10 Vast te stellen bestemmingsplan Turnhoutsebaan 8 Goirle.pdf
Tekst van het document
Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist);
Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).
De aanleiding voor het opstellen van dit landschappelijk inpassingsplan is het wijzigen van de bestemming voor de locatie Turnhoutsebaan 8 Goirle, in de gemeente Goirle. Het plan betreft een bestemmingswijziging van ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van opslag van materieel van het klusbedrijf. Daarbij wordt het bouwperceel van vorm veranderd om in de nabije toekomst de huidige (bedrijfs)woning levensloopbestendig te maken. De opslag van materieel is uitsluitend ten behoeve van het eigen klusbedrijf. Het exploiteren van een werkplaats annex aannemersbedrijf met personeel wordt uitgesloten. Er moet sprake zijn van kleinschalige bedrijvigheid (eenmanszaak) en maximaal bedrijfscategorie 2. Daarbij zullen geen sloopwerkzaamheden plaatsvinden. De ruimtelijke ontwikkeling dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Binnen de gemeente Goirle is het afsprakenkader van de regio Hart van Brabant van toepassing. Op 26 november 2015 is de notitie ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’ vastgesteld. In deze notitie worden drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden:
Het initiatief betreft het wijzigen van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. Het bestaande bestemmingsvlak heeft een omvang van ca. 3.030 m2. De beoogde bedrijfsbestemming krijgt een omvang van 2.783 m2, waar binnen de bestaande bedrijfsbebouwing van ca. 380 m2 en de bedrijfswoning is toegestaan. Het nieuwe bestemmingsvlak voor ‘Bedrijf’ is van vorm veranderd ten opzichte van het huidige bestemmingsvlak Agrarisch – Bedrijf. Dit als gevolg van de feitelijke en kadastrale situatie. Aan de oostzijde ligt een deel van het bestemmingsvlak Agrarisch – Bedrijf met een oppervlakte van 239 m2 op de bestaande parallelweg
van de Turnhoutsebaan op grond van de gemeente. Dit gedeelte zal in de nieuwe situatie de bestemming Verkeer krijgen. In plaats hiervan zal aan de noordzijde het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ met 239 m2 vergroot worden. Ook aan de zuidzijde vinden als gevolg van de kadastrale eigendomsgrenzen enkele wijzigingen plaats. Een gedeelte van ca. 245 m2 van het huidige bestemmingsplan Agrarisch Bedrijf behoort kadastraal tot het eigendom van het aangrenzende perceel. De bestemming hiervan wordt in de nieuwe situatie gewijzigd naar Agrarisch Landschapswaarden. Daarnaast is er een stukje grond met een oppervlakte van ca. 20 m2 met de bestemming Wonen, dat kadastraal tot het eigendom van de initiatiefnemer behoort. In de nieuwe situatie zal dit gedeelte de bestemming ‘Bedrijf’ krijgen. Wijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ naar ‘Bedrijf’ behoort in dit geval tot categorie 3. In dit landschappelijk inrichtingsplan is de landschappelijke inpassing en de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering uitgewerkt.
1
Het plangebied Turnhoutsebaan 8 Goirle ligt in het deelgebied Beekdal flanken.
HOOFDSTUK 2. BESTAANDE SITUATIE 2.1 Het landschap van Regte Heide, Bossen en landgoederen Passtuk de Katsbogte
Als concrete spelregels voor dit gebied worden aangedragen: De spelregels zijn grotendeels gebaseerd op het concept beheerplan voor de Regte Heide:
In 2016 heeft de gemeente Goirle het Landschapsbeleidsplan vastgesteld. Het landschapsbeleidsplan bestaat uit een robuust groen raamwerk, wat verschillende ontwikkelingen in de tijd kan opvangen, wat een aantrekkelijk, beleefbaar en gevarieerd buitgebied oplevert en wat het natuurnetwerk ondersteunt en aanvult. Het raamwerk bestaat uit de volgende lagen: het natuurnetwerk, de vier landschapsdelen, de drie beken, de lange lijnen van aantal doorgaande routes en het routenetwerk. Elke laag heeft zijn eigen ruimtelijke karakteristiek en eigen spelregels ter ontwikkeling. Het plangebied is gelegen in het “Het landschap van Regte Heide, Bossen en landgoederen Passtuk de Katsbogte”. De Regte Heide wordt ingekaderd door twee beekdalen en een landgoederenzone. Aan de noordzijde introduceren we een nieuw plas-dras groengebied in de Katsbogte ter versterking van dit natuurhart. Deelgebied Midden bestaat uit een grote diversiteit aan landschappen, die willen behouden en versterken. Het deelgebied is beleefbaar door middel van een uitgekiend routenetwerk, waarbij de kwetsbare natuur wordt ontzien.
2
Zo groot mogelijk aaneengesloten gebied.
Relatie met de beekdal van de Poppelsche Leij versterken.
Inzetten op vernatten van de directe omgeving van het heidecomplex op de flanken, in de bossen en de beekdalen.
Ontwikkeling van kwelgerelateerde natuur en waterberging in gebied Katsbogte, m.b.v. duurzame economische drager.
Zonering van recreatie in het gebied. Kansen voor recreatieve ontwikkelingen rond Natuurpoort Roovertsche Leij.
Flanken van de beekdalen duurzaam inrichten door middel van coulissen. Erven, (duurzame) agrarische bedrijven, recreatieondernemingen en overige functies worden landschappelijk ingepast binnen deze coulissen.
Eventueel ontwikkelen van nieuw plas-dras groengebied in de Katsbogte, met de functie van waterberging en kwelzone door middel van een economische drager.
Erf/tuin
Erf
Voor erven en tuinen kan dit worden gecreëerd met onderstaande basisspelregels, beplantingssoorten en beheer: Schaal niveau
Basis spelregel
Materialisering
Beplantingssoorten
algemeen
Flanken van beekdal ruimtelijk versterken, inpassing van allerlei functies als bijv. biologische melkveehouderij, puinbreekbedrijf
Coulissen ontwikkelen met kamerstructuur, laanvormige elementen, houtsingels en bredere bosstroken
Zomereik, ruwe berk, eventueel grove den (droog) of zwarte els (nat), wilde lijsterbes en vuilboom
Landschap
Open ruimte op flanken natuurlijk inrichten
Stimuleren van graanakkers en koolzaadvelden t.b.v. bijen en insecten
3
Kruidenrijke akkerranden rondom akkers
Inheems zaadmengsel
Bebouwing langs de randen in ruim opgaand groen
Boomgroepen of solitaire groepen
Linden aan voorzijde erf, overige soorten elders op het erf, noot, kastanje, en fruitbomen, zoete kers, beuk of gewone esdoorn, es op rijkere plekken
Beplanting/ bosjes geriefhout in de overhoeken rond de es
Hoofdsoort zomer- wintereik, lijsterbes, meidoorn, hazelaar, sering etc.
Omgaan met erven In het landschapsbeleidsplan wordt het geheel van het landschap beschreven, maar ook de kleinere onderdelen.
Erfbeplanting is dus essentieel op de kleine schaal, maar ook op de schaal van het landschap. Vele erven samen bepalen de karakteristiek van het grotere geheel.
Juist door de herhaling van de kleine elementen kunnen deze op het landschap een grote impact hebben, zoals bijvoorbeeld erven, architectonische elementen en het straatmeubilair.
Indeling op de erf Van oudsher kennen erven een karakteristieke tweedeling. Wonen bevindt zich vóór op het erf, gecombineerd met een sier-, moestuin en boomgaard, het werken aan de achterzijde op het doelmatige erf. De voorkant van het erf is altijd open naar de weg toe, men mag zich tonen. Het achtererf was veel soberder van karakter en kende een meer functionele indeling.
Aansluitend op de Verordening Ruimte is de landschappelijke inpassing van ontwikkelingen in het buitengebied belangrijk, o.a. op bestaande erven en nieuwe erven. Door deze particuliere investeringen kan het landschap zich in de juiste richting ontwikkelen.
Per agrarisch bedrijf een ander type erf De erfbeplanting is ook afgestemd op het type bedrijf. Bij melkveehouderijen is het essentieel om de huiskavel goed te overzien, de achterzijde is niet ingeplant met hoog opgaande beplanting. Bij een akkerbouwbedrijf is dat niet het geval, de achterzijde van het erf kan beplant kan zijn.
De gemeente Goirle hecht grote waarde aan duidelijkheid voor zijn burgers, en aan het robuust maken van het groene casco in het buitengebied, waardoor de opnamecapaciteit van elementen in het landschap vergroot wordt. Per deelgebied zijn spelregels voor de erven verder uitgewerkt. Erfbeplanting vormt een integraal onderdeel van de ruimtelijke compositie van het erf en meer dan alleen de groene rand van de kavel. Erfbeplanting is een autonoom element en is niet aan de bebouwing “vastgeplakt”. Erfbeplanting is dan ook onderdeel van de ruimtelijke opbouw van het landschap.
4
boomsingels en laanstructuren. De erven worden omrand door hagen. In de beekdalen komen bijna geen erven voor en als ze voorkomen liggen ze altijd op een hoger niveau. De Blokskens is een goed voorbeeld van dit soort erven. Hier gelden dezelfde spelregels als voor de erven rond de essen, kleinschalig, dichte randen bestaande uit hagen, houtwallen en geriefbosjes. Turnhoutsebaan De Turnhoutsebaan is een onderdeel van het rijkswegennet vanaf 1815 en legde via de dorpen een verbinding tussen Den Bosch en Turnhout. In het buitengebied was deze keiweg kaarsrecht en beplant met twee lijnen eiken. In de dorpen vervolgde de weg de hoofdroute door het dorp, zoals in Goirle. Vanaf het Rijkswegenplan 1932 was de weg onderdeel van rijksweg 65, bij de aanleg van de A58 in 1971 werd de omlegging rondom om Goirle gerealiseerd. De Turnhoutsebaan is op te delen in vijf segmenten, gebaseerd op de periode van aanleg:
Erf per deelgebied Voor elk deel onderscheiden we een andere opbouw van het erf. Op de jonge ontginning van deelgebied West vormen de erven stoere ruimtelijke eenheden in het open, rationeel verkaveld landschap. De dichte struweelbeplanting van de erven vormt onderdeel van de lange lijnen in het landschap. De erven rond de essen en kampen zijn kleinschaliger van opzet met dichte randen bestaande uit hagen, houtwallen en geriefbosjes. De erven op de flank van de dekzandruggen van de Regte Heide en de landgoederenstrook vormen onderdeel van het coulissenlandschap, de beplanting langs de randen sluit aan op de 5
Segment 1: A58 Rillaerse Baan Dit wegdeel is breder van opzet met meerdere rijen bomen (Gemeente Tilburg).
Segment 2: Rillaerse Baan Tyvoortsebaan: laanbeplanting en een beplante aarden wal. Goirle zelf is bijna niet zichtbaar door de scheiding met een aardenwal, die aan de binnenzijde een parkstrook is rondom de woonwijken.
Segment 3: Tyvoortsebaan Het beekdal van de Leij open houden
Segment 4: Poppelseweg recreatieve Dubbele rij bomen in driehoeksverband.
poort:
Segment 5: Recreatieve poort - Belgische Laanbeplanting en rijen bomen in bosbeplanting.
grens:
-
Poppelseweg:
Het plangebied Turnhoutsebaan 8 ligt binnen segment 4 “Poppelseweg – recreatieve poort”. Hiervoor geldt als spelregel Dubbele rij bomen in driehoeksverband met als beplantingssoort Zomereik.
6
2.2
Bestaande landschappelijke situatie Turnhoutsebaan 8
Het plangebied ligt aan de Turnhoutsebaan ten zuiden van Goirle. De Turnhoutsebaan is hier voorzien van bomenrijen langs de weg. Ter plaatse van het plangebied is een parallelweg aanwezig, die de ontsluiting vormt van de Turnhoutsebaan 8 en de naastgelegen woning Turnhoutsebaan 10. Circa 500 meter ten westen van de Turnhoutsebaan ligt het beekdal van de Poppelsche Leij en het landgoed Nieuwkerk, waar de beek doorheen stroomt. Het plangebied Turnhoutsebaan maakt deel uit van de beekdalflanken. Direct ten zuiden van het plangebied is een gebied gelegen dat bestemd is als Natuur (hydrologische waardevolle kern). Het bestaat uit een voornamelijk open gebied van ruig, bloemrijk grasland met enkele poelen. Rond de poelen staan enkele bomen zoals knotwilgen en elzen. Ten noorden van het plangebied liggen open agrarische gronden. Momenteel bevinden zich op het perceel twee stallen met een gezamenlijk oppervlakte van ca. 375 m2. Rondom de stallen is terreinverharding aanwezig ten behoeve van de toegangsmogelijkheden. Aan de zuidzijde van de stallen staan enkele bomen. Aan de voorzijde van het plangebied staat de bedrijfswoning met aan de voorzijde een siertuin en het toegangspad. Aan de andere zijde van het toegangspad is een grasveld gelegen met een fruitboomgaard. 7
BESTAANDE SITUATIE Eigendomsgrens
Bestemming Agrarisch landschapswaarden
Bestemming Agrarisch bedrijf
tuin
opp. ca. 3.030 m2
fruitboomgaard
Bestemming Natuur
Bestemming Agrarisch landschapswaarden
Bestemming Wonen
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN Turnhoutsebaan 8 - Goirle 26 maart 2020 projectnr. 20016 (oppervlakten zijn indicatief) schaal 1: 1.000 0m
50 m
HOOFDSTUK 3. BENODIGDE KWALITEITSVERBETERING
Bestaande situatie
Het planvoornemen is getoetst aan het afsprakenkader van de regio Hart van Brabant. Hieruit is gebleken dat het planvoornemen valt onder een categorie 3 ontwikkeling.
Functie
Grondprijs Gemiddelde €/m²
Oppervlakte Waarde
Agrarisch Bedrijf
€ 25,-
3.030 m2
€ 75.750,-
Agrarisch € 8,Landschapswaarden
3.017 m2
€ 24.136,-
20 m2
€ 5.000,-
6.067 m2
€ 104.886,-
Uitwerking plangebied – investering kwaliteitsverbetering Als eerste wordt de huidige waarde van het plangebied berekend. Vervolgens is de waarde van het plangebied na realisatie van het plan berekend. Het verschil tussen beide waarden geeft de waardevermindering of waardevermeerdering van het plangebied aan. Bij een waardevermeerdering dient 20% geïnvesteerd te worden als tegenprestatie.
Wonen
€ 250,-
Totaal Nieuwe situatie Functie
Onderstaande gegevens zijn als basis genomen voor de berekening van de huidige en toekomstige economische waarde van het plangebied: Agrarisch Bedrijf: € 25,-/m2 Agrarisch Landschapswaarden: € 8,-/m2 (volgens taxatie) Bedrijf bebouwd: € 90,-/m2 Bedrijf onbebouwd: € 45,-/m2 Wonen: € 250,-/m2 Groen/Natuur: € 1,-/m2 Verkeer: € 1,-/m2
Oppervlakte Waarde
Bedrijf bebouwd € 90,(380 m2)
380 m2
€
Bedrijf onbebouwd
€ 45,-
2.403 m2
€ 108.135,-
Agrarisch € 8,Landschapswaarden
200 m2
€
1.600,-
34.200,-
Groen/natuur
€ 1,-
2.845 m2
€
2.845,-
Verkeer
€ 1,-
239 m2
€
239,-
Totaal
9
Grondprijs Gemiddelde €/m²
6.067 m2
€ 147.019,-
Conclusie In de nieuwe situatie is sprake van een waardevermeerdering van € 42.133,- (€ 147.019,- min € 104.886,-). Er is dus sprake van een waardevermeerdering waarover een bijdrage in de kwaliteitsverbetering van het landschap afgedragen moet worden. Bij een waardevermeerdering dient 20% geïnvesteerd te worden als tegenprestatie. In dit geval bedraagt dat een bedrag van 20% x € 42.133,- = € 8.426,60. Uit het landschappelijke inpassingsplan en de bijbehorende kostenraming voor aanleg en beheer (zie hoofdstuk 4) blijkt dat sprake is van een totale investering van € 9.123,54. Er wordt voldaan aan de vereiste investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap.
10
11
De beplanting bestaat uit inheemse struik- en boomvormende beplanting, zoals ruwe berk, wilde lijsterbes, vuilboom, gewone esdoorn, zwarte els, noot of kastanje. Hoewel in het Landschapsbeleid van de gemeente voor dit gebied eiken staan vermeld, worden er vanwege de eikenprocessierups bij voorkeur andere boomsoorten toegepast. Vanaf de woning en het er zijn een aantal zichtlijnen in stand gelaten richting het achterliggende bosgebied en beekdal.
HOOFDSTUK 4. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwblok/bestemmingsvlak. Voor het initiatief is het Landschapsbeleid van de gemeente Goirle als basis genomen voor de landschappelijke inpassing. Het uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van Turnhoutsebaan 8 is het duurzaam inrichten van de flanken van de beekdalen door middel van coulissen. Erven worden landschappelijk ingepast binnen deze coulissen.
Aan de zuidzijde van het perceel wordt op de kadastrale grens met het naastgelegen woonperceel Turnhoutsebaan 10 over een lengte van ca. 100 meter een knip- en scheerhaag aangeplant, in de vorm van een beukenhaag. Deze haag heeft een breedte van ca. 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter.
Hiertoe zal bij de Turnhoutsebaan 8 een groene kamer gerealiseerd worden op de beekdalflank. De bestaande bebouwing en het erf wordt landschappelijk ingepast door de aanplant van een nieuwe houtsingel aan de noord- en westzijde met een lengte van ca. 100 meter. De houtsingel heeft een breedte van ca. 5 meter. De struikenlaag wordt 3-5 m hoog, maar daarin staan boomvormers die op den duur hoger worden, tot ca. 20m. De boomvormers moeten wel goed onderhouden worden om tot boom uit te groeien, zonder dat ze verdrukt worden door de struiken. Bij voorkeur in grotere maat aanplanten.
De bestaande bomen op het erf blijven behouden. De fruitboomgaard aan de zuidoostzijde wordt aangevuld met 2 nieuwe fruitbomen. Aan de noord- en westzijde wordt een deel van de huidige agrarische gronden ingericht als een open, ruig, bloemrijk grasland. Op deze wijze wordt direct aangesloten op het bestaande natuurgebied aan de zuidzijde van het perceel, waar enkele poelen zijn gelegen in open en ruig grasland.
12
Langs de bestaande watergang langs de parallelweg van de Turnhoutsebaan wordt een bomenrij aangeplant van Zwarte Els. Deze bomen zijn geschikt voor een vochtige plek langs watergangen en verwijzen naar de historische naam van het gebied “Elsbosch”. Tevens wordt met de bomenrij aangesloten bij de laanstructuur van de Turnhoutsebaan. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de opname van een bepaling in de regels van het bestemmingsplan. Tevens wordt een overeenkomst landschappelijke inpassing gesloten om de aanleg en instandhouding van het inpassingsplan te waarborgen.
13
Kostenraming aanleg en beheer landschapselementen Oppervlakte/ aantal
Kosten aanleg, norm per eenheid
Kosten aanleg
Kosten beheer 10 jaar, norm per eenheid
Kosten beheer 10 jaar
totaal
500 m2 (64 planten per are: ca. 320 planten)
€ 1,58/stuk
320 x € 1,58 = € 505,60
€ 71,90 / are
5 x € 71,90 = € 359,50
€ 865,10
Aanplant boomvormers in nieuwe houtsingel
10 stuks
€ 60,62/stuk
10 x € 60,62 = € 606,20,-
€ 55,40,-/stuk
10 x € 55,40 = € 554,-
€ 1.160,20
Aanplant nieuwe beukenhaag / Knip- en scheerheg zuidzijde
100 m
€ 19,60/m
100 m x € 19,60 = € 1.960,-
€ 11,70/m
00 m x € 11,70 = € 1.170,-
€ 3.130,-
Aanleg bloemrijk grasland
2.300 m2
€ 0,20/m2
2.300 x € 0,20 = € 460,-
€ 92,-/100 m2
23 x € 92,= € 2.116,-
€ 2.576,-
Aanplant 10 Zwarte Els
10 stuks
€ 60,62/stuk
10 x € 60,62 = € 606,20,-
€ 55,40,-/stuk
10 x € 55,40 = € 554,-
€ 1.160,20
Aanplant 2 fruitbomen
2 stuks
€ 60,62/stuk
2 x € 60,62 = € 121,24
€ 55,40,-/stuk
2 x € 55,40 = € 110,80
€ 232,04
Aanplant houtsingel
nieuwe
Totaal kostenraming aanleg en beheer landschapselementen
€ 9.123,54
14
BIJLAGE 3: Standaard Verantwoording Groepsrisico Gemeente Goirle
Standaard Verantwoording Groepsrisico Gemeente Goirle
Opdrachtgever: N. Oosterbeek, gemeente Goirle Uitvoering L. Jansen, M. van der Wielen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum 24 april 2017
1
Standaard Verantwoording Groepsrisico Inleiding Deze standaard verantwoording groepsrisico betreft alle risicobronnen die kunnen leiden tot een groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, buisleidingen en autowegen. In deze standaard verantwoording worden binnen de gemeente aanwezige risicobronnen beschouwd, alleen indien hiertoe aanleiding bestaat wordt een specifieke bron specifiek benoemd. Deze standaard verantwoording wordt toegepast op grond van art. 13 voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordening. Voor het groepsrisico moet worden beschouwd welke populatie wordt getroffen door een ongeval met gevaarlijke stoffen. De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan/Wabo-besluit voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico. Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen. De Veiligheidsregio heeft ervoor gekozen om in vooraf bepaalde situaties een standaardadvies af te geven.
In het standaardadvies wordt in het kader van de verantwoording aandacht besteed aan de volgende aspecten: Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid; Mogelijkheden voor de rampenbestrijding; Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen Dit standaard advies, van 5 december 2016 is betrokken in onderstaande verantwoording. In de volgende paragrafen worden: Het toepassingsgebied van deze standaardverantwoording nader toegelicht. De groepsrisico’s van risicobronnen nader toegelicht. De bestrijding van de calamiteit en de zelfredzaamheid in relatie tot het standaard advies van de Veiligheidsregio nader uitgewerkt. Er wordt afgesloten met een verantwoording. Voor deze standaardverantwoording is verder van belang: Een ‘relevante toename van het groepsrisico’ is voor Goirle een toename van het groepsrisico van 10% of meer; De Veiligheidsregio hanteert in haar standaardadvies invloedsgebieden die soms hoger zijn dan wettelijk of bij vergunning op basis van een QRA zijn vastgelegd. Een voorbeeld is het invloedsgebied van een LPG-tankstation. Deze is 150 meter in plaats van 200 meter. Waar dit van toepassing is, zullen wij het standaardadvies van de Veiligheidsregio conform de wettelijk bepaalde of bij vergunning vastgelegde invloedsgebieden hanteren.
Toepassing Deze standaard verantwoording groepsrisico geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen: Buiten de 750 meter van een niet categoriale Bevi-inrichting1 of indien een kleinere invloedsgebied is vastgesteld en vastgelegd dan geldt deze kleinere afstand én; Buiten de 200 meter van een categoriale Bevi-inrichting2, autoweg,3 4 of buisleiding5 of indien de wettelijk vastgelegde afstand kleiner is dan 200 meter deze kleinere afstand.
1
Inrichting waarvoor een QRA is opgesteld Inrichting waarvoor vaste afstanden gelden voor plaatsgebonden risico en invloedsgebied (tabellen Revi) 3 Wegen zoals opgenomen in het Basisnet of overige wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt 4 Waterweg en Spoorweg is niet van toepassing 5 Leiding waarop het Bevb van toepassing is 2
2
Het beleid van de Veiligheidsregio ten aanzien van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten is dat deze zoveel mogelijk geweerd dienen te worden binnen 750 meter van een niet-categoriale Bevi inrichting en nieuwe bijzonder kwetsbare objecten binnen 200 meter van een categoriale Bevi inrichting en risicovolle infrastructuur. Daarnaast wordt opgemerkt dat binnen de randvoorwaarden voor het standaard advies van de Veiligheidsregio meer ontwikkelingen zijn toegelaten dan waarop deze standaardverantwoording betrekking heeft. Het betreft ontwikkelingen voor zover gelegen op een afstand van 30 meter tot 200 meter van een categoriale Bevi-inrichting, autoweg of buisleiding. De Veiligheidsregio acht het standaardadvies binnen deze zone alleen niet toepasbaar wanneer sprake is van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten. Echter deze ontwikkelingen hebben mogelijk een significante toename van het groepsrisico tot gevolg. Voor deze situaties dient dan ook een verantwoording groepsrisico te worden opgesteld en kan niet worden volstaan met onderhavige standaard verantwoording. Hierop kan worden uitgezonderd indien blijkt dat alleen sprake is van een zogenaamde beperkte verantwoordingsplicht op grond van het Bevt6 of Bevb7.
Dat wil zeggen dat dan geen verantwoording over de hoogte van het groepsrisico noodzakelijk is maar wel rekening moet worden gehouden met rampenbestrijding, zelfredzaamheid en hulpverlening in geval van een calamiteit. Voorwaarde hiervoor is dat de ontwikkeling op een afstand van minimaal 30 meter van de risicobron is gelegen. Concluderend is het toepassingsgebied van onderhavige standaard verantwoording opgenomen in onderstaande tabel: Tabel: Toepassingsgebied standaard verantwoording bij ontwikkelingen van (beperkt) kwetsbare of bijzonder kwetsbare objecten
Risicobron
Afstand ontwikkeling
Categoriale Bevi-inrichtingen Niet-categoriale Bevi-inrichting Transportroutes Buisleidingen
> Invloedsgebied of 200 m > Invloedsgebied of 750 m > 200 m > Invloedsgebied of 200 m
Voor toepassing van deze standaardverantwoording zijn de afstanden voor niet-categoriale inrichtingen (750 m) en categoriale inrichtingen (200 m) leidend, tenzij het invloedsgebied van betreffende inrichting, transportroute of buisleiding kleiner is. In dergelijke gevallen is het werkelijke invloedsgebied bepalend of verantwoording van het groepsrisico van toepassing is. Daarnaast is het toepassingsgebied ook weergegeven op een gebiedskaart (Pdf-bestand) die voor gemeenten ook via www.geobrabant.nl beschikbaar wordt gesteld (medio 2017) in een aparte kaart(laag) voor de standaard verantwoording groepsrisico (SVGR). Op deze kaart zijn hierdoor vier verschillende gebieden te onderscheiden:
6
Besluit externe veiligheid transportroutes
7
Besluit externe veiligheid buisleidingen 3
Tabel: Gebiedskaart verantwoording groepsrisico Legenda
Gebied
Verantwoording en advies
Geel
Op korte afstand van een risicobron: tot 30 meter
Verantwoording groepsrisico en advies Veiligheidsregio
Blauw
Tussen 30 en 2008 meter van risicobron
Verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio
Grijs
Buiten 200 of 7509 m van een risicobron
Standaard verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio
Transparant
Buiten invloedsgebieden
geen verantwoording groepsrisico en geen advies Veiligheidsregio
Groepsrisico Het groepsrisico als gevolg van aanwezige risicovolle inrichtingen ligt in alle gevallen onder de oriëntatiewaarde. De belangrijkste transportroutes voor gevaarlijke stoffen zijn de A58 en N630. Voor het traject van de A58 ter hoogte van de gemeente Goirle is sprake van een groepsrisico, waarvan de waarde hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, maar lager dan de oriëntatiewaarde. Voor de N630 geldt dat de jaarintensiteiten gevaarlijke stoffen dusdanig gering zijn, dat sprake is van een laag groepsrisico welke onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde ligt. De binnen de gemeente Goirle gelegen buisleidingen, die relevant zijn voor externe veiligheid, betreffen voornamelijk aardgasleidingen. Met uitzondering van de leidingen Z-528-04 en A-657, A532, welke gelegen zijn aan de zuidzijde van de kern Goirle, zijn alle leidingen gelegen in het buitengebied. Voor de leidingen Z-528-04 en A-657, A-532, is sprake van een laag groepsrisico. De waarde voor alle leidingen is gelegen onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico.
Bestrijding calamiteit en zelfredzaamheid Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden, is afhankelijk van de aanwezige risicobronnen. De meest voorkomende scenario’s welke zich kunnen voordoen, zijn hier beschreven. Toxisch scenario Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied: Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreid in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk). het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). 8 9
Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is 4
Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen. Incident met brandbare gassen Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een explosie: Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worst-case scenario’ is dat een tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct. De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen zijn als gevolg van de druk. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van deze scenario’s.
Fakkelbrand Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een fakkelbrand: Dit scenario treedt op bij transportleidingen voor aardgas. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van het meest voorkomende scenario’s. Mogelijk te treffen maatregelen te verbetering van de zelfredzaamheid Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw. Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen.
Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risico-communicatie. Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunicatie. Samen met de andere Brabantse Veiligheidsregio’s wordt hiervoor een plan ontwikkeld, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken. Binnen de gemeente Goirle is besloten om de wettelijke lijn te volgen. Dit is ook als zodanig vastgesteld in het borgingsdocument van de gemeente. Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel 5
aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alerteringssysteem voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. De Veiligheidsregio past dit systeem (CBIS) inmiddels toe voor de gehele Veiligheidsregio. Toepassing van dit systeem zal bewustzijn van gevaren en communicatie bevorderen. Alle bedrijven binnen de gemeente kunnen zich inmiddels aanmelden voor dit systeem via de website : www.cbisbrabant.nl . De gemeente ondersteunt dit initiatief. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is.
Tijdige aankomst brandweer; Tijdige bereikbaarheid tankwagen of ketelwagon; Tijdige beschikbaarheid bluswater. Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen of ketelwagon. Indien de explosie niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Aanrijtijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (na te gaan via www.brandweermwb.nl/brandveiligheid/ brandweerbereikbaarheid). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kan aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de aanrijtijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen. De gemeente Goirle is voornemens om de toolbox te implementeren. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking veelal voldoende. Daarnaast is NLalert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk.
Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De Veiligheidsregio heeft deze (grote) bronnen geïnventariseerd. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening. Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met BRZO-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening. Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen 6
De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld.
Scenario
Toxisch (giftig)
Explosie
Gebouwtype
Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar
Afwegingscriteria Fysieke Zelfstandig gesteldheid heid personen personen + + + + -
+ + + + -
Alarmeringsmogelijkheden personen en aanwezigen +/+ + +/+
+ + + + -
+ + + + -
+/+ + +/+
VluchtMogelijkheden Gebouw & omgeving + + + +/+
GevaarInschattingsmogelijkheden scenario +/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt. Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht- en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij een van de besproken scenario’s. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Op basis van de beschouwde scenario’s en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het Wro- of Wabo-besluit verantwoord.
7
Sector Risicobeheersing
Gemeente Goirle T.a.v.: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 17 5050 AA GOIRLE
Datum Onze referentie
8 december 2016 U.012285
Uw referentie Uw brief van
Fabriekstraat 34, Tilburg Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl
Metha de Heer/Harry Killaars 06-53625089 E-mail info@brandweermwb.nl Onderwerp Standaardadvies 2017
Behandeld door Doorkiesnummer
Geacht college,
Een deel van uw gemeente is gelegen in het invloedsgebied van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid en de besluiten externe veiligheid inrichtingen c.q. Buisleidingen en Transportroutes verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in dit invloedsgebied neemt. Verder dient u het Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant iedere keer in de gelegenheid te stellen om te adviseren inzake de rampenbestrijding en de zelfredzaamheid. Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2017, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebied van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur. U kunt dit standaard advies gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaand overzicht kunt u zien wanneer u het standaardadvies kunt gebruiken en wanneer u de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant in de gelegenheid moet stellen een maatwerkadvies uit te brengen. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst Midden en West Brabant signaleringskaarten en standaard groepsrisicoverantwoordingen per gemeente gemaakt. Werking van het standaard advies 1. Ontwikkelingen buiten de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting. 2.
Ontwikkelingen buiten de 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding1. 3. Ontwikkeling buiten de 30 m1 en tot een afstand van 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding waarin geen nieuwe bijzonder kwetsbare objecten2 worden toegestaan. 4. Kleine bestemmingsplannen behoudens ruimtelijke plannen waarin bijzonder kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt.
1 Spoorlijn, autoweg, waterweg en buisleiding welke als risicovolle infrastructuur zijn benoemd in het besluit externe
veiligheid transport. 2 Kinderdagverblijven. buitenspeeltuinen, basisscholen en zorgcentra zoals: ziekenhuizen, verpleegtehuizen, hospices of tehuizen voor verstandelijk en/of lichamelijke gehandicapten, kampeerterreinen, evenemententerreinen of gebouwen met veel bezoekers en de vitale infrastructuur.
Sector Risicobeheersing
Maatwerkadvies 1. Ontwikkeling binnen de 750 m1 meter van een niet-categoriale Bevi inrichting. 2. Ontwikkelingen binnen de 30 m1 van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. 3. Ontwikkeling buiten de 30 m1 en tot een afstand van 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg of buisleiding waarin de komst van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten wordt mogelijke gemaakt. 4. Bestemmingsplannen waarin Bevi inrichtingen mogelijk gemaakt worden of aanwezig zijn. 5. Nieuwe milieuvergunningen of wijzigingen op bestaande milieuvergunningen voor Bevi inrichtingen waarbij de PR-10-06 groter wordt of bij aanwezig is. Het beleid van de Veiligheidsregio is dat alle nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zoveel mogelijk geweerd dienen te worden binnen de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting en nieuwe bijzonder kwetsbare objecten binnen 200 meter van een categoriale Bevi inrichting en risicovolle infrastructuur. Aanvragen voor maatwerk adviezen kunt u richten aan info@brandweermwb.nl. Verantwoording van het groepsrisico Dit advies ontslaat u niet van de verplichting om bij uw besluit het groepsrisico te verantwoorden.
In deze verantwoording kunt u voor de volgende onderdelen gebruik maken van dit advies voor de onderdelen: a) mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid; b) mogelijkheden voor de rampenbestrijding; c) mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen. De Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant geeft het advies om kwetsbare personen via ruimtelijke besluiten beter te beschermen. Reden hiervoor is dat het niet alleen gaat om het wel of niet kunnen vluchten of schuilen uit een eventueel effectgebied. Ook het feit dat bij blootstelling aan toxische stoffen kleine kinderen, zieke en oudere personen eerder het slachtoffer zullen worden dan gezonde personen van middelbare leeftijd speelt hierin een rol. Het is uw bevoegdheid om af te wijken van een advies van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant. De afwijking dient u dan wel nadrukkelijk in de verantwoording van het groepsrisico van het betreffende ruimtelijke plan te motiveren. Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden is afhankelijk van de aanwezige risicobron (risicovolle inrichting, weg, water en/of spoor). De meest voorkomende scenario’s welke zich zullen voordoen, wanneer er sprake is van een situatie voor een standaard advies zijn: Toxische wolk Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreid in de omgeving.
Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk), en/of het lek raken van een container/tankwagen/spoorketelwagon met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten, kleine kinderen etc.) kunnen in een ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn last van de luchtwegen en branderige ogen. Explosie Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg, water en/of spoor). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worstcase scenario’ is dat de tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door de oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct.
pagina 2 van 5
Sector Risicobeheersing
De warmtestraling in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten. Op grotere afstand zullen aanwezigen brandwonden oplopen. Verder is er veel schade aan gebouwen als gevolg van de druk Fakkelbrand Dit scenario treed op bij aardgastransportleidingen. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitteontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Mogelijke maatregelen ter verbetering van de veiligheid (a) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico Ter verbetering van de veiligheid adviseren wij u de volgende standaard maatregelen te (laten) treffen: 1.
Actief communiceren met de burgers in het invloedsgebied over de risico’s en de mogelijk te nemen maatregelen. Werknemers en bewoners moeten op de hoogte zijn van wat men moet doen in geval van een groot incident. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risicocommunicatie.
2.
De inrichtinghouders te stimuleren in hun ontruimingsplan aandacht te besteden aan externe incidenten. De BHV organisatie moet niet alleen voorbereid zijn op interne incidenten, maar moet ook weten hoe te handelen bij een incident met toxische stoffen of toxische verbrandingsproducten in de omgeving.
3.
Vanaf 2015 is in de Veiligheidsregio MWB het alerteringssysteem CBIS operationeel, wat als hulpmiddel voor BHV organisaties gebruikt kan worden. Alle bedrijven en instellingen in uw gemeente kunnen zich aanmelden op dit systeem. Gebruik hiervoor de website: www.cbisbrabant.nl
Bij bestemmingplannen waarbij zich een toxisch scenario kan voordoen adviseren wij u tevens de volgende maatregelen: 1.
2.
Bij gebruik van mechanische ventilatie in nieuwe bouwwerken: een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Bij het vrijkomen van toxische stoffen zullen deze door de mechanische ventilatie de gebouwen ingezogen worden. In het algemeen is een mechanische ventilatie niet (makkelijk) uit te zetten. Om binnen afgeschermd te zijn van toxische stoffen moet de ventilatie of centraal of met een noodknop uit te zetten zijn. Extra controle bij bouwvergunningen op de detaillering van gevels en ramen, waardoor overmatige ventilatie als gevolg van tocht niet kan plaatsvinden. Wanneer de voorwaarden uit het bouwbesluit 2012 strikt worden nageleefd blijft het binnenklimaat van een bouwwerk voldoende veilig gedurende ca 4 uur.
Mogelijkheden voor de rampenbestrijding (b) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico Opkomsttijd Voor een goede bestrijdbaarheid is het noodzakelijk dat de brandweer voldoende snel ter plaatse kan komen. De knelpunten met de opkomsttijd binnen uw gemeente kunt u globaal terug zien in de afbeelding in de bijlage 1, Voor een exacte opkomsttijd kunt u de postcodechecker raadplegen op: www.brandweermwb.nl/Brandveiligheid/Brandweerbereikbaarheid Door het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn in het Dekkings- en spreidingsplan 2015-2019 de opkomsttijden voor de brandweer vastgesteld. In onderstaande tabel zijn deze opkomsttijden weergegeven: Acht minuten woonfunctie voor 2003 celfunctie gezondheidszorgfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie basisonderwijs tot 12 jaar bijeenkomstfunctie bestemd voor kinderdagopvang
Twaalf minuten woonfunctie na 2003 kantoorfunctie winkelfunctie onderwijsfunctie overige industriefunctie sportfunctie bijeenkomstfunctie overige overige gebruiksfunctie
pagina 3 van 5
Sector Risicobeheersing
Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt buiten de genoemde opkomsttijd moeten er maatregelen worden getroffen. Door de Veiligheidsregio MWB is een Toolbox met instrumenten ontwikkeld, welke de gemeente kan gebruiken ter compensatie van de te lange opkomsttijden. Wij adviseren u de Toolbox te implementeren binnen uw gemeentelijke organisatie. Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie Binnen de bebouwde kom is er veelal voldoende dekking van de WAS-installatie daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Bij ontwikkelingen buiten de bebouwde kom adviseren wij u na te gaan of de dekking voldoende is. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de dekking van de WASinstallatie in uw gemeente. Adequate bluswatervoorziening Een adequate bluswatervoorziening is een bluswatervoorziening die: de mogelijkheid biedt om middels een verbinding met de bluswatervoorziening, binnen drie minuten na aankomst, een tankautospuit van bluswater te voorzien; na aansluiting direct en onafgebroken voldoende water uit de bluswatervoorziening kan leveren. De benodigde bluswatercapaciteit voor de adequate bluswatervoorziening is afhankelijk van de mogelijke scenario’s. In bijlage 4 is dit inzichtelijk gemaakt. Voor bijzondere Infrastructuur en bijzondere industriegebieden met BRZO inrichtingen is een maatwerkadvies noodzakelijk.
Bluswatervoorziening voor bovenmatige risico’s De benodigde bluswatercapaciteit voor de bovenmatige risico’s bedraagt 240 m3/h. Deze bluswatervoorziening moet op maximaal 2.500 m1 van de objecten aanwezig te zijn. Voorbeelden van deze bluswatervoorzieningen zijn, vijvers, waterlopen en bluswaterriolen. Deze bluswatervoorziening dient op regionaal niveau binnen 60 minuten ingezet te kunnen worden en open water dient dan ook in ruime mate voorradig te zijn Brandweer Midden West Brabant beschikt over drie watertransportsystemen WTS WTS WTS 200
opbouwtijd 15 min
pompdruk 5 bar
drukverlies 2 bar /100 m1
zuighoogte 3 m1
debiet 2000 l/min
WTS 1000
30 min
10 bar
3 m1
4000 l/min
WTS 2500
60 min
10 bar
2 bar /100 m1 75 mm slangen 0.7 bar /100 m1 150 mm slangen 2 bar /100 m1 75 mm slangen 0.16 bar /100 m1 150 mm slangen
3 m1
2000 l/min
Het dekkings- en spreidingsplan in Midden en West Brabant voor de WTS systemen zijn zodanig gepositioneerd in de regio zodat de opkomsttijden van de systemen WTS 200 en WTS 2500 in uw gemeente ook ingezet kunnen worden binnen de noodzakelijke opbouwtijd. Bereikbaarheid De planlocatie moet bereikbaar zijn voor voertuigen van hulpverleningsdiensten. De eisen ten aanzien van de bereikbaarheid zijn opgenomen in de brancherichtlijn handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Als de wegen in het plangebied voldoen aan de CROW 165 zijn geen problemen met de bereikbaarheid te verwachten. Zelfredzaamheid (c) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico In de verantwoording moet u aangeven hoe het is gesteld met de zelfredzaamheid van de aanwezigen in het plangebied. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid van aanwezigen voor een aantal standaard functies beoordeeld. Bij de beoordeling zijn de volgende aspecten mee genomen: Fysieke gesteldheid bewoners of aanwezigen: kunnen de personen zich tijdig voortbewegen en zelfstandig in veiligheid brengen? Zelfstandigheid bewoners of aanwezigen: kunnen de personen zelfstandig een gevaarinschatting maken en zich zelfstandig in veiligheid brengen? Alarmeringsmogelijkheden bewoners of aanwezigen: kunnen de personen tijdig worden gealarmeerd?
pagina 4 van 5
Sector Risicobeheersing
Vluchtmogelijkheden gebouw & omgeving: heeft het gebouw voldoende vluchtmogelijkheden? Is het gebouw geschikt om te schuilen? Zijn er voldoende mogelijkheden om het gebied te ontvluchten? Mogelijkheden tot gevaarinschatting van het toxisch scenario: laat het ongeval zich tijdig aankondigen en is de dreiging herkenbaar door het afgaan van de WAS installatie en/of NL Alert? En is de dreiging duidelijk herkenbaar? Afwegingscriteria
Scenario
Toxisch
Explosie
+ + + +
AlarmeringsZelfstandigmogelijkheden heid personen en personen aanwezigen + +/+ + + + + +/-
Vluchtmogelijkheden gebouw & omgeving + + + +/-
Gevaarinschattingsmogelijkhedenscenario +/+/+/+/-
-
-
+
+
+/-
+ + + +
+ + + +
+/+ + +/-
+/+/+/+/-
+/+/+/+/-
-
-
+
+/-
+/-
Gebouwtype
Fysieke gesteldheid personen
Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder kwetsbaar3 Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder kwetsbaar
De genoemde maatregel risicocommunicatie verbetert de zelfredzaamheid voor wat betreft de inschattingsmogelijkheden van gevaar. De genoemde maatregelen ventilatie en detaillering verbeteren de vluchtmogelijkheden/schuilmogelijkheden. Aandachtspunt zijn bedrijfsloodsen waar meerdere personen verblijven. De eisen voor de luchtdichtheid van loodsen zijn vrij laag, waardoor de luchtkwaliteit gedurende een toxisch scenario niet voor 4 uur is gegarandeerd. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Afdelingshoofd Risicobeheersing,
H. Sijbring
Bijlage 1 Opkomsttijden van de gemeente. Bijlage 2 Overzicht WAS installatie in de gemeente. Bijlage 3 Folder van standaard tot maatwerk Bijlage 4 Bluswater Bijlage 5 Risicoprofiel
3
Deze functie kan alleen voorkomen als bestaande functie. Wanneer het een nieuwe functie betreft, moet er een gedetailleerd advies worden aangevraagd.
pagina 5 van 5
Bijlage 1 Opkomsttijden Basisbrandweereenheid Gemeente: Goirle 05-01-2015
Bijlage 2 Aanwezigheid WAS installatie Gemeente: Goirle 05-01-2015
Categoriale inrichtingen Het Bevi maakt onderscheid tussen inrichtingen waarvoor een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) opgesteld moet worden en inrichtingen waarvoor vaste afstanden gelden, de zogenaamde categoriale inrichtingen. Met de wijzigingen van het Bevi en de Revi zijn meer inrichtingen categoriaal geworden. Dit betekent dat er voor de bepaling van de 10-6 contour (het plaatsgebonden risico) geen QRA uitgevoerd hoeft te worden. Categoriale inrichtingen zijn aangewezen in artikel 4 van het Bevi. Daarnaast is er op grond van artikel 2 eerste lid onder h nog een mogelijkheid voor de Minister om categoriale inrichtingen aan te wijzen. Voor de PGS 15 opslagen is in artikel 3 van de Revi bepaald dat het niet verplicht is om de afstanden uit de tabel te gebruiken, er mag ook altijd worden gerekend. Uiteraard moet daarbij wel de nieuwe rekenmethodiek worden gebruikt. Voor alle andere categoriale inrichtingen geldt dat de vaste afstanden uit de Revi gebruikt moeten worden. 1. Inrichtingen waar meer dan 1.500 kg ammoniak in een insluitsysteem aanwezig is, niet zijnde een onderdeel van een koel- of vriesinstallatie met ammoniak.
Van standaard tot maatwerk
2. Inrichtingen waar meer dan 150m3 zeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is. 3. Inrichtingen waar meer dan 13m3 propaan of meer dan 13m3 acetyleen in een insluitsysteem aanwezig is. 4. Inrichtingen waar een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen aanwezig is met een inhoud van meer dan 100 liter.
Let op! Betrek Brandweer Midden- en West-Brabant altijd bij • Nieuwe ontwikkelingen zoals LNG/CNG stations • Kegelligplaatsen bij vaarwegen en of havens
5. Inrichtingen waar een giftige of zeer giftige stof in een
Uitgave Brandweer Midden- en West-Brabant
insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter
PR contouren van verschillende categoriale
Postbus 3208
aanwezig is.
inrichtingen kunnen groter zijn dan 30 meter.
5003 DE Tilburg
6. Inrichtingen waar in enige opslagvoorziening een giftige of zeer giftige stof in gasflessen aanwezig is en
Houd hierbij rekening met de projectie van (beperkt) kwetsbare objecten.
waarbij de totale waterinhoud van de gasflessen met
oktober 2014 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend www.brandweermwb.nl
giftige of zeer giftige inhoud in die opslagvoorziening
Meer informatie
meer bedraagt dan 1.500 liter.
Kijk voor meer informatie over standaard adviezen
7. Inrichtingen waar aardgasdruk gereduceerd wordt of
Onze adviezen bij ruimtelijke plannen en externe veiligheid
en de standaard verantwoording groepsrisico op
aardgashoeveelheid gemeten wordt, voor zover de
www.verbeterprogrammagroepsrisico.nl en ga naar
gastoevoerleiding een grotere diameter heeft dan 20
regioteam Midden- en West-Brabant.
inch.
Voor telefonische informatie: 06 536 25 089.
Midden- en West-Brabant
Midden- en West-Brabant
Brandweer Midden- en West-Brabant adviseert gemeenten op het gebied van externe veiligheid rond ruimtelijke plannen. Deze uitgave laat zien in welke gevallen gemeenten een standaard advies kunnen verwachten en in welke gevallen zij mogen rekenen op een maatwerk advies. Daarbij besteden we in het bijzonder aandacht aan de vestiging van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ten opzichte van risicobronnen.
De algemene regel is dat gemeenten een standaard advies ontvangen voor ruimtelijke plannen op bepaalde afstanden van Bevi inrichtingen en de transportroutes van gevaarlijke
plannen binnen 200 m van een categoriale Bevi inrichting.
stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Veel
In deze plannen worden in de regel alle nieuwe bijzonder
gemeenten hebben in hun Beleidsvisie Externe Veiligheid
kwetsbare objecten geweerd.
De afstanden zijn van toepassing op het uitbrengen van een
het object.
speeltuinen worden aangelegd en kan binnen de functie sport
Zone binnen 200 m1 van categoriale Bevi inrichting
willekeurig Zone eenbinnen openluchtzwembad worden gerealiseerd. Dit 30 m en 200 m van transport
Standaardisering
is immers moeilijk of niet te monitoren. Maar ook onder maatStandaardisering
1
uit het Bevi/Revi blijven van toepassing. Dus kunnen diverse
Bijzonder kwetsbare objecten zijn: kinderdagverblijven,
objecten worden bestemd, mits wordt voldaan aan 10 -06 voor
buitenspeeltuinen, basisscholen, zorgcentra (zoals:
kwetsbare objecten en 10
ziekenhuizen, verpleeghuizen, hospices of tehuizen
gende redenen) voor beperkt kwetsbare objecten binnen de
voor verstandelijk of lichamelijke gehandicapten),
aangegeven afstanden. Standaardisering
Standaardisering
Zone-indeling 3 Categoriale inrichtingen zoals gebruikt bij de bepaling van standaard De zone-indeling Gedetailleerd advies Standaard advies
advies 4 Transport 1 van een categoriale Bevi inrichting, In de(spoor, zone binnen 200 mGedetailleerd advies
-05
(met motivatie en zwaarwe-
Zone binnen 200 m van categoriale Bevi inrichting 1
infrastructuur.
1
Weliswaar kunnen binnen de functie groen willekeurig
Wat zijn bijzonder kwetsbare objecten?
gebouwen met veel bezoekers en de vitale
4. Een gedetailleerd maatwerk advies wordt opgesteld voor
aan de afstand tot de risicobron in relatie tot de functie van
standaard advies of gedetailleerd advies. Alle afstandregels
kampeerterreinen, evenemententerreinen of
weg, waterweg of buisleiding.
PR afstanden
3
Categoriale inrichtingen
schappelijke doeleinden vallen Gedetailleerd zowel zeer kwetsbare personen Transport adviesin de planregels expliciet 4 als minder kwetsbare personen. Door Gedetailleerd advies
Standaard advies
Zone binnen 30 m en 200 m van transport 1
1
Gedetailleerd Grensinrichting
(spoor,
Gedetailleerd autoweg, bijzonder kwetsbare objecten uit te sluiten is de advies zelfredzaam-
indien nieuwe bijzonder kwetsbare objecten mogelijk zijn, Standaard advies De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geeft het advies anders standaard advies om kwetsbare personen via ruimtelijke besluiten beter te vaarweg en
1
heid sterk te verbeteren. buisleiding) 200 m
beschermen. Niet alleen door in een eventueel effectgebied
vastgelegd hoe zij omgaan met locaties voor kwetsbare ob-
5. Voor plannen buiten 30 m1 en tot een afstand van 200 m1
de buitengevels, gelden extra afstanden bij objecten of
den- en West-Brabant kunnen verwachten. biedt de Grensinrichting 200Verder m
autoweg, indien vaarweg en spoorlijn, autoweg, waterweg of nieuwe buisleiding worden bijzonder bijzonder kwetsbare buisleiding) kwetsbare objecten ontmoedigd. Er kunnen objecten mogelijk zijn, zwaarwegende Standaard advies anders standaard overwegingen zijn om toch nieuwe advies bijzonder kwetsbare
jecten en beperkt kwetsbare objecten evenals voor risicovolle
van een spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding ont-
bij gebieden in de openlucht waar bijzonder kwetsbare
zone-indeling duidelijkheid over de gewenste plaatsing van
objecten te750realiseren. DaarbijBevi dient bijzondere aandacht Zone binnen m van niet categoriale inrichting
worden. Van het advies van de Veiligheidsregio kan worden
activiteiten ten opzichte van risicobronnen. Deze visies vormen
moedigen we de komst van nieuwe bijzonder kwetsbare
personen aanwezig zijn. De afstand wordt dan bepaald
bijzonder kwetsbare objecten, waardoor er minder niet-zelf-
objecten. Indien in ruimtelijke besluiten nieuwe bijzonder
door:
redzame burgers aanwezig zullen zijn in de directe nabijheid
gegeven te worden aan de zelfredzaamheid 200 mvan burgers en Standaardisering 30 m Grensinrichting aan de afstand tot de risicobron in relatie tot de functie van
afgeweken. Dit moet dan nadrukkelijk in de verantwoording
doorgaans een verbetering van de veiligheid, waardoor Brand-
van risicobronnen.
Bij bestemmingsplannen die een Bevi inrichting mogelijk het1object.
advies of maatwerk advies, geeft vooraf duidelijkheid over In afwijking van kwetsbare objecten, te beoordelen op
wat gemeenten van het advies van de Veiligheidsregio Mid-
weer Midden- en West-Brabant de mogelijkheid heeft om het
kwetsbare objecten toch in deze zone worden bestemd,
• de grens van het gebied dat bestemd is voor het
gebruik van standaard adviezen uit te breiden. Met deze stan-
wordt een gedetailleerd advies opgesteld. In alle andere
verblijf van zieken, ouderen, gehandicapten of
gevallen is er sprake van een standaard advies.
minderjarigen, indien het desbetreffende object