CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2.1_2023-03-02 Programma van Eisen nieuwbouw Mill Hill College definitieve versie.pdf

Themabijeenkomst 12 november 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 4: Locatieonderzoek12.087 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bijlage 2.1

Mill Hill College Programma van Eisen Nieuwbouw Mill Hill College 2 maart 2023

1

Programma van Eisen Nieuwbouw Mill Hill College PROGRAMMA VAN EISEN Datum:

2 maart 2023

Versie

Omschrijving

0.1

Concept

Plaats:

Goirle

0.2

Concept 2

Projectnaam:

Programma van Eisen Mill Hill College OMO

1.0

Definitief rapport

Opdrachtgever:

Mill Hill College

Projectnummer:

220072

Auteurs:

Alie Kok Anissa de Korte

Akkoord:

2

Inspiratie Studio

Inspiratiebeeld

3

Introductie

Uitgangspunten + Kaders

Visie + Ambities

Organisatie

Functioneel Programma van Eisen

Ruimtelijk Programma van Eisen

Beeldverwachting

Technische Prestaties

4

Introductie

5

Aanleiding en situatie (1/2) INTRODUCTIE Aanleiding

Situatie (1/2)

Het schoolbestuur van Ons Middelbaar Onderwijs (verder: OMO), waar het Mill Hill College onder valt, heeft een adviesopdracht verstrekt voor het opstellen van een Programma van Eisen alsmede een investeringskostenraming ten behoeve van de huisvestingsplannen voor het Mill Hill College aan de Venneweg 42 te Goirle.

Het Mill Hill College is een school voor voortgezet onderwijs voor mavo, havo, atheneum en gymnasium en is gevestigd aan de Venneweg 42 te Goirle. Iedere schooldag komen er ongeveer 1.500 leerlingen vanuit Goirle, Riel, Alphen, Tilburg, Hilvarenbeek, Diessen, Biest-Houtakker, Esbeek, Baarle-Nassau of Poppel (B) naar de school. Het schoolgebouw heeft een totale oppervlakte van ongeveer 10.600 m2 bruto.

De afgelopen paar jaar is in samenwerking met de gemeente Goirle, het Mill Hill College en onder begeleiding van ICS Adviseurs onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor vervangende huisvesting voor het Mill Hill College. De uitkomst van dit onderzoek is de uitgesproken gezamenlijke ambitie te opteren voor vervangende nieuwbouw aan de Rillaersebaan, dat onderdeel uitmaakt van het totale plan Bosckens Fase 4b, met als streven oplevering medio 2025. Voor de verdere uitwerking en planvorming voor vervangende nieuwbouw dient eerst een Programma van Eisen opgesteld te worden, gebaseerd op de nog uit te werken onderwijsvisie van de school.

In een veilige, groene omgeving besteden de school veel aandacht aan kwalitatief hoogwaardig onderwijs en de algemene vorming van leerlingen. Het zit in het DNA van de school dat iedereen mag zijn zoals hij of zij is en de tijd krijgt om verder te ontdekken wat hij of zij kan.

6

7

Verantwoording en leeswijzer INTRODUCTIE Verantwoording aanpak Het project maakt onderdeel uit van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Goirle. Voor het project is een speciale projectgroep ingericht met een vertegenwoordiging vanuit leerlingen en docenten van het Mill Hill College, die ook andere (potentiële) gebruikers vertegenwoordigen. Voorliggend Programma van Eisen is dan ook in nauwe samenwerking met deze werkgroep opgesteld. Daarvoor is aan de hand van diverse workshops en bijeenkomsten input verzameld en de voortgang is steeds gedurende de periode mei – oktober 2022 getoetst.

Doel

3. Als selectie- en contractdocument te gebruiken voor de aanbesteding van de ontwerpende en uitvoerende partijen en het toetsen van het ontwerp en de bouw. Leeswijzer

In de volgende hoofdstukken beschrijven we achtereenvolgens: + De kaders en uitgangspunten uit de haalbaarheidsfase + De visie, ambities en concrete projectdoelen + De organisatie en belangrijkste gebruikers

Het doel van voorliggend document is drieledig:

+ De functionele eisen inclusief de belangrijkste activiteiten, interne logistiek en relaties

1. De eisen en wensen van het Mill Hill College en specifieke gebruikers vast te leggen.

+ De ruimtelijke eisen inclusief ruimtestaat

2. De investeringskosten inzichtelijk maken en besluitvorming haalbaarheid en doorgang naar de volgende fase mogelijk te maken.

over

+ De eisen ten aanzien van beeldverwachting voor zowel de sfeer/ inrichting, architectuur als de terreininrichting + De technische prestaties In het Programma van Eisen zijn veel inspiratiebeelden weergeven. Deze beelden ondersteunen de tekst en geven een impressie van de mogelijke uitwerking. Daarnaast zijn in het hoofdstuk visie + ambities verschillende trends weergeven. Deze trends zijn in meer of mindere mate verwerkt in het programma van eisen. Het is aan de architect om de inspiratiebeelden en trends (verder) te integreren in het ontwerp. 8

Inspiratie inpassing groen en binnen/buitenrelatie

9

Kaders + uitgangspunten

10

Scope KADERS + UITGANGSPUNTEN Scope

Terreinbehoefte

+ De maximale normatieve ruimtebehoefte is 9.390 m2 bvo voor onderwijs en 1.650 m2 bvo ten behoeve van drie gymzalen. In totaliteit 11.043 m2 bvo.

+ Als indicatie voor de terreinbehoefte wordt uitgegaan van 14.925 m2 bvo incl. binnensportvoorzieningen, excl. buiten sportveld.

+ Het uitgangspunt zijn 100 medewerkers en de stabiele leerlingenpopulatie van 1.450 leerlingen met een gemiddelde van 26 leerlingen per klas (maximaal 32). Door flexibel gebruik van het gebouw moet het mogelijk zijn om 1.500 leerlingen te kunnen herbergen, maar voor de ruimtestaat is het uitgangspunt 1.450 leerlingen. De normatieve ruimtebehoefte voor nieuwbouw wordt bepaald via het ruimtebehoeftemodel zoals opgenomen in de huisvestings-verordening.

+ Gelet op het bestemmingsplan en de locatie, wordt een schoolgebouw van 2,35 bouwlagen aangehouden. + Het Mill Hill college heeft behoefte aan een overdekte buitenruimte en een buitensportveld. Over beide openstaande punten dienen gesprekken met de gemeente te worden gevoerd. +

De overdekte buitenruimte wordt geïntegreerd in het lesrooster omdat er (wanneer er wordt uitgegaan van het huidig aantal lesuren gym) meer bewegingsonderwijs gegeven wordt dan dat de drie zalen aankunnen.

+

Het Mill Hill college heeft ook behoefte aan een buitensportveld waar meerdere klassen tegelijkertijd (sport)activiteiten. Uitoefenen. Hiervoor wensen zij het huidige sportveld te houden (zoals aangegeven op de volgende pagina).

Vierkante meter gereserveerd voor onderwijsruimten Onderwijssoort

Aantal leerlingen

Norm

Totaal bvo

Vaste voet Vmbo-t, havo, vwo

980 1.450

5,8

8.410

Totaal

9.390

Vierkante meter gereserveerd voor bewegingsonderwijs Onderwijssoort

Aantal leerlingen

Vmbo-t Havo Vwo Totaal Aantal gymzalen

480 535 435

Norm

Totaal bvo 1,5 1,2 1,0

576 642 435 1.650 3

+ Als indicatie voor de terreinbehoefte voor een VO-school van 1.450 leerlingen kan een globaal ruimteprogramma gebaseerd op de normatieve ruimtebehoefte opgesteld worden. Specifieke (onderwijskundige) uitgangspunten of locatiegebonden eisen kunnen leiden tot wijzigingen.

11

Locatieonderzoek KADERS + UITGANGSPUNTEN Eerder heeft ICS adviseurs in opdracht van de Gemeente Goirle onderzoek gedaan naar de toekomstige huisvesting van het Mill Hill College. In dit onderzoek zijn meerdere (locatie)scenario’s ontwikkeld, onderzocht en doorgerekend. Naar aanleiding van dit onderzoek is door OMO en het Mill Hill College gekozen voor volledig vervangende nieuwbouw op de locatie: Boschkens plan 4B. Over de definitieve planvorming zijn beide partijen in overleg met de gemeente. Risico’s/ aandachtspunten + De geselecteerde locatie bestaat uit kavels van de gemeente Goirle (E2507, E2640) en één commerciële partij (E2524, E2639, E2641, E376). De gemeentelijke percelen worden op jaarbasis verpacht. Het verwerven van de grond vormen een aandachtspunt en risico. Eventueel via een grondruil met de huidige schoollocatie.

Sportveld

+ Daarnaast is het bestemmingsplan ‘Boschkens’ van kracht. Op de geselecteerde locatie rust een woonbestemming. Indien er gekozen wordt voor deze locatie dient er een bestemmingsplanwijziging te worden doorgevoerd. + Anderzijds kan op de vrijvallende locaties (huidige schoollocatie en sportveld) een goede woningbouwontwikkeling plaatsvinden.

Beoogde locatie

+ Een belemmering waar in het ontwerp rekening mee gehouden moet worden is de benodigde afstand van 50 meter vanaf de rand van de Rillaersebaan.

12

Inspiratiebeeld theorielokalen

13

Ruimtelijke uitgangspunten omgeving KADERS + UITGANGSPUNTEN Ruimtelijke inpassing De volgende ruimtelijke uitgangspunten/ opmerkingen/ kansen vanuit de omgeving zijn gevormd: + Verkeer: De locatie grenst aan de Rillaersebaan. Dit vraagt om verkeerskundige aanpassing omdat anders een terugslag van autoverkeer op de Rillaersebaan plaatsvindt met filevorming tot gevolg. Voor de afwikkeling van het autoverkeer is een voorstel gedaan (zie de nevenstaande afbeelding): Na het inrijden van de Venneweg gaan auto’s direct links het parkeerterrein op. Dit terrein is éénrichtingsverkeer en enkel te verlaten aan de andere kant via een ‘turbo-invoeg’ op de Rillaersebaan. Door een verhoogde middenbermafscheiding (rode streep) kunnen auto’s maar één kant op en eventueel keren op de rotonde. Hiermee wordt terugslag op de Rillaersebaan als gevolg van inrijden gereduceerd. Voor het verlaten van het parkeerterrein is er ‘wachtruimte’ op het parkeerterrein voorzien. + Omliggende bebouwing: De omwonende van de (particuliere) woningen aan de westzijde kunnen de positioneringskeuze van het schoolgebouw ter discussie stellen. Dit vormt een risico. + Zonering: Waarschijnlijk dient er vijftig meter afstand gehouden te worden van de Rillaersebaan in verband met de luchtkwaliteit.

Daarnaast heeft het gebied zijn eigen karakteristieke kenmerken met daarbij behorende beperkte en procedurele aanpassingsmogelijkheden (groenstructuurplan). Zo kunnen er waarschijnlijk niet zomaar bomen gekapt worden ten behoefte van bijvoorbeeld een uitrit (vergt nader onderzoek). 14

Integrale duurzaamheidsambitie VISIE EN AMBITIES De integrale duurzaamheidsambitie van Mill Hill College is onderwijs faciliterend, toekomstbestendig, gericht op de mens en heeft een continu lerend karakter. + Ambitie is een Energieneutraal Gebouw (ENG) waarbij vooral aandacht gaat naar energiebewust gebruik. Zo is er een monitoringssysteem voor energieverbruik en is de installatie vanuit het gebouwbeheersysteem eenvoudig bij te stellen.

+ Indelingsflexibiliteit wordt gewaarborgd door het ‘6’s principe van Steward Brand’ (zie afb.) toe passen. Zo wordt het inbouwpakket volledig losmaakbaar van de constructie en gevel gerealiseerd en zijn installaties voorbereid op indelingswijzigingen. Ook is er een materiaalpaspoort opgesteld.

+ Het Mill Hill college is een natuurinclusieve school die onderdeel uitmaakt van de groenstructuur (particulier waardevol groen) van de gemeente Goirle. ✓ In het terrein, de verschijningvorm en uitstraling van het gebouw en in het interieur is een duidelijk relatie met de groene omgeving. ✓ Draagt bij aan het welzijn van leerlingen en medewerkers en houdt rekening met inheemse dieren en plantensoorten. ✓ Draagt bij aan passieve klimaatbeheersing van het gebouw, zoals bomen ter beperking van directe zoninstraling, groen en/of blauwdak/gevel en groen interieur ter verbetering van het binnenklimaat. ✓ Gebruik maken van Biophillic ontwerpprincipes en Biobased bouwproducten. + Het Mill Hill college is een gezonde school, gericht op mentaal welzijn en sociale veiligheid. Het gebouw faciliteert het welzijn van de leerlingen en medewerkers op het gebied van thermisch comfort, luchtkwaliteit, geluid en akoestiek. Op deze onderdelen halen we de prestaties uit Frisse scholen klasse A.

15

Visie + ambities

16

Onderwijskundige visie en ambities VISIE EN AMBITIES Visie Mill Hill Het onderscheidend vermogen en de aantrekkingskracht van het Mill Hill College worden gevormd door het stimuleren van talentontwikkeling. Onder het mom van ‘Versterk je Wereld’ streeft de school ernaar leerlingen voor te bereiden op ‘het leven in de 21e eeuw’. Dit houdt mede in dat leerlingen naast het opdoen van kennis ook andere vaardigheden leren zoals creativiteit, probleemoplossend denken en ICT-geletterdheid. Ook op eigen initiatief. ‘Ondernemend, verbonden, betrokken en trots' zijn de kernwaarden die hieraan verbonden zijn. Het fundament van het Mill Hill College ligt bij de grondleggers Fathers of Mill Hill en de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) waarvan de school onderdeel uitmaakt. De Fathers of Mill Hill maakten hun kernwaarden elke dag zichtbaar in hun eigen leven; ze leefden samen en voelden sterke betrokkenheid bij mensen in ontwikkelingslanden. De kernwaarden van OMO zijn: goed onderwijs, goed mens, goed leven en goed handelen. Beide kernwaarden zijn verwerkt in de missie, visie en kernwaarden van het Mill Hill College: Visie

Missie

Wij zijn ervan overtuigd dat het onderwijs in de 21e eeuw leerlingen niet alleen moet voorbereiden op de vervolgopleiding en de arbeidsmarkt, maar vooral op het leven: op een succesvolle en verantwoordelijke deelname aan een sterk veranderende maatschappij in een onvoorspelbare wereld.

Het Mill Hill College wil de voedingsbodem zijn waarop het persoonlijke talent van iedere leerling kan floreren. Binnen duidelijke kaders, maar tegelijkertijd met ruimte voor creativiteit en voor ontwikkeling van eigen initiatief.

17

Huisvestingsdoelen VISIE EN AMBITIES Huisvestingsambitie Het Mill Hill College heeft in zijn ‘Schoolplan 2019-2023’ verschillende huisvestingsambities benoemd: + De medewerkers en leerlingen een veilige en stimulerende bieden om te leren en te werken. + Een goed geoutilleerd, modern en flexibel gebouw is, om goed onderwijs te kunnen blijven bieden, onontbeerlijk. + Aan het einde van de schoolplanperiode dient Mill Hill te beschikken over een modern, toekomstbestendig gebouw met ‘up-to-date’ voorzieningen en een flexibele inrichting die past bij de gemaakte onderwijskundige keuzes.

+ Een duurzame school met een goede staat van onderhoud in een mooie en groene omgeving. Uitgangspunten • Modern • Toekomstbestendig • Up-to-date • Flexibele inrichting • Passend bij de onderwijskundige keuzes

Kernwaarden huisvesting • Ontmoeten • Ontladen • Dorpse cultuur (gewoon & kleinschalig) • Wereldwijs • Natuur

18

Inspiratie

19

Ontwikkelingen Mill Hill College KADERS + UITGANGSPUNTEN In het onderwijs- en organisatieplan Mill Hill College 2022-2025, opgesteld door de kerndirectie van het Mill Hill College (mei 2022), zijn de volgende onderwijsontwikkelingen omschrijven: + Leerdoelgericht werken: De basis, eerste prioriteit is de omslag naar leerdoelgericht werken. Waar het Mill Hill College nu nog vooral taakgericht werkt (bijvoorbeeld naar een examenprogramma toe), worden bij leerdoelgericht werken vooraf de doelen vastgesteld waar naartoe gewerkt gaat worden. Dit betekent dat iedere sectie in vakwerkplannen in kaart brengt hoe het totale programma eruit ziet, wat de leerdoelen zijn en welke mogelijke routes de leerlingen kunnen volgen.

De volgende huisvestingswensen, aansluitend op het organisatieplan, zijn in workshops benoemd door gebruikers.

onderwijs-

en

+ Door gebruikers zijn verschillende voorbeelden van verspilling benoemd zoals het gebruik van papier, afval scheiden en het openen van ramen terwijl de verwarming aan staat. De nieuwbouw dient bij te dragen aan bewustwording onder de leerlingen. + Natuurlijke en groene buitenruimte die multifunctioneel inzetbaar is voor o.a. sport en spel en relaxen en loungen zodat leerlingen worden uitgenodigd om naar buiten te gaan.

+ Maatwerk en differentiatie: Maatwerk in de leerloopbaan naar het diploma en differentiëren op tempo, niveau en in aanbod. De strikte scheiding tussen mavo, havo en vwo en tussen de jaarlagen wordt hiermee doorbroken. De leerdoelen zijn vastgesteld, de route ernaar toe kan per leerling verschillen.

+ Grote wens naar goede, moderne faciliteiten die aspecten zoals akoestiek, temperatuur etc. bevorderen.

+ Samenwerkend leren: Met en van elkaar te leren. Voor hun socialisatie krijgen leerlingen, naast hun individuele leerroute, ook regelmatig de opdracht om samen te werken in groepen.

+ Een open uitstraling voor de nieuwbouw is van belang (gebouw moet niet ‘vol’ aanvoelen en geen smalle gangen en weinig daglicht hebben).

+ Formatief lesgeven: Op formatieve wijze lesgeven, toetsen en afsluiten. De leerlingen voortdurend laten zien waar ze staan op weg naar het leerdoel. + Organisatie van het onderwijs: Door bovenstaande stappen zet het Mill Hill College de organisatie van het onderwijs anders neer, namelijk in de vorm van een blokkenstructuur. Voor de leerlingen en docenten is duidelijk op welke momenten in de week verdieping, verrijking of herhaling kan plaatsvinden. Dit kan zowel vakgericht als thematisch zijn.

+ Het huidige gebouw biedt weinig verbinding met buiten (geslotenheid, weinig daglicht, korte zichtlijnen naar buiten, weinig groen).

+ De nieuwbouw moet niet aanvoelen als een groot gebouw, maar het onskent-ons gevoel stimuleren. Massale ontmoetingsplekken en ‘verstopplekken’ zijn niet wenselijk. Wel wenselijk is het multifunctioneel gebruik maken en delen van ruimten met leerlingen van andere niveaus. + (interessante) school voor de leerling: leerlingen ‘bar’, aantrekkelijk maken van de omgeving, moestuin/dieren en toepassen sport en spel. 20

Onderwijskundige trends

Gepersonaliseerd leren en keuzedelen

Hybrid Learning (communities)

Doorlopende leerlijnen

Leven lang leren en ontwikkelen

Leerdoel gericht werken

Samenwerkend leren

Formatief lesgeven

De nieuwe leerweg

Tienerschool

Modulair onderwijs

Gamification

Praktijkgerichte onderwijsvormen

Aandacht voor persoonsvorming en talentontwikkeling

Meer aandacht voor beweging

Flipped learning 21

Vastgoedkundige ontwikkelingen en trends

CO2 neutrale en gasloze gebouwen

Duurzaamheid /circulariteit

Wendbaarheid

Multifunctioneel en efficiënt ruimtegebruik

Gezonde en veilige gebouwen

Anders bouwen: flexibel, conceptueel en industrieel

Efficiënt ruimtegebruik

Nieuwe regels groot onderhoud per 2023

Aanpassing Bouwbesluit schoolgebouwen

Informatieplicht energiebesparing

22

Beweging(sonderwijs) ontwikkelingen en trends

Nieuwe sporten

Nieuwe varianten

Interactief gamen

Wearable technology and data

Bewegen d.m.v. online activiteiten

Bewegend leren

Virtueel bewegen 23

Organisatie

24

Organisatiestructuur en –beschrijving Mill Hill College ORGANISATIE Het Mill Hill College is een school voor voortgezet onderwijs voor mavo, havo, atheneum en gymnasium, gevestigd aan de Venneweg 42 te Goirle. De school biedt voortgezet onderwijs aan ca. 1450 leerlingen en 150 medewerkers. Sinds dit schooljaar (‘22-’23) werkt het Mill Hill College met kernteams waarbij de docenten van het kernteam verantwoordelijk zijn voor de gehele ontwikkeling van de groep leerlingen. De kernteams zijn verdeeld over:

Kerndirectie (rector en conrector) STAF (financiën, P&O, ICT, communicatie)

Directeur mavo

3 teams

Directeur havo/ vwo 1-3

4 teams

Directeur havo/ vwo 4-6

4 teams

Directeur ontwikkeling/ Team-X

Team-X

Ondersteuning (facilitair, administratie, kwaliteit en roostering)

➢ Mavo: Begeleiden van leerlingen naar het diploma en hen voorbereiden op het vervolgonderwijs. Daarbij wordt het onderwijs contextrijk aangeboden. Zo is er naast aandacht voor kennis en vaardigheden ook veel aandacht voor de ontwikkeling van de leerling (bijvoorbeeld: creativiteit en samenwerking). ➢ Havo/ vwo onderbouw/ bovenbouw • Havo: De algemene doelstelling van de kernteams havo is een brede algemene vorming en een goede voorbereiding op het vervolgonderwijs. • Vwo: De kernteams vwo hebben als doel de leerlingen te begeleiden naar het hoogste niveau in het vo. Van de vwo-leerlingen wordt verwacht dat zij cognitief uitgedaagd willen worden en een onderzoekende en kritische studiehouding kunnen ontwikkelen. ➢ Team-X: Team-X staat voor een contextrijke en meer natuurlijke manier van leren waarbij leerlingen op eigen tempo kennis opdoen en vaardigheden aanleren in relatie tot de omgeving en niet de losse vakken. In dit team zitten leerlingen van diverse niveaus de eerste drie leerjaren samen. Daarna stromen ze door naar mavo-4, havo-4 of vwo-4. 25

Inspiratie ontvangstruimte/ atrium 26

Gebruikstijden en rooster ORGANISATIE Gebruikstijden

Voorbeeldrooster nieuwbouw

Het nieuwe gebouw is geopend van:

Ma

+ Maandag t/m vrijdag van 07:00 – 19:00.

09:00

09:30

+ Het gebouw is het hele jaar geopend met aangepaste openingstijden gedurende vakanties, ouderavonden en andere activiteiten die buiten schooltijd plaatsvinden.

09:30

10:00

10:00

10:30

10:30

11:00

11:00

11:30

Project

12:00

Vak

In de nieuwbouw wordt het onderwijs van het Mill Hill College anders ingericht dan in de huidige situatie. In het onderwijsplan van de school is een voorbeeldrooster geschetst (zie tabel hiernaast). Hierin worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

12:00

12:30

Vak

12:30

13:00

13:00

13:30

+ In het PvE wordt er vanuit gegaan dat maximaal de helft van alle leerlingen tegelijkertijd pauze hebben.

Do

KEL

Vak

Vak

Vak

Vak

Vak

Vak

Vak

KEL

Coach

11:30

+ 1/3e van de lesdag wordt gevuld met projectmatig werken en KEL (keuzewerktijd, curriculaire activiteiten en loopbaan oriëntatie).

Wo

Vr Overleg team

Pauze

Roostertijden

+ Elke lesdag bestaat uit 9 lessen van 30 minuten.

Di

Project

Coach

Vak

KEL

KEL

Vak

Vak

Vak

Vak

Vak

Pauze Vak

Vak

13:30

14:00

Vak

Vak

14:00

14:30

KEL

Vak

14:30

14:45

14:45

15:15

Coach Project

Vak

Project

Vak Pauze

Vak

Vak

15:15

15:45

Vak

Vak

15:45

16:15

Vak

Vak

KEL Overleg team

Project

Vak Vak

27

Bewegingsonderwijs ORGANISATIE Gebruikstijden gymzalen In het huidige schooljaar (2022-2023) worden in totaal 121 lesuren aan bewegingsonderwijs gegeven. Elke les duurt momenteel 50 minuten, maar dit wordt in de nieuwbouw verlengd naar 60 minuten i.v.m. de nieuwe roostertijden. + Elke lesdag heeft, met de blokkenstructuur, 7 lesuren (elk heel uur tussen 9:00 en 16:00). Dit zijn 35 lesuren per week. + Momenteel worden er 121 lesuren bewegingsonderwijs per week gegeven. Als in de nieuwbouw het aantal lesuren bewegingsonderwijs hetzelfde blijft, kan de volgende berekening worden gemaakt:

+ Op basis van het totaal aantal lesuren per week en het maximaal aantal lesuren per week per gymzaal (121/35) heeft het Mill Hill College behoefte aan 3,46 gymzalen. + In de scope van dit project vallen drie gymzalen. Dit betekend dat er (uitgaande van deze getallen) in de overdekte buitenruimte geroosterd dient te worden. + Wanneer leerlingen kiezen voor extra sport als curriculum wordt dit opgenomen in de keuzewerktijd.

Bewegingsonderwijs Lesuren p.w.

Aantal klassen

Totaal aantal lesuren p.w.

TeamX 1, 2 en 3

2

3

6

1 Mavo/ havo/ vwo

3

9

27

2 Mavo

3

4

12

3 Mavo

2

4

8

4 Mavo

1,5

4

6

2 Havo

3

5

15

3 Havo

2

4

8

4 Havo

2

6

12

5 Havo

1

5

5

2 Vwo

2

3

6

3 Vwo

2

2

4

4 Vwo

2

3

6

5 Vwo

2

2

2

6 Vwo

1

2

2

Totaal

28,5

56

121

28

Functioneel Programma van Eisen

29

Relatieschema op hoofdlijnen FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Concept: Ontmoeting, ontwikkeling & ontspanning Projecten

De ruimtes en faciliteiten die het Mill Hill College biedt, zijn verdeeld over de volgende zones: 1. Centrale zone voor ontvangen en ontmoeten

Specials

Theorie

a) Ontvangst b) Ontmoeten c) Faciliteren (met goedereningang) d) Ondersteunen 2. Specials 3. Theoriezones (1 en 2)

Ondersteunen

Ontvangen & Ontmoeten

Team-X

4. Projectwerken (Projecten en Team X) 5. Gymzalen Vanuit de centrale ontvangst en ontmoeting is er voor leerlingen een directe verbinding met de specials. Daarnaast zijn de andere zones gemakkelijk te bereiken vanuit de centrale ontvangst en ontmoeting. Ook de ruimtes van medewerkers zijn gelieerd aan de centrale ruimten. Verder is er in het gebouw voldoende ruimte om te kunnen etaleren (van tijdens projectwerken en in de zone met specials gemaakt werk) in de verschillende zones.

Faciliteren Gym

Aankomen en Vertrekken

Schoolplein

30

Inspiratie multifunctionele aula/ Leerplein

31

Functies ‘Aankomen en vertrekken’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De buitenruimte dient diverse plekken te bieden voor de verschillende leerlingen. Leerlingen dienen positief geprikkeld te worden om hun talenten te ontwikkelen. Onderstaande punten dienen in samenhang met het groenstructuurplan van de gemeente verder ontwikkeld en ingepast te worden.

+ Parkeren fietsen, brommers en scooters (incl. elektrisch opladen): Het op een nette, goed geïntegreerde en groene manier laten stallen van fietsen, brommers en scooters. Bij voorkeur door het mee verplaatsen van de huidige half verdiepte en verhoogde fietsenstalling naar de nieuwbouw (zie afb.). De fietsenstalling voor docenten en leerlingen zijn gescheiden. + Parkeren auto’s (incl. MIVA en opladen): Het op een nette, goed geïntegreerde en groene manier (bijvoorbeeld op grastegel) laten parkeren van auto’s en andere voertuigen voor medewerkers inclusief MIVA-parkeren en voldoende oplaadmogelijkheden voor elektrisch rijden, specifieke aantal is n.t.b. (wens: in combinatie met lokale opwekking). + Afzetten/ bezorging: De mogelijkheid om zo dicht mogelijk bij de entree kort te stoppen met een auto of bestelbus om personen en/of pakketjes af te geven zonder dat de bewoners van de omliggende woonwijken hier negatieve gevolgen van ervaren. + (Laten) leveren/ ophalen goederen en afval, verhuizen, etc.: De mogelijkheid om zo dicht mogelijk bij de goedereningang te stoppen met een (grote) vrachtwagen van maximaal 18 meter. De ondergrondse afval containers moeten (3 stuks van 5.000 liter) gemakkelijk te bereiken zijn voor een vrachtwagen (indien noodzakelijk ook gemakkelijk kunnen keren). 32

Functies ‘Schoolplein’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het schoolplein heeft een directe relatie met de functies ‘aankomen’ en ‘vertrekken’. De omgeving is goed verlicht, bevat veel groen, geeft een veilig en ‘dorps’ gevoel en biedt verschillende mogelijkheden om te ontmoeten en te bewegen. Ook biedt het een overdekte buitenruimte voor gymlessen (opgenomen in hoofdstuk ‘bewegingsonderwijs’). + Ontmoetingsplein: Voor het gebouw bevindt zich een ‘ontmoetingsplein’ met langs een logische route naar de entree een gevarieerd aanbod aan plekken om te wachten, te zitten en te overleggen. De inrichting kenmerkt zich door veel groen en speels gebruik van hoogteverschillen en buitenmeubilair. + Sport en spel: De buitenruimte biedt niet alleen plaats om te ontmoeten, maar stimuleert ook beweging. Er worden verschillende mogelijkheden aangeboden om bewegen te activeren zoals een pannakooi (voetbal), basketbal etc. Deze wens dient gefinancierd te worden door de school (buiten scope PvE). + Sportveld: Op of nabij het schoolplein dient een sportveld te liggen waar minimaal vier klassen (van 32 leerlingen) tegelijkertijd buitensport kunnen beoefenen. De specifieke invulling hiervan is nader te bepalen (buiten scope PvE).

33

Inspiratie bibliotheek/ mediatheek

34

Functies ‘Ontvangen’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + Entree: Leerlingen, medewerkers en bezoekers komen binnen via een duidelijk zichtbare en transparante entree voor een prettige overgang van buiten naar binnen. De entree heeft een vrije doorgang met minimaal één automatische schuifdeur (met 1.450 leerlingen mag de deur geen oponthoud veroorzaken tijdens piekmomenten) met een dagmaat van minimaal 1.800mm. De entree is voorzien van een drie schoonloopzones en tochtportaal. Er is vanuit de ontvangstbalie en andere werkplekken zicht op de entree (sociale veiligheid). + Ontvangstruimte/ etalage: Vanuit de entree kom je in een prettige, open en multifunctionele hal/ ontvangstruimte met gelegenheid om te zitten, wachten, lezen, aanlanden, etc. Daarnaast wordt digitaal informatie aangeboden en is er ook mogelijkheid om gemaakt werk op verschillende manieren te etaleren. + Ontvangst/ service: Vanuit de entree zijn de medewerkers van de ontvangstbalie direct zichtbaar en aanspreekbaar. Gedurende de dag is minstens één medewerker aanwezig die zorgt voor de ontvangst, informatievoorziening, veiligheid (heeft zicht op wie zich in het pand bevindt) en helpt leerlingen met vragen. Het moet bij de balie mogelijk zijn om receptie/ bureauwerkzaamheden uit te voeren (twee werkplekken).

+ Wachtruimte: In het ontvangstgebied moet het mogelijk zijn om ouders te laten wachten en te voorzien van koffie/ thee. De plek hoeft niet volledig afgesloten te zijn, maar wel besloten.

35

Functies ‘Ontmoeten’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN In de zone ontmoeten kunnen leerlingen relaxen, chillen, lunchen, aanlanden, zitten, wachten in verschillende ruimten: + Atrium: Het Atrium dient te worden ervaren als een open, ruimtelijke en vriendelijke plek. De ruimte is multifunctioneel inzetbaar en biedt meerdere soorten plekken om te relaxen, chillen, lunchen, aanlanden, wachten etc. De ruimte is ook gemakkelijk in te zetten als een ruimte voor vieringen en lezingen. Het Atrium wordt gezien als het hart van de school waar voornamelijk ‘ontmoeting’ plaatsvindt.

+ Bibliotheek/ Mediatheek: Deze rustige ruimte is geschikt voor 75 leerlingen (aanlandplekken) om te lezen, geconcentreerd te werken of informatie op te halen. Er is voldoende ruimte voor het opslaan van boeken en materialen. Daarnaast is er een uitgiftebalie met minimaal twee werkplekken.

+ Catering: Aan het Atrium is, door middel van een prominente en herkenbare uitgiftebalie, de cateringruimte gelieerd. Deze ruimte is voorzien van kooken bakapparatuur (zoals oven, kookplaat, koffiezet automaat etc.), koelmogelijkheden (koelcel en vriezer), ruimte om voedsel te bereiden en voldoende opslagmogelijkheden voor voedselbereidingsapparatuur, keukengerei en verpakkingsmaterialen. Wellicht dat de functie van de catering gecombineerd kan worden met het praktijklokaal van verzorging. Dit vraagt om onderzoek in een later stadium. + Multifunctionele College-/ Theaterzaal: In de zaal, die plek biedt voor 150 leerlingen, worden colleges, presentaties en lezingen gegeven. Het heeft een niet-verhoogde theatervloer (minstens 8x10 meter), zodat er (kleine) producties kunnen worden gedraaid. Vanwege de diversiteit aan activiteiten in de zaal is het belangrijk dat de ruimte is voorzien van flexibel en multifunctioneel meubilair (zie volgende pagina). Bij voorkeur heeft de ruimte een vrije hoogte van 7 meter zodat het mogelijk is om een truss met apparatuur aan het plafond te hangen. 36

Multifunctionele college-/ theaterzaal

37

Facilitaire functies I FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Bij de facilitaire functies gaat het om alle functies om het gebouw draaiende te houden. Deze functies dienen op een mooie en zo min mogelijk zichtbare manier geïntegreerd te worden in de nieuwbouw. Ook dienen de ruimten die gebruikt worden om de primaire activiteiten te ondersteunen een goede logistieke plek in het gebouw te krijgen. + Hoofd facilitair: Dit is de centraal gelegen controlekamer van het gebouw waar het mogelijk is om het gebouw te monitoren (technisch, facilitair, veiligheid, camera’s, etc.). Dit is ook de plek waar sturing plaatsvindt op alle gebouwinformatie dat beschikbaar is in een dashboard (bezetting, benutting, energie, CO2, facilitair, brandmelding, etc.). In deze ruimte is één werkplek. + Conciërge ruimte: In de conciërgeruimte kunnen de twee conciërges kort aanlanden/ werken. Er moeten handyman-achtige kleine reparaties/ werkplaatsfuncties mogelijk zijn en voldoende opslagruimte beschikbaar zijn. Bij voorkeur in de buurt van de machinerie/ voorbereidingsruimte met opvallend voor machines. 1.450 leerlingen

+ Lockers: In het pand, op logische plekken, zijn 1.600 moderne lockers voor leerlingen verwerkt. Deze worden geplaatst in gangzones (bij voorkeur verwerkt in de wanden), makkelijk te bereiken voor de leerlingen en zodanig dat er geen hinder of opstoppingen in de gangen ontstaan. + Wasruimte: Ruimte gelieerd aan ten minste één wasruimte waar schoonmakers kunnen wassen, drogen en opslaan.

+ Archiefruimte: De archiefruimte (begane grond) is voorzien van een kluis voor het bewaren van de examens.

38

Facilitaire functies II FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + Expeditie en (container)opslag: De plek voor de ontvangst en opslag van (grote) goederen, containers voor gescheiden afval, glas, papier, etc. en expeditie voor verhuizingen en andere logistieke functies. Dit kan ook deels netjes in de buitenruimte worden ingepast. Verdere opslag voor facilitair is lage factor, onderbouwing in meegenomen in de opslagfactor van 1,35. ruimtestaat checken

+ Schoonmaakruimten: Door het gebouw heen zijn voldoende opslagruimten om schoonmaakapparatuur te stallen/ op te laden (minimaal 9 karren), warm en koud water te tappen/ weg te spoelen en schoonmaakartikelen op te slaan. De wasruimte voor de schoonmaak is vanuit minimaal één van de opslagruimten gemakkelijk te bereiken (onderdeel van opslagfactor). + EHBO/ Kolfruimte: Is een afgesloten, relaxte en fijne ruimte waar eerste hulp verleend kan worden. In de ruimte is voldoende opslagmogelijkheden, een koelkast en een koud en warm water tappunt. + Repro: Op elke verdieping is op een logische plek een repro aanwezig. De wanden van de repro zijn geschikt om stellingen tegen te plaatsen of planken aan op te hangen.

+ Serverruimten: De ICT infrastructuur vereist minimaal een Main Equipment Room (MER) en een Satellite Equipment Room (SER). De MER is dichtbij de werkplekken van ICT gehuisvest. Beide ruimten zijn voorzien van een serverrek en te benaderen vanaf zowel de voor- als achterkant. De ruimten zijn goed gekoeld (niet boven de 25 graden), beveiligd, enkel toegankelijk door ICT-medewerkers, en verbonden door een glasvezelverbinding die in een ringleiding door het schoolgebouw loopt. De MER en SER zijn zo ver mogelijk uit elkaar in het gebouw geplaatst. + Toiletten: De toiletgroepen (verspreid over het gebouw) bevatten voldoende wasbakken en spiegels en hebben geen transparante ramen richting het voorportaal. De toiletten spoelen automatisch door en zijn afgesloten ruimten (geen gebruik van schotten). Ook de kranen zijn automatisch. Naast de vaste toiletgroepen worden er twee à drie genderneutrale toiletten gerealiseerd. Deze toiletten hebben geen voorportaal en zijn voorzien van wasbak en spiegel.

+ Veiligheid: I.m.v. (sociale) veiligheid is de wens om tenminste elke 20 meter te voorzien van een dubbele UTP punt voor AP (WiF) of een camera. Daarnaast zijn verschillende zones/ ruimten alleen te bereiken door het gebruik van een druppel.

39

Inspiratie overlegruimten

40

Functies ‘Ondersteunen’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Deze functies hebben een directe relatie met ontvangen, ontmoeten en faciliteren

+

Werkplekken: Er dienen verschillende werkplekken te worden gerealiseerd voor medewerkers: organisatie en informatie, management, staf, verzuim-coördinator, zorgcoördinator, de onderzoekscoördinator en schoolopleiders. Deze in totaal 23 werkplekken zullen worden verdeeld over kantoren van maximaal vier werkplekken. Deze worden verspreid over het gebouw, op logische plekken, verdeeld. In de kantoren is voldoende kastruimte aanwezig.

+

Werkplekken ICT: Voor ICT dienen er vijf werkplekken te worden gerealiseerd voor programmeren en audiovisuele werkzaamheden. De ICT afdeling gebruikt ook de uitgiftebalie van de mediatheek. Daarom dienen de werkplekken in de buurt gehuisvest te worden (evenals dichtbij de MER). Er dient voldoende ruimte te zijn om powerpacks op te laden.

+

Overlegruimten: In de zone worden gesloten voorzieningen voor verschillende groepsgroottes gerealiseerd waarbij activiteiten kunnen plaatsvinden zoals: vergaderen, spreekuur voor bureau Halt, mentorgesprekken etc. De overlegruimten differentiëren van sfeer/ thema zodat voor elk soort gesprek een passende ruimte is (open/ gesloten/ relaxt/ inspirerend etc.). De deuren van de overlegruimten zijn voorzien van digitale deurborden die zijn gekoppeld aan het reserveringssysteem waarmee de overlegruimten te reserveren zijn. Bovenstaande geldt voor alle overlegruimten in de school.

+

Personeelskamer: De personeelskamer (inclusief pantry) is een ontmoetingsplek voor alle medewerkers en docenten van het Mill Hill College. De ruimte is niet vrij toegankelijk voor leerlingen, maar heeft wel een open uitstraling zodat leerlingen, medewerkers en docenten elkaar gemakkelijk kunnen vinden en aanspreken. Dit draagt bij aan de sociale veiligheid. 41

Specials Labruimte

Kabinet

Wasruimte

Verzorging

Biologie

Atrium

CKV Etaleren Opslag

NASK

Werkruimten docenten

Machinerie Techniek

Overlegruimte

42

Functies ‘Specials’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het Mill Hill College onderscheidt zich door hoog in te zetten op talentontwikkeling. Leerlingen doen niet alleen kennis op, maar leren ook andere vaardigheden zoals probleemoplossend denken en creativiteit. De zone met specials maakt een groot onderdeel uit van de talentonwikkeling van de leerlingen. De zone straalt creativiteit uit en biedt genoeg mogelijkheden om het gemaakte werk te etaleren.

+ Overlegruimten: In de zone worden twee overlegruimten gerealiseerd één voor 2 - 4 personen en één voor maximaal 15 personen. De ruimten zijn multifunctioneel in te zetten voor zowel docenten en medewerkers, als voor leerlingen.

De zone bestaat voornamelijk uit praktijklokalen voor biologie, natuurkunde en scheikunde (BiNaSk), culturele en kunstzinnige vormgeving (CKV), handaardigheid, techniek en verzorging. De specials moet centraal en zichtbaar gehuisvest worden zodat: > Leerlingen geënthousiasmeerd worden en uitgedaagd worden om hun talenten te ontwikkelen doordat zij andere klassen en leerlingen aan het werk zien. > Leerlingen van andere klassen en niveaus elkaar kunnen tegenkomen en met elkaar kunnen werken in centrale ruimten. > Het voor leerlingen en bezoekers direct zichtbaar is wat zich in het gebouw afspeelt. + Werkplekken docenten: In de zone wordt één werkkamer gerealiseerd met vier werkplekken en voldoende opbergruimte voor alle docenten van de specials. Op deze plek ontmoeten de docenten elkaar, werken zij geconcentreerd en weten de leerlingen de docenten te vinden. Omdat er in de ruimte geconcentreerd gewerkt wordt, is het van belang dat er een overlegruimte/ spreekkamer in de buurt is zodat er voor overleg uitgeweken kan worden naar een van deze ruimtes. 43

Functies ‘BiNASK’ I FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN In de zone met specials worden zes uniforme theorie- en praktijklokalen gecreëerd voor biologie, natuurkunde en scheikunde. De werkruimte voor de TOA’s en de Labruimte hebben een directe relatie met de lokalen. Bijvoorbeeld zoals aangegeven op de schets hiernaast. Daarnaast zijn twee lokalen voorzien van een schuifwand of grote openslaande deuren (aandacht voor akoestiek) waarmee de Labruimte vergroot kan worden. In de ruimte wordt aan 32 leerlingen zowel theorie als praktijkles gegeven. Tijdens een les moet het voor de docent mogelijk zijn om instructie te geven waarbij proefjes worden gepresenteerd. Faciliteiten in elk lokaal:

– – – – – – – –

Grote demotafel (lokaal breedte) inclusief wasbak en werkplek; Ruimte moet verduisterd kunnen worden; Te verplaatsen tafels, 1 of 2 leerlingen per tafel; Koud water tappunt met afvoer; Digiboard (in de lokalen met een open verbinding met de gang: verrijdbaar) en whiteboard; Voldoende opbergruimte (bijvoorbeeld gehele achterwand lokaal); Alle leerlingen tafels hebben toegang tot 230V aansluitingen (bij voorkeur uit plafond) en gas via separate losse installatie; Verder benodigd apparatuur/ aansluitingen die benodigd zijn om praktijklessen BiNaSk te geven. Mogelijke opstelling / presentatie tafel in het midden?

44

Inspiratie labruimte/Leerplein

45

Functies ‘BiNaSk’ II FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + TOA ruimte: In de TOA ruimte bereiden medewerkers (TOA’s) praktijklessen voor. De ruimte is deels open en verbonden met de labruimte zodat de TOA’s zicht op en controle hebben over de labruimte. Een deel van de ruimte dient afgesloten te kunnen worden. Faciliteiten in de ruimte: – – – –

Drie werkplekken (geen grote vaste tafels). let op voorschriften / voorzieningen stoffen Voldoende opberg- en kastruimte. Zuurkast noodzakelijk? Koud en warm water tappunt met afvoer. Apparatuur/ aansluitingen die nodig zijn om praktijklessen BiNaSk voor te bereiden.

+ Labruimte/ leerplein: Gelieerd aan de TOA ruimte is de labruimte (open leerplein). De ruimte is voorzien van 32 tafels voor 2 leerlingen (of 16 voor 4) en een grote demo-/ groepstafel. Faciliteiten in de ruimte: – – – –

Koud/ warm water tappunten. Stroom 230 V. Koud en warm water tappunt met afvoer. Apparatuur/ aansluitingen die nodig zijn om praktijklessen BiNaSk voor te bereiden. nader te omschrijven.

46

Functies ‘Verzorging’

welke beroepsgroepen horen hierbij?

FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN ‘Verzorging’ bestaat uit twee ruimten: een praktijkruimte en theorielokaal. De ruimten zijn met elkaar verboden en bij voorkeur samen te voegen tot één groot lokaal. Het kabinet en de wasruimte (losse ruimte of verwerkt in theorielokaal) zijn vanuit verzorging gemakkelijk te bereiken.

+ Praktijkruimte/ Keuken: De moderne praktijkruimte is gelieerd aan de uitgiftebalie en het atrium. Het is bij voorkeur wenselijk om in het atrium eten uit te kunnen serveren (zoals in een restaurant). In een later stadium dient te worden onderzocht of de cateringmedewerkers gebruik kunnen maken van de praktijkruimte. − In de praktijkruimte dienen 32 leerlingen kookles te kunnen volgen: hiervoor moeten voldoende aanrechten met kookplaten (afsluitbaar) warm/koud watertappunten, stopcontacten en ovens aanwezig te zijn. − In de ruimte zijn aanwezig: dubbele koelkast en dubbele vriezer, twee losse ovens voor grote projecten (verplaatsbaar), twee magnetrons, voldoende afzuiging, digibord en whiteboard. − Wensen: Ruimte voor een thema-hoek (voor één grote tafel) die eens per kwartaal aangepast kan worden. Mogelijkheid om door docenten live instructies te geven die leerlingen (via de iPad) kunnen volgen. + Theorie lokaal: Lokaal voor 32 leerlingen waar zowel theorie- als praktijkles (strijken, knopen aannaaien etc.) gegeven kan worden. − Faciliteiten in de ruimte: Warm en koud water, digibord en whiteboard. − Voldoende opbergruimte in het lokaal voor o.a. strijkplanken en –ijzers en andere praktische zaken. − Groot prikbord (over één gehele wand) om actualiteiten op te prikken. 47

Inspiratie kluisjes

48

Functies ‘CKV/ Handvaardigheid’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het moet mogelijk zijn om op een centrale en zichtbare plek het gemaakt werk te etaleren. + Art, Media en Design lokaal: Eén lokaal waar gedifferentieerd (creatief tekenen, beeldend, ICT en media) gewerkt kan worden. In het lokaal zijn in ieder geval de volgende voorzieningen aanwezig: Klei-oven (incl. afzuiging), vaatwasser, wastafels met draaiknoppen, digibord en beamer, minimaal vier wasbakken (waarvan één met verloop en bezinkselbak), snijmachines, werkbanken met stroomvoorziening en voldoende opbergplekken en plekken om materiaal op te hangen/ te exposeren. Daarnaast is er een wens voor een keramiekoven. Wat er exact nodig is in dit lokaal wordt in een later stadium bepaald. mogelijk afzuiging of luchtfilters voor snijmachines. (bv lasercutter) + Machinerie/ voorbereidingsruimte: Eén gezamenlijke werk/ 2 voorbereidingsruimte van 70 m voor kunsten, techniek en conciërge. In de ruimte moet voldoende aandacht zijn voor veiligheid: Denk aan slip- en struikelgevaar, akoestiek, compressor- en krachtstroom aansluitingen, wandcontactdozen en afzuiging. Uiteraard voldoet de ruimte aan de vigerende wet- en regelgeving. In de ruimte zijn de volgende installaties aanwezig: Kolomboor (groot/ klein), schuurmachine, soldeerpunten/ apparaat, figuur-, afkort- en metaalzaag en een zaagtafel. afzuig / verzamelvoorziening

49

Functies ‘Techniek’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN ‘Techniek’ bestaat uit een praktijklokaal, opslag (gedeeld met CKV) en machinerie (gedeeld met CKV). Onderdeel van de techniekvlek is de machinerie van de conciërges omdat zij regelmatig gebruikmaken van elkaars machines-/ apparatuur. Het moet mogelijk zijn om het gemaakte werk op een centrale en zichtbare plek te etaleren; zowel binnen het lokaal en de zone, als daarbuiten. + Technieklokaal: Het theorielokaal biedt plek voor maximaal 32 leerlingen en bevat één wand met meetgereedschap en opbergkisten voor elke klas, één wand om te kunnen etaleren, één wand met maak gereedschap en één wand met apparatuur. In het lokaal zijn er zestien werkbanken/ tafels (geschikt voor twee leerlingen inclusief bankschroef), docententafel, twaalf soldeertafels en verder benodigd apparatuur/ aansluitingen die benodigd zijn om technieklessen te geven. wanden te verplaatsen?

+ Opslag: Met CKV/ Handvaardigheid gedeelde opslag (van ongeveer 40 m2, onderdeel van opslagfactor). + Machinerie: Zie vorige pagina.

50

Theorie

Overlegruimten Talenplein Werkplekken docenten

Gesloten theorielokalen

Multifunctionele Aula/ Leerplein

51

Functies ‘Theorie’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De theoriezone bestaat uit twee zones met voornamelijk gesloten theorielokalen. De gangzones (ook in de rest van het gebouw) zijn multifunctioneel inzetbaar. In één van de twee zones is het talenplein ondergebracht.

+ Gesloten theorielokaal: De theorielokalen zijn gesloten, maar vanuit de gang is er een bepaalde mate van zicht op de lokalen bijvoorbeeld d.m.v. een aantal glazen stroken in de gangwand. Alle theorielokalen zijn voorzien van een vast digibord (behalve bij de theorielokalen die samengevoegd of gesplitst kunnen worden, hier mobiele digiborden) en whiteboard. De opstelling in de lokalen is flexibel. De ruimte is geschikt voor zowel klassikaal als individuele lessen. Ook kan er worden samengewerkt. Twee keer twee lokalen kunnen samengevoegd worden tot één ruimte voor 64 leerlingen en één theorielokaal moeten gesplitst kunnen worden in twee lokalen voor 16 leerlingen. In alle lokalen is er ruimte gereserveerd om materiaal op te hangen. + Multifunctionele aula/ Leerplein: In het hart van beide zones bevindt zich de multifunctionele aula/ het Leerplein voor 200 leerlingen. De ruimte biedt verschillende plekken voor werken, relaxen, ontmoeten en eten/drinken. Ook biedt het Leerplein een viertal aanland-/ werkplekken voor docenten.

+ Werkplekken docenten: In beide zones wordt één ruimte met vier werkplekken gerealiseerd waar docenten kunnen ontmoeten, overleggen, (geconcentreerd) werken en spullen opslaan. De ruimtes zijn gemakkelijk te bereiken vanaf de gesloten theorielokalen en bevinden zich op een herkenbare en centrale plek. 52

Inspiratie schuifdeuren theorielokalen en multinzetbaarheid gangen

53

Functies ‘Theorie’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + Overlegruimten: In de zones worden twee overlegruimten gerealiseerd één voor 2-4 personen en één voor maximaal 15 personen. De ruimten zijn multifunctioneel in te zetten voor zowel docenten en medewerkers, als voor leerlingen.

+ Werkplekken docenten: Zie zone ‘specials’ voor activiteiten en eisen van de werkplekken.

Treinzitjes

Stilteruimte

+ Talenplein: Momenteel volgen alle leerlingen minimaal één les per week Nederlands en de moderne vreemde talen op het talenplein. Tijdens de lessen op het talenplein werken leerlingen van verschillende leerjaren en afdelingen zelfstandig aan hun opdrachten. Zij worden begeleid door de op het talenplein aanwezige docenten. Hiervoor worden voldoende werk-/ aanlandplekken gecreëerd. In theoriezone 1 wordt één talenplein gecreëerd voor 128 leerlingen. Het plein is ingedeeld in diverse zones met verschillende soorten werkplekken voor leerlingen (zie voorbeeld afbeelding hiernaast). De architect wordt verzocht om verschillende scenario’s te ontwikkelen om te komen tot een optimale indeling van de projectruimten en dit af te zetten tegen de investering die ook benodigd is voor inrichtingselementen. NB. Deze afbeelding geeft een indicatieve indeling weer.

54

Inspiratie multifunctioneel inzetten gangen

55

Projecten Overlegruimte

Team X

Werkplekken docenten Besloten lokaal

Open werkruimte ‘stilte’

Etaleren

Projectruimten

Verzorgingslokaal/ Keuken

Labruimte BiNaSk Art, Media & Design lokaal

Open werkruimte ‘reuring’

Multifunctionele Aula/ Leerplein

Open werkruimte ‘ruis’

Theater/ Collegezaal

56

Functies ‘Projecten’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN In de nieuwbouw zullen de leerlingen meer projectmatig onderwijs volgen. Hierbij zullen zij geconfronteerd worden met levensechte contexten waarbij ze kennis en vaardigheden van verschillende vakken, aangevuld met de leerdoelen van Wereldwijs, moeten integreren en toepassen om tot een gewenst product te komen. Ongeveer 1/3e van de onderwijstijd zal bestaan uit projectonderwijs. In de zone is het van belang dat de leerlingen worden uitgedaagd en geïnspireerd aangaande relevante kwesties (Wereldwijs). Daarnaast is er voldoende ruimte om het werk dat wordt gecreëerd te etaleren. Ook moeten de ruimten flexibel in te delen en in te richten zijn aangaande het thema van de projecten en de manier van werken (individueel, verschillende groepsgroottes). De zone staat in verbinding met de andere projectruimten in de zone met specials (Art, Media & Design lokaal, Labruimte/ Leerplein BiNaSk en Verzorgingslokaal/ Keuken) en de ontvangst en ontmoeten zone (Theater/ Collegezaal). + Besloten lokalen: De besloten lokalen zijn multifunctioneel inzetbaar voor 32 leerlingen. Bijvoorbeeld: klassikaal uitleg geven, presenteren van (werk)stukken, individueel of in groepen werken aan projecten etc. + Multifunctionele Aula/ Leerplein: Zie zone theorie voor de activiteiten en eisen van de multifunctionele Aula/ Leerplein.

+ Werkplekken docenten: Zie zone specials voor activiteiten en eisen van de werkplekken. + Overlegruimte: Zie zone theorie voor eisen van de overlegruimte. 57

Functies Projecten FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + Open werkruimten: In de zone worden verschillende soorten open werkruimten gecreëerd. De ruimten bevatten een gevarieerd aanbod aan meubilair en kenmerken zich door speels gebruik van hoogteverschillen en materiaal. Daarnaast bieden de open werkruimten aanland-/ werkplekken voor docenten (minimaal 1 per 32 leerlingen). –

Werkruimten ‘stilte’ (2): biedt per ruimte plek aan 32 leerlingen waar ongestoord en prikkelarm aan projecten gewerkt kan worden.

–

Werkruimten ‘ruis’ (2): biedt per ruimte plek aan 64 leerlingen. In deze ruimten werken zij geconcentreerd aan projecten waarbij er (zachtjes) gepraat (overlegd) mag worden. Leerlingen kunnen ‘ruis’ ervaren.

–

Werkruimten ‘reuring’ (2): biedt per ruimte plek aan 64 leerlingen. In deze ruimte is er meer beweging, drukte en bedrijvigheid. Leerlingen kunnen met elkaar overleggen en docenten kunnen iets aan een (grote) groep uitleggen.

+ Projectruimten: Verschillende inspirerende, maar prikkelarme ruimten (voorzien van scherm) waar acht leerlingen kunnen samenwerken. De docent dient gemakkelijk te zien wat er zich in de ruimte afspeelt. + Etaleren: Zowel binnen als buiten de zone dient er voldoende mogelijkheid te zijn om gemaakt werk te etaleren. Dit kan slim worden verwerkt in bijvoorbeeld gangzones, maar dit moet ook mogelijk zijn op prominente plekken zoals het atrium en het entreegebied.

58

Inspiratie talenplein/ open werkruimten

59

Functies ‘Team-X’ (thema vakken) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN In het thematische projectonderwijs van Team-X staan de leerling en zijn creativiteit centraal. Het leren vindt plaats in een contextrijke omgeving. De vakken techniek, verzorging en beeldende vakken worden in projectvorm aangeboden. De overige vakken, zogeheten themavakken, worden aangeboden in verschillende thema’s (vier per jaar). De leerlingen van Team-X volgen deze themavakken in de ruimte (thuisbasis) van Team-X met leerlingen van verschillende leerjaren door elkaar. Omdat de leerlingen van Team-X één vaste thuisbasis hebben is het van belang dat de zone voor hen herkenbaar is en aanvoelt als thuiskomen’. Het is een veilige omgeving met een variatie aan werkplekken. Ook dient de uitstraling van (een deel van) de ruimte aangepast te kunnen worden naar aanleiding van de verschillende thema’s. Bijvoorbeeld d.m.v. een themahoek of -muur. op welke manier uitstraling aan te passen? De zone heeft zowel een relatie met de werkruimten van projecten, als met de ruimten in de specials zone (Art, Media & Designlokaal, labruimte/ Leerplein BiNaSk en verzorgingslokaal/ keuken). De ruimte/ zone van Team-X bestaat uit één open werkruimte die vergelijkbaar is het met het talenplein (zie ‘theorie zone’). In de werkruimte moet het mogelijk zijn om individueel en in groepjes te werken.

Daarnaast dient een docent instructie te kunnen geven aan groepen van verschillende omvang.

+ Projectruimten: Ook zijn er vier projectruimten voor maximaal acht leerlingen. Zie bij functies voor ‘projecten’ voor de wensen en eisen van de projectruimten.

+ Stille zone: Onderdeel van de open werkruimte is een stille zone, die (deels) afgesloten kan worden, waar maximaal 32 leerlingen tegelijk instructie kunnen krijgen of kunnen werken. + Werkplekken docenten: Daarnaast dienen er in de open werkruimte minimaal vier aanland-/ werkplekken voor docenten te worden gerealiseerd. 60

Bewegingsonderwijs

Gymzaal

Gymzaal

Gymzaal Kleedkamers

Overdekte ruimte Berging

61

Functies ‘gym’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De zone voor bewegingsonderwijs bestaat uit drie gymzalen, overdekte buitenruimte, kleedkamers voor leerlingen en docenten en voldoende opslag voor materialen. De zone is te betreden via een aparte entree. + Gymzalen: De drie afzonderlijke gymzalen die geschikt zijn voor 32 leerlingen kunnen samengevoegd worden tot één sporthal. –

Akoestiek: Er moet veel aandacht zijn voor akoestiek. Bijvoorbeeld door gebruik van akoestische wanden of panelen (waar geen materiaal achter kan blijven hangen).

–

Belijning: De gymzalen zijn voorzien van de volgende lijnen: elke zaal heeft belijning volleybal en badminton (3 velden). De belijning voor korfbal, voetbal, volleybal (groot) en hockey wordt aangebracht op de vloer van de drie gezamenlijke gymzalen (sporthal). Voorbeeld zoals hiernaast, definitieve belijning af te stemmen in de ontwerpfase.

–

Daglicht: Bij voorkeur treedt daglicht toe in de hoeken van de zaal met uitkijk op bijv. natuur of sportveld.

–

Besloten: Het moet niet mogelijk zijn dat leerlingen die zich buiten de gymzaal bevinden (zowel in de gangzone, als buiten) een les te verstoren.

–

Wensen: Verrijdbare smartboards voor uitleg eventueel verwerkt in de wanden, elektrisch ringenstel (niet op WiFI), baskets met zelf bestuurbaar mechanisch systeem, verborgen dansspiegel en/of klim/ boulderwand. 62

Functies ‘gym’ FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN + Overdekte buitenruimte: In het projectbudget is budget opgenomen voor vier gymzalen. Aangezien het Mill Hill College de voorkeur geeft aan drie gymzalen en één overdekte buitenruimte zal deze overdekte buitenruimte ook (deels) gefinancierd worden uit het budget voor de vier gymzalen. De buitenruimte is groot genoeg om les te geven aan 32 leerlingen. De inrichting van de buitenruimte wordt in een later stadium bepaald. + Kleedkamers: Het is wenselijk om per zaal twee kleedkamers (dames en heren) met daartussenin een doorloopgang waarbij de leerlingen richting alle zalen kunnen lopen. + Docentenruimte: Op een logische plek gepositioneerd inclusief afgesloten douche. + Berging: Er is een grote wens voor één algemene berging die bereikbaar is vanuit alle drie de zalen. Om geluidsoverlast te voorkomen dienen er geluidsdichte (rol) deuren toegevoegd te worden. Drie bergingen per zaal volstaan ook.

+ Buitenberging: Voldoende berging dichtbij de overdekte buitenruimte. + Speelsportveld: Het Mill Hill College pleit voor een sportveld waar minimaal vier klassen tegelijkertijd buiten gymles kunnen volgen. Dit sportveld valt niet binnen voorliggend PvE, maar is wel onderdeel van het bewegingsonderwijsconcept van het Mill Hill College.

63

Inspiratie Gym

64

Ruimtelijk Programma van Eisen

65

Vormfactoren RUIMTELIJK PROGRAMMA VAN EISEN De nieuwbouw dient een compact gebouw te worden met slimme vormfactoren. Dit geldt zowel voor de totale gebouwvorm als de afmetingen van de diverse ruimten. Daarbij dient gezocht te worden naar eenheid in kleinschaligheid om aan te sluiten bij de gedachte van het Mill Hill College.

Vanwege de (sociale) veiligheid is het van belang dat er geen dode hoeken in de school aanwezig zijn, zodat er goed toezicht met camerabeveiliging gehouden kan worden. Zie voor de vormfactoren RKO [Deel B] Prestatiedocument incl. ruimteboek.

66

Ruimtestaat (hoofdlijnen) RUIMTELIJK PROGRAMMA VAN EISEN In de ruimtestaat is een omrekenfactor van 1,5 (NVO > BVO) gehanteerd volgens de OMO-richtlijnen. Voor bewegingsonderwijs is een opslag van 1,2 gehanteerd. De volledige ruimtestaat is separaat toegevoegd.

Zone

m² nvo

m² bvo

Centrale zone voor ontvangen en ontmoeten

1.720

2.580

Ontvangst

195

293

Ontmoeting

918

1.377

Faciliteren

226

339

Ondersteuning

381

572

Specials

1.347

2.021

Theorie

1.870

2.805

Zone 1

1.043

1.565

Zone 2

827

1.241

Projecten

1.328

1.985

Project werken

1.070

1.646

Team X

226

339

1.377

1.652

Gymzalen

1.377

1.652

Gymzalen incl. overdekte buitenruimte

1.850

2.220

6.265

9.390

Gym

Totaal excl. gym

67

Beeldverwachting

68

Architectuur - associaties BEELDVERWACHTING De nieuwbouw mag wel opvallen, maar moet daarbij passen in de natuurlijke omgeving. Dit moet terugkomen in de vormen, maar vooral in het materiaalgebruik. De volgende associaties zijn gebruikt: + Folly: De nieuwbouw dient op te gaan in de omgeving: binnen en buiten dienen met elkaar verbonden te zijn. Ook het gebruik van staal spreekt aan. + Klooster: De open centrale plek van het klooster spreekt aan en dient te worden verwerkt in de nieuwbouw door dit bijvoorbeeld bij het Atrium toe te passen. Niet de geslotenheid. + Loods: De organisatievorm van de loods spreekt het idee van alles overkoepeld onder één dak aan: + Paviljoen: Het is zeer wenselijk dat er sprake is van veel daglichttoetreding in het pand, zoals bij het paviljoen. De vorm van het paviljoen spreekt echter niet aan. + Hutten: De nieuwbouw dient te worden gebouwd van natuurlijk (en bij voorkeur) circulair materiaal. ‘’’Dorps’ zit in de beleving van het individu en niet per se in de uitstraling. Het pand mag dus in ieder geval voor het individu niet afschrikken.’’

69

Architectuur - inspiratiebeelden BEELDVERWACHTING Het ontwerp van het gebouw dient te voldoen aan de volgende trefwoorden: Modern en toekomstbestendig Gezond en natuurlijk (Biophilic Design principles) Mooi ingepast in de groene omgeving met veel binnen-buitenrelaties Subtiele en artistieke (kleur)accenten

70

Sfeer & inrichting - associaties BEELDVERWACHTING De sfeer en inrichting van het gebouw zijn als volgt omschreven:

Kleurrijk Natuurlijk: lichte kleuren en planten Landelijk: Om sfeer te creëren Stoer: Robuuste, onafgewerkte muren

71

Sfeer en inrichting - inspiratiebeelden BEELDVERWACHTING De sfeer en de inrichting van het gebouw dienen voor iedere leerling aan te voelen als een: Dorpse school/ thuisbasis. Stimulerende omgeving (talentonwikkeling). Veilige omgeving. Wat zeker in de inrichting moet terugkomen is:

Verschillende soorten flexibel meubilair. Mogelijkheid om tijdens de praktijklessen gecreëerd werk te etaleren op (een) zichtbare plek(en).

72

Landschap - inspiratiebeelden BEELDVERWACHTING

De landschapsinrichting haalt binnen naar buiten en dient te voldoen aan de volgende eisen: Groen, relaxed en prettig Ontmoeting en stilte Verrassend en speels (overdekt, half open, afwisseling, etc.). De route naar het gebouw moet aantrekkelijk zijn en passen bij wat er zich in het gebouw afspeelt

73

Technische prestaties

74

Algemene uitgangspunten

Wet- en regelgeving

TECHNISCHE PRESTATIES Vigerende wet- en regelgeving Het Mill Hill College dient te voldoen aan de lokale regelgeving, de Nederlandse en de Europese normeringen. De wettelijke eisen en richtlijnen zijn niet integraal in het PvE overgenomen, maar zijn alleen vermeld wanneer dit relevant is. De wettelijke eisen zijn onder andere, niet uitputtend:

+ Wet op de Ruimtelijke Ordening

+ Wet Milieubeheer (WM)

Naast bovenstaande eisen zijn ook de volgende richtlijnen van toepassing:

+ Arbeidsomstandighedenwet

+ Handboek voor Toegankelijkheid.

+ De aan de regelgeving gekoppelde normen van het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) + Keuringsinstanties KEMA, TNO, VdE, Vds etc.; + Van toepassing zijnde eisen van alle keuringsinstanties conform de Europese regelgeving, zoals ENEC-keur, met goedkeuring van het plaatselijke Nutsbedrijf.

+ HACCP (bij keukens).

+ Richtlijn Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting RKO OMO. + Normen KVLO handboek huisvesting bewegingsonderwijs.

+ Bouwbesluit 2012

+ De brandveiligheidseisen zoals die zijn geformuleerd door Bouwbesluit, de gemeentelijke verordeningen en de NEN-normen.

+ De algemeen geldende eisen ten behoeve van verkrijging van het vignet ‘Internationaal Toegankelijkheidssymbool’ (bereikbaarheid mindervaliden), conform het gestelde in ‘woonkeur’ en Bouwbesluit met daarin het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’ en NEN 1814 voor alle ruimtes in het gebouw.

het

+ Certificerende instituten (KIWA, KEMA, GIVEG, VEWIN, etc.). + Beoordeling van de constructieve veiligheid van een gebouw bij nieuwbouw, verbouw en afkeuren Grondslagen voor aardbevingsbelastingen: Geïnduceerde aardbevingen (NPR 9998:2017). + Legionellapreventie (BRL6010). Bovenstaande lijst is niet limitatief. Van alle genoemde regel- en wetgeving is steeds de laatste versie van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1725/documents/28343