Bijlage 2b Totaalrapportage fase 1a beheersing sociaal domein.pdf
Tekst van het document
FINANCIËEL INZICHT TAAKVELD 6 Analyse van inkomsten en uitgaven in taakveld 6 als onderdeel van fase 1a project Grip op het sociaal domein
Bestuurlijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtgever Datum: Status
Wethouder Marijo Immink
Stellers:
Rachel Havinga Anouk Biemans Rinaldo Hongens Adriaantje van Enthoven Renske Zebregs Leanne van Tilborg
Domeinmanager Sociaal Domein, Nicole Boonman 16-06-2022 Definitief
1
Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Proces ............................................................................................................................................ 6 1.3 Relatie met programma beheersing sociaal domein .................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2: Financiële gegevens ........................................................................................................... 9 2.1 Opzet ............................................................................................................................................. 9 2.2 Inkomsten algemene uitkering en overige inkomsten ................................................................ 10 2.3 Uitgaven taakveld 6, sociaal domein ...........................................................................................
11 2.4 Wat valt op? ................................................................................................................................ 14 Hoofdstuk 3: Wet maatschappelijke ondersteuning............................................................................. 15 3.1 Huishoudelijke hulp ..................................................................................................................... 15 3.2 Voorzieningen.............................................................................................................................. 17 3.3 Regiovervoer ............................................................................................................................... 18 3.4 Rolstoelvoorzieningen ................................................................................................................. 20 3.5 Individuele vervoersvoorzieningen ............................................................................................. 21 3.6 Woonvoorzieningen .................................................................................................................... 22 3.7 Wmo-begeleiding ........................................................................................................................
23 3.8 Wat valt op? ................................................................................................................................ 26 Hoofdstuk 4 Participatiewet.................................................................................................................. 27 4.1 Uitkering ...................................................................................................................................... 27 4.2 Re-integratie ................................................................................................................................ 29 4.3 Wat valt op? ................................................................................................................................ 32 Hoofdstuk 5 Schuldhulpverlening ......................................................................................................... 33 5.1 Wat is schuldhulpverlening? ....................................................................................................... 33 5.2 Wat is vroegsignalering van schulden? ....................................................................................... 34 5.3 Wat doen we nog meer aan schuldhulpverleningsactiviteiten? .................................................
34 5.4 Wat valt op? ................................................................................................................................ 35 Hoofdstuk 6: Jeugd ................................................................................................................................ 36 6.1 Jeugdhulp .................................................................................................................................... 36 6.2 Zorg In Natura (ZIN) ..................................................................................................................... 38 6.3 Overige zorgproducten................................................................................................................ 41 6.4 Landelijk Transitie Arrangement (LTA) ........................................................................................ 44 6.5 Persoonsgebonden Budget (PGB) ............................................................................................... 45 2
6.6 Lokaal Maatwerk budget ............................................................................................................. 45 6.7 Wat valt op? ................................................................................................................................ 47 Hoofdstuk 7: Conclusie .......................................................................................................................... 48 Bijlage 1: Toelichting groepen ............................................................................................................... 52 Bijlage 2: Toelichting subgroepen ......................................................................................................... 54 Bijlage 3: Routes toegang tot jeugdhulp ............................................................................................... 56 Bijlage 4: Overzicht Arrangementen ..................................................................................................... 57
3
4
Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Aanleiding Strategische heroriëntatie Uit de perspectiefnota van 2022 bleek dat de financiële situatie van de gemeente Goirle er voor de toekomst niet rooskleurig uitziet. We geven als gemeente te veel geld uit. Om te komen tot een situatie waarbij inkomsten, uitgaven en ambities structureel met elkaar in evenwicht zijn, is in de zomer van 2021 gestart met het traject van de Strategische Heroriëntatie. Als onderdeel van de strategische heroriëntatie is door BMC een financiële analyse gemaakt en zijn de uitgaven van de gemeente vergeleken met andere gemeenten. De rapporten van BMC zijn te raadplegen op www.raad.goirle.nl
Financiële analyse Uit de financiële analyse van BMC komt naar voren dat de gemeente Goirle in 2021, €206,- per inwoner meer uitgeeft aan taakveld 6 in het sociaal domein in vergelijking met andere gemeenten. Dit komt neer op een bedrag van ruim 4 miljoen euro per jaar. Als gemeente willen we duidelijkheid hoe dit komt en daarbij de vraag beantwoorden of we daar iets aan moeten / kunnen en willen doen! Welke keuzes, werkwijze en welke output leveren we en zijn de basis voor onze uitgaven? Wanneer we dit weten kunnen we bewust bijsturen en de kosten verlagen.
Taakveld 6 Gemeenten geven hun geld uit op verschillende terreinen. Om te zorgen dat de uitgaven van gemeenten vergeleken kunnen worden met elkaar is een standaard verdeling met taakvelden gemaakt. Taakveld 6, sociaal domein, is één van die standaard velden. Iedere gemeente in Nederland legt in het informatiesysteem Iv3 (Informatie voor Derden) de uitgaven van de taakvelden vast. In deze rapportage geven we inzicht in uitgaven en output binnen taakveld 6 van het sociaal domein.
Project inzicht en grip op sociaal domein Naar aanleiding van de strategische heroriëntatie is het project beheersing sociaal domein fase 1, inzicht opgestart. Het college heeft hiervoor op 10 januari 2022 de projectopdracht vastgesteld. De opdracht in dit project is het creëren van inzicht in de financiële situatie van taakveld 6. Hierbij zijn de volgende doelen benoemd: 1. Inzicht in de financiële structuur / opbouw van CBS IV3 taakveld 6 (inkomsten en uitgaven). 2. Inzicht in de activiteiten per taakveld in het sociaal domein (wat doen we er voor). 3. Het kunnen onderbouwen van de uitgaven met output (aantallen / producten ) die gebaseerd is op beschikbare data. 4. Inzicht in de beschikbare data (aantallen / producten ) binnen het sociaal domein. 5. Analyse van de data, welke gebruiken we en welke gebruiken we niet en waarom. 6. Inzicht krijgen op welke onderdelen we onvoldoende informatie hebben om goede duiding te kunnen geven van de output. 7. Inzicht in (financiële) afhankelijkheden tussen taakvelden. Dit rapport geeft antwoord op doelstelling 1 t/m 4. In de volgende fase worden doelstelling 5 t/m 7 uitgewerkt. Daarnaast wordt in fase 1b ingezet op het toetsen van onze uitgaven en output met andere gemeenten om zo inzichtelijk te maken waarom wij meer geld uit geven in taakveld 6, zoals BMC concludeert.
Op basis van die informatie kunnen dan concrete keuzes gemaakt worden om de uitgaven, waar mogelijk, terug te dringen. 5
1.2 Proces Nadat de projectopdracht door het college is vastgesteld, zijn we gestart met het project, de financiële analyse. Er is een projectgroep samengesteld, welke wekelijks met elkaar aan het project heeft gewerkt. Als eerste is gestart met een analyse van de inkomsten en uitgaven over 2021 binnen het Sociaal Domein taakveld 6. Tijdens de analyse is geconcludeerd dat de indeling op taakveld niet 1 op 1 aansluit bij het begrip Sociaal Domein, zoals deze binnen de gemeente Goirle wordt toegepast. In de gemeente Goirle is in programma 1 Inwoner, het totale sociaal domein (zorg, onderwijs en preventie) verwerkt. Het is belangrijk te benoemen dat taakveld 6 maatwerkvoorzieningen > en < 18 jaar, geëscaleerde zorg <18 en >18 jaar, samenkracht en participatie, wijkteams, inkomensregelingen, begeleidende- en arbeidsparticipatie bevat. Zoals beschreven rapporteren gemeenten op taakveld, maar de taakvelden zoals ze zijn benoemd, zijn niet herkenbaar voor de uitvoering in het sociaal domein. Daarom is tijdens het proces besloten hoofdgroepen en subgroepen te maken, die herkenbaar zijn en beter aansluiten bij de dagelijkse uitvoering. Iedere groep is te herleiden tot een taakveld. In het gehele proces is nauw samengewerkt met de afdeling financiën, zodat het straks geborgd kan worden in de P&C cyclus.
De hoofdgroepen en subgroepen zijn in een verklarende lijst gezet, zodat duidelijk is welke activiteiten tot een hoofd- of subgroep behoren. Deze kunt u vinden in bijlage 1 en 2. Nadat de inkomsten en uitgaven in kaart zijn gebracht, is de projectgroep aan de slag gegaan met één onderzoek naar de financiële gegevens. De vragen welke dienst hebben we geleverd, hoeveel inwoners hebben we geholpen en wat hebben we hiervoor gedaan, zijn beantwoord. Er is gekeken naar de bedragen van € 1 miljoen of hoger. Die vormen samen ruim 80% van de totale uitgaven in het sociaal domein. Hiermee hebben we fase 1a, waartoe dit project behoort, afgerond. Volgend uit deze fase komt fase 1b. In deze fase staat duiding en analyse van wat we doen en hoe we het doen (proces), en de relatie tussen output en de huidige beleidskaders centraal. Ook wordt deze informatie vergeleken met andere gemeenten.
6
1.3 Relatie met programma beheersing sociaal domein De rapportage van BMC in het kader van de strategische heroriëntatie kijkt alleen naar de financiën in Taakveld 6. Het sociaal domein is breder dan dit taakveld, ook sport, cultuur en onderwijs zijn thema’s binnen het domein. De gemeente Goirle zet in op beheersing in het hele sociaal domein. Hiervoor wordt het programma beheersing sociaal domein ingezet. In dit programma wordt op verschillende manieren en met verschillende projecten ingezet op optimalisatie in het sociaal domein. Beheersing is meer dan financieel inzicht. Daarom kijken we ook naar data & monitoring, processen en de beleidsthema’s cultuur, sport en onderwijs. De opzet voor het programma staat in het onderstaande plaatje.
7
1.4 Leeswijzer In deze rapportage is de data afkomstig uit 2021 of heeft betrekking op 2021. De opbouw van de rapportage is gebaseerd op feitelijke informatie en indien nodig is een verwijzing naar de toekomst gemaakt. In hoofdstuk 2 is de financiële analyse van het sociaal domein beschreven. De loonkosten sociaal domein, belastingen en subsidies zijn geanalyseerd en de inkomsten uit de algemene uitkering komen aan bod. In hoofdstuk 3 geven we een toelichting op de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De inzet van huishoudelijke hulp, WMO begeleiding en voorzieningen zoals vervoer, wonen en rolstoelen zijn in dit hoofdstuk beschreven. In hoofdstuk 4 Participatiewet zijn de uitkeringen 2021 en de inkomsten toegelicht. Ook zijn de kosten voor re-integratie en wat we ervoor doen beschreven. In hoofdstuk 5 geven we toelichting op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Ook de bijbehorende subsidies zijn beschreven. In hoofdstuk 6 zijn de uitgaven aan jeugdzorg beschreven. De uitgaven zijn gebaseerd op de geprognosticeerde cijfers, omdat de eindafrekening op 14 juli door het algemeen bestuur wordt goedgekeurd. De toelichting op de jeugdzorg geeft richting aan hoe we het hebben gedaan, waar we tegenaan lopen en hoe we dit hebben opgelost. In hoofdstuk 7 is een conclusie geschreven.
De belangrijkste feiten die in ieder hoofdstuk zijn genoemd vormen de basis van de conclusie. Legenda tabellen: • In de tabellen zijn de gegevens uit 2021 gebruikt. • De bedragen in de tabellen worden in euro’s weergegeven en zijn afgerond.
8
Hoofdstuk 2: Financiële gegevens 2.1 Opzet In november 2021 heeft BMC het rapport Financiën: Stand van zaken opgeleverd, dit rapport is geschreven om inzicht te verkrijgen ter ondersteuning van de strategische heroriëntatie. De basis voor dit rapport zijn de jaren 2019 en 2020. In deze rapportage heeft o.a. een analyse van taakveld 6, welke sociaal domein genoemd wordt, plaatsgevonden. Op basis van deze analyse heeft BMC geconcludeerd dat de gemeente Goirle €206,- per inwoner meer uitgeeft in het sociaal domein ten opzichte van andere gemeenten. In het rapport van BMC is geen uitsplitsing gemaakt naar de verschillende onderdelen in het taakveld. Hierdoor weten we niet waar die extra uitgaven zitten. En kunnen we geen vergelijking tussen het rapport van BMC en deze rapportage maken. In dit hoofdstuk maken we inzichtelijk hoe de uitgaven in taakveld 6 zijn opgebouwd. Hiermee weten we waar de gemeente Goirle haar geld in het sociaal domein, oftewel taakveld 6, uitgeeft. Hierbij is het belangrijk te melden dat het sociaal domein, zoals deze in de gemeente Goirle wordt toegepast, niet 1 op 1 aansluit bij het sociaal domein genoemd in taakveld 6. Cultuur, sport en onderwijs behoren in Goirle ook tot het sociaal domein en niet tot taakveld 6. Deze onderdelen worden dan ook niet nader toegelicht.
Om de situatie van de gemeente Goirle te verduidelijken is de indeling van IV3 taakveld 6 omgezet naar groepen en subgroepen. De taakvelden hebben omschrijvingen die niet tot de thema’s in het sociaal domein te herleiden zijn. Er is bewust gekozen om een nieuwe indeling te maken en hierbij de relatie tot IV3 te behouden. De taakvelden hebben omschrijvingen als samenkracht en participatie, maatwerkvoorzieningen, begeleidende participatie, etc. deze begrippen worden niet in het sociaal domein gebruikt. De nieuwe indeling is gebaseerd op de thema’s binnen het Sociaal Domein en zijn voor iedereen duidelijk. De groepen bevatten de thema’s en de subgroepen zijn activiteiten of diensten die we leveren binnen de groepen. In de onderstaande tabel zijn de (sub)groepen weergegeven. Groepen • Cultuur • Domein overstijgend • Inburgering • Jeugd • Kinderopvang • P-wet • Schuldhulpverlening • Statushouders • Voorliggend veld • Wmo
Subgroepen • Loonkosten • Advies en onderzoek • Begeleiding • Corona • ’t Loket (vanaf 2022 Dorpsteam) • Faciliteiten • Huishoudelijke hulp • Inhuur • Minimaregeling • Regio hart van Brabant • Re-integratie • Subsidie • Toezicht • Uitkering • Voorziening In bijlage 1 en 2 staat een inhoudelijke toelichting op de groepen en subgroepen.
9
2.2 Inkomsten algemene uitkering en overige inkomsten De gemeenten ontvangen van de Rijksoverheid geld, dit heet het gemeentefonds. Het gemeentefonds bestaat uit specifieke uitkeringen en algemene uitkeringen. De algemene uitkering is inzetbaar voor het algemene doel, het beleid dat de gemeente wil uitvoeren. De specifieke uitkeringen worden ingezet waarvoor zij beschikbaar worden gesteld. De specifieke uitkeringen bestaan uit integratie en decentralisatie. Een decentralisatie uitkering is een tijdelijke uitkering met een looptijd van maximaal 5 jaar (voorbeeld uit 2021 armoedebestrijding bij kinderen, aanpak dak- en thuisloosheid). Een integratie uitkering is ook voor een specifiek thema beschikbaar en wordt binnen een aanzienlijke periode omgezet naar de algemene uitkering (voorbeeld uit 2021 participatie, inburgering). De overige inkomsten van de gemeente Goirle op taakveld 6 betreffen onder andere huurinkomsten, tijdelijke regeling ondernemers i.v.m. Corona, Wmo huishoudelijke hulp (eigen bijdrage). De gemeente Goirle heeft in 2021 ruim 38 miljoen euro in het gemeentefonds gekregen. Dit bedrag is voor het overgrote deel algemeen van aard en kan voor ieder doel worden ingezet. Het Rijk doet een suggestie waar het voor ingezet kan worden, maar iedere gemeente heeft een bestuursakkoord met afwijkende speerpunten.
De gemeenteraad bepaalt waar de middelen voor worden ingezet, mede op advies van de ambtelijke organisatie. Als we kijken naar de suggesties die het Rijk voor het gemeentefonds doet, zou er bijna 24 miljoen beschikbaar zijn voor het sociaal domein. Van deze 24 miljoen euro is 5 miljoen specifiek (zie tabel integratie en decentralisatie uitkering), dit betekent dat deze bedragen daadwerkelijk zijn ingezet binnen het sociaal domein voor het specifieke doel. Voor 2021 waren dit inburgering, armoedebestrijding kinderen, heroriëntatie zelfstandigen, participatie, statushouders, versterken aanbod dementie, brede aanpak dak- en thuisloosheid, voogdij 18+ en jeugd aan zet. Naast de suggesties die het Rijk doet, ontvangt de gemeente Goirle voor het sociaal domein ook subsidies van ministeries of provincie, bijdragen derden, eigen bijdrage CAK. Deze inkomsten zijn in onderstaande tabel gegroepeerd tot overige inkomsten. Als de gemeente Goirle volledig aansluit bij de suggesties van het Rijk dan is er 25,5 miljoen beschikbaar voor het sociaal domein. In de tabel hieronder zijn inkomsten gepresenteerd. Suggesties van het Rijk (algemene uitkering) Inkomen en participatie Samenkracht en burgerparticipatie Jeugd Maatschappelijke ondersteuning Totaal algemene uitkering suggesties van het Rijk Waarvan algemene uitkering Waarvan integratie uitkering Waarvan decentralisatie uitkering
Inkomsten 5.416.165 891.226 7.992.184 9.520.089 23.819.664 18.756.570 4.806.956 256.138
Overige inkomsten 2021 (Corona (Tijdelijke regeling ondernemers ToZo), Wmo huishoudelijke hulp (eigen bijdrage)
1.653.000
Totaal inkomsten 2021 incl. suggesties van het Rijk
25.472.664
10
2.3 Uitgaven taakveld 6, sociaal domein De totale uitgaven in het Sociaal Domein in 2021 waren 28 miljoen euro. In de onderstaande tabel zijn de uitgaven per (sub)groep uitgesplitst. Op deze manier is horizontaal te zien hoeveel per groep is uitgegeven. In de verticale kolommen staan de uitgaven per subgroep. De geel gearceerde cijfers worden vormen samen ruim 80% van de totale uitgaven in het sociaal domein. Om deze bedragen toe te lichten worden de volgende groepen jeugd, participatie en WMO uitgewerkt. Daarnaast worden de volgende subgroepen uitgewerkt: loonkosten, inhuur en subsidies. In onderstaande tabel is een samenvatting van de cijfers die zijn toegelicht in dit rapport gegeven. Hoofdstuk 2
Groep Domein overstijgend Subsidies Wmo Participatie Schuldhulpverlening Jeugdhulpverlening
3 4 5 6
Kosten 2.226.000 926.000 5.407.000 7.425.000 122.000 7.452.000
In ieder hoofdstuk is in beeld gebracht wat we voor de uitgaven hebben geleverd. Volgens de IV3 indeling behoren de subsidies voor sport en cultuur ook tot taakveld 6. Alle overige kosten voor sport en cultuur worden in andere taakvelden verantwoord. In het taakveld 6 zijn de culturele subsidies opgenomen. Deze zullen kort in paragraaf 2.4.5 worden toegelicht. Het oranje cijfer, het dorpsteam (voorliggend veld) wordt in deze analyse niet verder toegelicht. In 2021 is de nieuwe aanbesteding voorliggend veld opgestart en per 1 januari 2022 van start gegaan. Doordat de aanbesteding eind 2022 nog niet was afgerond, zijn de effecten nog niet zichtbaar. Daarnaast behoren niet alle onderdelen van het voorliggend veld tot taakveld 6, zoals combinatiefunctionaris sport en weerbaarheidstrainingen.
subgroep Groep Cultuur Domeinoverstijgend Inburgering Jeugd Kinderopvang P-wet Schuldhulpverlening Statushouders Voorliggend veld Wmo Totaal lasten
ek rzo de n n o g n ste din se ko lei vie ge on d e o L A B
na ro Co
et ok tL
n ite ite cil a F
ulp eh lijk e d ou r uu ish Hu Inh
nt g ba ra nin rle ng nB i g l a n e e ve v i a g p t t l v r u p ra e are ha ro eg ldh idi m de gio int bs hu ini Kin M Re Re Sc Su
t ich ez To
rin tke Ui
g
g nin l zie or taa o V To
453 2.226
29 42
179 13
245 71
19
16 145
50
7.542
70 544
323
65
198 32 2.832
23 4.593
122
2.226
23 94
2.266 9.930
453 2.763 84 7.852 71 8.521 135
34
13 59 29 632
171 1.806 1.977
211
2.141 2.141
96 60 112 745
0
323
18 21 142 366
195 2.864
0
859
4 61
4.593
1.000 1.000
11
2.141 5.717 28.022
2.3.1 Loonkosten, inhuur en subsidies In dit hoofdstuk lichten we de subgroep loonkosten en inhuur toe. Om inzicht te krijgen in de loonkosten leggen we een directe relatie met de formatie in het sociaal domein. Bij het samenstellen van de begroting worden de salariskosten op basis van een formatieplan vastgesteld. Om een goede analyse te kunnen maken is het belangrijk een peildatum te hanteren, omdat de bezetting gedurende een jaar wijzigt. De peildatum 31 juli 2021 is voor de analyse van de loonkosten gebruikt.
2.3.2 Verdeling Fte sociaal domein De gemeente Goirle had in 2021 in haar formatieplan 151,43 fulltime (Fte) medewerkers in dienst. Hiervan is 34,95 Fte werkzaam binnen het Sociaal Domein. Dit is 23,15%. In het sociaal domein werken de medewerkers in teams. De teams die het sociaal domein heeft zijn team onder de 27 jaar, team tussen 27 en 65 jaar en team ouder dan 67 jaar. In onderstaande tabel staat de formatie en werkgroep per team vermeld. Omschrijving Domeinmanager Teamcoördinator Team 27 tot 67 jaar Administratie Beleid Uitvoering Team jonger dan 27 jaar Administratie Beleid Uitvoering Team ouder dan 67 jaar Administratie Beleid Uitvoering Totaal sociaal domein
Fte 1 0,89 15,88
Fte
2,12 4,29 9,47 12,9 0,67 4,28 7,95 4,29 1,28 1 2,01 34,95
In het voorliggend veld is 11,3 Fte werkzaam voor de gemeente Goirle, deze medewerkers zijn niet in dienst van de gemeente Goirle. Zij werken voor Contour de Twern, Stichting Mee de Meentgroep en/of IMW. Tot de groep administratie reken we alle medewerkers die administratieve werkzaamheden verrichten. Tot beleid behoren de beleidsmedewerkers en kwaliteitmedewerkers. Tot de uitvoering behoren de klantmanagers en procesregisseurs.
2.3.3 Loonkosten De gemeente Goirle heeft in 2021 totaal € 11.500.080 aan salariskosten uitbetaald. Aan de werknemers binnen het Sociaal Domein is € 2.213.000 uitbetaald. Dit is 19,2% van de totale salariskosten. De loonkosten zijn niet op korte termijn beïnvloedbaar. Deze kosten liggen voor het komend jaar vast ongeacht de hoeveelheid werk. 12
2.3.4 Inhuur derden De kosten voor inhuur derden bedroegen in 2021 € 745.000. In 2021 heeft krapte op de arbeidsmarkt eraan bijgedragen dat vacatures minder snel ingevuld werden. Om de wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren, zijn medewerkers ingehuurd. De totale inhuur voor het sociaal domein is € 745.000. Hiervan is € 443.500 ingehuurd voor het niet kunnen invullen van openstaande vacatures of langdurige ziekte van medewerkers. Het ziekteverzuim percentage van het sociaal domein is 8,99%. Het gemiddeld ziekteverzuim in 2021 is 5,86% (jaarrekening 2021, paragraaf bedrijfsvoering) binnen de gemeente Goirle. De overige € 301.500 is ingezet voor inhuur van specialistisch kennis (denk hierbij aan nieuwe wet inburgering of doelgroepenregister). Deze specialistische kennis is in de ambtelijke organisatie niet aanwezig. Gemeente Goirle is een relatief kleine organisatie met te weinig formatie (capaciteit) om deze kennis structureel tot uitvoering te laten komen. De gemeente probeert in GHO-verband (Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk) deze specialistische kennis in te huren. De verhouding inhuur t.o.v. de salariskosten is voor de gemeente Goirle ongeveer 10% (jaarrekening 2021 paragraaf bedrijfsvoering), als we naar het sociaal domein kijken is dit 20%. Dit is 37,5% van het totale inhuurbudget van de gemeente Goirle. De kosten inhuur derden is direct beïnvloedbaar.
De gemeente Goirle heeft de keuze om personeel van derden in te huren, de gemeente kan per omgaande contracten stopzetten, uitdienen en kiezen om niet meer te verlengen.
2.3.5 Belastingen In 2021 is door het sociaal domein € 13.000 aan belastingen betaald. De belastingen betreffen OZB en Rioolbelasting voor zorgcentrum, wijkcentra, het jongeren gebouw en kinderopvang gebouwen. De kosten zijn op korte termijn niet beïnvloedbaar.
2.3.6 Subsidies In 2021 is voor € 859.000 aan subsidies verstrekt. De subsidies aan culturele centra is 52% van dit totaal € 447.000. Dit betreffen subsidies aan cultureel centrum Jan van Besouw, SCAR en SCCG. Aan Stichting Sterk Huis is in 2021 een subsidie van € 110.000 verstrekt. De subsidies, die in het voorliggend veld zijn meegenomen, zijn totaal € 195.000. Het betreffen lage subsidies zoals de subsidie voor de scouting, Stichting Blauwe Maan, Stichting Slachtoffer hulp.
2.3.7 Voorliggend veld In 2021 is € 1.977.000 besteed aan de subgroep ‘t Loket, groep voorliggend veld (€ 1.806.000) en statushouders (€ 171.000). Het totaal is in 2021 aanbesteed en met ingang van januari 2022 aan Contour de Twern gegund. In de aanbesteding voorliggend veld zitten taken die niet behoren tot taakveld 6. Dit betekent dat de uitgaven genoemd in de tabel niet de volledige uitgaven aan het voorliggend veld zijn. In 2021 waren de drie grootste uitgaven posten Stichting Mee de Meentgroep € 1.041.000, Contour de Twern € 516.000 en Stichting Jong € 199.000. De werkzaamheden die deze organisaties verrichten zijn maatschappelijke werk, welzijnswerk, jeugd en jongerenwerk en dementieconsulent.
13
2.4 Wat valt op? •
De uitgaven in 2021 voor taakveld 6, sociaal domein zijn 28 miljoen, de volgende groepen hebben de grootste uitgaven: o Jeugd € 7.542.000 o Wmo € 5.407.000 o Participatiewet € 3.043.000 (€ 4.593.000 + € 2.832.000 - € 4.382.000) o Loonkosten € 2.226.000
•
Inkomsten (inclusief de suggesties van het rijk in de algemene uitkering) 25,4 miljoen.
•
De uitgaven van het sociaal domein zijn 2,6 miljoen hoger dan de inkomsten.
•
De loonkosten zijn op korte termijn niet beïnvloedbaar. Een verlaging van de loonkosten betekent minder personeel (minder formatie). Het verminderen van de formatie vraagt om keuzes, zowel beleidsmatig (vakgebied sociaal domein) als in de bedrijfsvoering.
•
In het sociaal domein is het ziekteverzuim hoger dan het gemiddelde van de ambtelijke organisatie.
•
Van de totale formatie werkt 34,95 fte in het sociaal domein.
•
De kosten inhuur derden is € 750.000, hiervan is 59,1% ingehuurd vanwege vacatureruimte. De inhuur in het sociaal domein is 20% van de loonkosten, dit is 10% hoger dan het gemiddelde van de organisatie.
•
In het sociaal domein wordt € 859.000 aan subsidies toegekend, hiervan is 52% voor cultuur en 14% aan Stichting Sterk Huis, 23% aan het voorliggend veld, 11% is overige.
14
Hoofdstuk 3: Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en dat ze mee kunnen doen met de maatschappij. Via de Wet maatschappelijke ondersteuning geeft de gemeente haar inwoners deze ondersteuning. Officieel heet deze wet Wmo 2015. De inwoners kunnen zich bij de gemeente melden wanneer zij ondersteuning nodig hebben. De gemeente onderzoekt of, en waar de inwoner ondersteuning nodig heeft. De gemeente beslist daarna of de inwoner voor een maatwerkvoorziening via de Wmo in aanmerking komt of misschien geholpen is met een algemene of een voorliggende voorziening. In dit hoofdstuk lichten we de subgroepen huishoudelijke hulp, voorzieningen (zoals vervoer, wonen en rolstoelen) en begeleiding van de groep WMO toe.
3.1 Huishoudelijke hulp De kosten voor huishoudelijke hulp waren in 2021 € 2.141.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht.
3.1.1 Wat is huishoudelijke hulp? Wanneer een inwoner niet meer in staat is om zelf het huishouden te doen (bijvoorbeeld door ziekte, een ongeval of slecht ter been zijn), kan een inwoner beroep doen op huishoudelijke hulp. Een huishoudelijke hulp neemt de taken die de inwoner niet meer zelfstandig of met ondersteuning van het netwerk kan uitvoeren. Bijvoorbeeld stofzuigen, het bed verschonen en het reinigen van de badkamer. Dit valt onder de wet Wmo 2015 en de aanvraag loopt via de gemeente.
3.1.2 Hoe doen we het? Wanneer een inwoner problemen ervaart bij het uitvoeren van huishoudelijke taken, kan hij of zij een melding maken bij de gemeente. De gemeente gaat samen met de inwoner het gesprek aan om de hulpvraag in kaart te brengen en welke taken overgenomen moeten worden. In 2021 werkte de gemeente Goirle resultaatgericht. Dit betekent dat de gemeente het resultaat en de intensiteit van de van de hulpvraag bepaalt. De zorgaanbieder ontvangt deze informatie en neemt de taak en het aantal uren huishoudelijke hulp over. Het resultaat is een schoon en leefbaar huis. Voor huishoudelijke hulp bestaan vier intensiteiten. In de onderstaande tabel is een globale weergave van de aard en frequentie van de werkzaamheden per intensiteit weergegeven. Intensiteit Kosten Bandbreedte Omschrijving per uren per maand maand 1 105,13 2,2 – 4,9 Om de week ondersteuning bij de zware huishoudelijke taken zoals het schoonmaken van de badkamer, dweilen, hoog- laag werk. Inwoner heeft lichte fysieke klachten en beperkt ondersteuning van het netwerk. 2 191,14 5,0 – 7,9 Om de week ondersteuning bij de zware huishoudelijke taken, zoals het schoonmaken van de badkamer, dweilen, hoog-laag werk. Lichte- tot milde klachten. Weinig tot geen ondersteuning van het netwerk.
3 280,33 8,0 – 11,9 Wekelijks ondersteuning bij lichte- en zware huishoudelijke taken, zoals stofzuigen, grondig schoonmaken, hoog-laag werk. Inwoner heeft milde tot zware fysieke klachten en beperkt ondersteuning van het netwerk 15
4
439,62
12,0 – 31,4 Wekelijks ondersteuning bij alle lichte- en zware huishoudelijke taken, zoals hierboven beschreven. Vaak inclusief was- en strijk. De inwoner heeft zware fysieke klachten en weinig tot geen ondersteuning van het netwerk.
3.1.3 Hoeveel inwoners met huishoudelijke hulp hebben we in Goirle? In de gemeente Goirle kregen gemiddeld 676 inwoners huishoudelijke hulp. Dit is 2,82% van het totale aantal inwoners (23.904 inwoners volgens begroting 2021) in Goirle. In januari waren dat er 657, een piek van 695 in augustus en in december 663. De toestroom bleef in 2021 beperkt, omdat er maandelijks ongeveer evenveel instroom (nieuwe indicaties) als uitstroom (verhuizingen en overlijdens) was.
3.1.3 Ontwikkelingen •
In 2021 is gewerkt aan het afschalen van ondersteuning huishoudelijke hulp. De gemeente Goirle heeft met zowel nieuwe cliënten, als cliënten die zich gemeld hebben voor herbeoordeling een gesprek gevoerd en kritisch gekeken naar wat er nodig is om het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ te bereiken. Hierdoor zijn meer inwoners in een lagere intensiteit ingeschaald. Het effect hiervan is in onderstaande tabel in cijfers weergegeven. Januari Intensiteit 1 Intensiteit 2 Intensiteit 3 Intensiteit 4 Totaal aantal cliënten Kosten per maand
26 112 392 127 657
December 59 169 348 87 663
Verschil 33 57 -44 -40
€ 196.720
€ 179.005
- € 17.715 (besparing per maand)
In januari was de prognose dat we 12 x € 196.720 = € 2.360.640 uit zouden geven aan huishoudelijke ondersteuning in 2021. Als we december als peildatum nemen is dit 12 x €179.005 = € 2.148.060. Een verschil van € 212.580.
•
•
•
In 2021 is de aanbesteding huishoudelijke hulp gestart. Op 1 juli 2022 gaat het nieuwe contract in. Binnen dit contract gaan we werken met het HHM-normenkader. Dit normenkader geeft de mogelijkheid om resultaatgericht te indiceren, met een onderbouwing die voldoet aan de eisen die de rechter hieraan stelt. Op 1 juli 2022 starten we ook met de algemene was- en strijkservice. Dit is een algemene wmo voorziening waar inwoners gebruik van kunnen maken en op indicatie van de gemeente met korting. Inwoners kunnen wekelijks een waszak van maximaal 9 kilo laten ophalen. De service heeft mogelijk invloed op de in te zetten uren huishoudelijke ondersteuning via de wmo. Vanaf 2020 is de eigen bijdrage voor een Wmo-voorziening maximaal € 19,00 per maand. Dat zorgt ervoor dat veel inwoners een beroep doen op de Wmo en minder naar eigen oplossingen zoeken.
16
3.2 Voorzieningen De kosten voor voorzieningen waren in 2021 € 1.000.000. In deze paragraaf zijn deze kosten toegelicht.
3.2.1 Wat is een voorziening? Wanneer inwoners zich thuis of buitenshuis niet- of nauwelijks kunnen verplaatsen, kunnen zij zich melden bij de gemeente voor een Wmo voorziening. Onder voorzieningen wordt verstaan: regiovervoer, een rolstoel en toebehoren, een vervoersvoorziening zoals een scootmobiel, een woningaanpassing en verhuiskostenvergoeding.
3.2.2 Hoe doen we het? De inwoner meldt zich met een hulpvraag bij de gemeente Goirle. De gemeente gaat in gesprek met de inwoner en onderzoekt of hij in aanmerking komt voor een voorziening. De gemeente bepaalt uiteindelijk welke voorziening het meest passend, het goedkoopst en adequaat is. De meeste rolstoelen en vervoersvoorzieningen en een enkele woonvoorziening worden in bruikleen verstrekt. Dat wil zeggen dat de gemeente Goirle maandelijks huur betaald aan een hulpmiddelenspecialist. We noemen dit ook wel zorg in natura (ZIN). Wanneer een inwoner zich niet kan vinden in het zorg in natura aanbod, kan hij ook kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Dit gebeurt in mindere mate, maar komt voor. Als een inwoner hierom vraagt en deze toegekend krijgt, dan betaalt de gemeente eenmalig een bedrag aan de client. Deze kan van dit geld zelf een voorziening aanschaffen of huren. De inwoner mag daarna voor een X aantal jaren geen aanspraak met doen op zo’n zelfde voorziening, tenzij zijn of haar situatie dusdanig verandert dat er een andere voorziening nodig is. De hulpvraag die wordt ingediend kan ook betrekking hebben op taxivervoer. Dan is er geen sprake van zorg in natura of pgb, maar betaalt de gemeente achteraf de gemaakte (ritten)kosten. Het taxivervoer wordt door de gemeente Tilburg georganiseerd en uitgevoerd. We noemen dit het regiovervoer.
De gemeente Goirle betaalt jaarlijks een bijdrage voor het regiovervoer en de regie- en uitvoeringskosten hiervan. Daarnaast betaalt de gemeente voor de ritten die de inwoners met het regiovervoer maken. Een passende voorziening kan ook een woningaanpassing of een verhuiskostenvergoeding zijn. Bij een woningaanpassing wordt gekeken naar de goedkoopst adequate oplossing. Er worden meerdere offertes bij bevoegde bedrijven opgevraagd. Na akkoord offerte en uitvoering van de aanpassing wordt de factuur betaald. Een verhuiskostenvergoeding wordt aan de inwoner zelf uitbetaald. In onderstaande tabel zijn de kosten van de voorzieningen, zoals de gemeente Goirle deze kent gespecificeerd. Rubriek Regiovervoer Rolstoelvoorziening Individuele vervoersvoorziening Woonvoorziening Overig Totaal
Kosten per jaar 415.000 194.000 209.000 181.000 16.000 1.000.000
17
3.3 Regiovervoer De kosten voor regio- of collectief vervoer waren in 2021 € 415.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht.
3.3.1 Wat is regiovervoer? De gemeente Goirle en de provincie organiseren in de regio het collectiefvervoer voor alle inwoners, zodat zij zich kunnen verplaatsten naar werk, school en andere activiteiten om mee te doen in onze samenleving. Voor inwoners die hun vervoer niet zelfstandig kunnen regelen biedt Regiovervoer Midden-Brabant efficiënt vervoer op maat. Regiovervoer Midden-Brabant haalt de inwoner thuis op en brengt ze naar hun bestemming. Dat kan een ander huisadres zijn, maar bijvoorbeeld ook een winkelcentrum, ziekenhuis of station. Iedereen kan met Regiovervoer Midden-Brabant reizen. De inwoner betaalt dan het OV-tarief, direct aan de vervoerder. Wanneer inwoners niet meer zelfstandig met het reguliere openbaar vervoer kunnen reizen, geen auto meer mogen rijden en geen grote afstanden meer kunnen afleggen op de fiets, dan mogen zij tegen het Wmo-tarief met het regiovervoer reizen. Het Wmo-tarief is een gereduceerd tarief t.o.v. het OV-tarief. Het gereduceerde tarief dekt niet de kosten van de rit. De gemeente betaalt de overige reiskosten aan de vervoerder. Wanneer de inwoner een vervoersprobleem ervaart kan deze zich melden bij de gemeente. De gemeente onderzoekt of het regiovervoer een geschikte voorziening is en kent dan een regiovervoerspas toe.
Regiovervoer tegen het Wmo-tarief wordt regionaal aanbesteed (met de gemeentes: Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk). Deze gemeenten dragen ieder naar rato bij in de regie- en uitvoeringkosten die met het regiovervoer worden gemaakt, omdat de regiecentrale in Tilburg voor alle gemeentes het vervoer regelt.
3.3.2 Hoeveel inwoners maken er gebruik van regiovervoer? In 2021 hebben gemiddeld 836 inwoners van Goirle een regiovervoerpas. Zij reizen tegen het Wmotarief, tot een maximum van 2000 kilometer per jaar. Deze inwoners mogen een sociaal begeleider tijdens het vervoer meenemen, zij reizen ook tegen het regiovervoertarief. Maandelijks maken gemiddeld 194 pashouders gebruik van het regiovervoer en zij hebben gemiddeld 5,8 ritten per maand. Alleen bij gebruik van de regiovervoerpas worden kosten gerekend. In 2021 zijn in totaal 13.373 ritten gemaakt, dit kostte € 331.000. De gemeente Goirle betaalde aan regiekosten om deze ritten te plannen en organiseren € 45.000 aan PZN, de regisseur van personenvervoer. De hoogte van de regiekosten en vervoerskosten zijn variabel, De regiekosten zijn kosten die gemaakt zijn door de Regiecentrale en worden aan de gemeente toebedeeld op basis van het aandeel in het vervoer. De uitvoeringskosten worden door het bureau regiovervoer Midden-Brabant gemaakt en op basis van aantal inwoners aan de gemeente Goirle in rekening gebracht. In 2021 waren de uitvoeringskosten € 39.000. In 2021 was het aantal ritten aanzienlijk lager dan in overige jaren, dit heeft met corona te maken. De kosten die in 2021 zijn gemaakt zijn niet evenredig lager, terwijl er een afname van het aantal ritten is.
Dit komt omdat de prijs per rit bestaat uit flexibele- en vaste kosten. M.n. de flexibele kosten hebben in 2021 invloed gehad op de prijs. De flexibele kosten hangen onder andere af van de combinatiegraad. Dus hoeveel inwoners er tegelijk meegenomen worden in een taxibusje. Vanwege de coronamaatregelen was het in mindere mate mogelijk om meerdere inwoners tegelijk te vervoeren
18
In onderstaande tabel is een samenvatting van de aantallen en uitgaven in 2021 weergegeven. Aantal pashouders Aantal actieve reizende pashouders per maand Gemiddeld aantal ritten per pashouder per maand Totaal aantal ritten Subtotaal vervoerskosten Regiekosten Uitvoeringskosten Totale kosten regiovervoer
Aantal 836 194 5,8 13.373
Kosten per jaar
331.000 45.000 39.000 415.000
Wanneer een inwoner een regiovervoerpas toegekend krijgt, kan hij maximaal 2000 kilometer per jaar reizen. Daarnaast stimuleren we inwoners om te leren reizen met het reguliere OV met de Reiskoffer of koppelen inwoners soms aan vrijwilligers met ANWB-automaatje.
3.3.3 Ontwikkelingen In 2022 wordt er met alle gemeenten samen gewerkt aan efficiency maatregelen voor het wmoregiovervoer: • Verder verlagen van het kilometerbudget naar 1500KM • Invoeren van vrijblijvend OV-advies voor WMO-reizigers • Lager kilometerbudget voor scootmobielgebruikers • Invoeren van een piek- en dal tarief • Verhogen van de eigen bijdrage voor de sociaal begeleider (naar OV-tarief) • Innen van een bijdrage van de vervoerspas van het Regiovervoer Daarnaast is het van belang dat de volgende punten onder de aandacht blijven • • •
Stimuleren van OV-gebruik met inzet van OV-reistools Invoeren van de Voor Elkaar pas voor WMO-pashouders Meer sturing op bijzondere indicaties
19
3.4 Rolstoelvoorzieningen De kosten voor rolstoelvoorzieningen waren in 2021 € 194.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht
3.4.1 Wat is een rolstoelvoorziening? Een rolstoelvoorziening is een van de voorzieningen die via de gemeente Goirle wordt verstrekt. De inwoner kan voor langdurig gebruik een rolstoel ter beschikking krijgen, waarvan de kosten door de gemeente worden vergoed. Een inwoner met een tijdelijke mobiliteitsbeperking kan voor de duur van 6 maanden een rolstoel lenen bij een thuiszorgwinkel, dit wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Heeft de inwoner langer dan 6 maanden een rolstoel nodig of een specialistische rolstoel, kan er een melding gemaakt worden bij de gemeente. De gemeente heeft een contract met twee hulpmiddelenleveranciers, deze ontvangen maandelijks een vergoeding voor de huur van de voorzieningen die zij hebben geleverd. Dit zijn vaste prijsafspraken per categorie. Een inwoner kan ook een persoonsgebonden budget aanvragen. Dit gebeurt in mindere mate, maar komt voor. Als een inwoner hierom vraagt en deze toegekend krijgt, dan betaalt de gemeente eenmalig een bedrag aan de client. Deze kan van dit geld zelf een voorziening aanschaffen of huren. Ook hier geld dat daarna voor een X aantal jaar geen aanspraak meer gemaakt kan worden op eenzelfde voorziening, tenzij de situatie verandert.
3.4.2 Hoeveel rolstoelvoorzieningen hebben we in Goirle? Soort rolstoelvoorziening Incidentele rolstoel (handbewogen) Semi permanent (handbewogen) Kantelrolstoel (handbewogen) Actieve rolstoel (handbewogen) Elektrische rolstoel
Maandbedrag 11,41 39,94 74,16 68,45 325,14
Maximaal PGB bedrag 958 2.255 6.229 5.750 27.312
* Dit is het huurbedrag x 12 maanden x 7 jaar
De gemeente Goirle had in 2021 259 rolstoelvoorzieningen, waarvoor zij maandelijks huur betaalt. Hiervan zijn 179 handbewogen rolstoelen € 90.000, en 31 elektrische rolstoelen € 92.000. Rolstoelen hebben diverse doeleinden. Sommige inwoners gebruiken hun rolstoel enkel voor een uitstap (incidentele rolstoel), anderen zitten dagelijks meerdere uren achter elkaar in hun rolstoel. Bijvoorbeeld in een actieve rolstoel, waar een inwoner zelf kan hoepelen. De overige voorzieningen zijn sportrolstoelen, kinderrolstoelen, accessoires, hoepelondersteuning, handbikes. Ook zijn kosten voor onderhoud gemaakt en faciliteert de gemeente Goirle rolstoelen in de deelmobielpool in het Elizabeth. Deze kosten zijn in totaal € 12.000.
20
3.5 Individuele vervoersvoorzieningen De kosten voor individuele vervoersvoorzieningen waren in 2021 € 209.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht.
3.5.1 Wat is een individuele vervoersvoorziening? Wanneer inwoners een individuele vervoersbehoefte hebben, het collectief vervoer niet toereikend is en algemene voorzieningen zoals een elektrische fiets geen oplossing bieden, kan een vervoersvoorziening toegekend worden. Een vervoersvoorziening kan scootmobiel, driewielfiets of bijvoorbeeld een autoaanpassing zijn.
3.5.2 Hoeveel individuele vervoersvoorzieningen hebben we in Goirle? Voorziening
Maandbedrag
Opvouwbaar scootmobiel Standaard scootmobiel Extra geveerd scootmobiel
48,49 66,74 82,72
Maximaal PGB bedrag 4.073 5.606 6.948
Totaal in bruikleen 6 93 72
Kosten per jaar
142.000 Fietsvoorziening Overige Totaal
25 45.000 22.000 209.000
* Dit is het huurbedrag x 12 maanden x 7 jaar
In 2021 betaalde de gemeente Goirle € 142.000 voor het gebruik van scootmobielen, zowel bruikleen als PGB, als scootmobielen in de deelmobielpool. Dit zijn gemiddeld 178 scootmobielen per maand. Voor 25 fietsvoorzieningen is huur betaald en er zijn een aantal fietsvoorzieningen in pgb verstrekt. Een fietsvoorziening is bijvoorbeeld een (elektrische) driewielfiets, een rolstoelfiets of een duofiets. De totale kosten in 2021 hiervoor zijn € 45.000. De overige individuele vervoersvoorzieningen bestaan uit auto-aanpassingen, buggy’s, financiële tegemoetkoming voor eigen vervoer, onderhoud en een bruikleenauto, de totale kosten hiervan zijn € 22.000.
3.5.3 Ontwikkelingen De afgelopen jaren zijn veel mobiliteitsvoorzieningen als algemeen gebruik gemarkeerd. Dit betekent dat een inwoner hiervoor geen aanvraag bij de gemeente kan doen. Denk hierbij aan fietsen met een lage instap en e-bikes.
21
3.6 Woonvoorzieningen De kosten voor woonvoorzieningen waren in 2021 € 181.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht
3.6.1 Wat is een woonvoorziening? Een woonvoorziening is een hulpmiddel of financiële tegemoetkoming om een woning goed toe- en doorgankelijk te houden. Woningaanpassingen worden gedaan wanneer de cliënt de huidige woning niet, of niet goed meer kan gebruiken en niet zelfstandig of met de omgeving tot een oplossing kan komen. Een voorbeeld van een woonvoorziening is een traplift.
3.6.2 Hoeveel kostte de woonvoorzieningen in 2021? Soort Woningaanpassing*/ Woonvoorziening Verhuiskostenvergoeding Trapliften Onderhoud/ verwijderen traplift Overige onderhoudskosten
Kosten per jaar 124.886 19.523 26.613 9.536 26.445
* Bij woningaanpassingen is het lastiger aan te geven om hoeveel inwoners of aanpassingen het gaat. Dit komt omdat dit projectmatig wordt uitgevoerd. Meerdere aspecten worden tegelijk uitgevoerd, zoals onderhoud, aanpassingen en plaatsing.
In 2021 is het ouderinitiatief Wings gestart. Stichting Wings is een wooncomplex in Goirle voor 18 jongvolwassenen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. De gemeente Goirle heeft afspraken gemaakt om een deel van de woningaanpassingen die niet meegenomen konden worden in de bouw van het complex, voor haar rekening te nemen. De kosten voor woningvoorzieningen zijn hierdoor in 2021 hoog. Het Wings initiatief is goed voor 1/3 van de kosten. De andere kosten voor woonvoorzieningen zijn bijvoorbeeld badkameraanpassingen, spoel-föhn toiletten, elektrische deuropeners en tilliften. De totale kosten voor woonvoorzieningen zijn € 124.886. In 2021 zijn 5 trapliften geplaatst, de kosten voor het plaatsen is afhankelijk van het soort traplift en de indeling van de woning. De kosten voor het plaatsen van een traplist variëren tussen de € 3.000 en € 8.000. Iedere traplift heeft onderhoud nodig, jaarlijks betaalt de gemeente Goirle deze onderhoudskosten (ongeveer € 300 per traplift per jaar). De totale kosten voor trapliften is € 36.149. De gemeente Goirle heeft in 2021 € 19.523 aan verhuiskostenvergoeding betaald. De verhuiskostenvergoeding is 7 keer uitgekeerd. In 2020 is de verhuiskostenvergoeding vastgesteld op € 2.740 en in 2021 € 2.779. Een inwoner kan om twee redenen een verhuiskostenvergoeding ontvangen.
1) Iemand heeft een Wmo-verhuisverklaring toegekend gekregen en kan en wil verhuizen, maar kan de verhuizing niet bekostigen. 2) Iemand heeft een verhuisindicatie maar kan en wil niet verhuizen en wil de verhuiskostenvergoeding gebruiken om de huidige woning aan te passen. De overige kosten (€ 26.445) kunnen reparaties, vervangingen en plaatsingskosten zijn. Deze worden niet als voorziening geregistreerd, maar op factuur betaald.
3.6.3 Ontwikkelingen In de afgelopen jaren zien we steeds minder standaard woningaanpassingen, omdat de meeste woningen toegankelijker worden gebouwd. De woningen hebben geen ingewikkelde drempels meer, de deurposten zijn ruimer, op ieder verdieping een toilet etc. De verwachting is dat dit zich in de 22
toekomst voortzet en de kosten voor de standaard woningaanpassingen zullen stabiliseren of afnemen. In 2021 is er krapte op de huizenmarkt. Dat maakt dat het primaat van verhuizen (een verhuisverklaring voor de inwoner om naar een voor hem geschikte woning te verhuizen) niet altijd snel genoeg wat oplevert. Gezien de vergrijzing is het belangrijk dat er in de toekomst voldoende gelijkvloerse woningen beschikbaar blijven en dat de doorstroom van ouderen richting gelijkvloerse of geschikte woningen goed blijft.
3.7 Wmo-begeleiding De kosten voor Wmo-begeleiding waren in 2021 € 2.307.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht.
3.7.1 Wat is Wmo-begeleiding? Onder Wmo-begeleiding worden activiteiten verstaan waarmee een volwassen inwoner wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in de regie over het persoonlijk leven.
3.7.2 Hoe doen we het? Wanneer een inwoner beperkingen ervaart in de zelfredzaamheid kan hij/zij zich melden bij de gemeente. Een medewerker gaat het gesprek met deze inwoner aan en de beperkingen worden in kaart gebracht tijdens een zogenoemd keukentafelgesprek. Kan een cliënt zijn probleem niet zelfstandig, met zijn omgeving of met een algemene voorziening oplossen? Dan kan Wmo-begeleiding ingezet worden. Wmo-begeleiding is individuele begeleiding of dagbesteding voor inwoners van 18 jaar of ouder. De gemeente Goirle heeft Wmo begeleiding binnen de regio Hart van Brabant ingekocht. In de regio Hart van Brabant nemen de volgende gemeenten deel Goirle, Oisterwijk, Hilvarenbeek, Dongen, Gilze en Rijen, Heusden en Tilburg (www.zorginregiohartvanbrabant.nl). De gemeente Goirle heeft een resultaatgerichte werkwijze ontwikkeld, gelijk aan de huishoudelijke hulp. Dit betekent dat de gemeente het resultaat en de intensiteit van de van de hulpvraag bepaalt. De zorgaanbieder ontvangt deze informatie en neemt de taak over. Wanneer inwoners voor begeleiding van een van de gecontracteerde aanbieders kiest, noemen we dit zorg in natura (ZIN). Soms is er geen passend zorg in natura aanbod, een inwoner mag dan kiezen voor een persoonsgebonden budget (PGB) en zelf zorg inkomen. Wanneer inwoner en gemeente samen de juiste zorg gevonden hebben, wordt wmo begeleiding toegekend.
Dit doen we voor de duur van één jaar, na dat jaar evalueren we of de gestelde doelen zijn behaald. Een enkele inwoner krijgt een toekenning voor meerdere jaren. Wmo-begeleiding is ingedeeld in leefgebieden en resultaatgebieden. Het stappenplan bestaat uit 6 leefgebieden. Ieder leefgebied bestaat uit resultaatgebieden (A, B of C) en intensiteiten (omvang van de begeleiding in bandbreedtes, variërend van 1 tot 5). Daarnaast zijn er 4 producten. Deze producten zijn meestal aanvullend op een leefgebied. Producten worden in stuks verstrekt. In paragraaf 3.7.3 lees je meer over de resultaatgebieden.
3.7.3 Wat doen we ervoor? In de gemeente Goirle hebben in 2021 totaal 243 inwoners Wmo-begeleiding. Een inwoner kan meerdere hulpvragen hebben, welke betrekking hebben op enkelvoudige begeleiding binnen één leefgebied, maar het kan ook om meervoudige begeleiding, op meerdere leefgebieden gaan. We kunnen een inwoner dan een indicatie op meerdere resultaatgebieden toekennen. 23
Om dit te verduidelijken hieronder een voorbeeld. Mark heeft moeite met het op orde houden van zijn huishouden, maar is wel in staat te ontwikkelen en te leren. Hij heeft niet of nauwelijks een netwerk om hem te ondersteunen. Het lukt hem niet om dit op eigen kracht weer op orde te krijgen. Na gesprek krijgt hij de volgende beschikking: Beschikking gedurende de periode 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2021: Resultaatgebied Wonen 1A – Het huishouden wordt zelfstandig gevoerd – Intensiteit 2 Resultaatgebied 6B - Ondersteuning sociale relaties - intensiteit 1 Door zorgaanbieder X, Zorg in Natura
Hieronder een overzicht van de toegekende resultaatgebieden. In totaal geven we € 1.936.000 uit aan zorg in natura (ZIN) en € 371.000 aan pgb. Resultaat en intensiteit
Gemiddeld aantal cliënten per maand (ZIN) 10
Gemiddeld aantal cliënten per maand (Pgb)
Kosten per jaar
1A - Het huishouden wordt zelfstandig gevoerd – 4 46.000 Intensiteit 1, 2, 3 2A - Begeleiding financieel beheer – Intensiteit 1, 2, 3 6 2 21.000 2B - Begeleiding zelfstandige administratie – Intensiteit 1, 18 3 66.000 2, 3 3A - Begeleiding psychische situatie - intensiteit 1, 2, 3, 4, 112 12 504.000 5 3B - Begeleiding zelfstandig leven - intensiteit 1, 2, 3, 4 133 5 579.000 4A - Begeleiding maatschappelijke deelname - intensiteit 53 7 315.000 1, 2, 3, 4 4B - Begeleiding naar vrijwilligerswerk - intensiteit 2, 4 5 24.000 4C - Begeleiding naar arbeidsmatige dagbesteding 5 1 61.000 intensiteit 1, 2, 3, 4, 5 5A - Begeleiding gezinsrelaties - intensiteit 1, 2, 3, 4 13 1 44.000 5B - Begeleiding ouderschap - intensiteit 1 8 -* 18.000 6A - Begeleiding sociale relaties - intensiteit 1, 2, 3, 4 35 -* 101.000 6B - Ondersteuning sociale relaties - intensiteit 1, 2, 3 6 -* 16.000 * Wonen 1B – Het huishouden is op orde is hier niet in mee genomen, zie huishoudelijke hulp * Voor pgb hebben we geen gegevens op inwoner-resultaatgebied niveau
24
Naast de kosten voor Wmo-begeleiding volgens bovenstaande resultaatgebieden, zijn er nog kosten gemaakt: Soort Gespecialiseerde begeleiding voor zintuiglijke beperking AWARE vrouwenhulp, een alarmsysteem in combinatie met een hulpaanbod dat ervoor zorgt dat je je veiliger voelt, in huis en op straat Vervoer van- en naar dagbesteding Rolstoelvervoer naar dagbesteding Begeleiding die volgens het oude contract is ingekocht (voor 2019)*
Kosten per jaar € 13.432 € 17.013 € 16.484 € 2.827 € 91.244
* Deze wmo-begeleiding beschikkingen zijn in de loop van 2021 allemaal uitgefaseerd
Voor pgb hebben we geen duidelijke gegevens op inwoner-resultaatgebied niveau en daarom beschrijven we pgb in dit document apart. We verstrekken een pgb wanneer een inwoner geen gebruik kan of wil maken van het zorg in natura aanbod. De verstrekking is bij de gemeente Goirle in 3 tarieven ingedeeld., namelijk, 100%, 75% en 50%. 100%, formeel: een inwoner vraagt een pgb voor een formele zorgaanbieder (erkende beroepsbeoefenaar met specialistische professionele deskundigheid). De inwoner krijgt het pgb tarief vergelijkbaar met zorg in natura (ZIN, 100%). 75%, niet gekwalificeerd: een inwoner vraagt een pgb voor dienstverlening door een niet-speciaal gekwalificeerde informele hulpverlener. De inwoner krijgt het 75% van het pgb tarief in vergelijking met ZIN. Dit tarief kennen we toe aan de zogenoemde alfahulpen voor hulp in de huishouding, maar bijvoorbeeld ook aan een begeleider die niet alle juiste diploma’s heeft om begeleiding te bieden. 50%, informeel: een inwoner vraagt een dienstverlening aan dat door een familielid in de eerste of tweede graad kan worden verricht. Er wordt 50% van het ZIN tarief toegekend. Soort pgb Formeel Niet gekwalificeerd Informeel Totaal
Aantal inwoners 21 4 11 36
Kosten per jaar 105.000 18.000 74.000 371.000
3.7.4 Ontwikkelingen In 2021 is de lokale aanbesteding voorliggend veld afgerond en per 1 juli 2022 zal het dorpsteam zijn geïnstalleerd. De aanbesteding heeft onder andere tot doel om laagdrempelige ondersteuning in het voorliggend veld aan inwoners te beiden, zodat minder beschikte zorg nodig is. Daarnaast is in 2021 de regionale aanbesteding Wmo-begeleiding gestart. In de opdracht worden 6 uitgangspunten genoemd: minder aanbieders, naar meer en beter normaliseren, eenvoudig indiceren, verbeteren van lokale samenhang, meer gesloten financiering, naar werk is de beste zorg en zorggeld voor zorg. Op 1 januari 2023 gaan de nieuwe regionale contacten in.
25
3.8 Wat valt op? •
In 2021 had de gemeente Goirle gemiddeld 676 huishoudens met huishoudelijke hulp. Op basis van het aantal inwoners (23.904 volgens begroting 2021) is dit 2,8% van het totale aantal inwoners in Goirle. Huishoudelijke hulp kost gemiddeld € 3.167 per huishouden per jaar.
•
Goed en kritisch indiceren heeft invloed op de kosten, dit is te zien bij huishoudelijke ondersteuning. De aanbesteding voorliggend veld maakt het mogelijk om hulpvragen vaker voorliggend op te lossen en minder (hoog) te indiceren.
•
Door corona zijn er minder ritten geweest, maar de kosten regiovervoer zijn in 2021 gelijk gebleven.
•
Er wordt weinig actief gebruik gemaakt van de regiovervoerpassen.
•
Er wordt weinig gebruik gemaakt van de deelmobielpool, zowel voor rolstoelen als voor scootmobielen.
•
Er zijn bijna even veel extra geveerde scootmobielen als standaard scootmobielen verstrekt.
•
In 2021 hebben we incidenteel een extra kostenpost gehad voor het initiatief Wings.
•
We verstrekten in 2021 aan 4 inwoners een pgb voor een zogenaamde niet-gekwalificeerde hulpverlener.
26
Hoofdstuk 4 Participatiewet In dit hoofdstuk lichten we de subgroepen uitkering en re-integratie toe van de groep participatie.
4.1 Uitkering De kosten voor uitkeringen waren in 2021 € 4.593.000. De inkomsten die hier tegenover staan waren € 4.382.000. In deze paragraaf worden deze kosten toegelicht.
4.1.1 Wat is een uitkering? Wanneer een inwoner geen of een te laag inkomen heeft om van te leven kan een inwoner een aanvraag doen voor een uitkering voor levensonderhoud. Dit is een uitkering waarmee noodzakelijke kosten worden betaald. Noodzakelijke kosten zijn eten en drinken, de huur, gas, water, licht en de ziektekostenverzekering. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden van de inwoner. Wanneer een inwoner andere inkomsten heeft, wordt de bijstandsuitkering hiermee verrekend. De bijstandsnormen (de bedragen) worden landelijk bepaald. Gemeenten ontvangen jaarlijks een budget om de uitkeringen mee te kunnen betalen. Het is een specifieke uitkering en komt rechtstreeks ten goede aan de uitkeringen. Volgens een vaste verdeelsystematiek wordt dit budget berekend. Een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort zelf opvangen. Deze systematiek is erop gericht dat gemeenten maatregelen nemen om de bijstandslasten te reduceren.
Het gaat om de uitkeringen: • Bijstandsuitkering (Participatiewet); • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); • Loonkostensubsidies (ook voor beschut werk): loonkostensubsidie compenseert de werkgever bij verminderde productiviteit van een werknemer. De loonkostensubsidie die de werkgever ontvangt is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd met en vergoeding voor de werkgeverslasten. • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) Starters/Levensonderhoud. Onder de subgroep uitkering valt de bijstandsuitkering (Participatiewet), bijstand inrichting, wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) en de bijzonder bijstand.
27
4.1.2 Wat is bijzondere bijstand? Bijzondere bijstand is bedoeld voor bijzondere noodzakelijke kosten die niet via een andere regelingen vergoed worden. Denk aan kosten die je maakt voor bewindvoering, verhuizing of een echtscheiding. Bij het toekennen van bijzondere bijstand is er sprake van maatwerk. Het wordt verstrekt voor noodzakelijke uitgaven die gemaakt worden als er sprake is van uitgaven die voortkomen uit bijzondere omstandigheden, en de voorliggende voorzieningen en het inkomen en vermogen niet toereikend zijn. Het inkomen van de inwoners moet onder de 120% van het sociaal minimum zitten (bedragen 2021 per maand; alleenstaande € 1.294 en gehuwd € 1.849). In Goirle hebben we in 2021 een bedrag van € 286.000 uitgegeven aan bijzonder bijstand. De drie hoogste uitgaven binnen bijzondere bijstand zijn: kosten voor bewindvoering (€ 133.316), kosten aanvullende bijstand (€ 40.012) en kosten voor inrichting/huisraad (€ 11.948). Aanvullende bijstand wordt verleend aan inwoners tussen 18 tot 21 jaar. De bijstandsuitkering voor deze leeftijdsgroep is laag waardoor ze, wanneer ze zelfstandig wonen, onvoldoende geld hebben om rond te komen. Vanaf 21 jaar gaat de bijstandsnorm omhoog.