09 Ontwerp bestemmingsplan Koestraat ongenummerd.pdf
Tekst van het document
Indien binnen een bouwvlak voor een woning, een gebouw de maximale hoogtemaat van een bijgebouw overstijgt, dan zal dat gebouw 59
niet worden beschouwd als bijgebouw, omdat het in bouwkundige opzicht niet ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Toetsing vindt dan plaats aan de hoogtematen voor het hoofdgebouw, de woning. Carports In de bouwregels is een afzonderlijke regeling opgenomen voor carports. In artikel 1 wordt het begrip carport omschreven. Op elk bouwperceel mag maximaal één carport van maximaal 30 m² worden opgericht, welke achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning moet worden gebouwd. Daarnaast geldt, dat een carport grotendeels moet worden opgericht naast de zijgevel van de woning. De hoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. Erfafscheidingen In de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is een regeling opgenomen voor erfafscheidingen. Erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de woning mogen niet hoger zijn dan 1 meter; overige erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter. Onder omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Beroep/bedrijf aan huis Zoals hierboven aangegeven mogen de woning en de daarbij behorende bijgebouwen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Hierbij geldt, dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m² mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf.
Het percentage van 30 % wordt berekend over het bestaande totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen. 7.4.
Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemeen geldende bouw-, gebruiks-, aanduidings-, procedure-, afwijkings- en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De antidubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels Deze regels bevatten een regeling voor een beperkte overschrijding van bouwgrenzen. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de ruimte tussen bouwwerken. Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar 60
aan te plaatsen, indien het bestemmingsplan dat toestaat, als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien de smalle open ruimte voldoende voor onderhoud bereikbaar is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opening in de zijgevel van het gebouw. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de algemene gebruiksregels. Voor wat betreft strijdig gebruik en bevatten algemene parkeerregels. Algemene proceduregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die burgemeester en wethouders in acht dienen te nemen bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regel over andere eisen. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn aanduidingsregels opgenomen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het corrigeren van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een praktische uitvoering van het plan. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten aanzien van de wettelijke regels. Overige regels Dit artikel bevat een bepaling over de wettelijke regelingen waar in de planregels naar wordt verwezen. 7.5.
Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, dat verplicht tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2).
61
Slotregel Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
62
HOOFDSTUK 8. UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 8.1.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet een exploitatieplan worden vastgesteld voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins, zoals bijvoorbeeld door middel van een overeenkomst, is verzekerd, of, zoals hier het geval is, er geen kosten in het openbaar gebied worden gemaakt. Nu deze laatste situatie zich voordoet kan gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan worden besloten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Het plan wordt op kosten van initiatiefnemer gerealiseerd. Het bestemmingsplan is opgesteld op kosten van de initiatiefnemer. Alleen de kosten voor begeleiding van de planologische procedure komen voor rekening van de gemeente (waarvoor leges bij initiatiefnemer in rekening worden gebracht). Omdat het verhaal van kosten daarmee is verzekerd, is het op- en vaststellen van een exploitatieplan niet vereist en kan als zodanig worden besloten. Met initiatiefnemer is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten.
8.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan is onderworpen aan inspraak en heeft ter inzage gelegen voor ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. Tijdens deze periode konden zij schriftelijk een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Van de gevoerde inspraakprocedure is een eindverslag opgesteld dat als bijlage in deze toelichting is opgenomen. Van het gevoerde overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is een verslag gemaakt dat eveneens in de bijlagen is opgenomen.
63
BIJLAGE 1 Eindverslag inspraakprocedure
BIJLAGE 2 Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening
BIJLAGE 3 Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
BIJLAGE 4 Landschappelijk inpassingsplan
BIJLAGE 5 Archeologisch onderzoek
BIJLAGE 6 Standaard advies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
BIJLAGE 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BIJLAGE 8 Bodemonderzoek
BIJLAGE 9 Notitie invoergegevens AERIUS-berekeningen
BIJLAGE 10 Rekenresultaten AERIUS-berekening realisatiefase
BIJLAGE 11 Rekenresultaten AERIUS-berekening gebruiksfase
REGELS
BIJLAGE 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
BIJLAGE 2 Landschappelijk inpassingsplan
VERBEELDING
BIJLAGE 1
Eindverslag inspraakprocedure
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan “Koestraat ongenummerd (RvR woning)"
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUDSOPGAVE
1. Overzicht van de gevolgde procedure 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Algemeen Object van inspraak Subject van inspraak Inspraakprocedure
2. Tenslotte
2
1. Overzicht van de gevolgde procedure. 1.1. Algemeen. Artikel 150 van de Gemeentewet draagt de gemeenteraad op een inspraakverordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze verordening is de door de gemeenteraad van Goirle op 20 december 2005 vastgestelde "Inspraakverordening Goirle" (hierna te noemen: de inspraakverordening). Ten aanzien van bestemmingsplannen is op 14 december 2010 door de gemeenteraad besloten inspraak te verlenen. Tevens is een inspraakprocedure vastgesteld (zie paragraaf 1.4. Inspraakprocedure). Conform artikel 5 van de inspraakverordening van de gemeente Goirle, dienen burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraak een eindverslag op te maken. Voorliggend stuk behelst dit verslag en bestaat, zoals voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, onder a, b, en c, van de inspraakverordening, uit een overzicht van de gevolgde procedure. 1.2. Object van inspraak. Object van inspraak is het voorontwerpbestemmingsplan "Koestraat ongenummerd (RvR woning)”. 1.3. Subject van inspraak. Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. 1.4. Inspraakprocedure.
De wijze waarop inspraak wordt gegeven is geregeld in de inspraakverordening, zoals deze door de gemeenteraad op 20 december 2005 is vastgesteld. Artikel 4, tweede lid, van de inspraakverordening bepaalt dat ons college voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure kan vaststellen, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de inspraakverordening (waarin een standaardprocedure is opgenomen). Van deze mogelijkheid hebben wij op 14 december 2010 gebruik gemaakt, waarbij de volgende inspraakprocedure is vastgesteld. 1. Burgemeester en wethouders leggen het voorontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan, ter inzage. 2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van de terzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3. In de kennisgeving als bedoeld onder 2, wordt vermeld: - waar en wanneer de stukken ter inzage liggen; - wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen naar voren brengen en - op welke wijze dat kan geschieden. 4. Insprekers kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk een zienswijze omtrent het voorontwerpbestem-mingsplan naar voren brengen.
5. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. 3
Het voorontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben gedurende drie weken ter inzage gelegen. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang", alsmede op de in de gemeente gebruikelijke wijze door middel van aankondiging van de bekendmaking op het gemeentelijke publicatiebord. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk zienswijzen omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Schriftelijke zienswijzen. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is geen gebruik gemaakt.
2. Tenslotte. De inspraakprocedure heeft niet geleid tot aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit eindverslag zal ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad . Goirle, 22 september 2020. namens burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, de planologisch-juridisch medewerker,
4
BIJLAGE 2
Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening
Verslag van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening ten aanzien van het voorontwerp bestemmingsplan "Koestraat ongenummerd (RvR woning)"
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op grond van dit artikel is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan onderstaande instanties met het verzoek om vóór afloop van de inspraaktermijn te reageren: 1. Provincie Noord-Brabant; 2. Waterschap De Dommel; 3. Ministerie van Defensie; 4. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 5. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. De ontvangen reacties zijn in onderstaande tabel samengevat weergegeven. In de volgende kolom is de reactie van de gemeente weergegeven en de laatste kolom geeft de gevolgen voor het plan weer. Reactie diverse instanties 1. Provincie Noord-Brabant. De provincie heeft bij brief van 1 september 2020 aangegeven de volgende opmerkingen te hebben. 1a. De voorwaardelijke verplichting (artikel 3.2.6 van de regels) biedt onvoldoende waarborgen met betrekking tot de landschappelijke inpassing. De gebruikspaling koppelen aan de beoogde woonbestemming met dien verstande dat binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de inpassing
Reactie gemeente
Gevolgen voor het plan
Aan dit verzoek zal worden voldaan.
De regels (planvoorschriften van het bestemmingsplan) worden op dit punt aangepast.
wordt gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 1b. Het ‘certificaat bouwtitel’ dient voor de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig te zijn en bij het plan worden gevoegd. 1c. De plantoelichting gaat onvoldoende in op de aanduidingen grondwaterbeschermingsgebied en waterwinning voor menselijke consumptie. Het plan is niet voorzien van aanvullende regels ter bescherming van genoemde provinciale belangen. 2. Waterschap Brabantse Delta Het waterschap heeft bij mail van 11 augustus 2020 aangegeven geen opmerkingen te hebben. 3. Ministerie van Defensie Het ministerie heeft niet gereageerd. 4. Ministerie van Economie, & Klimaat Het ministerie heeft niet gereageerd. 5. Rijkswaterstaat ZuidNederland Rijkswaterstaat heeft niet gereageerd.
Aan dit verzoek zal worden toegezien en voldaan.
Geen gevolgen voor het plan
Aan dit verzoek zal worden voldaan.
De toelichting zal redactioneel aangepast worden. Het juridisch kader (regels en verbeelding) wordt aangepast zodat de specifieke belangen worden geborgd.
BIJLAGE 3 Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: - beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; - het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak. De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zo nodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”).
Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Staat van bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieu-planologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen landbouw- en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen.
Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecratie. Naast een "algemene staat van bedrijfsactiviteiten" die met name is toegespitst op specifieke bedrijfsterreinen is ook een staat van bedrijfsactiviteiten opgesteld voor gebieden waarbij sprake is van een functiemenging. Daarbij wordt gedacht aan : - stadscentra,dorpskernen en winkelcentra; - horecaconcentratiegebieden; - zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen;
- (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld een grotere levendigheid tot stand te brengen. Het toepassen van een specifieke staat van bedrijfactiviteiten wordt daarbij wenselijk geacht omdat de activiteiten in dergelijke functiemenggebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op specifieke bedrijventerreinen. Categorie-indeling functiemenging In de bijgaande lijst voor functiemenging is gekozen voor een indeling in drie categorieën: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelastingvoor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeeraantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.
Randvoorwaarden Voor de toelaatbaarheid van de activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. productie en/of laad- en loswerkzamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; 3. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; 4. activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de infrastructuur. Uitwerking staat van bedrijfsactiviteiten Naast de boevengenoemde randvoorwaarden zijn bij de selectie van de bijgaande lijst de volgende criteria gehanteerd: - voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1; - voor categorie B gaat het om activiteiten: o in categorie 1 voor het aspect gevaar; o in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur; o in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; o met een in deze voor verkeer van maximaal 1g (goederen) en 2p (personen); - voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2g (goederen) en 3p (personen); - vuurwerkbesluit is van toepassing.
BIJLAGE 4 Landschappelijk inpassingsplan
1. Aan te planten knip- en scheerheg perceelsgrens (min. 40 m¹) m¹ st / m¹ plantmateriaal 80-100: 40 3 Beuk, Haagbeuk, Liguster, Veldesdoorn, Sleedoorn, Hulst of vergelijkbaar inheems
aantal 120
2. Aan te planten landschapsbomen perceelsgrens (min. 2 st.) stuks plantafstand a-select 2 plantmateriaal 10-12: Beuk, Haagbeuk, Esdoorn, Walnoot, Wilg, Els, Berk, Populier, Hoogstam fruit of vergelijkbaar inheems 3. Aan te planten houtsingel perceelsgrens (30 x 5 m = 150 m²) m² st / m² aantal plantafstand 1,5 m driehoeksverband plantmateriaal 80-100: 150 0,45 68 Bomen: Beuk, Haagbeuk, Esdoorn, Walnoot, Wilg, Els, Berk, Populier, Linde of vergelijkbaar inheems (min. 25% en min. 2 soorten) Struiken: Hazelaar, Gelderse roos, Krent, Veldesdoorn, Vlier, Sleedoorn, Lijsterbes of vergelijkbaar inheems (min. 50% en min. 3 soorten)
3.
2.
1.
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN KOESTRAAT ONG. RIEL Datum: Schaal: Project:
24-03-2020 / 25-06-2020 gewijzigd 1 : 1000 17307-006
2.
BIJLAGE 5 Archeologisch onderzoek
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20017 Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek
Concept versie 09-04-2020
(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)
Richard Exaltus Joep Orbons
April 2020
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20017 Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (OM nummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren 20-022 ArcheoPro Rapport Koestraat ong., Riel 2020 04 09 09-04-2020 Concept 4778104100 Gemeente Goirle Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus, Joep Orbons Richard Exaltus Richard Exaltus, Joep Orbons Niet van toepassing Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2019 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 09-04-2020
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 3
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) ............................................................................................................................................. 6 1.5 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................................................... 6 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen ..............................................................................................................................................
11 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) ...................................................................................... 13 2.3 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 20 2.4 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 24 2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05)................................................................. 31 2.6 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 32 3 Veldonderzoek.............................................................................................................................................................. 33 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 33 3.2 Resultaten oppervlaktekartering (VS03) .................................................................................................. 34 3.3 Resultaten booronderzoek (VS03)...............................................................................................................
34 4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) .............................................................................................................. 37
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 38 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 38 Bijlage 3: Literatuurlijst ................................................................................................................................................ 39 Bijlage 4: Overzicht vondstlocaties .......................................................................................................................... 41 Bijlage 5: Overzicht archeologische monumenten ............................................................................................ 42 Bijlage 6: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen .......................................................................... 42 Bijlage 7: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 45
Versie: 09-04-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 4
Samenvatting Op 3 maart 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Koestraat te Riel in de gemeente Goirle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. Het plangebied ligt in een zone die volgens de bestemmingsplankaart een dubbelbestemming heeft voor archeologie. In deze zone is voorafgaande aan bodemingrepen een archeologisch onderzoek vereist waaruit blijkt in hoeverre de voorgenomen graafwerkzaamheden bezwaarlijk kunnen zijn voor eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de relatief grote afstand tot open water en de ligging op een plateau in plaats van in een gradiëntzone, hooguit een middelhoge verwachting voor resten uit het laatpaleolithicum en het mesolithicum. Voor resten daterend uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen geldt in verband met de ligging op een relatief laag deel van het dekzandlandschap op korte afstand ten noorden van aanmerkelijk hoger gelegen delen hiervan, eveneens eerder een middelhoge- dan een hoge archeologische verwachting.
Voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt eveneens een middelhoge verwachting omdat het plangebied weliswaar altijd een akker lijkt te hebben gevormd maar wel aan een historische weg en tussen historische bebouwing lag. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zes boringen gezet en is tevens een vlakdekkende oppervlaktekartering uitgevoerd. Uit de resultaten van het met een zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied van nature slecht ontwaterd is. Hierdoor is al binnen een halve meter onder het maaiveld een C-horizont van grijs, ongeoxideerd zand aanwezig. Hierboven ligt een door grondbewerking ontstane menglaag met daarboven een bouwvoor van dertig tot veertig centimeter dikte. Dit betekent dat binnen het plangebied niet de verwachte enkeerdgronden aanwezig zijn. Tevens blijkt hieruit dat de moderne bodembewerking tot in de C-horizont reikt en een oppervlaktekartering derhalve een doeltreffende methode is om archeologische indicatoren op te sporen binnen het plangebied. Ondanks de goede vondstzichtbaarheid en de uitvoering van een dergelijke vlakdekkende oppervlaktekartering, zijn echter volstrekt geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied.
Waarschijnlijk was het plangebied gedurende de prehistorie ten gevolge van de relatief slechte ontwatering, onaantrekkelijk als vestigingslocatie en is het plangebied gedurende de middeleeuwen en de nieuwe tijd slechts in gebruik geweest als akker. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.
Versie: 09-04-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 5
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoeringveldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep
Versie: 09-04-2020
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren Frans van den Borne 3 maart 2020 4778104100 Gemeente Goirle Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant (LS02)
Noord-Brabant Goirle Riel Koestraat ong., Riel Een halve kilometer ten zuiden van Riel; ten oosten van de Koestraat 128930 / 391922 128930 / 391978 128985 / 391978 128985 / 391922 0.25 Hectare Particulier Akker Ca. 17,33 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten (LS01)
De bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte.
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
1.4 Onderzoek
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 6
(LS01)
Op 3 maart 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Koestraat te Riel in de gemeente Goirle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. Het plangebied ligt in een zone die volgens de bestemmingsplankaart een dubbelbestemming heeft voor archeologie. In deze zone is voorafgaande aan bodemingrepen een archeologisch onderzoek vereist waaruit blijkt in hoeverre de voorgenomen graafwerkzaamheden bezwaarlijk kunnen zijn voor eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.
1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? -Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? -Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).
Versie: 09-04-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 7
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.
Versie: 09-04-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle
ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 8
Figuur 2: Plankaart voor plangebied. De exacte bouwplannen waren op het moment van het onderzoek nog niet bekend. 2
2 Bron: Van Dun Advies
Versie: 09-04-2020
www.ArcheoPro.nl