bijlage 2.1_2023-03-02 Programma van Eisen nieuwbouw Mill Hill College definitieve versie.pdf
Tekst van het document
+ Sociale hygiëne. 75
Algemene uitgangspunten
Algemene RKO prestaties Deel A (1/2)
TECHNISCHE PRESTATIES RKO ambitieniveaus [Deel A] Procesdocument De ‘Richtlijn Kwaliteit Onderwijshuisvesting’ (RKO) van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) bevat wet- en regelgeving om te komen tot een adequaat en toekomstbestendig schoolgebouw. De RKO dient twee doelen: Enerzijds is het een procesdocument op basis waarvan per school uitgangspunten en keuzes geformuleerd kunnen worden en anderzijds is het een prestatiedocument dat de gemaakte keuzes moet borgen. De OMO-standaard is ambitieniveau C waarbij de basiskwaliteit geborgd is. De volgende ambitieniveaus dienen te worden gehanteerd voor het Mill Hill College: 1.1 Exterieur (ambitieniveau B): Het gebouwontwerp draagt de identiteit van de schoolorganisatie uit. Het ontwerp is eenvoudig van opzet en kent enige opvallende accenten in de vormgeving en ook in de materialisatie. In de detaillering van deze elementen is aandacht van aansluitingen afwijkend van de standaarduitvoering. 1.2 Interieur (ambitieniveau C): Het gebouwontwerp heeft een eenvoudige structuur en kent enkele afwijkingen in de vorm door bijvoorbeeld vides of uitkragingen. Voorkom ruimteverlies ten gevolge van vreemde hoeken, streef naar optimale bruto-netto factor. Tevens streven naar compact vorm door het realiseren van gunstige vormfactor.
2.1 Omgeving (ambitieniveau B): Verzorg rechtstreeks toezicht op toegang tot het terrein vanuit het gebouw, bijvoorbeeld vanuit de conciërge ruimte. Creëer beter overzicht door de fietsenstalling half verdiept aan te leggen en op te delen in kleinere eenheden. De fietsenstalling verder uitvoeren met eenvoudige, niet overdekte fietsenrekken voor leerlingen. Kies voor een ruime tussenafstand voor de plaatsing van de fietsen. Separate, overdekte, fietsenstalling voor medewerkers en bezoekers.
2.2 Toegankelijkheid (ambitieniveau B): Streef naar drempelloosheid in het hele gebouw en realiseer brede buiten- en binnendeuren, hellingbanen, trappen en andere verkeersruimten. Tracht dwarse en tegengestelde verkeersstromen te voorkomen, evenals conflicterende concentraties van toegangsdeuren naar de diverse verblijfsruimten.
2.3 Multifunctionaliteit (ambitieniveau C): Realiseer de mogelijkheid tot incidenteel medegebruik door derden, bijvoorbeeld de gymvoorziening (inclusief kleedruimten en sanitair) in een apart compartiment. Maak sowieso de centrale ruimte geschikt voor divers gebruik: Een vlakke vloer, een vaste berging (voor stoelen en ander groot meubilair) in de nabijheid en directe bereikbaarheid van voorzieningen zoals een garderobe, toiletten en eventueel een pantry of keuken met uitgifte. 2.4 Flexibiliteit (ambitieniveau B): In het gebouw zijn enkele zones gedefinieerd die vrij in te delen zijn. Deze zones hebben een dragende kolommenstructuur (bij voorkeur op een stramienmaat van 1.800 mm), een gelijke ruimtehoogte en scheidingswanden die eenvoudig te verplaatsen of verwijderen zijn. De installaties zijn uitgelegd op eenzelfde stramienmaat als de constructie en uitgebreid met een aantal loze leidingen ten behoeve van toekomstige aanpassingen. 2.5 Veiligheid (ambitieniveau C): Realiseer alle voorzieningen ten behoeve van veiligheid volgens de veiligheidsvoorschriften zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en de Arbowet, waarbij uitgangspunt is dat alle gebruikers en bezoekers tijdens openingstijd vrije toegang hebben tot het gebouw en het terrein. Heb tevens aandacht voor het realiseren van een veilige omgeving en vluchtroute-aanduidingen voor mensen zonder een fysieke beperking.
76
Algemene uitgangspunten
Algemene RKO prestaties Deel A (2/2)
TECHNISCHE PRESTATIES 2.6 Activiteiten (ambitieniveau A): Een combinatie van zalen in een dubbele hal (22 bij 28 meter en 7,0 m hoog) of sporthal van 3 zalen (3* 14 bij 24 meter en 7,0 m hoog). Belangrijk aandachtspunt is de akoestiek en de uitvoering van de tussenwanden. 3.1 Gezondheid (ambitieniveau B): Pas voor de thema’s lucht, temperatuur, licht en geluid alle maatregelen uit klasse B toe. Toevoeging: voor het thema geluid in de open werkruimten voor projecten en het talenplan wordt klasse A gehanteerd. 3.2 Duurzaamheid (ambitieniveau nb.): Geen van de ambitieniveaus volstaan. Gebouw met BENG 3 = 100%. Zie sheet ‘duurzaamheid’. 3.3 Onderhoud (ambitieniveau B): Zoek in het ontwerp een balans tussen onderhoudsgemak, de verwachte intensiteit van het gebruik en een uitstraling die past bij de gebruikers van het gebouw. Wees bewust van de hoge mate van onderhoud van complexe installaties. Aandachtspunt voor bereikbaarheid
3.4 Technische voorzieningen (ambitieniveau A): Voorzie, in plaats van een centrale handmatige bediening van het gebouwbeheersysteem (GBS), in een automatisch meldpunt waarin alle actuele en historische gegevens van alle gebouwgebonden installaties en systemen beschikbaar zijn, onder meer voor nadere analyse en bijstelling. Vanuit het meldpunt wordt bij een storingsmelding of een andere calamiteit direct geschakeld naar onderhoudsbedrijven van de diverse systemen en/of brandweer of politie. Tevens bestaat de mogelijkheid om het GBS op lokaal niveau te beïnvloeden. 3.5 ICT-voorzieningen (ambitieniveau C): Volg het document ‘OMO ICT Richtlijnen en handreikingen’ voor de uitwerking van de techniek in het gebouw.
77
Algemene uitgangspunten
Algemene RKO prestaties Deel B
TECHNISCHE PRESTATIES Aanvullingen op RKO [Deel B] Prestatiedocument In de ‘Oplegnotitie RKO aanvullingen Mill Hill College’ (bijlage 3) zijn de op het standaard RKO beleid omschreven uitzonderingen . Op deze pagina zijn enkele punten uitgelicht. +
Akoestiek: De in de 125 Hz octaafband gemeten nagalmtijd mag maximaal 30% afwijken van de gemiddelde nagalmtijd.
+
Daken: De daken moeten uitgevoerd worden conform de verzekeringseisen voor plaatsing van zonnepanelen. In principe is dit een onbrandbaar dakconstructie.
+
Energiezuinig: Sinds 1 april 2019 gelden de Erkende Maatregelen Energiebesparing voor bedrijven. Voor onderwijs betekent dit bij > 50.000 kWh of > 25.000 m³ gas de informatieplicht voor energiebesparing. Deze maatregelen dienen in het ontwerp opgenomen te zijn.
+
ENG: De nieuwbouw dient Energie Neutraal (ENG) gebouwd te worden. In de draagconstructie moet er dan ook rekening mee worden gehouden dat het dak geschikt is voor maximale plaatsing van zonnepanelen. Daarnaast dient de netbeheerder in een vroeg stadium in het ontwerp betrokken te worden .
+
+
Hemelwaterafvoer: Het hemelwater dat zich verzamelt op de daken en terreinen van het gebouw dient op gecontroleerde wijze op een infiltratiesysteem (bijvoorbeeld grindkoffer of wadi) op eigen terrein afgevoerd te worden, zonder daarbij hinder te veroorzaken. Hierbij zijn de gemeentelijke beleidseisen een uitgangspunt. Geen grindkoffers toepassen ivm controle en bereikbaarheid
+
Laadpalen: Binnen het ontwerp moet rekening worden gehouden met het plaatsen van laadpalen, conform het Bouwbesluit of volgens nader op te stellen beleid van OMO. definitie smart maken.
+
Nutsvoorziening: De netbeheerder dient in een vroeg stadium betrokken te worden bij het ontwerp. De netwerkbeheerder heeft de omgeving van Mill Hill aangewezen als congestiegebied, waardoor momenteel voor grootverbruiksaansluitingen geen afname- en leveringsvermogen beschikbaar is. Hiermee dient in het ontwerp rekening gehouden te worden en er zal op de ontwikkelingen geanticipeerd moeten worden. Zie opmerking gasloos
+
Ventilatie en luchtbehandeling: Ventilatie conform 'Frisse Scholen klasse B'. Tevens sturing op luchtkwaliteit (in PPM) conform de Frisse Scholen klasse zoals toegevoegd in het ruimteboek. Sturing op luchtkwaliteit op basis van CO2 in gymzaal en RH in kleedruimtes.
+
Verlichting: Standaardkeuze voor LED conform wet- en regelgeving. Als aanvulling op het prestatiedocument, standaard in alle ruimtes (mits grenzend aan 'buiten') daglichtregeling toepassen. Verlichting is standaard niet (handmatig) dimbaar (losstaand van daglichttoetreding). In het Atrium, collegezaal en aula is wel sprake van te dimmen verlichting. geldt ook voor praktijk-
voor dakbedelasting uitgaan van (lucht) behandelingsinstallatie.
Frisse Scholen: De nieuwbouw wordt gebouwd aan de hand van ‘Frisse Scholen klasse B’. Echter (alleen) voor de open werkruimten ten behoeve van projecten en het talenplein wordt 'Frisse Scholen klasse A' gehanteerd.
+
Gasloos: Aardgasgestookte ketels mogen niet in het ontwerp worden opgenomen. Niet uitsluiten; indien capacitiet stroomnet niet toerijkend is.
+
GACS: In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de aangescherpte regels vanuit het Bouwbesluit 2.6: Gebouwautomatisering en controlesystemen (GACS).
ruimtes waar nodig. 78
Algemene uitgangspunten
Duurzaamheid
TECHNISCHE PRESTATIES ENG is de eis
:Beleid OMO
Wettelijk gezien dient de eis BENG gehanteerd te worden. Mill Hill College wil echter voor de nieuwbouw een energieneutraal gebouw realiseren. In dit kader wijzigt de eis naar ENG, met het streven naar de ambitie van een nul-op-de-meter gebouw.
Op dit moment werkt OMO een duurzaamheidsbeleid uit. Mogelijk dat in de loop van de ontwerpperiode dit beleid is bepaald en dat er daarmee aanvullende prestaties en ambities op de nieuwbouw van Mill Hill College van toepassing zijn.
Om aan de ENG-eisen te kunnen voldoen zijn diverse (combinaties van) maatregelen mogelijk, zowel in bouwfysische als installatietechnische zin. In de laatste jaren is de ontwikkeling van de diverse duurzaamheidsmaatregelen in een stroomversnelling gekomen. Hedendaagse innovatieve technieken zijn morgen alweer achterhaald. De keuze voor de meest passende maatregelen dient daarom tijdens het ontwerpproces gemaakt te worden, zodat geanticipeerd kan worden op de meest actuele stand van zaken.
De in het duurzaamheidsbeleid van OMO op te nemen thema’s zijn :
In het ontwerpproces dient met een variantenstudie aangetoond te worden welke investeringen én welke exploitatie het doelmatigst zijn om tot het niveau van ENG te komen. Dit heeft invloed op de bouwkosten. ENG leidt tot (5% tot 10%) hogere bouwkosten. Deze meerkosten verdienen zich uiteraard (voor een deel) terug tijdens de exploitatie i.v.m. energiereductie, maar werken ook exploitatiekosten verhogend vanwege het onderhoud aan deze duurzame technieken. Om aansluiting te vinden bij de (binnen OMO geldende) financiële kaders ten aanzien van het investeringsbudget voor nieuwbouw dient gestreefd te worden naar zoveel mogelijk bouwkundige oplossingen die beschouwd kunnen worden als eenmalige investeringen. Bijvoorbeeld verbeterde isolatie, triple glas, benutten van daglicht diep in het gebouw, bouwkundige dakoverstekken etc. Daarnaast dient – indien mogelijk – gebruik gemaakt te worden van de beoogde stadsverwarming.
4. Duurzame materialen
andere mogelijkheden zijn: aard warme / koeling of grond warmte / koeling
1. Energie (prestatie, besparing) 2. Gezondheid/binnenmilieu (lucht, licht, temperatuur, visueel comfort en geluid/akoestiek) 3. Milieu (afval, water, materialen en groen)
5. Gebruikskwaliteit (toegankelijkheid, functionaliteit, schoonmaakbaarheid, sociale veiligheid)
technische
kwaliteit,
6. Toekomstwaarde (flexibiliteit, leegstand en uitbreiding, beleving, toekomstige aanpassingen) 7. Omgeving. Materialenpaspoort: Het is een verplichting na oplevering van de nieuwbouw in een materialenpaspoort te voorzien en deze te borgen in het opleverdossier.
vooraf afspraken maken over welke gegevens benodigd zijn en hoe aan te leveren. Let op verwerkbaarheid en bewerkbaarheid.
79
Exploitatie/ onderhoud TECHNISCHE PRESTATIES + Het gebouw moet goed te exploiteren zijn. Dit kan worden verwezenlijkt door een logische indeling en toepassing van onderhoudsarme, eenvoudig te reinigen materialen (bijvoorbeeld waterbestendige materialen). In het ontwerp moet aandacht worden besteed aan het minimaliseren van de kosten voor logistiek en bedrijfsvoering, onderhoud aan gebouw en installaties, energie en schoonmaak. + In het algemeen moeten alle te verwerken materialen en alle aan te brengen installaties en gebouwdelen kritisch worden beoordeeld op hun invloed op de exploitatiekosten (energie, onderhoud en kwetsbaarheid). Nietonderhoudsarme materialen dienen eenvoudig te vervangen zijn. Materiaalkeuze en wijze van detailleren dienen zodanig te zijn dat gedurende een periode van 40 jaar, bij een beperkte onderhoudsinvestering, vervuiling en vermindering van kwaliteit nauwelijks kan optreden. Geen toepassing van horizontale delen/vlakken in verband met stofophoping.
+ OMO en Mill Hill College willen tijdens de ontwerpfasen en bij oplevering inzicht krijgen in de exploitatiekosten die door ontwerpkeuzes beïnvloedbaar zijn. Dit betreffen de exploitatiekosten ‘Energieverbruik’ en ‘Technisch onderhoud’. (ook bij currectief en geplandonderhoud)
+ Per ontwerpfase en bij oplevering dient de ontwikkelaar voor deze exploitatiekosten een exploitatieberekening aan te leveren. + Per kostensoort worden hieronder de randvoorwaarden gegeven voor het opstellen van de berekeningen en de eisen genoemd waaraan de berekeningen moeten voldoen: –
In het ontwerp van de installatieopzet moet rekening gehouden worden met aparte groepen voor de gebouwgebonden installaties en energiemeters aanbrengen, zodat het energieverbruik van de gebouwgebonden installaties separaat gemeten kan worden. Onderbouwing aan de hand van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP), voor de periode 1-15 jaar. Daarnaast geeft het MJOP inzicht in de onderhoudsbehoefte en kosten voor de periode 16-30 jaar. 40 jaar.
– + Ten behoeve van de onderhoudsplanning van het gebouw en gebouwdelen worden lijsten met materialen (gespecificeerd naar fabricagemerken, hoeveelheden, afmetingen) vóór de oplevering overhandigd. Op basis hiervan kan een onderhoudsplanning worden gemaakt, zodat het onderhoud preventief en gestructureerd kan plaatsvinden. vooraf informatie delen over technsiche levensduur onderhoud (incl. reingen) cyclus. + De verschillende zones moeten apart van elkaar te beheersen (en te openen/sluiten) zijn.
80
ICT-voorzieningen TECHNISCHE PRESTATIES + ICT: infrastructuur (extern): Het Mill Hill College is nu aangesloten op de glasvezelring binnen Tilburg, waar ook het OMO bureau, 2College maar bijvoorbeeld ook het ETZ gebruik van maakt. Deze zou verlegd moeten worden. Bij voorkeur weer echt redundant aangesloten moeten worden – nu is er schijnredundantie omdat over een behoorlijke afstand de kabels naast elkaar liggen. Daarnaast is er een Fieber (hallo) glasvezelverbinding voor telefonie (en back-up), deze wenst Mill Hill College te behouden (moet volledige redunant (tweede feed?) verlegd worden). + Alle netwerkbekabeling (cat6A) (max. lengte 80 meter) mag niet overschrijden. De vorm van het gebouw bepaalt hoeveel netwerk knooppunten er in het gebouw dienen te komen. Indien door de vorm van het gebouw de MER /SER meer dan 80 meter uit elkaar liggen, dan dienen deze ruimtes door glasvezel gekoppeld te worden. Wanneer dit zich voordoet, dient er mogelijk een SER toegevoegd te worden (geen losse switches in het gebouw). Het geniet de voorkeur om geen intern glasvezel te hoeven gebruiken i.v.m. de kwetsbaarheid daarvan.
81
Programma van Informatie TECHNISCHE PRESTATIES Het Gebouw Beheers Systeem (GBS) moet vrij en laagdrempelig benaderbaar te zijn zonder aanvullende kosten. Alle data dient real-time beschikbaar te worden gesteld volgens door Opdrachtgever te verstrekken voorwaarden. In het concept PvI (zie bijlage 4) zijn deze indicatieve voorwaarden verder uitgewerkt. Het proces en de data dienen te worden aangescherpt in het ontwerpproces. Via het GBS moeten de volgende systemen (en relevante data) benaderbaar zijn; + Aanwezigheidsdetectie: Door het plaatsen van aanwezigheidsdetectie kan de verlichting geschakeld of gedimd worden naar gelang de aanwezigheid van mensen. Let op dat schakeling overruled kan worden wanneer lesactiviteiten vragen om minder/geen verlichting. + Weerstation: Bij toevoeging van een weerstation aan het GBS-systeem worden systemen automatisch geregeld naar aanleiding van weersomstandigheden. Bijvoorbeeld: windschermen worden automatisch ingetrokken wanneer de windkracht boven een drempelwaarde komt. + Temperatuur: Noodzakelijk om temperatuur/comfort in lijn te brengen met Frisse scholen standaard (klasse..). + CO2: Noodzakelijk om luchtkwaliteit in lijn te brengen met Frisse scholen standaard (klasse..).
+ Automatische zonwering: Door dit systeem te koppelen aan het GBS gaat de zonwering samenwerken met klimaatinstallaties om grip te houden op de comfortprestaties. + Raamsensoren: In het GBS moet het inzichtelijk zijn welke ramen open en dicht zijn. Deze sensoren zijn gekoppeld aan het klimaatbeheersingssysteem zodat klimaatinstallaties terugschakelen wanneer ramen worden geopend. Deze informatie kan tevens worden ingezet om sluitrondes te optimaliseren. + Energieverbruik: Het pand dient op het gebied van energie-bemetering onderverdeeld te worden in logische zones. Het energieverbruik dient per zone gemeten te worden. Waarbij onderscheid moet wordt gemaakt tussen gebouw- en gebruikers gebonden energieverbruik. + Sluitsysteem: Met een elektronisch sluit/ toegangssysteem kan toegang worden verleend tot ruimtes/in- en doorgangen door middel van druppels. Het sluitsysteem dient op afstand uitgelezen te kunnen worden. In het sluitsysteem dient men te kunnen zien welke ramen en deuren in het slot zitten. IS de wens voor toegangscontrole op gebruikersniveau? + Verlichting: Alle lichten zijn voorzien van daglichtsturing.
+ Ruimtebenutting: Het is wenselijk dat door middel van sensoren de ruimtebenutting kan worden uitgelezen in het GBS.
82
Inspiratie Slimme onderwijshuisvesting
83
Inspiratie integraal dashboard
84
Ruimteboek TECHNISCHE PRESTATIES De comforteisen, de installatietechnische en bouwkundige specificaties zijn weergeven in het ruimteboek in de bijlage. Voor zover niet specifiek vermeld in het ruimteboek, zijn de RKO eisen beschreven in [Deel A] Procesdocument en [Deel B] Prestatiedocument van toepassing.
Verder wordt er van de aannemende partij/ leverancier verwacht dat zij op basis van ervaring en referentieprojecten advies uitbrengen.
85
Contracteringsstrategie
86
Contracteringsstrategie Beoogde bouworganisatievorm Op basis van het afwegingsmodel bouworganisatievormen heeft er op 9 september jl. een workshop met de projectgroep plaatsgevonden over de keuze m.b.t. de gewenste bouworganisatievorm. In deze workshop staan een aantal thema’s centraal die helpen bij het maken van de best passende keuze voor het nieuwbouwproject van Mill Hill College. De volgende uitgangspunten per thema werden als passend gezien bij de situatie van het Mill Hill College: –
Integrale complexiteit: complexiteit van het project is beperkt, met name de ontwikkeling van waar het onderwijs naar toe zal gaan, blijft onderwerp van gesprek en dient binnen de bouworganisatievorm te worden georganiseerd.
–
Circulariteit: de opdrachtgever wenst breder te kijken naar duurzaamheid en maatschappelijke thema’s. Voornamelijk de relatie met de omgeving is een belangrijk item. De eis voor een bepaalde mate van circulariteit is aanwezig, maar de wijze waarop dit mag worden ingevuld is nader te bepalen.
–
Concretisering wens opdrachtgever: om het proces te kunnen overzien en te beïnvloeden is de wens vanuit de opdrachtgever sterk aanwezig om minimaal tot en met het Definitief Ontwerp sturing te kunnen uitoefenen op het ontwerp en het proces.
–
Invloed op ontwerpkwaliteit: in verband met de nadere uitwerking van het onderwijsconcept tijdens de ontwerpfase wil de opdrachtgever nauw betrokken blijven bij het gehele proces.
–
Risico’s: zijn te overzien in het project, met name wanneer uitgegaan wordt van nieuwbouw op een andere plek.
–
Planning; opdrachtgever vind het van belang om de programma- en realisatiefase z.s.m. te doorlopen, maar de tijd te nemen voor het gehele ontwerpproces.
–
Onderhoudskosten: als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het ontwerp concreet moet worden uitgewerkt en het totaal kan worden uitgevraagd om de scherpste prijs te behalen. Waarbij kwaliteit als strak kader wordt neergezet om tot in detail nader uit te werken.
–
Marktomstandigheden; de huidige markt is een markt waarbij sprake is van een aanbodmarkt. Dit zou pleiten om eerder dan bij het besteksfase een aannemende partij te contracteren. Echter verwachten wij de komende tijd een kentering in de markt, waarbij het kiezen van een later momentum van naar de markt treden een gunstig moment kan zijn, omdat er een ontwikkeling zichtbaar wordt naar een vraagmarkt. 87
Contracteringsstrategie Beoogde bouworganisatievorm Op basis van voorgaande uitgangspunten hebben wij de verschillende bouworganisatievormen gescoord. Hierbij duidt het percentage op het feit in welke mate deze bouworganisatievorm het best passend wordt bevonden.
Ons advies is, zeker gezien de veranderende marktomstandigheden anno november 2022, om voor een bouworganisatievorm te kiezen waarbij het krijgen van prijszekerheid verder in de tijd ligt. Dit is o.a. het geval bij een traditionele wijze van contracteren. Mede door de gesprekken die met de gemeente gevoerd wordt in den lande, is het houden van grip en invloed op de kosten (met name in de ontwerpfase) een belangrijk element om te kunnen sturen en te kunnen overtuigen dat de werkelijke kosten afwijken van de VNG-norm die wordt gehanteerd.
88
Plan van Aanpak Vervolgfase Selecties van partijen Op basis van de beoogde bouworganisatievorm traditioneel, wordt het project per fase uitgevoerd. De volgende fase start met de aanbesteding van projectmanagement en aansluitend de architect.
I.v.m. de grootte van het project verwachten wij dat de architectenselectie Europees zal moeten worden aanbesteed. Hierbij kan nog de keuze worden gemaakt om alle adviseurs afzonderlijk te contracteren of als 1 ontwerpteam. Sturing op kwaliteit Het uitgangspunt voor de sturing op kwaliteit is het Programma van Eisen. Echter op bepaalde onderdelen zal nog nadere afstemming over moeten plaatsvinden om de volledige ontwerpuitgangspunten helder te hebben. Budget
Het Programma van Eisen is doorgerekend door een externe kostendeskundige. De verwachting is dat er een budget benodigd is van ca. € 44.346.770 incl. BTW (prijspeil dec. 2022). Risico’s Gemeente kan de investering van het project mogelijk niet (nu) dragen. OMO en gemeente zijn hierover in gesprek. De marktomstandigheden staan onder druk. De invloed hiervan kan bepalend zijn voor de inrichting en start van de volgende fase
Programmawijzigingen i.v.m. de verdere ontwikkeling van het onderwijsconcept worden verwacht tijdens de ontwerpfase. De samenwerking met de gemeente is belangrijk en van invloed op de snelheid van het project. Aangezien een bestemmingsplanwijziging zal moeten plaatsvinden en de aankoop van voldoende grond nog niet gereed is.
89
Bijlagen
90
Voorschriften technische eisen BIJLAGE 1 Bijlage Programma van Informatie (PvI) Smart Ready Gebouw.docx (sharepoint.com)
91
Ruimteboek BIJLAGE 2 Separaat toegevoegd.
92
Oplegnotitie RKO aanvullingen Mill Hill College BIJLAGE 3 Separaat toegevoegd.
93
Ruimtestaat Nieuwbouw Mill Hill college BIJLAGE 4 Separaat toegevoegd.
94
Terug naar
hoofdmenu
UTRECHT
GRONINGEN
Pythagoraslaan 101, 5e verdieping 3584 BB UTRECHT
Leonard Springerlaan 37 9727 KB GRONINGEN
Tel. 030 – 659 23 33 info@draaijerpartners.nl
Tel. 050 – 524 46 66 info@draaijerpartners.nl
95