Holland, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Stedin, woningcorporaties, Industriële Kring Gorinchem en bedrijven Molenlanden, HVC, Waterschap Rivierenland. 29 mei 2020 Alles uit deze rapportage mag worden gebruikt, mits de bron wordt vermeld. Aan deze rapportage kunnen geen rechten worden verbonden. Inhoud ruimte en energie, begeleiding atelierbijeenkomsten: BVR|E-Team Teksten: Bureau Emma, BVR en Aukje van Meeteren Layout & visualisaties: BVR Foto’s tenzij anders vermeld: Gemeente Gorinchem, Gemeente Molenlanden. Fotografen: Bertus den Toom, Kirsten Schouten en Saskia Goes Meer informatie: Mevr. K. Schouten, RES-coördinator Alblasserwaard Email: K.Schouten@gorinchem.nl