Jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de Financiële verordening Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2023 en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de commissie BBV van oktober 2024. Dat betekent dat:
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 12 december 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig in de tussentijdse rapportage zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur; o Ten aanzien van het M&O-criterium is geen sprake van een nota M&Obeleid van onze organisatie. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 414.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
59
o
Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf 'Bedrijfsvoering' worden opgenomen.
Toelichting op de balans per 31 december 2024 Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-122024
Boekwaarde per 31-122023
Automatisering (Overige materiële vaste activa)
115
144
Huisvesting (Overige materiële vaste activa)
185
146
Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa)
32
4
Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)
5
8
Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur
755
654
1.092
956
Totaal
Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen kan het volgende overzicht worden gegeven:
Automatiseri ng (Overige materiële vaste activa)
Boekw aarde per 1-12024
Investe ringen
Desinvest eringen
144
25
0
Afschrij vingen
Afschrijvi ngen Desinvest eringen
Boekw aarde per 31-122024
54
0
115
60
Boekw aarde per 1-12024
Afschrij vingen
Afschrijvi ngen Desinvest eringen
Boekw aarde per 31-122024
Investe ringen
Desinvest eringen
Huisvesting (Overige materiële vaste activa)
146
66
0
27
0
185
Communicati emiddelen (Overige materiële vaste activa)
4
35
0
7
0
32
Tractie/wage npark (Vervoersmid delen)
8
6
0
9
0
5
Machines, apparaten en installaties/te chnische apparatuur
654
189
0
88
0
755
Totaal
956
321
0
185
0
1.092
Van bijdrage derden is in 2024 geen sprake geweest. De investeringen 2024 zijn als volgt te specificeren:
Kredi et per 1-12024
Nieu w kredi et 2024
Beschikba ar totaal 2024
Uitgave n in 2024 (incl. bijdrag e van derden )
9
50
59
24
5
151
50
201
66
7
Communicatiemiddelen
6
44
50
35
12
Vervanging wagenpark*
226
0
226
6
1
Technische apparatuur
455
0
455
189
13
Totaal
847
144
991
320
37
(Vervangings)investerin gen
Automatisering Huisvesting
Afschrijvi ng v.a. 2025
61
*Aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Stand 3112-2024
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
290
0
290
887
Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
7.655
0
7.655
8.112
Totaal
7.945
0
7.945
8.999
Vordering openbare lichamen
Vorderingen op openbare lichamen Door een adequaat debiteurenbeheer is voor oninbaarheid geen voorziening noodzakelijk (2023: € 0). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren) Dit betreft het per 31 december 2024 uitstaand saldo in de schatkist. Sinds medio 2015 worden overtollige middelen in het kader van schatkistbankieren in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk afgestort. Voor het boekjaar 2024 bedraagt het drempelbedrag voor schatkistbankieren € 1.000.000. Op basis van de kwartaalcijfers hebben geen overschrijdingen op het drempelbedrag plaatsgevonden. Op het niveau van dagen zijn er gedurende het hele jaar eenentwintig dagen geweest waarop het drempelbedrag aan het einde van de dag overschreden was. Dit komt doorgaans doordat er na het afromen van de banken nog een betaling ontvangen is. Onderstaande gegevens betreffen het gemiddeld bedrag aan middelen per kwartaal die voor het drempelbedrag buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden en de gemiddelde ruimte per kwartaal tot het drempelbedrag is bereikt.
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
919
965
974
946
62
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Ruimte onder het drempelbedrag
81
35
26
54
Overschrijding van het drempelbedrag
0
0
0
0
schatkist aangehouden middelen
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking en bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Banksaldo BNG
35
23
Banksaldo Rabobank
950
139
Totaal
985
161
Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
3.705
3.601
Totaal
3.705
3.601
Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen:
63
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Vooruit ontvangen facturen
226
440
Nog te ontvangen BTW
529
0
Nog te ontvangen posten
2.389
2.838
Afrekeningen werkprogramma's
561
323
3.705
3.601
Totaal
Vooruit ontvangen facturen Dit betreffen facturen die in 2024 zijn ontvangen, maar waarvan (een deel van) de kosten betrekking heeft op het boekjaar 2025. Nog te ontvangen posten Hier zijn diverse opbrengsten verantwoord over 2024 die per einde van het boekjaar nog niet (volledig) waren gefactureerd. Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de te vorderen eindafrekeningen over 2024 die in januari 2025 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijke geacht. Binnen deze rubriek heeft € 2.467.000 betrekking op openbare lichamen.
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van de dienst bestaat uit het totaal van alle reserves per 31 december, aangevuld met het resultaat over het boekjaar. Zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend. Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:
64
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Algemene reserve
2.492
2.092
Reserve meetstations
1.132
1.022
Gerealiseerd resultaat boekjaar 2024
2.461
0
Gerealiseerd resultaat boekjaar 2023
0
1.643
6.086
4.756
Totaal
Het boekjaar 2023 sloot met een te bestemmen voordelig resultaat van € 1.643.000. Van dit bedrag is conform het besluit van het Algemeen Bestuur in 2024 een bedrag van € 400.000 aan de algemene reserve gedoteerd. Het overige deel (€ 1.243.000) is uitgekeerd aan de deelnemers. Het boekjaar 2024 sluit met een te bestemmen positief resultaat van € 2.461.000. Overeenkomstig het BBV is dit saldo afzonderlijk op de balans opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal een voorstel tot bestemming van dit resultaat worden gedaan. Het verloop van de reserves over het boekjaar is als volgt:
Boekwaard e 31-122023
Resultaatbestemmin g voorgaand boekjaar
Toevoegin g
Onttrekkin g
Boekwaard e 31-122024
Algemene reserve
2.092
400
0
0
2.492
Reserve meetstation s
1.022
0
110
0
1.132
Totaal
3.114
400
110
0
3.624
Algemene reserve De algemene reserve is een buffer voor exploitatietekorten en het opvangen van risico’s. Gedurende het boekjaar 2024 heeft conform het besluit van het Algemeen Bestuur een dotatie van € 400.000 aan de reserve plaatsgevonden. Reserve meetstations Vanuit de overgebleven middelen van de provincie Noord-Brabant is vanuit de
65
resultaatbestemming 2017 de reserve meetstations gevormd. Deze bestemmingsreserve is ter continuering van de meetstations (het betreft investeringsintensieve locaties). Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations over 2024 bedraagt € 110.000 en is per jaareinde 2024 toegevoegd aan de reserve. Er is geen sprake van verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. Derhalve is hiervoor in de tabel geen kolom opgenomen.
Voorzieningen Voorziening verlofsparen In 2022 is voor het eerst een bedrag opgenomen ten behoeve van de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. Per 1 januari 2022 is echter cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking getreden, wat tot gevolg heeft gehad dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. In deze voorziening zijn de verlofuren opgenomen die aan deze voorwaarde voldoen. Bij het opmaken van de voorziening voor 2024 is een nadere analyse uitgevoerd op de verlofsoorten. Daarbij is vastgesteld dat meerdere verlofsoorten aangemerkt kunnen worden als arbeidsverplichting met een niet gelijkblijvend volume en conform BBV moeten worden voorzien. Voorziening mobiliteit In 2024 is een mobiliteitstraject voor één van de medewerkers overeengekomen welke in 2025 wordt uitgevoerd. De maximale kosten bedragen € 170.200. Het verloop van de voorzieningen over het boekjaar 2024 was als volgt: Boekwaarde 01-01-2024
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2024
Voorziening verlofsparen
1.344
1.106
747
1.703
Voorziening mobiliteit
0
170
0
170
1.344
1.276
747
1.873
Totaal
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
66
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
620
461
Overlopende passiva
5.148
7.157
Totaal
5.768
7.617
Ultimo 2024 was er (evenals voorgaande jaren) door de goede liquiditeitspositie geen noodzaak om kasgeldleningen op te nemen.
Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Van het Rijk
1.925
1.927
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume: Nog te betalen posten
964
1.279
Afrekeningen werkprogramma's
2.087
3.216
Afdr. loonheffing en netto salarissen
172
81
Nog te betalen BTW
0
653
5.148
7.157
Totaal
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen worden als volgt gespecificeerd:
67
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
Boekwaard e 01-01-2024
Ontvangen voorschotte n
Bestedinge n
Boekwaard e 31-12-2024
443
0
164
279
F21 Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplic ht
1.484
1.145
983
1.646
Totaal
1.927
1.145
1.147
1.925
Van het Rijk: E93 Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
Het in bovenstaande tabel opgenomen voorschotbedrag is overeenkomstig de beschikking ontvangen in 2024. Conform de bestedingen zijn de opbrengsten dienovereenkomstig apart als baten verantwoord in het ‘Overzicht van baten en lasten’. Onder de overige posten van de overlopende passiva zijn geen verplichtingen opgenomen die een looptijd hebben langer dan één jaar. Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de terug te betalen eindafrekeningen over 2024 die in januari 2025 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen.
Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen (Lease)verplichtingen Een deel van de activa is aangeschaft via een leasecontract. Dit betreffen:
IT-infrastructuur en omgeving: met ingang van 1 januari 2022 is een overeenkomst aangegaan met leverancier Sogeti. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen ongeveer € 1.300.000. De overeenkomst is aangegaan voor een periode
68
van vier jaar en loopt derhalve af per januari 2026. In de overeenkomst is een verlengingsoptie van drie maal twee jaar vastgelegd. Dienstauto’s: voor negen auto’s is een leasecontract afgesloten. De jaarlijkse leasekosten bedragen circa € 57.000. Van vier dienstauto’s lopen de contracten eind augustus 2025 af; van een andere dienstauto loopt het contract begin november 2026 af. De vier overige auto's zijn in 2024 aangeschaft en eindigen in 2029. De totale verplichting van alle negen leasecontracten bedraagt per jaareinde 2024 circa € 170.000. Multifunctionals: voor vier multifunctionals (printers) is in 2021 een overeenkomst aangegaan. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.550. De overeenkomst is ingegaan per 1 januari 2022 en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 1 januari 2027.
In 2018 zijn contracten gesloten voor de IT-systemen met AFAS en Roxit. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen afgerond respectievelijk € 67.000 en € 220.000. Het contract met AFAS wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en het contract met Roxit liep in 2022 af en is tot 31 december 2028 verlengd. Huurovereenkomsten De jaarlijkse huurverplichting voor het pand (inclusief parkeerplaatsen) in Tilburg bedraagt circa € 836.000. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar met als einddatum 31 december 2027. De totale huurverplichting bedraagt € 2,5 miljoen. De jaarlijkse huurverplichting voor kantoorruimte (inclusief parkeerplaatsen) en laboratorium aan de Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch bedraagt circa € 114.000. De overeenkomst is per 1 juli 2022 stilzwijgend verlengd met vijf jaar tot 1 juli 2027. Inkoopverplichtingen In de kadernota rechtmatigheid heeft de commissie BBV de stellige uitspraak gedaan dat meerjarige contracten - in het kader van Europese regels - in de toelichting op de jaarrekening opgenomen moeten worden voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. De OMWB verleent opdrachten aan milieukundige adviesbureaus op basis van het actuele werkaanbod vanuit de opdrachtgevers en specifieke casuïstiek. Hiervoor zijn geen meerjarige contracten afgesloten met bedoelde bureaus, enkel jaarcontracten.
Lopende procedures Op balansdatum zijn er geen formeel lopende procedures tegen de OMWB bekend. Wel is er geconstateerd dat er in 2024 een foutief advies is verstrekt als onderbouwing voor een verstrekte omgevingsvergunning waarbij derden mogelijk gedupeerd zijn. Hier zou eventueel een schadepost uit kunnen voortvloeien die betrekking zou hebben op 2024. Door het ontbreken van een formele claim, onzekerheid omtrent verantwoordelijkheid en onzekerheid omtrent de hoogte van geleden schade hebben wij hiervoor geen voorziening gevormd en wachten wij verdere ontwikkelingen af.
Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024
De begroting 2024 sloot voor wijziging met een saldo van € 0. Bij de derde begrotingswijziging werd een resultaat verwacht van € 1.250.000. Het jaarrekeningresultaat bedraagt € 2.461.000 positief.
69
Nadere toelichting op de lasten Primair proces De bijstelling van de lasten en baten is conform de besluitvorming van het Algemeen Bestuur. In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering. 2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Salarissen
22.466
23.010
Reiskosten
290
370
Opleidingskosten
319
346
Overige personele kosten
168
309
Inhuurbudgetten
3.496
3.621
Subtotaal personeelslasten
26.739
27.656
Personeelslasten Primair proces
Salarissen De totale kosten van salarissen van het primaire proces bedragen € 23.010.000 en zijn hiermee € 544.000 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil wordt veroorzaakt door de mutatie op de voorziening verlofsparen. Reiskosten De reiskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 542.000 en zijn hiermee € 33.000 hoger dan begroot na wijziging. Deze overschrijding wordt veroorzaakt doordat medewerkers na enkele jaren van verminderde aanwezigheid op kantoor, de weg terug hebben gevonden. Ook de toename in personeel draagt bij aan de overschrijding. Opleidingskosten De opleidingskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 503.000 en zijn hiermee € 151.000 lager dan begroot na wijziging. Dit is met name het gevolg van het uitstellen van landelijk verzorgde opleidingen. Overige personele kosten De overige personeelskosten bedragen in totaal € 309.000 en zijn hiermee € 141.000 hoger dan begroot. Deze overschrijding wordt met name veroorzaakt door reservering voor een mobiliteitstraject dat in 2025 wordt geëfectueerd. Inhuurbudgetten De inhuurkosten van personeel zijn € 125.000 hoger dan begroot (na wijzigingen). Het toegenomen takenpakket in relatie tot de beschikbaarheid van deskundige inhuurkrachten zorgt voor een overbesteding van de begroting.
70
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Afschrijvingen
116
96
Subtotaal Afschrijvingen
116
96
Afschrijvingen Primair proces
Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten bedrijfsvoering (€ 88.000 tegenover € 104.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2024 € 36.000 lager uit dan begroot na wijziging. Aanleiding betreft uitgestelde aanbestedingstraject voor met name het wagenpark en meetstations. Deze aanbestedingstrajecten zullen naar verwachting in 2025 worden uitgevoerd. Huisvesting en organisatie
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Huisvesting en facilitaire kosten
86
85
Tractie
44
28
Automatisering
20
21
Algemeen beheer
34
42
184
176
Primair proces
Subtotaal Huisvesting en organisatie
Voor Primair proces en Bedrijfsvoering samen zijn de kosten op dit onderdeel ruimschoots binnen de ramingen gebleven. Aangezien de kosten van huisvesting (en facilitaire kosten) en automatisering in de realisatie en begroting voornamelijk onder de kosten van Bedrijfsvoering zijn verantwoord, wordt voor de toelichting op deze posten verwezen naar ‘Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering’.
Overige kosten
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
1.294
1.577
610
455
Primair proces Laboratoriumkosten Milieumetingen
71
Subtotaal Overige kosten
1.904
2.032
Toelichting:
De laboratoriumkosten zijn vraag gestuurd en worden één op één doorbelast. De corresponderende baten zijn opgenomen onder deelprogramma 4. Deze kosten en opbrengsten kennen een resultaat neutraal effect. De kosten milieumetingen zijn lager dan begroot en worden volledig doorbelast aan de provincie Noord-Brabant als onderdeel van deelprogramma 4.
Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht; zie hiervoor de ‘Nadere toelichting op de lasten Primair proces’. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering. 2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Salarissen
5.773
5.637
Reiskosten
219
172
Opleidingskosten
311
133
Overige personele kosten
838
572
Inhuurbudgetten
689
760
Subtotaal Personeelslasten
7.830
7.274
Personeelslasten Bedrijfsvoering
Salarissen De kosten voor eigen personeel van de afdeling Bedrijfsvoering vallen € 136.000 lager uit dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door het niet (tijdig) invullen van vacatures. Reiskosten Voor de toelichting op de reiskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Opleidingskosten Voor de toelichting op de opleidingskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Overige personele kosten Op ‘Overige personele kosten’ is bij Bedrijfsvoering een onderbesteding gerealiseerd van € 266.000. De voornaamste oorzaken hiervan zijn het niet volledig aanspreken van de budgetten voor ‘Organisatieontwikkeling’ (€ 58.000) en ‘Duurzame inzetbaarheid’ (58.000) en lagere ‘Overige personele kosten’ dan begroot (€ 79.000). 72
Inhuurbudgetten De kosten voor inhuur van derden bedragen € 71.000 hoger dan begroot. Deze overschrijding wordt met name veroorzaakt doordat eerdere inhuurconstructies zijn verlengd als gevolg van (langer dan verwacht) ziekteverzuim van eigen medewerkers en verlenging/uitloop van projecten, waarbij de ingehuurde specialistische kennis cruciaal was. 2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Afschrijvingen
104
88
Subtotaal Afschrijvingen
104
88
Afschrijvingen Bedrijfsvoering
Voor de toelichting op de afschrijvingen wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Huisvesting en organisatie
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
1.213
1.168
56
49
2.579
2.255
511
606
4.359
4.078
Bedrijfsvoering Huisvesting en facilitaire kosten Tractie Automatisering Algemeen beheer Subtotaal Huisvesting en organisatie Toelichting:
De totale kosten van huisvesting en facilitaire kosten voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen bedragen € 1.168.000 en zijn hiermee € 45.000 lager dan begroot na wijziging. Hier zijn geen verdere bijzonderheden te vermelden. De kosten van vervoermiddelen in eigen beheer (tractie) bedragen € 49.000 en zijn hiermee € 7.000 lager dan begroot na wijziging. Hier zijn geen verdere bijzonderheden te vermelden. De totale kosten van automatisering voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen bedragen € 2.255.000 en zijn hiermee € 324.000 lager dan begroot na wijziging. Deze onderschrijding wordt onder andere veroorzaakt doordat het aanbestedingstraject voor de aanschaf van GIS / GEO later is opgestart dan gepland en nog niet afgerond. De hiermee gemoeide kosten van implementatie 73
bedragen circa € 100.000 en zullen in 2025 worden gerealiseerd. Daarnaast heeft er een verschuiving van circa € 100.000 plaatsgevonden van kosten van automatisering naar advieskosten (onder Algemeen beheer) voor een traject om de medewerkers digitaal vaardiger te maken. De kosten voor Algemeen beheer zijn op totaalniveau voor het primaire proces en bedrijfsvoering € 95.000 hoger dan begroot na wijziging. Aanleiding hiervan is de verschuiving van kosten automatisering naar advieskosten, zie hiervoor de toelichting bij kosten van automatisering.
Nadere toelichting op de Overige lasten
Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien Vennootschapsbelasting Subtotaal Overige lasten
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
0
20
150
0
5
2
155
22
Diverse lasten Het saldo op de diverse lasten betreft voornamelijk de BTW-bijtelling voor privégebruik van de bedrijfsauto's voor een bedrag van afgerond € 15.500. Onvoorzien Het bedrag dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2024 niet aangesproken. Vennootschapsbelasting De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2024 € 2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2024 en de aanslag 2023.
Overzicht incidentele baten en lasten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend met elk een specifieke starten einddatum. Dit betreffen het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP) en de extra ondersteuning toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht (THE). Voor de regeling (THE) is conform de beschikking in 2024 een voorschot ontvangen. De opbrengst van de beide uitkeringen over 2024 bedraagt € 1.147.000 en is conform de corresponderende bestedingen van € 1.147.000 apart in het overzicht van de baten verantwoord. Zowel de opbrengsten als kosten worden als incidenteel aangemerkt. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 230.000 opgenomen voor mobiliteitstrajecten en een bedrag van € 72.000 voor een transitievergoeding. Van de mobiliteitstrajecten is € 30.000 reeds in 2024 voldaan. Het overige deel van de mobiliteitstrajecten (€ 200.000) is samen met het volledige bedrag van de transitievergoeding opgenomen bij de 'nog te betalen bedragen'. 74
In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 358.000 opgenomen voor de dotatie aan de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. In 2022 is echter CAO SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking getreden. Dit had tot gevolg dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Bij het opmaken van de voorziening voor 2024 is een nadere analyse uitgevoerd op de verlofsoorten en daarbij is vastgesteld dat meerdere verlofsoorten aangemerkt kunnen worden als arbeidsverplichting met een niet gelijk volume en daarmee conform BBV voorzien moeten worden. Voor 2022, 2023 en 2024 was de dotatie aan de voorziening een incidentele post, de voorziening zelf is van structurele aard.
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves In 2024 hebben geen structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves plaatsgevonden.
Kengetallen
Kengetallen
2023 realisatie
2024 realisatie
Uurtarief
€ 107,14
€ 108,87
Productieve uren
341.314
372.187
FTE Primair Proces
272
280
Gemiddeld aantal productieve uren per FTE
1.255
1.331
Ziekteverzuim
5,5%
6,22%
59%/41%
60%/40%
Eigenaarsdeel gemeenten/provincie
FTE
2023 realisatie
2024 realisatie
Primair proces kernformatie
241
250
Primair proces flexibele schil
31
30
75
FTE
2023 realisatie
2024 realisatie
Subtotaal Primair Proces
272
280
Bedrijfsvoering kernformatie
53
57
Bedrijfsvoering flexibele schil
5
6
Totaal Bedrijfsvoering
58
63
331
343
Totaal
De declarabiliteit heeft in de tweede helft van 2024 - na het aanbieden van de Tweede Bestuursrapportage en bijbehorende 3e Begrotingswijzing - een flinke vlucht genomen. Hierbij geldt dat de declarabiliteit per fte voor eigen medewerkers min of meer gelijk is aan de norm van 1.300 declarabele uren. De declarabiliteit van inhuurkrachten bedraagt 1.553 declarabele uren per fte. De declarabiliteit per fte van eigen medewerkers wordt positief beïnvloed door een onderbesteding op concernuren (in totaal 9.500 uur); waarvan 6.100 uur bedoeld voor opleidingen. Deze ruimte wordt daarentegen te niet gedaan door een hoger verzuim dan begroot en een hogere opname van verlofuren.
Toelichting op de baten
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving
24.275
24.883
Programmadeel 2: Advies en Projecten
11.466
11.486
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
1.834
1.834
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
2.724
3.426
Baten
76
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Programmadeel 4: Overige exploitatie
610
515
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten
928
1.147
41.837
43.291
Baten
Subtotaal Baten
2024 begroting na wijzigingen
2024 realisatie
Diverse baten
0
71
Detacheringsinkomsten
45
42
Rentebaten
800
590
0
0
845
703
Overige baten
Vennootschapsbelasting Subtotaal Overige baten
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving De baten zijn € 608.000 hoger dan begroot (2,4%). De gemiddelde hogere declarabiliteit per FTE heeft er toe geleid dat er meer taken binnen het werkprogramma zijn uitgevoerd.
Programmadeel 2: Advies en Projecten De baten zijn € 20.000 hoger dan begroot en liggen in lijn met de derde begrotingswijziging.
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel De collectieve taken zijn overeenkomstig de begroting in rekening gebracht bij de deelnemers.
77
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma De baten zijn in totaal € 702.000 hoger dan begroot. Opdrachten buiten het werkprogramma kunnen van jaar tot jaar verschillen.
Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. Dit betreffen het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP) en de extra ondersteuning toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht (THE). Voor de (THE) regeling is conform de beschikking in 2024 een voorschot ontvangen. De opbrengst van de beide regelingen over 2024 bedraagt € 1.147.000 en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruit ontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.
Uitsplitsing baten In 2024 bedroegen de gerealiseerde baten provincie op P1 € 9.340.000, op P2 € 4.267.000 en op P3 € 576.000. De gerealiseerde baten gemeenten bedroegen voor P1, P2 en P3 respectievelijk € 15.543.000, € 7.219.000 en € 1.258.000.
Overige baten Diverse baten Het saldo op de diverse baten betreft voornamelijk de opbrengst als gevolg van restitutie fee van Flex West-Brabant voor een bedrag van € 50.000. Detacheringsopbrengsten In de eerste maanden van 2024 is een medewerker gedetacheerd. Rentebaten De OMWB heeft rentebaten ontvangen voor een bedrag van € 590.000.
Overzicht baten en lasten per taakveld 2024
Baten en lasten per taakveld
Baten
Lasten
0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.5 Treasury
11.441 590
78
Baten en lasten per taakveld
Baten
Lasten
0.8 Overige baten en lasten
113
20
0.9 Vennootschapsbelasting
2
0.10 Mutaties reserves
111
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
2.461
7. Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer
40.972
28.257
8.3 Wonen en bouwen
2.319
1.703
43.995
43.995
Totaal van de taakvelden
De lasten op taakveld 0.4 Overhead bedragen de lasten voor het bedrijfsvoeringsproces niet zijnde het primaire proces - en corresponderen met de specificatie van de lasten in 'Het overzicht van baten en lasten'.
Publicatieverplichting op grond van de WNT WNT-verantwoording 2024 De WNT is van toepassing op OMWB. Het voor de OMWB toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Dit betreft het algemene bezoldigingsmaximum.
Bezoldiging topfunctionarissen met een dienstbetrekking en topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13de kalendermaand Van 01-01-2024 t/m 31-12-2024 heeft de heer Arbouw de functie van Directeur vervuld. Conform het delegatie-, mandaatbesluit en directiestatuut kent de Directeur een volledige, formele beslissingsbevoegdheid. Daarmee wordt de heer Arbouw als topfunctionaris (gedurende hierboven vermelde periode) in het kader van de WNT aangemerkt. De heer Arbouw heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018). Er zijn geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 79
bedragen x € 1
Dhr. A. Arbouw
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,00
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding
€ 150.876,54
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.248,56
Subtotaal
€ 174.125,10
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 233.000,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging 2024
N.v.t. € 174.125,10
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2023 Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
0,95
(Fictieve) dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 130.704,80
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 21.125,14
Subtotaal
€ 151.829,94
80
bedragen x € 1
Dhr. A. Arbouw
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
€ 211.850,00
Totale bezoldiging 2023
€ 151.829,94
Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder In de onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur weergegeven. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Noch ontvangen zij een onkostenvergoeding van de OMWB. De functie is gedurende heel 2024 uitgeoefend, tenzij anders vermeld in de tabel.
2024 Naam topfunctionaris
Functie
Deelnemer
De heer P.F.G. Depla
Voorzitter DB & AB
Gemeente Breda
De heer A-J Moerkerke
Lid DB & AB
Gemeente Moerdijk
De heer M. van Asten
Lid DB & AB
Gemeente Tilburg
De heer M. Oudenhoven
Lid DB & AB
Provincie Noord-Brabant
Mevrouw H. van Aart - 1
Lid DB & AB
Gemeente Loon op Zand
De heer C. Machielsen
Lid DB & AB
Gemeente Gilze en Rijen
De heer H. Wierikx
Lid DB & AB
Gemeente Halderberge
De heer B. Scholtze - 2
Lid DB & AB
Gemeente Drimmelen
Mevrouw A. Hunnik
Lid AB
Gemeente Altena
81
2024 Naam topfunctionaris
Functie
Deelnemer
De heer E. Daandels
Lid AB
Gemeente Alphen-Chaam
De heer H. van Tilborg
Lid AB
Gemeente Baarle-Nassau
De heer J. Pals 3
Lid AB
Gemeente Bergen op Zoom
De heer J.P. Verroen - 4
Lid AB
Gemeente Bergen op Zoom
De heer K. de Jong - 5
Lid AB
Gemeente Dongen
Mevrouw A. van Eenennaam - 6
Lid AB
Gemeente Dongen
De heer G. de Weert
Lid AB
Gemeente Etten-Leur
Mevrouw M. Witte
Lid AB
Gemeente Geertruidenberg
Mevrouw L. Franssen
Lid AB
Gemeente Goirle
De heer J. van den Bosch
Lid AB
Gemeente Heusden
Mevrouw E. Langens - 7
Lid AB
Gemeente Hilvarenbeek
De heer Weys 8
Lid AB
Gemeente Hilvarenbeek
Mevrouw C. Noordergraaf - 9
Lid AB
Gemeente Hilvarenbeek
De heer L. Laros - 10
Lid AB
Gemeente Loon op Zand
De heer E. Logister
Lid AB
Gemeente Oisterwijk
De heer M. Buijs - 11
Lid AB
Gemeente Oosterhout
82
2024 Naam topfunctionaris
Functie
Deelnemer
De heer F. Backhuijs - 12
Lid AB
Gemeente Oosterhout
Mevrouw K. Koenraad
Lid AB
Gemeente Roosendaal
De heer M. Gijzen
Lid AB
Gemeente Rucphen
De heer K. Gommeren
Lid AB
Gemeente Steenbergen
Mevrouw S. Schuijffel
Lid AB
Gemeente Waalwijk
De heer Th. de Heer
Lid AB
Gemeente Woensdrecht
Mevrouw E. Kools-Hereijgers
Lid AB
Gemeente Zundert
1. Mevrouw H. van Aart wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 1-9-2024 in verband met eerdere functie als lid DB & AB. 2. De heer B. Scholtze wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 11-9-2024 in verband met aanstelling in functie als lid DB & AB. 3. De heer J. Pals wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 1-2-2024 in verband met eerdere functie als lid AB. 4. De heer J.P. Verroen wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 1-2-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB. 5. De heer K. de Jong wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 16-10-2024 in verband met eerdere functie als lid AB. 6. Mevrouw A. van Eenennaam wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 4-12-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB. 7. Mevrouw E. Langens wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 6-6-2024 in verband met eerdere functie als lid AB. 8. De heer Weys wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 14-8-2024 tot uiterlijk 2111-2024 in verband met eerdere aanstelling in functie als lid AB. 9. Mevrouw C. Noordengraaf wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 21-11-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB 10. De heer L. Laros wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 10-09-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB 11. De heer M.
Buijs wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 18-06-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB 12. De heer F. Banckhuijs wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 18-06-2024 in verband met aanstelling in functie als lid AB
83
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa)
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting, controleprotocol en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 20 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen 84
aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 414.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 1,1 miljoen bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 400.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 1,0 miljoen acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken. Begrotingscriterium
bedrag x € 1 miljoen
1. Overschrijding op programma primair proces
1,0
Totaal begrotingsonrechtmatigheden
1,0
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.
1,0
Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed. Dit betreft een automatiseringscontract dat de primaire bedrijfsvoering raakt. Zie ook paragrafen; Bedrijfsvoering plannen en resultaten.
0,1
M&O criterium 6. Geen bevindingen. Totaal onrechtmatigheden
1,1
Waarvan acceptabel
1,0
Waarvan niet acceptabel
0,1
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
85
Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 Inleiding De Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) richt zich op een hoge kwaliteit van haar diensten. Een belangrijk doel van de oprichting van omgevingsdiensten is de kwaliteit van de uitvoering van de taken en de efficiency structureel te verhogen. En middels kennisdeling betere diensten te kunnen verlenen. Middels deze rapportage wil de OMWB aan haar opdrachtgevers laten zien dat (blijvend) aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit van de VTH-taken burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten. Door te voldoen aan de criteria zorgt het bevoegd gezag ervoor dat ze in staat is om de gewenste kwaliteit te leveren. Momenteel wordt uitgegaan van de set Kwaliteitscriteria 2.3. Deze set geeft aan wat de minimale meetlat van kwaliteit (proces én deskundigheid) is waaraan een organisatie moet voldoen.
De Kwaliteitscriteria maken onderdeel uit van een palet van meerdere ontwikkelingen binnen en buiten de OMWB. Vanaf januari 2025 zijn de Kwaliteitscriteria geüpdatet naar een 3.0 versie. Deze vormen dan de nieuwe basis van de VTHverordening en het wettelijk kader. Vanaf januari 2025 zal de OMWB kennis en kunde dus in beeld gaan brengen ten opzichte van de Kwaliteitscriteria (KC) 3.0. De OMWB heeft bureau Libereaux in de arm genomen om de Kwaliteitscriteria structureel in de organisatie te borgen en de mate van robuustheid op deze KC 2.3 in beeld te brengen. Libereaux is landelijk erkend om werkervaring ten opzichte van de Kwaliteitscriteria te valideren. Jaarlijks wordt er een actualisatieslag uitgevoerd, wat resulteert in continu inzicht in aanwezige deskundigheid en ontwikkelbehoeften ten opzichte van de dan geldende eisen van de Kwaliteitscriteria. Onderliggende rapportage zoomt in op de robuustheid van de OMWB-medewerkers op het onderdeel ‘deskundigheid’, met daarin de belangrijkste conclusies, werkwijze en vervolgacties. Daarbij wordt er een link gelegd met de procescriteria en de doorontwikkeling op het gebied van vaardigheden in relatie tot onder meer de Omgevingswet. Hiermee is deze rapportage niet alleen een verantwoordingsdocument, maar spreekt het ook een ambitie uit om blijvend te werken aan de professionaliteit van medewerkers en daarmee de OMWB als organisatie.
Conclusie actualisatieslag Kwaliteitscriteria 2023 Uit de actualisatieslag in 2024 blijkt het volgende:
De OMWB laat zien robuust te zijn als het gaat om expertise binnen de kwaliteitscriteria. De organisatie toont aan op 19 van de 28 deskundigheidsgebieden genoeg kennis en kunde te hebben (comply); Een aantal deskundigheidsgebieden worden belegd bij gemeenten, de Veiligheidsregio of andere omgevingsdiensten. Daarnaast zijn er binnen bepaalde
86
deskundigheidsgebieden samenwerkingsafspraken gemaakt met andere OD’s (6 van 28). De organisatie voldoet aan alle deskundigheidsgebieden door middel van ‘comply or explain’. In totaal zijn er nu 232 medewerkers onderdeel van het dashboard. Dat zijn 21 medewerkers meer dan vorig jaar. Het percentage medewerkers die aantonen voldoende ‘deskundig’ (groen) te zijn, bedraagt 88%. Uit de meetgegevens blijkt dat 12% van de medewerkers die nog niet voldoen aan de KC 2.3, en dus op oranje staan, er relatief veel nieuwe medewerkers of hun functie niet geheel raakvlak heeft met het deskundigheidsgebied. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat er veel specialisme in huis is (één van de pijlers van de Kwaliteitscriteria) en dat bij het aannemen van nieuwe personeel, rekening wordt gehouden met de vereiste criteria.
Uitkomsten van de nulmeting Uit de nulmeting blijkt het volgende:
De OMWB laat zien er robuust te zijn als het gaat om expertise binnen de kwaliteitscriteria. De organisatie toont aan op 19 van de 28 deskundigheidsgebieden genoeg kennis en kunde te hebben (comply); 8 deskundigheidsgebieden worden uitbesteed (explain); De verbeteractie op Groen en ecologie uit de vorige analyse heeft zijn vruchten afgeworpen en is voldoende aangetoond. De eindconclusie die uit de monitoring getrokken kan worden is dat er veel specialisme in huis is (één van de pijlers van de Kwaliteitscriteria) en dat bij het aannemen van nieuwe personeel, rekening wordt gehouden met de vereiste criteria.
Keuze onderzoeksmethode De OMWB laat werkervaring ten opzichte van de Kwaliteitscriteria valideren door Libereaux, waarvan de werkwijze reeds is toegepast bij meerdere OD’s en RUD’s. Medewerkers van de OMWB werken met digitale e-portfolio’s, waarin zij hun relevante activiteiten, werkervaring, opleiding en aanvullende kennis op één of meerdere deskundigheidsgebieden in kaart hebben gebracht en hebben onderbouwd met ‘bewijsstukken’, zoals diploma’s en voorbeelden van producten die zij leveren. Deze bewijsstukken zijn door Libereaux getoetst, aan de hand van (VRAAK)-criteria, om een zo valide mogelijk beeld te schetsen van de expertise binnen de OMWB. Nadat expertise ten opzichte van een deskundigheidsgebied per individu in beeld is gebracht, zijn er analyses gemaakt van de robuustheid in expertise van de organisatie. Analyses zijn mogelijk middels de VTH-monitor, waarin de gegevens op het gebied van deskundigheid en VTH-taken van alle medewerkers bijeen zijn gebracht en geborgd worden. De conclusies in deze rapportage zijn gebaseerd op deze monitor. Op basis daarvan worden afspraken gemaakt omtrent ontwikkeling en opleidingen in onder meer het Goede Gesprek tussen medewerkers en leidinggevenden. Ontwikkeling die medewerkers doormaken komen weer in de portfolio’s terecht en worden gevalideerd door Libereaux, zodat er een real-time inzicht ontstaat.
Van elke medewerker kan zijn of haar deskundigheidsgebied worden uitgedrukt in een percentage. Er worden 7 variabelen gemeten, die elk een verschillend ‘gewicht’ hebben:
87
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Activiteiten tellen voor 40% mee, Werkervaring voor 15%, Basisopleiding voor 20%, Aanvullende opleidingen voor 10%, Basiskennis voor 10% en Diepgaande kennis voor 5%. Frequentie (weegt niet mee in percentage)
De gedachte achter deze percentageverdeling, die landelijk wordt gehanteerd, is dat praktijkervaring (bestaande uit de elementen ‘Activiteiten’ en ‘Werkervaring’) met 55% net iets zwaarder weegt dan kennis en opleiding (bestaande uit de elementen ‘Basisopleiding’, ‘Aanvullende opleidingen’, ‘Basiskennis’ en ‘Diepgaande kennis’) met 45%. Deze wegingsfactoren vormen ook het uitgangspunt voor Vakbekwaamheid: het gaat immers niet over alleen het hebben van de juiste papieren, maar zeker ook over ervaring en kunde. Een medewerker is ‘deskundig’ conform de vth-kwaliteitscriteria als hij of zij voor 75% of meer aan de criteria voldoet. Een deskundigheidsgebied staat op ‘groen’ als er twee of meer medewerkers binnen de OMWB voor minimaal 75% aan de vereisten in het betreffende deskundigheidsgebied voldoen. Ondanks dat de frequentie niet meetelt in het percentage, wordt er aan ieder deskundigheidsgebied wel een ureneis gesteld. De uren zijn in kaart gebracht aan de hand van het ‘tijdschrijven’ van medewerkers van de OMWB binnen het personeelssysteem. Het aantal medewerkers dat aan de frequentie-eis voldoet, is op basis van het tijdschrijven in kaart gebracht door Libereaux. Deze gegevens zijn in beeld gebracht in onderstaande tabel. De OMWB voert meer (plus)taken uit dan zijn opgenomen in de (landelijke) Kwaliteitscriteria.
In de onderstaande conclusies worden alleen de conclusies genoemd van de vereiste criteria van de KC 2.3.
Toelichting conclusies Van zes deskundigheidsgebieden is de taak niet ingebracht bij de OMWB, maar ligt dit bij de opdrachtgever of een andere Omgevingsdienst. Sommige producten van de OMWB zijn wel afhankelijk van de kwaliteit bij de opdrachtgever op dit deskundigheidsgebied. Denk bijvoorbeeld aan een stedenbouwkundige afweging bij een omgevingsvergunning bij het afwijken van het bestemmingsplan. De vier deskundigheidsgebieden Bouwfysica, Stedenbouw en inrichting openbare ruimte, Exploitatie en planeconomie en Cultuurhistorie worden niet in de dienst gebracht door de Provincie of andere opdrachtgevers (gemeenten). Zoals hierboven genoemd wordt een drietal deskundigheidsgebieden die door opdrachtgevers binnen de dienst worden gebracht, uitbesteed aan een andere dienst: 1. Brandveiligheid: belegd bij de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. 2. Constructieve veiligheid: belegd bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 3. Groen & Ecologie (Nb-wet): belegd bij de Omgevingsdienst Brabant-Noord Voor bovenstaande drie deskundigheidsgebieden is bij deze partneroverheden nagegaan in hoeverre voldaan wordt aan de Kwaliteitscriteria 2.3. Een groot aantal medewerkers is op meerdere deskundigheidsgebieden getoetst. Het is mogelijk dat zij op hun eerste deskundigheidsgebied groen scoren, terwijl zij oranje scoren op hun tweede deskundigheidsgebied.
Omdat deze medewerkers voldoen aan minimaal één deskundigheidsgebied, worden zij beschouwd als voldoende deskundig (groen). Het aantal getoetste deskundigheidsgebieden hierboven hoeft dus niet overeen te komen met het aantal medewerkers. 88
Tot slot wordt hierbij opgemerkt dat de uren van extern ingehuurde medewerkers buiten beschouwing gelaten zijn. De OMWB kiest ervoor om deze verantwoordelijkheid bij de inhuur partij neer te leggen als vereiste bij de inkoop.
Stand van zaken - aantal medewerkers in de 0-meting KC 2.2 Het VTH-dashboard bevat in 2024 de gegevens van 231 medewerkers van de OMWB. Medewerkers die zich binnen het primaire proces bezighouden met zogeheten ‘plustaken’, zoals, vuurwerk, ontgrondingenwet en APV, vallen niet onder één of meerdere deskundigheidsgebieden uit de KC 2.3. Om die reden maken deze medewerkers geen onderdeel uit van de huidige nulmeting. Dit geldt ook voor medewerkers die buiten het primaire proces vallen. Het gaat hier bijvoorbeeld om coördinerende, beleidsmatige, administratieve en ondersteunende functies. Hoewel deze medewerkers niet onder de KC 2.3 vallen, krijgen zij wel de beschikking over een eportfolio.
Opleidingsniveau Van de 232 medewerkers die verwerkt zijn in het de VTH-monitor is geanalyseerd wat hun basisopleidingsniveau is. Van deze medewerkers zit 88% op het relevante hbo- of wo- niveau en 12 % op het relevante MBO-niveau. Een aantal medewerkers heeft een EVC-traject gevolgd. Deze beschikken niet over een relevant en erkend hbo-diploma, maar hebben wel hbo werk- en denkniveau aangetoond. Tevens blijkt uit de meetgegevens dat 12% van de medewerkers er relatief veel nieuwe medewerkers of hun functie niet geheel raakvlak heeft met het deskundigheidsgebied. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat er veel specialisme in huis is (één van de pijlers van de Kwaliteitscriteria) en dat bij het aannemen van nieuwe personeel, rekening wordt gehouden met de vereiste criteria.
Slotconclusie resultaten 0-meting en voortgang Bij de actualisatie op de Kwaliteitscriteria in 2024 laat de OMWB zien voldoende robuust te zijn ten opzichte van de Kwaliteitscriteria. Bij de actualisatie op de Kwaliteitscriteria in 2024 laat de OMWB zien, ten opzichte van de Kwaliteitscriteria 2.3, er goed voor staat. De organisatie is binnen 21 deskundigheidsgebieden erg robuust als het gaat om kennis en kunde ten opzichte van de Kwaliteitscriteria. Voor één deskundigheidsgebied dient de organisatie verbeteracties toe te passen. Op basis van de analyse op de kenniselementen wordt samen met de afdeling HRM een uitvraag gedaan naar de opleidingsmarkt. Omdat er nauwkeurig in beeld is gebracht wie wat nog moet doen, wordt hierop een efficiencyslag verwacht. Ook wordt er gekeken naar een mogelijke samenwerking met de partners. Daarnaast levert de OMWB voor het beoordelen van de frequentie een uitdraai: “Kritieke massa Frequentie geschreven uren OMWB” Dit geeft een goed en waarheidsgetrouw overzicht van de continuïteit ( frequentie). Het e-portfolio Ditkanik.nu wordt door de medewerkers bijgehouden; (nieuwe) bewijsstukken en certificaten worden geüpload en gedeeld met de teammanager. Het 89
vormt de basis voor ontwikkeling. Ook de medewerkers die niet onder een deskundigheidsgebied van de Kwaliteitscriteria vallen kunnen hun e-portfolio bijhouden en aanvullen. Verder zal de VTH-monitor onderhouden worden en mutaties doorgevoerd, zodat de OMWB blijvend kan aantonen te voldoen aan de Kwaliteitscriteria.
90
91