CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-719790 Bijlage 3a - Planregels en toelichting gemeente Gorinchem.pdf

Parallelsessie zaal 7 7 januari 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: B&A Bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem-Waardenburg35.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De dijk is in de loop der jaren meermaals versterkt en verlegd. Hierdoor is de dijk tussen de westkant van Herwijnen en Neerijnen bijzonder bochtig. Achter de dijk ligt een aantal wielen (onder andere bij Dalem en Vuren). Dit zijn overgebleven kolkgaten van dijkdoorbraken. Vanaf Haaften richting het westen zijn in het verleden achter de dijk kwelkades aangelegd om het kwelwater dat onder de dijk doorkwam tegen te houden (door middel van tegendruk). De kwelkades zijn door de laatste dijkversterking grotendeels verdwenen. Overige watergerelateerde objecten van historisch geografische waarden in het gebied betreffen kanalen (bijvoorbeeld de Oude Culemborgse haven), sluizen en de haven bij Tuil. Bijzondere elementen in de dijk zijn de drie overlaten ten oosten van Gorinchem. Deze functioneren sinds 1742 en dienen om overstromingswater uit te laten als het achterliggende gebied overstroomd is. Langs de dijk staan daarnaast diverse beeldbepalende en (gemeentelijk beschermde) monumentale bomen. Effect op beschermde (rijks)monumenten In het kader van de dijkversterking is voor 49 monumenten een analyse gedaan of er sprake is van een ingrijpende aanpassing van het monument en of derhalve een vergunningaanvraag nodig is om een wijziging aan te brengen aan het monument. Voor 11 monumenten is een vergunningaanvraag nodig.

Het effect op de monumenten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd staat hieronder kort omschreven. Terrein huis Nieuw Klingelenburg: Er zijn werkzaamheden nodig op het terrein van huis Nieuw Klingelenburg. De werkzaamheden vallen buiten het gebied waar het voormalige Huis Nieuw Klingelenburg gestaan heeft (nabij de restanten van de slotgracht). Om piping te voorkomen wordt het waterpeil in de slotgracht bij hoogwater kunstmatig hoog gehouden. Om dit te realiseren wordt mogelijk een stuwtje geplaatst in het smalle gedeelte van de slotgracht. Grenspaal Haaften-Tuil: De grenspaal wordt verwijderd voor aanvang van de werkzaamheden en na afronding van deze werkzaamheden op dezelfde locatie teruggeplaatst. Grenspaal Haaften-Hellouw: De grenspaal wordt verwijderd voor aanvang van de werkzaamheden en na afronding van deze werkzaamheden op dezelfde locatie ten opzichte van de dijk (in het verlengde van de Zeiving) teruggeplaatst.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

65

Boerderij Waalbandijk 115: De boerderij komt verder van de dijk af te liggen. Verwijderen van grond rondom de woning mag niet leiden tot schade aan het monument. Kasteelterrein Frissestein: Het kasteelterrein is een archeologisch rijksmonument. Het terrein wordt ontzien bij de dijkversterking. Wel wordt in de directe nabijheid een geul gegraven in de Herwijnense Bovenwaard. Hierdoor kan de grondwaterstand sneller gaan stijgen en dalen. Langs de oever wordt een oeverbescherming aangelegd. Voor deze ingreep is een monumentenvergunning aangevraagd. Peilhuisje: Er is onderzoek gedaan naar het behouden van het peilhuisje op de huidige locatie. Met behulp van een langsconstructie kan het peilhuisje - functioneel in werking - behouden blijven op de huidige locatie. Restant tankversperring: Restanten bevinden zich onder de kruin en in het buitentalud. Restanten worden naar verwachting niet aangetast door het aanbrengen van een langsconstructie in het binnentalud. Nog zichtbare restanten worden ingepast. Fort Vuren: Het effect van het ontwerp voor de dijkversterking op het aardwerk van het Fort bij Vuren (met name het glacis en de fortgracht) wordt neutraal beoordeeld.

Het realiseren van parkeerplaatsen aan de buitenzijde van de dijk, 1 meter lager dan de kruin heeft een gering negatief effect op de oorspronkelijke vorm van het fort (het glacis), maar het verlagen van de parkeerplaats heeft een positief effect op het schootsveld. Het totale effect wordt als neutraal beoordeeld. Herwijnense uitwateringssluis: De Herwijnense uitwateringssluis wordt dichtgezet met materiaal dat niet hecht aan het gemetselde gewelf (omkeerbare ingreep). Grenspaal Merwededijk: De grenspaal wordt verwijderd voor aanvang van de werkzaamheden en na afronding van deze werkzaamheden op dezelfde locatie ten opzichte van de dijk teruggeplaatst. Gorinchem Vesting: Om het aanzicht van de vesting zoveel mogelijk intact te houden wordt de dijk versterkt met behulp van een diepwand. Hierdoor blijft de slanke vorm van de dijk intact en daarmee het beeld van de vesting. Het ravelijn wordt weer zichtbaar gemaakt door de bosjes te verwijderen en de contouren opnieuw te profileren. Nieuwe Hollandse Waterlinie Gezien de grote cultuurhistorische waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (aanmelding bij UNESCO) is specifiek voor dit deel een Heritage Impact Assesment opgesteld. In deze HIA heeft een toetsing plaatsgevonden op het effect van de geplande ingrepen op de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Aan de westkant van het traject liggen in en bij de dijk enkele elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (aangelegd na 1815). De oorspronkelijk Middeleeuwse rivierdijk kreeg in de waterlinie de functie van liniedijk: aan de zuidkant konden inundaties gesteld worden. Omdat de hoger gelegen wijk ook een mogelijke toegang vormde, evenals de bevaarbare rivier, werd in 1844 fort Vuren gebouwd. Samen met kasteel Loevestein en de vesting Woudrichem aan de zuidkant van de rivier konden zo de rivier en de dijken afgegrendeld worden. Fort Vuren verdedigde ook de voor- en achterliggende inundatiesluizen. De plek waar het dijktracé de Nieuwe Hollandse Waterlinie kruist is zeer markant. Hier bevinden zich de vestigingswerken van Fort Vuren, Slot Loevestein, Woudrichem met bijbehorende schootsvelden, de achterliggende inundatievlakte en sluis. Het ontwerp heeft effect op het aanzicht van de dijk als landschappelijk element. Het heeft echter op de uitgestrekte en vaak meer abstracte attributen van het hoofdkenmerk Strategisch Landschap en (deels)

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

66

Watermanagementsysteem maar een zeer gering effect op de oorspronkelijke vorm en intactheid en geen effect op de (afleesbaarheid van de) functie. Daarnaast blijven de onderdelen compleet, omdat uitgangspunt in het ontwerp is dat er geen cultuurhistorische objecten verdwijnen. Alleen ten oosten van het Fort Vuren, daar waar de kom doorloopt tot aan de dijk, verandert de gradiënt rivier – oeverwal/dijk – kom. Hierdoor is op deze locatie de relatie van het Strategisch Landschap met het onderliggende landschap en het Watermanagementsysteem niet meer zo goed afleesbaar. Omdat dit gebied grenst aan een essentieel onderdeel van de linie in het projectgebied, het gebied rond het Fort Vuren, wordt er voor gezorgd dat overgang naar dit gebied subtiel is en de relatie van het fort met de dijk als komkering/komkeerkade langs een open inundatiekom beleefbaar wordt gemaakt. Bouwkundige ensembles en elementen Doordat op circa tweederde van het dijktracé de positie van de kruin op de bestaande situatie blijft en bij bouwkundige ensembles en elementen deels wordt gewerkt met een langsconstructie blijft de impact beperkt. Dorpskernen en bijzondere ensembles zoals Kerkeneind en Hellouw blijven hiermee grotendeels gelijk aan de bestaande situatie. Bij Herwijnen en de dijklinten ontstaat een groter effect op de bestaande situatie.

Binnen Herwijnen is gekozen voor grondoplossingen en constructies waardoor op korte afstand wisselingen ontstaan. Dit doet afbreuk aan de herkenbaarheid van het ensemble. Het bochtige karakter van de dijk met de scherpe knikken en wielen blijft grotendeels behouden. Op enkele vakken worden knikken parallel aan de dijk naar buiten geschoven als we te maken hebben met een buitenwaartse versterking. De knik blijft, maar de link met het ontstaan raakt verloren. Op locaties waar de dijk naar buiten wordt versterkt en waar dijklinten of dorpskernen aan de dijk liggen (bij Hellouw en ter hoogte van dijkvak 8a en 8d) vermindert bovendien de relatie van de bebouwing met de dijk. Dit is ook het geval in dijkvak 12c, waar de relatie tussen het wiel en de dijk vermindert als de dijk buitenwaarts wordt versterkt. In dijkvak 8a wordt door de buitenwaartse versterking een gedeelte van het buitendijks gelegen oudhoevige land aangetast. Bij de omdijkingen wordt de doorgaande route bepalend voor de weginvulling. De omdijkingen worden niet gebruikt als route en krijgen een ondergeschikte invulling aan de doorgaande route. Deze blijft zoals nu door de historische kernen van Haaften, Kerkeneind en Herwijnen lopen. Hiermee komen de omdijkingen losser te liggen ten opzichte van de bestaande situatie. Binnen de aansluiting naar Gorinchem wordt de inrichting van de oude vestingweg versterkt.

Dijkvak 14a en b krijgen een afwijkend wegprofiel. De Ravelijn wordt hersteld en de taluds ten westen hiervan worden steiler gemaakt. Hiermee wordt het watervlak groter gemaakt. Archeologie Archeologische verwachtingswaarden Op basis van de archeologische verwachtingswaardenkaart kan gesteld worden dat er in een aantal dijkvakken ingrepen zijn voorzien in gebied met middelhoge en/of hoge archeologische verwachtingswaarden. In al deze dijkvakken kunnen verschillende oplossingen worden gevonden. Zo kan een oplossing gevonden worden door de grond binnenwaarts of grond buitenwaarts te verplaatsen, of via een langsconstructie (zie peilschaalhuisje) worden opgelost. Omdat in deze dijkvakken de mogelijkheid bestaat dat archeologische waarden worden aangetast als gevolg van de dijkversterking wordt archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan nauwkeuriger bepaald worden of er archeologische waarden aanwezig zijn in de bodem. Indachtig het uitgangspunt van de Wamz/verdrag van Valletta en zo ook hier gememoreerd de eerste twee bullets van de vier pijlers van de Wamz gaat het er vooral om dat archeologische zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven en dat de opsporing zo vroeg mogelijk in het planproces wordt gedaan.

Met het uitgevoerde booronderzoek worden kansrijke gebieden nader geselecteerd om de aard, datering, diepteligging, omvang, en fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats te kunnen bepalen. Het huidige uitgevoerde booronderzoek heeft dat allemaal (nog) niet kunnen bepalen. Om als bevoegde overheid een juiste inschatting te kunnen maken over de eventuele behoudenswaardigheid moet in ieder geval t/m de waarderingsfase de AMZ-cyclus afgehandeld zijn. Archeologische begeleiding kan pas volgen ná de waarderingsfase, als namelijk om praktische reden

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

67

een vindplaats niet ter plaatse behouden kan blijven. Die vindplaats moet wel als zodanig in beeld zijn. Op dit moment is na het uitgevoerde booronderzoek nog geen sprake van vindplaatsen die in aanmerking komen voor begeleiding simpelweg omdat de resultaten van het booronderzoek nog niet zijn besproken met het bevoegd gezag. Doorgaans zal voor verdachte gebieden (met archeologische indicatoren) nader onderzoek plaats in vorm van proefsleuven. Op basis van deze waarderingsmethode kan bepaald worden of een vindplaats behoudenswaardig is (en waarschijnlijk opgegraven dient te worden) of niet. Deelgebied Uiterwaarden In het kader van het archeologisch vooronderzoek heeft op basis van een inventariserend veldonderzoek een aantal verkennende boringen plaatsgevonden in Deelgebied Uiterwaarden. De Regioarcheoloog Rivierenland heeft op basis van de boringen de volgende conclusies getrokken. Hij meldt namens West Betuwe akkoord te zijn met de resultaten en conclusies. Het advies om de aan te leggen strang nabij Kasteel Frissestein archeologisch te laten begeleiden in de Herwijnense Bovenwaard wordt overgenomen. Hiervoor dient een Programma van Eisen opgesteld te worden. Voor wat betreft de uiterwaarden is geen vervolgonderzoek noodzakelijk vanwege de (uiterst) lage trefkans voor alle perioden.

Regulier archeologisch prospectieonderzoek gaat niet op voor opsporing van laat-paleolithische resten en mariene verwachting/scheepsresten. Het kan dus voorkomen dat sporen/vondsten hiervan tijdens de uitvoering tevoorschijn komen. Daarom is het, zoals door Vestigia reeds aangegeven, raadzaam om werkafspraak protocol archeologische vondsten bij uitvoering op te (laten) stellen. Een dergelijke protocol werd eerder opgesteld bij de dijkversterking Neder-Rijn/Lek Hagestein-Opheusden in 2015. Het bestemmingsplan wordt niet aangepast ten behoeve van archeologie. Deelgebied Dijktracé Namens West Betuwe meldt de Regioarcheoloog Rivierenland akkoord te zijn met de resultaten en conclusies voor wat betreft het Inventariseren Veldonderzoek door middel van karterende boringen. Het advies voor vervolgonderzoek door middel van proefsleuven wordt overgenomen. Dit vervolg geldt voor de dijkvakken 2a en 7k (hoge verwachting aangetoond, locaties vertegenwoordigen een zekere archeologische waarde). Dijkvakken 3a, 10b en 13d (delen hiervan) behouden hun uitgangsverwachting aangezien hier op een later tijdstip nog aanvullend geboord zal worden. Mogelijk resulteert dit in een vindplaats die in aanmerking komt voor vervolgonderzoek. Zowel het boor- als het proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden.

Het is aan Graaf Reinaldalliantie om de werkzaamheden tijdig in te plannen. Het resultaat van de onderzoeken kan zijn dat er een of meerdere behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Van planaanpassing is hoogstwaarschijnlijk geen sprake. Derhalve zullen ze opgegraven dan wel archeologisch begeleid ontgraven worden. De verwachting van de overige d.m.v. karterende boringen onderzochte dijkvakken wordt naar beneden bijgesteld. Deze deelgebieden zijn verder vrijgesteld van archeologisch onderzoek binnen de AMZ. Uiteraard bestaat altijd de kans dat onverwachts vondsten tevoorschijn komen. Volgens artikel 5.10 van Erfgoedwet dient de vinder direct melding te maken van de vondst opdat bepaald kan worden of enig belang gehecht kan worden aan de vondst vanuit wetenschappelijk oogpunt. Het is raadzaam om de werkwijze in een protocol vast te leggen, zoals ook is voorgesteld bij het booronderzoek in de uiterwaarden. De volledige rapportage is terug te vinden als Bijlage 20 bij deze toelichting Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden en archeologische waarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen uit de vigerende plannen van de beide gemeenten. Het gaat hierbij om de dubbelbestemmingen zoals die ook te vinden zijn in de verschillende bestemmingsplannen van de

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

68

gemeenten. De bestemmingen zijn 1 op 1 overgenomen. Voor deze dubbelbestemmingen geldt een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Archeologische waarden Op locaties waar bekende archeologische vindplaatsen liggen (de historische kernen in Tuil, Haaften, Herwijnen en Vuren) zorgt voornamelijk een buitenwaartse oplossing voor effecten. In deze oplossing wordt de kruin van de dijk naar buiten verlegd en wordt de huidige dijk afgegraven. Eventuele resten in de dijk gaan daarmee verloren. Dit is het geval in dijkvak 4b (historische kern Haaften), 8a (historische kern Herwijnen), 8c, 8d en 10a (historische kern Vuren). Dit effect kan worden gemitigeerd door afgraving van het bestaande dijklichaam (ter hoogte van de historische kernen) onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. Op deze wijze kunnen eventuele funderingsresten van historische bebouwing langs de dijk worden gedocumenteerd. Van de vier aanwezige archeologische monumenten (AMK-terreinen) worden er twee monumenten geraakt als gevolg van de dijkversterking. Dit betreft in de eerste plaats het terrein van hoge archeologische waarde met resten van het voormalige huis Nieuw Klingelenburg (AMK-terrein 3.713).

Op deze locatie wordt de bestaande binnenberm aan de binnenzijde van de dijk verlengd, waardoor het ruimtebeslag van de dijk hier met 13 meter toeneemt. De huidige watergang wordt gedempt en het maaiveld wordt met circa 2 meter opgehoogd. Er wordt een nieuwe watergang gegraven aan de teen van de nieuwe berm. De restanten van de hoefijzervormige gracht van huis Nieuw Klingelenburg worden niet geraakt door deze nieuwe sloot. Wel dient hier een pipingvoorziening te worden aangebracht, in de vorm van grind in de gracht. Daarnaast is het terrein van hoge archeologische waarde met resten van het voormalig kasteel van de Heren van Arkel (AMK-terrein 6.801) van belang. Op deze locatie wordt deels een langsconstructie gerealiseerd en deels een oplossing in grond toegepast. Bij de oplossing in grond wordt een deel van de bestaande kruin van de dijk afgegraven en een deel opgenomen in de nieuwe binnenberm. Aan de buitenzijde wordt grond aangebracht tegen het buitentalud, waardoor het ruimtebeslag aan de buitenzijde toeneemt en er sprake is van een asverschuiving van circa 3 meter. De andere twee AMK terreinen - de terreinen van de voormalige kastelen Wadestein en Frissestein zijn tevens archeologisch rijksmonumenten. Deze terreinen blijven buiten de ruimte die nodig is voor de nieuwe dijk en worden als gevolg hiervan niet direct geraakt.

Voor het voormalig kasteel Wadestein zijn geen indirecte effecten te verwachten als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in grondwaterstanden. Conclusie Vastgesteld kan worden dat voor aantasting van cultuurhistorische waarden en archeologische monumenten oplossingen zijn gevonden, die leiden tot behoud of het intact laten en verplaatsen van de monumenten. Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden en archeologische waarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen. Voor deze dubbelbestemmingen geldt een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Het bestemmingsplan is voor wat betreft de aspecten archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar.

5.10

Kabels en leidingen

Inleiding Kabels en leidingen kunnen een belemmering vormen waar in de planontwikkeling rekening mee gehouden dient te worden. Situatie plangebied Voor wat betreft het onderdeel kabels en leidingen kan worden opgemerkt dat na toetsing van de Risicokaart voor Nederland vaststaat dat sprake is van een drietal aardgastransportleidingen en 1 leiding voor brandstof die binnen het plangebied liggen. Deze leidingen hebben respectievelijk een dubbelbestemming gekregen Leiding - Gas en Leiding - Brandstof. De betreffende bestemmingsplannen

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

69

waar de leidingen in liggen blijven van kracht. Conclusie De ruimtelijk relevante leidingen worden beschermd en vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

70

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planopzet

Standaard en plansystematiek

Standaard Dit bestemmingsplan is opgesteld en ingericht conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Systematiek Voor wat betreft de systematiek is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de vigerende bestemmingen binnen het plangebied. Hierbij zijn de bestemmingen in het Buitengebied als uitgangspunt gekozen. Bij het formuleren van de bestemmingen (mogelijkheden) is zoveel mogelijk eenzelfde opzet gekozen om een zekere mate van rechtszekerheid te creëren. Over het algemeen geldt voor dijklichamen dat hier niet gebouwd mag worden. De bebouwingsmogelijkheden zijn om die reden zoveel mogelijk uit de verschillende bestemmingen gehaald.

6.2

Toelichting op de regels

6.2.1

Algemeen

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken. Bij de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Neerijnen voor wat betreft de gemeente West Betuwe en het bestemmingsplan Buitengebied voor de gemeente Gorinchem.

6.2.2

Plangebied gemeente Gorinchem

Algemeen De opbouw van de regels is gelijk aan die van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De opbouw van de regels is als volgt: betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); de gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt, voorzover nodig, uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels; afwijkingen van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen; wijzigingsbevoegdheid.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

71

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Hierbij is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan Buitengebied.. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de regels inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Agrarisch algemeen De gronden die een agrarische bestemming krijgen in dit plan, krijgen een bestemming die overeenkomt met de bestemmingen uit de verschillende bestemmingsplannen Buitengebied van de respectievelijke gemeenten. Hierdoor zijn in plan een viertal agrarische bestemmingen opgenomen. Gelet op de ligging van deze bestemmingen, meestal dijklichaam, zijn de mogelijkheden binnen deze bestemmingen ingeperkt. Hieronder wordt kort ingegaan op de verschillende agrarische bestemmingen. Artikel 3 'Agrarisch met waarden - Kleinschaligheid en reliëf' Het plangebied ligt in kleinschalige gebieden die samen met houtopstanden in de vorm van onder andere houtwallen, houtsingels en boomgaardjes mede het gebiedseigen karakter vormen.

Hieraan is de bestemming 'Agrarisch met waarden - Kleinschaligheid en reliëf' (AW-KR) toegekend. De kleinschalige gebieden moeten beschermd te worden. Daar waar sprake is van kenmerkende hoogteverschillen (geomorfologie) in het landschap worden deze beschermd. Deze waarden in het agrarisch landschap komen voor langs de Haarweg en de Merwededijk/Waaldijk. Landschappelijk groen en groenvoorzieningen In het plan wordt onderscheid gemaakt, vergelijkbaar met het bestemmingsplan Buitengebied in landschappelijk groen en groenvoorzieningen, die zijn ondergebracht in twee hoofdbestemmingen, te weten 'Natuur' en 'Groen'. Artikel 5 'Natuur' Gebieden met belangrijke natuurwaarden zijn bestemd tot 'Natuur'. Hieronder vallen tevens de gebieden die gelegen zijn in de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en de gehele buitendijks gelegen gebieden. Het gaat hierbij in het bijzonder om de nader te onderscheiden karakteristieke bos- en natuurgebieden. Het gaat in dit plan om de instandhouding van de natuur en landschapswaarden in de uiterwaarden van de Waal met moerassen en nat grasland, afgewisseld met afgetichelde graslanden, grienden en kleinere wateren, zoals doorbraakwielen, klei- en zandputten, sloten en poelen. De begrenzing is aangepast aan het ontwerp van het dijklichaam op een aantal kleine onderdelen.

Artikel 4 'Groen' Naast de bestemming 'Natuur' worden de overige groenvoorzieningen bestemd als 'Groen'. De overige kleine openbare groenstroken worden meegenomen in de verkeersbestemming. De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen en instandhouding van landschappelijke en ecologische voorzieningen en waarden. De natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten zijn ten opzichte van gronden met de bestemming 'Natuur' beperkter. Artikel 6 'Verkeer' In de bestemming ‘Verkeer’ zijn de wegen uit het plangebied opgenomen. De bestemming ‘Verkeer’ is voorzien van een flexibele regeling. Concreet betekent het voorgaande dat ook fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen onderdeel zijn van de bestemming. In het kader van de 'Gastvrije Waaldijk' worden verschillende recreatieve voorzieningen en landschappelijke elementen (linielandschap) gerealiseerd op en nabij de Waaldijk. In de planopzet zijn

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

72

deze waar nodig meegenomen in de verkeersbestemming. In de bouwregels is de maatvoering van de bebouwing opgenomen. Enkel gebouwen ten behoeve van het openbaar nut en elektrotechnische systemen zijn toegestaan binnen de bestemming ‘Verkeer’. Dubbelbestemmingen algemeen De 'nieuwe' (enkel-)bestemmingen binnen dit bestemmingsplan hebben eveneens tot consequentie dat de daar opgenomen dubbelbestemmingen opnieuw moeten worden opgenomen. De verschillende dubbelbestemmingen die in de beide gemeenten worden gehanteerd, zijn in dit plan 1 op 1 overgenomen. Artikel 7 Leiding - Gas 'Leiding - Gas'. Deze (dubbel)bestemming betreft de binnen het plangebied aanwezige (hoofdtransport) leiding voor gas.. De leiding is overeenkomstig de bestaande situatie bestemd en als zodanig beschermd. Archeologische dubbelbestemmingen De binnen het plangebied voorkomende waardevolle archeologische gebieden worden beschermd met deze dubbelbestemmingen. In elke dubbelbestemming is aangegeven bij welke omvang en diepte van een ingreep bij een omgevingsvergunningaanvraag een archeologisch rapport moet worden overgelegd, waaruit blijkt dat archeologische resten niet worden geschaad. Water algemeen Voor de Waaldijk is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen.

Binnen deze dubbelbestemming is het niet zonder meer toegestaan gebouwen of bouwwerken te plaatsen, zonder een omgevingsvergunning en een ontheffing van de Keur. De beschermingszone worden weergegeven met een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. Wijzigingen van bestemmingen op gronden met de functie van waterkering of beschermingszone zijn alleen mogelijk als daardoor geen belemmeringen ontstaan voor het onderhoud, de instandhouding of de versterking van de primaire waterkering. Artikel 16 'Waterstaat - Waterkering' Deze bestemming is, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de primaire/regionale waterkeringen, zoals voorkomend op de legger en in de keur van het waterschap. Binnen deze bestemming mogen er geen gebouwen worden gebouwd. Bij omgevingsvergunning kan van deze regel worden afgeweken, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering. Verder zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hoogte van maximaal 3 m toegestaan. Voor het uitvoeren van diverse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen deze bestemming, is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig.

Artikel 17 'Waterstaat - Waterkering vervallen' In de verschillende geldende plannen waarbinnen het dijklichaam ligt geldt al de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het nieuwe dijkprofiel zorgt ervoor dat op verschillende plekken deze dubbelbestemming kan worden ingeperkt en moet worden vervangen of uitgebreid. Voor vervanging en uitbreiding is de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Voor het verwijderen van de bestaande dubbelbestemmingen is deze specifieke bestemming 'Waterstaat - Waterkering vervallen' in stelling gebracht, zodat de beperkende maatregelen op deze percelen wordt weggenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels In het hoofdstuk ‘Algemene regels’ zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele bestemmingsplan. Dit zijn onder andere de regels die verplicht zijn gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening zoals de antidubbeltelbepaling. In het navolgende zijn de algemene regels beschreven die specifiek van toepassing zijn op het onderhavige bestemmingsplan. Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen ten aanzien van maatvoering en bebouwingspercentages. De regels moeten als een aanvulling worden gezien op de maatvoering die is voorgeschreven in dit bestemmingsplan.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

73

Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels worden de regels opgenomen met betrekking tot de gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduidingen worden in de algemene aanduidingsregels geregeld omdat ze betrekking hebben op meerdere bestemmingen. Vrijwaringszone - dijk 1 Ter plaatse van de beschermingszone van de waterkering is een aanduiding opgenomen ter bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. Vrijwaringszone - dijk 2 Bij deze vrijwaringszone gaat het om de grond die vallen onder de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering Vrijwaringszone - molenbiotoop 400m Deze aanduiding is opgenomen in een deel van het plangebied dat is gelegen binnen de invloedssfeer van de molen in Gorinchem. Om de windvang van de molen te beschermen is tot een straal van 400 meter de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 400m' opgenomen. De gronden ter plaatse van de aanduiding zijn mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. Om de molen te beschermen, zijn regels opgenomen ten aanzien van de maximale hoogte van bouwwerken binnen de zone. Algemene afwijkingsregels Dit artikel omvat een afwijking bij een omgevingsvergunning voor onder andere het overschrijden van de maatvoeringsbepalingen en het toestaan van nutsvoorzieningen.

Deze regels worden opgenomen om meer flexibiliteit in het plan te genereren en kleine afwijkingen van de planregels toch mogelijk te maken. Voorbeelden zijn het oprichten van bouwwerken voor doeleinden van openbaar nut en het overschrijden van de in dit plan aangegeven maten, minimale en maximale afmetingen van bebouwing en terreinen met maximaal 10%. Algemene wijzigingsregels Dit artikel is opgenomen om de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1/2/3/4' te laten vervallen of juist om deze toe te kennen. Verder geeft het de mogelijkheid om een wijziging naar de bestemming 'Bos', 'Natuur' en/of 'Water' mogelijk te maken. Een wijziging is alleen mogelijk ten behoeve van waterberging, ecologische hoofdstructuur, of ten behoeve van bos-, natuur-, of landschapscompensatie. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is een artikel opgenomen die het overgangsrecht regelen voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. In het andere artikel is opgenomen hoe de regels van dit plan aangehaald moeten worden.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

74

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 Wro moet in het kader van een bestemmingsplan onder andere inzicht worden verschaft in de economische uitvoerbaarheid van het plan. 7.1.1

Exploitatieplan

Op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. De ingrepen waarin dit bestemmingsplan voorziet vallen niet onder een van de categorieën bouwplannen, zoals genoemd in artikel 6.12, lid 1 Wro. Hiervoor bestaat dus niet de verplichting een exploitatieplan vast te stellen. 7.1.2

Grondverwerving en tijdelijk gebruik

De dijkversterking vindt plaats in opdracht van het Waterschap Rivierenland. Om de voorgenomen dijkversterking uit te kunnen voeren is ruimte en dus grond nodig. Het waterschap Rivierenland wil gronden binnen het waterstaatswerk, die blijvend nodig zijn voor de dijkversterking en na gereed komen daarvan en die belangrijk zijn voor het uitoefenen van een doelmatig beheer, in eigendom hebben of verkrijgen. Daarnaast is er tijdelijk grond nodig, als werkstrook of indien nodig de aanleg van gronddepots. Het waterschap streeft ernaar voor het tijdelijk gebruik van grond gebruiksregelingen af te sluiten met de betreffende rechthebbenden. Grondaankoopbeleid Het grondaankoopbeleid van het waterschap Rivierenland is vastgelegd in de nota Eigendommenbeleid 2019 van het Waterschap Rivierenland, vastgesteld door het algemeen bestuur bij besluit van 27 september 2019. Voor de HWBP (Hoogwaterbeschermingsprogramma)- projecten waar de dijkversterking Gorinchem – Waardenburg onderdeel van uitmaakt is het verwervingsbeleid nader uitgewerkt in de Regeling uitvoering eigendommenbeleid 2019, vastgesteld door het college van dijkgraaf en heemraden bij besluit van 6 augustus 2019 en vrijgegeven door het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland d.d. 27 september 2019. In de Regeling uitvoering eigendommenbeleid 2019 zijn de relevante uitgangspunten van het eigendommenbeleid nader uitgewerkt.

Hierdoor is naast verwerving van eigendom (aankoop), ook in een aantal gevallen het vestigen van een zakelijk recht mogelijk (bijvoorbeeld: erfdienstbaarheid op de binnenberm/steunberm). Grondaankoopplan dijkversterking GoWa Voor de aankoop en het gebruik van gronden voor het project Gorinchem - Waardenburg is een grondaankoopplan (grondverwervingsplan) met bijbehorende grondaankooptekeningen opgesteld. Dit grondaankoopplan omschrijft het beleid en de werkwijze van het waterschap Rivierenland voor de aankoop van de benodigde gronden of het (tijdelijk) gebruik ervan. 7.1.3

Planschade en nadeelcompensatie

Belanghebbenden waarvan geen grond behoeft te worden verworven kunnen ook schade lijden als gevolg van de dijkversterking. De besluiten en feitelijke handelingen ter uitvoering van de in het Hoogwaterbeschermingsprogramma genoemde maatregelen kunnen nadelen veroorzaken voor derden. Hierbij kan gedacht worden aan waardevermindering van gronden en opstallen en inkomensschade. Voor het in behandeling nemen en afhandelen van planschade- of nadeelcompensatieclaims is de Verordening schadevergoeding Waterschap Rivierenland van toepassing.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

75

Over de afhandeling van planschade hebben de gemeenten Gorinchem en West Betuwe een planschade-overeenkomst gesloten. Alle kosten als gevolg van planschade komen voor rekening van het waterschap Rivierenland. Voor de volledigheid wordt vermeld dat nadeelcompensatie als gevolg van het Projectplan Waterwet eveneens voor rekening komt van het waterschap Rivierenland. 7.1.4

Financiële uitvoerbaarheid

Er zijn overeenkomsten gesloten tussen de gemeenten Gorinchem en West Betuwe en het waterschap Rivierenland over de economische uitvoerbaarheid. Alle kosten als gevolg van deze bestemmingsplanherziening komen ten koste van het waterschap Rivierenland. Het waterschap Rivierenland heeft hiertoe verschillende budgetten ter beschikking gesteld. Hiermee is het bestemmingsplan financieel uitvoerbaar voor de gemeente.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Inspraak en maatschappelijk overleg

Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaan een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Aan de voorbereiding van dit bestemmingsplan, het Projectplan Waterwet en de milieueffectrapportage is een uitgebreid participatieproces vooraf gegaan. Dit participatieproces startte in 2014. In onderstaande afbeelding ziet u wanneer participatiemomenten hebben plaatsgevonden.

Figuur 16, overzicht participatieproces: participatiemomenten weergegeven middels tekstballonnen De gemeente kiest er derhalve voor niet nog eens een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. 7.2.2

Vooroverleg met betrokken instanties

Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

76

geding zijn. 7.2.3

Tervisielegging

Op grond van artikel 3.6 Algemene wet bestuursrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter visie gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

77

Bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem Waardenburg Planregels

Documenttitel: Bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg Planregels Status: vastgesteld Datum: oktober 2020 Projectnaam: Dijkversterking GoWa Projectnummer: BE6864 Opdrachtgever: Referentie: Auteur(s): F. Baarslag/ J. Terpstra Collegiale toets: Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: F. Baarslag Datum/paraaf vrijgave:

Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg

Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg

Inhoudsopgave

Planregels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 9

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

11 13 15 17 18 20 22 25 28 31 33 36 38 41 43

Agrarisch met waarden - Kleinschaligheid en reliëf Groen Natuur Verkeer Leiding - Gas Waarde - Archeologie AMK Waarde - Archeologische verwachting hoog PM1 Waarde - Archeologische verwachting middelmatig LMNT Waarde - Archeologische verwachting middelmatig PM Waarde - Archeologische verwachting zeer hoog LMNT1 Waarde - Archeologische verwachting zeer hoog LMNT2 Waarde - Beschermd stadsgezicht Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterkering vervallen

Hoofdstuk 3 Algemene regels

45

Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

45 46 47 48 50 51 52

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

53

Artikel 25 Artikel 26

53 54

Overgangsrecht Slotregel

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

2

Planregels

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

3

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

4

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg met identificatienummer NL.IMRO.0512.BP2020192-4001 van de gemeente Gorinchem; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, niet zijnde een kwekerij; 1.6 agrarische bedrijvigheid: bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, niet zijnde een kwekerij; 1.7 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.8 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bestaand: a.

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van ter inzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; de bestaande plaats van een bouwwerk is de omtrek van het gebouw loodrecht geprojecteerd op het grondvlak, exclusief de bijgebouwen; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

5

1.13 bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan een woning, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte; 1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18 buitenste kantstreep: markering van de begrenzing van de buitenzijde van de buitenste rijstrook; 1.19 evenement: alle tot vermaak en recreatie bedoelde tijdelijke al dan niet periodiek terugkerende activiteiten op of aan de openbare weg, dan wel voor publiek toegankelijk, zoals feesten, markten, braderieën, sportwedstrijden, voorstellingen, optochten en dergelijke; 1.20 extensieve (dag)recreatie: recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen; 1.21 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,

overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel. Megastallen en intensieve veehouderijen niet toegestaan; 1.23 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.24 kas: een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, groenten, bloemen en/of planten; 1.25 kunstwerk: een civieltechnisch bouwwerk, zoals sluizen, viaducten en dergelijke, met uitzondering van een beeldend kunstwerk, waaronder verstaan wordt een uiting van beeldende kunsten;

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

6

1.26 landschapswaarden: de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht; 1.27 nadere eis: een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.28 natuurwaarden: de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden; 1.29 niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid: agrarische bedrijvigheid, die functioneel geheel of hoofdzakelijk niet afhankelijk is van de ter plaatse bij het agrarisch bedrijf behorende grond als productiemiddel; 1.30 normaal onderhoud, gebruik en beheer: een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.31 omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.32 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.33 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk: een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.

onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 1.34 onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voorzover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.35 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabijgelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; 1.36 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.37 seksinrichting: een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar; 1.38 Staat van Bedrijfsactiviteiten: een als bijlage bij deze regels behorende en

daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

7

1.39 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.40 veehouderij: agrarische bedrijvigheid bestaande uit fokkerij, houderij en/of mesterij van vee, zoals varkens, kalveren en pluimvee, die functioneel volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel; 1.41 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.42 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.43 wijziging: een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.44 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de horizontale diepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de

overkapping; 2.8 wijze van meten ondergeschikte bouwonderdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

9

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

10

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Kleinschaligheid en reliëf

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Kleinschaligheid en reliëf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijvigheid, met dien verstande dat grondgebonden veehouderijen uitsluitend zijn toegestaan op de bestaande locatie; b. instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden in de vorm van kleinschaligheid van het landschap en het reliëf van de bodem; met bijbehorende: c. d. e. f. g.

3.2

ontsluitings-, parkeer-en groenvoorzieningen; tuinen en erven; (extensieve) dagrecreatie; wegen en paden; water en voorzieningen voor de waterhuishouding.

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 mestbassins en, sleufsilo's en paardenbakken Een met de bestemming strijdig gebruik is in ieder geval ook het gebruik van gronden gelegen buiten de bouwvlakken voor -niet als bouwwerk aan te merken- mestbassins, en sleufsilo's en paardenbakken. 3.3.2 Grondgebonden veehouderij Het in gebruik nemen van gebouwen en gronden ten behoeve van het houden van dieren voor veehouderij in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat de depositie gelijk blijft dan wel afneemt ten opzichte van de bestaande ammoniakdepositie.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijken van een omgevingsvergunning op de in artikel 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

11

d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 3.4.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het kracht het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die worden uitgevoerd binnen het bouwvlak. 3.4.3 Toelaatbaarheid De in 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van eigen landschapswaarden in de vorm van kleinschaligheid van het landschap en het reliëf van de bodem.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

12

Artikel 4

Groen

4.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen; c. paden; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding en de waterweg; e. speelvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, bruggen, trappen, wegen, in- en uitritten en verhardingen en met inachtneming van de keur van het waterschap.

4.2

bouwregels

4.2.1 bouwregels gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd; 4.2.2 bouwregels bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal: a. lichtmasten en vlaggenmasten 10 m; b. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2,5 m. 4.2.3 specifieke gebruiksregels Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in elk geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen en buitenopslag. 4.2.4 afwijken van de gebruiksregels Bij omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3 voor het gebruik van de gronden ten behoeve van parkeren van motorvoertuigen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat er op eigen terrein en directe omgeving onvoldoende ruimte aanwezig is om in de parkeerbehoefte te voorzien; b. aangetoond wordt dat geen onevenredige aantasting van groen en ecologische waarden plaatsvindt; c. rekening wordt gehouden met de waterhuishouding; d. de verkeersveiligheid niet in het geding komt; e. de parkeervoorziening moet grenzen aan de bestemming Verkeer.

4.3 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 4.1 gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

13

a. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; b. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; f. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling; g. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; h. definitief omzetten van grasland in bouwland, anders dan ten behoeve van herinzaai, met uitzondering van de teelt van ruwvoedergewassen tot een maximum van 20 % van de bij een bedrijf behorende gronden.

4.3.2 weigeringsgrond Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de natuurwaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 4.3.3 advies landschapsdeskundige Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies hebben ingewonnen van een onafhankelijk landschapsdeskundige. 4.3.4 uitzonderingen vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

14

Artikel 5

Natuur

5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; d. plaatsen van nautische voorzieningen, zoals verkeerstekens, - lichten en bakens, ten behoeve van het scheepvaartverkeer; e. extensieve) dagrecreatie; met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden.

5.2

bouwregels

5.2.1 bouwregels gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 5.2.2 bouwregels bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van: a. nautische voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart, maximaal 6 m; b. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 gebouwen ten dienste van beheer en onderhoud Bij omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1, ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals schuilgelegenheden en bergingen, mits de noodzaak daarvan is aangetoond en de in lid 5.1 bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast. Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag niet meer dan 200 m² bedragen; b. de oppervlakte van elk gebouw mag niet meer dan 30 m² bedragen; c. de hoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 m bedragen.

5.4 Specifieke gebruiksregels Een met de bestemming strijdig gebruik is in ieder geval ook het gebruik van gronden als ligplaats voor woonschepen en andere daarmee vergelijkbare onderkomens die geschikt zijn voor bewoning en op water kunnen drijven.

5.5 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen

Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg

15

en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; f. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling. 5.5.2 weigeringsgrond Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de natuurwaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 5.5.3 advies landschapsdeskundige Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies hebben ingewonnen van een onafhankelijk landschapsdeskundige. 5.5.4 uitzonderingen vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=e7e0ae10-6043-497b-97ea-f8624c414e49