201210 Concept Verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Nr. 11
Zitting van donderdag 10 december 2020 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heren B.C.S. Bahlmann, R.J.J. van Breemen, H. Chaaby, mevrouw E.L. Dansen, de heer M.A. Hachhouch, mevrouw E.W.H. Hamann, de heren E.A. Koçak en G.J. van der Lee, de dames A. Mager en M.J. Molengraaf-Vullers, de heren H.J. van Mourik, L.A. Onvlee en J.C. Oostrum, mevrouw L.P.W. Pellikaan, de heren J.M. Roeland, N. van Santen en P.C.J. Schefferlie, mevrouw D. Stevens, de heren I. Tekir, C.J.J. Wientjes en C. van Willigen en mevrouw I. Zwaan. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig: de wethouders de heren R.P. van Doesburg, J.P. van der Geest, E.C.M. Kraaijeveld en D. van Zanten, alsmede de gemeentesecretaris mevrouw C.E. Bos. Afwezig met kennisgeving: de heer F.M.T. Barth en mevrouw J. Van Oversteeg..
* 0. Vaststellen presentie voor digitale raadsvergadering (19.15 uur)..............................................................................2 1. Opening raadsvergadering. ........................................................................................................................................5 2. Ingekomen stukken / mededelingen...........................................................................................................................5 3. Vaststellen agenda......................................................................................................................................................6 4. Vaststellen notulen voorgaande parallelsessies. ........................................................................................................6 5. Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit het college.............................................................................................6 6. Uit de vergadering van 26 november 2020, bekrachtiging ingekomen RIB/694685/71917 & verslag fractievoorzitters 3 december 2020 ..........................................................................................................................11 7.a. Benoeming mevrouw E. Dansen in de Werkgeverscommissie (2020-721169).......................................................14 7.b.Motie Schotbalkenloods (2020-712456).
.................................................................................................................14 7.c. Verordening ambtelijke bijstand gemeente Gorinchem 2020 (2020-722447).........................................................15 7.d.Bestemmingsplan Hoog Dalem Middengebied (2020-719329)...............................................................................15 7.e. Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 (2020-722156). .............................................................................................16 8. Onderwijs Achterstanden Beleid (2020-704602).....................................................................................................17 9. Overzicht begrotingswijzigingen december 2020 (2020-722859)...........................................................................28 10. Motie vreemd aan de orde van de dag......................................................................................................................29 11. Sluiting .....................................................................................................................................................................35
K-1
0.
Vaststellen presentie voor digitale raadsvergadering (19.15 uur).
(Het voorzitterschap wordt waargenomen door de heer Van Breemen) De voorzitter: Goedenavond. De burgemeester is nog even wat laatste voorbereidingen aan het treffen met de griffier voor de raadsvergadering van zo meteen. Zij heeft mij gevraagd alvast de presentielijst af te nemen. Zoals u weet, even beeld en geluid aan als ik uw naam noem, en dan kunnen we dit snel afhandelen, denk ik. Ik begin bij de heer Bahlmann. De heer Bahlmann: Goedenavond, voorzitter, present. De voorzitter: Oké, goedenavond. Ik heb u alleen nog niet in beeld gezien, en dat moet toch even… Ja, dank u wel. Zelf ben ik er ook. De heer Barth is wegens familieomstandigheden afwezig. De heer Chaaby. De heer Chaaby: Goedenavond, voorzitter, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Dansen. … Mevrouw Dansen is nog niet aanwezig. De heer Hachhouch. De heer Hachhouch: Goedenavond, mijnheer de voorzitter, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Hamann. … Nog niet aanwezig in Teams. De heer Koçak. De heer Koçak: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van der Lee. De heer Van der Lee: Goedenavond, voorzitter, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Van Maaren heeft aangegeven iets later te komen. Mevrouw Mager is al een hele tijd in beeld… Mevrouw Mager: O, sorry! De voorzitter: Zij is daarmee aanwezig. Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, aanwezig..
De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Aanwezig, gelukkig wel! De voorzitter: Heel goed, alle techniek werkt. De heer Onvlee. De heer Onvlee: Ja, een hele goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Oostrum. De heer Oostrum: Ja, goedenavond, voorzitter. K-2
De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Van Oversteeg is vanavond afwezig in verband met de geboorte van haar dochter. De burgemeester zal daar dadelijk nog meer over zeggen. Mevrouw Pellikaan. … Nog niet aanwezig, hoor ik. De heer Roeland. … Ook niet aanwezig. De heer Van Santen.. De heer Van Santen: Ja, voorzitter, ik ben er. De voorzitter: Welkom. De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ja, ik ben er ook weer, voorzitter. De voorzitter: Welkom. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Goedenavond, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. De heer Tekir. De heer Tekir: Goedenavond, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. De heer Wientjes. … Niet aanwezig in Teams. De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Goedenavond, voorzitter, en alle anderen. Ik ben aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Zwaan. … Ook niet aanwezig. Oké, dan zijn er dus zes raadsleden nog niet. Twee zijn definitief afwezig en mevrouw Van Maaren komt later. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter… De voorzitter: Ah, mevrouw Pellikaan! Mevrouw Pellikaan: Ik ben weer present. De voorzitter: Ja, goedenavond. Ik loop het lijstje nog gewoon een keer langs. Mevrouw Dansen? Nog niet aangesloten, oké. Dan wachten we even tot het half acht is en zien het wel in de chat als er iemand aanschuift. …. Ik zie dat de heer Roeland inmiddels is binnengekomen. Als hij zich even wil melden? De heer Roeland: Goedenavond, voorzitter.
Ik ben aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Dansen heb ik gezien… Mevrouw Dansen: Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Zwaan? … Ze was er net wel… Niet meer? Oké, dan komt ze vast nog terug. En mevrouw Van Maaren? Mevrouw Van Maaren: Aanwezig.
K-3
De voorzitter: Welkom, gelukt. Dan zijn nu nog niet aanwezig mevrouw Hamann, de heer Wientjes en mevrouw Zwaan. De heer Wientjes is gearriveerd, zie ik. Of hij zich even wil melden… De heer Wientjes: Bij dezen, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Zwaan meldt dat haar computer niet meewerkt, dus die komt waarschijnlijk iets later. Dan wachten we alleen nog tot het half acht is, of tot mevrouw Hamann gearriveerd is. …. Ik zie dat mevrouw Hamann aangeschoven is, dus als zij zich even wil melden? Mevrouw Hamann: Ja, hallo, ik ben er weer! De voorzitter: Gelukkig, net op tijd. Welkom. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester)
K-4
1. Opening raadsvergadering.
De voorzitter: Dames en heren, leden van de raad, goedenavond allemaal. Fijn dat u er weer bent in deze laatste raadsvergadering van dit jaar. Met medewerking van de heer Van Breemen is geïnventariseerd wie er allemaal zijn. We kunnen concluderen dat mevrouw Van Oversteeg en de heer Barth niet aanwezig zijn, mevrouw Van Oversteeg om wel heel heugelijke redenen, want ze is bevallen van dochter Lieke. Gelukkig is alles goed gegaan en ook vanaf deze plaats wensen we haar en haar gezien alle goeds toe. Deze vergadering wil ik graag weer beginnen met een stukje van René van Dijk uit het Regionaal Archief Gorinchem. Dit keer haakt hij aan op het onderwerp Onderwijsachterstandenbeleid dat op de agenda staat. Ook in 1971 hadden we een wethouder voor onderwijs die zelf leraar was geweest. Hij had dus ervaren dat veel kinderen door hun sociale milieu een taalachterstand hadden. Dat moest eens goed worden onderzocht. Op een of andere manier wist hij een extern bureau zo gek te krijgen om dat geheel gratis op zich te nemen. Dit was het Instituut Culturele Antropologie van de Rijksuniversiteit Utrecht. Enkele studenten, onder wie een zekere Henri Jorritsma, voerden het uit, en hoe! Ze observeerden de situatie in de klassen 1 van de vijf scholen, lieten kinderen testjes doen, ondervroegen de juffen en gingen op huisbezoek bij ouders. Het resulteerde in een indrukwekkend dik rapport.
Maar de studenten stuurden het niet alleen naar de wethouder, maar tegelijkertijd ook naar allerlei ouders én de Gorcumse Courant. Redacteur Henk Hage voelde – en ik citeer – “zijn neusvleugels trillen van journalistieke opwinding”, want achter het prachtig gekalligrafeerde titelblad zat een explosieve inhoud. Zo ‘kon’ de juf van de gemeentelijke Waaleschool zelf het verschil niet tussen ‘kennen’ en ‘kunnen’. Orde hield ze door middel van lange, ijzige blikken. Complimentjes maakte ze niet, wel, bestempelde ze je luidkeels als dom of lui. Lesgeven deed ze ongeïnteresseerd en in de omgang leek ze een machinaal wezen. Op het stadhuis schrok men zich wezenloos. Een jurist belde meteen naar de krant om een embargo op te leggen. En een pittige brief bereikte de professor, maar die schreef terug dat het rapport niet zijn verantwoordelijkheid was, en trouwens dat Henri Jorritsma maar een zesje had gekregen. Anno 2020 is Henri plaatsvervangend directeur van de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie van het departement van Buitenlandse Zaken. In een recent interview sprak hij, ik citeer: “De eerste anderhalf jaar zijn ministers altijd erg blij met ons, want dan gaan evaluaties over voorgangers, maar daarna zijn ze zelf aan de beurt en neemt het enthousiasme af. De vergadering is geopend.
Wellicht is het zojuist al gezegd, maar in de raadzaal zijn heel weinig mensen aanwezig, zoals gebruikelijk de plaatsvervangend voorzitter, ik als voorzitter, de griffier en de plaatsvervangend griffier. Mensen van FaZa zitten boven. En dat is het dan. Voor de rest is iedereen elders digitaal aanwezig. Ik hoor dat inmiddels mevrouw Zwaan ook is aangeschoven. Fijn dat de computerproblemen zijn verholpen. 2. Ingekomen stukken / mededelingen.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt overeenkomstig de voorgestelde afdoening besloten.
K-5
3. Vaststellen agenda.
De heer Roeland: Mevrouw de voorzitter. Wij hebben een motie in te brengen. Kan ik dat hier melden? De voorzitter: Dat kunt u hier melden. De heer Roeland: Oké, dank u wel. De voorzitter: U wilt een motie vreemd aan de orde van de dag aanmelden? De heer Roeland: Ja. De voorzitter: Wat is de werktitel? De heer Roeland: Huishoudelijk afval in bedrijfswagen naar afvalbrengstation. Ik dank u wel. De voorzitter: Prima. Ik stel voor de motie te behandelen onder agendapunt 10. Aldus wordt besloten. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 4. Vaststellen notulen voorgaande parallelsessies.
De verslagen van de parallelsessies 201203 I&O – Decentralisatie beschermd wonen en opvang, 20103 I&O – Sociaal Team Gorinchem, 201203 I&O – Voortgang Omgevingswet, 201203 B&A – Bestemmingsplan Hoog Dalem Middengebied en 201203 I&O-B&A – Covid 19 worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ongewijzigd vastgesteld. 5. Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit het college.
De voorzitter: Wij hebben vier vragen binnen gekregen. Allereerst de fractie PvdA, de heer Oostrum, over de aangenomen motie Regenbooggemeente. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik heb mijn achtergrondje even aangepast aan de vragen. Op 15 oktober hebben wij de motie ingediend om Gorinchem aan te sluiten bij de Regenbooggemeenten. De belangstelling van onze fractie gaat vooral uit naar de vraag of dat nog dit jaar gaat lukken en, zo niet, waarom niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik kan de heer Oostrum geruststellen, evenals de andere leden van de gemeenteraad. Wij hebben morgenmiddag die ondertekening. De heer Oostrum: Dank u wel. Compliment voor de snelheid.
K-6
De voorzitter: Dank u wel. Dan de fractie SP, Mevrouw Dansen, en het onderwerp is de raadsbreed aangenomen motie ‘Knarrenhof’. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. De motie is inderdaad raadsbreed aangenomen op 9 juli en daarin wordt gevraagd of het college met de kerngroepKnarrenhof Gorinchem in gesprek wil gaan over mogelijke ontwikkellocaties waar een Knarrenhof gerealiseerd kan worden en de gemeenteraad vóór 1 november te informeren over mogelijke locaties en vervolgstappen. In het kader daarvan zijn wij als medevoorstemmer zeer geïnteresseerd is in het antwoord op de vraag of het college in gesprek is geweest met de kerngroep-Knarrenhof over die ontwikkellocaties en of het college de raad kan vertellen over mogelijke locaties en de vervolgstappen ten aanzien van die locaties. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Die motie is inderdaad breed aangenomen, maar daarbij moet wel worden aangetekend dat wij de indieners ervan ter vergadering hebben verzocht de datum van 1 november op te rekken naar het einde van het jaar, omdat een eerdere beantwoording niet mogelijk zou zijn. Dat heeft ook te maken met de rest van mijn antwoord.
Ook al vóór 9 juli waren wij druk in gesprek met de kerngroep Knarrenhof en hebben bijvoorbeeld, zoals laatst ook in een RIB stond, een locatie-Stalkaarsen onderzocht, die voor hen jammer genoeg net niet passend bleek. Vervolgens zijn we op het spoor gekomen van een andere locatie in de Haarwijk, t.w. de mogelijke herontwikkellocatie Lange Slagenstraat, waar een schoolgebouw staat. Maar voor die locatie was eerst een erfgoedtechnisch onderzoek nodig – zo noem ik het maar even –, om te beoordelen wat de mogelijkheden voor herontwikkeling zijn met respect voor een eventueel behoud van erfgoed, en welke randvoorwaarden het oplevert. Dat onderzoek komt ternauwernood nog aan het einde van het jaar tot ons. In de tussentijd heb ik er ook wel contact over gehad met de kerngroep Knarrenhof. Die locatie blijft in beeld voor een ontwikkeling zoals Knarrenhof, of een concept dat daarop lijkt. Als ook deze locatie niet zou lukken, moeten we opnieuw op zoek naar andere locaties. Daar zijn op dit moment nog niet echt ideeën over, maar vooralsnog heb ik goede hoop op dat deel van de Haarwijk, Lange Slagen/Nicolaas Pieck. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Tekir, D66, vragen naar aanleiding van de Toeslagenaffaire. De heer Tekir: Voorzitter. Uit landelijke berichtgeving kan worde opgemaakt dat gemeenten geen hulp kunnen bieden aan gedupeerden van de recente Toeslagenaffaire.
Zo meldt Het Parool: “Strenge privacywetgeving belemmert de gemeente bij het bieden van hulp aan de bijna 1700 Amsterdamse ouders die gedupeerd zijn door de affaire. Wethouder Moorman krijgt niet te horen wie het zijn”. In onze raad heeft de SP dit onderwerp al eens eerder geagendeerd en haar zorgen geuit. Recent berichtte de radio ook nog dat een wethouder van de gemeente Dalfsen gezien de privacybelemmeringen een
K-7
oproep heeft gedaan aan gedupeerden om zich bij de gemeente aan te melden. Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen. 1. Is het college bekend met het aantal gezinnen binnen de gemeente Gorinchem dat gedupeerd is door deze affaire? 2. Is het college bekend met het aantal gezinnen binnen de gemeente Gorinchem dat zich inmiddels met een hulpvraag bij de gemeente heeft gemeld? 3. Welke betekenis geeft het college aan het verschil tussen deze twee categorieën? 4. Is het naar het oordeel van het college nodig om gedupeerden actief op te roepen zich te melden, teneinde een interventie te plegen? Zo ja, welke en zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. In de vorige raadsvergadering hebben wij hier naar aanleiding van vragen van de SP ook een antwoord op gegeven. Wij zijn ermee bekend dat op dit moment 28 gedupeerde gezinnen bekend zijn bij de Belastingdienst. De Belastingdienst houdt een overzicht bij dat regelmatig wordt geactualiseerd en het is mogelijk dat het aantal nog toeneemt. In ieder geval vermoeden we vanuit Avres dat het nog meer gezinnen in Gorinchem zou kunnen betreffen. Helaas kan, zoals u ook schetst, de Belastingdienst niet meer dan aantallen geven en dat komt door de AVG-regelgeving.
Wel is het zo dat de Belastingdienst de gedupeerden die zich bij haar melden erop wijst dat ze voor hulp terecht kunnen bij ons sociaal team in Gorinchem. We zijn dus niet rechtstreeks bekend met deze gedupeerden, ook niet in de zin van dat er twee categorieën zouden kunnen worden onderscheiden. Het kan zijn dat verschillende gezinnen al bij ons worden ondersteund via Avres, of via het sociaal team, maar tot op heden zijn die niet op die manier bij ons bekend of aangemeld. We kunnen ze dus helaas niet actief opzoeken, maar we willen, zoals ik ook de vorige keer in de raad schetste, wel de gedupeerden oproepen om contact met ons op te nemen, in het bijzonder met het sociaal team. Daarnaast willen we aanvullend aan wat de Belastingdienst informeert richting gedupeerden ook nog via de gemeentepagina in de krant hierop wijzen, via de gemeentelijke website en via social media. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan fractie Stadsbelang, de heer Van Mourik. Het onderwerp is dienstregeling openbaar vervoer in 2021. … We zien digitaal dat uw microfoon aan staat, maar we horen u niet. Ik stel voor dat u even uitzoekt hoe het werkt en dat we ondertussen naar de volgende vragensteller gaan.
Voor het vragenuurtje geldt de regel dat vragen vóór 24.00 uur op maandagavond dienen te worden aangemeld, tenzij sprake is van een zeer actueel onderwerp dat naderhand aan de orde is gekomen. Mevrouw Hamann van de fractie Gorcum Actief wil graag een vraag stellen naar aanleiding van de RIB die zij recent heeft ontvangen over de verbouwing van de vide en het bedrijfsrestaurant. Mevrouw Hamann heeft het woord. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben vandaag een raadsinformatiebrief ontvangen over een grote verbouwing op de eerste verdieping van het stadhuis, waarbij zowel de vide als het bedrijfsrestaurant zijn betrokken. Er is sprake van een nieuwe keuken en een ontvangstruimte. Daarover wil ik enkele korte vragen K-8
stellen. Allereerst: wat kost dat allemaal? We hebben nu de coronaperiode en dit wordt waarschijnlijk geopend als die hopelijk een beetje voorbij is. De verwachting is echter dat de mensen veel vaker thuis zullen blijven werken dan nu het geval is. Mijn vraag is daarom: in hoeverre is bij dit hele verbouwingsplan en de vernieuwing van restaurant en keuken rekening gehouden met een ander soort tijdperk na de coronatijd voor wat betreft het thuiswerken of op het stadhuis werken? Kan de wethouder dat misschien toelichten? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Wat dat precies kost, is een vraag waarop ik het antwoord even schuldig moet blijven. Ik weet wel dat alleen de keuken iets van 180.000 euro zou kosten en dat de kosten die erbij kwamen een veel kleiner bedrag waren. Maar die keuken was ook een ‘moetje’, om het maar even simpel te zeggen, want die was technisch op en het was niet meer verantwoord om daarin te werken. Het bedrag daarvoor was overigens al gereserveerd, omdat het aan een logische vervangingsdatum toe was gekomen. De vervolgvraag die u stelt is een hele goeie. In de RIB hebben wij ook wel geprobeerd dit kort aan te stippen: moet je dit wel doen als de hele wereld verandert, als het thuiswerken verandert, als mogelijk het gebruik van ons kantoor verandert? Daar hebben we zeer goed over nagedacht.
Als het gaat om bijvoorbeeld de benedenhal, daarvan hebben we wel gezegd: dit stellen we uit, want we willen eerst kijken hoe logistiek enz. het kantoor van de toekomst misschien toch een andere rol krijgt. Maar gelet op de functie waar we naartoe willen groeien, en die absoluut behouden blijft, ook als het nieuwe werken na het Covid-tijdperk zich aandient, zijn deze faciliteiten tegelijkertijd heel erg nodig, sterker nog: dan zijn ze ook nodig om ons kantoor interessanter te maken voor mogelijk derde partijen, huurders, enz. Dus deze investering is in die zin ook verantwoord als we overstappen op post-Covid-, of nieuw werken, of hoe we dat ook willen noemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer even naar de heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Ik hoop dat ik nu wel te verstaan ben, voorzitter. De voorzitter: Zeker. U kunt uw vragen stellen. De heer Van Mourik: De vorige keer was het zonder beeld, nu was het zonder geluid, dus het is wel heel bijzonder. De raad heeft kennis kunnen nemen van de RIB over de dienstregeling openbaar vervoer in 2021. Corona laat sporen na en daar hebben we als Stadsbelang begrip voor, net als het college, voor de situatie. Voor hen die de bus dichtbij gaan missen bestaat de mogelijkheid een bestelbus te gebruiken naar de eerste bushalte.
Dit geeft vragen binnen duurzaamheid en toegankelijkheid van de stad, zowel voor Qbuzz- als voor Arrivagebied. Bijgevoegd overzicht behandel ik niet, maar ik hoop dat het in het verslag wel meegenomen kan worden, want het is een heel lijstje. De volgende vragen even voor het college. Is het bekend dat diverse lijnen volgens bijgevoegd overzicht in het geheel niet meer, of gedeeltelijk, op werkdagen en niet in het weekend rijden, het brengen van een bestelbusje je niet brengt in de binnenstad – je blijft K-9
overstappen –, de bestelbus tot 1 juli 2021 bestaat, maar wat gebeurt daarna dan? En bestaat er een mogelijkheid dat eenmaal aangepaste diensten na deze coronatijd teruggedraaid kunnen worden, indien de vervoersbehoefte groter wordt? Indien gereguleerd openbaar vervoer niet meer mogelijk is, is het dan bekend dat de mensen dan van de MolenHopper of eventueel Klussendienst gebruik kunnen maken, en is dat dan toereikend? En zoals het college misschien al gezien heeft vandaag, is voor Altena ook een probleem ontstaan, dat men dus vanuit Werkendam niet meer kan komen in Gorinchem op de zaterdag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van der Geest. Wethouder Van der Geest: Ja, goedenavond, voorzitter, dank voor het woord en dank ook de heer Van Mourik voor zijn vragen. Hij is natuurlijk een betrokken raadslid op het gebied van het OV in Gorinchem en de regio, dus ik begrijp zijn vragen in dezen zeker goed. Ik ben ook blij dat hij begrip heeft voor de situatie, zoals hij dat noemt in zijn vragen, want dat hebben wij ook. Laat ik vooropstellen dat we daar natuurlijk niet blij mee zijn, net zoals de heer Van Mourik, en dat geldt ook voor de provincie en voor Qbuzz en de andere gemeenten in het DMG-gebied, maar het is wel echt noodzakelijk om het te doen.
Dat heeft u ook in de RIB kunnen lezen die we aan u gestuurd hebben, maar ook in de RIB die erbij zat; dat heet dan geen RIB, maar een brief van GS naar PS. Ik denk dat iedereen die wel eens een trein of een bus voorbij ziet komen in Gorinchem of in de regio, ziet hoe leeg ze zijn. Die passagiersaantallen zijn echt drastisch gedaald. Ik ga u niet uitleggen hoe die kosten zijn opgebouwd in de concessie, dat stond in de brief, maar ik wil wel aangeven dat er per concessie gekeken is, en ook gezamenlijk in de stuurgroep en de reizigersadviesraden, hoe het het beste, of minst slechte eigenlijk, kan worden ingevuld binnen de kaders die door PS gesteld zijn. En binnen DMG hebben we dan ook weer gekeken om de pijn een beetje eerlijk te verdelen, zodat niet een van de gemeenten, of een van de gebieden, alles op z’n bordje zou krijgen. Wij zijn natuurlijk bekend met het pakket dat de heer Van Mourik erbij had geleverd, dus die ga ik niet herhalen. De vraag of de bestelbus je naar de binnenstad brengt, of dat je dan blijft overstappen: nou ja, het station blijft natuurlijk bereikbaar voor een aantal bussen, en dat is best dicht bij de binnenstad, zij het niet in de binnenstad. De buurtbussen 7-105 en 7-106 gaan naar verwachting in februari weer rijden en die bieden eventueel maatwerk om die binnenstad toch weer te bereiken.
Lijn 47 blijft de Walstraat bedienen en de bestelbus– ik ga maar gelijk een paar keer reclame maken daarvoor – is de gratis Deur-haltetaxi, die gaat die lacunes opvullen als het goed is. Dan heeft de heer Van Mourik nog twee vragen over “wat gebeurt er nou na 1 juli 2021?”, en ik pak gelijk zijn volgende vraag even mee, want tot 1 juli, en daarna zeker, is het best onzeker wat er gaat gebeuren. Daarom hebben de vervoerplannen die nu voorliggen ook voor deze concessie een looptijd tot halverwege komend jaar en daarna moeten de eerste maatregelen van de transitieplannen worden geïmplementeerd, waardoor de dienstregeling dus waarschijnlijk weer zal worden aangepast in de goede kant. Maar in de tussentijd, hebben we ook met elkaar afgesproken: als reizigersstromen nou enorm ontwikkelen, of verkeerd zijn ingeschat bijvoorbeeld, dan kunnen die vervoersplannen ook tussentijds worden aangepast. Daarom wordt er nou nog niet in de vaste kosten K - 10
gesneden, zoals personeel en materieel, want we hopen zo snel mogelijk weer gewoon te kunnen opschalen. De heer Van Mourik vroeg ook nog even of we dan de MolenHopper of de Klussendienst kunnen inzetten. Dat vind ik een creatieve gedachte, voorzitter, maar die zijn natuurlijk voor specifieke doelgroepen bedoeld en niet als OV-alternatief. Daarvoor is die Deurhaltetaxi bedoeld. Ik heb vanmorgen ook de krant gelezen en we hebben inmiddels contact gehad met Altena daarover, want in de stuurgroep van DMG hebben wij ook aangegeven: kijk niet alleen naar de DMG-concessie, want wij zitten natuurlijk in het vier-provinciëngebied, maar kijk ook naar de concessies in Utrecht, Brabant en Gelderland, dus dat er altijd die parallelliteit, zoals dat dan heet, blijft bestaan als je gaat snijden in lijnen, zodat er altijd een bus is die bewoners kunnen pakken. Nou, dat hebben we ook bekeken in de functionele regio Gorinchem, maar daar was helaas geen Qbuzz-lijn richting Altena, maar wel andersom, zoals de heer Van Mourik aangeeft, de 120 en de 121, dus Qbuzz heeft daar niet mee afgestemd. Altena, zoals wij lazen, baalt daar ook van en wij zullen contact met hen houden en hun eventueel steunen als we dat kunnen met dit onderwerp richting hun concessie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van het vragenuurtje… De heer Van Mourik: Mag ik nog even een reactie geven, voorzitter? De voorzitter: Heel kort! De heer Van Mourik: Ja, heel kort. Ik zie ook de problemen van de vier concessies in het gebied en ik heb eigenlijk al voorgesteld met collega-raadsleden in de regio, net zoals de jeugdzorg en de DMG dat doen, om in de vier concessies in het hele gebied, maar dan hebben we dus ook West-Betuwe, Vijfheerenlanden en het DMG-gebied én Altena, met de raadsleden gewoon eens even te kijken van, ja, hoe loopt dat en hoe zou dat opgelost kunnen worden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. 6. Uit de vergadering van 26 november 2020, bekrachtiging ingekomen RIB/694685/71917 & verslag fractievoorzitters 3 december 2020.
De voorzitter: Zoals u bekend, is het opleggen van de geheimhouding niet meer noodzakelijk. Dat is ook gecommuniceerd en vorige week besproken in het fractievoorzittersoverleg. Formeel gezien moet ik u vragen of u kunt instemmen met het niét bekrachtigen van de door het college opgelegde geheimhouding., en dan gaat het dus over de RIB met bijlagen. Akkoord? Dat is het geval, dan is dat besloten. Mijn vervolgvraag is of het punt hiermee is afgehandeld. Wilt u daarover iets zeggen, mevrouw Mager?
K - 11
Mevrouw Mager: Dat heeft u heel goed begrepen. Graag komen wij nog eventjes terug op het terugtrekken van dit eerder geagendeerde geheimhoudingsvoorstel. Laten we vooropstellen dat de VVD blij is met de uitkomst, namelijk dat het stuk grond bij Linge II Zuid nog niet openbaar wordt verkocht. Daarmee krijgen we natuurlijk tijd om ons te bezinnen op de mogelijkheden voor dat mooie stukje Gorinchem en daar, waar mogelijk, bij verkoopverplichtingen ook eventueel sturing te kunnen geven. Dan denken we maar zo: beter laat dan nooit. Waar het ons om gaat, is hoe het college is omgegaan met deze geheimhouding en de transparantie. Wij vragen ons af hoe dit nu zo raar heeft kunnen lopen. Donderdag 3 december verkeerden wij, of laat ik zeggen: verkeerde ik, nog in de veronderstelling van geheimhouding. Dat neem je serieus als raadslid, daar heb je wat over beloofd, dus daar hou je je aan. Die avond zouden wij een toelichting krijgen van het college over deze geheimhouding, en dan is het toch wel buitengewoon vervelend dat, terwijl je als raad moet wachten op informatie van het college, we die al lang via andere kanalen ontvangen: informatie waarvan het college wilde dat we die geheim hielden als raadslid, terwijl het overal in de stad, en later ook daarbuiten, al lang geen geheim meer was.
Via media, de site van Rijksvastgoed en relaties uit de stad kwamen die donderdag 3 december heel andere signalen, namelijk dat die verkoop is opgeschort. Dat bleek ook al wel eventjes bekend die week, en dan voel je je als raadslid toch wel een beetje erg vervelend. Het verdient dan op z’n zachtst gezegd ook geen schoonheidsprijs en wij vinden ook dat het van weinig respect getuigt voor de raad om op deze manier met die geheimhoudingsplicht om te gaan. We hopen dat het college hieruit leert en er ook voor zorgt dat wij op deze manier niet meer voor gek komen te staan, omdat het heel gek is dat mensen aan ons vragen “mooi hè, dat het is opgeschort?”, terwijl wij denken van “o, dat is geheim, wij zeggen niks”. Wij maken ons dus zorgen over het mismanagement en de gebrekkige betrokkenheid van de raad, daar waar dat wel zou moeten. We missen de transparantie en het schaadt ook het vertrouwen, want het is niet de eerste keer dat ons dit overkomt en het is ook niet de manier waarop wij als VVD met elkaar om willen gaan. Mea culpa lijkt ons wel op z’n plaats, daarna zand erover en weer vol gas vooruit op de te ontwikkelen gebieden daar, want het is een waanzinnig mooi project en een mooi stuk van onze stad. Besteed dan ook vooral aandacht aan de integraliteit bij de nieuw te ontwikkelen gebieden, ook in relatie tot Linge II Zuid.
En dan hopen wij toch van harte – dat is onze oprechte wens voor 2021 – dat het college ons op tijd meeneemt in het proces en daarover communiceert, zodat de stad kan bouwen op een open, transparant en vooral betrouwbaar bestuur. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel. Heel kort, in aanvulling een beetje op de opmerkingen van mevrouw Mager, die ik niet zal herhalen. Ik heb me eerlijk gezegd een beetje verbaasd over de timing. Het was namelijk al heel lange tijd bekend dat het Rijk was begonnen met de verkoop van het markante stukje grond aan de Linge, Linge II Zuid. Voor de zomer hebben we hierover brieven gehad van de heer Stoop, maar medio september ook van een groepje dat zich ‘Rotonde-nog-wat’ noemt. Daarbij heeft de Rijksoverheid laten weten dat in geval van een algemeen belang verkoop kan worden K - 12
opgeschort en dat men daar graag rekening mee houdt bij het Rijk. Nou, dat is hartstikke mooi, maar dan vraag ik me wel af: waarom in één keer al dat gedoe in december als ze het allemaal in september al wisten? Wat is er dan in vredesnaam allemaal gebeurd in die tussenliggende periode, dat het zo lang heeft moeten duren voordat er gereageerd wordt? En dan is het ook nog eens een keertje geheim, terwijl het gewoon in de krant staat! Kortom, het roep bij ons best wel wat vragen op. Misschien kan de wethouder het uitleggen. Dat zouden we fijn vinden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, ik was echt niet van plan geweest om hier een verhaal over te gaan houden, want ik kan grotendeels instemmen met de voorgaande sprekers, maar ik heb de notulen van die bijeenkomst op 3 december nog eens doorgenomen en ik ga ervan uit dat die notulen ook niet meer geheim zijn. Klopt dat? De voorzitter: Dat klopt. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dan kan ik daar dus uit citeren. De eindconclusie in die notulen was dat, omdat alle raadsleden deze stukken hadden ontvangen, maar daarover slechts de fractievoorzitters bijgepraat zijn, in deze raadsvergadering een toelichting gegeven zou worden door het college, en die mis ik nu. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage.
Ik zie in de chat dat mevrouw Dansen aangeeft het eens te zijn met de opmerkingen van mevrouw Mager. Verder zie ik niet dat er nog mensen zijn die het woord willen voeren. Dan geef ik wethouder Van Doesburg het woord. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Even proberen de feiten op een rijtje te krijgen. Op die laatste vraag, een toelichting: volgens mij zag die toelichting alleen op de geheimhouding en de toelichting dat die geheimhouding niet meer nodig is, is gegeven. De eerste spreker heeft gesteld dat geheimhouding een zwaar en belangrijk instrument is waarmee prudent moet worden omgegaan. Daar kan ik het natuurlijk alleen maar mee eens zijn, en dat is dan ook de inzet geweest van het college, die niet helemaal gelukt is, in mijn beleving om één heel eenvoudige reden: omdat we bij de eerste indiening van het verzoek om geheimhouding een vormfout hadden gemaakt. Daarvoor heb ik in het overleg van 3 december excuus aangeboden, want vormfouten horen er niet bij. Als het dan verder gaat over de procedure, dan is er een dilemma geweest.
Het college heeft op de avond van 2 december dan, denk ik, in ieder geval de avond vóór 3 december, druk vergaderd van “goh, nu blijkt geheimhouding opeens niet meer nodig – dat was ook het eerste moment waarop wij dat wisten –, gaan we daar dan nu nog een brief over schrijven aan de fractievoorzitters, terwijl we daar morgen een overleg bij hebben, of is dat onhandig, want die brief gaat natuurlijk binnen een dag verstuurd niemand meer lezen, en is het verstandiger om die avond maar door te laten gaan, dan kunnen we daar alles toelichten?” Voor dat laatste is gekozen en volgens mij op basis van redelijke en zorgvuldige overwegingen, tot het moment dat wij wisten dat de geheimhouding niet meer nodig was. Dat antwoord kwam ook voor ons op het allerlaatste moment en was een
K - 13
verrassing, want wij wisten absoluut niet waar we op konden rekenen; we konden niet voorspellen wat het Rijksvastgoedbedrijf zou gaan doen. Nu werd ook gesteld dat er al eerder in de stad geluiden zouden zijn geweest dat het al bekend was dat de verkoopprocedure opgeschort zou zijn. Ja, dan zijn er ongetwijfeld mensen die nog betere contacten hebben met het Rijksvastgoedbedrijf dan onze ambtenaren, want voor ons was dat inderdaad niet eerder dan die avond van 2 december bekend, dus daar kan ik weinig aan doen. Het is natuurlijk vervelend als iets zoiets zo snel in de krant staat. Het is bizar hoe snel de Stad Gorinchem blijkbaar deze informatie van de website van het Rijksvastgoedbedrijf heeft kunnen halen. Dat wil je natuurlijk allemaal niet, want je hoopt zelf de eerste te zijn die in de eerste plaats goed nieuws kan brengen, want daar gaat het om, en in de tweede plaats kan uitleggen waarom een proces opeens niet meer nodig is. Dat dat allemaal verwarrend overkomt begrijp ik ook goed. De mea culpa waarom werd gevraagd heb ik al gegeven op 3 december, maar die wil ik graag herhalen, de mea culpa voor het maken van de vormfout, want dat heeft in dit proces niet geholpen, anders was namelijk op tijd de geheimhouding geregeld, die dan vervolgens heel kort nodig was geweest.
Maar verder is het resultaat denk ik heel gunstig en is de inspanning van het college steeds geweest om u zo goed mogelijk te informeren. We hebben alles op alles gezet. Dit was een heel snel proces, we moesten heel snel schakelen. Volgens mij werd ook gevraagd “waarom niet eerder hiermee begonnen, het was toch al heel lang bekend dat dit in de verkoop zou gaan?”. Ja, dat klopt, dat is al heel lang bekend, al zo lang dat een eerste optie tot koop zelfs al een keer is afgewezen door de gemeente. Tegelijk is het natuurlijk contrair met het grondbeleid om ons hier actief in te mengen. Nu was het zo dat deze brandbrief niet in september, want daar wordt naar verwezen, binnenkwam, maar op 26 oktober en dus ook daarna pas in het college kon worden besproken. Dus dat is allemaal pressure cooker, heel weinig tijd. In die brandbrief kwamen goede argumenten naar voren, argumenten die wij ook niet kenden, zoals dat het college van Rijksadviseurs een dringend advies, ook nog een heel mooi omschreven advies, aan het Rijksvastgoedbedrijf heeft gegeven: “kijk naar mogelijkheden voor maatschappelijke ontwikkeling”. Dat werd ons door de briefschrijvers, De Rotonde & Co, aangereikt. Nou, dat was een buitenkans, waar wij toen pas kennis van kregen en toen pas zeiden “oké, dit is een spoor, daar kunnen we op springen, nu kunnen wij deze kans in het belang van de stad verzilveren’.
Zo is het gegaan en meer kan ik er niet van maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen opmerkingen vanuit de raad, dus we kunnen verder met het volgende agendapunt. 7.a. Benoeming mevrouw E. Dansen in de Werkgeverscommissie (2020-721169).
De voorzitter: Mevrouw Zwaan neemt afscheid van de raad, dat gaat gebeuren op 21 januari, en om die reden komt er een plek vrij in de Werkgeverscommissie. Het voorstel is om mevrouw Dansen in de openvallende plek te benoemen. Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. K - 14
De voorzitter: Wij wensen uiteraard mevrouw Dansen heel veel succes. Mevrouw Zwaan gaan we nog uitgebreid bedanken in de januarivergadering. 7.b. Motie Schotbalkenloods (2020-712456).
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7.c. Verordening ambtelijke bijstand gemeente Gorinchem 2020 (2020-722447).
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitter… De voorzitter: Mijnheer Wientjes. De heer Wientjes: Heel kort. Ambtelijke ondersteuning is ontzettend belangrijk. Het gaat mij erom dat het mij een beetje verbaast dat dit ons bereikt via het fractievoorzittersoverleg. Dat moeten we toch houden als een overleg en niet als iets wat beslissingen neemt, en al zeker niet als iets wat dingen naar de raad doorgeleidt of iets in die geest. Geen besluitvorming en geen formele status. Dat wil ik nog eventjes aan mijn positieve stem toevoegen. De voorzitter: Even voor de duidelijkheid: het fractievoorzittersoverleg neemt geen besluiten ten aanzien van besluiten die in de raad genomen moeten worden, vandaar ook dat het hier op de agenda staat. De heer Wientjes: Dat is mij bekend, mevrouw de voorzitter, maar het is wel een raadsvoorstel dat door het fractievoorzittersoverleg wordt doorgeleid naar de raad, en volgens mij is dat niet hun functie. De voorzitter: Misschien is het goed om dit punt nog eens aan de orde te stellen in het fractievoorzittersoverleg. Dit type verordening wordt in de gemeentelijke wereld normaliter in het fractievoorzittersoverleg besproken, maar het is altijd goed om nog eens even kritisch te kijken naar de handelwijze.
Ik vraag de griffier om dit de volgende keer als reflectiepunt op de agenda voor het fractievoorzittersoverleg te plaatsen. 7.d. Bestemmingsplan Hoog Dalem Middengebied (2020-719329).
Mevrouw Hamann: Voorzitter, ik wil graag een stemverklaring afleggen. De voorzitter: U heeft het woord. Mevrouw Hamann: Voor ons ligt het bestemmingsplan Hoog Dalem Middengebied. Daar komen heel veel gezinswoningen, ook veel in het zeer betaalbare en middenbetaalbare segment, en daar zijn we blij mee. Het is een van de laatste plekken waar Gorinchem woningen kan bouwen en ik wil bij dezen het belang benadrukken om bij mogelijk nieuwe bouwlocaties vooral rekening te houden met het sociale segment, gezien K - 15
de grote behoefte aan voordelige woningen landelijk en de grote opgave voor woningbouw voor starters of mensen die statushouder zijn, of wat dan ook, maar geen dikke beurs hebben. Dus bij nieuwe bouwprojecten zijn wij daar scherp op. Tot zover deze stemverklaring. Wij stemmen in met het voorstel. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7.e. Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 (2020-722156).
De voorzitter: Dames en heren. Hoewel dit een hamerstuk is, lijkt het mij goed vanuit mijn kant even verslag te doen van wat vanmiddag in het Regionaal Beleidsteam ‘Groot’, zoals dat heet, heeft plaatsgevonden. Zoals bekend, stond onder andere op de agenda het regionale toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid 19. Aan alle raden is gevraagd om wensen of bedenkingen te uiten. Alle gemeenten hebben dat keurig gedaan. De enige gemeente die dat nog moest doen was Papendrecht, en die doet dat vanavond. Alle gemeenten, met uitzondering van Gorinchem, hebben geen wensen of bedenkingen geuit, Gorinchem wel, zoals u hebt kunnen lezen in het stuk dat op het laatste moment, maar dat kon ook niet anders, werd toegezonden. Dinsdagavond hebben wij een raadsbijeenkomst gehad en daarin gesproken over het regionale toepassingskader, en vervolgens is op woensdag het raadsvoorstel gemaakt en toegevoegd aan de stukken in iBabs. Twee punten heb ik ingebracht namens u als raad, namelijk dat, als gedurende de looptijd van de Tijdelijke wet maatregelen het mogelijk is om toch weer evenementen te organiseren, wij dan ook die evenementenaanvragen in behandeling nemen, en niet, zoals aanvankelijk in het regionale toepassingskader stond, om dat dan toch niet te doen omdat er te weinig ambtelijke capaciteit voor ter beschikking zou zijn.
Dat leek ons niet wenselijk, aangezien de evenementenbranche al bijna een jaar geen evenementen meer mag organiseren en het zou toch treurig zijn dat, als het weer mag, wij aanvragen toch niet in behandeling zouden nemen. Daar is positief op gereageerd door het RBT. Het regionale toepassingskader zal aangepast worden, in die zin dat niet de looptijd van de Tijdelijke wet maatregelen maatgevend is, maar de ministeriële regeling. Zodra het op basis van de ministeriële regeling weer mogelijk is om evenementen te organiseren, worden ze ook weer in behandeling genomen. Het tweede punt dat vanuit de raad aangegeven is, namelijk om de reeds opgelegde bestuurlijke sancties voor 1 december niet als verzwarende omstandigheid in toekomstige handhavingsdossiers mee te nemen, met andere woorden: laten we gewoon vanaf 1 december, wanneer dus sprake is van een nieuwe juridische situatie en de lokale burgemeester weer in the lead is, beginnen met een schone lei – daar ontstond even enige discussie over en uiteindelijk hebben we ervan gemaakt dat er een kan-bepaling opgenomen gaat worden, namelijk “het kán als een verzwarende omstandigheid bij toekomstige handhavingsdossiers worden meegenomen”. Dat betekent: het is een bevoegdheid van de lokale burgemeester om het wel of niet mee te nemen in handhavingsdossiers.
Daarmee is dus ruimte gecreëerd voor elke burgemeester, om te kijken hoe die ermee omgaat. Ik kan u dus zeggen, in lijn met wat we ook besproken hebben dinsdagavond, dat ik in ieder geval, als het gaat over de opgelegde last onder K - 16
dwangsom, of de waarschuwingen, dat niet als verzwarende omstandigheid mee laat wegen. We gaan weer met een schone lei beginnen en ik denk dat dat ook voor de betreffende horecaondernemers een grote opluchting zal zijn. Ik weet dat andere burgemeesters daar anders over denken, maar in het regionale toepassingskader heeft eenieder er de ruimte voor om daar zijn eigen invulling aan te geven. Gegeven het feit dat onze twee punten beide zijn gehonoreerd, ga ik mijn handtekening zetten onder het regionale toepassingskader. Dat zal morgen door alle burgemeesters gebeuren. Uiteraard gebeurt dat digitaal. Daarmee is het regionale toepassingskader dan vastgesteld. De heer Oostrum: Voorzitter, ik wil een compliment maken voor het vasthouden aan de afspraken die we gemaakt hadden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 8. Onderwijs Achterstanden Beleid (2020-704602).
De voorzitter: Voor het bespreken van dit raadsvoorstel heeft zich een aantal woordvoerders aangemeld. Het woord is allereerst aan mevrouw Molengraaf van ChristenUnie/SGP. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Oké, voorzitter, dat had ik niet verwacht, omdat ik begrepen had dat er ook een aantal moties waren bij dit stuk, maar goed, dan neem ik het woord maar. Voorzitter. Naar aanleiding van de opmerkingen van mijzelf en ook de heer Tekir in de B&A-sessie over het beleidskader, en dat is wat ons nu wordt gevraagd vast te stellen, namelijk dat we het rommelig, niet ‘smart’ en eigenlijk geen goed beleidskader vonden, heb ik samen met de heer Tekir geprobeerd daarin verbetering aan te brengen, beseffend dat dat na een B&A ingewikkeld is, en daar zat ook nog de begrotingsraad tussen. We zien nu dat in het raadsvoorstel een aantal aanpassingen gedaan zijn, die op zichzelf prima zijn, maar zoals gezegd: ons wordt gevraagd het beleidskader vast te stellen, en dat vind ik toch een lastige. Wij hebben dus een poging gedaan om dat beleidskader op de een of andere manier aangescherpt te krijgen, omdat we dat weinig ‘smart’ vonden. Daarvoor zijn we in overleg gegaan met de ambtenaren, wat op zich positief was, en het gaf ook heel veel informatie, waardoor mijn vertrouwen wel groeide dat we op de goede weg zullen gaan.
Maar wij willen de wethouder eigenlijk vragen, nu 2021 een overgangsjaar wordt, om toe te zeggen dat de raad meegenomen zal worden in het verzamelen van data voor de leeftijdscategorie 6 jaar en ouder in het onderwijsachterstandenbeleid, de best practices en hoe samenwerkingen gerealiseerd gaan worden, en ons in het derde kwartaal van 2021 daarover te informeren en vanuit die informatie met een voorstel te komen dat concreet is en een beleidskader dat concreet en ‘smart’ is voor de jaren na 2021, zodat dat geen verloren jaar wordt. Ik ben heel benieuwd of de wethouder die toezegging zou kunnen doen.
K - 17
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir, D66. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Dit wordt, zeg ik er meteen bij, wel een beetje een herhaling van zetten, maar ik hecht er toch wel aan om ook namens D66 te reageren op dit voorstel. Zoals u begrijpt, hoeven we er geen verrassing van te maken dat ook wij heel erg hebben geworsteld met dit stuk, of beter gezegd: geen onderwijsachterstanden, maar werken aan kansen in het onderwijs. Op zich vinden we dat wel een heel mooi uitgangspunt. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het ongeveer de titel van het verkiezingsprogramma van onze partij is, maar desondanks heeft het onze worsteling niet kunnen helpen. Ik wil daar wel wat dieper op ingaan, om de collega-raadsleden wat meer toelichting te geven, en dan kom ik straks ook op het gesprek dat mevrouw Molengraaf en ik hebben gehad.
Waar wij heel erg tegen aanlopen is dat onder het kopje ‘Kernpunten van het nieuwe beleid’ heel nobele uitspraken staan, zoals maatregelen om tot kansen te komen, of inzicht krijgen in effectiviteit van onderwijsachterstandenbeleid, het gebruik van interventies die bewezen effect hebben, inzetten op effectieve maatregelen, zoals ouderbetrokkenheid, zorg voor kwaliteit van professionals, et cetera, et cetera, nogmaals: allemaal hele nobele uitspraken, maar als je het beleidskader er vervolgens bij pakt, dan mis je eigenlijk de antwoorden op al deze punten, namelijk: hoe ga je die onderwijsachterstanden dan terugdringen, welke maatregelen ga je precies inzetten, welke interventies hebben bewezen effect en welke zijn dat dan? Het is eigenlijk dus – mevrouw Molengraaf noemde het rommelig – een soort nadere duiding van de problematiek. Kortom, wij hadden zoiets van: waar zeggen we vanavond nou ja of nee tegen als raad, welke resultaten liggen er over een jaar en hoe kunnen we met dit stuk in de hand daar als raad überhaupt op bijsturen? Je mist allerlei indicatoren, bijvoorbeeld over terugdringing van die achterstanden, of toename van ouderbetrokkenheid. Ik moet zeggen: ik zag wel pogingen van de SP die in die richting toch wat meer willen invullen.
Nou, met deze context begrijpt u dat wij dat wel toejuichen, maar zo komen we tot een hele waslijst van zaken die we nader konden invullen. Gelukkig kwam toen dat gesprek met de behandelend ambtenaar, die ons eigenlijk aangaf van: jongens, en meisjes, dit is eigenlijk een verkenning die we in het overgangsjaar willen doen met juist als doel om tot die invulling te komen. Dus al die zaken die mevrouw Molengraaf ook noemde om tot onderliggende data te komen, best practices te verzamelen, samenwerking te realiseren in het veld, waarmee we over een jaar hopelijk wel tot een ‘smart’ beleidskader kunnen komen. Wij horen graag van de wethouder of we dit correct hebben opgevat, of het daadwerkelijk zo is dat dit een overgangsjaar eigenlijk vooral van verkenning is. We zijn benieuwd of de wethouder dan ook kan toezeggen om bijvoorbeeld ergens in Q3 van 2021 de opbrengsten van dat overgangsjaar te delen met de raad en ook tot die tijd de raad hier actief in mee te nemen. Een overgangsjaar mag wat D66 betreft geen verloren jaar zijn. Daar is dit onderwerp te belangrijk voor. We hopen dat het niet zo ver hoeft te komen dat we dat met een motie of iets dergelijks moeten gaan vragen. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, SP. K - 18
Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Het voelt een beetje als een gekke volgorde, aangezien de SP namelijk net al genoemd is, maar ik heb een klein stukje tekst voorbereid en dat zal ik voorlezen. Taal is overal. We staan er vaak niet bij stil, maar we worden omringd door woorden. Je leest een boek, vult een formulier in, kijkt een film met ondertitel, leest een medische bijsluiter, zoekt de tijden van de bus op. En alleen al wanneer je naar de supermarkt gaat, lees je boodschappenlijstjes, productnamen, prijskaartjes, ingrediëntenlijsten, aanbiedingen en kassabonnen. Taal is er in overvloed. Noodzakelijk in onze maatschappij. Toch is het zo dat 12%, ruim 2 miljoen Nederlanders, veel moeite heeft met lezen en schrijven. Dit wordt laaggeletterdheid, ook wel functioneel analfabetisme, genoemd. Alle dingen die ik zojuist opsomde gaan dan verre van vanzelf. Vaak gaat het helemaal niet. Ik ben de laatste tijd vaak geschrokken, net nog toen ik Wikipedia opende en las dat in 2008 nog 10% van de Nederlanders laaggeletterd was. Waarom ik dit zeg: 2008 is namelijk het jaar dat de fundamentele niveaus zijn geïntroduceerd in het onderwijs, vanwege maatschappelijke kritiek op de kwaliteit van tal en rekenen, ook wel bekend als 1F en 2F, waar wij het nu met ons taalachterstandenbeleid over hebben.
De Nederlandse taalproblemen zijn er niet kleiner op geworden, alleen maar groter, en de Gorcumse jongeren hebben zelfs nog meer moeite met taal dan het landelijk gemiddelde. De Nederlandse taal als zorgenkind, dat met beide handen moet worden aangepakt. In Gorinchem wordt er gereageerd, en zo is het beleidskader ‘Gelijke kansen’ ontstaan. Dat klinkt voor de SP natuurlijk als een droom die uitkomt, gelijke kansen voor iedereen. Maar tijdens de parallelsessies ben ik ook erg geschrokken. Toen ik hoorde dat 80% tot 85% van de kinderen in groep 8 de basisschool verlaten met het benodigde 1F-niveau, stelde ik de wethouder vragen. Als antwoord kreeg ik te horen dat het klopt dat 15% van de 12-jarigen het benodigde 1F-niveau niet behalen wanneer ze naar de middelbare school gaan. Toen ik vroeg wat daarmee gedaan wordt, kwam het antwoord eigenlijk neer op ‘niets’. Deze 15% voldoet namelijk wel aan de ‘minimale lat’, en dat is volgens de onderwijsinspectie voldoende. Wat die ‘minimale lat’ precies is, niemand weet het, want per school is het verschillend, maar wat we wel weten is dat de ‘minimale lat’ bepaald wordt door indirecte factoren, zoals opleiding of financiële positie van ouders. Dus wanneer een school te maken heeft met meerdere ouders die een taalachterstand of schuld hebben, gaan de verwachtingen van alle kinderen omlaag. Zelfs nu ik dit opnoem, schrik ik weer.
Het betekent dat kwetsbare kinderen kwetsbaar blijven in hun toekomst. Deze kinderen worden niet geholpen door een oogje toe te knijpen, maar ze worden echt geholpen met steun en begeleiding. De wethouder zei hierop dat we allemaal wel een 10 willen hebben, maar daar gaat dit betoog niet over. We hebben het niet over streefniveaus, maar over fundamentele niveaus, geen 10’en, maar 5’jes of 6’jes op z’n hoogst. Zonder 1F krijgen kinderen vaker lagere schooladviezen en daarom minder kansen en mogelijkheden om te doen wat ze het liefst willen. In de toekomst kunnen de problemen zo groot worden dat er financiële schulden, of kansen op sociaal isolement kunnen ontstaan. Omdat de wethouder wel heeft aangegeven onze zorgen te delen, wil ik hem graag helpen en daarom dienen we twee moties in. Motie M1: Een hartig woordje met de onderwijsinspectie De raad der gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 10 december 2020;
K - 19
constaterende dat: 15% procent van de kinderen de basisschool verlaten zonder fundamenteel taalniveau (ook wel 1F genoemd). Zij voldoen wel aan de ‘minimale lat’; de ‘minimale lat’ per school verschilt en afhankelijk is van verschillende factoren. Zo betekent het bijvoorbeeld dat het minimale niveau van een school verandert als veel ouders een taalachterstand hebben. Op deze manier worden de kinderen die van huis uit een achterstand meekrijgen niet extra gesteund; de onderwijsinspectie de ‘minimale lat’ als norm accepteert en daarmee wegkijkt van een groep kinderen die in de toekomst mogelijk te maken krijgt met achterstand en ongelijkheid; laaggeletterdheid grote verschillen in kansen en mogelijkheden met zich meebrengt in een verdere toekomst van een kind.
Dit gaat over kinderen die alleen vanwege taalachterstanden een lager schooladvies krijgen, maar het gaat ook over de kinderen die op volwassen leeftijd te maken kunnen krijgen met schulden of in sociaal isolement terecht kunnen komen vanwege schaamte, onbegrip of moeite om mee te draaien in een maatschappij die op taal gericht is; overwegende dat: het college zich zorgen maakt over de taalachterstand van Gorcumse kinderen; gelijke kansen ook opgaan voor die 15% van de kinderen die nu alleen voldoen aan de ‘minimale lat’; kinderen die meer hulp nodig hebben, meer hulp verdienen; verzoekt het college om: in gesprek te gaan met de onderwijsinspectie over de ‘minimale lat’; Hierbij is het belangrijk dat het risico wordt benoemd dat de kinderen die niet aan het 1F niveau voldoen mogelijk tussen wal en schip raken, met grote gevolgen voor hun toekomst. Motie M2: Volg onze kinderen De raad der gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 10 december 2020; constaterende dat: er in Gorinchem een nog groter probleem is met laaggeletterdheid onder jongeren tot 16 jaar dan landelijk - in Gorinchem is 17% van de jongeren laaggeletterd; 15% procent van de kinderen de basisschool verlaten zonder fundamenteel taalniveau (ook wel 1F genoemd).
Het is niet bekend of deze kinderen later ook de groep van laaggeletterde jongeren gaan vormen; de huidige taalnormen in het onderwijs sinds 2007 bestaan, maar dat de taalachterstand niet kleiner wordt; laaggeletterdheid grote verschillen in kansen en mogelijkheden met zich meebrengt in een verdere toekomst van een kind. Dit gaat over kinderen die alleen vanwege taalachterstanden een lager schooladvies krijgen, maar het gaat ook over de kinderen die op volwassen leeftijd te maken kunnen krijgen met schulden of in sociaal isolement terecht kunnen komen vanwege schaamte, onbegrip of moeite om mee te draaien in een maatschappij die op taal gericht is; overwegende dat: het college zich zorgen maakt over deze achterstand van de Gorcumse jongeren. de wethouder heeft aangegeven verder onderzoek te willen doen naar de oorsprong van de taalachterstand van jongeren en of er een verband is met de kinderen die zonder fundamenteel taalniveau naar de middelbare school gaan; gelijke kansen ook opgaan voor die 15% van de kinderen die nu alleen voldoen aan de ‘minimale lat’; verzoekt het college om: de kinderen te ‘volgen’ die alleen voldoen aan de ‘minimale lat’.
Hoe doen zij het als jongeren en later als volwassenen? Halen zij hun taalachterstand nog in of wordt het met de jaren alleen maar erger? Denk hierbij ook aan de kinderen die inmiddels tiener of volwassen zijn, maar destijds 1 F niet haalden. de raad op de hoogte te brengen van nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek naar de kinderen die alleen voldoen aan de ‘minimale lat’.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Wientjes, VVD. K - 20
De heer Wientjes: Dank u, mevrouw de voorzitter. De VVD schrikt elke keer weer van dit soort cijfers. Het gaat nu over taal, maar wij vinden dat je daar zeker ook rekenen bij zou moeten betrekken. Dat even over het algemene van deze problematiek. Specifiek op dit voorstel hebben wij in I&O ingebracht, en in B&A geloof ik ook, dat we toch missen dat het nog niet zo concreet, niet zo ‘smart’ is, wat natuurlijk een lelijk woord is maar iedereen wel begrijpt, dat het niet ‘actie genoeg’ is ingesteld. De intenties zijn mooi, maar nu de invulling nog. Dat zouden we graag wat concreter willen zien en ik begrijp dat daar straks enige toezeggingen op zijn te verwachten. Ik vind het jammer dat het op deze manier zou moeten. Dat zou je eigenlijk gewoon in het voorstel moeten schrijven, zoals je in elk voorstel zou moeten schrijven wat je gaat doen, wat de problemen zijn, wat de input is, en ook wat de effecten zijn, en het laatste: ook hoe je dat gaat evalueren. Dat laatste is ook iets wat ik mis. We hebben… De voorzitter: Mijnheer Wientjes, u blijft nu even hangen qua beeld en geluid. Het is wel jammer, want het is natuurlijk toch een belangrijk onderwerp. Ik kijk even naar links, naar de griffie: valt er iets te doen? Nee, het heeft te maken met de internetverbinding.
Mijnheer Wientjes, kunt u opnieuw nog eens proberen uw betoog te hervatten? U bent een halve minuut geleden uitgevallen…. Dan denk ik dat het goed is dat we even inventariseren of nog anderen het woord wensen. Dan geef ik vervolgens de wethouder het woord en dan een herkansing voor de heer Wientjes, want het is belangrijk dat eenieder wel z’n zegje kan doen uiteraard. Anderen nog die het woord wensen? De heer Koçak… De heer Wientjes: Ik geloof dat ik weer terug ben… De voorzitter: Ik stel voor eerst de heer Koçak en dan kan de heer Wientjes zijn betoog vervolgen. De heer Koçak: Dank u wel, voorzitter. Aan de orde is gelijke kansen creëren voor onze kinderen. Gezien de presentaties en de cijfers van de afgelopen sessies, zien we dat de urgentie er is. Dit gezegd hebbende, wil ik graag enkele relevante op- en aanmerkingen maken over het voorstel. Mijn fractie is enorm blij dat een van de kaders voor het voorstel in ieder geval scherp geformuleerd is, namelijk dat verbindingen duurzaam worden versterkt en opgedane kennis wordt gewaarborgd. Dank daarvoor. In het voorstel zien we ook dat VVE in onze stad bijzonder goed geregeld is, voorzitter. Met dit voorstel en de kaders wordt in ieder geval achterstand dan… in de vaste veronderstelling dat wij dan zien dat in ieder geval de achterstand verminderd zal worden.