CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 14: Raadsvoorstel Ontwerp programmabegroting 2026 en jaarstukken 2024 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant AANGENOMEN25.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Windturbines In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 moet tenminste 35 terawattuur (TWh) duurzame elektriciteit geproduceerd worden. Windenergie is een belangrijke energiebron om dit doel te halen. De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling 471 MW (in 2020) meegekregen. Op dit moment staat er 423 MW opgesteld (met name in het OMWB-gebied; bron Windstats.nl). Windturbines vormen (helaas) niet uitsluitend een bron van energie maar veroorzaken ook hinder. De toename van het aantal windturbines (en de toename in omvang) zorgt voor meer klachten met betrekking tot geluidhinder en slagschaduw. Voor de OMWB resulteert de ontwikkeling van meer windturbines op land in een toename van het aantal geluidmetingen en administratieve controles van nalevingsverslagen. Sinds de tweede helft van 2023 en ook in 2024 zijn geluidmetingen aan 28 turbines bij het windpark A16 tussen Hazeldonk en Moerdijk uitgevoerd (conform toezichts- en handhavingsstrategie windpark A16). De resultaten van deze metingen (en eventuele klachten) kunnen leiden tot (meer) geluidmetingen.

Omgevingswet en EU-richtlijn omgevingslawaai In het kader van de EU-richtlijn omgevingslawaai (END) moeten provincies en grote gemeentes (agglomeraties) iedere vijf jaar geluidkaarten en actieplannen opstellen. In 2022 heeft de OMWB geluidkaarten opgesteld voor de provincie Noord-Brabant (provinciale wegen) en de gemeente Breda (gemeentelijke wegen, railverkeer en industrielawaai). In 2024 zijn door de Provincie Noord-Brabant in samenwerking met de OMWB actieplannen opgesteld die aansluiten bij het ambitieniveau (lees: plandrempel) die de provincie Noord-Brabant heeft vastgesteld. In het kader van de Omgevingswet (1 januari 2024) zijn gemeenten verplicht de Basisgeluidemissie (Bge) van de gemeentelijke wegen vast te stellen. Medio 2028 moet het Bge worden vastgesteld en aangeboden aan het CVGG (Centrale Voorziening Voor Geluidgegevens). Dit nieuwe instrument moet ervoor zorgen dat er niet langer sprake kan zijn van een onbegrensde groei van de geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen. Tevens moeten voor alle wegen met een intensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal de bijbehorende geluidaandachtsgebieden worden bepaald en vastgesteld. Ook wordt opnieuw gekeken naar de saneringsvoorraad (woningen die onderhevig zijn aan een geluidbelasting van meer dan 70 dB vanwege wegverkeer). De 29

OMWB heeft afgelopen jaar via een pilot (technische) ervaring opgedaan in het opstellen van de Bge voor de gemeente Gilze en Rijen. Inmiddels hebben meerdere gemeenten interesse getoond in de resultaten van deze pilot. Het advies aan gemeenten is om na 2026 (uiterste basisjaar) de Basisgeluidemissie en geluidaandachtsgebieden vast te stellen. Voor de provincie is met de Omgevingswet de systematiek van geluidproductieplafonds (GPP) voor provinciale wegen in werking getreden. Ook dit instrument moet een onbegrensde groei van de geluidemissie en -immissie voorkomen. De OMWB heeft in 2024 de geluidproductieplafonds (huidige situatie + 1,5 dB) en geluidaandachtsgebieden door middel van geluidrekenmodellen bepaald. De provincie Noord-Brabant gaat in 2025 deze geluidproductieplafonds en geluidaandachtsgebieden vaststellen en aanbieden aan het CVGG (Centrale Voorziening voor Geluidgegevens).

Handreiking Milieu & Bouwen in het omgevingsplan (onderdeel geluid en trillingen) Voor het onderdeel geluid is er veel veranderd met de komst van de Omgevingswet (en onderliggende besluiten en regelingen). Deze veranderingen hebben betrekking o.a. op de normen voor bedrijven (voorheen opgenomen in Omgevingsvergunningen op basis van de Wabo, het Activiteitenbesluit milieubeheer en Wet geluidhinder), maar ook op de normen voor de aanleg en beheer van infrastructuur en de normen voor de bouw van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De normen uit de Wet geluidhinder, Wabo en Activiteitenbesluit milieubeheer zijn, van rechtswege (via de bruidsschat) op 1 januari 2024 opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De onder- en bovengrens van de nieuwe normen staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en wijken (soms) af van de oude normen. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de normen voor bedrijven (Milieu Belastende Activiteiten). De landelijke normen uit het Activiteitenbesluit zijn verdwenen. Gemeenten moeten zelf normen voor milieubelastende activiteiten gaan stellen in de omgevingsplannen. In het Bkl is wel een voorstel gedaan voor minimale eisen, maar in veel gevallen zullen deze te ruim of te krap blijken te zijn.

Voor provinciale wegen is op 1 januari 2024 de systematiek van GeluidProductiePlafonds (GPP) in werking getreden; voor gemeentelijke wegen de BasisGeluidEmissie (Bge). Gemeenten hebben hier tot medio 2028 de tijd om de Bge vast te stellen. Het omgevingsplan (nieuw deel) moet uiterlijk op 1 januari 2032 door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het omzetten van de bestaande grenswaarden uit het Activiteitenbesluit naar de nieuwe grenswaarden in het omgevingsplan kan niet altijd milieuneutraal plaatsvinden. Hoe moet nu met het onderdeel geluid worden omgegaan in het omgevingsplan? Samen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid stelde de OMWB in 2022 een handreiking op over geluid en geur in het omgevingsplan. Deze handreiking is in april 2023 geactualiseerd en uitgebreid naar maar liefst zeven thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Geluid door activiteiten (denk aan evenementen, windmolens) Geluid door verkeer en industrie Trillingen Geur Externe veiligheid (denk aan brand en explosies) Bodem Bouwen

30

Deze handreiking bestaat uit een analyse van de rijks- en provinciale regels en van de bruidsschat. Op basis daarvan geeft deze handreiking aandachtspunten voor regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Achtergrond: OZHZ en OMWB hadden beiden het plan een handreiking te maken en hebben deze gezamenlijk opgesteld. Veel omgevingsdiensten en gemeenten in ons land zijn bezig met de bruidsschat en het omgevingsplan. Deze handreiking onderscheidt zich doordat het juridisch kader heel precies wordt geanalyseerd en de aandachtspunten zich niet alleen richten op de bruidsschat, maar ook op het regelend vermogen van het hele omgevingsplan.

Geluidsanering In 2023 hebben zeven deelnemers nieuwe projecten ingediend bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor alle deelnemers is de aangevraagde voorbereidingssubsidie toegekend. In totaal betreft het circa 1.340 woningen met een te hoge geluidbelasting door wegverkeerslawaai, waarvoor een saneringsprogramma wordt opgesteld. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is bezig met de uitvoering van de bijbehorende werkzaamheden. Deze werkzaamheden omvatten onder meer het onderzoeken van bron- en overdrachtsmaatregelen om de geluidbelasting op de woningen te verminderen. Indien de geluidbelasting daarna nog te hoog blijft, kunnen maatregelen aan de woningen zelf worden genomen, mits de bewoners of eigenaren hiermee instemmen.

Lucht

Schone Lucht Akkoord (SLA) Het Schone Lucht Akkoord (SLA) richt zich op een betere luchtkwaliteit en een afname van gezondheidsschade. Het akkoord streeft naar een afname van de gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% in 2030 t.o.v. 2016. Dit moet bereikt worden met behulp van maatregelen tegen vervuiling uit binnenlandse bronnen (houtstook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, wegverkeer en mobiele werktuigen). In 2024 is intensiever toezicht gehouden en zijn audits uitgevoerd bij bedrijven die een eigen meetsysteem hebben om de emissies te controleren (een zogenaamde AMS). Geconstateerd is dat er nog steeds veel werk aan de winkel is met betrekking tot de data-acquisitie van de meetsystemen (foutieve callibratie-functies of berekeningen). Dit leverde veel afwijkingen op die de bedrijven opgepakt moeten worden. In 2025 zal deze intensivering doorgaan en risicogericht worden ingepast in het huidige werkprogramma. In 2024 is een aantal bijwoningen (audit op locatie) uitgevoerd en zijn beoordelingen van meetrapportages van periodieke metingen uitgevoerd. Dit is onder andere een gevolg van de ambitie vanuit het SLA om toezicht te intensiveren bij industriële emissies. Daarnaast ontbreekt het vaak aan vastlegging van representatieve bedrijfsvoering (tijdens de meting). Op basis van de constateringen in voorgaande jaren zal dit 31

doorgezet worden in 2025, waarbij extra focus komt te liggen bij de monitoringsplannen.

Controle tankstations met behulp van OGI-camera OGI (Optical Gas Imaging) is het visueel zichtbaar maken van diffuse emissies van VOS (vluchtige organische stoffen). De OGI-onderzoeken zijn een vast onderdeel van het jaarlijkse programma (van TMO, vanaf 2025 Team Onderzoek en Advies) in het kader van preventief toezicht en het sneller reduceren van (diffuse) VOS-emissies. Het resultaat van deze onderzoeken hebben aantoonbaar verlagingen van zowel immissieconcentraties (blootstelling op leefniveau) als het aantal geurklachten opgeleverd.

De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2024 € 11.486.000 (begroot € 11.466.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 3: Collectieve taken

Jaarlijks voert de OMWB het programma Collectieve Taken uit. Het programma van 2024 had een omvang van € 1,85 miljoen. Het is een bestuurlijk vastgesteld programma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukkelijk aansluit op de andere twee programma’s - de basis- en de verzoektaken. Op deze manier speelt de OMWB in op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en risicogericht werken. Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het Ambtelijk Overleg (AO), het Dagelijks Bestuur (DB) en uiteindelijk het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met een projectmatige programma-aanpak. Projecten worden niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook is er een duidelijke verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Het periodieke gesprek tussen de programmamanager en de individuele projectleiders (in plaats van gezamenlijk) helpt hierbij. Het programma Collectieve Taken kent een afzonderlijke verantwoording en wordt in het tweede kwartaal aangeboden.

De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2024 € 1.834.000 (begroot € 1.834.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord. 32

Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten

In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voornoemde programma’s basis-, advies- en collectieve taken vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers.

De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2024 € 3.941.000 (begroot € 3.334.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Bonaire De gemeente Breda en de OMWB voerden eerder al jarenlang milieutaken uit voor Caribisch Nederland (CN). Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zouden deze werkzaamheden in april 2024 worden overgenomen door Omgevingsdienst NL (ODNL). De Directie Toezicht en Handhaving (DTH) van Bonaire werd nog wel een offerte voor ondersteuning door de OMWB aangeboden voor de periode van januari tot april 2024, maar hier werd uiteindelijk niet op ingegaan. Zodoende heeft de OMWB begin 2024 enkel nog een paar uren gemaakt om lopende projecten af te ronden. Uiteindelijk startte ODNL in november 2024 pas met werkzaamheden voor CN. Hierdoor lag de ondersteuning vrijwel geheel 2024 stil en liepen de achterstanden op VTH-gebied helaas weer op. Daarnaast ondersteunde één medewerker van de OMWB ook de Directie Ruimtelijk Ontwikkeling (DRO) van OLB jarenlang bij het opstellen van hindervergunningen en algemeen milieu- en RO-advies. In 2024 kende één procedure nog een doorloop binnen een lopende opdracht van 2021, voor een hindervergunning voor het vervangen van windmolens. Deze werd medio 2024 afgerond en vormde het laatste onderdeel van deze in 2021 gestarte opdracht van in totaal 226 uur. Alle uren zijn nu verbruikt. Vanaf nu is ODNL verantwoordelijk voor deze werkzaamheden.

In november 2024 is ook hier een begin mee gemaakt maar ook hier hebben de werkzaamheden dus bijna een jaar stilgelegen.

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. De opbrengst over 2024 bedraagt € 1.147.000 (begroot € 928.000) en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruitontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.

33

Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien

De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen voor 2024 € 11.441.000 (begroot € 12.293.000). Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024'. De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2024 € 2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2024 en de aanslag 2023. Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2024 niet aangesproken.

Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid) Wet open overheid (Woo)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een 'voldoende' weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen 34

Het Algemeen Bestuur besloot eerder een model vast te stellen voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers. Dit model bepaalt dat de OMWB maximaal 8% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening als weerstandsvermogen aanhoudt. Deze normering sluit aan bij de Financiële Verordening van de OMWB.

Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, er verzekeringen voor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op dat uitvoering krijgt in het begrotingsjaar. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Bestuursrapportage 2024 identificeerde we de volgende risico's: Maximaal schade bedrag

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

50%

190.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

60%

420.000

9. Bovenmatig verzuim

315.000

80%

252.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

13. Cybercriminaliteit

1.100.000

50%

550.000

Totaal

4.095.000

Risico's

2.312.000

Voor de jaarrekening is bovenstaande lijst geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om (tijdig) vacatures in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel.

35

5. Transitie mens en systeem De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds de inhoud van het werk, anderzijds worden ook andere (digitale) vaardigheden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken. 6. Problematiek Arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega's 'on the job' op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega's nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst.

In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit. Maatregelen: De afgelopen periode is gewerkt aan een inwerkprogramma. Het programma heeft dusdanig effect gehad dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Daarmee is de kans van optreden verder beperkt. Het maximale schadebedrag is bijgesteld naar € 600.000 met een kans van optreden van 50%. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het verzuim over 2024 bedraagt daarentegen 6,22% (2023: 5,5%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 350.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 280.000. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten.

De eerste ervaringen tonen aan dat er een negatief effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden). Tegelijkertijd is het aantal aanvragen wat is ingediend onder de Omgevingswet beperkt. Gezien de onduidelijkheden die er op dit moment nog heerst, wordt de risico-inschatting gehandhaafd, met een bijgestelde inschatting van de kans van optreden; van 60% volgens de 2e Bestuursrapportage 2024 naar 40%. 13. Cybercriminaliteit Ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers, blijft het risico reëel dat vreemden inbreken op systemen gebruikt door de OMWB, met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%. 14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) / Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) 36

De wet DBA is in 2016 in werking gesteld. Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst vervallen waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaats gaat vinden. De OMWB heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd bij de aanwezige ZZP’ers en het mogelijke financiële risico in kaart gebracht (circa € 1.100.000). Dit risico omvat slechts het fiscale aspect. Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies. Maatregelen: in 2025 zal actief gewerkt worden aan het beëindigen van alle ZZP constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel. Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2024 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

50%

190.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

600.000

50%

300.000

9. Bovenmatig verzuim

350.000

80%

280.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

40%

400.000

13. Cybercriminaliteit

1.000.000

60%

600.000

14. Wet DBA / VBAR

1.100.000

40%

440.000

Totaal

5.030.000

Risico's

2.510.000

Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2024 € 2.492.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.510.000 is de weerstandsratio 0,99. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2023 bedroeg de weerstandsratio 0,95 (‘matig’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,32 ('voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 heeft het Algemeen Bestuur besloten om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te 37

groeien naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2024 stellen we voor € 600.000 aan de Algemene reserve toe te voegen.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven: Financiële kengetallen

Jaarrekening 2024

Begroting 2024

Jaarrekening 2023

Netto schuldquote

-11,4%

-4,8%

-9,5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

Solvabiliteitsratio

44,3%

35,9%

34,7%

Structurele exploitatieruimte

7,5%

0,1%

6,7%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2023. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is ten opzichte van de jaarrekening 2023 toegenomen. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Zowel de netto schuldquote als de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte zijn

38

verbeterd ten opzichte van 2023. De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.

Financiering

In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s verstaan.

Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'. Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie- en behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening.

39

Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2024. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2024 berekend op € 3.390.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 16,8 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Stappen (14)

(2) Vlottende middelen

(1) Vlottende schuld

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)

(1) - (2) = (3) Eerste kwartaal

0

22.733

-22.733

Tweede kwartaal

0

20.794

-20.794

Derde kwartaal

0

10.274

-10.274

Vierde kwartaal

0

13.576

-13.576

(4) gemiddelde van (3)

0

16.844

-16.844

Stappen (5-9)

Variabelen

(5)

Kasgeldlimiet

3.390

(6a) = (5>4)

Ruimte onder de kasgeldlimiet

3.390

40

Stappen (14)

(1) Vlottende schuld

(6b) = (4>5)

Overschrijding van de kasgeldlimiet

(2) Vlottende middelen

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-) -

Berekening kasgeldlimiet (5) (7)

Begrotingstotaal

41.345

(8)

Percentage regeling

8,20%

(5) = (7) x (8) / 100

Kasgeldlimiet

3.390

Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2024 te maken gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.

Leningen en kredietfaciliteiten Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van € 1.000.000.

Bedrijfsvoering - plannen en resultaten

Voornemens 2024 In algemene zin lag de nadruk op de doorontwikkeling van de informatievoorziening en het uitvoeren van onderdelen van het strategisch HR-beleid. Specifiek onderwerp was de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wet kan grote consequenties hebben voor de wijze waarop de OMWB in samenwerking met deelnemers zijn taken gaat uitvoeren. Verantwoording 2024 Omgevingswet Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. De afdeling Bedrijfsvoering investeerde extra in opleidingen en communicatie om de gevolgen van de wet binnen de organisatie zo goed mogelijk te begeleiden. Om aan te kunnen sluiten op de landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)-voorziening is een overgang van Squit 20/20 naar Rx.Mission uitgevoerd. De aansluiting op het DSO is succesvol afgerond.

41

Informatievoorziening Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie-, data- en ICT-gerelateerde onderwerpen. Landelijke ontwikkelingen, de verregaande digitalisering, datagedreven werken en toegenomen eisen vanuit wet- en regelgeving maken dat we blijven investeren in een moderne, veilige en betrouwbare informatievoorziening. Verantwoording 2024 Inwerkingtreding Omgevingswet en DSO Begin 2024 trad de Omgevingswet na lange voorbereiding in werking. Eind 2023 hebben wij ons VTH-zaaksysteem (Rx.Mission) gereed gemaakt. De overgang is soepel verlopen. Aanvragen vanuit het DSO kwamen goed bij ons binnen. In de loop van het jaar hebben wij onze werkprocessen en zaaktypen verder geoptimaliseerd. Hierbij sluiten we zoveel als mogelijk aan bij de landelijke standaarden om informatieuitwisseling binnen de gehele VTH-keten te verbeteren. We blijven deze ontwikkelingen actief volgen. Ombouwen rapportages Na de overgang van Squit 20/20 naar Rx.Mission (2023) en de inwerkingtreding van de Omgevingswet moesten al onze informatieproducten en rapportages worden omgebouwd. Dit duurde aanzienlijk langer dan vooraf ingeschat. De ontwikkelcapaciteit was beperkt, benodigde aanpassingen bleken complexer dan verwacht en vroegen veel meer tijd. Tegelijkertijd werden enkele optimalisaties doorgevoerd aan bestaande producten.

Eind 2024 is een extra BI-engineer aangetrokken om de ontwikkelcapaciteit richting de toekomst te vergroten. IBP Pijler 3: Informatievoorziening Het Interbestuurlijk Programma VTH legde een sterk accent op de informatievoorziening. De OMWB heeft meegedacht en/of is coproducent geweest van het opgestelde conceptueel Informatiemodel, het landelijk register milieubelastende activiteiten en de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). In 2025 en verder krijgt dit programma een vervolg. Digitale vaardigheden De afgelopen jaren is de ontwikkeling op gebied van informatievoorziening razendsnel gegaan. Het is een uitdaging om iedereen goed mee te nemen in de veranderingen die dit met zich meebrengt. We zijn daarom gestart met een project om de digitale vaardigheden en digitale samenwerking binnen de organisatie te verbeteren. Dit onder het mom van 'Samen spreken wij dezelfde (digi)taal'. We doen dit aan de hand van drie pijlers: gemakkelijk communiceren, effectief samenwerken en veilig informatie delen. In 2024 hebben we een visie opgesteld en een uitvoeringsplan gemaakt. Daarnaast hebben we gewerkt aan bewustwording en hebben we medewerkers getraind middels een interactieve online game en het bieden van trainingen en inloopmomenten. Voorbereiding aanbesteding GIS/ GEO Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de kaart.

Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses en geeft actueel inzicht in onze omgeving. Deze inzichten gebruiken wij om de kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit van ons werk voor de leefomgeving te vergroten. Zo kunnen we deze inzichten gebruiken in het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK), waarbij gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel vormen. Daarnaast streven we ernaar om informatie via deze weg te ontsluiten naar onze deelnemers, ketenpartners en andere belangstellenden. In 2024 is de Europese aanbesteding voor een GIS-viewer 42

en een GEO-database gestart. Gunning van deze aanbesteding stond gepland voor eind 2024. Als gevolg van een bezwaar tijdens de bezwaarperiode loopt dit traject door in 2025. RPA 2024 stond in het teken van het vormen van het RPA-team en het vormgeven van de RPA-processen. Inmiddels heeft RPA een structurele plaats verworven in het werk van de OMWB. Afgelopen jaar zijn de nodige robotjes ontwikkeld die administratieve en repetatieve taken van onze uitvoerende collega's uit handen hebben genomen. Hiermee krijgen zij 'meer ruimte voor de inhoud'. Er zijn robots ingezet voor het invullen van milieu belastende activiteiten (MBA's) in het Omgevingsdossier en het verhogen van onze datakwaliteit. In 2025 starten we met een analyse naar de meerwaarde, kansen, uitdagingen en risico's van de inzet van Artificiële Intelligente (AI) voor de OMWB. Informatiebeveiliging In 2024 is het informatiebeveiligingsteam op volle sterkte gekomen door de komst van een Information Security Officer (ISO) en een Privacy Officer (PO). Er is een roadmap richting BIO compliancy ontwikkeld . Er zijn risicoanalyses uitgevoerd op onze bedrijfskritische applicaties en we hebben een reeks andere maatregelen geïmplementeerd. Met technische maatregelen alleen komen we er niet. De zwakste schakel in de keten is vaak de mens.

We werken daarom doorlopend aan het verhogen van de bewustwording op dit gebied door middel van e-learnings, phishing testen en intranet berichten.

Communicatie In 2024 ondersteunde het team Communicatie de OMWB met communicatie-advies, trainingen en uitingen. De inspanningen richtten zich op interne en externe communicatie en aantrekkelijk werkgeverschap. Voorbeelden van interne communicatie zijn de inzet rond de inwerkingtreding van de Omgevingswet, communicatie tussen Management Team en de teams, de dialogen ter voorbereiding van het programma Datagedreven werken, het project 'Samen dezelfde (digi)taal' en het programma 'Vitaliteit'. De fors gestegen aandacht vanuit de pers, maar ook het belang dat inwoners hechten aan communicatie waren aanleiding om extra te werken aan zichtbaarheid en externe verbinding. Dat deden we onder meer met de meeloopweek voor onze opdrachtgevers, 'OMWB on tour'. Ook regionaal en landelijk werd ingezet op zichtbaarheid en naamsbekendheid van Omgevingsdiensten, als overheidsdienst en als werkgever. Ook droegen we bij aan het imago en aantrekkelijk werkgeverschap. Dit werd zichtbaar in de vorm van take-overs op Instagram en op LinkedIn waar medewerkers berichten plaatsten over hun werk bij de OMWB. Tot slot organiseerden we een succesvolle Inhouse-dag samen met het cluster HRM waar mensen kennis maakten met de OMWB als werkgever.

Verantwoording 2024 De grote opkomst bij onze meeloopweek voor opdrachtgevers en samenwerkingspartners 'OMWB on tour' liet zien dat onze deelnemers dit zeer waarderen. Ook de succesvolle Inhouse-dag kende voor het vierde jaar op rij een 43

stijgende belangstelling. Het digitaal toegankelijk maken van websites was deels uitgesteld vanwege het nieuwe intranet. Daarnaast blijkt het totale project omvangrijker dan vooraf gedacht. In het vierde kwartaal van 2024 is het project met behulp van externe ondersteuning opgepakt en zijn de eerste websites getoetst door een gecertificeerde partij. Verder hebben we een basis gelegd onder proactieve persbenadering en eenduidigheid in communicatie vanuit gezamenlijke Omgevingsdiensten. In 2025 krijgt dit verder vorm. Daarbij horen ook een update van het persprotocol en een onderzoek naar de klantreis via onze digitale kanalen.

Huisvesting

Verantwoording 2024 Na het verlengen van de overeenkomst hebben de verhuurder (HSA vastgoed) en de OMWB meerdere malen om tafel gezeten om de toekomstige huisvesting te bespreken. Er is door beide partijen de intentie uitgesproken voor een (nieuw) huurcontract voor een periode van tien jaar. De ontwikkelingen op de markt voor de huur van kantoorruimte bleven grillig. De verhuurder twijfelde over investeringen maar besloot einde 2024 toch te gaan investeren in het pand. Hiermee komen de ontwikkelingen (eindelijk) in een stroomversnelling.

Kernthema: Strategisch HRM Het programma 'Strategisch HRM' kent vier pijlers: cultuur en leiderschap, recruitment, loopbaanontwikkeling en vitaliteit. Iedere pijler heeft deelprojecten met een eigen dynamiek en planning. De opbrengst van de diverse projecten moeten uiteindelijk een positieve bijdrage leveren aan het imago van de OMWB als goede werkgever, voor huidige en toekomstige medewerkers. Verantwoording 2024 In het kader van de pijler loopbaanontwikkeling startte in 2024 het opleidingsprogramma voor startende toezichthouders. Binnen het cluster lichte industrie & MKB worden zij ingewerkt op opgeleid om het vak te leren. Na een jaar beschikken deze medewerkers over de juiste basiskwaliteiten, waardoor het voor hen mogelijk is om desgewenst door te stromen naar andere functies in de organisatie. Ook is het organisatiebrede traineeship afgerond. De drie trainees zijn definitief in een vaste functie benoemd op verschillende plekken binnen de organisatie. Binnen de pijler vitaliteit is het portaal OMWB Vitaal en de daaraan gekoppelde vitaliteitskalender geïmplementeerd. Dit is een programma van activiteiten ter stimulering van de vitaliteit van medewerkers op mentaal, fysiek en sociaal vlak. Daarnaast is de training Vitaal Leiderschap afgerond, waarin leidinggevenden hebben geleerd hoe zij het gesprek hierover kunnen voeren met hun medewerkers.

44

Financiën en Control Het afgelopen jaar zijn diverse onderwerpen opgepakt om de organisatie van verdere stuurinformatie te voorzien. Ook onderwerpen ter beheersing van risico's passeerden veelvuldig.

Verantwoording 2024 Verbetering P&C-Cyclus In 2023 is een start gemaakt met de implementatie van Pepperflow. Met deze applicatie wordt de totstandkoming van de P&C documenten gedigitaliseerd. De vastgestelde documenten worden vervolgens via https://omwb.begrotingsapp.nl aan de deelnemers beschikbaar gesteld. In 2024 vond de eerste toepassing met deze applicatie plaats. De ervaringen laten in ieder geval een verbeterde processturing op de totstandkoming van de documenten zien. Ook is in Power BI een financieel dashboard ontwikkeld om het management van stuurinformatie te voorzien. Rechtmatigheidscontrole/interne controle Bij de jaarrekening 2023 is de eerste rechtmatigheidsverklaring opgesteld. Met deze verklaring geeft het Dagelijks Bestuur een (positief) oordeel over de beheersorganisatie van de dienst. Grondslag voor de verklaring betreft mede de verrichte interne controle werkzaamheden. In 2024 heeft een verdere professionaliseringsslag op dit vlak plaatsgevonden. De bevindingen door de externe accountant, vastgelegd in de Managementletter en het Accountantsverslag zijn actief opgepakt. Zo is bijvoorbeeld een EDP-audit verricht. Wet DBA/VBAR Op 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst op de Wet DBA vervallen. Vanaf de zomer zijn samen met het cluster HRM en met ondersteuning van onze fiscalist voorbereidingen hierop getroffen.

Wet Gemeenschappelijke regelingen (WGR) Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (de Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen). De ingangsdatum is bepaald op 1 juli 2022, waarbij een implementatietermijn geldt van twee jaar. Deze wetswijziging heeft gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling (GR) van de OMWB. Verantwoording 2024 De OMWB heeft als trekker een belangrijke rol in het gehele proces van totstandkoming gespeeld. In september 2023 is de ontwerpregeling vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Deze is daarna toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek om enerzijds een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant 2024, en anderzijds het voorgenomen besluit om een zienswijzeprocedure aan te bieden aan hun raden en Provinciale Staten. Alle partijen hebben ingestemd met de nieuwe Wgr, en deze is daarmee van kracht.

45

Rechtmatigheidsverantwoording Over het jaar 2024 legde het dagelijks bestuur voor de tweede maal de rechtmatigheidsverantwoording af. Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Hierbij wordt de realisatie afgezet tegen de begroting na wijziging en worden alle overschrijdingen op programmaniveau van de lasten als onrechtmatig aangemerkt. Ook overschrijding van investeringskredieten wordt als onrechtmatig aangemerkt. Afwijkingen op de baten en onderschrijdingen van de lasten kunnen onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld. Overschrijdingen van lasten kunnen wel acceptabel zijn als deze passen binnen de afspraken die het dagelijks bestuur met het algemeen bestuur heeft gemaakt. De afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging zijn in de rechtmatigheidsverantwoording uiteengezet. Uit de staat van baten en lasten blijkt dat er een overschrijding van de lasten heeft plaatsgevonden voor het primair proces.

Voor een toelichting op deze overschrijding verwijzen wij naar de paragraaf ''toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024'' waarin een nadere duiding is opgenomen omtrent de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie over 2024. Afwijkingen in de realisatie zijn inherent aan het begrotingsproces. Door de termijnen volgend uit de WGR en de afgeleide bestuurlijke behandeling van de Planning & Control documenten in de verschillende vergaderingen maken dat er met inschattingen voor het boekjaar gewerkt is. Het dagelijks bestuur heeft daarbij een zo zorgvuldig mogelijke inschatting van de totale baten en lasten gemaakt. Toelichting op de verschillen in de jaarrekening wordt weer gebruikt als input voor de volgende begrotingswijzigingen om daarmee tot een nauwkeurigere inschatting te kunnen komen. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Een uiteenzetting van deze weten regelgeving heeft plaatsgevonden in het normenkader 2024 zoals is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De controle op deze wet- en regelgeving is uitgewerkt in het controleplan 2024.

Hieruit blijkt dat de financiële rechtmatigheid bij het voorwaardencriterium voornamelijk toeziet op de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen. Hierbij is vastgesteld dat één langlopend contract met betrekking tot de automatisering niet Europees is aanbesteed. Dit brengt een onrechtmatigheid met zich mee van €130.000. Gezien deze applicatie de primaire bedrijfsvoering raakt, wordt deze fout door het dagelijks bestuur geaccepteerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen met financieel effect waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. In 2024 zijn het Dagelijks Bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. Begin 2025 heeft het MT de frauderisicoanalyse geüpdatet. Deze wordt in 2025 opnieuw aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voorgelegd.

46

Wet open overheid (WOO)

Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening is vermeld hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Die kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen; 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking; 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking; 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. In onze organisatie ging het in 2024 om de volgende aantallen:

Omgevingsdienst Midden- en West Brabant

Ontvangen (#)

Besluiten (#)

Op tijd (#)

28

21

11

De besluiten bevatten de afwikkeling van 4 verzoeken uit 2023. Daarnaast zijn twee verzoeken uit 2023 ingetrokken en is voor twee verzoeken uit 2023 informatie aangeleverd op basis waarvan de gemeente een besluit heeft genomen. Van de ingediende verzoeken over 2024 zijn een aantal verzoeken (6) ingetrokken. Er is twee keer informatie verstrekt op basis waarvan de provincie/gemeente een besluit heeft genomen. Daarnaast is één verzoek in overeenstemming met de verzoeker afgehandeld op basis van het verstrekken van stukken zonder het nemen van een besluit. Tot slot zijn twee verzoeken gelijktijdig afgehandeld. Naast de 11 tijdig genomen besluiten zijn een aantal (3) besluiten waar in afstemming met de verzoeker een langere termijn is afgesproken. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om een aantal benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Op 1 november 2024 is de eerste tranche met 5 onderdelen in werking getreden. Het actief bekend maken van wetten, algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking werd door de OMWB, voor zover van toepassing, al gedaan op de site Openbarebekendmakingen.nl (artikel 3.3. lid 1, onderdeel a en b Woo). Onderdeel drie betreft vergaderstukken van de Staten-Generaal 47

en is dus voor de OMWB niet van toepassing. Aan de onderdelen 4 en 5 heeft de OMWB voldaan door informatie over de organisatie, werkwijze en bereikbaarheidsgegevens bekend te maken via de eigen website en de Woo-index. (artikel 3.3. lid 1, onderdeel d en e Woo). Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.

48

Jaarrekening Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming)

Activa (bedragen x € 1.000)

31 december 2024

31 december 2023

Vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut

1.092 1.092

Totaal vaste activa

956 956

1.092

956

7.945

8.999

Vlottende activa Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

290

887

7.655

8.112

Liquide middelen Banksaldi

985 985

Overlopende activa

161 161

3.705

3.601

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Vooruitontvangen facturen

226

440

- Nog te ontvangen BTW

529

0

- Nog te ontvangen posten

2.389

2.838

- Afrekeningen van werkprogramma's

561

323

- Afdr. loonheffing en netto salarissen

0

0

49

Activa (bedragen x € 1.000)

31 december 2024

31 december 2023

Totaal vlottende activa

12.635

12.761

Totaal generaal

13.727

13.717

Verliescompensatie krachtens Wet op de Vennootschapsbelasting 1969

Passiva (bedragen x € 1.000)

0

0

31 december 2024

31 december 2023

6.086

4.756

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve

2.492

2.092

Bestemmingsreserve meetstations

1.132

1.022

Gerealiseerd resultaat

2.461

1.643

Voorzieningen Voorziening verlofsparen Voorziening mobiliteit

1.873

1.344

1.703

1.344

170

0

Totaal vaste passiva

7.959

6.100

620

461

Vlottende passiva Kortlopende schulden Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

620

461

50

Passiva (bedragen x € 1.000)

31 december 2024

31 december 2023

5.148

7.157

Overlopende passiva De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Van het Rijk

1.925

1.927

964

1.279

2.087

3.216

172

81

0

653

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - Nog te betalen posten - Afrekeningen werkprogramma's - Afdr. loonheffing en netto salarissen - Nog te betalen BTW Totaal vlottende passiva

Totaal generaal

5.768

7.617

13.727

13.717

Het overzicht van baten en lasten

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

Salarissen

23.381

22.466

23.010

544

Reiskosten

315

290

370

80

Lasten (bedragen x € 1.000)

Primair proces Personeelslasten

51

Lasten (bedragen x € 1.000)

2024 begroting voor wijziging

Opleidingskosten

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

319

346

27

Overige personele kosten

495

168

309

141

Inhuurbudgetten

5.327

3.496

3.621

125

29.518

26.739

27.656

917

Afschrijvingen

141

116

96

-20

Subtotaal

141

116

96

-20

106

86

85

-1

-

44

28

-16

Automatisering

20

20

21

1

Algemeen beheer

18

34

42

8

145

184

176

-8

1.793

1.294

1.577

283

610

610

455

-155

2.403

1.904

2.032

128

Subtotaal

Afschrijvingen

Huisvestiging en organisatie Huisvestiging en facilitaire kosten Tractie

Subtotaal

Overige kosten Laboratoriumkosten Milieumetingen Subtotaal

Algemene kosten

52

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

Van goed naar beter

-878

0

0

0

Subtotaal

-878

0

0

0

Totaal lasten primair proces

31.329

28.943

29.960

1.017

Lasten (bedragen x € 1.000)

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

Salarissen

6.096

5.773

5.637

-136

Reiskosten

238

219

172

-47

311

133

-178

838

572

-266

689

760

71

7.600

7.830

7.274

-556

Afschrijvingen

107

104

88

-16

Subtotaal

107

104

88

-16

Lasten (bedragen x € 1.000)

Bedrijfsvoering Personeelslasten

Opleidingskosten Overige personeelskosten

1.267

Inhuurbudgetten Subtotaal

Afschrijvingen

53

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

1.229

1.213

1.168

-45

94

56

49

-7

Automatisering

2.216

2.579

2.255

-324

Algemeen beheer

555

511

606

95

4.094

4.359

4.078

-281

11.801

12.293

11.441

-853

0

0

20

20

150

150

0

-150

5

5

2

-3

155

155

22

-133

43.286

41.391

41.423

31

Lasten (bedragen x € 1.000)

Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten Tractie

Subtotaal

Totaal lasten Bedrijfsvoering

Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien Vennootschapsbelasting Subtotaal

Totaal lasten

54

Baten (bedragen x € 1.000)

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving

26.159

24.275

24.883

608

Programmadeel 2: Advies en Projecten

11.839

11.466

11.486

20

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel

1.804

1.834

1.834

0

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

1.771

2.724

3.426

702

Programmadeel 4: Overige exploitatie

610

610

515

-95

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

1.145

928

1.147

219

43.327

41.837

43.291

1.454

Diverse baten

0

0

71

71

Detacheringsinkomsten*

0

45

42

-3

Rentebaten

0

800

590

-210

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

Subtotaal

0

845

703

-142

43.327

42.680

43.995

1.312

Gerealiseerd saldo baten en lasten

42

1.292

2.572

1.281

Storting reserves

-42

-42

-111

-70

Subtotaal

Overige baten

Totaal baten

55

Baten (bedragen x € 1.000)

2024 begroting voor wijziging

2024 begroting na wijziging

2024 realisatie

verschil

0

0

0

0

-42

-42

-111

-70

0

1.250

2.461

1.211

Onttrekking reserves Totaal reserves

Gerealiseerd resultaat

*) De detacheringsinkomsten zijn in de 3e begrotingswijziging onder de 'Personele kosten' opgenomen. In de jaarrekening 2024 worden deze baten verantwoord onder de 'Overige baten'. Zowel de realisatie als begrotingscijfers zijn hierop aangepast.

Toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 

  

De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op d.d. 20 december 2023 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Waardering van activa en passiva Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Vaste activa De OMWB kent alleen materiële vaste activa. Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere

56

waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief. Activa worden direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats. Er wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in deze toelichting opgenomen. Bij de waardering wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam lager is. In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde aangehouden. Gehanteerde afschrijvingstermijnen Conform de vastgestelde begroting 2024 worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen

Jaren

Automatisering

5

Huisvesting

10

Communicatiemiddelen

3

Tractie/wagenpark

7

Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur

15

Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB en de voorzieningen. Er is geen sprake van langlopende leningen.

57

Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en lasten voor mutaties in reserves. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur, volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden in beginsel gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorziene verlies en worden gevormd wegens: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs is in te schatten. 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. 3. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. 4.

De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, worden ook tot de voorzieningen gerekend. Een uitzondering hierop zijn de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Deze worden onder de overlopende passiva opgenomen. De OMWB heeft een voorziening voor verlofsparen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. In deze voorziening is al het verlof opgenomen wat in verlofsparen is omgezet of omgezet kan worden. Dit verlof is gewaardeerd tegen het betreffende uurtarief (inclusief IKB) per 1 januari 2025 op persoonsniveau inclusief opslag voor sociale lasten. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten

58

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen. Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken. Indien er sprake is van jaarlijks terugkerende verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten van niet vergelijkbaar volume, kan er wel een voorziening opgenomen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1842/documents/29649