201210 Concept Verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Wat betreft de rol van het college, verwachten wij ook dat het college de coördinerende, aanjagende en ook regisserende rol zal nemen. Als dat niet zo is, wil ik dat graag horen. Tot slot, voorzitter: ondervinding is de beste leermeester, zeggen we. Tijdens het implementeren en de verkenningsfase van komend jaar moeten we zeker van de ingezette interventies leren. De synergie in het veld zien we, voelen we en dit beleid vraagt zeker ook om een samenwerking. Om de verschillen te benutten, moet het college de verbindingen dan ook duurzaam maken. Op de moties wil ik nu alvast reageren; misschien heb ik dan geen tweede termijn nodig. De motie ‘Volg onze kinderen’ is op zich een onschuldige motie, waarvan ik denk dat er K - 21
een absolute meerwaarde zou zijn om extra aandacht te vragen voor deze doelgroep kinderen. Alleen, ik zie wel het verschil tussen ‘volgen’ en ‘onderzoek’, maar ik wacht nog even de reactie van het college af. Wat betreft de onderwijsinspectie: mijn fractie vindt dat dit domeinverantwoordelijkheden zijn, gezien de landelijke en lokale verantwoordelijkheden. Als dat zo is, horen we dat graag van het college. Anders kom ik in tweede termijn even met een reactie terug. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu weer het woord aan de heer Wientjes. De heer Wientjes: Ja, voorzitter, dank u. Excuus voor het wegvallen van de verbinding. De voorzitter: Goed u weer te zien! De heer Wientjes: Ja. Ik weet niet waar ik geëindigd was, maar ik begin maar even heel snel bij het begin. De VVD schrikt van dit soort cijfers, wil naast taal dat er ook aandacht voor rekenen is, want ook daar zijn die achterstanden vaak aan de orde. Het wegwerken daarvan is wat ons betreft prioriteit nr. 1 voor het gehele onderwijs. Wat we missen, is de ‘smart’-invulling. De intenties zijn mooi, maar hoe gaan we dat nou werkelijk doen en hoe gaan we het vervolgens volgen en ook: wanneer gaan we het evalueren? Ik begrijp uit vorige inbreng van mede-raadsleden dat we daarover straks wat van de wethouder mogen verwachten. Dat zou wat mij betreft jammer zijn dat we dat op deze manier moeten doen.
Ik vind dat soort dingen gewoon in een voorstel thuishoren en dat we dat niet op deze manier hoeven te repareren. Heel belangrijk om dat consequent te blijven doen: wat stoppen we erin, wat komt eruit en wanneer gaan we dat evalueren? Voor de rest prioriteit nr. 1 wat ons betreft. We zullen het voorstel ook steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu wethouder Van Doesburg het woord. Wethouder Van Doesburg: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben blij te horen dat het ontzettende belang van dit onderwerp, onderwijsachterstandenbeleid, breed gedragen wordt. Van daaruit begrijp ik ook heel goed de behoefte van de raad om meegenomen te worden, juist in dit tussenjaar, want dit tussenjaar, zou je kunnen zeggen, is een wat atypisch jaar, omdat we afstappen van redelijk voorspelbare en bekende beleidskaders die we al jaren hanteren, en die het heel goed doen. Niet voor niets hebben we in ieder geval een status A op basis van hoe we op dit moment omgaan met VVE-beleid, wat toch 80% van dit hele beleid vertegenwoordigt. Tegelijkertijd zou het verleidelijk zijn om vervolgens achterover te gaan hangen en dan te denken: we doen het goed, en dan veranderen we toch lekker niks. Maar we weten niet zeker of we het goed doen, en we weten al helemaal niet zeker of we het goed genoeg doen.
Er zijn natuurlijk een aantal signalen die er heel duidelijk op wijzen dat we het niet goed genoeg doen. Neem dat we boven de benchmark zitten in negatieve zin als het gaat om de taalvaardigheid van de groep 16+. Dat is niet prettig. Je zou, kijkend naar de cijfers, kunnen zeggen: dat is makkelijk te verklaren, want als het landelijk gemiddelde laat zien dat 78% van de kinderen naar een voorschoolse voorziening gaat, en in Gorinchem is dat slechts 53%, dat K - 22
is een verschil van 47%, dus daarmee is dat gat wel verklaard in de landelijke benchmark. Maar wij weten niet of dat een van de verklaringen is voor dit heel specifieke verschil, omdat er heel veel data liggen onder de resultaten die te maken hebben met onderwijsachterstanden. Daarbij wil ik meteen even rechtzetten, of in ieder geval bevestigen, het belang dat de VVD benoemt van “let op, het gaat niet alleen over taal, het gaat ook over rekenen en digitale vaardigheden”. Helemaal eens. Dat is dan ook precies wat ook onder de definitie van laaggeletterdheid valt, en ook in het onderwijsachterstandenbeleid krijgen die onderwerpen de nodige aandacht. Gevraagd is om de toezegging “neem ons dan mee als het gaat over welke data worden verzameld, hoe bent u van plan die data te interpreteren en welke interventie daaraan te verbinden?” Die toezegging doe ik heel graag, want dat is precies de opzet van dit beleid. In het eerste kwartaal van 2021 zullen we al een eerste terugkoppeling doen, maar we gaan zeker ook mee in het verzoek van de heer Tekir om dat ook in Q3 nog eens te doen, want dan hopen we al een veel completer en beter beeld te hebben, op basis waarvan we precies kunnen doen waar u zo dringend om verzoekt, namelijk de volgende stap die we zetten om een wat meer lange-termijnbeleidskader heel ‘smart’ te formuleren.
Daarbij wil ik overigens wel zeggen dat ‘smart’ formuleren niet heilig, of zaligmakend is, want je kunt niet alles meten en je kunt niet alles weten. Sterker nog: daar hebben ze in het onderwijs soms last van, dat hele strenge criteria van een inspectie op papier heel waardevol lijken, maar dat je er in de praktijk niet zoveel mee kunt. In die zin wil ik ook even ingaan op de opmerkingen van mevrouw Stevens van de SP… De voorzitter: Interruptie van mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, dank u wel, voorzitter; nog precies op tijd! De wethouder zegt “smart is niet heilig”. Dat ben ik best wel met hem eens, maar bij het beluisteren van het betoog van de heer Koçak dacht ik: “nu hoor je dus wat wij bedoelen”. In wezen staan er heel van die oneliners en vaagheden in, van “we gaan meer samenwerken”, en “synergie” en al dat soort woorden, maar daar kan ik op het eind van het jaar niet zoveel mee. Want u kunt altijd zeggen “ja, we hebben meer samengewerkt”, of “er is meer synergie losgekomen”, maar wat bedoel je dan concreet? Misschien moeten we in plaats van ‘smart’ het woord ‘concreet’ gebruiken. Welke doelen gaan we concreet bereiken als we eind 2021 zitten? Wat weten we dan meer dan we nu weten, en wat kunnen we dan meer? Dat is eigenlijk wat we bedoelen. De voorzitter: De heer Koçak.
De heer Koçak: Voorzitter, tot mijn ontsteltenis hoor ik de reactie van mevrouw Molengraaf. Ik heb eerder tijdens de sessies aangegeven dat we al jaren de kaders op betrekkingsniveau vaststellen en het is niet de bedoeling dat we nu al in het begin van het beleid een ‘smart’-formulering met concrete, beoogde resultaten neerzetten. Het is jammer om dit te constateren. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, als ik daar nog op mag reageren? De voorzitter: Mevrouw Molengraaf.
K - 23
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik wil daarover helemaal geen strijd voeren, maar de heer Koçak zal het toch met mij eens zijn: als we aan het eind van volgend jaar niet meer kunnen zeggen dan de vaagheid die er nu in staat, waar gaan we dan op afrekenen? Hoe weten we dan dat dat jaar zinvol is geweest? De toezegging die de wethouder nu heeft gedaan, van “we gaan data verzamelen, we gaan u dat concreet voorleggen”, ja, dát kun je beet pakken, daar kun je wat mee. De voorzitter: Dat is een vraag aan de heer Koçak, dus ik stel voor dat hij nog even het woord krijgt, daarna de heer Wientjes en daarna de wethouder. De heer Koçak: Dank u wel, voorzitter. Het is al gezegd door het college dat het een verkenningsjaar wordt. Dit is een kwestie van lange adem, een lastige materie, en we gaan in ieder geval de nodige interventies inzetten. Tijdens het proces leren we ook volgend jaar om te kijken welke subdoelen, welke concrete doelen we kunnen ‘smarten’, en dan kijken we met belangstelling uit naar de uitwerking ervan. De voorzitter: De heer Wientjes. De heer Wientjes: Ja, mevrouw de voorzitter, eerst over dat ‘smart’. Dat kwam uit mijn koker en ‘smart’ is inderdaad een heel lastig begrip en ook een beetje modieus, zou je kunnen denken.
Maar als de wethouder nou zegt van “ja, dat is eigenlijk niet zo handig in onderwijs, dat moeten we misschien daar niet doen”, dan kan ik dat alleen maar grondig met hem óneens zijn. Want als we niet iets ‘smart’ organiseren, dan kunnen we het ook niet goed uitvoeren, kunnen we het niet controleren, evalueren, kunnen we er niet van leren, kunnen we niks. Dus ik ga met mevrouw Molengraaf mee, maar wil dat nog wel een beetje verder aantikken, dat we juist wél heel concreet moeten zijn. De inbreng van de PvdA verbaast me dan ook, dat hij zegt van “ja, we gaan gewoon een beetje beginnen”, en een beetje ‘dit’ en een beetje ‘dat’ en een beetje ‘zo’. Ja, kijk, zo gaan we die achterstanden niet wegwerken. Voor de VVD, nogmaals, prioriteit 1: concreet. De voorzitter: De heer Tekir wil ook graag een interruptie plaatsen en daarna de wethouder. De heer Tekir: Ja, voorzitter, omdat nu het moment is om toch even in te gaan op dat ‘smart’, en wat we daar precies van verwachten, aangezien mevrouw Molengraaf en ik om die toezegging hebben gevraagd. Ik hoorde de wethouder zeggen “we kunnen ook niet alles vastleggen in meetbare doelstellingen of ‘smart’-afspraken”. Dat geloof ik meteen. De ‘s’ van ‘smart’ staat voor ‘specifiek’ en niet alles kan specifiek benoemd worden. Tegelijkertijd merken wij op dat in dit stuk nu helemaal niets aan meetbaar resultaat specifiek is benoemd.
Dus ja, we kunnen niet alles ‘smart’ vastleggen, maar het zou hopelijk wel meer dan dit moeten. Nu hebben we helemaal niets in handen. Het is in ieder geval fijn dat de wethouder die toezegging heeft gedaan, want ik denk dat we daarmee samen alsnog verder kunnen en dat we als raad dan ook de gelegenheid krijgen om nog bij te sturen. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk niet fijn als mijn woorden net even anders geïnterpreteerd worden dan ik ze uitspreek en bedoel, dus laat K - 24
ik proberen een ‘smart’ antwoord te geven. 80% van ons OAB-beleid zou ‘smart’ moeten zijn, op z’n minst, zodat de raad ons daarop kan controleren, afrekenen en die kaders elke keer weer kan bijstellen. Dat kunnen wij nu helemaal niet, want we weten te weinig, vandaar dat wij kiezen voor een tussenjaar, om vervolgens wel tot een veel ‘smarter’ voorstel te komen. Dat is exact de bedoeling, dus we zijn het eigenlijk heel erg met elkaar eens. Tegelijkertijd wilde ik met de opmerking ‘smart is niet heilig’ duidelijk maken dat ‘smart’ wel erg belangrijk is, maar niet heilig, omdat je in dit soort beleid ruimte moet houden voor interventies die niet per se meetbaar zijn. Het punt dat de Partij van de Arbeid over die samenwerking aanhaalt is nou net zo’n element dat je helemaal niet meetbaar kunt maken. Daar kunnen we op z’n hoogst van beweren dat het beter gaat, maar daar koopt niemand wat voor. Het is wel essentieel dat die samenwerking beter gaat, want het effect daarvan zal zijn dat we inzichten/interventies die wel gemeten zijn met elkaar kunnen delen, zodat uiteindelijk het effect van wat we willen omhoog gaat, en dat effect moet dan weer meetbaar zijn. Daar moeten we iets mee kunnen, dat ben ik helemaal met u eens. Maar het is echt een tussenjaar.
Het doel is dat we toe werken naar een heel strak vormgegeven beleidsstuk, op basis waarvan wij op dit belangrijke domein heel erg goed sturen, omdat de uitkomst moet zijn dat die gelijke kansen wel gerealiseerd worden, want het gaat hier tenslotte wel om die kinderen. Dan de moties. De eerste motie, ‘Een hartig woordje met de onderwijsinspectie spreken’. Kijk, een oud-docent zou niets liever willen dan een hartig woordje met de onderwijsinspectie spreken, maar ik denk dat de onderwijsinspectie daar niet per se op zit te wachten. Ik denk ook dat de interpretatie van dat wat er gezegd wordt over de onderwijsinspectie niet helemaal klopt. Het feit dat zij kiezen voor de ‘minimale lat’ als norm wil niet zeggen dat zij met minder genoegen zouden nemen, of vinden dat een bepaalde groep kinderen minder gelijk zou moeten zijn dan een andere groep, want dat doet me aan een heel eng boek denken. Dus dat is niet de opzet van de onderwijsinspectie. Ik denk dat het ook belangrijk is om te weten dat de onderwijsinspectie de lat steeds hoger wil leggen. Dat zal ze ook effectueren, want vanaf 1 augustus ’21 zal zij ook de lat op 1F leggen als toetsingskader. Het is ook niet onze positie om die onderwijsinspectie daarop aan te spreken. Dus die wil ik ontraden.
De strekking van de motie ‘Volg onze kinderen’ vind ik sympathiek, want die onderstreept precies de inzet van dit beleid, dat al bestaat en aangescherpt gaat worden met dit tussenbeleidjaar. Ik wil het bij de raad laten om daar een oordeel over te vellen. Ik vind dat het de kern van het verhaal raakt. In die zin vond ik ook de vragen die mevrouw Stevens in I&O stelde zeer kernachtig, want die raakten precies aan de essentie van wat we niet weten en wel graag willen weten. Dus daarmee zou ik zeggen: ik laat het graag bij de raad om hier een oordeel over te vellen. Ik denk dat ik hiermee alle vragen en punten heb benoemd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Aan de orde is de tweede termijn. Mevrouw Molengraaf, wenst u nog het woord? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nee, ik ben blij met de toezegging van de wethouder. Ik wacht nog even wat de heer Tekir daarover vindt, maar ik ben blij met de toezegging van de wethouder, vooral met het feit dat het allemaal heel strak gaat worden, dan kunnen we goed onze controlerende rol uitvoeren. K - 25
De voorzitter: Heeft dat nog consequenties voor de motie die u hebt ingediend? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik heb geen motie ingediend. De voorzitter: Abuis, u had hem achter de hand gehouden. Goed. De heer Tekir, D66. De heer Tekir: Voorzitter. Zoals ik in mijn interruptie al aangaf, ben ik ook blij met de toezegging. Ik ben eigenlijk helemaal niet blij met dit stuk, zoals u begreep, maar wel blij met de toezegging, want dan kunnen we nog enigszins samen verder en voorkomen dat dit overgangsjaar een verloren jaar wordt. Dat haalt ons dan ook over de streep om hiermee in te stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, SP. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag nog even willen reageren op wat de wethouder zojuist gezegd heeft over de moties. Ik ben ten eerste blij dat de wethouder erkent dat de strekking van het verhaal de strekking is die het college zal volgen. Wat betreft de opmerking dat de onderwijsinspectie er niet op zit te wachten, denk ik ook dat dat wel een beetje de strekking is eigenlijk, want als de onderwijsinspectie er wel op zat te wachten, zouden ze waarschijnlijk ook beter hun best doen. Dat ze in januari wel plannen hebben, is mooi, maar het kan nooit kwaad dat wij als gemeente onze stem laten horen en onze waarschuwingen, anders weten ze het namelijk niet. Verder hoop ik dat de raad instemt met de moties.
Als het gaat om het stuk zelf: ook ik vond het vaag, daarom probeerde ik met moties meer handvatten te geven voor als het jaar voorbij is, dat er dus ook concreet naar zaken gekeken kan worden. Het heeft ook een voordeel dat het een stuk is dat over één jaar gaat, want als het over een langere termijn was gegaan, hadden we zeker tegengestemd, maar nu neigen we naar ‘voor’. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik begrijp dat u beide moties handhaaft. Dan de heer Wientjes, VVD. De heer Wientjes: Geen verdere reactie, mevrouw de voorzitter, dank u. De voorzitter: De heer Koçak nog? De heer Koçak: Nee, voorzitter. Met de motie ‘Volg onze kinderen’ willen we graag instemmen, de andere motie wijzen we af. De voorzitter: Anderen die nog in tweede termijn het woord wensen te voeren? De heer Roeland, Stadsbelang. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons prima vinden in de beantwoording van de vragen door de wethouder. De motie ‘Volg onze kinderen’ kunnen wij steunen, de motie over de onderwijsinspectie niet – ik denk dat dat een zaak is die aan de inspectie is. De motivatie om data te onderzoeken in deze fase is in ieder geval heel belangrijk, zodat daar verder vervolg op kan komen in het onderwijsachterstandenbeleid. K - 26
De voorzitter: Dank u wel. De heer Chaaby. De heer Chaaby: Dank u, voorzitter. Wij kunnen ons vinden in de bewoording en de beargumentering van het college. Onderwijs is van groot belang voor iedereen en we moeten er alles aan doen om de achterstanden weg te werken, in ieder geval voor zover in ons vermogen ligt. Wij hebben ons standpunt eigenlijk al in B&A aangegeven. De motie van de SP over de onderwijsinspectie, daar gaan wij niet over. De tweede motie willen we best steunen. Alleen wil ik er wel bij opmerken dat het heel lastig is. Hoe gaan we in godsnaam jongeren van 17 of 18 die een middelbare school hebben gevolgd, volgen of ze nog steeds achterstanden hebben, en die proberen weg te werken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee, CDA. De heer Onvlee: Dank u wel. Kort ook even een reactie, al was Janneke duidelijk in de B&A-sessie, en ook vanavond hoor ik veel opmerkingen die eigenlijk allemaal in dezelfde lijn zitten. Daarom is het goed dat het een soort van tussenjaar is en niet voor de lange termijn is bedoeld. De motie over de onderwijsinspectie zullen we niet steunen, conform de lijn die de wethouder heeft toegelicht. De motie ‘Volg de kinderen’ vind ik ingewikkeld, omdat die eigenlijk overbodig is, terwijl ik het tegelijkertijd ook een mooie oproep vind.
Toch zullen we hem uiteindelijk niet steunen, omdat ik hem lastig vind in te vullen, maar we vinden het wel een goed signaal. De voorzitter: Anderen nog het woord in tweede termijn? Dat is niet het geval. Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Ik zal alleen nog even op de motie over de onderwijsinspectie reageren. Het was natuurlijk heel onverstandig van mij om te zeggen wat ik persoonlijk wel of niet zou willen, dus dat neem ik terug. De essentie waarom deze motie wat mij betreft afgeraden zou moeten worden, is dat de uitspraken en het werk van de onderwijsinspectie toch niet helemaal juist geïnterpreteerd worden. De onderwijsinspectie heeft in het rapport ‘Staat van het onderwijs’ juist aan de bel getrokken waar het ging over onderwijsachterstandenbeleid, en dat er meer geïnvesteerd moest worden in gelijke kansen. Dus die pakt hier juist ook wel een goede en positieve rol. Verder wil ik naar aanleiding van een eerdere opmerking in eerste termijn dat, als geregistreerd werd dat een kind de ‘minimale lat’ haalde, er vervolgens niets gebeurde, toch wel zeggen dat zowel de onderwijsinspectie als heel veel docenten/professionals/onderwijzers die in het veld aan de gang zijn daarmee echt tekort worden gedaan, want er wordt in deze groep ontzettend veel geïnvesteerd op allerlei mogelijke manieren. Dat wilde ik hier nog over kwijt. Dank u wel.
De voorzitter: Interruptie mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch wel even zeggen dat ik het niet echt prettig vind dat de wethouder nu suggereert dat de SP daar anders over denkt. Wij denken namelijk alleen dat het systeem niet deugt. K - 27
Dank u wel. De voorzitter: Hiermee hebben we de tweede termijn gehad. Er liggen twee moties van de SP en een raadsvoorstel. Ik zie dat mevrouw Molengraaf een stemverklaring wil afleggen. Wilt u dat doen voordat ik de moties in stemming breng, of bij het raadsvoorstel zelf? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Bij het raadsvoorstel graag. De voorzitter: Prima. Dan gaan we eerst over de moties stemmen. Het lijkt me goed dat hoofdelijk te doen. Allereerst breng ik motie M2, ‘Volg onze kinderen’, in stemming. Als stemmingsnummer wordt getrokken nr. 13, zodat de heer Van Mourik als eerste aan de beurt van stemmen is. Motie M2 wordt in stemming gebracht en met 22 stemmen tegen 1 stem aangenomen. Voor hebben gestemd de heren Van Mourik en Oostrum, mevrouw Pellikaan, de heren Roeland, Van Santen en Schefferlie, mevrouw Stevens, de heren Tekir, Wientjes en Van Willigen, mevrouw Zwaan, de heren Bahlmann, Van Breemen en Chaaby, mevrouw Dansen, de heer Hachhouch, mevrouw Hamann, de heren Koçak en Van der Lee en de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers. Tegen heeft gestemd de heer Onvlee. De voorzitter: Aan de orde is motie M1, ‘Een hartig woordje met de onderwijsinspectie’. De motie wordt bij handopsteken in stemming gebracht en met 18 tegen 5 stemmen verworpen.
Tegen hebben gestemd de heren Van Mourik, Onvlee en Oostrum, mevrouw Pellikaan, de heren Roeland, Van Santen, Schefferlie, Wientjes, Van Willigen, Bahlmann, Van Breemen, Chaaby, Hachhouch, Koçak en Van der Lee en de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers. Voor hebben gestemd mevrouw Stevens, de heer Tekir en de dames Zwaan, Dansen en Hamann. De voorzitter: Voordat ik het raadsvoorstel in stemming breng, willen enkele leden van de raad een stemverklaring afleggen. Ik begin bij mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben erg blij met de toezegging van de wethouder, en dat is samen met de aangenomen motie van de SP ongeveer wel de enige reden waarom mijn fractie kan instemmen met het voorstel. Wij zouden de wethouder echt willen oproepen om eind volgend jaar met een veel beter kadervoorstel te komen. De voorzitter: Dan mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk kan ik het helemaal eens zijn met mevrouw Molengraaf. Ik ben heel blij dat de motie is aangenomen, omdat het namelijk wat meer handvatten geeft voor de toekomst, maar het is wel zo dat, als dit raadsvoorstel K - 28
over een jaar opnieuw naar voren komt, wij extra kritisch zullen kijken en het zeker niet voor minder zullen doen. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. Zoals ik al aangaf, maar ik herhaal het nu, omdat het nu het moment is, heeft de toezegging ons over de streep getrokken om in te stemmen met het voorstel. We zien de uitvoering daarvan met vertrouwen en belangstelling tegemoet. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9. Overzicht begrotingswijzigingen december 2020 (2020-722859)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10. Motie vreemd aan de orde van de dag.
De voorzitter: Aan de orde is de motie vreemd aan de orde van de dag, getiteld ‘Huishoudelijk afval in bedrijfswagens naar afvalbrengstation’. Het woord is aan de heer Roeland van Stadsbelang. De heer Roeland: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het afgelopen jaar hebben particulieren in het coronatijdperk hun huizen opgeruimd en hun overtollige spullen bij het afvalbrengstation van Waardlanden gebracht. In deze periode is Stadsbelang door veel ondernemers met een voertuig met grijs kenteken benaderd. Die vragen steeds “waarom kunnen wij ons huishoudelijk afval niet met ons busje naar het afvalstation Waardlanden brengen?”, of “ik betaal bijtelling voor mijn voertuig en mag hem dus ook voor privédoeleinden gebruiken, en dan nog kan ik mijn eigen huishoudelijk afval niet aanbieden”. Dit is inmiddels een universeel onderwerp in Nederland geworden. We realiseerden ons dat de heer Tekir al ruim een jaar geleden deze problematiek aan de orde heeft gebracht en dat er in al die tijd nog niks aan is gedaan. Voorts hebben wij gezocht en onderzoek gedaan naar concrete oplossingen die andere afvalverwerkingsbedrijven voor dit probleem hebben gevonden. Vandaar onze motie, die ik nu ga voorlezen: Motie M3: Huishoudelijk afval in bedrijfswagens naar afvalbrengstation.
De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 10 december 2020; verzoekt het college: een pilot te starten die het mogelijk maakt voor bestuurders van bedrijfswagens op grijs kenteken om hun huishoudelijk afval aan te bieden bij het afvalbrengstation van Waardlanden; de raad over de resultaten van deze pilot te informeren in een RIB. Motivering. In het coalitieakkoord, is één van de ambities veiligheid. Hierbij wordt ingezet op samenwerking met partners als Waardlanden om zaken als zwerfvuil/dumpafval/bijplaatsingen aan te pakken en het legen en schoonhouden van afvalcontainers te optimaliseren. Het kunnen wegbrengen van huishoudelijk afval bij het afvalbrengstation draagt hier in hoge mate aan bij. De wet geeft aan dat huishoudelijk afval dat in een bedrijfsauto met grijs kenteken vervoerd wordt, aangemerkt moet worden als bedrijfsafval. Een uitzondering hierop is een voertuig met een grijs kenteken waar een invalide in vervoerd kan worden (RDW). Deze pilot, maakt het voor bestuurders van een voertuig met grijs kenteken op particuliere
K - 29
naam of één waarvoor zij bijtelling betalen vanwege privé gebruik mogelijk om hun aantoonbaar huishoudelijk afval bij het afvalbrengstation te brengen. De aanbieder is verplicht over het aangeleverde afval inlichtingen te verstekken aan de balie van het afvalbrengstation. De belangrijkste regel is dat het altijd ter beoordeling van de medewerkers van het afvalbrengstation is of uit de aard en samenstelling van het afval blijkt dat het daadwerkelijk om particulier huishoudelijk afval gaat. Andere afvalinzamelaars staan ook bedrijfswagens op grijs kenteken met huishoudelijk afval toe. Bron: https://www.saver.nl/nl/nieuws/extra-aandacht-weren-bedrijfsafval-opmilieustraten-saver/
De voorzitter: Dank u wel. Met instemming van de raad is het denk ik goed om eerst wethouder Van der Geest het woord te geven, zodat hij wat achtergrondinformatie kan geven. Vervolgens inventariseer ik dan wie het woord wenst. Mevrouw Hamann: Voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ik hoef het woord nu nog niet meteen, maar ik heb een vraagje aan de heer Roeland…. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Ik denk dat het goed is eerst even de wethouder het woord te geven, dan inventariseer ik wie allemaal het woord willen en dan krijgt u als eerste het woord. Wethouder Van der Geest. Wethouder Van der Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Voordat ik tot een conclusie kom over de motie eerst een aanloopje. Zoals de heer Roeland zelf al zei, is dit onderwerp al vaker onderwerp van gesprek geweest in uw raad, recent nog door mevrouw Zwaan in I&O bij het analyserapport van Waardlanden, waarbij ze vroeg om bij nieuw beleid, een nieuwe organisatie, of de aangepaste organisatie van Waardlanden, ook te kijken naar betere toegangscontrole op de ABS’en. Het is ook vaker in het bestuur van Waardlanden geweest, naar aanleiding ook van mondelinge vragen die in de gemeente Molenlanden gesteld zijn. Daarom is het ook een onderwerp in het analyserapport.
We hebben gekeken naar het voorzieningenniveau van ABS’en, volgens mij zeven of acht uit mijn hoofd, maar ook naar het oneigenlijk aanbieden van bedrijfsafval. De maatregel die de heer Roeland noemde is in 2019 ingegaan, het weren van grijze kentekens op de ABS’en, dat zijn er vier à vijf in ons gebied. Het bleek dat heel veel bedrijven, vooral bijvoorbeeld hoveniers en aannemers, hun bedrijfsafval brengen naar een ABS, en bedrijven dienen gewoon een contract te hebben met een commerciële afvalinzamelaar. Daarbij vind ik ook, en dat zullen veel leden van de raad ook delen, dat het onwenselijk is dat onze inwoners betalen voor het afval van die bedrijven. Daarnaast ziet ook de provincie Zuid-Holland strikt toe op de naleving van die provinciale regeling, om geen bedrijfsafval aan te bieden op ABS’en. De heer Roeland refereerde aan signalen die bij zijn fractie zijn binnengekomen en die zijn natuurlijk ook bij Waardlanden binnengekomen, maar de maatregel heeft wel gewerkt. Dat stond ook in het analyserapport. Het bedrijfsafval is aanmerkelijk gedaald en de bijplaatsingen, want dat zou dan een logisch gevolg kunnen zijn, zijn daardoor niet gestegen, ook niet in die mate van bedrijfsafval.
Maar wij hebben ook aangegeven, en dat heeft volgens mij ook de directeur van Waardlanden aangegeven in uw raad, maar ook in de andere raden waar sessies geweest zijn, dat verbeteringen op de ABS’en echt wel mogelijk zijn, bijvoorbeeld begeleiding daarop, betere toelichting daarop, maar ook de K - 30
toegangscontrole, zoals mevrouw Zwaan bepleitte. Ik zou de heer Roeland als indiener van de motie dan ook willen vragen om de motie op dit moment aan te houden en in ieder geval te betrekken bij het gesprek dat wij hebben over het nieuwe beleid, want ik denk dat die daar het beste op z’n plek is, om ook het geheel te bekijken. Dan kunnen wij het over de toegangscontrole of de inrichting van het ABS hebben, maar ook zeker over het oneigenlijk aanbieden van bedrijfsafval. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ja, ik had eigenlijk eerst een kort vraagje. Hoe denkt… De voorzitter: U bent niet meer te horen, mevrouw Hamann. Misschien moet u uw microfoon even aanzetten. Mevrouw Hamann: Ja, dat helpt hè!? Excuus. In eerste instantie had ik alleen een kort vraagje, maar ik zal nu ook meteen maar zeggen wat ik ervan vind. De hele kwestie is natuurlijk al jaren aan de orde, zoals wij ook in het antwoord van de wethouder hoorden, en we zijn bezig met nieuw beleid. Maar ik vraag me werkelijk af, en die vraag richt ik aan de heer Roeland, hoe hij dat denkt te gaan controleren. Straks komt er een busje met grijs kenteken, de bestuurder meldt dat het afval echt uit zijn huis komt, en dan moet een medewerker van Waardlanden gaan kijken of dat wel echt zo is. Gaat dat werken? Gelooft de heer Roeland dat echt? Ik denk niet dat je medewerkers daarmee moet opzadelen.
De kwestie speelt al jaren. Gorinchem had een veelvoud aan bouwafval vergeleken met andere gemeenten in Nederland, daar is een stokje voor gestoken en dat helpt blijkbaar. Het hele beleid gaat zeer binnenkort op de schop en dan willen we het graag bespreken. Het bouwafval zou eigenlijk anders moeten worden ingezameld dan het huishoudelijk afval, dus ik zou zeggen: helemaal geen busjes daar! Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Allereerst constateer ik dat Stadsbelang, zoals ze zelf ook wel aangaf, eigenlijk precies hetzelfde voorstel doet als waar D66 een jaar geleden om vroeg. Je kunt dat zien als een compliment, en zo beschouw ik het ook maar, want we hebben wel vaker goede ideeën, maar we zouden het wel op prijs stellen als een partij als Stadsbelang dan zo’n voorstel meteen steunt en niet een jaar wacht en nadenkt. Dan de reactie van het college. Ik was vooral benieuwd hoe het college dit voorstel nu zou beoordelen, omdat het eerder, toen wij erom vroegen, hiervoor geen mogelijkheden zag. Nu blijft het een beetje in het midden en wordt eigenlijk voorgesteld de motie aan te houden. Ik moet zeggen dat ik dat wel snap, want er komt volgens mij al een afvalplan richting de raad en dit college heeft de gewoonte om alles waaraan het werkt nu niet te ondersteunen.
Kortom, ik hoop eigenlijk dat het in het afvalplan wel een plekje zal krijgen en dat we er nu niet over hoeven te stemmen, want dit signaal is, nogmaals, meerdere malen zowel door mij als door mijn collega-raadslid mevrouw Zwaan ter sprake gebracht en ik hoop dat dat ook bij het college is geland. Dank u wel. De voorzitter: De heer Oostrum. K - 31
De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik herken het probleem dat aangekaart wordt door de heer Roeland, en eerder ook door de fractie van D66, en anderen misschien ook nog wel. Maar ik begrijp zeker ook de bezwaren die eraan kleven wat betreft controle. Ik wacht dus graag op het voorstel dat te zijner tijd vanuit Waardlanden via het college ons zal bereiken. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik begrijp het verzoek van de wethouder om de motie aan te houden en ik zal dan ook inhoudelijk niet op de motie ingaan. Maar ik zou de heer Roeland wel willen vragen waarom hij geen contact met D66 heeft gezocht hierover. Ik vind dit echt een hele rare gang van zaken en dat zijn we niet zo gewend in deze raad. Het zou me er haast toe brengen om er tegen te zijn, maar laten we dat niet doen en het straks op de inhoud beoordelen. Maar de omgangsvormen vind ik niet om over naar huis te schrijven. De voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, dank u wel, voorzitter. Het eerste wat ik op mijn kladje had geschreven was “niet chic”, maar daar hebben de vorige sprekers al genoeg over gezegd, dus dat laat ik even bij de heer Roeland. Ik deel de vraag van mevrouw Hamann als het gaat om de uitvoerbaarheid.
Hoe controleer je nu of iemand die zegt dat hij echt huishoudelijke afval komt brengen, dat ook daadwerkelijk doet? Je kunt ook in je vuilniszak gewoon allerlei bedrijfsafval proppen, daar bovenop drie verpakkingen doen en zeggen dat het allemaal huisafval is. Moeten medewerkers van Waardlanden dat dan gaan leeghalen om het te controleren? Dat lijkt me niet fijn. Ten slotte ben ik het wel met de wethouder eens dat we dit niet nu moeten behandelen. Dat spreekt ook een beetje voor zich, denk ik, gezien ook de I&O die we daar onlangs over gehad hebben. Ik zou dit in ieder geval in z’n integraliteit willen bekijken. Ik begrijp het voorstel van de heer Roeland, het is nu alleen niet de juiste tijd ervoor. Als hij de motie handhaaft, zal ik er nu tegenstemmen, niet omdat ik het per se een heel slecht voorstel vind, hoewel het mij vrij onuitvoerbaar lijkt, maar vooral omdat ik het in de integraliteit van het nieuwe grondstoffenbeleid wil bekijken en niet nu als een losse flodder in de ruimte. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Voorzitter, dank u wel. Ik kan me herinneren dat deze vraag niet alleen recent, maar ook al veel eerder is gesteld, vorig jaar door de collega’s. Daar is ook genoeg over gezegd, denk ik. Toen was het antwoord overigens afwijzend, meen ik me te herinneren. Ik ben benieuwd of we nu een ommedraai gaan krijgen.
Los daarvan ben ik ook benieuwd naar drie andere aspecten. Want 1: het is een gemeenschappelijke regeling waar we in zitten. Dan rijst bij mij een beetje de vraag: wat is dan de verwachting hierover bij andere deelnemende gemeenten? Misschien heeft de wethouder daar een antwoord op, of kan hij er alvast navraag naar doen voordat we naar de vervolgsessies gaan. 2. Ook een beetje in het verlengde van wat mevrouw Hamann zei: hoe nou om te gaan met de controle op het aangeleverde afval, maar goed, dat is een inhoudelijk punt. K - 32
En 3., met betrekking tot de timing. Nou, er zijn al heel veel sessies geweest omtrent Waardlanden en begin volgend jaar praten we hier ook over verder, dus vanuit de VVD lijkt dan het voorstel van de wethouder zeker op zijn plaats. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Misschien nog aanvullend vraag ik de heer Roeland om in ieder geval de motie aan te houden en ik zou ook nog even willen waarschuwen voor het feit dat medewerkers van de werf dan dadelijk de beoordeler worden van de situatie, oftewel: zij gaan dan bepalen op basis van wat ze zien of er wel of niet gestort mag worden. En ervaringen uit het verleden, toen deze regeling ingesteld werd, geven mij niet echt het vertrouwen dat dit op dit moment echt uitvoerbaar is. Dus laten we asjeblieft ook niet mensen in een onmogelijke positie brengen. Graag de motie aanhouden, met name ook naar aanleiding van de opmerkingen van wethouder Van der Geest. De voorzitter: De heer Roeland. De heer Roeland: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ja, geen busjes bij het afvalbrengstation van Waardlanden. Het is vreemd dat bij allerlei andere afvalinzamelaars deze busjes wel terecht kunnen. In de bronvermelding heb ik contact gehad met Saver, en die hebben mij verteld dat dat daar juist uitstekend werkt.
Die zijn omgekeerd tewerk gegaan: die hebben eerst iedereen toegelaten voor huishoudelijk afval en toen bleek dat mensen daar met bedrijfsafval kwamen, hebben ze vervolgens de regels strikter ingesteld, dat je je van tevoren moet melden. Zoiets zou ik me ook hier kunnen voorstellen. Als je een aanhanger leent bij Waardlanden, moet je je ook eerst bij de balie melden, dan moet je een formulier invullen wie je bent en vervolgens ga je naar boven toe om daar een kar op te halen; dat papier moet je dan afgeven aan een van de medewerkers. Nou, zoiets zou je je ook kunnen voorstellen als dat hier bijvoorbeeld zou gebeuren. Maar goed, in het verleden schijnt daar veel mee gesjoemeld te zijn en misschien dat er in het beleid van Waardlanden een andere mogelijkheid komt. Maar het is natuurlijk wel vreemd dat mensen met een busje waarvoor ze bijtelling betalen voor privégebruik niet de mogelijkheid geboden wordt om hun huishoudelijk afval daar te dumpen. En dan even langs de heer Tekir. In ieder geval heb ik hem genoemd, omdat hij al eerder dit aan de orde heeft gebracht. Ik heb ook gehoord dat het niet netjes is dat dat nu door ons opgepikt wordt, of misschien zelfs gestolen wordt, omdat hij daarmee begonnen is.
Het is inmiddels een jaar geleden dat dit aan de orde is geweest, dus vandaar dat wij met alle reacties die wij uit het veld hebben gehoord van mensen die ondernemers zijn met voertuigen, die zeggen van: “ja, gebeurt er nou nog iets en wie pakt dat op?”, de draad hebben opgepakt, omdat wij vonden dat het een universeel onderwerp was. Trouwens: in de begroting hebben wij aangekondigd dat ook… De voorzitter: Mevrouw Molengraaf interruptie. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik begrijp dat de heer Roeland allerlei aanloopjes neemt om te rechtvaardigen dat hij dit zo indient, maar volgens mij is het gewoon goed gebruik, K - 33
als iemand een onderwerp tot het zijne heeft gemaakt, dat je dan even overlegt van “joh, gaan jullie daar nog wat mee doen, anders doen wij het”. Dat simpele overleg is er blijkbaar niet geweest en daar spreek ik hem op aan. Dat is gewoon niet wat wij gewend zijn. De voorzitter: Interruptie van de heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Laat ik het zo zeggen: het had zeker volgens de fatsoenregels kunnen gaan zoals we die als raad gewend zijn, maar daar wil ik niet veel woorden meer aan vuil maken. Waar ik wel even op wil reageren is het volgende. De heer Roeland geeft aan: “die wens is een paar keer uitgesproken, waar wordt dan nog op gewacht?”. Nou, laat ik dat antwoord dan meteen geven. In de begroting die we met z’n allen onlangs hebben goedgekeurd hebben we kunnen lezen dat het college werkt aan een afvalplan. Volgens mij willen ze dat begin 2021 voorleggen aan de raad en daar is het wachten op. Als nou straks blijkt dat het college in dat afvalplan dit hele vraagstuk niet meeneemt en oplost, dan is er weer voldoende reden om dit met z’n allen op te pakken. Ik zou toch willen voorstellen om, zoals het college ook graag ziet, een broedende kip eerst het ei te laten leggen en er dan wat van te vinden. De wens vanuit de raad is inmiddels wel duidelijk, lijkt mij. De voorzitter: De heer Roeland vervolgt zijn betoog.
De heer Roeland: Ik zie mevrouw Hamann in beeld komen… De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ja, ik had een kleine interruptie, een beetje in navolging van de anderen. Ik breng de heer Roeland even in herinnering dat wij afgelopen juni nog, samen ook met D66 en Stadsbelang, een motie hebben ingediend, én gehaald, tegen afval op straat, waarvoor net vandaag een heel beleidsdocument in de bus is gerold. De heer Roeland: Daar zijn we blij mee. Mevrouw Hamann: Dat is meestal hoe we werken en als de heer Roeland zijn huiswerk had gedaan, had hij geweten dat in Gorinchem eerst de busjes ook gewoon mochten komen, maar dat liep zo gruwelijk uit de hand dat daar op een gegeven moment een stokje voor gestoken is. Dus dat was niet voor niks. De heer Roeland: Nee, maar inmiddels heeft het al twee jaar geduurd voordat er nieuw beleid komt waardoor het wel mogelijk is, zoals bij andere afvalverwerkingsbedrijven, dat dit soort busjes er kunnen komen. Maar goed, ik vervolg mijn betoog eventjes. Ja, de heer Tekir valt erover. Misschien is het voor mij, daar moet ik ook eerlijk in zijn, als iemand die nog niet zo lang in de politiek zit…, dat ik…, wat zal ik zeggen: dat ik de kenmerken niet netjes heb gevolgd om u eerst in te lichten. Wat dat betreft mijn excuses. Dat had ik misschien beter kunnen doen.
De heer Van Breemen heeft het gehad over de integraliteit van alle beleidsstukken bij Waardlanden die ontwikkeld moeten worden. Ja, wat dat betreft, en na iedereen gehoord te hebben, denk ik ook dat wij de motie aanhouden, gezien de druk op de nood van dit
K - 34
probleem, maar wij willen in ieder geval wel het vervolg van Waardlanden het komend voorjaar afwachten en houden wat dat betreft de vingers aan de pols. Dus wij willen de motie niet in stemming brengen, maar zullen hem aanhouden. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan concludeer ik dat de ingediende motie aangehouden wordt. De wethouder heeft zojuist aangegeven dat er begin 2021 nieuw beleid komt ten aanzien van Waardlanden en dan kan deze motie opnieuw aan de orde komen in deze raad. Wellicht is het ook nog een idee om de komende weken, wanneer we toch allemaal onder de kerstboom zitten en maximaal drie mensen thuis mogen ontvangen, eens te kijken of er hier en daar nog even iets besproken kan worden. 11. Sluiting
De voorzitter: Dames en heren. Deze laatste raadsvergadering van 2020 komt ten einde. Een heel bijzonder jaar ligt achter ons, een jaar waarin er heel hard gewerkt is, waarin wij de nodige flexibiliteit met elkaar hebben moeten tonen om toch door te kunnen blijven gaan met het democratische proces. Ik wil u als raad daarvoor hartelijk dankzeggen, maar niet alleen u als raad, ook de griffie en de ambtelijke organisatie. Samen hebben we met elkaar toch weer het een en ander voor elkaar gebokst, en daar gaan we uiteraard in het nieuwe jaar mee door. Ik wens u allen fijne feestdagen, rust goed uit en graag tot ziens in 2021. De vergadering is gesloten (21.27 uur). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Gorinchem op 21 januari 2021. De griffier,
De voorzitter,
K - 35
Sprekersindex:
Bahlmann, B.C.S, 2 Breemen, R.J.J. van, 32 Chaaby, H., 2, 26 Dansen, mw. E.L., 3, 7 Doesburg, R.P. van, 7, 9, 13, 22, 24, 27 Geest, J.P. van der, 10, 30 Hachhouch, M.A., 2 Hamann, mw. E.W.H., 4, 8, 12, 15, 29, 30, 31, 34 Koçak, E.A., 2, 21, 23, 26 Kraaijeveld, E.C.M., 6, 8 Lee, G.J. van der, 2 Maaren, mw. A.P. van, 3 Mager, mw. A., 2, 11 Molengraaf-Vullers, mw. M.J., 2, 13, 17, 23, 25, 27, 28, 31, 33 Mourik, H.J. van, 2, 9, 11 Onvlee, L.A., 2, 27 Oostrum, J.C., 2, 6, 17, 31 Pellikaan, mw. L.P.W., 3 Roeland, J.M., 3, 6, 26, 29, 33, 34 Santen, N. van, 3, 32 Schefferlie, P.C.J., 3 Stevens, mw. D., 3, 18, 26, 27, 28 Tekir, I., 3, 7, 17, 24, 25, 28, 31, 33 Wientjes, C.J.J., 4, 15, 20, 21, 22, 24, 26 Willigen, C. van, 3, 32
K - 36
TOEZEGGINGEN IN DE RAADSVERGADERING VAN 10 DECEMBER 2020.
5. Vragenuurtje raadsleden Wethouder Kraaijeveld Gedupeerden van de Toeslagenaffaire zullen via de gemeentepagina, de gemeentelijke website en social media worden opgeroepen zich te melden bij het sociaal team. De voorzitter De status van het fractievoorzittersoverleg fractievoorzittersoverleg aan de orde worden gesteld.
zal
in
het
eerstvolgende
8. Onderwijsachterstandenbeleid Wethouder Van Doesburg: De raad zal worden meegenomen in het verzamelen van data, de interpretaties daarvan en de interventies die daaraan worden verbonden.
K - 37